EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.9.2025
COM(2025) 462 final
2025/0258(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2028-2034 (het “Pericles V-programma”) en tot intrekking van Verordening (EU) 2021/840
{SWD(2025) 253 final}
TOELICHTING
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De euro is, als gemeenschappelijke munt van de Unie, een kernbelang van Europa, waarvan de integriteit in al zijn dimensies moet worden beschermd. De dreiging van valsemunterij is nog steeds substantieel. Ook al blijft het gemiddelde aantal jaarlijks ontdekte valse eurobiljetten onder controle, toch is blijvende waakzaamheid vereist, zoals blijkt uit de toegenomen beschikbaarheid van hoogkwalitatieve valse euro’s en beveiligingskenmerken op het internet/darknet, de opkomst van bankbiljetten met gewijzigd ontwerp, en het bestaan van hotspots voor valsemunterij, in bijvoorbeeld Turkije en China. Voorts worden eurocontanten in de EU nog steeds ruim gebruikt naast elektronische betaalmiddelen, waardoor de gemeenschappelijke markt verder tegen valsemunterij moet worden beschermd. Valsemunterij berokkent zowel burgers als bedrijven schade omdat vals geld, zelfs wanneer het in goed vertrouwen werd aanvaard, niet wordt vergoed. Meer algemeen heeft een en ander gevolgen voor de status van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten en voor het vertrouwen van burgers en bedrijven in echte eurobankbiljetten en -munten.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Sinds de invoering van de euro als gemeenschappelijke munt is het noodzakelijk de euro op EU-niveau tegen valsemunterij te beschermen en over een specifiek programma voor dit doel te beschikken. Het huidige programma “Pericles IV” heeft specifiek betrekking op de bescherming van eurobankbiljetten en -munten tegen valsemunterij en is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/840 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021.
De duidelijke transnationale en multidisciplinaire aanpak van Pericles IV en de focus op capaciteitsopbouw ter bescherming van de euro maken het programma uniek onder de programma’s op EU-niveau. Volgens de doorlopende beoordeling in de jaarlijkse verslagen over het programma is het duidelijk complementair aan het instrument voor de uitwisseling van informatie over technische bijstand (TAIEX), dat het vaakst wordt gebruikt ter ondersteuning van toetredingsonderhandelingen, en het Fonds voor interne veiligheid (ISF-politie), dat zich richt op criminaliteitspreventie en -bestrijding in het algemeen. Nu valsemunterij een van de prioriteiten in het operationele actieplan van Empact is, zorgt de Commissie voor een nauwe coördinatie met de Empact-projectleiders om de beide financieringsbronnen onderling zo complementair mogelijk te maken. Gezien zijn specialisatie en interdisciplinaire karakter neemt het Pericles-programma het initiatief wat betreft opleiding en capaciteitsopbouw, terwijl bij Empact de klemtoon ligt op activiteiten voor operationele ondersteuning van wetshandhaving.
Onderhavig wetgevingsvoorstel betreft het initiatief om het Pericles-programma na 2027 voort te zetten.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het voorkomen en bestrijden van valsemunterij en daarmee samenhangende fraude helpt de integriteit van de euro te beschermen, en versterkt zo het vertrouwen van burgers en bedrijven in de echtheid van de euro en draagt aldus bij aan het effectieve functioneren van de euro, het veilig stellen van de budgettaire en financiële stabiliteit in de EU en het bevorderen van het internationale gebruik van de gemeenschappelijke munt van de Unie voor handel, financiële diensten en beleggingen.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De Uniewetgeving betreffende de bescherming van de euro tegen valsemunterij valt onder artikel 133 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”). Krachtens deze bepaling stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, de maatregelen vast die nodig zijn voor het gebruik van de euro als gemeenschappelijke munt. Net zoals bij de vorige edities van het programma, zal de toepassing van het Pericles V-programma tot de lidstaten die de euro niet als munt hebben, worden uitgebreid door middel van een voorstel voor een parallelle verordening op basis van artikel 352 VWEU.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Overeenkomstig artikel 5, lid 3, VEU is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt c), VWEU is de Unie exclusief bevoegd om de maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de euro als de gemeenschappelijke munt voor de lidstaten die de euro als munt hebben. Op dit gebied is optreden van de lidstaten van de eurozone niet mogelijk en is het subsidiariteitsbeginsel dus niet van toepassing.
•Evenredigheid
De voorgestelde verordening is noodzakelijk, geschikt en passend om het gewenste doel te bereiken. Daarin wordt voorgesteld de samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten doeltreffend te versterken, zonder de mogelijkheden van de lidstaten in te perken om de euro tegen valsemunterij te beschermen. Optreden op het niveau van de Unie is gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Uniestructuren ter versterking van de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.
•Keuze van het instrument
Het voorgestelde instrument is een verordening, die aansluit bij Verordening (EU) 2021/840 tot vaststelling van het Pericles IV-programma. De verordening heeft bewezen de rechtszekerheid te bieden die nodig is voor een daadwerkelijke bescherming van de euro tegen valsemunterij, hetgeen niet met andere rechtsinstrumenten had kunnen worden bereikt.
De toepassing van het Pericles-programma zal worden uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munt hebben, door middel van een voorstel voor een parallelle verordening van de Raad die aansluit bij Verordening (EU) 2021/1696 van de Raad.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
In 2024 is een tussentijdse evaluatie van het Pericles IV-programma uitgevoerd overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2021/840. De conclusie van die evaluatie is dat de doelstelling van het Pericles IV-programma om bij te dragen aan het voorkomen en bestrijden van eurovalsemunterij – en aldus de integriteit van eurobankbiljetten en -munten te beschermen – wordt verwezenlijkt.
Het programma bleek in het algemeen doeltreffend te zijn wat betreft het verbeteren van informatie-uitwisseling, technische vaardigheden, institutionele kaders en operationele capaciteiten voor de bestrijding van eurovalsemunterij, zowel in EU-lidstaten als in derde landen. Het heeft ook met succes bijgedragen aan networking en gezamenlijke onderzoeken, hetgeen belangrijke resultaten heeft opgeleverd, zoals de inbeslagname van valse euro’s en de ontmanteling van criminele organisaties.
Dankzij technische opleidingen, seminars, uitwisseling van medewerkers en studies heeft het programma maatregelen van de lidstaten ondersteund, met name wanneer nationale financiering beperkt was. Het Pericles IV-programma heeft er dus voor gezorgd dat middelen tot dusver doelmatig zijn ingezet voor het verwezenlijken van de outputs, resultaten en effecten van het programma. De beheerskosten mogen dan verhoudingsgewijs hoger liggen dan bij soortgelijke programma’s, toch valt dit voornamelijk toe te schrijven aan het beperkte totale budget van het programma. Het totale aandeel van deze kosten neemt evenwel af als gevolg van digitalisering, hetgeen wijst op algehele efficiëntiewinsten. De nauwe betrokkenheid van de diensten van de Commissie bij de coördinatie en uitvoering van acties (bijvoorbeeld door het voorzitten van de vergaderingen van de deskundigengroep eurovalsemunterij (ECEG)) zorgt voor draagvlak bij de lidstaten en voor een doeltreffende monitoring. Voor de Pericles IV-generatie van het programma worden tussentijdse evaluaties en een evaluatie achteraf uitgevoerd, ook al leidde, gelet op de geringe omvang van het programma en de hoge mate van continuïteit over meerdere programmeringsperioden, de vraag of twee verplichte evaluaties per financieringscyclus wel in verhouding staan tot de hoogte van het totale budget, tot de suggestie om in de volgende generatie van het programma een van de beide evaluaties door een uitvoeringsverslag te vervangen.
Verder bleek het programma complementair te zijn aan en te sporen met initiatieven van andere instellingen van de Unie, zoals de ECB en Europol. Aangezien de initiatieven van de lidstaten een beperkte reikwijdte hebben, dicht het programma deze lacune door te voorzien in multinationale en multidisciplinaire acties die expertise bieden en de opbouw van relaties tussen de lidstaten onderling en met derde landen bevorderen. Het programma genereert inderdaad aanzienlijke meerwaarde van de EU doordat het tussen lidstaten, derde landen, instellingen van de Unie en internationale organisaties relaties en samenwerking tot stand brengt en versterkt die verder reiken dan het werkterrein van afzonderlijke nationale autoriteiten.
Het Pericles IV-programma is ook nog steeds zeer relevant en heeft zich aangepast aan evoluerende dreigingen. Opkomende dreigingen in verband met valsemunterij tegengaan en erop toezien dat het aantal opgespoorde valse euro’s zowel onder controle als op een laag niveau blijft, moet een voortdurend aandachtspunt zijn: zolang contant geld wordt gebruikt, blijft het risico van vervalsingen bestaan. Actuele dreigingen die het toekomstige programma zal moeten aanpakken, zijn onder meer de distributie van vervalsingen en hoogkwalitatieve componenten op het internet/darknet, alsmede het tegengaan van “movie money”- en “prop copy”-producten Dit omvat ook potentiële dreigingen met betrekking tot de toekomstige digitale euro en de impact van kunstmatige intelligentie (AI) op de productie en identificatie van vervalste munten en biljetten. Ten slotte werd in de evaluatie aangetekend dat het programma er op inzet dat de outputs van het programma, dankzij de overdracht van kennis door middel van regelmatige follow-upacties en zijn doorlopende ondersteuning, duurzaam in de tijd zijn en dat in de toekomst verdere vooruitgang wordt geboekt bij het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma. Belanghebbenden wijzen op veranderende dreigingen en een mate van personeelsverloop binnen de bevoegde nationale autoriteiten, en beklemtonen dat opleidingen om de twee tot drie jaar moeten worden herhaald, hetgeen onderstreept dat het belangrijk is om het programma met een vergelijkbaar opzet voort te zetten.
•Raadpleging van belanghebbenden
Aan de voorstellen voor EU-programma’s op grond van het volgende meerjarig financieel kader gingen zeven openbare raadplegingen vooraf, vooral over EU-financiering voor de eengemaakte markt, en samenwerking tussen nationale autoriteiten; EU-financiering voor concurrentievermogen, of de uitvoering van EU-financiering met lidstaten en regio’s. De raadplegingen waren gericht op een breed scala belanghebbenden, zoals burgers, bedrijven, het mkb, overheden, ontvangers van EU-financiering, organisaties uit het maatschappelijke middenveld, de academische wereld en internationale belanghebbenden.
Deze raadplegingen bevestigen de noodzaak van gestroomlijnde investeringen op EU-niveau in het EU-concurrentievermogen en de eengemaakte markt, onder meer via samenwerking tussen nationale overheidsdiensten. Zij laten bij cruciale belanghebbenden een uitgesproken eensgezindheid zien dat de eengemaakte markt wordt versterkt door het optimaliseren van technische en bestuurlijke capaciteiten voor lidstaten; dat nationale overheden, burgers, consumenten en bedrijven worden geëmpowerd door kennis- en datakloven weg te werken; of dat het aangaan van transnationale uitdagingen en het faciliteren van grensoverschrijdende samenwerking domeinen zijn waar de EU duidelijk meerwaarde biedt.
•Effectbeoordeling
Overeenkomstig de vereisten van het Financieel Reglement van de EU en de richtsnoeren voor betere regelgeving is voor programma’s die continuïteit bieden wat inhoud en structuur betreft of die een relatief klein budget hebben, geen effectbeoordeling vereist, maar een evaluatie vooraf in de vorm van een werkdocument van de diensten van de Commissie. De bij dit voorstel gevoegde evaluatie vooraf SWD (SWD(...)) voldoet aan de vereisten voor betere regelgeving. Die evaluatie laat zien dat dankzij de voortzetting van het Pericles-programma het programma doeltreffend blijft inzake de bescherming van de euro tegen valsemunterij en de daarmee samenhangende fraude, en met name doordat het zorgt voor gerichte eigen acties van de Commissie in aanvulling op acties van lidstaten, en dat zo de langetermijneffecten van het programma behouden blijven, zoals door de tussentijdse evaluatie wordt bevestigd. Deze hoge mate van EU-meerwaarde van het programma vloeit voort uit zijn unieke focus, weerspiegeld in zijn rechtsgrondslag in artikel 133 VWEU, die het, samen met zijn transnationale en multidisciplinaire karakter, onderscheidt van andere EU-programma’s en nationale actievormen. Voorts biedt het programma, doordat de Commissie belast is met zowel het directe beheer van het programma als de vormgeving en uitvoering van EU-beleid en -wetgeving ter bescherming van de euro, garanties dat de doelstellingen van het programma daadwerkelijk worden verwezenlijkt, omdat hiermee een brug wordt geslagen tussen wetgeving en beleid, enerzijds, en de uitvoering van het programma, anderzijds.
Door het huidige programma voort te zetten met een verhoogde begroting zou het doeltreffend blijven, met name doordat het zorgt voor gerichte eigen acties van de Commissie in aanvulling op acties van lidstaten, en zo de langetermijneffecten van het programma behoudt, zoals door de tussentijdse evaluatie is bevestigd. De verhoogde begroting zou, vergeleken met de programmeringsperiode van Pericles IV, waarschijnlijk resulteren in een groter aantal uitgevoerde acties en een groter aantal deelnemers aan acties. Zo blijft het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma verzekerd door de euro te beschermen tegen vervalsing en daarmee samenhangende fraude, door te zorgen voor een actueel kader om eurovalsemunterij op te sporen, door het programma aan te passen aan dreigingen die zich aandienen en zich ontwikkelen, en door een doeltreffend en goed opgeleid netwerk van deskundigen inzake bestrijding van valsemunterij op te richten en in stand te houden.
•Vereenvoudiging
De financiële uitvoering van Pericles zal verder worden vereenvoudigd door een toegenomen gebruik van vereenvoudigde-kostenopties voor subsidies die de regeldruk voor de aanvragers bij het programma zouden verminderen.
•Grondrechten
Het voorstel is in lijn met en eerbiedigt de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde Uniewaarden en de grondrechten die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vervat (“het handvest”), waarbij de doelstellingen van het voorgestelde initiatief verband houden met het bevorderen van de grondrechten en de toepassing van het handvest. Zo bevordert het voorstel bijvoorbeeld de vrijheid van ondernemerschap doordat dit het veilige gebruik van de gemeenschappelijke munt van de Unie als betaalmiddel garandeert.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De Europese Commissie stelt voor om een indicatieve financiële toewijzing van 7 000 000 EUR (in lopende prijzen) voor het programma toe te kennen voor de periode 2028-2034. De gedetailleerde geraamde financiële gevolgen van dit voorstel worden gepresenteerd in het financieel en digitaal memorandum waarvan dit voorstel vergezeld gaat.
2025/0258 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2028-2034 (het “Pericles V-programma”) en tot intrekking van Verordening (EU) 2021/840
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 133,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Unie en de lidstaten hebben zich ten doel gesteld de maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de euro als gemeenschappelijke munt. Die maatregelen omvatten de bescherming van de euro tegen valsemunterij en daarmee samenhangende fraude, en versterken zo het vertrouwen van burgers en bedrijven in de echtheid van de euro en dragen aldus bij aan het effectieve functioneren van de euro, het veilig stellen van de budgettaire en financiële stabiliteit in de Unie en het bevorderen van het internationale gebruik van de eengemaakte EU-munt voor handel, financiële diensten en beleggingen.
(2)Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad voorziet in informatie-uitwisseling, samenwerking en wederzijdse bijstand en brengt zo een geharmoniseerd kader voor de bescherming van de euro tot stand. De werking van die verordening is bij Verordening (EG) nr. 1339/2001 van de Raad uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munt hebben aangenomen, zodat in de hele Unie een gelijkwaardig niveau van bescherming van de euro wordt geboden.
(3)In het verleden heeft steun voor dergelijke acties, door middel van de Besluiten 2001/923/EG en 2001/924/EG van de Raad, waarmee het eerste Pericles-programma werd ingesteld en die naderhand zijn gewijzigd en verlengd bij de Besluiten 2006/75/EG, 2006/76/EG, 2006/849/EG en 2006/850/EG van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 331/2014 en (EU) 2021/840 van het Europees Parlement en de Raad, de acties van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bescherming van de euro tegen valsemunterij versterkt. Via deze verschillende handelingen heeft het Pericles-programma met succes geholpen de bescherming van de euro tegen valsemunterij te verzekeren.
(4)In dat verband heeft de Commissie in haar mededeling over de tussentijdse evaluatie van het Pericles IV-programma geconcludeerd dat de huidige uitvoeringsstructuur van het Pericles IV-programma in het algemeen doeltreffend, doelmatig en duurzaam is en nog steeds relevant bij het aanpassen aan evoluerende dreigingen. Het Pericles IV-programma pakt een kritieke lacune aan in veel lidstaten, die vaak maar over beperkte middelen beschikken voor het organiseren van internationale en multidisciplinaire opleidingen over eurovalsemunterij. Doordat het programma gerichte steun biedt, versterkt het de capaciteit van de Unie om eurovalsemunterij te bestrijden, en ondersteunt het de uitbouw van nieuwe relaties, netwerken en transnationale samenwerking. Daarom moet het Pericles-programma ook na 2028 worden voortgezet.
(5)De bescherming van de Europese gemeenschappelijke munt als een collectief goed heeft een duidelijke transnationale dimensie, en daarom gaat de bescherming van de euro verder dan het belang en de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten. Gezien de grensoverschrijdende circulatie van de euro en het feit dat de internationale georganiseerde misdaad diep verwikkeld is in eurovalsemunterij, moeten de nationale beschermingskaders worden aangevuld met een initiatief van de Unie om te zorgen voor homogene nationale en internationale samenwerking en om mogelijke nieuwe transnationale risico’s het hoofd te bieden. Daarom is deze verordening, doordat zij het programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij vaststelt, noodzakelijk, geschikt en passend om het gewenste doel te bereiken. Het programma moet de samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten doeltreffend versterken, zonder de mogelijkheden van de lidstaten in te perken om de euro tegen valsemunterij te beschermen. Optreden op het niveau van de Unie is gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Uniestructuren ter versterking van de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.
(6)Deze verordening stelt een indicatieve financiële toewijzing vast voor het programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding ter bescherming van de euro tegen valsemunterij (“het Pericles V-programma”). Ten behoeve van deze verordening worden de lopende prijzen berekend door een vaste deflator van 2 % toe te passen.
(7)Uit recente ervaring is gebleken dat er in een snel veranderende economische, sociale en geopolitieke omgeving behoefte is aan een flexibeler meerjarig financieel kader en flexibelere programma’s van de Unie. Daartoe, en in overeenstemming met de doelstellingen van deze verordening, moet bij de financiering voldoende rekening worden gehouden met de veranderende beleidsbehoeften en prioriteiten van de Unie zoals vastgesteld in relevante documenten die door de Commissie zijn gepubliceerd, in conclusies van de Raad en in resoluties van het Europees Parlement, en moet tegelijkertijd worden gezorgd voor voldoende voorspelbaarheid voor de uitvoering van de begroting.
(8)Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad is op het Pericles V-programma van toepassing. Zij legt de regels vast voor de opstelling en uitvoering van de algemene begroting van de Unie, met inbegrip van de regels voor subsidies, prijzen, niet-financiële schenkingen, aanbestedingen, indirect beheer, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.
(9)Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (“OLAF”) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafrechtelijke feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad.Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen.
(10)Het programma moet worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 202X/XXXX, waarin de regels voor het traceren van uitgaven en het prestatiekader voor de begroting zijn vastgesteld, met inbegrip van regels voor het waarborgen van een uniforme toepassing van de beginselen van “geen ernstige afbreuk doen” en gendergelijkheid als bedoeld in, respectievelijk, punt d) en f) van artikel 33, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, regels voor de monitoring en rapportage van de prestaties van programma’s en activiteiten van de Unie, regels voor de oprichting van een financieringsportaal van de Unie, regels voor de evaluatie van de programma’s, alsook andere horizontale bepalingen die van toepassing zijn op alle programma’s van de Unie, zoals die inzake informatie, communicatie en zichtbaarheid.
(11)Op grond van artikel 85, lid 1, van Besluit (EU) 2021/1764 van de Raad komen in landen en gebieden overzee gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering op grond van het programma en overeenkomstig eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft.
(12)Voor financiering in aanmerking komende acties ter bevordering van de uitwisseling van informatie en personeel, van technische en wetenschappelijke bijstand en van gespecialiseerde opleiding dragen wezenlijk bij tot de bescherming van de gemeenschappelijke munt van de Unie tegen valsemunterij en daarmee samenhangende fraude – en derhalve tot het realiseren van een hoog en gelijkwaardig beschermingsniveau in de hele Unie –, terwijl wordt aangetoond dat de Unie in staat is om ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Om het programma toekomstbestendig te maken, moet een evenwicht worden behouden tussen de verschillende soorten acties die voor financiering in aanmerking komen en moet ook verder scherp worden ingezet op actuele en opkomende dreigingen, met inbegrip van bankbiljetten met gewijzigd ontwerp en de distributie van vervalsingen via het internet. Bij in aanmerking komende acties kan het ook gaan om potentiële toekomstige ontwikkelingen, zoals potentiële dreigingen voor de toekomstige digitale euro en potentiële dreigingen uitgaand van en onderzoekskansen geboden door kunstmatige intelligentie (AI). Ook de aanschaf van uitrusting voor gebruik door in de bestrijding van valsemunterij gespecialiseerde autoriteiten van derde landen ter bescherming van de euro tegen valsemunterij is van vitaal belang om in derde landen afdoende bescherming voor de euro te bieden, maar de aanschaf van uitrusting moet ook gepaard gaan met de opleiding die voor het gebruik van die uitrusting noodzakelijk is. Daarom mag, voor dit soort actie, de aanschaf van uitrusting niet de enige component van de actie zijn.
(13)Om rekening te houden met de transnationale en multidisciplinaire aspecten van de strijd tegen valsemunterij, moet een evenwicht worden gezocht tussen de verschillende doelgroepen en deelnemers aan het programma. Daarom moeten alle acties een transnationaal en multidisciplinair karakter hebben en is het ook nuttig om, naast traditionele belanghebbenden zoals wetshandhavingsinstanties en nationale centrale banken, ook rechters, de douane en pakket- en bezorgdiensten sterker als deelnemers bij acties van het programma te betrekken.
(14)Het programma komt in de plaats van het bij Verordening (EU) 2021/840 vastgestelde programma voor de periode van 2021-2027. Verordening (EU) 2021/840 moet bijgevolg worden ingetrokken.
(15)Om te zorgen voor een soepele, naadloze overgang tussen het Pericles IV-programma en het Pericles V-programma, dient de looptijd van het Pericles V-programma te worden afgestemd op de toepassingsperiode [reference to the post 2027 MFF Regulation] Regulation (EU, Euratom) …/20xx[?]]. Derhalve dient het Pericles V-programma van toepassing te zijn met ingang van 1 januari 2028,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel [1]
Voorwerp
Deze verordening stelt het programma vast inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (het “Pericles V”-programma) (“het programma”) en legt de doelstellingen van het programma, de begroting ervan voor de periode 2028-2034, de vormen van Uniefinanciering en de regels voor het verstrekken van die financiering vast.
Artikel [2]
Doelstellingen van het programma
1.De algemene doelstelling van het programma is het voorkomen en bestrijden van valsemunterij en daarmee samenhangende fraude en het beschermen van de integriteit van de euro, en zodoende het vertrouwen van burgers en bedrijven in de echtheid van de euro te versterken en aldus bij te dragen aan het effectieve functioneren van de euro, het veilig stellen van de budgettaire en financiële stabiliteit in de Unie en het bevorderen van het internationale gebruik van de euro voor handel, financiële diensten en beleggingen.
2.Het programma heeft de specifieke doelstelling om de euro te beschermen tegen valsemunterij en daarmee samenhangende fraude, mede rekening houdende met potentiële toekomstige ontwikkelingen, zoals potentiële dreigingen voor de toekomstige digitale euro en potentiële dreigingen uitgaand van en onderzoekskansen geboden door kunstmatige intelligentie (AI). Het programma doet dit door de maatregelen van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen en door de bevoegde nationale autoriteiten en autoriteiten van de Unie bij te staan bij hun inspanningen om onderling en samen met de Commissie een nauwe en regelmatige samenwerking en een uitwisseling van goede praktijken te ontwikkelen, waarbij in voorkomend geval ook derde landen en internationale organisaties worden betrokken.
Artikel [3]
Begroting
1.De indicatieve financiële toewijzing voor de uitvoering van het programma voor de periode 2028-2034 wordt vastgesteld op 7 000 000 EUR in lopende prijzen.
2.Ook na 2034 kunnen nog kredieten in de begroting van de Unie worden opgenomen om de nodige uitgaven te dekken en acties te beheren die aan het einde van het programma nog niet zijn voltooid.
3.De in lid 1 van dit artikel bedoelde financiële toewijzing en de bedragen van de in artikel 4 bedoelde aanvullende middelen kunnen ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, institutionele informatietechnologiesystemen en -platforms, activiteiten op het gebied van informatie, zichtbaarheid en communicatie, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand of personeel die de Commissie voor het beheer van het programma moet doen.
Artikel [4]
Aanvullende middelen
1.Lidstaten, instellingen, organen en agentschappen van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen of andere derde partijen kunnen aanvullende financiële of niet-financiële bijdragen aan het programma leveren. Aanvullende financiële bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, punt a), d) of e), of artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
2.Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen ter beschikking worden gesteld aan het programma. De Commissie voert die middelen op directe of indirecte wijze uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt a) of c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Zij vormen een aanvulling op het in artikel 3, lid 1, van deze verordening bedoelde bedrag. Deze middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Indien de Commissie geen juridische verbintenis in direct of indirect beheer is aangegaan voor aldus ter beschikking van het programma gestelde aanvullende bedragen, kunnen de overeenkomstige niet-vastgelegde bedragen op verzoek van de betrokken lidstaat weer naar een of meer respectieve bronprogramma’s of de opvolgers daarvan worden overgedragen.
Artikel [5]
Alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering
1.Het programma wordt uitgevoerd in synergie met andere programma’s van de Unie. Een actie die een bijdrage van de Unie van een ander programma heeft ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het programma ontvangen. De regels van het desbetreffende programma van de Unie zijn van toepassing op de overeenkomstige bijdrage of er kan één reeks regels op alle bijdragen worden toegepast en één juridische verbintenis worden aangegaan. Indien de bijdrage van de Unie op subsidiabele kosten is gebaseerd, mag de cumulatieve steun uit de Uniebegroting niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie en kan deze op pro-ratabasis worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld.
2.Toekenningsprocedures in het kader van het programma kunnen gezamenlijk worden uitgevoerd in direct of indirect beheer met lidstaten, instellingen, organen en instanties van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen, of andere derde partijen (“partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure”), op voorwaarde dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie wordt gewaarborgd. Dergelijke procedures zijn aan één reeks regels onderworpen en leiden tot de sluiting van één juridische verbintenis. Daartoe kunnen de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure middelen ter beschikking stellen van het programma overeenkomstig artikel [5] van deze verordening, of kunnen de partners worden belast met de uitvoering van de toekenningsprocedure, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Bij gezamenlijke toekenningsprocedures kunnen vertegenwoordigers van de partners bij die procedure ook lid zijn van het evaluatiecomité als bedoeld in artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
Artikel [6]
Met het programma geassocieerde derde landen
1.Het programma kan worden opengesteld voor deelname van de volgende derde landen door middel van volledige of gedeeltelijke associatie, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 2 en overeenkomstig de desbetreffende internationale overeenkomsten of besluiten die in het kader van die overeenkomsten zijn vastgesteld en van toepassing zijn op:
a)leden van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, alsook Europese microstaten;
b)toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten;
c)landen van het Europees nabuurschapsbeleid;
d)andere derde landen.
2.De associatieovereenkomsten voor deelname aan de programma’s:
a)waarborgen een billijk evenwicht tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan het programma deelneemt;
b)bepalen de voorwaarden voor deelname aan het programma, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen, bestaande uit een operationele bijdrage en een deelnamevergoeding, aan een programma en de algemene administratiekosten daarvan;
c)verlenen het derde land geen beslissingsbevoegdheid over het programma;
d)waarborgen de rechten van de Unie om voor een goed financieel beheer te zorgen en de financiële belangen van de Unie te beschermen;
e)waarborgen, in voorkomend geval, de bescherming van de belangen van de Unie op het gebied van veiligheid en openbare orde.
Voor de toepassing van punt d) van de eerste alinea verleent het derde land de krachtens de Verordeningen (EU, Euratom) 2024/2509 en (EU, Euratom) nr. 883/2013 vereiste rechten en toegang, en waarborgt het dat executoriale besluiten die een geldelijke verplichting inhouden op grond van artikel 299 VWEU, alsmede arresten en beschikkingen van het Hof van Justitie van de Europese Unie, executoriale kracht hebben.
Artikel [7]
Uitvoering en vormen van Uniefinanciering
1.Het programma wordt overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 uitgevoerd, in direct beheer of in indirect beheer met entiteiten als bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), van die verordening.
2.Financiering door de Unie kan worden verstrekt in elke vorm overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, en met name subsidies, prijzen, aanbestedingen en niet-financiële schenkingen.
3.Indien Uniefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een subsidie, wordt de financiering verstrekt als niet aan kosten gekoppelde financiering of, indien nodig, als vereenvoudigde-kostenopties, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Financiering mag alleen in de vorm van terugbetaling van daadwerkelijke subsidiabele kosten worden verstrekt wanneer de doelstellingen van een actie niet anderszins kunnen worden verwezenlijkt.
Artikel [8]
Subsidiabiliteit
1.Ter ondersteuning van de verwezenlijking van de overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 in artikel 2 van deze verordening vastgestelde doelstellingen worden subsidiabiliteitscriteria vastgesteld en deze zijn op alle toekenningsprocedures in het kader van het programma van toepassing.
2.Bij toekenningsprocedures in direct en indirect beheer kunnen een of meer van de volgende juridische entiteiten in aanmerking komen voor financiering van de Unie, indien die entiteiten zijn aangewezen als de bevoegde nationale autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b), van Verordening (EG) nr. 1338/2001:
a)entiteiten die zijn gevestigd in een lidstaat;
b)entiteiten die zijn gevestigd in een geassocieerd derde land;
c)internationale organisaties;
d)andere in niet-geassocieerde derde landen gevestigde entiteiten indien de financiering van dergelijke entiteiten essentieel is voor de uitvoering van de actie en bijdraagt tot de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.
3.In aanvulling op artikel 168, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen geassocieerde derde landen als bedoeld in artikel 7, lid 1, van de onderhavige verordening ook deelnemen aan en profiteren van alle aanbestedingsmechanismen als bedoeld in artikel 168, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. De regels die voor de lidstaten gelden, gelden mutatis mutandis voor deelnemende geassocieerde derde landen.
4.Toekenningsprocedures die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid of de openbare orde, met name met betrekking tot strategische activa en belangen van de Unie of haar lidstaten, worden beperkt overeenkomstig artikel 136 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
5.Acties die in aanmerking komen voor steun op grond van het programma, zijn onder meer:
a)uitwisseling en verspreiding van informatie over de thema’s vermeld in de bijlage, in het bijzonder door het organiseren van workshops, bijeenkomsten en seminars, met inbegrip van opleiding, doelgerichte plaatsing en uitwisseling van personeel van bevoegde nationale autoriteiten en andere gelijksoortige acties;
b)noodzakelijke technische, wetenschappelijke en operationele bijstand, zoals vermeld in de bijlage;
c)de aanschaf van uitrusting die in de bestrijding van valsemunterij gespecialiseerde autoriteiten van derde landen gebruiken voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij.
De in de punt c) van de eerste alinea bedoelde acties worden uitsluitend uitgevoerd via subsidies en de aanschaf van uitrusting mag niet de enige component van de subsidieovereenkomst zijn.
6.Door het programma gefinancierde acties omvatten de deelname van opleiders en/of deelnemers aan opleidingen uit ten minste twee lidstaten en/of derde landen, en uit ten minste twee van de in de bijlage vermelde beroepsgroepen.
7.De in lid 6 bedoelde beroepsgroepen kunnen deelnemers uit derde landen omvatten.
8.Entiteiten die uit hoofde van het programma voor financiering in aanmerking komen, zijn de bevoegde nationale autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b), van Verordening (EG) nr. 1338/2001. In gevallen waarin het programma wordt opengesteld voor deelname van derde landen door middel van volledige of gedeeltelijke associatie overeenkomstig artikel 7 van deze verordening, worden de autoriteiten die door deze derde landen zijn aangewezen als de bevoegde nationale autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b), van Verordening (EG) nr. 1338/2001, ook beschouwd als voor financiering in aanmerking komend.
9.Bij procedures voor de toekenning van subsidies, komen acties, of delen daarvan, die reeds volledig uit andere publieke of particuliere bronnen worden gefinancierd, met uitzondering van bijdragen van de Unie in het kader van de in artikel 5 bedoelde synergieacties, niet voor financiering in aanmerking.
10.In het in artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde werkprogramma kunnen de in de onderhavige verordening vastgestelde subsidiabiliteitscriteria nader worden gespecificeerd of kunnen aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor specifieke acties worden vastgesteld.
Artikel [9]
Werkprogramma
Het programma wordt uitgevoerd door middel van in artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde werkprogramma’s.
Artikel [10]
Intrekking
Verordening (EU) 2021/840 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2028.
Artikel [11]
Overgangsbepalingen
1.Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties, tot de afsluiting ervan, op grond van Verordening (EU) 2021/840, die op de betrokken acties van toepassing blijft totdat deze worden afgesloten.
2.De financiële toewijzing voor het programma kan eveneens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang te waarborgen tussen het programma en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van Verordening (EU) 2021/840.
Artikel [12]
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2028.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4
1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan6
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8
2.2.Beheers- en controlesystemen8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24
3.2.3.3.Totaal kredieten24
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen28
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28
3.2.7.Bijdragen van derden28
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29
4.Digitale dimensies29
4.1.Voorschriften met digitale relevantie30
4.2.Data30
4.3.Digitale oplossingen31
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Pericles V-programma voor de periode 2028-2034.
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Bescherming van de euro tegen valsemunterij.
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
De algemene doelstelling van het programma is het voorkomen en bestrijden van valsemunterij en daarmee samenhangende fraude en het beschermen van de integriteit van de euro, en zodoende het vertrouwen van burgers en bedrijven in de echtheid van de euro te versterken en aldus bij te dragen aan het effectieve functioneren van de euro, het veilig stellen van de budgettaire en financiële stabiliteit in de Unie en het bevorderen van het internationale gebruik van de euro voor handel, financiële diensten en beleggingen.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
De specifieke doelstellingen van het programma zijn: de euro beschermen tegen valsemunterij en daarmee samenhangende fraude, mede rekening houdende met potentiële toekomstige ontwikkelingen, zoals potentiële dreigingen voor de toekomstige digitale euro en potentiële dreigingen uitgaand van en onderzoekskansen geboden door kunstmatige intelligentie (AI). Het programma doet dit door de maatregelen van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen en door de bevoegde nationale autoriteiten en autoriteiten van de Unie bij te staan bij hun inspanningen om onderling en samen met de Commissie een nauwe en regelmatige samenwerking en een uitwisseling van goede praktijken te ontwikkelen, waarbij in voorkomend geval ook derde landen en internationale organisaties worden betrokken.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Het Pericles-programma zal de begunstigden – de bevoegde autoriteiten van lidstaten – via opleiding, uitwisseling van goede praktijken en bewustmaking bijstaan in hun werkzaamheden ter bescherming van de euro tegen valsemunterij en de daarmee samenhangende fraude. Doelgroepen voor de actie van het programma zullen alle werknemers uit de publieke en particuliere sector zijn die met de bescherming van de euro te maken hebben.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Dit initiatief zal worden gemonitord via het prestatiekader voor de begroting voor de periode na 2027, dat in een afzonderlijk voorstel wordt onderzocht. Het prestatiekader voorziet in een uitvoeringsverslag tijdens de uitvoeringsfase van het programma en in een retrospectieve evaluatie overeenkomstig artikel 34, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. De evaluatie wordt uitgevoerd volgens de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving en zal worden gebaseerd op indicatoren die relevant zijn voor de doelstellingen van het programma.
De output- en resultaatindicatoren voor de monitoring van de voortgang en de resultaten van dit programma zullen overeenstemmen met de gemeenschappelijke indicatoren waarin Verordening (EU) XXX [Horizontal Performance Regulation] voorziet.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
De euro is, als gemeenschappelijke munt van de Unie, een kernbelang van Europa, waarvan de integriteit in al zijn dimensies moet worden beschermd. De dreiging van valsemunterij is nog steeds substantieel. Ook al blijft het gemiddelde aantal jaarlijks ontdekte valse eurobiljetten onder controle, toch is blijvende waakzaamheid vereist, zoals blijkt uit de toegenomen beschikbaarheid van hoogkwalitatieve valse euro’s en beveiligingskenmerken op het internet/darknet, de opkomst van bankbiljetten met gewijzigd ontwerp, en het bestaan van hotspots voor valsemunterij, binnen en buiten de EU. Voorts worden eurocontanten in de EU nog steeds ruim gebruikt naast elektronische betaalmiddelen, waardoor de gemeenschappelijke markt verder tegen valsemunterij moet worden beschermd. Valsemunterij berokkent zowel burgers als bedrijven schade omdat vals geld, zelfs wanneer het in goed vertrouwen werd aanvaard, niet wordt vergoed. Meer algemeen heeft een en ander gevolgen voor de status van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten en voor het vertrouwen van burgers en bedrijven in echte eurobankbiljetten en -munten.
Aangezien de bescherming van de euro tegen valsemunterij een blijvend aandachtspunt moet zijn, zal de uitvoering van het initiatief op doorlopende basis worden uitgerold, via specifieke subsidies en aanbestede acties.
1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
De bescherming van de Europese gemeenschappelijke munt als een collectief goed heeft een duidelijke transnationale dimensie, en daarom gaat de bescherming van de euro verder dan het belang en de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke EU-lidstaten. Gezien de grensoverschrijdende circulatie van de euro en het feit dat de internationale georganiseerde misdaad diep verwikkeld is in eurovalsemunterij (productie en distributie), moeten de nationale beschermingskaders worden aangevuld met een EU-initiatief om te zorgen voor homogene nationale en internationale samenwerking en om mogelijke nieuwe transnationale risico’s het hoofd te bieden.
Doordat het programma gerichte steun biedt, versterkt het de EU-capaciteit om eurovalsemunterij te bestrijden. Mocht het programma er niet zijn, dan zou dat effecten hebben op lopende initiatieven en de uitbouw van nieuwe relaties en netwerken hinderen, hetgeen transnationale samenwerkingsinspanningen zou belemmeren.
Verwachte meerwaarde EU
Het programma biedt aanzienlijke meerwaarde van de EU door de totstandbrenging en versterking van relaties en samenwerking tussen lidstaten, derde landen, instellingen van de Unie en internationale organisaties die buiten het bereik liggen van afzonderlijke nationale autoriteiten, zoals het tot stand brengen van een coördinatie met de Chinese autoriteiten om het hoofd te bieden aan dreigingen zoals de distributie van vervalste eurohologrammen, en het aanmoedigen van een gemeenschappelijke EU-strategie om het hoofd te bieden aan dreigingen die uitgaan van biljetten met gewijzigd ontwerp.
Doordat het programma gerichte steun biedt, versterkt het de EU-capaciteit om eurovalsemunterij te bestrijden. Mocht het programma er niet zijn, dan zou dat effecten hebben op lopende initiatieven en de uitbouw van nieuwe relaties en netwerken hinderen, hetgeen transnationale samenwerkingsinspanningen zou belemmeren.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
In 2024 is een tussentijdse evaluatie van het Pericles IV-programma uitgevoerd overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2021/840. De conclusie van die evaluatie is dat de doelstelling van het Pericles IV-programma om bij te dragen aan het voorkomen en bestrijden van eurovalsemunterij – en aldus de integriteit van eurobankbiljetten en -munten te beschermen – wordt verwezenlijkt.
Het programma blijkt in het algemeen doeltreffend te zijn wat betreft het verbeteren van informatie-uitwisseling, technische vaardigheden, institutionele kaders en operationele capaciteiten voor de bestrijding van eurovalsemunterij, zowel in EU-lidstaten als in derde landen. Het heeft ook met succes bijgedragen aan networking en gezamenlijke onderzoeken, hetgeen belangrijke resultaten heeft opgeleverd, zoals de inbeslagname van valse euro’s en de ontmanteling van criminele organisaties.
Volgens de tussentijdse evaluatie pakt het Pericles IV-programma een kritieke lacune aan in veel lidstaten, die vaak maar over beperkte middelen beschikken voor het organiseren van internationale en multidisciplinaire opleidingen over eurovalsemunterij. Dankzij technische opleidingen, seminars, uitwisseling van medewerkers en studies heeft het programma maatregelen van de lidstaten ondersteund, met name wanneer nationale financiering beperkt was. Het Pericles IV-programma heeft er dus voor gezorgd dat middelen tot dusver doelmatig zijn ingezet voor het verwezenlijken van de outputs, resultaten en effecten van het programma. De beheerskosten mogen dan verhoudingsgewijs hoger liggen dan bij soortgelijke programma’s, toch valt dit voornamelijk toe te schrijven aan het beperkte totale budget van het programma. Het totale aandeel van de beheerskosten neemt evenwel af als gevolg van digitalisering, hetgeen wijst op algehele efficiëntiewinsten. De nauwe betrokkenheid van de diensten van de Commissie bij de coördinatie en uitvoering van acties, bijvoorbeeld door het voorzitten van de vergaderingen van de deskundigengroep eurovalsemunterij (ECEG), zorgt voor draagvlak bij de lidstaten en voor een doeltreffende monitoring. Voor de Pericles IV-generatie van het programma worden tussentijdse evaluaties en een evaluatie achteraf uitgevoerd, ook al leidde, gelet op de geringe omvang van het programma en de hoge mate van continuïteit over meerdere programmeringsperioden, de vraag of twee verplichte evaluaties per financieringscyclus wel in verhouding staan tot de hoogte van het totale budget, tot de suggestie om in de volgende generatie van het programma een van de beide evaluaties door een uitvoeringsverslag te vervangen.
Verder bleek het programma complementair te zijn aan en te sporen met initiatieven van andere instellingen van de Unie, zoals de ECB en Europol. Aangezien de initiatieven van de lidstaten een beperkte reikwijdte hebben, dicht het programma deze lacune door te voorzien in multinationale en multidisciplinaire acties die expertise bieden en de opbouw van relaties tussen de lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen bevorderen.
Het Pericles IV-programma is ook nog steeds zeer relevant en heeft zich aangepast aan evoluerende dreigingen. Opkomende dreigingen in verband met valsemunterij tegengaan en erop toezien dat het aantal opgespoorde valse euro’s zowel onder controle als op een laag niveau blijft, moet een voortdurend aandachtspunt zijn: zolang contant geld wordt gebruikt, blijft het risico van vervalsingen bestaan. Actuele dreigingen die het toekomstige programma zal moeten aanpakken, zijn onder meer de distributie van vervalsingen en hoogkwalitatieve componenten op het internet/darknet, alsmede het tegengaan van “movie money”- en “prop copy”-producten Dit omvat ook potentiële dreigingen met betrekking tot de toekomstige digitale euro en de impact van kunstmatige intelligentie (AI) op de productie en identificatie van vervalste munten en biljetten. Ten slotte werd in de evaluatie aangetekend dat het programma er op inzet dat de outputs van het programma, dankzij de overdracht van kennis door middel van regelmatige follow-upacties en zijn doorlopende ondersteuning, duurzaam in de tijd zijn en dat in de toekomst verdere vooruitgang wordt geboekt bij het verwezenlijken van de doelstellingen van het programma. Belanghebbenden wijzen op veranderende dreigingen en een mate van personeelsverloop binnen de bevoegde nationale autoriteiten, en beklemtonen dat opleidingen om de twee tot drie jaar moeten worden herhaald, hetgeen het belang onderstreept om het programma met een vergelijkbaar opzet voort te zetten.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Het initiatief maakt deel uit van het voorstel voor het meerjarig financieel kader 2028-2034.
Het programma genereert aanzienlijke meerwaarde van de EU doordat het relaties en samenwerking tot stand brengt en versterkt tussen lidstaten, derde landen, instellingen van de Unie, en internationale organisaties die verder gaan dan het werkterrein van afzonderlijke nationale autoriteiten.
Mogelijke synergie-effecten kunnen worden gevonden met het programma voor de eengemaakte markt dat vanuit de EU-begroting gesteunde maatregelen zal poolen om grensoverschrijdende barrières en barrières tussen landen te slopen en samenwerking tussen nationale overheidsdiensten te stimuleren – waaraan ook Pericles zal bijdragen – alsmede het efficiënte functioneren van de eengemaakte markt door het garanderen van de veiligheid van de gemeenschappelijke munt. Ook met het Europees Fonds voor concurrentievermogen zijn synergie-effecten mogelijk doordat ook het Pericles V-programma zal trachten aan strategische autonomie en de bescherming van kritieke infrastructuur bij te dragen door te zorgen voor het veilige gebruik van de euro als de gemeenschappelijke munt en betaalmethode.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
beperkte geldigheidsduur
–van kracht van 1.1.2028 tot en met 31.12.2034
–financiële gevolgen vanaf 2028 tot en met 2034 voor vastleggingskredieten en vanaf 2028 tot en met 2037 voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–uitvoering met een opstartperiode vanaf YYYY tot en met YYYY,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
–in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
De regels inzake toezicht en verslagen voor dit programma zullen de vereisten volgen die zijn vastgelegd in Verordening xxx [Horizontal Performance Regulation].
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Wijze van uitvoering van de begroting:
Het programma wordt uitgevoerd via direct beheer door de Commissie. Een en ander waarborgt dat de Commissie belast is met zowel het directe beheer van het programma als met de vormgeving en uitvoering van EU-beleid en EU-wetgeving voor de bescherming van de euro, met inbegrip van preventie, handhaving en samenwerking, waardoor een optimale mate van synergie mogelijk wordt. Dit garandeert de daadwerkelijke verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, aangezien wetgeving en beleid hierdoor aan de uitvoering van het programma worden gekoppeld. Deelname van de Commissie aan bijna elke actie ondersteunt de voorbereiding en presentatie van de wetgevings- en beleidsdimensies van de EU.
Mechanisme voor de uitvoering van de financiering:
Financiële steun uit hoofde van het programma voor subsidiabele acties wordt verstrekt in de vorm van:
a) subsidies (“Door bevoegde nationale autoriteiten uitgevoerde acties”), of
b) overheidsopdrachten (“eigen acties”).
De Commissie maakt gebruik van overheidsopdrachten (“eigen acties”) om de subsidieacties aan te vullen en zo in te spelen op het grootste aantal nieuwe bedreigingen en prioriteiten.
Het programma zal alle uit hoofde van artikel 110 van het Financieel Reglement verplichte acties bevatten, met inbegrip van de verdeling van de begrotingsmiddelen.
Wijze van betaling:
De Commissie doet de volgende betalingen aan de begunstigde:
– één voorfinancieringstranche;
– één betaling van het saldo, op basis van het verzoek om betaling van het saldo.
De voorfinanciering dient om de begunstigde kasmiddelen te verstrekken. De voorfinanciering blijft eigendom van de Unie totdat deze is verrekend met de betaling van het saldo. De betaling van het saldo vergoedt of dekt het resterende deel van de subsidiabele kosten die door de begunstigde voor de uitvoering van de actie zijn gemaakt.
Controlestrategie:
De controleprocedures voor beide onderdelen van het programma (subsidies en opdrachten) voldoen aan het Financieel Reglement.
Verificaties vooraf (vastleggingen en betalingen)
De Commissie kiest voor een financieel circuit volgens een gedeeltelijk gedecentraliseerd model, waarbij de financiële initiatie en de verificatie bij de centrale financiële eenheid worden ondergebracht en de operationele initiatie, verificatie en definitieve goedkeuring bij de operationele eenheden. Alle dossiers worden gecontroleerd door minstens vier functionarissen (de financieel initiatiefnemende functionaris en de met financiële controle belaste functionaris binnen de afdeling begroting, en de operationeel initiatiefnemende en de met de operationele controle belaste functionaris binnen de voor de uitgaven verantwoordelijke afdeling) voordat zij door de gesubdelegeerd ordonnateur worden goedgekeurd.
Bij alle aanbestedingen in het kader van Pericles is op de dag waarop een actie wordt uitgevoerd, een vertegenwoordiger van de Commissie aanwezig om erop toe te zien dat de middelen correct worden gebruikt (bv. conferenties en opleidingen).
Subsidies
- De door de begunstigden ondertekende subsidieovereenkomst bevat de voorwaarden voor de financiering en activiteiten waarop de subsidie van toepassing is, alsmede een hoofdstuk over controlemiddelen.
- Bij de meeste Periclessubsidies is op de dag van de actie een vertegenwoordiger van de Commissie aanwezig om bij te dragen aan het evenement (bv. sprekers, opleiders) en de goede uitvoering van de actie te controleren (bv. conferenties en opleidingen).
Aanbestedingen
- Een gedetailleerd bestek wordt opgesteld dat als basis dient voor specifieke overeenkomsten. In alle tussen de Commissie en de externe partij gesloten overeenkomsten worden fraudebestrijdingsmaatregelen opgenomen.
- De Commissie controleert alle te leveren prestaties en houdt toezicht op alle door de raamcontractant uitgevoerde operaties en diensten.
De verrichte controles bieden de Commissie voldoende zekerheid over de kwaliteit en de regelmatigheid van de uitgaven en verminderen het risico van niet-naleving. De bovengenoemde controles reduceren de potentiële risico’s praktisch tot nul en betreffen 100 % van de begunstigden. De controlestrategie van het programma wordt toereikend geacht om het risico van niet-naleving te beperken en is, gezien het geringe budget waarvan sprake is, evenredig met het betrokken risico.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
Het risiconiveau voor de subsidieovereenkomsten wordt laag geacht, aangezien in 90 % van de gevallen de begunstigden overheidsorganen of rechtshandhavingsinstanties in de lidstaten zijn. Voor de op basis van een aanbestedingsprocedure geplaatste opdrachten zijn de risico’s beperkt, doordat op een belangrijk deel van de uitgaven juridisch en financieel een raamcontract van toepassing is, dat voor één jaar wordt gesloten en eventueel driemaal kan worden verlengd.
Overeenkomstig de voorschriften van de Commissie zal jaarlijks een risicobeoordeling plaatsvinden.
Een belangrijk in de subsidiedossiers vastgesteld risico is de soepele interpretatie die de begunstigden geven aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden van bij de uitvoering van de actie gemaakte kosten. Om dit risico te beperken, worden veelgestelde vragen voor aanvragers gepubliceerd in het financierings- en aanbestedingsportaal.
Betrouwbaarheid van financiële verslaglegging: om een getrouw beeld van de stand van zaken te garanderen, worden de bedragen van alle betalingen gecontroleerd. Ook wordt horizontale verificatie van de boekhouding en verslaggeving toegepast.
Bescherming van activa en informatie: de betalingen van voorfinancieringen die nog goedkeuring moeten krijgen, staan als activa op de balans. Bescherming wordt op twee manieren verwezenlijkt: de financiële capaciteit van de potentiële begunstigde is gegarandeerd aangezien alle aanvragers worden geselecteerd uit een gesloten groep van overheidsorganen en de operationele eenheid het hele jaar door regelmatig monitort of de te leveren prestaties op tijd worden ontvangen.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
De algemene kosteneffectiviteit van controles van de Periclesuitgaven zal worden gemeten aan de hand van het aandeel in de totale kosten van de controles van de betalingen. Er moet rekening mee worden gehouden dat, hoewel de controlekostenratio boven het gemiddelde zal liggen, de uitvoering voldoende efficiënt en kosteneffectief zal zijn. De hoge controlekostenratio kan als volgt worden verklaard:
De verantwoordelijke eenheid is ook een actieve bedrijfseenheid, waarvan de activiteiten verweven zijn met de uitvoering van de Periclesacties door de lidstaten en de bevoegde nationale autoriteiten. Dit gebeurt door het overleg en de coördinatie van de deskundigengroep van de lidstaten en door het bijwonen van alle door begunstigden georganiseerde evenementen/workshops/opleidingen. Voorafgaand overleg garandeert de hoge kwaliteit van de outputs die voor de werkzaamheden van de eenheid worden gebruikt. De deelname van personeelsleden van de Commissie aan alle evenementen betreft in hoofdzaak hun werkzaamheden als bedrijfseenheid (voorzitten, geven van presentaties, leiden van workshops, mede formuleren van conclusies en consequent gebruik van de outputs) en biedt tegelijkertijd de gelegenheid om de kwaliteit van alle uitgevoerde acties ter plaatse te monitoren en te evalueren (maximaal 15 % van de tijd die ter plaatse wordt doorgebracht). In dezelfde context verwelkomt de Commissie in haar gebouwen vaak deelnemers aan personeelsuitwisselingen in het kader van Pericles. Deze taken nemen voor de eenheid veel tijd in beslag en zijn meestal beleidsgerelateerd.
Pericles heeft een relatief klein budget, waarvan de uitvoering en de controles niet in verhouding staan tot het relatief lage aantal toegekende subsidies. In dezelfde geest kan het programma vanwege zijn lage budget niet profiteren van schaalvoordelen.
Het programma wordt uitgevoerd via één oproep tot het indienen van voorstellen, met twee termijnen; daarom worden jaarlijks twee gunningsprocedures beheerd. Het doel voor het beheers- en controlesysteem is om de verwachte niveaus van foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) onder de materialiteitsdrempel van 2 % op jaarbasis te houden.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Zie overweging 9 van het voorstel. Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (“OLAF”) overeenkomstig de Verordeningen (EU, Euratom) nr. 883/2013 en (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen.
De Commissie handhaaft een robuuste fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie (CAFS). DG ECFIN vult die aan met een fraudebestrijdings- en auditstrategie die de activiteiten bestrijkt die binnen zijn opdracht vallen, alsmede met controles achteraf van programma’s van DG ECFIN.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen: niet van toepassing
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
2
|
05 01 03 Ondersteunende uitgaven voor Pericles (bescherming van de euro)
|
NGK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
|
2
|
05 04 01 Pericles
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
2
|
|
DG: ECFIN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel 05 04 01 Pericles
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel 05 01 03 Ondersteunende uitgaven voor Pericles (bescherming van de euro)
|
|
(3)
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+3
|
1
|
1
|
1
|
1
|
1
|
1
|
1
|
7
|
|
voor DG ECFIN
|
Betalingen
|
=2a+3
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <2>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
1
|
1
|
1
|
1
|
1
|
1
|
1
|
7
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
4
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG ECFIN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
Personele middelen
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
2,632
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,105
|
|
TOTAAL DG ECFIN
|
Kredieten
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
2,737
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 4 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
0,391
|
2,737
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
|
Vastleggingen
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
De output- en resultaatindicatoren voor de monitoring van de voortgang en de resultaten van dit programma zullen overeenstemmen met de gemeenschappelijke indicatoren waarin Verordening (EU) XXX [Performance Regulation] voorziet.
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
RUBRIEK 4
|
|
Personele middelen
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
0,376
|
2,632
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,015
|
0,105
|
|
Subtotaal RUBRIEK 4
|
0,391
|
0. 391
|
0. 391
|
0. 391
|
0. 391
|
0. 391
|
0. 391
|
2,737
|
|
Buiten RUBRIEK 4
|
|
Personele middelen
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 4
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
|
TOTAAL
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 4
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 4
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
2
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 4 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
2
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
*Leg hierna beknopt uit waarom de in het betrokken voorstel opgenomen taken niet volledig kunnen worden gedekt door bestaande HR-middelen en interne herschikkingen binnen het DG dat de actie reeds uitvoert of binnen de diensten van de Commissie.
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
Planning, beheer, follow-up en monitoring van de uitvoering van het programma.
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 4 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 3 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
RUBRIEK 4
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,115
|
|
Subtotaal RUBRIEK 4
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,115
|
|
Buiten RUBRIEK 4
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 4
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,016
|
0,115
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel is in overeenstemming met het voorstel voor het MFK 2028-2034.
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Totaal
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2028
|
Jaar 2029
|
Jaar 2030
|
Jaar 2031
|
Jaar 2032
|
Jaar 2033
|
Jaar 2034
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
Het huidige voorstel wordt geacht geen digitale relevantie te hebben. Het introduceert, wijzigt of beïnvloedt het gebruik van digitale middelen, data-aspecten of aanbieding van digitale overheidsdiensten niet. Het toepassingsgebied van het voorstel is beperkt tot de bescherming van de euro tegen valsemunterij en valt dus buiten de toepassing van het “digital by default”-beginsel.
De aanvraagprocedure voor begunstigden van het programma wordt beheerd door het eGrants-systeem, een reeds bestaand digitaal instrument dat door de meeste subsidieprogramma’s wordt gebruikt om het aanvraagproces te faciliteren.
|
4.2.Data
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering