Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0407

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie, van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht

COM/2025/407 final

Brussel, 17.7.2025

COM(2025) 407 final

2025/0225(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Unie, van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel betreft de ondertekening van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra (Andorra) over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht 1 (de overeenkomst).

De overeenkomst biedt de rechtsgrondslag voor de wederzijdse automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen tussen de EU-lidstaten en Andorra, overeenkomstig de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ontwikkelde gezamenlijke rapportagestandaard (Common Reporting Standard, CRS). Dezelfde standaard wordt in de Europese Unie toegepast in het kader van Richtlijn 2014/107/EU 2 van de Raad (DAC2: de eerste wijziging van Richtlijn 2011/16/EU 3 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen — Directive on Administrative Cooperation, DAC) 4 .

Op 26 augustus 2022 zijn op internationaal niveau belangrijke wijzigingen in de CRS goedgekeurd 5 die vanaf 1 januari 2026 van toepassing zullen zijn. Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad 6  (DAC8) heeft deze wijzigingen reeds binnen de Europese Unie doorgevoerd en zal met ingang van 1 januari 2026 ook van toepassing zijn.

De wijzigingen breiden het toepassingsgebied van de CRS uit met elektronischgeldproducten en digitale centralebankmunten. Zij verbeteren ook de due diligence-procedures en de resultaten van de rapportages, teneinde de bruikbaarheid van CRS-inlichtingen voor belastingdiensten te vergroten en de lasten voor financiële instellingen waar mogelijk te beperken.

Om ervoor te zorgen dat de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen tussen EU-lidstaten en Andorra vanaf 1 januari 2026 consistent blijft met de bijgewerkte CRS en dienovereenkomstig van toepassing blijft, moest er worden onderhandeld en overeenstemming worden bereikt over overeenkomstige wijzigingen van de overeenkomst.

Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming, AVG) 7 is sinds mei 2018 van toepassing.

Om ervoor te zorgen dat deze aanpassingen in de overeenkomst tot uiting komen, moesten de verwijzingen naar de ingetrokken Richtlijn 95/46/EG worden geschrapt en worden vervangen door verwijzingen naar Verordening (EU) 2016/679. Tegelijkertijd zijn ook de verwijzingen naar de nationale wetgeving inzake gegevensbescherming van Andorra geactualiseerd. Met deze wijzigingen wordt voorts weergegeven dat het adequaatheidsbesluit van de EU betreffende Andorra 8 van toepassing blijft. 

Op 21 mei 2024 is een besluit van de Raad vastgesteld tot machtiging tot het openen van onderhandelingen over de wijziging van de Overeenkomst betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht tussen de Europese Unie en Andorra 9 .

Er zijn verschillende onderhandelingsronden gehouden en in april 2025 is een voorlopig akkoord bereikt. Vervolgens is de ontwerptekst van het wijzigingsprotocol op 18 juni 2025 door de hoofdonderhandelaars geparafeerd.

De Raad is voortdurend op de hoogte gehouden over de voortgang van de onderhandelingen in de Groep belastingvraagstukken en in de Groep op hoog niveau. De tekst van het ontwerp van het wijzigingsprotocol is met name vóór de parafering ervan gedeeld en besproken met de lidstaten. De geparafeerde tekst is ook gedeeld met het Europees Parlement.

De Commissie is van oordeel dat de door de Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren vastgestelde doelstellingen zijn bereikt en dat de onderhandelde tekst aanvaardbaar is voor de Unie.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Over de wijziging van de overeenkomst is onderhandeld overeenkomstig de uitgebreide onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad op 21 mei 2024 heeft aangenomen.

Het overeengekomen wijzigingsprotocol zorgt ervoor dat de bestaande overeenkomst tussen de Europese Unie en Andorra in overeenstemming blijft met de wetgeving van de Unie op dit gebied, met name de DAC zoals gewijzigd bij DAC8.

De DAC8 omvat, naast andere wijzigingen, de meest recente wijzigingen in de CRS van de OESO. Gezien de nauwe relatie op dit gebied tussen de Europese Unie en Andorra is het belangrijk de administratieve samenwerking met hun belastingautoriteiten op het gebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen op dezelfde wijze te verbeteren. De tijdige actualisering van de overeenkomst zorgt ervoor dat deze administratieve samenwerking ook na 1 januari 2026 vlot en effectief blijft lopen.

In de wijzigingen van de overeenkomst wordt ook rekening gehouden met het beleid van de Unie op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering: de cliëntenonderzoeksactiviteiten die financiële instellingen moeten uitvoeren om inlichtingen te verzamelen over financiële rekeningen die conform de overeenkomst moeten worden uitgewisseld, worden grotendeels op één lijn gebracht met de activiteiten die diezelfde financiële instellingen moeten uitvoeren als meldingsplichtige entiteiten conform het rechtskader van de Europese Unie voor de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering.

In het wijzigingsprotocol wordt ook rekening gehouden met het beleid van de Unie inzake de eerbiediging van de grondrechten en in het bijzonder de bescherming van persoonsgegevens wanneer deze gegevens aan niet-EU- en niet-EER-landen worden doorgegeven.

Wat de onderdelen van de CRS betreft, bevat artikel 8 van de overeenkomst zelf een bepaling die de overeenkomstsluitende partijen verplicht te overleggen telkens wanneer er op het niveau van de OESO wordt besloten om enig aspect van de CRS in belangrijke mate te wijzigen. Het artikel bepaalt ook dat de overeenkomst na dit overleg kan worden gewijzigd door middel van een protocol tussen de overeenkomstsluitende partijen. Aangezien er op 26 augustus 2022 binnen de OESO belangrijke wijzigingen in de CRS zijn goedgekeurd, en in overeenstemming met de exclusieve bevoegdheid van de Unie die voortvloeit uit de bestaande overeenkomst, voert het wijzigingsprotocol alle wijzigingen door die nodig zijn om aan te sluiten bij de overeenkomstige wijzigingen in de CRS. De uitvoering van die wijzigingen binnen de Unie is geregeld bij Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

Aangezien de hoofddoelstelling en de onderdelen van de overeenkomst erin bestaan de administratieve samenwerking op het gebied van directe belastingen te verbeteren, vormt artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) de materiële rechtsgrondslag.

Aangezien artikel 115 VWEU eenparigheid van stemmen vereist voor een handeling van de Unie, moet de procedurele rechtsgrondslag voor de sluiting van dit wijzigingsprotocol artikel 218, lid 8, tweede alinea, VWEU omvatten. De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van de beoogde overeenkomst is derhalve artikel 218, lid 5, VWEU in samenhang met artikel 218, lid 8, tweede alinea, VWEU.

•    Bevoegdheid van de Unie

Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie is de Unie exclusief bevoegd wanneer een overeenkomst gemeenschappelijke regels kan aantasten of de strekking daarvan kan wijzigen 10 . Deze jurisprudentie is vastgelegd in artikel 3, lid 2, VWEU. Naast de gebieden waarvoor de Unie krachtens artikel 3, lid 1, VWEU exclusief bevoegd is, is zij krachtens artikel 3, lid 2, VWEU “tevens exclusief bevoegd een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of wanneer die sluiting gemeenschappelijke regels kan aantasten of de strekking daarvan kan wijzigen”.

•Evenredigheid

Het wijzigingsprotocol is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en gaat niet verder dan nodig is om te voldoen aan de doelstelling van de actualisering van de overeenkomst te verwezenlijken, namelijk het opnemen van de wijzigingen in de gezamenlijke rapportagestandaard die op 1 januari 2026 van kracht worden. Deze wijzigingen zullen de lidstaten in staat stellen de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen met Andorra op ononderbroken wijze voort te zetten op een wijze die in overeenstemming is met de nieuwe vereisten van de CRS, zoals die reeds in de DAC8 zijn opgenomen.

•Keuze van het instrument

In artikel 218, lid 5, VWEU wordt bepaald dat de Commissie of de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid voorstellen indient bij de Raad, die een besluit vaststelt waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening en indien nodig de voorlopige toepassing van een internationale overeenkomst. Gezien het onderwerp van de beoogde overeenkomst, is het passend dat de Commissie een voorstel in die zin indient.

3.RESULTATEN VAN EFFECTBEOORDELINGEN

•Effectbeoordeling

Overeenkomstig instrument 7 van de toolbox voor betere regelgeving 11 is een effectbeoordeling onder meer niet nodig wanneer de Commissie op het gebied in kwestie over weinig tot geen keuzevrijheid beschikt.

Aan deze voorwaarde is in dit geval voldaan, aangezien de wijzigingen van de bestaande overeenkomsten met betrekking tot de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen volledig in overeenstemming zijn met de wijzigingen van de CRS die op OESO-niveau zijn overeengekomen en reeds door middel van de DAC8 in het EU-recht zijn opgenomen. Wat de actualiseringen betreffende gegevensbescherming betreft, zijn deze gericht op het actualiseren van verwijzingen naar wetgeving inzake gegevensbescherming van de EU en Andorra.

•Grondrechten

Het beoogde wijzigingsprotocol bij de overeenkomst eerbiedigt de kernwaarden van de Europese Unie zoals neergelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Artikelsgewijze toelichting

De beoogde wijzigingen hebben betrekking op de volgende punten:

1. Wijzigingen om ervoor te zorgen dat de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen tussen de lidstaten en Andorra in het kader van de bestaande overeenkomst vanaf 1 januari 2026 wordt afgestemd op en blijft plaatsvinden in overeenstemming met de geactualiseerde CRS

De geplande wijzigingen breiden het toepassingsgebied van de rapportage uit tot nieuwe digitale financiële producten, zoals gespecificeerde elektronischgeldproducten en digitale centralebankmunten. Tegelijkertijd worden met de wijzigingen gedetailleerdere rapportagevoorschriften en strengere due diligence-procedures ingevoerd om de betrouwbaarheid en het gebruik van de uitgewisselde inlichtingen te verbeteren. Deze gewijzigde vereisten voor de rapportage en uitwisseling van inlichtingen zijn vermeld in artikel 2, artikel 3 en bijlage I. Zij zijn met ingang van 1 januari 2026 van toepassing.

De wijzigingen bevatten ook bepalingen om te zorgen voor een efficiënte interactie tussen de CRS en het afzonderlijke rapportagekader voor cryptoactiva (Crypto-Asset Reporting Framework, “CARF”) dat door de OESO is ontwikkeld 12 . De bepalingen beperken dubbele rapportage en laten rapporterende financiële instellingen die op grond van het CARF ook aan verplichtingen onderworpen zijn, tegelijkertijd zoveel mogelijk operationele flexibiliteit behouden. Deze bepalingen zijn slechts van toepassing vanaf de datum waarop Andorra het CARF met alle lidstaten toepast.

2. Actualisering van de wettelijke verwijzing naar de wetgeving inzake gegevensbescherming

Alle verwijzingen naar Richtlijn 95/46/EG zijn vervangen door verwijzingen naar de AVG.

Tegelijkertijd is de wettelijke verwijzing naar de nationale wetgeving inzake gegevensbescherming van Andorra bijgewerkt naar de gekwalificeerde wet 29/2021 inzake de bescherming van persoonsgegevens (gegevensbeschermingswet).

•Ondertekening en de tekst van het wijzigingsprotocol

De tekst van het wijzigingsprotocol wordt samen met dit voorstel bij de Raad ingediend. De tekst van de gezamenlijke verklaringen wordt samen met dit voorstel ingediend.

Overeenkomstig de Verdragen is het aan de Commissie om te zorgen voor de ondertekening van het wijzigingsprotocol, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

2025/0225 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Unie, van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 115, in samenhang met artikel 218, lid 5, en artikel 218, lid 8, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht 13 (“de overeenkomst”) heeft de wederzijdse bijstand tussen de overeenkomstsluitende partijen in fiscale aangelegenheden en de internationale naleving van de belastingplicht verbeterd.

(2)Op 26 augustus 2022 14 zijn op internationaal niveau belangrijke wijzigingen in de gezamenlijke rapportagestandaard (CRS) goedgekeurd en in de wetgeving van de Unie opgenomen door de wijziging van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad bij Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad 15 .

(3)Op 21 mei 2024 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen met het Vorstendom Andorra te openen over een wijziging van de overeenkomst om rekening te houden met de op internationaal niveau goedgekeurde wijzigingen van de CRS. De onderhandelingen zijn succesvol afgerond met de parafering van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht (“het wijzigingsprotocol bij de overeenkomst”).

(4)Het wijzigingsprotocol bij de overeenkomst breidt het toepassingsgebied van de rapportage voor CRS uit tot nieuwe digitale financiële producten, zoals gespecificeerde elektronischgeldproducten en digitale centralebankmunten, en introduceert tegelijkertijd gedetailleerdere rapportagevereisten en aangescherpte due diligence-procedures. Ook worden de verwijzingen naar de wetgeving inzake gegevensbescherming van de overeenkomstsluitende partijen geactualiseerd.

(5)Het wijzigingsprotocol bij de overeenkomst moet derhalve namens de Unie worden ondertekend en de bijgevoegde gezamenlijke verklaringen moeten worden goedgekeurd.

(6)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hierbij wordt machtiging verleend voor de ondertekening, namens de Unie, van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht, onder voorbehoud van de sluiting van genoemd wijzigingsprotocol 16 .

Artikel 2

De gezamenlijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen over de inwerkingtreding van het wijzigingsprotocol, de gezamenlijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen over de overeenkomst en de bijlagen, en de gezamenlijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen over artikel 5 van de overeenkomst worden hierbij goedgekeurd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 157 van 26.6.2003, blz. 38. PB L 268 van 1.10.2016, blz. 38.
(2)    PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1.
(3)    PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1.
(4)    PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1.
(5)     https://www.oecd.org/en/publications/international-standards-for-automatic-exchange-of-information-in-tax-matters_896d79d1-en.html , blz. 62-102.
(6)    Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PB L, 24.10.2023).
(7)    PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(8)    Besluit 2010/625/EU van de Commissie van 19 oktober 2010 overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG over de passende bescherming van persoonsgegevens in Andorra.
(9)    Besluit (EU) 2024/1489 van de Raad van 21 mei 2024 tot machtiging tot het openen van onderhandelingen over de wijziging van de overeenkomsten betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht tussen de Europese Unie en respectievelijk de Zwitserse Bondsstaat, het Vorstendom Liechtenstein, het Vorstendom Andorra, het Vorstendom Monaco en de Republiek San Marino.
(10)    Advies 3/15 van het Hof, ECLI:EU:C:2017:114, punt 118 en de daarin aangehaalde rechtspraak.
(11)    https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/br_toolbox-nov_2021_en_0.pdf.
(12)     https://www.oecd.org/en/publications/international-standards-for-automatic-exchange-of-information-in-tax-matters_896d79d1-en.html , blz. 8-61.
(13)    PB L 157 van 26.6.2003, blz. 38. PB L 268 van 1.10.2016, blz. 38.
(14)     https://www.oecd.org/en/publications/international-standards-for-automatic-exchange-of-information-in-tax-matters_896d79d1-en.html , blz. 62-102.
(15)    Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PB L, 24.10.2023) http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2226/oj ).
(16)    De tekst van het wijzigingsprotocol bij de overeenkomst is bekendgemaakt in PB L, […].
Top

Brussel, 17.7.2025

COM(2025) 407 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende de ondertekening, namens de Unie, van het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht


WIJZIGINGSPROTOCOL

bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht

DE EUROPESE UNIE,

en

HET VORSTENDOM ANDORRA, hierna “Andorra” genoemd,

beide hierna afzonderlijk “de overeenkomstsluitende partij” en gezamenlijk “de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen al heel lang een nauwe relatie onderhouden waar het gaat om wederzijdse bijstand in fiscale aangelegenheden, die aanvankelijk bestond in de toepassing van maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad 1 en die later is uitgewerkt in de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra over de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen ter verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht 2 (“de overeenkomst”), zoals gewijzigd bij het Wijzigingsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Andorra waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in Richtlijn 2003/48/EG van de Raad betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling 3 , gebaseerd op de wederzijdse automatische uitwisseling van inlichtingen door middel van de toepassing van de standaard voor de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen (“de Mondiale Standaard”) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO),

OVERWEGENDE dat, na de eerste uitgebreide evaluatie van de Mondiale Standaard door de OESO, wijzigingen van de mondiale standaard in augustus 2022 zijn goedgekeurd door de Commissie inzake belastingen van de OESO en op 8 juni 2023 door de OESO-Raad zijn aangenomen door middel van zijn herziene aanbeveling betreffende de internationale standaarden voor de automatische uitwisseling van inlichtingen in fiscale aangelegenheden (“de actualisering van de Mondiale Standaard”),

OVERWEGENDE dat in de uitgebreide evaluatie door de OESO de toenemende complexiteit van financiële instrumenten en de opkomst en het gebruik van nieuwe soorten digitale activa aan het licht zijn gekomen en is erkend dat de Mondiale Standaard moet worden aangepast om een alomvattende en doeltreffende naleving van de belastingwetgeving te waarborgen,

OVERWEGENDE dat bij de actualisering van de Mondiale Standaard het toepassingsgebied van de rapportage is uitgebreid tot nieuwe digitale financiële producten, zoals gespecificeerde elektronischgeldproducten en digitale centralebankmunten, die geloofwaardige alternatieven bieden voor traditionele financiële rekeningen, waarvoor krachtens de Mondiale Standaard reeds rapportageverplichtingen gelden,

OVERWEGENDE dat het nieuwe OESO-rapportagekader voor cryptoactiva (Crypto-Asset Reporting Framework, “CARF”), dat parallel met de actualisering van de mondiale standaard is ingevoerd, fungeert als een aanvullend mechanisme op mondiaal niveau en specifiek is ontworpen om de snelle ontwikkeling en groei van de markt voor cryptoactiva aan te pakken,

OVERWEGENDE dat het absoluut noodzakelijk werd geacht te zorgen voor een efficiënte interactie tussen deze twee kaders, met name om gevallen van dubbele rapportage te beperken, door: i) gespecificeerde elektronischgeldproducten en digitale centralebankmunten uit te sluiten van het toepassingsgebied van het CARF, aangezien zij zijn opgenomen in de geactualiseerde Mondiale Standaard; ii) cryptoactiva die binnen het toepassingsgebied van de geactualiseerde Mondiale Standaard vallen, te beschouwen als financiële activa met het oog op de rapportage van bewaarrekeningen, aandelen in of schuldvorderingen op beleggingsentiteiten (behalve in gevallen van dienstverlening waarbij wisseltransacties verrichten voor of namens klanten, die onder het CARF vallen), indirecte beleggingen in cryptoactiva via andere traditionele financiële producten of traditionele financiële producten die in cryptografische vorm zijn uitgegeven; en iii) te voorzien in een facultatieve bepaling voor rapporterende financiële instellingen om de rapportage van bruto-opbrengsten uit te schakelen voor activa die in beide kaders als cryptoactiva zijn geclassificeerd, wanneer dergelijke informatie in het kader van het CARF wordt gerapporteerd, en tegelijkertijd alle andere informatie, zoals het saldo van de rekening, in het kader van de Mondiale Standaard te blijven rapporteren,

OVERWEGENDE dat het CARF binnen de Europese Unie is uitgevoerd door Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad 4 , tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU 5 van de Raad, waarbij die bepalingen vanaf 1 januari 2026 van toepassing zijn,

OVERWEGENDE dat Andorra in dit stadium niet is aangemerkt als rechtsgebied dat van belang is voor de uitvoering van het CARF door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden van de OESO (“het Mondiaal Forum”), maar bereid blijft alle nodige stappen te zetten om het CARF op vlotte wijze uit te voeren en toe te passen wanneer het Mondiaal Forum het wel als een dergelijk rechtsgebied beschouwt,

OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen, om gevallen van dubbele rapportage te beperken, wanneer Andorra het CARF uitvoert betreffende de lidstaten, de afbakening tussen de overeenkomst, het CARF en Richtlijn (EU) 2023/2226 moeten toepassen op een wijze die strookt met de afbakening tussen de geactualiseerde Mondiale Standaard en het CARF,

OVERWEGENDE dat de actualisering van de Mondiale Standaard gedetailleerdere rapportagevoorschriften en strengere due diligence-procedures invoert om de betrouwbaarheid en het gebruik van de uitgewisselde inlichtingen te verbeteren,

OVERWEGENDE dat de actualisering van de Mondiale Standaard een nieuwe categorie “uitgezonderde rekening” voor kapitaalstortingsrekeningen en een de-minimisdrempel voor de rapportage van depositorekeningen met gespecificeerde elektronischgeldproducten toevoegt,

OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen hun respectieve gegevensbeschermingswetten en -praktijken — met name, voor Andorra, gekwalificeerde wet 29/2021 inzake de bescherming van persoonsgegevens (gegevensbeschermingswet) 6 en, voor de Europese Unie, Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 7  — zullen toepassen op de verwerking van de persoonsgegevens die worden uitgewisseld overeenkomstig de overeenkomst, en zich ertoe zullen verbinden elkaar onverwijld in kennis te stellen van inhoudelijke veranderingen in die wetten en praktijken,

OVERWEGENDE dat in Besluit 2010/625/EU van de Commissie 8 stond dat, voor alle activiteiten die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad 9 vielen, Andorra wordt geacht een passend beschermingsniveau te bieden voor vanuit de Europese Unie doorgegeven persoonsgegevens,

OVERWEGENDE dat het verslag van de Commissie van 15 januari 2024 aan het Europees Parlement en de Raad over de eerste evaluaties van de adequaatheidsbesluiten die zijn vastgesteld op grond van artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG 10 bevestigt dat Andorra een passend beschermingsniveau blijft bieden voor persoonsgegevens die vanuit de Europese Unie worden doorgegeven,

OVERWEGENDE dat de lidstaten en Andorra beschikken over: i) passende waarborgen om ervoor te zorgen dat de uit hoofde van de overeenkomst verkregen inlichtingen vertrouwelijk blijven en uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden van en door de personen of autoriteiten die betrokken zijn bij de heffing, inning of invordering van, de uitvoering of vervolging ter zake van, of beslissingen in beroepszaken met betrekking tot belastingen, of bij het toezicht daarop, alsook voor andere toegestane doeleinden; en ii) de infrastructuur voor een doeltreffende uitwisselingsrelatie (met inbegrip van vastgelegde procedures voor tijdige, accurate, veilige en vertrouwelijke inlichtingenuitwisseling, doeltreffende en betrouwbare communicatie, en de capaciteit om kwesties en zorgen omtrent uitwisselingen of uitwisselingsverzoeken snel op te lossen en de bepalingen van artikel 4 van de overeenkomst toe te passen),

OVERWEGENDE dat rapporterende financiële instellingen, verzendende bevoegde autoriteiten en ontvangende bevoegde autoriteiten, als verwerkingsverantwoordelijken, de overeenkomstig de overeenkomst verwerkte inlichtingen niet langer mogen bewaren dan nodig is voor de doeleinden ervan, en overwegende dat, gezien de verschillen in de wetgevingen van de lidstaten en Andorra, de maximale bewaartermijn voor elk van de overeenkomstsluitende partijen moet worden vastgesteld op basis van de voorschriften inzake verjaring waarin is voorzien in de nationale belastingwetgeving van elke verwerkingsverantwoordelijke,

OVERWEGENDE dat de verwerking van inlichtingen uit hoofde van de overeenkomst noodzakelijk is voor en evenredig is met het doel om de belastingdiensten van de lidstaten en Andorra in staat te stellen correct en ondubbelzinnig de betrokken belastingplichtigen te identificeren, hun belastingwetgeving in grensoverschrijdende situaties toe te passen en te handhaven, te beoordelen hoe waarschijnlijk belastingontduiking is en onnodig verder onderzoek te vermijden,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)    de aanhef tussen de titel en artikel 1 wordt vervangen door:

“DE EUROPESE UNIE,

en

HET VORSTENDOM ANDORRA, hierna “Andorra” genoemd,

beide hierna afzonderlijk “de overeenkomstsluitende partij” en gezamenlijk “de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

HEBBEN BESLOTEN DE VOLGENDE OVEREENKOMST TE SLUITEN:”;

2)    aan artikel 1, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:

“m)    “Rapportagekader voor Cryptoactiva”: het internationale kader voor de automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot cryptoactiva (met inbegrip van het commentaar) dat door de OESO en de G20-landen is ontwikkeld en op 26 augustus 2022 door de OESO is goedgekeurd.”;

3)    artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)    punten a) en b) worden vervangen door:

“a)    het volgende:

i)    de naam, het adres, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en, voor natuurlijke personen, de geboortedatum en de geboorteplaats van elke Te Rapporteren Persoon die Rekeninghouder van de rekening is en of de Rekeninghouder een geldige eigen verklaring heeft verstrekt;

ii)    in het geval van een Entiteit die een Rekeninghouder is en waarvan met behulp van de due diligence-procedures in overeenstemming met bijlagen I en II wordt vastgesteld dat zij één of meer Uiteindelijk Belanghebbenden heeft die een Te Rapporteren Persoon is, de naam, het adres en het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers van de Entiteit, en de naam, het adres, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en de geboortedatum en geboorteplaats van elke Te Rapporteren Persoon, alsmede de rol(len) op grond waarvan elke Te Rapporteren Persoon een Uiteindelijk Belanghebbende van de Entiteit is en of voor elke Te Rapporteren Persoon een geldige eigen verklaring is verstrekt; en

iii)    of de rekening een gezamenlijke rekening is, met inbegrip van het aantal gezamenlijke rekeninghouders

b)    het rekeningnummer (of een functioneel equivalent indien er geen rekeningnummer is), het soort rekening en of het om een Bestaande Rekening of een Nieuwe Rekening gaat;”;

ii)    aan het einde van punt f) wordt het woord “en” geschrapt;

iii)    het volgende punt wordt ingevoegd na punt f):

“f bis)    ter zake van een Aandelenbelang dat wordt aangehouden in een Beleggingsentiteit die een juridische constructie is, de rol(len) op grond waarvan de Te Rapporteren Persoon een houder van een Aandelenbelang is; en”;

b)    het volgende lid wordt toegevoegd:

“3.    Niettegenstaande lid 2, punt e), ii), en tenzij de rapporterende financiële instelling op grond van deel I, onderdeel F, van bijlage I voor een duidelijk omschreven groep rekeningen anders heeft besloten, hoeven de bruto-opbrengsten van de verkoop, terugbetaling of afkoop van een Financieel Actief niet te worden uitgewisseld voor zover die bruto-opbrengsten uit de verkoop, terugbetaling of afkoop van dat Financieel Actief worden uitgewisseld door de Bevoegde Autoriteit van Andorra met de Bevoegde Autoriteit van een lidstaat of door de Bevoegde Autoriteit van een lidstaat met de Bevoegde Autoriteit van Andorra op grond van het Rapportagekader voor Cryptoactiva.”;

4)    artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)    aan lid 3 worden de volgende alinea’s toegevoegd:

“Niettegenstaande de eerste alinea moeten voor rekeningen die uitsluitend op grond van de door het wijzigingsprotocol van [datum van ondertekening] aan deze overeenkomst aangebrachte wijzigingen als een Te Rapporteren Rekening worden behandeld, en met betrekking tot alle Te Rapporteren Rekeningen, voor de aanvullende inlichtingen die moeten worden uitgewisseld op grond van de in artikel 2, lid 2, van dat wijzigingsprotocol aangebrachte wijzigingen, inlichtingen worden uitgewisseld met betrekking tot het eerste jaar vanaf de inwerkingtreding van dat wijzigingsprotocol en alle daaropvolgende jaren.

Niettegenstaande de eerste en tweede alinea moeten met betrekking tot elke Te Rapporteren Rekening die per 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van het wijzigingsprotocol van [datum van ondertekening] door een Rapporterende Financiële Instelling wordt aangehouden en voor rapportageperioden die eindigen op het tweede kalenderjaar volgend op die datum, inlichtingen met betrekking tot de rol(len) krachtens welke elke Te Rapporteren Persoon een Uiteindelijk Belanghebbende of houder van een Aandelenbelang van de Entiteit is, worden uitgewisseld indien zij overeenkomstig deel I, onderdeel A, punt 1, b), en onderdeel A, punt 6 bis, van bijlage I door de rapporterende financiële instelling worden gerapporteerd.”;

b)    lid 4 wordt vervangen door:

“4.    De bevoegde autoriteiten wisselen de in artikel 2 beschreven inlichtingen automatisch uit via een XML-schema voor de gezamenlijke rapportagestandaard met behulp van het door de OESO goedgekeurde gemeenschappelijke transmissiesysteem of een ander geschikt systeem voor gegevensoverdracht waarover in de toekomst overeenstemming kan worden bereikt.”;

c)    lid 5 wordt geschrapt;

5)    bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)    in deel I wordt onderdeel A als volgt gewijzigd:

i)    de aanhef en punten 1 en 2 worden vervangen door:

“Onverminderd de onderdelen C tot en met F moet iedere Rapporterende Financiële Instelling aan de bevoegde autoriteit van haar rechtsgebied (een lidstaat of Andorra) met betrekking tot elke van haar Te Rapporteren Rekeningen het volgende rapporteren:

1.    de volgende inlichtingen:

a)    de naam, het adres, het rechtsgebied/de rechtsgebieden waarvan de Te Rapporteren Persoon een ingezetene is (een lidstaat of Andorra), het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en, voor natuurlijke personen, de geboortedatum en de geboorteplaats van elke Te Rapporteren Persoon die een Rekeninghouder van de rekening is, en of de Rekeninghouder een geldige eigen verklaring heeft verstrekt;

b)    in het geval van een Entiteit die een Rekeninghouder is en waarvan met behulp van de due diligence-procedures welke met delen V, VI en VII sporen, wordt vastgesteld dat zij één of meer Uiteindelijk Belanghebbenden heeft die een Te Rapporteren Persoon is, de naam, het adres, het rechtsgebied/de rechtsgebieden waarvan de Entiteit een ingezetene is (een lidstaat of Andorra of een ander rechtsgebied), het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers van de Entiteit en de naam, het adres, het rechtsgebied/de rechtsgebieden waarvan de Te Rapporteren Persoon een ingezetene is (een lidstaat of Andorra), het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en de geboortedatum en geboorteplaats van elke Te Rapporteren Persoon, alsmede de rol(len) op grond waarvan elke Te Rapporteren Persoon een Uiteindelijk Belanghebbende van de Entiteit is, en of voor elke Te Rapporteren Persoon een geldige eigen verklaring is verstrekt; en

c)    of de rekening een gezamenlijke rekening is, met vermelding van het aantal gezamenlijke Rekeninghouders;

2.    het rekeningnummer (of een functioneel equivalent indien er geen rekeningnummer is), het soort rekening en of het om een Bestaande Rekening of een Nieuwe Rekening gaat;”;

ii)    aan het einde van punt 6 wordt het woord “en” geschrapt;

iii)    het volgende punt wordt ingevoegd na punt 6:

“6 bis.    ter zake van een Aandelenbelang dat wordt aangehouden in een Beleggingsentiteit die een juridische constructie is, de rol(len) op grond waarvan de Te Rapporteren Persoon een houder van een Aandelenbelang is; en”;

b)    in deel I wordt onderdeel C vervangen door:

“C.    Niettegenstaande onderdeel A, punt 1, hoeven het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers of de geboortedatum ter zake van Bestaande Rekeningen die Te Rapporteren Rekeningen zijn, niet te worden gemeld indien dit fiscaal identificatienummer/deze fiscale identificatienummers en deze geboortedatum niet in het dossier van de Rapporterende Financiële Instelling voorhanden zijn en de Rapporterende Financiële Instelling niet anderszins uit hoofde van nationale wetgeving of enig rechtsinstrument van de Europese Unie verplicht is deze gegevens te verzamelen (indien van toepassing). Rapporterende Financiële Instellingen zijn echter wel verplicht redelijke inspanningen te doen om ter zake van Bestaande Rekeningen aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin Bestaande Rekeningen als Te Rapporteren Rekeningen werden aangemerkt en telkens als de informatie betreffende Bestaande Rekeningen op grond van binnenlandse AML/KYC-procedures moet worden bijgewerkt, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en de geboortedatum te verkrijgen.”;

c)    aan deel I wordt het volgende onderdeel toegevoegd:

“F.    Niettegenstaande onderdeel A, punt 5, b), en tenzij de Rapporterende Financiële Instelling voor een duidelijk omschreven groep rekeningen anders besluit, hoeven de bruto-opbrengsten van de verkoop, terugbetaling of afkoop van een Financieel Actief niet te worden gerapporteerd voor zover die bruto-opbrengsten uit de verkoop, terugbetaling of afkoop van dat Financieel Actief overeenkomstig het Rapportagekader voor Cryptoactiva door de Rapporterende Financiële Instelling worden gerapporteerd.”;

d)    in deel VI, onderdeel A, wordt punt 2, b), vervangen door:

“b)    Vaststellen van de Uiteindelijk Belanghebbenden van een Rekeninghouder. Bij de bepaling van de Uiteindelijk Belanghebbenden van een Rekeninghouder kan een Rapporterende Financiële Instelling zich baseren op de inlichtingen die zijn verzameld en worden bijgehouden op grond van de AML/KYC-procedures, op voorwaarde dat die procedures stroken met de FATF-aanbevelingen van 2012. Indien de Rapporterende Financiële Instelling niet wettelijk verplicht is AML/KYC-procedures toe te passen die stroken met de FATF-aanbevelingen van 2012, moet zij voor het bepalen van de Uiteindelijk Belanghebbenden in wezen soortgelijke procedures toepassen.”;

e)    in deel VII wordt na onderdeel A het volgende onderdeel ingevoegd:

“A bis.    Tijdelijk ontbreken van een eigen verklaring. In uitzonderlijke omstandigheden waarin een Rapporterende Financiële Instelling niet tijdig een eigen verklaring met betrekking tot een Nieuwe Rekening kan verkrijgen om te voldoen aan haar due diligence- en rapportageverplichtingen voor de rapportageperiode waarin de rekening is geopend, moet de Rapporterende Financiële Instelling de due diligence-procedures voor Bestaande Rekeningen toepassen totdat deze eigen verklaring is verkregen en gevalideerd.”;

f)    in deel VIII, onderdeel A, worden de punten 5 tot en met 7 vervangen door:

“5.    Onder “Instelling die Deposito’s Neemt” wordt verstaan een Entiteit die:

a)    opvorderbare gelden verkrijgt in het kader van de normale uitoefening van het bankbedrijf of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, of

b)    gespecificeerde Elektronischgeldproducten of Digitale Centralebankmunten ten behoeve van klanten aanhoudt.

6.    Onder “Beleggingsentiteit” wordt verstaan een Entiteit:

a)    met als voornaamste bedrijfsactiviteit het voor of namens een klant uitvoeren van een of meer van de volgende activiteiten of transacties:

i)    handel in geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, derivaten enz.), vreemde valuta’s, wisselkoersen, rentepercentage- en indexinstrumenten, overdraagbare effecten, of goederentermijnhandel;

ii)    beheren van een individueel vermogen en collectief portefeuillebeheer; of

iii)    andere vormen van beleggen, administreren of beheren van Financiële Activa, geld of Relevante Cryptoactiva ten behoeve van derden; of

b)    met een bruto-inkomen dat hoofdzakelijk is toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in Financiële Activa of Relevante Cryptoactiva, indien de Entiteit wordt beheerd door een andere Entiteit die een Instelling is die Deposito’s Neemt, een Bewaarinstelling, een Omschreven Verzekeringsmaatschappij of een Beleggingsentiteit omschreven in onderdeel A, punt 6, a).

Een Entiteit wordt behandeld als een Entiteit met als bedrijfsactiviteit voornamelijk het uitvoeren van een of meer van de in onderdeel A, punt 6, a), omschreven activiteiten, of haar bruto-inkomen is hoofdzakelijk toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in Financiële Activa of Relevante Cryptoactiva voor de in onderdeel A, punt 6, b), bedoelde doelen, als de bruto-inkomsten van de Entiteit die verband houden met deze activiteiten, gelijk zijn aan of groter zijn dan 50 % van de bruto-inkomsten van de Entiteit gedurende: i) de periode van drie jaar die eindigt op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de vaststelling geschiedt, of ii) de bestaansperiode van de Entiteit, indien deze korter is. Voor de toepassing van onderdeel A, punt 6, a), iii), valt het verrichten van Wisseltransacties voor of namens klanten niet onder de term “andere vormen van het beleggen, administreren of beheren van Financiële Activa, geld of Relevante Cryptoactiva ten behoeve van derden”. De term “Beleggingsentiteit” heeft geen betrekking op een Entiteit die een actieve NFE is, omdat die Entiteit aan een van de in onderdeel D, punt 9, d) tot en met g), vermelde criteria voldoet.

Dit onderdeel wordt uitgelegd op een wijze die verenigbaar is met de gelijkwaardige bewoordingen vervat in de definitie van “Financiële Instelling” in de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep.

7.    De term “Financiële Activa” omvat effecten (bijvoorbeeld een aandeel in een vennootschap, partnerschap of uiteindelijk belang in een breed opgezet of een beursgenoteerd samenwerkingsverband of een trust, waardepapier, obligatie, schuldbewijs of andere bewijzen van schuldenlast), partnerschapsbelang, commodity, swap (bijvoorbeeld renteswaps, valutaswaps, basisswaps, interest rate caps, interest rate floors, commodity swaps, equity swaps, equity index swaps en soortgelijke overeenkomsten), Verzekeringsovereenkomst of Lijfrenteverzekering of enig belang (inclusief een termijncontract of optie) in een zekerheid, Relevant Cryptoactivum, partnerschapsbelang, commodity, swap, Verzekeringsovereenkomst of Lijfrenteverzekering. De term “Financiële Activa” omvat niet een direct belang, buiten de vreemdvermogenssfeer, in een onroerend goed.”;

g)    in deel VIII worden na onderdeel A, punt 8, de volgende punten toegevoegd:

“9.    Onder “Gespecificeerd Elektronischgeldproduct” wordt verstaan elk product dat:

a)    een digitale weergave is van één Fiduciaire Valuta;

b)    wordt uitgegeven bij ontvangst van financiële middelen met het oog op het verrichten van betalingstransacties;

c)    wordt vertegenwoordigd door een vordering op de uitgevende instantie in dezelfde Fiduciaire Valuta;

d)    ter betaling wordt aanvaard door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de uitgevende instantie; en

e)    op grond van de wettelijke voorschriften waaraan de uitgevende instantie is onderworpen, op verzoek van de houder van het product te allen tijde en tegen nominale waarde tegen dezelfde Fiduciaire Valuta kan worden ingewisseld.

De term “Gespecificeerd Elektronischgeldproduct” omvat niet een product dat uitsluitend is gecreëerd om geldovermakingen van een klant naar een andere persoon overeenkomstig de instructies van de klant te faciliteren. Een product wordt niet uitsluitend gecreëerd om geldovermakingen te faciliteren indien, in het kader van de normale bedrijfsactiviteiten van de overmakende Entiteit, de met dat product verband houdende gelden langer dan zestig dagen na ontvangst van instructies voor het faciliteren van de overmaking worden aangehouden, of, indien er geen instructies worden ontvangen, de gelden in verband met dat product langer dan zestig dagen na ontvangst van de gelden worden aangehouden.

10.    Onder “Digitale Centralebankmunt” wordt verstaan elke digitale Fiduciaire Valuta die door een Centrale Bank of een andere monetaire autoriteit wordt uitgegeven.

11.    Onder “Fiduciaire Valuta” wordt verstaan de officiële valuta van een rechtsgebied, uitgegeven door een rechtsgebied of een door een rechtsgebied aangewezen Centrale Bank of monetaire autoriteit, vertegenwoordigd door fysieke bankbiljetten of munten of door geld in verschillende digitale vormen, waaronder bankreserves en Digitale Centralebankmunten. De term omvat ook commercieel bankgeld en elektronischgeldproducten (met inbegrip van Gespecificeerde Elektronischgeldproducten).

12.    Onder “Cryptoactivum” wordt verstaan een digitale weergave van waarde die berust op cryptografisch beveiligde distributed-ledger-technologie of een vergelijkbare technologie om transacties te valideren en te beveiligen.

13.    Onder “Relevant Cryptoactivum” wordt verstaan elk Cryptoactivum anders dan een Digitale Centralebankmunt, Gespecificeerd Elektronischgeldproduct of een Cryptoactivum waarvoor de Rapporterende Aanbieder van Cryptoactivadiensten afdoende heeft vastgesteld dat het niet kan worden gebruikt voor betalings- of beleggingsdoeleinden.

14.    Onder “Wisseltransactie” wordt verstaan:

a)    wisselen tussen Relevante Cryptoactiva en Fiduciaire Valuta’s; en

b)    wisselen tussen een of meer vormen van Relevante Cryptoactiva.”;

h)    in deel VIII, onderdeel B, wordt punt 1, a), vervangen door:

“a)    een Overheidsinstantie, een Internationale Organisatie of een Centrale Bank is, anders dan:

i)    met betrekking tot een betaling die is afgeleid van een verplichting in verband met een commerciële financiële activiteit van een soort dat wordt uitgevoerd door een Omschreven Verzekeringsmaatschappij, een Bewaarinstelling of een Instelling die Deposito’s Neemt, of

ii)    met betrekking tot de activiteit van het aanhouden van Digitale Centralebankmunten voor Rekeninghouders die geen Financiële Instelling, Overheidsinstantie, Internationale Organisatie of Centrale Bank zijn;”;

i)    in deel VIII, onderdeel C, wordt punt 2 vervangen door:

“2.    De term “Depositorekening” omvat elke bedrijfsrekening, betaalrekening, spaarrekening, termijnrekening of spaarrekening bij een spaar- of nutsbank, of een rekening waarvoor een depositobewijs, een stortingsbewijs, een beleggingscertificaat of een schuldbewijs is overgelegd of een ander daarmee vergelijkbaar instrument aangehouden door een Instelling die Deposito’s Neemt. Onder een Depositorekening wordt voorts verstaan:

a)    een bedrag aangehouden door een verzekeringsmaatschappij uit hoofde van een contract dat terugbetaling van de hoofdsom garandeert of een vergelijkbare overeenkomst voor het betalen of ontvangen van interest over dat bedrag;

b)    een rekening of notionele rekening waarop alle Gespecificeerde Elektronischgeldproducten ten behoeve van een klant worden aangehouden; en

c)    een rekening waarop een of meer Digitale Centralebankmunten worden aangehouden ten behoeve van een klant.”;

j)    in deel VIII, onderdeel C, wordt punt 9, a), vervangen door:

“a)    een Financiële Rekening die per 31 december van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van het op 12 februari 2016 ondertekende wijzigingsprotocol wordt aangehouden door een Rapporterende Financiële Instelling of, indien de rekening uitsluitend op grond van de door het wijzigingsprotocol van [datum van ondertekening] aan deze overeenkomst aangebrachte wijzigingen als een Financiële Rekening wordt behandeld per 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat wijzigingsprotocol.”;

k)    in deel VIII, onderdeel C, wordt punt 10 vervangen door:

“10.    Onder “Nieuwe Rekening” wordt verstaan een Financiële Rekening aangehouden door een Rapporterende Financiële Instelling, geopend op of na de inwerkingtreding van het op 12 februari 2016 ondertekende wijzigingsprotocol, of, indien de rekening uitsluitend op grond van de door het wijzigingsprotocol van [datum van ondertekening] aan deze overeenkomst aangebrachte wijzigingen als een Financiële Rekening wordt behandeld, op of na de inwerkingtreding van dat wijzigingsprotocol, tenzij de rekening wordt behandeld als een Bestaande Rekening volgens de verruimde definitie van “Bestaande Rekening” in onderdeel C, punt 9.”;

l)    in deel VIII wordt na onderdeel C, punt 17, e), iv), het volgende punt ingevoegd:

“v)    een oprichting of kapitaalverhoging van een onderneming, mits de rekening aan de volgende vereisten voldoet:

—    de rekening wordt uitsluitend gebruikt voor de storting van kapitaal dat moet worden gebruikt voor de oprichting of kapitaalverhoging van een onderneming, zoals bij wet is voorgeschreven;

—    alle op de rekening aangehouden bedragen worden geblokkeerd totdat de Rapporterende Financiële Instelling een onafhankelijke bevestiging van de oprichting of kapitaalverhoging ontvangt;

—    de rekening wordt na de oprichting of kapitaalverhoging afgesloten of omgezet in een rekening op naam van de onderneming;

—    alle terugbetalingen als gevolg van een mislukte oprichting of kapitaalverhoging, ongerekend vergoedingen van de dienstverlener en soortgelijke vergoedingen, worden uitsluitend gedaan aan de personen die de bedragen ter beschikking hebben gesteld; en

—    de rekening is niet meer dan twaalf maanden geleden geopend;”;

m)    in deel VIII wordt na onderdeel C, punt 17, e), het volgende punt ingevoegd:

“e bis)    een Depositorekening die alle Gespecificeerde Elektronischgeldproducten, aangehouden ten behoeve van een klant, vertegenwoordigt, indien het voortschrijdend gemiddelde van het geaggregeerde eindedagsaldo of de geaggregeerde eindedagwaarde op de rekening voor een periode van 90 dagen gedurende enige periode van 90 opeenvolgende dagen het bedrag van 10 000 USD of een bedrag van dezelfde waarde uitgedrukt in de nationale valuta van elke lidstaat of Andorra niet heeft overschreden op enige dag tijdens het kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode.”;

n)    in deel VIII, onderdeel D, wordt punt 2 vervangen door:

“2.    Onder “Te Rapporteren Persoon” wordt verstaan een Persoon van een Te Rapporteren Rechtsgebied, niet zijnde: i) een Entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen, ii) een Entiteit die een Gelieerde Entiteit is van een Entiteit beschreven in punt i), iii) een Overheidsinstantie, iv) een Internationale Organisatie, v) een Centrale Bank, of vi) een Financiële Instelling.”;

o)    in deel VIII, onderdeel D, wordt punt 5, c), vervangen door:

“c)    enig ander rechtsgebied i) waarmee de betrokken lidstaat of Andorra, naargelang de context, een overeenkomst heeft op grond waarvan dat andere rechtsgebied de in deel I gespecificeerde informatie zal verstrekken; en ii) dat is opgenomen in een door die lidstaat of door Andorra gepubliceerde lijst;”

p)    in deel VIII wordt na onderdeel E, punt 6, het volgende punt toegevoegd:

“7.    Onder “Overheidsverificatiedienst” wordt verstaan een elektronisch proces dat door een Te Rapporteren Rechtsgebied ter beschikking wordt gesteld van een Rapporterende Financiële Instelling met het oog op de vaststelling van de identiteit en de fiscale woonplaats van een Rekeninghouder of Uiteindelijk Belanghebbende.”;

q)    het volgende deel wordt toegevoegd na deel IX:

“DEEL X

OVERGANGSMAATREGELEN

Niettegenstaande onderdeel A, punt 1, b), en onderdeel A, punt 6 bis), van deel I hoeven met betrekking tot elke Te Rapporteren Rekening die per 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van het wijzigingsprotocol van [datum van ondertekening] door een Rapporterende Financiële Instelling wordt aangehouden en voor rapportageperioden die eindigen op het tweede kalenderjaar volgend op die datum, inlichtingen met betrekking tot de rol(len) krachtens welke elke Te Rapporteren Persoon een Uiteindelijk Belanghebbende of houder van een Aandelenbelang van de Entiteit is, uitsluitend te worden gerapporteerd indien dergelijke inlichtingen beschikbaar zijn in de elektronisch doorzoekbare gegevens die door de Rapporterende Financiële Instelling worden beheerd.”;

6)    in bijlage III wordt punt ac) geschrapt.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

1.    Dit wijzigingsprotocol moet door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures worden bekrachtigd of goedgekeurd. De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van deze procedures. Dit wijzigingsprotocol treedt in werking op de eerste dag van januari na de laatste kennisgeving.

2.    Niettegenstaande lid 1 van dit artikel, zijn artikel 1, lid 2, artikel 3, punt b), en artikel 5, punt c), van dit wijzigingsprotocol van toepassing vanaf de datum waarop het Vorstendom Andorra aanvangt het CARF met alle lidstaten toe te passen.

Artikel 3

Talen

Dit wijzigingsprotocol wordt in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Catalaanse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder de overeenkomst hebben geplaatst.

Gedaan te …, … tweeduizend vijfentwintig.

Voor de Europese Unie

Voor het Vorstendom Andorra



GEZAMENLIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN OVER DE INWERKINGTREDING VAN HET WIJZIGINGSPROTOCOL

De overeenkomstsluitende partijen verklaren dat zij verwachten dat tijdig aan de grondwettelijke vereisten van Andorra en de vereisten op grond van de wetgeving van de Europese Unie inzake de sluiting van internationale overeenkomsten zal worden voldaan, zodat het wijzigingsprotocol op de eerste dag van januari 2026 in werking kan treden. Zij zullen hiertoe alle maatregelen nemen die binnen hun macht liggen.

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN OVER DE OVEREENKOMST EN DE BIJLAGEN

De overeenkomstsluitende partijen komen met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst en de bijlagen, zoals gewijzigd bij het wijzigingsprotocol van [datum van ondertekening], overeen dat het commentaar op de OESO-modelovereenkomst tussen bevoegde autoriteiten en de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO, alsook het commentaar op het addendum van 2023 bij de OESO-modelovereenkomst tussen bevoegde autoriteiten en het commentaar op de actualisering van 2023 van de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO, als bron van illustratie of interpretatie voor de eenvormige toepassing ervan moeten worden gebruikt.

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN OVER ARTIKEL 5 VAN DE OVEREENKOMST

De overeenkomstsluitende partijen zijn het erover eens dat artikel 5 van de overeenkomst is afgestemd op de meest recente OESO-standaard voor transparantie en uitwisseling van inlichtingen in fiscale aangelegenheden, die is vastgelegd in artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen. De overeenkomstsluitende partijen komen met betrekking tot de uitvoering van artikel 5 overeen dat het commentaar op artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake belasting naar inkomen en vermogen als bron voor interpretatie moet worden gebruikt.

 

(1)

   Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (PB L 157 van 26.6.2003, blz. 38).

(2)

   PB L 359 van 4.12.2004, blz. 33.

(3)

     PB L 268 van 1.10.2016, blz. 40.

(4)

   Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PB L, 24.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2226/oj).

(5)

   Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).

(6)

   Gekwalificeerde Wet 29/2021 van 28 oktober betreffende de bescherming van persoonsgegevens (BOPA nr. 119 jaar 2021 (17 november 2021)), zoals gewijzigd bij Gekwalificeerde Wet 12/2024 van 15 juli, tot wijziging van Gekwalificeerde Wet 29/2021 van 28 oktober betreffende de bescherming van persoonsgegevens (BOPA nr. 87 jaar 2024 (7 augustus 2024)).

(7)

   Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(8)

   Besluit 2010/625/EU van de Commissie van 19 oktober 2010 overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad over de passende bescherming van persoonsgegevens in Andorra (PB L 277 van 21.10.2010, blz. 27).

(9)

     Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 28.11.1995, blz. 31).

(10)

   52024 D C0007- COM/2024/7 final.

Top