EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 26.3.2025
COM(2025) 128 final
2025/0066(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de verlenging van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De “Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India” (“de overeenkomst”) is op 23 november 2001 in New Delhi ondertekend en op 14 oktober 2002 van kracht geworden. Artikel 11, punt b, luidt: “Deze overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van vijf jaar en kan in onderlinge overeenstemming worden hernieuwd na een evaluatie in het laatste jaar van deze periode”. Tot nu toe is de overeenkomst driemaal verlengd: in 2009, in 2015 en in 2020, voor telkens vijf jaar.
De huidige overeenkomst loopt af op 17 mei 2025.
Uit de door de Commissie verrichte evaluatie van de overeenkomst inzake wetenschap en technologie tussen de EU en India, die op 25 februari 2025 is gepubliceerd, blijkt duidelijk dat de overeenkomst een cruciaal kader blijft bieden voor het vergemakkelijken van de samenwerking tussen de EU en India op gemeenschappelijke prioritaire gebieden op het gebied van wetenschap en technologie, wat wederzijdse voordelen oplevert. Dit blijkt uit de drie belangrijkste gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen, respectievelijk toegespitst op water, griepvaccin en geïntegreerde lokale energiesystemen (slimme netwerken), die hebben geleid tot twaalf gezamenlijke projecten met een totaal budget van 98 miljoen EUR uit hoofde van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020. Bij deze projecten zijn 220 onderzoeksentiteiten uit Europa en India betrokken, die veelbelovende resultaten laten zien en innovatieve, duurzame en betaalbare technologieën leveren.
Er is een medefinancieringsmechanisme opgezet samen met drie Indiase ministeries/departementen (het departement Wetenschapstechnologie, het departement Biotechnologie en het ministerie van Aardwetenschappen), dat financiering waarborgt voor Indiase entiteiten die met succes deelnemen aan Horizon 2020 en Horizon Europa. Sinds 2020 heeft de Indiase regering een vijftiental oproepen tot het indienen van voorstellen binnen het toepassingsgebied van pijler II van Horizon Europa “Wereldwijde uitdagingen en Europees concurrentievermogen van de industrie” geselecteerd die in aanmerking komen voor medefinanciering, uit meer dan vijftig voorstellen, waarbij tien succesvolle voorstellen – op gebieden zoals AI, polair onderzoek, milieu en gezondheid – werden medegefinancierd.
In november 2020 werd de tweede uitvoeringsregeling tussen de Indiase Raad voor sociaalwetenschappelijk onderzoek (ICSSR) en de Europese Commissie ondertekend om de mobiliteit van Indiase onderzoekers naar teams van de Europese Onderzoeksraad (ERC) op het gebied van sociale en menswetenschappen te vergemakkelijken. Daarnaast heeft de Indiase raad voor wetenschappelijk en industrieel onderzoek (CSIR) in augustus 2024 besloten een medefinancieringsmechanisme op te zetten ter ondersteuning van Indiase entiteiten die met succes deelnemen aan de MSCA-personeelsuitwisselingsregeling. De doelstelling is de deelname van Indiase organisaties aan MSCA te stimuleren om partnerschappen voor personeelsuitwisselingen op te zetten, als een opstap voor de vaststelling van ambitieuzere en strategischere partnerschappen op het gebied van onderzoek en innovatie tussen belanghebbenden uit de EU en India.
Er is een innovatieplatform – het Horizon 2020-project Innocenter – gerealiseerd van 2021 tot en met 2023, waarvan honderd EU-bedrijven voordeel hebben gehad, waaronder 63 die marktvalidatie kregen, en 13 die een lokale aanwezigheid in India konden verwezenlijken. Het initiatief ondersteunde meer dan 160 start-ups, faciliteerde meer dan 320 zakelijke matches tussen de EU en India en hielp dertien Europese bedrijven met succes de Indiase markt te betreden.
Ook in het kader van de Handels- en Technologieraad EU-India, die in 2023 van start is gegaan, wordt de samenwerking in het kader van de W&T-overeenkomst voortgezet. Een van de drie werkgroepen die in het kader van de Handels- en Technologieraad EU-India zijn opgericht, richt zich op de ontwikkeling van technologieën voor groene en schone energie. In het kader van deze Werkgroep 2 worden drie met India gecoördineerde oproepen tot het indienen van voorstellen voorbereid, die betrekking hebben op plastic zwerfvuil op zee, recycling van batterijen en winning van waterstof uit afval. De Europese Commissie heeft toegezegd 30 miljoen EUR in deze oproepen te investeren, en India zal dit bedrag naar verwachting evenaren. Daarnaast hebben de EU en India in 2024 hun krachten gebundeld om samenwerking tussen start-ups op het gebied van recycling van batterijen van elektrische voertuigen te bevorderen en een soortgelijk initiatief gelanceerd om oplossingen voor plastic zwerfvuil op zee te stimuleren.
Het is in het belang van de EU om de overeenkomst te verlengen om te blijven deelnemen aan wetenschappelijke en technologische samenwerking op gebieden van wederzijds belang die leiden tot technologische vooruitgang die de wetenschappelijke wereld van de EU ten goede komt, en om de markttoegang tot India te verbeteren door middel van gezamenlijke samenwerking. Deze samenwerking is ook gericht op mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering, pandemieën en duurzame ontwikkeling. Door complementaire sterke punten te benutten, bevordert deze samenwerking de technologische vooruitgang, de economische groei en het concurrentievermogen. Onderlinge samenwerking komt de Europese wetenschappelijke wereld en het bedrijfsleven ten goede, verbetert de markttoegang tot India en ondersteunt innovatie-ecosystemen. Deze samenwerking draagt bij tot het algemeen maatschappelijk welzijn in beide regio’s door middel van gezamenlijke onderzoeksinitiatieven en financieringsmogelijkheden.
De overeenkomst is van groot belang om elkaars wetenschappelijke en innovatielandschap te begrijpen en gezamenlijk prioritaire gebieden van wederzijds belang voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie vast te stellen. De overeenkomst biedt een juridisch en administratief kader waarbinnen de modaliteiten voor samenwerking kunnen worden besproken om te zorgen voor een correcte en eerlijke toewijzing van financiering voor onderzoek en innovatie op gebieden die in overeenstemming zijn met de belangen en het beleid van de EU en die kunnen worden aangepast en bijgesteld in functie van de belangen en behoeften van India.
De overeenkomst biedt ook een nuttig forum om de samenwerking in het verleden te beoordelen en toekomstige optredens te vast te stellen, onder meer met betrekking tot onderwerpen die de samenwerking doeltreffend maken, zoals de toepassing van de beginselen van open toegang en open innovatie.
Tijdens de laatste vergadering van de Gemengde Stuurgroep India en de EU voor wetenschappelijke en technologische samenwerking, opgericht bij artikel 6 van de overeenkomst, die op 25 september 2024 in Brussel is gehouden, hebben beide partijen hun voornemen kenbaar gemaakt om de overeenkomst met nog eens vijf jaar (2025-2030) te verlengen overeenkomstig artikel 11, punt b), en in overeenstemming met de bovengenoemde evaluatie door de Commissie. Beide partijen bevestigden ook dat zij hun respectieve interne procedures zouden inleiden om de verlenging vóór het verstrijken van de huidige overeenkomst in mei 2025 af te ronden.
De inhoud van de verlengde overeenkomst zal identiek zijn aan die van de huidige overeenkomst, zoals besproken en overeengekomen met de Indiase gesprekspartners. De overeenkomst schept geen nieuwe rechten en verplichtingen voor de EU, maar breidt in plaats daarvan het bestaande kader tussen de partijen in het kader van de overeenkomst uit.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Dit initiatief is volledig in overeenstemming met de strategie voor internationale samenwerking van de EU op het gebied van onderzoek & innovatie. In de strategie van de EU wordt het belang van overeenkomsten inzake wetenschap en technologie duidelijk onderstreept als instrument voor het vaststellen en uitvoeren van de meerjarige routekaarten voor samenwerking met derde landen. De overeenkomst is ook een middel voor de uitvoering van de EU-strategie voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, waarin de onderzoeks- en innovatiesector van de EU wordt opgeroepen tot meer internationalisering en openheid. Ook is de overeenkomst is in overeenstemming met de doelstelling van de Handels- en Technologieraad EU-India als coördinatieplatform op hoog niveau dat de EU en India in staat stelt strategische uitdagingen op het vlak van handel, betrouwbare technologie en veiligheid aan te gaan en hun bilaterale betrekkingen te verdiepen.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De overeenkomst is van essentieel belang voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU-strategie inzake India om gezamenlijk mondiale uitdagingen aan te pakken, de duurzame modernisering van India te ondersteunen, zakelijke kansen te scheppen en de wetenschappelijke excellentie en het concurrentievermogen te vergroten. Ook is de overeenkomst in overeenstemming met de routekaart voor 2025 van het strategisch partnerschap tussen de EU en India.
2.RECHTSGRONDSLAG EN SUBSIDIARITEIT
•Rechtsgrondslag
De bevoegdheid van de EU om internationaal op te treden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling is gebaseerd op artikel 186 VWEU. De procedurele rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 218, lid 6, punt a), v), VWEU.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De EU en haar lidstaten hebben gedeelde bevoegdheden op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling overeenkomstig artikel 4, lid 3, VWEU. Een optreden van de EU kan derhalve niet worden vervangen door optreden van de lidstaten.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Dit initiatief maakt geen deel uit van de Refit-agenda.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Voor het voorstel zijn geen aanvullende middelen nodig, zoals uiteengezet in het financieel memorandum. De benodigde personele middelen zullen binnen de desbetreffende rubriek worden gefinancierd door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.
In het licht van bovenstaande overwegingen verzoekt de Commissie de Raad:
- namens de Unie, en met instemming van het Europees Parlement, de verlenging van de “Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India” voor een nieuwe periode van vijf jaar (van 17 mei 2023 tot en met 16 mei 2030) goed te keuren.
2025/0066 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de verlenging van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 186 in samenhang met artikel 218, lid 6, punt a), v),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de instemming van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Besluit 2002/648/EG heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India (“de overeenkomst”). De overeenkomst is op 23 november 2001 ondertekend in New Delhi en op 14 oktober 2002 in werking getreden.
(2)Overeenkomstig artikel 11, punt b), van de overeenkomst werd de overeenkomst gesloten voor een periode van vijf jaar en kan ze in onderlinge overeenstemming tussen de partijen worden verlengd na een evaluatie tijdens het laatste jaar van die periode.
(3)Bij de Besluiten 2009/501/EG, 2015/1788/EU en 2020/789/EU heeft de Raad de verlenging van de overeenkomst telkens voor een nieuwe periode van vijf jaar goedgekeurd. De laatste verlengde overeenkomst loopt af op 17 mei 2025.
(4)Uit de evaluatie van de diensten van de Commissie, bekendgemaakt op 25 februari 2025, blijkt dat de overeenkomst een belangrijk kader biedt om de samenwerking tussen de Unie en de Republiek India op gemeenschappelijke prioritaire W&T-gebieden (wetenschap & technologie) tot voordeel van beide partijen te bevorderen. Het is daarom in het belang van de Unie om de overeenkomst met een nieuwe periode van vijf jaar te verlengen.
(5)Het besluit om de overeenkomst inzake wetenschap en technologie voor een nieuwe periode van vijf jaar te verlengen, is door beide partijen overeengekomen tijdens de vergadering van de Gezamenlijke Stuurgroep India-EU voor samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, die op 25 september 2024 in Brussel heeft plaatsgevonden.
(6)De verlenging van de overeenkomst moet namens de Europese Unie worden goedgekeurd.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De verlenging van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India, met een nieuwe periode van vijf jaar wordt namens de Unie goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.
KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3
1.1.
Benaming van het voorstel/initiatief
3
1.2.
Betrokken beleidsterrein(en)
3
1.3.
Doelstelling(en)
3
1.3.1.
Algemene doelstelling(en)
3
1.3.2.
Specifieke doelstelling(en)
3
1.3.3.
Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)
3
1.3.4.
Prestatie-indicatoren
3
1.4.
Het voorstel/initiatief betreft:
4
1.5.
Motivering van het voorstel/initiatief
4
1.5.1.
Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
4
1.5.2.
Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
4
1.5.3.
Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
4
1.5.4.
Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
5
1.5.5.
Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
5
1.6.
Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
6
1.7.
Wijzen van uitvoering van de begroting
6
2.
BEHEERSMAATREGELEN
8
2.1.
Regels inzake het toezicht en de verslagen
8
2.2.
Beheers- en controlesystemen
8
2.2.1.
Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
8
2.2.2.
Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken
8
2.2.3.
Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
8
2.3.
Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
9
3.
GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
10
3.1.
Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
10
3.2.
Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
12
3.2.1.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
12
3.2.1.1.
Kredieten uit goedgekeurde begroting
12
3.2.1.2.
Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
17
3.2.2.
Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
22
3.2.3.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
24
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
24
3.2.3.2.
Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
24
3.2.3.3.
Totaal kredieten
24
3.2.4.
Geraamde personeelsbehoeften
25
3.2.4.1.
Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
25
3.2.4.2.
Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
26
3.2.4.3.
Totale personeelsbehoeften
26
3.2.5.
Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
28
3.2.6.
Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
28
3.2.7.
Bijdragen van derden
28
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
29
4.
Digitale dimensies
29
4.1.
Voorschriften met digitale relevantie
30
4.2.
Gegevens
30
4.3.
Digitale oplossingen
31
4.4.
Interoperabiliteitsbeoordeling
31
4.5.
Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
32
1.
KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.
Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de verlenging van de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India
1.2.
Betrokken beleidsterrein(en)
Beleidsstrategie en -coördinatie van met name de directoraten-generaal RTD, AGRI, CLIMA, JRC, EAC, ENER, GROW, CNECT, MARE, MOVE en TRADE
1.3.
Doelstelling(en)
1.3.1.
Algemene doelstelling(en)
Dit initiatief zal beide partijen in staat stellen hun samenwerking op wetenschappelijke en technologische gebieden van gemeenschappelijk belang te verbeteren en te intensiveren, in overeenstemming met de EU-strategie voor India en de routekaart voor een strategisch partnerschap tussen de EU en India.
1.3.2.
Specifieke doelstelling(en)
Specifieke doelstelling
Het zal een nadere uitwisseling van specifieke kennis en een overdracht van knowhow mogelijk maken ten voordele van de wetenschappelijke gemeenschappen, industrie en burgers. Er zal nog steeds een nuttig forum worden geboden om samenwerking in het verleden te beoordelen en toekomstige maatregelen te bepalen, mondiale uitdagingen aan te pakken en wederzijdse toegang tot programma’s en financiering te bevorderen.
1.3.3.
Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Dit besluit zal zowel de Unie als India in staat stellen om wederzijds voordeel te halen uit de wetenschappelijke en technische vooruitgang die tot stand komt door samenwerking in hun respectieve onderzoeksprogramma’s en om verdergaande samenwerking te bevorderen. Het zal de Unie en India in staat stellen gezamenlijk mondiale uitdagingen aan te pakken en de Unie in staat stellen bij te dragen tot de duurzame modernisering van India.
1.3.4.
Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.
De diensten van de Commissie houden regelmatig toezicht op alle in het kader van de overeenkomst uitgevoerde acties, met inbegrip van een evaluatie van de samenwerkingsactiviteiten. Deze evaluatie bestaat onder andere uit de volgende elementen:
a) samenwerkingsindicatoren — analyse van het aantal en het type deelnames van Indiase entiteiten aan door de EU gefinancierde programma’s (bv. aantal voorstellen, aantal ondertekende subsidieovereenkomsten, de belangrijkste samenwerkingsverbanden, de belangrijkste thema’s; gegenereerde output) en vice versa (voor zover de gegevens beschikbaar zijn);
b) prestatie-indicatoren — succespercentage van Indiase entiteiten die deelnemen aan de EU-kaderprogramma’s in vergelijking met andere derde landen en lidstaten/geassocieerde landen; analyse van de kwaliteit van de deelname (bijv. aantal best gerangschikte universiteiten die aan het programma deelnemen, aantal octrooien en publicaties die het resultaat zijn van samenwerkingsprojecten);
c) verzameling van gegevens over samenwerkingsactiviteiten en over relaties die de respectieve financieringsprogramma’s voor onderzoek overstijgen, en beoordeling van de impact van deze activiteiten, zoals deelname aan multilaterale initiatieven en werkgroepen.
1.4.
Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.
Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.
Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Dit besluit zal de twee partijen in staat stellen hun samenwerking op wetenschappelijke en technologische gebieden tot voordeel van beide partijen te blijven verbeteren en intensiveren.
1.5.2.
Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante): Samenwerking op het gebied van onderzoek & innovatie tussen India en de EU is de afgelopen jaren steeds verder toegenomen. De deelname van de EU maakt activiteiten met een grotere omvang en reikwijdte mogelijk ten voordele van alle lidstaten.
Door de verlenging van deze overeenkomst zal de wetenschappelijke kennis kunnen toenemen en de toegang tot de markt worden vergemakkelijkt.
Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post): Door de verlenging van deze overeenkomst zal de EU meer wetenschappelijke kennis kunnen vergaren, gemakkelijker toegang krijgen tot in India gegenereerde wetenschappelijke kennis, zal zij kunnen deelnemen aan meer samenwerkingsactiviteiten die zullen leiden tot bijkomende uitwisseling van kennis en technologieën, en zal zij Europese ondernemingen gemakkelijker toegang tot de Indiase markt kunnen bieden.
1.5.3.
Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Op basis van de ervaringen tot nu toe op het gebied van wetenschappelijke en technologische samenwerking wordt het van wederzijds belang geacht deze samenwerking met India voort te zetten door de overeenkomst met nog eens vijf jaar te verlengen.
1.5.4.
Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
De verlenging van de overeenkomst met India wordt geacht volledig in overeenstemming te zijn met het algemene beleidskader voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, namelijk de mededeling van de Commissie van 18 mei 2021 over de totaalaanpak van onderzoek en innovatie, getiteld “De strategie van Europa voor internationale samenwerking in een veranderende wereld” (COM(2021) 252 final/2).
Er zal worden gestreefd naar synergieën met andere instrumenten van de Unie op het gebied van samenwerking tussen de EU en India, met name via diverse sectorale initiatieven van de Commissie, met name die van o.a. de DG’s AGRI, CLIMA, JRC, EAC, ENER, GROW, CNECT, MARE, MOVE en TRADE.
1.5.5.
Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het programma die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
1.6.
Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
☑ beperkte geldigheidsduur
van kracht van 17.5.2025 tot en met 16.5.2030
financiële gevolgen van 2025 tot en met 2030.
onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.
Wijzen van uitvoering van de begroting
☑ Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.
BEHEERSMAATREGELEN
2.1.
Regels inzake het toezicht en de verslagen
De deelname van juridische entiteiten aan het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en andere samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van de overeenkomst zullen regelmatig worden opgevolgd in het kader van de regelmatige vergaderingen van het in artikel 6, punt b), van de overeenkomst bedoelde gezamenlijk comité.
2.2.
Beheers- en controlesystemen
2.2.1.
Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Het voorgestelde initiatief in het kader van het kaderprogramma Horizon Europa voor onderzoek en innovatie zal worden uitgevoerd door middel van direct beheer.
Voor een activiteit die volledig door een beleidsmedewerker van de Commissie moet worden uitgevoerd, is direct beheer de meest geschikte uitvoeringswijze. Met name de verwachte kerntaken die nodig zijn voor een behoorlijke uitvoering van de voorgestelde activiteit, zoals de beleidsdialoog, de beoordeling van de samenwerking tussen de EU en India op het gebied van onderzoek en innovatie, de vaststelling van gezamenlijke prioriteiten en soortgelijke taken, zijn de hoofdactiviteiten van de uitvoerende dienst van de Commissie — het directoraat “Totaalaanpak en Internationale samenwerking in O&I” van DG R&I.
Aanvullende ondersteunende taken van organisatorische, logistieke, administratieve en adviserende aard kunnen in het kader van een toekomstig raamcontract voor ondersteunende acties voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie worden toegewezen. Dergelijke ondersteunende taken, die bedoeld zijn om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de voorgestelde actie te vergroten, staan onder toezicht van de Commissie en blijven onder haar direct beheer staan.
2.2.2.
Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken
Regelmatig vinden er vergaderingen plaats en zijn er bilaterale contacten, zodat systematische uitwisseling van informatie en controle mogelijk is. Er zijn in het controlesysteem geen risico’s geconstateerd.
2.2.3.
Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
2.3.
Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Wanneer voor de uitvoering van het kaderprogramma externe contractanten moeten worden gebruikt of financiële bijdragen aan derden moeten worden verstrekt, zal de Commissie waar nodig financiële controles verrichten, met name wanneer zij redenen heeft om te twijfelen aan de realistische aard van de uitgevoerde of in de activiteitenrapporten beschreven werkzaamheden.
De financiële controles van de Unie worden uitgevoerd door eigen personeel of door boekhouddeskundigen die erkend zijn volgens de wetgeving van de gecontroleerde partij. De Unie kiest deze laatsten vrij, maar vermijdt het risico van belangenconflicten die haar door de gecontroleerde partij kunnen worden meegedeeld. Bovendien ziet de Commissie er bij het uitvoeren van de onderzoeksactiviteiten op toe dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd door effectieve controles en, als onregelmatigheden worden ontdekt, door afschrikkende en evenredige maatregelen en sancties.
Om deze doelstelling te verwezenlijken, zullen in alle bij de uitvoering van het kaderprogramma gebruikte contracten regels in verband met controles, maatregelen en sancties worden opgenomen, onder verwijzing naar de Verordeningen nrs. 2988/95, 2185/96 en 883/2013.
Met name moet in de contracten in de volgende punten worden voorzien:
- de opname van specifieke contractclausules om de financiële belangen van de EU veilig te stellen bij het uitvoeren van verificaties en controles in verband met de uitgevoerde werkzaamheden;
- de uitvoering van administratieve controles op het gebied van fraudebestrijding, in overeenstemming met de Verordeningen nrs. 2185/96 en 883/2013;
- de toepassing van administratieve sancties voor alle opzettelijk of door nalatigheid veroorzaakte onregelmatigheden bij de uitvoering van de contracten, in overeenstemming met Kaderverordening nr. 2988/95, inclusief een mechanisme voor opname op een zwarte lijst;
- het feit dat mogelijke invorderingsopdrachten in geval van onregelmatigheden en fraude executoriale titel vormen overeenkomstig artikel 299 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Bovendien wordt, bij wijze van routinemaatregel, een controleprogramma met betrekking tot wetenschappelijke en budgettaire aspecten van de samenwerking uitgevoerd door het verantwoordelijke personeel van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie (DG RTD). Een interne audit wordt door de eenheid Interne audit van DG RTD uitgevoerd, en de Europese Rekenkamer zal inspecties ter plekke uitvoeren.
3.
GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.
Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Rubriek 1 – Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid – Onderzoek en innovatie – Horizon Europa
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
1
|
01 01 01 01
|
NGK
|
JA
|
JA
|
JA
|
JA
|
|
1
|
01 01 01 03
|
NGK
|
JA
|
JA
|
JA
|
JA
|
Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.
Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.
Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel
kader
|
1
|
“Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid – Onderzoek en innovatie – Horizon Europa”
|
|
DG: RTD
|
|
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Jaar
2028
|
Jaar
2029
|
Jaar
2030
|
TOTAAL
|
|
□ Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Nummer begrotingsonderdeel:
|
Vastleggingen
|
1a
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
2a
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Nummer begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
1b
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
2b
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Nummer begrotingsonderdeel: 01 01 01 01
|
Vastleggingen & betalingen
|
(3)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Nummer begrotingsonderdeel: 01 01 01 03
|
Vastleggingen & betalingen
|
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG RTD
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b
+3
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
□ TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
□ TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK 1
van het meerjarige financiële kader
|
Vastleggingen
|
= 4 + 6
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
Betalingen
|
= 5 + 6
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
DG RTD
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG RTD
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG RTD
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarige financiële kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.
Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet in te vullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.
Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.
Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
.0
|
.0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
|
Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- zetel
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 7, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
Voorbereiding en beheer van de vergaderingen van het gezamenlijk comité waarin artikel 6, punt b), van de overeenkomst voorziet en dienstreizen om de goede werking en toepassing alsmede een regelmatige evaluatie van de overeenkomst, te garanderen.
De berekeningen worden proportioneel op basis van de duur van de overeenkomst gemaakt.
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.
Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.
Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
Zoals hierboven vermeld, zullen de benodigde personele middelen binnen de desbetreffende rubriek worden gefinancierd door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK‑verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.
Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
voor de eigen middelen
voor overige ontvangsten
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bijv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.
Digitale dimensies
4.1.
Voorschriften met digitale relevantie
|
Geen enkele bepaling in het besluit van de Raad betreffende de verlenging van de overeenkomst inzake wetenschap en technologie tussen de EU en India heeft betrekking op het verzamelen, verwerken, genereren, uitwisselen of delen van gegevens; automatisering of digitalisering van processen; digitale oplossingen, of de verlening van digitale overheidsdiensten.
Daarom zijn er geen relevante digitale dimensies die in dit hoofdstuk aan bod moeten komen.
|
4.2.
Gegevens
4.3.
Digitale oplossingen
4.4.
Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.
Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering