Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0024

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (GOVSATCOM en beveiligde connectiviteit)

COM/2025/24 final

Brussel, 3.2.2025

COM(2025) 24 final

2025/0010(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

(GOVSATCOM en beveiligde connectiviteit)

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt in verband met de beoogde vaststelling van het besluit van het Gemengd Comité van de EER tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De EER-overeenkomst

De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd) waarborgt gelijke rechten en verplichtingen binnen de interne markt voor burgers en marktdeelnemers in de EER. De EER-overeenkomst voorziet in de opname van EU-wetgeving met betrekking tot de vier vrijheden in de 30 EER-staten, bestaande uit de EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Daarnaast heeft de EER-overeenkomst betrekking op samenwerking op andere belangrijke gebieden, zoals onderzoek en ontwikkeling, onderwijs, sociaal beleid, milieu, consumentenbescherming, toerisme en cultuur, gezamenlijk aangeduid als “flankerend en horizontaal” beleid. De EER-overeenkomst is op 1 januari 1994 in werking getreden. De Europese Unie is samen met haar lidstaten partij bij de EER-overeenkomst.

2.2.Het Gemengd Comité van de EER

Het Gemengd Comité van de EER is verantwoordelijk voor het beheer van de EER-overeenkomst. Het is een forum voor het uitwisselen van standpunten in verband met de werking van de EER-overeenkomst. Zijn besluiten worden bij consensus genomen en zijn bindend voor de partijen. Het Secretariaat-generaal van de Europese Commissie is verantwoordelijk voor de coördinatie van EER-aangelegenheden aan EU-zijde. 

2.3.De beoogde handeling van het Gemengd Comité van de EER

Het Gemengd Comité van de EER zal naar verwachting het besluit van het Gemengd Comité van de EER tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (hierna “de beoogde handeling” genoemd) vaststellen.

De beoogde handeling heeft tot doel de door de partijen bij de EER-overeenkomst in Besluit nr. 319/2021 van het Gemengd Comité van de EER van 29 oktober 2021 overeengekomen samenwerking uit te breiden tot het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) van het ruimtevaartprogramma van de Unie dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad, en de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) 2023/588 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 (beveiligde connectiviteit) 1 .

Overeenkomstig het begrotingsbeleid van de EU kan slechts worden deelgenomen aan een EU-activiteit nadat de desbetreffende financiële bijdrage is betaald. De betaling kan evenwel slechts plaatsvinden nadat dit ontwerpbesluit van de Raad is goedgekeurd en de hieruit voortvloeiende door de Europese Commissie opgestelde afroeping van de bedragen door de EER-EVA-staten is ontvangen.

De beoogde handeling zal voor de partijen bindend zijn overeenkomstig de artikelen 103 en 104 van de EER-overeenkomst.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

De Commissie legt het bijgaande ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER voor aan de Raad met het oog op vaststelling van het standpunt van de Unie. Dit standpunt dient na vaststelling zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te worden uiteengezet.

Het bijgaande ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER breidt de deelnamerechten van de EER-EVA-staten die door de partijen bij de EER-overeenkomst in Besluit nr. 319/2021 van het Gemengd Comité van de EER van 29 oktober 2021 zijn overeengekomen, uit tot het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) van het ruimtevaartprogramma van de Unie, en introduceert participatierechten voor de EER-EVA-staten in het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027, wat verder gaat dan wat als louter technische aanpassingen in de zin van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad kan worden beschouwd 2 . Het standpunt van de Unie wordt derhalve door de Raad vastgesteld.

De EER-EVA-staten moeten ook financieel bijdragen aan de bovengenoemde activiteiten.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van de “standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 3 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het Gemengd Comité van de EER is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de EER-overeenkomst. De door het Gemengd Comité van de EER vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig de artikelen 103 en 104 van de EER-overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst. De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU, in samenhang met artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU, in samenhang met artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad, vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de materiële rechtsgrondslag van de in de EER-overeenkomst op te nemen EU-rechtshandelingen.

Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component terwijl de andere doelstelling of andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

Aangezien het besluit van het Gemengd Comité de deelnamerechten van de EER-EVA-staten waarover de partijen bij de EER-overeenkomst bij Besluit nr. 319/2021 van het Gemengd Comité van de EER van 29 oktober 2021 overeenstemming hebben bereikt, uitbreidt tot het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) van het ruimtevaartprogramma van de Unie, en de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uitbreidt tot Verordening (EU) 2023/588 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 (beveiligde connectiviteit), is het passend dit besluit van de Raad op dezelfde materiële rechtsgrondslag te baseren als de opgenomen handeling. De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 189, lid 2, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit moet artikel 189, lid 2, VWEU zijn, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU en artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Aangezien bij het besluit van het Gemengd Comité van de EER Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden zal worden gewijzigd, is het passend dat het besluit na de vaststelling ervan wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2025/0010 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

(GOVSATCOM en beveiligde connectiviteit)

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 189, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 4 , en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd) 5 is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

(3)Het is passend de deelnamerechten van de EER-EVA-staten die door de partijen bij de EER-overeenkomst in Besluit nr. 319/2021 van het Gemengd Comité van de EER van 29 oktober 2021 zijn overeengekomen, uit te breiden tot het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) van het ruimtevaartprogramma van de Unie, en de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad 6 .

(4)Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)     Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 (PB L 79 van 17.3.2023, blz. 1).
(2)     Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6).
(3)     Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(4)     PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(5)     PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(6)     Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 (PB L 79 van 17.3.2023, blz. 1).
Top

Brussel, 3.2.2025

COM(2025) 24 final

BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden


















(GOVSATCOM en beveiligde connectiviteit)


BIJLAGE

ONTWERPBESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. […]

van […]

tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de bestaande formele samenwerking binnen het Europese ruimtevaartprogramma. Zij wensen voort te bouwen op dit sterke partnerschap en de samenwerking uit te breiden tot het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) van het ruimtevaartprogramma van de Unie dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad, en het programma voor beveiligde connectiviteit dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad.

(2)Het is passend de samenwerking die door de partijen bij de EER-overeenkomst in Besluit nr. 319/2021 van het Gemengd Comité van de EER van 29 oktober 2021 is overeengekomen, uit te breiden tot het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) van het ruimtevaartprogramma van de Unie dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad.

(3)Het is passend de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 1 .

(4)De voorwaarden voor de deelname van de EVA-staten en hun instellingen, ondernemingen, organisaties en onderdanen aan programma’s van de Europese Unie zijn uiteengezet in de EER-overeenkomst, en met name in artikel 81.

(5)Er moet rekening worden gehouden met de overeenkomsten tussen de Europese Unie en de respectieve EVA-staten inzake veiligheidsprocedures voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie.

(6)Indien nodig kunnen tussen de partijen bij de EER-overeenkomst aanvullende beginselen voor samenwerking worden overeengekomen om specifieke gebieden te bestrijken die niet door dit besluit worden gedekt.

(7)De deelname van de EVA-staten aan het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) en het programma voor beveiligde connectiviteit op basis van de EER-overeenkomst is van wederzijds belang voor de overeenkomstsluitende partijen.

(8)Het is passend dat de deelname van IJsland en Noorwegen aan de programmacomités, werkgroepen en andere werkzaamheden in het kader van het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) en het programma voor beveiligde connectiviteit aanvangt op 1 september 2024, onafgezien van de vraag wanneer dit besluit wordt vastgesteld, of van de vraag of na 10 juli 2025 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing.

(9)Op basis van het feit dat IJsland en Noorwegen gebruikers worden van de capaciteit en diensten van het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM), zullen IJsland en Noorwegen financieel bijdragen aan de EU-vastleggingen die voor de begrotingsjaren 2021 tot en met 2024 voor het GOVSATCOM-onderdeel in de begroting zijn opgenomen.

(10)Op basis van het feit dat IJsland en Noorwegen gebruikers worden van de capaciteit en diensten van het programma voor beveiligde connectiviteit, zullen IJsland en Noorwegen financieel bijdragen aan de EU-vastleggingen die voor de begrotingsjaren 2023 en 2024 voor het programma voor beveiligde connectiviteit in de begroting zijn opgenomen.

(11)De bijdragen worden op dit moment bepaald op basis van aanzienlijke investeringen die in de eerste jaren van de uitvoering van het programma zijn gedaan. Deze investeringen betreffen de aanleg van infrastructuur die zal worden gebruikt door alle deelnemers aan het systeem, met inbegrip van IJsland en Noorwegen.

(12)Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.Lid 8 sexies wordt als volgt gewijzigd:

a)In punt a) worden de woorden “de satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM) en” geschrapt.

b)De punten b) tot en met o) worden hernoemd tot c) tot en met p).

c)Na punt a) wordt het volgende punt toegevoegd:

“b)Een EVA-staat kan deelnemen aan het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM), onder voorbehoud van de sluiting van een specifieke overeenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2021/696.”.

d)De tekst van punt c) wordt vervangen door:

“De EVA-staten dragen financieel aan de in punt a) bedoelde werkzaamheden bij overeenkomstig artikel 82, lid 1, punt a), van en Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst.

Na de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in punt b), dragen de EVA-staten financieel aan de in punt b) bedoelde werkzaamheden bij overeenkomstig artikel 82, lid 1, punt a), van en Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst.

Daarnaast draagt IJsland, op basis van artikel 82, lid 1, punt c), en lid 2, van de EER-overeenkomst, en zoals overeengekomen overeenkomstig artikel 1, leden 8 en 9, van Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst, na de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in punt b), een bedrag van 98 000 EUR (achtennegentig duizend) voor de begrotingsjaren 2021 tot en met 2024 bij aan het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM). Dit bedrag bestaat uit drie gelijke tranches, die respectievelijk worden opgenomen in het verzoek tot storting voor de begrotingsjaren 2025, 2026 en 2027, als bedoeld in artikel 2, lid 2, eerste alinea, van Protocol nr. 32.

Daarnaast draagt Noorwegen, op basis van artikel 82, lid 1, punt c), en lid 2, van de EER-overeenkomst, en zoals overeengekomen overeenkomstig artikel 1, leden 8 en 9, van Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst, na de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in punt b), een bedrag van 1 896 000 EUR (één miljoen achthonderdzesennegentig duizend) voor de begrotingsjaren 2021 tot en met 2024 bij aan het onderdeel satellietcommunicatie voor de overheid (GOVSATCOM). Dit bedrag bestaat uit drie gelijke tranches, die respectievelijk worden opgenomen in het verzoek tot storting voor de begrotingsjaren 2025, 2026 en 2027, als bedoeld in artikel 2, lid 2, eerste alinea, van Protocol nr. 32.”.

e)In punt d) wordt het punt “b)” vervangen door punt “c)”.

f)De tekst van punt o) wordt vervangen door:

“Wat Liechtenstein betreft, wordt dit lid opgeschort tot het Gemengd Comité van de EER een ander besluit treft.”.

2.Na lid 8 sexies wordt het volgende ingevoegd:

“8 septiesa)De EVA-staten nemen deel aan de werkzaamheden die kunnen voortvloeien uit: de volgende handeling van de Unie:

-32023 R 0588: Verordening (EU) 2023/588 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2023 tot vaststelling van het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit voor de periode 2023-2027 (PB L 79 van 17.3.2023, blz. 1).

b)Een EVA-staat kan deelnemen aan het programma van de Unie voor beveiligde connectiviteit onder voorbehoud van de sluiting van een specifieke overeenkomst als bedoeld in artikel 39, lid 1, van Verordening (EU) 2023/588.

c)Na de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in punt b), dragen de EVA-staten financieel aan de in punt a) bedoelde werkzaamheden bij overeenkomstig artikel 82, lid 1, punt a), van en Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst.

Daarnaast draagt IJsland, op basis van artikel 82, lid 1, punt c), en lid 2, van de EER-overeenkomst en zoals overeengekomen overeenkomstig artikel 1, leden 8 en 9, van Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst, na de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in punt b), een bedrag van 510 700 EUR (vijfhonderdentienduizend zevenhonderd) bij voor de begrotingsjaren 2023 en 2024. Dit bedrag bestaat uit drie gelijke tranches, die respectievelijk worden opgenomen in het verzoek tot storting voor de begrotingsjaren 2025, 2026 en 2027, als bedoeld in artikel 2, lid 2, eerste alinea, van Protocol nr. 32.

Daarnaast draagt Noorwegen, op basis van artikel 82, lid 1, punt c), en lid 2, van de EER-overeenkomst en zoals overeengekomen overeenkomstig artikel 1, leden 8 en 9, van Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst, na de sluiting van een overeenkomst als bedoeld in punt b), een bedrag van 10 124 000 EUR (tien miljoen honderdvierentwintigduizend) bij voor de begrotingsjaren 2023 en 2024. Dit bedrag bestaat uit drie gelijke tranches, die respectievelijk worden opgenomen in het verzoek tot storting voor de begrotingsjaren 2025, 2026 en 2027, als bedoeld in artikel 2, lid 2, eerste alinea, van Protocol nr. 32.

d)Wat Liechtenstein betreft, wordt dit lid opgeschort tot het Gemengd Comité van de EER een ander besluit treft.”.

Artikel 2

1.Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst 2*.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, […].

   Voor het Gemengd Comité van de EER

   De voorzitter

   [...]

   De secretarissen

   van het Gemengd Comité van de EER

   [...]

(1)    PB L 79 van 17.3.2023, blz. 1.
(2) *    [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
Top