Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52024PC0581

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de federale politie van Brazilië

COM/2024/581 final

Brussel, 18.12.2024

COM(2024) 581 final

2024/0320(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de federale politie van Brazilië


TOELICHTING

Dit voorstel betreft de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst met de Federale Republiek Brazilië (“Brazilië”) inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (“Europol”) en de federale politie van Brazilië (“de overeenkomst”).

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Europol heeft tot taak de lidstaten te ondersteunen bij de voorkoming en bestrijding van alle vormen van zware internationale en georganiseerde criminaliteit, cybercriminaliteit en terrorisme. In een geglobaliseerde wereld waar zware criminaliteit en terrorisme steeds vaker grensoverschrijdend worden en meer facetten vertonen, moeten de rechtshandhavingsinstanties over alle middelen kunnen beschikken om in samenwerking met externe partners de veiligheid van de burgers te garanderen. Europol moet daarom nauw kunnen samenwerken met rechtshandhavingsinstanties van derde landen, onder meer door de uitwisseling van persoonsgegevens, voor zover deze samenwerking noodzakelijk is om zijn taken uit te voeren binnen het kader van de in Verordening (EU) 2016/794 1 vastgestelde vereisten. Tegelijkertijd is het belangrijk ervoor te zorgen dat er voor de bescherming van persoonsgegevens passende waarborgen zijn betreffende de bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

Zoals bepaald in artikel 25, lid 1, punten a) tot en met c), van Verordening (EU) 2016/794 kan Europol persoonsgegevens uitwisselen met derde landen of internationale organisaties op basis van:

·een besluit van de Commissie, vastgesteld overeenkomstig artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680, dat het derde land, een grondgebied of één of meerdere nader bepaalde sectoren in dat derde land, of de internationale organisatie in kwestie een adequaat beschermingsniveau biedt (adequaatheidsbesluit);

·een internationale overeenkomst gesloten tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie op grond van artikel 218 VWEU waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de fundamentele rechten en vrijheden van burgers;

·een samenwerkingsovereenkomst, op grond waarvan persoonsgegevens kunnen worden uitgewisseld, die vóór 1 mei 2017 is gesloten tussen Europol en dat derde land of die internationale organisatie overeenkomstig artikel 23 van Besluit 2009/371/JBZ.

Sinds Verordening (EU) 2016/794 op 1 mei 2017 van toepassing is geworden, is het de verantwoordelijkheid van de Commissie om namens de Unie te onderhandelen over internationale overeenkomsten met derde landen op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens met Europol. Voor zover dat noodzakelijk is om zijn taken te kunnen uitvoeren, kan Europol ook samenwerkingsbetrekkingen met externe partners aangaan en onderhouden op basis van werkafspraken en administratieve afspraken, die echter op zich niet kunnen fungeren als rechtsgrondslag voor de uitwisseling van persoonsgegevens. In tegenstelling tot een internationale overeenkomst worden deze afspraken door Europol gemaakt en zijn zij niet bindend voor de Europese Unie of haar lidstaten 2 .

De georganiseerde criminele groepen in Latijns-Amerika vormen een ernstige bedreiging voor de interne veiligheid van de Europese Unie, aangezien hun optreden steeds meer verband houdt met een reeks strafbare feiten binnen de Unie, met name op het gebied van drugshandel. In de dreigingsevaluatie van de Europese Unie voor zware en georganiseerde criminaliteit (Socta) van 2021 wordt benadrukt dat ongekende hoeveelheden illegale drugs vanuit Latijns-Amerika naar de Europese Unie worden gesmokkeld, met een winst van meerdere miljarden euro’s, die worden gebruikt om een verscheidenheid aan criminele organisaties (internationaal en in de Europese Unie) te financieren en de rechtsstaat in de Europese Unie te verzwakken 3 .

Recente verslagen bevestigen dat de beschikbaarheid van cocaïne in Europa nog nooit zo groot is geweest en dat de drug betaalbaarder en toegankelijker is voor consumenten dan ooit tevoren 4 . Het grootste deel van de in de Europese Unie in beslag genomen drugs wordt over zee vervoerd, voornamelijk in containers voor de zeescheepvaart 5 , en wordt rechtstreeks naar de Europese Unie verzonden vanuit de productielanden en buurlanden in Latijns-Amerika, waaronder Brazilië 6 . Braziliaanse georganiseerde criminele organisaties zijn partners geworden van Colombiaanse criminele netwerken en kopen ook cocaïne die in Bolivia en Peru wordt geproduceerd. Naast hun smokkelactiviteiten verrichten deze netwerken ook diensten voor wereldwijd opererende criminele netwerken die Braziliaanse havens gebruiken om cocaïne te verhandelen 7 . Op basis van de hoeveelheden voor Europa bestemde cocaïne die in Europese en andere havens in beslag zijn genomen, was Brazilië (met ongeveer 71 ton in beslag genomen cocaïne) een van de belangrijkste vertrekpunten in 2020, zoals dat al enkele jaren het geval is 8 . Officiële gegevens van Brazilië bevestigen dat Europa de voornaamste bestemming is voor cocaïne die vanuit Brazilië wordt verzonden 9 .

De in Latijns-Amerika gevestigde georganiseerde misdaadorganisaties bestaan sinds lange tijd en zijn ook actief op het gebied van andere vormen van criminaliteit die onder het mandaat van Europol vallen, zoals cybercriminaliteit, witwassen van geld en milieucriminaliteit.

In zijn programmeringsdocument 2022-2024 heeft Europol onder meer aangegeven dat de toenemende vraag naar drugs en het toenemende aantal drugshandelsroutes naar de Europese Unie de noodzaak van nauwere samenwerking met Latijns-Amerikaanse landen rechtvaardigen 10 .

Europol en Brazilië werken in dit kader samen sinds de ondertekening van een overeenkomst inzake strategische samenwerking in april 2017 11 . De resultaten die zijn bereikt na de uitvoering van deze overeenkomst en de oprichting van het Braziliaanse verbindingsbureau bij Europol, met inbegrip van de daaropvolgende inzet van Braziliaanse verbindingsfunctionarissen bij Europol in september 2020, hebben geleid tot een betere samenwerking op strategisch operationeel niveau met de lidstaten en derde partijen die bij Europol zijn vertegenwoordigd.

Sindsdien heeft de federale politie van Brazilië doeltreffend samengewerkt met de lidstaten van de Europese Unie en met Europol om grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme te bestrijden, waardoor Europa en de rest van de wereld veiliger zijn geworden. Er zijn al veel positieve resultaten geboekt 12 , van de dagelijkse uitwisseling van informatie via de applicatie voor veilige informatie-uitwisseling (Siena) van Europol tot de deelname aan vergaderingen van het Europees multidisciplinair platform tegen criminaliteitsdreiging (Empact) en gezamenlijke onderzoeken met de lidstaten 13 .

Brazilië neemt deel aan het coördinatie- en samenwerkingsmechanisme inzake drugs van de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten (Celac). Brazilië is ook lid van de Politiegemeenschap van Noord- en Zuid-Amerika (Ameripol) en heeft zich ertoe verbonden bij te dragen aan de ontmanteling van georganiseerde criminele groepen die betrokken zijn bij de productie van en de handel in drugs. Brazilië is door het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA) aangewezen als een belangrijke internationale partner voor de vermindering van het mondiale aanbod van cocaïne 14 .

De overeenkomst inzake strategische samenwerking tussen Europol en Brazilië biedt echter geen rechtsgrondslag voor de uitwisseling van persoonsgegevens. Dit soort uitgebreidere operationele samenwerking en de uitwisseling van relevante informatie tussen Europol en Brazilië zouden echter belangrijk zijn voor de bestrijding van ernstige strafbare feiten op tal van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals drugshandel en milieucriminaliteit, met name rekening houdend met de prominente rol van Braziliaanse criminele netwerken op de mondiale drugsmarkt.

In het licht hiervan heeft de Commissie op 9 maart 2023 een aanbeveling ingediend waarin de Raad wordt voorgesteld machtiging te verlenen voor het openen van onderhandelingen over een overeenkomst tussen de Europese Unie en Brazilië op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Braziliaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme 15 . Op 15 mei 2023 heeft de Raad deze machtiging verleend en onderhandelingsrichtsnoeren vastgesteld 16 .

De onderhandelingen met Brazilië over deze overeenkomst zijn in juli 2023 van start gegaan. Om een enkel, coherent en juridisch bindend instrument tot stand te brengen dat de samenwerking tussen Europol en Brazilië regelt, zijn ook bepalingen inzake strategische samenwerking en de uitwisseling van niet-persoonsgebonden gegevens in de overeenkomst opgenomen.

Na drie onderhandelingsronden en drie technische bijeenkomsten bereikten de hoofdonderhandelaars een voorlopig akkoord over de tekst en op 18 oktober 2024 parafeerden zij de ontwerptekst van de overeenkomst.

De medewetgevers zijn in alle stadia van de onderhandelingen regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd, met name via de bevoegde werkgroep van de Raad en de Commissie LIBE van het Europees Parlement.

•Verenigbaarheid met bestaand beleid van de Unie

Over de overeenkomst is onderhandeld overeenkomstig de uitgebreide onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad op 15 mei 2023 heeft aangenomen. De onderhavige overeenkomst is ook in overeenstemming met het bestaande beleid van de Unie inzake samenwerking op het gebied van rechtshandhaving.

De afgelopen jaren is er al een en ander gedaan om de samenwerking op het gebied van informatie-uitwisseling tussen de lidstaten te verbeteren en de armslag van terroristen en criminelen te beperken. De bestaande strategische documenten van de Commissie onderbouwen de noodzaak om de efficiëntie en doeltreffendheid van de samenwerking op het gebied van rechtshandhaving in de Europese Unie te verbeteren en de samenwerking met derde landen uit te breiden. Het gaat onder meer om de strategie voor de veiligheidsunie 17 en de strategie van de Europese Unie voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit 18 .

In overeenstemming met deze strategische documenten is de internationale samenwerking op het gebied van rechtshandhaving reeds versterkt. Op basis van een machtiging van de Raad heeft de Commissie met Nieuw-Zeeland onderhandeld over een overeenkomst inzake de uitwisseling van persoonsgegevens met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) 19 . Er zij ook aan herinnerd dat de Raad eerder machtigingen heeft verleend voor het openen van onderhandelingen met Algerije, Egypte, Jordanië, Israël, Libanon, Marokko, Tunesië en Turkije over internationale overeenkomsten inzake de uitwisseling van persoonsgegevens met Europol 20 .

Bovendien is de overeenkomst in overeenstemming met de drugsstrategie 2021-2025 van de Europese Unie 21 en het drugsactieplan 2021-2025 van de Europese Unie 22 , waarin wordt benadrukt hoe belangrijk internationale samenwerking is om de vele facetten van de drugsproblematiek aan te pakken.

In die zin moet de overeenkomst met Brazilië ook worden gezien als onderdeel van een bredere inspanning om de samenwerking op het gebied van rechtshandhaving tussen de Europese Unie en belanghebbende Latijns-Amerikaanse landen te verbeteren. In dat verband heeft de Raad op aanbeveling van de Commissie machtiging verleend tot het openen van onderhandelingen over soortgelijke internationale overeenkomsten met Bolivia, Ecuador, Mexico en Peru, naast die met Brazilië, met als uiteindelijk doel de strijd tegen terrorisme en zware criminaliteit, waaronder drugshandel, op te voeren 23 .

Tegelijkertijd is het van cruciaal belang dat samenwerking op het gebied van rechtshandhaving met derde landen volledig in overeenstemming is met de grondrechten die zijn verankerd in de Verdragen van de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Een bijzonder belangrijke reeks waarborgen, te weten die welke zijn opgenomen in hoofdstukken II en IV van de overeenkomst, betreft de bescherming van persoonsgegevens, een grondrecht dat is verankerd in de Verdragen van de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Overeenkomstig artikel 25, lid 1, punt b), van de Europol-verordening kan Europol persoonsgegevens doorgeven aan een autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie op grond van een internationale overeenkomst gesloten tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie op grond van artikel 218 VWEU, waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers. Hoofdstukken II en IV van de overeenkomst voorzien in dergelijke waarborgen, waaronder met name bepalingen ter waarborging van een aantal beginselen en verplichtingen inzake gegevensbescherming die door de partijen moeten worden nageleefd (artikelen 3, 4, 5, 7, 10, 11, 12, 13, 18 en 19), alsmede bepalingen ter waarborging van afdwingbare rechten van personen (artikelen 6, 8 en 9), onafhankelijk toezicht (artikel 14) en doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden voor schendingen van de in de overeenkomst erkende rechten en waarborgen ten gevolge van de verwerking van persoonsgegevens (artikel 15).

In de ontwerpovereenkomst zijn passende waarborgen opgenomen voor de bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van personen, alsook een rechtsgrond voor de uitwisseling van persoonsgegevens voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

Artikel 218, lid 5, VWEU voorziet in besluiten waarbij “machtiging wordt verleend tot ondertekening van de overeenkomst en, in voorkomend geval, in afwachting van de inwerkingtreding, tot de voorlopige toepassing ervan”. Aangezien het voorstel tot doel heeft een machtiging te krijgen tot ondertekening van de overeenkomst, is de procedurele rechtsgrondslag artikel 218, lid 5, VWEU.

Het voorstel heeft twee hoofddoelstellingen en componenten, namelijk de samenwerking tussen Europol en Brazilië op het gebied van rechtshandhaving en de vaststelling van passende waarborgen betreffende de bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers voor deze samenwerking. De materiële rechtsgrondslag moet dus artikel 16, lid 2, en artikel 88 VWEU zijn.

Dit voorstel is derhalve gebaseerd op artikel 16, lid 2, en artikel 88, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 5, VWEU.

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Verordening (EU) 2016/794 bevat specifieke regels voor de doorgifte van persoonsgegevens door Europol buiten de Europese Unie. In artikel 25, lid 1, van die verordening worden situaties opgesomd waarin Europol rechtmatig persoonsgegevens kan doorgeven aan rechtshandhavingsautoriteiten van derde landen. Uit deze bepaling volgt dat voor de doorgifte van persoonsgegevens door Europol aan Brazilië een bindende internationale overeenkomst tussen de Europese Unie en Brazilië moet worden gesloten, waarin passende waarborgen zijn opgenomen betreffende de bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers. Overeenkomstig artikel 3, lid 2, VWEU valt de overeenkomst dus onder de exclusieve externe bevoegdheid van de Unie. Daarom is dit voorstel niet onderworpen aan een subsidiariteitscontrole.

•Evenredigheid

De hierboven vermelde doelstellingen van de Unie met betrekking tot dit voorstel kunnen alleen worden verwezenlijkt door sluiting van een bindende internationale overeenkomst die voorziet in de nodige samenwerkingsmaatregelen en tegelijkertijd een passende bescherming van de grondrechten waarborgt. De bepalingen van de overeenkomst zijn beperkt tot hetgeen nodig is om de belangrijkste doelstellingen ervan te verwezenlijken. Unilaterale maatregelen van de lidstaten ten aanzien van Brazilië vormen geen alternatief, aangezien Europol een unieke rol heeft. Unilaterale maatregelen zouden evenmin een toereikende basis vormen voor politiële samenwerking met niet-EU-landen en de noodzakelijke bescherming van de grondrechten niet waarborgen.

•Keuze van het instrument

Overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) 2016/794 kan Europol, bij ontstentenis van een adequaatheidsbesluit, alleen persoonsgegevens overdragen aan een derde land op basis van een internationale overeenkomst op grond van artikel 218 VWEU waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de fundamentele rechten en vrijheden van burgers (artikel 25, lid 2, punt b van de Europol-verordening)). Overeenkomstig artikel 218, lid 5, VWEU wordt bij besluit van de Raad machtiging verleend voor de ondertekening van een dergelijke overeenkomst.

•Grondrechten

De uitwisseling van persoonsgegevens en de verwerking daarvan door de autoriteiten van een derde land vormt een inmenging in het grondrecht op bescherming van de privacy en gegevensbescherming. De overeenkomst waarborgt echter de noodzaak en evenredigheid van een dergelijke inmenging door de toepassing van passende waarborgen inzake gegevensbescherming op de doorgegeven persoonsgegevens te garanderen, in overeenstemming met het recht van de Europese Unie.

Hoofdstukken II en IV voorzien in de bescherming van persoonsgegevens. In artikelen 3 tot en met 15 en de artikelen 18 tot en met 19 zijn op die basis de fundamentele gegevensbeschermingsbeginselen opgenomen, waaronder doelbinding, bepalingen inzake gegevenskwaliteit en de regels die van toepassing zijn op de verwerking van bijzondere categorieën gegevens, de verplichtingen die voor verwerkingsverantwoordelijken gelden, onder meer inzake bewaring, het bijhouden van registers, beveiliging en verdere doorgifte, afdwingbare individuele rechten, onder meer inzake toegang, rectificatie en geautomatiseerde besluitvorming, onafhankelijk en doeltreffend toezicht en administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden.

De waarborgen hebben betrekking op alle vormen van verwerking van persoonsgegevens in het kader van de samenwerking tussen Europol en Brazilië. De uitoefening van bepaalde individuele rechten kan worden uitgesteld, beperkt of geweigerd indien dit, gelet op de grondrechten en de belangen van de betrokkene, noodzakelijk, redelijk en evenredig is, met name om te voorkomen dat een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopende strafrechtelijke vervolging in het gedrang komt, wat ook in overeenstemming is met het Unierecht.

Ook zal zowel de Europese Unie als Brazilië ervoor zorgen dat een onafhankelijke overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor gegevensbescherming (toezichthoudende autoriteit), toezicht houdt op aangelegenheden die van invloed zijn op de privacy van natuurlijke personen, zodat de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens worden beschermd.

Artikel 32 versterkt de doeltreffendheid van de waarborgen in de overeenkomst door te voorzien in gezamenlijke toetsingen van de uitvoering met regelmatige tussenpozen. Deskundigen op het gebied van gegevensbescherming en rechtshandhaving maken deel uit van de evaluatieteams.

Als verdere waarborg overeenkomstig artikel 21, lid 1, kan de overeenkomst worden opgeschort in geval van niet-naleving van de uit de bepalingen van de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Persoonsgegevens die vóór de opschorting zijn doorgegeven, worden ook na de opschorting overeenkomstig de overeenkomst behandeld. Bovendien worden, in geval van beëindiging van de overeenkomst, persoonsgegevens die vóór de beëindiging ervan zijn doorgegeven, verder verwerkt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst.

Voorts waarborgt de overeenkomst dat de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en Brazilië in overeenstemming is met zowel het non-discriminatiebeginsel als met artikel 52, lid 1, van het Handvest, die waarborgen dat de aantasting van de grondrechten die uit hoofde van het Handvest worden gegarandeerd, beperkt blijft tot hetgeen strikt noodzakelijk is om daadwerkelijk te beantwoorden aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, met dien verstande dat het evenredigheidsbeginsel in acht moet worden genomen.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Niet van toepassing.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Er is geen uitvoeringsplan nodig, aangezien de overeenkomst in werking treedt op de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving waarbij de Europese Unie en Brazilië elkaar langs diplomatieke weg in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun eigen procedures.

Wat de monitoring betreft, toetsen de Europese Unie en Brazilië gezamenlijk de uitvoering van de overeenkomst één jaar na de inwerkingtreding ervan en vervolgens met regelmatige tussenpozen, alsmede wanneer een partij daarom verzoekt en de partijen zulks overeenkomen.

•Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 betreft het doel en het toepassingsgebied van de overeenkomst.

Artikel 2 betreft de definities van de overeenkomst.

Artikel 3 betreft de doeleinden waarvoor persoonsgegevens mogen worden verwerkt.

Artikel 4 betreft de algemene beginselen inzake gegevensbescherming die de Europese Unie en Brazilië in acht moeten nemen.

Artikel 5 betreft bijzondere categorieën persoonsgegevens en verschillende categorieën betrokkenen, zoals persoonsgegevens inzake slachtoffers van een strafbaar feit, getuigen of andere personen die informatie kunnen verstrekken over strafbare feiten, of inzake personen jonger dan 18 jaar.

Artikel 6 betreft de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.

Artikel 7 betreft de verdere doorgifte van de ontvangen persoonsgegevens.

Artikel 8 voorziet in het recht van toegang en waarborgt dat de betrokkene het recht heeft met redelijke tussenpozen informatie te verkrijgen over de vraag of hem of haar betreffende persoonsgegevens in het kader van de overeenkomst worden verwerkt.

Artikel 9 betreft het recht van rectificatie, wissing en beperking, waardoor de betrokkene het recht heeft de bevoegde autoriteiten te verzoeken onjuiste persoonsgegevens betreffende de betrokkene die in het kader van de overeenkomst zijn doorgegeven, te rectificeren.

Artikel 10 betreft de kennisgeving inzake een inbreuk in verband met persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst worden doorgegeven en zorgt ervoor dat de respectieve bevoegde autoriteiten elkaar en hun respectieve toezichthoudende autoriteit onverwijld van die inbreuk in kennis stellen en maatregelen nemen om de mogelijke negatieve gevolgen ervan te beperken.

Artikel 11 betreft de melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene en zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteiten van beide partijen bij de overeenkomst de betrokkene onverwijld in kennis stellen van een inbreuk in verband met persoonsgegevens die waarschijnlijk ernstige negatieve gevolgen zal hebben voor zijn of haar rechten en vrijheden.

Artikel 12 betreft de opslag, toetsing, correctie en wissing van persoonsgegevens.

Artikel 13 betreft het bijhouden van registratiegegevens inzake de verzameling, wijziging, verstrekking, met inbegrip van verdere doorgifte, combinatie en wissing van en toegang tot persoonsgegevens.

Artikel 14 betreft de toezichthoudende autoriteit en zorgt ervoor dat er een onafhankelijke overheidsinstantie is die verantwoordelijk is voor gegevensbescherming (toezichthoudende autoriteit) en die toezicht houdt op aangelegenheden die van invloed zijn op de persoonlijke levenssfeer van personen, met inbegrip van de interne regels die relevant zijn in het kader van de overeenkomst, om de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens te beschermen.

Artikel 15 betreft administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden en zorgt ervoor dat betrokkenen recht hebben op doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden in geval van schendingen van de in de overeenkomst erkende rechten en waarborgen ten gevolge van de verwerking van hun persoonsgegevens.

Artikel 16 betreft gegevensbeschermingsbeginselen die van toepassing zijn op de uitwisseling van niet-persoonsgebonden gegevens.

Artikel 17 betreft de verdere doorgifte van de ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens.

Artikel 18 betreft de beoordeling van de betrouwbaarheid van de bron en de juistheid van de gegevens met betrekking tot zowel persoonsgegevens als niet-persoonsgebonden gegevens die in het kader van de overeenkomst worden uitgewisseld.

Artikel 19 betreft de gegevensbeveiliging en zorgt voor de uitvoering van technische en organisatorische maatregelen ter bescherming van de persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens die in het kader van deze overeenkomst worden uitgewisseld.

Artikel 20 betreft de beslechting van geschillen en zorgt ervoor dat de vertegenwoordigers van de Europese Unie en Brazilië bij alle geschillen die zich kunnen voordoen in verband met de interpretatie, toepassing of uitvoering van de overeenkomst en alle daarmee verband houdende aangelegenheden, zullen overleggen en onderhandelen om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel 21 betreft een opschortingsclausule.

Artikel 22 betreft de beëindiging van de overeenkomst.

Artikel 23 betreft de verhouding tot andere internationale instrumenten en zorgt ervoor dat de overeenkomst geen afbreuk doet aan of van invloed is op de wettelijke bepalingen met betrekking tot de uitwisseling van informatie waarin een verdrag, overeenkomst of regeling tussen Brazilië en een lidstaat van de Europese Unie voorziet.

Artikel 24 betreft de uitwisseling van gerubriceerde gegevens, indien nodig in het kader van de overeenkomst.

Artikel 25 betreft de behandeling van verzoeken om toegang van het publiek tot gegevens die in het kader van de overeenkomst worden doorgegeven.

Artikel 26 betreft de nationale contactpunten en verbindingsfunctionarissen.

Artikel 27 betreft een beveiligd communicatiekanaal.

Artikel 28 betreft de kosten in het kader van de overeenkomst.

Artikel 29 betreft de kennisgeving inzake de uitvoering van de overeenkomst.

Artikel 30 betreft de inwerkingtreding en toepassing van de overeenkomst.

Artikel 31 betreft wijzigingen en aanvullingen van de overeenkomst.

Artikel 32 betreft de toetsing en evaluatie van de overeenkomst.

Artikel 33 betreft de talen van de overeenkomst.

2024/0320 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de federale politie van Brazilië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 88, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)In Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad 24 is bepaald dat het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land kan overdragen, onder meer op basis van een ingevolge artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en het derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen betreffende de bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(2)Op 15 mei 2023 heeft de Raad de Commissie machtiging verleend voor het openen van onderhandelingen met de Federale Republiek Brazilië over een overeenkomst op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Braziliaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

(3)De onderhandelingen over de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de federale politie van Brazilië (“de overeenkomst”) zijn met succes afgerond en de tekst van de overeenkomst is op 18 oktober 2024 geparafeerd.

(4)De overeenkomst brengt samenwerkingsverbanden tot stand tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië en maakt de onderlinge overdracht van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens mogelijk voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme en de bescherming van de veiligheid van de Unie en haar burgers.

(5)De overeenkomst waarborgt de volledige eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Unie, met inbegrip van het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, zoals erkend in artikel 7 van het Handvest, het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals erkend in artikel 8 van het Handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, zoals erkend in artikel 47 van het Handvest. De overeenkomst bevat passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens die door Europol in het kader van de overeenkomst worden doorgegeven.

(6)De overeenkomst is niet van invloed op en doet geen afbreuk aan de doorgifte van persoonsgegevens of andere vormen van samenwerking tussen de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de nationale veiligheid.

(7)Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2016/794 en neemt derhalve deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken.

(9)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op [xx.xx.xxxx] Advies [xxx] uitgebracht.

(10)De overeenkomst moet derhalve namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(11)Overeenkomstig de Verdragen is het aan de Commissie om te zorgen voor de ondertekening van de overeenkomst, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de federale politie van Brazilië (“de overeenkomst”) wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting van de overeenkomst.

De tekst van de te ondertekenen overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/794/oj), (“Verordening (EU) 2016/794”).
(2)    Artikel 23, leden 1 en 4, van Verordening (EU) 2016/794.
(3)    Dreigingsevaluatie van de Europese Unie voor zware en georganiseerde criminaliteit (Socta), 2021: “A corrupting influence: The infiltration and undermining of Europe’s economy and society by organised crime”, beschikbaar op https-//www.europol.europa.eu/publication-events/main-reports/european-union-serious-and-organised-crime-threat-assessment-socta-2021 .
(4)    “EU Drug Market: Cocaine”, blz. 58, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine_en .
(5)    “Europe and the global cocaine trade”, blz. 5, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine/europe-and-global-cocaine-trade_en .
(6)    “Europe and the global cocaine trade”, blz. 5, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine/europe-and-global-cocaine-trade_en .
(7)    “EU Drug Market: Cocaine”, blz. 47, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine_en .
(8)    “EU Drug Market: Cocaine”, blz. 24, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine_en .
(9)    “EU Drug Market: Cocaine”, blz. 52, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine_en .
(10)    Programmeringsdocument 2022-2024 van Europol, blz. 150.    
(11)     https://www.europol.europa.eu/partners-agreements/strategic-agreements .
(12)    Een voorbeeld van de bovengenoemde positieve resultaten van deze samenwerking is Operation Chameleon/Enterprise, beschikbaar op https://www.europol.europa.eu/newsroom/news/over-40-arrested-in-biggest-ever-crackdown-against-drug-ring-smuggling-cocaine-brazil-europe.
(13)    Onderzoeken die hebben geleid tot de inbeslagname van zes ton cocaïne door de Franse marine, beschikbaar op https://maoc.eu/french-authorities-seize-6-tons-of-cocaine-in-the-gulf-of-guinea-with-the-support-of-maoc -n/ .
(14)    “EU Drug Market: Cocaine”, blz. 82, beschikbaar op https://www.emcdda.europa.eu/publications/eu-drug-markets/cocaine_en .
(15)    COM(2023) 132 final.
(16)    Besluit (EU) 2023/1010 van de Raad van 15 mei 2023 en Raadsdocument 8525/23 van 28 april 2023.
(17)    COM(2020) 605 final van 24.7.2020.
(18)    COM(2021) 170 final van 14.4.2021.
(19)    De Overeenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds, op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Nieuw-Zeelandse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme (PB L 51 van 20.2.2023, blz. 4), Europese Raad - Raad van de Europese Unie, beschikbaar op https://www.consilium.europa.eu/nl/documents-publications/treaties-agreements/agreement/?id=2022013&DocLanguage=nl.
(20)    Raadsdocumenten 9339/18, 9334/18, 9331/18, 9342/18, 9330/18, 9333/18, 9332/18, 9320/18 van 28 mei 2018.
(21)    Raadsdocument (EU) 14178/20 van 18 december 2020.
(22)    PB C 272 van 8.7.2021, blz. 2.
(23)    Besluiten (EU) 2023/1009, (EU) 2023/1008, (EU) 2023/1011, (EU) 2023/1012 van 15 mei 2023.
(24)    Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/794/oj).
Top

Brussel, 18.12.2024

COM(2024) 581 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking met en via het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de federale politie van Brazilië


BIJLAGE

ONTWERPOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË INZAKE SAMENWERKING MET EN VIA HET AGENTSCHAP VAN DE EUROPESE UNIE VOOR SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN RECHTSHANDHAVING (EUROPOL) EN DE FEDERALE POLITIE VAN BRAZILIË

DE EUROPESE UNIE, hierna “de Unie” of “de EU” genoemd,

en

DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË, hierna “Brazilië” genoemd,

hierna gezamenlijk “de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

OVERWEGENDE DAT door de uitwisseling van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de bevoegde autoriteiten van Brazilië mogelijk te maken, bij deze overeenkomst het kader wordt geschapen voor een versterkte operationele samenwerking tussen de Europese Unie en Brazilië op het gebied van rechtshandhaving, waarbij de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle betrokken personen, waaronder het recht op privacy en gegevensbescherming, worden gewaarborgd,

OVERWEGENDE DAT deze overeenkomst de regelingen inzake wederzijdse rechtshulp tussen Brazilië en de lidstaten van de Unie die de uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk maken, onverlet laat,

OVERWEGENDE DAT deze overeenkomst de bevoegde autoriteiten niet verplicht persoonsgegevens of niet-persoonsgebonden gegevens door te geven en dat het delen van persoonsgegevens of niet-persoonsgebonden gegevens waarom in het kader van deze overeenkomst wordt verzocht, vrijwillig blijft,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 1

Doelstellingen en toepassingsgebied

(1)Het doel van deze overeenkomst is het aangaan van samenwerkingsverbanden tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de bevoegde autoriteiten van Brazilië en het mogelijk maken van de doorgifte van persoonsgegevens tussen deze twee partijen, teneinde het optreden van de autoriteiten van de lidstaten van de Unie en die van Brazilië te ondersteunen en te versterken, alsmede hun onderlinge samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van strafbare feiten, waaronder zware criminaliteit en terrorisme, te ondersteunen en te versterken, en daarbij te zorgen voor passende waarborgen met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van personen, met inbegrip van het recht op privacy en gegevensbescherming.

(2)Deze overeenkomst is van toepassing op de samenwerking tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië op de werkterreinen en binnen de bevoegdheden en taken van Europol, als bepaald in de Europol-verordening, zoals toegepast overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en in deze overeenkomst.

ARTIKEL 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

(1)“Overeenkomstsluitende partijen”: de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië;

(2)“Europol”: het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, opgericht bij de Europol-verordening;

(3)“Europol-verordening” of “Verordening (EU) 2016/794”: Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53), alsmede alle wijzigingen of vervolgverordeningen daarvan;

(4)“bevoegde autoriteiten”: voor Brazilië, de nationale rechtshandhavingsinstanties die krachtens het Braziliaanse nationale recht verantwoordelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van de in bijlage II vermelde strafbare feiten (“bevoegde autoriteiten van Brazilië”) en waarvoor overeenkomstig artikel 26 een aangewezen nationaal contactpunt binnen de Braziliaanse federale politie fungeert als centraal punt voor contact met Europol, en, voor de Unie, Europol;

(5)“organen van de Unie”: instellingen, organen, missies, en instanties opgericht bij of op grond van het Verdrag betreffende de Europese Unie (“VEU”) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), als vermeld in bijlage III;

(6)“strafbare feiten”: de in bijlage I vermelde vormen van criminaliteit en daarmee samenhangende strafbare feiten; Strafbare feiten worden geacht samen te hangen met de in bijlage I vermelde vormen van criminaliteit wanneer zij worden gepleegd om de middelen te verkrijgen om dergelijke vormen van criminaliteit te plegen, of deze vormen van criminaliteit te bevorderen of te plegen, of om ervoor te zorgen dat degenen die dergelijke vormen van criminaliteit plegen, ongestraft blijven;

(7)“persoonsgegevens”: alle informatie over een betrokkene;

(8)“niet-persoonsgebonden gegevens”: andere informatie dan persoonsgegevens;

(9)“betrokkene”: een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; een identificeerbare persoon is een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator, zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online-identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die persoon;

(10)“genetische gegevens”: alle persoonsgegevens met betrekking tot de aangeboren of verworven genetische kenmerken van een natuurlijke persoon die unieke informatie geven over de fysiologie of de gezondheid van die persoon en die met name voortkomen uit een analyse van een biologisch monster van die persoon;

(11)“biometrische gegevens”: persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragsgerelateerde kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, zoals gezichtsafbeeldingen of vingerafdrukgegevens;

(12)“verwerking”: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere beschikbaarstelling, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;

(13)“inbreuk in verband met persoonsgegevens”: een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging, de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte persoonsgegevens;

(14)“toezichthoudende autoriteit”: een of meer binnenlandse onafhankelijke autoriteiten die alleen of gezamenlijk belast zijn met gegevensbescherming in de zin van artikel 14 en die overeenkomstig dat artikel zijn aangemeld. Het kan hierbij gaan om autoriteiten waarvan de verantwoordelijkheid zich ook uitstrekt tot andere mensenrechten;

(15)“internationale organisatie”: een internationaalpubliekrechtelijke organisatie en de daaronder ressorterende internationaalpubliekrechtelijke organen, of enig ander orgaan dat is opgericht bij of op grond van een overeenkomst tussen twee of meer landen.

HOOFDSTUK II

UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS EN GEGEVENSBESCHERMING

ARTIKEL 3

Doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens

(1)De in het kader van deze overeenkomst gevraagde en ontvangen persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt ten behoeve van de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, binnen de grenzen van artikel 4, lid 5, en de respectieve mandaten van de bevoegde autoriteiten.

(2)De bevoegde autoriteiten geven uiterlijk op het moment van de doorgifte van persoonsgegevens duidelijk aan voor welk specifiek doel of welke specifieke doeleinden de gegevens worden doorgegeven. Voor doorgiften aan Europol worden het doel of de doeleinden van een dergelijke doorgifte gespecificeerd overeenkomstig het specifieke verwerkingsdoel of de specifieke verwerkingsdoeleinden die zijn vastgesteld in de Europol-verordening. De overeenkomstsluitende partijen kunnen in onderlinge overeenstemming besluiten dat de doorgegeven persoonsgegevens mogen worden verwerkt voor een aanvullend, verenigbaar en specifiek doel, dat op het moment van die onderlinge overeenstemming wordt gespecificeerd en binnen de werkingssfeer van lid 1 van dit artikel valt.

ARTIKEL 4

Algemene beginselen inzake gegevensbescherming

(1) Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde persoonsgegevens:

(a)eerlijk, rechtmatig, overeenkomstig de transparantievoorschriften in artikel 29, lid 1, en uitsluitend voor het doel of de doeleinden waarvoor zij overeenkomstig artikel 3 zijn doorgegeven, worden verwerkt;

(b)adequaat en relevant zijn en beperkt zijn tot wat noodzakelijk is in verhouding tot het doel of de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt;

(c)juist zijn en worden bijgewerkt; elke overeenkomstsluitende partij bepaalt dat haar bevoegde autoriteiten alle redelijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens die, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld worden gerectificeerd of gewist;

(d)niet langer dan nodig is voor de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt, worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren;

(e)op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging van de persoonsgegevens gewaarborgd is.

(2)De doorgevende bevoegde autoriteit kan op het moment van de doorgifte van persoonsgegevens elke algemene of specifieke beperking van de toegang daartoe of het gebruik daarvan aangeven, ook wat betreft de verdere doorgifte, wissing of vernietiging ervan na een bepaalde periode, of de verdere verwerking ervan. Indien de noodzaak tot dergelijke beperkingen duidelijk wordt nadat de informatie reeds is verstrekt, stelt de doorgevende bevoegde autoriteit de ontvangende autoriteit daarvan in kennis.

(3)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangende bevoegde autoriteit zich houdt aan elke beperking van de toegang tot of het verdere gebruik van de persoonsgegevens die door de verstrekkende bevoegde autoriteit is aangegeven, zoals omschreven in lid 2.

(4)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten passende technische en organisatorische maatregelen treffen waarmee kan worden aangetoond dat de gegevensverwerking in overeenstemming zal zijn met deze overeenkomst en dat de rechten van de betrokkenen worden beschermd.

(5)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten geen persoonsgegevens doorgeven die zijn verkregen met een kennelijke schending van mensenrechten die zijn erkend krachtens internationaalrechtelijke normen waardoor de overeenkomstsluitende partijen zijn gebonden. Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangen persoonsgegevens niet worden gebruikt om de doodstraf of enige vorm van foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing te vorderen, uit te spreken of uit te voeren.

(6)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat een register wordt bijgehouden van alle doorgiften van persoonsgegevens in het kader van deze overeenkomst en van het doel of de doeleinden van die doorgiften.

ARTIKEL 5

Speciale categorieën persoonsgegevens en verschillende categorieën betrokkenen

(1)De doorgifte en verdere verwerking van persoonsgegevens in verband met slachtoffers van een strafbaar feit, getuigen of andere personen die informatie kunnen verstrekken over strafbare feiten, of in verband met personen jonger dan achttien, is verboden, tenzij de doorgifte in individuele gevallen strikt noodzakelijk en evenredig is voor het voorkomen of bestrijden van een strafbaar feit.

(2)Persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, genetische gegevens, biometrische gegevens voor de unieke identificatie van een natuurlijke persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens over seksueel gedrag of seksuele gerichtheid van een natuurlijke persoon, mogen alleen worden doorgegeven en verder worden verwerkt in individuele gevallen en alleen indien dat strikt noodzakelijk en evenredig is voor het voorkomen of bestrijden van een strafbaar feit, en indien die gegevens, met uitzondering van biometrische gegevens, andere persoonsgegevens aanvullen.

(3)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat bij de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van de leden 1 en 2 van dit artikel passende waarborgen ter bescherming tegen de desbetreffende specifieke risico’s in acht worden genomen, zoals toegangsbeperkingen, maatregelen voor gegevensbeveiliging in de zin van artikel 19 en beperkingen op verdere doorgiften uit hoofde van artikel 7.

ARTIKEL 6

Geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens

Besluiten die uitsluitend gebaseerd zijn op geautomatiseerde verwerking van de uitgewisselde persoonsgegevens, met inbegrip van profilering, en die voor de betrokkene nadelige rechtsgevolgen of aanzienlijke gevolgen kunnen hebben, zijn verboden, tenzij zij wettelijk zijn toegestaan om een strafbaar feit te voorkomen of te bestrijden en zijn omkleed met passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, waaronder in ieder geval het recht op menselijke tussenkomst.

ARTIKEL 7

Verdere doorgifte van de ontvangen persoonsgegevens

(1)Brazilië zorgt ervoor dat zijn bevoegde autoriteiten de in het kader van deze overeenkomst ontvangen persoonsgegevens alleen doorgeven aan andere autoriteiten in Brazilië indien:

(a)Europol vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

(b)het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte dezelfde zijn als het oorspronkelijke doel of de oorspronkelijke doeleinden van de doorgifte door Europol, en

(c)voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 4, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van punt a) van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit zelf een bevoegde autoriteit van Brazilië is.

(2)De Unie ziet erop toe dat Europol in het kader van deze overeenkomst ontvangen persoonsgegevens alleen doorgeeft aan andere autoriteiten in de Unie dan die vermeld in bijlage III indien:

(a)Brazilië vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

(b)het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte dezelfde zijn als het oorspronkelijke doel of de oorspronkelijke doeleinden van de doorgifte door Brazilië, en

(c)voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 4, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van punt a) van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit een orgaan of autoriteit is die in bijlage III wordt vermeld.

(3)Brazilië zorgt ervoor dat verdere doorgifte van persoonsgegevens die zijn bevoegde autoriteiten in het kader van deze overeenkomst hebben ontvangen, aan de autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie verboden is, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a)Europol heeft vooraf uitdrukkelijk toestemming verleend;

(b)het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte zijn dezelfde als het oorspronkelijke doel of de oorspronkelijke doeleinden van de doorgifte door Europol, en

(c)voor de verdere doorgifte gelden dezelfde voorwaarden en waarborgen als voor de oorspronkelijke doorgifte.

(4)Europol kan zijn toestemming voor een verdere doorgifte aan de autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie uit hoofde van lid 3, punt a), van dit artikel alleen verlenen indien en voor zover er een adequaatheidsbesluit van kracht is of een internationale overeenkomst die passende waarborgen biedt met betrekking tot de bescherming van het recht op privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van personen, een samenwerkingsovereenkomst of een andere rechtsgrond voor de doorgifte van persoonsgegevens in de zin van de Europol-verordening die van toepassing is op de verdere doorgifte.

(5)De Unie zorgt ervoor dat verdere doorgifte van persoonsgegevens die Europol in het kader van deze overeenkomst heeft ontvangen, aan de autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie verboden is, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

(a)Brazilië heeft vooraf uitdrukkelijk toestemming verleend;

(b)het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte zijn dezelfde als het oorspronkelijke doel van de doorgifte door Brazilië, en

(c)voor de verdere doorgifte gelden dezelfde voorwaarden en waarborgen als voor de oorspronkelijke doorgifte.

(6)Bij de toepassing van dit artikel is verdere doorgifte van de in artikel 5 bedoelde bijzondere categorieën persoonsgegevens alleen toegestaan indien die verdere doorgifte strikt noodzakelijk en evenredig is in individuele gevallen die betrekking hebben op strafbare feiten.

RECHTEN VAN BETROKKENEN

ARTIKEL 8

Recht van toegang

(1)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de betrokkene het recht heeft met redelijke tussenpozen informatie te verkrijgen over de vraag of hem of haar betreffende persoonsgegevens in het kader van deze overeenkomst worden verwerkt, en, wanneer dat het geval is, het recht heeft op toegang tot ten minste de volgende informatie:

(a)uitsluitsel omtrent het al dan niet bestaan van verwerking van hem of haar betreffende gegevens;

(b)het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en, indien van toepassing, de ontvangers of categorieën ontvangers aan wie de gegevens worden verstrekt;

(c)het bestaan van het recht om de bevoegde autoriteit te verzoeken om rectificatie of wissing van hem of haar betreffende persoonsgegevens of beperking van de verwerking van hem of haar betreffende persoonsgegevens;

(d)de vermelding van de rechtsgrond voor de verwerking;

(e)de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

(f)de gegevens die verwerkt worden, alsmede alle beschikbare informatie over de bronnen daarvan, in begrijpelijke vorm.

(2)In gevallen waarin het recht van toegang overeenkomstig lid 1 wordt uitgeoefend, wordt de doorgevende autoriteit op niet-bindende basis schriftelijk geraadpleegd voordat een definitief besluit over het verzoek wordt genomen.

(3)De overeenkomstsluitende partijen kunnen bepalen dat de verstrekking van informatie in antwoord op een verzoek uit hoofde van lid 1 wordt uitgesteld, geweigerd of beperkt indien en zolang dit uitstel, deze weigering of deze beperking, gelet op de grondrechten en belangen van de betrokkene, een noodzakelijke en evenredige maatregel is om:

(a)ervoor te zorgen dat strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen niet in gevaar worden gebracht;

(b)de rechten en vrijheden van derden te beschermen, of

(c)de veiligheid en de openbare orde te beschermen of criminaliteit te voorkomen.

(4)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ontvangen, de betrokkene schriftelijk in kennis stelt van elk uitstel en elke weigering of beperking van de toegang en van de redenen voor het uitstel, de weigering of beperking van de toegang. Die redenen kunnen worden weggelaten indien en zolang dit het doel van het uitstel of de weigering of beperking uit hoofde van lid 3 zou ondermijnen. De bevoegde autoriteit stelt de betrokkene in kennis van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de respectieve toezichthoudende autoriteiten en van andere beschikbare administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden waarin hun respectieve rechtskaders voorzien.

ARTIKEL 9

Recht van rectificatie, wissing en beperking

(1)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de betrokkene het recht heeft om onjuiste persoonsgegevens die uit hoofde van deze overeenkomst zijn doorgegeven, door de bevoegde autoriteiten te laten rectificeren. Dit recht omvat, rekening houdend met het doel of de doeleinden van de verwerking, het recht op vervollediging van onvolledige persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst zijn doorgegeven.

(1)Rectificatie omvat het wissen van persoonsgegevens die niet langer noodzakelijk zijn voor het doel of de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.

(2)De overeenkomstsluitende partijen kunnen bepalen dat de persoonsgegevens niet worden gewist en in plaats daarvan de verwerking van deze gegevens wordt beperkt, indien er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat het wissen de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene zou kunnen schaden.

(3)De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van de krachtens de leden 1, 2 en 3 genomen maatregelen. De ontvangende bevoegde autoriteit rectificeert of wist deze gegevens of beperkt de verwerking ervan in overeenstemming met de maatregelen die de doorgevende bevoegde autoriteit heeft genomen.

(4)De overeenkomstsluitende partijen bepalen dat de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ontvangen, de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen drie maanden na ontvangst van een verzoek overeenkomstig lid 1 of lid 2, schriftelijk ervan in kennis stelt dat hem of haar betreffende gegevens zijn gerectificeerd of gewist of dat de verwerking ervan is beperkt.

(5)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ontvangen de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen drie maanden na ontvangst van een verzoek, schriftelijk in kennis stelt van een weigering om te rectificeren, te wissen of de verwerking te beperken en de redenen voor deze weigering, alsmede van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de respectieve toezichthoudende autoriteiten en van andere beschikbare administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden waarin hun respectieve rechtskaders voorzien.

ARTIKEL 10

Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokken autoriteiten

(1)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat, in geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst worden doorgegeven, de respectieve bevoegde autoriteiten elkaar en hun respectieve toezichthoudende autoriteit onverwijld van die inbreuk in verband met persoonsgegevens in kennis stellen en dat zij maatregelen nemen om de mogelijke nadelige gevolgen ervan te beperken.

(2)De kennisgeving omvat ten minste:

(a)een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, waar mogelijk onder vermelding van de categorieën van betrokkenen en persoonsgegevensregisters in kwestie en het aantal betrokkenen en persoonsgegevensregisters in kwestie;

(b)een omschrijving van de waarschijnlijke gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens;

(c)een omschrijving van de maatregelen die de bevoegde autoriteit heeft voorgesteld of genomen om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken, waaronder de maatregelen die zijn genomen ter beperking van de eventuele nadelige gevolgen daarvan.

(3)Voor zover het niet mogelijk is alle vereiste informatie tegelijkertijd te verstrekken, kan deze in fasen worden verstrekt. Aanvullende informatie wordt zonder onnodige verdere vertraging verstrekt.

(4)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat hun respectieve bevoegde autoriteiten alle inbreuken in verband met persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst zijn doorgegeven, documenteren, met inbegrip van de feiten met betrekking tot de inbreuk in verband met persoonsgegevens, de gevolgen ervan en de genomen corrigerende maatregelen, zodat hun respectieve toezichthoudende autoriteit kan nagaan of de toepasselijke wettelijke voorschriften zijn nageleefd.

ARTIKEL 11

Mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

(1)Wanneer een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10 waarschijnlijk ernstige en nadelige gevolgen zal hebben voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, schrijven de overeenkomstsluitende partijen voor dat hun respectieve bevoegde autoriteiten de inbreuk in verband met persoonsgegevens onverwijld aan de betrokkene meedelen.

(2)De in lid 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene bevat waar mogelijk een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, een aanbeveling voor maatregelen om de mogelijke nadelige gevolgen van deze inbreuk te beperken, en de naam en de contactgegevens van het contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen.

(3)De mededeling aan de betrokkene uit hoofde van lid 1 is niet vereist wanneer:

(a)de persoonsgegevens waarop de inbreuk betrekking heeft, waren onderworpen aan passende technische beschermingsmaatregelen die de gegevens onbegrijpelijk maken voor eenieder die geen toestemming heeft tot toegang tot die gegevens;

(b)vervolgens maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat de rechten en vrijheden van de betrokkene niet langer ernstig kunnen worden geschaad, of

(c)de mededeling aan de betrokkene uit hoofde van lid 1 onevenredig veel moeite zou vergen, met name vanwege het aantal betrokken gevallen; in dat geval komt er in de plaats daarvan een openbare mededeling of een soortgelijke maatregel waarbij betrokkenen even doeltreffend worden geïnformeerd.

(4)De mededeling aan de betrokkene overeenkomstig lid 1 kan uitgesteld, beperkt of achterwege gelaten worden wanneer het waarschijnlijk is dat deze mededeling:

(a)officiële of justitiële onderzoeken of procedures belemmert;

(b)afbreuk doet aan de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen of aan de openbare orde of de nationale veiligheid;

(c)de rechten en vrijheden van derden schaadt;

indien dit, gelet op de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene, een noodzakelijke en evenredige maatregel is.

ARTIKEL 12

Opslag, herziening, correctie en wissing van persoonsgegevens

(1)De overeenkomstsluitende partijen zorgen voor de vaststelling van passende termijnen voor de opslag van de in het kader van deze overeenkomst ontvangen persoonsgegevens of voor een periodieke evaluatie van de noodzaak van opslag van die gegevens, zodat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan nodig is voor het doel of de doeleinden waarvoor zij worden doorgegeven.

(2)In elk geval wordt de noodzaak van verdere opslag van persoonsgegevens uiterlijk drie jaar na de doorgifte van de persoonsgegevens beoordeeld, en indien er geen gemotiveerd en gedocumenteerd besluit wordt genomen over de verdere opslag van persoonsgegevens, worden die persoonsgegevens na drie jaar automatisch gewist.

(3)Wanneer een bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat eerder door haar doorgegeven persoonsgegevens onjuist, onnauwkeurig of niet meer actueel zijn of niet hadden mogen worden doorgegeven, meldt zij dit aan de ontvangende bevoegde autoriteit, die de gegevens corrigeert of wist en de doorgevende autoriteit daarvan in kennis stelt.

(4)Wanneer een bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat eerder ontvangen persoonsgegevens onjuist, onnauwkeurig, niet meer actueel zijn of niet hadden mogen worden doorgegeven, stelt zij de bevoegde autoriteit die de gegevens doorgeeft daarvan in kennis, waarna deze haar standpunt over de zaak kenbaar maakt. Indien de doorgevende bevoegde autoriteit concludeert dat de persoonsgegevens onjuist, onnauwkeurig of niet meer actueel zijn of niet hadden mogen worden doorgegeven, meldt zij dit aan de ontvangende bevoegde autoriteit, die de gegevens corrigeert of wist en de doorgevende bevoegde autoriteit daarvan in kennis stelt.

ARTIKEL 13

Loggen en documenteren

(1)De overeenkomstsluitende partijen zorgen dat van de verzameling, wijziging, verstrekking, met inbegrip van verdere doorgifte, combinatie en wissing van en toegang tot persoonsgegevens registratiegegevens of documentatie worden bijgehouden.

(2)De in lid 1 bedoelde registratiegegevens of documentatie worden op verzoek ter beschikking van de desbetreffende toezichthoudende autoriteit gesteld voor de verificatie van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, interne monitoring en het waarborgen van de integriteit en beveiliging van de gegevens.

ARTIKEL 14

Toezichthoudende autoriteit

(1)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat er een onafhankelijke overheidsinstantie is die belast is met gegevensbescherming (toezichthoudende autoriteit), die onafhankelijk toezicht houdt op aangelegenheden die van invloed zijn op het recht op privacy van personen, met inbegrip van de interne regels die relevant zijn in het kader van deze overeenkomst, zodat grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens worden beschermd. De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de autoriteit die elk van hen aanwijst als de toezichthoudende autoriteit.

(2)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat elke toezichthoudende autoriteit:

(a)volledig onafhankelijk handelt bij de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden; vrij van beïnvloeding van buitenaf handelt en geen instructies vraagt of aanvaardt; leden heeft met een vaste ambtstermijn, die in dat kader waarborgen tegen willekeurig ontslag genieten;

(b)beschikt over de personele, technische en financiële middelen, de gebouwen en de infrastructuur die nodig zijn voor de doeltreffende uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden;

(c)beschikt over effectieve onderzoeks- en interventiebevoegdheden om toezicht te kunnen uitoefenen op de organen waarop zij toezicht houdt, en om gerechtelijke procedures te kunnen aanspannen;

(d)bevoegd is kennis te nemen van klachten van natuurlijke personen over het gebruik van hun persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten die onder haar toezicht staan.

ARTIKEL 15

Administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden

(1)Betrokkenen hebben recht op doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden in geval van schendingen van de in deze overeenkomst erkende rechten en waarborgen ten gevolge van de verwerking van hun persoonsgegevens. De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van hun interne wetgeving waarin volgens hen de door dit artikel gewaarborgde rechten zijn neergelegd.

(2)Dit omvat het recht op vergoeding van eventuele schade die de betrokkene heeft geleden.

HOOFDSTUK III

UITWISSELING VAN NIET-PERSOONSGEBONDEN GEGEVENS

ARTIKEL 16

Beginselen inzake gegevensbescherming voor niet-persoonsgebonden gegevens

(1)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde niet-persoonsgebonden gegevens eerlijk en rechtmatig worden verwerkt en op een dusdanige manier dat de passende beveiliging van de niet-persoonsgebonden gegevens gewaarborgd is.

(2)De doorgevende bevoegde autoriteit kan op het moment van de doorgifte van niet-persoonsgebonden gegevens elke algemene of specifieke beperking van de toegang daartoe of het gebruik daarvan aangeven, ook wat betreft de verdere doorgifte, wissing of vernietiging ervan na een bepaalde periode, of de verdere verwerking ervan. Indien de noodzaak tot dergelijke beperkingen duidelijk wordt nadat de gegevens reeds zijn verstrekt, stelt de doorgevende bevoegde autoriteit de ontvangende autoriteit daarvan in kennis.

(3)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangende bevoegde autoriteit zich houdt aan elke beperking van de toegang tot of het verdere gebruik van de niet-persoonsgebonden gegevens die door de verstrekkende bevoegde autoriteit is aangegeven, zoals omschreven in lid 2.

(4)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten geen niet-persoonsgebonden gegevens doorgeven die zijn verkregen met een kennelijke schending van mensenrechten die zijn erkend krachtens internationaalrechtelijke normen waardoor de overeenkomstsluitende partijen zijn gebonden. Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens niet worden gebruikt om de doodstraf of enige vorm van foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing te vorderen, uit te spreken of uit te voeren.

ARTIKEL 17

Verdere doorgifte van de ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens

(1)Brazilië zorgt ervoor dat zijn bevoegde autoriteiten de in het kader van deze overeenkomst ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens alleen doorgeven aan andere autoriteiten in Brazilië, aan autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie indien:

(a)Europol vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

(b)voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 16, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van punt a) van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit zelf een bevoegde autoriteit van Brazilië is.

(2)De Unie zorgt ervoor dat Europol de in het kader van deze overeenkomst ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens alleen doorgeeft aan andere organen van de Unie, aan autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie indien:

(a)Brazilië vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

(b)voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 16, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van punt a) van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit een orgaan of autoriteit is die in bijlage III wordt vermeld.

HOOFDSTUK IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS EN NIET-PERSOONSGEBONDEN GEGEVENS

ARTIKEL 18

Beoordeling van de betrouwbaarheid van de bron en van de juistheid van de gegevens

(1)De bevoegde autoriteiten geven uiterlijk op het moment van de doorgifte van de gegevens, voor zover mogelijk, de betrouwbaarheid van de bron van de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde gegevens aan op basis van een of meer van de volgende criteria:

(a)“(A)” wanneer er geen twijfel bestaat over de authenticiteit, de betrouwbaarheid of de bevoegdheid van de bron, of de bron van de gegevens in het verleden in alle gevallen betrouwbaar is gebleken;

(b)“(B)” wanneer de bron van de gegevens in de meeste gevallen betrouwbaar is gebleken;

(c)“(C)” wanneer de bron van de gegevens in de meeste gevallen onbetrouwbaar is gebleken;

(d)“(X)” wanneer de betrouwbaarheid van de bron niet kan worden beoordeeld.

(2)De bevoegde autoriteiten geven uiterlijk op het moment van de doorgifte van de gegevens, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens aan op basis van een of meer van de volgende criteria:

(a)“(1)” wanneer er op het tijdstip van de doorgifte geen twijfel bestaat over de juistheid van de gegevens;

(b)“(2)” wanneer de bron de gegevens uit de eerste hand heeft, maar de ambtenaar die de gegevens doorgeeft niet;

(c)“(3)” wanneer de bron de gegevens niet uit de eerste hand heeft, maar de gegevens worden gestaafd door andere reeds opgeslagen informatie;

(d)“(4)” wanneer de bron de gegevens niet uit de eerste hand heeft en de gegevens niet kunnen worden gestaafd.

(3)Wanneer de ontvangende bevoegde autoriteit aan de hand van de informatie waarover zij reeds beschikt, tot de conclusie komt dat de beoordeling van de gegevens of van de bron ervan die zij van de doorgevende bevoegde autoriteit heeft ontvangen, en die overeenkomstig de leden 1 en 2 is verricht, moet worden gecorrigeerd, stelt zij die bevoegde autoriteit daarvan in kennis en tracht zij overeenstemming te bereiken over een wijziging van de beoordeling. Zonder die overeenstemming wijzigt de ontvangende bevoegde autoriteit de beoordeling van de ontvangen gegevens of van de bron ervan niet.

(4)Wanneer een bevoegde autoriteit gegevens ontvangt zonder beoordeling, tracht zij, indien mogelijk in overleg met de doorgevende bevoegde autoriteit, de betrouwbaarheid van de bron of de juistheid van de gegevens zoveel mogelijk te beoordelen aan de hand van de informatie waarover zij reeds beschikt.

(5)Indien geen betrouwbare beoordeling kan worden gemaakt, worden de gegevens geëvalueerd overeenkomstig lid 1, punt d), en lid 2, punt d), naargelang het geval.

ARTIKEL 19

Beveiliging van de gegevens

(1)De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de in het kader van deze overeenkomst doorgegeven gegevens op dusdanige wijze worden verwerkt dat een passende beveiliging van de gegevens is gewaarborgd.

(2)De overeenkomstsluitende partijen zorgen voor de uitvoering van technische en organisatorische maatregelen ter bescherming van de gegevens die in het kader van deze overeenkomst worden uitgewisseld. Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië leggen onderling de specifieke voorwaarden vast voor de uitvoering van deze maatregelen.

(3)Met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van gegevens zorgen de overeenkomstsluitende partijen voor de uitvoering van maatregelen die erop gericht zijn:

(a)te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot gegevensverwerkingsapparatuur (controle op de toegang tot de apparatuur);

(b)te voorkomen dat gegevensdragers onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, veranderd of verwijderd (controle op de gegevensdragers);

(c)te voorkomen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen gegevens lezen, wijzigen of verwijderen (opslagcontrole);

(d)te verhinderen dat onbevoegden geautomatiseerde verwerkingssystemen gebruiken met behulp van datacommunicatieapparatuur (gebruikerscontrole);

(e)te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarvoor hun recht van toegang geldt (controle op de toegang tot de gegevens);

(f)te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen gegevens kunnen worden verstrekt of zijn verstrekt met behulp van datacommunicatieapparatuur (controle op de communicatie);

(g)te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens in geautomatiseerde verwerkingssystemen zijn ingevoerd, alsook wanneer en door wie de gegevens zijn ingevoerd (invoercontrole);

(h)ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens door welk personeelslid op welk tijdstip zijn opgevraagd (toegangsregistratie);

(i)te verhinderen dat onbevoegden gegevens lezen, kopiëren, wijzigen of wissen bij de doorgifte van gegevens of het vervoer van gegevensdragers (controle op het vervoer);

(j)ervoor te zorgen dat de gebruikte systemen in geval van storing onmiddellijk opnieuw ingezet kunnen worden (herstel);

(k)ervoor te zorgen dat de functies van het systeem foutloos werken, dat eventuele functionele storingen onmiddellijk gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat opgeslagen gegevens niet door verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit).

HOOFDSTUK V

GESCHILLEN

ARTIKEL 20

Beslechting van geschillen

Bij alle geschillen die zich kunnen voordoen in verband met de interpretatie, toepassing of uitvoering van deze overeenkomst en alle daarmee verband houdende aangelegenheden, overleggen en onderhandelen de vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

ARTIKEL 21

Opschortingsclausule

(1)In geval van niet-naleving van verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomst, kan elke overeenkomstsluitende partij deze overeenkomst tijdelijk gedeeltelijk of geheel opschorten door de andere overeenkomstsluitende partij langs diplomatieke weg schriftelijk van die opschorting in kennis te stellen. Een dergelijke schriftelijke kennisgeving vindt pas plaats nadat de partijen gedurende een redelijke termijn overleg hebben gevoerd zonder tot een oplossing te komen en de opschorting wordt van kracht twintig dagen na de datum van ontvangst van die kennisgeving. Deze opschorting kan door de opschortende overeenkomstsluitende partij worden opgeheven door een schriftelijke kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende partij. De opschorting wordt onmiddellijk opgeheven na ontvangst van die kennisgeving.

(2)Niettegenstaande een eventuele opschorting van deze overeenkomst blijft de verwerking van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens die onder de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen, en die vóór de opschorting van deze overeenkomst zijn doorgegeven, overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst plaatsvinden.

ARTIKEL 22

Beëindiging

(1)Deze overeenkomst kan te allen tijde door elk van de overeenkomstsluitende partijen worden beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg. De beëindiging wordt drie maanden na ontvangst van de kennisgeving van kracht.

(2)Indien een overeenkomstsluitende partij op grond van dit artikel kennis geeft van de beëindiging, besluiten de overeenkomstsluitende partijen welke maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze overeenkomst gestarte samenwerking op passende wijze wordt beëindigd. Wat betreft alle persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens die in het kader van de samenwerking uit hoofde van deze overeenkomst zijn verkregen voordat de overeenkomst werd beëindigd, zorgen de overeenkomstsluitende partijen er in elk geval voor dat het beschermingsniveau op grond waarvan de persoonsgegevens en de niet-persoonsgebonden gegevens zijn doorgegeven, wordt gehandhaafd na de beëindiging.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 23

Verhouding tot andere internationale instrumenten

Niets in deze overeenkomst doet afbreuk aan of is anderszins van invloed op de wettelijke bepalingen met betrekking tot de uitwisseling van informatie waarin een verdrag inzake wederzijdse rechtshulp, andere samenwerkingsovereenkomsten of -regelingen, of een samenwerkingsrelatie tussen rechtshandhavingsdiensten voor de uitwisseling van informatie tussen Brazilië en een lidstaat van de Unie, voorzien.

ARTIKEL 24

Uitwisseling van gerubriceerde informatie

Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van deze overeenkomst, leggen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië onderling de specifieke voorwaarden vast voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie.

ARTIKEL 25

Verzoeken om toegang van het publiek

Verzoeken om toegang van het publiek tot documenten die persoonsgegevens of niet-persoonsgebonden gegevens bevatten die op grond van deze overeenkomst zijn doorgegeven, worden zo spoedig mogelijk ter raadpleging voorgelegd aan de overdragende overeenkomstsluitende partij.

ARTIKEL 26

Nationaal contactpunt en verbindingsofficieren

(1)Brazilië wijst een nationaal contactpunt aan binnen de Braziliaanse federale politie dat fungeert als centraal punt voor contact tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië. Brazilië stelt de EU in kennis van zijn aangewezen nationale contactpunt. Brazilië zorgt ervoor dat het nationale contactpunt 24 uur per dag en zeven dagen per week beschikbaar is. Voor rechtstreekse uitwisselingen tussen Europol en andere bevoegde autoriteiten van Brazilië, die enkel in het geval van specifieke operaties plaatsvinden, moet vooraf en uitdrukkelijk toestemming van het nationale contactpunt worden verkregen.

(2)Europol en Brazilië kunnen hun samenwerking als bedoeld in deze overeenkomst versterken door de inzet van een of meer verbindingsofficieren door Brazilië. Europol kan een of meer verbindingsofficieren in Brazilië inzetten. Europol en de federale politie van Brazilië stellen het aantal verbindingsofficieren en de taken en kosten ervan onderling vast.

ARTIKEL 27

Beveiligd communicatiekanaal

Er wordt een beveiligd communicatiekanaal opgezet voor de uitwisseling van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië. Europol en de federale politie van Brazilië stellen de specifieke voorwaarden voor de oprichting, uitvoering, kosten en werking van het beveiligde communicatiekanaal onderling vast.

ARTIKEL 28

Kosten

De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de kosten dragen die voor hen voortvloeien uit de uitvoering van deze overeenkomst, tenzij Europol en de federale politie van Brazilië onderling anders hebben bepaald.

ARTIKEL 29

Kennisgeving van de uitvoering

(1)Elke overeenkomstsluitende partij bepaalt dat zijn bevoegde autoriteiten een document openbaar maken waarin de voorschriften betreffende de verwerking van de in het kader van deze overeenkomst doorgegeven persoonsgegevens, met inbegrip van de beschikbare middelen voor de uitoefening van de rechten van de betrokkenen, op begrijpelijke wijze worden beschreven. Elke overeenkomstsluitende partij zendt een kopie van dat document toe aan de andere overeenkomstsluitende partij.

(2)Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteiten regels vaststellen om te bepalen hoe de naleving van de bepalingen inzake de verwerking van in het kader van deze overeenkomst doorgegeven persoonsgegevens in de praktijk zal worden gehandhaafd, voor zover deze regels nog niet bestaan. Elke overeenkomstsluitende partij zendt een kopie van deze regels toe aan de andere overeenkomstsluitende partij en de respectieve bevoegde autoriteiten.

(3)Kennisgevingen door een overeenkomstsluitende partij uit hoofde van artikel 14, lid 1, artikel 15, artikel 26, lid 1, en artikel 29, leden 1 en 2, van deze overeenkomst worden langs diplomatieke weg gedaan in één nota-verbaal.

ARTIKEL 30

Inwerkingtreding en toepassing

(1)Deze overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

(2)Deze overeenkomst treedt in werking op de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving waarbij de overeenkomstsluitende partijen elkaar langs diplomatieke weg in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde procedures.

(3)Voor het van toepassing worden van deze overeenkomst is vereist dat de in artikel 29, lid 3, bedoelde kennisgevingen van een overeenkomstsluitende partij door de andere overeenkomstsluitende partij langs diplomatieke weg worden aanvaard. Deze overeenkomst wordt van toepassing op de eerste dag na de ontvangst van de laatste aanvaarding van de in artikel 29, lid 3, bedoelde kennisgevingen.

(4)Zodra de overeenkomst van toepassing wordt, zorgen de overeenkomstsluitende partijen ervoor dat alle andere rechtsinstrumenten betreffende de samenwerking tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië onmiddellijk worden ingetrokken.

ARTIKEL 31

Wijzigingen en aanvullingen

(1)Deze overeenkomst kan te allen tijde met wederzijdse instemming van de overeenkomstsluitende partijen worden gewijzigd door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg. De wijzigingen van deze overeenkomst worden van kracht overeenkomstig de wettelijke procedure van artikel 30, leden 1 en 2.

(2)De bijlagen bij deze overeenkomst kunnen zo nodig worden geactualiseerd door uitwisseling van diplomatieke nota’s. Dergelijke actualiseringen treden in werking overeenkomstig de wettelijke procedure van artikel 30, leden 1 en 2.

(3)De overeenkomstsluitende partijen treden op verzoek van een van beide overeenkomstsluitende partijen in overleg over de wijziging van deze overeenkomst of de bijlagen daarbij.

ARTIKEL 32

Toetsing en evaluatie

(1)De overeenkomstsluitende partijen toetsen gezamenlijk de uitvoering van deze overeenkomst één jaar na de inwerkingtreding ervan en vervolgens met regelmatige tussenpozen, alsmede wanneer een overeenkomstsluitende partij daarom verzoekt en de partijen zulks overeenkomen.

(2)De overeenkomst wordt vier jaar na de inwerkingtreding ervan gezamenlijk geëvalueerd door de overeenkomstsluitende partijen.

(3)De overeenkomstsluitende partijen nemen vooraf een besluit over de wijze waarop de uitvoering van deze overeenkomst wordt getoetst en stellen elkaar in kennis van de samenstelling van hun respectieve teams. Deskundigen op het gebied van gegevensbescherming en rechtshandhaving maken deel uit van het team. Met inachtneming van de toepasselijke wetgeving wordt van alle deelnemers aan een toetsing verlangd dat zij het vertrouwelijke karakter van de besprekingen eerbiedigen en over een passende veiligheidsmachtiging beschikken. De Unie en Brazilië stellen voor de evaluatie de nodige documenten, systemen en personeelsleden ter beschikking.

ARTIKEL 33

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn. In geval van verschillen tussen de teksten van deze overeenkomst heeft de Engelse tekst voorrang.

BIJLAGE I

GEBIEDEN VAN CRIMINALITEIT

Strafbare feiten zijn:

–terrorisme,

–georganiseerde misdaad,

–drugshandel,

–witwasactiviteiten,

–criminaliteit in verband met nucleaire en radioactieve stoffen,

–migrantensmokkel,

–mensenhandel,

–criminaliteit in verband met motorvoertuigen,

–moord en doodslag, zware lichamelijke mishandeling,

–illegale handel in menselijke organen en weefsels,

–ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling,

–racisme en vreemdelingenhaat,

–diefstal en gekwalificeerde diefstal,

–illegale handel in cultuurgoederen, met inbegrip van antiquiteiten en kunstvoorwerpen,

–oplichting en fraude,

–misdrijven tegen de financiële belangen van de Unie,

–handel met voorkennis en manipulatie van de financiële markten,

–racketeering en afpersing;

–namaak van producten en productpiraterij,

–vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten,

–valsemunterij en vervalsing van betaalmiddelen,

–computercriminaliteit,

–corruptie,

–illegale handel in wapens, munitie en explosieven,

–illegale handel in bedreigde diersoorten,

–illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten,

–milieucriminaliteit, met inbegrip van verontreiniging vanaf schepen,

–illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars,

–seksueel misbruik en seksuele uitbuiting inclusief kinderpornografie en het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden,

–genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De in deze bijlage bedoelde vormen van criminaliteit worden door de bevoegde autoriteiten van Brazilië beoordeeld overeenkomstig de wetgeving van Brazilië en door Europol overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Europese Unie en haar lidstaten.



BIJLAGE II

BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN BRAZILIË

De bevoegde autoriteiten van Brazilië zijn:

De federale politie van Brazilië, en

de civiele politie van de staten en het federale district, en

de eenheden van het ministerie van Justitie en Openbare Veiligheid die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van strafbare feiten overeenkomstig het Braziliaanse recht.



BIJLAGE III

ORGANEN VAN DE UNIE EN AUTORITEITEN VAN DE EU-LIDSTATEN

(a)Organen van de Unie:

Missies/operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, voor zover het rechtshandhavingsactiviteiten betreft

Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex)

Europese Centrale Bank (ECB)

Europees openbaar ministerie (EPPO)

Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

(b)de autoriteiten die in de EU-lidstaten verantwoordelijk zijn voor de preventie en bestrijding van strafbare feiten, overeenkomstig artikel 2, punt a), en artikel 7 van de Europol-verordening.

Top