Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52024PC0341

    Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Subcomité douane, opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, over de wijziging van protocol I bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong

    COM/2024/341 final

    Brussel, 30.7.2024

    COM(2024) 341 final

    2024/0200(NLE)

    Voorstel voor een

    BESLUIT VAN DE RAAD

    betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Subcomité douane, opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, over de wijziging van protocol I bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong


    TOELICHTING

    1.Onderwerp van het voorstel

    Dit voorstel betreft het besluit over het namens de Unie in te nemen standpunt in het Subcomité douane van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië in verband met de voorgenomen vaststelling van een besluit tot wijziging van protocol I bij de Associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië.

    2.Achtergrond van het voorstel

    2.1.De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds

    De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds 1 (de overeenkomst) heeft ten doel de geleidelijke economische integratie van Georgië in de interne markt van de EU te bewerkstelligen. De overeenkomst is op 1 juli 2016 in werking getreden.

    2.2.Het Subcomité douane

    Het Subcomité douane dat is opgericht overeenkomstig de bepalingen van artikel 74, lid 1, van de overeenkomst, kan besluiten de bepalingen van protocol I betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking te wijzigen (artikel 4 van protocol I). Besluiten en aanbevelingen van het Subcomité douane worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

    2.3.De beoogde handeling van het Subcomité douane

    Op de volgende vergadering of via briefwisseling zal het Subcomité douane een besluit vaststellen over de wijziging van de bepalingen van protocol I betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking (de beoogde handeling).

    3.Namens de Unie in te nemen standpunt

    Tijdens de eerste technische vergadering over de overgangsregels van oorsprong die op februari 2020 in Brussel plaatsvond, zijn de meeste partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (de conventie) 2 overeengekomen de herziene regels van de conventie (de overgangsregels van oorsprong 3 ) parallel aan de regels van de conventie uit te voeren, op een bilaterale overgangsbasis, in afwachting van de vaststelling van de herziene regels van de conventie.

    Sinds 1 september 2021 is tussen de partijen bij de conventie een netwerk van bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels in werking getreden, onder meer tussen de EU en Georgië, waardoor de overgangsregels van toepassing zijn geworden.

    Het doel van de overgangsregels van oorsprong is soepelere oorsprongsregels in te voeren om de kwalificatie van preferentiële oorsprong voor goederen te vergemakkelijken. Aangezien de overgangsregels van oorsprong over het algemeen soepeler zijn dan die van de conventie, kunnen goederen die aan de regels van de conventie voldoen, ook worden aangemerkt als van oorsprong krachtens de overgangsregels van oorsprong, met uitzondering van sommige landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 2, 4 tot en met 15, en 16 (behalve verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 17 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem, omdat de overgangsregels van oorsprong voor deze producten anders of strikter zijn dan de regels van de conventie.

    De overgangsregels van oorsprong zijn van toepassing naast de oorsprongsregels van de conventie, waardoor twee afzonderlijke zones van cumulatie ontstaan.

    Dankzij de overgangsregels is er sprake van permeabiliteit tussen de twee reeksen oorsprongsregels: er kan een bewijs van oorsprong achteraf worden afgegeven op basis van een bewijs dat overeenkomstig de regels van de conventie is afgegeven, met inachtneming van de voorwaarde dat de producten in kwestie voldoen aan de vereisten van beide reeksen regels.

    De huidige bepaling in de overgangsregels betreffende de permeabiliteit tussen de twee reeksen oorsprongsregels (artikel 21, lid 1, punt d), van aanhangsel A van het protocol betreffende de oorsprongsregels) heeft geleid tot een omslachtige douaneprocedure waardoor de marktdeelnemers niet ten volle gebruik kunnen maken van de voordelen van de toepassing van de overgangsregels, parallel aan die van de conventie.

    De partijen zijn overeengekomen de overgangsregels vooraf toe te passen om de handelsstromen en douanepraktijken aan te passen aan de aanstaande inwerkingtreding van de wijziging van de conventie (waarop de overgangsregels zijn gebaseerd). Het is daarom passend de toepassing van permeabiliteit gedurende de resterende toepassingsperiode van de overgangsregels te vergemakkelijken, in afwachting van de inwerkingtreding van de wijziging van de conventie.

    Daarom moet artikel 8 van aanhangsel A van protocol I worden gewijzigd om de toepassing van de bestaande permeabiliteit tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong te vergemakkelijken.

    Het door de EU in het Subcomité douane in te nemen standpunt moet door de Raad worden vastgesteld.

    De voorgestelde wijziging is technisch van aard en heeft betrekking op de thans geldende overgangsregels van oorsprong tussen de partijen en heeft geen gevolgen voor de inhoud van het protocol inzake oorsprongsregels. Er is dus geen effectbeoordeling vereist.

    4.Rechtsgrondslag

    4.1.Procedurele rechtsgrondslag

    4.1.1.Beginselen

    Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het akkoord”.

    Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van het op het betrokken lichaam toepasselijke internationale recht. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die niet bindend zijn uit hoofde van het internationale recht, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt 4 .

    4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

    Het Subcomité douane is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, te weten de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds.

    De door het Subcomité douane vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen.

    De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

    De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

    4.2.Materiële rechtsgrondslag

    4.2.1.Beginselen

    De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt moet worden ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

    4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

    De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid.

    De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.

    4.3.Conclusie

    De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

    5.Gevolgen voor de begroting

    Deze vereenvoudiging met betrekking tot de permeabiliteit tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong heeft geen meetbare impact op de EU-begroting omdat zij hoofdzakelijk beperkt blijft tot het faciliteren van het handelsverkeer en het consolideren van moderne praktijken van de douaneautoriteiten. De vereenvoudiging is gericht op de gebieden die onder de bevoegdheid van de autoriteiten blijven, zonder dat dit gevolgen heeft voor de inhoud van de regels op basis waarvan goederen de preferentiële oorsprong verkrijgen, en vergemakkelijkt de toepassing van het bestaande permeabiliteitsbeginsel.

    6.Bekendmaking van de beoogde handeling

    Aangezien bij de handeling van het Subcomité douane protocol I bij de overeenkomst zal worden gewijzigd, is het passend die handeling na de vaststelling ervan bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    2024/0200 (NLE)

    Voorstel voor een

    BESLUIT VAN DE RAAD

    betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Subcomité douane, opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, over de wijziging van protocol I bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong

    DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

    Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

    Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

    Overwegende hetgeen volgt:

    (1)De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (de overeenkomst), is door de Unie gesloten bij Besluit 2014/495/Euratom van de Raad 5 en is op 1 juli 2016 in werking getreden.

    (2)Overeenkomstig artikel 74, lid 3, van de overeenkomst kan het Subcomité douane besluiten nemen. Krachtens artikel 4 van Protocol I bij de overeenkomst kan het bij artikel 74, lid 1, van de overeenkomst opgerichte Subcomité douane besluiten de bepalingen van dat Protocol te wijzigen.

    (3)Tijdens de volgende vergadering van het Subcomité douane zal een besluit over een wijziging van protocol I bij de overeenkomst worden vastgesteld.

    (4)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Subcomité douane, aangezien het besluit van het Subcomité douane voor de Unie bindend zal zijn.

    (5)Tijdens de eerste technische vergadering over de overgangsregels van oorsprong die op 5 februari 2020 in Brussel plaatsvond, zijn de meeste partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels 6 (de conventie) overeengekomen de herziene regels van de conventie 7 (de overgangsregels van oorsprong 8 ) parallel aan de regels van de conventie uit te voeren, op een bilaterale overgangsbasis, in afwachting van de vaststelling van de herziene regels van de conventie.

    (6)De toepassing van de overgangsregels van oorsprong zorgt ervoor dat de handelsstromen en douanepraktijken worden aangepast in afwachting van de inwerkingtreding van de herziene regels van de conventie, waarop de overgangsregels van oorsprong zijn gebaseerd, op 1 januari 2025.

    (7)Sinds 1 september 2021 is tussen de partijen bij de conventie 9 een netwerk van bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels in werking getreden, waardoor de overgangsregels van toepassing zijn geworden 10 .

    (8)Het doel van de overgangsregels van oorsprong is soepelere oorsprongsregels in te voeren om de kwalificatie van preferentiële oorsprong voor goederen te vergemakkelijken. Aangezien de overgangsregels van oorsprong over het algemeen soepeler zijn dan die van de conventie, kunnen goederen die aan de oorsprongsregels van de conventie voldoen, ook worden aangemerkt als van oorsprong krachtens de overgangsregels van oorsprong, met uitzondering van bepaalde landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 2, 4 tot en met 15, en16 (behalve verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 17 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem. De overgangsregels van oorsprong zijn van toepassing naast de oorsprongsregels van de conventie, waardoor twee afzonderlijke zones van cumulatie ontstaan. Om de toepassing van de permeabiliteit tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong als bedoeld in artikel 21, lid 1, punt d), van aanhangsel A van protocol I bij de overeenkomst te vergemakkelijken, moet artikel 8 van aanhangsel A van protocol I bij de overeenkomst derhalve worden gewijzigd,

    HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

    Artikel 1

    Het namens de Unie in te nemen standpunt in het Subcomité douane dat is opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, over de wijziging van protocol I bij die overeenkomst, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Subcomité douane.

    Artikel 2

    Dit besluit is gericht tot de Commissie.

    Gedaan te Brussel,

       Voor de Raad

       De voorzitter

    (1)    PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4.
    (2)    PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.
    (3)    PB L 381 van 27.10.2021, blz. 78.
    (4)    Arrest van het Hof van 7 oktober 2014, Bondsrepubliek Duitsland/Raad van de Europese Unie, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
    (5)    Besluit van de Raad van 16 juni 2014 tot goedkeuring van de sluiting door de Europese Commissie, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (PB L 261 van 30.8.2014, blz. 744).
    (6)    PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.
    (7)    Besluit (EU) 2019/2198 van de Raad van 25 november 2019 inzake het namens de Europese Unie in het bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels opgerichte Gemengd Comité in te nemen standpunt over de wijziging van de conventie (PB L 339 van 30.12.2019, blz. 1).
    (8)    PB L 381 van 27.10.2021, blz. 78.
    (9)    EU, IJsland, Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein), Noorwegen, de Faeröer, Israël, Jordanië, Palestina (deze benaming mag niet worden uitgelegd als erkenning van een staat Palestina en laat de individuele standpunten van de lidstaten ter zake onverlet), Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo (deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo), Noord-Macedonië, Servië, Montenegro, Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne.
    (10)    PB C, C/2024/1637, 20.2.2024.    
    Top

    Brussel, 30.7.2024

    COM(2024) 341 final

    BIJLAGE

    bij

    Voorstel voor een besluit van de Raad

    betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Subcomité douane, opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, over de wijziging van protocol I bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong


    BIJLAGE

    [Ontwerp] BESLUIT Nr. ... VAN HET SUBCOMITÉ DOUANE EU-GEORGIË

    van XX XX 2024

    tot

    wijziging van protocol I bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking

    HET SUBCOMITÉ DOUANE EU-GEORGIË,

    Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds 1 (de overeenkomst), en met name artikel 4 van protocol I betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking (Protocol I),

    Overwegende hetgeen volgt:

    (1)Tijdens de eerste technische vergadering over de overgangsregels van oorsprong die op 5 februari 2020 in Brussel plaatsvond, zijn de meeste partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (de conventie) 2 overeengekomen de herziene regels van de conventie (de overgangsregels van oorsprong 3 ) parallel aan de regels van de conventie uit te voeren, op een bilaterale overgangsbasis, in afwachting van de vaststelling van de herziene regels van de conventie.

    (2)Sinds 1 september 2021 is tussen de partijen bij de conventie een netwerk van bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels in werking getreden, waardoor de overgangsregels van toepassing zijn geworden 4 .

    (3)Het doel van de overgangsregels van oorsprong is soepelere oorsprongsregels in te voeren om de kwalificatie van preferentiële oorsprong voor goederen te vergemakkelijken. Aangezien de overgangsregels van oorsprong over het algemeen soepeler zijn dan die van de conventie, kunnen goederen die aan de regels van de conventie voldoen, ook worden aangemerkt als van oorsprong krachtens de overgangsregels van oorsprong, met uitzondering van bepaalde landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 2, 4 tot en met 15, en 16 (behalve verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 17 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem.

    (4)De overgangsregels van oorsprong zijn van toepassing naast de oorsprongsregels van de conventie, waardoor twee afzonderlijke zones van cumulatie ontstaan. Ter vergemakkelijking van de toepassing van de permeabiliteit als bedoeld in artikel 21, lid 1, punt d), van aanhangsel A van protocol I tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong moet artikel 8 van aanhangsel A van protocol I derhalve worden gewijzigd,

    HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

    Artikel 1

    In artikel 8 van aanhangsel A van protocol I bij de overeenkomst wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

    “1 bis.    Niettegenstaande lid 1, punt b), kan de cumulatie overeenkomstig artikel 7 worden toegepast op onder de hoofdstukken 1, 3, 16 (voor verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerde systeem ingedeelde goederen die de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels overeenkomstig aanhangsel I en de toepasselijke bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels, mits die materialen en producten van oorsprong zijn uit de toepassende overeenkomstsluitende partijen waarvoor cumulatie mogelijk is.”.

    Artikel 2

    Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de eerste maand volgende op de maand waarin het wordt aangenomen.

    Gedaan te…

    Voor het Subcomité douane

                          De voorzitter                            

         

    De secretarissen

    (1)    PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4.
    (2)    PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.
    (3)    PB L 381 van 27.10.2021, blz. 78. 
    (4)    PB C, C/2024/1637, 20.2.2024.    
    Top