This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52023AP0318
Amendments adopted by the European Parliament on 13 September 2023 on the proposal for a directive of the European Parliament and of the Council on ambient air quality and cleaner air for Europe (recast) (COM(2022)0542 — C9-0364/2022 — 2022/0347(COD))
Amendementen van het Europees Parlement van 13 september 2023 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking) (COM(2022)0542 — C9-0364/2022 — 2022/0347(COD))
Amendementen van het Europees Parlement van 13 september 2023 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking) (COM(2022)0542 — C9-0364/2022 — 2022/0347(COD))
PB C, C/2024/1789, 22.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1789/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2024/1789 |
22.3.2024 |
P9_TA(2023)0318
Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa
Amendementen van het Europees Parlement van 13 september 2023 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking) (COM(2022)0542 — C9-0364/2022 — 2022/0347(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure — herschikking)
(C/2024/1789)
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 293
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 31 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze richtlijn bevat een doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te dringen, zodat de luchtkwaliteit in de Unie geleidelijk wordt verbeterd tot zij niveaus bereikt die niet langer als schadelijk voor de gezondheid van de mens en natuurlijke ecosystemen worden beschouwd, zoals bepaald door wetenschappelijke gegevens, en om zo te helpen uiterlijk in 2050 een gifvrij milieu te verwezenlijken. |
1. Deze richtlijn bevat een doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te dringen, zodat de luchtkwaliteit in de Unie geleidelijk wordt verbeterd tot zij niveaus bereikt die niet langer als schadelijk voor de gezondheid van de mens, natuurlijke ecosystemen en biodiversiteit worden beschouwd, zoals bepaald door de best beschikbare en meest recente wetenschappelijke gegevens, en om zo te helpen uiterlijk in 2050 een gifvrij milieu te verwezenlijken. |
Amendement 295
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Bij deze richtlijn worden tussentijdse grenswaarden, streefwaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen, kritieke niveaus , informatiedrempels, alarmdrempels en langetermijndoelstellingen (“luchtkwaliteitsnormen”) vastgesteld waaraan uiterlijk in 2030 moet worden voldaan en die vervolgens overeenkomstig artikel 3 regelmatig moeten worden herzien. |
2. Bij deze richtlijn worden tussentijdse grenswaarden, streefwaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen en kritieke niveaus vastgesteld waaraan zo snel mogelijk en uiterlijk in 2030 moet worden voldaan , alsmede grenswaarden waaraan in 2035 moet worden voldaan, die overeenkomstig artikel 3 regelmatig moeten worden herzien. Deze richtlijn stelt ook langetermijndoelstellingen, informatiedrempels en alarmdrempels vast als onderdeel van de luchtkwaliteitsnormen. |
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Daarnaast draagt deze richtlijn bij tot: de doelstellingen van de Unie inzake de vermindering van verontreiniging, inzake biodiversiteit en inzake ecosystemen, overeenkomstig het achtste milieuactieprogramma zoals uiteengezet in Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (55). |
3. Daarnaast draagt deze richtlijn bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake de vermindering van verontreiniging, inzake biodiversiteit en inzake ecosystemen, overeenkomstig het achtste milieuactieprogramma zoals uiteengezet in Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (55) , en tot versterking van de synergieën tussen het luchtkwaliteitsbeleid van de Unie en andere relevante beleidsterreinen van de Unie, met name het klimaat-, vervoers- en energiebeleid . |
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 — alinea 1 — punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 — alinea 1 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 — alinea 1 — punt 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Uiterlijk tegen 31 december 2028, en vervolgens om de vijf jaar, en vaker indien uit substantiële nieuwe wetenschappelijke bevindingen blijkt dat dit nodig is, evalueert de Commissie de wetenschappelijke gegevens met betrekking tot luchtverontreinigende stoffen en de effecten daarvan op het milieu en de gezondheid van de mens die relevant zijn voor de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 1, en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag met de belangrijkste bevindingen in. |
1. Uiterlijk tegen 31 december 2028, en vervolgens om de vijf jaar, en vaker indien uit substantiële nieuwe wetenschappelijke bevindingen blijkt dat dit nodig is, evalueert de Commissie de wetenschappelijke gegevens met betrekking tot luchtverontreinigende stoffen en de effecten daarvan op het milieu en de gezondheid van de mens die relevant zijn voor de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 1, en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag met de belangrijkste bevindingen in. De evaluatie wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd na de publicatie van de meest recente richtsnoeren van de WHO inzake luchtkwaliteit. |
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 wordt bij de evaluatie nagegaan of deze richtlijn moet worden herzien om haar in overeenstemming te brengen met de richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de meest recente wetenschappelijke informatie. |
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 wordt bij de evaluatie nagegaan of deze richtlijn moet worden herzien om ervoor te zorgen dat zij volledig en voortdurend in overeenstemming is met de meest recente richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) , de meest recente evaluatie van het Regionaal WHO-Bureau voor Europa en de meest recente wetenschappelijke informatie. |
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt d ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie ondersteunt en werkt nauw samen met het Regionaal WHO-Bureau voor Europa om de wetenschappelijke gegevens over de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te monitoren en te evalueren. |
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. In het kader van de eerste regelmatige evaluatie, uiterlijk op 31 december 2028, stelt de Commissie, in voorkomend geval, grenswaarden, streefwaarden of kritieke niveaus voor voor de luchtverontreinigende stoffen die worden gemeten door de in artikel 10 bedoelde monitoringsupersites die thans niet in bijlage I zijn opgenomen. Deze waarden zijn in overeenstemming met de meest recente wetenschappelijke gegevens over wat noodzakelijk is voor de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu. In het kader van de eerste regelmatige evaluatie publiceert de Commissie een beoordeling van de mogelijkheid om de streefwaarde voor ozon om te zetten in een grenswaarde, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel. |
Amendement 53
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Indien de Commissie dit naar aanleiding van de evaluatie passend acht, dient zij een voorstel in om de luchtkwaliteitsnormen te herzien of er andere luchtverontreinigende stoffen in op te nemen. |
4. Indien de Commissie dit naar aanleiding van de evaluatie passend acht, dient zij een voorstel in om de luchtkwaliteitsnormen te herzien of er andere luchtverontreinigende stoffen in op te nemen. Een dergelijk voorstel wordt in overeenstemming met het non-regressiebeginsel ontwikkeld. |
Amendement 54
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 55
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 56
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 58
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 24 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 59
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 26
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 60
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 28
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 61
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 62
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 63
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 35
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 296
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 35 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 65
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 36
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 66
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 38
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 67
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 — alinea 1 — punt 39
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 68
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 69
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 — alinea 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 70
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 — alinea 1 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 71
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 — alinea 1 — punt g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 72
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 — alinea 1 — punt h
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 73
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 — alinea 1 — punt i bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 74
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. In alle zones waar het niveau van verontreinigende stoffen lager is dan de voor die verontreinigende stoffen vastgestelde beoordelingsdrempel, volstaan modelleringsapplicaties, indicatieve metingen, objectieve-ramingstechnieken of een combinatie daarvan ter beoordeling van de luchtkwaliteit. |
4. In alle zones waar het niveau van verontreinigende stoffen lager is dan de voor die verontreinigende stoffen vastgestelde beoordelingsdrempel, volstaat een combinatie van modelleringsapplicaties en indicatieve metingen ter beoordeling van de luchtkwaliteit. |
Amendement 75
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Indien uit de modellen blijkt dat een grenswaarde of een streefwaarde voor ozon wordt overschreden in een gebied van de zone dat niet door vaste metingen wordt bestreken, worden gedurende ten minste één kalenderjaar na de vaststelling van de overschrijding aanvullende vaste of indicatieve metingen gebruikt om het concentratieniveau van de desbetreffende verontreinigende stof te bepalen. |
5. Indien uit de modellen of indicatieve metingen blijkt dat een grenswaarde of een streefwaarde voor ozon wordt overschreden in een gebied van de zone dat niet door vaste metingen wordt bestreken, worden er binnen zes maanden na de vaststelling van de overschrijding aanvullende vaste metingen geïnstalleerd en gedurende ten minste één kalenderjaar gebruikt om het concentratieniveau van de desbetreffende verontreinigende stof te bepalen. |
Amendement 76
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. Naast de krachtens artikel 10 vereiste monitoring, monitoren de lidstaten , indien van toepassing, ook de niveaus van ultrafijne deeltjes overeenkomstig punt D van bijlage III en afdeling 3 van bijlage VII. |
7. Naast de krachtens artikel 10 vereiste monitoring, monitoren de lidstaten ook de niveaus van ultrafijne deeltjes , zwarte koolstof, ammoniak en kwik overeenkomstig punt D van bijlage III en de afdelingen 3 , 3 bis, 3 ter en 3 quater van bijlage VII. |
Amendement 77
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De locatie van bemonsteringspunten moet representatief zijn voor de blootstelling van risicogevoelige gemeenschappen en de blootstelling van een of meer gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen. |
Amendement 78
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In elke zone waar het niveau van verontreinigende stoffen de in bijlage II gespecificeerde beoordelingsdrempel overschrijdt, mag het aantal bemonsteringspunten voor elke verontreinigende stof niet kleiner zijn dan het in de tabellen 3 en 4 van de punten A en C van bijlage III genoemde minimumaantal bemonsteringspunten. |
2. In elke zone waar het niveau van verontreinigende stoffen de in bijlage II gespecificeerde beoordelingsdrempel overschrijdt, mag het aantal bemonsteringspunten voor elke verontreinigende stof niet kleiner zijn dan het in de punten A en C van bijlage III genoemde minimumaantal bemonsteringspunten. |
Amendement 79
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 — lid 3 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 80
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Elke lidstaat zorgt er overeenkomstig bijlage IV voor dat de spreiding die wordt gebruikt voor de berekening van de gemiddelde-blootstellingsindexen voor PM2,5 en NO2, zodanig is dat een juist beeld wordt verkregen van de blootstelling van de bevolking in het algemeen. Het aantal bemonsteringspunten mag niet kleiner zijn dan het aantal dat wordt verkregen door toepassing van punt B van bijlage III. |
5. Elke lidstaat zorgt er overeenkomstig bijlage IV voor dat de spreiding die wordt gebruikt voor de berekening van de gemiddeldeblootstellingsindexen voor PM2,5 en stikstofdioxide ( NO2), zodanig is dat een juist beeld wordt verkregen van de blootstelling van de bevolking in het algemeen. Het aantal bemonsteringspunten mag niet kleiner zijn dan het aantal dat wordt verkregen door toepassing van punt B van bijlage III. |
Amendement 81
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 9 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. Bemonsteringspunten waar in de voorgaande drie jaar overschrijdingen van een of meer van de in afdeling 1 van bijlage I bepaalde grenswaarden zijn geregistreerd, mogen niet worden verplaatst, tenzij een verplaatsing noodzakelijk is vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder ruimtelijke ontwikkeling . De verplaatsing van bemonsteringspunten gebeurt binnen hun gebied van ruimtelijke representativiteit en is gebaseerd op modelleringsresultaten. |
7. Bemonsteringspunten waar in de voorgaande drie jaar overschrijdingen van een of meer van de in afdeling 1 van bijlage I bepaalde grenswaarden zijn geregistreerd, mogen niet worden verplaatst, tenzij een verplaatsing absoluut noodzakelijk is. De verplaatsing van bemonsteringspunten gebeurt binnen hun gebied van ruimtelijke representativiteit , waarborgt continuïteit van metingen en is gebaseerd op modelleringsresultaten. |
Amendement 82
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Elke lidstaat stelt ten minste één monitoringsupersite per tien miljoen inwoners op een stedelijkeachtergrondlocatie in. Lidstaten met minder dan tien miljoen inwoners stellen ten minste één monitoringsupersite op een stedelijkeachtergrondlocatie in. |
Elke lidstaat stelt ten minste één monitoringsupersite per twee miljoen inwoners op een stedelijkeachtergrondlocatie in. Lidstaten met minder dan twee miljoen inwoners stellen ten minste één monitoringsupersite op een stedelijkeachtergrondlocatie in. |
Amendement 83
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Metingen op alle monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties omvatten vaste of indicatieve metingen van de grootteverdeling van ultrafijne deeltjes en het oxidatiepotentieel van zwevende deeltjes. |
5. Metingen op alle monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties omvatten vaste metingen van de grootteverdeling van ultrafijne deeltjes en het oxidatiepotentieel van zwevende deeltjes. |
Amendement 84
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 — lid 6 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 85
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 — alinea 6 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 86
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 — lid 6 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 87
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. Op monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties kunnen ook metingen van tweewaardig kwik in deeltjes en als gas worden verricht. |
7. Op monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties worden ook metingen van tweewaardig kwik in deeltjes en als gas verricht. |
Amendement 88
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorschriften ingeval de niveaus lager zijn dan de grenswaarden, de streefwaarde voor ozon en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen , maar hoger dan de beoordelingsdrempels |
Voorschriften ingeval de niveaus lager zijn dan de grenswaarden, de streefwaarde voor ozon en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen |
Amendement 89
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In zones waar de ozonniveaus lager zijn dan de streefwaarde voor ozon, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om die niveaus onder de streefwaarde voor ozon te houden en streven zij ernaar de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde langetermijndoelstellingen te bereiken, voor zover factoren zoals de grensoverschrijdende aard van ozonverontreiniging en de meteorologische omstandigheden zulks toelaten en op voorwaarde dat eventuele noodzakelijke maatregelen geen onevenredige kosten met zich meebrengen . |
2. In zones waar de ozonniveaus lager zijn dan de streefwaarde voor ozon, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om die niveaus onder de streefwaarde voor ozon te houden en de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde langetermijndoelstellingen te bereiken, voor zover factoren zoals de grensoverschrijdende aard van ozonverontreiniging en de meteorologische omstandigheden zulks toelaten . Als de langetermijndoelstellingen eenmaal zijn bereikt, houden de lidstaten de ozonniveaus onder de langetermijndoelstellingen . |
Amendement 90
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. In territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 waar de gemiddelde-blootstellingsindexen voor PM2,5 en NO2 lager zijn dan de respectieve waarde van de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen voor die verontreinigende stoffen, houden de lidstaten de niveaus van die verontreinigende stoffen onder de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen. |
3. In territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 waar de gemiddelde-blootstellingsindexen voor PM2,5 en NO2 lager zijn dan de respectieve waarde van de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen voor die verontreinigende stoffen, houden de lidstaten de niveaus van die verontreinigende stoffen onder de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen. |
Amendement 91
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 12 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De lidstaten streven ernaar de best mogelijke luchtkwaliteit en een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu te bereiken en in stand te houden, overeenkomstig de door de WHO gepubliceerde richtsnoeren inzake luchtkwaliteit en onder de in bijlage II vastgestelde beoordelingsdrempels. |
4. De lidstaten streven ernaar de best mogelijke luchtkwaliteit en een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu te bereiken en in stand te houden, overeenkomstig de recentste door het Regionaal WHO-Bureau voor Europa gepubliceerde richtsnoeren inzake luchtkwaliteit en evaluaties van de WHO en onder de in bijlage II vastgestelde beoordelingsdrempels , met bijzondere aandacht voor de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen . |
Amendement 92
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De lidstaten zorgen ervoor dat de in afdeling 5, punt B, van bijlage I opgenomen gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen voor PM2,5 en NO2 worden nageleefd in al hun territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 waar de in afdeling 5, punt C, van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen worden overschreden. |
3. De lidstaten zorgen ervoor dat de in afdeling 5, punt B, van bijlage I opgenomen gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen voor PM2,5 en NO2 worden nageleefd in al hun territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 waar de in afdeling 5, punt C, van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen worden overschreden. |
Amendement 297
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I vastgestelde termijn voor het bereiken van de grenswaarden mag worden verlengd overeenkomstig artikel 18. |
6. De in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I vastgestelde termijn voor het bereiken van de grenswaarden en de in tabel 1 bis van afdeling 1 van bijlage I vastgestelde termijn voor het bereiken van de tussentijdse grenswaarden voor de in artikel 18, lid 1, genoemde verontreinigende stoffen mogen worden verlengd overeenkomstig artikel 18. |
Amendement 94
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) in de lucht gelden de in afdeling 4, punt A, van bijlage I vastgestelde alarmdrempels. |
1. Voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon in de lucht gelden de in afdeling 4, punt A, van bijlage I vastgestelde alarmdrempels. |
Amendement 95
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Voor ozon gelden de in afdeling 4, punt B, van bijlage I vastgestelde alarm- en informatiedrempels. |
2. Voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon gelden de in afdeling 4, punt B, van bijlage I vastgestelde informatiedrempels. |
Amendement 96
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Wanneer een in afdeling 4, punt A, van bijlage I vastgestelde alarmdrempel wordt overschreden, voeren de lidstaten onverwijld de noodmaatregelen uit die zijn vermeld in de overeenkomstig artikel 20 opgestelde kortetermijnactieplannen. |
Amendement 97
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Wanneer een in afdeling 4 van bijlage I vastgestelde alarmdrempel of informatiedrempel wordt overschreden, nemen de lidstaten de nodige stappen om de bevolking uiterlijk enkele uren later via verschillende media- en communicatiekanalen daarover in te lichten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat een zo groot mogelijk publiek wordt bereikt. |
3. Wanneer een in afdeling 4 van bijlage I vastgestelde alarmdrempel wordt overschreden, nemen de lidstaten de nodige stappen om de bevolking uiterlijk enkele uren later daarover op coherente en bevattelijke wijze in te lichten, gedetailleerde informatie te verstrekken over de ernst van de overschrijding en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, en suggesties te doen om de bevolking te beschermen, met bijzondere aandacht voor gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen. De lidstaten maken gebruik van verschillende media- en communicatiekanalen en zorgen ervoor dat een zo groot mogelijk publiek wordt bereikt. |
Amendement 98
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Wanneer een in afdeling 4 van bijlage I vastgestelde informatiedrempel wordt overschreden, nemen de lidstaten de nodige stappen om de bevolking, en met name gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, uiterlijk enkele uren later daarover op toegankelijke, coherente en bevattelijke wijze in te lichten. |
Amendement 99
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 15 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over daadwerkelijke of voorspelde overschrijdingen van alarmdrempels of informatiedrempels zo spoedig mogelijk aan het publiek wordt verstrekt overeenkomstig de punten 2 en 3 van bijlage IX. |
4. De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over daadwerkelijke of voorspelde overschrijdingen van alarmdrempels of informatiedrempels zo spoedig mogelijk op coherente en bevattelijke wijze aan het publiek wordt verstrekt overeenkomstig de punten 2 en 3 van bijlage IX. |
Amendement 100
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 — lid 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 101
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
2. De lidstaten verstrekken de Commissie lijsten van die in lid 1 bedoelde zones en territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 , samen met gegevens over de concentraties en bronnen en het bewijsmateriaal dat aantoont dat de overschrijdingen aan natuurlijke bronnen zijn toe te schrijven. |
2. De lidstaten verstrekken de Commissie lijsten van die in lid 1 bedoelde zones en territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 , samen met: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 102
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 16 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 2 in kennis is gesteld van een aan natuurlijke bronnen toe te schrijven overschrijding, wordt die overschrijding niet als een overschrijding in de zin van deze richtlijn aangemerkt . |
3. Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 2 in kennis is gesteld van een aan natuurlijke bronnen toe te schrijven overschrijding, evalueert zij het bewijsmateriaal en deelt zij de lidstaat mee of het mogelijk is die overschrijding niet als een overschrijding in de zin van deze richtlijn aan te merken . |
Amendement 103
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten mogen, voor een bepaald jaar , zones aangeven waar de grenswaarden worden overschreden door concentraties van PM10 in de lucht die toe te schrijven zijn aan de opwerveling van deeltjes ten gevolge van het strooien van zand en zout op de wegen in de winter. |
1. De lidstaten mogen, voor een bepaalde maand , zones aangeven waar de grenswaarden worden overschreden door concentraties van PM10 in de lucht die toe te schrijven zijn aan de opwerveling van deeltjes ten gevolge van het strooien van zand en zout op de wegen in de winter. |
Amendement 298
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer in een bepaalde zone wegens locatiespecifieke dispersiekarakteristieken, orografische grensomstandigheden , ongunstige klimaatomstandigheden of grensoverschrijdende bijdragen overeenstemming met de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) of stikstofdioxide niet kan worden bereikt op het in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I genoemde uiterste tijdstip , mag een lidstaat dat tijdstip voor die specifieke zone eenmaal met ten hoogste vijf jaar uitstellen, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: |
1. Wanneer in een bepaalde zone wegens uitzonderlijke en niet te voorkomen locatiespecifieke dispersiekarakteristieken, orografische grensomstandigheden of grensoverschrijdende bijdragen overeenstemming met de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) of stikstofdioxide niet kan worden bereikt op het in de tabellen 1 en 1 bis van afdeling 1 van bijlage I genoemde uiterste tijdstippen , mag een lidstaat dat tijdstip voor die specifieke zone eenmaal met ten hoogste vijf jaar uitstellen, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: |
Amendement 105
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 1 — punt -a (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 106
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 107
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 108
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 109
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 1 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 110
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer lid 1 volgens een lidstaat van toepassing is, stelt hij de Commissie daarvan in kennis en deelt hij het in lid 1 bedoelde luchtkwaliteitsplan mede alsook alle relevante gegevens die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of aan de aangehaalde reden voor het uitstel en de in dat lid vastgestelde voorwaarden is voldaan. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit in de lidstaten, nu en in de toekomst, van door de lidstaten genomen maatregelen en met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit van maatregelen van de Unie. |
Wanneer lid 1 volgens een lidstaat van toepassing is, stelt hij de Commissie daarvan in kennis en deelt hij de in lid 1 bedoelde routekaart inzake luchtkwaliteit mede alsook alle relevante gegevens die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of aan de aangehaalde reden voor het uitstel en de in dat lid vastgestelde voorwaarden is voldaan. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit in de lidstaten, nu en in de toekomst, van door de lidstaten genomen maatregelen en met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit van maatregelen van de Unie. Indien uit de overeenkomstig lid 1, punt b), verstrekte jaarlijkse prognoses blijkt dat de in de routekaart inzake luchtkwaliteit vermelde maatregelen ontoereikend zijn om ervoor te zorgen dat de grenswaarde voor de betrokken verontreinigende stof op het uitgestelde uiterste tijdstip voor naleving waarschijnlijk zal worden nageleefd, werken de lidstaten de routekaart inzake luchtkwaliteit bij en herzien zij de daarin vervatte maatregelen om ervoor te zorgen dat de grenswaarde op dat uiterste tijdstip wordt nageleefd. |
Amendement 111
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Luchtkwaliteitsplannen |
Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit |
Amendement 299
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid - 1 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
-1. Indien vanaf … [drie maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] in een zone of een territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 de voor het voorgaande jaar geregistreerde niveaus van een verontreinigende stof boven een grenswaarde liggen die uiterlijk op 1 januari 2035 moet worden bereikt zoals vastgesteld in afdeling 1, tabel 1, van bijlage I, of boven een streefwaarde die uiterlijk op 1 januari 2030 moet worden bereikt zoals vastgesteld in afdeling 2, punt B, van bijlage I, stelt de betrokken lidstaat zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding voor de verontreinigende stof is geregistreerd, een routekaart inzake luchtkwaliteit voor die verontreinigende stof op om de respectieve grenswaarden, tussentijdse grenswaarden of streefwaarde voor ozon te bereiken vóór het verstrijken van de termijnen waarbinnen aan de waarden moet worden voldaan. Indien een lidstaat voor dezelfde verontreinigende stof als bedoeld in de eerste alinea van dit lid een routekaart inzake luchtkwaliteit overeenkomstig die alinea alsook een luchtkwaliteitsplan overeenkomstig lid 1 van dit artikel moet opstellen, mag hij een gecombineerde routekaart inzake luchtkwaliteit overeenkomstig de leden 5, 6 en 7 van dit artikel opstellen en informatie verstrekken over het verwachte effect van maatregelen om aan elke grenswaarde waarop die betrekking heeft te voldoen, zoals vereist in de punten A.5 en A.6 van bijlage VIII. Een dergelijke gecombineerde routekaart inzake luchtkwaliteit bevat passende maatregelen om alle gerelateerde grenswaarden te bereiken en alle perioden van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
Amendement 113
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer het niveau van verontreinigende stoffen in de lucht in bepaalde zones een in afdeling 1 van bijlage I vastgestelde grenswaarde overschrijdt, stellen de lidstaten voor die zones zo snel mogelijk en ten laatste twee jaar na het kalenderjaar waarin die overschrijding van een grenswaarde is geregistreerd luchtkwaliteitsplannen vast. Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om de desbetreffende grenswaarde te bereiken en om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden, en in elk geval korter dan drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is gemeld . |
Wanneer het niveau van verontreinigende stoffen in de lucht in bepaalde zones een in afdeling 1 van bijlage I vastgestelde grenswaarde overschrijdt, stellen de lidstaten voor die zones zo snel mogelijk en ten laatste twee jaar na het kalenderjaar waarin die overschrijding van een grenswaarde is geregistreerd luchtkwaliteitsplannen vast. Die luchtkwaliteitsplannen bevatten alle passende en toereikende maatregelen om de desbetreffende grenswaarde te bereiken en om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden, en in elk geval korter dan drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd . |
Amendement 114
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer in het derde kalenderjaar na de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan nog steeds grenswaarden worden overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
Wanneer in het derde kalenderjaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd, nog steeds grenswaarden worden overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij , met inbegrip van geactualiseerde gedetailleerde informatie over de stand van uitvoering van de in punt B.1 van bijlage VIII bedoelde richtlijnen en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan één kalenderjaar na de actualisering van het luchtkwaliteitsplan . |
Amendement 115
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 de niveaus van verontreinigende stoffen in de lucht de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde streefwaarde voor ozon overschrijden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de streefwaarde voor ozon is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om de streefwaarde voor ozon te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 de niveaus van verontreinigende stoffen in de lucht de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde streefwaarde voor ozon overschrijden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de streefwaarde voor ozon is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende en toereikende maatregelen om de streefwaarde voor ozon te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden , en in elk geval korter dan vijf jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd . |
Amendement 116
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de streefwaarde voor ozon in het vijfde kalenderjaar na de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan nog steeds wordt overschreden in de desbetreffende territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 , werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
Wanneer de streefwaarde voor ozon in het derde kalenderjaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd, nog steeds wordt overschreden in de desbetreffende territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 , werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan twee kalenderjaren na de actualisering van het luchtkwaliteitsplan . |
Amendement 117
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 2 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 waar de streefwaarde voor ozon wordt overschreden, zorgen de lidstaten ervoor dat het desbetreffende nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn (EU) 2016/2284 is opgesteld, maatregelen bevat om die overschrijdingen aan te pakken. |
Voor territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 waar de streefwaarde voor ozon wordt overschreden, zorgen de lidstaten ervoor dat het desbetreffende nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn (EU) 2016/2284 is opgesteld, maatregelen bevat om die overschrijdingen aan te pakken. |
Amendement 118
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting wordt overschreden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting wordt overschreden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende en toereikende maatregelen om de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan drie jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd . |
Amendement 119
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 3 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting in het vijfde kalenderjaar na de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan nog steeds wordt overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
Wanneer gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting in het derde kalenderjaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd, nog steeds wordt overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij , met inbegrip van geactualiseerde gedetailleerde informatie over de stand van uitvoering van de in punt B.1 van bijlage VIII bedoelde richtlijnen en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan één kalenderjaar na de actualisering van het luchtkwaliteitsplan . |
Amendement 120
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Indien vanaf [datum invoegen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] tot en met 31 december 2029 in een zone of een territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 de niveaus van verontreinigende stoffen boven een grenswaarde liggen die uiterlijk op 1 januari 2030 moet worden bereikt zoals vastgesteld in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding is geregistreerd, een luchtkwaliteitsplan voor de betrokken verontreinigende stof op om de respectieve grenswaarden of streefwaarde voor ozon te bereiken vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen aan de waarden moet worden voldaan. |
Schrappen |
|
Indien de lidstaten voor dezelfde verontreinigende stof overeenkomstig dit lid alsook overeenkomstig artikel 19, lid 1, een luchtkwaliteitsplan moeten opstellen, mogen zij een gecombineerd luchtkwaliteitsplan opstellen overeenkomstig artikel 19, leden 5, 6 en 7, en informatie verstrekken over het verwachte effect van maatregelen om aan elke grenswaarde waarop het betrekking heeft te voldoen, zoals vereist in de punten 5 en 6 van bijlage VIII. Gecombineerde luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om alle gerelateerde grenswaarden te bereiken en alle perioden van overschrijding zo kort mogelijk te houden. |
|
Amendement 121
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Luchtkwaliteitsplannen bevatten ten minste de volgende gegevens: |
Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit bevatten ten minste de volgende gegevens: |
Amendement 122
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 123
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 124
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten overwegen om maatregelen zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, en maatregelen die gericht zijn op de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen zoals kinderen in hun luchtkwaliteitsplannen op te nemen . |
De lidstaten nemen maatregelen zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, en maatregelen die gericht zijn op de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen zoals kinderen in hun luchtkwaliteitsplannen en route kaarten inzake luchtkwaliteit op . |
Amendement 125
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wat de betrokken verontreinigende stoffen betreft, beoordelen de lidstaten bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen het risico dat de respectieve alarmdrempels worden overschreden. Die analyse wordt in voorkomend geval voor het opstellen van kortetermijnactieplannen gebruikt. |
Wat de betrokken verontreinigende stoffen betreft, beoordelen de lidstaten bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit het risico dat de respectieve alarmdrempels worden overschreden. Die analyse wordt in voorkomend geval voor het opstellen van kortetermijnactieplannen gebruikt. |
Amendement 126
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer voor verscheidene verontreinigende stoffen of luchtkwaliteitsnormen een luchtkwaliteitsplan wordt vastgesteld, stellen de lidstaten, waar passend, geïntegreerde luchtkwaliteitsplannen vast voor alle betrokken verontreinigende stoffen en luchtkwaliteitsnormen. |
Wanneer voor verscheidene verontreinigende stoffen of luchtkwaliteitsnormen een luchtkwaliteitsplan of een routekaart inzake luchtkwaliteit wordt vastgesteld, stellen de lidstaten, waar passend, geïntegreerde luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit vast voor alle betrokken verontreinigende stoffen en luchtkwaliteitsnormen. |
Amendement 127
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 — alinea 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten zorgen, voor zover uitvoerbaar, voor samenhang van hun luchtkwaliteitsplannen met andere plannen die een aanzienlijk effect op de luchtkwaliteit hebben, waaronder de plannen die vereist zijn krachtens Richtlijn 2010/75/ EU van het Europees Parlement en de Raad (50), Richtlijn (EU) 2016/2284 en Richtlijn 2002/49/EG en krachtens de wetgeving inzake klimaat, energie, transport en landbouw. |
De lidstaten zorgen, voor zover uitvoerbaar, voor samenhang van hun luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit met andere plannen die een aanzienlijk effect op de luchtkwaliteit hebben, waaronder de plannen die vereist zijn krachtens Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (50), Richtlijn (EU) 2016/2284 en Richtlijn 2002/49/EG en krachtens de wetgeving inzake klimaat , bescherming van de biodiversiteit , energie, transport en landbouw. |
Amendement 128
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie in het kader van het instrument voor technische ondersteuning bijstand en technische expertise verlenen ter ondersteuning van beleid en maatregelen inzake luchtkwaliteit in de betrokken lidstaat. |
Amendement 129
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 6 — alinea - 1 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
De lidstaten zorgen ervoor dat het ontwerp van het luchtkwaliteitsplan of het ontwerp van de routekaart inzake luchtkwaliteit met de krachtens de punten A en B van bijlage VIII vereiste minimale informatie voordat de termijn voor het ontvangen van opmerkingen van het publiek aanvangt, kosteloos en zonder dat de toegang wordt beperkt tot geregistreerde gebruikers op het internet en zo nodig via andere, niet-digitale communicatiekanalen beschikbaar wordt gesteld voor het publiek. De lidstaten kunnen ook het volgende kosteloos en zonder dat de toegang wordt beperkt tot geregistreerde gebruikers op het internet en zo nodig via andere, niet-digitale communicatiekanalen beschikbaar stellen: |
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 130
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 6 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten raadplegen het publiek, overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (59), en de bevoegde autoriteiten die op grond van hun verantwoordelijkheden op het gebied van luchtverontreiniging en luchtkwaliteit waarschijnlijk bij de uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen betrokken zullen zijn, over ontwerpluchtkwaliteitsplannen en alle belangrijke bijwerkingen van luchtkwaliteitsplannen voordat deze worden afgerond. |
De lidstaten raadplegen het publiek, overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (59), en de bevoegde autoriteiten die op grond van hun verantwoordelijkheden op het gebied van luchtverontreiniging en luchtkwaliteit waarschijnlijk bij de uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit betrokken zullen zijn, over ontwerpluchtkwaliteitsplannen en ontwerproutekaarten voor de luchtkwaliteit en alle belangrijke bijwerkingen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit voordat deze worden afgerond. |
Amendement 131
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 6 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen zorgen de lidstaten ervoor dat belanghebbenden wier activiteiten aan de overschrijdingen bijdragen, worden aangemoedigd om maatregelen voor te stellen die zij kunnen nemen om een einde te helpen maken aan de overschrijdingen, en dat niet-gouvernementele organisaties, zoals milieuorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de relevante vakverenigingen aan die raadplegingen mogen deelnemen . |
De lidstaten moedigen de actieve participatie van alle betrokken partijen bij de uitvoering van deze richtlijn aan, met name bij de opstelling, de herziening en de actualisering van de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit. Bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit zorgen de lidstaten ervoor dat belanghebbenden wier activiteiten aan de overschrijdingen bijdragen, worden aangemoedigd om maatregelen voor te stellen die zij kunnen nemen om een einde te helpen maken aan de overschrijdingen, en dat niet-gouvernementele organisaties, zoals milieu- en gezondheidsorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen , met inbegrip van gezondheidswerkers, en de relevante vakverenigingen worden aangemoedigd om aan die raadplegingen deel te nemen. De lidstaten zorgen ervoor dat de relevante belanghebbenden en de burgers naar behoren worden geïnformeerd over de specifieke bronnen en luchtverontreinigende stoffen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit en over de relevante maatregelen ter beperking van de luchtverontreiniging die bestaan en op de markt beschikbaar zijn. |
Amendement 132
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. Luchtkwaliteitsplannen worden binnen twee maanden na de vaststelling ervan aan de Commissie meegedeeld. |
7. Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit worden binnen twee maanden na de vaststelling ervan aan de Commissie meegedeeld. |
Amendement 133
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 bis. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een model vast met het formaat en de structuur van de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. |
Amendement 134
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 7 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 ter. De Commissie kan richtsnoeren opstellen voor de opstelling, uitvoering en herziening van luchtkwaliteitsplannen en, indien van toepassing, de routekaarten inzake luchtkwaliteit. |
Amendement 135
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 19 — lid 7 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 quater. De Commissie faciliteert de opstelling en uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit zo nodig door goede praktijken uit te wisselen. |
Amendement 136
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer evenwel een risico bestaat dat de alarmdrempel voor ozon zal worden overschreden, mogen de lidstaten ervan afzien dergelijke kortetermijnactieplannen op te stellen indien er, rekening houdend met de nationale geografische, meteorologische en economische omstandigheden, geen substantiële mogelijkheden bestaan om het risico, de duur of de ernst van een dergelijke overschrijding te verminderen. |
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 137
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 1 — alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Om burgers te informeren over slechte luchtkwaliteit en de gevolgen daarvan, stellen de bevoegde autoriteiten verplicht dat er permanent bevattelijke informatie wordt getoond over symptomen die in verband worden gebracht met luchtverontreigingspieken en over gedrag om de blootstelling aan luchtverontreiniging in de omgeving van gemeenschappen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen te verminderen. |
Amendement 138
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde kortetermijnactieplannen kunnen de lidstaten, naar gelang van het geval, voorzien in effectieve maatregelen om activiteiten die bijdragen tot het risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels, te beheersen en indien nodig tijdelijk op te schorten. Afhankelijk van het aandeel van de belangrijkste bronnen van verontreiniging aan de aan te pakken overschrijdingen, kunnen die kortetermijnactieplannen eventueel maatregelen ten aanzien van vervoer, bouwwerkzaamheden, industriële installaties en het gebruik van producten en de verwarming van woningen behelzen . In het kader van deze plannen worden ook specifieke acties voor de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals kinderen, in overweging genomen. |
2. Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde kortetermijnactieplannen kunnen de lidstaten, naar gelang van het geval, voorzien in effectieve maatregelen om activiteiten die bijdragen tot het risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels, te beheersen en indien nodig tijdelijk op te schorten. De lidstaten houden ook rekening met de lijst van maatregelen in bijlage VIII bis voor hun kortetermijnactieplannen en overwegen, afhankelijk van het aandeel van de belangrijkste bronnen van verontreiniging aan de aan te pakken overschrijdingen, ten minste de opname van maatregelen ten aanzien van vervoer, bouwwerkzaamheden, industriële installaties en het gebruik van producten en de verwarming van woningen. In het kader van deze plannen worden ook specifieke acties voor de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals kinderen, in overweging genomen. |
Amendement 139
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De lidstaten kunnen de Commissie verzoeken technische bijstand en ondersteuning te verlenen bij het opstellen van de kortetermijnactieplannen. |
Amendement 140
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Wanneer de lidstaten een kortetermijnactieplan hebben opgesteld, stellen zij de resultaten van hun onderzoeken betreffende de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsmede gegevens over de uitvoering van die plannen, beschikbaar voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties zoals milieuorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen. |
4. Wanneer de lidstaten een kortetermijnactieplan hebben opgesteld, stellen zij de resultaten van hun onderzoeken betreffende de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsmede gegevens over de uitvoering van die plannen, beschikbaar voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties zoals milieu- en gezondheidsorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen , gezondheidswerkers , andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen. |
Amendement 141
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. De lidstaten maken gebruik van modellering en prognoses om het risico te identificeren dat de niveaus van verontreinigende stoffen een of meer alarmdrempels zullen overschrijden en zorgen ervoor dat noodmaatregelen in werking treden kort nadat een risico van overschrijding wordt voorspeld, teneinde een dergelijke overschrijding te voorkomen. |
Amendement 142
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 20 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. De Commissie kan richtsnoeren opstellen met beste praktijken voor het opstellen van kortetermijnactieplannen, met voorbeelden van beste praktijken voor de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, waaronder kinderen. Die voorbeelden worden regelmatig bijgewerkt. De Commissie bevordert de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten via het EU Clean Air Forum. |
Amendement 143
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De betrokken lidstaten werken samen om de bronnen van de luchtverontreiniging op te sporen en de maatregelen om die bronnen aan te pakken te bepalen en zij ontplooien gezamenlijke activiteiten, zoals het opstellen van gezamenlijke of gecoördineerde luchtkwaliteitsplannen overeenkomstig artikel 19, teneinde zulke overschrijdingen op te heffen. |
De betrokken lidstaten werken op nationaal, regionaal en lokaal niveau samen , onder meer door gezamenlijke teams van deskundigen op te zetten, om de bronnen van de luchtverontreiniging op te sporen , vast te stellen welk aandeel verontreiniging uit elk land afkomstig is en de maatregelen om die bronnen afzonderlijk en gezamenlijk aan te pakken te bepalen, en zij ontplooien gezamenlijke activiteiten, zoals het opstellen van gezamenlijke of gecoördineerde luchtkwaliteitsplannen overeenkomstig artikel 19, teneinde zulke overschrijdingen op te heffen. |
Amendement 144
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 — lid 1 — alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De betrokken lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de situatie en de genomen maatregelen. |
Amendement 145
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 — lid 1 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten reageren tijdig en uiterlijk drie maanden nadat een andere lidstaat hen overeenkomstig de eerste alinea in kennis heeft gesteld. |
De lidstaten reageren tijdig en uiterlijk twee maanden nadat een andere lidstaat hen overeenkomstig de eerste alinea in kennis heeft gesteld. |
Amendement 146
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De Commissie wordt in kennis gesteld van en uitgenodigd om aanwezig te zijn bij en haar medewerking te verlenen aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde samenwerkingsactiviteiten. Indien opportuun onderzoekt de Commissie, rekening houdend met de uit hoofde van artikel 11 van Richtlijn (EU) 2016/2284 opgestelde verslagen, of op het niveau van de Unie nadere actie moet worden ondernomen om de voor de grensoverschrijdende verontreiniging verantwoordelijke uitstoot van precursoren te verminderen. |
2. De Commissie wordt in kennis gesteld van en uitgenodigd om aanwezig te zijn bij, haar medewerking te verlenen aan en toezicht te houden op de in lid 1 van dit artikel bedoelde samenwerkingsactiviteiten. De Commissie kan ook in samenwerking met de betrokken lidstaten werkplannen opstellen voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Indien opportuun onderzoekt de Commissie, rekening houdend met de uit hoofde van artikel 11 van Richtlijn (EU) 2016/2284 opgestelde verslagen, of op het niveau van de Unie nadere actie moet worden ondernomen om de voor de grensoverschrijdende verontreiniging verantwoordelijke uitstoot van precursoren te verminderen. |
Amendement 147
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 21 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Wanneer een lidstaat gerechtelijke stappen onderneemt wegens schending van de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen als bedoeld in artikel 29 die in een andere lidstaat luchtverontreiniging hebben veroorzaakt, werken de lidstaten op efficiënte wijze samen. |
Amendement 148
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten zorgen ervoor, dat de bevolking alsook belanghebbende organisaties, zoals milieuorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen adequaat en tijdig het volgende wordt meegedeeld: |
1. De lidstaten zorgen ervoor, dat de bevolking alsook belanghebbende organisaties, zoals milieu- en gezondheidsorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen , gezondheidswerkers , andere bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen adequaat en tijdig het volgende wordt meegedeeld: |
Amendement 149
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 150
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 151
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 152
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 153
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 154
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt d ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 155
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt d quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 156
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 1 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 157
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten voorzien in een luchtkwaliteitsindex die betrekking heeft op zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon, maken die index openbaar toegankelijk en werken hem elk uur bij . In de luchtkwaliteitsindex wordt rekening gehouden met de aanbevelingen van de WHO en wordt voortgebouwd op de luchtkwaliteitsindexen op Europese schaal die door het Europees Milieuagentschap worden verstrekt. |
2. De lidstaten voorzien in een luchtkwaliteitsindex die betrekking heeft op zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon, maken die index op coherente en bevattelijke wijze openbaar toegankelijk en werken hem elk uur bij , en zorgen ervoor dat er op alle stations voldoende realtimegegevens beschikbaar zijn. De luchtkwaliteitsindex is vergelijkbaar in alle lidstaten, volgt de meest actuele aanbevelingen van de WHO en is gebaseerd op de luchtkwaliteitsindexen op Europese schaal die door het Europees Milieuagentschap worden verstrekt. De luchtkwaliteitsindex gaat vergezeld van informatie over de aan elke verontreinigende stof verbonden gezondheidsrisico’s, waaronder informatie die is toegesneden op gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen. |
Amendement 158
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Uiterlijk [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast om deze richtlijn aan te vullen door te specificeren hoe de luchtkwaliteitsindex moet worden berekend en gepresenteerd en om het formaat en de structuur van de aan het publiek verstrekte informatie te specificeren. |
Amendement 159
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. De lidstaten bevorderen het tonen van informatie over symptomen die in verband worden gebracht met luchtverontreigingspieken en over vermindering van blootstelling aan luchtverontreiniging en beschermend gedrag in gebouwen die worden bezocht door gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals gezondheidszorginstellingen. |
Amendement 160
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De lidstaten delen aan de bevolking mee welke bevoegde autoriteiten of organen met de in artikel 5 bedoelde taken zijn belast. |
3. De lidstaten delen aan de bevolking mee welke bevoegde autoriteiten of organen met de in artikel 5 bedoelde taken zijn belast en welke bevoegde autoriteit of instantie de overeenkomstig artikel 9 en bijlage IV ingerichte bemonsteringspunten beheert . |
Amendement 161
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 22 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De in dit artikel bedoelde gegevens worden kosteloos en op coherente en bevattelijke wijze ter beschikking van het publiek gesteld via algemeen toegankelijke media en communicatiekanalen overeenkomstig Richtlijn 2007/2/EG (60) en Richtlijn (EU) 2019/1024 (61) van het Europees Parlement en de Raad , waarbij ervoor wordt gezorgd dat een zo groot mogelijk publiek wordt bereikt . |
Amendement 162
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23 — lid 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Met het oog op het toetsen aan de grenswaarden, de streefwaarden voor ozon, de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen en de kritieke niveaus, worden de in lid 1 bedoelde gegevens uiterlijk vier maanden na het einde van elk jaar ter beschikking van de Commissie gesteld en bevatten zij: |
2. Met het oog op het toetsen aan de grenswaarden, de streefwaarden voor ozon, de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen , de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen en de kritieke niveaus, worden de in lid 1 bedoelde gegevens uiterlijk vier maanden na het einde van elk jaar ter beschikking van de Commissie gesteld en bevatten zij: |
Amendement 163
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23 — lid 2 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 164
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 23 — lid 2 — punt b — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 165
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in artikel 24 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] . |
2. De in artikel 22, lid 2 bis, artikel 24 en artikel 29, lid 3 bis, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] . De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. |
Amendement 166
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 24 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 22, lid 2 bis, artikel 24 en artikel 29, lid 3 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
Amendement 167
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 — lid 5 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een overeenkomstig artikel 24 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden verlengd. |
Een overeenkomstig artikel 22, lid 2 bis, artikel 24 en artikel 29, lid 3 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden verlengd. |
Amendement 168
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 27 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten zorgen ervoor dat, overeenkomstig hun nationale rechtsstelsel, de leden van het betrokken publiek in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van elk besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de in artikel 19 bedoelde luchtkwaliteitsplannen en de in artikel 20 bedoelde kortetermijnactieplannen van de lidstaat aan te vechten, mits aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan: |
De lidstaten zorgen ervoor dat, overeenkomstig hun nationale rechtsstelsel, de betrokken leden van het publiek in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van elk besluit, handelen of nalaten van de lidstaten, onder meer, maar niet uitsluitend, betreffende de indeling van zones uit hoofde van artikel 7, het netwerkontwerp, de locatie en de verplaatsing van bemonsteringspunten overeenkomstig artikel 9, met betrekking tot de in artikel 19 bedoelde luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit en de in artikel 20 bedoelde kortetermijnactieplannen van de lidstaat aan te vechten, mits aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan: |
Amendement 169
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 27 — lid 1 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het belang van een niet-gouvernementele organisatie die deel uitmaakt van het betrokken publiek, wordt geacht voldoende te zijn in de zin van de eerste alinea, punt a). Tevens worden die organisaties geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van lid 1, punt b). |
Het belang van een natuurlijke persoon die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van overschrijdingen van luchtkwaliteitsnormen of die belang heeft bij de besluitvormingsprocedures met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en van een niet-gouvernementele organisatie, die beide deel uitmaken van het betrokken publiek, wordt geacht voldoende te zijn in de zin van de eerste alinea, punt a). Tevens worden die natuurlijke personen en organisaties geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van lid 1, punt b). |
Amendement 170
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 27 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het recht om deel te nemen aan de beroepsprocedure is niet afhankelijk van de rol die het lid van het betrokken publiek heeft gespeeld tijdens een inspraakfase van de besluitvormingsprocedures met betrekking tot artikel 19 of 20 . |
2. Het recht om deel te nemen aan de beroepsprocedure is niet afhankelijk van de rol die het lid van het betrokken publiek heeft gespeeld tijdens een inspraakfase van de besluitvormingsprocedures uit hoofde van deze richtlijn . |
Amendement 171
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke personen die gezondheidsschade lijden als gevolg van een schending van artikel 19, leden 1 tot en met 4, artikel 20, leden 1 en 2, artikel 21, lid 1, tweede alinea, en artikel 21, lid 3, van deze richtlijn door de bevoegde autoriteiten, recht hebben op schadevergoeding overeenkomstig dit artikel. |
1. De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke personen die gezondheidsschade lijden als gevolg van een schending van deze richtlijn, met inbegrip van, maar niet beperkt tot artikel 13, artikel 19, leden 1 tot en met 4, artikel 20, leden 1 en 2, artikel 21, lid 1, tweede alinea, en artikel 21, lid 3, van deze richtlijn door een nalatigheid, besluit, handeling of vertraging van een besluit of handeling van de bevoegde autoriteiten, recht hebben op schadevergoeding overeenkomstig dit artikel. |
Amendement 172
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten zorgen ervoor dat niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu en die aan alle eisen krachtens het nationaal recht voldoen , natuurlijke personen zoals bedoeld in lid 1 mogen vertegenwoordigen en collectieve vorderingen voor schadevergoeding mogen instellen. De vereisten van artikel 10 en artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/1828 zijn van overeenkomstige toepassing op dergelijke collectieve acties. |
2. De lidstaten zorgen ervoor dat niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu, natuurlijke personen zoals bedoeld in lid 1 mogen vertegenwoordigen en collectieve vorderingen voor schadevergoeding mogen instellen. De vereisten van artikel 10 en artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/1828 zijn van overeenkomstige toepassing op dergelijke collectieve acties. |
Amendement 173
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer een schadevordering wordt gestaafd met bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de in lid 1 bedoelde schending de meest plausibele verklaring is voor het ontstaan van de schade bij die persoon , wordt het oorzakelijke verband tussen de schending en het ontstaan van de schade voorondersteld. |
Wanneer een schadevordering wordt gestaafd met bewijsmateriaal , waaronder relevante wetenschappelijke gegevens, op grond waarvan kan worden voorondersteld dat de in lid 1 bedoelde schending de schade bij die persoon heeft veroorzaakt of tot deze schade heeft bijgedragen , wordt het oorzakelijke verband tussen de schending en het ontstaan van de schade voorondersteld. |
Amendement 174
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 4 — alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtbank of administratieve autoriteit, indien de eiser redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter onderbouwing van een vordering tot schadevergoeding overeenkomstig lid 1 en redelijkerwijs heeft aangetoond dat de verwerende overheidsinstantie of een derde over aanvullend bewijsmateriaal beschikt, op verzoek van de eiser kan bevelen dat de verwerende overheidsinstantie of de derde dat bewijsmateriaal bekendmaakt overeenkomstig nationaal procesrecht en onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid en proportionaliteit. |
Amendement 175
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 4 — alinea 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De verwerende overheidsinstantie wordt verondersteld deze richtlijn te schenden indien zij niet voldoet aan de verplichting om het opgevraagde bewijsmateriaal waarover zij beschikt overeenkomstig dit lid bekend te maken. |
Amendement 176
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Voor toepassing van dit artikel worden onder “relevante wetenschappelijke gegevens” statistische, epidemiologische en andere gegevens verstaan die een statistisch significant oorzakelijk verband aantonen tussen bepaalde vormen van verontreiniging en bepaalde gezondheidsproblemen. |
Amendement 177
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 28 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De lidstaten zorgen ervoor dat de verjaringstermijnen voor het instellen van vorderingen voor schadevergoeding zoals bedoeld in lid 1 niet korter zijn dan vijf jaar. Dergelijke perioden beginnen pas te lopen wanneer de schending is beëindigd en de persoon die schadevergoeding eist, weet, of redelijkerwijs geacht kan worden te weten, dat hij of zij schade heeft geleden als gevolg van een schending zoals bedoeld in lid 1. |
6. De lidstaten zorgen ervoor dat de verjaringstermijnen voor het instellen van vorderingen voor schadevergoeding zoals bedoeld in lid 1 niet korter zijn dan tien jaar. Dergelijke perioden beginnen pas te lopen wanneer de schending is beëindigd en de persoon die schadevergoeding eist, weet, of redelijkerwijs geacht kan worden te weten, dat hij of zij schade heeft geleden als gevolg van een schending zoals bedoeld in lid 1. |
Amendement 178
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 29 — lid 3 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 179
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 29 — lid 3 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 180
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 29 — lid 3 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 181
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 29 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast om deze richtlijn aan te vullen door gemeenschappelijke criteria vast te stellen voor de bepaling van het bedrag van de in lid 1 van dit artikel bedoelde sancties. |
Amendement 182
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 29 — lid 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. De lidstaten zorgen ervoor dat de inkomsten uit de in lid 1 van dit artikel bedoelde sancties bij voorrang worden gebruikt voor de financiering van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. De lidstaten maken informatie over het gebruik van deze inkomsten openbaar. Onverminderd artikel 28 mogen inkomsten uit sancties niet worden gebruikt voor het doel van dat artikel. |
Amendement 183
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 31 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [datum invoegen: twee jaar na de inwerkingtreding] aan de artikelen 1, 2 en 3, artikel 4, punten 2, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 22, 24 tot en met 30, 36, 37, 38 en 39, de artikelen 5 tot en met 12, artikel 13, leden 1, 2, 3, 6 en 7, artikel 15, artikel 16, leden 1 en 2, de artikelen 17 tot en met 21, artikel 22, leden 1, 2 en 4, de artikelen 23 tot en met 29 en de bijlage I tot en met IX te voldoen. |
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [datum invoegen: 18 maanden na de inwerkingtreding] aan de artikelen 1, 2 en 3, artikel 4, punten 2, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 22, 24 tot en met 30, 36, 37, 38 en 39, de artikelen 5 tot en met 12, artikel 13, leden 1, 2, 3, 6 en 7, artikel 15, artikel 16, leden 1 en 2, de artikelen 17 , 18, 20 en 21, artikel 22, leden 1, 2 en 4, de artikelen 23 tot en met 29 en de bijlage I tot en met IX te voldoen. |
Amendement 184
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 31 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] aan artikel 19 te voldoen. |
Amendementen 300 en 330
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Tabel 1 — Grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens die uiterlijk op 1 januari 2030 moeten zijn bereikt |
Tabel 1 — Grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens die uiterlijk op 1 januari 2035 moeten zijn bereikt |
Amendement 185
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Middelingstijd |
Grenswaarde |
|
|
PM2,5 |
||
|
1 dag |
25 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
10 μg/m3 |
|
|
PM10 |
||
|
1 dag |
45 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Stikstofdioxide (NO2) |
||
|
1 uur |
200 μg/m3 |
mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
1 dag |
50 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Zwaveldioxide (SO2) |
||
|
1 uur |
350 μg/m3 |
mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
1 dag |
50 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Benzeen |
||
|
Kalenderjaar |
3,4 μg/m3 |
|
|
Koolmonoxide (CO) |
||
|
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (2) |
10 mg/m3 |
|
|
1 dag |
4 mg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Lood (Pb) |
||
|
Kalenderjaar |
0,5 μg/m3 |
|
|
Arseen (As) |
||
|
Kalenderjaar |
6,0 ng/m3 |
|
|
Cadmium (Cd) |
||
|
Kalenderjaar |
5,0 ng/m3 |
|
|
Nikkel (Ni) |
||
|
Kalenderjaar |
20 ng/m3 |
|
|
Benzo(a)pyreen |
||
|
Kalenderjaar |
1,0 ng/m3 |
|
Amendement
|
Middelingstijd |
Grenswaarde |
|
|
PM2,5 |
||
|
1 dag |
15 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
5 μg/m3 |
|
|
PM10 |
||
|
1 dag |
45 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
15 μg/m3 |
|
|
Stikstofdioxide (NO2) |
||
|
1 uur |
200 μg/m3 |
mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
1 dag |
25 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
10 μg/m3 |
|
|
Zwaveldioxide (SO2) |
||
|
1 uur |
200 μg/m3 |
mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
1 dag |
40 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Benzeen |
||
|
Kalenderjaar |
0,17 μg/m3 |
|
|
Koolmonoxide (CO) |
||
|
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (3) |
10 mg/m3 |
|
|
1 dag |
4 mg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Lood (Pb) |
||
|
Kalenderjaar |
0,15 μg/m3 |
|
|
Arseen (As) |
||
|
Kalenderjaar |
6,0 ng/m3 |
|
|
Cadmium (Cd) |
||
|
Kalenderjaar |
5,0 ng/m3 |
|
|
Nikkel (Ni) |
||
|
Kalenderjaar |
20 ng/m3 |
|
|
Benzo(a)pyreen |
||
|
Kalenderjaar |
1,0 ng/m3 |
|
Amendement 301
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1 bis (nieuw) — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Tabel 1 bis — Tussentijdse grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens die uiterlijk op 1 januari 2030 moeten zijn bereikt |
Amendement 302
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Middelingstijd |
Grenswaarde |
|
|
PM2,5 |
||
|
1 dag |
25 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
10 μg/m3 |
|
|
PM10 |
||
|
1 dag |
45 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Stikstofdioxide (NO2) |
||
|
1 uur |
200 μg/m3 |
mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
1 dag |
50 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Zwaveldioxide (SO2) |
||
|
1 uur |
350 μg/m3 |
mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
1 dag |
50 μg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Kalenderjaar |
20 μg/m3 |
|
|
Benzeen |
||
|
Kalenderjaar |
3,4 μg/m3 |
|
|
Koolmonoxide (CO) |
||
|
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (4) |
10 mg/m3 |
|
|
1 dag |
4 mg/m3 |
mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden |
|
Lood (Pb) |
||
|
Kalenderjaar |
0,5 μg/m3 |
|
|
Arseen (As) |
||
|
Kalenderjaar |
6,0 ng/m3 |
|
|
Cadmium (Cd) |
||
|
Kalenderjaar |
5,0 ng/m3 |
|
|
Nikkel (Ni) |
||
|
Kalenderjaar |
20 ng/m3 |
|
|
Benzo(a)pyreen |
||
|
Kalenderjaar |
1,0 ng/m3 |
|
Amendement 186
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 2 — punt B — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
B. Streefwaarden voor ozon
|
Onderwerp |
Middelingstijd |
Streefwaarde |
|
|
Bescherming van de gezondheid van de mens |
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (5) |
120 μg/m3 |
mag, gemiddeld over drie jaar, niet vaker dan 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden (6) |
|
Bescherming van het milieu |
Mei tot en met juli |
AOT40 (berekend op basis van uurwaarden) |
18 000 μg/m3 × u gemiddeld over 5 jaar (6) |
Amendement
B. Streefwaarden voor ozon
|
Onderwerp |
Middelingstijd |
Streefwaarde |
|
|
Bescherming van de gezondheid van de mens |
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (7) |
110 μg/m3 |
mag, gemiddeld over drie jaar, niet vaker dan 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden (8) |
|
Bescherming van het milieu |
Mei tot en met juli |
AOT40 (berekend op basis van uurwaarden) |
18 000 μg/m3 × u gemiddeld over 5 jaar (8) |
Amendement 187
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 2 — punt C — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
C. Langetermijndoelstellingen voor ozon (O3)
|
Onderwerp |
Middelingstijd |
Langetermijndoelstelling |
|
|
Bescherming van de gezondheid van de mens |
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag gedurende een kalenderjaar |
100 μg/m3 (9) |
|
|
Bescherming van de vegetatie |
Mei tot en met juli |
AOT40 (berekend op basis van uurwaarden) |
6 000 μg/m3 × u |
Amendement
|
Onderwerp |
Middelingstijd |
Langetermijndoelstelling |
|
|
Bescherming van de gezondheid van de mens |
Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag gedurende een kalenderjaar Piekseizoen |
100 μg/m3 (10) 60 μg/m3 (11) |
|
|
Bescherming van de vegetatie |
Mei tot en met juli |
AOT40 (berekend op basis van uurwaarden) |
6 000 μg/m3 × u |
Amendement 188
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 4 — punt A — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 189
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 4 — punt A — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Meting gedurende drie opeenvolgende uren voor zwaveldioxide en stikstofdioxide en gedurende drie opeenvolgende dagen voor PM10 en PM2,5 , op plaatsen die representatief zijn voor de luchtkwaliteit boven minimaal 100 km2 of boven een volledige zone indien deze een kleinere oppervlakte beslaat. |
De alarmdrempels worden geactiveerd wanneer de waarden in de volgende tabel gedurende drie opeenvolgende uren voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en ozon gedurende twee opeenvolgende dagen voor PM10 en PM2,5 worden overschreden , op plaatsen die representatief zijn voor de luchtkwaliteit boven minimaal 100 km2 of boven een volledige zone indien deze een kleinere oppervlakte beslaat. |
Amendement 190
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 4 — punt A — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Verontreinigende stof |
Alarmdrempel |
|
Zwaveldioxide (SO2) |
500 μg/m3 |
|
Stikstofdioxide (NO2) |
400 μg/m3 |
|
PM2,5 |
50 μg/m3 |
|
PM10 |
90 μg/m3 |
Amendement
|
Verontreinigende stof |
Alarmdrempel |
|
Zwaveldioxide (SO2) |
200 μg/m3 |
|
Stikstofdioxide (NO2) |
100 μg/m3 |
|
PM2,5 |
50 μg/m3 |
|
PM10 |
90 μg/m3 |
|
Ozon (O3) |
240 μg/m3 |
Amendement 191
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 4 — punt B — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 192
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 4 — punt B — alinea - 1 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De informatiedrempels worden geactiveerd wanneer de waarden in de volgende tabel gedurende een periode van 24 uur voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, PM10 en PM2,5 , en gedurende drie opeenvolgende uren voor ozon worden overschreden. |
Amendement 193
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 4 — punt B — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Doel |
Middelingstijd |
Drempel |
|
Informatie |
1 uur |
180 μg/m3 |
|
Alarm |
1 uur (12) |
240 μg/m3 |
Amendement
|
Verontreinigende stof |
Informatiedrempel |
|
Zwaveldioxide (SO2) |
40 μg/m3 |
|
Stikstofdioxide (NO2) |
25 μg/m3 |
|
PM2,5 |
15 μg/m3 |
|
PM10 |
45 μg/m3 |
|
Ozon (O3) |
180 μg/m3 |
Amendement 194
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 5 — punt A — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in μg/m3 uitgedrukte gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) wordt gebaseerd op metingen op stedelijkeachtergrondlocaties in over het hele grondgebied van de lidstaat verspreide territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 . De GBI wordt uitgedrukt als het over drie kalenderjaren berekende voortschrijdend gemiddelde van de jaargemiddelden van de concentraties die op alle overeenkomstig deel B van bijlage III in elke territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 ingerichte bemonsteringspunten voor de desbetreffende verontreinigende stof zijn gemeten. De GBI voor een bepaald jaar is de gemiddelde concentratie over dat jaar en de twee voorgaande jaren. |
De in μg/m3 uitgedrukte gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) wordt gebaseerd op metingen op alle bemonsteringspunten op stedelijkeachtergrondlocaties in over het hele grondgebied van de lidstaat verspreide territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 . De GBI wordt uitgedrukt als het over drie kalenderjaren berekende voortschrijdend gemiddelde van de jaargemiddelden van de concentraties die op alle op het niveau NUTS 2 ingerichte bemonsteringspunten voor de desbetreffende verontreinigende stof zijn gemeten. De GBI voor een bepaald jaar is de gemiddelde concentratie over dat jaar en de twee voorgaande jaren. |
Amendement 195
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 5 — punt A — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de lidstaten overschrijdingen vaststellen die aan natuurlijke bronnen toe te schrijven zijn, worden de bijdragen van natuurlijke bronnen afgetrokken voordat de GBI wordt berekend. |
Wanneer de lidstaten overschrijdingen vaststellen die aan natuurlijke bronnen toe te schrijven zijn en die zij niet hadden kunnen afwenden , worden de bijdragen van natuurlijke bronnen afgetrokken voordat de GBI wordt berekend. |
Amendement 196
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 5 — punt B — alinea 1 — streepje 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 197
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage I — afdeling 5 — punt B — alinea 1 — streepje 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 303
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage II — afdeling 1 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
AFDELING 1 — BEOORDELINGSDREMPELS VOOR DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID |
AFDELING 1 — BEOORDELINGSDREMPELS VOOR DE GRENSWAARDEN VOOR DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID VAN DE MENS DIE UITERLIJK OP 1 JANUARI 2035 MOETEN ZIJN BEREIKT |
Amendement 198
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage II — afdeling 1 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Verontreinigende stof |
Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd) |
|
PM2,5 |
5 μg/m3 |
|
PM10 |
15 μg/m3 |
|
Stikstofdioxide (NO2) |
10 μg/m3 |
|
Zwaveldioxide (SO2) |
40 μg/m3 (24-uurgemiddelde) (13) |
|
Benzeen |
1,7 μg/m3 |
|
Koolmonoxide (CO) |
4 mg/m3 (24-uurgemiddelde) (13) |
|
Lood (Pb) |
0,25 μg/m3 |
|
Arseen (As) |
3,0 ng/m3 |
|
Cadmium (Cd) |
2,5 ng/m3 |
|
Nikkel (Ni) |
10 ng/m3 |
|
Benzo(a)pyreen |
0,12 ng/m3 |
|
Ozon (O3) |
100 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde)(1) |
Amendement
|
Verontreinigende stof |
Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd) |
|
PM2,5 |
3,5 μg/m3 |
|
PM10 |
10,5 μg/m3 |
|
Stikstofdioxide (NO2) |
8 μg/m3 |
|
Zwaveldioxide (SO2) |
24 μg/m3 (24-uurgemiddelde) (14) |
|
Benzeen |
0,12 μg/m3 |
|
Koolmonoxide (CO) |
4 mg/m3 (24-uurgemiddelde) (14) |
|
Lood (Pb) |
0,1 μg/m3 |
|
Arseen (As) |
0,46 ng/m3 |
|
Cadmium (Cd) |
2,5 ng/m3 |
|
Nikkel (Ni) |
1,75 ng/m3 |
|
Benzo(a)pyreen |
0,12 ng/m3 |
|
Ozon (O3) |
77 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde) (14) |
Amendement 304
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage II — afdeling 1 bis (nieuw) — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
AFDELING 1 BIS — BEOORDELINGSDREMPELS VOOR DE GRENSWAARDEN VOOR DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID VAN DE MENS DIE UITERLIJK OP 1 JANUARI 2030 MOETEN ZIJN BEREIKT |
Amendement 305
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage II — afdeling 1 bis (nieuw) — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Verontreinigende stof |
Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd) |
|
PM2,5 |
5 μg/m3 |
|
PM10 |
15 μg/m3 |
|
Stikstofdioxide (NO2) |
10 μg/m3 |
|
Zwaveldioxide (SO2) |
40 μg/m3 (24-uurgemiddelde) (15) |
|
Benzeen |
1,7 μg/m3 |
|
Koolmonoxide (CO) |
4 mg/m3 (24-uurgemiddelde) (15) |
|
Lood (Pb) |
0,25 μg/m3 |
|
Arseen (As) |
3,0 ng/m3 |
|
Cadmium (Cd) |
2,5 ng/m3 |
|
Nikkel (Ni) |
10 ng/m3 |
|
Benzo(a)pyreen |
0,12 ng/m3 |
|
Ozon (O3) |
100 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde) (15) |
Amendement 199
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Tabel 1 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en alarmdrempels in zones waar vaste metingen de enige bron van gegevens zijn (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon) |
Tabel 1 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en informatie- en alarmdrempels in zones waar vaste metingen de enige bron van gegevens zijn (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon) |
Amendement 200
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — tabel 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Bevolking van de zone (× 1 000 ) |
Minimumaantal bemonsteringspunten wanneer de concentraties de beoordelingsdrempel overschrijden |
|||||
|
NO2, SO2, CO, benzeen |
Som PM (16) |
Minimum PM10 |
Minimum PM2,5 |
Pb, Cd, As, Ni in PM10 |
Benzo(a)pyreen in PM10 |
|
|
0 — 249 |
2 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
250 — 499 |
2 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
500 — 749 |
2 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
750 — 999 |
3 |
4 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
1 000 — 1 499 |
4 |
6 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
1 500 — 1 999 |
5 |
7 |
3 |
3 |
2 |
2 |
|
2 000 — 2 749 |
6 |
8 |
3 |
3 |
2 |
3 |
|
2 750 — 3 749 |
7 |
10 |
4 |
4 |
2 |
3 |
|
3 750 — 4 749 |
8 |
11 |
4 |
4 |
3 |
4 |
|
4 750 — 5 999 |
9 |
13 |
5 |
5 |
4 |
5 |
|
6 000 + |
10 |
15 |
5 |
5 |
5 |
5 |
Amendement
|
Bevolking van de zone (× 1 000 ) |
Minimumaantal bemonsteringspunten wanneer de concentraties de beoordelingsdrempel overschrijden |
|||||
|
NO2, SO2, CO, benzeen |
Som PM |
Minimum PM10 |
Minimum PM2,5 |
Pb, Cd, As, Ni in PM10 |
Benzo(a)pyreen in PM10 |
|
|
0 — 249 |
2 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
250 — 499 |
2 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
500 — 749 |
2 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
750 — 999 |
3 |
4 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
1 000 — 1 499 |
4 |
6 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
1 500 — 1 999 |
5 |
7 |
3 |
3 |
2 |
2 |
|
2 000 — 2 749 |
6 |
8 |
3 |
3 |
2 |
3 |
|
2 750 — 3 749 |
7 |
10 |
4 |
4 |
2 |
3 |
|
3 750 — 4 749 |
8 |
11 |
4 |
4 |
3 |
4 |
|
4 750 — 5 999 |
9 |
13 |
5 |
5 |
4 |
5 |
|
6 000 + |
10 |
15 |
5 |
5 |
5 |
5 |
Amendement 201
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — tabel 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Bevolking van de zone (× 1 000 ) |
Minimumaantal bemonsteringspunten indien het aantal bemonsteringspunten met maximaal 50 % wordt verminderd (17) |
|
< 250 |
1 |
|
< 500 |
2 |
|
< 1 000 |
2 |
|
< 1 500 |
3 |
|
< 2 000 |
4 |
|
< 2 750 |
5 |
|
< 3 750 |
6 |
|
≥ 3 750 |
1 extra bemonsteringspunt per 2 miljoen inwoners |
Amendement
|
Bevolking van de zone (× 1 000 ) |
Minimumaantal bemonsteringspunten indien de concentraties de beoordelingsdrempel overschrijden (18) |
|
< 250 |
1 |
|
< 500 |
2 |
|
< 1 000 |
2 |
|
< 1 500 |
3 |
|
< 2 000 |
4 |
|
< 2 750 |
5 |
|
< 3 750 |
6 |
|
≥ 3 750 |
1 extra bemonsteringspunt per 2 miljoen inwoners |
Amendement 202
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Tabel 3 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en alarmdrempels in zones waar een vermindering met 50 % van die metingen wordt toegepast (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon) |
Tabel 3 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en informatie- en alarmdrempels in zones waar een vermindering met 50 % van die metingen wordt toegepast (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon) |
Amendement 203
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — tabel 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Bevolking van de zone (× 1 000 ) |
Minimumaantal bemonsteringspunten indien het aantal bemonsteringspunten met maximaal 50 % wordt verminderd |
|||||
|
NO2, SO2, CO, benzeen |
Som PM (19) |
Minimum PM10 |
Minimum PM2,5 |
Pb, Cd, As, Ni in PM10 |
Benzo(a)pyreen in PM10 |
|
|
0 — 249 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
250 — 499 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
500 — 749 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
750 — 999 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
1 000 — 1 499 |
2 |
3 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
1 500 — 1 999 |
3 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
2 000 — 2 749 |
3 |
4 |
2 |
2 |
1 |
2 |
|
2 750 — 3 749 |
4 |
5 |
2 |
2 |
1 |
2 |
|
3 750 — 4 749 |
4 |
6 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
4 750 — 5 999 |
5 |
7 |
3 |
3 |
2 |
3 |
|
6 000 + |
5 |
8 |
3 |
3 |
3 |
3 |
Amendement
|
Bevolking van de zone (× 1 000 ) |
Minimumaantal bemonsteringspunten indien het aantal bemonsteringspunten met maximaal 50 % wordt verminderd |
|||||
|
NO2, SO2, CO, benzeen |
Som PM |
Minimum PM10 |
Minimum PM2,5 |
Pb, Cd, As, Ni in PM10 |
Benzo(a)pyreen in PM10 |
|
|
0 — 249 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
250 — 499 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
500 — 749 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
750 — 999 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
1 000 — 1 499 |
2 |
3 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
1 500 — 1 999 |
3 |
4 |
2 |
2 |
1 |
1 |
|
2 000 — 2 749 |
3 |
4 |
2 |
2 |
1 |
2 |
|
2 750 — 3 749 |
4 |
5 |
2 |
2 |
1 |
2 |
|
3 750 — 4 749 |
4 |
6 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
4 750 — 5 999 |
5 |
7 |
3 |
3 |
2 |
3 |
|
6 000 + |
5 |
8 |
3 |
3 |
3 |
3 |
Amendement 204
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor elke zone omvat het in de tabellen in dit punt vermelde minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen ten minste één bemonsteringspunt op een achtergrondlocatie en één bemonsteringspunt in het gebied met de hoogste concentraties overeenkomstig bijlage IV, punt B , mits hierdoor het aantal bemonsteringspunten niet wordt verhoogd . Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen en koolmonoxide moet dit ten minste één bemonsteringspunt omvatten dat is gericht op het meten van de bijdrage van vervoersemissies. Wanneer echter slechts één bemonsteringspunt vereist is, moet dit zich bevinden in het gebied met de hoogste concentraties waaraan de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden blootgesteld. |
Voor elke zone omvat het in de tabellen in dit punt vermelde minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen ten minste één bemonsteringspunt op een achtergrondlocatie en één bemonsteringspunt in luchtverontreinigingshotspots overeenkomstig bijlage IV, punt B. Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen , zwaveldioxide en koolmonoxide moet dit ten minste één bemonsteringspunt omvatten dat is gericht op het meten van de bijdrage van vervoersemissies. Wanneer echter slechts één bemonsteringspunt vereist is, moet dit zich bevinden in het gebied met de hoogste concentraties waaraan de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden blootgesteld. |
Amendement 205
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen en koolmonoxide mogen voor elke zone het totale aantal bemonsteringspunten op stedelijke achtergrondlocaties en het vereiste totale aantal bemonsteringspunten waar de hoogste concentraties voorkomen, met niet meer dan een factor 2 verschillen. Het aantal bemonsteringspunten voor PM2,5 en stikstofdioxide op de stedelijkeachtergrondlocaties moet aan de voorschriften van punt B voldoen. |
Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen en koolmonoxide mogen voor elke zone het totale aantal bemonsteringspunten op stedelijke achtergrondlocaties en het vereiste totale aantal bemonsteringspunten in luchtverontreinigingshotspots met niet meer dan een factor 2 verschillen. Het aantal bemonsteringspunten voor PM2,5 en stikstofdioxide op de stedelijkeachtergrondlocaties en in luchtverontreinigingshotspots moet aan de voorschriften van punt B voldoen. |
Amendement 206
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel B
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
||
|
Voor dit doel wordt voor PM2,5 en NO2 telkens één bemonsteringspunt per NUTS 1-regio zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 en telkens ten minste één bemonsteringspunt per miljoen inwoners berekend aan de hand van stedelijke gebieden met meer dan 100 000 inwoners gebruikt. Deze bemonsteringspunten kunnen samenvallen met de in punt A bedoelde bemonsteringspunten. |
|
Amendement 207
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel D — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 208
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel D — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Ultrafijne deeltjes worden op geselecteerde locaties gemonitord, naast andere luchtverontreinigende stoffen . Bemonsteringspunten voor de monitoring van ultrafijne deeltjes vallen in voorkomend geval samen met de in punt A bedoelde bemonsteringspunten voor zwevende deeltjes of stikstofdioxide en worden gekozen overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Daartoe moet ten minste één bemonsteringspunt per vijf miljoen inwoners worden ingericht op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen. Lidstaten met minder dan vijf miljoen inwoners richten ten minste één vast bemonsteringspunt in op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen. |
Aantal concentraties van ultrafijne deeltjes en zwarte koolstof worden op geselecteerde locaties gemonitord, naast andere luchtverontreinigende stoffen, op dezelfde locaties als de in punt A van deze bijlage bedoelde bemonsteringspunten voor zwevende deeltjes of stikstofdioxide en die locaties worden gesitueerd overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Bemonsteringspunten voor de monitoring van ammoniak vallen in voorkomend geval samen met de in punt A van deze bijlage bedoelde bemonsteringspunten voor zwevende deeltjes en worden gekozen overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Bemonsteringspunten voor de monitoring van kwik worden gekozen overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Daartoe moet ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners worden ingericht op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen , ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners op een locatie waar hoge concentraties van zwarte koolstof kunnen voorkomen, ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners op een locatie waar hoge kwikconcentraties kunnen voorkomen, en ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners op een locatie waar hoge ammoniakconcentraties kunnen voorkomen . Lidstaten met minder dan één miljoen inwoners richten ten minste één vast bemonsteringspunt in op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen , één bemonsteringspunt op een locatie waar hoge concentraties van zwarte koolstof kunnen voorkomen, één bemonsteringspunt op een locatie waar hoge ammoniakconcentraties kunnen voorkomen, en één bemonsteringspunt op een locatie waar hoge kwikconcentraties kunnen voorkomen . |
Amendement 209
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage III — deel D — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Overeenkomstig artikel 10 ingerichte monitoringsupersites op stedelijkeachtergrond- of plattelandsachtergrondlocaties worden niet in aanmerking genomen om te voldoen aan de hier vastgestelde eisen inzake het minimumaantal bemonsteringspunten voor ultrafijne deeltjes. |
Overeenkomstig artikel 10 ingerichte monitoringsupersites op stedelijkeachtergrond- of plattelandsachtergrondlocaties worden niet in aanmerking genomen om te voldoen aan de hier vastgestelde eisen inzake het minimumaantal bemonsteringspunten voor ultrafijne deeltjes , zwarte koolstof en ammoniak . |
Amendement 210
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel A — alinea 1 — punt 2 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 211
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — a — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 212
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — a — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 213
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — a — ii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 214
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 215
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 216
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 217
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — c ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 218
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 219
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 220
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 221
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 2 — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 222
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel B — punt 4 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Type bemonsteringspunt |
Doelstellingen van de meting |
Representativiteit (20) |
Criteria voor de situering op macroschaal |
|
Stedelijkeachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens: beoordeling van de blootstelling van de stadsbevolking aan ozon, d.w.z. daar waar de bevolkingsdichtheid en ozonconcentratie relatief hoog en representatief voor de blootstelling van de algemene bevolking zijn. |
1 tot 10 km2 |
Buiten bereik van de invloed van plaatselijke emissiebronnen zoals verkeer, benzinestations enz.; locaties met vrije luchtcirculatie, waar goed doorgemengde lucht kan worden bemonsterd; locaties als woongebieden en winkelbuurten in de stad, parken (op afstand van bomen), brede straten of pleinen met weinig of geen verkeer, open terreinen zoals onderwijs-, sport- en recreatiefaciliteiten. |
|
Voorstedelijke locaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie: beoordeling van de blootstelling van de bevolking en de vegetatie aan de periferie van stedelijke gebieden met de hoogste ozonniveaus waaraan de bevolking en de vegetatie rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen blootstaan. |
10 tot 100 km2 |
Op een bepaalde afstand van het gebied met maximale emissies, benedenwinds bij de heersende windrichting(en) wanneer de omstandigheden ozonvorming in de hand werken; waar bevolking, kwetsbare gewassen of natuurlijke ecosystemen aan de buitenrand van een stedelijk gebied aan hoge ozonniveaus worden blootgesteld; zo nodig ook enkele voorstedelijke bemonsteringspunten bovenwinds van het gebied met maximale emissies, om de regionale ozonachtergrondniveaus te bepalen. |
|
Plattelandslocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie: beoordeling van de blootstelling van bevolking, landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op subregionale schaal. |
Subregionaal niveau (100 tot 1 000 km2) |
Bemonsteringspunten mogen zich in kleine woonkernen en/of gebieden met natuurlijke ecosystemen, bossen of landbouwgewassen bevinden; representatief voor de ozonniveaus buiten het bereik van directe plaatselijke emissiebronnen zoals industrieterreinen en wegen; op open plekken maar niet op hoge bergtoppen. |
|
Plattelandsachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie: beoordeling van de blootstelling van landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op regionale schaal, alsmede beoordeling van de blootstelling van de bevolking. |
Regionaal/nationaal/continentaal niveau (1 000 tot 10 000 km2) |
Bemonsteringspunten in gebieden met een geringere bevolkingsdichtheid, bv. met natuurlijke ecosystemen, bossen, ten minste 20 km verwijderd van stads- en industriegebieden en verwijderd van plaatselijke emissiebronnen; locaties die vaak te kampen hebben met plaatselijke inversieomstandigheden nabij de grond, alsook toppen van hoge bergen, moeten worden vermeden; kustlocaties met een uitgesproken dagelijkse windcyclus van plaatselijke aard zijn niet aan te bevelen. |
Amendement
|
Type bemonsteringspunt |
Doelstellingen van de meting |
Representativiteit (21) |
Criteria voor de situering op macroschaal |
|
Stedelijkeachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens: beoordeling van de blootstelling van de stadsbevolking aan ozon, d.w.z. daar waar de bevolkingsdichtheid en ozonconcentratie relatief hoog en representatief voor de blootstelling van de algemene bevolking zijn. |
1 tot 10 km2 |
Buiten bereik van de invloed van plaatselijke emissiebronnen zoals verkeer, benzinestations enz.; locaties met vrije luchtcirculatie, waar goed doorgemengde lucht kan worden bemonsterd; locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen; locaties als woongebieden en winkelbuurten in de stad, parken (op afstand van bomen), brede straten of pleinen met weinig of geen verkeer, open terreinen zoals onderwijs-, sport- en recreatiefaciliteiten. |
|
Voorstedelijke locaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie: beoordeling van de blootstelling van de bevolking en de vegetatie aan de periferie van stedelijke gebieden met de hoogste ozonniveaus waaraan de bevolking en de vegetatie rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen blootstaan. |
10 tot 100 km2 |
Op een bepaalde afstand van het gebied met maximale emissies, benedenwinds bij de heersende windrichting(en) wanneer de omstandigheden ozonvorming in de hand werken; locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen; waar bevolking, kwetsbare gewassen of natuurlijke ecosystemen aan de buitenrand van een stedelijk gebied aan hoge ozonniveaus worden blootgesteld; zo nodig ook enkele voorstedelijke bemonsteringspunten bovenwinds van het gebied met maximale emissies, om de regionale ozonachtergrondniveaus te bepalen. |
|
Plattelandslocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie: beoordeling van de blootstelling van bevolking, landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op subregionale schaal. |
Subregionaal niveau (100 tot 1 000 km2) |
Bemonsteringspunten mogen zich in kleine woonkernen en/of gebieden met natuurlijke ecosystemen, bossen of landbouwgewassen bevinden; locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen; representatief voor de ozonniveaus buiten het bereik van directe plaatselijke emissiebronnen zoals industrieterreinen en wegen; op open plekken maar niet op hoge bergtoppen. |
|
Plattelandsachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon |
Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie: beoordeling van de blootstelling van landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op regionale schaal, alsmede beoordeling van de blootstelling van de bevolking. |
Regionaal/nationaal/continentaal niveau (1 000 tot 10 000 km2) |
Bemonsteringspunten in gebieden met een geringere bevolkingsdichtheid, bv. met natuurlijke ecosystemen, bossen, ten minste 20 km verwijderd van stads- en industriegebieden en verwijderd van plaatselijke emissiebronnen; locaties die vaak te kampen hebben met plaatselijke inversieomstandigheden nabij de grond, alsook toppen van hoge bergen, moeten worden vermeden; kustlocaties met een uitgesproken dagelijkse windcyclus van plaatselijke aard zijn niet aan te bevelen. |
Amendement 223
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel C — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor zover uitvoerbaar is het volgende van toepassing: |
De volgende punten zijn van toepassing: |
Amendement 224
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel C — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 225
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel C — alinea 1 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 226
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel C — alinea 1 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 227
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 228
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 229
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 230
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 231
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 232
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 233
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IV — deel D — punt 10 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 306
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 234
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A — punt 1 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Luchtverontreinigende stof |
Maximale onzekerheid van vaste metingen |
Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (22) |
Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en objectieve raming en de onzekerheid van vaste metingen |
||
|
|
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Maximumverhouding |
|
PM2,5 |
3,0 μg/m3 |
30 % |
4,0 μg/m3 |
40 % |
1,7 |
|
PM10 |
4,0 μg/m3 |
20 % |
6,0 μg/m3 |
30 % |
1,3 |
|
NO2/ NOx |
6,0 μg/m3 |
30 % |
8,0 μg/m3 |
40 % |
1,4 |
|
Benzeen |
0,75 μg/m3 |
25 % |
1,2 μg/m3 |
35 % |
1,7 |
|
Lood |
0,125 μg/m3 |
25 % |
0,175 μg/m3 |
35 % |
1,7 |
|
Arseen |
2,4 ng/m3 |
40 % |
3,0 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Cadmium |
2,0 ng/m3 |
40 % |
2,5 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Nikkel |
8,0 ng/m3 |
40 % |
10,0 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Benzo(a)pyreen |
0,5 ng/m3 |
50 % |
0,6 ng/m3 |
60 % |
1,1 |
Amendement
|
Luchtverontreinigende stof |
Maximale onzekerheid van vaste metingen |
Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (23) |
Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen |
||
|
|
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Maximumverhouding |
|
PM2,5 |
1,25 μg/m3 |
25 % |
2,0 μg/m3 |
40 % |
1,7 |
|
PM10 |
3,0 μg/m3 |
20 % |
4,5 μg/m3 |
30 % |
1,3 |
|
NO2/ NOx |
1,5 μg/m3 |
15 % |
2,5 μg/m3 |
25 % |
1,4 |
|
Benzeen |
0,0425 μg/m3 |
25 % |
0,05 μg/m3 |
30 % |
1,7 |
|
Lood |
0,0375 μg/m3 |
25 % |
0,045 μg/m3 |
30 % |
1,7 |
|
Arseen |
0,26 ng/m3 |
40 % |
0,33 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Cadmium |
2,0 ng/m3 |
40 % |
2,5 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Nikkel |
1,0 ng/m3 |
40 % |
1,25 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Benzo(a)pyreen |
0,125 ng/m3 |
50 % |
0,15 ng/m3 |
60 % |
1,1 |
Amendement 235
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A — punt 2 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Luchtverontreinigende stof |
Maximale onzekerheid van vaste metingen |
Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (24) |
Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en objectieve raming en de onzekerheid van vaste metingen |
||
|
|
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Maximumverhouding |
|
PM2,5 (24 uur) |
6,3 μg/m3 |
25 % |
8,8 μg/m3 |
35 % |
2,5 |
|
PM10 (24 uur) |
11,3 μg/m3 |
25 % |
22,5 μg/m3 |
50 % |
2,2 |
|
NO2 (gedurende één dag) |
7,5 μg/m3 |
15 % |
12,5 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
NO2 (gedurende één uur) |
30 μg/m3 |
15 % |
50 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
SO2 (gedurende één dag) |
7,5 μg/m3 |
15 % |
12,5 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
SO2 (gedurende één uur) |
52,5 μg/m3 |
15 % |
87,5 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
CO (24 uur) |
0,6 mg/m3 |
15 % |
1,0 mg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
CO (8 uur) |
1,0 mg/m3 |
10 % |
2,0 mg/m3 |
20 % |
4,9 |
|
Ozon (piekseizoen): onzekerheid van de 8-uurwaarden |
10,5 μg/m3 |
15 % |
17,5 μg/m3 |
25 % |
1,7 |
|
Ozon (8-uurgemiddelde) |
18 μg/m3 |
15 % |
30 μg/m3 |
25 % |
2,2 |
Amendement
|
Luchtverontreinigende stof |
Maximale onzekerheid van vaste metingen |
Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (25) |
Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen |
||
|
|
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Maximumverhouding |
|
PM2,5 (24 uur) |
3,75 μg/m3 |
25 % |
5,25 μg/m3 |
35 % |
2,5 |
|
PM10 (24 uur) |
11,25 μg/m3 |
25 % |
22,5 μg/m3 |
50 % |
2,2 |
|
NO2 (gedurende één dag) |
3,75 μg/m3 |
15 % |
6,25 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
NO2 (gedurende één uur) |
30 μg/m3 |
15 % |
50 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
SO2 (gedurende één dag) |
6,0 μg/m3 |
15 % |
10,0 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
SO2 (gedurende één uur) |
30,0 μg/m3 |
15 % |
50,0 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
CO (24 uur) |
0,6 mg/m3 |
15 % |
1,0 mg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
CO (8 uur) |
1,0 mg/m3 |
10 % |
2,0 mg/m3 |
20 % |
4,9 |
|
Ozon (piekseizoen): onzekerheid van de 8-uurwaarden |
9,0 μg/m3 |
15 % |
15,0 μg/m3 |
25 % |
1,7 |
|
Ozon (8-uurgemiddelde) |
16,5 μg/m3 |
15 % |
27,5 μg/m3 |
25 % |
2,2 |
Amendement 236
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A — punt 2 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De onzekerheidspercentages in de tabellen in deze afdeling gelden voor alle grenswaarden (en de streefwaarde voor ozon) die worden berekend door het rekenkundige gemiddelde te nemen van afzonderlijke metingen, zoals uurgemiddelden, daggemiddelden of jaargemiddelden, zonder rekening te houden met de extra onzekerheid voor de berekening van het aantal overschrijdingen. De onzekerheid wordt geïnterpreteerd als geldend voor het bereik van de toepasselijke grenswaarden (of de streefwaarde voor ozon). De berekening van de onzekerheid is niet van toepassing op de AOT40 noch op waarden die meer dan één jaar, meer dan één station (bv. de GBI) of meer dan één component omvatten. Zij is ook niet van toepassing op informatiedrempels, alarmdrempels en kritieke niveaus voor de bescherming van de vegetatie en natuurlijke ecosystemen. |
De onzekerheidspercentages in de tabellen in deze afdeling gelden voor alle grenswaarden (en de streefwaarde voor ozon) die worden berekend door het rekenkundige gemiddelde te nemen van afzonderlijke metingen, zoals uurgemiddelden, daggemiddelden of jaargemiddelden, zonder rekening te houden met de extra onzekerheid voor de berekening van het aantal overschrijdingen. Niveaus lager dan 5 voor PM2,5 en lager dan 10 voor NO2 mogen onzekerheidspercentages van 30 % hebben. De onzekerheid wordt geïnterpreteerd als geldend voor het bereik van de toepasselijke grenswaarden (of de streefwaarde voor ozon). De berekening van de onzekerheid is niet van toepassing op de AOT40 noch op waarden die meer dan één jaar, meer dan één station (bv. de GBI) of meer dan één component omvatten. Zij is ook niet van toepassing op informatiedrempels, alarmdrempels en kritieke niveaus voor de bescherming van de vegetatie en natuurlijke ecosystemen. |
Amendement 237
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A — punt 2 — alinea 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer voor de beoordeling een luchtkwaliteitsmodel wordt gebruikt, moeten verwijzingen naar de beschrijvingen van het model en gegevens over de berekening van de kwaliteitsdoelstelling voor modellering worden verzameld. |
Wanneer voor de beoordeling een luchtkwaliteitsmodel wordt gebruikt, met inbegrip van de ruimtelijke resolutie van het model zelf en de bronspecifieke inputgegevens, moeten verwijzingen naar de beschrijvingen van het model en gegevens over de berekening van de kwaliteitsdoelstelling voor modellering worden verzameld. |
Amendement 238
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A — punt 2 — alinea 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De onzekerheid van objectieve ramingen mag de onzekerheid voor indicatieve metingen met niet meer dan de toepasselijke maximumverhouding overschrijden en mag niet meer dan 85 % bedragen. De onzekerheid voor objectieve ramingen wordt gedefinieerd als de maximale afwijking van de gemeten en berekende concentratieniveaus over het tijdvak voor de grenswaarde (of streefwaarde voor ozon), waarbij geen rekening wordt gehouden met het tijdstip waarop de gebeurtenissen zich voordoen. |
Schrappen |
Amendement 307
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A bis (nieuw) — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 308
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A bis (nieuw) — punt 1 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Luchtverontreinigende stof |
Maximale onzekerheid van vaste metingen |
Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (26) |
Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen |
||
|
|
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Maximumverhouding |
|
PM2,5 |
3,0 μg/ m3 |
30 % |
4,0 μg/m3 |
40 % |
1,7 |
|
PM10 |
4,0 μg/ m3 |
20 % |
6,0 μg/m3 |
30 % |
1,3 |
|
NO2 / NOx |
6,0 μg/ m3 |
30 % |
8,0 μg/m3 |
40 % |
1,4 |
|
Benzeen |
0,75 μg/ m3 |
25 % |
1,2 μg/m3 |
35 % |
1,7 |
|
Lood |
0,125 μg/ m3 |
25 % |
0,175 μg/m3 |
35 % |
1,7 |
|
Arseen |
2,4 ng/ m3 |
40 % |
3,0 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Cadmium |
2,0 ng/ m3 |
40 % |
2,5 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Nikkel |
8,0 ng/ m3 |
40 % |
10,0 ng/m3 |
50 % |
1,1 |
|
Benzo(a)pyreen |
0,5 ng m3 |
50 % |
0,6 ng/m3 |
60 % |
1,1 |
Amendement 309
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel A bis (nieuw) — punt 2 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Luchtverontreinigende stof |
Maximale onzekerheid van vaste metingen |
Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (27) |
Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen |
||
|
|
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Absolute waarde |
Relatieve waarde |
Maximumverhouding |
|
PM2,5 (24 uur) |
6,3 μg/m3 |
25 % |
8,8 μg/m3 |
35 % |
2,5 |
|
PM10 (24 uur) |
11,3 μg/m3 |
25 % |
22,5 μg/m3 |
50 % |
2,2 |
|
NO2 (gedurende één dag) |
7,5 μg/m3 |
15 % |
12,5 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
NO2 (gedurende één uur) |
30 μg/m3 |
15 % |
50 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
SO2 (gedurende één dag) |
7,5 μg/m3 |
15 % |
12,5 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
SO2 (gedurende één uur) |
52,5 μg/m3 |
15 % |
87,5 μg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
CO (24 uur) |
0,6 mg/m3 |
15 % |
1,0 mg/m3 |
25 % |
3,2 |
|
CO (8 uur) |
1,0 mg/m3 |
10 % |
2,0 mg/m3 |
20 % |
4,9 |
|
Ozon (piekseizoen): onzekerheid van de 8-uurwaarden |
10,5 μg/m3 |
15 % |
17,5 μg/m3 |
25 % |
1,7 |
|
Ozon (8-uurgemiddelde) |
18 μg/m3 |
15 % |
30 μg/m3 |
25 % |
2,2 |
Amendement 239
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel B — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor de andere gevallen moeten de metingen gelijkmatig over het kalenderjaar worden verdeeld (of over de periode van april tot en met september voor indicatieve metingen van O3). Om aan deze vereisten te voldoen en ervoor te zorgen dat potentiële verliezen van gegevens de resultaten niet vertekenen, moet voor specifieke perioden (kwartaal, maand, weekdag) van het hele jaar, afhankelijk van de verontreinigende stof en de meetmethode/frequentie, aan de vereisten inzake minimale gegevensdekking worden voldaan. |
Voor de andere gevallen moeten de metingen gelijkmatig over het kalenderjaar worden verdeeld (of over de periode van april tot en met september voor indicatieve metingen van O3). Om aan deze vereisten te voldoen en ervoor te zorgen dat potentiële verliezen van gegevens de resultaten niet vertekenen, moet voor specifieke perioden (kwartaal, maand, weekdag) van het hele jaar, afhankelijk van de verontreinigende stof en de meetmethode/frequentie, aan de vereisten inzake minimale gegevensdekking en -distributie worden voldaan. |
Amendement 240
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel D — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor zones waar luchtkwaliteitsmodellen of objectieve ramingen worden gebruikt, wordt de volgende informatie verzameld: |
Voor zones waar luchtkwaliteitsmodellen worden gebruikt, wordt de volgende informatie verzameld: |
Amendement 241
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel D — alinea 1 — punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 242
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel D — alinea 1 — punt e bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 243
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage V — deel F — punt 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 244
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VI — deel B — punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 245
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VII — afdeling 1 — punt A — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het belangrijkste doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate gegevens over de niveaus op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties beschikbaar komen. Deze gegevens zijn van essentieel belang om verhoogde niveaus in meer verontreinigde gebieden (zoals stedelijkeachtergrondgebieden, industriegebieden en door het verkeer beïnvloede plaatsen) te beoordelen, de eventuele bijdrage van het transport van verontreinigende stoffen over lange afstand te evalueren, ondersteuning te bieden bij de toewijzing van verontreiniging aan specifieke bronnen, en voor een goed begrip van specifieke verontreinigende stoffen zoals zwevende deeltjes. Voorts zijn deze gegevens van fundamenteel belang voor het toenemende gebruik van modellering, ook in stedelijke gebieden. |
Het belangrijkste doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate gegevens over de niveaus op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties beschikbaar komen. Deze gegevens zijn van essentieel belang om verhoogde niveaus in meer verontreinigde gebieden (zoals stedelijkeachtergrondgebieden, luchtverontreinigingshotspots, industriegebieden en door het verkeer beïnvloede plaatsen) te beoordelen, de eventuele bijdrage van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand te evalueren en ondersteuning te bieden bij de toewijzing van verontreiniging aan specifieke bronnen. Een en ander is essentieel voor een goed begrip van specifieke verontreinigende stoffen zoals zwevende deeltjes. Voorts zijn deze gegevens van fundamenteel belang voor het toenemende gebruik van modellering, ook in stedelijke gebieden. |
Amendement 246
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VII — afdeling 1 — punt C — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Metingen moeten plaatsvinden op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties overeenkomstig bijlage IV. |
Metingen moeten plaatsvinden op stedelijkeachtergrondlocaties , luchtverontreinigingshotspots en plattelandsachtergrondlocaties overeenkomstig bijlage IV. |
Amendement 247
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VII — afdeling 2 — punt B — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De metingen van ozonprecursoren moeten ten minste betrekking hebben op stikstofoxiden (NO en NO2) en de passende vluchtige organische stoffen (VOS). De keuze van de specifieke te meten stoffen, aangevuld met andere relevante stoffen, hangt af van het nagestreefde doel. |
De metingen van ozonprecursoren moeten ten minste betrekking hebben op stikstofoxiden (NO en NO2) , methaan (CH4) en andere passende vluchtige organische stoffen (VOS). De keuze van de specifieke te meten stoffen, aangevuld met andere relevante stoffen, hangt af van het nagestreefde doel. |
Amendement 248
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VII — afdeling 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
AFDELING 3 BIS — METING VAN ZWARTE KOOLSTOF |
||
|
|
|
||
|
|
Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van zwarte koolstof voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met vervoer door de lucht, over het water of over de weg (zoals luchthavens, havens of wegen), industrieterreinen of huishoudelijke verwarming. De gegevens moeten geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van zwarte koolstof te kunnen beoordelen. |
||
|
|
|
||
|
|
BC |
||
|
|
|
||
|
|
Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van zwarte koolstof kunnen voorkomen en die zich in de hoofdwindrichting bevindt. |
Amendement 249
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VII — afdeling 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
AFDELING 3 TER — METING VAN AMMONIAK (NH3) |
||
|
|
|
||
|
|
Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van ammoniak voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met landbouwbedrijven en veeteelt (akkers en weiden die worden bemest, stallen en mestopslagplaatsen). De gegevens moeten geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van ammoniak te kunnen beoordelen. |
||
|
|
|
||
|
|
NH3 |
||
|
|
|
||
|
|
Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van ammoniak kunnen voorkomen en die zich in de hoofdwindrichting bevindt. |
Amendement 250
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VII — afdeling 3 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
AFDELING 3 QUATER — METING VAN KWIK |
||
|
|
|
||
|
|
Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van kwik voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met energieopwekking en industrie. De gegevens moeten geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van kwik te kunnen beoordelen. |
||
|
|
|
||
|
|
Kwik |
||
|
|
|
||
|
|
Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van kwik kunnen voorkomen en die zich in de hoofdwindrichting bevindt. |
Amendement 251
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen ter verbetering van de luchtkwaliteit |
Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit ter verbetering van de luchtkwaliteit |
Amendement 252
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 2 — a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 253
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 2 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 254
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Naam en adres van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen en uitvoeren van luchtkwaliteitsplannen. |
Naam en adres van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen en uitvoeren van de luchtkwaliteitsplannen of de routekaarten inzake luchtkwaliteit . |
Amendement 255
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
De lidstaten laten zich bij hun beoordeling leiden door de door de WHO vastgestelde concentratie-responsfuncties, die concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht koppelen aan sterfterisico’s of andere schadelijke gezondheidseffecten (HRAPIE-project, over de gezondheidsrisico’s van luchtverontreiniging in Europa), en door de contrafeitelijke concentraties waarboven gezondheidseffecten worden geraamd (grenswaarden). |
Amendement 256
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 4 — a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 257
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 4 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 258
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 4 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 259
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 260
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 261
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 5 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 262
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 5 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 263
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 5 — b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 264
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 6 — -a (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 265
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 6 — a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 266
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 6 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 267
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 6 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 268
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 6 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 269
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 7 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 270
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel A — punt 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 271
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 272
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 273
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 274
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 275
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 276
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
||||||
|
|
|
Amendement 277
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 278
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 279
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — h bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 280
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — h ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 281
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — h quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 282
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 283
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B — punt 2 — i bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 284
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII — deel B bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 285
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage VIII bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||||
|
|
BIJLAGE VIII bis |
||||||||
|
|
NOODMAATREGELEN WAARVAN OPNAME IN DE KRACHTENS ARTIKEL 20 VEREISTE KORTETERMIJNACTIEPLANNEN MOET WORDEN OVERWOGEN |
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
|
Amendement 286
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IX — punt 1 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 287
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IX — punt 1 — c — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 288
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IX — punt 1 — d — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 289
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IX — punt 1 — d — ii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 290
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IX — punt 1 — d — iv
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 291
Voorstel voor een richtlijn
Bijlage IX — punt 2 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0233/2023).
(40) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, De Europese Green Deal; COM(2019)0640.
(40) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, De Europese Green Deal; COM(2019)0640.
(42) Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
(42) Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
(43) Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).
(43) Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).
(44) Besluit 81/462/EEG van de Raad van 11 juni 1981 met betrekking tot de sluiting van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (PB L 171 van 27.6.1981, blz. 11).
(44) Besluit 81/462/EEG van de Raad van 11 juni 1981 met betrekking tot de sluiting van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (PB L 171 van 27.6.1981, blz. 11).
(1 bis) J. Brandt, J.D. Silver en L.M. Frohn, Assessment of Health-Cost Externalities of Air Pollution at the National Level using the EVA Model System, wetenschappelijk rapport nr. 3 van 2011, CEEH.
(1 bis) “Unequal exposure and unequal impacts: social vulnerability to air pollution, noise and extreme temperatures in Europe”, Europees Milieuagentschap, 2018.
(45) Geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit van 28 november 2019 (SWD(2019)0427).
(45) Geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit van 28 november 2019 (SWD(2019)0427).
(46) Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1).
(46) Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1).
(48) Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
(49) Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12).
(48) Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
(49) Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12).
(1bis) Arrest van het Hof van Justitie van 10 november 2020, Europese Commissie/Italiaanse Republiek, C-644/18, ECLI:EU:C:2020:895, punt 154, en arrest van het Hof van Justitie van 19 november 2014, ClientEarth/The Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, C-404/13, ECLI:EU:C:2014:2382, punt 49.
(1bis) Index van de digitale economie en samenleving (DESI) 2022 (https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/desi).
(1 bis) Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Fadeyeva tegen Rusland, 55723/00, (EHRM, 9 juni 2005), § 87.
(55) Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).
(55) Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).
(57) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
(57) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
(50) Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
(50) Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
(59) Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).
(59) Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).
(60) Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).
(61) Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).
(60) Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).
(61) Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).
(2) De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.
(3) De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.
(4) De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.
(5) De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode voor 1 dag loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.
(6) Indien de 3- of 5-jaargemiddelden niet op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens kunnen worden vastgesteld, is het vereiste minimumaantal jaargegevens voor de controle op de naleving van de streefwaarden als volgt:
|
— |
voor de streefwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: geldige gegevens over één jaar; |
|
— |
voor de streefwaarde voor bescherming van de vegetatie: geldige gegevens over drie jaar. |
(7) De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode voor 1 dag loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.
(8) Indien de 3- of 5-jaargemiddelden niet op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens kunnen worden vastgesteld, is het vereiste minimumaantal jaargegevens voor de controle op de naleving van de streefwaarden als volgt:
|
— |
voor de streefwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: geldige gegevens over één jaar; |
|
— |
voor de streefwaarde voor bescherming van de vegetatie: geldige gegevens over drie jaar. |
(9) 99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).
(10) 99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).
(11) Gemiddelde van het dagelijkse maximale 8-uurgemiddelde van O3-concentratie in de zes opeenvolgende maanden met de hoogste zesmaandelijkse voortschrijdende gemiddelde O3-concentratie.
(12) Voor de toepassing van artikel 20 moet gedurende drie opeenvolgende uren een overschrijding van de drempelwaarde worden gemeten of voorspeld.
(13) 99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).
(14) 99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).
(15) 99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).
(16) Het aantal bemonsteringspunten voor PM 2,5 en NO2 op de stedelijkeachtergrondlocaties van stedelijke gebieden moet aan de voorschriften van punt B voldoen.
(17) Ten minste 1 bemonsteringspunt in gebieden waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste ozonconcentraties wordt blootgesteld. In agglomeraties moet ten minste 50 % van de bemonsteringspunten zich in voorstedelijk gebied bevinden.
(18) Ten minste 1 bemonsteringspunt in gebieden waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste ozonconcentraties wordt blootgesteld. In agglomeraties moet ten minste 50 % van de bemonsteringspunten zich in voorstedelijk gebied bevinden.
(19) Het aantal bemonsteringspunten voor PM 2,5 en NO2 op de stedelijkeachtergrondlocaties van stedelijke gebieden moet aan de voorschriften van punt B voldoen.
(20) Bemonsteringspunten moeten zo mogelijk representatief zijn voor soortgelijke locaties buiten de onmiddellijke omgeving van de bemonsteringspunten.
(21) Bemonsteringspunten moeten zo mogelijk representatief zijn voor soortgelijke locaties buiten de onmiddellijke omgeving van de bemonsteringspunten.
(22) Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.
(23) Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.
(24) Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.
(25) Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.
(26) Bij het gebruik van indicatieve metingen voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving, zoals, maar niet uitsluitend: het ontwerpen of evalueren van het monitoringnetwerk, het kalibreren en valideren van modellen, mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.
(27) Bij het gebruik van indicatieve metingen voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving, zoals, maar niet uitsluitend: het ontwerpen of evalueren van het monitoringnetwerk, het kalibreren en valideren van modellen, mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.
(1 bis) Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 443/2009 en (EU) nr. 510/2011 (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 13).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1789/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)