Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023AP0318

Amendementen van het Europees Parlement van 13 september 2023 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking) (COM(2022)0542 — C9-0364/2022 — 2022/0347(COD))

PB C, C/2024/1789, 22.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1789/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1789/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/1789

22.3.2024

P9_TA(2023)0318

Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

Amendementen van het Europees Parlement van 13 september 2023 op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking) (COM(2022)0542 — C9-0364/2022 — 2022/0347(COD)) (1)

(Gewone wetgevingsprocedure — herschikking)

(C/2024/1789)

Amendement 1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)

In december 2019 heeft de Europese Commissie in haar mededeling “De Europese Green Deal” (40) een ambitieuze routekaart beschreven om de Unie om te vormen tot een rechtvaardige en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, met als doel het natuurlijk kapitaal van de Unie te beschermen, te behouden en te verbeteren, en de gezondheid en het welzijn van de burgers te beschermen tegen milieugerelateerde risico’s en effecten. Met name op het gebied van schone lucht bevat de Europese Green Deal verbintenissen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en de luchtkwaliteitsnormen van de EU beter op de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) af te stemmen. In de Europese Green Deal is ook een aanscherping van de bepalingen inzake monitoring, modellering en planning op het gebied van luchtkwaliteit aangekondigd.

(2)

In december 2019 heeft de Europese Commissie in haar mededeling “De Europese Green Deal” (40) een ambitieuze routekaart beschreven om de Unie om te vormen tot een rechtvaardige en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, met als doel het natuurlijk kapitaal van de Unie te beschermen, te behouden en te verbeteren, en de gezondheid en het welzijn van de burgers te beschermen tegen milieugerelateerde risico’s en effecten. Met name op het gebied van schone lucht heeft de Commissie zich verbonden om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en de luchtkwaliteitsnormen van de EU beter op de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) af te stemmen. In de Europese Green Deal is ook een aanscherping van de bepalingen inzake monitoring, modellering en planning op het gebied van luchtkwaliteit aangekondigd.

Amendement 293

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)

Het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen bevat ook een visie voor het jaar 2050, waarin de luchtverontreiniging wordt teruggebracht tot niveaus die niet langer als schadelijk voor de gezondheid en de natuurlijke ecosystemen worden beschouwd. Daartoe moet een gefaseerde aanpak worden gevolgd om de huidige en toekomstige luchtkwaliteitsnormen van de EU vast te stellen, waarbij tussentijdse luchtkwaliteitsnormen voor het jaar 2030 en daarna worden vastgesteld en een perspectief wordt ontwikkeld om de luchtkwaliteitsnormen van de EU uiterlijk in 2050 in overeenstemming met de richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de WHO te brengen op basis van een mechanisme voor regelmatige evaluatie om rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke inzichten . Gezien het verband tussen het terugdringen van verontreiniging en decarbonisatie, moet de langetermijndoelstelling om de verontreiniging tot nul terug te dringen worden nagestreefd in combinatie met een vermindering van de broeikasgasemissies zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (42).

(4)

Het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen bevat ook een visie voor het jaar 2050, waarin de luchtverontreiniging wordt teruggebracht tot niveaus die niet langer als schadelijk voor de gezondheid en de natuurlijke ecosystemen worden beschouwd. Daartoe moet een ambitieuze aanpak worden gevolgd om de huidige en toekomstige luchtkwaliteitsnormen van de EU vast te stellen, waarbij luchtkwaliteitsnormen voor het jaar 2035, met inbegrip van tussentijdse luchtkwaliteitsnormen voor het jaar 2030, en op gezette tijden daarna worden vastgesteld en een perspectief wordt ontwikkeld om de luchtkwaliteitsnormen van de EU voortdurend volledig in overeenstemming met de meest recente richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de WHO te brengen , teneinde uiterlijk tegen 2050 de doelstelling om de verontreiniging tot nul terug te dringen, te verwezenlijken op basis van een mechanisme voor regelmatige evaluatie om rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke gegevens . Gezien het verband tussen het terugdringen van verontreiniging en decarbonisatie, moet de langetermijndoelstelling om de verontreiniging tot nul terug te dringen worden nagestreefd in combinatie met een vermindering van de broeikasgasemissies zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (42).

Amendement 3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)

In september 2021 heeft de WHO nieuwe richtsnoeren inzake luchtkwaliteit uitgebracht, gebaseerd op een uitgebreide synthese van het wetenschappelijk bewijsmateriaal over de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. In de conclusies van deze richtsnoeren inzake luchtkwaliteit wordt met name het belang van een verlaging van de concentraties van verontreinigende stoffen op elk niveau benadrukt en gewezen op de duidelijke voordelen van dergelijke maatregelen voor de volksgezondheid en het milieu. In deze richtlijn wordt rekening gehouden met de meest recente wetenschappelijke inzichten over de noodzaak om de luchtkwaliteitsnormen van de Unie volledig af te stemmen op de meest recente richtsnoeren van de WHO inzake luchtkwaliteit teneinde de algemene doelstellingen van het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen, te verwezenlijken.

Amendement 4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)

De maatschappelijke voordelen van een voortdurende en verbeterde vermindering van de luchtverontreiniging wegen ruimschoots op tegen de daarmee gepaard gaande kosten. Volgens ramingen van de Commissie bedragen de jaarlijkse directe kosten van de naleving van verschillende beleidsscenario’s die in het kader van de effectbeoordeling bij deze richtlijn zijn geanalyseerd, tussen de 3,3 en 7 miljard EUR, en bedragen de in geld uitgedrukte gezondheids- en milieuvoordelen in 2030 tussen de 36 en 130 miljard EUR, hetgeen aantoont dat de voordelen van het luchtkwaliteitsbeleid veel hoger liggen dan de uitvoeringskosten. Sinds 2000 zijn de luchtverontreinigende emissies in de Unie gestaag gedaald als gevolg van de wetgeving van de Unie en de lidstaten.

Amendement 5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)

Bij het nemen van de relevante maatregelen op het niveau van de Unie en op nationaal niveau ter verwezenlijking van de doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te brengen, moeten de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zich laten leiden door het voorzorgsbeginsel en het beginsel dat de vervuiler betaalt, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en het niet-schadenbeginsel van de Europese Green Deal. Zij moeten onder meer rekening houden met: de bijdrage van een betere luchtkwaliteit aan de volksgezondheid, de kwaliteit van het milieu, het welzijn van de burgers, de welvaart van de samenleving, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de economie; de energietransitie, een grotere energiezekerheid en het aanpakken van energiearmoede; voedselzekerheid en de betaalbaarheid van levensmiddelen; de ontwikkeling van duurzame en slimme mobiliteits- en vervoersoplossingen; het effect van gedragsveranderingen; een rechtvaardige verdeling en solidariteit tussen de lidstaten, in het licht van hun economische draagkracht, nationale omstandigheden, zoals de specifieke kenmerken van eilanden, en de noodzaak om in de loop der tijd te convergeren; de noodzaak om de transitie billijk en sociaal rechtvaardig te maken door middel van passende onderwijs- en opleidingsprogramma’s; de beste beschikbare en meest recente wetenschappelijke gegevens, met name de bevindingen van de WHO; de noodzaak om bij het nemen van beslissingen over investeringen en planning rekening te houden met de risico’s in verband met luchtverontreiniging; de kosteneffectiviteit en technologische neutraliteit bij het terugdringen van emissies van luchtverontreinigende stoffen; en vooruitgang op het gebied van milieu-integriteit en ambitieniveau.

(5)

Bij het nemen van de relevante maatregelen op het niveau van de Unie en op nationaal niveau ter verwezenlijking van de doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te brengen, moeten de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zich laten leiden door het voorzorgsbeginsel, het beginsel dat de vervuiler betaalt en het beginsel preventie en bestrijding van verontreiniging bij de bron , zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en het niet-schadenbeginsel van de Europese Green Deal , alsook de eerbiediging van het mensenrecht op een schoon, gezond en duurzaam milieu . Zij moeten onder meer rekening houden met: de bijdrage van een betere luchtkwaliteit aan de volksgezondheid, de kwaliteit van het milieu, en de veerkracht van een ecosysteem, het welzijn van de burgers, gelijkheid en de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, kosten voor de gezondheidszorg, de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), de rol van het maatschappelijk middenveld, de welvaart van de samenleving, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de economie; de energietransitie, een grotere energiezekerheid en het aanpakken van energiearmoede; voedselzekerheid en de betaalbaarheid van levensmiddelen; de ontwikkeling van duurzame en slimme mobiliteits- en vervoersoplossingen en de infrastructuur daarvan ; het effect van gedragsveranderingen ; de gevolgen van fiscale beleidsmaatregelen ; een rechtvaardige verdeling en solidariteit tussen de lidstaten, in het licht van hun economische draagkracht, nationale omstandigheden, zoals de specifieke kenmerken van eilanden, en de noodzaak om in de loop der tijd te convergeren; de noodzaak om de transitie billijk en sociaal rechtvaardig te maken door middel van passende onderwijs- en opleidingsprogramma’s , mede voor gezondheidswerkers ; de beste beschikbare en meest recente wetenschappelijke gegevens, met name de bevindingen van de WHO; de noodzaak om bij het nemen van beslissingen over investeringen en planning rekening te houden met de risico’s in verband met luchtverontreiniging; de kosteneffectiviteit , de best beschikbare technologische oplossingen en technologische neutraliteit bij het terugdringen van emissies van luchtverontreinigende stoffen; en vooruitgang op het gebied van milieu-integriteit en ambitieniveau , op basis van het non-regressiebeginsel dat is vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie .

Amendement 6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)

Deze richtlijn draagt bij aan de verwezenlijking van de SDG’s, met name SDG 3, 7, 10, 11 en 13.

Amendement 7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)

In het achtste algemene milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030, dat op 6 april 2022 bij Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (43) is vastgesteld, wordt de doelstelling vastgesteld om een gifvrij milieu tot stand te brengen dat de gezondheid en het welzijn van mensen, dieren en ecosystemen beschermt tegen milieugerelateerde risico’s en negatieve effecten, en wordt daartoe bepaald dat de monitoringmethoden, de voorlichting van het publiek en de toegang tot de rechter verder moeten worden verbeterd. Dit vormt de leidraad voor de doelstellingen van deze richtlijn.

(6)

In het achtste algemene milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030, dat op 6 april 2022 bij Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (43) is vastgesteld, wordt als een van de prioritaire doelstellingen vastgesteld om een gifvrij milieu tot stand te brengen dat de gezondheid en het welzijn van mensen, dieren en ecosystemen beschermt tegen milieugerelateerde risico’s en negatieve effecten, en wordt daartoe onder meer bepaald dat de monitoringmethoden , verbeterde grensoverschrijdende coördinatie , de voorlichting van het publiek en de toegang tot de rechter verder moeten worden verbeterd. Dit vormt de leidraad voor de doelstellingen van deze richtlijn.

Amendement 8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)

De Commissie moet het wetenschappelijk bewijs met betrekking tot verontreinigende stoffen, de gevolgen daarvan voor de gezondheid van de mens en het milieu en de technologische ontwikkeling regelmatig evalueren. Op basis van die evaluatie moet de Commissie beoordelen of de toepasselijke luchtkwaliteitsnormen nog steeds geschikt zijn om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken. De eerste evaluatie om te beoordelen of de luchtkwaliteitsnormen op basis van de meest recente wetenschappelijke informatie moeten worden bijgewerkt, moet uiterlijk op 31.12.2028 worden voltooid.

(7)

De Commissie moet het wetenschappelijk bewijs met betrekking tot verontreinigende stoffen, de gevolgen daarvan voor de gezondheid van de mens en het milieu , de ongelijkheden op gezondheidsgebied, de directe en indirecte gezondheidszorgkosten van luchtverontreiniging, de milieukosten en de gedragsmatige, begrotings- en de technologische ontwikkelingen regelmatig evalueren. Op basis van die evaluatie moet de Commissie beoordelen of de toepasselijke luchtkwaliteitsnormen nog steeds geschikt zijn om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken. De eerste evaluatie om te beoordelen of de luchtkwaliteitsnormen op basis van de meest recente wetenschappelijke informatie moeten worden bijgewerkt, moet uiterlijk op 31.12.2028 worden voltooid. De Commissie moet regelmatig beoordelen in hoeverre de Uniewetgeving tot vaststelling van emissienormen voor bronnen van luchtverontreiniging bijdraagt tot de verwezenlijking van de bij deze richtlijn vastgestelde luchtkwaliteitsnormen en, indien nodig, aanvullende maatregelen van de Unie voorstellen.

Amendement 9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)

Er moet gebruik worden gemaakt van modelleringsapplicaties, zodat de puntgegevens kunnen worden geïnterpreteerd in termen van de geografische spreiding van de concentratie, teneinde inbreuken op de luchtkwaliteitsnormen te kunnen opsporen en input te leveren voor het opstellen van luchtkwaliteitsplannen en het bepalen van de locatie van bemonsteringspunten. Naast de in deze richtlijn vastgestelde eisen voor de monitoring van de luchtkwaliteit, worden de lidstaten aangemoedigd om voor monitoringdoeleinden gebruik te maken van de informatieproducten en aanvullende instrumenten (bv. regelmatige evaluatie- en kwaliteitsbeoordelingsverslagen, online beleidstoepassingen) die worden verstrekt door de aardobservatiecomponent van het ruimtevaartprogramma van de EU, met name de atmosfeermonitoringdienst van Copernicus (CAMS).

(10)

Indien van toepassing moet gebruik worden gemaakt van modelleringsapplicaties, zodat de puntgegevens kunnen worden geïnterpreteerd in termen van de geografische spreiding van de concentratie  van verontreinigende stoffen , teneinde inbreuken op de luchtkwaliteitsnormen te kunnen opsporen en input te leveren voor het opstellen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit en het bepalen van de locatie van bemonsteringspunten. Naast de in deze richtlijn vastgestelde eisen voor de monitoring van de luchtkwaliteit, worden de lidstaten aangemoedigd om voor monitoringdoeleinden gebruik te maken van de informatieproducten en aanvullende instrumenten (bv. regelmatige evaluatie- en kwaliteitsbeoordelingsverslagen, online beleidstoepassingen) die worden verstrekt door de aardobservatiecomponent van het ruimtevaartprogramma van de EU, met name de atmosfeermonitoringdienst van Copernicus (CAMS).

Amendement 10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)

Het is belangrijk dat verontreinigende stoffen waarover de bezorgdheid toeneemt, zoals ultrafijne deeltjes, zwarte koolstof en elementair koolstof, alsook ammoniak en het oxidatiepotentieel van zwevende deeltjes, worden gemonitord om het wetenschappelijke inzicht in de gevolgen ervan voor de gezondheid en het milieu te ondersteunen, zoals aanbevolen door de WHO.

(11)

Het is belangrijk dat verontreinigende stoffen waarover de bezorgdheid toeneemt, zoals ultrafijne deeltjes, zwarte koolstof en elementair koolstof, alsook ammoniak en het oxidatiepotentieel van zwevende deeltjes, worden gemonitord om het wetenschappelijke inzicht in de gevolgen ervan voor de gezondheid en het milieu te ondersteunen, zoals aanbevolen door de WHO , alsook om grenswaarden voor die stoffen in het kader van de eerste evaluatie van deze richtlijn in 2028 vast te stellen. De Commissie moet de wetenschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot andere verontreinigende stoffen die niet onder deze richtlijn vallen, blijven volgen en nagaan of de bepalingen van deze richtlijn tot deze verontreinigende stoffen moeten worden uitgebreid.

Amendement 11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)

Gedetailleerde metingen van fijne zwevende deeltjes op plattelandsachtergrondlocaties dienen te worden uitgevoerd met het oog op een beter begrip van de gevolgen van deze verontreinigende stof en ter ontwikkeling van een passend beleid. Deze metingen dienen te worden uitgevoerd op een wijze die consistent is met die van het Samenwerkingsprogramma voor de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (EMEP), tot stand gekomen op basis van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand van 1979 van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN/ECE), dat de Raad heeft goedgekeurd bij Besluit 81/462/EEG van 11 juni 1981 (44), en de protocollen daarbij, waaronder het Protocol inzake vermindering van verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau van 1999, dat in 2012 is herzien.

(12)

Gedetailleerde metingen van fijne zwevende deeltjes , zwarte koolstof, kwik en ammoniak op plattelandsachtergrondlocaties dienen te worden uitgevoerd met het oog op een beter begrip van de grensoverschrijdende bijdrage en de gevolgen van deze verontreinigende stoffen en ter ontwikkeling van een passend beleid , met inbegrip van de mogelijke invoering van grenswaarden, streefwaarden en kritieke niveaus . Deze metingen dienen te worden uitgevoerd op een wijze die consistent is met die van het Samenwerkingsprogramma voor de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (EMEP), tot stand gekomen op basis van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand van 1979 van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN/ECE), dat de Raad heeft goedgekeurd bij Besluit 81/462/EEG van 11 juni 1981 (44), en de protocollen daarbij, waaronder het Protocol inzake vermindering van verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau van 1999, dat in 2012 is herzien.

Amendement 12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)

Ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu als geheel, is het van bijzonder belang dat de uitstoot van verontreinigende stoffen bij de bron wordt bestreden en dat op lokaal, nationaal en Unieniveau wordt bepaald wat de beste uitstootverminderende maatregelen zijn, en dat deze maatregelen worden uitgevoerd, met name wat de uitstoot door landbouw, industrie, transport en energieopwekking betreft. Daarom dient de uitstoot van schadelijke luchtverontreinigende stoffen te worden vermeden, voorkomen of verminderd en dienen passende normen inzake de luchtkwaliteit te worden vastgesteld , rekening gehouden met de toepasselijke normen, richtsnoeren en programma’s van de Wereldgezondheidsorganisatie .

(15)

Ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu als geheel, is het van bijzonder belang dat de uitstoot van verontreinigende stoffen bij de bron wordt bestreden en dat op lokaal, nationaal en Unieniveau wordt bepaald wat de beste uitstootverminderende maatregelen zijn, en dat deze maatregelen worden uitgevoerd, met name wat de uitstoot door landbouw, industrie, transport , verwarmings- en koelingssystemen en energieopwekking betreft. Relevante wetgeving van de Unie, zoals inzake Europese emissienormen voor voertuigen of industriële emissies, is van groot belang voor de verdere vermindering van de luchtverontreiniging. Daarom dient de uitstoot van schadelijke luchtverontreinigende stoffen te worden vermeden, voorkomen of verminderd en dienen passende normen inzake de luchtkwaliteit te worden vastgesteld op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens die zijn gepubliceerd in de meest recente richtsnoeren van de WHO inzake luchtkwaliteit en in overeenstemming met het actieplan om de verontreiniging tegen 2050 tot nul terug te brengen .

Amendement 14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)

De Commissie beoordeelt, voordat zij worden vastgesteld, of eventuele ontwerpmaatregelen of -wetgevingsvoorstellen, waaronder begrotingsvoorstellen, stroken met de in deze richtlijn vastgelegde luchtkwaliteitsnormen, en neemt die beoordeling op in een eventuele effectbeoordeling bij deze maatregelen of voorstellen, en maakt het resultaat van die beoordeling op het moment van de vaststelling openbaar. De Commissie moet ernaar streven haar ontwerpmaatregelen en wetgevingsvoorstellen af te stemmen op de doelstellingen van deze richtlijn. Indien er geen sprake is van afstemming moet de Commissie de redenen hiervoor aangeven in het kader van de beoordeling van de samenhang.

Amendement 15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 quater)

Luchtverontreinigende stoffen die door de vervoerssector worden uitgestoten, vormen een bijzonder risico voor de gezondheid van mensen die in stedelijke gebieden en in de buurt van vervoersknooppunten wonen. Daarom moeten de lidstaten en de betrokken regionale en lokale autoriteiten overwegen plannen voor duurzame stedelijke mobiliteit uit te voeren en te investeren in emissievrije technologieën en maatregelen die een verschuiving mogelijk maken naar actieve, collectieve en duurzame vervoerssystemen, en de totstandbrenging van groene ruimten en voetgangersgebieden in de steden met als doel luchtverontreiniging en verkeerscongestie, met name in stedelijke gebieden te verminderen. in overeenstemming met de mededeling van de Commissie van 9 december 2020 getiteld “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit — Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst”. De lidstaten moeten ook alle nodige maatregelen nemen om de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen te versnellen, met name elektrische oplaadinfrastructuur voor lichte en zware bedrijfsvoertuigen, alsook periodieke kwaliteitscontroles van de vervoersinfrastructuur uitvoeren om vast te stellen welke gebieden behoefte hebben aan minder verkeerscongestie en optimalisering van de infrastructuur, en passende maatregelen nemen, in voorkomend geval met financiële steun van de Unie.

Amendement 16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 quinquies)

Alleen al de luchtverontreiniging door het zeevervoer leidt jaarlijks tot meer dan 50 000 vroegtijdige sterfgevallen in de Unie  (1 bis) . Hoewel van de uitlaatgassen van het zeevervoer zwaveldioxideverontreiniging het schadelijkst is, mogen we NOx niet vergeten. Het effect van het zeevervoer op het milieu en op kustgemeenschappen, zowel wat betreft schade aan ecosystemen als voor de volksgezondheid, zou kunnen worden verlicht met een alomvattende elektrificatie van het maritiem vervoer over korte afstanden en in stedelijke gebieden, naast emissievrije eisen en infrastructuur voor aanlegplaatsen. Voorts zou de alomvattende aanwijzing van het maritieme gebied van de Unie als zwaveloxide-emissiebeheersgebied(SECA) en stikstofoxide-emissiebeheersgebied (NECA) aanzienlijk bijdragen tot de vermindering van de luchtverontreiniging in havens en havensteden, alsook in de wateren van de Unie.

Amendement 17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)

Wetenschappelijk bewijsmateriaal toont aan dat zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes, lood, benzeen, koolmonoxide, arseen, cadmium, nikkel, bepaalde polycyclische aromatische koolwaterstoffen en ozon verantwoordelijk zijn voor ernstige negatieve effecten op de gezondheid van de mens. De beïnvloeding van de gezondheid van de mens en het milieu vindt plaats via concentraties in de lucht.

(16)

Wetenschappelijk bewijsmateriaal toont aan dat zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes, lood, benzeen, koolmonoxide, arseen, cadmium, nikkel, bepaalde polycyclische aromatische koolwaterstoffen en ozon verantwoordelijk zijn voor een reeks ernstige schadelijke effecten op de gezondheid van de mens die kunnen leiden tot vroegtijdige sterfte, en dat er geen aanwijsbare drempel is waaronder deze stoffen geen risico voor de gezondheid van de mens vormen. Die stoffen beschadigen de meeste orgaansystemen en worden in verband gebracht met vele slopende ziekten, zoals astma bij kinderen en volwassenen, hart- en vaatziekten, chronische obstructieve longziekte, longontsteking, beroerten, diabetes, longkanker, verminderde cognitieve ontwikkeling en dementie . De beïnvloeding van de gezondheid van de mens en het milieu vindt plaats via concentraties in de lucht en via depositie .

Amendement 18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)

Luchtverontreiniging beïnvloedt het menselijk lichaam op korte en lange termijn op manieren die schadelijk zijn voor de gezondheid. Hoewel luchtverontreiniging een universeel gezondheidsprobleem vormt dat iedereen treft, zijn de risico’s niet gelijk verdeeld over de bevolking en lopen sommige groepen mensen een groter risico op schade. Gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals mensen met specifieke reeds bestaande gezondheidsproblemen (bv. ademhalingsziekten of hart- en vaatziekten), zwangere vrouwen, pasgeborenen, kinderen, ouderen, mensen met een handicap of personen die onvoldoende toegang hebben tot medische zorg, en werknemers die in hun beroep aan bijzonder hoge niveaus van luchtverontreiniging worden blootgesteld, lijken het grootste risico te lopen, zoals blijkt uit studies waarin luchtverontreiniging wordt gekoppeld aan verminderde cognitieve prestaties onder ouderen en die suggereren dat slechte luchtkwaliteit bijzonder gevaarlijk is voor kinderen. Deze groepen moeten worden geïnformeerd en beschermd. Deze richtlijn erkent de toegenomen risico’s en specifieke behoeften van gevoelige bevolkingsgroepen kwetsbare groepen ten aanzien van luchtverontreiniging en heeft als doel de door luchtverontreiniging veroorzaakte ongelijkheid op gezondheidsgebied aan te pakken.

Amendement 19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 ter)

Hoewel luchtverontreiniging een belangrijk milieugezondheidsrisico is waar iedereen en alle lidstaten mee te maken hebben, komt er veel bewijsmateriaal beschikbaar over de verbanden tussen sociaaleconomische status en luchtverontreiniging, waaruit met name blijkt dat de gezondheid van mensen met een lagere sociaal-economische status doorgaans meer te lijden heeft onder luchtverontreiniging dan de gezondheid van de bevolking in het algemeen als gevolg van hun grotere blootstelling en grotere kwetsbaarheid  (1 bis) . De lidstaten moeten met dergelijke factoren rekening houden bij het opstellen, uitvoeren of bijwerken van hun luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit, zodat zij de sociale aspecten van luchtverontreiniging doeltreffend kunnen aanpakken.

Amendement 20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)

De gemiddelde blootstelling van de bevolking aan de verontreinigende stoffen met de grootste gedocumenteerde gevolgen voor de gezondheid van de mens, namelijk fijne zwevende deeltjes (PM2,5 ) en stikstofdioxide (NO2), moet op basis van de aanbevelingen van de WHO worden verminderd. Daartoe moet voor deze verontreinigende stoffen, naast grenswaarden, een gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting worden ingevoerd.

(18)

De gemiddelde blootstelling van de bevolking aan de verontreinigende stoffen met de grootste gedocumenteerde gevolgen voor de gezondheid van de mens, namelijk fijne zwevende deeltjes (PM2,5 ) en stikstofdioxide (NO2), moet op basis van de meest recente aanbevelingen van de WHO worden verminderd. Daartoe moet voor deze verontreinigende stoffen, naast grenswaarden, een gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting worden ingevoerd. De verplichting tot vermindering van de gemiddelde blootstelling moet een aanvulling vormen op en niet in de plaats komen van de grenswaarden die tot nu toe de meest doeltreffende afdwingbare normen zijn gebleken.

Amendement 21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)

Uit de geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit (Richtlijnen 2004/107/EG en 2008/50/EG) (45) is gebleken dat grenswaarden doeltreffender zijn om de concentraties van verontreinigende stoffen te verlagen dan streefwaarden. Om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens, met name de gezondheid van kwetsbare groepen en gevoelige bevolkingsgroepen, en voor het milieu zo beperkt mogelijk te houden, moeten grenswaarden worden bepaald voor de concentratie van zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes, lood, benzeen, koolmonoxide, arseen, cadmium, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht. Benzo(a)pyreen dient te worden gebruikt als marker voor het carcinogene risico van polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht.

(19)

Uit de geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit (Richtlijnen 2004/107/EG en 2008/50/EG) (45) is gebleken dat grenswaarden doeltreffender zijn om de concentraties van verontreinigende stoffen te verlagen dan andere soorten luchtkwaliteitsnormen zoals streefwaarden. Om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens, met name de gezondheid van kwetsbare groepen en gevoelige bevolkingsgroepen, en voor het milieu zo beperkt mogelijk te houden, moeten grenswaarden worden bepaald voor de concentratie van zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes, lood, benzeen, koolmonoxide, arseen, cadmium, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht . Om te zorgen voor doeltreffende bescherming tegen schadelijke gevolgen voor ecosystemen moeten die grenswaarden regelmatig worden bijgewerkt in het licht van de meest recente aanbevelingen van de WHO . Benzo(a)pyreen dient te worden gebruikt als marker voor het carcinogene risico van polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht.

Amendement 22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)

Ozon is een grensoverschrijdende verontreinigende stof, die in de atmosfeer wordt gevormd door de uitstoot van de primaire verontreinigende stoffen waarop Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad (46) betrekking heeft. De vooruitgang ten opzichte van de in deze richtlijn vastgestelde luchtkwaliteitsstreefwaarden en langetermijndoelstellingen voor ozon dient te worden bepaald in het licht van de in Richtlijn (EU) 2016/2284 vastgestelde streefwaarden en emissiereductieverbintenissen en middels de uitvoering van kosteneffectieve maatregelen en luchtkwaliteitsplannen.

(21)

Ozon is een grensoverschrijdende verontreinigende stof, die in de atmosfeer wordt gevormd door de uitstoot van de primaire verontreinigende stoffen , waarvan sommige in Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad (46) aan bod komen. Ozon op leefniveau heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid, maar ook voor de vegetatie en ecosystemen, wat leidt tot lagere gewasopbrengsten en bosgroei en verlies van biodiversiteit . De vooruitgang ten opzichte van de in deze richtlijn vastgestelde luchtkwaliteitsstreefwaarden en langetermijndoelstellingen voor ozon dient te worden bepaald in het licht van de in Richtlijn (EU) 2016/2284 vastgestelde streefwaarden en emissiereductieverbintenissen en middels de uitvoering van kosteneffectieve maatregelen , routekaarten inzake luchtkwaliteit en luchtkwaliteitsplannen.

Amendement 23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)

De streefwaarden voor ozon en langetermijndoelstellingen ter garantie van een doeltreffende bescherming tegen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens, de vegetatie en de ecosystemen door blootstelling aan ozon moeten worden bijgewerkt in het licht van de meest recente aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

(22)

De streefwaarden voor ozon en langetermijndoelstellingen ter garantie van een doeltreffende bescherming tegen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens, de vegetatie en de ecosystemen door blootstelling aan ozon moeten regelmatig worden bijgewerkt in het licht van de meest recente aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Amendement 24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)

Een alarmdrempel voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon en een informatiedrempel voor ozon dienen te worden vastgesteld ter bescherming van de gehele bevolking en kwetsbare en gevoelige groepen daarvan tegen kortstondige blootstelling aan hoge ozonconcentraties . Het bereiken van die drempelwaarden moet het signaal vormen voor de mededeling aan de bevolking van gegevens over het blootstellingsrisico en de tenuitvoerlegging , indien passend, van kortetermijnmaatregelen om de verontreinigingsniveaus te verminderen waar de alarmdrempel is overschreden.

(23)

Een alarmdrempel en een informatiedrempel voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon dienen te worden vastgesteld ter bescherming van de gehele bevolking en met name van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen tegen kortstondige blootstelling aan hoge concentraties verontreinigende stoffen . Het bereiken van die drempelwaarden moet het signaal vormen voor de mededeling aan de bevolking van gegevens over de met blootstelling verband houdende gezondheidsrisico’s en voor de tenuitvoerlegging van passende kortetermijnmaatregelen om het verontreinigingsniveau te verminderen waar de alarmdrempel is overschreden. Er worden geen alarm- en informatiedrempels vastgesteld voor de andere gereguleerde verontreinigende stoffen, aangezien de gegevens over de gezondheidseffecten van die verontreinigende stoffen vaak alleen betrekking hebben op de blootstellingseffecten op lange termijn. Indien er wetenschappelijk bewijs wordt geleverd over hun effecten op de blootstelling op korte termijn, moet de Commissie beoordelen of het nodig is alarm- en informatiedrempels voor die verontreinigende stoffen in te voeren.

Amendement 25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)

De toestand van de luchtkwaliteit dient te worden gehandhaafd, waar deze reeds goed is, of verbeterd. Wanneer de normen voor luchtkwaliteit van deze richtlijn niet gehaald dreigen te worden, of niet zijn gehaald, dienen de lidstaten onmiddellijk maatregelen te nemen, teneinde te voldoen aan de grenswaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen en kritische niveaus en, waar mogelijk, de streefwaarden voor ozon en langetermijndoelstellingen te halen.

(25)

De toestand van de luchtkwaliteit dient te worden gehandhaafd, waar deze reeds goed is, of verbeterd. Wanneer de normen voor luchtkwaliteit van deze richtlijn niet gehaald dreigen te worden, of niet zijn gehaald, dienen de lidstaten onmiddellijk en voortdurend maatregelen te nemen, teneinde te voldoen aan de grenswaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen en kritische niveaus en, waar mogelijk, de streefwaarden voor ozon en langetermijndoelstellingen te halen.

Amendement 26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)

Bijdragen uit natuurlijke bronnen kunnen worden beoordeeld, maar kunnen niet worden beheerst. Indien natuurlijke bijdragen aan verontreinigende stoffen in de lucht met voldoende nauwkeurigheid kunnen worden bepaald, en indien overschrijdingen geheel of gedeeltelijk te wijten zijn aan deze natuurlijke bijdragen, mogen ze, wanneer wordt beoordeeld of de grenswaarden voor de luchtkwaliteit en de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen worden nageleefd, onder de in deze richtlijn beschreven voorwaarden, buiten beschouwing worden gelaten. Overschrijdingen van grenswaarden van zwevende deeltjes die toe te schrijven zijn aan het strooien van zand of zout op de wegen in de winter kunnen, wanneer wordt beoordeeld of de grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden nageleefd, ook buiten beschouwing worden gelaten, op voorwaarde dat er redelijke maatregelen zijn getroffen om de concentraties te verlagen.

(29)

Bijdragen uit natuurlijke bronnen kunnen worden beoordeeld, maar kunnen in sommige gevallen moeilijk worden beheerst. Indien natuurlijke bijdragen aan verontreinigende stoffen in de lucht met voldoende nauwkeurigheid kunnen worden bepaald, en indien overschrijdingen geheel of gedeeltelijk te wijten zijn aan deze natuurlijke bijdragen, waar de lidstaten geen vat op hebben en die niet hadden kunnen worden voorzien, beperkt of voorkomen, mogen ze, wanneer wordt beoordeeld of de grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden nageleefd, onder de in deze richtlijn beschreven voorwaarden, buiten beschouwing worden gelaten. Overschrijdingen van grenswaarden van zwevende deeltjes die toe te schrijven zijn aan het strooien van zand of zout op de wegen in de winter kunnen, wanneer wordt beoordeeld of de grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden nageleefd, ook buiten beschouwing worden gelaten, maar uitsluitend indien er gegevens worden verstrekt waaruit blijkt dat er redelijke maatregelen zijn getroffen om de concentraties te verlagen. Het in mindering brengen van deze bijdragen bij de beoordeling van de naleving van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit en de verplichtingen inzake de vermindering van de gemiddelde blootstelling mag de lidstaten er niet van weerhouden maatregelen te nemen om hun gezondheidseffecten te verminderen.

Amendement 27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)

Het is van cruciaal belang om de luchtkwaliteit systematisch te monitoren in de nabijheid van luchtverontreinigingshotspots, waar het verontreinigingsniveau sterk wordt beïnvloed door de emissies van bronnen van zware verontreiniging die personen en bevolkingsgroepen kunnen blootstellen aan verhoogde risico’s op schadelijke gezondheidseffecten. Daartoe moeten de lidstaten bemonsteringspunten installeren in de luchtverontreinigingshotspots, zoals havens of luchthavens, om het inzicht in de gevolgen van deze bronnen voor luchtverontreiniging te verbeteren en passende maatregelen te nemen om de gevolgen ervan voor de menselijke gezondheid tot een minimum te beperken.

Amendement 28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)

Voor zones met bijzonder moeilijke omstandigheden moet het mogelijk zijn de nalevingstermijn voor de grenswaarden voor de luchtkwaliteit op te schorten in gevallen waarin zich, ondanks de tenuitvoerlegging van passende maatregelen ter bestrijding van de verontreiniging, in specifieke zones en agglomeraties acute nalevingsproblemen voordoen. Elke opschorting voor een bepaalde zone of agglomeratie dient vergezeld te gaan van een door de Commissie te beoordelen uitvoerig plan dat de naleving tegen het einde van de herziene nalevingstermijn garandeert.

(30)

Voor zones met bijzonder moeilijke omstandigheden moet het mogelijk zijn de nalevingstermijn voor de grenswaarden voor de luchtkwaliteit op te schorten in gevallen waarin zich, ondanks de tenuitvoerlegging van passende maatregelen ter bestrijding van de verontreiniging, in specifieke zones acute nalevingsproblemen voordoen. Elke opschorting voor een bepaalde zone dient vergezeld te gaan van een door de Commissie te beoordelen uitvoerig plan dat de naleving tegen het einde van de herziene nalevingstermijn garandeert.

Amendement 29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)

Er dienen luchtkwaliteitsplannen te worden ontwikkeld en bijgewerkt voor zones waar de concentraties van verontreinigde stoffen in de lucht de geldende grenswaarden voor de luchtkwaliteit, streefwaarden voor ozon of gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen overschrijden. Stoffen die de lucht verontreinigen komen uit allerlei bronnen en activiteiten. Ter garantie van een goede samenhang tussen de diverse beleidslijnen dienen deze luchtkwaliteitsplannen, waar mogelijk, samenhangend te zijn met de plannen en programma’s die zijn voorbereid krachtens Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (48), Richtlijn (EU) 2016/2284 en Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (49).

(31)

Er dienen luchtkwaliteitsplannen te worden ontwikkeld en bijgewerkt voor zones waar de concentraties van verontreinigde stoffen in de lucht de geldende grenswaarden voor de luchtkwaliteit, streefwaarden voor ozon of gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen overschrijden. Stoffen die de lucht verontreinigen komen uit allerlei bronnen en activiteiten. Ter garantie van een goede samenhang tussen de diverse beleidslijnen dienen deze luchtkwaliteitsplannen, waar mogelijk, samenhangend te zijn met de plannen en programma’s die zijn voorbereid krachtens Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (48), Richtlijn (EU) 2016/2284 en Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (49).

Amendement 30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis)

Zoals de jurisprudentie van het Hof van Justitie duidelijk heeft gemaakt  (1bis) , staan de bepalingen inzake de luchtkwaliteitsplannen niet toe dat de uiterste termijnen voor de naleving van de luchtkwaliteitsnormen verlengd worden. Het feit dat er een luchtkwaliteitsplan is opgesteld, betekent niet dat een lidstaat hiermee heeft voldaan aan zijn verplichting om te waarborgen dat de niveaus van luchtverontreinigende stoffen de bij deze richtlijn vastgestelde luchtkwaliteitsnormen niet overschrijden.

Amendement 31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)

Wanneer het risico bestaat dat lidstaten de grenswaarden of de streefwaarde voor ozon in 2030 niet zullen hebben bereikt , moeten er ook vóór 2030 luchtkwaliteitsplannen worden opgesteld om ervoor te zorgen dat de niveaus van verontreinigende stoffen dienovereenkomstig worden verlaagd .

(32)

Om de wetgeving van de Unie in overeenstemming te brengen met de meest recente wetenschappelijke gegevens en de meest recente richtsnoeren van de WHO inzake luchtkwaliteit, worden in deze richtlijn nieuwe luchtkwaliteitsnormen vastgesteld waaraan uiterlijk in 2030 moet zijn voldaan. De lidstaten en de bevoegde autoriteiten moeten, vooruitlopend op de in bijlage I , afdeling 1, tabel 1, vastgestelde uiterste termijn 2030 voor nieuwe grenswaarden, een afzonderlijk type luchtkwaliteitsplan opstellen, een zogeheten routekaart inzake luchtkwaliteit, voor zones waarin de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht de voor 2030 vastgestelde toepasselijke grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschrijden. De routekaart inzake luchtkwaliteit moet beleidslijnen en -maatregelen voor de korte en lange termijn bevatten om uiterlijk in 2030 aan deze grenswaarden te voldoen. Omwille van de juridische duidelijkheid en niettegenstaande de specifieke terminologie die wordt gebruikt, moet een routekaart inzake luchtkwaliteit worden beschouwd als een luchtkwaliteitsplan in de zin van artikel 4, punt 36.

Amendement 32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)

De lidstaten dienen samen te werken wanneer het niveau van een verontreinigende stof ten gevolge van aanzienlijke verontreiniging die in een andere lidstaat haar oorsprong vindt, een grenswaarde, streefwaarde voor ozon, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting of alarmdrempel overschrijdt of waarschijnlijk zal overschrijden. De grensoverschrijdende aard van specifieke verontreinigende stoffen, zoals ozon en zwevende deeltjes, kan van naburige lidstaten een zekere mate van coördinatie vergen bij het opstellen en uitvoeren van luchtkwaliteitsplannen en kortetermijnactieplannen en bij het inlichten van de bevolking . De betrokken lidstaten dienen zo nodig te streven naar samenwerking met derde landen, met een bijzondere klemtoon op vroegtijdige participatie van kandidaat-lidstaten. De Commissie moet tijdig op de hoogte worden gebracht van en worden uitgenodigd om bijstand te verlenen bij een dergelijke samenwerking.

(34)

De lidstaten dienen samen te werken wanneer het niveau van een verontreinigende stof ten gevolge van aanzienlijke verontreiniging die in een andere lidstaat haar oorsprong vindt, een grenswaarde, streefwaarde voor ozon, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting of alarmdrempel overschrijdt of waarschijnlijk zal overschrijden. De grensoverschrijdende aard van specifieke verontreinigende stoffen, zoals ozon en zwevende deeltjes, vergt van naburige lidstaten een snelle coördinatie bij het opstellen en uitvoeren van luchtkwaliteitsplannen en kortetermijnactieplannen en om de bevolking zo snel mogelijk in te lichten . De betrokken lidstaten dienen zo nodig te streven naar samenwerking met derde landen, met een bijzondere klemtoon op vroegtijdige participatie van kandidaat-lidstaten. De Commissie moet tijdig op de hoogte worden gebracht van en worden uitgenodigd om bijstand te verlenen bij een dergelijke samenwerking.

Amendement 33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)

Het is noodzakelijk dat de lidstaten en de Commissie gegevens over de luchtkwaliteit verzamelen, uitwisselen en verspreiden om een beter inzicht te verkrijgen in de gevolgen van de luchtverontreiniging en om een passend beleid te ontwikkelen. Ook dient het publiek gemakkelijk te kunnen beschikken over bijgewerkte gegevens over de concentraties van alle gereguleerde verontreinigende stoffen in de lucht alsook over luchtkwaliteitsplannen en kortetermijnactieplannen.

(35)

Het is noodzakelijk dat de lidstaten en de Commissie gegevens over de luchtkwaliteit verzamelen, uitwisselen en verspreiden om een beter inzicht te verkrijgen in de gevolgen van de luchtverontreiniging en om een passend beleid te ontwikkelen. Ook dient het publiek gemakkelijk te kunnen beschikken over bijgewerkte , coherente en begrijpelijke gegevens over de concentraties van alle gereguleerde verontreinigende stoffen in de lucht alsook over luchtkwaliteitsplannen , routekaarten inzake luchtkwaliteit en kortetermijnactieplannen.

Amendement 34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)

Uit de index van de digitale economie en samenleving (DESI) blijkt dat 40 % van de volwassenen in de EU niet over digitale basisvaardigheden beschikken  (1bis) . De lidstaten moeten er daarom voor zorgen dat informatie die overeenkomstig deze richtlijn openbaar moet worden gemaakt, in voorkomend geval ook via niet-digitale communicatiekanalen wordt meegedeeld.

Amendement 35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend. Wanneer schade aan de gezondheid van de mens is ontstaan als gevolg van een schending van artikel  19, 20 of 21 van deze richtlijn, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die door dergelijke schendingen zijn getroffen, van de betrokken bevoegde autoriteit een vergoeding voor die schade kunnen vorderen en verkrijgen. De in deze richtlijn vastgestelde regels inzake schadevergoedingen, toegang tot de rechter en sancties hebben tot doel de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid van de mens en het milieu te vermijden, te voorkomen en te verminderen, overeenkomstig artikel 191, lid 1, VWEU. Zij beogen aldus in het beleid van de Unie een hoog niveau van milieubescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu te integreren in overeenstemming met het beginsel van duurzame ontwikkeling zoals vastgesteld in artikel 37 van het handvest, en brengen de in de artikelen 2 en  3 van het handvest vastgestelde verplichting tot bescherming van het recht op leven en de menselijke integriteit concreet tot uitdrukking. Deze richtlijn draagt ook bij tot het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, zoals neergelegd in artikel 47 van het handvest, in verband met de bescherming van de gezondheid van de mens.

(40)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend. Wanneer schade aan de gezondheid en het welzijn van de mens is ontstaan als gevolg van een schending van de artikelen13, 19, 20 of 21 van deze richtlijn, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die door dergelijke schendingen zijn getroffen, van de betrokken bevoegde autoriteit een vergoeding voor die schade kunnen vorderen en verkrijgen. Deze richtlijn heeft tot doel de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid van de mens en het milieu te vermijden, te voorkomen en te verminderen, overeenkomstig artikel 191, lid 1, VWEU. Zij beoogt aldus in het beleid van de Unie een hoog niveau van milieubescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu te integreren in overeenstemming met het beginsel van duurzame ontwikkeling zoals vastgesteld in artikel 37 van het handvest, en brengt de in de artikelen 2 , 3, 7 en  35 van het Handvest vastgestelde verplichting tot bescherming van het recht op leven en de menselijke integriteit , het recht op een privéleven en het recht op gezondheidszorg concreet tot uitdrukking. Deze richtlijn draagt ook bij tot het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, zoals neergelegd in artikel 47 van het handvest, in verband met de bescherming van de gezondheid van de mens. Bovendien wordt het mensenrecht op een schoon, gezond en duurzaam milieu, zoals erkend door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 76/300 van 28 juli 2022, in de richtlijn erkend en beschermd.

Amendement 36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(40 bis)

Weerlegbare vermoedens zijn een gemeenschappelijk mechanisme om de problemen van een eiser met betrekking tot bewijs te verlichten en tegelijkertijd de rechten van de verweerder te beschermen. Weerlegbare vermoedens zijn alleen van toepassing indien is voldaan aan bepaalde voorwaarden. Om een billijke verdeling van het risico te handhaven en een omkering van de bewijslast te voorkomen, moet van een eiser worden verlangd dat hij voldoende relevant bewijs kan leveren, met inbegrip van wetenschappelijke gegevens, om aan te nemen dat de schending het ontstaan van de schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen. In het licht van de bewijsproblemen waarmee benadeelde personen worden geconfronteerd, met name in complexe gevallen, zal een dergelijk weerlegbaar vermoeden een billijk evenwicht tot stand brengen tussen de rechten van personen die gezondheidsschade lijden en de bevoegde autoriteiten. Het moet ook mogelijk zijn relevante wetenschappelijke gegevens als bewijs te gebruiken overeenkomstig het nationale recht. Wanneer dergelijke relevante wetenschappelijke gegevens niet beschikbaar zijn, moet het mogelijk zijn om ander bewijsmateriaal te gebruiken om de claim te onderbouwen overeenkomstig het nationale recht. Aangezien luchtkwaliteitsnormen worden vastgesteld op basis van wetenschappelijke kennis over de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging voor de menselijke gezondheid, wordt luchtverontreiniging bij overschrijding van de grenswaarden potentieel schadelijk voor de gezondheid en het welzijn van degenen die eraan worden blootgesteld  (1 bis) .

Amendement 37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Deze richtlijn bevat een doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te dringen, zodat de luchtkwaliteit in de Unie geleidelijk wordt verbeterd tot zij niveaus bereikt die niet langer als schadelijk voor de gezondheid van de mens en natuurlijke ecosystemen worden beschouwd, zoals bepaald door wetenschappelijke gegevens, en om zo te helpen uiterlijk in 2050 een gifvrij milieu te verwezenlijken.

1.   Deze richtlijn bevat een doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te dringen, zodat de luchtkwaliteit in de Unie geleidelijk wordt verbeterd tot zij niveaus bereikt die niet langer als schadelijk voor de gezondheid van de mens, natuurlijke ecosystemen en biodiversiteit worden beschouwd, zoals bepaald door de best beschikbare en meest recente wetenschappelijke gegevens, en om zo te helpen uiterlijk in 2050 een gifvrij milieu te verwezenlijken.

Amendement 295

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Bij deze richtlijn worden tussentijdse grenswaarden, streefwaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen, kritieke niveaus , informatiedrempels, alarmdrempels en langetermijndoelstellingen (“luchtkwaliteitsnormen”) vastgesteld waaraan uiterlijk in 2030 moet worden voldaan en die vervolgens overeenkomstig artikel 3 regelmatig moeten worden herzien.

2.   Bij deze richtlijn worden tussentijdse grenswaarden, streefwaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen en kritieke niveaus vastgesteld waaraan zo snel mogelijk en uiterlijk in 2030 moet worden voldaan , alsmede grenswaarden waaraan in 2035 moet worden voldaan, die overeenkomstig artikel 3 regelmatig moeten worden herzien. Deze richtlijn stelt ook langetermijndoelstellingen, informatiedrempels en alarmdrempels vast als onderdeel van de luchtkwaliteitsnormen.

Amendement 39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Daarnaast draagt deze richtlijn bij tot: de doelstellingen van de Unie inzake de vermindering van verontreiniging, inzake biodiversiteit en inzake ecosystemen, overeenkomstig het achtste milieuactieprogramma zoals uiteengezet in Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (55).

3.   Daarnaast draagt deze richtlijn bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake de vermindering van verontreiniging, inzake biodiversiteit en inzake ecosystemen, overeenkomstig het achtste milieuactieprogramma zoals uiteengezet in Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (55) , en tot versterking van de synergieën tussen het luchtkwaliteitsbeleid van de Unie en andere relevante beleidsterreinen van de Unie, met name het klimaat-, vervoers- en energiebeleid .

Amendement 40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.

maatregelen voor de monitoring van de langetermijntrends van de luchtkwaliteit en de gevolgen van maatregelen van de Unie en de lidstaten op de luchtkwaliteit;

3.

maatregelen voor de monitoring van de langetermijntrends van de luchtkwaliteit en de gevolgen van maatregelen van de Unie en de lidstaten , en in samenwerking met derde landen vastgestelde maatregelen, voor de luchtkwaliteit;

Amendement 41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.

maatregelen die ervoor zorgen dat de gegevens over de luchtkwaliteit aan de bevolking ter beschikking worden gesteld;

4.

maatregelen die ervoor zorgen dat de gegevens over de luchtkwaliteit in de hele Unie geharmoniseerd worden en aan de bevolking ter beschikking worden gesteld;

Amendement 42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.

maatregelen die een verhoogde samenwerking tussen de lidstaten bij de vermindering van de luchtverontreiniging bevorderen .

6.

maatregelen die een verhoogde samenwerking tussen de lidstaten , regionale en lokale autoriteiten, binnen en tussen de lidstaten, en met derde landen die een gemeenschappelijke grens met de Unie hebben, bevorderen om de luchtverontreiniging terug te dringen .

Amendement 43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Uiterlijk tegen 31 december 2028, en vervolgens om de vijf jaar, en vaker indien uit substantiële nieuwe wetenschappelijke bevindingen blijkt dat dit nodig is, evalueert de Commissie de wetenschappelijke gegevens met betrekking tot luchtverontreinigende stoffen en de effecten daarvan op het milieu en de gezondheid van de mens die relevant zijn voor de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 1, en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag met de belangrijkste bevindingen in.

1.   Uiterlijk tegen 31 december 2028, en vervolgens om de vijf jaar, en vaker indien uit substantiële nieuwe wetenschappelijke bevindingen blijkt dat dit nodig is, evalueert de Commissie de wetenschappelijke gegevens met betrekking tot luchtverontreinigende stoffen en de effecten daarvan op het milieu en de gezondheid van de mens die relevant zijn voor de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 1, en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag met de belangrijkste bevindingen in. De evaluatie wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd na de publicatie van de meest recente richtsnoeren van de WHO inzake luchtkwaliteit.

Amendement 44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 wordt bij de evaluatie nagegaan of deze richtlijn moet worden herzien om haar in overeenstemming te brengen met de richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de meest recente wetenschappelijke informatie.

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 wordt bij de evaluatie nagegaan of deze richtlijn moet worden herzien om ervoor te zorgen dat zij volledig en voortdurend in overeenstemming is met de meest recente richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) , de meest recente evaluatie van het Regionaal WHO-Bureau voor Europa en de meest recente wetenschappelijke informatie.

Amendement 45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de meest recente wetenschappelijke informatie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en andere relevante organisaties;

a)

de meest recente wetenschappelijke informatie van de relevante organen van de Unie, de WHO en andere relevante wetenschappelijke organisaties;

Amendement 46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

technologische ontwikkelingen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit en de beoordeling daarvan;

b)

gedragsmatige veranderingen, begrotingsbeleid en technologische ontwikkelingen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit en de beoordeling daarvan;

Amendement 47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de situatie wat betreft de luchtkwaliteit in de lidstaten en de gevolgen daarvan voor de gezondheid van de mens en het milieu;

c)

de luchtkwaliteit in de lidstaten en de gevolgen daarvan voor de gezondheid van de mens en het milieu;

Amendement 48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

directe en indirecte gezondheidszorg- en milieukosten in verband met luchtverontreiniging, alsmede kosten-batenanalyses;

Amendement 49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)

de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van andere relevante Uniewetgeving, met name op het gebied van klimaat, vervoer en energie.

Amendement 50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 — punt d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d ter)

invoering door afzonderlijke lidstaten van strengere luchtkwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 193 VWEU.

Amendement 51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 — alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie ondersteunt en werkt nauw samen met het Regionaal WHO-Bureau voor Europa om de wetenschappelijke gegevens over de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te monitoren en te evalueren.

Amendement 52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     In het kader van de eerste regelmatige evaluatie, uiterlijk op 31 december 2028, stelt de Commissie, in voorkomend geval, grenswaarden, streefwaarden of kritieke niveaus voor voor de luchtverontreinigende stoffen die worden gemeten door de in artikel 10 bedoelde monitoringsupersites die thans niet in bijlage I zijn opgenomen. Deze waarden zijn in overeenstemming met de meest recente wetenschappelijke gegevens over wat noodzakelijk is voor de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu. In het kader van de eerste regelmatige evaluatie publiceert de Commissie een beoordeling van de mogelijkheid om de streefwaarde voor ozon om te zetten in een grenswaarde, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Amendement 53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Indien de Commissie dit naar aanleiding van de evaluatie passend acht, dient zij een voorstel in om de luchtkwaliteitsnormen te herzien of er andere luchtverontreinigende stoffen in op te nemen.

4.   Indien de Commissie dit naar aanleiding van de evaluatie passend acht, dient zij een voorstel in om de luchtkwaliteitsnormen te herzien of er andere luchtverontreinigende stoffen in op te nemen. Een dergelijk voorstel wordt in overeenstemming met het non-regressiebeginsel ontwikkeld.

Amendement 54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis)

“luchtkwaliteitsnormen”: grenswaarden, streefwaarden, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen, kritieke niveaus, informatiedrempels, alarmdrempels;

Amendement 55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

21)

“objectieve raming”: een beoordelingsmethode voor het verkrijgen van kwantitatieve of kwalitatieve informatie over het concentratie- of depositieniveau van een verontreinigende stof door middel van een deskundig oordeel, die het gebruik van statistische instrumenten, teledetectie en in-situsensoren kan omvatten;

Schrappen

Amendement 56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

23)

“stedelijkeachtergrondlocaties”: plaatsen in stedelijke gebieden waar de niveaus representatief zijn voor de blootstelling van de stedelijke bevolking in het algemeen;

23)

“stedelijkeachtergrondlocaties”: plaatsen in stedelijke gebieden waar de niveaus representatief zijn voor de blootstelling van de stedelijke bevolking in het algemeen , met inbegrip van stedelijke gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen ;

Amendement 57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

24)

“plattelandsachtergrondlocaties”: plaatsen in landelijke gebieden met een lage bevolkingsdichtheid waar de niveaus representatief zijn voor de blootstelling van de plattelandsbevolking in het algemeen;

24)

“plattelandsachtergrondlocaties”: plaatsen in landelijke gebieden met een lage bevolkingsdichtheid waar de niveaus representatief zijn voor de blootstelling van de plattelandsbevolking in het algemeen , met inbegrip van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen op het platteland ;

Amendement 58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 bis)

“luchtverontreinigingshotspots”: plaatsen waar de verontreinigingsniveaus sterk worden beïnvloed door emissies uit bronnen van zware verontreiniging, zoals, maar niet beperkt tot, nabijgelegen drukke en overbelaste wegen, autowegen of andere snelwegen, één industriële bron of een industriegebied met vele bronnen, havens, luchthavens, intensieve verwarming van woningen, of een combinatie daarvan;

Amendement 59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

26)

“grenswaarde”: een niveau  dat niet mag worden overschreden en dat op basis van wetenschappelijke kennis wordt vastgesteld met als doel schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen;

26)

“grenswaarde”: een niveau dat op basis van wetenschappelijke kennis wordt vastgesteld met als doel schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen en dat binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, wanneer het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden ;

Amendement 60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

28)

“gemiddelde-blootstellingsindex”: een gemiddeld niveau dat wordt bepaald op basis van metingen op stedelijkeachtergrondlocaties verspreid over de territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003, of, als die territoriale eenheid geen stedelijk gebied omvat, op plattelandsachtergrondlocaties, en dat de blootstelling van de bevolking weergeeft en dat wordt gebruikt om te controleren of aan de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling voor die territoriale eenheid is voldaan;

28)

“gemiddelde-blootstellingsindex”: een gemiddeld niveau dat wordt bepaald op basis van metingen op stedelijkeachtergrondlocaties verspreid over de territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003, of, als die territoriale eenheid geen stedelijk gebied omvat, op plattelandsachtergrondlocaties, en dat de blootstelling van de bevolking weergeeft en dat wordt gebruikt om te controleren of aan de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling voor die territoriale eenheid is voldaan;

Amendement 61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

29)

“gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting”: een procentuele vermindering van de gemiddelde blootstelling van de bevolking, uitgedrukt als de gemiddelde-blootstellingsindex, van een territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad (57) die voor het referentiejaar wordt vastgesteld met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen en die binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt;

29)

“gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting”: een procentuele vermindering van de gemiddelde blootstelling van de bevolking, uitgedrukt als de gemiddelde-blootstellingsindex, van een territoriale eenheid op het niveau NUTS  2 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad (57) die voor het referentiejaar wordt vastgesteld met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen en die binnen een bepaalde termijn moet worden bereikt en, wanneer die eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden ;

Amendement 62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

30)

“gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling”: een niveau van de gemiddelde-blootstellingsindex waaraan moet worden voldaan met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen;

30)

“gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling”: een niveau van de gemiddelde-blootstellingsindex vastgesteld met het doel de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens te verminderen , waaraan binnen een bepaalde termijn moet worden voldaan en dat, wanneer het eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden ;

Amendement 63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

35)

“bijdragen van natuurlijke bronnen”: emissies van verontreinigende stoffen die niet direct of indirect zijn veroorzaakt door menselijke activiteiten, met inbegrip van natuurverschijnselen zoals vulkanische uitbarstingen, seismische activiteiten, geothermische activiteiten, bosbranden, stormen, zeezout als gevolg van verstuivend zeewater of de atmosferische opwerveling of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge regio’s;

35)

“bijdragen van natuurlijke bronnen”: emissies van verontreinigende stoffen die niet direct of indirect zijn veroorzaakt door menselijke activiteiten, met inbegrip van natuurverschijnselen zoals vulkanische uitbarstingen, seismische activiteiten, geothermische activiteiten, bosbranden, stormen, zeezout als gevolg van verstuivend zeewater of de atmosferische opwerveling of verplaatsing van natuurlijke deeltjes uit droge regio’s , en die de betrokken lidstaten niet met beleidsmaatregelen hadden kunnen voorkomen of beperken ;

Amendement 296

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

35 bis)

“routekaarten inzake luchtkwaliteit”: luchtkwaliteitsplannen die vóór het verstrijken van de termijn voor het bereiken van de in bijlage I, afdeling 1, tabel 1, vastgestelde nieuwe grenswaarden en de in bijlage I, afdeling 1, tabel 1 bis, vastgestelde tussentijdse grenswaarden zijn vastgesteld, met beleidslijnen en maatregelen voor de korte en lange termijn om aan die grenswaarden te voldoen;

Amendement 65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

36)

“luchtkwaliteitsplannen”: plannen betreffende maatregelen om de grenswaarden, streefwaarden voor ozon of gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen na te leven;

36)

“luchtkwaliteitsplannen”: plannen betreffende maatregelen om de grenswaarden, streefwaarden voor ozon of gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen na te leven zodra die zijn overschreden ;

Amendement 66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

38)

“het betrokken publiek”: het publiek dat gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van overschrijdingen van luchtkwaliteitsnormen of dat belang heeft bij de besluitvormingsprocedures met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu en die aan de vereisten van de nationale wetgeving voldoen ;

38)

“het betrokken publiek”: het publiek dat gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van overschrijdingen van luchtkwaliteitsnormen of dat belang heeft bij de besluitvormingsprocedures met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu;

Amendement 67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 — alinea 1 — punt 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

39)

“gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen”: de bevolkingsgroepen die gevoeliger zijn voor blootstelling aan luchtverontreiniging dan de gemiddelde bevolking, omdat zij een hogere gevoeligheid of een lagere drempelwaarde voor gezondheidseffecten hebben of minder goed in staat zijn zichzelf te beschermen.

39)

“gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen”: de bevolkingsgroepen die permanent of tijdelijk gevoeliger of kwetsbaarder zijn voor de gevolgen van blootstelling aan luchtverontreiniging dan de gemiddelde bevolking, vanwege specifieke kenmerken die de gevolgen van blootstelling voor de gezondheid groter maken of omdat zij een hogere gevoeligheid of een lagere drempelwaarde voor gezondheidseffecten hebben of minder goed in staat zijn zichzelf te beschermen.

Amendement 68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 — alinea 1 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de erkenning van de meetsystemen (methoden, apparaten, netwerken en laboratoria);

b)

de erkenning van de meetsystemen (methoden, apparaten, netwerken en laboratoria) en zorgen voor een adequate werking en adequaat onderhoud van het monitoringnetwerk ;

Amendement 69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 — alinea 1 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

het verzekeren van de nauwkeurigheid van de metingen;

c)

het verzekeren van de nauwkeurigheid van de metingen en de overdracht en uitwisseling van meetgegevens, met inbegrip van de naleving van de in bijlage V vastgestelde gegevenskwaliteitsdoelstellingen ;

Amendement 70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 — alinea 1 — punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

het verzekeren van de nauwkeurigheid van modelleringsapplicaties ;

d)

het verzekeren van de nauwkeurigheid van luchtkwaliteitsmodelleringsapplicaties ;

Amendement 71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 — alinea 1 — punt g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)

de samenwerking met de andere lidstaten en de Commissie;

g)

de samenwerking met de andere lidstaten , derde landen en de Commissie;

Amendement 72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 — alinea 1 — punt h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)

het opstellen van luchtkwaliteitsplannen;

h)

het opstellen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit ;

Amendement 73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 — alinea 1 — punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)

het ter beschikking stellen en bijhouden van een elk uur bij te werken luchtkwaliteitsindex en andere relevante informatie voor de bevolking.

Amendement 74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   In alle zones waar het niveau van verontreinigende stoffen lager is dan de voor die verontreinigende stoffen vastgestelde beoordelingsdrempel, volstaan modelleringsapplicaties, indicatieve metingen, objectieve-ramingstechnieken of een combinatie daarvan ter beoordeling van de luchtkwaliteit.

4.   In alle zones waar het niveau van verontreinigende stoffen lager is dan de voor die verontreinigende stoffen vastgestelde beoordelingsdrempel, volstaat een combinatie van modelleringsapplicaties en indicatieve metingen ter beoordeling van de luchtkwaliteit.

Amendement 75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Indien uit de modellen blijkt dat een grenswaarde of een streefwaarde voor ozon wordt overschreden in een gebied van de zone dat niet door vaste metingen wordt bestreken, worden gedurende ten minste één kalenderjaar na de vaststelling van de overschrijding aanvullende vaste of indicatieve metingen gebruikt om het concentratieniveau van de desbetreffende verontreinigende stof te bepalen.

5.   Indien uit de modellen of indicatieve metingen blijkt dat een grenswaarde of een streefwaarde voor ozon wordt overschreden in een gebied van de zone dat niet door vaste metingen wordt bestreken, worden er binnen zes maanden na de vaststelling van de overschrijding aanvullende vaste metingen geïnstalleerd en gedurende ten minste één kalenderjaar gebruikt om het concentratieniveau van de desbetreffende verontreinigende stof te bepalen.

Amendement 76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Naast de krachtens artikel 10 vereiste monitoring, monitoren de lidstaten , indien van toepassing, ook de niveaus van ultrafijne deeltjes overeenkomstig punt D van bijlage III en afdeling  3 van bijlage VII.

7.   Naast de krachtens artikel 10 vereiste monitoring, monitoren de lidstaten ook de niveaus van ultrafijne deeltjes , zwarte koolstof, ammoniak en kwik overeenkomstig punt D van bijlage III en de afdelingen  3 , 3 bis, 3 ter en 3 quater van bijlage VII.

Amendement 77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De locatie van bemonsteringspunten moet representatief zijn voor de blootstelling van risicogevoelige gemeenschappen en de blootstelling van een of meer gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen.

Amendement 78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   In elke zone waar het niveau van verontreinigende stoffen de in bijlage II gespecificeerde beoordelingsdrempel overschrijdt, mag het aantal bemonsteringspunten voor elke verontreinigende stof niet kleiner zijn dan het in de tabellen 3 en 4 van de punten A en C van bijlage III genoemde minimumaantal bemonsteringspunten.

2.   In elke zone waar het niveau van verontreinigende stoffen de in bijlage II gespecificeerde beoordelingsdrempel overschrijdt, mag het aantal bemonsteringspunten voor elke verontreinigende stof niet kleiner zijn dan het in de punten A en C van bijlage III genoemde minimumaantal bemonsteringspunten.

Amendement 79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 — lid 3 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

het aantal indicatieve metingen is gelijk aan het aantal te vervangen vaste metingen en de indicatieve metingen hebben een minimumduur van twee maanden per kalenderjaar;

c)

het aantal indicatieve metingen is gelijk aan het aantal te vervangen vaste metingen en de indicatieve metingen hebben een minimumduur van twee maanden per kalenderjaar en worden gelijkelijk verdeeld over het kalenderjaar ;

Amendement 80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Elke lidstaat zorgt er overeenkomstig bijlage IV voor dat de spreiding die wordt gebruikt voor de berekening van de gemiddelde-blootstellingsindexen voor PM2,5 en NO2, zodanig is dat een juist beeld wordt verkregen van de blootstelling van de bevolking in het algemeen. Het aantal bemonsteringspunten mag niet kleiner zijn dan het aantal dat wordt verkregen door toepassing van punt B van bijlage III.

5.   Elke lidstaat zorgt er overeenkomstig bijlage IV voor dat de spreiding die wordt gebruikt voor de berekening van de gemiddeldeblootstellingsindexen voor PM2,5 en stikstofdioxide ( NO2), zodanig is dat een juist beeld wordt verkregen van de blootstelling van de bevolking in het algemeen. Het aantal bemonsteringspunten mag niet kleiner zijn dan het aantal dat wordt verkregen door toepassing van punt B van bijlage III.

Amendement 81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Bemonsteringspunten waar in de voorgaande drie jaar overschrijdingen van een of meer van de in afdeling 1 van bijlage I bepaalde grenswaarden zijn geregistreerd, mogen niet worden verplaatst, tenzij een verplaatsing noodzakelijk is vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder ruimtelijke ontwikkeling . De verplaatsing van bemonsteringspunten gebeurt binnen hun gebied van ruimtelijke representativiteit en is gebaseerd op modelleringsresultaten.

7.   Bemonsteringspunten waar in de voorgaande drie jaar overschrijdingen van een of meer van de in afdeling 1 van bijlage I bepaalde grenswaarden zijn geregistreerd, mogen niet worden verplaatst, tenzij een verplaatsing absoluut noodzakelijk is. De verplaatsing van bemonsteringspunten gebeurt binnen hun gebied van ruimtelijke representativiteit , waarborgt continuïteit van metingen en is gebaseerd op modelleringsresultaten.

Amendement 82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 — lid 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat stelt ten minste één monitoringsupersite per tien  miljoen inwoners op een stedelijkeachtergrondlocatie in. Lidstaten met minder dan tien  miljoen inwoners stellen ten minste één monitoringsupersite op een stedelijkeachtergrondlocatie in.

Elke lidstaat stelt ten minste één monitoringsupersite per twee  miljoen inwoners op een stedelijkeachtergrondlocatie in. Lidstaten met minder dan twee  miljoen inwoners stellen ten minste één monitoringsupersite op een stedelijkeachtergrondlocatie in.

Amendement 83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Metingen op alle monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties omvatten vaste of indicatieve metingen van de grootteverdeling van ultrafijne deeltjes en het oxidatiepotentieel van zwevende deeltjes.

5.   Metingen op alle monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties omvatten vaste metingen van de grootteverdeling van ultrafijne deeltjes en het oxidatiepotentieel van zwevende deeltjes.

Amendement 84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 — lid 6 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

vaste metingen van zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ), stikstofdioxide (NO2), ozon (O3), zwarte koolstof, ammoniak (NH3) en ultrafijne deeltjes;

a)

vaste metingen van zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ), stikstofdioxide (NO2), zwaveldioxide (SO2), koolmonoxide (CO), ozon (O3), zwarte koolstof, ammoniak (NH3) en ultrafijne deeltjes;

Amendement 85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 — alinea 6 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

vaste of indicatieve metingen van fijne zwevende deeltjes (PM2,5 ) om ten minste informatie te verstrekken over hun totale massaconcentratie en de concentraties van de chemische samenstellingen in termen van het jaargemiddelde, overeenkomstig afdeling 1 van bijlage VII;

b)

vaste metingen van fijne zwevende deeltjes (PM2,5 ) om ten minste informatie te verstrekken over hun totale massaconcentratie en de concentraties van de chemische samenstellingen in termen van het jaargemiddelde, overeenkomstig afdeling 1 van bijlage VII;

Amendement 86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 — lid 6 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

vaste of indicatieve metingen van arseen, cadmium, nikkel, totaal gasvormig kwik, benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen zoals bedoeld in artikel 8, lid 6, en van de totale depositie van arseen, cadmium, kwik, nikkel, benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen zoals bedoeld in artikel 8, lid 6, ongeacht de concentratieniveaus.

c)

vaste metingen van arseen, cadmium, nikkel, totaal gasvormig kwik, benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen zoals bedoeld in artikel 8, lid 6, en van de totale depositie van arseen, cadmium, kwik, nikkel , lood, benzeen , benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen zoals bedoeld in artikel 8, lid 6, ongeacht de concentratieniveaus.

Amendement 87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Op monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties kunnen ook metingen van tweewaardig kwik in deeltjes en als gas worden verricht.

7.   Op monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties worden ook metingen van tweewaardig kwik in deeltjes en als gas verricht.

Amendement 88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorschriften ingeval de niveaus lager zijn dan de grenswaarden, de streefwaarde voor ozon en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen , maar hoger dan de beoordelingsdrempels

Voorschriften ingeval de niveaus lager zijn dan de grenswaarden, de streefwaarde voor ozon en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen

Amendement 89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   In zones waar de ozonniveaus lager zijn dan de streefwaarde voor ozon, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om die niveaus onder de streefwaarde voor ozon te houden en streven zij ernaar de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde langetermijndoelstellingen te bereiken, voor zover factoren zoals de grensoverschrijdende aard van ozonverontreiniging en de meteorologische omstandigheden zulks toelaten en op voorwaarde dat eventuele noodzakelijke maatregelen geen onevenredige kosten met zich meebrengen .

2.   In zones waar de ozonniveaus lager zijn dan de streefwaarde voor ozon, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om die niveaus onder de streefwaarde voor ozon te houden en de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde langetermijndoelstellingen te bereiken, voor zover factoren zoals de grensoverschrijdende aard van ozonverontreiniging en de meteorologische omstandigheden zulks toelaten . Als de langetermijndoelstellingen eenmaal zijn bereikt, houden de lidstaten de ozonniveaus onder de langetermijndoelstellingen .

Amendement 90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   In territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 waar de gemiddelde-blootstellingsindexen voor PM2,5 en NO2 lager zijn dan de respectieve waarde van de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen voor die verontreinigende stoffen, houden de lidstaten de niveaus van die verontreinigende stoffen onder de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen.

3.   In territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 waar de gemiddelde-blootstellingsindexen voor PM2,5 en NO2 lager zijn dan de respectieve waarde van de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen voor die verontreinigende stoffen, houden de lidstaten de niveaus van die verontreinigende stoffen onder de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen.

Amendement 91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De lidstaten streven ernaar de best mogelijke luchtkwaliteit en een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu te bereiken en in stand te houden, overeenkomstig de door de WHO gepubliceerde richtsnoeren inzake luchtkwaliteit en onder de in bijlage II vastgestelde beoordelingsdrempels.

4.   De lidstaten streven ernaar de best mogelijke luchtkwaliteit en een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu te bereiken en in stand te houden, overeenkomstig de recentste door het Regionaal WHO-Bureau voor Europa gepubliceerde richtsnoeren inzake luchtkwaliteit en evaluaties van de WHO en onder de in bijlage II vastgestelde beoordelingsdrempels , met bijzondere aandacht voor de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen .

Amendement 92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in afdeling 5, punt B, van bijlage I opgenomen gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen voor PM2,5 en NO2 worden nageleefd in al hun territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 waar de in afdeling 5, punt C, van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen worden overschreden.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in afdeling 5, punt B, van bijlage I opgenomen gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen voor PM2,5 en NO2 worden nageleefd in al hun territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 waar de in afdeling 5, punt C, van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen worden overschreden.

Amendement 297

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 — lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   De in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I vastgestelde termijn voor het bereiken van de grenswaarden mag worden verlengd overeenkomstig artikel 18.

6.   De in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I vastgestelde termijn voor het bereiken van de grenswaarden en de in tabel 1 bis van afdeling 1 van bijlage I vastgestelde termijn voor het bereiken van de tussentijdse grenswaarden voor de in artikel 18, lid 1, genoemde verontreinigende stoffen mogen worden verlengd overeenkomstig artikel 18.

Amendement 94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) in de lucht gelden de in afdeling 4, punt A, van bijlage I vastgestelde alarmdrempels.

1.   Voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon in de lucht gelden de in afdeling 4, punt A, van bijlage I vastgestelde alarmdrempels.

Amendement 95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Voor ozon gelden de in afdeling 4, punt B, van bijlage I vastgestelde alarm- en informatiedrempels.

2.   Voor de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon gelden de in afdeling 4, punt B, van bijlage I vastgestelde informatiedrempels.

Amendement 96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 — lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Wanneer een in afdeling 4, punt A, van bijlage I vastgestelde alarmdrempel wordt overschreden, voeren de lidstaten onverwijld de noodmaatregelen uit die zijn vermeld in de overeenkomstig artikel 20 opgestelde kortetermijnactieplannen.

Amendement 97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Wanneer een in afdeling 4 van bijlage I vastgestelde alarmdrempel of informatiedrempel wordt overschreden, nemen de lidstaten de nodige stappen om de bevolking uiterlijk enkele uren later via verschillende media- en communicatiekanalen daarover in te lichten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat een zo groot mogelijk publiek wordt bereikt.

3.   Wanneer een in afdeling 4 van bijlage I vastgestelde alarmdrempel wordt overschreden, nemen de lidstaten de nodige stappen om de bevolking uiterlijk enkele uren later daarover op coherente en bevattelijke wijze in te lichten, gedetailleerde informatie te verstrekken over de ernst van de overschrijding en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, en suggesties te doen om de bevolking te beschermen, met bijzondere aandacht voor gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen. De lidstaten maken gebruik van verschillende media- en communicatiekanalen en zorgen ervoor dat een zo groot mogelijk publiek wordt bereikt.

Amendement 98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Wanneer een in afdeling 4 van bijlage I vastgestelde informatiedrempel wordt overschreden, nemen de lidstaten de nodige stappen om de bevolking, en met name gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, uiterlijk enkele uren later daarover op toegankelijke, coherente en bevattelijke wijze in te lichten.

Amendement 99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over daadwerkelijke of voorspelde overschrijdingen van alarmdrempels of informatiedrempels zo spoedig mogelijk aan het publiek wordt verstrekt overeenkomstig de punten 2 en 3 van bijlage IX.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over daadwerkelijke of voorspelde overschrijdingen van alarmdrempels of informatiedrempels zo spoedig mogelijk op coherente en bevattelijke wijze aan het publiek wordt verstrekt overeenkomstig de punten 2 en 3 van bijlage IX.

Amendement 100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 — lid 1 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

territoriale eenheden op het niveau NUTS  1 waar overschrijdingen van het door de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen bepaalde niveau toe te schrijven zijn aan natuurlijke bronnen.

b)

territoriale eenheden op het niveau NUTS  2 waar overschrijdingen van het door de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen bepaalde niveau toe te schrijven zijn aan natuurlijke bronnen.

Amendement 101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie lijsten van die in lid 1 bedoelde zones en territoriale eenheden op het niveau NUTS  1 , samen met gegevens over de concentraties en bronnen en het bewijsmateriaal dat aantoont dat de overschrijdingen aan natuurlijke bronnen zijn toe te schrijven.

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie lijsten van die in lid 1 bedoelde zones en territoriale eenheden op het niveau NUTS  2 , samen met:

 

a)

gegevens over de concentraties en bronnen;

 

b)

het bewijsmateriaal dat aantoont dat de overschrijdingen aan natuurlijke bronnen zijn toe te schrijven en niet konden worden voorzien, voorkomen of beperkt door de betrokken lidstaat, in voorkomend geval met inbegrip van het bewijs van het effect van door de klimaatverandering veroorzaakte verstoringen van ecosystemen die tot dergelijke overschrijdingen leiden;

 

c)

informatie over de uitvoering van betreffende maatregelen in het kader van de overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgestelde nationale strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering.

Amendement 102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 2 in kennis is gesteld van een aan natuurlijke bronnen toe te schrijven overschrijding, wordt die overschrijding niet als een overschrijding in de zin van deze richtlijn aangemerkt .

3.   Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 2 in kennis is gesteld van een aan natuurlijke bronnen toe te schrijven overschrijding, evalueert zij het bewijsmateriaal en deelt zij de lidstaat mee of het mogelijk is die overschrijding niet als een overschrijding in de zin van deze richtlijn aan te merken .

Amendement 103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten mogen, voor een bepaald jaar , zones aangeven waar de grenswaarden worden overschreden door concentraties van PM10 in de lucht die toe te schrijven zijn aan de opwerveling van deeltjes ten gevolge van het strooien van zand en zout op de wegen in de winter.

1.   De lidstaten mogen, voor een bepaalde maand , zones aangeven waar de grenswaarden worden overschreden door concentraties van PM10 in de lucht die toe te schrijven zijn aan de opwerveling van deeltjes ten gevolge van het strooien van zand en zout op de wegen in de winter.

Amendement 298

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Wanneer in een bepaalde zone wegens locatiespecifieke dispersiekarakteristieken, orografische grensomstandigheden , ongunstige klimaatomstandigheden of grensoverschrijdende bijdragen overeenstemming met de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) of stikstofdioxide niet kan worden bereikt op het in tabel  1 van afdeling 1 van bijlage I genoemde uiterste tijdstip , mag een lidstaat dat tijdstip voor die specifieke zone eenmaal met ten hoogste vijf jaar uitstellen, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1.   Wanneer in een bepaalde zone wegens uitzonderlijke en niet te voorkomen locatiespecifieke dispersiekarakteristieken, orografische grensomstandigheden of grensoverschrijdende bijdragen overeenstemming met de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) of stikstofdioxide niet kan worden bereikt op het in de tabellen  1 en 1 bis van afdeling 1 van bijlage I genoemde uiterste tijdstippen , mag een lidstaat dat tijdstip voor die specifieke zone eenmaal met ten hoogste vijf jaar uitstellen, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

Amendement 105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 1 — punt -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)

de niveaus van verontreinigende stoffen in de lucht in de desbetreffende zone liggen onder de in bijlage I, afdeling 1, tabel 2, vermelde grenswaarden;

Amendement 106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 1 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

voor de zone waarvoor het uitstel zou gaan gelden, wordt overeenkomstig artikel 19, lid  4 , een luchtkwaliteitsplan opgesteld dat aan de vereisten van artikel 19, leden 5 tot en met 7 voldoet;

a)

voor de zone waarvoor het uitstel zou gaan gelden, wordt overeenkomstig artikel 19, lid  -1 , een routekaart inzake luchtkwaliteit opgesteld die aan de vereisten van artikel 19, leden 5 tot en met 7 voldoet;

Amendement 107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 1 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

het in punt a) bedoelde luchtkwaliteitsplan wordt aangevuld met de in punt B van bijlage VIII opgesomde gegevens die verband houden met de betrokken verontreinigende stoffen en toont aan hoe perioden van overschrijding van de grenswaarden zo kort mogelijk zullen worden gehouden;

b)

de in punt a) bedoelde routekaart inzake luchtkwaliteit wordt aangevuld met de in punt B van bijlage VIII opgesomde gegevens die verband houden met de betrokken verontreinigende stoffen alsook jaarlijkse prognoses over de ontwikkeling van de emissies en concentraties in de betrokken zone tot het tijdstip waarop aan de grenswaarden moet worden voldaan, en toont aan hoe de grenswaarden op het nieuwe, uitgestelde uiterste tijdstip voor naleving zullen worden bereikt en perioden van overschrijding van de grenswaarden zo kort mogelijk zullen worden gehouden;

Amendement 108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 1 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

in het in punt a) bedoelde luchtkwaliteitsplan wordt uiteengezet hoe het publiek, en met name gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zullen worden geïnformeerd over de gevolgen van het uitstel voor de gezondheid van de mens en het milieu;

c)

in de in punt a) bedoelde routekaart inzake luchtkwaliteit wordt uiteengezet hoe het publiek, en met name gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, op coherente en bevattelijke wijze zullen worden geïnformeerd over de gevolgen van het uitstel voor de gezondheid van de mens en het milieu;

Amendement 109

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 1 — punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

in het in punt a) bedoelde luchtkwaliteitsplan wordt uiteengezet hoe aanvullende financiering, onder meer via relevante nationale en Uniefinancieringsprogramma’s, zal worden gemobiliseerd om de verbetering van de luchtkwaliteit in de zone waarop het uitstel van toepassing zou zijn, te versnellen.

d)

in de in punt a) bedoelde routekaart inzake luchtkwaliteit wordt uiteengezet hoe aanvullende financiering, onder meer via relevante nationale en Uniefinancieringsprogramma’s – indien in dergelijke financiering is voorzien , zal worden gemobiliseerd om de verbetering van de luchtkwaliteit in de zone waarop het uitstel van toepassing zou zijn, te versnellen.

Amendement 110

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 — lid 2 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer lid 1 volgens een lidstaat van toepassing is, stelt hij de Commissie daarvan in kennis en deelt hij het in lid 1 bedoelde luchtkwaliteitsplan mede alsook alle relevante gegevens die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of aan de aangehaalde reden voor het uitstel en de in dat lid vastgestelde voorwaarden is voldaan. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit in de lidstaten, nu en in de toekomst, van door de lidstaten genomen maatregelen en met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit van maatregelen van de Unie.

Wanneer lid 1 volgens een lidstaat van toepassing is, stelt hij de Commissie daarvan in kennis en deelt hij de in lid 1 bedoelde routekaart inzake luchtkwaliteit mede alsook alle relevante gegevens die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of aan de aangehaalde reden voor het uitstel en de in dat lid vastgestelde voorwaarden is voldaan. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit in de lidstaten, nu en in de toekomst, van door de lidstaten genomen maatregelen en met de geraamde effecten op de luchtkwaliteit van maatregelen van de Unie. Indien uit de overeenkomstig lid 1, punt b), verstrekte jaarlijkse prognoses blijkt dat de in de routekaart inzake luchtkwaliteit vermelde maatregelen ontoereikend zijn om ervoor te zorgen dat de grenswaarde voor de betrokken verontreinigende stof op het uitgestelde uiterste tijdstip voor naleving waarschijnlijk zal worden nageleefd, werken de lidstaten de routekaart inzake luchtkwaliteit bij en herzien zij de daarin vervatte maatregelen om ervoor te zorgen dat de grenswaarde op dat uiterste tijdstip wordt nageleefd.

Amendement 111

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtkwaliteitsplannen

Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit

Amendement 299

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid - 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.     Indien vanaf … [drie maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] in een zone of een territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 de voor het voorgaande jaar geregistreerde niveaus van een verontreinigende stof boven een grenswaarde liggen die uiterlijk op 1 januari 2035 moet worden bereikt zoals vastgesteld in afdeling 1, tabel 1, van bijlage I, of boven een streefwaarde die uiterlijk op 1 januari 2030 moet worden bereikt zoals vastgesteld in afdeling 2, punt B, van bijlage I, stelt de betrokken lidstaat zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding voor de verontreinigende stof is geregistreerd, een routekaart inzake luchtkwaliteit voor die verontreinigende stof op om de respectieve grenswaarden, tussentijdse grenswaarden of streefwaarde voor ozon te bereiken vóór het verstrijken van de termijnen waarbinnen aan de waarden moet worden voldaan.

Indien een lidstaat voor dezelfde verontreinigende stof als bedoeld in de eerste alinea van dit lid een routekaart inzake luchtkwaliteit overeenkomstig die alinea alsook een luchtkwaliteitsplan overeenkomstig lid 1 van dit artikel moet opstellen, mag hij een gecombineerde routekaart inzake luchtkwaliteit overeenkomstig de leden 5, 6 en 7 van dit artikel opstellen en informatie verstrekken over het verwachte effect van maatregelen om aan elke grenswaarde waarop die betrekking heeft te voldoen, zoals vereist in de punten A.5 en A.6 van bijlage VIII. Een dergelijke gecombineerde routekaart inzake luchtkwaliteit bevat passende maatregelen om alle gerelateerde grenswaarden te bereiken en alle perioden van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

Amendement 113

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer het niveau van verontreinigende stoffen in de lucht in bepaalde zones een in afdeling 1 van bijlage I vastgestelde grenswaarde overschrijdt, stellen de lidstaten voor die zones zo snel mogelijk en ten laatste twee jaar na het kalenderjaar waarin die overschrijding van een grenswaarde is geregistreerd luchtkwaliteitsplannen vast. Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om de desbetreffende grenswaarde te bereiken en om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden, en in elk geval korter dan drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is gemeld .

Wanneer het niveau van verontreinigende stoffen in de lucht in bepaalde zones een in afdeling 1 van bijlage I vastgestelde grenswaarde overschrijdt, stellen de lidstaten voor die zones zo snel mogelijk en ten laatste twee jaar na het kalenderjaar waarin die overschrijding van een grenswaarde is geregistreerd luchtkwaliteitsplannen vast. Die luchtkwaliteitsplannen bevatten alle passende en toereikende maatregelen om de desbetreffende grenswaarde te bereiken en om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden, en in elk geval korter dan drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd .

Amendement 114

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer in het derde kalenderjaar na de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan nog steeds grenswaarden worden overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

Wanneer in het derde kalenderjaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd, nog steeds grenswaarden worden overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij , met inbegrip van geactualiseerde gedetailleerde informatie over de stand van uitvoering van de in punt B.1 van bijlage VIII bedoelde richtlijnen en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan één kalenderjaar na de actualisering van het luchtkwaliteitsplan .

Amendement 115

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 2 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 de niveaus van verontreinigende stoffen in de lucht de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde streefwaarde voor ozon overschrijden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de streefwaarde voor ozon is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om de streefwaarde voor ozon te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 de niveaus van verontreinigende stoffen in de lucht de in afdeling 2 van bijlage I vastgestelde streefwaarde voor ozon overschrijden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de streefwaarde voor ozon is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende en toereikende maatregelen om de streefwaarde voor ozon te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden , en in elk geval korter dan vijf jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd .

Amendement 116

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 2 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de streefwaarde voor ozon in het vijfde kalenderjaar na de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan nog steeds wordt overschreden in de desbetreffende territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 , werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

Wanneer de streefwaarde voor ozon in het derde kalenderjaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd, nog steeds wordt overschreden in de desbetreffende territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 , werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan twee kalenderjaren na de actualisering van het luchtkwaliteitsplan .

Amendement 117

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 2 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 waar de streefwaarde voor ozon wordt overschreden, zorgen de lidstaten ervoor dat het desbetreffende nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn (EU) 2016/2284 is opgesteld, maatregelen bevat om die overschrijdingen aan te pakken.

Voor territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 waar de streefwaarde voor ozon wordt overschreden, zorgen de lidstaten ervoor dat het desbetreffende nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging dat overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn (EU) 2016/2284 is opgesteld, maatregelen bevat om die overschrijdingen aan te pakken.

Amendement 118

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 3 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting wordt overschreden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

Wanneer in een bepaalde territoriale eenheid op het niveau NUTS 2 de in afdeling 5 van bijlage I vastgestelde gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting wordt overschreden, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding van de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting is geregistreerd, luchtkwaliteitsplannen op voor die territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 . Die luchtkwaliteitsplannen bevatten passende en toereikende maatregelen om de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting te bereiken en de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan drie jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd .

Amendement 119

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 3 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting in het vijfde kalenderjaar na de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan nog steeds wordt overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

Wanneer gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting in het derde kalenderjaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding is geregistreerd, nog steeds wordt overschreden, werken de lidstaten het luchtkwaliteitsplan en de daarin vervatte maatregelen bij , met inbegrip van geactualiseerde gedetailleerde informatie over de stand van uitvoering van de in punt B.1 van bijlage VIII bedoelde richtlijnen en nemen zij in het daaropvolgende kalenderjaar aanvullende en doeltreffendere maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden en in geen geval langer dan één kalenderjaar na de actualisering van het luchtkwaliteitsplan .

Amendement 120

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.     Indien vanaf [datum invoegen: twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] tot en met 31 december 2029 in een zone of een territoriale eenheid op het niveau NUTS 1 de niveaus van verontreinigende stoffen boven een grenswaarde liggen die uiterlijk op 1 januari 2030 moet worden bereikt zoals vastgesteld in tabel 1 van afdeling 1 van bijlage I, stellen de lidstaten zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin de overschrijding is geregistreerd, een luchtkwaliteitsplan voor de betrokken verontreinigende stof op om de respectieve grenswaarden of streefwaarde voor ozon te bereiken vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen aan de waarden moet worden voldaan.

Schrappen

Indien de lidstaten voor dezelfde verontreinigende stof overeenkomstig dit lid alsook overeenkomstig artikel 19, lid 1, een luchtkwaliteitsplan moeten opstellen, mogen zij een gecombineerd luchtkwaliteitsplan opstellen overeenkomstig artikel 19, leden 5, 6 en 7, en informatie verstrekken over het verwachte effect van maatregelen om aan elke grenswaarde waarop het betrekking heeft te voldoen, zoals vereist in de punten 5 en 6 van bijlage VIII. Gecombineerde luchtkwaliteitsplannen bevatten passende maatregelen om alle gerelateerde grenswaarden te bereiken en alle perioden van overschrijding zo kort mogelijk te houden.

 

Amendement 121

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtkwaliteitsplannen bevatten ten minste de volgende gegevens:

Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit bevatten ten minste de volgende gegevens:

Amendement 122

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

informatie als bedoeld in punt B.1 van bijlage VIII, en met name de maatregelen die zijn opgenomen in het nationale programma ter beheersing van luchtverontreiniging (NAPCP);

Amendement 123

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 1 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

in voorkomend geval, gegevens over de in punt B.2 van bijlage VIII opgenomen bestrijdingsmaatregelen.

c)

gegevens over de in punt B.2 van bijlage VIII opgenomen bestrijdingsmaatregelen.

Amendement 124

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten overwegen om maatregelen zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, en maatregelen die gericht zijn op de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen zoals kinderen in hun luchtkwaliteitsplannen op te nemen .

De lidstaten nemen maatregelen zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, en maatregelen die gericht zijn op de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen zoals kinderen in hun luchtkwaliteitsplannen en route kaarten inzake luchtkwaliteit op .

Amendement 125

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat de betrokken verontreinigende stoffen betreft, beoordelen de lidstaten bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen het risico dat de respectieve alarmdrempels worden overschreden. Die analyse wordt in voorkomend geval voor het opstellen van kortetermijnactieplannen gebruikt.

Wat de betrokken verontreinigende stoffen betreft, beoordelen de lidstaten bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit het risico dat de respectieve alarmdrempels worden overschreden. Die analyse wordt in voorkomend geval voor het opstellen van kortetermijnactieplannen gebruikt.

Amendement 126

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer voor verscheidene verontreinigende stoffen of luchtkwaliteitsnormen een luchtkwaliteitsplan wordt vastgesteld, stellen de lidstaten, waar passend, geïntegreerde luchtkwaliteitsplannen vast voor alle betrokken verontreinigende stoffen en luchtkwaliteitsnormen.

Wanneer voor verscheidene verontreinigende stoffen of luchtkwaliteitsnormen een luchtkwaliteitsplan of een routekaart inzake luchtkwaliteit wordt vastgesteld, stellen de lidstaten, waar passend, geïntegreerde luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit vast voor alle betrokken verontreinigende stoffen en luchtkwaliteitsnormen.

Amendement 127

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 — alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen, voor zover uitvoerbaar, voor samenhang van hun luchtkwaliteitsplannen met andere plannen die een aanzienlijk effect op de luchtkwaliteit hebben, waaronder de plannen die vereist zijn krachtens Richtlijn 2010/75/ EU van het Europees Parlement en de Raad (50), Richtlijn (EU) 2016/2284 en Richtlijn 2002/49/EG en krachtens de wetgeving inzake klimaat, energie, transport en landbouw.

De lidstaten zorgen, voor zover uitvoerbaar, voor samenhang van hun luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit met andere plannen die een aanzienlijk effect op de luchtkwaliteit hebben, waaronder de plannen die vereist zijn krachtens Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (50), Richtlijn (EU) 2016/2284 en Richtlijn 2002/49/EG en krachtens de wetgeving inzake klimaat , bescherming van de biodiversiteit , energie, transport en landbouw.

Amendement 128

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.     Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie in het kader van het instrument voor technische ondersteuning bijstand en technische expertise verlenen ter ondersteuning van beleid en maatregelen inzake luchtkwaliteit in de betrokken lidstaat.

Amendement 129

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 6 — alinea - 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat het ontwerp van het luchtkwaliteitsplan of het ontwerp van de routekaart inzake luchtkwaliteit met de krachtens de punten A en B van bijlage VIII vereiste minimale informatie voordat de termijn voor het ontvangen van opmerkingen van het publiek aanvangt, kosteloos en zonder dat de toegang wordt beperkt tot geregistreerde gebruikers op het internet en zo nodig via andere, niet-digitale communicatiekanalen beschikbaar wordt gesteld voor het publiek. De lidstaten kunnen ook het volgende kosteloos en zonder dat de toegang wordt beperkt tot geregistreerde gebruikers op het internet en zo nodig via andere, niet-digitale communicatiekanalen beschikbaar stellen:

 

a)

informatie over de methoden die zijn gebruikt om het geraamde effect van het luchtkwaliteitsplan of de routekaart inzake luchtkwaliteit te beoordelen overeenkomstig punt B bis van bijlage VIII en informatie die is gebruikt voor de opstelling van het ontwerp van het luchtkwaliteitsplan of het ontwerp van de routekaart inzake luchtkwaliteit;

 

b)

een niet-technische samenvatting van de in deze alinea bedoelde informatie.

Amendement 130

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 6 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten raadplegen het publiek, overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (59), en de bevoegde autoriteiten die op grond van hun verantwoordelijkheden op het gebied van luchtverontreiniging en luchtkwaliteit waarschijnlijk bij de uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen betrokken zullen zijn, over ontwerpluchtkwaliteitsplannen en alle belangrijke bijwerkingen van luchtkwaliteitsplannen voordat deze worden afgerond.

De lidstaten raadplegen het publiek, overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (59), en de bevoegde autoriteiten die op grond van hun verantwoordelijkheden op het gebied van luchtverontreiniging en luchtkwaliteit waarschijnlijk bij de uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit betrokken zullen zijn, over ontwerpluchtkwaliteitsplannen en ontwerproutekaarten voor de luchtkwaliteit en alle belangrijke bijwerkingen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit voordat deze worden afgerond.

Amendement 131

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 6 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen zorgen de lidstaten ervoor dat belanghebbenden wier activiteiten aan de overschrijdingen bijdragen, worden aangemoedigd om maatregelen voor te stellen die zij kunnen nemen om een einde te helpen maken aan de overschrijdingen, en dat niet-gouvernementele organisaties, zoals milieuorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de relevante vakverenigingen aan die raadplegingen mogen deelnemen .

De lidstaten moedigen de actieve participatie van alle betrokken partijen bij de uitvoering van deze richtlijn aan, met name bij de opstelling, de herziening en de actualisering van de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit. Bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit zorgen de lidstaten ervoor dat belanghebbenden wier activiteiten aan de overschrijdingen bijdragen, worden aangemoedigd om maatregelen voor te stellen die zij kunnen nemen om een einde te helpen maken aan de overschrijdingen, en dat niet-gouvernementele organisaties, zoals milieu- en gezondheidsorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen , met inbegrip van gezondheidswerkers, en de relevante vakverenigingen worden aangemoedigd om aan die raadplegingen deel te nemen. De lidstaten zorgen ervoor dat de relevante belanghebbenden en de burgers naar behoren worden geïnformeerd over de specifieke bronnen en luchtverontreinigende stoffen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit en over de relevante maatregelen ter beperking van de luchtverontreiniging die bestaan en op de markt beschikbaar zijn.

Amendement 132

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Luchtkwaliteitsplannen worden binnen twee maanden na de vaststelling ervan aan de Commissie meegedeeld.

7.   Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit worden binnen twee maanden na de vaststelling ervan aan de Commissie meegedeeld.

Amendement 133

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.     De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een model vast met het formaat en de structuur van de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement 134

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 ter.     De Commissie kan richtsnoeren opstellen voor de opstelling, uitvoering en herziening van luchtkwaliteitsplannen en, indien van toepassing, de routekaarten inzake luchtkwaliteit.

Amendement 135

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 — lid 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 quater.     De Commissie faciliteert de opstelling en uitvoering van de luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit zo nodig door goede praktijken uit te wisselen.

Amendement 136

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer evenwel een risico bestaat dat de alarmdrempel voor ozon zal worden overschreden, mogen de lidstaten ervan afzien dergelijke kortetermijnactieplannen op te stellen indien er, rekening houdend met de nationale geografische, meteorologische en economische omstandigheden, geen substantiële mogelijkheden bestaan om het risico, de duur of de ernst van een dergelijke overschrijding te verminderen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement 137

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 1 — alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Om burgers te informeren over slechte luchtkwaliteit en de gevolgen daarvan, stellen de bevoegde autoriteiten verplicht dat er permanent bevattelijke informatie wordt getoond over symptomen die in verband worden gebracht met luchtverontreigingspieken en over gedrag om de blootstelling aan luchtverontreiniging in de omgeving van gemeenschappen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen te verminderen.

Amendement 138

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde kortetermijnactieplannen kunnen de lidstaten, naar gelang van het geval, voorzien in effectieve maatregelen om activiteiten die bijdragen tot het risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels, te beheersen en indien nodig tijdelijk op te schorten. Afhankelijk van het aandeel van de belangrijkste bronnen van verontreiniging aan de aan te pakken overschrijdingen, kunnen die kortetermijnactieplannen eventueel maatregelen ten aanzien van vervoer, bouwwerkzaamheden, industriële installaties en het gebruik van producten en de verwarming van woningen behelzen . In het kader van deze plannen worden ook specifieke acties voor de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals kinderen, in overweging genomen.

2.   Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde kortetermijnactieplannen kunnen de lidstaten, naar gelang van het geval, voorzien in effectieve maatregelen om activiteiten die bijdragen tot het risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels, te beheersen en indien nodig tijdelijk op te schorten. De lidstaten houden ook rekening met de lijst van maatregelen in bijlage VIII bis voor hun kortetermijnactieplannen en overwegen, afhankelijk van het aandeel van de belangrijkste bronnen van verontreiniging aan de aan te pakken overschrijdingen, ten minste de opname van maatregelen ten aanzien van vervoer, bouwwerkzaamheden, industriële installaties en het gebruik van producten en de verwarming van woningen. In het kader van deze plannen worden ook specifieke acties voor de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals kinderen, in overweging genomen.

Amendement 139

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     De lidstaten kunnen de Commissie verzoeken technische bijstand en ondersteuning te verlenen bij het opstellen van de kortetermijnactieplannen.

Amendement 140

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Wanneer de lidstaten een kortetermijnactieplan hebben opgesteld, stellen zij de resultaten van hun onderzoeken betreffende de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsmede gegevens over de uitvoering van die plannen, beschikbaar voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties zoals milieuorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen.

4.   Wanneer de lidstaten een kortetermijnactieplan hebben opgesteld, stellen zij de resultaten van hun onderzoeken betreffende de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsmede gegevens over de uitvoering van die plannen, beschikbaar voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties zoals milieu- en gezondheidsorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen , gezondheidswerkers , andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen.

Amendement 141

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.     De lidstaten maken gebruik van modellering en prognoses om het risico te identificeren dat de niveaus van verontreinigende stoffen een of meer alarmdrempels zullen overschrijden en zorgen ervoor dat noodmaatregelen in werking treden kort nadat een risico van overschrijding wordt voorspeld, teneinde een dergelijke overschrijding te voorkomen.

Amendement 142

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 — lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.     De Commissie kan richtsnoeren opstellen met beste praktijken voor het opstellen van kortetermijnactieplannen, met voorbeelden van beste praktijken voor de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, waaronder kinderen. Die voorbeelden worden regelmatig bijgewerkt. De Commissie bevordert de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten via het EU Clean Air Forum.

Amendement 143

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De betrokken lidstaten werken samen om de bronnen van de luchtverontreiniging op te sporen en de maatregelen om die bronnen aan te pakken te bepalen en zij ontplooien gezamenlijke activiteiten, zoals het opstellen van gezamenlijke of gecoördineerde luchtkwaliteitsplannen overeenkomstig artikel 19, teneinde zulke overschrijdingen op te heffen.

De betrokken lidstaten werken op nationaal, regionaal en lokaal niveau samen , onder meer door gezamenlijke teams van deskundigen op te zetten, om de bronnen van de luchtverontreiniging op te sporen , vast te stellen welk aandeel verontreiniging uit elk land afkomstig is en de maatregelen om die bronnen afzonderlijk en gezamenlijk aan te pakken te bepalen, en zij ontplooien gezamenlijke activiteiten, zoals het opstellen van gezamenlijke of gecoördineerde luchtkwaliteitsplannen overeenkomstig artikel 19, teneinde zulke overschrijdingen op te heffen.

Amendement 144

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 — lid 1 — alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De betrokken lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de situatie en de genomen maatregelen.

Amendement 145

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 — lid 1 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten reageren tijdig en uiterlijk drie maanden nadat een andere lidstaat hen overeenkomstig de eerste alinea in kennis heeft gesteld.

De lidstaten reageren tijdig en uiterlijk twee maanden nadat een andere lidstaat hen overeenkomstig de eerste alinea in kennis heeft gesteld.

Amendement 146

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De Commissie wordt in kennis gesteld van en uitgenodigd om aanwezig te zijn bij en haar medewerking te verlenen aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde samenwerkingsactiviteiten. Indien opportuun onderzoekt de Commissie, rekening houdend met de uit hoofde van artikel 11 van Richtlijn (EU) 2016/2284 opgestelde verslagen, of op het niveau van de Unie nadere actie moet worden ondernomen om de voor de grensoverschrijdende verontreiniging verantwoordelijke uitstoot van precursoren te verminderen.

2.   De Commissie wordt in kennis gesteld van en uitgenodigd om aanwezig te zijn bij, haar medewerking te verlenen aan en toezicht te houden op de in lid 1 van dit artikel bedoelde samenwerkingsactiviteiten. De Commissie kan ook in samenwerking met de betrokken lidstaten werkplannen opstellen voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Indien opportuun onderzoekt de Commissie, rekening houdend met de uit hoofde van artikel 11 van Richtlijn (EU) 2016/2284 opgestelde verslagen, of op het niveau van de Unie nadere actie moet worden ondernomen om de voor de grensoverschrijdende verontreiniging verantwoordelijke uitstoot van precursoren te verminderen.

Amendement 147

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Wanneer een lidstaat gerechtelijke stappen onderneemt wegens schending van de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen als bedoeld in artikel 29 die in een andere lidstaat luchtverontreiniging hebben veroorzaakt, werken de lidstaten op efficiënte wijze samen.

Amendement 148

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten zorgen ervoor, dat de bevolking alsook belanghebbende organisaties, zoals milieuorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen, andere bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen adequaat en tijdig het volgende wordt meegedeeld:

1.   De lidstaten zorgen ervoor, dat de bevolking alsook belanghebbende organisaties, zoals milieu- en gezondheidsorganisaties , consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen behartigen , gezondheidswerkers , andere bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen adequaat en tijdig het volgende wordt meegedeeld:

Amendement 149

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de luchtkwaliteit, overeenkomstig de punten 1 en 3 van bijlage IX;

a)

de luchtkwaliteit, overeenkomstig bijlage IX;

Amendement 150

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

een geconstateerd gebrek aan gegevens van bemonsteringspunten, met name met betrekking tot de in punt 1, a) en b), van bijlage IX bedoelde gegevens;

Amendement 151

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de in artikel 19 bedoelde luchtkwaliteitsplannen;

c)

de in artikel 19 bedoelde luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit ;

Amendement 152

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

de in artikel 20 bedoelde kortetermijnactieplannen;

d)

de overeenkomstig artikel 20 opgestelde kortetermijnactieplannen;

Amendement 153

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)

een overzicht van de bronnen van luchtverontreiniging en luchtverontreinigende stoffen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit in een betrokken lidstaat;

Amendement 154

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d ter)

aan de Commissie overgelegde documentatie in verband met door natuurlijke bronnen veroorzaakte overschrijdingen als bedoeld in artikel 16, lid 2;

Amendement 155

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d quater)

documentatie over de keuze van de locaties als bedoeld in bijlage IV, punt D;

Amendement 156

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 1 — punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

de gevolgen van overschrijdingen van grenswaarden, streefwaarden voor ozon, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, informatiedrempels en alarmdrempels, in een beknopte beoordeling; de beknopte beoordeling omvat in voorkomend geval nadere gegevens en beoordelingen met betrekking tot de bosbescherming, evenals gegevens over verontreinigende stoffen die onder artikel 10 en bijlage VII vallen.

e)

de gevolgen van overschrijdingen van grenswaarden, streefwaarden voor ozon, gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen, gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen, informatiedrempels en alarmdrempels, in een beknopte beoordeling; de beknopte beoordeling omvat in voorkomend geval nadere gegevens en beoordelingen met betrekking tot de bosbescherming, evenals gegevens over verontreinigende stoffen die onder artikel 10 en bijlage VII vallen.

Amendement 157

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De lidstaten voorzien in een luchtkwaliteitsindex die betrekking heeft op zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon, maken die index openbaar toegankelijk en werken hem elk uur bij . In de luchtkwaliteitsindex wordt rekening gehouden met de aanbevelingen van de WHO en wordt voortgebouwd op de luchtkwaliteitsindexen op Europese schaal die door het Europees Milieuagentschap worden verstrekt.

2.   De lidstaten voorzien in een luchtkwaliteitsindex die betrekking heeft op zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5 ) en ozon, maken die index op coherente en bevattelijke wijze openbaar toegankelijk en werken hem elk uur bij , en zorgen ervoor dat er op alle stations voldoende realtimegegevens beschikbaar zijn. De luchtkwaliteitsindex is vergelijkbaar in alle lidstaten, volgt de meest actuele aanbevelingen van de WHO en is gebaseerd op de luchtkwaliteitsindexen op Europese schaal die door het Europees Milieuagentschap worden verstrekt. De luchtkwaliteitsindex gaat vergezeld van informatie over de aan elke verontreinigende stof verbonden gezondheidsrisico’s, waaronder informatie die is toegesneden op gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen.

Amendement 158

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Uiterlijk [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast om deze richtlijn aan te vullen door te specificeren hoe de luchtkwaliteitsindex moet worden berekend en gepresenteerd en om het formaat en de structuur van de aan het publiek verstrekte informatie te specificeren.

Amendement 159

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.     De lidstaten bevorderen het tonen van informatie over symptomen die in verband worden gebracht met luchtverontreigingspieken en over vermindering van blootstelling aan luchtverontreiniging en beschermend gedrag in gebouwen die worden bezocht door gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, zoals gezondheidszorginstellingen.

Amendement 160

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De lidstaten delen aan de bevolking mee welke bevoegde autoriteiten of organen met de in artikel 5 bedoelde taken zijn belast.

3.   De lidstaten delen aan de bevolking mee welke bevoegde autoriteiten of organen met de in artikel 5 bedoelde taken zijn belast en welke bevoegde autoriteit of instantie de overeenkomstig artikel 9 en bijlage IV ingerichte bemonsteringspunten beheert .

Amendement 161

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De in dit artikel bedoelde gegevens worden kosteloos ter beschikking van het publiek gesteld via algemeen toegankelijke media en communicatiekanalen overeenkomstig Richtlijn 2007/2/EG (60) en Richtlijn (EU) 2019/1024 (61) van het Europees Parlement en de Raad.

4.   De in dit artikel bedoelde gegevens worden kosteloos en op coherente en bevattelijke wijze ter beschikking van het publiek gesteld via algemeen toegankelijke media en communicatiekanalen overeenkomstig Richtlijn 2007/2/EG (60) en Richtlijn (EU) 2019/1024 (61) van het Europees Parlement en de Raad , waarbij ervoor wordt gezorgd dat een zo groot mogelijk publiek wordt bereikt .

Amendement 162

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 — lid 2 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Met het oog op het toetsen aan de grenswaarden, de streefwaarden voor ozon, de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen en de kritieke niveaus, worden de in lid 1 bedoelde gegevens uiterlijk vier maanden na het einde van elk jaar ter beschikking van de Commissie gesteld en bevatten zij:

2.   Met het oog op het toetsen aan de grenswaarden, de streefwaarden voor ozon, de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen , de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen en de kritieke niveaus, worden de in lid 1 bedoelde gegevens uiterlijk vier maanden na het einde van elk jaar ter beschikking van de Commissie gesteld en bevatten zij:

Amendement 163

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 — lid 2 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de wijzigingen die dat jaar zijn aangebracht in de uit hoofde van artikel 6 opgestelde lijst en afbakening van zones of territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 ;

a)

de wijzigingen die dat jaar zijn aangebracht in de uit hoofde van artikel 6 opgestelde lijst en afbakening van zones of territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 ;

Amendement 164

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 — lid 2 — punt b — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de lijst van zones en territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 en de beoordeelde niveaus van verontreinigende stoffen. Voor zones waarin de niveaus van een of meer verontreinigende stoffen hoger zijn dan de grenswaarden of kritieke niveaus en voor territoriale eenheden op het niveau NUTS 1 waar de niveaus van een of meer verontreinigende stoffen hoger zijn dan de streefwaarden of gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen :

b)

de lijst van zones en territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 en de beoordeelde niveaus van verontreinigende stoffen. Voor zones waarin de niveaus van een of meer verontreinigende stoffen hoger zijn dan de grenswaarden of kritieke niveaus en voor territoriale eenheden op het niveau NUTS 2 waar de niveaus van een of meer verontreinigende stoffen hoger zijn dan de streefwaarden of gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstellingen :

Amendement 165

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De in artikel 24 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] .

2.   De in artikel  22, lid 2 bis, artikel  24 en artikel 29, lid 3 bis, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] . De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement 166

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 24 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel  22, lid 2 bis, artikel  24 en artikel 29, lid 3 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement 167

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 — lid 5 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een overeenkomstig artikel 24 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden verlengd.

Een overeenkomstig artikel  22, lid 2 bis, artikel  24 en artikel 29, lid 3 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden verlengd.

Amendement 168

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat, overeenkomstig hun nationale rechtsstelsel, de leden van het betrokken publiek in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van elk besluit, handelen of nalaten met betrekking tot de in artikel 19 bedoelde luchtkwaliteitsplannen en de in artikel 20 bedoelde kortetermijnactieplannen van de lidstaat aan te vechten, mits aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:

De lidstaten zorgen ervoor dat, overeenkomstig hun nationale rechtsstelsel, de betrokken leden van het publiek in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van elk besluit, handelen of nalaten van de lidstaten, onder meer, maar niet uitsluitend, betreffende de indeling van zones uit hoofde van artikel 7, het netwerkontwerp, de locatie en de verplaatsing van bemonsteringspunten overeenkomstig artikel 9, met betrekking tot de in artikel 19 bedoelde luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit en de in artikel 20 bedoelde kortetermijnactieplannen van de lidstaat aan te vechten, mits aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement 169

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 — lid 1 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het belang van een niet-gouvernementele organisatie die deel uitmaakt van het betrokken publiek, wordt geacht voldoende te zijn in de zin van de eerste alinea, punt a). Tevens worden die organisaties geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van lid 1, punt b).

Het belang van een natuurlijke persoon die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van overschrijdingen van luchtkwaliteitsnormen of die belang heeft bij de besluitvormingsprocedures met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en van een niet-gouvernementele organisatie, die beide deel uitmaken van het betrokken publiek, wordt geacht voldoende te zijn in de zin van de eerste alinea, punt a). Tevens worden die natuurlijke personen en organisaties geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt in de zin van lid 1, punt b).

Amendement 170

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het recht om deel te nemen aan de beroepsprocedure is niet afhankelijk van de rol die het lid van het betrokken publiek heeft gespeeld tijdens een inspraakfase van de besluitvormingsprocedures met betrekking tot artikel 19 of 20 .

2.   Het recht om deel te nemen aan de beroepsprocedure is niet afhankelijk van de rol die het lid van het betrokken publiek heeft gespeeld tijdens een inspraakfase van de besluitvormingsprocedures uit hoofde van deze richtlijn .

Amendement 171

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke personen die gezondheidsschade lijden als gevolg van een schending van artikel 19, leden 1 tot en met 4, artikel 20, leden 1 en 2, artikel 21, lid 1, tweede alinea, en artikel 21, lid 3, van deze richtlijn door de bevoegde autoriteiten, recht hebben op schadevergoeding overeenkomstig dit artikel.

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat natuurlijke personen die gezondheidsschade lijden als gevolg van een schending van deze richtlijn, met inbegrip van, maar niet beperkt tot artikel 13, artikel 19, leden 1 tot en met 4, artikel 20, leden 1 en 2, artikel 21, lid 1, tweede alinea, en artikel 21, lid 3, van deze richtlijn door een nalatigheid, besluit, handeling of vertraging van een besluit of handeling van de bevoegde autoriteiten, recht hebben op schadevergoeding overeenkomstig dit artikel.

Amendement 172

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu en die aan alle eisen krachtens het nationaal recht voldoen , natuurlijke personen zoals bedoeld in lid 1 mogen vertegenwoordigen en collectieve vorderingen voor schadevergoeding mogen instellen. De vereisten van artikel 10 en artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/1828 zijn van overeenkomstige toepassing op dergelijke collectieve acties.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu, natuurlijke personen zoals bedoeld in lid 1 mogen vertegenwoordigen en collectieve vorderingen voor schadevergoeding mogen instellen. De vereisten van artikel 10 en artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/1828 zijn van overeenkomstige toepassing op dergelijke collectieve acties.

Amendement 173

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 4 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een schadevordering wordt gestaafd met bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de in lid 1 bedoelde schending de meest plausibele verklaring is voor het ontstaan van de schade bij die persoon , wordt het oorzakelijke verband tussen de schending en het ontstaan van de schade voorondersteld.

Wanneer een schadevordering wordt gestaafd met bewijsmateriaal , waaronder relevante wetenschappelijke gegevens, op grond waarvan kan worden voorondersteld dat de in lid 1 bedoelde schending de schade bij die persoon heeft veroorzaakt of tot deze schade heeft bijgedragen , wordt het oorzakelijke verband tussen de schending en het ontstaan van de schade voorondersteld.

Amendement 174

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 4 — alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat een rechtbank of administratieve autoriteit, indien de eiser redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter onderbouwing van een vordering tot schadevergoeding overeenkomstig lid 1 en redelijkerwijs heeft aangetoond dat de verwerende overheidsinstantie of een derde over aanvullend bewijsmateriaal beschikt, op verzoek van de eiser kan bevelen dat de verwerende overheidsinstantie of de derde dat bewijsmateriaal bekendmaakt overeenkomstig nationaal procesrecht en onverminderd de toepasselijke Unie- en nationale regels inzake vertrouwelijkheid en proportionaliteit.

Amendement 175

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 4 — alinea 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De verwerende overheidsinstantie wordt verondersteld deze richtlijn te schenden indien zij niet voldoet aan de verplichting om het opgevraagde bewijsmateriaal waarover zij beschikt overeenkomstig dit lid bekend te maken.

Amendement 176

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.     Voor toepassing van dit artikel worden onder “relevante wetenschappelijke gegevens” statistische, epidemiologische en andere gegevens verstaan die een statistisch significant oorzakelijk verband aantonen tussen bepaalde vormen van verontreiniging en bepaalde gezondheidsproblemen.

Amendement 177

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 — lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat de verjaringstermijnen voor het instellen van vorderingen voor schadevergoeding zoals bedoeld in lid 1 niet korter zijn dan vijf jaar. Dergelijke perioden beginnen pas te lopen wanneer de schending is beëindigd en de persoon die schadevergoeding eist, weet, of redelijkerwijs geacht kan worden te weten, dat hij of zij schade heeft geleden als gevolg van een schending zoals bedoeld in lid 1.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat de verjaringstermijnen voor het instellen van vorderingen voor schadevergoeding zoals bedoeld in lid 1 niet korter zijn dan tien jaar. Dergelijke perioden beginnen pas te lopen wanneer de schending is beëindigd en de persoon die schadevergoeding eist, weet, of redelijkerwijs geacht kan worden te weten, dat hij of zij schade heeft geleden als gevolg van een schending zoals bedoeld in lid 1.

Amendement 178

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 — lid 3 — punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

de werkelijke of geraamde economische voordelen die uit die schending voortvloeien;

Amendement 179

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 — lid 3 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de bevolking, met inbegrip van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, of het milieu die/dat door de schending is getroffen, rekening houdend met de doelstelling om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu te bereiken;

c)

de bevolking, met inbegrip van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, of het milieu die/dat door de schending is getroffen, en de veroorzaakte schade, rekening houdend met de doelstelling om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu te bereiken;

Amendement 180

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 — lid 3 — punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

of de schending herhaaldelijk of eenmalig heeft plaatsgevonden.

d)

of de schending herhaaldelijk of eenmalig heeft plaatsgevonden , met inbegrip van de eventuele oplegging van een waarschuwing of een bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie .

Amendement 181

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast om deze richtlijn aan te vullen door gemeenschappelijke criteria vast te stellen voor de bepaling van het bedrag van de in lid 1 van dit artikel bedoelde sancties.

Amendement 182

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 — lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.     De lidstaten zorgen ervoor dat de inkomsten uit de in lid 1 van dit artikel bedoelde sancties bij voorrang worden gebruikt voor de financiering van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. De lidstaten maken informatie over het gebruik van deze inkomsten openbaar. Onverminderd artikel 28 mogen inkomsten uit sancties niet worden gebruikt voor het doel van dat artikel.

Amendement 183

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 — lid 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [datum invoegen: twee jaar na de inwerkingtreding] aan de artikelen 1, 2 en 3, artikel 4, punten 2, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 22, 24 tot en met 30, 36, 37, 38 en 39, de artikelen 5 tot en met 12, artikel 13, leden 1, 2, 3, 6 en 7, artikel 15, artikel 16, leden 1 en 2, de artikelen 17 tot en met  21, artikel 22, leden 1, 2 en 4, de artikelen 23 tot en met 29 en de bijlage I tot en met IX te voldoen.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [datum invoegen: 18 maanden na de inwerkingtreding] aan de artikelen 1, 2 en 3, artikel 4, punten 2, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 22, 24 tot en met 30, 36, 37, 38 en 39, de artikelen 5 tot en met 12, artikel 13, leden 1, 2, 3, 6 en 7, artikel 15, artikel 16, leden 1 en 2, de artikelen 17 , 18, 20 en  21, artikel 22, leden 1, 2 en 4, de artikelen 23 tot en met 29 en de bijlage I tot en met IX te voldoen.

Amendement 184

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] aan artikel 19 te voldoen.

Amendementen 300 en 330

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tabel 1 — Grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens die uiterlijk op 1 januari 2030 moeten zijn bereikt

Tabel 1 — Grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens die uiterlijk op 1 januari 2035 moeten zijn bereikt

Amendement 185

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Middelingstijd

Grenswaarde

PM2,5

1 dag

25 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

10 μg/m3

PM10

1 dag

45 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

1 uur

200 μg/m3

mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden

1 dag

50 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

1 uur

350 μg/m3

mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden

1 dag

50 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Benzeen

Kalenderjaar

3,4 μg/m3

Koolmonoxide (CO)

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (2)

10 mg/m3

1 dag

4 mg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Lood (Pb)

Kalenderjaar

0,5 μg/m3

Arseen (As)

Kalenderjaar

6,0 ng/m3

Cadmium (Cd)

Kalenderjaar

5,0 ng/m3

Nikkel (Ni)

Kalenderjaar

20 ng/m3

Benzo(a)pyreen

Kalenderjaar

1,0 ng/m3

Amendement

Middelingstijd

Grenswaarde

PM2,5

1 dag

15 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

5 μg/m3

PM10

1 dag

45 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

15 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

1 uur

200 μg/m3

mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden

1 dag

25 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

10 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

1 uur

200 μg/m3

mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden

1 dag

40 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Benzeen

Kalenderjaar

0,17 μg/m3

Koolmonoxide (CO)

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (3)

10 mg/m3

1 dag

4 mg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Lood (Pb)

Kalenderjaar

0,15 μg/m3

Arseen (As)

Kalenderjaar

6,0 ng/m3

Cadmium (Cd)

Kalenderjaar

5,0 ng/m3

Nikkel (Ni)

Kalenderjaar

20 ng/m3

Benzo(a)pyreen

Kalenderjaar

1,0 ng/m3

Amendement 301

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1 bis (nieuw) — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Tabel 1 bis — Tussentijdse grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens die uiterlijk op 1 januari 2030 moeten zijn bereikt

Amendement 302

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 1 — tabel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

Middelingstijd

Grenswaarde

PM2,5

1 dag

25 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

10 μg/m3

PM10

1 dag

45 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

1 uur

200 μg/m3

mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden

1 dag

50 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

1 uur

350 μg/m3

mag niet vaker dan één keer per kalenderjaar worden overschreden

1 dag

50 μg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Kalenderjaar

20 μg/m3

Benzeen

Kalenderjaar

3,4  μg/m3

Koolmonoxide (CO)

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag  (4)

10 mg/m3

1 dag

4 mg/m3

mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden

Lood (Pb)

Kalenderjaar

0,5  μg/m3

Arseen (As)

Kalenderjaar

6,0 ng/m3

Cadmium (Cd)

Kalenderjaar

5,0 ng/m3

Nikkel (Ni)

Kalenderjaar

20 ng/m3

Benzo(a)pyreen

Kalenderjaar

1,0 ng/m3

Amendement 186

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 2 — punt B — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

B.   Streefwaarden voor ozon

Onderwerp

Middelingstijd

Streefwaarde

Bescherming van de gezondheid van de mens

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (5)

120 μg/m3

mag, gemiddeld over drie jaar, niet vaker dan 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden (6)

Bescherming van het milieu

Mei tot en met juli

AOT40 (berekend op basis van uurwaarden)

18 000  μg/m3 × u gemiddeld over 5 jaar (6)

Amendement

B.   Streefwaarden voor ozon

Onderwerp

Middelingstijd

Streefwaarde

Bescherming van de gezondheid van de mens

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag (7)

110 μg/m3

mag, gemiddeld over drie jaar, niet vaker dan 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden (8)

Bescherming van het milieu

Mei tot en met juli

AOT40 (berekend op basis van uurwaarden)

18 000  μg/m3 × u gemiddeld over 5 jaar (8)

Amendement 187

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 2 — punt C — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

C.   Langetermijndoelstellingen voor ozon (O3)

Onderwerp

Middelingstijd

Langetermijndoelstelling

Bescherming van de gezondheid van de mens

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag gedurende een kalenderjaar

100 μg/m3  (9)

Bescherming van de vegetatie

Mei tot en met juli

AOT40 (berekend op basis van uurwaarden)

6 000  μg/m3 × u

Amendement

Onderwerp

Middelingstijd

Langetermijndoelstelling

Bescherming van de gezondheid van de mens

Hoogste 8-uurgemiddelde van een dag gedurende een kalenderjaar

Piekseizoen

100 μg/m3  (10)

60 μg/m3  (11)

Bescherming van de vegetatie

Mei tot en met juli

AOT40 (berekend op basis van uurwaarden)

6 000  μg/m3 × u

Amendement 188

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 4 — punt A — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

A.

Alarmdrempels voor andere verontreinigende stoffen dan ozon

A.

Alarmdrempels

Amendement 189

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 4 — punt A — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Meting gedurende drie opeenvolgende uren voor zwaveldioxide en stikstofdioxide en gedurende drie opeenvolgende dagen voor PM10 en PM2,5 , op plaatsen die representatief zijn voor de luchtkwaliteit boven minimaal 100 km2 of boven een volledige zone indien deze een kleinere oppervlakte beslaat.

De alarmdrempels worden geactiveerd wanneer de waarden in de volgende tabel gedurende drie opeenvolgende uren voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en ozon gedurende twee opeenvolgende dagen voor PM10 en PM2,5 worden overschreden , op plaatsen die representatief zijn voor de luchtkwaliteit boven minimaal 100 km2 of boven een volledige zone indien deze een kleinere oppervlakte beslaat.

Amendement 190

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 4 — punt A — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Verontreinigende stof

Alarmdrempel

Zwaveldioxide (SO2)

500 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

400 μg/m3

PM2,5

50 μg/m3

PM10

90 μg/m3

Amendement

Verontreinigende stof

Alarmdrempel

Zwaveldioxide (SO2)

200 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

100 μg/m3

PM2,5

50 μg/m3

PM10

90 μg/m3

Ozon (O3)

240 μg/m3

Amendement 191

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 4 — punt B — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

B

Informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon

B

Informatiedrempel

Amendement 192

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 4 — punt B — alinea - 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De informatiedrempels worden geactiveerd wanneer de waarden in de volgende tabel gedurende een periode van 24 uur voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, PM10 en PM2,5 , en gedurende drie opeenvolgende uren voor ozon worden overschreden.

Amendement 193

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 4 — punt B — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Doel

Middelingstijd

Drempel

Informatie

1 uur

180 μg/m3

Alarm

1 uur  (12)

240 μg/m3

Amendement

Verontreinigende stof

Informatiedrempel

Zwaveldioxide (SO2)

40 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

25 μg/m3

PM2,5

15 μg/m3

PM10

45 μg/m3

Ozon (O3)

180 μg/m3

Amendement 194

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 5 — punt A — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in μg/m3 uitgedrukte gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) wordt gebaseerd op metingen op stedelijkeachtergrondlocaties in over het hele grondgebied van de lidstaat verspreide territoriale eenheden op het niveau NUTS  1 . De GBI wordt uitgedrukt als het over drie kalenderjaren berekende voortschrijdend gemiddelde van de jaargemiddelden van de concentraties die op alle overeenkomstig deel B van bijlage III in elke territoriale eenheid op het niveau NUTS  1 ingerichte bemonsteringspunten voor de desbetreffende verontreinigende stof zijn gemeten. De GBI voor een bepaald jaar is de gemiddelde concentratie over dat jaar en de twee voorgaande jaren.

De in μg/m3 uitgedrukte gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) wordt gebaseerd op metingen op alle bemonsteringspunten op stedelijkeachtergrondlocaties in over het hele grondgebied van de lidstaat verspreide territoriale eenheden op het niveau NUTS  2 . De GBI wordt uitgedrukt als het over drie kalenderjaren berekende voortschrijdend gemiddelde van de jaargemiddelden van de concentraties die op alle op het niveau NUTS  2 ingerichte bemonsteringspunten voor de desbetreffende verontreinigende stof zijn gemeten. De GBI voor een bepaald jaar is de gemiddelde concentratie over dat jaar en de twee voorgaande jaren.

Amendement 195

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 5 — punt A — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de lidstaten overschrijdingen vaststellen die aan natuurlijke bronnen toe te schrijven zijn, worden de bijdragen van natuurlijke bronnen afgetrokken voordat de GBI wordt berekend.

Wanneer de lidstaten overschrijdingen vaststellen die aan natuurlijke bronnen toe te schrijven zijn en die zij niet hadden kunnen afwenden , worden de bijdragen van natuurlijke bronnen afgetrokken voordat de GBI wordt berekend.

Amendement 196

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 5 — punt B — alinea 1 — streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

voor PM2,5 , 25 % lager ligt dan de GBI tien jaar eerder, tenzij het al niet hoger ligt dan de in afdeling C vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling voor PM2,5 ;

voor PM2,5 , 25 % lager ligt dan de GBI zeven jaar eerder, tenzij het al niet hoger ligt dan de in afdeling C vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling voor PM2,5 ;

Amendement 197

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — afdeling 5 — punt B — alinea 1 — streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

voor PM2,5 , 25 % lager ligt dan de GBI tien jaar eerder, tenzij het al niet hoger ligt dan de in afdeling C vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling voor PM2,5 ;

voor NO2, 25 % lager ligt dan de GBI zeven jaar eerder, tenzij het al niet hoger ligt dan de in afdeling C vastgestelde gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling voor NO2;

Amendement 303

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II — afdeling 1 — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

AFDELING 1 — BEOORDELINGSDREMPELS VOOR DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID

AFDELING 1 — BEOORDELINGSDREMPELS VOOR DE GRENSWAARDEN VOOR DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID VAN DE MENS DIE UITERLIJK OP 1 JANUARI 2035 MOETEN ZIJN BEREIKT

Amendement 198

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II — afdeling 1 — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Verontreinigende stof

Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd)

PM2,5

5 μg/m3

PM10

15 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

10 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

40 μg/m3 (24-uurgemiddelde) (13)

Benzeen

1,7 μg/m3

Koolmonoxide (CO)

4 mg/m3 (24-uurgemiddelde) (13)

Lood (Pb)

0,25 μg/m3

Arseen (As)

3,0 ng/m3

Cadmium (Cd)

2,5 ng/m3

Nikkel (Ni)

10 ng/m3

Benzo(a)pyreen

0,12 ng/m3

Ozon (O3)

100 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde)(1)

Amendement

Verontreinigende stof

Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd)

PM2,5

3,5 μg/m3

PM10

10,5 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

8 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

24 μg/m3 (24-uurgemiddelde) (14)

Benzeen

0,12 μg/m3

Koolmonoxide (CO)

4 mg/m3 (24-uurgemiddelde) (14)

Lood (Pb)

0,1 μg/m3

Arseen (As)

0,46 ng/m3

Cadmium (Cd)

2,5 ng/m3

Nikkel (Ni)

1,75 ng/m3

Benzo(a)pyreen

0,12 ng/m3

Ozon (O3)

77 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde) (14)

Amendement 304

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II — afdeling 1 bis (nieuw) — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AFDELING 1 BIS — BEOORDELINGSDREMPELS VOOR DE GRENSWAARDEN VOOR DE BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID VAN DE MENS DIE UITERLIJK OP 1 JANUARI 2030 MOETEN ZIJN BEREIKT

Amendement 305

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II — afdeling 1 bis (nieuw) — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

Verontreinigende stof

Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd)

PM2,5

5 μg/m3

PM10

15 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

10 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

40 μg/m3 (24-uurgemiddelde)  (15)

Benzeen

1,7 μg/m3

Koolmonoxide (CO)

4 mg/m3 (24-uurgemiddelde)  (15)

Lood (Pb)

0,25 μg/m3

Arseen (As)

3,0 ng/m3

Cadmium (Cd)

2,5 ng/m3

Nikkel (Ni)

10 ng/m3

Benzo(a)pyreen

0,12 ng/m3

Ozon (O3)

100 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde)  (15)

Amendement 199

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tabel 1 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en alarmdrempels in zones waar vaste metingen de enige bron van gegevens zijn (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon)

Tabel 1 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en informatie- en alarmdrempels in zones waar vaste metingen de enige bron van gegevens zijn (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon)

Amendement 200

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — tabel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Bevolking van de zone (× 1 000 )

Minimumaantal bemonsteringspunten wanneer de concentraties de beoordelingsdrempel overschrijden

NO2, SO2, CO, benzeen

Som PM (16)

Minimum PM10

Minimum PM2,5

Pb, Cd, As, Ni in PM10

Benzo(a)pyreen in PM10

0 — 249

2

4

2

2

1

1

250 — 499

2

4

2

2

1

1

500 — 749

2

4

2

2

1

1

750 — 999

3

4

2

2

2

2

1 000  — 1 499

4

6

2

2

2

2

1 500  — 1 999

5

7

3

3

2

2

2 000  — 2 749

6

8

3

3

2

3

2 750  — 3 749

7

10

4

4

2

3

3 750  — 4 749

8

11

4

4

3

4

4 750  — 5 999

9

13

5

5

4

5

6 000 +

10

15

5

5

5

5

Amendement

Bevolking van de zone (× 1 000 )

Minimumaantal bemonsteringspunten wanneer de concentraties de beoordelingsdrempel overschrijden

NO2, SO2, CO, benzeen

Som PM

Minimum PM10

Minimum PM2,5

Pb, Cd, As, Ni in PM10

Benzo(a)pyreen in PM10

0 — 249

2

4

2

2

1

1

250 — 499

2

4

2

2

1

1

500 — 749

2

4

2

2

1

1

750 — 999

3

4

2

2

2

2

1 000  — 1 499

4

6

2

2

2

2

1 500  — 1 999

5

7

3

3

2

2

2 000  — 2 749

6

8

3

3

2

3

2 750  — 3 749

7

10

4

4

2

3

3 750  — 4 749

8

11

4

4

3

4

4 750  — 5 999

9

13

5

5

4

5

6 000 +

10

15

5

5

5

5

Amendement 201

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — tabel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Bevolking van de zone (× 1 000 )

Minimumaantal bemonsteringspunten indien het aantal bemonsteringspunten met maximaal 50 % wordt verminderd  (17)

< 250

1

< 500

2

< 1 000

2

< 1 500

3

< 2 000

4

< 2 750

5

< 3 750

6

≥ 3 750

1 extra bemonsteringspunt per 2 miljoen inwoners

Amendement

Bevolking van de zone (× 1 000 )

Minimumaantal bemonsteringspunten indien de concentraties de beoordelingsdrempel overschrijden  (18)

< 250

1

< 500

2

< 1 000

2

< 1 500

3

< 2 000

4

< 2 750

5

< 3 750

6

≥ 3 750

1 extra bemonsteringspunt per 2 miljoen inwoners

Amendement 202

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tabel 3 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en alarmdrempels in zones waar een vermindering met 50 % van die metingen wordt toegepast (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon)

Tabel 3 — Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om de naleving te beoordelen van grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en informatie- en alarmdrempels in zones waar een vermindering met 50 % van die metingen wordt toegepast (voor alle verontreinigende stoffen behalve ozon)

Amendement 203

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — tabel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Bevolking van de zone (× 1 000 )

Minimumaantal bemonsteringspunten indien het aantal bemonsteringspunten met maximaal 50 % wordt verminderd

NO2, SO2, CO, benzeen

Som PM (19)

Minimum PM10

Minimum PM2,5

Pb, Cd, As, Ni in PM10

Benzo(a)pyreen in PM10

0 — 249

1

2

1

1

1

1

250 — 499

1

2

1

1

1

1

500 — 749

1

2

1

1

1

1

750 — 999

2

2

1

1

1

1

1 000  — 1 499

2

3

1

1

1

1

1 500  — 1 999

3

4

2

2

1

1

2 000  — 2 749

3

4

2

2

1

2

2 750  — 3 749

4

5

2

2

1

2

3 750  — 4 749

4

6

2

2

2

2

4 750  — 5 999

5

7

3

3

2

3

6 000 +

5

8

3

3

3

3

Amendement

Bevolking van de zone (× 1 000 )

Minimumaantal bemonsteringspunten indien het aantal bemonsteringspunten met maximaal 50 % wordt verminderd

NO2, SO2, CO, benzeen

Som PM

Minimum PM10

Minimum PM2,5

Pb, Cd, As, Ni in PM10

Benzo(a)pyreen in PM10

0 — 249

1

2

1

1

1

1

250 — 499

1

2

1

1

1

1

500 — 749

1

2

1

1

1

1

750 — 999

2

2

1

1

1

1

1 000  — 1 499

2

3

1

1

1

1

1 500  — 1 999

3

4

2

2

1

1

2 000  — 2 749

3

4

2

2

1

2

2 750  — 3 749

4

5

2

2

1

2

3 750  — 4 749

4

6

2

2

2

2

4 750  — 5 999

5

7

3

3

2

3

6 000 +

5

8

3

3

3

3

Amendement 204

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor elke zone omvat het in de tabellen in dit punt vermelde minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen ten minste één bemonsteringspunt op een achtergrondlocatie en één bemonsteringspunt in het gebied met de hoogste concentraties overeenkomstig bijlage IV, punt B , mits hierdoor het aantal bemonsteringspunten niet wordt verhoogd . Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen en koolmonoxide moet dit ten minste één bemonsteringspunt omvatten dat is gericht op het meten van de bijdrage van vervoersemissies. Wanneer echter slechts één bemonsteringspunt vereist is, moet dit zich bevinden in het gebied met de hoogste concentraties waaraan de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden blootgesteld.

Voor elke zone omvat het in de tabellen in dit punt vermelde minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen ten minste één bemonsteringspunt op een achtergrondlocatie en één bemonsteringspunt in luchtverontreinigingshotspots overeenkomstig bijlage IV, punt B. Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen , zwaveldioxide en koolmonoxide moet dit ten minste één bemonsteringspunt omvatten dat is gericht op het meten van de bijdrage van vervoersemissies. Wanneer echter slechts één bemonsteringspunt vereist is, moet dit zich bevinden in het gebied met de hoogste concentraties waaraan de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden blootgesteld.

Amendement 205

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel A — punt 1 — alinea 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen en koolmonoxide mogen voor elke zone het totale aantal bemonsteringspunten op stedelijke achtergrondlocaties en het vereiste totale aantal bemonsteringspunten waar de hoogste concentraties voorkomen, met niet meer dan een factor 2 verschillen. Het aantal bemonsteringspunten voor PM2,5 en stikstofdioxide op de stedelijkeachtergrondlocaties moet aan de voorschriften van punt B voldoen.

Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, benzeen en koolmonoxide mogen voor elke zone het totale aantal bemonsteringspunten op stedelijke achtergrondlocaties en het vereiste totale aantal bemonsteringspunten in luchtverontreinigingshotspots met niet meer dan een factor 2 verschillen. Het aantal bemonsteringspunten voor PM2,5 en stikstofdioxide op de stedelijkeachtergrondlocaties en in luchtverontreinigingshotspots moet aan de voorschriften van punt B voldoen.

Amendement 206

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel B

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

B

Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen om te beoordelen of de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichtingen voor PM2,5 en NO2 met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens worden nageleefd

Schrappen

Voor dit doel wordt voor PM2,5 en NO2 telkens één bemonsteringspunt per NUTS 1-regio zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 en telkens ten minste één bemonsteringspunt per miljoen inwoners berekend aan de hand van stedelijke gebieden met meer dan 100 000 inwoners gebruikt. Deze bemonsteringspunten kunnen samenvallen met de in punt A bedoelde bemonsteringspunten.

 

Amendement 207

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel D — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

D

Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen van ultrafijne deeltjes met hoge concentraties

D

Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen van ultrafijne deeltjes , zwarte koolstof, kwik en ammoniak daar waar waarschijnlijk hoge concentraties zullen voorkomen

Amendement 208

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel D — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ultrafijne deeltjes worden op geselecteerde locaties gemonitord, naast andere luchtverontreinigende stoffen . Bemonsteringspunten voor de monitoring van ultrafijne deeltjes vallen in voorkomend geval samen met de in punt A bedoelde bemonsteringspunten voor zwevende deeltjes of stikstofdioxide en worden gekozen overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Daartoe moet ten minste één bemonsteringspunt per vijf miljoen inwoners worden ingericht op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen. Lidstaten met minder dan vijf miljoen inwoners richten ten minste één vast bemonsteringspunt in op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen.

Aantal concentraties van ultrafijne deeltjes en zwarte koolstof worden op geselecteerde locaties gemonitord, naast andere luchtverontreinigende stoffen, op dezelfde locaties als de in punt A van deze bijlage bedoelde bemonsteringspunten voor zwevende deeltjes of stikstofdioxide en die locaties worden gesitueerd overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Bemonsteringspunten voor de monitoring van ammoniak vallen in voorkomend geval samen met de in punt A van deze bijlage bedoelde bemonsteringspunten voor zwevende deeltjes en worden gekozen overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Bemonsteringspunten voor de monitoring van kwik worden gekozen overeenkomstig punt 3 van bijlage VII. Daartoe moet ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners worden ingericht op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen , ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners op een locatie waar hoge concentraties van zwarte koolstof kunnen voorkomen, ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners op een locatie waar hoge kwikconcentraties kunnen voorkomen, en ten minste één bemonsteringspunt per één miljoen inwoners op een locatie waar hoge ammoniakconcentraties kunnen voorkomen . Lidstaten met minder dan één miljoen inwoners richten ten minste één vast bemonsteringspunt in op een locatie waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes kunnen voorkomen , één bemonsteringspunt op een locatie waar hoge concentraties van zwarte koolstof kunnen voorkomen, één bemonsteringspunt op een locatie waar hoge ammoniakconcentraties kunnen voorkomen, en één bemonsteringspunt op een locatie waar hoge kwikconcentraties kunnen voorkomen .

Amendement 209

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III — deel D — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig artikel 10 ingerichte monitoringsupersites op stedelijkeachtergrond- of plattelandsachtergrondlocaties worden niet in aanmerking genomen om te voldoen aan de hier vastgestelde eisen inzake het minimumaantal bemonsteringspunten voor ultrafijne deeltjes.

Overeenkomstig artikel 10 ingerichte monitoringsupersites op stedelijkeachtergrond- of plattelandsachtergrondlocaties worden niet in aanmerking genomen om te voldoen aan de hier vastgestelde eisen inzake het minimumaantal bemonsteringspunten voor ultrafijne deeltjes , zwarte koolstof en ammoniak .

Amendement 210

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel A — alinea 1 — punt 2 — c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

op de rijbaan van wegen; en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.

c)

op de rijbaan van wegen; en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben of indien er fietspaden voorhanden zijn .

Amendement 211

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — a — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

De bemonsteringspunten met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens moeten zich op een zodanige plaats bevinden dat gegevens worden verkregen over elk van de volgende aspecten:

a)

De bemonsteringspunten met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens moeten zich op een zodanige plaats bevinden dat betrouwbare gegevens worden verkregen over elk van de volgende aspecten:

Amendement 212

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — a — i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)

de concentratieniveaus in de gebieden binnen zones met de hoogste concentraties waaraan de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde(n) niet verwaarloosbaar is;

i)

de concentratieniveaus in de gebieden binnen zones met de hoogste concentraties waaraan de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde(n) niet verwaarloosbaar is , ook in de nabijheid van alle luchtverontreinigingshotspots ;

Amendement 213

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — a — ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)

de concentratieniveaus in andere gebieden binnen de zones die representatief zijn voor de blootstelling van de bevolking als geheel, en

ii)

de concentratieniveaus in andere gebieden binnen de zones die representatief zijn voor de blootstelling van de bevolking als geheel , zowel op stedelijkeachtergrondlocaties als op plattelandsachtergrondlocaties , en

Amendement 214

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

voor stadsverkeer representatieve locaties worden zodanig gekozen dat gegevens worden verkregen over de straten waar de hoogste concentraties voorkomen, rekening houdend met het verkeersvolume (ten minste 10 000 voertuigen per dag of de grootste verkeersdichtheid in de zone), de plaatselijke verspreidingsomstandigheden en het ruimtelijke grondgebruik (bijvoorbeeld in straatcanyons);

Amendement 215

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

stedelijkeachtergrondlocaties moeten zich op een zodanige plaats bevinden dat het verontreinigingsniveau ervan wordt beïnvloed door de geïntegreerde bijdrage van alle bronnen die bovenwinds ten opzichte van het bemonsteringspunt liggen. Het verontreinigingsniveau mag niet door één enkele bron worden overheerst, tenzij een dergelijke situatie typisch is voor een groter stedelijk gebied. Die bemonsteringspunten moeten in het algemeen representatief zijn voor een aantal vierkante kilometers;

c)

stedelijkeachtergrondlocaties moeten zich op een zodanige plaats bevinden dat het verontreinigingsniveau ervan wordt beïnvloed door de geïntegreerde bijdrage van alle bronnen die bovenwinds ten opzichte van het bemonsteringspunt liggen , afhankelijk van de hoofdwindrichting . Het verontreinigingsniveau mag niet door één enkele bron worden overheerst, tenzij een dergelijke situatie typisch is voor een groter stedelijk gebied. Die bemonsteringspunten moeten in het algemeen representatief zijn voor een aantal vierkante kilometers;

Amendement 216

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

luchtverontreinigingshotspots moeten worden gedekt door een voldoende groot aantal bemonsteringspunten in de hoofdwindrichting ten opzichte van de bron indien er sprake is van een nabijgelegen woongebied of een gebied waar de bevolking kans loopt op directe of indirecte blootstelling gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de grens- of streefwaarde(n) niet verwaarloosbaar is, zoals onder meer scholen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en kantoorruimten.

Amendement 217

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)

wanneer het doel is de concentratieniveaus in de in punt a, i) en ii), bedoelde gebieden te meten, worden de bemonsteringspunten gesitueerd in de buurt van locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen en risicogemeenschappen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen;

Amendement 218

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

wanneer het doel is de bijdrage van huishoudelijke verwarming te meten, moet ten minste één bemonsteringspunt in de hoofdwindrichting van deze bronnen worden geïnstalleerd;

d)

wanneer het doel is de bijdrage van verwarming te meten, moet ten minste één bemonsteringspunt in de hoofdwindrichting van deze bronnen worden geïnstalleerd; de bemonsteringspunten moeten zich op een zodanige plaats bevinden dat de bemonsterde lucht representatief is voor de luchtkwaliteit van een gebied van ten minste 250 m × 250 m;

Amendement 219

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

wanneer het bemonsteringspunt is bedoeld voor het beoordelen van plattelandsachtergrondniveaus, mag het niet worden beïnvloed door stedelijke gebieden of industrieterreinen in de nabijheid ervan, d.w.z. locaties binnen een straal van 5 km ;

e)

bemonsteringspunten op plattelandsachtergrondlocaties moeten zich op een zodanige plaats bevinden dat zij niet worden beïnvloed door stedelijke gebieden en dat hun verontreinigingsniveau wordt beïnvloed door de geïntegreerde bijdrage van alle relevante bronnen ;

Amendement 220

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

wanneer de bijdragen van industriële bronnen, havens of luchthavens moeten worden beoordeeld, moet ten minste één bemonsteringspunt benedenwinds ten opzichte van de bron in het dichtstbijgelegen woongebied worden ingericht. Wanneer de achtergrondconcentratie niet bekend is, moet een aanvullend bemonsteringspunt worden gesitueerd in de hoofdwindrichting. De bemonsteringspunten moeten zodanig worden gekozen, dat monitoring van de toepassing van de BBT mogelijk is;

f)

wanneer de bijdragen van industriële bronnen, havens en luchthavens moeten worden beoordeeld, moet ten minste één bemonsteringspunt benedenwinds volgens de voornaamste windrichting ten opzichte van de bron in het dichtstbijgelegen woongebied worden ingericht. Wanneer de achtergrondconcentratie niet bekend is, moet een aanvullend bemonsteringspunt worden gesitueerd in de hoofdwindrichting. De bemonsteringspunten moeten zodanig worden gekozen, dat monitoring van de toepassing van de BBT mogelijk is;

Amendement 221

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 2 — i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)

de bemonsteringspunten voor het meten van arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen bevinden zich , waar mogelijk, op dezelfde locatie als de bemonsteringspunten voor PM10.

i)

de bemonsteringspunten voor het meten van arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen bevinden zich op dezelfde locatie als de bemonsteringspunten voor PM10.

Amendement 222

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel B — punt 4 — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Type bemonsteringspunt

Doelstellingen van de meting

Representativiteit (20)

Criteria voor de situering op macroschaal

Stedelijkeachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens:

beoordeling van de blootstelling van de stadsbevolking aan ozon, d.w.z. daar waar de bevolkingsdichtheid en ozonconcentratie relatief hoog en representatief voor de blootstelling van de algemene bevolking zijn.

1 tot 10 km2

Buiten bereik van de invloed van plaatselijke emissiebronnen zoals verkeer, benzinestations enz.;

locaties met vrije luchtcirculatie, waar goed doorgemengde lucht kan worden bemonsterd;

locaties als woongebieden en winkelbuurten in de stad, parken (op afstand van bomen), brede straten of pleinen met weinig of geen verkeer, open terreinen zoals onderwijs-, sport- en recreatiefaciliteiten.

Voorstedelijke locaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie:

beoordeling van de blootstelling van de bevolking en de vegetatie aan de periferie van stedelijke gebieden met de hoogste ozonniveaus waaraan de bevolking en de vegetatie rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen blootstaan.

10 tot 100 km2

Op een bepaalde afstand van het gebied met maximale emissies, benedenwinds bij de heersende windrichting(en) wanneer de omstandigheden ozonvorming in de hand werken;

waar bevolking, kwetsbare gewassen of natuurlijke ecosystemen aan de buitenrand van een stedelijk gebied aan hoge ozonniveaus worden blootgesteld;

zo nodig ook enkele voorstedelijke bemonsteringspunten bovenwinds van het gebied met maximale emissies, om de regionale ozonachtergrondniveaus te bepalen.

Plattelandslocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie:

beoordeling van de blootstelling van bevolking, landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op subregionale schaal.

Subregionaal niveau

(100 tot 1 000  km2)

Bemonsteringspunten mogen zich in kleine woonkernen en/of gebieden met natuurlijke ecosystemen, bossen of landbouwgewassen bevinden;

representatief voor de ozonniveaus buiten het bereik van directe plaatselijke emissiebronnen zoals industrieterreinen en wegen;

op open plekken maar niet op hoge bergtoppen.

Plattelandsachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie:

beoordeling van de blootstelling van landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op regionale schaal, alsmede beoordeling van de blootstelling van de bevolking.

Regionaal/nationaal/continentaal niveau

(1 000 tot 10 000  km2)

Bemonsteringspunten in gebieden met een geringere bevolkingsdichtheid, bv. met natuurlijke ecosystemen, bossen, ten minste 20 km verwijderd van stads- en industriegebieden en verwijderd van plaatselijke emissiebronnen;

locaties die vaak te kampen hebben met plaatselijke inversieomstandigheden nabij de grond, alsook toppen van hoge bergen, moeten worden vermeden;

kustlocaties met een uitgesproken dagelijkse windcyclus van plaatselijke aard zijn niet aan te bevelen.

Amendement

Type bemonsteringspunt

Doelstellingen van de meting

Representativiteit (21)

Criteria voor de situering op macroschaal

Stedelijkeachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens:

beoordeling van de blootstelling van de stadsbevolking aan ozon, d.w.z. daar waar de bevolkingsdichtheid en ozonconcentratie relatief hoog en representatief voor de blootstelling van de algemene bevolking zijn.

1 tot 10 km2

Buiten bereik van de invloed van plaatselijke emissiebronnen zoals verkeer, benzinestations enz.;

locaties met vrije luchtcirculatie, waar goed doorgemengde lucht kan worden bemonsterd;

locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen;

locaties als woongebieden en winkelbuurten in de stad, parken (op afstand van bomen), brede straten of pleinen met weinig of geen verkeer, open terreinen zoals onderwijs-, sport- en recreatiefaciliteiten.

Voorstedelijke locaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie:

beoordeling van de blootstelling van de bevolking en de vegetatie aan de periferie van stedelijke gebieden met de hoogste ozonniveaus waaraan de bevolking en de vegetatie rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen blootstaan.

10 tot 100 km2

Op een bepaalde afstand van het gebied met maximale emissies, benedenwinds bij de heersende windrichting(en) wanneer de omstandigheden ozonvorming in de hand werken;

locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen;

waar bevolking, kwetsbare gewassen of natuurlijke ecosystemen aan de buitenrand van een stedelijk gebied aan hoge ozonniveaus worden blootgesteld;

zo nodig ook enkele voorstedelijke bemonsteringspunten bovenwinds van het gebied met maximale emissies, om de regionale ozonachtergrondniveaus te bepalen.

Plattelandslocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie:

beoordeling van de blootstelling van bevolking, landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op subregionale schaal.

Subregionaal niveau

(100 tot 1 000  km2)

Bemonsteringspunten mogen zich in kleine woonkernen en/of gebieden met natuurlijke ecosystemen, bossen of landbouwgewassen bevinden;

locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven, zoals scholen, speelplaatsen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen;

representatief voor de ozonniveaus buiten het bereik van directe plaatselijke emissiebronnen zoals industrieterreinen en wegen;

op open plekken maar niet op hoge bergtoppen.

Plattelandsachtergrondlocaties voor beoordelingen met betrekking tot ozon

Bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie:

beoordeling van de blootstelling van landbouwgewassen en natuurlijke ecosystemen aan ozonconcentraties op regionale schaal, alsmede beoordeling van de blootstelling van de bevolking.

Regionaal/nationaal/continentaal niveau

(1 000 tot 10 000  km2)

Bemonsteringspunten in gebieden met een geringere bevolkingsdichtheid, bv. met natuurlijke ecosystemen, bossen, ten minste 20 km verwijderd van stads- en industriegebieden en verwijderd van plaatselijke emissiebronnen;

locaties die vaak te kampen hebben met plaatselijke inversieomstandigheden nabij de grond, alsook toppen van hoge bergen, moeten worden vermeden;

kustlocaties met een uitgesproken dagelijkse windcyclus van plaatselijke aard zijn niet aan te bevelen.

Amendement 223

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel C — alinea 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor zover uitvoerbaar is het volgende van toepassing:

De volgende punten zijn van toepassing:

Amendement 224

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel C — alinea 1 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de hoogte van de inlaat van het bemonsteringspunt boven de grond moet in het algemeen tussen 0,5  m (ademhalingshoogte) en 4  m liggen. Een grotere hoogte (maximaal 8  m) kan passend zijn als het bemonsteringspunt representatief is voor een groot gebied (een achtergrondlocatie) of in andere specifieke omstandigheden, en eventuele afwijkingen moeten nauwkeurig worden gedocumenteerd;

b)

de hoogte van de inlaat van het bemonsteringspunt boven de grond moet in het algemeen tussen 0,5  m (ademhalingshoogte) en 3  m liggen. Een grotere hoogte (maximaal 6  m) kan passend zijn als het bemonsteringspunt representatief is voor een groot gebied (een achtergrondlocatie) . Het besluit om voor een dergelijke grotere hoogte te kiezen, wordt nauwkeurig gedocumenteerd;

Amendement 225

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel C — alinea 1 — punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

voor alle verontreinigende stoffen moeten de bemonsteringsbuizen ten minste 25  m van de rand van grote kruispunten en niet meer dan 10 m van de wegrand verwijderd zijn. Voor de toepassing van dit punt wordt onder “wegrand” de lijn verstaan die gemotoriseerd verkeer scheidt van andere gebieden en onder “groot kruispunt” een kruispunt waardoor de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt (stop-and-goverkeer) ten opzichte van het overige gedeelte van de weg;

e)

voor alle verontreinigende stoffen mogen de bemonsteringsbuizen niet meer dan 5  m van de wegrand verwijderd zijn; er moet worden nagegaan of situeren van het bemonsteringspunt op minder dan 25 m van de rand van grote kruispunten zou leiden tot een over- of onderschatting van de concentraties en tot de meting van een zeer kleine micromilieu die niet representatief is voor de niveaus langs dat wegsegment. Voor de toepassing van dit punt wordt onder “wegrand” de lijn verstaan die gemotoriseerd verkeer scheidt van andere gebieden en onder “groot kruispunt” een kruispunt waardoor de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt (stop-and-goverkeer) ten opzichte van het overige gedeelte van de weg;

Amendement 226

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel C — alinea 1 — punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

voor de meting van deposities op plattelandsachtergrondlocaties zijn de richtsnoeren en criteria van het EMEP voor zover praktisch mogelijk van toepassing;

f)

voor de meting van deposities op plattelandsachtergrondlocaties zijn de richtsnoeren en criteria van het EMEP van toepassing;

Amendement 227

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.

De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van de luchtkwaliteit, documenteren voor alle zones de procedures voor de keuze van de locaties volledig en registreren informatie om het ontwerp van het netwerk en de keuze van de locaties voor alle monitoringsites te ondersteunen. Het ontwerp van het monitoringnetwerk wordt ten minste ondersteund door modellering of indicatieve metingen.

1.

De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van de luchtkwaliteit, verstrekken een op gegevens gebaseerde beoordeling voor alle zones , documenteren nauwkeurig de procedures voor de keuze van de locaties, registreren informatie om het ontwerp van het netwerk en de keuze van de locaties voor alle monitoringsites te ondersteunen , en verschaffen motiveringen . Het ontwerp van het monitoringnetwerk wordt ten minste ondersteund door modellering met een voldoende laag onzekerheidsniveau of indicatieve metingen.

Amendement 228

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.

De documentatie omvat de ruimtelijke coördinaten van de bemonsteringspunten, gedetailleerde kaarten en informatie over de ruimtelijke representativiteit van alle bemonsteringspunten.

2.

De documentatie omvat de ruimtelijke coördinaten van de bemonsteringspunten, gedetailleerde kaarten en foto’s, alsook informatie over de ruimtelijke representativiteit van alle bemonsteringspunten.

Amendement 229

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.

De documentatie omvat elke afwijking van de criteria voor de situering op microschaal, de redenen daarvoor en de waarschijnlijke gevolgen voor de gemeten niveaus.

3.

De documentatie bevat bewijzen waarin de redenen voor het ontwerp van het netwerk worden toegelicht, alsook bewijs voor de naleving van de in de punten B en C genoemde voorschriften, met name :

 

a)

de redenen voor de keuze van locaties die representatief zijn voor de hoogste verontreinigingsniveaus in de zone of agglomeratie voor elke verontreinigende stof;

 

b)

de redenen voor de keuze van locaties die representatief zijn voor de blootstelling van de bevolking in het algemeen; alsook

 

c)

elke afwijking van de criteria voor de situering op microschaal, de redenen daarvoor en de waarschijnlijke gevolgen voor de gemeten niveaus.

Amendement 230

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.

Indien in een zone indicatieve metingen, modellering , objectieve ramingen of een combinatie daarvan worden toegepast, omvat de documentatie bijzonderheden van deze methoden en informatie over hoe aan de in artikel 9, lid 3, genoemde criteria wordt voldaan.

4.

Indien in een zone indicatieve metingen of modellering, of een combinatie daarvan worden toegepast, omvat de documentatie bijzonderheden van deze methoden en informatie over hoe aan de in artikel 9, lid 3, genoemde criteria wordt voldaan.

Amendement 231

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.

Indien indicatieve metingen, modellering of objectieve ramingen worden toegepast, gebruiken de bevoegde autoriteiten de uit hoofde van Richtlijn (EU) 2016/2284 gerapporteerde rastergegevens en de uit hoofde van Richtlijn 2010/75/EU gerapporteerde emissiegegevens.

5.

Indien indicatieve metingen of modellering worden toegepast, gebruiken de bevoegde autoriteiten de uit hoofde van Richtlijn (EU) 2016/2284 gerapporteerde rastergegevens en de uit hoofde van Richtlijn 2010/75/EU gerapporteerde emissiegegevens.

Amendement 232

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.

Ten minste om de vijf jaar worden de selectiecriteria, het ontwerp van het netwerk en de monitoringlocaties, zoals door de bevoegde autoriteiten bepaald in het licht van de eisen van deze bijlage, geëvalueerd om ervoor te zorgen dat zij te allen tijde geldig en optimaal blijven. De evaluatie wordt ten minste ondersteund door modellering of indicatieve metingen.

9.

Ten minste om de vijf jaar worden de selectiecriteria, het ontwerp van het netwerk en de monitoringlocaties, zoals door de bevoegde autoriteiten bepaald in het licht van de eisen van deze bijlage, geëvalueerd om ervoor te zorgen dat zij te allen tijde geldig en optimaal blijven. De evaluatie wordt ten minste ondersteund door modellering of indicatieve metingen en omvat de maatregelen die volgens een met de richtsnoeren overeenstemmende tijdschema moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat het netwerkontwerp geldig en optimaal blijft . Indien uit een dergelijke evaluatie blijkt dat het ontwerp van het netwerk en de locatie van de meetpunten niet langer geldig zijn (er is bijvoorbeeld geen vast meetstation in het gebied van gemodelleerde maximale niveaus), corrigeert en actualiseert de bevoegde autoriteit het netwerkontwerp binnen een jaar.

Amendement 233

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — deel D — punt 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis.

De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van de luchtkwaliteit waarborgen en documenteren regelmatige controles en onderhoud van de meetstations voor de luchtkwaliteit om ervoor te zorgen dat zij blijven functioneren en om de nauwkeurigheid van de metingen en de betrouwbaarheid van de instrumenten te waarborgen.

Amendement 306

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

A.

Onzekerheid van metingen en modellering voor de beoordeling van de luchtkwaliteit

A.

Onzekerheid van metingen en modellering voor de beoordeling van de luchtkwaliteit (voor luchtkwaliteitsnormen die uiterlijk op 1 januari 2035 moeten zijn bereikt)

Amendement 234

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A — punt 1 — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Luchtverontreinigende stof

Maximale onzekerheid van vaste metingen

Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (22)

Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en objectieve raming en de onzekerheid van vaste metingen

 

Absolute waarde

Relatieve waarde

Absolute waarde

Relatieve waarde

Maximumverhouding

PM2,5

3,0 μg/m3

30 %

4,0 μg/m3

40 %

1,7

PM10

4,0 μg/m3

20 %

6,0 μg/m3

30 %

1,3

NO2/ NOx

6,0 μg/m3

30 %

8,0 μg/m3

40 %

1,4

Benzeen

0,75 μg/m3

25 %

1,2 μg/m3

35 %

1,7

Lood

0,125 μg/m3

25 %

0,175 μg/m3

35 %

1,7

Arseen

2,4 ng/m3

40 %

3,0 ng/m3

50 %

1,1

Cadmium

2,0 ng/m3

40 %

2,5 ng/m3

50 %

1,1

Nikkel

8,0 ng/m3

40 %

10,0 ng/m3

50 %

1,1

Benzo(a)pyreen

0,5 ng/m3

50 %

0,6 ng/m3

60 %

1,1

Amendement

Luchtverontreinigende stof

Maximale onzekerheid van vaste metingen

Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (23)

Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen

 

Absolute waarde

Relatieve waarde

Absolute waarde

Relatieve waarde

Maximumverhouding

PM2,5

1,25 μg/m3

25 %

2,0 μg/m3

40 %

1,7

PM10

3,0 μg/m3

20 %

4,5 μg/m3

30 %

1,3

NO2/ NOx

1,5 μg/m3

15 %

2,5 μg/m3

25 %

1,4

Benzeen

0,0425 μg/m3

25 %

0,05 μg/m3

30 %

1,7

Lood

0,0375 μg/m3

25 %

0,045 μg/m3

30 %

1,7

Arseen

0,26 ng/m3

40 %

0,33 ng/m3

50 %

1,1

Cadmium

2,0 ng/m3

40 %

2,5 ng/m3

50 %

1,1

Nikkel

1,0 ng/m3

40 %

1,25 ng/m3

50 %

1,1

Benzo(a)pyreen

0,125 ng/m3

50 %

0,15 ng/m3

60 %

1,1

Amendement 235

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A — punt 2 — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Luchtverontreinigende stof

Maximale onzekerheid van vaste metingen

Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (24)

Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en objectieve raming en de onzekerheid van vaste metingen

 

Absolute waarde

Relatieve waarde

Absolute waarde

Relatieve waarde

Maximumverhouding

PM2,5 (24 uur)

6,3 μg/m3

25 %

8,8 μg/m3

35 %

2,5

PM10 (24 uur)

11,3 μg/m3

25 %

22,5 μg/m3

50 %

2,2

NO2 (gedurende één dag)

7,5 μg/m3

15 %

12,5 μg/m3

25 %

3,2

NO2 (gedurende één uur)

30 μg/m3

15 %

50 μg/m3

25 %

3,2

SO2 (gedurende één dag)

7,5 μg/m3

15 %

12,5 μg/m3

25 %

3,2

SO2 (gedurende één uur)

52,5 μg/m3

15 %

87,5 μg/m3

25 %

3,2

CO (24 uur)

0,6  mg/m3

15 %

1,0  mg/m3

25 %

3,2

CO (8 uur)

1,0  mg/m3

10 %

2,0  mg/m3

20 %

4,9

Ozon (piekseizoen): onzekerheid van de 8-uurwaarden

10,5 μg/m3

15 %

17,5 μg/m3

25 %

1,7

Ozon (8-uurgemiddelde)

18 μg/m3

15 %

30 μg/m3

25 %

2,2

Amendement

Luchtverontreinigende stof

Maximale onzekerheid van vaste metingen

Maximale onzekerheid van indicatieve metingen (25)

Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen

 

Absolute waarde

Relatieve waarde

Absolute waarde

Relatieve waarde

Maximumverhouding

PM2,5 (24 uur)

3,75 μg/m3

25 %

5,25 μg/m3

35 %

2,5

PM10 (24 uur)

11,25 μg/m3

25 %

22,5 μg/m3

50 %

2,2

NO2 (gedurende één dag)

3,75 μg/m3

15 %

6,25 μg/m3

25 %

3,2

NO2 (gedurende één uur)

30 μg/m3

15 %

50 μg/m3

25 %

3,2

SO2 (gedurende één dag)

6,0 μg/m3

15 %

10,0 μg/m3

25 %

3,2

SO2 (gedurende één uur)

30,0 μg/m3

15 %

50,0 μg/m3

25 %

3,2

CO (24 uur)

0,6  mg/m3

15 %

1,0  mg/m3

25 %

3,2

CO (8 uur)

1,0  mg/m3

10 %

2,0  mg/m3

20 %

4,9

Ozon (piekseizoen): onzekerheid van de 8-uurwaarden

9,0 μg/m3

15 %

15,0 μg/m3

25 %

1,7

Ozon (8-uurgemiddelde)

16,5 μg/m3

15 %

27,5 μg/m3

25 %

2,2

Amendement 236

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A — punt 2 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De onzekerheidspercentages in de tabellen in deze afdeling gelden voor alle grenswaarden (en de streefwaarde voor ozon) die worden berekend door het rekenkundige gemiddelde te nemen van afzonderlijke metingen, zoals uurgemiddelden, daggemiddelden of jaargemiddelden, zonder rekening te houden met de extra onzekerheid voor de berekening van het aantal overschrijdingen. De onzekerheid wordt geïnterpreteerd als geldend voor het bereik van de toepasselijke grenswaarden (of de streefwaarde voor ozon). De berekening van de onzekerheid is niet van toepassing op de AOT40 noch op waarden die meer dan één jaar, meer dan één station (bv. de GBI) of meer dan één component omvatten. Zij is ook niet van toepassing op informatiedrempels, alarmdrempels en kritieke niveaus voor de bescherming van de vegetatie en natuurlijke ecosystemen.

De onzekerheidspercentages in de tabellen in deze afdeling gelden voor alle grenswaarden (en de streefwaarde voor ozon) die worden berekend door het rekenkundige gemiddelde te nemen van afzonderlijke metingen, zoals uurgemiddelden, daggemiddelden of jaargemiddelden, zonder rekening te houden met de extra onzekerheid voor de berekening van het aantal overschrijdingen. Niveaus lager dan 5 voor PM2,5 en lager dan 10 voor NO2 mogen onzekerheidspercentages van 30 % hebben. De onzekerheid wordt geïnterpreteerd als geldend voor het bereik van de toepasselijke grenswaarden (of de streefwaarde voor ozon). De berekening van de onzekerheid is niet van toepassing op de AOT40 noch op waarden die meer dan één jaar, meer dan één station (bv. de GBI) of meer dan één component omvatten. Zij is ook niet van toepassing op informatiedrempels, alarmdrempels en kritieke niveaus voor de bescherming van de vegetatie en natuurlijke ecosystemen.

Amendement 237

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A — punt 2 — alinea 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer voor de beoordeling een luchtkwaliteitsmodel wordt gebruikt, moeten verwijzingen naar de beschrijvingen van het model en gegevens over de berekening van de kwaliteitsdoelstelling voor modellering worden verzameld.

Wanneer voor de beoordeling een luchtkwaliteitsmodel wordt gebruikt, met inbegrip van de ruimtelijke resolutie van het model zelf en de bronspecifieke inputgegevens, moeten verwijzingen naar de beschrijvingen van het model en gegevens over de berekening van de kwaliteitsdoelstelling voor modellering worden verzameld.

Amendement 238

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A — punt 2 — alinea 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De onzekerheid van objectieve ramingen mag de onzekerheid voor indicatieve metingen met niet meer dan de toepasselijke maximumverhouding overschrijden en mag niet meer dan 85 % bedragen. De onzekerheid voor objectieve ramingen wordt gedefinieerd als de maximale afwijking van de gemeten en berekende concentratieniveaus over het tijdvak voor de grenswaarde (of streefwaarde voor ozon), waarbij geen rekening wordt gehouden met het tijdstip waarop de gebeurtenissen zich voordoen.

Schrappen

Amendement 307

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A bis (nieuw) — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

A bis.

Onzekerheid van metingen en modellering voor de beoordeling van de luchtkwaliteit (voor luchtkwaliteitsnormen die uiterlijk op 1 januari 2030 moeten zijn bereikt)

Amendement 308

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A bis (nieuw) — punt 1 — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtverontreinigende stof

Maximale onzekerheid van vaste metingen

Maximale onzekerheid van indicatieve metingen  (26)

Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen

 

Absolute waarde

Relatieve waarde

Absolute waarde

Relatieve waarde

Maximumverhouding

PM2,5

3,0 μg/ m3

30 %

4,0 μg/m3

40 %

1,7

PM10

4,0 μg/ m3

20 %

6,0 μg/m3

30 %

1,3

NO2 / NOx

6,0 μg/ m3

30 %

8,0 μg/m3

40 %

1,4

Benzeen

0,75 μg/ m3

25 %

1,2 μg/m3

35 %

1,7

Lood

0,125 μg/ m3

25 %

0,175 μg/m3

35 %

1,7

Arseen

2,4 ng/ m3

40 %

3,0 ng/m3

50 %

1,1

Cadmium

2,0 ng/ m3

40 %

2,5 ng/m3

50 %

1,1

Nikkel

8,0 ng/ m3

40 %

10,0 ng/m3

50 %

1,1

Benzo(a)pyreen

0,5 ng m3

50 %

0,6 ng/m3

60 %

1,1

Amendement 309

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel A bis (nieuw) — punt 2 — tabel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtverontreinigende stof

Maximale onzekerheid van vaste metingen

Maximale onzekerheid van indicatieve metingen  (27)

Maximumverhouding tussen de onzekerheid van modellering en de onzekerheid van vaste metingen

 

Absolute waarde

Relatieve waarde

Absolute waarde

Relatieve waarde

Maximumverhouding

PM2,5 (24 uur)

6,3 μg/m3

25 %

8,8 μg/m3

35 %

2,5

PM10 (24 uur)

11,3 μg/m3

25 %

22,5 μg/m3

50 %

2,2

NO2 (gedurende één dag)

7,5 μg/m3

15 %

12,5 μg/m3

25 %

3,2

NO2 (gedurende één uur)

30 μg/m3

15 %

50 μg/m3

25 %

3,2

SO2 (gedurende één dag)

7,5 μg/m3

15 %

12,5 μg/m3

25 %

3,2

SO2 (gedurende één uur)

52,5 μg/m3

15 %

87,5 μg/m3

25 %

3,2

CO (24 uur)

0,6  mg/m3

15 %

1,0  mg/m3

25 %

3,2

CO (8 uur)

1,0  mg/m3

10 %

2,0  mg/m3

20 %

4,9

Ozon (piekseizoen): onzekerheid van de 8-uurwaarden

10,5 μg/m3

15 %

17,5 μg/m3

25 %

1,7

Ozon (8-uurgemiddelde)

18 μg/m3

15 %

30 μg/m3

25 %

2,2

Amendement 239

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel B — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de andere gevallen moeten de metingen gelijkmatig over het kalenderjaar worden verdeeld (of over de periode van april tot en met september voor indicatieve metingen van O3). Om aan deze vereisten te voldoen en ervoor te zorgen dat potentiële verliezen van gegevens de resultaten niet vertekenen, moet voor specifieke perioden (kwartaal, maand, weekdag) van het hele jaar, afhankelijk van de verontreinigende stof en de meetmethode/frequentie, aan de vereisten inzake minimale gegevensdekking worden voldaan.

Voor de andere gevallen moeten de metingen gelijkmatig over het kalenderjaar worden verdeeld (of over de periode van april tot en met september voor indicatieve metingen van O3). Om aan deze vereisten te voldoen en ervoor te zorgen dat potentiële verliezen van gegevens de resultaten niet vertekenen, moet voor specifieke perioden (kwartaal, maand, weekdag) van het hele jaar, afhankelijk van de verontreinigende stof en de meetmethode/frequentie, aan de vereisten inzake minimale gegevensdekking en -distributie worden voldaan.

Amendement 240

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel D — alinea 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor zones waar luchtkwaliteitsmodellen of objectieve ramingen worden gebruikt, wordt de volgende informatie verzameld:

Voor zones waar luchtkwaliteitsmodellen worden gebruikt, wordt de volgende informatie verzameld:

Amendement 241

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel D — alinea 1 — punt c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

een waargenomen gebrek aan gegevens of informatie van specifieke bemonsteringspunten;

Amendement 242

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel D — alinea 1 — punt e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)

voor metingen afkomstig van grensoverschrijdende stations, een raming van de grensoverschrijdende verontreiniging ten aanzien van een andere lidstaat of derde land;

Amendement 243

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — deel F — punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.

De Commissie verstrekt duidelijke richtsnoeren en eisen voor het gebruik van luchtkwaliteitsmodellen, met het oog op harmonisatie op dit gebied.

Amendement 244

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VI — deel B — punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.

De Commissie kan van de lidstaten verlangen dat zij een verslag opstellen en overleggen dat de gelijkwaardigheid overeenkomstig punt 1 aantoont.

2.

De Commissie verlangt van de lidstaten dat zij een verslag opstellen en overleggen dat de gelijkwaardigheid overeenkomstig punt 1 aantoont.

Amendement 245

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VII — afdeling 1 — punt A — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het belangrijkste doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate gegevens over de niveaus op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties beschikbaar komen. Deze gegevens zijn van essentieel belang om verhoogde niveaus in meer verontreinigde gebieden (zoals stedelijkeachtergrondgebieden, industriegebieden en door het verkeer beïnvloede plaatsen) te beoordelen, de eventuele bijdrage van het transport van verontreinigende stoffen over lange afstand te evalueren, ondersteuning te bieden bij de toewijzing van verontreiniging aan specifieke bronnen, en voor een goed begrip van specifieke verontreinigende stoffen zoals zwevende deeltjes. Voorts zijn deze gegevens van fundamenteel belang voor het toenemende gebruik van modellering, ook in stedelijke gebieden.

Het belangrijkste doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate gegevens over de niveaus op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties beschikbaar komen. Deze gegevens zijn van essentieel belang om verhoogde niveaus in meer verontreinigde gebieden (zoals stedelijkeachtergrondgebieden, luchtverontreinigingshotspots, industriegebieden en door het verkeer beïnvloede plaatsen) te beoordelen, de eventuele bijdrage van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand te evalueren en ondersteuning te bieden bij de toewijzing van verontreiniging aan specifieke bronnen. Een en ander is essentieel voor een goed begrip van specifieke verontreinigende stoffen zoals zwevende deeltjes. Voorts zijn deze gegevens van fundamenteel belang voor het toenemende gebruik van modellering, ook in stedelijke gebieden.

Amendement 246

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VII — afdeling 1 — punt C — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Metingen moeten plaatsvinden op stedelijkeachtergrondlocaties en plattelandsachtergrondlocaties overeenkomstig bijlage IV.

Metingen moeten plaatsvinden op stedelijkeachtergrondlocaties , luchtverontreinigingshotspots en plattelandsachtergrondlocaties overeenkomstig bijlage IV.

Amendement 247

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VII — afdeling 2 — punt B — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De metingen van ozonprecursoren moeten ten minste betrekking hebben op stikstofoxiden (NO en NO2) en de passende vluchtige organische stoffen (VOS). De keuze van de specifieke te meten stoffen, aangevuld met andere relevante stoffen, hangt af van het nagestreefde doel.

De metingen van ozonprecursoren moeten ten minste betrekking hebben op stikstofoxiden (NO en NO2) , methaan (CH4) en andere passende vluchtige organische stoffen (VOS). De keuze van de specifieke te meten stoffen, aangevuld met andere relevante stoffen, hangt af van het nagestreefde doel.

Amendement 248

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VII — afdeling 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AFDELING 3 BIS — METING VAN ZWARTE KOOLSTOF

 

A.

Doelstellingen

 

Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van zwarte koolstof voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met vervoer door de lucht, over het water of over de weg (zoals luchthavens, havens of wegen), industrieterreinen of huishoudelijke verwarming. De gegevens moeten geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van zwarte koolstof te kunnen beoordelen.

 

B.

Stoffen

 

BC

 

C.

Plaats van de bemonsteringspunten

 

Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van zwarte koolstof kunnen voorkomen en die zich in de hoofdwindrichting bevindt.

Amendement 249

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VII — afdeling 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AFDELING 3 TER — METING VAN AMMONIAK (NH3)

 

A.

Doelstellingen

 

Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van ammoniak voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met landbouwbedrijven en veeteelt (akkers en weiden die worden bemest, stallen en mestopslagplaatsen). De gegevens moeten geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van ammoniak te kunnen beoordelen.

 

B.

Stoffen

 

NH3

 

C.

Plaats van de bemonsteringspunten

 

Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van ammoniak kunnen voorkomen en die zich in de hoofdwindrichting bevindt.

Amendement 250

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VII — afdeling 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AFDELING 3 QUATER — METING VAN KWIK

 

A.

Doelstellingen

 

Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van kwik voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met energieopwekking en industrie. De gegevens moeten geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van kwik te kunnen beoordelen.

 

B.

STOFFEN

 

Kwik

 

C.

Plaats van de bemonsteringspunten

 

Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van kwik kunnen voorkomen en die zich in de hoofdwindrichting bevindt.

Amendement 251

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen ter verbetering van de luchtkwaliteit

Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit ter verbetering van de luchtkwaliteit

Amendement 252

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 2 — a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

soort zone (stedelijk, industrieel of landelijk gebied) of kenmerken van de territoriale eenheid op het niveau NUTS  1 (met inbegrip van stedelijke, industriële of landelijke gebieden);

a)

soort zone (stedelijk, industrieel of landelijk gebied of luchtverontreinigingshotspot ) of kenmerken van de territoriale eenheid op het niveau NUTS  2 (met inbegrip van stedelijke, industriële of landelijke gebieden of luchtverontreinigingshotspots );

Amendement 253

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 2 — c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

concentraties of gemiddelde-blootstellingsindex van de desbetreffende verontreinigende stof die ten minste vijf jaar vóór de overschrijding zijn/is vastgesteld.

c)

concentraties of gemiddelde-blootstellingsindex van de desbetreffende verontreinigende stof die ten minste vijf jaar vóór de overschrijding zijn/is vastgesteld en een vergelijking hiervan met grenswaarden, of de verplichting tot vermindering van de gemiddelde blootstelling en de gemiddeldeblootstellingsconcentratiedoelstelling ;

Amendement 254

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 3 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Naam en adres van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen en uitvoeren van luchtkwaliteitsplannen.

Naam en adres van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen en uitvoeren van de luchtkwaliteitsplannen of de routekaarten inzake luchtkwaliteit .

Amendement 255

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.

Beoordeling van milieueffecten en gezondheidseffecten

 

a)

in voorgaande jaren gemeten concentraties en overschrijdingen, vóór de uitvoering van het luchtkwaliteitsplan, het geactualiseerde luchtkwaliteitsplan of de routekaart inzake luchtkwaliteit;

 

b)

in het geval van een geactualiseerd luchtkwaliteitsplan, de concentraties en overschrijdingen die zijn gemeten sinds het begin van de uitvoering van de in het geactualiseerde luchtkwaliteitsplan vastgestelde maatregelen;

 

c)

beoordeling van de milieueffecten en gezondheidseffecten in verband met de blootstelling van de bevolking aan gemeten concentraties, met inbegrip van een beoordeling van de mortaliteit en morbiditeit van zowel acute als chronische gezondheidseffecten voor zowel de algemene bevolking als de kwetsbare bevolking en kwetsbare groepen;

 

d)

de gebruikte methoden voor de beoordeling van milieueffecten, blootstelling en gezondheidseffecten.

 

De lidstaten laten zich bij hun beoordeling leiden door de door de WHO vastgestelde concentratie-responsfuncties, die concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht koppelen aan sterfterisico’s of andere schadelijke gezondheidseffecten (HRAPIE-project, over de gezondheidsrisico’s van luchtverontreiniging in Europa), en door de contrafeitelijke concentraties waarboven gezondheidseffecten worden geraamd (grenswaarden).

Amendement 256

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 4 — a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

lijst van de belangrijkste emissiebronnen die de oorzaak zijn van de verontreiniging;

a)

lijst van de belangrijkste emissiebronnen en indien mogelijk van de specifieke entiteiten die de oorzaak zijn van de verontreiniging;

Amendement 257

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 4 — b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

totale emissie van deze bronnen (in ton/jaar);

b)

totale emissie van deze bronnen en indien mogelijk van de specifieke entiteiten (in ton/jaar);

Amendement 258

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 4 — d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

toewijzing van verontreiniging aan specifieke bronnen volgens relevante sectoren die bijdragen een de overschrijding zoals vastgesteld in het nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging.

d)

toewijzing van verontreiniging aan specifieke bronnen volgens relevante sectoren en, indien mogelijk, toewijzing aan specifieke entiteiten die bijdragen aan de overschrijding zoals vastgesteld in het nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging.

Amendement 259

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.

Vaststelling van doeltreffende maatregelen ter bestrijding van verontreiniging

 

a)

informatie over alle maatregelen die genomen kunnen worden ter vermindering van de luchtverontreiniging en die op het passende lokale, regionale of nationale niveau ingezet kunnen worden om bij te dragen tot de verwezenlijking van de luchtkwaliteitsdoelstellingen, evenals het geraamde effect daarvan op de vermindering van de luchtverontreiniging voor elke luchtverontreinigende stof, met inbegrip van ten minste de in punt B genoemde maatregelen ter vermindering van de verontreiniging;

 

b)

beoordeling van het emissiereductiepotentieel en het verwachte effect op de vermindering van concentraties als gevolg van de uitvoering van elk van de geïdentificeerde maatregelen die genomen kunnen worden ter beperking van de verontreiniging, zowel afzonderlijk als gecombineerd, met inbegrip van de analysemethode en de daarmee samenhangende onzekerheden overeenkomstig de in punt B bis genoemde methode.

Amendement 260

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.

Basisscenario

 

a)

een beschrijving van de bestaande maatregelen ter vermindering van de luchtverontreiniging op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau, met inbegrip van actuele informatie over de stand van zaken en het tijdschema voor de uitvoering;

 

b)

informatie over de stand van de uitvoering van de in punt B.1 bedoelde richtlijnen, en met name de maatregelen die zijn opgenomen in het nationale programma ter beheersing van luchtverontreiniging (NAPCP);

 

c)

waargenomen effecten van de in punten a) en b) genoemde maatregelen bij het aanpakken van de factoren die verantwoordelijk zijn voor de overschrijding (bereikte emissiereducties en daarmee samenhangende concentratiereducties);

 

d)

een verwachte verdere ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zowel emissies als concentraties, ervan uitgaande dat er geen verandering komt in reeds vastgestelde maatregelen (basisscenario), die alle jaren bestrijkt tot het tijdstip waarop aan de grenswaarden moet worden voldaan;

 

e)

een raming van de gezondheidseffecten in verband met de blootstelling van de bevolking aan luchtverontreiniging in het basisscenario;

 

f)

een beschrijving van de analysemethode voor de prognoses en de daarmee samenhangende onzekerheden overeenkomstig de in punt B bis genoemde methode.

Amendement 261

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 5 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.

Verwacht effect van de maatregelen om binnen drie jaar na de goedkeuring van het luchtkwaliteitsplan aan de voorschriften te voldoen

5.

Verwacht effect van de maatregelen om zo snel mogelijk en uiterlijk binnen drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste overschrijding werd geconstateerd, aan de voorschriften te voldoen

Amendement 262

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 5 — b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

jaar waarin naar verwachting naleving zal worden bereikt voor elke luchtverontreinigende stof die onder het luchtkwaliteitsplan valt, rekening houdend met de in punt 6 bedoelde maatregelen.

b)

indicatieve routekaart in de richting van naleving en jaar waarin naar verwachting naleving zal worden bereikt voor elke luchtverontreinigende stof die onder de routekaart inzake luchtkwaliteit of het luchtkwaliteitsplan valt, rekening houdend met de in punt 6 bedoelde maatregelen.

Amendement 263

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 5 — b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

voor routekaarten inzake luchtkwaliteit uit hoofde van artikel 19, lid - 1, en luchtkwaliteitsplannen uit hoofde van artikel 19, lid 1, om ervoor te zorgen dat de periode van overschrijding zo kort mogelijk wordt gehouden, gedetailleerde redenen om uit te leggen hoe de routekaart of het plan de in punt 4 bis van dit punt bedoelde maatregelen bevat, waaronder:

 

 

i)

indien de aanvangsdatum voor de uitvoering van een maatregel later valt dan 6 maanden na de datum van vaststelling van het luchtkwaliteitsplan of de routekaart inzake luchtkwaliteit, een toelichting van de redenen waarom een eerdere aanvangsdatum niet mogelijk is;

 

 

ii)

indien bij de analyse overeenkomstig punt 4 bis maatregelen zijn vastgesteld die meer effect zouden hebben voor de verbetering van de luchtkwaliteit, maar deze niet ter goedkeuring zijn geselecteerd, een toelichting van de redenen waarom de vaststelling van dergelijke maatregelen als niet haalbaar wordt beschouwd.

Amendement 264

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 6 — -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)

evaluatie van de in punt 4 bis van dit punt genoemde maatregelen ter vermindering van de verontreiniging, en van het geraamde effect daarvan op de vermindering van de luchtverontreiniging voor elke luchtverontreinigende stof, waaronder op zijn minst de in punt B genoemde maatregelen;

Amendement 265

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 6 — a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

een lijst met en een beschrijving van alle maatregelen in het luchtkwaliteitsplan, met inbegrip van de identificatie van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan;

a)

een lijst met en een beschrijving van alle maatregelen in het luchtkwaliteitsplan of de routekaart inzake luchtkwaliteit, en een motivering van die maatregelen voor wat betreft de bron van overschrijding, de doeltreffendheid ervan en de beschikbaarheid ervan in de tijd, met inbegrip van de identificatie van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan;

Amendement 266

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 6 — b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

een kwantificering van de emissievermindering (in ton/jaar) ten gevolge van elke maatregel zoals bedoeld in punt a) ;

b)

een kwantificering van de emissievermindering (in ton/jaar) , per bron en waar mogelijk per specifieke entiteit, ten gevolge van elke in punt a) genoemde maatregel , zowel afzonderlijk als gecombineerd ;

Amendement 267

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 6 — c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

een tijdschema voor de uitvoering van elke maatregel en verantwoordelijke actoren ;

c)

een tijdschema voor de uitvoering van elke maatregel en , indien mogelijk, de identificatie van de specifieke entiteiten voor wie verplichtingen gelden uit hoofde van de in het luchtkwaliteitsplan of de routekaart inzake luchtkwaliteit vastgestelde maatregelen, alsook een beschrijving van die verplichtingen en van de economische en maatschappelijke impact ervan ;

Amendement 268

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 6 — d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

een raming van de verlaging van de concentratie ten gevolge van elke luchtkwaliteitsmaatregel , in verhouding tot de desbetreffende overschrijding ;

d)

een raming van de verlaging van de concentratie in verhouding tot de desbetreffende overschrijding, ten gevolge van elke in punt a) genoemde luchtkwaliteitsmaatregel , zowel afzonderlijk als gecombineerd ;

Amendement 269

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 7 — d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

een lijst met en een beschrijving van alle aanvullende maatregelen waarvan het effect op de concentraties van luchtverontreinigende stoffen pas na drie jaar of meer volledig is.

d)

een lijst met en een beschrijving , motivering evenals het sociaal-economische effect van alle aanvullende maatregelen waarvan het effect op de concentraties van luchtverontreinigende stoffen pas na drie jaar of meer volledig is.

Amendement 270

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel A — punt 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.

Bijlage 2 bis: Een samenvatting van de op grond van artikel 19, lid 6, genomen maatregelen op het gebied van voorlichting en raadpleging van het publiek, de resultaten daarvan en een toelichting over de wijze waarop met deze resultaten rekening is gehouden in het definitieve luchtkwaliteitsplan of de definitieve routekaart inzake luchtkwaliteit.

Amendement 271

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.

Gegevens over alle maatregelen ter bestrijding van luchtverontreiniging die op het plaatselijke, regionale of nationale niveau in overweging zijn genomen voor de uitvoering met het oog op het verwezenlijken van de luchtkwaliteitsdoelstellingen, inclusief maatregelen die betrekking hebben op:

2.

Bij het opstellen van luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit overwegen de lidstaten ten minste de volgende maatregelen ter bestrijding van luchtverontreiniging op plaatselijk, regionaal of nationaal niveau voor tenuitvoerlegging met het oog op het verwezenlijken van de luchtkwaliteitsdoelstellingen, inclusief maatregelen die betrekking hebben op:

Amendement 272

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de aankoop door de overheid van emissievrije wegvoertuigen en uitstootverlagende brandstoffen en stookapparatuur overeenkomstig het handboek inzake milieuvriendelijke overheidsopdrachten ;

c)

de aankoop door de overheid , overeenkomstig het handboek inzake groene overheidsopdrachten, van uitstootverlagende brandstoffen en stookapparatuur en van emissievrije voertuigen zoals omschreven in artikel 3, lid 1, punt m), van Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad  (1 bis);

Amendement 273

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

emissievermindering door de invoering van emissievrije en emissiearme voertuigen voor collectief en openbaar vervoer en/of voertuigen die zijn uitgerust met moderne digitale oplossingen die van invloed zijn op de emissievermindering;

Amendement 274

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)

maatregelen ter verbetering van de kwaliteit, efficiëntie, betaalbaarheid en connectiviteit van collectief en openbaar vervoer;

Amendement 275

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quater)

maatregelen inzake de uitrol en ingebruikname van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen;

Amendement 276

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

maatregelen ter beperking van door het vervoer veroorzaakte emissies via verkeersplanning en verkeersbeheersing (inclusief rekeningrijden , gedifferentieerde parkeertarieven of andere economische prikkels; de invoering van regelingen voor de beperking van de toegang van voertuigen tot steden, met inbegrip van lage-emissiezones);

d)

maatregelen ter beperking van door het vervoer veroorzaakte emissies via stedelijke planning en verkeersbeheersing , waaronder ten minste:

 

 

i)

rekeningrijden , bijvoorbeeld in de vorm van wegbeprijzing en op afstand gebaseerde gebruiksvergoedingen;

 

 

ii)

materiaalkeuze voor wegenbouw;

 

 

iii)

parkeertarieven op openbare terreinen of andere economische prikkels , en met gedifferentieerde tarieven voor vervuilende en emissievrije voertuigen ;

 

 

iv)

invoering van regelingen voor de beperking van de toegang van voertuigen tot steden, met inbegrip van lage-emissiezones , in overeenstemming met de meest recente Euronorm, en emissievrije zones ;

 

 

v)

aanleg van verkeersarme en autoloze wijken en superblokken;

 

 

vi)

invoering van autovrije straten;

 

 

vii)

invoering van maximumsnelheden;

 

 

viii)

oplossingen voor de verwezenlijking van nuluitstoot (uitlaatgassen) op het laatste traject (“last mile”);

 

 

ix)

bevordering van autodelen en carpoolen;

x)

uitrol van intelligente vervoerssystemen en digitale oplossingen in verband met emissiereductie;

 

 

xi)

oprichting van multimodale knooppunten die meerdere duurzame vervoersoplossingen en parkeerfaciliteiten met elkaar verbinden;

Amendement 277

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

maatregelen om een verschuiving naar minder vervuilende vormen van vervoer aan te moedigen ;

e)

maatregelen ter bevordering van een verschuiving van vervoerswijzen (“modal shift”) naar actieve mobiliteit en minder vervuilende vormen van vervoer (bv. lopen, fietsen, openbaar vervoer of vervoer per spoor), waaronder ten minste :

 

 

i)

ingebruikneming van elektrische openbaarvervoersmiddelen, versterking van het openbaarvervoernetwerk, verlaging van de kosten van het openbaar vervoer voor burgers, en vereenvoudiging van de toegang tot en het gebruik van openbaar vervoer, bijvoorbeeld door middel van digitale en onderling verbonden boekingen en realtime-informatie voor transitgebruikers;

 

 

ii)

waarborging van een vlotte intermodaliteit voor woon-werkverkeer tussen stad en platteland, bijvoorbeeld tussen trein en fiets, en tussen auto’s en openbaar vervoer (park-and-ride-regelingen);

 

 

iii)

het stimuleren van fietsen en lopen, bijvoorbeeld door fietsers en voetgangers meer ruimte te geven, het prioriteren van lopen en fietsen in infrastructuurplanning, uitbreiding van het netwerk van fietsroutes, en heroriëntering van fiscale en economische stimulansen naar actieve en gedeelde mobiliteit, met inbegrip van stimulansen voor fietsen en wandelen naar het werk;

 

 

iv)

planning voor compacte steden;

 

 

v)

sloopregelingen voor de meest vervuilende voertuigen;

Amendement 278

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)

maatregelen om ervoor te zorgen dat in kleine, middelgrote en grote stationaire bronnen en in mobiele bronnen bij voorkeur brandstoffen met een lage emissie worden gebruikt ;

g)

verplichting tot het gebruik van de beste beschikbare technologieën om emissies van kleine, middelgrote en grote stationaire bronnen en in mobiele bronnen te elimineren of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken ;

Amendement 279

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)

maatregelen om de luchtverontreiniging in luchtverontreinigingshotspots, onder meer in havens en havensteden, terug te dringen en specifieke eisen vast te stellen voor aangemeerde schepen en boten en voor havenverkeer, en tegelijkertijd het gebruik van walstroom en elektrificatie van schepen en havenwerkmachines te versnellen;

Amendement 280

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)

het verminderen van de emissies van het weg-, zee- en luchtvervoer door het gebruik van alternatieve brandstoffen en de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen, en het gebruik van economische stimulansen om het gebruik ervan te versnellen;

Amendement 281

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — h quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quater)

maatregelen om van landbouw en bosbouw afkomstige emissies te verminderen;

Amendement 282

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)

maatregelen ter bescherming van de gezondheid van kinderen of andere gevoelige bevolkingsgroepen.

i)

maatregelen ter bescherming van de gezondheid van kinderen of andere gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen;

Amendement 283

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B — punt 2 — i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)

maatregelen van gezondheidsautoriteiten om gedragsveranderingen aan te moedigen.

Amendement 284

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII — deel B bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

B bis.

Richtsnoeren en minimumeisen voor de analyse van het verwachte effect van luchtkwaliteitsplannen, routekaarten inzake luchtkwaliteit en maatregelen ter bestrijding van verontreiniging

 

1.

De lidstaten passen objectieve en wetenschappelijke methoden toe om het verwachte effect van luchtkwaliteitsplannen, routekaarten inzake luchtkwaliteit en maatregelen ter bestrijding van verontreiniging te beoordelen. Wanneer er wordt uitgegaan van verwachte effecten van maatregelen ter bestrijding van verontreiniging om aan de luchtkwaliteitsdoelstellingen te voldoen, moeten die verwachtingen een laag onzekerheidsniveau vertonen.

 

2.

De luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit moeten voldoende gedetailleerde informatie bevatten om de effectbeoordeling te rechtvaardigen, met inbegrip van:

 

 

a)

een beschrijving van de methode die wordt gebruikt om de ontwikkeling van de luchtkwaliteit te voorspellen;

 

 

b)

een toelichting of de prognoses op objectieve gegevens dan wel op veronderstellingen zijn gebaseerd; wanneer er wordt uitgegaan van veronderstellingen, een gevoeligheidsanalyse om de worstcase-, de basis- en de bestcasescenario’s toe te lichten;

 

 

c)

voor de beoordeling gebruikte achtergronddocumenten en informatie;

 

 

d)

een beoordeling van het individuele effect van elke maatregel ter vermindering van de luchtverontreiniging op de emissiereducties en de daarmee verband houdende concentratiereducties en de relevante aannames;

 

 

e)

een beoordeling van het gecombineerde effect van de in het luchtkwaliteitsplan of in de routekaart inzake luchtkwaliteit opgenomen maatregelen ter vermindering van de luchtverontreiniging op de emissiereducties en de daarmee verband houdende concentratiereducties en de relevante aannames.

 

3.

In de effectbeoordeling wordt rekening gehouden met de onzekerheidsmarge van de prognoses en de betrouwbaarheidsmarge voor factoren als de werkelijke emissies van voertuigen of kachels, of de onzekerheid over het effect van vrijwillige maatregelen die gedragsveranderingen moeten stimuleren.

 

4.

Overeenkomstig de verplichting om de naleving op zo kort mogelijke termijn te realiseren, worden bij de modellering van toekomstscenario's, wanneer de prognoses langer dan drie jaar bestrijken, de resultaten voor elk jaar van de geraamde periode getoond.

 

5.

Er worden gevoeligheidsscenario’s opgenomen, waarin de grootste en kleinste betrouwbaarheidsintervallen worden beschreven in het licht van mogelijke variaties in de verschillende aannames en een beschrijving van de worstcase-, de basis- en de bestcasescenario’s.

Amendement 285

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VIII bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

BIJLAGE VIII bis

 

NOODMAATREGELEN WAARVAN OPNAME IN DE KRACHTENS ARTIKEL 20 VEREISTE KORTETERMIJNACTIEPLANNEN MOET WORDEN OVERWOGEN

 

1.

Op korte termijn te nemen maatregelen om de bronnen aan te pakken die bijdragen tot het risico dat de relevante grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempel worden overschreden:

 

 

a)

beperking van het verkeer van voertuigen;

 

 

b)

goedkoop of gratis openbaar vervoer;

 

 

c)

toepassing van strengere emissiegrenswaarden;

 

 

d)

opschorting van de uitvoering van bouwwerkzaamheden;

e)

straatvegen;

f)

flexibele arbeidsregelingen;

 

 

g)

invoering van verkeersbeperkingen rond locaties waar gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen verblijven.

 

3.

Te nemen proactieve maatregelen om specifieke informatie over luchtverontreiniging, gezondheid en gezondheidsbescherming te verstrekken, zowel aan het grote publiek als aan gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, via algemeen toegankelijke online of offline communicatiekanalen, zodra overschrijdingen van informatie- en alarmdrempels en van grenswaarden en streefwaarden worden verwacht:

Amendement 286

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IX — punt 1 — b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

gemeten concentraties van alle verontreinigende stoffen, verstrekt in overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde passende perioden;

b)

gemeten concentraties van alle verontreinigende stoffen en de wijze waarop deze zich verhouden tot de recentste door de WHO aanbevolen maximumconcentraties , verstrekt in overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde passende perioden;

Amendement 287

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IX — punt 1 — c — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

gegevens over waargenomen overschrijdingen van grenswaarden, de streefwaarde voor ozon en de gemiddeldeblootstellingsverminderingsverplichting , met inbegrip van ten minste:

c)

gegevens over waargenomen overschrijdingen van grenswaarden ,streefwaarden voor ozon , informatiedrempels, alarmdrempels en de verplichting tot vermindering van de gemiddelde blootstelling , met inbegrip van ten minste:

Amendement 288

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IX — punt 1 — d — i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)

de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging voor de algemene bevolking;

i)

de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging , en specifiek van elke verontreinigende stof die in het kader van deze richtlijn wordt gemeten, voor de algemene bevolking;

Amendement 289

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IX — punt 1 — d — ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)

de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging voor kwetsbare groepen;

ii)

de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging , en specifiek van elke verontreinigende stof die in het kader van deze richtlijn wordt gemeten, voor kwetsbare groepen;

Amendement 290

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IX — punt 1 — d — iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)

de aanbevolen voorzorgsmaatregelen;

iv)

de aanbevolen voorzorgsmaatregelen , uitgesplitst in voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen door de bevolking in het algemeen en door gevoelige en kwetsbare bevolkingsgroepen, en acties voor symptoomverlichting na blootstelling ;

Amendement 291

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IX — punt 2 — d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

Gegevens over preventieve acties ter vermindering van de verontreiniging en/of de blootstelling daaraan: vermelding van de belangrijkste bronsectoren; aanbevelingen voor maatregelen om de uitstoot te verminderen.

d)

Gegevens over kortetermijnmaatregelen en preventieve acties ter vermindering van de verontreiniging en/of de blootstelling daaraan: vermelding van de belangrijkste bronsectoren; aanbevelingen voor maatregelen om de uitstoot te verminderen en blootstellingsbeperkingen ;


(1)  De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0233/2023).

(40)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, De Europese Green Deal; COM(2019)0640.

(40)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, De Europese Green Deal; COM(2019)0640.

(42)  Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).

(42)  Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).

(43)  Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).

(43)  Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).

(44)  Besluit 81/462/EEG van de Raad van 11 juni 1981 met betrekking tot de sluiting van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (PB L 171 van 27.6.1981, blz. 11).

(44)  Besluit 81/462/EEG van de Raad van 11 juni 1981 met betrekking tot de sluiting van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (PB L 171 van 27.6.1981, blz. 11).

(1 bis)   J. Brandt, J.D. Silver en L.M. Frohn, Assessment of Health-Cost Externalities of Air Pollution at the National Level using the EVA Model System, wetenschappelijk rapport nr. 3 van 2011, CEEH.

(1 bis)   “Unequal exposure and unequal impacts: social vulnerability to air pollution, noise and extreme temperatures in Europe”, Europees Milieuagentschap, 2018.

(45)  Geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit van 28 november 2019 (SWD(2019)0427).

(45)  Geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit van 28 november 2019 (SWD(2019)0427).

(46)  Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1).

(46)  Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1).

(48)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(49)  Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12).

(48)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(49)  Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12).

(1bis)   Arrest van het Hof van Justitie van 10 november 2020, Europese Commissie/Italiaanse Republiek, C-644/18, ECLI:EU:C:2020:895, punt 154, en arrest van het Hof van Justitie van 19 november 2014, ClientEarth/The Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, C-404/13, ECLI:EU:C:2014:2382, punt 49.

(1bis)   Index van de digitale economie en samenleving (DESI) 2022 (https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/desi).

(1 bis)   Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Fadeyeva tegen Rusland, 55723/00, (EHRM, 9 juni 2005), § 87.

(55)  Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).

(55)  Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030 (PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22).

(57)  Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

(57)  Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

(50)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(50)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(59)  Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).

(59)  Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 17).

(60)  Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).

(61)  Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).

(60)  Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).

(61)  Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).

(2)  De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.

(3)  De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.

(4)   De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.

(5)  De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode voor 1 dag loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.

(6)  Indien de 3- of 5-jaargemiddelden niet op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens kunnen worden vastgesteld, is het vereiste minimumaantal jaargegevens voor de controle op de naleving van de streefwaarden als volgt:

voor de streefwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: geldige gegevens over één jaar;

voor de streefwaarde voor bescherming van de vegetatie: geldige gegevens over drie jaar.

(7)  De hoogste 8-uurgemiddelde concentratie per dag wordt bepaald door analyse van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van 8 uur, die ieder uur worden berekend op basis van de uurwaarden. Elk aldus berekend gemiddelde over 8 uur telt voor de dag waarop de periode van 8 uur eindigt, d.w.z. dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 1.00 uur op die dag; de laatste berekeningsperiode voor 1 dag loopt van 16.00 uur tot 24.00 uur op die dag.

(8)  Indien de 3- of 5-jaargemiddelden niet op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens kunnen worden vastgesteld, is het vereiste minimumaantal jaargegevens voor de controle op de naleving van de streefwaarden als volgt:

voor de streefwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: geldige gegevens over één jaar;

voor de streefwaarde voor bescherming van de vegetatie: geldige gegevens over drie jaar.

(9)  99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).

(10)  99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).

(11)   Gemiddelde van het dagelijkse maximale 8-uurgemiddelde van O3-concentratie in de zes opeenvolgende maanden met de hoogste zesmaandelijkse voortschrijdende gemiddelde O3-concentratie.

(12)   Voor de toepassing van artikel 20 moet gedurende drie opeenvolgende uren een overschrijding van de drempelwaarde worden gemeten of voorspeld.

(13)  99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).

(14)  99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).

(15)   99e percentiel (d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar).

(16)   Het aantal bemonsteringspunten voor PM 2,5 en NO2 op de stedelijkeachtergrondlocaties van stedelijke gebieden moet aan de voorschriften van punt B voldoen.

(17)  Ten minste 1 bemonsteringspunt in gebieden waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste ozonconcentraties wordt blootgesteld. In agglomeraties moet ten minste 50 % van de bemonsteringspunten zich in voorstedelijk gebied bevinden.

(18)  Ten minste 1 bemonsteringspunt in gebieden waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste ozonconcentraties wordt blootgesteld. In agglomeraties moet ten minste 50 % van de bemonsteringspunten zich in voorstedelijk gebied bevinden.

(19)   Het aantal bemonsteringspunten voor PM 2,5 en NO2 op de stedelijkeachtergrondlocaties van stedelijke gebieden moet aan de voorschriften van punt B voldoen.

(20)  Bemonsteringspunten moeten zo mogelijk representatief zijn voor soortgelijke locaties buiten de onmiddellijke omgeving van de bemonsteringspunten.

(21)  Bemonsteringspunten moeten zo mogelijk representatief zijn voor soortgelijke locaties buiten de onmiddellijke omgeving van de bemonsteringspunten.

(22)  Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.

(23)  Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.

(24)  Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.

(25)  Wanneer indicatieve metingen worden gebruikt voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving (bijvoorbeeld voor het ontwerpen of evalueren van het netwerk of het kalibreren en valideren van modellen), mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.

(26)   Bij het gebruik van indicatieve metingen voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving, zoals, maar niet uitsluitend: het ontwerpen of evalueren van het monitoringnetwerk, het kalibreren en valideren van modellen, mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.

(27)   Bij het gebruik van indicatieve metingen voor andere doeleinden dan de beoordeling van de naleving, zoals, maar niet uitsluitend: het ontwerpen of evalueren van het monitoringnetwerk, het kalibreren en valideren van modellen, mag de onzekerheid die zijn welke voor modelleringsapplicaties is vastgesteld.

(1 bis)   Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 443/2009 en (EU) nr. 510/2011 (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 13).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1789/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top