EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 23.10.2019
COM(2019) 491 final
BIJLAGE
bij
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een protocol tussen de Europese Unie en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland
{SWD(2019) 385 final} - {SWD(2019) 386 final}
BIJLAGE […]
Richtsnoeren voor de onderhandelingen over een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een protocol tussen de Europese Unie en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland
(1)De onderhandelingen hebben tot doel een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (PODV) en een protocol tussen de EU en Groenland te sluiten die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 1380/2013 en met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over de mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid.
(2)In de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij moeten het kader, de algemene beginselen en de doelstellingen worden vastgelegd die de basis voor het nieuwe partnerschap met Groenland zullen vormen. Bijgevolg moet de overeenkomst een clausule bevatten waarbij de huidige partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de partijen wordt ingetrokken.
(3)Het nieuwe partnerschap moet duurzame en verantwoorde visserij bevorderen en tegelijk wederzijdse voordelen voor de EU en Groenland waarborgen. Tijdens de onderhandelingen moet de Commissie met name de hieronder omschreven doelstellingen nastreven:
·de toegang tot de visserijzone van Groenland garanderen en ervoor zorgen dat de vaartuigen van de EU-vissersvloot de nodige machtigingen krijgen om in die zone te vissen;
·de ecologische duurzaamheid van de visserijactiviteiten garanderen en de oceaangovernance op internationaal niveau bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met het beste beschikbare wetenschappelijke advies en de desbetreffende door de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) vastgestelde beheersplannen. De visserijactiviteiten moeten uitsluitend op beschikbare bestanden gericht zijn, rekening houdend met de vangstcapaciteit van de lokale vloot, en met speciale aandacht voor het feit dat het gaat over bestanden die over grote afstanden trekken;
·een passend aandeel in de overschotbestanden verkrijgen dat geheel in verhouding staat tot de belangen van de EU-vloot, indien die bestanden ook voor vloten van derde landen van belang zijn;
·voor alle vloten van derde landen dezelfde technische voorwaarden toepassen, rekening houdend met de mogelijke overdracht van een deel van de overeengekomen EU-quota naar andere noordse landen;
·ervoor zorgen dat de financiële bijdrage van de EU voor de toegang tot de visserij gebaseerd is op de historische en verwachte toekomstige activiteiten van de EU‑vloot in de regio, in het licht van de beste en meest actuele wetenschappelijke beoordelingen;
·een dialoog aangaan om de uitvoering van een verantwoord visserijbeleid door Groenland te versterken, in samenhang met de ontwikkelingsdoelstellingen van dat land, met name wat betreft governance op visserijgebied, de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, controle, monitoring en bewaking van visserijactiviteiten en het verstrekken van wetenschappelijk advies;
·een clausule opnemen over de gevolgen van schendingen van de mensenrechten en van de democratische beginselen;
·bewerkstelligen dat het protocol bijdraagt aan de bevordering van groei en waardig werk in verband met maritieme activiteiten, rekening houdend met de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).
(4)In het protocol moet met name het volgende worden vastgesteld:
·de vangstmogelijkheden, per categorie, die aan de EU-vloot zullen worden verleend;
·de voor Groenland vastgestelde financiële tegenprestatie en de voorwaarden voor de betaling daarvan; en
·het in het kader van de sectorale steun te betalen bedrag en de mechanismen voor de uitvoering daarvan.