Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019PC0378

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD houdende machtiging tot het namens de Europese Unie op de eenendertigste vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen openen van onderhandelingen over wijzigingen van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (“Overeenkomst van Bonn”) wat betreft de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Overeenkomst en wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan

COM/2019/378 final

Brussel, 30.8.2019

COM(2019) 378 final

BIJLAGEN

bij de

Aanbeveling voor een besluit van de Raad

houdende machtiging tot het namens de Europese Unie op de eenendertigste vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen openen van onderhandelingen over wijzigingen van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (“Overeenkomst van Bonn”) wat betreft de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Overeenkomst en wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan


BIJLAGE 1

Ontwerpbesluit van de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Overeenkomst met het oog op verbetering van de samenwerking op het gebied van toezicht met betrekking tot de voorschriften van bijlage VI bij het Marpol-verdrag

De Partijen bij de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen van 1983 (“de Overeenkomst”),

Indachtig artikel 16 van de Overeenkomst, waarin is bepaald dat een of meer Overeenkomstsluitende Partijen wijzigingen van de Overeenkomst kunnen voorstellen, die op een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen met eenparigheid van stemmen kunnen worden aangenomen,

Voornemens ervoor te zorgen dat de depotregering de kennisgevingen van goedkeuring van alle Overeenkomstsluitende Partijen zo spoedig mogelijk zal ontvangen teneinde een spoedige inwerkingtreding van dergelijke wijzigingen overeenkomstig artikel 16, lid 2, van de Overeenkomst mogelijk te maken,

In het streven de samenwerking en coördinatie tussen de Overeenkomstsluitende Partijen bij het bestrijden van illegale, door de scheepvaart veroorzaakte luchtverontreinigende emissies te verbeteren teneinde de negatieve gevolgen van de verbranding van scheepsbrandstoffen met een hoog zwavel- of stikstofgehalte voor de menselijke gezondheid, de biodiversiteit en het mariene milieu als geheel te beperken,

nemen het volgende besluit met eenparigheid van stemmen aan:

Paragraaf 1 – Wijziging van de titel van de Overeenkomst

De titel van de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

“Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van het Noordzeegebied door olie en andere schadelijke stoffen, met inbegrip van door de scheepvaart veroorzaakte luchtverontreiniging”

Paragraaf 2 – Wijziging van de preambule van de Overeenkomst

De preambule van de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

“De Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Republiek Ierland en de Europese Economische Gemeenschap 1 , 

Erkennend dat verontreiniging van de zee door olie en andere schadelijke stoffen en door de scheepvaart veroorzaakte luchtverontreiniging in het Noordzeegebied een bedreiging kunnen vormen voor het mariene milieu, de biodiversiteit, de menselijke gezondheid en de daarmee samenhangende belangen van de kuststaten,

Opmerkend dat dergelijke vormen van verontreiniging vele oorzaken hebben en dat ongevallen en andere voorvallen op zee aanleiding tot grote bezorgdheid geven,

Ervan overtuigd dat het vermogen tot bestrijding van dergelijke vormen van verontreiniging alsook actieve samenwerking en onderlinge hulpverlening tussen de staten noodzakelijk zijn voor de bescherming van hun kusten en daarmee samenhangende belangen,

Verheugd over de reeds geboekte vooruitgang in het kader van de Overeenkomst betreffende samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie, ondertekend te Bonn op 9 juni 1969,

Geleid door de wens de onderlinge hulpverlening en de samenwerking bij de bestrijding van en het toezicht op de verschillende vormen van verontreiniging tot verdere ontwikkeling te brengen,

Zijn als volgt overeengekomen:”

Paragraaf 3 – Wijziging van artikel 1

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 1

Deze Overeenkomst is binnen het Noordzeegebied zoals omschreven in artikel 2 van deze Overeenkomst van toepassing:

(1)zodra verontreiniging of dreigende verontreiniging van de zee door olie of andere schadelijke stoffen een ernstig en onmiddellijk gevaar betekent voor de kust of daarmee samenhangende belangen van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen, of

(2)zodra verontreiniging of dreigende verontreiniging van het mariene milieu als gevolg van door de scheepvaart veroorzaakte emissies als bedoeld in bijlage VI bij het Marpol-verdrag bijdraagt tot de eutrofiëring van de zee en een bedreiging vormt voor de gezondheid van de bevolking aan de kust of van mariene organismen, en

(3)het toezicht dat wordt uitgeoefend met het oog op het opsporen en bestrijden van verontreiniging als omschreven in de leden 1 en 2 van dit artikel en het voorkomen van inbreuken op de voorschriften ter bestrijding van verontreiniging.”

Paragraaf 4 – Wijziging van artikel 5

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 5

(1)Zodra een Overeenkomstsluitende Partij kennis neemt van een ongeval of van de aanwezigheid van olie of andere schadelijke stoffen, met inbegrip van scheepsemissies, in het Noordzeegebied die een ernstige bedreiging kunnen vormen voor de kust of daarmee samenhangende belangen van een andere Overeenkomstsluitende Partij, deelt zij dit via haar bevoegde autoriteit onverwijld aan die Partij mee.

(2)De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe, de gezagvoerders van alle schepen die hun vlag voeren en alle gezagvoerders van in hun land geregistreerde luchtvaartuigen te verzoeken, onverwijld, langs de onder de omstandigheden snelste en meest geschikte wegen, mededeling te doen van:

(a)alle ongevallen die verontreiniging van het mariene milieu veroorzaken of dit vermoedelijk zullen doen;

(b)de aanwezigheid, aard en uitgestrektheid van olie of van andere schadelijke stoffen die vermoedelijk een ernstige bedreiging zullen vormen voor de kust of daarmee samenhangende belangen van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen.

(3)De Overeenkomstsluitende Partijen maken gebruik van een standaardformulier voor de mededeling van verontreiniging zoals vereist krachtens het eerste lid van dit artikel.”

Paragraaf 5 – Wijziging van artikel 6

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 

“Artikel 6

(1)Uitsluitend voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt het Noordzeegebied verdeeld in de zones, omschreven in de bijlage bij deze Overeenkomst.

(2)De Overeenkomstsluitende Partij binnen wier zone een situatie zoals beschreven in artikel 1, lid 1, van deze Overeenkomst ontstaat, verzamelt de nodige gegevens betreffende de aard en de omvang van het ongeval of, naar gelang het geval, betreffende de soort en de geschatte hoeveelheid olie of andere schadelijke stoffen, alsmede betreffende de richting waarin en de snelheid waarmee de stoffen zich verplaatsen.

(3)De betrokken Overeenkomstsluitende Partij stelt onverwijld alle andere Overeenkomstsluitende Partijen via hun bevoegde autoriteiten in kennis van de door haar verzamelde gegevens en van elke maatregel die zij heeft getroffen ter bestrijding van de olie of andere schadelijke stoffen en zij houdt deze stoffen onder observatie zolang deze zich in haar zone bevinden.

(4)De verplichtingen van de Overeenkomstsluitende Partijen krachtens de bepalingen van dit artikel vormen, voor zover zij betrekking hebben op zones onder gezamenlijke verantwoordelijkheid, het onderwerp van tussen de betrokken Partijen te sluiten bijzondere technische overeenkomsten. Deze overeenkomsten worden ter kennis gebracht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen.”

Paragraaf 6 – Wijziging van artikel 15

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: 

“Artikel 15

(1)De Overeenkomstsluitende Partijen treffen voorzieningen voor het verrichten van secretariaatstaken met betrekking tot deze Overeenkomst, daarbij rekening houdend met bestaande regelingen in het kader van andere internationale overeenkomsten inzake de voorkoming van verontreiniging van het mariene milieu die voor hetzelfde gebied als deze Overeenkomst van kracht zijn.

(2)Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt 2,5 % bij aan de jaarlijkse uitgaven ingevolge de Overeenkomst. Het saldo van de uitgaven ingevolge de Overeenkomst wordt omgeslagen over de Overeenkomstsluitende Partijen (behalve de EEG) naar verhouding van hun bruto nationaal product overeenkomstig de regelmatig door de Algemene Vergadering der Verenigde Naties vastgestelde verdeelsleutel. In geen geval mag de bijdrage van een Overeenkomstsluitende Partij aan dit saldo hoger zijn dan 20 % van het saldo.”

Paragraaf 7 – Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depotregering kennisgevingen van goedkeuring van alle Overeenkomstsluitende Partijen heeft ontvangen.

BIJLAGE 2

Ontwerpbesluit van de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Overeenkomst

De Partijen bij de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (“Overeenkomst van Bonn”),

INDACHTIG artikel 20 van de Overeenkomst, waarin is bepaald dat de Overeenkomstsluitende Partijen met eenparigheid van stemmen andere kuststaten van het Noordoost-Atlantische gebied kunnen uitnodigen tot de Overeenkomst toe te treden, en dat artikel 2 van deze Overeenkomst en de bijlage bij deze Overeenkomst in zulk een geval dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBENDE unaniem verklaard voornemens te zijn Spanje uit te nodigen tot de Overeenkomst toe te treden,

VERHEUGD over de wens van Spanje om toe te treden tot de Overeenkomst,

besluiten met eenparigheid van stemmen als volgt:

Paragraaf 1 - Uitnodiging aan Spanje overeenkomstig artikel 20

In overeenstemming met artikel 20 nodigen de Overeenkomstsluitende Partijen Spanje unaniem uit tot de Overeenkomst van Bonn toe te treden. In verband met deze uitnodiging worden de volgende wijzigingen van artikel 2 en van de bijlage bij deze Overeenkomst aangenomen:

Paragraaf 2 – Wijziging van artikel 2

Artikel 2 van de overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder het Noordzeegebied het zeegebied behelzende:

(a)de eigenlijke Noordzee, ten zuiden van de breedtegraad 61°0'00,00" noorderbreedte;

(b)het Skagerrak, waarvan de zuidelijke begrenzing wordt bepaald ten oosten van Skagen door de breedtegraad 57°44'43.00" noorderbreedte;

(c)de Golf van Biskaje, ten zuiden en ten westen begrensd door de lijn die in deel I van de bijlage bij deze Overeenkomst wordt gedefinieerd,

(d)de overige wateren, behelzende de Ierse Zee, de Keltische Zee, de Malin, de Great Minch, de Little Minch, een deel van de Noorse Zee, en delen van de noordoostelijke Atlantische Oceaan, in het westen en het noorden begrensd door de lijn die in Deel II van de bijlage bij deze Overeenkomst wordt gedefinieerd.”

Paragraaf 3 – Wijziging van de bijlage bij de Overeenkomst

De bijlage bij de Overeenkomst wordt aldus gewijzigd dat zij komt te luiden als vermeld in het aanhangsel bij dit besluit.

Paragraaf 4 – Inwerkingtreding

De in dit besluit opgenomen wijzigingen treden in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van nederlegging door Spanje van zijn akte van toetreding.

Aanhangsel

“BIJLAGE BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE SAMENWERKING BIJ HET BESTRIJDEN VAN

VERONTREINIGING VAN DE NOORDZEE DOOR OLIE EN ANDERE SCHADELIJKE STOFFEN,

1983

Beschrijving van de Atlantische grens van het Noordzeegebied en van de in artikel 6 van deze Overeenkomst genoemde zones

De Atlantische grens van het Noordzeegebied

Deel I: De lijn die de zuidelijke en zuidwestelijke begrenzing vormt van het onder de Overeenkomst van Bonn vallende gebied

De lijn die de zuidwestelijke begrenzing vormt van het Kanaal en zijn toegangen en de zuidelijke en westelijke begrenzing vormt van de Golf van Biskaje is een lijn die:

i)    begint op het westelijke punt aan de kust van Spanje op 42° 30' 04,25" NB 8° 52' 18,22" WL;

ii)    vervolgens vandaar de loxodroom volgt tot aan het punt op 42° 30' 04,32" NB 10° 24' 55,16" WL;

iii)    vervolgens vandaar de loxodroom volgt tot aan het punt op 46° 00' 04,07" NB 10° 24' 54,86" WL;

iv)    vervolgens vandaar de loxodroom volgt tot aan het punt op 46° 00' 04,06" NB 9° 59' 54,88" WL;

v)    vervolgens vandaar de lijn volgt tot aan het snijpunt tussen de breedtecirkel van 48° 27' 00,00" NB en de 50 zeemijlen ten westen van de lijn tussen het eiland Ouessant en de Scilly-eilanden getrokken lijn (hierna “lijn van de Overeenkomst van Bonn, 1983” genoemd);

vi)    vervolgens vanaf dat snijpunt de lijn van de Overeenkomst van Bonn, 1983, in noordelijke richting volgt tot het snijpunt van die lijn met de bij scheidsrechterlijke beslissing van 30 juni 1977 vastgestelde scheidslijn op het Continentaal Plat tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk;

vii)    vervolgens vanaf dat snijpunt de lijn van die grens in westelijke richting volgt tot aan het punt op 48° 10' 00,00" NB 9° 22' 15,91" WL; en

viii)    vervolgens vandaar de breedtecirkel van 48° 10' 00,00" NB in westelijke richting volgt tot aan het punt op 48° 10' 00,00" NB 10° 0' 00,00" WL.

Deel II: De lijn die de westelijke en noordelijke begrenzing vormt van de overige onder de Overeenkomst vallende wateren

De lijn die de westelijke en noordelijke begrenzing vormt van de overige onder de Overeenkomst vallende wateren, behelzende de Ierse Zee, de Keltische Zee, de Malin, de Great Minch, de Little Minch, een deel van de Noorse Zee, en delen van de noordoostelijke Atlantische Oceaan, is een lijn die:

i)    begint op het punt op 48° 10' 00,00" NB 0° 00' 00,00" WL;

ii)    vanaf dat punt de westelijke grens van de verantwoordelijkheidszone inzake verontreinigingsbestrijding in de Ierse Zee volgt (dat wil zeggen een lijn die op elk punt ervan 200 zeemijlen verwijderd is van het dichtstbijzijnde punt van de basislijnen die zijn vastgesteld voor de toepassing van de Maritime Jurisdiction Acts, 1959-1988, van Ierland) tot aan het punt op 56° 42' 00,00” NB 14° 00' 00,00" WL;

iii)    vanaf dat punt de westelijke grens volgt van de zone als vastgesteld bij de Merchant Shipping (Prevention of Pollution) (Limits) Regulations 1996 van het Verenigd Koninkrijk, zoals gewijzigd bij de Merchant Shipping (Prevention of Pollution) (Limits) Regulations 1997 (dat wil zeggen de lijnen die de in de onderstaande tabel 1 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden) tot aan het punt op 63°38'10,68" NB 0°30'00,00" WL; en

iv)    vanaf dat punt de breedtecirkel van 63°38'10.68" NB in oostelijke richting volgt tot aan de kust van Noorwegen.

Tabel 1: Punten en lijnen van de westelijke grens van de zone die is vastgesteld bij The Merchant Shipping (Prevention of Pollution) (Limits) Regulations 1996 van het Verenigd Koninkrijk, zoals gewijzigd:

In de Regulations van het Verenigd Koninkrijk, zoals gewijzigd, vermelde punten en hun coördinaten

Lijnsegmenten tussen deze punten

27.    56° 42' 00,00" NB    14° 0' 00,00" WL

27-28 Lengtegraad

28.    56° 49' 00,00" NB    14° 0' 00,00" WL

28-29 Breedtegraad

29.    56° 49' 00,00" NB    14° 30' 34,00" WL

29-30 Cirkelboog van 200 zeemijlen vanaf de relevante basispunten op St. Kilda vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten.

30.    57° 52' 22,00" NB    14° 53' 22,00" WL

30-31 Cirkelboog van 200 zeemijlen vanaf de relevante basispunten op St. Kilda vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten.

31.    58°30' 00,00" NB    14° 48' 58,00" WL

31-32 Cirkelboog van 200 zeemijlen vanaf de relevante basispunten op St. Kilda vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten.

32.    59° 0' 00,00" NB    14° 35' 07,00" WL

32-33 Cirkelboog van 200 zeemijlen vanaf de relevante basispunten op St. Kilda vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten.

33.    59° 40' 54,00" NB    13° 58' 10,00" WL

33-34 Cirkelboog van 200 zeemijlen vanaf de relevante basispunten op St. Kilda vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten.

34.    59° 50' 00,00" NB    13° 46' 24,00" WL

34-35 Breedtegraad

35.    59° 50' 00,00" NB    5° 0' 00,00" WL

35-36 Lengtegraad

36.    60° 10' 00,00" NB    5° 0' 00,00" WL

36-37 Breedtegraad

37.    60° 10' 00,00" NB    4° 48' 00,00" WL

37-38 Lengtegraad

38.    60° 20' 00,00" NB    4° 48' 00,00" WL

38-39 Breedtegraad

39.    60° 20' 00,00" NB    4° 24' 00,00" WL

39-40 Lengtegraad

40.    60° 40' 00,00" NB    4° 24' 00,00" WL

40-41 Breedtegraad

41.    60° 40' 00,00" NB    4° 0' 00,00" WL

41-42 Lengtegraad

42.    61° 0' 00,00" NB    4° 0' 00,00" WL

42-43 Breedtegraad

43.    61° 0' 00,00" NB    3° 36' 00,00" WL

43-44 Lengtegraad

44.    61° 30' 00,00" NB    3° 36' 00,00" WL

44-45 Breedtegraad

45.    61° 30' 00,00" NB    3° 0' 00,00" WL

45-46 Lengtegraad

46.    61° 45' 00,00" NB    3° 0' 00,00" WL

46-47 Breedtegraad

47.    61° 45' 00,00" NB    2° 48' 00,00" WL

47-48 Lengtegraad

48.    62° 0' 00,00" NB    2° 48' 00,00" WL

48-49 Breedtegraad

49.    62° 0' 00,00" NB    2° 0' 00,00" WL

49-50 Lengtegraad

50.    62° 30' 00,00" NB    2° 0' 00,00" WL

50-51 Breedtegraad

51.    62° 30' 00,00" NB    1° 36' 00,00" WL

51-52 Lengtegraad

52.    62° 40' 00,00" NB    1° 36' 00,00" WL

52-53 Breedtegraad

53.    62° 40' 00,00" NB    1° 0' 00,00" WL

53-54 Lengtegraad

54.    63° 20' 00,00" NB    1° 0' 00,00" WL

54-55 Breedtegraad

55.    63° 20' 00,00" NB    0° 30' 00,00" WL

55-56 Lengtegraad

56.    63° 38' 10,68" NB    0° 30' 00,00" WL

Grenzen van de verantwoordelijkheidszones bedoeld in artikel 6 van deze Overeenkomst

Deel III:    Grenzen van de onder nationale verantwoordelijkheid vallende zones

1.    Algemeen:     Wanneer de grenzen van een verantwoordelijkheidszone zijn gespecificeerd aan de hand van een reeks lijnen die de in een lijst vermelde punten met elkaar verbinden, wordt de aard van die lijnen bepaald door de per punt aangegeven aard van de lijn die een punt verbindt met het daarop volgende punt.

2.    Denemarken: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Denemarken vallende zone wordt begrensd door de volgende reeks lijnen:

a)    een lijn die begint op het snijpunt van de grens van de onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Denemarken en Duitsland vallende zone zoals hieronder omschreven in deel IV, met een lijn tussen het punt op 55° 10' 03,40" NB 7° 33' 09,60" OL en het eerste punt DE1/DK1, en deze lijn volgt tot aan het punt DE1/DK1;

b)    een reeks lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

DK1    55° 30' 40,30" NB    5° 45' 00,00" OL

Geodetisch

DE1

DK2    55° 15' 00,00" NB    5° 24' 12,00" WL

Geodetisch

DE2

DK3    55° 15' 00,00" NB    5° 9' 00,00" WL

Geodetisch

DE3

DK4    55° 24' 15,00" NB    4° 45' 00,00" WL

Geodetisch

DE4

DK5    55° 46' 21,80" NB    4° 15' 00,00" OL

Geodetisch

DE5

DK6    55° 55' 09,40" NB    3° 21' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DE6

DK7    56° 5' 12,00" NB    3° 15' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK23, NO23

DK8    56° 35' 30,00" NB    5° 2' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NO24

DK9    57° 10' 30,00" NB    6° 56' 12,00" OL

Grootcirkelboog

NO25

DK10    57° 29' 54,00" NB    7° 59' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NO26

DK11    57° 37' 06,00" NB    8° 27' 30,00" OL

Grootcirkelboog

NO27

DK12    57° 41' 48,00" NB    8° 53' 18,00" OL

Grootcirkelboog

NO28

DK13    57° 59' 18,00" NB    9° 23' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NO29

DK14    58° 15' 41,20" NB    10° 1' 48,10" OL

Grootcirkelboog

NO30, SE4

DK15    58° 8' 00,10" NB    10° 32' 32,80" OL

Geodetisch

SE3

DK16    57° 49' 00,60" NB    11° 2' 55,60" OL

Geodetisch

SE2

DK17    57° 44' 43,00" NB    11° 7' 04,00" OL

SE1

3.    Duitsland: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Duitsland vallende zone wordt begrensd door de volgende reeks lijnen:

a)    een lijn die begint op het snijpunt van de grens van de onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Denemarken en Duitsland vallende zone zoals hieronder omschreven in deel IV, met een lijn tussen het punt op 55° 10' 03,40" NB 7° 33' 09,60" OL en het eerste punt DE1/DK1, en deze lijn volgt tot aan het punt DE1/DK1;

b)    een reeks lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

DE1    55° 30' 40,30" NB    5° 45' 00,00" OL

Geodetisch

DK1

DE2    55° 15' 00,00" NB    5° 24' 12,00" OL

Geodetisch

DK2

DE3    55° 15' 00,00" NB    5° 9' 00,00" OL

Geodetisch

DK3

DE4    55° 24' 15,00" NB    4° 45' 00,00" OL

Geodetisch

DK4

DE5    55° 46' 21,80" NB    4° 15' 00,00" OL

Geodetisch

DK5

DE6    55° 55' 09,40" NB    3° 21' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DK6

DE7    55° 50' 06,00" NB    3° 24' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK24

DE8    55° 45' 54,00" NB    3° 22' 13,00" OL

Grootcirkelboog

NL19

DE9    55° 20' 00,00" NB    4° 20' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL20

DE10    55° 0' 00,00" NB    5° 0' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL21

DE11    54° 37' 12,00" NB    5° 0' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL22

DE12    54° 11' 12,00" NB    6° 0' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL23

DE13    53° 59' 56,80" NB    6° 6' 28,20" OL

NL24

c)    een lijn die vanaf punt DE12 landwaarts naar punt DE13 loopt (dat wil zeggen het volgende overeengekomen afbakeningspunt op 53° 59' 56,80" N 6° 6' 28,20" OL) tot aan het snijpunt van die lijn met de grens van de onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Nederland en Duitsland vallende zone, zoals hieronder omschreven in deel IV.

4.    Ierland: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Ierland vallende zone wordt begrensd door de volgende reeks lijnen:

a)    in het noorden: een reeks lijnen die de in tabel 3 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden;

b)    in het westen: de westelijke grens van het Noordzeegebied;

c)    in het oosten en het zuiden: een reeks lijnen die de in tabel 2 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden.

5.    Nederland: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Nederland vallende zone wordt in het zuiden begrensd door de breedtegraad van 51°51' 52,1267" NB en ten noorden van deze breedtegraad door de volgende reeks lijnen:

a)    een reeks lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

NL1        51° 51' 52,1267" NB    2° 31' 48,0975" OL

Grootcirkelboog

UK42

NL2        51° 59' 00,00" NB    2° 37' 36,00" OL

Grootcirkelboog

UK41

NL3        52° 1' 00,00" NB    2° 39' 30,00" OL

Grootcirkelboog

UK40

NL4        52° 5' 18,00" NB    2° 42' 12,00" OL

Grootcirkelboog

UK39

NL5        52° 6' 00,00" NB    2° 42' 54,00" OL

Grootcirkelboog

UK38

NL6        52° 12' 24,00" NB    2° 50' 24,00" OL

Grootcirkelboog

UK37

NL7        52° 17' 24,00" NB    2° 56' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK36

NL8        52° 25' 00,00" NB    3° 3' 30,00" OL

Grootcirkelboog

UK35

NL9        52° 37' 18,00" NB    3° 11' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK34

NL10    52° 47' 00,00" NB    3° 12' 18,00" OL

Grootcirkelboog

UK33

NL11    52° 53' 00,00" NB    3° 10' 30,00" OL

Grootcirkelboog

UK32

NL12    53° 18' 06,00" NB    3° 3' 24,00" OL

Grootcirkelboog

UK31

NL13    53° 28' 12,00" NB    3° 1' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK30

NL14    53° 35' 06,00" NB    2° 59' 18,00" OL

Grootcirkelboog

UK29

NL15    53° 40' 06,00" NB    2° 57' 24,00" OL

Grootcirkelboog

UK28

NL16    53° 57' 48,00" NB    2° 52' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK27

NL17    54° 22' 48,00" NB    2° 45' 48,00" OL

Grootcirkelboog

UK26

NL18    54° 37' 18,00" NB    2° 53' 54,00" OL

Grootcirkelboog

UK25

NL19    55° 45' 54,00" NB    3° 22' 13,00" OL

Grootcirkelboog

DE8

NL20    55° 20' 00,00" NB    4° 20' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DE9

NL21    55° 0' 00,00" NB    5° 0' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DE10

NL22    54° 37' 12,00" NB    5° 0' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DE11

NL23    54° 11' 12,00" NB    6° 0' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DE12

NL24    53° 59' 56,80" NB    6° 6' 28,20" OL

DE13

b)    een lijn die vanaf punt NL23 landwaarts naar punt NL24 loopt (dat wil zeggen het volgende overeengekomen afbakeningspunt op 53° 59’ 56,80" N 6° 6' 28,20" OL) tot aan het snijpunt van die lijn met de grens van de onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Nederland en Duitsland vallende zone, zoals hieronder omschreven in deel IV.

6.    Noorwegen: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Noorwegen vallende zone wordt in het noorden begrensd door de breedtegraad van 63° 38' 10,68" NB en ten westen, zuiden en oosten van deze breedtegraad door de volgende reeks lijnen:

a)    een reeks lijnen die de in tabel 4 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden;

b)    een reeks vanaf het laatste in die tabel vermelde punt in zuidelijke richting lopende lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

NO23    56° 5' 12,00" NB     3° 15' 00,00" OL

Grootcirkelboog

UK23, DK7

NO24    56° 35' 30,00" NB    5° 2' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DK8

NO25    57° 10' 30,00" NB    6° 56' 12,00" OL

Grootcirkelboog

DK9

NO26    57° 29' 54,00" NB    7° 59' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DK10

NO27    57° 37' 06,00" NB    8° 27' 30,00" OL

Grootcirkelboog

DK11

NO28    57° 41' 48,00" NB    8° 53' 18,00" OL

Grootcirkelboog

DK12

NO29    57° 59' 18,00" NB    9° 23' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DK13

NO30    58° 15' 41,20" NB    10° 1' 48,10" OL (punt A)

Grootcirkelboog

SE4, DK14

NO31    58° 30' 41,20" NB    10° 8' 46,90" OL (punt B)

Grootcirkelboog

SE5

NO32    58° 45' 41,30" NB    10° 35' 40,00" OL (punt C)

Loxodroom

SE6

NO33    58° 53' 34,00" NB    10° 38' 25,00" OL (punt D)

SE7

c)    vervolgens een lijn langs de grens tussen Noorwegen en Zweden.

7.    Zweden: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Zweden vallende zone wordt in het zuiden begrensd door de breedtegraad van 57° 44' 43,00" NB en ten noorden van deze breedtegraad door een reeks lijnen die:

a) de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zones

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

SE1    57° 44' 43,00" NB    11° 7' 04,00" OL

Geodetisch

DK17

SE2    57° 49' 00,60" NB    11° 2' 55,60" OL

Geodetisch

DK16

SE3    58° 8' 00,10" NB     10° 32' 32,80" OL

Geodetisch

DK15

SE4    58° 15' 41,20" NB    10° 1' 48,10" OL (punt A)

Grootcirkelboog

DK14, NO30

SE5    58° 30' 41,20" NB    10° 8' 46,90" OL (punt B)

Grootcirkelboog

NO31

SE6    58° 45' 41,30" NB    10° 35' 40,00" OL (punt C)

Loxodroom

NO32

SE7    58° 53' 34,00" NB    10° 38' 25,00" OL (punt D)

NO33

b)    vervolgens langs de grens tussen Noorwegen en Zweden loopt.

8.    Verenigd Koninkrijk: De onder de nationale verantwoordelijkheid van het Verenigd Koninkrijk vallende zone wordt begrensd door de volgende lijnen:

a)    in het oosten:

i)    een reeks lijnen die de in tabel 4 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden;

ii)    een reeks lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

UK23    56° 5' 12,00" NB    3° 15' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NO23, DK7

UK24    55° 50' 06,00" NB    3° 24' 00,00" OL

Grootcirkelboog

DE7

UK25    54° 37' 18,00" NB    2° 53' 54,00" OL

Grootcirkelboog

NL18

UK26    54° 22' 48,00" NB    2° 45' 48,00" OL

Grootcirkelboog

NL17

UK27    53° 57' 48,00" NB    2° 52' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL16

UK28    53° 40' 06,00" NB    2° 57' 24,00" OL

Grootcirkelboog

NL15

UK29    53° 35' 06,00" NB    2° 59' 18,00" OL

Grootcirkelboog

NL14

UK30    53° 28' 12,00" NB    3° 1' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL13

UK31    53° 18' 06,00" NB    3° 3' 24,00" OL

Grootcirkelboog

NL12

UK32    52° 53' 00,00" NB    3° 10' 30,00" OL

Grootcirkelboog

NL11

UK33    52° 47' 00,00" NB    3° 12' 18,00" OL

Grootcirkelboog

NL10

UK34    52° 37' 18,00" NB    3° 11' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL9

UK35    52° 25' 00,00" NB    3° 3' 30,00" OL

Grootcirkelboog

NL8

UK36    52° 17' 24,00" NB    2° 56' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NL7

UK37    52° 12' 24,00" NB    2° 50' 24,00" OL

Grootcirkelboog

NL6

UK38    52° 6' 00,00" NB    2° 42' 54,00" OL

Grootcirkelboog

NL5

UK39    52° 5' 18,00" NB    2° 42' 12,00" OL

Grootcirkelboog

NL4

UK40    52° 1' 00,00" NB    2° 39' 30,00" OL

Grootcirkelboog

NL3

UK41    51° 59' 00,00" NB    2° 37' 36,00" OL

Grootcirkelboog

NL2

UK42    51° 51' 52,1267" NB    2° 31' 48,0975" OL

Grootcirkelboog

NL1

b)    in het zuiden en westen:

i)    een lijn vanaf het meest westelijke punt van de Scilly-eilanden die dat punt verbindt met het punt op 49°52' 00,00" NB 7 44' 00,00" WL;

ii)    een lijn die vanaf dat punt de lijn van de Overeenkomst van Bonn, 1983 (zoals hierboven in deel I gedefinieerd) in zuidelijke richting volgt tot het snijpunt van die lijn met de bij scheidsrechterlijke beslissing van 30 juni 1977 vastgestelde scheidslijn op het Continentaal Plat tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk;

iii)    een lijn die vanaf dat snijpunt die scheidslijn in westelijke richting volgt tot aan het punt op 48° 10' 00,00" NB 9° 22' 15,91" WL; en

iv)    vandaar een reeks lijnen die de in tabel 2 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden tot aan de buitengrens van de aan Noord-Ierland grenzende territoriale zee op het punt op 54° 0' 00,00" NB 05° 36' 20,00" WL;

c)    in het westen en noorden:

i)    een lijn die het punt aan de buitengrens van de aan Noord-Ierland grenzende territoriale zee dat het dichtst gelegen is bij het punt op 55° 31' 13,36" NB 6° 45' 00,00" WL, verbindt met dat punt;

ii)    vandaar een reeks lijnen die de in tabel 3 vermelde punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden tot aan het punt op 56° 42' 00,00" NB 14° 00' 00,00" WL;

iii)    vandaar een lijn die langs de westelijke en de noordelijke grens van het Noordzeegebied loopt tot aan het punt op 63° 38' 10.68" NB 0° 30' 00,00" WL.

Tabel 2: Punten en lijnen van de grens tussen de onder de verantwoordelijkheid van Ierland en die van het Verenigd Koninkrijk vallende zones – Oosten en zuiden

Punten ter afbakening van de zones

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

IR1, UK50    48° 10' 00,00" NB    10° 0' 00,00" WL

Lengtegraad

IR2, UK51    48° 20' 00,00" NB    10° 0' 00,00" WL

Breedtegraad

IR3, UK52    48° 20' 00,00" NB    9° 48' 00,00" WL

Lengtegraad

IR4, UK53    48° 30' 00,00" NB    9° 48' 00,00" WL

Breedtegraad

IR5, UK54    48° 30' 00,00" NB    9° 36' 00,00" WL

Lengtegraad

IR6, UK55    48° 50' 00,00" NB    9° 36' 00,00" WL

Breedtegraad

IR7, UK56    48° 50' 00,00" NB    9° 24' 00,00" WL

Lengtegraad

IR8, UK57    49° 0' 00,00" NB     9° 24' 00,00" WL

Breedtegraad

IR9, UK58    49° 0' 00,00" NB     9° 17' 00,00" WL

Lengtegraad

IR10, UK59    49° 10' 00,00" NB    9° 17' 00,00" WL

Breedtegraad

IR11, UK60    49° 10' 00,00" NB    9° 12' 00,00" WL

Lengtegraad

IR12, UK61    49° 20' 00,00" NB    9° 12' 00,00" WL

Breedtegraad

IR13, UK62    49° 20' 00,00" NB    9° 3' 00,00" WL

Lengtegraad

IR14, UK63    49° 30' 00,00" NB    9° 3' 00,00" WL

Breedtegraad

IR15, UK64    49° 30' 00,00" NB    8° 54' 00,00" WL

Lengtegraad

IR16, UK65    49° 40' 00,00" NB    8° 54' 00,00" WL

Breedtegraad

IR17, UK66    49° 40' 00,00" NB    8° 45' 00,00" WL

Lengtegraad

IR18, UK67    49° 50' 00,00" NB    8° 45' 00,00" WL

Breedtegraad

IR19, UK68    49° 50' 00,00" NB    8° 36' 00,00" WL

Lengtegraad

IR20, UK69    50° 0' 00,00" NB     8° 36' 00,00" WL

Breedtegraad

IR21, UK70    50° 0' 00,00" NB     8° 24' 00,00" WL

Lengtegraad

IR22, UK71    50° 10' 00,00" NB    8° 24' 00,00" WL

Breedtegraad

IR23, UK72    50° 10' 00,00" NB    8° 12' 00,00" WL

Lengtegraad

IR24, UK73    50° 20' 00,00" NB    8° 12' 00,00" WL

Breedtegraad

IR25, UK74    50° 20' 00,00" NB    8° 0' 00,00" WL

Lengtegraad

IR26, UK75    50° 30' 00,00" NB    8° 0' 00,00" WL

Breedtegraad

IR27, UK76    50° 30' 00,00" NB    7° 36' 00,00" WL

Lengtegraad

IR28, UK77    50° 40' 00,00" NB    7° 36' 00,00" WL

Breedtegraad

IR29, UK78    50° 40' 00,00" NB    7° 12' 00,00" WL

Lengtegraad

IR30, UK79    50° 50' 00,00" NB    7° 12' 00,00" WL

Breedtegraad

IR31, UK80    50° 50' 00,00" NB    7° 3' 00,00" WL

Lengtegraad

IR32, UK81    51° 0' 00,00" NB     7° 3' 00,00" WL

Breedtegraad

IR33, UK82    51° 0' 00,00" NB     6° 48' 00,00" WL

Lengtegraad

IR34, UK83    51° 10' 00,00" NB    6° 48' 00,00" WL

Breedtegraad

IR35, UK84    51° 10' 00,00" NB    6° 42' 00,00" WL

Lengtegraad

IR36, UK85    51° 20' 00,00" NB    6° 42' 00,00" WL

Breedtegraad

IR37, UK86    51° 20' 00,00" NB    6° 33' 00,00" WL

Lengtegraad

IR38, UK87    51° 30' 00,00" NB    6° 33' 00,00" WL

Breedtegraad

IR39, UK88    51° 30' 00,00" NB    6° 18' 00,00" WL

Lengtegraad

IR40, UK89    51° 40' 00,00" NB    6° 18' 00,00" WL

Breedtegraad

IR41, UK90    51° 40' 00,00" NB    6° 6' 00,00" WL

Lengtegraad

IR42, UK91    51° 50' 00,00" NB    6° 6' 00,00" WL

Breedtegraad

IR43, UK92    51° 50' 00,00" NB    6° 0' 00,00" WL

Lengtegraad

IR44, UK93    51° 54' 00,00" NB    6° 0' 00,00" WL

Breedtegraad

IR45, UK94    51° 54' 00,00" NB    5° 57' 00,00" WL

Lengtegraad

IR46, UK95    51° 58' 00,00" NB    5° 57' 00,00" WL

Breedtegraad

IR47, UK96    51° 58' 00,00" NB    5° 54' 00,00" WL

Lengtegraad

IR48, UK97    52° 0' 00,00" NB     5° 54' 00,00" WL

Breedtegraad

IR49, UK98    52° 0' 00,00" NB     5° 50' 00,00" WL

Lengtegraad

IR50, UK99    52° 4' 00,00" NB     5° 50' 00,00" WL

Breedtegraad

IR51, UK100    52° 4' 00,00" NB     5° 46' 00,00" WL

Lengtegraad

IR52, UK101    52° 8' 00,00" NB     5° 46' 00,00" WL

Breedtegraad

IR53, UK102    52° 8' 00,00" NB     5° 42' 00,00" WL

Lengtegraad

IR54, UK103    52° 12' 00,00" NB    5° 42' 00,00" WL

Breedtegraad

IR55, UK104    52° 12' 00,00" NB    5° 39' 00,00" WL

Lengtegraad

IR56, UK105    52° 16' 00,00" NB    5° 39' 00,00" WL

Breedtegraad

IR57, UK106    52° 16' 00,00" NB    5° 35' 00,00" WL

Lengtegraad

IR58, UK107    52° 24' 00,00" NB    5° 35' 00,00" WL

Breedtegraad

IR59, UK108    52° 24' 00,00" NB    5° 22' 48,00" WL

Lengtegraad

IR60, UK109    52° 32' 00,00" NB    5° 22' 48,00" WL

Breedtegraad

IR61, UK110    52° 32' 00,00" NB    5° 28' 00,00" WL

Lengtegraad

IR62, UK111    52° 44' 00,00" NB    5° 28' 00,00" WL

Breedtegraad

IR63, UK112    52° 44' 00,00" NB    5° 24' 30,00" WL

Lengtegraad

IR64, UK113    52° 52' 00,00" NB    5° 24' 30,00" WL

Breedtegraad

IR65, UK114    52° 52' 00,00" NB    5° 22' 30,00" WL

Lengtegraad

IR66, UK115    52° 59' 00,00" NB    5° 22' 30,00" WL

Breedtegraad

IR67, UK116    52° 59' 00,00" NB    5° 19' 00,00" WL

Lengtegraad

IR68, UK117    53° 9' 00,00" NB     5° 19' 00,00" WL

Breedtegraad

IR69, UK118    53° 9' 00,00" NB     5° 20' 00,00" WL

Lengtegraad

IR70, UK119    53° 26' 00,00" NB    5° 20' 00,00" WL

Breedtegraad

IR71, UK120    53° 26' 00,00" NB    5° 19' 00,00" WL

Lengtegraad

IR72, UK121    53° 32' 00,00" NB    5° 19' 00,00" WL

Breedtegraad

IR73, UK122    53° 32' 00,00" NB    5° 17' 00,00" WL

Lengtegraad

IR74, UK123    53° 39' 00,00" NB    5° 17' 00,00" WL

Breedtegraad

IR75, UK124    53° 39' 00,00" NB    5° 16' 20,40" WL

Lengtegraad

IR76, UK125    53° 42' 08,40" NB    5° 16' 20,40" WL

Breedtegraad

IR77, UK126    53° 42' 08,40" NB    5° 17' 51,00" WL

Lengtegraad

IR78, UK127    53° 44' 24,00" NB    5° 17' 51,00" WL

Breedtegraad

IR79, UK128    53° 44' 24,00" NB    5° 19' 19,80" WL

Lengtegraad

IR80, UK129    53° 45' 48,00" NB    5° 19' 19,80" WL

Breedtegraad

IR81, UK130    53° 45' 48,00" NB    5° 22' 00,00" WL

Lengtegraad

IR82, UK131    53° 46' 00,00" NB    5° 22' 00,00" WL

Breedtegraad

IR83, UK132    53° 46' 00,00" NB    5° 19' 00,00" WL

Lengtegraad

IR84, UK133    53° 59' 56,95" NB    5° 19' 00,00" WL

Tabel 3: Punten en lijnen van de grens tussen de onder de verantwoordelijkheid van Ierland en die van het Verenigd Koninkrijk vallende zones – Noorden

Punten ter afbakening van de zones

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

IR85, UK134    55° 31' 13,36" NB    6° 45' 00,00" WL

Lengtegraad

IR86, UK135    55° 28' 00,00" NB    6° 45' 00,00" WL

Breedtegraad

IR87, UK136    55° 28' 00,00" NB    6° 48' 00,00" WL

Lengtegraad

IR88, UK137    55° 30' 00,00" NB    6° 48' 00,00" WL

Breedtegraad

IR89, UK138    55° 30' 00,00" NB    6° 51' 00,00" WL

Lengtegraad

IR90, UK139    55° 35' 00,00" NB    6° 51' 00,00" WL

Breedtegraad

IR91, UK140    55° 35' 00,00" NB    6° 57' 00,00" WL

Lengtegraad

IR92, UK141    55° 40' 00,00" NB    6° 57' 00,00" WL

Breedtegraad

IR93, UK142    55° 40' 00,00" NB    7° 2' 00,00" WL

Lengtegraad

IR94, UK143    55° 45' 00,00" NB    7° 2' 00,00" WL

Breedtegraad

IR95, UK144    55° 45' 00,00" NB    7° 8' 00,00" WL

Lengtegraad

IR96, UK145    55° 50' 00,00" NB    7° 8' 00,00" WL

Breedtegraad

IR97, UK146    55° 50' 00,00" NB    7° 15' 00,00" WL

Lengtegraad

IR98, UK147    55° 55' 00,00" NB    7° 15' 00,00" WL

Breedtegraad

IR99, UK148    55° 55' 00,00" NB    7° 23' 00,00" WL

Lengtegraad

IR100, UK149 56° 0' 00,00" NB    7° 23' 00,00" WL

Breedtegraad

IR101, UK150 56° 0' 00,00" NB    8° 13' 00,00" WL

Lengtegraad

IR102, UK151 56° 5' 00,00" NB    8° 13' 00,00" WL

Breedtegraad

IR103, UK152 56° 5' 00,00" NB    8° 39' 30,00" WL

Lengtegraad

IR104, UK153 56° 10' 00,00" NB    8° 39' 30,00" WL

Breedtegraad

IR105, UK154 56° 10' 00,00" NB    9° 7' 00,00" WL

Lengtegraad

IR106, UK155 56° 21' 30,00" NB    9° 7' 00,00" WL

Breedtegraad

IR107, UK156 56° 21' 30,00" NB    10° 30' 00,00" WL

Lengtegraad

IR108, UK157 56° 32' 30,00" NB    10° 30' 00,00" WL

Breedtegraad

IR109, UK158 56° 32' 30,00" NB    12° 12' 00,00" WL

Lengtegraad

IR110, UK159 56° 42' 00,00" NB    12° 12' 00,00" WL

Breedtegraad

IR111, UK160 56° 42' 00,00" NB    14° 0' 00,00" WL

Tabel 4: Punten en lijnen van de grens tussen de onder de verantwoordelijkheid van Noorwegen en die van het Verenigd Koninkrijk vallende zones – Noorden

Punten ter afbakening van de zones

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

NO1, UK1    63° 38' 10,68" NB    0° 10' 59,31" WL

Geodetisch

NO2, UK2    63° 03' 20,71" NB    0° 28' 12,51" OL

Geodetisch

NO3, UK3    62° 58' 21,06" NB    0° 33' 31,01" OL

Geodetisch

NO4, UK4    62° 53' 29,49" NB    0° 38' 27,91" OL

Geodetisch

NO5, UK5    62° 44' 16,31" NB    0° 47' 27,69" OL

Geodetisch

NO6, UK6    62° 39' 57,99" NB    0° 51' 29,48" OL

Geodetisch

NO7, UK7    62° 36' 20,75" NB    0° 54' 44,78" OL

Geodetisch

NO8, UK8    62° 32' 47,29" NB    0° 57' 48,32" OL

Geodetisch

NO9, UK9    62° 30' 09,83" NB    1° 0' 05,92" OL

Geodetisch

NO10, UK10    62° 27' 32,82" NB    1° 2' 17,70" OL

Geodetisch

NO11, UK11    62° 24' 56,68" NB    1° 4' 25,86" OL

Geodetisch

NO12, UK12    62° 22' 21,00" NB    1° 6' 28,21" OL

Geodetisch

NO13, UK13    62° 19' 40,72" NB    1° 8' 30,96" OL

Geodetisch

NO14, UK14    62° 16' 43,93" NB    1° 10' 40,66" OL

Geodetisch

NO15, UK15    61° 44' 12,00" NB    1° 33' 13,44" OL

Geodetisch

NO16, UK16    61° 44' 12,00" NB    1° 33' 36,00" OL

Grootcirkelboog

NO17, UK17    61° 21' 24,00" NB    1° 47' 24,00" OL

Grootcirkelboog

NO18, UK18    59° 53' 48,00" NB    2° 4' 36,00" OL

Grootcirkelboog

NO19, UK19    59° 17' 24,00" NB    1° 42' 42,00" OL

Grootcirkelboog

NO20, UK20    58° 25' 48,00" NB    1° 29' 00,00" OL

Grootcirkelboog

NO21, UK21    57° 54' 18,00" NB    1° 57' 54,00" OL

Grootcirkelboog

NO22, UK22    56° 35' 42,00" NB    2° 36' 48,00" OL

Grootcirkelboog

NO23, UK23    56° 5' 12,00" NB    3° 15' 00,00" OL



9.    Frankrijk: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Frankrijk vallende zone wordt, van noord naar zuid, begrensd door een reeks lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

FR01    48° 19' 56,52" NB    4° 46' 23,67" WL

Loxodroom

FR02    48° 27' 00,00" NB    5° 08' 23,63" WL

Breedtegraad

FR03    48° 27' 00,00" NB    6° 34' 40,90" WL

Loxodroom

FR04    46° 00' 04,06" NB    9° 59' 54,88" WL

Loxodroom

SP4

FR05    45° 00' 04,04" NB    7° 59' 55,08" WL

Loxodroom

SP5

FR06    44° 20' 03,93" NB    3° 59' 55,37" WL

Loxodroom

SP6

FR07    43° 23' 20,71" NB    1° 46' 13,58" WL

Loxodroom

SP7

FR08    43° 22' 50,11" NB    1° 47' 11,18" WL

SP8

10.    Spanje: De onder de nationale verantwoordelijkheid van Spanje vallende zone wordt begrensd door een reeks lijnen die de volgende punten in de volgorde van vermelding met elkaar verbinden:

Punten ter afbakening van de zone

Aard van de lijn die een punt met het daaropvolgende punt verbindt

Andere punten met dezelfde coördinaten

SP1    42º 30' 04,25" NB    008º 52' 18,22" WL

Loxodroom

SP2    42º 30' 04,32" NB    010º 24' 55,16" WL

Loxodroom

SP3    46º 00' 04,07" NB    010º 24' 54,86" WL

Loxodroom

SP4    46º 00' 04,06" NB    009º 59' 54,88" WL

Loxodroom

FR4

SP5    45° 00' 04,04" NB    007° 59' 55,08" WL

Loxodroom

FR5

SP6    44° 20' 03,93" NB    003° 59' 55,37" WL

Loxodroom

FR6

SP7    43° 23' 20,71" NB    001° 46' 13,58" WL

Loxodroom

FR7

SP8    43° 22' 50,11" NB    001° 47' 11,18" WL

FR8

DEEL IV:     Grenzen van de onder gezamenlijke verantwoordelijkheid vallende zones

De zones onder gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn als volgt vastgesteld:

1.    Zone onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van België, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk

Het zeegebied tussen de breedtegraad van 51°51' 52,1267" NB en die van 51°6' 00,00"NB.

2.    Zone onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk

Het Kanaal zuidwestelijk van de breedtegraad van 51° 32' 00,00" NB tot aan een lijn:

a)    vanaf het meest westelijke punt van de Scilly-eilanden die dat punt verbindt met het punt op 49°52' 00,00" NB 7 44' 00,00" WL;

b)    vandaar een op 50 zeemijlen ten westen van de lijn tussen de Scilly-eilanden en het eiland Ouessant in zuidelijke richting getrokken lijn volgt tot aan het snijpunt daarvan met de breedtegraad van 48° 27' 00,00" NB; en

c)    die breedtegraad in oostelijke richting volgt naar het meest zuidelijke punt van het eiland Ouessant.

3.    Zone onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van Denemarken en Duitsland

Het zeegebied dat wordt begrensd door:

a)    in het zuiden: de breedtegraad van 54° 30' 00,00" NB in westelijke richting vanaf de kust van Duitsland;

b)    in het westen: de lengtegraad van 6° 30' 00,00" OL;

c)    in het noorden: de breedtegraad van 55° 50' 00,00" NB in westelijke richting vanaf de kust van Denemarken; en

d)    in het oosten: de laagwaterlijn (gebaseerd op kaartdatums van het laagste astronomische tij (Lowest Astronomical Tide - LAT)), met inbegrip van het Waddenzeegebied.

4.    Zone onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van Duitsland en Nederland

Het zeegebied dat wordt begrensd door:

a)    in het westen: de lengtegraad van 6° 0' 00,00" OL (ED50) in noordelijke richting vanaf de kust van Nederland;

b)    in het noorden: de breedtegraad van 54° 0' 00,00" NB (ED50);

c)    in het oosten: de lengtegraad van 7° 15' 00,00" OL (ED50) in noordelijke richting vanaf de kust van Duitsland; en

d)    in het zuiden: de laagwaterlijn (gebaseerd op kaartdatums van het laagste astronomische tij (Lowest Astronomical Tide - LAT)), met inbegrip van het Waddenzeegebied.

Deel V: Interpretatie

De posities van de in deze bijlage vermelde punten worden bepaald overeenkomstig het Europees Geodetisch Systeem (versie van 1950).”

(1)    Noot van de depositaris:
Op grond van het Verdrag van Maastricht, dat op 7 februari 1992 werd ondertekend, werd de Europese Economische Gemeenschap met ingang van 1 november 1993 hernoemd tot Europese Gemeenschap (EG).

Overeenkomstig artikel 1, derde alinea, van het op 1 december 2009 in werking getreden Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Lissabon, is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is. Derhalve moet de Europese Unie sinds 1 december 2009 worden beschouwd als Partij bij de Overeenkomst van Bonn en bij alle internationale verdragen waarbij de Europese Gemeenschap Partij is geweest.
Top

Brussel, 30.8.2019

COM(2019) 378 final

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

houdende machtiging tot het namens de Europese Unie op de eenendertigste vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen openen van onderhandelingen over wijzigingen van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (“Overeenkomst van Bonn”) wat betreft de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Overeenkomst en wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Deze aanbeveling heeft betrekking op het besluit waarbij de onderhandelaar van de Unie (in dit geval de Commissie) wordt gemachtigd om in het kader van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (hierna “Overeenkomst van Bonn” of “Overeenkomst” genoemd) het standpunt van de Unie te vertegenwoordigen in de onderhandelingen over de beoogde aanneming van twee beslissingen op de komende vergadering van de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn, namelijk:

–vergemakkelijken van de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Overeenkomst met het oog op verbetering van de samenwerking op het gebied van toezicht met betrekking tot de voorschriften van bijlage VI bij het Marpol-verdrag (hierna “Marpol-wijziging” genoemd), en

–voorzien in de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Overeenkomst en invoeren van de nodige daaruit voortvloeiende wijzigingen ervan (hierna “wijziging inzake Spanje” genoemd).

1.1.De Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (“Overeenkomst van Bonn”)

De Overeenkomst van Bonn is erop gericht verontreiniging in het Noordzeegebied te bestrijden en kustgebieden te beschermen tegen maritieme rampen en chronische verontreiniging door schepen en offshore-installaties. De Overeenkomst is op 1 september 1989 in werking getreden.

De Europese Unie is (als toenmalige “Europese Economische Gemeenschap”) toegetreden tot de Overeenkomst (zoals gewijzigd) 1 . De Noordzeelanden van de Europese Unie 2 zijn samen met Noorwegen eveneens Partijen bij de Overeenkomst.

De Overeenkomst heeft ten doel actieve samenwerking en onderlinge hulpverlening tussen kuststaten en de Europese Unie bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen te bevorderen teneinde het mariene milieu en de belangen van de kuststaten te beschermen. Daartoe is in de Overeenkomst bepaald dat de Overeenkomstsluitende Partijen controles uitvoeren met het oog op het opsporen en bestrijden van verontreiniging en het voorkomen van overtredingen van de regelgeving ter bestrijding van verontreiniging. De Noordzee is ingedeeld in verschillende zones waar de respectieve Overeenkomstsluitende Partijen verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van controles en het beoordelen van incidenten. Indien een Overeenkomstsluitende Partij kennis neemt van de aanwezigheid van olie of andere schadelijke stoffen die een ernstige bedreiging kan vormen voor de kust of daarmede samenhangende belangen van een andere Overeenkomstsluitende Partij, is zij verplicht die partij daarvan op de hoogte te stellen. Een Overeenkomstsluitende Partij die hulp nodig heeft bij de bestrijding van verontreiniging of dreigende verontreiniging op zee of op haar kust, kan een beroep doen op de andere Overeenkomstsluitende Partijen, die in dat geval verplicht zijn alles te doen om de hulp te verlenen waartoe zij bij machte zijn.

De regering van de Bondsrepubliek Duitsland is aangewezen als depotregering van de Overeenkomst van Bonn (artikel 18, lid 3, Overeenkomst van Bonn).

De besluiten van de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de Overeenkomst worden genomen in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van de Overeenkomst van Bonn en het desbetreffende huishoudelijk reglement; zij worden daarbij bijgestaan door een secretariaat en ondersteunende organen (zoals de Operationele, Wetenschappelijke en Technische Werkgroep inzake bestrijding van verontreiniging (“Working Group on Operational, Technical and Scientific Questions Concerning Counter-Pollution Activities”, OTSOPA)).

Volgens artikel 16 van deze Overeenkomst kan elke Overeenkomstsluitende Partij een voorstel tot wijziging van de Overeenkomst of de bijlage erbij indienen, dat wordt bestudeerd en ter stemming wordt gebracht op een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen. Nadat de voorgestelde wijziging met eenparigheid van stemmen van de Overeenkomstsluitende Partijen ad referendum is aangenomen op een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen (artikel 16, lid 1, van de Overeenkomst van Bonn) wordt de beoogde wijziging ter kennis gebracht van de Overeenkomstsluitende Partijen met het oog op goedkeuring volgens de interne procedures van de respectieve Overeenkomstsluitende Partijen. Het amendement treedt in werking nadat de depotregering van alle Overeenkomstsluitende Partijen kennisgevingen van goedkeuring heeft ontvangen.

Volgens artikel 20, lid 1, van de Overeenkomst van Bonn kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen met eenparigheid van stemmen andere kuststaten van het Noordoost-Atlantisch gebied uitnodigen tot de Overeenkomst toe te treden. Artikel 2 van de Overeenkomst en de bijlage erbij worden in dat geval dienovereenkomstig gewijzigd. Na aanneming met eenparigheid van stemmen door de Overeenkomstsluitende Partijen worden de wijzigingen van artikel 2 en de bijlage bij de Overeenkomst van kracht bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst voor de toetredende Staat (Spanje), dat wil zeggen op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van nederlegging door deze Staat van zijn akte van toetreding (artikel 20, lid 2, van de Overeenkomst van Bonn).

1.2.De beoogde wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn

1.2.1.De “Marpol-wijziging” – wijziging van het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst

De Partijen bij de Overeenkomst van Bonn zijn voornemens om op hun eenendertigste vergadering (te houden van 8 tot en met 10 oktober 2019) een besluit op grond van artikel 16 van de Overeenkomst te nemen betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Overeenkomst tot toezicht op luchtverontreiniging door schepen met betrekking tot de voorschriften van bijlage VI bij het Marpol-verdrag.

Deze wijziging heeft ten doel de samenwerking en coördinatie tussen de Overeenkomstsluitende Partijen bij het bestrijden van illegale, door de scheepvaart veroorzaakte luchtverontreinigende emissies te verbeteren teneinde de negatieve gevolgen van de verbranding van scheepsbrandstoffen met een hoog zwavel- of stikstofgehalte voor de menselijke gezondheid, de biodiversiteit en het mariene milieu als geheel te beperken. De Overeenkomstsluitende Partijen beogen dit doel te bereiken door verschillende bepalingen van de Overeenkomst van Bonn te wijzigen (de artikelen 1, 5, 6 en 15 alsmede de titel en de preambule van de Overeenkomst) om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot luchtverontreiniging door schepen, als geregeld bij bijlage IV bij het Marpol-verdrag.

1.2.2.De “wijziging inzake Spanje” – wijziging van het geografische toepassingsgebied van de Overeenkomst

De Overeenkomstsluitende Partijen zijn tevens voornemens de Overeenkomst krachtens artikel 20 te wijzigen door Spanje uit te nodigen tot de Overeenkomst toe te treden. De beoogde wijziging betreft artikel 2 van de Overeenkomst door de voor de toepassing van de Overeenkomst en de bijlage daarbij relevante Atlantische grens van het Noordzeegebied te bepalen en de grenzen van verschillende toezichtszones te wijzigen met het oog op de toepassing van artikel 6 van de Overeenkomst.

Meer bepaald dient een nieuwe afbakening van het gewijzigde onder de Overeenkomst vallende gebied te worden vastgelegd. Frankrijk gaat akkoord met de invoering van een nieuwe, onder de verantwoordelijkheid van Frankrijk vallende zone die rechtstreeks grenst aan de onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vallende zone. De bedoelde zone beslaat het gebied tussen de zone onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk en de nieuwe, onder de verantwoordelijkheid van Spanje vallende zone, zodat geen lacunes ontstaan tussen de oude grens van het onder de Overeenkomst van Bonn vallende gebied en de nieuwe zone onder verantwoordelijkheid van Spanje.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde wijziging inzake het toezicht op scheepsemissies zal bijdragen tot het voorkomen van verontreiniging van de zee in het algemeen en dient zodoende ter ondersteuning van de klimaatactie van de EU en de nakoming van de verbintenissen van de EU in het kader van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering.

De voorgestelde wijzigingen zijn volledig in overeenstemming met de bredere doelstelling om te komen tot “een Europa dat beschermt”, waarnaar de Commissie de afgelopen jaren voortdurend heeft gestreefd, en waarnaar zij ook in die toekomst zal blijven streven. Het voorstel bouwt voort op de positieve resultaten die het bestaande kader tot dusver heeft opgeleverd en is erop gericht een efficiënt gebruik van hulpmiddelen te bevorderen om de coördinatie en samenwerking tussen de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn te versterken.

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De aanbeveling is verenigbaar met andere beleidsterreinen van de Unie.

Meer bepaald draagt zij bij tot de verwezenlijking van twee van de tien beleidsprioriteiten die door de Commissie zijn vastgesteld voor de periode 2015-2019, namelijk de totstandbrenging van “een ruimte van justitie en grondrechten op basis van wederzijds vertrouwen” en “een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering”.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

2.1.Rechtsgrondslag

2.1.1.Beginselen

Volgens artikel 218, leden 3 tot en met 6, VWEU, moeten de Raad en het Europees Parlement worden betrokken bij de sluiting van internationale overeenkomsten namens de Unie. Wijzigingen van internationale overeenkomsten kunnen verschillen qua reikwijdte en uiteenlopen van louter technische aanpassingen tot ingrijpende wijzigingen die vergaande aanpassingen van de structuur van de overeenkomst vereisen. De wijze waarop een wijziging wordt gekarakteriseerd kan van invloed zijn op de interne Unieprocedure die moet worden toegepast voor de goedkeuring ervan.

In het geval van louter technische wijzigingen of wijzigingen die kunnen worden ingevoerd middels “uitvoeringshandelingen”, kan een vereenvoudigde procedure worden toegepast (dat wil zeggen een van de procedures van artikel 218, leden 7 en 9, VWEU), terwijl in het geval van wezenlijke wijzigingen in beginsel dezelfde procedure van toepassing is als die voor de sluiting van een internationale overeenkomst.

Een wijziging van het toepassingsgebied van een internationale overeenkomst moet in de regel worden beschouwd als wezenlijke wijziging, zodat in dat geval de procedure voor de sluiting van een dergelijke overeenkomst, dat wil zeggen die van artikel 218, leden 3 tot en met 6, VWEU, moet worden toegepast.

Ter inleiding van die procedure neemt de Raad op basis van een aanbeveling van de Commissie een besluit waarbij de onderhandelaar van de Unie (dit kan, al naargelang het onderwerp, de Commissie of de hoge vertegenwoordiger zijn) wordt gemachtigd om onderhandelingen te openen met het oog op goedkeuring van de betrokken wijzigingen (zie artikel 218, leden 3 en 4, VWEU).

In artikel 218, leden 3 en 4, VWEU is het volgende bepaald:

“3. De Commissie of, indien de voorgenomen overeenkomst uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, doet aanbevelingen aan de Raad, die een besluit vaststelt houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen en waarbij, naar gelang van de inhoud van de voorgenomen overeenkomst, de onderhandelaar of het hoofd van het onderhandelingsteam van de Unie wordt aangewezen.

4. De Raad kan de onderhandelaar richtsnoeren geven en een bijzonder comité aanwijzen; de onderhandelingen moeten in overleg met dat comité worden gevoerd.”

2.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

In het geval van de Overeenkomst van Bonn is het de bedoeling dat de Overeenkomstsluitende Partijen op de vergadering van 8 tot en met 10 oktober 2019 een besluit nemen over twee wijzigingen, waarvan de ene een uitbreiding van het geografische toepassingsgebied behelst (wijziging inzake Spanje) en de andere een uitbreiding van het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst inhoudt (Marpol-wijziging). Het gaat om wezenlijke wijzigingen die moeten worden goedgekeurd overeenkomstig dezelfde procedure die moest worden gevolgd bij de sluiting van de Overeenkomst van Bonn.

De Unie is Partij bij de Overeenkomst van Bonn. De beoogde wijzigingen hebben betrekking op bevoegdheden van de Unie op het gebied van civiele bescherming en het milieu.

Gezien de aard van de betrokken bevoegdheden zou de Commissie moeten aanbevelen dat de Raad haar machtigt om met het oog op goedkeuring van de beoogde wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn onderhandelingen te voeren over die wijzigingen op de komende eenendertigste vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Beide wijzigingen, zoals deze thans in de ontwerpfase zijn geformuleerd, dragen inhoudelijk rechtstreeks bij tot het nastreven van relevante beleidsdoelstellingen van de EU. De onderhandelingspositie van de Unie dient er derhalve op te zijn gericht de goedkeuring van beide wijzigingen te steunen. Aangezien het standpunt van de Unie niet omstreden is, is het niet noodzakelijk om richtsnoeren voor de onderhandelingen als bedoeld in artikel 218, lid 4, VWEU, voor te stellen.

De teksten van de voorgestelde ontwerpwijzigingen worden gehecht aan de aanbeveling van de Commissie.

Gezien het bovenstaande vormt artikel 218, leden 3 en 4, VWEU, de procedurele rechtsgrondslag voor het aanbevolen besluit van de Raad.

2.2.Conclusie

Gezien de noodzaak om onderhandelingen te voeren over en goedkeuring te verlenen voor wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn dient de aanbeveling voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen namens de Europese Unie te worden gebaseerd op de rechtsgronden van artikel 218, leden 3 en 4, VWEU.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

n.v.t.

•Raadpleging van belanghebbenden

n.v.t.

Beide wijzigingen zijn onomstreden en worden gesteund door alle Overeenkomstsluitende Partijen, met inbegrip van alle afzonderlijke lidstaten die Partij zijn bij de Overeenkomst.

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

n.v.t.

•Effectbeoordeling

n.v.t.

Gelet op de politieke noodzaak snel de nodige stappen te doen om de EU als Partij bij de Overeenkomst van Bonn in staat te stellen op de van 8 tot en met 10 oktober te houden vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen onderhandelingen te voeren over en goedkeuring te verlenen voor de wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn en deze te bekrachtigen tijdens de ministersconferentie op 11 oktober 2019, is afgezien van de formele effectbeoordelingsprocedure. Deze evenredige benadering is bovendien gerechtvaardigd omdat de wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn naar verwachting alleen positieve economische, sociale en milieu-effecten zullen sorteren.

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

n.v.t.

•Grondrechten

n.v.t. 

De aanbeveling is in overeenstemming met de EU-Verdragen en met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De wijziging van de Overeenkomst van Bonn heeft geen negatieve gevolgen voor de begroting van de Unie.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

n.v.t.

•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

n.v.t. Zie onderstaande rubriek.

•Toelichting bij specifieke bepalingen van het voorstel

Het enige inhoudelijke artikel van het voorstel strekt tot machtiging van de Commissie door de Raad om namens de Unie onderhandelingen te voeren over de beoogde wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn met betrekking tot de uitbreiding van het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag en de uitbreiding van het geografische toepassingsgebied ervan in verband met de toetreding van Spanje tot de Overeenkomst. De Commissie zou deze wijzigingen moeten steunen, ook indien daarin kleine wijzigingen worden aangebracht in het kader van de onderhandelingen.

De meest recente versies van de beoogde wijzigingen zijn opgenomen in de bijlagen bij het besluit en kunnen als volgt worden samengevat:

De “Marpol-wijziging”

De Partijen bij de Overeenkomst van Bonn wensen profijt te trekken van de routines en systemen voor toezicht vanuit de lucht op verontreiniging door olie die in het kader van de Overeenkomst zijn ingesteld, door deze uit te breiden tot toezicht in verband met het controleren van de naleving van de voorschriften inzake scheepsemissies. Hierdoor worden de Overeenkomstsluitende Partijen in staat gesteld optimaal gebruik te maken van de middelen die reeds worden gebruikt voor controle en toezicht vanuit de lucht met betrekking tot olielekkages en die de basis vormen van een holistisch systeem voor milieutoezicht op de Noordzee en haar toegangen.

Door de vaststelling van het besluit om de Overeenkomstsluitende Partijen voor te stellen in te stemmen met de uitbreiding van het mandaat van de Overeenkomst van Bonn in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag zou het gezamenlijke toezicht en de gezamenlijke controle en rapportage met betrekking tot scheepsemissies in het Noordzeegebied worden verbeterd. Dergelijke gecoördineerde activiteiten binnen het kader van de Overeenkomst zouden tot een vermindering van de risico’s voor het mariene milieu bijdragen en de belangen van de kuststaten en van de Unie dienen.

De “wijziging inzake Spanje”

Tijdens hun vergadering van 2018 hebben de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn unaniem hun steun uitgesproken voor de uitnodiging aan Spanje om toe te treden tot de Overeenkomst. De Overeenkomstsluitende Partijen hebben benadrukt dat de toevoeging van de Golf van Biskaje een versterking van de opzet van de Overeenkomst zou betekenen en dat de werkzaamheden en de deskundigheid van Spanje de Overeenkomst van Bonn en de Partijen erbij zeer ten goede zouden komen. Tevens spraken zij hun waardering uit voor de rol die Spanje in het verleden heeft gespeeld als waarnemer bij de Overeenkomst van Bonn en voor de betrouwbare en waardevolle bijdragen van Spanje aan de werkzaamheden en de succesvolle uitvoering van de Overeenkomst.

Dienovereenkomstig werd op 30 oktober 2018 een uitnodigingsbrief aan Spanje gezonden. In zijn antwoord van 21 november bevestigde Spanje zijn wens om toe te treden tot de Overeenkomst van Bonn.

De toetreding van Spanje zal resulteren in een nieuwe grens waardoor het onder de Overeenkomst vallende gebied zal worden uitgebreid naar het zuiden. Artikel 2, onder c), en deel I van de bijlage moeten overeenkomstig worden aangepast. Deel III van de bijlage dient te worden aangevuld met de coördinaten van de nieuwe zones die onder de verantwoordelijkheid van Frankrijk en Spanje vallen.

Frankrijk en Spanje hebben tijdens bilaterale bijeenkomsten in november en december 2018 onderhandeld over de coördinaten van de nieuwe gemeenschappelijke grens en de onder hun gezamenlijke verantwoordelijkheid vallende zones. Frankrijk gaat akkoord met de invoering van een nieuwe zone die onder zijn verantwoordelijkheid valt en rechtstreeks grenst aan de onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vallende zone, zodat er geen lacunes ontstaan tussen de oude grens van het gebied van de Overeenkomst van Bonn en de nieuwe zone onder de verantwoordelijkheid van Spanje. Op deze manier wordt de Golf van Biskaje een nieuw belangrijk onderdeel van het onder de Overeenkomst vallende gebied.

Door het verkeersscheidingsstelsel van Finisterre op te nemen in het onder de Overeenkomst van Bonn vallende gebied, zorgen de Overeenkomstsluitende Partijen ervoor dat de belangrijkste scheepvaartroute tussen de Noordzee en de Middellandse Zee onder een gemeenschappelijk gecoördineerd systeem voor paraatheid en responsbeheer valt.

Uit het bovenstaande blijkt dat de toetreding van Spanje tot de Overeenkomst de samenwerking tussen de kuststaten in het kader van de Overeenkomst van Bonn rechtstreeks ten goede zou komen.

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

houdende machtiging tot het namens de Europese Unie op de eenendertigste vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen openen van onderhandelingen over wijzigingen van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (“Overeenkomst van Bonn”) wat betreft de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Overeenkomst en wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Unie is (als toenmalige “Europese Economische Gemeenschap”) bij Besluit 84/358/EEG van de Raad van 28 juni 1984 3 toegetreden tot de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (hierna “Overeenkomst van Bonn” of “Overeenkomst” genoemd). De Overeenkomst is op 1 september 1989 in werking getreden. De Overeenkomst is in 1989 gewijzigd. De wijzigingen zijn op 1 april 1994 in werking getreden. De Unie heeft die wijzigingen (als toenmalige “Europese Economische Gemeenschap”) goedgekeurd bij Besluit 93/540/EEG van de Raad van 18 oktober 1993 4 .

(2)Volgens artikel 16 van deze Overeenkomst wordt een voorstel van een Overeenkomstsluitende Partij tot wijziging van deze Overeenkomst of van de bijlage daarbij bestudeerd op een vergadering van de Overeenkomstsluitende Partijen. Na aanneming van het voorstel met eenparigheid van stemmen wordt de wijziging door de depotregering ter kennis gebracht van de Overeenkomstsluitende Partijen. Zulk een wijziging treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depotregering kennisgevingen van goedkeuring van alle Overeenkomstsluitende Partijen heeft ontvangen.

(3)Volgens artikel 20 van de Overeenkomst kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen met eenparigheid van stemmen andere kuststaten van het Noordoost-Atlantisch gebied uitnodigen tot de Overeenkomst toe te treden. In zulk een geval moeten artikel 2 van deze Overeenkomst en de bijlage bij deze Overeenkomst dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)Het is de bedoeling dat de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn op hun van 8 tot en met 10 oktober 2019 te houden eenendertigste vergadering met eenparigheid van stemmen een besluit vaststellen op grond van artikel 16 van de Overeenkomst om wijzigingen van het toepassingsgebied van de Overeenkomst aan te nemen met het oog op verbetering van de samenwerking op het gebied van toezicht met betrekking tot de voorschriften van bijlage VI bij het Marpol-verdrag, alsook een besluit op grond van artikel 20 van de Overeenkomst om te voorzien in de toetreding van Spanje tot de Overeenkomst en om de daaraan verbonden wijzigingen in te voeren.

(5)Aangezien de Overeenkomstsluitende Partijen het geografische en het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst zullen wijzigen, dient de Unie de Commissie te machtigen om als onderhandelaar van de Unie namens de Unie onderhandelingen te voeren over deze wijzigingen.

(6)Door de vaststelling van het besluit om de Overeenkomstsluitende Partijen voor te stellen in te stemmen met de uitbreiding van het mandaat van de Overeenkomst van Bonn in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag zou het gezamenlijke toezicht en de gezamenlijke controle en rapportage met betrekking tot scheepsemissies in het Noordzeegebied worden verbeterd. Dergelijke gecoördineerde activiteiten binnen het kader van de Overeenkomst zouden tot een vermindering van de risico’s voor het mariene milieu bijdragen en de belangen van de kuststaten en van de Unie dienen.

(7)De toetreding van Spanje zou tot gevolg hebben dat de Golf van Biskaje wordt toegevoegd aan het onder de Overeenkomst vallende gebied; de activiteiten in het kader van de Overeenkomst zouden eveneens baat hebben bij de desbetreffende werkzaamheden en de deskundigheid van Spanje. De opneming van het verkeersscheidingsstelsel van Finisterre zou betekenen dat de belangrijkste scheepvaartroute tussen de Noordzee en de Middellandse Zee onder een gemeenschappelijk gecoördineerd systeem voor paraatheid en responsbeheer zou vallen. Het lijkt er derhalve op dat de reikwijdte en de doeltreffendheid van de samenwerking in het kader van de Overeenkomst zullen worden vergroot.

(8)Gelet op het bovenstaande, dient de Unie haar steun te verlenen aan de wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn met betrekking tot de uitbreiding van het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag en de uitbreiding van het geografische toepassingsgebied van de Overeenkomst in verband met de toetreding van Spanje.

(9)De Raad dient de Commissie te machtigen om namens de Unie onderhandelingen te voeren en haar steun uit te spreken voor de aanneming van de beoogde wijzigingen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.De Commissie wordt hierbij gemachtigd om namens de Unie onderhandelingen te voeren over de beoogde wijzigingen van de Overeenkomst van Bonn met betrekking tot de uitbreiding van het materiële toepassingsgebied van de Overeenkomst in verband met bijlage VI bij het Marpol-verdrag en de uitbreiding van het geografische toepassingsgebied ervan in verband met de toetreding van Spanje tot de Overeenkomst.

2.Het op de eenendertigste vergadering van de Partijen bij de Overeenkomst van Bonn namens de Unie in te nemen standpunt is dat zij instemt met de wijzigingen van de Overeenkomst in overeenstemming met de beoogde gewijzigde tekst die aan dit besluit is gehecht.

3.In de beoogde gewijzigde tekst mogen kleine wijzigingen worden aangebracht zonder dat de instemming van de Unie hierdoor in het geding komt.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit 84/358/EEG van de Raad van 28 juni 1984 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake samenwerking bij het bestrijden van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (PB L 188 van 16.7.1984, blz. 7). De Overeenkomst is in 1989 gewijzigd. De wijzigingen zijn op 1 april 1994 in werking getreden. De Europese Economische Gemeenschap heeft die wijzigingen goedgekeurd bij Besluit 93/540/EEG van de Raad van 18 oktober 1993 (PB L 263 van 22.10.1993, blz. 51).
(2)    België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (stand van de ratificaties op 10.4.2019).
(3)    PB L 188 van 16.7.1984, blz. 7.
(4)    PB L 263 van 22.10.1993, blz. 51.
Top