EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017XG1208(01)

Conclusies van de Raad over ontwikkeling van scholen en uitstekend onderwijs

OJ C 421, 8.12.2017, p. 2–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 421/2


Conclusies van de Raad over ontwikkeling van scholen en uitstekend onderwijs

(2017/C 421/03)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

ONDER VERWIJZING NAAR de politieke achtergrond van dit vraagstuk (zie de bijlage bij deze conclusies),

ONDERKENNEND HETGEEN VOLGT:

1.

Hoogwaardig, inclusief en billijk schoolonderwijs een realiteit maken voor alle leerlingen is een topprioriteit die van invloed is op de sociale vooruitgang en duurzame groei in de Europese Unie. Onderwijs speelt een beslissende rol in de vooruitzichten en de kansen van jongeren, en het legt de basis voor de zelfontplooiing van leerlingen in het maatschappelijke en sociale leven, op de arbeidsmarkt en in hun persoonlijke leven.

2.

Het is belangrijk dat mensen hun leven lang blijven leren opdat zij de uitdagingen van een snel veranderende wereld aankunnen. Met hulp van de bredere gemeenschap kunnen scholen een cruciale rol spelen om mensen te helpen een brede reeks sleutelcompetenties te ontwikkelen (1), verantwoordelijkheid te nemen voor hun leven lang leren en hun loopbaan, en actieve en verantwoordelijke burgers te worden.

ZICH BEWUST VAN:

3.

de behoefte aan een hedendaagse benadering van onderwijs, leren en het besturen van schoolonderwijsstelsels die gebaseerd is op voortschrijdende pedagogische inzichten en op de snelle digitale en technologische ontwikkelingen, en die scholen helpt in te spelen op de veranderende onderwijsbehoeften van leerlingen, van de samenleving en van de arbeidsmarkt;

4.

de problemen die moeten worden opgelost om het streefcijfer voor 2020 inzake het terugdringen van het aantal laag presterenden op het gebied van lezen, wiskunde en techniek te halen (2), wat vraagt om verregaande beleidsinspanningen om scholen in staat te stellen alle leerlingen een helpende hand te bieden, met inbegrip van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften en leerlingen uit kansarme milieus;

5.

het feit dat, ondanks de goede vooruitgang die de laatste tien jaar is geboekt, verdere inspanningen nodig zijn om de Europa 2020-kerndoelstelling inzake het verminderen van het aantal voortijdige schoolverlaters te halen (3);

6.

de behoefte, rechtvaardigheid, gelijkheid en inclusiviteit te bevorderen in en via het schoolonderwijs, aangezien de sociaal-economische achtergrond van leerlingen een heel invloedrijke factor blijft in hun onderwijsprestaties;

7.

de behoefte, te investeren in leerkrachten en schoolhoofden, die immers de prestaties van leerlingen in belangrijke mate bepalen, en hen te ondersteunen bij het nemen van verantwoordelijkheid en het bereiken van een betere balans tussen professionele autonomie en verantwoordingsplicht;

8.

het belang van een goede bestuurscultuur in schoolonderwijsstelsels, en de balans tussen schoolautonomie en verantwoordingsplicht als belangrijke factor bij het verbeteren van kwaliteit, rechtvaardigheid en efficiëntie in het onderwijs;

9.

het belang van voor- en vroegschoolse educatie en opvang, die de basis vormen van betere prestaties op alle verdere onderwijsniveaus en voor participatie in leven lang leren, en van het bevorderen van leren voor alle kinderen, hun welzijn en hun ontwikkeling.

VRAAGT AANDACHT VOOR HET VOLGENDE:

10.

Diversiteit is bij uitstek een kenmerk van het schoolonderwijs in Europa, waar de lidstaten volledig verantwoordelijk zijn voor het organiseren en ontwikkelen van hun eigen onderwijsstelsels, hetgeen betekent dat oplossingen voor gemeenschappelijke uitdagingen en het uitvoeren van doelgerichte hervormingen kunnen variëren afhankelijk van nationale, regionale en lokale omstandigheden.

11.

De Europese samenwerking op het gebied van schoolonderwijs, met name via het Erasmus+-programma, heeft een grote Europese toegevoegde waarde en vervult een belangrijke rol voor de kwaliteit van het onderwijs, voor nauwere contacten tussen Europese jongeren, voor het bevorderen van een gemeenschappelijke Europese identiteit en voor het ondersteunen van beleidshervormingen op onderwijsgebied.

IS INGENOMEN met de mededeling van de Commissie over een goede start in het leven dankzij ontwikkeling van scholen en uitstekend onderwijs (4), waarin drie gebieden worden aangemerkt waarop actie moet worden ondernomen en steun op Europees niveau kan helpen.

VERZOEKT dienovereenkomstig DE LIDSTATEN, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en rekening houdend met de nationale omstandigheden, zich te richten op de volgende prioriteiten:

12.

Zorg dragen voor hoogwaardig en inclusief onderwijs (5), en bijdragen tot de ontwikkeling van het talent en het potentieel van iedere leerling door:

a)

scholen te steunen bij het toepassen van een hele-schoolbenadering bij de ontwikkeling van onderwijs en leren, ter bevordering van een meer inclusieve, betrokken en ondersteunende schoolcultuur die gericht is op het welzijn van de hele schoolgemeenschap en op nultolerantie ten aanzien van pesten, geweld en discriminatie op welke grond ook;

b)

maatregelen te nemen om ervoor te zorgen, dat degelijke vakinhoudelijke kennis wordt verworven, gepaard met een volledige reeks van sleutelcompetenties, met name sociale en burgerschapsvaardigheden, en dat gemeenschappelijke waarden worden bevorderd (6);

c)

de motivatie van leerlingen, hun vaardigheid om te „leren leren” en hun eigen verantwoordelijkheid in het leerproces te ondersteunen, alsmede de inspraak van leerlingen, de democratische dialoog en hun deelname aan het schoolleven te bevorderen;

d)

leerervaringen uit te breiden, en daarbij een effectief gebruik van digitale technologieën te ondersteunen en activiteiten aan te moedigen waarbij leren wordt gecombineerd met praktijkgerichte ervaringen, bijvoorbeeld door middel van project- en probleemgestuurd leren, praktijkervaringen of betrokkenheid bij lokale gemeenschapsactiviteiten;

e)

Te investeren in tijdige en gerichte ondersteuning van leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften en van leerlingen uit kansarme milieus die specifieke risico’s lopen, door gebruik te maken van een breed scala aan middelen, waaronder betere toegang tot inclusieve omgevingen en bijzondere aandacht voor overgangsmogelijkheden binnen het onderwijsstelsel, alsook de overgang van school naar arbeidsmarkt;

f)

Te investeren in opvang en onderwijs van hoge kwaliteit voor jonge kinderen (7) die toegankelijk en beschikbaar zijn voor alle kinderen.

13.

Het versterken van de positie van leerkrachten en schoolleiders door:

a)

over te schakelen op een alomvattend leerkrachtenbeleid dat alle fasen van hun loopbaan bestrijkt en de digitalisering in het onderwijs benut;

b)

hun loopbaan aantrekkelijker te maken door hoogwaardige arbeidsomstandigheden te bieden, alsook ondersteuning, feedback en begeleiding te verbeteren, in het bijzonder voor beginnende leerkrachten en schoolhoofden;

c)

een hoogwaardige beginnende-lerarenopleiding aan te bieden met bijzondere aandacht voor een goede voorbereiding voor de klaspraktijk tijdens de gehele duur van hun opleiding en, in voorkomend geval, bijgestaan door ervaren mentoren;

d)

te investeren in hun bij- en nascholing en groei in alle fasen van hun loopbaan en het schoolmanagement te verbeteren;

e)

het klaarstomen en de professionele ontwikkeling van lerarenopleiders en -mentoren te ondersteunen en meer praktijkervaring op te nemen in het onderwijs aan en de opleiding van leraren;

f)

gerichte samenwerking, leernetwerken, onlinegemeenschappen en innovatieve pedagogische praktijken onder leerkrachten en schoolleiders te versterken, en andere belanghebbenden daarbij te betrekken.

14.

Overschakelen op een effectievere, billijkere en efficiëntere bestuurscultuur door:

a)

een passend evenwicht te vinden tussen autonomie en verantwoordingsplicht ter ondersteuning van continue verbetering en innovatie op schoolniveau en op systeemniveau;

b)

kwaliteitsborgingssystemen verder te ontwikkelen — waaronder zelfevaluatie, kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling in overeenstemming met nationale omstandigheden en nationaal beleid — die zijn gebaseerd op een alomvattend inzicht in schoolontwikkeling dat tot stand is gekomen met belanghebbenden en dat met hen gedeeld wordt;

c)

empirisch onderbouwd beleid te ondersteunen en evenwichtig en passend gebruik te maken van data, onder andere uit internationale vergelijkende studies en de Onderwijs- en opleidingsmonitor;

d)

te streven naar toereikende en efficiënte besteding van middelen die worden toegewezen aan schoolonderwijs, en de optimale benutting van middelen op alle niveaus en, in voorkomend geval, aan te zetten tot structurele onderwijshervormingen.

VERZOEKT DE COMMISSIE de maatregelen van de lidstaten aan te vullen en hun samenwerking te ondersteunen met het oog op:

15.

het verruimen van samenwerking tussen scholen door schoolpartnerschappen, e-twinning en de mobiliteit van studenten, personeelsleden en lerarenopleiders — met inbegrip van praktijkervaring in het buitenland voor beginnende en toekomstige leerkrachten en schoolhoofden — toegankelijker te maken via het Erasmus+-programma;

16.

het aanmoedigen, door de uitwisseling van beste praktijken en door intercollegiaal leren, van de ontwikkeling van een breed scala van sleutelcompetenties voor alle jongeren, waaronder basisvaardigheden, digitale vaardigheden en vaardigheden die dienen voor persoonlijke en sociale ontwikkeling en voor actief burgerschap;

17.

het klaarstomen van scholen voor leren in het digitale tijdperk, bijvoorbeeld door leerkrachten zelf hun digitale vaardigheden te laten beoordelen, alsook deze te ontwikkelen, via een digitale-competentiekader, door het potentieel van een vrijwillig zelfbeoordelingsinstrument inzake digitale capaciteit voor scholen te onderzoeken, en door de onlinegemeenschappen en -middelen in de EU te ontwikkelen;

18.

het stimuleren van het onderwijs in techniek in het algemeen, technologie, civiele techniek, (letteren) en wiskunde (science, technology, engineering, (arts), mathematics) (STE(A)M-onderwijs) door het bevorderen van beste praktijken, het versterken van de samenwerking van scholen met het hoger onderwijs, de onderzoekssector en het bedrijfsleven op EU-niveau, en het doeltreffend aanpakken van de genderkloven en -stereotypen;

19.

het versterken van activiteiten op het gebied van intercollegiaal leren en intercollegiale advisering en de uitwisseling van ervaringen en beste praktijken, met name op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie en opvang, kwaliteitsborging, de loopbaan en professionele ontwikkeling van leerkrachten en schoolleiders, en inclusief onderwijs;

20.

het bevorderen en ondersteunen van inclusiviteit in het onderwijs, onder meer door beleidsexperimenten op het gebied van onderwijs aan leerlingen met verschillende taal- en culturele achtergronden, en het intensiveren van de samenwerking tussen de lidstaten en het Europees Agentschap Ontwikkeling van onderwijs voor leerlingen met specifieke behoeften, en andere agentschappen en internationale organisaties die op dit terrein werkzaam zijn;

21.

het bevorderen en ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek naar onderwijs en het verspreiden van de resultaten van dergelijk onderzoek, en het ontwikkelen van synergieën met de OESO, zulks in samenwerking met de lidstaten, om gezamenlijke vergelijkende gegevens en rapporten over schoolonderwijs te produceren, onder andere door te komen tot een efficiëntere gezamenlijke gegevensverzameling door Eurydice en de OESO;

22.

het assisteren van lidstaten die vrijwillig hulp vragen bij het uittekenen en uitvoeren van ingrijpende onderwijshervormingen door het opzetten van een vraaggestuurde regeling voor technische ondersteuning, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. De diensten van de Commissie, waaronder de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen, en de financieringsinstrumenten van de EU, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen en Erasmus+, zouden ondersteuning kunnen bieden.

ONDERSTREEPT TOT SLOT DAT HET BELANGRIJK IS DAT

23.

de Commissie ten volle rekening houdt met deze conclusies bij het opstellen van voorstellen voor het toekomstige strategische samenwerkingskader op het gebied van onderwijs en opleiding en het Unieprogramma inzake onderwijs en opleiding na 2020.


(1)  In de aanbeveling van 2006 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren worden sleutelcompetenties gedefinieerd als een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes.

(2)  Uiterlijk in 2020 moet het percentage 15-jarigen dat slecht presteert op het gebied van lezen, wiskunde en techniek minder dan 15 % bedragen.

(3)  Uiterlijk in 2020 moet het percentage voortijdige onderwijs- en opleidingsverlaters minder bedragen dan 10.

(4)  Doc. 9842/17.

(5)  Zoals vermeld in de conclusies van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over inclusie in verscheidenheid met het oog op hoogwaardig onderwijs voor iedereen (februari 2017).

(6)  Zie de verklaring over het bevorderen, via het onderwijs, van burgerschap en de gemeenschappelijke waarden vrijheid, tolerantie en non-discriminatie.

(7)  Zoals vermeld in de conclusies van de Raad over opvang en onderwijs voor jonge kinderen: de beste voorbereiding van al onze kinderen op de wereld van morgen (19 en 20 mei 2011).


BIJLAGE

Politieke achtergrond

1.

Conclusies van de Raad betreffende het voorbereiden van jongeren op de 21ste eeuw: een agenda voor Europese samenwerking op schoolgebied (21 november 2008).

2.

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement — Betere competenties voor de 21ste eeuw: een agenda voor Europese samenwerking op schoolgebied (3 juli 2008).

3.

Conclusies van de Raad betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding („ET 2020”) (12 mei 2009).

4.

Conclusies van de Raad over opvang en onderwijs voor jonge kinderen: de beste voorbereiding van al onze kinderen op de wereld van morgen (19 en 20 mei 2011).

5.

Conclusies van de Raad over een doeltreffende lerarenopleiding (20 mei 2014).

6.

Conclusies van de Raad over doeltreffend leiderschap in het onderwijs (25 en 26 november 2013).

7.

Verklaring over het bevorderen, via het onderwijs, van burgerschap en de gemeenschappelijke waarden vrijheid, tolerantie en non-discriminatie (Parijs, 17 maart 2015).

8.

Conclusies van de Raad over de rol van voor- en vroegschoolse educatie en primair onderwijs bij het bevorderen van creativiteit, innovatie en digitale competentie (18 en 19 mei 2015).

9.

Gezamenlijk verslag 2015 van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) — Nieuwe prioriteiten voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (23 en 24 november 2015).

10.

Conclusies van de Raad inzake het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en het bevorderen van goede schoolresultaten (23-24 november 2015).

11.

Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende het bevorderen van sociaal-economische ontwikkeling en inclusiviteit in de EU via het onderwijs: de bijdrage van onderwijs en opleiding aan het Europees Semester 2016 (24 februari 2016).

12.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa: samenwerken ter versterking van het menselijk kapitaal, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen (10 juni 2016).

13.

Onderwijs- en opleidingsmonitor 2016 (7 november 2016).

14.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Onderwijs verbeteren en moderniseren (7 december 2016).

15.

Conclusies van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over inclusie in verscheidenheid met het oog op hoogwaardig onderwijs voor iedereen (17 februari 2017).

16.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een goede start in het leven dankzij ontwikkeling van scholen en uitstekend onderwijs (30 mei 2017).


Top