Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0538

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1092/2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s

COM/2017/0538 final - 2017/0232 (COD)

Brussel, 20.9.2017

COM(2017) 538 final

2017/0232(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1092/2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2017) 313 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Naar aanleiding van de financiële crisis 1 heeft de EU het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) opgericht, dat is gebaseerd op de tweepijlerstructuur van macroprudentieel en microprudentieel toezicht.

Het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB), dat in december 2010 werd opgericht, is de macro-economische pijler van het ESFS. Het ESRB is belast met het macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel in de EU. Dit omvat de volgende taken: (i) bijdragen tot het voorkomen of beperken van systeemrisico’s voor de financiële stabiliteit in de Unie, die binnen het financiële stelsel ontstaan, waarbij rekening wordt gehouden met macro-economische ontwikkelingen, zodat perioden van wijdverbreide financiële onrust worden voorkomen; (ii) bijdragen tot een soepele werking van de interne markt zodat de financiële sector een duurzame bijdrage levert aan de economische groei.

Het ESRB heeft een ruime ledenbasis van met name nationale centrale banken, toezichthouders en Europese instellingen. Het beschikt over specifieke instrumenten zoals aanbevelingen en waarschuwingen om het macroprudentieel beleid in de EU vorm te geven. Het systeembrede mandaat van het ESRB is vooral van belang om sectoroverschrijdende en grensoverschrijdende risico's en overloopeffecten te monitoren en te evalueren en door zijn coördinerende rol worden besmettingsrisico’s ingeperkt. Door de erkenning van nationale macroprudentiële maatregelen te bevorderen zorgt het ESRB verder ervoor dat grensoverschrijdende lekken en regelgevingsarbitrage tot een minimum beperkt blijven. Bijgevolg heeft het ESRB een rechtstreekse invloed op de effectiviteit van de macroprudentiële maatregelen van de EU-lidstaten en dus ook op de mate van financiële stabiliteit in de EU. In dit opzicht kan worden verwacht dat een betere werking van het ESRB het macroprudentiële beleid effectiever zal maken.

Sinds zijn oprichting heeft het ESRB:

·aanbevelingen en waarschuwingen gericht tot een breed gamma van adressaten;

·bijgedragen tot de voortdurende ontwikkeling van het macroprudentieel kader in de EU;

·met succes gebruik gemaakt van de middelen en deskundigheid van zijn brede institutionele ledenbasis en van de onafhankelijke academische bijdragen van het wetenschappelijk adviescomité;

·een belangrijke rol gespeeld in de coördinatie en evaluatie van kennisgevingen van macroprudentiële maatregelen in de EU.

Het belang van het ESRB wordt gestaafd door de activiteiten die het als overkoepelend platform en informatiecentrum verricht op het gebied van EU-brede risicomonitoring en bij het verstrekken van richtsnoeren over het gebruik van macroprudentiële instrumenten.

Ten gevolge van de recente institutionele veranderingen met betrekking tot de bankenunie en door de inspanningen voor de totstandbrenging van een kapitaalmarktenunie opereert het ESRB nu echter in een context die verschillend is van die waarin het werd opgezet. De consequenties daarvan doen zich vooral voelen voor de samenstelling van het ESRB en de wijze van organisatie. Er moeten verbeteringen worden aangebracht in de samenstelling van het ESRB en in de wijze waarop het samenwerkt met de Europese instellingen, zodat rekening wordt gehouden met de stapsgewijze veranderingen in het macroprudentiële kader en de sterke ontwikkelingen die zich in de regelgeving hebben voorgedaan.

Daarnaast zijn veranderingen vereist om te garanderen dat het ESRB macroprudentieel toezicht kan uitoefenen over het gehele financiële stelsel, omdat marktgebaseerde vormen van financiering belangrijker worden, in het bijzonder met de invoering van de kapitaalmarktenunie.

Meer efficiëntie en effectiviteit in het ESRB zal leiden tot een betere coördinatie van het macroprudentieel beleid in de EU en zal het ESRB in staat stellen zijn mandaat beter te vervullen. Het voorstel wordt verder toegelicht in de effectenanalyse.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel moet worden gezien in het kader van de lopende herziening van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s). Het ESRB en de ETA’s zijn de macro- en microprudentiële pijlers van het ESFS.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De herziening van het ESRB past ook in de context van de opbouw van een bankenunie en een kapitaalmarktenunie. De verwachte verdieping en de verdere integratie van de Europese kapitaalmarkten vereist een overeenkomstige aanpassing van het toezichtkader voor systeemrisico’s.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor de voorgestelde wijzigingen is dezelfde als voor de te wijzigen rechtshandeling, namelijk artikel 114 VWEU. De verordening tot oprichting van het ESRB wordt aangevuld door een verordening van de Raad waarbij de Europese Centrale Bank (ECB) de taak wordt opgedragen het secretariaat van het ESRB te verzorgen.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het ESRB is een orgaan zonder rechtspersoonlijkheid. Het is belast met het macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel in de EU. De doelstelling van het voorstel, namelijk het ESRB efficiënter te maken en de macroprudentiële coördinatie in de EU te versterken, kan worden bereikt door reeds bestaande EU-wetgeving aan te vullen, hetgeen betekent dat het doel beter op EU-niveau kan worden bereikt dan door verschillende nationale initiatieven. Voorts levert het ESRB een substantiële bijdrage tot het wederkerig maken van nationale macroprudentiële maatregelen en ondersteunt het dus nationale autoriteiten om systeemrisico’s aan te pakken die op nationaal niveau ontstaan.

Evenredigheid

Dit voorstel vormt een wijziging van een bestaande verordening. De veranderingen zijn doelgericht en beogen bestaande bepalingen te verduidelijken of te versterken. Zij zijn derhalve evenredig met de omschreven problemen. De onderliggende structuur van het ESRB zal grotendeels onveranderd blijven.

Keuze van het instrument

Wijziging van een bestaande verordening.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Overeenkomstig het voorschrift in de ESRB-verordening heeft de Commissie een evaluatie verricht om uit te maken of het takenpakket en de organisatie van het ESRB geactualiseerd moeten worden. De eerste evaluatie van de ESRB-verordening vond plaats in 2014.

Raadpleging van belanghebbenden

In de tweede helft van 2016 werden een openbare raadpleging over het macroprudentieel kader en een openbare hoorzitting georganiseerd. Over het algemeen oordeelden belanghebbenden dat het mandaat en de taken van het ESRB geschikt waren om de efficiëntie en effectiviteit van het macroprudentiële beleid te verzekeren en betuigden zij hun steun om de werking van het ESRB aan te passen met het oog op meer efficiëntie. De meeste respondenten waren er voorstander van de president van de ECB te behouden als voorzitter van het ESRB. Sommige respondenten pleitten voor een vertegenwoordiging van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad in de algemene raad van het ESRB, om rekening te houden met de oprichting van de bankenunie, maar de meesten voelden geen behoefte aan ingrijpende wijzigingen in de samenstelling van het Comité. Sommige respondenten waren voorstander van een versterking van het ESRB-secretariaat en van de rol van het ESRB in het stroomlijnen van kennisgevingsprocedures op het niveau van de EU.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

n.v.t. – via raadpleging van belanghebbenden en openbare hoorzitting, zie hierboven

Effectbeoordeling

De Commissie heeft een effectbeoordeling van de voorgestelde wijzigingen in het ESRB verricht. Er is nog geen formele effectbeoordeling verricht, gelet op het doelgerichte karakter van de wijzigingen waarin het wetgevingsvoorstel voorziet.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

[n.v.t.]

Grondrechten

[n.v.t.]

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De begrotingskosten voor het ESRB-secretariaat worden gedragen door de ECB en hebben geen directe gevolgen voor de EU-begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De verordening zal worden geëvalueerd na vijf jaar.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

[n.v.t.]

Artikelsgewijze toelichting

Voorzitter

In de huidige samenstelling wordt het ESRB voorgezeten door de president van de ECB. Als voorzitter verleent de president van de ECB gezag en geloofwaardigheid aan het ESRB en zorgt hij ervoor dat daadwerkelijk kan worden vertrouwd en voortgebouwd op de deskundigheid van de ECB op het gebied van financiële stabiliteit. Daarom wordt voorgesteld dat de president van de ECB optreedt als permanente voorzitter van het ESRB.

Secretariaat van het ESRB

Aangezien de algemene raad van het ESRB geen voltijdse leden heeft en zelfs geen voltijdse voorzitter of vicevoorzitters, zijn er geen leden die hun tijd volledig kunnen wijden aan ESRB-taken en -aangelegenheden. Voorts zijn de officiële taken van het hoofd van het ESRB-secretariaat beperkt. Dit kan de zichtbaarheid van de ESRB-werkzaamheden belemmeren, ook al neemt de voorzitter van het ESRB regelmatig deel aan hoorzittingen van het Parlement. Door het hoofd van het ESRB-secretariaat een ruimere rol te verlenen krijgen waarschuwingen en aanbevelingen meer weerklank en slagkracht.

Er wordt voorgesteld een raadplegingsprocedure in te stellen waarin de kandidaten die de ECB voordraagt voor het ambt van hoofd van het ESRB-secretariaat, door de algemene raad worden beoordeeld, met name wat betreft de nodige kwaliteiten en ervaring om het secretariaat te beheren. Het Parlement en de Raad zullen op de hoogte worden gebracht van de procedure. Zo wordt de band met de ECB onderhouden en blijft het hoofd van het secretariaat verantwoording afleggen tegenover de algemene raad. Het proces wordt ook transparanter terwijl het hoofd van het secretariaat een zichtbaarder profiel krijgt. Ook wordt voorgesteld de taken die aan het hoofd van het secretariaat zijn toebedeeld, verder te preciseren, onder meer betreffende de mogelijkheid om de externe vertegenwoordiging van de voorzitter te delegeren aan het hoofd van het secretariaat.

Samenstelling van het ESRB

Het voorstel beoogt de ESRB-verordening te actualiseren om rekening te houden met de oprichting van de bankenunie en om het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en de gemeenschappelijke afwikkelingsraad op te nemen als leden met stemrecht van de algemene raad van het ESRB. In het technisch adviescomité en het stuurcomité moeten overeenkomstige aanpassingen worden aangebracht.

Adressaten van waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB

Ook wordt voorgesteld de ECB op te nemen als een mogelijke adressaat van ESRB-waarschuwingen en -aanbevelingen voor taken die het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme aan de Bank heeft opgedragen (Verordening (EU) nr. 1024/2013), dit zijn toezichttaken die niet tot het monetair beleid behoren. Hiermee wordt de bestaande asymmetrie aangepakt waarin dergelijke waarschuwingen en aanbevelingen kunnen worden gericht tot nationale autoriteiten als leden van de algemene raad maar niet worden gericht tot de ECB als bevoegde of aangewezen autoriteit op het niveau van de bankenunie.

Betere regelgeving

In overeenstemming met de beginselen van betere regelgeving en indien passend moeten de adviescomités van het ESRB over hun adviezen, aanbevelingen en besluiten overleg plegen met belanghebbenden zoals marktdeelnemers, consumentenorganisaties en deskundigen.

2017/0232 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1092/2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 2 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1092/2010 3 (ESRB-verordening) hebben het Europees Parlement en de Raad, op basis van een verslag 4 van de Commissie, de ESRB-verordening onderzocht om na te gaan of de taken en de organisatie van het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) moeten worden herzien. Ook zijn de nadere bepalingen voor de aanwijzing van de voorzitter van het ESRB geëvalueerd.

(2)In het verslag van de Commissie van 2017 over de taken en de organisatie van het ESRB 5 wordt geconcludeerd dat het ESRB over het algemeen weliswaar goed functioneert maar dat verbeteringen nodig zijn op een aantal specifieke punten.

(3)De brede ledenbasis van de algemene raad van het ESRB is een belangrijke troef. Recente ontwikkelingen in de architectuur van het financiële toezicht van de Unie, met name de oprichting van een bankenunie, zijn echter niet tot uiting gekomen in de samenstelling van deze algemene raad. Om die reden dienen de voorzitter van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) en de voorzitter van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad stemgerechtigd lid te worden van de algemene raad van het ESRB. Dienovereenkomstig moeten ook aanpassingen worden aangebracht in het stuurcomité en in het technisch adviescomité.

(4)De President van de ECB heeft gedurende de eerste vijf jaar van het bestaan van het ESRB het voorzitterschap ervan op zich genomen, waarna de President het voorzitterschap ad interim is blijven waarnemen. Gedurende deze periode heeft de President van de ECB gezag en geloofwaardigheid verleend aan het ESRB en ervoor gezorgd dat het daadwerkelijk kan vertrouwen en voortbouwen op de deskundigheid van de ECB op het gebied van financiële stabiliteit. Daarom is het passend dat de President van de ECB optreedt als permanente voorzitter van het ESRB.

(5)Om de zichtbaarheid van het ESRB te versterken als orgaan dat afzonderlijk van zijn individuele leden optreedt, moet de voorzitter van het ESRB aan het hoofd van het secretariaat van het ESRB taken kunnen delegeren met betrekking tot de externe vertegenwoordiging van het ESRB.

(6)Artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1096/2010 van de Raad 6 bepaalt dat het hoofd van het secretariaat van het ESRB moet worden aangesteld door de ECB, in overleg met de algemene raad van het ESRB. Om de zichtbaarheid van het hoofd van het secretariaat van het ESRB te verhogen, moet de algemene raad van het ESRB in een open en transparante procedure evalueren of de voorgedragen kandidaten voor het ambt van hoofd van het secretariaat van het ESRB beschikken over de kwaliteiten en ervaring die noodzakelijk zijn om het secretariaat van het ESRB te beheren. De algemene raad moet het Europees Parlement en de Raad inlichten over de evaluatieprocedure. Voorts dienen de taken van het hoofd van het secretariaat van het ESRB te worden verduidelijkt.

(7)Overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening EU) nr. 1092/2010 is de eerste vicevoorzitter van het ESRB tot op heden verkozen door en uit de leden van de algemene raad van de ECB, rekening houdend met de noodzaak van evenwichtige vertegenwoordiging van lidstaten in het algemeen en tussen lidstaten die de euro als munt hebben en lidstaten die niet de euro als munt hebben. Naar aanleiding van de oprichting van de bankenunie moet de verwijzing naar de lidstaten die de euro als munt hebben en die welke de euro niet als munt hebben, vervangen worden door een verwijzing naar de lidstaten die aan de bankenunie deelnemen en die welke niet deelnemen.

(8)Gelet op de wijzigingen in de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) 7 , en met name de goedkeuring van Verordening (EU) nr. 1092/2010 door de EER-lidstaten, is artikel 9, lid 5, van deze verordening niet langer relevant en moet derhalve worden geschrapt.

(9)Om de kosten te drukken en de procedurele efficiëntie te verhogen, dient het aantal vertegenwoordigers van de Commissie in het raadgevend technisch comité van het ESRB te worden verminderd van de huidige twee vertegenwoordigers tot één vertegenwoordiger.

(10)Krachtens artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1092/2010 moeten ESRB-waarschuwingen en -aanbevelingen worden toegezonden aan de Raad en de Commissie, en wanneer zij tot één of meer nationale toezichthoudende autoriteiten zijn gericht, ook aan de ETA’s. Om de democratische controle en de transparantie te verhogen moeten deze waarschuwingen en aanbevelingen ook worden toegezonden aan het Europees Parlement en de ETA’s.

(11)Met het oog op de kwaliteit en de relevantie van de ESRB-adviezen, -aanbevelingen en -besluiten wordt verwacht dat het technisch adviescomité en het wetenschappelijk adviescomité belanghebbenden, indien noodzakelijk, zullen raadplegen in een vroeg stadium en op een open en transparante wijze.

(12)Verordening (EU) nr. 1092/2010 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 1092/2010 wordt als volgt gewijzigd:

(1)    artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis.    Bij het overleg over de aanstelling van het hoofd van het secretariaat van het ESRB overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1096/2010* evalueert de algemene raad volgens een open en transparante procedure of de voorgedragen kandidaten voor dit ambt beschikken over de kwaliteiten en ervaring die noodzakelijk zijn om het secretariaat van het ESRB te beheren. De algemene raad licht het Europees Parlement en de Raad in over de overlegprocedure.

*    Verordening (EU) nr. 1096/2010 van de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico's (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 162).”;

_______________________________________________________________________________

(b)    het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

“3 bis.    Wanneer zij het hoofd van het secretariaat van het ESRB instructies geven overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1096/2010, kunnen de voorzitter van het ESRB en het stuurcomité met name de volgende punten behandelen:

(a)    het dagelijks beheer van het secretariaat van het ESRB;

(b)    administratieve en budgettaire aangelegenheden met betrekking tot het secretariaat van het ESRB;

(c)    de coördinatie en voorbereiding van de werkzaamheden en het besluitvormingsproces van de algemene raad;

(d)    de voorbereiding van het jaarlijks voorstel voor programma van het ESRB en de uitvoering ervan;

(e)    de voorbereiding van het jaarlijks activiteitenverslag van het ESRB en de rapportage over de uitvoering ervan aan de algemene raad.”;

(2)    artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.    Het ESRB wordt voorgezeten door de President van de ECB.

2.    De eerste vicevoorzitter wordt door de leden van de algemene raad van de ECB uit hun midden gekozen voor een termijn van vijf jaar, rekening houdend met de noodzaak van evenwichtige vertegenwoordiging van lidstaten in het algemeen en tussen deelnemende lidstaten in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad** en niet deelnemende lidstaten. De eerste vicevoorzitter kan eenmaal worden herkozen.

__________________________________________________________________

**    Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).”;

(b)    lid 8 wordt vervangen door:

“8.    De voorzitter vertegenwoordigt het ESRB naar buiten toe. De voorzitter kan taken met betrekking tot de externe vertegenwoordiging van het ESRB delegeren aan het hoofd van het secretariaat.”;

(3)    artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

(i)    de volgende punten f bis) en f ter) worden ingevoegd:

“f bis)    de voorzitter van de raad van toezicht van de ECB;

f ter)    de voorzitter van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad;”;

(ii)    punt g) wordt vervangen door:

“g)    de voorzitter van het wetenschappelijk adviescomité;”;

(b)    lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

(i)    punt a) wordt vervangen door:

“a)    per lidstaat één vertegenwoordiger op hoog niveau ofwel van de bevoegde nationale autoriteiten ofwel van de nationale autoriteiten die aangewezen zijn voor de toepassing van maatregelen om systeemrisico’s of macroprudentiële risico’s aan te pakken, overeenkomstig lid 3.”;

(c)    lid 3 wordt vervangen door:

“3.    Met betrekking tot de vertegenwoordiging van de nationale autoriteiten bedoeld in lid 2, onder a), rouleren de desbetreffende vertegenwoordigers op hoog niveau afhankelijk van de te bespreken onderwerpen, tenzij de nationale autoriteiten van een bepaalde lidstaat besloten hebben om een gezamenlijke vertegenwoordiger aan te wijzen.”;

(4)    in artikel 9 wordt lid 5 geschrapt;

(5)    artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

(i)    punt c) wordt vervangen door:

“c)    vier andere leden van de algemene raad die ook lid zijn van de algemene raad van de ECB, rekening houdend met de noodzaak van evenwichtige vertegenwoordiging van lidstaten in het algemeen en tussen deelnemende lidstaten in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en niet deelnemende lidstaten. Zij worden voor een termijn van drie jaar verkozen door en onder de leden van de algemene raad die ook lid zijn van de algemene raad van de ECB;

(ii)    de volgende punten g bis) en g ter) worden ingevoegd:

“g bis)    de voorzitter van de raad van toezicht van de ECB;

g ter)    de voorzitter van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad;”;

(6)    artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    lid 5 wordt vervangen door:

“5.    In voorkomend geval pleegt het wetenschappelijk adviescomité in een vroeg stadium overleg met belanghebbenden, waarbij openheid en transparantie worden nagestreefd en rekening houdend met het vereiste van vertrouwelijkheid.”;

(7)    artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

(i)    punt f) wordt vervangen door:

“f)    een vertegenwoordiger van de Commissie;”;

(ii)    de volgende punten f bis) en f ter) worden ingevoegd:

“f bis)    een vertegenwoordiger van de raad van toezicht van de ECB;

f ter)    een vertegenwoordiger van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad;”;

(b)    het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

“4 bis.    In voorkomend geval pleegt het technisch adviescomité in een vroeg stadium overleg met belanghebbenden, waarbij openheid en transparantie worden nagestreefd en rekening houdend met het vereiste van vertrouwelijkheid.”;

(8)    artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

(a)    in lid 2 wordt de eerste zin vervangen door:

“De waarschuwingen en aanbevelingen die het ESRB overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder c) en d), afgeeft, kunnen van algemene of specifieke aard zijn en worden met name gericht tot de Unie, aan een of meer lidstaten of aan een of meer ETA’s of aan een of meer nationale bevoegde autoriteiten, of aan de ECB voor de aan de ECB opgedragen taken overeenkomstig artikel 4, leden 1 en 2, en artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013.”;

(b)    lid 3 wordt vervangen door:

“3.    Op hetzelfde tijdstip als waarop zij overeenkomstig lid 2 worden toegezonden aan de adressaten, worden de waarschuwingen en aanbevelingen met inachtneming van strikte geheimhoudingsregels toegezonden aan de Raad, het Europees Parlement, de Commissie en de ETA’s.”;

(9)    in artikel 17 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

“1.    Indien een in artikel 3, lid 2, onder d), bedoelde aanbeveling is gericht tot de Commissie, een of meer lidstaten, een of meer ETA’s of een of meer nationale bevoegde autoriteiten, delen de adressaten het Europees Parlement, de Raad en het ESRB mee welke maatregelen zij in respons op de aanbeveling hebben genomen en verstrekken zij een motivering ingeval geen actie wordt ondernomen. In voorkomend geval stelt het ESRB met inachtneming van strikte geheimhoudingsregels de ETA’s onverwijld in kennis van de ontvangen antwoorden.

2.    Als het ESRB concludeert dat zijn aanbeveling niet is opgevolgd of dat de adressaten niet op afdoende wijze hebben uitgelegd waarom zij geen actie hebben ondernomen, stelt het met inachtneming van strikte geheimhoudingsregels de adressaten, het Europees Parlement, de Raad en de betrokken ETA’s hiervan in kennis.”;

(10)    artikel 20 wordt vervangen door:

“Niet eerder dan vijf jaar na [PB, datum van inwerkingtreding invoegen] verricht de Commissie een evaluatie van deze verordening en brengt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de belangrijkste bevindingen.”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de […] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) In het verslag-de Larosière (definitief verslag gepresenteerd op 25 februari 2009) werd aanbevolen een orgaan op Unieniveau op te richten dat belast zou zijn met het toezicht op het risico in het financiële stelsel als geheel.
(2) PB C, blz.
(3) Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).
(4) Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de taken en de organisatie van het Europees Comité voor systeemrisico’s, COM(2014) 508 final.
(5) Werkdocument van de diensten van de Commissie, Effect Analysis, Amendments to ESRB Regulation, COM(2017).
(6) Verordening (EU) nr. 1096/2010 van de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico's (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 162).
(7) Besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 198/2016 van 30 september 2016 tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst [2017/275] (PB L 46 van 23.2.2017, blz. 1).
Top