EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 9.6.2017
COM(2017) 297 final
2017/0127(CNS)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
tot wijziging van Besluit nr. 189/2014/EU van de Raad waarbij Frankrijk wordt gemachtigd een verlaagd tarief van bepaalde indirecte belastingen toe te passen op in Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion vervaardigde "traditionele" rum en tot intrekking van Beschikking 2007/659/EG
TOELICHTING
Voor traditionele rum uit de Franse ultraperifere gebieden geldt sinds 1923 een specifiek accijnsregime op de markt in continentaal Frankrijk. Het gaat om een fiscale steunmaatregel op de lange termijn waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de wereldmarkt voor rum - afgezien van de uitzonderlijke jaren van krachtige groei - een vrij regelmatig groeitempo kent (+/- 3,2 %) en de hoeveelheden die in aanmerking komen voor dit specifieke accijnsregime, op dit groeitempo worden afgestemd om de concurrentiepositie van de sector rietsuiker-suiker-rum in de Franse ultraperifere gebieden op de lange termijn te garanderen. Na de instelling van de interne markt en de harmonisatie van de accijnzen in Europa is dit specifieke accijnsregime met instemming van de Europese Unie voortgezet. De thans geldende regeling op grond waarvan het regime mag worden voortgezet, werd ingevoerd bij Beschikking 2002/166/EG van 18 februari 2002 waarbij Frankrijk wordt gemachtigd de toepassing van een verlaagd accijnstarief op in de Franse overzeese departementen vervaardigde "traditionele" rum te verlengen om rekening te houden met de herziening van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker in 2001 en de afschaffing van de douanebescherming voor alcoholhoudende dranken in 2003. In Beschikking 2002/166/EG werd ook vastgesteld dat de reeds genomen communautaire en nationale maatregelen om de concurrentiepositie van de sector rietsuiker-suiker-rum in de Franse overzeese gebieden te verbeteren, op zich nog steeds niet volstonden om het concurrentiepeil te bereiken dat Frankrijk in staat moet stellen het fiscale regime van in de Franse overzeese departementen (DOM) vervaardigde traditionele rum aan te passen.
In Beschikking 2002/166/EG werd de toepassing van het verlaagde accijnstarief beperkt tot een jaarlijks contingent van 90 000 hl zuivere alcohol, wat overeenkwam met de traditionele handelsstromen gedurende de laatste jaren voor de vaststelling van de beschikking, zonder dat daarbij rekening werd gehouden met een groeipercentage. De opstellers van Beschikking 2002/166/EG waren ervan overtuigd dat om een klimaat van rechtszekerheid te creëren voor de economische actoren in de sector rietsuiker-suiker-rum en rekening te houden met de afschrijvingstermijnen voor machines en gebouwen, een vast jaarlijks contingent van 90 000 hl gedurende een periode van zeven jaar vanaf 1 januari 2003 tot en met 31 december 2009 zou volstaan.
Beschikking 2002/166/EG werd door de Raad evenwel al gewijzigd bij Beschikking 2007/659/EG van 9 oktober 2007; daarbij werd een jaarlijks contingent van 108 000 hl zuivere alcohol ingevoerd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2012. In Beschikking 2007/659/EG werd ook vastgesteld (overweging 9) dat het alleen dankzij de continentale markt was, waar de rum uit de DOM van een specifieke fiscale regeling profiteerde, dat de rumsector in de DOM de hoge kostprijs deels wist te compenseren en kon blijven voortbestaan.
Bij Besluit nr. 896/2011/EU van de Raad van 19 december 2011 werd Beschikking 2007/659/EG gewijzigd: de toepassingsduur van het contingent van 108 000 hl werd met twee jaar verkort tot en met 31 december 2010 en voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 werd een jaarlijks contingent van 120 000 hl zuivere alcohol ingevoerd.
In Besluit nr. 896/2011/EU van de Raad van 19 december 2011 (overweging 5) oordeelde de Raad dat het contingent dat in aanmerking kwam voor het accijnstarief dat lager was dan het normale tarief, een jaarlijks groeipercentage van 3,2 % en, voor sommige jaren van sterke groei, van 4,3 % mogelijk moest maken. Uiteraard houdt dit oordeel voor de Raad en de Commissie geen wettelijke verplichting voor de toekomst in, maar er valt niet te ontkennen dat deze groeipercentages al meer dan 25 jaar de economische factoren zijn die de grootste stabiliteit vertonen en het dichtst bij de economische realiteit liggen:
"... aangezien de concurrentiepositie van "traditionele" rum uit de overzeese departementen (DOM) op de markt van continentaal Frankrijk moet worden ondersteund om de bedrijvigheid van de sector rietsuiker-suiker-rum in deze departementen in stand te houden, het tijd is voor een herziening van de hoeveelheden traditionele rum uit de DOM die tegen een verlaagd accijnstarief in de handel mogen worden gebracht. Het bij Beschikking 2007/659/EG vastgestelde jaarlijkse contingent van 108 000 hl dient derhalve naar 120 000 hl te worden verhoogd, en deze verhoging dient, gelet op de voor 2011 voorspelde stijging, met het oog op de continuïteit reeds dit jaar in te gaan. Een dusdanige verhoging kan een jaarlijkse stijging van 4,3 % van de hoeveelheden op de markt gebrachte rum dekken, wat iets meer is dan de geconstateerde 3,2 % stijging in de periode 2007-2010."
Bij Besluit nr. 189/2014/EU is Besluit nr. 896/2011/EU ingetrokken en vervangen en een jaarlijks contingent van 120 000 hl zuivere alcohol (hza) voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2020 vastgelegd. Het bij Besluit nr. 189/2014/EU vastgelegde contingent loopt niet volledig in de pas met de in Besluit nr. 896/2011/EU beoogde groeipercentages. Door het vastleggen van het contingent op een jaarlijks niveau van 120 000 hza voor een lange periode van tien jaar is bovendien de kloof tussen de door de Raad in 2011 beoogde groeipercentages en de beschikbare contingenten toegenomen.
|
Jaar
|
Beoogd groeipercentage
|
Benodigde hoeveelheid jaareinde volgens beoogd groeipercentage (hza)
|
Beschikbaar contingent (hza)
|
Beschikking/ besluit EG/EU
|
|
2002
|
0 %
|
90 000
|
|
2002/166
|
|
2003
|
3,2 %
|
92 880
|
90 000
|
2002/166
|
|
2004
|
3,2 %
|
95 852
|
90 000
|
2002/166
|
|
2005
|
3,2 %
|
98 919
|
90 000
|
2002/166
|
|
2006
|
3,2 %
|
102 084
|
90 000
|
2002/166
|
|
2007
|
3,2 %
|
105 351
|
90 000
108 000
108 000
|
2002/166
2007/659
2011/896
|
|
2008
|
3,2 %
|
108 722
|
90 000
108 000
108 000
|
2002/166
2007/659
2011/896
|
|
2009
|
3,2 %
|
112 201
|
90 000
108 000
108 000
|
2002/166
2007/659
2011/896
|
|
2010
|
3,2 %
|
117 025
|
108 000
108 000
|
2007/659
2011/896
|
|
2011
|
4,3 %
|
122 057
|
108 000
120 000
|
2007/659
2011/896
|
|
2012
|
4,3 %
|
127 306
|
108 000
120 000
120 000
|
2007/659
2011/896
189/2014
|
|
2013
|
4,3 %
|
131 379
|
120 000
120 000
|
2011/896
189/2014
|
|
2014
|
3,2 %
|
135 583
|
120 000
|
189/2014
|
|
2015
|
3,2 %
|
139 922
|
120 000
|
189/2014
|
|
2016
|
3,2 %
|
144 400
|
120 000
|
189/2014
|
|
2017
|
3,2 %
|
149 020
|
120 000
|
189/2014
|
|
2018
|
3,2 %
|
153 789
|
120 000
|
189/2014
|
|
2019
|
3,2 %
|
158 710
|
120 000
|
189/2014
|
|
2020
|
3,2 %
|
163 789
|
120 000
|
189/2014
|
Hierdoor hebben de producenten van traditionele rum onvoldoende toegang gehad tot de markt in continentaal Frankrijk. Volgens de beoogde groeipercentages was eind 2016 een contingent van 144 000 hza mogelijk geweest, terwijl dat beperkt was tot 120 000 hza. Om die reden vormt de verhoging - met terugwerkende kracht - van het contingent voor 2016 tot 144 000 hza een inhaalbeweging die tot doel heeft het contingent op het niveau te brengen van de groeipercentages die de Raad al voor ogen had.
Het is duidelijk dat de verhoging met spoed moet worden ingevoerd: het contingent van 120 000 hza voor 2016 was al opgebruikt voor het einde van dat jaar en zonder verhoging van dat contingent met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016 zullen de producenten grote en vermoedelijk onherstelbare schade lijden. De relaties tussen de rumproducenten en de grote distributeurs in Frankrijk zijn geregeld in jaarcontracten waarin verbintenissen zijn opgenomen ten aanzien van de te leveren hoeveelheden, aankoopprijzen en eventuele kortingen en aanbiedingen. Wanneer het contingent wordt overschreden, worden de hoeveelheden die het contingent te boven gaan, achteraf zwaarder belast, terwijl de producenten bij het begin van het jaar wanneer de contracten worden ondertekend, niet kunnen inschatten hoe groot de kans is dat het contingent zal worden overschreden noch in welke mate. Aangezien de aankoopprijs wordt vastgesteld bij het begin van het jaar op basis van de verlaagde accijns, is de belastingverhoging door de overschrijding van het contingent vóór het einde van het jaar een risico dat bij de rumproducenten ligt. Dat risico is in 2016 realiteit geworden. Zonder verhoging van het contingent met terugwerkende kracht zullen de rumproducenten grote verliezen lijden op de hoeveelheden die het contingent te boven gaan.
Als het contingent niet wordt verhoogd, dan zou dit ook de commerciële strategie van de rumproducenten uit de Franse ultraperifere gebieden voor 2017 ondermijnen: als zij immers niet kunnen voorzien wanneer het contingent in 2017 overschreden zal worden, zouden zij ervan moeten afzien hun rum aan te bieden tijdens de maanden van de eindejaarsacties.
De economische context versterkt nog de urgentie van de verhoging: de uitvoer van traditionele rum uit Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion naar de Europese Unie is gedaald. Waar de uitvoer van traditionele rum uit deze gebieden naar de Europese Unie tussen 2005 en 2011 nog is gestegen van 155 559 hza (in 2005) tot 205 482 hza (in 2011), is deze vanaf 2012 sterk teruggelopen met een daling tot 189 928 hza in 2012, gevolgd door een lichte stijging in 2013 (190 382 hza), een daling in 2014 (179 755 hza) en opnieuw een lichte stijging in 2015 (180 482 hza).
Deze grote terugval is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de sterke daling van de uitvoer van traditionele rum uit Réunion, de grootste producent van traditionele rum uit deze ultraperifere gebieden, naar de Europese Unie. Waar de uitvoer van traditionele rum uit Réunion tussen 2005 en 2011 nog is gestegen van 60 092 hza (in 2005) tot 87 314 hza (in 2011), is deze vanaf 2012 sterk teruggelopen met een daling tot 69 491 hza in 2012, gevolgd door een lichte stijging in 2013 (74 702 hza), en daarna opnieuw een daling tot 63 240 hza in 2014 en tot 58 890 hza in 2015.
De achteruitgang van de uitvoer van traditionele rum uit deze ultraperifere gebieden naar het Europese continent is grotendeels toe te schrijven aan het verlies van marktaandeel van lichte rum in Duitsland ten koste van producenten uit derde landen. In 2008 vertegenwoordigde de verkoop in Duitsland van lichte rum uit de genoemde ultraperifere gebieden 46 065 hza. In 2014 bedroeg de verkoop nog maar 22 885 hza en in 2015 17 091 hza.
Momenteel kan niet worden uitgesloten dat de kloof tussen de contingenten die met de door de Commissie en de Raad beoogde groeipercentages overeenkomen en de contingenten die daadwerkelijk zijn toegestaan, deze ontwikkeling heeft beïnvloed. Deze analyse zal worden verricht bij de toekomstige evaluatie van Besluit nr. 189/2014/EU.
Verder moet worden opgemerkt dat het verbruik in Frankrijk van rum uit derde landen, met inbegrip van rum uit de ACS-staten (Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan), veel sterker is gegroeid dan dat van rum uit Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion. Het totale verbruik in Frankrijk van rum uit derde landen bedroeg immers 20 733 hza in 2013, 22 679 hza in 2014 en 26 147 hza in 2015. De hoeveelheid traditionele rum uit de genoemde ultraperifere gebieden die in Frankrijk tot verbruik werd uitgeslagen, is in die periode minder sterk gestegen, namelijk tot 115 438 hza in 2013, 119 066 hza in 2014 en 120 000 hza in 2015.
Een onafhankelijke economische analyse van de diensten van de Commissie die in juli 2016 werd voltooid, kwam tot de conclusie dat de invoer van traditionele rum uit Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion in Frankrijk slechts betrekking had op een klein deel van het totale verbruik van alcohol in Frankrijk (tussen 1 en 2 %) en het om die reden niet aannemelijk is dat een verlaagd tarief voor rum de concurrentie op de markt voor rum in Frankrijk zou verstoren. Onder die omstandigheden is het nog minder waarschijnlijk dat de betreffende invoer een effect zou hebben op de werking van de eengemaakte markt.
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Op 22 september 2016 hebben de Franse autoriteiten de Commissie verzocht een voorstel tot technische wijziging van Besluit nr. 189/2014/EU van de Raad van 20 februari 2014 voor te leggen waarbij het jaarlijkse contingent wordt verhoogd van 120 000 hza tot 144 000 hza. Bij dit verzoek ging een verslag waarin de wijziging in kwestie werd gerechtvaardigd.
•Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied
Dit initiatief strookt met de politieke beleidsprioriteiten die zijn vastgesteld in artikel 349 van het Verdrag van Lissabon. Dit artikel erkent dat de structurele economische en sociale situatie van de ultraperifere gebieden, waartoe Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion behoren, wordt bemoeilijkt door de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat en de economische afhankelijkheid van enkele producten, welke factoren door hun blijvende en cumulatieve karakter de ontwikkeling van deze gebieden ernstig schaden. Daarom voorziet voornoemd artikel 349 erin dat de Raad op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement specifieke maatregelen aanneemt die er met name op gericht zijn de voorwaarden voor de toepassing van de verdragen, met inbegrip van gemeenschappelijk beleid, op deze gebieden vast te stellen. De verhoging van het contingent strekt ertoe werkgelegenheid, economische groei en investeringen in de sector rietsuiker en rum te creëren en te behouden. De verhoging versterkt de eengemaakte markt en maakt hem toegankelijker voor marktdeelnemers die in de genoemde ultraperifere gebieden zijn gevestigd doordat zij de nadelen compenseert die uit hun geografische en economische situatie voortvloeien.
Het contingent wordt niet alleen aangepast; in de toekomst zal de Commissie zich voor de behandeling en de rechtvaardiging ervan ook moeten baseren op de analyses die Frankrijk uiterlijk op 31 juli 2017 zal verstrekken in het kader van de tussentijdse evaluatie waarin Besluit nr. 189/2014/EU van 20 februari 2014 voorziet.
•Samenhang met andere beleidsgebieden van de EU
Krachtens artikel 349, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Verdrag van Lissabon) neemt de Raad zijn maatregelen aan, rekening houdend met de bijzondere kenmerken en beperkingen van de ultraperifere gebieden en zonder afbreuk te doen aan de integriteit en de samenhang van de rechtsorde van de Unie, met inbegrip van de interne markt en het gemeenschappelijk beleid. Besluit nr. 189/2014/EU en de elementen waarop dit besluit is gebaseerd, worden geacht in overeenstemming te zijn met de andere beleidsgebieden van de EU. De verhoging van het contingent vormt een beperkte aanpassing met terugwerkende kracht waarmee het contingent op een niveau wordt gebracht dat strookt met de jaarlijkse groeipercentages die de Raad al voor ogen had. De andere elementen van Besluit nr. 189/2014/EU blijven ongewijzigd. Onder die omstandigheden kan de verhoging van het jaarlijkse contingent van 120 000 hza tot 144 000 hza geen gevolgen hebben voor de samenhang van Besluit nr. 189/2014/EU met de andere beleidsgebieden van de EU.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 349 van het Verdrag van Lissabon - Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
•Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)
Alleen de Raad is gemachtigd om op basis van artikel 349 VWEU specifieke maatregelen te nemen ten gunste van de ultraperifere gebieden om de toepassing van de verdragen – met inbegrip van gemeenschappelijk beleid – op deze gebieden bij te sturen, omdat zij worden geconfronteerd met permanente belemmeringen die gevolgen hebben voor hun economische en sociale situatie.
Het voorstel voor een besluit van de Raad is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.
•Evenredigheid
Krachtens het evenredigheidsbeginsel gaan de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. Het contingent van 144 000 hl komt overeen met het geraamde groeipercentage en de hoeveelheid die voortvloeit uit de toepassing van dat groeipercentage voor eind 2016. Binnen het rechtskader van Besluit nr. 189/2014/EU bestaat de enige mogelijkheid om het contingent vanaf 1 januari 2016 op te trekken tot het niveau van het groeipercentage van 3,2 %, erin het bestaande besluit met terugwerkende kracht te wijzigen. De inhoud noch de vorm van het optreden gaat derhalve verder dan wat nodig is om de doelstellingen van artikel 349 VWEU te bereiken.
•Keuze van het instrument
Zie onder "Evenredigheid".
3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
•Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving
1. Uit artikel 349, eerste alinea, VWEU zoals uitgelegd door het Hof van Justitie in gevoegde zaken C-132/14 tot en met C-136/14 volgt dat de daarin bedoelde "specifieke maatregelen" worden vastgesteld "gezien de structurele economische en sociale situatie" van de ultraperifere gebieden, die "wordt bemoeilijkt" door een aantal factoren die "door hun blijvende en cumulatieve karakter de ontwikkeling van deze gebieden ernstig schaden". Die factoren worden in artikel 349, eerste alinea, VWEU dus voorgesteld als elementen waardoor de structurele economische en sociale situatie van de ultraperifere gebieden wordt bemoeilijkt en waarmee de Raad krachtens artikel 349, derde alinea, VWEU rekening moet houden bij het treffen van de specifieke maatregelen (Arrest van het Hof (Grote kamer) van 15 december 2015 in gevoegde zaken C-132/14 tot en met C-136/14, punten 67 en 68). Vanuit het hierboven door het Hof beschreven perspectief bekeken en om de onderstaande redenen is de Commissie van oordeel dat de enige passende maatregel erin bestaat het contingent dat in aanmerking komt voor een verlaagd accijnstarief, met spoed en met terugwerkende kracht te verhogen van 120 000 hza tot 144 000 hza:
- de producenten van traditionele rum hebben onvoldoende toegang gehad tot de markt van continentaal Frankrijk. De beoogde groeipercentages kwamen overeen met een contingent van 144 000 hza eind 2016. Om die reden vormt de verhoging - met terugwerkende kracht - van het contingent voor 2016 tot 144 000 hza slechts een inhaalbeweging die tot doel heeft het contingent op het niveau te brengen dat de Commissie en de Raad al voor ogen hadden;
- het economische kader is al omschreven en vastgelegd door de Commissie en de Raad;
- de snelle verhoging met terugwerkende kracht is noodzakelijk om onmiddellijke en mogelijk onherstelbare schade voor de producenten te vermijden;
- de cijfers van Eurostat tonen een duidelijke terugval van de uitvoer naar de Europese Unie van traditionele rum die in de genoemde ultraperifere gebieden is vervaardigd;
- de cijfers tonen een verlies van marktaandeel van deze traditionele rum in andere lidstaten van de Unie ten koste van producenten van derde landen;
- de invoer van rum uit andere derde landen die in continentaal Frankrijk tot verbruik is uitgeslagen, is veel sterker gegroeid;
- de andere elementen van Besluit nr. 189/2014/EU zijn ongewijzigd gebleven.
2. De maatregel betreft een aanpassing met beperkte economische gevolgen; tot dusver is het daarom niet gerechtvaardigd om de kosten van een "effectbeoordeling" te maken. In voorliggend geval is de verhoging van het contingent met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016 de enige optie om te garanderen dat de "traditionele rum" uit deze ultraperifere gebieden concurrerend blijft op de markt van de Unie.
Bovendien is een onafhankelijke economische studie van de diensten van de Commissie waarin werd onderzocht of Richtlijn 92/83/EEG nog altijd het beoogde doel dient en die in juli 2016 werd voltooid, tot de conclusie gekomen dat de invoer van traditionele rum uit Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion in Frankrijk slechts betrekking heeft op een klein deel van het totale verbruik van alcohol in Frankrijk en het om die reden niet aannemelijk is dat een verlaagd tarief de concurrentie op de markt voor rum in Frankrijk zal verstoren. Onder die omstandigheden is het nog minder waarschijnlijk dat de betreffende invoer een effect zal hebben op de werking van de eengemaakte markt.
Deze conclusies zijn gepubliceerd en alle belanghebbende partijen zijn geraadpleegd. Hoewel deze studie niet specifiek gericht was op de verhoging van het contingent voor traditionele rum uit Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion die in aanmerking komt voor een verlaagde accijns in continentaal Frankrijk, stelt de Commissie toch vast dat geen van de meer dan 750 in het kader van deze raadpleging ontvangen en geverifieerde bijdragen argumenten of andere gegevens bevatte die een nadere analyse verdienden.
•Raadpleging van belanghebbende partijen
Zie punt hierboven.
Behalve dan dat het contingent onmiddellijk wordt aangepast, zal de Commissie zich in de toekomst moeten baseren op de analyses die Frankrijk uiterlijk op 31 juli 2017 zal verstrekken in het kader van de tussentijdse evaluatie waarin Besluit nr. 189/2014/EU van 20 februari 2014 voorziet. In het kader van deze evaluatie zullen alle belanghebbende partijen opnieuw worden geraadpleegd.
•Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid
Zie hierboven onder "Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving".
•Gezonde regelgeving en vereenvoudiging
•Grondrechten
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Er zijn geen gevolgen voor de begroting.
2017/0127 (CNS)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
tot wijziging van Besluit nr. 189/2014/EU van de Raad waarbij Frankrijk wordt gemachtigd een verlaagd tarief van bepaalde indirecte belastingen toe te passen op in Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion vervaardigde "traditionele" rum en tot intrekking van Beschikking 2007/659/EG
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 349,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Parlement,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Overeenkomstig artikel 1 van Besluit nr. 189/2014/EU van de Raad werd Frankrijk gemachtigd in continentaal Frankrijk een accijnstarief dat lager is dan het normale tarief voor alcohol, zoals vastgesteld in artikel 3 van Richtlijn 92/84/EEG van de Raad, te blijven toepassen alsook een tarief van de heffing genaamd "cotisation sur les boissons alcooliques" (VSS) toe te passen dat lager is dan het volgens de Franse nationale wetgeving toepasselijke normale tarief, op in Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion vervaardigde "traditionele" rum.
(2)Krachtens artikel 3 van voornoemd besluit blijven de verlaagde accijns- en VSS-tarieven voor deze "traditionele" rum beperkt tot een jaarlijks contingent van 120 000 hectoliter zuivere alcohol (hza).
(3)Op 22 september 2016 hebben de Franse autoriteiten de Commissie verzocht een voorstel tot technische wijziging voor te leggen waarbij het jaarlijkse contingent wordt verhoogd van 120 000 hza tot 144 000 hza. Bij dit verzoek ging een verslag met alle informatie die de wijziging in kwestie rechtvaardigt. De producenten van traditionele rum hebben in 2016 onvoldoende toegang gehad tot de markt in continentaal Frankrijk. Voor de beoogde groeipercentages was een contingent van 144 000 hza vereist en deze hoeveelheid werd bereikt eind 2016. Het jaarlijkse contingent van 120 000 hza moet dus worden verhoogd tot 144 000 hza. De bij Besluit nr. 189/2014/EU van de Raad gemachtigde maatregelen zullen worden geanalyseerd en bekeken in het licht van een diepgaandere evaluatie van het systeem in zijn geheel. In die analyse zal rekening worden gehouden met het verslag dat Frankrijk overeenkomstig artikel 4 van Besluit nr. 189/2014/EU moet indienen.
(4)Het contingent van 120 000 hza voor 2016 was al opgebruikt voor het einde van dat jaar en zonder verhoging van dat contingent met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016 zouden de producenten grote en vermoedelijk onherstelbare schade lijden. De relaties tussen de rumproducenten en de grote distributeurs in Frankrijk zijn geregeld in jaarcontracten waarin verbintenissen zijn opgenomen ten aanzien van de te leveren hoeveelheden, aankoopprijzen en eventuele kortingen en aanbiedingen. Doordat het contingent werd overschreden, zijn de hoeveelheden die het contingent te boven gingen, achteraf aan een niet te voorziene hogere belasting onderworpen, terwijl de producenten bij het begin van het jaar wanneer de contracten worden ondertekend, niet konden inschatten hoe groot de kans was dat het contingent zou worden overschreden noch in welke mate. Zonder verhoging van het contingent met terugwerkende kracht zullen de rumproducenten grote verliezen lijden op de hoeveelheden die het contingent te boven gaan. Er moet dus toestemming worden verleend voor de verhoging van het contingent met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016.
(5)De andere elementen van Besluit nr. 189/2014/EU zijn ongewijzigd gebleven en een onafhankelijke economische analyse van de diensten van de Commissie die in juli 2016 werd voltooid, heeft bevestigd dat de invoer van traditionele rum uit Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique en Réunion in Frankrijk slechts betrekking heeft op een klein deel van het totale verbruik van alcohol in Frankrijk. Om die reden is het niet aannemelijk dat een verlaagd tarief een verstorend effect zal hebben op de concurrentie op de markt voor rum in Frankrijk, laat staan op de eengemaakte markt.
(6)Dit besluit doet geen afbreuk aan de mogelijke toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU.
(7)Besluit nr. 189/2014/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 3, lid 1, van Besluit nr. 189/2014/EU wordt vervangen door:
"1. De in artikel 1 bedoelde verlaagde accijns- en VSS-tarieven die van toepassing zijn op de in artikel 2 bedoelde rum, zijn beperkt tot een jaarlijks contingent van 120 000 hectoliter zuivere alcohol gedurende een periode tot en met 31 december 2015. Voor de periode tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020 zijn deze tarieven beperkt tot een jaarlijks contingent van 144 000 hectoliter zuivere alcohol.".
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter