EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.11.2016
COM(2016) 778 final
2016/0384(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft specifieke maatregelen voor het verlenen van aanvullende steun aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De recente aardbevingen in Italië hebben verwoestende gevolgen gehad voor de inwoners van de getroffen regio’s. Er zullen grootschalige werken nodig zijn voor de wederopbouw, in het bijzonder om het cultureel erfgoed in de getroffen gebieden te herstellen. Europa moet in staat zijn om, in aanvulling op de middelen die beschikbaar zijn in het kader van het Europees Solidariteitsfonds, snel extra effectieve steun te verlenen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) aan lidstaten en regio’s die zijn getroffen door grote of regionale natuurrampen.
Om dergelijke extra steun te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen, stelt de Commissie voor om het mogelijk te maken dat operationele programma's een afzonderlijke prioriteitsas omvatten voor door het EFRO gesteunde wederopbouwwerkzaamheden. Aangezien dergelijke natuurrampen enorme gevolgen kunnen hebben, wordt voorgesteld om in de mogelijkheid te voorzien dat dergelijke acties volledig uit het EFRO worden gefinancierd, zonder dat nationale medefinanciering nodig is. De concrete acties die in het kader van deze prioriteitsas kunnen worden gefinancierd, zijn de acties die verband houden met de wederopbouw na grote of regionale natuurrampen als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.
Voorts worden specifieke bepalingen voorgesteld met betrekking tot de begindatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven om ervoor te zorgen dat uitgaven vanaf de datum van de ramp in aanmerking komen voor terugbetaling.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het voorstel is verenigbaar met het voor de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) vastgestelde algemeen wettelijk kader en beperkt zich tot een gerichte wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Het voorstel vormt een uitbreiding van het soort steun dat beschikbaar is uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het voorstel beperkt zich tot een gerichte wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en handhaaft verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Er wordt voorgesteld aan artikel 120 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 een lid toe te voegen dat de vaststelling van een afzonderlijke prioriteitsas met een medefinancieringspercentage tot 100 % mogelijk maakt, zodat in het kader van de investeringsprioriteiten van het EFRO steun kan worden verleend voor concrete door managementautoriteiten gekozen acties naar aanleiding van grote of regionale natuurrampen als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel om aanvullende steun te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen door de mogelijkheid te bieden wederopbouwwerkzaamheden uit het EFRO te financieren met een medefinancieringspercentage tot 100 % uit de EU-begroting, vereist een wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013. Hetzelfde resultaat kan niet worden bereikt door maatregelen op nationaal niveau.
•Evenredigheid
Dit voorstel betreft een beperkte en gerichte wijziging die niet verder gaat dan wat noodzakelijk is voor het verwezenlijken van de doelstelling om aanvullende steun te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
••Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
N.v.t.
••Raadpleging van belanghebbenden
••Bijeenbrengen en gebruik van expertise
N.v.t.
••Effectbeoordeling
Ter voorbereiding van het voorstel voor Verordening (EU) nr. 1303/2013 is een effectbeoordeling uitgevoerd. Deze beperkte en gerichte wijziging vereist geen afzonderlijke effectbeoordeling.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
N.v.t.
••
Grondrechten
N.v.t.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde wijziging verandert niets aan de jaarlijkse maxima van het meerjarig financieel kader voor vastleggingen en betalingen als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1311/2013.
De wijziging beperkt zich tot de totale middelen voor de periode 2014-2020 en heeft dus geen gevolgen voor de begroting. Doordat het medefinancieringspercentage van 100 % hoger dan anders is, zal er deels meer steun worden uitbetaald aan het begin maar minder in een later stadium, zodat het totale bedrag ongewijzigd blijft.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De uitvoering van de maatregel zal worden gemonitord en gerapporteerd in het kader van de in Verordening (EU) nr. 1303/2013 vastgestelde algemene verslagleggingsvoorschriften.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
•Artikelsgewijze toelichting
Om aanvullende steun te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen, wordt voorgesteld om de vaststelling van een afzonderlijke prioritaire as met een medefinancieringspercentage tot 100 % binnen een operationeel programma mogelijk te maken voor het EFRO. De concrete acties die in het kader van deze afzonderlijke prioriteitsas kunnen worden medegefinancierd, zijn de acties die verband houden met de wederopbouw na grote of regionale natuurrampen als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.
Voor de concrete acties uit hoofde van deze afzonderlijke prioritaire as wordt een afwijking voorgesteld van de regel betreffende de begindatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven als gevolg van een wijziging van een programma. Dit zou ervoor zorgen dat na de wijziging van het programma gedane uitgaven vanaf de datum van de ramp kunnen worden gedeclareerd voor vergoeding.
Ook bevat het voorstel een bepaling ter dekking van gevallen waarin uitgaven zijn gedeclareerd voor maatregelen die de autoriteiten van de lidstaten direct na de ramp hebben genomen, alvorens het operationele programma is gewijzigd, en die aan het bestaande medefinancieringspercentage zijn terugbetaald. Het hogere medefinancieringspercentage zou dan worden toegepast door, na wijziging van het programma tot opneming van de afzonderlijke prioriteitsas, de nodige aanpassingen aan te brengen aan de volgende betalingsaanvraag alsook, indien nodig, aan de volgende rekeningen.
2016/0384 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft specifieke maatregelen voor het verlenen van aanvullende steun aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)In het kader van de investeringsprioriteiten van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), als vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad, moet het mogelijk worden gemaakt dat een operationeel programma een afzonderlijke prioriteitsas bevat met een medefinancieringspercentage tot 100 %, zodat aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen aanvullende steun kan worden verleend.
(2)De concrete acties die in het kader van deze afzonderlijke prioriteitsas kunnen worden medegefinancierd, zijn de acties die verband houden met wederopbouw na grote of regionale natuurrampen als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.
(3)Voor concrete acties uit hoofde van de afzonderlijke prioriteitsas voor natuurrampen moet worden voorzien in een afwijking van de algemene regels betreffende de begindatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven in verband met uitgaven die subsidiabel zijn geworden als gevolg van een wijziging van een programma, zodat medefinanciering mogelijk wordt van maatregelen die de autoriteiten van de lidstaten direct na de ramp nemen, nog vóór het operationele programma is gewijzigd.
(4)Om uitgaven die zijn gedaan en betaald vanaf de datum waarop de ramp zich heeft voorgedaan, ook als dit vóór de inwerkingtreding van deze verordening is, subsidiabel te maken, moet de overeenkomstige bepaling betreffende de begindatum van de subsidiabiliteit van uitgaven van begunstigden terugwerkende kracht hebben.
(5)Verordening (EU) nr. 1303/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan artikel 120 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt het volgende lid toegevoegd:
"8. Binnen een operationeel programma kan een afzonderlijke prioritaire as met een medefinancieringspercentage tot 100 % worden vastgesteld om concrete acties te ondersteunen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) de concrete acties zijn door managementautoriteiten gekozen als reactie op grote of regionale natuurrampen als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad;
b) de concrete acties zijn bedoeld voor de wederopbouw na de natuurramp; en
c) de concrete acties worden ondersteund in het kader van een investeringsprioriteit van het EFRO.
Als afwijking van artikel 65, lid 9, zijn uitgaven voor concrete acties in het kader van deze prioriteitsas subsidiabel vanaf de datum waarop de natuurramp zich heeft voorgedaan.
Indien de uitgaven in verband met de acties bedoeld in de eerste alinea zijn vermeld in een betalingsaanvraag die bij de Commissie is ingediend alvorens de afzonderlijke prioriteitsas is vastgesteld, past de lidstaat de daaropvolgende betalingsaanvraag aan en, zo nodig, de daaropvolgende rekeningen die na de vaststelling van de wijziging van het programma worden ingediend.".
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1 is van toepassing vanaf 1 januari 2014.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.BENAMING VAN HET VOORSTEL
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft specifieke maatregelen voor het verlenen van aanvullende steun aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen.
2.ABM/ABB-KADER
Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en):
Regionaal beleid; ABB-activiteit 13.03
3.BEGROTINGSONDERDELEN
3.1.Begrotingsonderdelen (operationele uitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)):
De voorgestelde nieuwe actie zal worden uitgevoerd op basis van de volgende begrotingsonderdelen:
13.036000 Minder ontwikkelde regio's (EFRO)
13.036100 Overgangsregio's (EFRO)
13.036200 Meer ontwikkelde regio's (EFRO)
13.036300 Extra toewijzing voor ultraperifere en dunbevolkte gebieden (EFRO)
13.036401 Europese territoriale samenwerking (EFRO)
3.2.Duur van de actie en van de financiële gevolgen:
Het voorstel beperkt zich tot de totale middelen voor de periode 2014-2020 en heeft dus geen gevolgen voor de begroting. Doordat het medefinancieringspercentage van 100 % hoger dan anders is, zal er deels meer steun worden uitbetaald aan het begin maar minder in een later stadium, zodat het totale bedrag ongewijzigd blijft. Er wordt verondersteld dat deze vroegtijdige financiering gevolgen zal hebben over een periode van drie jaar (2017-2019).
3.3.
Begrotingskenmerken:
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Nieuw
|
EVA-bijdrage
|
Bijdragen van kandidaat-lidstaten
|
Rubriek financiële vooruitzichten
|
|
13.036000
|
Niet-verplicht
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
Nr. 1b
|
|
13.036100
|
Niet-verplicht
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
Nr. 1b
|
|
13.036200
|
Niet-verplicht
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
Nr. 1b
|
|
13.036300
|
Niet-verplicht
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
Nr. 1b
|
|
13.036401
|
Niet-verplicht
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
Nr. 1b
|
4.OVERZICHT VAN DE MIDDELEN
4.1.Financiële middelen
4.1.1.Overzicht van vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK)
De volgende tabellen laten het verwachte effect van de voorgestelde maatregelen tussen 2017 en 2019 zien. Aangezien geen nieuwe financiële middelen worden voorgesteld voor de vastleggingskredieten, zijn in de tabellen geen cijfers ingevuld, maar "n.v.t." (niet van toepassing). Het voorstel is daarom in overeenstemming met het meerjarig financieel kader voor 2014-2020.
Wat de betalingen betreft, zou het voorstel leiden tot een hoger terugbetalingspercentage aan de betrokken lidstaten. Op basis van de totale kosten van de schade van natuurrampen voor de gevallen die aanvaard zijn voor steun uit het Solidariteitsfonds sinds 2014, en uitgaand van een gemiddeld aanvullend medefinancieringspercentage van 25 %, zullen de aanvullende betalingen naar schatting ongeveer 1,6 miljard euro bedragen, gespreid over de periode 2017-2019.
Dit voorstel kan er voor de betrokken programma's toe leiden dat betalingskredieten versneld worden aangewend; dit zou worden gecompenseerd tegen de tijd dat het programma afloopt, zodat het voorstel geen gevolgen heeft voor de begroting. De totale betalingskredieten voor de gehele programmeringsperiode ondergaan geen wijziging.
Op basis van de huidige ramingen van de lidstaten met betrekking tot betalingen in 2017 voor rubriek 1b, wordt aangenomen dat dat effect kan worden opgevangen door de algemene begroting die voor 2017 is goedgekeurd. Hiermee zal rekening moeten worden gehouden bij het opstellen van de begrotingen voor 2018 en 2019 binnen de grenzen van de bepalingen van het meerjarig financieel kader.
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Soort uitgave
|
Punt nr.
|
|
Jaar n
|
n+1
|
n+2
|
n+3
|
n+4
|
n+5 en later
|
Totaal
|
|
Operationele uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vastleggingskredieten (VK)
|
8.1
|
a
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Betalingskredieten (BK)
|
|
b
|
n.v.t.
|
+ 548
|
+ 548
|
+ 548
|
n.v.t.
|
-1 644
|
0.
|
|
Administratieve uitgaven die in het referentiebedrag zijn begrepen
|
|
|
|
|
|
Technische & administratieve bijstand (NGK)
|
8.2.4
|
c
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
TOTAAL REFERENTIEBEDRAG
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vastleggingskredieten
|
|
a + c
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Betalingskredieten
|
|
b + c
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
0,000
|
|
Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen
|
|
|
|
Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK)
|
8.2.5
|
d
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK)
|
8.2.6
|
e
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
Totale indicatieve kosten van de maatregel
|
TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven
|
|
a + c + d + e
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven
|
|
b + c + d + e
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
Medefinanciering
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Medefinancieringsbron
|
|
Jaar n
|
n+1
|
n+2
|
n+3
|
n+4
|
n+5 en later
|
Totaal
|
|
……………………
|
f
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
TOTAAL VK inclusief medefinanciering
|
a + c + d + e + f
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
4.1.2.Verenigbaarheid met de financiële programmering
Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering.
◻ Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.
◻ Het voorstel vergt wellicht de toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten).
4.1.3.Financiële gevolgen voor de ontvangsten
⌧ Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
◻ Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten:
in miljoenen euro's (tot op een decimaal)
|
|
|
Vóór de
actie
[Jaar n-1]
|
|
Situatie na de actie
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Ontvangsten
|
|
|
[Jaar n]
|
[n+1]
|
[n+2]
|
[n+3]
|
[n+4]
|
[n+5]
|
|
|
a) Ontvangsten in absolute bedragen
|
|
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
|
b) Verschil in ontvangsten
|
Δ
|
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
(Vermeld elk betrokken begrotingsonderdeel; voeg extra rijen toe wanneer er gevolgen zijn voor meer dan een begrotingsonderdeel.)
4.2.Personele middelen VTE (ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1.
|
Jaarlijkse behoeften
|
Jaar n
|
n+1
|
n+2
|
n+3
|
n+4
|
n+5 en later
|
|
Totale personele middelen
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
5.KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN
5.1.Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien
De recente aardbevingen in Italië hebben verwoestende gevolgen gehad voor de inwoners van de getroffen regio’s. Er zullen grootschalige werken nodig zijn voor de wederopbouw, in het bijzonder om het cultureel erfgoed te herstellen. Europa moet in staat zijn om, in aanvulling op de middelen die beschikbaar zijn in het kader van het Europees Solidariteitsfonds, snel extra effectieve steun te verlenen uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) aan lidstaten en regio’s die zijn getroffen door grote of regionale natuurrampen.
5.2.Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie
Het voorstel maakt het mogelijk de uitvoering van de programma's voort te zetten, geld in de economie te pompen en tegelijkertijd de druk op de overheidsuitgaven te verminderen voor lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen.
5.3.Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM
Het voorstel heeft tot doel aanvullende steun te verlenen aan lidstaten die zijn getroffen door natuurrampen, in aanvulling op de middelen die beschikbaar zijn in het kader van het Europees Solidariteitsfonds.
5.4.Wijze van uitvoering (indicatief)
Voor de uitvoering van de actie gekozen methode(n):
met lidstaten
6.TOEZICHT EN EVALUATIE
6.1.Toezicht
Niet nodig, aangezien het onder het normale toezicht van de Europese structuur- en investeringsfondsen valt.
6.2.Evaluatie
6.2.1.Evaluatie vooraf
N.v.t.
6.2.2.Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of een evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan)
N.v.t.
6.2.3.Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties
N.v.t.
7.FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN
n.v.t.
8.MIDDELEN
8.1.Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel
Vastleggingskredieten, in miljoen euro's (tot op drie decimalen)
|
(Vermeld de doelstellingen, acties en outputs)
|
Soort output
|
Gem. kosten
|
Jaar n
|
Jaar n+1
|
Jaar n+2
|
Jaar n+3
|
Jaar n+4
|
Jaar n+5 en later
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
Aantal outputs
|
Totale kosten
|
|
OPERATIONELE DOELSTELLING nr. 1 Ondersteuning van de uitvoering van de operationele programma's
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTALE KOSTEN
|
|
|
|
0,000
|
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
8.2.Administratieve uitgaven
8.2.1.Aantal en soort personeelsleden
|
Soort post
|
|
Huidig en/of extra personeel dat zal worden ingezet voor het beheer van de actie (aantal posten/VTE)
|
|
|
|
Jaar n
|
Jaar n+1
|
Jaar n+2
|
Jaar n+3
|
Jaar n+4
|
Jaar n+5
|
|
Ambtenaren of tijdelijk personeel (XX 01 01)
|
A*/AD
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
|
B*, C*/AST
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
TOTAAL
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
8.2.2.Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien
N.v.t.
8.2.3.Herkomst van het (statutaire) personeel
(Wanneer meer dan een bron wordt vermeld, geef dan het aantal posten per bron aan)
◻ Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma
◻ Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n
◻ Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd
◻ Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling)
◻ Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen
8.2.4.Andere administratieve uitgaven die in het referentiebedrag zijn begrepen (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer)
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel
(nummer en omschrijving)
|
Jaar n
|
Jaar n+1
|
Jaar n+2
|
Jaar n+3
|
Jaar n+4
|
Jaar n+5
en later
|
TOTAAL
|
|
1
Technische en administratieve bijstand (inclusief bijbehorende personeelsuitgaven)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Uitvoerende agentschappen
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Andere technische en administratieve bijstand
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
- intern
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
- extern
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Totaal technische en administratieve bijstand
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
8.2.5.Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Soort personeelsleden
|
Jaar n
|
Jaar n+1
|
Jaar n+2
|
Jaar n+3
|
Jaar n+4
|
Jaar n+5
en later
|
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01)
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis, enz.)
(vermeld begrotingsonderdeel)
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Totaal personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen)
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen
8.2.6.Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen
|
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
|
Jaar n
|
Jaar n+1
|
Jaar n+2
|
Jaar n+3
|
Jaar n+4
|
Jaar n+5
en later
|
TOTAAL
|
|
XX 01 02 11 01 – Dienstreizen
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
XX 01 02 11 03 – Comités
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
XX 01 02 11 05 – Informatiesystemen
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
2
Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11)
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
3
Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel)
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Totaal Andere administratieve uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen)
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen