This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52015PC0013
Proposal for a DECISION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on the mobilisation of the European Globalisation Adjustment Fund in accordance with point 13 of the Interinstitutional Agreement of 2 December 2013 between the European Parliament, the Council and the Commission on budgetary discipline and sound financial management (application EGF/2013/009 PL/Zachem from Poland)
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem, Polen)
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem, Polen)
/* COM/2015/013 final */
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009 PL/Zachem, Polen) /* COM/2015/013 final - 2014/
TOELICHTING Krachtens artikel 12 van Verordening (EU,
Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel
kader voor de jaren 2014-2020[1]
mag uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) een
jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011) boven het
maximum van de betrokken rubrieken van het financieel kader beschikbaar worden
gesteld. De regels die van toepassing zijn op de
bijdragen uit het EFG voor aanvragen die tot 31 december 2013 werden ingediend,
zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement
en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor
aanpassing aan de globalisering[2]. Op 9 oktober 2013 heeft Polen aanvraag EGF/2013/009
PL/Zachem ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG ingevolge
ontslagen bij Zachem en 2 leveranciers in Polen. Na de aanvraag grondig te hebben onderzocht,
heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG)
nr. 1927/2006 geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor een financiële
bijdrage op grond van deze verordening wordt voldaan. SAMENVATTING VAN DE AANVRAAG EN ANALYSE Belangrijkste gegevens || EGF-referentienummer || EGF/2013/009 Lidstaat || Polen Artikel 2 || onder a) Primaire onderneming || Zakladi Chemizne Zachem Leveranciers en downstreamproducenten || 2 Referentieperiode || 31.3.2013-31.7.2013 Startdatum voor de individuele dienstverlening || 4.3.2013 Datum van de aanvraag || 9.10.2013 Ontslagen tijdens de referentieperiode || 615 Ontslagen voor en na de referentieperiode || 0 Totaal aantal voor steun in aanmerking komende ontslagen werknemers || 615 Ontslagen werknemers die naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen || 50 Uitgaven voor individuele dienstverlening (EUR) || 220 410 Uitgaven voor de implementatie van het EFG[3] (EUR) || 10 000 % van de uitgaven voor de implementatie van het EFG || 4,34 % Totaal budget (EUR) || 230 410 EFG-bijdrage (50 %) (EUR) || 115 205 1. De aanvraag werd op 9 oktober
2013 bij de Commissie ingediend; aan de aanvraag werd aanvullende informatie
tot en met 16 juni 2014 toegevoegd. 2. De aanvraag voldoet aan de
voorwaarden voor steunverlening uit het EFG van artikel 2, onder a), van
Verordening (EG) nr. 1927/2006, en werd ingediend binnen de in
artikel 5 van die verordening genoemde termijn van tien weken. Verband
tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de
wereldhandelspatronen ingevolge de globalisering 3. De Poolse autoriteiten leggen
het verband tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen
ingevolge de globalisering met het argument dat de EU in de chemische industrie
veel marktaandeel is verloren en haar wereldwijde toppositie voor de verkoop
van chemische producten is kwijtgeraakt. Van 1992 tot 2012 is het aandeel van de
EU in de wereldmarkt van chemische producten drastisch gedaald, namelijk van 35,2 %
in 1992 tot 30,5 % in 2002 en 17,8 % in 2012[4]. De trend tijdens de
laatste jaren wijst op een verschuiving van de vervaardiging van chemische
producten naar Azië, en in het bijzonder naar China. Dankzij de stijgende
verkoop op de opkomende markten groeide het aandeel van China in de
vervaardiging van chemische producten spectaculair, namelijk van 8,7 % in 2002
tot 30,5 % in 2012. Het productieniveau in de Aziatische economieën wordt
ook gestimuleerd door lagere loonkosten, toegang tot markten, subsidies,
belastingen en regelgeving. Tegen 2030 zal volgens het verslag "Chemical
industry vision 2030"[5]
ongeveer 66 % van de totale verkoop van chemische producten uit Azië
afkomstig zijn en zullen 5 tot 8 van de top 10 van chemische bedrijven
wereldwijd in Azië gevestigd zijn. In het bijzonder China is wegens zijn
economisch potentieel en zijn groeicijfers zeer aantrekkelijk, maar de rest van
Azië, met inbegrip van landen zoals India, Singapore of Zuid-Korea, mogen
evenmin worden onderschat. Bron: CEFIC 4. Ook de OESO[6] heeft er in een verslag
van 2012 op gewezen dat door de overbrenging van diverse industriesectoren naar
niet-OESO-landen, die tot dan toe gespecialiseerd waren in de vervaardiging van
chemische basisproducten met lage toegevoegde waarde, de belangstelling van die
niet-OESO-landen werd gewekt voor de vervaardiging van chemische producten met
grote toegevoegde waarde in de nabijheid van de productiecentra. Tolueen[7], een complexe
verbinding, was onderhevig aan deze markttrends. De markt voor tolueen, waarvan
de productie in West-Europa en Noord-Afrika met 8 à 17 % is afgenomen en
in andere delen van de wereld, in het bijzonder in het Midden-Oosten,
Noordoost-Azië en Zuidoost-Azië, is toegenomen, is bijgevolg aan het
veranderen. 5. Zaklady Chemiczne Zachem
(hierna "Zachem") was een Poolse producent van chemische producten
die in Bydgoszcz was gevestigd, en één van de dochterondernemingen van Ciech.
Zachem was verantwoordelijk voor de productie van halfafgewerkte en afgewerkte
organische en anorgaische chemische producten voor de automobielsector, de
chemische industrie, de meubelsector, de bouwsector, de textielsector, de
papiersector, de ledersector en daarmee verbonden sectoren, alsook voor de
energiesector en voor de producenten van kabels. Tot de productielijn in
december 2012 werd gesloten, was TDI (tolueendiisocyanaat), dat tolueen als
hoofdbestanddeel heeft, het paradepaardje onder de producten. De onderneming
produceerde eveneens ECH (epichloorhydrine), een activiteit die een paar
maanden later werd stopgezet. Bewijsstukken voor het aantal ontslagen
en voldoening aan de criteria van artikel 2, onder a) 6. De aanvraag werd door Polen
ingediend in het kader van het criterium voor steunverlening van artikel 2,
onder a), van Verordening (EG) nr. 1927/2006, op grond waarvan ten minste 500
gedwongen ontslagen moeten plaatsvinden binnen een periode van 4 maanden in een
onderneming in een lidstaat, met inbegrip van de ontslagen bij leveranciers of
downstreamproducenten. 7. In de aanvraag wordt melding
gemaakt van 615 gedwongen ontslagen in 3 ondernemingen die vallen
onder NACE Rev. 2‑afdeling 20 ("Vervaardiging van chemische
producten") in de NUTS II-regio Kujawsko-Pomorskie (PL61) tijdens de
referentieperiode van vier maanden van 31 maart 2013 tot en met 31 juli 2013.
Alle ontslagen werden in overeenstemming met artikel 2, tweede alinea,
derde streepje, van Verordening (EG) nr. 1927/2006 berekend. Het onvoorziene karakter van deze
ontslagen 8. Het aanbod van TDI op de
markt is plots gestegen, en de ontslagen bij Zachem konden bijgevolg niet
worden voorzien. Dankzij het 30 % grotere aanbod, dat resulteerde uit
investeringen in andere delen van de wereld met het oog op schaalvoordelen en
een verdere integratie van de toeleveringsketen, konden deze producenten tegen
lagere gemiddelde kosten produceren. Hierdoor en door de lage vervoerkosten kon
Zachem in deze situatie niet meer concurreren. Wat de tweede inkomstenbron — de
productie van ECH (epichloorhydrine) op basis van de grondstof
propyleen — betreft: de prijzen van ECH bleven stabiel, maar de prijzen
van propyleen zijn in Europa met ongeveer 160 % gestegen. Gezien het
overaanbod aan ECH en de kleinschalige productie van Zachem werd de verkoop van
ECH voor de groep oninteressant. Het zag er ook niet naar uit dat de situatie
zou verbeteren gezien de toename van de toekomstige wereldwijde
productiecapaciteit voor ECH in Azië. Zelfs nu zal de gemiddelde
bezettingsgraad naar verwachting afnemen. 9. Deze omstandigheden hebben
geleid tot de beslissing om de productie bij Zachem stop te zetten, het bedrijf
te reorganiseren en mogelijk werknemers te ontslaan. Dat had onmiddellijk
negatieve gevolgen voor de economische situatie van de leveranciers. ZACHEM
UCR Sp. z o.o. was voor 92 % van zijn inkomsten afhankelijk van
dienstverlening aan Zachem. Metalko, een spin-off van Zachem, die voor de
primaire onderneming ook machines herstelde en onderhoudsdiensten leverde, leed
zware verliezen. De bedrijven waar de ontslagen vallen en
de werknemers voor wie steun wordt aangevraagd 10. De aanvraag betreft 615
ontslagen bij Zachem en zijn leveranciers, ZACHEM UCR Sp. z o.o. en Metalko Sp.
z o.o. Leveranciers van Zachem en aantal ontslagen ZACHEM UCR Sp. z o.o. || 53 || Metalko Sp. z o.o. || 6 Totaal aantal bedrijven: 2 || Totaal aantal ontslagen: 59 || 11. Uitsplitsing van de ontslagen
werknemers: Categorie || Aantal || Percentage Mannen || 484 || 78,7 Vrouwen || 131 || 21,3 EU-burgers || 615 || 100,0 Niet-EU-burgers || 0 || 0,0 15-24 jaar || 3 || 0,5 25-54 jaar || 460 || 74,8 55-64 jaar || 152 || 24,7 Ouder dan 64 jaar || 0 || 0 12. Uitsplitsing per
beroepscategorie: Categorie || Aantal || Percentage Vertegenwoordigers van overheidsinstanties, beleidvoerende functies en leidinggevende functies || 10 || 1,6 Specialisten || 57 || 9,3 Technici en lagere functies || 68 || 11,1 Administratief personeel || 102 || 16,6 Ambachtslieden || 54 || 8,8 Bedieningspersoneel van installaties en machines, assembleurs || 324 || 52,7 13. Overeenkomstig artikel 7 van
Verordening (EG) nr. 1927/2006 heeft Polen bevestigd dat een beleid van
gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie is toegepast en ook
verder zal worden toegepast in de verschillende stadia van de implementatie van
het EFG, en in het bijzonder bij de toegang ertoe. Beschrijving van het betrokken gebied,
de autoriteiten ervan en andere belanghebbenden 14. De ontslagen zijn gevallen in
de NUTS 2-regio Kujawsko-Pomorskie (PL61), die in het centrale deel van Polen
gelegen is. De regio is 18 000 km2 groot en telt ongeveer 2,1
miljoen inwoners. Het woiwodschap (de provincie) telt 52 steden en gemeenten,
waarvan Bydgoszcz en Toruń de grootste zijn. De steden die het hardst door
de ontslagen worden getroffen, zijn Bydgoszcz (367 000 inwoners),
Toruń (200 000 inwoners) en Włocławek (120 000
inwoners). De belangrijkste belanghebbenden zijn onder meer
de gemeentelijke autoriteiten van Bydgoszcz, de regionale overheden van
Kujawsko-Pomorskie, de plaatselijke vertegenwoordiger van de centrale overheid,
en de arbeidsbureaus van Toruń, Bydgoszcz (waar de meeste ontslagen zijn
gevallen), Naklo en Znin. De sociale partners zijn: NSZZ
"Solidarność" (raad van bestuur van de regio Bydgoski) De federatie van Poolse
vakbonden (OPZZ) van de provincie Kujawsko-Pomorskie Het vakbondsforum (raad van
bestuur van de provincie Kujawsko-Pomorskie) Business Centre Club Convent De Kamer van Ambachten en Koophandel van Kujawy en Pomorze De vereniging van
werkgevers en ondernemers van Kujawy en Pomorze Verwachte gevolgen van de ontslagen voor
de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid 15. De regio Kujawsko-Pomorskie
(PL61), die in het centrale deel van Polen gelegen is, kende industriële
expansie in zeer uiteenlopende sectoren, zoals de agro-industrie, de chemie,
het afvalbeheer, de bouw en de werktuigbouw. 16. Bydgoszcz, dat 361 254
inwoners telde in december 2012, is de grootste stad in de regio en had in juni
2013 een werkloosheid van 9,1 %. De stad is via de nationale hoofdwegen en
het spoorwegnet met de rest van het land verbonden. Toruń, de op één na
grootste stad, had een bevolking van 204 299 inwoners in december 2012 en
een werkloosheid van 10,2 % in juni 2013[8].
17. Ondanks de economische
expansie die de regio heeft genoten, kende de regio eind juli 2013 met 17,4 %
de hoogste werkloosheid van het land. Tijdens de referentieperiode registreerde
het arbeidsbureau van het district Bydgoszcz 722 werklozen, onder wie er 426
direct of indirect werden ontslagen bij Zachem, die de grootste werkgever in de
regio was en tot 7 000 werknemers in dienst had. Gecoördineerd pakket van individuele
dienstverlening waarvoor financiering wordt aangevraagd, gespecificeerde
kostenraming en complementariteit met door de structuurfondsen gefinancierde
acties 18. Al de hiernavolgende
maatregelen vormen samen een gecoördineerd pakket van individuele
dienstverlening met het oog op de re-integratie van de ontslagen werknemers op
de arbeidsmarkt. De hieronder beschreven maatregelen zullen gericht zijn op de 50
meest achtergestelde personen onder de 615 ontslagen werknemers en zullen
verder gaan dan wat de maatregelen van het ESF en de nationale maatregelen
samen voor de getroffen groep kunnen doen. – Aanmoedigingspremie voor het aanwerven
van werknemers: deze maatregel is gericht op 45 ontslagen werknemers van
Zachem en is een stimulans voor werkgevers die beslissen deze werknemers aan te
werven. De ontslagen werknemers zullen als werkloze zijn geregistreerd, en het
arbeidsbureau van het district zal continu volgen welke nieuwe banen worden
aangeboden en zal specifiek aandacht hebben voor de nieuwe banen die worden
gecreëerd voor de werklozen die voor een aanmoedigingspremie voor het aanwerven
van werknemers in aanmerking komen. De potentiële werkgever zal voor een
bepaalde post een werknemer met specifieke kwalificaties, vaardigheden en
beroepservaring nodig hebben. De werkgever die voor minstens 24 maanden een
ontslagen werknemer van Zachem aanwerft, zal een aanmoedigingspremie voor het
aanwerven van werknemers ontvangen. De kosten van deze vorm van steun, die het
arbeidsbureau van het district in Bydgoszcz aan 45 ontslagen werknemers van
ZACHEM S.A. en de twee leveranciers zal verstrekken, worden op ongeveer 213 300 EUR
(ongeveer 900 000 PLN) geraamd. - Dekking van de loonkosten en
socialezekerheidsbijdragen: dankzij deze maatregel kan het arbeidsbureau
van het district in Bydgoszcz voor 5 mensen het loon en de
socialezekerheidsbijdragen dekken. De kosten hiervan worden op ongeveer 7 110 EUR
geraamd. De potentiële werkgever sluit een overeenkomst met het arbeidsbureau.
De maatregel is in principe bedoeld om langdurig werklozen, werklozen van 50
jaar en ouder, laaggekwalificeerde werklozen, werklozen zonder werkervaring,
jongeren tot 25 jaar, alleenstaande moeders, gehandicapten, personen die worden
begeleid door de sociale dienst en ex-gedetineerden te helpen. Polen wenst deze
maatregel in het kader van deze aanvraag specifiek voor ontslagen werknemers
ouder dan 50 jaar te gebruiken. 19. De in de aanvraag vermelde
uitgaven voor de implementatie van het EFG overeenkomstig artikel 3 van
Verordening (EG) nr. 1927/2006 dekken activiteiten op het vlak van
voorbereiding, beheer en implementatie, alsook publiciteit en controle. 20. De door de Poolse autoriteiten
voorgestelde individuele dienstverlening omvat actieve arbeidsmarktmaatregelen
die op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1927/2006 voor financiering
in aanmerking komen. De Poolse autoriteiten ramen de totale kosten van deze
dienstverlening op 230 410 EUR, waarvan 220 410 EUR voor
individuele dienstverlening en 10 000 EUR (4,34 % van het totale
bedrag) voor de implementatie van het EFG. Van het EFG wordt in totaal een
bijdrage van 115 205 EUR (50 % van de totale kosten) gevraagd. Acties || Geraamd aantal werknemers voor wie steun wordt aangevraagd || Geraamde kosten per werknemer voor wie steun wordt aangevraagd (EUR) || Totale kosten (EFG en nationale medefinanciering) (EUR) Individuele dienstverlening (artikel 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1927/2006) Aanmoedigingspremie voor het aanwerven van werknemers || 45 || 4 740 || 213 300 Dekking van de loonkosten en socialezekerheidsbijdragen || 5 || 1 422 || 7 110 Subtotaal individuele dienstverlening || || 220 410 Uitgaven voor de implementatie van het EFG (artikel 3, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1927/2006) Voorbereiding || || 2 000 Beheer || || 2 000 Voorlichting en publiciteit || || 3 000 Controle || || 3 000 Subtotaal uitgaven voor de implementatie van het EFG || || 10 000 Totale geraamde kosten || || 230 410 EFG-bijdrage (50 % van de totale kosten) || || 115 205 21. Polen bevestigt dat de
hierboven beschreven maatregelen complementair zijn met door de
structuurfondsen gefinancierde acties en dat iedere vorm van dubbele
financiering zal worden vermeden. 22. De acties die
voor EFG-medefinanciering worden voorgesteld, zijn complementair met lopende
maatregelen die door het Europees Sociaal Fonds worden medegefinancierd, in het
bijzonder in het kader van het Operationele Programma voor menselijk kapitaal,
Prioriteit VIII "Regionale menselijke hulpbronnen voor de economie",
Submaatregel 8.1.2 "Ondersteuning van aanpassings- en
moderniseringsprocessen in de regio". Een aantal werknemers die bij Zachem
werden ontslagen, heeft reeds deelgenomen aan het project "Terugkeer op de arbeidsmarkt III – een nieuw loopbaantraject". Dit
project werd opengesteld voor werknemers die ingevolge
herstructureringsprocessen werden ontslagen. 23. De deelnemers aan het project kregen opleiding en begeleiding, alsook
financiële steun om zich als zelfstandige te vestigen, in de vorm van subsidies
tot maximaal 10 000 EUR per persoon en overbruggingssteun tot
maximaal 250 EUR per persoon per maand gedurende 6 maanden. Wie overwoog
om zich als zelfstandige te vestigen, kreeg de kans om deel te nemen aan
specifieke opleiding, workshops en counseling over het opstellen van een
ondernemingsplan. Ongeveer 60 werknemers die bij Zachem en zijn leveranciers werden ontslagen, hebben reeds aan het project
deelgenomen. 24. 190 huidige en voormalige werknemers van Zachem hebben deelgenomen aan
een ander project, "The next step", een activeringsprogramma voor de
werknemers van ZACHEM S.A. om hun kansen op een nieuwe baan te verhogen door
middel van beroepsvoorlichting en psychologisch
advies, beroepsopleiding, opleiding in ondernemerschap, arbeidsbemiddeling,
alsook eenmalige investeringssubsidies en overbruggingssteun. Datum/data waarop met individuele
dienstverlening aan de getroffen werknemers is begonnen of waarop gepland is
daarmee te beginnen 25. Op 4 maart 2013 maakte Polen
ten behoeve van de getroffen werknemers een begin met de individuele
dienstverlening van het gecoördineerde pakket, waarvoor een financiële bijdrage
van het EFG wordt aangevraagd. Deze datum geldt daarom als het begin van de
periode waarin uitgaven voor een eventuele ondersteuning uit het EFG in
aanmerking komen. Wijze waarop de sociale partners zijn
geraadpleegd 26. Het provinciale comité voor de
sociale dialoog heeft de mogelijkheden besproken om de werknemers die bij
Zachem S.A. en zijn leveranciers werden ontslagen, te helpen. Het voorgestelde
pakket individuele maatregelen werd besproken tijdens de vergadering van de raad
voor de werkgelegenheid in Bydgoszcz, waarin vakbonden, bedrijven en
vertegenwoordigers van het plaatselijke en regionale bestuur zitting hebben. 27. De Poolse autoriteiten hebben
bevestigd dat aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende
collectieve ontslagen is voldaan. Informatie over acties die volgens de
nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten verplicht zijn 28. In verband met de criteria van
artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1927/2006 hebben de Poolse autoriteiten in
de aanvraag: · bevestigd dat de financiële bijdrage van het EFG niet in de plaats komt
van maatregelen die krachtens de nationale wetgeving of collectieve
arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van de ondernemingen
vallen; · aangetoond dat de maatregelen ten doel hebben steun te verlenen aan
individuele werknemers en niet worden gebruikt om ondernemingen of sectoren te
herstructureren; · bevestigd dat voor de hierboven vermelde subsidiabele maatregelen geen
steun uit andere EU-financieringsinstrumenten wordt ontvangen. Beheers- en controlesystemen 29. Polen heeft de Commissie
meegedeeld dat de financiële bijdrage door dezelfde instanties wordt beheerd en
gecontroleerd als die van het Europees Sociaal Fonds. Het Ministerie van
Infrastructuur en Ontwikkeling, en in het bijzonder de dienst voor het Europees
Sociaal Fonds, wordt de beheersautoriteit, die instaat voor de implementatie
van het EFG. De beheersautoriteit zal een aantal taken overdragen aan de
intermediaire instantie, het provinciale arbeidsbureau in Toruń. 30. De dienst Betalingsautoriteit
van het Ministerie van Financiën wordt de betalingsautoriteit. 31. De certificerende autoriteit
wordt ingesteld bij de dienst Certificering en Designatie van het Ministerie
van Infrastructuur en Ontwikkeling, in een andere dienst dan de
beheersautoriteit. 32. De dienst voor het ESF en de
dienst Certificering en Designatie staan onder toezicht van twee onafhankelijke
managers van het ministerie. Een afzonderlijke rekening van het Ministerie van
Financiën zal worden gecrediteerd met de EFG-bijdrage; vervolgens zal de
bijdrage worden getransfereerd naar de inkomstenrekening van de
overheidsbegroting. De medefinanciering voor de implementatie van de
maatregelen zal worden verstrekt uit nationale middelen, waaronder het
werkgelegenheidsfonds. De arbeidsbureaus in de districten zullen een
afzonderlijk uitgavenregister bijhouden. Na afloop van de implementatie zullen
de arbeidsbureaus in de districten een betalingsaanvraag indienen bij het
provinciale arbeidsbureau, dat de betalingsaanvraag bij de beheersautoriteit
zal indienen. De beheersautoriteit zal de certificering en de uitgavenstaat bij
de Europese Commissie indienen. De beheersautoriteit zal controles uitvoeren om
na de gaan of de intermediaire instantie de procedures correct ten uitvoer
heeft gelegd. De intermediaire instantie zal op haar beurt controleren hoe de
arbeidsbureaus in de districten bijstand hebben verleend. Afhankelijk van het
controlesysteem zal bij de ontvangst van een besluit over de terugbetaling in
het kader van het EFG een tijdschema voor controles worden afgesproken. Indien
zich bij de tenuitvoerlegging van de maatregelen onregelmatigheden hebben
voorgedaan, kan een autoriteit beslissen extra controles in te leiden. De
auditautoriteit voor het ESF wordt ook de auditautoriteit voor het EFG. Financiering 33. Op grond van de aanvraag van
Polen bedraagt de voorgestelde bijdrage uit het EFG aan het gecoördineerde
pakket van individuele dienstverlening (met inbegrip van de uitgaven voor de
implementatie van het EFG) 115 205 EUR (50 % van de totale
kosten). De Commissie heeft haar voorstel voor een bijdrage uit het fonds
gebaseerd op de door Polen verstrekte informatie. 34. Gezien het beschikbare
maximumbedrag aan bijdragen uit het EFG ingevolge artikel 12 van
Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad, alsook de mogelijkheden
tot herschikking van de kredieten, stelt de Commissie voor om uit het EFG het
hierboven vermelde totale bedrag beschikbaar te stellen. 35. Het voorgestelde besluit om
middelen uit het EFG beschikbaar te stellen zal door het Europees Parlement en
de Raad gezamenlijk worden vastgesteld, overeenkomstig punt 13 van het
Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement,
de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in
begrotingszaken en een goed financieel beheer[9]. 36. De Commissie zal apart een
overschrijvingsverzoek indienen teneinde specifieke vastleggingskredieten in de
begroting voor 2015 op te nemen, zoals voorgeschreven in punt 13 van het
Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013. Herkomst van de betalingskredieten 37. Kredieten van het
EFG-begrotingsonderdeel zullen worden gebruikt ter dekking van het voor deze
aanvraag benodigde bedrag van 115 205 EUR. Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE
RAAD betreffende de beschikbaarstelling van
middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering
overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen
het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de
begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2013/009
PL/Zachem, Polen) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van
het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van
een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering[10], en met name
artikel 12, lid 3, Gezien het Interinstitutioneel Akkoord tussen
het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013
betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een
goed financieel beheer[11],
en met name punt 13, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[12], Overwegende hetgeen volgt: (1) Het Europees fonds voor
aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen
aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering
veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om
hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. (2) Krachtens artikel 12 van
Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013
tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[13] mag uit het EFG een
jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen van 2011)
beschikbaar worden gesteld. Polen heeft op 9 oktober 2013 een aanvraag
ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen voor ontslagen bij
Zachem en 2 leveranciers en downstreamproducenten; aan de aanvraag werd
aanvullende informatie tot en met 16 juni 2014 toegevoegd. Deze aanvraag
voldoet aan de voorwaarden voor het bepalen van financiële bijdragen zoals
vastgelegd in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006.
Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 115 205 EUR
beschikbaar te stellen. (3) Er moeten dan ook middelen
uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren
voor de door Polen ingediende aanvraag, HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT
VASTGESTELD: Artikel 1 Ten laste van de algemene begroting van de
Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 115 205
EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het
Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). Artikel 2 Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad
van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884. [2] PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1. [3] Overeenkomstig artikel 3, derde alinea, van
Verordening (EG) nr. 1927/2006. [4] The European chemical industry. Facts &
Figures 2013, CEFIC (http://www.cefic.org/Facts-and-Figures). [5] Chemical Industry Vision 2030 : A European
Perspective. [6] OECD Environmental Outlook to 2050 – the
consequences of inaction, 2012, blz. 304. [7] Tolueen is een aromatische verbinding die bij de
vervaardiging van benzeen, p-xyleen voor PET-harsen (polyethyleentereftalaat)
in vaste toestand, en tolueendiisocyanaten (TDI) voor polyurethaantoepassingen
wordt gebruikt, en het wordt op grote schaal als oplosmiddel gebruikt. [8] http://wbj.pl/wp-content/uploads/2014/09/IiP2014.pdf [9] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. [10] PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1. [11] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. [12] PB C [...] van [...], blz. [...]. [13] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.