This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0638
Proposal for a COUNCIL DECISION on the conclusion, on behalf of the European Union, of the Marrakesh Treaty to Facilitate Access to Published Works for Persons who are Blind, Visually Impaired, or Otherwise Print Disabled
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben
/* COM/2014/0638 final - 2014/0297 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben /* COM/2014/0638 final - 2014/0297 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Mensen die blind of visueel gehandicapt zijn
of anderszins moeite hebben met de toegang tot drukwerk (mensen met een andere
“leeshandicap”) moeten net als anderen toegang hebben tot boeken en ander
drukwerk, willen zij volwaardig en doeltreffend kunnen participeren in de
samenleving. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn er wereldwijd
naar schatting 285 miljoen visueel gehandicapten: 39 miljoen blinden en 246
miljoen slechtzienden[1].
Volgens de Wereldblindenunie is in Europa slechts 5% van de gepubliceerde
boeken verkrijgbaar in een voor visueel gehandicapten toegankelijke vorm; in
ontwikkelingslanden – waar zo’n 90% van alle visueel gehandicapten woont –
zelfs maar 1%[2]. Exemplaren van boeken in toegankelijke vorm
worden tegenwoordig doorgaans op nationaal niveau vervaardigd en verspreid door
gespecialiseerde organisaties, zoals blindenbibliotheken. Dat gebeurt in
licentie of op grond van beperkingen en restricties op het auteursrecht. Er is
echter geen internationaal rechtskader voor grensoverschrijdende uitwisseling
van werken in toegankelijke vorm die op grond van beperkingen van of
restricties op het auteursrecht worden vervaardigd. Dat leidt ertoe dat dubbel
werk wordt verricht, zelfs als het gaat om landen waar dezelfde taal wordt
gebruikt. Dat is een probleem omdat het vervaardigen van exemplaren in
toegankelijke vorm duur is en blindenorganisaties over beperkte middelen
beschikken. Sinds januari 2011 is de Europese Unie
gebonden door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van
personen met een handicap. Dit verdrag legt het recht op toegang tot informatie
(artikel 21) en het recht op deelname aan het culturele leven op voet van
gelijkheid met anderen (artikel 30) vast. Het verdrag is een integrerend
onderdeel van de rechtsorde van de EU geworden. Vijfentwintig lidstaten zijn er
partij bij en in drie landen is de ratificatieprocedure nog aan de gang. In 2009 zijn in de Wereldorganisatie voor de
intellectuele eigendom (WIPO) onderhandelingen begonnen over een mogelijk
internationaal verdrag tot vaststelling van beperkingen van en restricties op
het auteursrecht ten behoeve van blinden, visueel gehandicapten en personen met
een andere leeshandicap, teneinde de grensoverschrijdende uitwisseling van
boeken in toegankelijke vorm te vergemakkelijken. Op 26 november 2012 heeft de Raad een besluit
vastgesteld waarbij hij de Commissie machtigt aan deze onderhandelingen deel te
nemen namens de Europese Unie[3].
De WIPO-onderhandelingen zijn in de periode 17–28 juni 2013 met succes afgerond
op een diplomatieke conferentie in Marrakesh. Dat heeft geleid tot de
goedkeuring van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot
gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of
anderszins een leeshandicap hebben, hierna “het verdrag” genoemd, op 27 juni 2013. Het verdrag bevat een aantal internationale
voorschriften die ervoor zorgen dat er op nationaal niveau beperkingen en
restricties op het auteursrecht gelden ten behoeve van blinden, visueel
gehandicapten en personen met een andere leeshandicap, en de
grensoverschrijdende uitwisseling mogelijk maken van exemplaren in
toegankelijke vorm die vervaardigd zijn in een partij bij het verdrag op grond
van een beperking of restrictie op het auteursrecht. De Raad heeft op 14 april 2014 zijn
goedkeuring gehecht aan de ondertekening van het verdrag namens de Europese
Unie[4]. Met dit voorstel voor een besluit van de Raad
verzoekt de Commissie de Raad om toestemming voor de sluiting van het verdrag
namens de Europese Unie, na het verkrijgen van de goedkeuring van het Europees
Parlement. 2. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL 2.1. De bepalingen van het verdrag De begunstigden van het verdrag zijn personen
die blind zijn, een visuele handicap of een waarnemings- of leeshandicap
hebben, of anderszins, ten gevolge van een fysieke handicap, niet in staat zijn
een boek vast te houden of te hanteren, dan wel scherp te zien of hun ogen te
bewegen in een mate die gewoonlijk voor het lezen aanvaardbaar wordt geacht. Het verdrag verplicht de verdragsluitende
partijen ertoe om ervoor te zorgen dat hun nationale auteursrechtwetgeving
voorziet in beperkingen van of restricties op het reproductierecht, het
distributierecht en het recht van terbeschikkingstelling aan het publiek,
teneinde de beschikbaarheid van werken in een toegankelijke vorm voor de
begunstigden van het verdrag te vergemakkelijken[5].
De verdragsluitende partijen kunnen beslissen die beperkingen of restricties
alleen te laten gelden voor gevallen waarin exemplaren in toegankelijke vorm
voor begunstigden op hun grondgebied commercieel niet op redelijke voorwaarden
verkrijgbaar zijn. In het verdrag worden “werken” gedefinieerd
als werken van letterkunde en kunst in de zin van artikel 2, lid 1, van de
Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst
(hierna “Berner Conventie” genoemd), in de vorm van tekst, notatie en/of
daarmee samenhangende illustraties, ongeacht of deze zijn gepubliceerd of
anderszins in enig medium aan het publiek ter beschikking zijn gesteld.
Overeenkomstig een gemeenschappelijke verklaring zijn ook audioboeken hieronder
begrepen. Een “exemplaar in toegankelijke vorm” is een
exemplaar in een andere vorm of een ander formaat dan waarin het werk is
gepubliceerd, waardoor het voor begunstigden even gemakkelijk toegankelijk
wordt als voor zienden. Exemplaren in toegankelijke vorm moeten uitsluitend
voor begunstigden zijn bedoeld en de integriteit van het oorspronkelijke werk
eerbiedigen. “Toegelaten entiteiten”, waarmee bedoeld
worden overheidsinstellingen of andere organisaties die zonder winstoogmerk aan
blinden, visueel gehandicapten of andere personen met een leeshandicap
onderwijs, opleiding, aangepast lezen of toegang tot informatie bieden, mogen
exemplaren in toegankelijke vorm die op grond van een beperking of restrictie
op het auteursrecht zijn vervaardigd, exporteren. Dergelijke entiteiten moeten
erop toezien dat exemplaren in toegankelijke vorm uitsluitend aan begunstigden
worden verstrekt. Zij moeten de reproductie, verspreiding en
terbeschikkingstelling van ongeoorloofde kopieën ontmoedigen, bij alle
handelingen met de exemplaren de nodige zorgvuldigheid betrachten en alle
handelingen met betrekkingen tot deze exemplaren registreren. De verdragsluitende partijen mogen de uitvoer
van exemplaren in toegankelijke vorm slechts toestaan als zij ervoor zorgen dat
de door hen toegepaste beperkingen of restricties op het reproductierecht, het
distributierecht en het recht op terbeschikkingstelling aan het publiek worden
onderworpen aan de “driestappentoets”. Dit houdt in dat zij ofwel partij dienen
te zijn bij het WIPO-verdrag inzake het auteursrecht ofwel anderszins deze
beperkingen en restricties dienen te beperken tot bepaalde bijzondere gevallen die
geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en de wettige
belangen van de rechthebbende niet in onredelijke mate schaden. Het verdrag bepaalt dat indien een
verdragsluitende partij toestaat dat een begunstigde of een toegelaten entiteit
een exemplaar van een werk in toegankelijke vorm vervaardigt, ook de invoer van
exemplaren in toegankelijke vorm toegestaan moet zijn. Verdragsluitende partijen dienen indien nodig
passende maatregelen te treffen om te waarborgen dat wanneer zij passende wettelijke
bescherming en doeltreffende rechtsmiddelen tegen het omzeilen van
doeltreffende technologische maatregelen bieden, die wettelijke bescherming
begunstigden niet verhindert gebruik te maken van de beperkingen en restricties
waarin dit verdrag voorziet. Het verdrag verplicht de verdragsluitende
partijen ertoe de privacy van begunstigden te beschermen en samen te werken om
de grensoverschrijdende uitwisseling van exemplaren in toegankelijke vorm te
vergemakkelijken. De WIPO zal een informatietoegangspunt instellen waar
toegelaten entiteiten met het oog op hun onderlinge samenwerking gemakkelijker
informatie over elkaar kunnen krijgen. Met het verdrag worden toelaten
entiteiten bovendien aangemoedigd informatie te verstrekken aan belanghebbenden
en het publiek over hun beleid en werkwijze. In het verdrag wordt bevestigd dat het de
verdragsluitende partijen vrijstaat de meest geschikte methode voor de
tenuitvoerlegging van dit verdrag te bepalen, overeenkomstig hun eigen
rechtsstelsel en rechtspraktijk. Zij dienen echter te voldoen aan hun bestaande
internationale verplichtingen op grond van de Berner Conventie, de Overeenkomst
inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom en het WIPO-verdrag
inzake het auteursrecht. Het verdrag erkent dat de
verdragsluitende partijen ten behoeve van begunstigden en personen met andere
handicaps andere, buiten het toepassingsgebied van het verdrag vallende
beperkingen en restricties kunnen handhaven of invoeren. De artikelen 13 t/m 22 bevatten
administratieve en procedurele bepalingen die sterk lijken op die van andere
WIPO-verdragen op het gebied van het auteursrecht (waaronder het WIPO-verdrag
inzake het auteursrecht). Het verdrag treedt in werking zodra het door
twintig partijen is geratificeerd. De Europese Unie kan partij worden bij het
verdrag doordat zij op de diplomatieke conferentie in Marrakesh heeft verklaard
dat zij bevoegd is en een eigen wetgeving heeft die al haar lidstaten bindt ten
aanzien van aangelegenheden die in het verdrag worden geregeld, en dat zij
overeenkomstig haar interne procedures naar behoren gemachtigd is om partij te
worden. De Europese Unie heeft op 28 juni 2013 de slotakte van de diplomatieke
conferentie ondertekend en op 30 april 2014 het verdrag in Genève ondertekend. 2.2. Rechtsgrondslagen Gezien het onderwerp van het verdrag dient het
besluit van de Raad betreffende de sluiting ervan, zoals ook voor Besluit 2014/221/EU
van de Raad betreffende de ondertekening van het verdrag het geval was, te
worden gebaseerd op artikel 114, artikel 207 en artikel 218, lid 6, onder a),
onder v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De kernbepalingen van het verdrag (de
artikelen 5, 6 en 9) maken het mogelijk dat exemplaren in toegankelijke vorm
grensoverschrijdend worden uitgewisseld tussen de partijen bij het verdrag, dus
ook tussen lidstaten en derde landen. Deze uitwisseling valt onder de
VWEU-bepaling betreffende de gemeenschappelijke handelspolitiek. De rechten van auteurs waarop de door het
verdrag verplicht gestelde beperkingen en restricties van toepassing zijn (het
reproductierecht, het distributierecht en het recht op mededeling aan het
publiek, met inbegrip van terbeschikkingstelling) zijn op EU-niveau
geharmoniseerd bij Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van
bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de
informatiemaatschappij[6]
(artikelen 2, 3 en 4). Artikel 5, leden 2 en 3, van die richtlijn bevat een
volledige opsomming van mogelijke beperkingen en restricties op deze rechten.
Uit overweging 32 van de richtlijn wordt duidelijk dat de lidstaten in hun
nationale recht geen andere beperkingen of restricties op deze rechten mogen
hanteren. De beperkingen en restricties moeten worden uitgeoefend in
overeenstemming met artikel 5, lid 5 (de in overweging 44 reeds genoemde
driestappentoets). Artikel 5, lid 3, onder b), van Richtlijn 2001/29/EG
voorziet in een facultatieve beperking of restrictie op deze rechten ten
aanzien van het gebruik ten behoeve van mensen met een handicap, als dat direct
met de handicap verband houdt en van niet-commerciële aard is en voor zover het
wegens de betrokken handicap noodzakelijk is. Anders dan het geval is voor het
verdrag, is dit artikel niet beperkt tot een bepaalde handicap en staat het de
lidstaten vrij om deze beperking of restrictie al dan niet ten uitvoer te
leggen. Het is vaste rechtspraak dat de beoordelingsmarge waarover de lidstaten
beschikken wanneer zij gebruikmaken van de in artikel 5 van Richtlijn 2001/29/EG
bedoelde beperkingen of restricties, moet worden uitgeoefend binnen de door het
recht van de Unie opgelegde grenzen[7]. Ten slotte wordt in artikel 6 van richtlijn 2001/29/EG
volledige rechtsbescherming geboden voor door de rechthebbenden toegepaste
technische voorzieningen. In artikel 6, lid 4, wordt bepaald dat de lidstaten
ervoor moeten zorgen dat, wanneer er technologische beschermingsvoorzieningen
zijn getroffen, de begunstigden van bepaalde beperkingen of restricties van die
beperking of restrictie gebruik kunnen maken, als daarover geen vrijwillige
overeenkomst is gesloten. De artikelen 3, 4, 7, 10 en 11 van het verdrag zijn
van invloed op deze bepalingen van het EU-recht. De volgende punten zijn daarom van belang: a) de grensoverschrijdende
uitwisseling van exemplaren in toegankelijke vorm met derde landen is een
belangrijk onderdeel van het verdrag; de desbetreffende artikelen vallen
derhalve onder de gemeenschappelijke handelspolitiek (artikel 207 VWEU); en b) de artikelen van het verdrag
betreffende verplichte beperkingen of restricties vallen onder het
toepassingsgebied van het EU-recht, hebben gevolgen voor gemeenschappelijke
regels, namelijk die van Richtlijn 2001/29/EG, of wijzigen de strekking
daarvan, en vallen in ieder geval onder een gebied dat al grotendeels door EU-regels
(artikel 114 VWEU) wordt bestreken[8]. De Commissie dient derhalve een voorstel in
voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van het verdrag.
Overeenkomstig artikel 218, lid 6, onder a), onder v), van het VWEU is de
goedkeuring van het Europees Parlement vereist voor het besluit wordt
vastgesteld. 2014/0297 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese
Unie, van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot
gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of
anderszins een leeshandicap hebben DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name de artikelen 114 en 207, in samenhang met artikel
218, lid 6, onder a), onder v), Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Gezien de goedkeuring van het Europees
Parlement[9], Overwegende hetgeen volgt: (1) Sinds 22 januari 2011 is de
Unie op grond van Besluit 2010/48/EG van de Raad[10] gebonden door het
Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een
handicap, waarvan de bepalingen een integrerend onderdeel van de rechtsorde van
de Unie zijn geworden. (2) Op 26 november 2012 heeft de
Raad de Commissie gemachtigd om namens de Europese Unie onderhandelingen te
voeren over een internationale overeenkomst binnen de Wereldorganisatie voor de
intellectuele eigendom inzake verbeterde toegang tot boeken voor personen met
een leesbeperking. (3) De onderhandelingen zijn in
de periode 17–28 juni 2013 met succes afgerond op een diplomatieke conferentie
in Marrakesh. Dat heeft geleid tot de goedkeuring van het Verdrag van Marrakesh
tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind
zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, hierna “het
verdrag van Marrakesh” genoemd, op 27 juni 2013. (4) Overeenkomstig Besluit 2014/221/EU
van de Raad[11]
is het verdrag van Marrakesh op 30 april 2014 namens de Unie ondertekend wat
betreft de aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de Unie vallen, in
afwachting van de sluiting ervan op een latere datum. (5) Het verdrag van Marrakesh
bevat een aantal internationale voorschriften die ervoor zorgen dat er op
nationaal niveau beperkingen of restricties op het auteursrecht gelden ten behoeve
van blinden, visueel gehandicapten en personen met een andere leeshandicap. De
desbetreffende auteursrechtelijke bepalingen zijn bij het Unierecht
geharmoniseerd, aangezien zij van invloed zijn op de werking van de interne
markt. Het verdrag van Marrakesh maakt tevens de grensoverschrijdende
uitwisseling mogelijk van exemplaren van gepubliceerde werken die krachtens
beperkingen of restricties op het auteursrecht in een toegankelijke vorm zijn
gebracht en valt dientengevolge ook onder de gemeenschappelijke
handelspolitiek. Het verdrag van Marrakesh vergemakkelijkt voor de begunstigden
ervan de toegang tot gepubliceerde werken in en buiten de Europese Unie. (6) Het verdrag van Marrakesh
dient namens de Europese Unie te worden goedgekeurd, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van
de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel
gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, wordt namens de Europese
Unie goedgekeurd. De tekst van het verdrag van Marrakesh is aan
dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de
persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) om namens de Europese
Unie de in artikel 19 van het verdrag van Marrakesh bedoelde akte van
goedkeuring neer te leggen, teneinde uitdrukking te geven aan de instemming van
de Europese Unie om door het verdrag te worden gebonden. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] Factsheet nr. 282, juni 2012: http://www.who.int [2] http://www.worldblindunion.org [3] Besluit van de Raad inzake de deelname van de Europese
Unie aan de onderhandelingen voor een internationale overeenkomst binnen de
Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake verbeterde toegang tot
boeken voor personen met een leesbeperking (16259/12 EU RESTRICTED). [4] Besluit 2014/221/EU van de Raad van 14 april 2014
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van het Verdrag van
Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen
die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben (PB L
115 van 17.4.2014, blz. 1). [5] De verdragsluitende partijen kunnen ook voorzien in een
beperking van of restrictie op het recht van openbare opvoering en uitvoering
en, volgens bijgevoegde gemeenschappelijke verklaring, op het recht van
vertaling, binnen de grenzen die de Berner Conventie stelt. [6] PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10. [7] Zie bijvoorbeeld zaak C-145/10, Eva Maria Painer, punt 104. [8] Zie zaak C-114/12 Commissie / Raad, arrest van 4
september 2014. [9] PB C […] van […], blz. […]. [10] Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009
betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de
Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (PB L 23 van 27.1.2010,
blz. 35). [11] Besluit 2014/221/EU van de Raad van 14 april 2014
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van het Verdrag van
Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen
die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben (PB L
115 van 17.4.2014, blz. 1).