This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0338
Proposal for a COUNCIL DECISION establishing the position to be adopted by the Union at the 25th session of the OTIF Revision Committee as regards certain amendments to the Convention concerning International Carriage by Rail (COTIF) and to its Appendices
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het standpunt van de Unie tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) en de aanhangsels daarvan
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het standpunt van de Unie tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) en de aanhangsels daarvan
/* COM/2014/0338 final - 2014/0172 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het standpunt van de Unie tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) en de aanhangsels daarvan /* COM/2014/0338 final - 2014/0172 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Het voorgestelde besluit van de
Raad heeft als doel het standpunt van de Europese Unie vast te stellen tijdens
de zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF (25-27 juni 2014) ten
aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale
spoorwegvervoer (COTIF) en de aanhangsels B (Uniforme Regelen betreffende de
overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen – CIM), D
(Uniforme Regelen betreffende de overeenkomsten inzake het gebruik van
voertuigen in het internationale spoorwegverkeer – CUV), E (Uniforme Regelen
betreffende de overeenkomst inzake het gebruik van de infrastructuur bij
internationaal spoorwegvervoer – CUI), F (Uniforme Regelen betreffende de
verbindendverklaring van technische normen en de aanneming van uniforme
technische voorschriften die van toepassing zijn op spoorwegmaterieel bestemd
voor gebruik in internationaal verkeer – APTU) en G (Uniforme Regelen
betreffende de technische toelating van spoorwegmaterieel dat wordt gebruikt in
internationaal verkeer – ATMF), waarover de genoemde commissie zal beslissen. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De amendementen op aanhangsel G
(ATMF) en aanhangsel D (CUV) zijn verschillende malen besproken op
vergaderingen van specifieke werkgroepen van de Intergouvernementele
Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF). Zowel de Europese
Commissie als het Europees Spoorwegbureau (ERA) hebben samen met een aantal
lidstaten actief aan deze vergaderingen deelgenomen. Er zullen echter ook
voorstellen aan de Herzieningscommissie worden voorgelegd die niet op de
voorbereidende vergaderingen van de OTIF zijn besproken. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL De Unie is in juli 2011 tot het
COTIF toegetreden op grond van Besluit 2013/103/EU van de Raad[1]. Het COTIF is een
gemengd verdrag, waarbij de Unie en elke lidstaat met een spoornet verdragsluitende
partijen zijn. In bijlage III bij het besluit is de interne regeling voor de
Raad, de lidstaten en de Commissie in OTIF-procedures vastgesteld. In
aangelegenheden die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen, stemt de
EU met het aantal stemmen van alle lidstaten die partij zijn bij het COTIF. 26
EU-lidstaten zijn ook lid van het COTIF. Drie lidstaten hebben het COTIF 1999
echter nog niet geratificeerd. Drie EU-lidstaten hebben hun verklaringen over
de niet-toepassing van de aanhangsels E (CUI) en F (APTU) niet ingetrokken en
vier EU-lidstaten hebben hun verklaringen over de niet-toepassing van
aanhangsel G (ATMF) niet ingetrokken. Zij hebben die verklaringen opgesteld
toen de aanhangsels nog onverenigbaar waren met het Europees recht. Daardoor
kunnen deze EU-lidstaten niet stemmen over amendementen op bepalingen die zij
niet toepassen. De OTIF telt 46 actieve lidstaten (het lidmaatschap van twee
andere leden is geschorst totdat het internationale spoorvervoer is hersteld). Overeenkomstig artikel 35 van
titel VI van het COTIF treden de amendementen, zodra de Herzieningscommissie er
een besluit over heeft genomen, in werking voor alle verdragsluitende partijen
op de eerste dag van de twaalfde maand na die waarin de secretaris-generaal van
de OTIF de verdragsluitende partijen van deze amendementen in kennis heeft
gesteld. Een verdragsluitende partij kan bezwaar maken binnen een termijn van
vier maanden na de datum van de kennisgeving. Wanneer een vierde van de
verdragsluitende partijen bezwaar aantekent, treedt de wijziging niet in
werking. In de verdragsluitende partijen
die binnen de daartoe voorziene termijn bezwaar hebben gemaakt tegen een
besluit, wordt de toepassing van het desbetreffende aanhangsel in haar geheel
geschorst vanaf het moment waarop de besluiten van kracht worden, voor zover
het betrekking heeft op verkeer met en tussen deze partijen. In het geval van
een bezwaar tegen de validering van een technische norm of tegen de
vaststelling van een uniform technisch voorschrift, wordt alleen die norm of
dat voorschrift geschorst vanaf het moment waarop de besluiten van kracht
worden, voor wat verkeer met en tussen de lidstaten betreft; hetzelfde geldt in
het geval van een gedeeltelijk bezwaar. Tenzij een voldoende aantal
partijen bezwaar maakt, treden de in dit voorstel bedoelde amendementen in
werking in de twaalfde maand na de maand waarin de secretaris-generaal van de
OTIF de verdragsluitende partijen van deze amendementen op de hoogte heeft
gesteld. Vanaf die datum worden de amendementen bindend voor de Unie en de
lidstaten en maken zij een integrerend deel uit van het acquis van de
Unie. Tot slot is in artikel 38 van titel VII van het COTIF
bepaald dat met het oog op de uitoefening van het stemrecht en het recht van
bezwaar, als bedoeld in artikel 35, § 2 en § 4, de regionale organisatie en met
name de Europese Unie een aantal stemmen heeft dat gelijk is aan die van haar
leden welke ook lidstaten van de organisatie zijn. Het voorstel is opgesteld op
basis van de bepalingen van het besluit van de Raad betreffende de toetreding
van de EU tot het COTIF (Besluit 2013/103/EU). De rechtsgrondslag van het
voorgestelde besluit van de Raad is artikel 91 VWEU, in samenhang met artikel 218,
lid 9, VWEU. Het voorstel voor een besluit
van de Raad voorziet in de bijlage in een gedetailleerde lijst van de beoogde
amendementen en geeft aan welke amendementen, zoals voorgelegd door de
secretaris-generaal, op de zitting van de Herzieningscommissie door de Unie
kunnen worden aanvaard en welke moeten worden afgewezen omdat ze nader moeten
worden bekeken en/of er verdere maatregelen nodig zijn om ze in overeenstemming
te brengen met het EU-recht. Een groot aantal van de beoogde amendementen
wordt, rekening houdend met de technologische vooruitgang, geschikt geacht voor
veilig en betrouwbaar internationaal spoorvervoer en kan daarom worden
gesteund, terwijl sommige amendementen (in het bijzonder die op de financiering
van de OTIF of overeenkomsten voor het vervoer van goederen) geen gevolgen
hebben voor de EU-wetgeving. Als de door de
Herzieningscommissie aangenomen amendementen niet in overeenstemming zijn met
het in de bijlage bij dit ontwerpbesluit vastgestelde standpunt van de Unie,
moet de Unie een bezwaar uitbrengen overeenkomstig de procedure in artikel 35, § 4, van titel VI van het COTIF teneinde te
voorkomen dat deze amendementen in werking treden. 2014/0172 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van het standpunt van de
Unie tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien
van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale
spoorwegvervoer (COTIF) en de aanhangsels daarvan DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie, en met name
artikel 91, gelezen in samenhang met artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Unie is tot het Verdrag
betreffende het internationale spoorwegvervoer van 9 mei 1980, zoals gewijzigd
door het protocol van Vilnius van 3 juni 1999 (hierna het
"COTIF-verdrag" genoemd), toegetreden op grond van Besluit 2013/103/EU
van de Raad van 16 juni 2011 betreffende de ondertekening en de sluiting van de
overeenkomst tussen de Europese Unie en de Intergouvernementele Organisatie
voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF) betreffende de toetreding van de
Europese Unie tot het genoemde verdrag[2]. (2) Alle lidstaten, met
uitzondering van Cyprus en Malta, passen het COTIF-verdrag toe. (3) De Herzieningscommissie, die
is opgericht overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder c), van het COTIF-verdrag,
zal tijdens haar 25e zitting, die plaatsvindt van 25 tot en met 27 juni 2014,
naar verwacht een besluit nemen over bepaalde amendementen op het COTIF-verdrag
en de aanhangsels B (Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van
internationaal spoorwegvervoer van goederen – CIM), D (Uniforme Regelen
betreffende de overeenkomsten inzake het gebruik van voertuigen in het
internationale spoorwegverkeer – CUV), E (Uniforme Regelen betreffende de
overeenkomst inzake het gebruik van de infrastructuur bij internationaal spoorwegvervoer
– CUI), F (Uniforme Regelen betreffende de verbindendverklaring van technische
normen en de aanneming van uniforme technische voorschriften die van toepassing
zijn op spoorwegmaterieel bestemd voor gebruik in internationaal verkeer – APTU)
en G (Uniforme Regelen betreffende de technische toelating van
spoorwegmaterieel dat wordt gebruikt in internationaal verkeer – ATMF). (4) De amendementen op het
COTIF-verdrag hebben tot doel a) de taken van het Comité van technische
deskundigen te actualiseren en een verwijzing naar de definitie van
"houder" in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving en b)
bepaalde regels inzake de financiering van de OTIF, haar controle en
verslaggeving te wijzigen alsook kleine administratieve wijzigingen aan te brengen. (5) De amendementen op aanhangsel
B (CIM) hebben tot doel de voorkeur te geven aan de elektronische vorm van de
vrachtbrief en de begeleidende documenten en sommige bepalingen van de
vervoerovereenkomst te verduidelijken. (6) De amendementen op aanhangsel
D (CUV) die door de secretaris-generaal van de OTIF zijn voorgelegd, hebben tot
doel de rol van de houder en de met het onderhoud belaste entiteit te
verduidelijken in de contracten voor het gebruik van voertuigen in het
internationale spoorwegverkeer. Frankrijk heeft een afzonderlijk voorstel ingediend
over de aansprakelijkheid voor door een voertuig veroorzaakte schade. (7) De amendementen op aanhangsel
G (ATMF) hebben tot doel de bepalingen inzake de technische toelating van
spoorwegmaterieel voor internationaal spoorvervoer te actualiseren, de taken
van en de betrekkingen tussen de verdragsluitende staat, de bevoegde autoriteit
en de beoordelende entiteit te verduidelijken alsook termen in overeenstemming
met de wetgeving van de EU brengen. (8) De amendementen op aanhangsel
F (APTU) hebben tot doel de samenhang met het herziene aanhangsel G te
handhaven. (9) De amendementen op bijlage E
(CUI) die zijn voorgesteld door het CIT, hebben tot doel de werkingssfeer van
de uniforme regels inzake het contract voor het gebruik van infrastructuur voor
het binnenlands vervoer uit te breiden, een rechtsgrondslag voor de algemene
voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur te creëren en de
aansprakelijkheid van de infrastructuurbeheerder voor schade of verliezen die
zijn veroorzaakt door de infrastructuur uit te breiden. (10) De secretaris-generaal van de
OTIF stelt ook redactionele wijzigingen voor ter vervanging van de term
"Europese Gemeenschappen" door "Europese Unie" in het
COTIF-verdrag en de bijbehorende aanhangsels. (11) De meeste voorgestelde
amendementen zijn in overeenstemming met de wet en met de strategische
doelstellingen van de Europese Unie en moeten derhalve door de Unie worden
gesteund. Bepaalde amendementen hebben geen gevolgen voor de EU-wetgeving en
daarom hoeft er op EU-niveau geen standpunt te worden ingenomen. Tot slot
moeten enkele amendementen nog verder binnen de Europese Unie worden besproken
en moeten zij op deze zitting van de Herzieningscommissie worden afgewezen. Als
de laatstgenoemde amendementen zouden worden goedgekeurd zonder een voor de
Unie aanvaardbare aanpassing, moet de Unie een bezwaar uitbrengen
overeenkomstig de procedure van artikel 35, § 4, van het COTIF-verdrag, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Standpunt van de Europese Unie 1. Het standpunt van de Europese Unie op de 25e zitting van de
Herzieningscommissie in het kader van het Verdrag betreffende het
internationale spoorwegvervoer, is in overeenstemming met de bijlage bij dit
besluit. 2. Kleine wijzigingen van de in de bijlage bij dit besluit genoemde
documenten kunnen worden goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Unie in
de Herzieningscommissie zonder verder besluit van de Raad. Artikel 2 Het besluit van de Herzieningscommissie wordt
na vaststelling in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Artikel 3
Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] Besluit van de Raad van 16 juni 2011 betreffende de
ondertekening en sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de
Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer tot
toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag betreffende het internationale
spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980, zoals gewijzigd bij het Protocol van
Vilnius van 3 juni 1999, PB L 51 van 23.2.2013, blz. 1. [2] PB L 51 van 23.2.2013, blz. 1. BIJLAGE bij het voorstel voor het Besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt
van de Unie tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten
aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale
spoorwegvervoer (COTIF) en de aanhangsels daarvan
1.
Inleiding
Het secretariaat-generaal (SG) van de OTIF heeft
de 25e zitting van de Herzieningscommissie voor het COTIF 1999 gepland in Bern
van 25 tot en met 27 juni 2014. Doel van dit werkdocument is een gecoördineerd
EU-standpunt uit te werken dat op de zitting van de Herzieningscommissie zal
worden geformuleerd. Het document werd opgesteld door DG MOVE met de hulp van
andere betrokken diensten van de Commissie (TAXUD, SANCO, SJ, SG).
2.
Referentiedocumenten
Documenten over de agendapunten zijn meegedeeld
aan de OTIF-lidstaten op 25 april 2014 en zijn beschikbaar op de website van de
OTIF via volgende link: http://otif.org/en/law/revision-committee/working-documents.html.
3.
Opmerkingen bij de agendapunten
Punt 1. Opening van de vergadering en vaststelling van het quorum Document:
geen. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: niet van toepassing. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen. Het quorum van de Herzieningscommissie is
bereikt als de meerderheid van de lidstaten met stemrecht vertegenwoordigd is
op het ogenblik van de stemming. Men dient echter rekening te houden met
artikel 13, § 3, van het Verdrag, waarin wordt bepaald dat de lidstaten die een
verklaring hebben afgelegd over de niet-toepassing van één of meer aanhangsels,
niet mogen stemmen over amendementen op het desbetreffende aanhangsel. De volgende lidstaten hebben hun verklaringen
over de niet-toepassing van bepaalde aanhangsels niet ingetrokken: Pakistan, Rusland (over CIV, RID, CUV, CUI, APTU
en ATMF), Georgië (over CUV, CUI, APTU en ATMF), Tsjechië, Noorwegen,
Slowakije, het Verenigd Koninkrijk (over CUI, APTU en ATMF) en Frankrijk (over
ATMF). Bij de bespreking van de amendementen op de
aanhangsels moet voor de bepaling van het quorum voor de stemming over een
bepaald aanhangsel, het aantal lidstaten dat een verklaring heeft afgelegd over
de niet-toepassing van het aanhangsel worden afgetrokken van het aantal actieve
leden van de OTIF (46). Als de EU bevoegd is, mag de EU stemmen voor al
haar leden met stemrecht, zonder rekening te houden met de fysieke aanwezigheid
van die leden tijdens de stemming. Als de EU haar lidstaten vertegenwoordigt,
kan het quorum dus anders zijn dan als de lidstaten van de EU in eigen naam
stemmen. Punt 2. Verkiezing van de voorzitter en vicevoorzitter Document:
geen. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: lidstaten. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen. Punt 3. Goedkeuring van de agenda Document:
CR 25/3. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: lidstaten. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen. Punt 4. Gedeeltelijke herziening van het COTIF – Basisverdrag Documenten: CR 25/4, CR 25/4
Add. 1. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: lidstaten. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: Amendementen op artikel 3 (internationale
samenwerking) worden gesteund (redactionele wijziging om de verwijzing naar de
"Europese Gemeenschappen" te vervangen door een verwijzing naar de
"Europese Unie). Amendementen op artikel 12 (uitvoering van de
vonnissen. Bijlage) worden gesteund aangezien de definitie van
"houder" in overeenstemming wordt gebracht met het EU-recht. Amendementen op artikel 20 (Comité van
technische deskundigen) worden gesteund aangezien zij noodzakelijk zijn voor
het actualiseren van de uniforme regels APTU en ATMF om ze in overeenstemming
te houden met het EU-recht. Andere amendementen: geen EU-standpunt nodig,
aangezien deze wijzigingen betrekking hebben op de financiering en controle van
de organisatie of op administratieve wijzigingen met betrekking tot het
werkprogramma, het jaarverslag en de lijsten van lijnen of diensten die geen
gevolgen hebben voor het EU-recht. Punt 5. Gedeeltelijke herziening van aanhangsel B (CIM UR) Documenten: CR 25/5, CR 25/5
Add. 1, CR 25/5 Add. 2, CR 25/5.1. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: EU voor de artikelen 6 en 6 bis; lidstaten voor andere
artikelen. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: Amendementen op artikel 6 en het nieuwe artikel 6
bis hebben betrekking op de EU-wetgeving wegens het gebruik van de vrachtbrief
en de bijbehorende documenten voor douanediensten en sanitaire en fytosanitaire
(SPS) procedures. De EU is het eens met het voornemen van de OTIF om voorrang
te geven aan de elektronische vorm van vrachtbrieven. Op dit moment kan de
aanneming van deze amendementen echter ongewenste gevolgen hebben. De huidige
vereenvoudigde procedure voor het douanevervoer per spoor is alleen mogelijk
met papieren documenten. Als spoorwegen kiezen voor de elektronische
vrachtbrief, moeten zij daarom de normale procedure voor douanevervoer en het
nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (NCTS) gebruiken. De
Commissie bereidt een werkgroep voor die het gebruik van elektronische
vervoersdocumenten voor douanevervoer in het kader van het douanewetboek van de
Unie zal bespreken. Deze werkgroep vergadert een eerste keer op 4 en 5 juni 2014.
De EU gaat akkoord met het voornemen om de begeleidende documenten in
elektronische vorm aan te bieden. In de huidige EU-wetgeving is er echter geen
rechtsgrond om de documenten die met SPS verband houdende goederen moeten
begeleiden (bijv. gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, gemeenschappelijk
document van binnenkomst), in elektronische vorm aan te beiden. Daarom moeten
deze worden op papier verstrekt. De Commissie heeft een voorstel opgesteld voor
een verordening die in elektronische certificering voorziet. Het ontwerp is
momenteel in behandeling bij de Raad en het Parlement. Die verordening
(verordening officiële controles) zal naar verwachting worden aangenomen tegen
eind 2015/begin 2016. Er is echter een overgangsperiode voor de handhaving
gepland. Daarom stelt de EU voor om op de eerstvolgende
zitting van de Herzieningscommissie geen besluit over deze punten te nemen en
met de OTIF rond deze kwestie te blijven samenwerken. Zo kan er een goede oplossing
worden voorbereid voor een toekomstige herziening van de CIM, die best kan
worden gesynchroniseerd met het nieuwe douanewetboek van de Unie en de
uitvoeringsbepalingen daarvan, die in werking moeten treden op 1 mei 2016.
Bepaalde elektronische procedures kunnen geleidelijk worden ingevoerd tussen 2016
en 2020 overeenkomstig artikel 278 van het douanewetboek. Andere amendementen: geen EU-standpunt nodig
omdat deze bepalingen geen invloed hebben op de EU-wetgeving. Punt 6. Elektronische documenten voor het vervoer van gevaarlijke
stoffen – Informatie over de werkzaamheden van het Comité van deskundigen van
het RID Document: CR 25/6. Bevoegdheid:
EU. Uitoefening
van het stemrecht: niet van toepassing. Aanbevolen
gecoördineerd standpunt: kennis nemen van de informatie. Punt 7. Gedeeltelijke herziening van aanhangsel D (CUV UR) Documenten:
CR 25/7, CR 25/7 Add. 1, CR 25/7 Add. 2. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: EU. Aanbevolen EU-standpunt: amendementen op de
artikelen 2 en 9 worden gesteund omdat zij de rol van de houder en de met het
onderhoud belaste entiteit verduidelijken overeenkomstig de EU-wetgeving. Het
door Frankrijk voorgestelde amendement op artikel 7 betreffende de
aansprakelijkheid van de persoon die het voertuig heeft verstrekt om te worden
gebruikt als een vervoermiddel in geval van schade die het gevolg is van een
defect aan het voertuig, moet nader worden onderzocht omdat de mogelijke
gevolgen voor andere COTIF-instrumenten, die soms ook een invloed hebben op de
EU-wetgeving, niet diepgaand genoeg konden worden beoordeeld. De Commissie is
ook van mening dat voorstellen van EU-lidstaten die een invloed kunnen hebben
op het EU-recht binnen de EU moeten worden besproken voordat zij aan de OTIF
worden voorgelegd. De EU bevindt zich daarom niet in een positie om dit
wijzigingsvoorstel tijdens deze zitting van de Herzieningscommissie te steunen. Punt 8. Herziening van aanhangsel G (ATMF UR) Documenten: CR 25/8, CR 25/8
Add. 1, CR 25/8 Add. 2. Bevoegdheid:
EU. Uitoefening
van het stemrecht: EU. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: zie
werkdocument voor COTIF-CTE7. Het standpunt moet worden geactualiseerd in het
licht van de resultaten van de CTE-vergadering op 4 en 5 juni 2014. Punt 9. Gedeeltelijke herziening van aanhangsel F (APTU UR) Documenten:
Referentie: CR 25/9, CR 25/9 Add. 1. Bevoegdheid:
EU. Uitoefening
van het stemrecht: EU. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: redactionele
wijzigingen worden gesteund. Punt 10. Mandaat voor de consolidatie van het toelichtend verslag Document: CR 25/10. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: lidstaten. Aanbevolen EU-standpunt: wordt gesteund. Punt 11. Redactionele wijzigingen Document: CR 25/11. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: EU. Aanbevolen EU-standpunt: wordt gesteund. Punt 12. Gedeeltelijke herziening van aanhangsel E (CUI UR) Document:
CR 25/12. Bevoegdheid:
EU. Uitoefening
van het stemrecht: EU. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: amendementen
worden verworpen. Deze door het CIT voorgestelde amendementen omvatten de
uitbreiding van de werkingssfeer van de CUI tot binnenlandse activiteiten, de
invoering van contractueel bindende algemene voorwaarden en de uitbreiding van
de aansprakelijkheid van de infrastructuurbeheerder voor schade. Zij verdienen
verder te worden overwogen, maar aangezien zij niet zijn besproken op een
intern forum van de OTIF vóór de zitting van de Herzieningscommissie, konden
zij niet diepgaand genoeg worden beoordeeld. Het lijkt voorbarig om de CUI (die
momenteel in overeenstemming met het EU-recht zijn) op deze zitting van de
Herzieningscommissie te wijzigen zonder degelijke voorbereiding. Punt 13. Reglement van orde voor de werkgroepen van de
Herzieningscommissie met betrekking tot de aanhangsels A, B, D en E Document:
CR 25/13. Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: EU. Aanbevolen EU-standpunt: wordt gesteund. Punt 14. Informatie over de toekomstige werkzaamheden Document:
CR 25/14 (nog niet beschikbaar). Bevoegdheid:
gedeeld. Uitoefening
van het stemrecht: niet van toepassing. Aanbevolen gecoördineerd standpunt: ter plaatse
te bepalen.