This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0195
Proposal for a DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Directive 96/53/EC of 25 July 1996 laying down for certain road vehicles circulating within the Community the maximum authorised dimensions in national and international traffic and the maximum authorised weights in international traffic
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten
/* COM/2013/0195 final - 2013/0105 (COD) */
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten /* COM/2013/0195 final - 2013/0105 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996
houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap
deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale
verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer
maximaal toegestane gewichten[1]
draagt sinds jaren op bevredigende wijze bij tot de goede werking van de
interne markt voor het wegvervoer door de vaststelling van maximumafmetingen en
-gewichten voor voertuigen voor binnenlands en internationaal vervoer van
passagiers en goederen. In de richtlijn is tevens bepaald onder welke
voorwaarden afwijkingen kunnen worden toegestaan voor voertuigen die de
maximumafmetingen overschrijden. In het licht van de ontwikkeling van de markt
en de beschikbare technologieën moet de vraag worden gesteld of de in 1996 bij
de vaststelling van de richtlijn gemaakte keuzes nog steeds valabel zijn. De
noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen en het verbruik van olieproducten
terug te dringen, is tegenwoordig van doorslaggevend belang voor de
vervoerssector en met name het wegvervoer, dat 82 % van het
energieverbruik door de vervoerssector voor zijn rekening neemt. Door de
aanhoudende stijging van de brandstofprijzen blijft de Europese energiefactuur
oplopen en worden we gedwongen oplossingen te zoeken om het brandstofverbruik
van voertuigen te verlagen. In het Witboek vervoer van 2011[2] is de doelstelling opgenomen om
de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 60 % te verminderen ten
opzichte van de uitstoot in 1990. In het Witboek werd aangekondigd dat de
richtlijn inzake de maximaal toegestane afmetingen en gewichten van
wegvoertuigen zou worden herzien om het mogelijk te maken meer aerodynamische
en energie-efficiëntere voertuigen op de markt te brengen. Binnen de door de
huidige richtlijn toegestane maximumafmetingen en ‑gewichten is het niet
haalbaar om de aerodynamica van voertuigen te verbeteren of voertuigen uit te
rusten met alternatieve hybride of elektrische aandrijfsystemen zonder hun
vervoerscapaciteit aan te tasten. Hybride motoren of batterijen zorgen voor een
aanzienlijke toename van het gewicht. Vrachtwagencabines met een kleinere
luchtweerstand zijn langer. Ook door de installatie van vrachtwagenvleugels
achteraan wordt het voertuig langer. De afname van de vervoerscapaciteit
ontmoedigt de vervoerders, de verladers en de constructeurs om voertuigen met
een betere energie-efficiëntie te ontwikkelen en te gebruiken. De herziening van de richtlijn biedt tevens de
gelegenheid om de verkeersveiligheid te verhogen door de vormgeving van de
cabine te optimaliseren en de dode hoeken in het gezichtsveld van de bestuurder
te verkleinen, botsenergieabsorberende structuren toe te voegen en de
veiligheid en het comfort van de bestuurder te verbeteren. Hierdoor kunnen de
levens worden gered van talrijke kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers en
fietsers, die bij manoeuvres met de huidige cabines niet altijd zichtbaar zijn
voor de bestuurder. Richtlijn 96/53/EG moet derhalve worden
gewijzigd om de aerodynamica en de energie-efficiëntie van voertuigen te
verbeteren en tegelijk de verkeersveiligheid te verhogen, rekening houdend met
de beperkingen van de huidige wegeninfrastructuur. Zo kan volgens sommige studies[3] het verbruik op de snelweg bij
een gemiddelde snelheid van 80 tot 90 km/u met 5 tot 10 % worden
verminderd door achteraan op het voertuig vleugels te monteren met een lengte
van 1 tot 2 m. Voorts is het gemiddeld gewicht van
autobuspassagiers sinds de vaststelling van Richtlijn 96/53/EG toegenomen.
Bovendien moeten bussen op grond van de EU-wetgeving worden uitgerust met een
aantal veiligheidsvoorzieningen, waarvan het gewicht ten koste gaat van het
laadvermogen en bijgevolg de passagierscapaciteit. Deze ontwikkeling ondermijnt
de doelstelling om het brandstofverbruik per vervoerde passagier te verminderen
en om een verschuiving tot stand te brengen van privé- naar collectief vervoer,
dat veel milieuvriendelijker is. Brandstofbesparing en de uitstoot van verontreinigende
stoffen terugdringen zijn niet de enige beweegredenen om een herziening van
Richtlijn 96/53/EG voor te stellen. Richtlijn 96/53/EG houdt geen rekening met de
recente toename van het vervoer per container en de ontwikkelingen in het
intermodaal vervoer. Sommige containers die per spoor, over de binnenwateren
en/of via de internationale scheepvaart en maritieme cabotage worden vervoerd,
mogen op dit moment alleen met een speciale vergunning verder via de weg worden
vervoerd. Dit verhoogt de administratieve last voor de vervoerders en
overheden. Voor het vervoer van de meest gangbare containers, met een lengte
van 45 voet (13,72 m), moet de toegestane lengte van vrachtwagens om zonder
speciale vergunning te mogen rijden slechts met 15 cm worden verhoogd. Dat
levert geen enkel probleem op voor de verkeersveiligheid, noch voor de
bestaande wegeninfrastructuur. Ten slotte zijn in de huidige richtlijn geen
regels opgenomen inzake controles van voertuigen en sancties bij inbreuken,
waardoor talrijke inbreuken onbestraft blijven en de in de richtlijn
vastgestelde eisen dode letter blijven. Het overladen van voertuigen is de
meest voorkomende inbreuk. Gemiddeld is één op drie gecontroleerde voertuigen
overladen. Het maximumgewicht wordt vaak met 10 % tot zelfs 20 %
overschreden. Dit veroorzaakt vroegtijdige slijtage aan het wegdek en verhoogt
het risico op ongevallen. Overladen vrachtwagens creëren ook
concurrentieverstoring tussen vervoersondernemingen aangezien fraudeurs een
illegaal concurrentievoordeel genieten. Tegenwoordig bestaan er technische
oplossingen om voertuigen te screenen en meer, snellere en efficiëntere
controles uit te voeren zonder dat alle voertuigen die men wenst te controleren
tot stilstand moeten worden gebracht. Er bestaan ook ingebouwde weegsystemen,
die de bestuurder zelf in staat stellen toe te zien op de naleving van de
geldende normen. Derhalve moeten in Richtlijn 96/53/EG bepalingen worden
opgenomen inzake controles en sancties om ervoor te zorgen dat de
concurrentieregels tussen vervoersondernemingen opnieuw worden nageleefd en om
een hoog verkeersveiligheidsniveau en de duurzaamheid van de
wegeninfrastructuur te waarborgen. Bepaalde partijen hebben vraagtekens geplaatst
bij de interpretatie van artikel 4 van Richtlijn 96/53/EG. In het licht van die
onduidelijkheid heeft vicevoorzitter Kallas op 13 juni 2012 een brief gestuurd
naar de voorzitter van de commissie vervoer van het Europees Parlement. In die
brief worden een aantal richtsnoeren geformuleerd en wordt het standpunt ingenomen
dat grensoverschrijdend verkeer met langere voertuigen is toegestaan wanneer
slechts één grens wordt overschreden tussen twee lidstaten die het verkeer van
dergelijke voertuigen reeds toestaan en indien de voorwaarden voor afwijkingen
van artikel 4, lid 3, lid 4 of lid 5, van Richtlijn 96/53/EG zijn vervuld. Het
gebruik van dergelijke voertuigen mag geen significante invloed hebben op de
internationale concurrentie. In het licht van de in deze brief geformuleerde
richtsnoeren wordt artikel 4, lid 4, van de richtlijn eveneens herzien. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN DE
BELANGHEBBENDEN EN DE EFFECTBEOORDELINGEN In 2011 en 2012 werden in opdracht van de
Commissie openbare en sectorale raadplegingen georganiseerd. De openbare raadpleging, die tussen december 2011
en februari 2012 heeft plaatsgevonden, heeft meer dan duizend reacties
opgeleverd van burgers, lidstaten en verschillende brancheorganisaties en
ngo's. Op basis van die resultaten werden de volgende opties naar voren
geschoven: i) Alle partijen beschouwen een verbetering
van de aerodynamica van vrachtwagens als een stap voorwaarts en de meerderheid
van de respondenten acht een wijziging van Richtlijn 96/53/EG noodzakelijk om
die verbetering mogelijk te maken. ii) Het idee om de invoering van hybride of
elektrische aandrijfsystemen te stimuleren en de ontwikkeling van het vervoer
per container en intermodaliteit te ondersteunen door een aanpassing van
Richtlijn 96/53/EG kan op brede steun rekenen. iii) De sector staat positief tegenover de
invoering van controlemaatregelen tegen overladen voertuigen omdat die de
eerlijke concurrentie tussen vervoersondernemingen herstellen. Voorts is het
essentieel dat de lidstaten over middelen beschikken om controles uit te voeren
zonder extra kosten en zonder het verkeer op te houden of te verstoren. Op basis van de resultaten van deze publieke
raadpleging heeft de Commissie seminars georganiseerd met vertegenwoordigers
van de voertuigconstructeurs, vervoerders, verladers, het gecombineerd vervoer,
instanties die wegcontroles uitvoeren en de verkeersveiligheidsinstanties.
Tijdens deze raadplegingen is een consensus gegroeid over de doelstellingen om
de verontreiniging en het brandstofverbruik terug te dringen, de
verkeersveiligheid te verbeteren en nieuwe vormen van intermodaal vervoer
mogelijk te maken. Ook over de noodzaak om de controles te versterken, met name
op overladen voertuigen, is er consensus. Om de aerodynamica te verbeteren
moeten beter gestroomlijnde cabines worden ontworpen en moeten achteraan op het
voertuig voorzieningen worden geïnstalleerd om de luchtweerstandseffecten te
verminderen. Een aanpassing van de maximumafmetingen en ‑gewichten,
beperkt door en aangevuld met passende omtrekmarkeringen, lijkt geen problemen
op te leveren voor de verkeersveiligheid. De in deze herziening voorgestelde maatregelen
zijn het resultaat van de gevoerde raadplegingen. Van de maatregelen is een effectbeoordeling
uitgevoerd om de beste optie te bepalen in termen van zowel het economisch als
ecologisch rendement. Het gekozen scenario wordt hierna in hoofdstuk 4
toegelicht en bouwt voort op de in de groep van deskundigen uitgevoerde
technische standaardiseringswerkzaamheden ter voorbereiding van gedelegeerde
handelingen en een beperkte regelgevende aanpak, die moet waarborgen dat geen
buitensporige of onuitvoerbare verplichtingen worden opgelegd aan met name het
midden- en kleinbedrijf. De raadpleging had ook betrekking op artikel 4
van Richtlijn 96/53/EG, betreffende de voorwaarden waaraan moet worden voldaan
om een afwijking te krijgen op de in de richtlijn vastgestelde afmetingen. In
specifieke gevallen worden die voorwaarden door de lidstaten bepaald. Er is
geen eensgezindheid over het internationaal verkeer met voertuigen die de in de
richtlijn vastgestelde afmetingen overschrijden. De Commissie heeft er derhalve
voor geopteerd haar eigen richtsnoeren betreffende de huidige richtlijn (brief
van 13 juni 2012 aan de voorzitter van de Commissie vervoer van het Europees
Parlement) te publiceren. De richtsnoeren inzake artikel 4, lid 4, zijn
opgenomen in artikel 1, lid 2, van dit voorstel. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL De rechtsgrond voor het voorstel tot wijziging
van Richtlijn 96/53/EG is artikel 91 van het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie. Efficiënter en milieuvriendelijker wegvervoer is een cruciale
doelstelling van het gemeenschappelijk vervoersbeleid. De sector blijft
overigens voortdurend ijveren voor een Europese standaardisering van de regels. Het voorstel is in overeenstemming met het
subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. Gelet op het belang van het
vervoer voor de werking van de interne markt, de toenemende
grensoverschrijdende dimensie daarvan en de stijging van de brandstofkosten en
de toename van de uitstoot van broeikasgassen, moeten maatregelen worden
genomen om het wegvervoer energie-efficiënter en milieuvriendelijker te maken
en ervoor te zorgen dat de regelgeving wordt nageleefd. Het voorstel biedt de lidstaten de
mogelijkheid voor binnenlands vervoer afwijkingen toe te staan op de nieuwe
regels. Er wordt een comité opgericht dat de Commissie bijstand moet verlenen
bij het bepalen van de eisen op het gebied van aerodynamica, het opstellen van
richtsnoeren voor de controleprocedures en het vaststellen van passende
sancties voor vastgestelde inbreuken. Het voorstel gaat dus niet verder dan wat
nodig is om de vastgestelde doelstellingen te bereiken. Het voorgestelde instrument wijzigt een
bestaande richtlijn en is derhalve een richtlijn. Het betreft een maatregel die
van belang is voor de Europese economische ruimte en die dus tot die ruimte
moet worden uitgebreid. Ten slotte heeft het voorstel geen gevolgen
voor de begroting van de Unie. 4. GEDETAILLEERDE TOELICHTING BIJ HET
VOORSTEL Het voorstel van de Commissie voorziet in de
eerste plaats in afwijkingen op de maximumafmetingen om aerodynamische
voorzieningen achteraan op het voertuig te installeren of om de vorm van
vrachtwagencabines aan te passen. Die afwijkingen openen nieuwe perspectieven
voor constructeurs van trekkers, vrachtwagens en opleggers maar moeten aan
bepaalde eisen voldoen. De vervoerscapaciteit van het voertuig mag bijvoorbeeld
niet toenemen. De precieze eisen worden later vastgesteld door de Commissie,
die daarin wordt bijgestaan door een comité. Op die manier wordt de naleving
gewaarborgd van de verkeersveiligheidsregels en de randvoorwaarden op het
gebied van infrastructuur en verkeersdoorstroming. De stroomlijning van de
vormgeving van de cabines moet niet alleen zorgen voor een daling van het
brandstofverbruik en van de uitstoot van broeikasgassen, maar ook het
gezichtsveld van de bestuurder verbeteren en op de Europese wegen jaarlijks
ongeveer 400 mensenlevens redden. Ook het comfort en de veiligheid van de
bestuurders zullen erop vooruit gaan. De Commissie zal Verordening (EU) nr. 1230/2012
van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het
Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuring van motorvoertuigen
betreft, wijzigen teneinde die verordening in overeenstemming te brengen met
dit voorstel voor een richtlijn. Het voorstel van richtlijn voorziet in een
hoger toegestaan maximumgewicht voor voertuigen met een elektrische of hybride
aandrijving om rekening te houden met het gewicht van de elektrische batterijen
of de dubbele aandrijving, en tegelijk het laadvermogen te handhaven. Voorts
wordt het toegestane maximumgewicht van autobussen met één ton verhoogd om
rekening te houdend met diverse ontwikkelingen zoals de toename van het
gemiddelde gewicht van de passagiers en van hun bagage, nieuwe verplichte
verkeersveiligheidsvoorzieningen of de nieuwe Euro VI-specificaties. De wijziging van Richtlijn 96/53/EG zal de
ontwikkeling van het intermodaal vervoer faciliteren dankzij een afwijking van 15
cm op de toegestane lengte voor vrachtwagens die containers van 45 voet
vervoeren, een type dat in Europa steeds meer wordt gebruikt voor
intercontinentaal vervoer. In het voorstel wordt tevens bevestigd dat
grensoverschrijdend verkeer van langere voertuigen is toegestaan wanneer
slechts één grens wordt overschreden tussen twee lidstaten die het verkeer van
dergelijke voertuigen reeds toestaan en indien voldaan is aan de voorwaarden
voor afwijkingen van artikel 4, lid 3, lid 4 of lid 5, van de richtlijn. Met
betrekking tot artikel 4, lid 4, heeft dergelijk vervoer geen significante
invloed op de internationale concurrentie indien het grensoverschrijdend
gebruik beperkt blijft tot twee lidstaten waar de bestaande infrastructuur en
de verkeersveiligheidscontext dat reeds toelaten. Artikel 4, lid 4, wordt in
die zin aangepast. Richtlijn 96/53/EG wordt aangevuld met nieuwe
bepalingen om de controle-instanties in staat te stellen inbreuken beter op te
sporen en de toepasselijke administratieve sancties te harmoniseren. De Commissie
zal richtsnoeren inzake de controleprocedure publiceren om de controlemethoden
in alle lidstaten te harmoniseren. De lidstaten zullen een minimaal aantal
voertuigen aan een meting moeten onderwerpen. Die maatregelen moeten worden
uitgevoerd via in het wegdek geïntegreerde weegsystemen, hetzij door middel van
sensoren aan boord van het voertuig die van op afstand communiceren met
controleurs langs de weg. Dankzij die metingen kunnen de controle-instanties de
voertuigen screenen zodat alleen voertuigen waarbij er een sterk vermoeden van
inbreuken bestaat, voor een manuele controle aan de kant worden gezet. De
Commissie zal de technische normen vaststellen voor de ingebouwde
weegvoorzieningen die met de controle-instanties kunnen communiceren, met name
de normen voor de elektromagnetische communicatie-interface. Op die manier
wordt de brede invoering van dergelijke uitrusting aangemoedigd. Dankzij deze
apparatuur zullen bestuurders bovendien zelf het gewicht van hun voertuig
kunnen controleren. De inbreuken op Richtlijn 96/53/EG worden op
basis van hun ernst ingedeeld in categorieën met het oog op de Europese
harmonisering van de administratieve sancties. Om de invoering van voertuigen met een
kleinere luchtweerstand en hybride aandrijving te versnellen zal de Commissie
om het industrieel onderzoek en de aanpassing van het wagenpark te ondersteunen
een beroep doen op de beschikbare Europese budgetten, met name die voor de
trans-Europese netwerken en de Europese programma's voor onderzoek,
ontwikkeling en innovatie. 2013/0105 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 96/53/EG van 25
juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de
Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het
internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het
internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 91, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[4],
Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[5],
Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) In het Witboek van 2011
"Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een
concurrerend en zuinig vervoerssysteem"[6]
wordt benadrukt dat de uitstoot van broeikasgassen moet worden verminderd en
dat met name de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) tegen 2050 60 %
lager moet liggen dan de uitstoot in 1990. (2) In dat verband werd in het
Witboek aangekondigd dat Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996
houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap
deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale
verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer
maximaal toegestane gewichten zou worden gewijzigd om het energieverbruik en de
uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, de wetgeving aan te passen aan de
ontwikkeling van de technologie en de nieuwe behoeften van de markt, en het
intermodaal vervoer te stimuleren. (3) De technologische
ontwikkelingen omvatten de mogelijkheid om op de achterzijde van voertuigen,
met name op opleggers en aanhangwagens, intrekbare of inklapbare aerodynamische
voorzieningen aan te brengen waardoor de bij Richtlijn 96/53/EG voorgeschreven
maximumlengte wordt overschreden. Dergelijke voorzieningen kunnen onmiddellijk
na de inwerkingtreding van deze richtlijn worden geïnstalleerd aangezien zij
reeds op de markt worden aangeboden en in andere werelddelen reeds worden
gebruikt. (4) Cabines met een kleinere
luchtweerstand kunnen, samen met de in overweging 3 genoemde voorzieningen,
eveneens een aanzienlijke verbetering van de energieprestaties van voertuigen
opleveren. Een dergelijke verbetering is binnen de in de huidige Richtlijn 96/53/EG
vastgestelde maximumlengte niet haalbaar zonder de vervoerscapaciteit aan te
tasten en zou derhalve het economisch evenwicht van de sector in gevaar
brengen. Derhalve moet in een afwijking op de toegestane maximumlengte worden
voorzien. (5) In haar beleidsoriëntaties
inzake de verkeersveiligheid voor de periode 2011-2020[7] heeft de Commissie maatregelen
aangekondigd om de voertuigen veiliger te maken en de zwakke weggebruikers
beter te beschermen. Ook in het rapport van de Commissie aan het Europees
Parlement en de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2007/38/EG
betreffende de uitrusting met spiegels van in de Gemeenschap ingeschreven
vrachtwagens[8]
wordt gewezen op het belang van een goede zichtbaarheid voor de bestuurder. Een
nieuwe vormgeving van de cabine zal de verkeersveiligheid ten goede komen omdat
de dode hoek in het gezichtsveld van de bestuurder onder de voorruit kleiner
wordt. Hierdoor kunnen talrijke levens van kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers
en fietsers, worden gered. De nieuwe vormgeving maakt het eveneens mogelijk
voorzieningen in te bouwen die bij een aanrijding energie absorberen. Door de
potentiële toename van de omvang van de cabine kunnen ook het comfort en de
veiligheid van de bestuurder worden verbeterd. (6) Aerodynamische voorzieningen
en de installatie daarvan op voertuigen moeten worden getest voor ze op de
markt worden gebracht. Daartoe zullen de lidstaten certificaten afgeven, die
door de andere lidstaten worden erkend. (7) Langere voertuigen kunnen
voor grensoverschrijdend vervoer worden gebruikt indien de twee betrokken
lidstaten nu reeds het gebruik van dergelijke voertuigen toestaan en indien de
afwijkingsvoorwaarden van artikel 4, lid 3, lid 4 of lid 5, van de richtlijn
zijn vervuld. De Europese Commissie heeft reeds richtsnoeren vastgesteld
betreffende de toepassing van artikel 4 van de richtlijn. De in artikel 4, lid 4,
bedoelde vervoersverrichtingen hebben geen significante invloed op de
internationale concurrentie indien het grensoverschrijdend gebruik beperkt
blijft tot twee lidstaten waar de bestaande infrastructuur en de
verkeersveiligheidscontext dat toelaten. Op die manier wordt het evenwicht
bewaard tussen enerzijds het recht van de lidstaten om op grond van het
subsidiariteitsbeginsel te bepalen welke vervoersoplossingen aan hun specifieke
context zijn aangepast en anderzijds de noodzaak om ervoor te zorgen dat een
dergelijk beleid niet tot een verstoring van de interne markt leidt. Artikel 4,
lid 4, wordt in die zin verduidelijkt. (8) Alternatieve aandrijfsystemen
zoals elektrische of hybride motoren in vrachtwagens of autobussen
(voornamelijk in stads- en voorstadsverkeer), die niet alleen op fossiele
brandstoffen werken en dus minder of helemaal geen verontreiniging veroorzaken,
leiden tot een toename van het gewicht die niet in het laadvermogen mag worden
verrekend aangezien het wegvervoer op die manier economisch zou worden
benadeeld. (9) In het Witboek vervoer wordt
er ook op gewezen dat de EU de ontwikkelingen in het intermodaal vervoer dient
te volgen en met name de containerisering en het toenemend gebruik van
containers van 45 voet, die per spoor of via de waterwegen worden aangevoerd.
Het wegtraject van een intermodaal transport kan op dit moment slechts worden
afgelegd na het doorlopen van zware administratieve procedures die een
belasting vormen voor zowel de lidstaten als de vervoersondernemingen, tenzij
de containers over zeer dure gecertificeerde afgeschuinde hoeken beschikken.
Door de toegestane lengte van vrachtwagens voor containervervoer met 15 cm te
verlengen kunnen vervoerders worden ontheven van administratieve procedures en
kan het intermodaal vervoer worden gestimuleerd zonder risico's of nadelen voor
andere weggebruikers of de infrastructuur. De bescheiden toename van de lengte
van een vrachtwagen met oplegger (15 cm op een totale lengte van 16,50 m)
levert geen hoger risico voor de verkeersveiligheid op. Overeenkomstig de in
het Witboek uiteengezette beleidsvisie wordt deze toename echter alleen
toegestaan voor intermodaal vervoer waarvan het wegtraject niet langer dan 300
km is en waarbij ook gebruik wordt gemaakt van vervoer per spoor, over de
binnenwateren of over zee. Dat is voldoende om de afstand te overbruggen tussen
enerzijds een bedrijventerrein of winkelcentrum en anderzijds een
goederenstation of binnenhaven. Om een zeehaven te bereiken en de ontwikkeling
van de snelwegen op zee te ondersteunen, mag over de weg een langere afstand
worden afgelegd bij gebruik van de korte vaart binnen de Unie. (10) Om het intermodaal vervoer te
blijven stimuleren en rekening te houden met het ledige gewicht van 45'-voetcontainers
moet de regeling voor intermodaal vervoer van 40'‑containers, op grond
waarvan het toegestane maximumgewicht voor vrachtwagens met 5 tot 6 assen is
opgetrokken tot 44 ton, ook gelden voor vrachtwagens die 45'-containers
vervoeren. (11) Sinds de vaststelling van
Richtlijn 96/53/EG is het gemiddelde gewicht van autobus- en
touringcarpassagiers alsmede van hun bagage aanzienlijk toegenomen, waardoor
het aantal vervoerde passagiers geleidelijk afneemt vanwege de in de richtlijn
vastgestelde maximumgewichten. Aangezien collectief vervoer met het oog op een
efficiënter energieverbruik moet worden bevorderd ten opzichte van individueel
vervoer moet het vroegere aantal passagiers per autocar worden hersteld,
rekening houdend met het toename van hun gewicht en van het gewicht van hun
bagage. Daartoe kan het toegestane maximumgewicht van autocars met twee assen
worden verhoogd, maar dat mag niet tot een snellere slijtage van de
infrastructuur leiden. (12) De instanties die belast zijn
met de handhaving van de regelgeving inzake het wegvervoer constateren talrijke
en soms ernstige inbreuken, met name overschrijdingen van het toegestane maximumgewicht
van voertuigen. De oorzaak hiervan is het ontoereikend aantal controles uit
hoofde van Richtlijn 96/53/EG of de inefficiëntie daarvan. Bovendien
verschillen de controleprocedures en ‑regels van lidstaat tot lidstaat,
waardoor rechtsonzekerheid ontstaat voor bestuurders van voertuigen die in
verschillende EU-lidstaten rijden. Bovendien genieten vervoersondernemingen die
de regels niet naleven een aanzienlijk concurrentievoordeel ten opzichte van
hun concurrenten die de regelgeving wel naleven en ten opzichte van de andere
vervoerswijzen. Deze situatie staat een goede werking van de interne markt in
de weg. Derhalve moeten de lidstaten het aantal controles opvoeren, zowel
manuele controles als controles op basis van een voorafgaande selectie. (13) Er bestaan eenvoudige
technische, vaste of mobiele, oplossingen om na een eerste selectie alleen
voertuigen met een hoog risico op overtredingen te doen stoppen. Dit is
goedkoper, minder hinderlijk voor de doorstroming van het verkeer en waarborgt
een optimale veiligheid. Vrachtwagens kunnen worden uitgerust met voorzieningen
om de bestuurder in staat te stellen zelf het gewicht van zijn voertuig te
controleren en na te gaan of hij aan de regelgeving voldoet. Dergelijke
boordapparatuur kan zonder dat het voertuig moet stoppen via een
microgolfzender gegevens doorsturen naar controlebeambten of automatische
controlesystemen langs de weg. Voor selectiemetingen lijkt een minimumdrempel
van één weging per 2000 voertuigkilometer voldoende om de doelmatigheid van de
wegcontroles in de Unie te waarborgen aangezien een dergelijke
controlefrequentie statistisch de mogelijkheid biedt elk voertuig gemiddeld om
de drie dagen te controleren. (14) De vaststelling van talrijke
inbreuken op Richtlijn 96/53/EG vloeit in grote mate voort uit het
niet-ontradende karakter van de in de wetgeving van de lidstaten voorziene
sancties op de overtreding van die regels, of zelfs het ontbreken van sancties.
Die zwakte wordt nog versterkt door de sterke verschillen tussen de administratieve
sancties die in de verschillende lidstaten worden toegepast. Om die knelpunten
weg te werken moet op EU-niveau werk worden gemaakt van de harmonisering van de
niveaus en de categorieën van de administratieve sancties voor inbreuken op
Richtlijn 96/53/EG. Deze administratieve sancties moeten doeltreffend,
evenredig en afschrikkend zijn. (15) Om de controles op het gewicht
van voertuigen of voertuigcombinaties op internationale schaal efficiënter te
maken en het vlotte verloop van die controles te faciliteren, moeten de
controle-instanties in de lidstaten informatie kunnen uitwisselen over de
identificatie van overtreders, de beschrijving van inbreuken en opgelegde
sancties, en de betrouwbaarheid van de betrokken onderneming. Het
overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van
gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan
om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van
Richtlijn 96/26/EG van de Raad[9]
aangewezen contactpunt kan als tussenpersoon voor de uitwisseling van die
informatie optreden. (16) Het is belangrijk dat het
Europees Parlement en de Raad regelmatig in kennis worden gesteld van de door
de lidstaten verrichte wegcontroles. Deze door de lidstaten meegedeelde
informatie stelt de Commissie in staat om toe te zien op de naleving van deze
richtlijn door de vervoersondernemingen en te bepalen of er al dan niet
behoefte is aan dwingende maatregelen. (17) De Commissie moet de
bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende
de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met
betrekking tot de eisen voor nieuwe achteraan op voertuigen aangebrachte
aerodynamische voorzieningen, de ontwikkeling van nieuwe motorvoertuigen, de
technische specificaties die de volledige interoperabiliteit van ingebouwde
weegapparatuur moeten waarborgen, en richtsnoeren betreffende de procedure om
het gewicht van rijdende voertuigen te controleren. Tijdens haar voorbereidende
werkzaamheden dient de Commissie passend overleg te plegen, onder meer met
deskundigen. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen
dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten
gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad
worden ingediend. (18) Aangezien de doelstellingen
van deze richtlijn onvoldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en
derhalve, wegens de omvang en de gevolgen van deze richtlijn, beter op het
niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het
in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde
subsidiariteitsbeginsel, de nodige maatregelen nemen. Overeenkomstig het in
laatstgenoemd artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn
niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. (19) Richtlijn 96/53/EG dient
derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN
VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 96/53/EG wordt als volgt gewijzigd: 1) Artikel 2, eerste alinea,
wordt aangevuld met de volgende definities: - "voertuig met hybride aandrijving":
een voertuig als bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring
van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en
technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd[10], dat is uitgerust met één of
meerdere elektrische aandrijfmotoren die niet permanent op het
elektriciteitsnet zijn aangesloten, en met één of meerdere verbrandingsmotoren; - "elektrische voertuig": een voertuig
als bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5
september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van
motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en
technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd[11], dat is uitgerust met één of
meerdere elektrische aandrijfmotoren die niet permanent op het
elektriciteitsnet zijn aangesloten; - "intermodale vervoerseenheid": eenheid
die tot één van de volgende categorieën behoort: container, wissellaadbak,
oplegger; 2) artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd: (a)
In lid 1, onder a) en b), wordt het woord
"nationaal" geschrapt; (b)
De eerste zin van artikel 4, lid 4, tweede alinea,
wordt vervangen door: "Vervoer wordt geacht niet van
noemenswaardige invloed te zijn op de internationale concurrentie in de
vervoersector indien dat vervoer plaatsvindt op het grondgebied van een
lidstaat of, bij grensoverschrijdend vervoer, tussen twee aangrenzende
lidstaten die beide in toepassing van dit lid maatregelen hebben genomen en als
één van de onder a) en b) genoemde voorwaarden is vervuld:" 3) De artikelen 4, lid 6; 5,
onder b); en 8 bis worden geschrapt. 4) Artikel 5 wordt als volgt
gewijzigd: de woorden "Onverminderd artikel 4, lid 6, worden:" worden
vervangen door: "Voor de toepassing van onderhavige richtlijn worden:". 5) De verwijzingen naar
Richtlijn 70/156/EEG van de Raad worden vervangen door een verwijzing naar
Richtlijn 2007/46/EG[12]. 6) Artikel 8 wordt vervangen
door: Artikel 8 1. Teneinde de aerodynamica van
voertuigen en voertuigcombinaties te verbeteren mogen de in bijlage I, punt 1.1,
vastgestelde maximumlengtes worden overschreden door voertuigen of
voertuigcombinaties die zijn uitgerust met voorzieningen die voldoen aan de
hieronder vastgestelde eisen. De overschrijding van de maximumlengte mag alleen
tot doel hebben om achteraan op het voertuig of de voertuigcombinatie
voorzieningen aan te brengen om de aerodynamica daarvan te verbeteren. 2. De in lid 1 genoemde
voorzieningen dienen te voldoen aan de volgende prestatie- en veiligheidseisen: –
significante verbetering van de aerodynamica van de
voertuigen; –
verkeersveiligheid en de veiligheid van het
intermodaal vervoer: i) de bevestiging en de duurzaamheid van de
voorzieningen om het risico te beperken dat ze loskomen; ii) bij slechte weersomstandigheden goed zichtbare
dag- en nachtmarkeringen die andere weggebruikers in staat stellen de omtrek
van het voertuig waar te nemen; iii) een ontwerp dat bij aanrijdingen de risico's
voor andere voertuigen en hun passagiers beperkt; iv) de voorziening brengt geen significante
verhoging van het kantelrisico door zijwind met zich mee; –
exploitatie op de bestaande wegeninfrastructuur: i) het behoud van de wendbaarheid van de
voertuigen of voertuigcombinaties op stedelijke en regionale wegen; ii) voor aanhangwagens en opleggers, de afstemming
op de randvoorwaarden van het intermodaal vervoer per spoor, over zee of de
binnenwateren; iii) de voorzieningen kunnen door de bestuurder
gemakkelijk worden opgeplooid, ingetrokken of verwijderd. De overschrijding van de maximumlengte leidt niet
tot een toename van de vervoerscapaciteit van het voertuig of de
voertuigcombinatie. 3. Voorafgaand aan de
marktintroductie van dergelijke voorzieningen verlenen de lidstaten een
certificaat voor de extra aerodynamische voorzieningen en de installatie
daarvan op voertuigen. Het certificaat bevestigt dat aan de hierboven in lid 2
genoemde eisen is voldaan en dat de voorziening een significante bijdrage
levert tot de verbetering van de aerodynamica. De in een lidstaat afgegeven
certificaten worden door de andere lidstaten erkend. 4. De Commissie stelt
overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van de
in lid 2 genoemde eisen. Die eisen hebben betrekking op de technische
kenmerken, de minimale prestatieniveaus, de randvoorwaarden inzake het ontwerp
en de procedure voor de opstelling van het in lid 3 genoemde testcertificaat. 5. In afwachting van de
vaststelling van gedelegeerde handelingen mogen voertuigen of
voertuigcombinaties waarop achteraan aerodynamische voorzieningen zijn
gemonteerd die aan de in lid 2 genoemde eisen beantwoorden en overeenkomstig
lid 3 zijn getest, aan het verkeer deelnemen indien hun lengte de in bijlage I,
punt 1.1, vastgestelde maximumlengte met maximaal twee meter overschrijdt. Deze
overgangsmaatregel is van toepassing vanaf de datum moment waarop deze
richtlijn in werking treedt. 7) Artikel 9 wordt vervangen
door: Artikel 9 1. Teneinde de aerodynamica en
verkeersveiligheid van voertuigen en voertuigcombinaties te verbeteren mogen de
in bijlage I, punt 1.1, vastgestelde maximumlengtes worden overschreden door
voertuigen of voertuigcombinaties die zijn uitgerust met voorzieningen die
voldoen aan de hieronder in lid 2 vastgestelde eisen. De overschrijding van de
maximumlengte moet in de eerste plaats tot doel hebben om het mogelijk te maken
vrachtwagencabines te bouwen die de aerodynamica van voertuigen of
voertuigcombinaties verbeteren en de verkeersveiligheid verhogen. 2. De in lid 1 genoemde
vrachtwagencabines dienen te voldoen aan de volgende prestatie- en
veiligheidseisen: - de aerodynamica van de voertuigen verbeteren; - de verkeersveiligheid in het intermodaal vervoer
verhogen door ervoor te zorgen dat de voorzijde van de cabine: i) de zichtbaarheid van kwetsbare weggebruikers voor
de bestuurder verbetert door de dode hoek in het gezichtsveld onder de voorruit
te verkleinen; ii) de schade bij aanrijdingen beperkt; - de wendbaarheid van de voertuigen of
voertuigcombinaties op de wegeninfrastructuur, zonder beperkingen op te leggen
aan het gebruik van die voertuigen in intermodale terminals; - het comfort en de veiligheid van de bestuurder. De overschrijding van de maximumlengte mag niet
leiden tot een toename van de vervoerscapaciteit van het voertuig of de
voertuigcombinatie. 3. Voor de voertuigen op de
markt worden gebracht, testen de lidstaten de aerodynamische eigenschappen van
de nieuwe voertuigontwerpen en verlenen zij een testcertificaat. Dat
certificaat bevestigt dat het voertuig voldoet aan de eisen van lid 2. In één
lidstaat afgegeven testcertificaten worden door de andere lidstaten erkend. 4. De Commissie wordt gemachtigd
om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde
de in lid 2 genoemde eisen voor vrachtwagencabines aan te vullen. Die eisen
hebben betrekking op de technische kenmerken, de minimale prestatieniveaus, de
randvoorwaarden inzake het ontwerp en de procedure voor de opstelling van het in
lid 3 genoemde testcertificaat. 8) In artikel 10 worden de
woorden "op de in artikel 11 genoemde datum" vervangen door "17
september 1997". 9) Artikel 10 bis wordt
vervangen door: Artikel 10 bis De maximaal toegestane
gewichten van voertuigen met hybride of volledig elektrische aandrijving zijn
de in bijlage I, punt 2.3.1, vermelde gewichten. Voertuigen met hybride of elektrische aandrijving
mogen de in bijlage I, punt 3, vastgestelde maximaal toegestane asdruk niet
overschrijden. 10) Artikel 11 wordt vervangen
door: Artikel 11 De in bijlage I, punten 1.1 en 1.6, vastgestelde
maximumafmetingen mogen met 15 cm meter worden overschreden door voertuigen of
voertuigcombinaties die containers of wissellaadbakken van 45 voet vervoeren
wanneer het wegvervoer van de vervoerde container of wissellaadbak deel
uitmaakt van een intermodaal vervoer. Voor de toepassing van dit artikel en bijlage I,
punt 2.2.2, letter c), wordt bij het intermodaal vervoer minstens gebruik
gemaakt van vervoer per spoor of over de binnenwateren of over zee. Het voor-
en natransport gebeurt via de weg. Op het grondgebied van de Europese Unie
mogen het voor- en natransport via de weg telkens niet meer dan 300 km bedragen
of de afstand tot de dichtstbijzijnde terminals waartussen een geregelde dienst
wordt aangeboden. Het begrip intermodaal vervoer omvat ook vervoer binnen de
Unie waarbij gebruik wordt gemaakt van de korte vaart, ongeacht de lengte van
het voor- en natransport via de weg. Het voor- en natransport via de weg van
een vervoersverrichting met gebruik van de korte vaart binnen de Unie reikt van
de plaats waar de goederen worden geladen tot de dichtstbijzijnde geschikte
zeehaven voor het voortransport en/of eventueel van de dichtstbijzijnde
geschikte zeehaven en de losplaats van de goederen voor het natransport. 11) Artikel 12 wordt vervangen
door: Artikel 12 1. De lidstaten zetten een
systeem op voor de selectie en gerichte controle van rijdende voertuigen of
voertuigcombinaties teneinde de naleving van de verplichtingen uit hoofde van
deze richtlijn af te dwingen. 2. Uiterlijk twee jaar vanaf de
datum van inwerkingtreding van deze richtlijn voeren de lidstaten
gewichtsmetingen uit van rijdende voertuigen of voertuigcombinaties. Die
selectiemetingen hebben tot doel na te gaan bij welke voertuigen er
vermoedelijk sprake is van een inbreuk en een manuele controle moet worden
uitgevoerd. Selectiemetingen kunnen worden uitgevoerd door middel van
automatische op de infrastructuur aangebrachte systemen of door overeenkomstig
lid 6 in het voertuig geïnstalleerde systemen. De automatische systemen moeten
het mogelijk maken voertuigen die vermoedelijk overladen zijn te identificeren.
De automatische systemen worden uitsluitend gebruikt om voertuigen te
selecteren en niet om een inbreuk te kwalificeren en moeten derhalve niet door
de lidstaten worden gecertificeerd. 3. De lidstaten voeren een
aantal selectiemetingen uit dat overeenstemt met een jaarlijks gemiddelde van
één weging per 2000 voertuigkilometers. 4. De lidstaten zorgen ervoor
dat de bevoegde instanties de nodige informatie uitwisselen om de controles op
Europese schaal efficiënter te maken en het verloop ervan te faciliteren, met
name via het nationaal contactpunt, dat verantwoordelijk is voor de
informatie-uitwisseling met de andere lidstaten. De nodige informatie omvat met
name de identificatie van overtreders, de omschrijving van de gepleegde
inbreuken en opgelegde sancties en de betrouwbaarheid van de betrokken
onderneming. Het contactpunt wordt aangewezen overeenkomstig artikel 18, lid 1,
van Verordening (EG) nr. 1071/2009. 5. Wanneer op basis van de
overeenkomstig lid 2 uitgevoerde selectie het vermoeden bestaat dat een
voertuig overladen is, wordt minstens één van de volgende maatregelen genomen: –
i) uitvoering van een wegcontrole met een
gehomologeerd meettoestel, nadat het voertuig staande is gehouden; –
ii) kennisgeving aan de vervoersonderneming van het
vermoeden van overgewicht; –
iii) controle ter plaatse bij de onderneming, met
name bij herhaling na de kennisgeving van de in ii) genoemde informatie. 6. Overeenkomstig lid 1,
stimuleren de lidstaten de uitrusting van alle voertuigen en
voertuigcombinaties met ingebouwde weegapparatuur (totaalgewicht en gewicht per
as), die te allen tijde rijdend de weeggegevens kan doorsturen naar een
instantie die wegcontroles verricht of de autoriteiten die bevoegd zijn voor
het toezicht op het goederenvervoer. Deze informatie wordt meegedeeld middels
de interface als gedefinieerd door de normen CEN DSRC[13] EN12253, EN 12795, EN 12834, EN
13372 en ISO 14906. 7. De Commissie wordt gemachtigd
overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen met
betrekking tot: –
de aanvullende technische specificaties die in de
Unie de volledige interoperabiliteit moeten waarborgen van de in lid 6 genoemde
ingebouwde weegapparatuur zodat de autoriteiten van alle lidstaten op eenzelfde
manier kunnen communiceren met in alle andere lidstaten ingeschreven voertuigen
en voertuigcombinaties en indien nodig de ontvangen informatie kunnen
uitwisselen met de autoriteiten van andere lidstaten; –
de in lid 2 van dit artikel genoemde procedure
voor de selectiemetingen, de technische specificaties van de voor die selectie
gebruikte instrumenten, de nauwkeurigheidseisen en de regels voor het gebruik
van die instrumenten. Die procedures, specificaties en gebruiksvoorschriften
moeten ervoor zorgen dat de controles in alle lidstaten op dezelfde manier
worden uitgevoerd en dat alle vervoersondernemingen in de Unie gelijk worden
behandeld. 12) Artikel 13 wordt vervangen
door: Artikel 13 1. De inbreuken op de bestaande
richtlijn worden op basis van hun ernst ingedeeld in categorieën. 2. Bij een overschrijding van
het in bijlage I, punten 2, 3, 4.1 en 4.3, vastgestelde maximaal toegestane
gewicht met minder dan 5 % krijgt de vervoersonderneming een schriftelijke
waarschuwing en kan een sanctie worden opgelegd indien de nationale wetgeving
in die mogelijkheid voorziet. 3. Bij een overschrijding van
het in bijlage I, punten 2, 3, 4.1 en 4.3, vastgestelde maximaal toegestane
gewicht met 5 tot 10 %, die in het kader van deze richtlijn als een kleine
inbreuk beschouwd, wordt een boete opgelegd. De controle-instanties kunnen het
voertuig tevens staande houden en eisen dat een deel van de lading wordt
verwijderd zodat het maximaal toegestane gewicht niet langer wordt
overschreden. 4. Een overschrijding van het in
bijlage I, punten 2, 3, 4.1 en 4.3, vastgestelde maximaal toegestane gewicht
met 10 tot 20 % wordt in het kader van deze richtlijn als een ernstige
inbreuk beschouwd. Er wordt een boete opgelegd en het voertuig wordt
onmiddellijk staande gehouden tot een deel van de lading is verwijderd en het
maximaal toegestane gewicht niet langer wordt overschreden. 5. Een overschrijding van het in
bijlage I, punten 2, 3, 4.1 en 4.3, vastgestelde maximaal toegestane gewicht
met meer dan 20 % wordt vanwege de extra risico's voor andere
weggebruikers in het kader van deze richtlijn als een zeer ernstige inbreuk
beschouwd. Er wordt een boete opgelegd en het voertuig wordt onmiddellijk
staande gehouden tot een deel van de lading is verwijderd zodat het maximaal
toegestane gewicht niet langer wordt overschreden. De procedure tot intrekking
van de betrouwbaarheidsstatus wordt ingeleid overeenkomstig artikel 6 van
Verordening (EG) nr. 1071/2009[14]. 6. Bij een overschrijding van de
in bijlage I, punt 1, vastgestelde maximaal toegestane lengte of breedte met
minder dan 2 % krijgt de vervoersonderneming een schriftelijke
waarschuwing en kan een sanctie worden opgelegd indien de nationale wetgeving
in die mogelijkheid voorziet. 7. Bij een overschrijding van de
in bijlage I, punt 1, vastgestelde maximaal toegestane lengte of breedte met 2
tot 20 % door hetzij de vervoerde lading, hetzij het voertuig zelf, wordt
een boete opgelegd. De controle-instanties houden het voertuig staande tot een
deel van de lading is verwijderd indien de overschrijding van de toegestane
lengte of breedte door de lading wordt veroorzaakt; of tot de
vervoersonderneming overeenkomstig artikel 4, lid 3, over een speciale
vergunning beschikt. 8. Een overschrijding van de in bijlage
I, punt 1, vastgestelde maximaal toegestane lengte of breedte van de lading of
het voertuig met meer dan 20 % wordt, vanwege de extra risico's voor
andere weggebruikers, in het kader van deze richtlijn als een zeer ernstige
inbreuk beschouwd. Er wordt een boete opgelegd en het voertuig wordt onmiddellijk
door de controle-instanties staande gehouden tot een deel van de lading is
verwijderd of tot de vervoersonderneming overeenkomstig artikel 4, lid 3, over
een speciale vergunning beschikt, indien de overschrijding van de toegestane
lengte of breedte door de lading wordt veroorzaakt. De procedure tot intrekking
van de betrouwbaarheidsstatus wordt ingeleid overeenkomstig artikel 6 van
Verordening (EG) nr. 1071/2009. 9. De in de leden 3, 4, 5, 7 en 8
genoemde boetes zijn doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend. 13) Het volgende artikel 14 wordt
toegevoegd: Artikel 14 Wanneer hij een wegvervoerder de opdracht geeft om
een container te vervoeren, verstrekt de verlader de wegvervoerder een
verklaring waarin het gewicht van de vervoerde container wordt vermeld. Indien
deze informatie fout is of ontbreekt, draagt de verlader, wanneer het voertuig
overladen is, dezelfde verantwoordelijkheid als de vervoersonderneming. 14) Het volgende artikel 15 wordt
toegevoegd: Artikel 15 De lidstaten bezorgen de
Commissie om de twee jaar tijdens het eerste kwartaal van het kalenderjaar een
verslag over de tijdens de twee vorige kalenderjaren uitgevoerde controles, de
resultaten daarvan en de aan overtreders opgelegde sancties. De Commissie maakt
een analyse van die verslagen en dient die in het tweede kwartaal van het
kalenderjaar in bij de Raad en het Europees Parlement. 15) Het volgende artikel 16 wordt
toegevoegd: Artikel 16 1. De bevoegdheid om
gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend
onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. 2. De bevoegdheid tot
vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 8, lid 4,
artikel 9, lid 5, en artikel 12, lid 7, wordt met ingang van [datum van
inwerkingtreding van deze richtlijn] voor onbepaalde tijd aan de Commissie
toegekend. 3. De bevoegdheidsdelegatie als
bedoeld in artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 5, en
artikel 12, lid 7, kan te allen tijde door het Europees Parlement of
de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie
van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit treedt in werking op de
dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie
of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het laat de geldigheid
van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een
gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig
kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. 5. Een overeenkomstig
artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 5, en artikel 12,
lid 7, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking
wanneer noch het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee
maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de
Raad bezwaar tegen de handeling heeft gemaakt of wanneer zowel het Europees
Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn aan de Commissie
heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn kan op initiatief
van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden worden verlengd. 16) Bijlage I wordt als volgt
gewijzigd: –
a) punt 1.2, letter b), wordt vervangen door: –
"voertuigen met een geconditioneerde bovenbouw
of die geconditioneerde intermodale vervoerseenheden vervoeren: 2,60 m";
–
b) punt 2.2.2, letter c), wordt vervangen door: "Motorvoertuig met drie assen met oplegger
met twee of drie assen die bij intermodaal vervoer, één of meer intermodale
vervoerseenheden vervoert, met een totale maximumlengte van 40 of 45 voet: 44
ton." –
c) Punt 2.3.1 wordt vervangen door: "Motorvoertuigen met twee assen, met
uitzondering van autobussen: 18 ton" "Motorvoertuigen met twee assen, met
uitzondering van autobussen, met hybride of elektrische aandrijving: 19
ton" "Autobus met twee assen: 19 ton" Artikel 2 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk achttien maanden
na de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie aan deze
richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen
onverwijld mee. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen,
wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze
richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de
lidstaten. 2. De lidstaten delen de
Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die
zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 3 Deze richtlijn treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Artikel 4 Deze richtlijn
is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59. [2] Witboek Vervoer: Stappenplan voor een interne Europese
vervoersruimte – werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem – COM(2011) 144. [3] Studie van de TU Delft van 2011 over de aerodynamica van
vrachtwagens. [4] PB C […] van […], blz. […]. [5] PB C […] van […], blz. […]. [6] COM(2011) 144 definitief. [7] COM(2010) 389 definitief. [8] COM(2012) 258 final. [9] PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51. [10] PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1. [11] PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1. [12] Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad
tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en
aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die
voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1. [13] DSRC: Dedicated Short Range Communications. [14] PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51.