Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012PC0773

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van internationale handelsregels

/* COM/2012/0773 final - 2012/0359 (COD) */

52012PC0773

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van internationale handelsregels /* COM/2012/0773 final - 2012/0359 (COD) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel

In dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad wordt uitdrukking gegeven aan de prioriteit van de Unie haar handelsrechten effectief te handhaven. Deze doelstelling werd vastgesteld in de mededeling van de Commissie over "Handel, groei en wereldvraagstukken"[1] en bekrachtigd in de conclusies van de Raad van 21 december 2010[2].

Momenteel beschikt de Unie niet over een gemeenschappelijk wetgevingskader[3] om haar rechten uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten te handhaven. Dit voorstel heeft tot doel verandering te brengen in deze situatie.

Algemene context

De Unie kan zich genoodzaakt zien om unilaterale maatregelen te nemen om haar rechten en belangen uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten te handhaven en te verdedigen. Dat is het geval in het kader van de geschillenbeslechtingsregels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en van bilaterale of regionale geschillenbeslechtingsregelingen. Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij vrijwaringsmaatregelen en zogenoemde herconsolideringsonderhandelingen met betrekking tot internationale overeenkomsten. Dergelijke maatregelen moeten snel kunnen worden genomen om een doeltreffend en geloofwaardig instrument te zijn om naleving af te dwingen en om de termijnen van de desbetreffende internationale verbintenissen van de Unie te respecteren. Binnen de structuren waarin het Verdrag van Lissabon voorziet, is dus een snelle, doeltreffende en flexibele besluitvorming nodig.

Vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon benaderde de Unie handhaving van geval tot geval door middel van verordeningen die de Raad op grond van oud artikel 133 vaststelde op basis van een voorstel van de Commissie. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zijn de Raad en het Europees Parlement echter medewetgevers volgens de gewone wetgevingsprocedure wat de maatregelen betreft die het kader vaststellen voor de uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek (artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, "het VWEU"). De handhaving van rechten uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten is een typische uitvoerende functie waarvoor mogelijk binnen strikte termijnen maatregelen moeten worden goedgekeurd en uitgevoerd. De Raad en het Europees Parlement moeten een duidelijk en voorspelbaar kader creëren voor de vaststelling van dergelijke handelingen.

De geldende praktijk vóór de inwerkingtreding van de VWEU illustreert dat het wenselijk is om te werken volgens procedures die een snelle en doeltreffende besluitvorming mogelijk maken om de rechten van de Unie te handhaven:

– in de WTO-geschillenbeslechtingszaak VS-Foreign Sales Corporation verliepen acht maanden tussen de goedkeuring van een voorstel van de Commissie en de vaststelling van Verordening (EG) nr. 2193/2003 van de Raad van 8 december 2003 waarbij de douanerechten op bepaalde producten uit de VS werden verhoogd. Voor de opschorting van die maatregel verliepen drie dagen tussen de goedkeuring van een voorstel van de Commissie en de vaststelling van Verordening (EG) nr. 728/2006 van de Raad van 15 mei 2006;

– in de WTO-geschillenbeslechtingszaak VS-Byrd verliepen twee maanden tussen de goedkeuring van een voorstel van de Commissie en de vaststelling van Verordening (EG) nr. 673/2005 van de Raad van 25 april 2005 waarbij de douanerechten op bepaalde producten van oorsprong uit de VS werden verhoogd;

– in de WTO-geschillenbeslechtingszaak VS-tarwegluten werd de EU bij Verordening (EG) nr. 1804/98 van de Raad van 14 august 1998 het recht voorbehouden om overeenkomstig artikel 8 van de WTO‑Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen evenwichtsherstellende maatregelen te nemen ten aanzien van de negatieve gevolgen van de vrijwaringsmaatregelen van de VS. Er verliep een maand tussen de goedkeuring van een voorstel van de Commissie en de vaststelling van de verordening;

– in de zaak VS-ijzer- en staalproducten vergde de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1031/2002 van de Raad van 13 juni 2002 waarbij ten aanzien van de vrijwaringsmaatregelen evenwichtsherstellende maatregelen werden ingesteld twee maanden; de herroeping van de evenwichtsherstellende maatregelen in dezelfde zaak vergde slechts vier dagen.

Bij gebrek aan een passend wetgevingskader voor de toepassing van handelspolitieke maatregelen moet in situaties die vergelijkbaar zijn met de hierboven vermelde gevallen voor de goedkeuring van maatregelen gebruik worden gemaakt van de gewone wetgevingsprocedure. Gemiddeld vergt de vaststelling van een handeling 15 tot 31 maanden; deze langdurige procedure gaat ten koste van het vermogen van de Unie om haar rechten binnen de in internationale handelsovereenkomsten vastgestelde termijnen effectief uit te oefenen.

Voor deze ontwerp-verordening is uitgegaan van de overweging dat a) de goedkeuring van handelspolitieke maatregelen om de rechten van de Unie uit hoofde van internationale overeenkomsten te handhaven een typische uitvoerende functie is die in een kader van gemeenschappelijke regels ten uitvoer moet worden gelegd; b) het vermogen van de Unie om haar rechten effectief te handhaven bij gebrek aan een passend wetgevingskader misschien in het gedrang komt; c) er een potentieel conflict is tussen de relatief lange besluitvormingstermijnen van de Unie en de termijnen voor de handhaving van de rechten uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten.

In deze context wordt in deze ontwerp-verordening voorgesteld een gemeenschappelijk wetgevingskader te creëren om de rechten van de Unie uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten overeenkomstig het Verdrag van Lissabon te handhaven. In de verordening wordt voorgesteld de Commissie ertoe te machtigen overeenkomstig artikel 291 van het VWEU uitvoeringshandelingen vast te stellen binnen het in deze ontwerp‑verordening gedefinieerde toepassingsgebied, alsook binnen de termijnen en volgens de criteria die expliciet zijn vastgesteld. Het toepassingsgebied van de verordening omvat de vaststelling, opschorting, wijziging en beëindiging van uitvoeringshandelingen met betrekking tot:

a)           de handhaving van de rechten van de Unie uit hoofde van bindende multilaterale en bilaterale geschillenbeslechtingsregels;

b)           evenwichtsherstellende maatregelen in het kader van multilaterale en bilaterale vrijwaringsregels;

c)           evenwichtsherstellende maatregelen in geval van wijzigingen door een derde land van zijn concessies overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994.

In het kader van deze ontwerp-verordening kan de Commissie de volgende soorten handelspolitieke maatregelen nemen: douanerechten, kwantitatieve beperking van de in- of uitvoer van goederen, en maatregelen inzake overheidsopdrachten. Deze benadering vloeit voort uit de ervaring die in de loop der jaren bij de vaststelling van handelspolitieke maatregelen is verworven, en is gebaseerd op het feit dat maatregelen op de desbetreffende gebieden haalbaar en over het algemeen doeltreffend zijn. In de huidige ontwikkelingsfase van het recht van de Unie, in het bijzonder rekening houdend met nationale regelgeving op het gebied van diensten en intellectuele eigendom en de beperkingen voor een doeltreffend optreden gezien de aard van deze sectoren, dient de aandacht wat de machtiging van de Commissie betreft op andere handelspolitieke gebieden te worden gericht. Er zij op gewezen dat zogenoemde "sectoroverschrijdende vergeldingsmaatregelen" (d.w.z. de opschorting van concessies of andere verplichtingen in een andere sector dan die waar volgens de uitspraak in het kader van de geschillenbeslechtingsprocedure schending heeft plaatsgevonden) volgens de WTO-regels over het algemeen mogelijk zijn en dat de vrijhandelsovereenkomsten van de Unie geen beperkingen inzake "sectoroverschrijdende vergeldingsmaatregelen" bevatten. Mocht de Unie gebruik moeten maken van handelspolitieke maatregelen die niet onder de ontwerp-verordening vallen, onder meer met betrekking tot de handel in diensten of de commerciële aspecten van intellectuele-eigendomsrechten, kan de Commissie op grond van artikel 207 VWEU voorstellen voor handelingen indienen, dan wel gebruik maken van andere toepasselijke procedures.

Overeenkomstig een evaluatiebepaling moet de Commissie de werking van deze verordening drie jaar na de eerste toepassing ervan evalueren. De Commissie stelt een verslag op en kan, als de omstandigheden dat rechtvaardigen, passende maatregelen voorstellen om de verordening doeltreffender te maken. In deze context kan worden gedacht aan de reikwijdte van de handelspolitieke maatregelen waarin de verordening voorziet, zoals handel in diensten en intellectuele-eigendomsrechten, naast goederen.

Overeenkomstig de WTO‑Overeenkomst inzake overheidsopdrachten ("de GPA"), zowel in de versie die momenteel van kracht is als in de herziene versie, mogen andere partijen bij de GPA concessies of andere verbintenissen met betrekking tot aanbestedingsmarkten alleen opschorten wanneer een partij bij de GPA haar verplichtingen niet nakomt. Bijgevolg is het belangrijk dat in de voorgestelde ontwerp-verordening wordt voorzien in de mogelijke vaststelling van handelspolitieke maatregelen inzake overheidsopdrachten, zodat de Unie haar legitieme rechten inzake onder haar internationale verplichtingen vallende overheidsopdrachten effectief kan handhaven. Afgezien van de WTO-geschillenbeslechtingsregeling, waarvan meermaals gebruik is gemaakt om praktijken te bestrijden die tegen de GPA indruisen, zijn maatregelen met het oog op de handhaving van verbintenissen inzake overheidsopdrachten ook waarschijnlijk in een bilaterale context, aangezien recente bilaterale handelsovereenkomsten die de Unie heeft gesloten volwaardige geschillenbeslechtingsregelingen omvatten. De Unie heeft ervaring met de tenuitvoerlegging van handelspolitieke maatregelen die de toegang van derde landen tot de aanbestedingsmarkten van de Unie indien nodig beperken[4]. Gezien de specificiteit van overheidsopdrachten en met name het bestaan van een administratieve procedure die de toegang tot specifieke aanbestedingen reguleert en vaststelt, kan worden voorzien in maatregelen voor de aanbesteding van zowel goederen als diensten. Voorts zouden handelspolitieke maatregelen in het kader van deze ontwerp-verordening een oplossing aanreiken voor de opgeschorte verbintenissen inzake aanbestedingen – deze zouden m.a.w. alleen gelden voor bepaalde entiteiten en boven bepaalde drempels. Tot slot zij gewezen op het verband tussen dit voorstel en het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over toegang van goederen en diensten uit derde landen tot de interne aanbestedingsmarkt van de Unie (COM(2012) 124 van 21 maart 2012). Dat voorstel beoogt de hefboomwerking van de Unie in de onderhandelingen over de voorwaarden voor toegang van Europese goederen, diensten en leveranciers tot de aanbestedingsmarkten van derde landen te vergroten: het legt dus in het bijzonder de aandacht op de toegang tot de aanbestedingsmarkt van de Unie van goederen en diensten van derde landen waarvoor in het kader van bestaande internationale overeenkomsten op het gebied van overheidsopdrachten geen verbintenissen inzake de markttoegang gelden. Dit voorstel daarentegen behandelt de handhaving van dergelijke overeenkomsten op een horizontale manier: het vult de regeling van internationale aspecten van overheidsopdrachten aan, in zoverre dat het een kader creëert van regels die de handhaving van bepalingen inzake aanbestedingen in internationale handelsovereenkomsten mogelijk maken.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Tijdens de opstelling van dit voorstel zijn respectievelijk op 19 september 2011 en 11 november 2011 twee non-papers aan het Comité handelspolitiek van de Raad en het Commissie internationale handel van het Europees Parlement (INTA) voorgelegd. De lidstaten werden geraadpleegd tijdens twee technische vergaderingen op 27 september en 28 november 2011.

Het streven naar een efficiënte en probate handhaving van de rechten van de Unie geniet brede steun.

Voor dit voorstel is geen effectbeoordeling uitgevoerd omdat dit initiatief geen rechtstreekse gevolgen heeft voor de economie, de samenleving of het milieu, en de aard van de betrokken maatregelen (geval per geval) toch geen evaluatie vooraf toelaat.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Samenvatting

De Unie beschikt niet over een gemeenschappelijk wetgevingskader om haar rechten uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten te handhaven. Met dit initiatief wordt gepoogd aan deze situatie te verhelpen door een wetgevingsinstrument te creëren waarmee de Unie haar rechten in overeenstemming met haar internationale verplichtingen kan handhaven en verdedigen. Het initiatief beoogt een efficiënte en snelle tenuitvoerlegging om de belangen van de Unie te vrijwaren. Er wordt dan ook voorgesteld de Commissie op grond van artikel 207 van het VWEU te machtigen uitvoeringshandelingen vast te stellen, op te schorten, te wijzigen of te beëindigen om de rechten van de Unie te handhaven binnen de structuur van het Verdrag van Lissabon, d.w.z. overeenkomstig artikel 291 van het VWEU.

De Unie kan in het kader van de WTO-geschillenbeslechtingsregeling, bilaterale geschillenbeslechtingsregelingen, alsook multilaterale en bilaterale vrijwaringsmaatregelen genoopt zijn om unilaterale maatregelen te nemen om haar rechten en belangen te verdedigen. In het geval van handhavingsmaatregelen in het kader van geschillenbeslechtingsbepalingen of evenwichtsherstellende maatregelen moet snel worden opgetreden teneinde de toepasselijke handelsregels na te leven en een doeltreffend instrument te creëren om naleving af te dwingen.

De verordening moet op het niveau van de Unie worden vastgesteld. De gemeenschappelijke handelspolitiek is een exclusieve bevoegdheid van de Unie.

Rechtsgrondslag

Artikel 207 van het VWEU.

Structuur van de verordening

De ontwerp-verordening heeft tot doel regels en procedures vast te stellen die de Unie in staat stellen haar rechten om concessies op te schorten of in te trekken effectief uit te oefenen in reactie op inbreuken op internationale handelsregels door een derde land teneinde een bevredigende oplossing te garanderen; alsook het evenwicht van concessies of andere verplichtingen te herstellen in handelsbetrekkingen met derde landen, wanneer veranderingen optreden in de behandeling van de invoer van goederen uit de Unie.

Zoals vastgesteld in artikel 3 is de ontwerp-verordening van toepassing op de volgende situaties:

a)           Na de uitspraak in handelsgeschillen overeenkomstig het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Understanding - DSU), wanneer aan de Unie toestemming is verleend om concessies of andere verplichtingen in het kader van multilaterale en plurilaterale overeenkomsten waarop het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van toepassing is, op te schorten.

Bij de WTO wordt de opschorting van concessies of andere verplichtingen geregeld bij artikel 22, lid 3, van de DSU; in geval van verboden subsidies is artikel 4.10 van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing[5] en op de subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, is artikel 7.9 van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing.

b)           Na de uitspraak in handelsgeschillen in het kader van internationale handelsovereenkomsten, waaronder regionale of bilaterale overeenkomsten, wanneer de Unie het recht heeft om concessies of andere verplichtingen in het kader van dergelijke overeenkomsten op te schorten.

In dergelijke internationale handelsovereenkomsten die de Unie heeft gesloten, worden de regels inzake geschillenbeslechting vastgesteld waarbij de partijen worden gemachtigd hun eigen rechten overeenkomstig de in de desbetreffende overeenkomst vastgestelde regels te handhaven.

c)           Om het evenwicht van concessies of andere verplichtingen te herstellen, een maatregel waartoe de toepassing van een vrijwaringsmaatregel door een derde land het recht kan verlenen overeenkomstig artikel 8 van de WTO‑Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen of overeenkomstig de bepalingen inzake vrijwaringsregels die in zijn opgenomen in de regionale of bilaterale overeenkomsten die de Unie heeft gesloten.

Overeenkomstig artikel 8 van de WTO‑Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, die uitsluitend goederen betreft[6], moeten lidstaten die vrijwaringsmaatregelen toepassen over het algemeen handelscompensaties bieden aan de landen die negatieve gevolgen ondervinden van de vrijwaringsmaatregelen, na raadpleging vóór de toepassing of uitbreiding van een vrijwaringsmaatregel overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, mogen de getroffen exporterende leden uiterlijk 90 dagen na de toepassing van de maatregel individueel evenwichtsherstellende maatregelen nemen. Het recht om evenwichtsherstellende maatregelen te nemen ten aanzien van de lidstaat die de vrijwaringsmaatregel toepast, mag worden uitgeoefend a) drie jaar nadat de maatregel van kracht is geworden of b) zodra het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (DSB – Dispute Settlement Body) de maatregel onverenigbaar met de WTO‑regels heeft bevonden (de respijtperiode van drie jaar waarin artikel 8 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen voorziet, geldt niet wanneer de maatregel op een relatieve toename van de invoer is gebaseerd). Evenzo kunnen evenwichtsherstellende maatregelen worden genomen in het kader van de toepassing van vrijwaringsregels die in bilaterale of regionale vrijhandelsovereenkomsten zijn vastgesteld[7].

De bestaande wetgeving van de Unie die de multilaterale en bilaterale vrijwaringsmaatregelen ten uitvoer legt, regelt deze aspecten niet, noch voor artikel 8 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, noch voor de desbetreffende regels in de vrijhandelsovereenkomsten, maar stelt veeleer de procedures vast voor de toepassing van vrijwaringsmaatregelen door de Unie. Elke evenwichtsherstellende maatregel zou in principe aan de gewone wetgevingsprocedure onderworpen zijn, tenzij het onderhavige ene wetgevingskader erop van toepassing is.

d)           Bij wijzigingen van concessies door een WTO-lid overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) 1994, wanneer geen overeenstemming over een compenserende regeling is bereikt.

Bij wijziging van een concessie door een ander WTO-lid overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 is de partij bij de overeenkomst die zijn concessie wenst te wijzigen vrij dit te doen wanneer geen overeenstemming wordt bereikt met de leden die onderhandelingsrechten of rechten als plaatsvervanger bezitten. In dat geval kunnen deze leden[8] die een recht bezitten uiterlijk zes maanden nadat een dergelijke wijziging van de concessie heeft plaatsgevonden, evenwichtsherstellende maatregelen nemen. Dergelijke evenwichtsherstellende maatregelen houden in dat concessies die in wezen gelijkwaardig zijn aan de concessies waarover oorspronkelijk overeenstemming is bereikt met de overeenkomstsluitende partij die een concessie wijzigt of intrekt, na dertig dagen te rekenen van de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen de schriftelijke kennisgeving van de intrekking van de concessie ontvangen, worden ingetrokken. Tot nu toe heeft de Unie geen concessies ingetrokken op grond van artikel XXVIII van de GATT 1994. Indien de mogelijkheid zich zou voordoen, zou het handelsevenwicht na een wijziging van concessies door andere WTO-leden op grond van artikel XXVIII van de GATT binnen relatief korte termijnen worden hersteld (uiterlijk zes maanden nadat het lid zijn concessie heeft gewijzigd of ingetrokken). Doeltreffende besluitvormingsprocedures om evenwichtsherstellende maatregelen ten uitvoer te leggen zouden de Unie ten aanzien van haar partner in herconsolideringsonderhandelingen geloofwaardiger maken en kunnen de loop van de onderhandelingen over een compenserende regeling ten voordele van de Unie beïnvloeden.

De verordening laat de vaststelling van handelspolitieke maatregelen in het kader van andere procedures onverlet, bijvoorbeeld handelspolitieke maatregelen in de sector diensten en intellectuele-eigendomsrechten na een uitspraak in een multilaterale en regionale of bilaterale geschillenbeslechting.

Wanneer in de hierboven vermelde omstandigheden maatregelen moeten worden genomen om de EU-rechten te handhaven, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 291 van het VWEU en volgens de onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast (artikel 4 "Uitoefening van de rechten van de Unie"). Voor de uitvoeringshandelingen geldt de regel dat het niveau van de tegenmaatregelen het niveau van de tenietdoening of uitholling, waarmee over het algemeen de negatieve gevolgen voor de Unie van een in de desbetreffende overeenkomst vastgestelde maatregel van een derde land worden bedoeld (artikel 2 "Definities"), niet mag overtreffen. Wanneer de Commissie het toepassingsgebied van de vast te stellen uitvoeringshandeling bepaalt, moet zij eveneens rekening houden met diverse criteria, naast de belangen die uit de publieke raadplegingen naar voren zijn gekomen en de algemene belangen van de Unie, zoals doeltreffendheid van de maatregelen om derde landen te dwingen internationale handelsregels na te leven; het potentieel van de maatregelen om de situatie van de marktdeelnemers in de Unie die onder de maatregelen van derde landen te lijden hebben, te verlichten; de beschikbaarheid van alternatieve leveranciers voor de betrokken producten, om mogelijke negatieve gevolgen voor de verwerkende industrie of de eindgebruikers in de Unie te voorkomen of tot een minimum te beperken; elk specifiek criterium dat kan zijn vastgesteld in internationale handelsovereenkomsten in verband met de situaties waarin artikel 3 voorziet.

De soorten handelsmaatregelen die bij een uitvoeringshandeling kunnen worden vastgesteld, zijn maatregelen betreffende de invoer of uitvoer van goederen en maatregelen op het gebied van overheidsopdrachten.

Invoer- of uitvoermaatregelen omvatten de opschorting van tariefconcessies en de instelling van nieuwe of hogere douanerechten; de invoering of verhoging van kwantitatieve beperkingen van de invoer of de uitvoer, in de vorm van quota's, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen.

Overeenkomstig de WTO‑Overeenkomst inzake overheidsopdrachten mag een geschil dat bij de uitvoering van die overeenkomst ontstaat niet leiden tot opschorting van concessies of andere verplichtingen uit hoofde van andere WTO overeenkomsten waarop het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van toepassing is. Bijgevolg is het belangrijk dat in de voorgestelde verordening wordt voorzien in de mogelijke goedkeuring van handelspolitieke maatregelen inzake overheidsopdrachten, zodat de Unie haar legitieme rechten effectief kan handhaven. Gezien de specificiteit van overheidsopdrachten en met name het bestaan van een administratieve procedure die de toegang tot specifieke aanbestedingen reguleert en vaststelt, kan worden voorzien in maatregelen voor de aanbesteding van zowel goederen als diensten.

In dit opzicht betreft het soort handelspolitieke maatregelen dat kan worden vastgesteld de uitsluiting van overheidsopdrachten van inschrijvingen waarvan de totale waarde voor meer dan 50 % uit goederen of diensten van oorsprong uit het betrokken derde land bestaat; en/of de instelling van een verplichte prijstoeslag op het gedeelte van de inschrijving dat bestaat uit goederen of diensten van oorsprong uit het betrokken derde land (artikel 5 "Handelspolitieke maatregelen").

De onderzoeksprocedure moet worden gevolgd voor de vaststelling, opschorting, wijziging en beëindiging van de uitvoeringshandelingen waarbij de passende handelspolitieke maatregelen voor de handhaving van de rechten van de Unie worden vastgesteld (de artikelen 4 "Uitoefening van de rechten van de Unie" en 7 "Opschorting, wijziging en beëindiging van maatregelen"). Bij de vaststelling van uitvoeringshandelingen en teneinde de proliferatie van extra structuren te voorkomen, moet de Commissie worden bijgestaan door het bestaande, bij Verordening (EG) nr. 3286/94 ingestelde comité handelsbelemmeringen.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Geen.

De voorgestelde verordening stelt een regeling in om de rechten van de Unie te handhaven en de verantwoordelijkheid over alle instellingen te spreiden.

2012/0359 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van internationale handelsregels

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       De Unie heeft een aantal multilaterale, regionale en bilaterale internationale handelsovereenkomsten gesloten die tot wederzijds voordeel van de partijen rechten en verplichtingen creëren.

(2)       Het is van essentieel belang dat de Unie over passende instrumenten beschikt om haar rechten uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten effectief uit te oefenen teneinde haar economische belangen te vrijwaren. Dat geldt met name in situaties waar derde landen handelsbeperkende maatregelen vaststellen die de voordelen van internationale handelsovereenkomsten voor de marktdeelnemers in de Unie beperken. De Unie moet snel en flexibel kunnen reageren in de context van de procedures en termijnen van de internationale handelsovereenkomsten die zij heeft gesloten. Bijgevolg moet de Unie wetgeving goedkeuren waarbij een kader wordt gecreëerd voor de uitoefening van de rechten van de Unie in bepaalde specifieke situaties.

(3)       De WTO en andere ― ook regionale of bilaterale ― geschillenbeslechtingsregelingen hebben tot doel een positieve oplossing te vinden voor geschillen tussen de Unie en de andere partij of partijen bij die overeenkomsten. De Unie moet overeenkomstig die geschillenbeslechtingsregels niettemin concessies of andere verplichtingen opschorten wanneer andere middelen om een positieve oplossing te vinden voor een geschil hebben gefaald. In dergelijke gevallen draagt het optreden van de Unie bij tot het doel het betrokken derde land te dwingen de desbetreffende internationale handelsregels na te leven om de situatie van wederzijdse voordelen te herstellen.

(4)       Overeenkomstig de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen moet een WTO-lid dat een vrijwaringsmaatregel wil toepassen of uitbreiden ernaar streven een in wezen gelijkwaardig niveau van concessies en andere verplichtingen te handhaven tussen hemzelf en de exporterende leden voor wie een dergelijke vrijwaringsmaatregel negatieve gevolgen zou hebben. Vergelijkbare regels gelden in de context van andere ― ook regionale of bilaterale ― internationale handelsovereenkomsten die de Unie heeft gesloten. De Unie moet evenwichtsherstellende maatregelen nemen door concessies of andere verplichtingen op te schorten wanneer het betrokken derde land geen bevredigende aanpassingen ten uitvoer legt. In dergelijke gevallen zet het optreden van de Unie derde landen ertoe aan handelsbevorderende maatregelen in te voeren om de situatie van wederzijdse voordelen te herstellen.

(5)       Artikel XXVIII van de GATT 1994 en het ermee verband houdende memorandum regelen de wijziging of intrekking van in de tariefregelingen van WTO-leden vastgestelde concessies. WTO-leden die negatieve gevolgen ondervinden van een dergelijke wijziging hebben onder bepaalde voorwaarden het recht om in wezen gelijkwaardige concessies in te trekken. De Unie moet in dergelijke gevallen evenwichtherstellende maatregelen nemen, tenzij overeenstemming over een compenserende regeling wordt bereikt. De maatregelen van de Unie hebben tot doel derde landen te dwingen handelsbevorderende maatregelen ten uitvoer te leggen.

(6)       De Unie moet haar rechten op het gebied van overheidsopdrachten kunnen handhaven aangezien een geschil dat onder de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten ontstaat overeenkomstig die overeenkomst mag niet leiden tot de opschorting van concessies of andere verplichtingen in het kader van andere WTO‑overeenkomsten waarop het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van toepassing is.

(7)       Deze verordening moet zich concentreren op de maatregelen waarmee de Unie ervaring heeft wat de totstandbrenging en de toepassing ervan betreft; de mogelijk uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot de sectoren diensten en intellectuele-eigendomsrechten moet te zijner tijd worden geëvalueerd, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van elk gebied.

(8)       Bij de handhaving van de rechten van de Unie moet de oorsprong van een goed worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[9]; bij de handhaving van de rechten van de Unie na een geschillenbeslechting op het gebied van overheidsopdrachten moet de oorsprong van een dienst worden vastgesteld op basis van de oorsprong van de natuurlijke of rechtspersoon die de dienst verstrekt.

(9)       De Commissie moet de werking van deze verordening uiterlijk drie jaar na de eerste toepassing ervan evalueren teneinde die te beoordelen en indien nodig doeltreffender te maken.

(10)     Uitvoeringshandelingen krachtens deze verordening moeten worden vastgesteld op grond van specifieke in deze verordening vastgestelde geschiktheidscriteria.

(11)     Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van communautaire procedures op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Gemeenschap ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld (ook "verordening inzake handelsbelemmeringen" of "TBR (Trade barrier Regulation)" genoemd), moet worden gewijzigd om rekening te houden met de vaststelling van deze verordening wat de tenuitvoerlegging van handelspolitieke maatregelen betreft.

(12)     Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[10].

(13)     Om de belangen van de Unie te vrijwaren, moet de Commissie onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met de noodzaak om de handelspolitieke maatregelen aan het gedrag van de betrokken derde partij aan te passen, dwingende redenen van urgentie dat vereisen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

In deze verordening worden regels en procedures vastgesteld met het oog op een doeltreffende uitoefening van de rechten van de Unie om concessies of andere verplichtingen uit hoofde van internationale handelsovereenkomsten op te schorten of in te trekken, met als doel:

a)           te reageren op inbreuken door derde landen op internationale handelsregels die de belangen van de Unie schaden, teneinde een bevredigende oplossing te zoeken;

b)           het evenwicht van concessies of andere verplichtingen te herstellen in handelsbetrekkingen met derde landen, wanneer veranderingen optreden in de behandeling van de invoer van goederen uit de Unie.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)           "land": elke staat of elk afzonderlijk douanegebied;

b)           "concessies of andere verplichtingen": tariefconcessies of enige andere voordelen tot de toepassing waarvan de Unie de verbintenis is aangegaan in haar handel met derde landen in het kader van internationale handelsovereenkomsten waarbij zij partij is,

c)           "niveau van tenietdoening of uitholling": de mate waarin de belangen van de Unie in het kader van een internationale handelsovereenkomst worden geschaad. Tenzij anders aangegeven in de desbetreffende overeenkomst omvat dit elk schadelijk economisch gevolg van een maatregel van een derde land;

d)           "verplichte prijstoeslag": een verplichting voor aanbestedende autoriteiten of entiteiten die procedures op het gebied van overheidsopdrachten toepassen om behoudens bepaalde uitzonderingen de prijs te verhogen van diensten en/of goederen uit bepaalde derde landen waarvoor in aanbestedingsprocedures een offerte is ingediend.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.           Deze verordening is van toepassing:

a)      na de uitspraak in handelsgeschillen overeenkomstig het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van de WTO, wanneer aan de Unie toestemming is verleend om concessies of andere verplichtingen in het kader van multilaterale en plurilaterale overeenkomsten waarop het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van de WTO van toepassing is, op te schorten;

b)      na de uitspraak in handelsgeschillen in het kader van internationale handelsovereenkomsten, waaronder regionale of bilaterale overeenkomsten, wanneer de Unie het recht heeft om concessies of andere verplichtingen in het kader van dergelijke overeenkomsten op te schorten;

c)      om het evenwicht van concessies of andere verplichtingen te herstellen, een maatregel waartoe de toepassing van een vrijwaringsmaatregel door een derde land het recht kan verlenen overeenkomstig artikel 8 van de WTO‑Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen of overeenkomstig de bepalingen inzake vrijwaring die zijn opgenomen in andere internationale handelsovereenkomsten, waaronder regionale of bilaterale overeenkomsten;

d)      bij wijzigingen van concessies door een WTO‑lid overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994, wanneer geen overeenstemming over een compenserende regeling is bereikt.

2.           Deze verordening laat de goedkeuring van handelspolitieke maatregelen in het kader van andere toepasselijke procedures onverlet wanneer de maatregelen waarin in artikel 5 wordt voorzien niet beschikbaar zijn of een ongeschikte of ondoeltreffende reactie op de in lid 1 bedoelde situaties zouden zijn.

Artikel 4

Uitoefening van de rechten van de Unie

1.           Wanneer maatregelen nodig zijn om de belangen van de Unie in de in artikel 3, lid 1, genoemde gevallen te vrijwaren, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarbij de passende handelspolitieke maatregelen worden genomen. Een dergelijke uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.           Overeenkomstig lid 1 vastgestelde uitvoeringshandelingen voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)      Wanneer na de uitspraak in een handelsgeschil overeenkomstig het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van de WTO concessies of andere verplichtingen worden opgeschort, is hun niveau niet hoger dan het door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO toegestane niveau.

b)      Wanneer concessies of andere verplichtingen na afloop van een internationale geschillenbeslechtingsprocedure in het kader van een bilaterale of regionale overeenkomst worden opgeschort, mag hun niveau niet hoger zijn dan het niveau van tenietdoening of uitholling van de desbetreffende maatregel van het derde land zoals door de Commissie of door arbitrage, al naar het geval, is vastgesteld.

c)      In het geval van evenwichtherstellende maatregelen ten aanzien van concessies of andere verplichtingen overeenkomstig vrijwaringsbepalingen in internationale handelsovereenkomsten is het optreden van de Unie in wezen gelijkwaardig aan het niveau van de concessies of andere verplichtingen die negatief worden beïnvloed door de vrijwaringsmaatregel, overeenkomstig de voorwaarden van de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen of de vrijwaringsbepalingen in regionale of bilaterale handelsovereenkomsten uit hoofde waarvan de vrijwaringsmaatregel wordt toegepast.

d)      Concessies die worden ingetrokken in de handel met een derde land in verband met artikel XXVIII van de GATT 1994 en het gerelateerde memorandum zijn in wezen gelijkwaardig aan de door dat derde land gewijzigde of ingetrokken concessies, overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 en het gerelateerde memorandum.

3.           Handelspolitieke maatregelen overeenkomstig lid 1 worden genomen op grond van de volgende criteria, in het licht van de beschikbare informatie en van het algemene belang van de Unie:

a)      doeltreffendheid van de maatregelen om derde landen ertoe te dwingen internationale handelsregels na te leven;

b)      het potentieel van de maatregelen om de situatie van de marktdeelnemers in de Unie die onder de maatregelen van derde landen te lijden hebben, te verlichten;

c)      de beschikbaarheid van alternatieve leveranciers voor de betrokken producten, om mogelijke negatieve gevolgen voor de verwerkende industrie of de eindgebruikers in de Unie te voorkomen of tot een minimum te beperken;

d)      elk specifiek criterium dat kan zijn vastgesteld in internationale handelsovereenkomsten in verband met de situaties waarin artikel 3 voorziet.

Artikel 5

Handelspolitieke maatregelen

Onverminderd de internationale overeenkomsten waarbij de Unie partij is, bestaan de handelspolitieke maatregelen die door middel van een uitvoeringshandeling op grond van artikel 4, lid 1, kunnen worden vastgesteld in:

a)           de opschorting van tariefconcessies en de instelling van nieuwe of hogere douanerechten, met inbegrip van de wederinstelling van douanerechten op het meestbegunstigingsniveau of de instelling van douanerechten boven het meestbegunstigingsniveau, of de instelling van enige andere extra heffing op de invoer of uitvoer van goederen;

b)           de instelling of verhoging van kwantitatieve beperkingen op de invoer of uitvoer van goederen, in de vorm van quota's, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen;

c)           de opschorting van concessies op het gebied van overheidsopdrachten door:

i)       de uitsluiting van overheidsopdrachten van inschrijvingen waarvan de totale waarde voor meer dan 50 % uit goederen of diensten van oorsprong uit het betrokken derde land bestaat; en/of

ii)       de instelling van een verplichte prijstoeslag op het gedeelte van de inschrijving dat bestaat uit goederen of diensten van oorsprong uit het betrokken derde land.

Artikel 6

Oorsprongsregels

1.           De oorsprong van een goed wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[11].

2.           De oorsprong van een dienst wordt vastgesteld op basis van de oorsprong van de natuurlijke of rechtspersoon die de dienst verleent. De oorsprong van de dienstverlener wordt geacht te zijn:

a)      in het geval van een natuurlijke persoon, het land waarvan de persoon onderdaan is of waar hij een permanent verblijfsrecht heeft;

b)      in het geval van een rechtspersoon is een van de volgende situaties van toepassing:

i)        indien de dienst wordt verricht op een andere wijze dan door een commerciële aanwezigheid in de Unie, het land waar de rechtspersoon is opgericht of anderszins georganiseerd naar het recht van dat land en op het grondgebied waarvan hij zelfstandige zakelijke activiteiten verricht;

ii)       indien de dienst wordt verricht door een commerciële aanwezigheid in de Unie, de lidstaat waar de rechtspersoon is gevestigd en op het grondgebied waarvan hij zijn zelfstandige zakelijke activiteiten zodanig verricht dat hij een rechtstreekse en daadwerkelijke band heeft met de economie van een betrokken lidstaat.

Voor de toepassing van punt ii), indien de rechtspersoon zijn zelfstandige zakelijke activiteiten niet zodanig verricht dat hij een rechtstreekse en daadwerkelijke band heeft met de economie van een betrokken lidstaat, de oorsprong van de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over de rechtspersoon die de dienst verricht.

De rechtspersoon die de dienst verleent wordt geacht de "eigendom" te zijn van personen van een bepaald land indien meer dan 50 % van het aandelenkapitaal in eigendom is van personen van dat land, en onder "zeggenschap" te staan van personen van een bepaald land indien deze personen bevoegd zijn een meerderheid van de bestuurders te benoemen of anderszins de handelingen van de rechtspersoon rechtens te sturen.

Artikel 7

Opschorting, wijziging en beëindiging van maatregelen

1.           Wanneer het betrokken derde land, na de vaststelling van een uitvoeringshandeling op grond van artikel 4, lid 1, de Unie bevredigende compensatie toekent in de in artikel 3, lid 1, onder a) en b), genoemde gevallen, kan de Commissie de toepassing van die uitvoeringshandeling voor de duur van de compensatieperiode opschorten. De opschorting wordt overeenkomstig de in artikel 8, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           De Commissie beëindigt een krachtens artikel 4, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandeling in de volgende omstandigheden:

a)      wanneer het derde land waarvan de maatregelen in een geschillenbeslechtingsprocedure strijdig met internationale handelsregels worden bevonden, zijn maatregelen met de regels in overeenstemming brengt, of wanneer op enige andere wijze een voor alle partijen bevredigende oplossing is gevonden;

b)      in gevallen van evenwichtherstellende maatregelen ten aanzien van concessies of andere verplichtingen na de vaststelling door een derde land van een vrijwaringsmaatregel, wanneer de vrijwaringsmaatregel wordt ingetrokken of vervalt, of wanneer het betrokken derde land de Unie na de vaststelling van een uitvoeringshandeling krachtens artikel 4, lid 1, bevredigende compensatie biedt;

c)      bij wijzigingen van concessies door een WTO-lid overeenkomstig artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994, wanneer het betrokken derde land de Unie na de vaststelling van een uitvoeringshandeling krachtens artikel 4, lid 1, bevredigende compensatie biedt.

De beëindiging wordt overeenkomstig de in artikel 8, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.           Wanneer aanpassingen nodig zijn in handelspolitieke maatregelen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, kan de Commissie, rekening houdend met de voorwaarden en criteria van artikel 4, leden 2 en 3, passende wijzigingen vaststellen overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 2.

4.           In geval van naar behoren gemotiveerde redenen van urgentie die verband houden met de beëindiging of de wijziging van de desbetreffende maatregel van het derde land stelt de Commissie onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vast tot opschorting, wijziging of beëindiging van krachtens artikel 4, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen, zoals bepaald in dit artikel, overeenkomstig de in artikel 8, lid 3, bedoelde procedure.

Artikel 8

Comitéprocedure

1.           De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad ingestelde comité. Dat comité is een comité in de zin van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 in samenhang met artikel 5 daarvan van toepassing.

Artikel 9

Verzamelen van informatie

1.           De Commissie wint informatie en standpunten in over de economische belangen van de Unie in specifieke producten of sectoren, in toepassing van deze verordening, door een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie of andere geschikte openbare communicatiemiddelen.

2.           De op grond van deze verordening ontvangen inlichtingen worden slechts gebruikt voor het doel waarvoor zij werden gevraagd.

3.           De Commissie, de Raad, het Europees Parlement, de lidstaten, alsmede hun functionarissen mogen de gegevens van vertrouwelijke aard die zij op grond van deze verordening hebben ontvangen, niet bekendmaken zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die ze heeft verstrekt.

4.           De informatieverstrekker kan vragen dat de verstrekte informatie vertrouwelijk wordt behandeld. In dat geval gaat die informatie vergezeld van een niet‑vertrouwelijke samenvatting of een verklaring van de redenen waarom de informatie niet kan worden samengevat.

5.           Indien blijkt dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gerechtvaardigd is, en degene die de gegevens heeft verstrekt deze niet openbaar wil maken, noch machtiging wil geven tot bekendmaking ervan in algemene bewoordingen of in de vorm van een samenvatting, kunnen de betrokken gegevens buiten beschouwing worden gelaten.

6.           De leden 2 tot en met 5 sluiten niet uit dat algemene informatie kan worden bekendgemaakt door de autoriteiten van de Unie. Bij deze bekendmaking moet rekening worden gehouden met het rechtmatige belang van de betrokken partijen bij een vertrouwelijke behandeling van hun zakengeheimen.

Artikel 10

Evaluatie

Uiterlijk drie jaar na de eerste goedkeuring van een uitvoeringshandeling krachtens deze verordening evalueert de Commissie de uitvoering ervan en brengt zij verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 11

Wijzigingen in andere handelingen

Artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad [de verordening inzake handelsbelemmeringen] wordt vervangen door:

"Wanneer de Unie, na in overeenstemming met artikel 12, lid 2, te hebben gehandeld, een besluit moet nemen over de op grond van artikel 11, lid 2, onder c), of artikel 12 te nemen handelspolitieke maatregelen, dan neemt zij in overeenstemming met artikel 207 van het Verdrag en in voorkomend geval met Verordening nr. XX/XX of alle andere toepasselijke procedures onverwijld een besluit."

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de […] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

[1]               Zie COM (2010) 612 definitief van 9.11.2010, punt 4.

[2]               Zie de conclusies van de Raad over het handelsbeleid van de EU van 21.12.2010, punt 8.

[3]               De EU heeft in het verleden elk geval afzonderlijk behandeld (verordening van de Raad op voorstel van de Commissie op grond van oud artikel 133).

[4]               Zie in dit verband Verordening (EEG) n. 1461/93 van de Raad betreffende het openstellen van overheidsopdrachten voor inschrijvers uit de Verenigde Staten van Amerika en Verordening (EG) nr. 1836/95 van de Raad tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1461/93 betreffende het openstellen van overheidsopdrachten voor inschrijvers uit de Verenigde Staten van Amerika.

[5]               In specifieke omstandigheden wordt aan het lid dat de klacht heeft ingediend bij artikel 4.10 van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen toestemming verleend om "de nodige tegenmaatregelen" te nemen.

[6]               De WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en de vrijwaringsregels in het kader van vrijhandelsovereenkomsten betreffen uitsluitend de handel in goederen. WTO-leden moeten nog overeenstemming bereiken over urgentie-vrijwaringsmaatregelen voor diensten waarvoor bij artikel X van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATS) een mandaat voor multilaterale onderhandelingen is verleend.

[7]               Bijvoorbeeld artikel 3.4 van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea: « 1. Een partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, treedt in overleg met de andere partij, teneinde overeenstemming te bereiken over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel die de vorm heeft van concessies met in wezen gelijkwaardige gevolgen voor de handel of die gelijkwaardig is aan de bijkomende rechten die de vrijwaringsmaatregel naar verwachting met zich zal brengen. De partij biedt uiterlijk 30 dagen na de toepassing van de bilaterale vrijwaringsmaatregel gelegenheid voor dergelijk overleg. 2. Indien het overleg als bedoeld in lid 1 niet binnen 30 dagen na aanvang ervan leidt tot overeenstemming over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel, mag de partij wiens goederen voorwerp van de vrijwaringsmaatregel zijn, de toepassing opschorten van in wezen gelijkwaardige concessies aan de partij die de vrijwaringsmaatregel toepast. 3. Het in lid 2 bedoelde opschortingsrecht wordt niet uitgeoefend in de eerste 24 maanden waarin een bilaterale vrijwaringsmaatregel van kracht is, mits de vrijwaringsmaatregel in overeenstemming is met deze overeenkomst."

[8]               Op voorwaarde dat zij een "oorspronkelijk onderhandelingsrecht", een "belang als voornaamste leverancier" of een "aanmerkelijk belang" hebben.

[9]               PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

[10]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[11]             PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

Top