Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012PC0356

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij Hongarije wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (Slechts de tekst in de Hongaarse taal is authentiek)

/* COM/2012/0356 final - 2012/0173 (NLE) */

52012PC0356

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij Hongarije wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (Slechts de tekst in de Hongaarse taal is authentiek) /* COM/2012/0356 final - 2012/0173 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Overeenkomstig artikel 395 van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde[1] (hierna "de btw-richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 3 februari 2012, heeft Hongarije verzocht om voor een periode van twee jaar een maatregel te mogen toepassen die afwijkt van artikel 193 van de btw-richtlijn, teneinde bij leveringen van tarwe en mengkoren, rogge, gerst, haver, maïs, triticale, sojabonen, raap- of koolzaad en zonnebloempitten de belastingplichtige afnemer in plaats van de leverancier te kunnen aanwijzen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon (verleggingsregeling).

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 26 april 2012 van het verzoek van Hongarije in kennis gesteld. Bij brief van 2 mei 2012 heeft de Commissie Hongarije meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

Hongarije heeft verklaard dat het geconfronteerd werd met verschillende vormen van belastingontduiking, die er in essentie in bestaat dat bedrijven een factuur afgeven voor de leveringen die zij verrichten, maar vervolgens verdwijnen zonder de btw te voldoen, terwijl de belastingplichtige afnemer over een geldige factuur beschikt om de voorbelasting in aftrek te kunnen brengen. Er zijn ontduikingsconstructies vastgesteld op nationaal niveau en in de intracommunautaire handel.

Op basis van de door Hongarije verstrekte informatie zou circa 20 % van alle afgetrokken of teruggevraagde btw in verband met de hierboven genoemde landbouwproducten frauduleus zijn, wat – berekend tegen de prijzen van 2010 – neerkomt op een verlies van naar schatting 13,5 miljard HUF aan btw-inkomsten voor de schatkist.

Om hiertegen op te treden, wil Hongarije een verleggingsregeling toepassen en aldus een eind maken aan de mogelijke fraude, in die zin dat de potentiële ploffer, nu hij geen btw in rekening meer kan brengen, ook niet langer de btw kan achterhouden die hij van zijn afnemer heeft ontvangen. In plaats daarvan geeft de belastingplichtige ontvanger, voor zover hij een belastingplichtige met een volledig recht op aftrek is, de btw aan en brengt hij deze ook weer in aftrek op dezelfde btw-aangifte. Dit zou ervoor zorgen dat verdere grote inkomstenverliezen onmiddellijk een halt worden toegeroepen.

Tegelijkertijd moet Hongarije voorzien in passende controlemaatregelen en rapportageverplichtingen voor de belastingplichtigen die betrokken zijn bij de levering van landbouwproducten waarop de derogatie van toepassing is, teneinde te garanderen dat de maatregel goed functioneert en te voorkomen dat de ontduiking zich verplaatst naar andere productiestadia (bv. de verwerking van de grondstoffen), landbouwproducten of sectoren. De Commissie moet in kennis worden gesteld van deze maatregelen.

Hongarije zal tijdens de tweejarige looptijd van de maatregel de mogelijkheid hebben om klassieke, met de btw-richtlijn verenigbare controlemaatregelen van meer permanente aard te nemen, zodat het deze fraudepraktijk ook na afloop van de machtiging zal kunnen bestrijden. Hongarije heeft toegezegd geen verlenging van de maatregel te zullen vragen.

De goederen waarop de derogatiemaatregel ziet, moeten zo nauwkeurig worden omschreven om rechtsonzekerheid te vermijden; daarom moet gebruik worden gemaakt van de gecombineerde nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad. De maatregel zal uitsluitend van toepassing zijn op onbewerkte producten die in principe niet geschikt zijn, in de staat waarin zij zich bevinden, voor eindverbruik.

2.           RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

Het besluit strekt ertoe btw-ontduiking op de landbouwmarkt in Hongarije te bestrijden en heeft aldus een potentieel positief effect.

Gelet op de beperkte werkingssfeer en toepassingduur van de derogatie zal het effect in ieder geval beperkt zijn.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Bij dit besluit wordt Hongarije gemachtigd om een maatregel toe te passen die afwijkt van de btw-richtlijn waarbij de aansprakelijkheid voor de btw ten aanzien van bepaalde leveringen van landbouwproducten wordt verlegd van de leverancier naar de belastingplichtige afnemer.

Dit besluit is gebaseerd op artikel 395 van de btw-richtlijn.

Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Dit besluit betreft een machtiging die wordt verleend aan een lidstaat op diens eigen verzoek, en houdt geen enkele verplichting in.

Gelet op de strikte beperking in tijd en werkingssfeer lijkt de bijzondere maatregel in verhouding te staan tot het beoogde doel.

Overeenkomstig artikel 395 van de btw-richtlijn kan slechts van de normale btw-regels worden afgeweken indien de Raad een lidstaat daartoe op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen machtigt. Een besluit van de Raad is het enige geschikte instrument, aangezien het tot een individuele lidstaat kan worden gericht.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.

5.           AANVULLENDE INFORMATIE

Het voorstel bevat een vervalbepaling.

2012/0173 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

waarbij Hongarije wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

(Slechts de tekst in de Hongaarse taal is authentiek)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde[2], en met name artikel 395, lid 1,

Gezien voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 3 februari 2012, heeft Hongarije verzocht om machtiging tot afwijking, voor een periode van twee jaar, van de bepalingen van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de tot voldoening van de btw gehouden persoon. In die brief heeft Hongarije verklaard geen verlenging van deze machtiging te zullen vragen.

(2)       Bij brief van 26 april 2012 heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/12/EG de overige lidstaten van het verzoek van Hongarije in kennis gesteld. Bij brief van 2 mei 2012 heeft de Commissie Hongarije meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

(3)       De tot voldoening van de btw gehouden persoon is in de regel de belastingplichtige die de goederen levert, in overeenstemming met artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG. De door Hongarije gevraagde derogatie strekt ertoe deze verplichting, gedurende een beperkte periode, te verleggen naar de belastingplichtige die leveringen ontvangt van bepaalde onbewerkte landbouwproducten in de sector van de graangewassen en van de oliehoudende zaden.

(4)       Hongarije heeft geconstateerd dat een aantal bedrijven in die sectoren zich schuldig maakt aan diverse vormen van belastingontduiking, zowel in de binnenlandse als in de intracommunautaire handel, door de door hen in rekening gebrachte btw niet af te dragen aan de schatkist. Hun afnemers behouden evenwel hun recht op aftrek, voor zover zij belastingplichtigen met een volledig recht op aftrek zijn.

(5)       De aanwijzing van de belastingplichtige afnemer van de geleverde goederen als de tot voldoening van de btw gehouden persoon in plaats van de leverancier is een tijdelijke noodmaatregel die een einde zou maken aan de mogelijkheid om op deze manier belasting te ontduiken. De toepassing van die maatregel gedurende twee jaar moet Hongarije voldoende tijd geven om in de landbouwsector definitieve en met Richtlijn 2006/112/EG verenigbare maatregelen vast te stellen waarmee deze fraudepraktijk kan worden voorkomen en bestreden.

(6)       Teneinde te voorkomen dat de belastingontduiking zich verplaatst naar het stadium waarin de producten worden verwerkt, of naar andere producten of sectoren, is het evenwel dienstig dat Hongarije tegelijkertijd passende controlemaatregelen en rapportageverplichtingen invoert en de Commissie daarvan in kennis stelt.

(7)       Opdat deze bijzondere maatregel uitsluitend van toepassing zou zijn op een aantal welomschreven landbouwproducten en de rechtszekerheid niet in het gedrang zou komen, moet de gecombineerde nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief[3], worden gebruikt om de producten waarop de bijzondere maatregel ziet, te omschrijven.

(8)       De maatregel staat in verhouding tot de beoogde doelstellingen omdat hij beperkt is in de tijd en geen algemene strekking heeft maar slechts geldt voor een aantal nauwkeurig omschreven producten die, in de staat waarin zij zich bevinden, normaal niet bestemd zijn voor eindverbruik en ten aanzien waarvan er aanzienlijke btw-inkomsten verloren zijn gegaan als gevolg van belastingontduiking.

(9)       De bijzondere maatregel heeft geen invloed op het totale bedrag van de door Hongarije in het stadium van het eindverbruik geïnde btw en heeft derhalve geen negatieve gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG wordt Hongarije gemachtigd de belastingplichtige afnemer van de volgende goederen zoals vermeld in de gecombineerde nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87, aan te wijzen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon:

GN-code || Product

1001 || Tarwe en mengkoren

1002 || Rogge

1003 || Gerst

1004 || Haver

1005 || Maïs

1008 60 00 || Triticale

1201 || Sojabonen, ook indien gebroken

1205 || Kool- en raapzaad, ook indien gebroken

1206 00 || Zonnebloempitten, ook indien gebroken

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde machtiging is afhankelijk van de invoering van passende en doeltreffende controlemaatregelen en rapportageverplichtingen door Hongarije met betrekking tot de belastingplichtigen die goederen leveren waarop dit besluit van toepassing is.

Hongarije stelt de Commissie in kennis van de invoering van de in de eerste alinea bedoelde maatregelen en verplichtingen.

Artikel 3

Dit besluit is van toepassing voor een periode van twee jaar vanaf de kennisgeving ervan.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot Hongarije.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

[1]               PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

[2]               PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

[3]               PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

Top