This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0727
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS Moving Youth into Employment
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Jongeren aan het werk helpen
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Jongeren aan het werk helpen
/* COM/2012/0727 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Jongeren aan het werk helpen /* COM/2012/0727 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET
COMITÉ VAN DE REGIO'S Jongeren aan het werk helpen I. Inleiding De crisis die Europa sinds 2008
doormaakt, heeft bijzonder ernstige en toenemende gevolgen voor jongeren: het jeugdwerkloosheidspercentage
bedroeg 22,7 % in het derde kwartaal van 2012, tweemaal zo hoog als het
percentage voor volwassenen[1],
en er is geen verbetering in zicht. Afgezien van de onmiddellijke gevolgen van
de crisis zijn er structurele problemen in de onderwijsstelsels en de arbeidsmarkt
die de overgang van school naar werk lang en moeilijk maken. Jongeren verkeren
al te lang in een situatie die moeilijker is dan die van volwassenen. Werkloos worden op jonge leeftijd kan een langdurig negatief effect,
een "brandmerkeffect" hebben. Afgezien van een
hoger risico van toekomstige werkloosheid vertonen deze jongeren ook hogere risico's
van uitsluiting, armoede en gezondheidsproblemen[2].
Er is dringend behoefte aan effectieve oplossingen. De Commissie heeft een jaar
geleden het initiatief "Kansen voor jongeren"[3] (Youth Opportunities
Initiative, YOI) goedgekeurd, om de EU en de lidstaten aan te sporen om actie
te ondernemen teneinde de werkgelegenheidssituatie van jongeren te verbeteren.
De structuurfondsen van de EU zijn gemobiliseerd om jongeren meer steun te
bieden en er zijn middelen gereserveerd voor beleidsmaatregelen en investeringsprojecten.
Zowel de Europese Raad[4]
als het Europees Parlement[5]
heeft intussen opnieuw benadrukt hoe belangrijk en urgent het aanpakken van de
jeugdwerkloosheid is, met bijzondere nadruk op het potentieel voor initiatieven
inzake jongerengaranties en op een kwaliteitskader voor stages. Daarnaast heeft
de Commissie onlangs het "Een andere kijk op onderwijs"-pakket
("Rethinking Education") goedgekeurd[6]. Deze mededeling en het
bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie[7] geven een overzicht van de op
EU- en nationaal niveau ondernomen actie voor de tenuitvoerlegging van het YOI
(onder andere door 28 "country fact sheets"). De mededeling zet
verder enkele door de Commissie voorgestelde concrete initiatieven uiteen die
de lidstaten en de sociale partners zouden kunnen nemen om de verschillende
kortetermijn- en structurele problemen achter de jeugdwerkgelegenheidscrisis
aan te pakken. Jongeren worden op hun weg van
onderwijs naar werk met talrijke problemen geconfronteerd. In veel landen maken
ineffectieve regulering van de arbeidsmarkt of slecht functionerende instellingen
het moeilijker voor jongeren om een vaste baan te vinden. In te veel gevallen
krijgen zij geen hulp als zij hun schoolopleiding afbreken of geen werk kunnen
vinden. Het blijkt dat jongeren betere kansen op de arbeidsmarkt hebben in
landen waar een hoger percentage scholieren stages of werkervaringsstages van
goede kwaliteit volgt als onderdeel van hun initiële onderwijs en opleiding, en
ook in landen met goed ontwikkelde leerlingstelsels[8]. Geografische mobiliteit kan
ook helpen lokale onevenwichtigheden tussen het aanbod van en de vraag naar jonge
werknemers op te lossen. Tabel 1 geeft een vereenvoudigd
overzicht van de typen maatregelen die deze problemen kunnen helpen aanpakken. De
door de Commissie gepresenteerde initiatieven worden nader uitgewerkt in de
volgende hoofdstukken. Tabel 1: Problemen in verband met werkgelegenheid voor
jongeren waarop dit pakket betrekking heeft en mogelijke actie op EU-niveau Probleem || Mogelijke Oplossing || Instrumenten/acties op EU-niveau Jongeren ondervinden problemen bij het vaste voet verkrijgen op de arbeidsmarkt || Maatregelen nemen om de integratie van jongeren in de arbeidsmarkt te ondersteunen, zoals het vergemakkelijken van de overgang van school naar werk, het hervormen van de regulering/de instellingen van de arbeidsmarkt om die werkgelegenheidsvriendelijker te maken en om de segmentering van de arbeidsmarkt aan te pakken || Relevante landspecifieke aanbevelingen goedkeuren en uitvoeren in de context van het Europese Semester (hoofdstuk III en bijlage II van het werkdocument). Jongeren, met name uit kwetsbare en kansarme groepen, die voortijdig de school verlaten of hun baan verliezen; toenemende langdurige werkloosheid en inactiviteit || Jongerengarantieregelingen invoeren; effectief gebruik van ESF-financiering voor de uitvoering daarvan || Jongerengarantieregelingen ondersteunen (o.a. door uitwisseling van beste praktijken, ESF-financiering) à De Commissie stelt een aanbeveling van de Raad tot invoering van een jongerengarantie voor (hoofdstuk IV) Moeizame overgangen van school naar werk || Het aanbod van stages en leerlingplaatsen van goede kwaliteit verhogen || Concrete stappen nemen ter bevordering van stages en leerlingplaatsen van goede kwaliteit: à De Commissie start de tweede fase van de raadpleging van de sociale partners betreffende een kwaliteitskader voor stages (hoofdstuk V.1.) à De Commissie zal een Europese Alliantie voor leerlingstelsels oprichten (hoofdstuk V.2.) Aanzienlijke aantallen vacatures bij gelijktijdige hoge werkloosheidscijfers, toenemende onevenwichtigheid (geografisch en qua vaardigheden) tussen vraag en aanbod || Belemmeringen van mobiliteit wegnemen om ondernemingen in staat te stellen werknemers, leerlingen en stagiaires aan te werven in andere EU-landen || EU-financieringsinstrumenten met betrekking tot mobiliteit versterken à De Commissie zal in de eerste helft van 2013 een raadpleging van de belanghebbenden starten over een toekomstig programma voor "Eures-banen voor jongeren" (hoofdstuk V.3.) II. Verslechterende werkgelegenheidsperspectieven voor
jongeren Het jeugdwerkloosheidscijfer[9] is meer dan tweemaal zo
hoog als dat voor volwassenen (22,7 % tegen 9,2 %
in het derde kwartaal van 2012) en is dramatisch gestegen in de afgelopen vier
jaar. Een vergelijkbare opwaartse trend kan worden geconstateerd
wat de werkloosheidsratio betreft[10].
Jongeren zijn gewoonlijke degenen die het laatst in dienst
zijn genomen en het eerst ontslagen worden. De langdurige werkloosheid[11] is veel hoger bij jongeren en is
in de loop van de crisis snel toegenomen: dat cijfer steeg met 3,7 procentpunten
(tot 7,3 % van het arbeidspotentieel) tussen 2008 en 2012, vergeleken met een
stijging van 1,8 punten voor volwassenen (tot 4,3 %). De totale
arbeidsparticipatie[12]
van jongeren daalde met bijna vijf procentpunten in de afgelopen vier jaar (van
37,3 % tot 32,8 %) — driemaal zoveel als voor volwassenen. De kansen voor een jonge werkloze
om een baan te vinden zijn gering. Slechts 29,7 %
van de personen in de leeftijdsgroep van 15-24 jaar die in 2010 werkloos waren,
vond een baan in 2011, een daling van bijna 10% in drie jaar[13]. Wanneer jongeren wel werk
vinden, zijn dat meestal onzekere banen. Jongeren zijn
sterk oververtegenwoordigd onder werknemers met tijdelijk en deeltijdwerk[14]: in 2012 had 42,0 % van
de jonge werknemers een tijdelijke arbeidsovereenkomst (viermaal zo veel als volwassenen)
en 32,0 % werkte in deeltijd (bijna tweemaal zo veel als het percentage
volwassenen)[15]. Jonge vrouwen maken relatief nog vaker een onzekere start, en verkeren
met name vaak in een in dubbel opzicht onzekere positie omdat zij tijdelijk en
deeltijdwerk combineren[16].
Tijdelijke banen kunnen een opstap naar vast werk vormen,
maar dergelijke hoge percentages zijn zorgwekkend in economisch en sociaal opzicht
en wijzen op disfunctionele arbeidsmarkten. De overgang van tijdelijk naar vast
werk is vooral een probleem in landen met strikte arbeidsbescherming en sterke
segmentering van de arbeidsmarkt[17]. Voortijdige schoolverlaters
vormen een groep met een verhoogd risico: 54,2 % van
de jongeren in de EU die hun school of beroepsopleiding niet afmaken, is
werkloos, hoewel 70 % van die groep wel wil werken. Voortijdige
schoolverlating komt relatief vaker voor onder allochtonen en mannen. Uit recente
trends blijkt dat de kloof voor beide groepen breder wordt, wat hun
vooruitzichten op de arbeidsmarkt negatief zal beïnvloeden. Ontmoediging en berusting
onder jongeren is een voorwerp van groeiende zorg: 12,4 %
van niet-actieve jongeren wilde werken maar zocht niet (meer) naar werk in het
tweede kwartaal van 2012[18].
Bovendien stijgt het percentage jongeren die niet werken en ook geen onderwijs of
opleiding volgen (de zogenaamde NEET's: Neither in Employment nor in Education
or Training). In 2011 waren 12,9 % van de jongeren NEET's, 2 procentpunten
meer dan vier jaar eerder[19]. Er zijn grote
onevenwichtigheden tussen de vraag naar en het aanbod van vaardigheden op de Europese
arbeidsmarkten. Veel jonge werknemers zijn
overgekwalificeerd voor de banen die zij kunnen krijgen (onderbenutting), maar tegelijkertijd
zijn hun vaardigheden vaker niet die waar vraag naar is (lagere "matching
rate"), vergeleken met oudere werknemers[20].
Hoewel laaggeschoolden nog steeds het hoogste risico van
werkloosheid lopen[21], hebben hoger geschoolde jongeren het meeste terrein verloren wat werkgelegenheid
betreft (9,5 procentpunten, bijna tweemaal zoveel als laaggeschoolden). Zelfs
hooggeschoolde jongeren worden nu steeds meer door langdurige werkloosheid
getroffen. Het feit dat de vaardigheden van jongeren niet aansluiten op de
behoeften van de arbeidsmarkt is een toenemend probleem voor het
concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven en voor het vermogen van de
EU om op maatschappelijke uitdagingen te reageren[22]. Ondanks de crisis zijn er
meer dan twee miljoen niet vervulde vacatures in de EU,
vaak omdat er op de lokale arbeidsmarkt geen werknemers met de vereiste
vaardigheden te vinden zijn. Daar komt nog bij dat in de komende jaren sectoren
met een belangrijk banenpotentieel, zoals de groene economie, gezondheidszorg
en ICT, aanzienlijke aantallen gekwalificeerde werknemers nodig zullen hebben.
Een voorlopige analyse van de migratiestromen voor 2011 bevestigt dat de
mobiliteit vanuit Zuid-Europese landen richting noorden toeneemt, hoewel die
stromen nog beperkt van omvang zijn. Gebrek aan betaalbare huisvesting of aan
ervaring met werken in het buitenland, onvoldoende talenkennis, geringe
bekendheid met de wetgeving en met de rechten van werknemers in andere landen, en
problemen met de erkenning van kwalificaties zijn alle factoren die de mobiliteit
belemmeren. Hoewel de kansen van jongeren
om een baan te vinden over het algemeen weinig gunstig zijn in de EU, zijn er aanzienlijke
verschillen tussen de lidstaten wat de ernst van dit probleem betreft. De
werkloosheidscijfers[23]
in de landen die het slechtst presteren, zijn meer dan vijfmaal zo hoog als in
de landen die het het beste doen. In het afgelopen jaar is het
jeugdwerkloosheidscijfer in veel landen gestegen tot meer dan 30 %, en in
Griekenland en Spanje tot meer dan 50 %. In slechts vier landen lag de
jeugdwerkloosheid onder de 15 %. III. Het initiatief "Kansen voor jongeren" na het
eerste jaar Terwijl op EU-niveau aan acties gewerkt
wordt… De uitvoering van de 18 in het
kader van het YOI geplande acties op EU-niveau vordert goed[24]. De Commissie stelt technische
bijstand van het Europees Sociaal Fonds beschikbaar om leerlingstelsels,
grensoverschrijdende leermobiliteit en op jongeren gerichte sociale-innovatieprojecten
op te zetten. Zij creëert ook meer mogelijkheden voor vrijwilligerswerk en financiert
grensoverschrijdende stages en uitwisselingen van ondernemers. Zij ondersteunt
arbeidsmarktmobiliteit, met name door initiatieven als "Je eerste Eures-baan",
en analyseert de overal in Europa genomen maatregelen om jeugdwerkloosheid te
bestrijden en onderwijs en opleiding te verbeteren. Figuur 1:
Jeugdwerkloosheidscijfers (15-24 jaar) en wijzigingen van jaar tot jaar, september
2012 …nemen ook de lidstaten maatregelen … Veel lidstaten hebben actie ondernomen om werkgelegenheid voor jongeren
te stimuleren, jeugdwerkgelegenheidsplannen te ontwikkelen, en onderwijs- en opleidingsprogramma's
een nieuwe impuls te geven, ook als reactie op bezoeken van het Actietam[25] en bilaterale vergaderingen
die na de lancering van het YOI zijn georganiseerd. Werkloze jongeren zijn gewoonlijk
een van de voornaamste doelgroepen van grootschalige
werkgelegenheidsmaatregelen. Het bijgevoegde werkdocument van de diensten van
de Commissie[26]
bevat "country fact sheets" waarin de door alle 27 lidstaten
plus Kroatië genomen maatregelen uiteengezet worden. Dergelijke steunmaatregelen
omvatten veelal loonsubsidies, bijstand bij het zoeken van werk, stages en aanvullende
opleiding, soms in combinatie met hervormingen om de segmentering van de arbeidsmarkt
te verminderen. Wat leerlingstelsels betreft, zijn de trends minder uniform:
sommige lidstaten hebben goed functionerende duale leerlingstelsels, andere
beginnen pas met de geleidelijke invoering daarvan. Maatregelen ter bevordering
van jong ondernemerschap en start-ups beginnen effect te sorteren in de meeste
lidstaten[27]. Voorbeelden van het gebruik van herbestemde ESF-middelen in de "Action Team"-lidstaten[28]: · ES: 294,2 miljoen euro wordt herbestemd voor acties om de inzetbaarheid van jongeren te verbeteren, openbare diensten voor arbeidsvoorziening te ondersteunen met de ontwikkeling van actieve arbeidsmarktmaatregelen ook voor jongeren, en ter versterking van maatregelen om voortijdige schoolverlating tegen te gaan en beroepsopleidingen te promoten. · IT: 1 miljard euro herbestemd voor het stimuleren van onderwijs en werkgelegenheid in zuidelijke regio's, met inbegrip van het aanpakken van voortijdige schoolverlating. · IE: 25 miljoen euro herbestemd om 3 700 opleidingsplaatsen voor voortijdige schoolverlaters in stand te houden tot het einde van 2013. · LT: 18,3 miljoen euro wordt herbestemd voor verdubbeling (tot 21 000) van het aantal jonge werklozen die rechtstreekse EU-steun genieten in de komende twee jaar. · PT: 143,3 miljoen euro wordt herbestemd ter ondersteuning van 89 510 jongeren door maatregelen van het programma "Impulso Jovem", zoals bijvoorbeeld stages. · SK: 70 miljoen euro herbestemd voor het creëren van 13 000 banen in Slowaakse regio's die het zwaarst door werkloosheid zijn getroffen, waarvan het grootste deel bestemd is voor jongeren (gedeeltelijke vergoeding van arbeidskosten). · EL: 250 miljoen herbestemd; er is een actieplan in voorbereiding om 333 000 jongeren kansen te bieden inzake opleidingen, werkervaring, werkgelegenheid en ondernemerschap. · LV: 26,3 miljoen euro van het overheidsbudget wordt gereserveerd voor de uitvoering van ESF-activiteiten inzake de inzetbaarheid van en werkgelegenheid voor jongeren. … met gebruikmaking van gemobiliseerde fondsen
… Het Europees
Sociaal Fonds (ESF) is het voornaamste instrument voor de ondersteuning van
grootschalige werkgelegenheidsmaatregelen op EU-niveau; daarnaast wordt een
aantal andere op jongeren gerichte programma's ondersteund door andere EU-fondsen,
zoals het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees
Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). In totaal is in de acht Actieteamlanden
in de afgelopen 12 maanden gepland ten minste 10 miljard euro te
herbestemmen of sneller beschikbaar te stellen in het kader van het YOI, bijvoorbeeld
voor baansubsidies, beroepsopleiding, en preventie van vroegtijdige
schoolverlating. Naar verwachting zullen ten minste 56 000 kmo's en
658 000 jongeren profiteren van deze recente aanpassingen van financieringsprogramma's. 21 lidstaten
hebben al aanzienlijke middelen opnieuw toegewezen, binnen en tussen hun door
het ESF, EFRO en/of Elfpo ondersteunde operationele programma's, aan
maatregelen om de inzetbaarheid van werknemers te verbeteren, en om
jeugdwerkloosheid te voorkomen en te bestrijden. De prioriteit is nu deze
aangepaste financieringsprogramma's volledig ten uitvoer te leggen op het
niveau van de lidstaten. …en zien zij hun structurele uitdagingen aangepakt
door het Europese Semester De Europese
Semesters en de landspecifieke aanbevelingen (CSR's) vormen een instrument voor
beleidscoördinatie ter verbetering van de governance en versterking van de coördinatie
van economisch beleid op EU-niveau. Zij bieden een kader voor multilateraal toezicht
op werkgelegenheidsbeleid en structurele hervormingen en voor de beoordeling van de vooruitgang ten aanzien van de
doelen die de EU zich gesteld heeft in de "Europa 2020"-strategie. In
2012 zijn voor bijna alle lidstaten CSR's geformuleerd die specifiek gericht
waren op het verbeteren van de situatie van jongeren op de arbeidsmarkt. Het
bijgevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie[29] bevat een gedetailleerd
overzicht van de aanbevelingen die jongeren betreffen[30]. De
jaarlijkse groeianalyse (Annual Growth Survey, AGS) voor 2013[31], die het startpunt vormt voor
het Europees Semester voor 2013, benadrukt dat de lidstaten meer zouden moeten
doen om de werkloosheid te bestrijden, de inzetbaarheid te verhogen en de
toegang tot banen of de terugkeer naar arbeid voor jongeren te ondersteunen. IV. Een overgang voor iedereen: jongerengaranties Een jongerengarantieregeling … Om de
huidige diepe jeugdwerkgelegenheidscrisis aan te pakken en duurzame en inclusieve
groei op de middellange tot lange termijn te bewerkstelligen, is het
noodzakelijk te investeren in het menselijk kapitaal dat de jonge Europeanen
vertegenwoordigen. Gezien het feit dat jongeren vaak problemen hebben met de
overgang van school naar werk doet de Commissie een beroep op alle lidstaten om
snel een "jongerengarantie" in te voeren, en presenteert zij een
voorstel voor een aanbeveling van de Raad, die aansluit op oproepen die de
Europese Raad in het verleden gedaan heeft[32]. De
jongerengarantie zal moeten worden ingevoerd door middel van een alomvattende regeling die ervoor zorgt dat jongeren een serieus aanbod krijgen voor
hetzij een baan, een voortgezette opleiding, een leerlingplaats of een stage,
binnen vier maanden nadat zij van school zijn gegaan of werkloos zijn geworden. Details over wat een jongerengarantie precies inhoudt, de kosten en
baten, en hoe de jongerengarantie een succes kan worden, zijn te vinden in het
werkdocument van de diensten van de Commissie dat bij het voorstel voor een
aanbeveling van de Raad gevoegd is[33].
In de bijlagen bij dit werkdocument worden maatregelen ter ondersteuning van
werkgelegenheid voor jongeren genoemd die al ondernomen worden in de lidstaten,
alsmede voorbeelden van acties en interventies die door het ESF ondersteund
kunnen worden. De
Jongerengarantieregeling dient gebaseerd te zijn op ondersteunende maatregelen,
langs zes hoofdlijnen: opbouw van een op partnerschap gebaseerde aanpak, vroegtijdige
interventie en activeringsmaatregelen, maatregelen ter bevordering van integratie
in de arbeidsmarkt, gebruik van de EU-structuurfondsen, beoordeling en continue
verbetering van de regeling, en snelle uitvoering. De Commissie laat het aan de
lidstaten over het institutionele kader te ontwikkelen waarbinnen een
dergelijke garantie kan worden geboden. …
levert winst op langere termijn op … Een
jongerengarantie brengt budgettaire kosten met zich. Die kosten zijn
afhankelijk van nationale omstandigheden en van de wijze waarop de regeling
wordt opgezet en uitgevoerd, en zullen hoger zijn in landen met hoge
percentages NEET's en hoge jeugdwerkloosheid. Ook de duur van de werkloosheid
van jongeren zal een effect hebben, evenals de verschillende startpunten in
termen van bestaande ondersteunende maatregelen (bv. personeel van diensten
voor arbeidsvoorziening dat goed opgeleid is om aan de behoeften van jongeren
te kunnen beantwoorden). Deze
kosten zullen echter worden gecompenseerd doordat de kosten op langere termijn
van werkloosheid, inactiviteit en verloren productiviteit vermeden worden[34]. Dat betekent dat investering
in een jongerengarantie[35]
positieve resultaten zal opleveren. Werkloosheid op jonge leeftijd heeft een
langdurig negatief effect ("brandmerkeffect") op zowel het latere
inkomen als het latere risico van werkloosheid. Jongerengaranties die jongeren echte
concrete kansen bieden, zullen hen in staat stellen een langdurige en
schadelijke afwezigheid van de arbeidsmarkt te vermijden, hun menselijk kapitaal
in stand te houden en te verbeteren, hun vooruitzichten op werk voor de
toekomst te bewaren en hun loonpotentieel te verhogen, hetgeen relevant is voor
de totale vraag en de algemene economische prestaties in de komende jaren. In de
AGS (jaarlijkse groeianalyse) voor 2013 stelt de Commissie dat investeringen in
onderwijs prioriteit moeten krijgen en waar mogelijk versterkt moeten worden,
en dat ook gewaarborgd moet worden dat deze uitgaven doelmatig zijn. Ook dient
bijzondere aandacht te worden besteed aan het handhaven of versterken van de
reikwijdte en effectiviteit van arbeidsbemiddelingsdiensten en van actieve
arbeidsmarktmaatregelen, zoals opleiding voor werklozen en
jongerengarantieregelingen. Nu
investeren in het juiste pakket vaardigheden zal jongeren inzetbaar maken en in
staat stellen vacatures te vervullen en economische waarde te creëren. Gezien
het risico van marginalisatie en berusting is het belangrijk jongeren een
perspectief te bieden, ook om hun vertrouwen in openbare instellingen,
overheidsstructuren en de samenleving als geheel in stand te houden. … waarvoor
de EU financiële steun zal bieden De
lidstaten die de hoogste werkloosheidspercentages vertonen, zijn veelal ook de
lidstaten die de grootste problemen hebben met de duurzaamheid van de overheidsfinanciën.
De EU kan lidstaten nu al financieel ondersteunen bij de invoering van
jongerengaranties, door middel van de financieringsinstrumenten voor het cohesiebeleid,
met name het ESF. De Commissie zal de lidstaten aanmoedigen om optimaal gebruik
te maken van deze en toekomstige andere instrumenten. De voorstellen van de Commissie
voor het Meerjarig Financieel Kader (MFF) voor 2014‑2020 benadrukken de
rol van het ESF als het voornaamste instrument van de EU voor het investeren in
menselijk kapitaal. Zij heeft met name voorgesteld om ten minste 25 % van
de toekomstige cohesiefinanciering aan het ESF toe te wijzen, en ten minste 20 %
daarvan te reserveren voor beleidsmaatregelen voor sociale integratie. Jeugdwerkgelegenheid
kan aan de orde komen onder verschillende investeringsprioriteiten van het ESF,
en de Commissie stelt voor om specifieke aandacht te besteden aan de duurzame integratie
van NEET's in de arbeidsmarkt. V. Gerichte EU-initiatieven In aansluiting op het
initiatief betreffende een jongerengarantie worden in dit hoofdstuk drie
gerichte initiatieven van de Commissie gepresenteerd inzake stages van goede kwaliteit,
het bevorderen van leerlingstelsels in de gehele EU, en het vergemakkelijken
van de mobiliteit van jongeren. 1. Kwaliteitskader
voor stages Stages kunnen helpen de
inzetbaarheid van jongeren te verbeteren … Stages, die eigenlijk bedoeld
waren als een beperkte periode van praktijkervaring in de arbeidswereld, hetzij
tijdens of na een studie of opleiding, worden steeds meer onderdeel van het
loopbaantraject van jongeren. Vaak stellen stages jongeren in staat hun
inzetbaarheid te verhogen, terwijl ook de werkgever/gastorganisatie
verschillende voordelen kan hebben van stages, in termen van het verhelpen van
tekorten aan bepaalde vaardigheden, het aanboren van nieuwe kennis, en het
vergemakkelijken van toekomstige aanwerving. De Commissie zal via het ESF
financiële steun blijven bieden aan lidstaten die de werkgelegenheidssituatie
van jongeren willen verbeteren door middel van stageregelingen. … op voorwaarde dat ze van
goede kwaliteit zijn … Het is van essentieel belang
dat overgangsperiodes zoals stages bijdragen tot de ontwikkeling van jongeren
en hen helpen om zo snel mogelijk vaste voet te krijgen op de arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd dienen stages van voldoende kwaliteit te zijn, in termen van
leerinhoud en passende arbeidsomstandigheden. Het risico bestaat dat stages misbruikt
worden als een bron van goedkope of kosteloze arbeid, hetgeen — gezien de
steeds belangrijkere rol ervan in een arbeidsmarkt die geen groei vertoont — kan
leiden tot een vicieuze cirkel van onzeker werk, of jongeren er zelfs van kan
weerhouden om aan een stage te beginnen. Bij veel stages ontbreken
mogelijkheden om iets nuttigs te leren en/of adequate sociale dekking en compensatie/beloning,
vooral in de particuliere sector[36]. Ook blijkt er een genderkloof te zijn wat de beloning
betreft: een relatief hoger percentage vrouwen volgt onbetaalde of slecht
betaalde stages. Op politiek niveau is al vaker
bezorgdheid geuit over de kwaliteit van stages: in 2010 heeft het Europees Parlement
de Commissie verzocht om een "Europees kwaliteitshandvest voor
stages" voor te stellen[37],
en de Raad heeft de Commissie uitgenodigd om richtsnoeren te ontwikkelen
betreffende de voorwaarden voor stages van hoge kwaliteit[38]. ... wat ook transnationale stages
zal ondersteunen Transnationale stages bieden
vele voordelen, maar komen nog steeds weinig voor. De ontwikkeling van transnationale
stages wordt waarschijnlijk belemmerd door het ontbreken van een gestructureerd
kwaliteitskader en richtsnoeren. Obstakels voor transnationale stages zijn
onder andere het gebrek aan transparantie en gemakkelijk toegankelijke informatie
over de wettelijke en administratieve condities en het probleem gastorganisaties
te vinden en te selecteren. Bovendien vereist een verblijf in het buitenland
een zekere investering en de kosten van een mislukte stage zijn dan ook hoger
voor buitenlandse stagiaires, die bovendien moeilijker van gastorganisatie
kunnen wisselen. Het voorstel van de Commissie voor
modernisering van de richtlijn betreffende beroepskwalificaties[39] breidt de werkingssfeer van de
richtlijn uit tot stages in andere lidstaten. De richtlijn is echter alleen van
toepassing op stages die voorwaarde zijn voor toegang tot een gereglementeerd
beroep, en niet op stages op de open markt, waar zich de meeste problemen
voordoen. De sociale partners spelen
een hoofdrol bij het waarborgen van de kwaliteit van stages De Commissie heeft in april
2012 een openbare raadpleging[40]
gelanceerd betreffende een kwaliteitskader voor stages. In aansluiting daarop
vond in september 2012 een eerste raadpleging van de sociale partners plaats. Uit
beide raadplegingen bleek dat er een brede consensus over het nut van stages bestaat,
maar ook dat er overal in Europa problemen zijn met de kwaliteit, en dat
misbruik van stagiaires wijd verbreid is, zodat er duidelijk behoefte is aan
actie. De meningen over de reikwijdte en de mogelijke vorm van dergelijke actie
liepen echter uiteen. De Commissie verzoekt nu, uit hoofde van artikel 154
VWEU, de sociale partners hun standpunt te kennen te geven over het voornemen
om op EU-niveau een kwaliteitskader in te voeren[41]. De Commissie zal haar voorstel in 2013
presenteren, als de sociale partners geen onderhandelingen wensen aan te gaan. 2. Europese
Alliantie voor leerlingplaatsen Goed
ontworpen leerlingstelsels versoepelen de overgang van school naar werk … Door
ondernemingen georganiseerde leerlingstelsels (ook bekend als "duale"
of "twin-track"-leerlingstelsels) stellen jongeren in staat om werkervaring
op te doen en praktische vaardigheden te verwerven door een
"leerlingovereenkomst" met een onderneming, en tegelijkertijd ook theoretische
kennis te verwerven, vaak via een onderwijsinstelling. Er zijn goede
voorbeelden te vinden in bepaalde lidstaten hoe leerlingstelsels optimaal benut
kunnen worden om de overgang van onderwijs naar werk soepel te laten verlopen. Er is
algemeen behoefte aan verbetering van het aanbod en de kwaliteit van
leerlingplaatsen: in 2012 heeft de Raad aan zeven lidstaten CSR's betreffende
leerlingplaatsen gericht, en aan drie betreffende beroepsopleiding. Maar ook in
de andere lidstaten kan nog veel gedaan worden om het functioneren van het
leerlingstelsel te verbeteren, en om beter gebruik te maken van ESF-financiering
voor dat doel. De factoren die
bijdragen tot het succes van leerlingstelsels kunnen in drie hoofdgroepen
worden onderverdeeld. In de eerste plaats zijn effectieve partnerschappen
tussen instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding en ondernemingen een
bepalende factor voor het succes van leerlingstelsels. Dergelijke scholen en
instellingen dienen netwerken met het lokale bedrijfsleven op te zetten. Meer
in het algemeen is nauwe betrokkenheid van de sociale partners noodzakelijk om
ervoor te zorgen dat leerlingplaatsen aangepast worden aan de ontwikkelingen op
de arbeidsmarkt en dat de verworven vaardigheden aansluiten bij de actuele
behoeften. De normen waaraan leerlingplaatsen moeten voldoen, wat de
arbeidsomstandigheden en de opleidingsinhoud betreft, dienen regelmatig herzien
en aangepast te worden, en de sociale partners kunnen daarbij waardevolle input
leveren. In de tweede plaats dienen de verworven kwalificatie en het leerproces
van hoge kwaliteit te zijn om het volledige potentieel van leerlingstelsels te
kunnen exploiteren en om ervoor te zorgen dat dit model erkend wordt als een
waardevol leertraject, ook over de grenzen heen, en de weg naar hooggekwalificeerd
werk opent. In de derde plaats dienen leerlingplaatsen goed geïntegreerd te
zijn in de nationale of regionale onderwijs- en opleidingsstelsels en gebaseerd
te zijn op een helder regelgevend kader, dat de verantwoordelijkheden, rechten
en verplichtingen van alle betrokken partijen duidelijk aangeeft, en de inzet
van en samenwerking tussen een verscheidenheid van stakeholders bevordert. Ten
slotte dient ook benadrukt te worden dat jongeren die het onderwijs voortijdig
verlaten hebben, of dat risico lopen, bijzondere ondersteuning nodig hebben om
een leerlingplaats aan te nemen. … vereisen de inzet van werkgevers ... Voor een goed beheer
van op werk gebaseerde leertrajecten is het noodzakelijk dat de
kosten-batenverhouding voor werkgevers zodanig is dat zij aangemoedigd worden
deel te nemen. Op werk gebaseerd leren is alleen zinvol als ondernemingen in
het betreffende land dit concept aanvaarden en overnemen, leerlingplaatsen en
stages voor scholieren/studenten aanbieden en samenwerken met scholen. Het regelgevend kader
dient werkgevers passende prikkels te geven om voldoende leerlingplaatsen aan
te bieden. Het dient verder aan te sluiten bij de specifieke behoeften van
kmo's, die met bijzondere uitdagingen geconfronteerd worden en over beperkte
middelen beschikken. Dergelijke prikkels kunnen van financiële aard zijn, zoals
belastingvoordelen, subsidies of nog andere, maar ook niet-financieel, zoals
toegang tot bepaalde ondersteunende diensten, bijvoorbeeld om ondernemingen te
helpen leerlingen te begeleiden. In deze context, kan EFRO-steun voor kmo's een
positief effect hebben. Het deelnemen aan leerlingstelsels
biedt werkgevers niet alleen een bijzonder goede manier om potentiële
toekomstige sollicitanten te kunnen beoordelen, het levert ook economische voordelen
op de langere termijn op, en het is ook een aspect van sociaal verantwoord
ondernemen. … en kunnen ondersteund worden door EU-medefinanciering Gezien
de noodzaak de kwaliteit en het aanbod van leerlingplaatsen snel te verhogen en
de samenwerking tussen lidstaten op het terrein van beroepsonderwijs en
-opleiding te ondersteunen, zal de Commissie
een Alliantie voor leerlingplaatsen op EU-niveau oprichten. De Commissie heeft
al eerder erkend dat goede samenwerking tussen alle belanghebbenden essentieel
is voor het welslagen van dergelijke initiatieven[42]. Deze alliantie zal
vertegenwoordigers van alle belanghebbenden, namelijk overheden, bedrijven en sociale
partners, onderzoekers en opleiders op het gebied van beroepsonderwijs, en ook
van de jongeren zelf, bij elkaar brengen. Het doel van de alliantie zal zijn de
verschillende stromen bestaande acties onder een gemeenschappelijke noemer te
brengen, en de voordelen van goede leerlingstelsels en de
manieren waarop die met succes opgebouwd kunnen worden, te promoten. De alliantie
zal ook helpen bij de ontwikkeling van gemeenschappelijke duale-opleidingscurricula
voor verschillende beroepen, de erkenning van leerlingervaring in het
buitenland faciliteren, en een passend regelgevend kader bevorderen. In de context van deze alliantie zal de Commissie ook
nationale partnerschappen voor het ontwikkelen van duale leertrajecten
bevorderen. Die zouden vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, voor onderwijs
en werkgelegenheid verantwoordelijke overheidsinstanties, ESF-beheersautoriteiten
en sociale partners bij elkaar moeten brengen, teneinde vast te stellen hoe de rol
van leerlingplaatsen in de arbeidsmarkt en het onderwijsstelsel van de
betreffende lidstaat versterkt kan worden, en hoe de voor de lidstaat
beschikbare ESF-middelen gebruikt kunnen worden voor het ontwerpen en uitvoeren
van duale leersystemen. Op sectoraal niveau worden al activiteiten
ondernomen die vergelijkbaar zijn met deze alliantie voor leerlingplaatsen. Een
alliantie op EU-niveau wordt momenteel opgezet in de ICT-sector[43]. 3. Mobiliteit voor jongeren Meer mobiliteit zou meer
kansen op werk betekenen … De aanzienlijke verschillen
tussen de niveaus van jeugdwerkloosheid, in combinatie met een stijging van het
percentage vacatures in sommige lidstaten, wijzen erop dat intra-EU-mobiliteit
jongeren meer kansen op werk kan bieden. Transnationale stages en leerlingplaatsen
bieden in dit opzicht vele voordelen, met name ook de mogelijkheid om bij wijze
van proef in een ander land te werken zonder dat men zich meteen voor langere
tijd hoeft vast te leggen. Dergelijke stages komen echter nog weinig voor. Dit
contrasteert met het feit dat jongeren in het algemeen open staan voor mobiliteit,
en met het succes van programma's voor studeren in het buitenland, zoals Erasmus
en Leonardo. … die door EU-instrumenten
worden ondersteund… Het recente Eures-besluit[44], waardoor het Europese banennetwerk
wordt omgevormd tot een resultaatgericht instrument voor het op elkaar
afstemmen van vraag en aanbod en het plaatsen van werkzoekenden, is
rechtstreeks relevant voor jongeren, aangezien Eures voortaan ook
leerlingplaatsen en stages zal bestrijken. Verder is de Commissie voornemens
haar "Je eerste Eures-baan"-initiatief verder te ontwikkelen om EU-burgers
van 18 tot 30 jaar te helpen om werk te vinden in een andere lidstaat. De
regeling combineert geïndividualiseerde begeleiding en plaatsing met financiële
prikkels van de EU (bijdragen in de reiskosten voor sollicitatiegesprekken, voor
opleiding als voorbereiding op een baan en voor activiteiten betreffende de
integratie in de wereld van de arbeid). De Commissie zal op deze stappen
voortbouwen door in 2013 een initiatief inzake openbare
arbeidsbemiddelingsdiensten te lanceren, teneinde het functioneren van de Europese
arbeidsmarkt te verbeteren. Deze diensten zullen een grotere rol moeten spelen
bij het exploiteren van alle kansen op werk die gecreëerd kunnen worden door intra-EU-arbeidsmobiliteit
en bij het veiligstellen van de werkgelegenheidsperspectieven van de burgers
van de EU, met name jongeren. Dit zal de Europese arbeidsmarkt efficiënter
maken, door het risico van grotere verschillen tussen vraag en aanbod te
reduceren, en zal bijdragen tot het voorkomen van toekomstige tekorten aan
arbeid en vaardigheden. … maar waarvoor aanvullende
inspanningen vereist zijn Gezien de urgente aard van het
probleem van de jeugdwerkloosheid zijn verdere inspanningen essentieel. De
Commissie doet een beroep op de begrotingsautoriteit van de EU om voldoende
middelen ter beschikking te stellen in 2013 en daarna om de steun voor doelgerichte
mobiliteitsregelingen zoals "Je eerste Eures-baan" voort te kunnen
zetten, en op de openbare diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaten om Eures-gebaseerde
programma's verder te ontwikkelen en in hun normale activiteiten te integreren. De ontwikkeling van meer
doelgerichte en geïndividualiseerde acties voor alle werkzoekenden, dus ook
voor jongeren, moet een prioriteit zijn voor de eerstkomende jaren. De Commissie
zal in 2013, als onderdeel van het toekomstige Eures-onderdeel van het
Programma voor sociale verandering en innovatie, onderzoeken of het in dat
verband zin heeft een breder "Eures-banen voor jongeren"-programma op
te zetten, voortbouwend op de ervaring die is opgedaan met het "Je eerste Eures-baan"-initiatief
en met onderwijsprogramma's (Erasmus, Leonardo da Vinci). Dit zou jongeren
kunnen helpen bij het vinden en aannemen van banen, werkervaringen, leerlingplaatsen
en stages in een andere lidstaat[45]. VI. De weg vooruit Ondanks de verrichte inspanningen op EU- en nationaal niveau
zijn de vooruitzichten op werk van Europese jongeren verder verslechterd in het
afgelopen jaar. Er is dringend behoefte aan een krachtigere beleidsreactie. Deze
mededeling bevat de analyse van de situatie van de Commissie en geeft een overzicht
van wat gedaan zou kunnen worden door middel van werkgelegenheidsbeleidinstrumenten,
zowel op het niveau van de EU als van de lidstaten, om oplossingen te vinden.
Gezamenlijke actie is vereist, en totstandbrenging van op vertrouwen gebaseerde
sterke partnerschappen met alle stakeholders: diensten voor arbeidsvoorziening
onderwijsinstellingen, sociale partners, werkgevers en jeugdorganisaties. De economische
en sociale toekomst van Europa staat op het spel.
De Commissie: ·
spoort de lidstaten aan om snel het voorstel voor een
Aanbeveling van de Raad tot invoering van een jongerengarantie, dat deel
uitmaakt van dit pakket, aan te nemen en een jongerengarantieregeling in te
voeren in de loop van 2013; ·
doet een beroep op de sociale partners om te werken
aan een kwaliteitskader voor stages, om te waarborgen dat stages jongeren
nuttige en waardevolle werkervaring bieden onder veilige omstandigheden; ·
zal een Europese Alliantie voor leerlingplaatsen
opzetten om het aanbod en de kwaliteit van leerlingplaatsen te verbeteren en om
nationale partnerschappen voor duale
beroepsopleidingsstelsels te bevorderen; en ·
zal in de eerste helft van 2013 een raadpleging van
alle belanghebbenden starten betreffende de ontwikkeling van een "Eures-banen
voor jongeren"-programma, en zij zal een initiatief presenteren om EU-mobiliteitsinstrumenten,
EU-financiering en governance op een meer structurele basis te plaatsen, in
overeenstemming met het belang ervan. [1] Voornaamste indicatoren van de arbeidskrachtenenquête
van Eurostat, seizoengecorrigeerde kwartaalgegevens, jongeren gedefinieerd als
jonger dan 25, volwassenen als 25 jaar en ouder. [2] "Status of the situation of young people"
(begeleidend document bij het EU Youth Report) SWD(2012) 257 van
10.9.2012. [3] COM(2011) 933 van 20.12.2011. [4] Conclusies van de Europese Raad, EUCO76/12 van 29.6.2012
en EUCO 156/12 van 19.10.2012. [5] Resolutie van het Europees Parlement betreffende het
initiatief "Kansen voor jongeren" (2012/2617(RSP)) van 24.5.2012. [6] COM(2012) 669 van 20.11.2012. De Conclusies van de Raad
inzake Europese samenwerking inzake onderwijs en opleiding ('ET 2020') (2009/C
119/02, 28.05.2009) en de EU-strategie voor jongeren (COM(2009) 200 definitief
van 27.4.2009) bieden eveneens relevante kaders voor gecoördineerde Europese
inspanningen op het gebied van onderwijs, opleiding en werkgelegenheid voor
jongeren. [7] SWD(2012) 406 van 5.12.2012. [8] Study on a comprehensive overview on traineeship
arrangements in Member States, Europese Commissie 2012, Apprenticeship
supply in the Member States of the European Union, Europese Commissie 2012
. [9] Voornaamste indicatoren van de arbeidskrachtenenquête
van Eurostat, seizoengecorrigeerde kwartaalgegevens, jongeren gedefinieerd als
jonger dan 25, volwassenen als 25 jaar en ouder. [10] Het percentage niet-actieven (het percentage
niet-werkenden van de gehele populatie van jongeren), omvat een groot deel van
die leeftijdsgroep, veelal jongeren die onderwijs volgen, en geeft daarom een
duidelijker beeld van de omvang van het werkloosheidsprobleem. Dit is relevant bij
het vergelijken van landen met grote verschillen wat betreft de aantallen
niet-actieve jongeren (zie voor meer details het verslag van de Europese Commissie
over de werkgelegenheid in Europa 2007, hoofdstuk 1). [11] Arbeidskrachtenenquête van Eurostat,
niet-seizoengecorrigeerde kwartaalgegevens (lfsq_pganws) en (lfsq_upgal) voor
het tweede kwartaal. Jongeren 15-24 jaar, volwassenen 25-64 jaar. [12] Arbeidskrachtenenquête van Eurostat,
niet-seizoengecorrigeerde kwartaalgegevens (lfsq_eppqa) en (lfsq_etpga) voor
het tweede kwartaal. Jongeren 15-24 jaar, volwassenen 25-64 jaar. [13] Gegevens voor 13 Europese landen. Europese Commissie: Employment
and Social Developments in Europe (ESDE), 2012, verschijnt binnenkort. [14] Zie noot 12. [15] Zie noot 12. [16] Berekening van het European Network of Experts on Gender
Equality, gebaseerd op de 2009 LFS ad-hocmodule betreffende overgangen van
school naar werk. [17] In duale arbeidsmarkten bestaan naast elkaar een groot
aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten, die overwegend jonge werknemers
betreffen, en arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, die veel meer
baanzekerheid bieden. Dispariteiten op het terrein van de arbeidsbescherming voor
arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde en voor bepaalde tijd worden beschouwd
als een belangrijke factor die de segmentering van de arbeidsmarkt bevordert. [18] Arbeidskrachtenenquête van Eurostat,
niet-seizoengecorrigeerde kwartaalgegevens [lfsq_igaww] voor het tweede
kwartaal. Jongeren van 15-24, "weet niet"-antwoorden niet
meegerekend. [19] Arbeidskrachtenenquête van Eurostat, [edat_lfse_20]. [20] ESDE, 2012, verschijnt binnenkort [21] Laaggeschoolden lopen nog steeds het hoogste risico van
werkloosheid, en hun kansen zullen waarschijnlijk verder slinken. Volgens de laatste
ramingen van Cedefop betreffende de vraag naar vaardigheden (http://www.cedefop.europa.eu/EN/about-cedefop/projects/forecasting-skill-demand-and-supply/skills-forecasts.aspx)
zal het aantal banen in de gehele EU voor personen met hoogstens lager
secundair onderwijs – dat tussen 2000 en 2010 al met 20,4 % gedaald is – in
de periode 2010-2020 met nog eens 18,9 % dalen. [22] Actualisering van de mededeling over het industriebeleid — COM (2012)582 van 10.10.2012. Zo zullen er
bijvoorbeeld tegen 2015 in de EU tot 700 000 niet vervulde vacatures in de
ICT-sector zijn (zie het verslag van de Europese Commissie "Anticipating
the Evolution of the Supply and Demand of e-skills in Europe (2010-2015)",
Empirica en IDC Europe, 2009. Bijgewerkte voorspeling gepresenteerd op de
European e-Skills Conference, Brussel, 13 december 2011). Het dichten van de
kloof tussen de vraag naar en het aanbod van vaardigheden is ook van groot
belang in de sectoren gezondheids- en sociale zorg en in de groene economie. [23] Voornaamste indicatoren van de arbeidskrachtenenquête van
Eurostat, seizoengecorrigeerde kwartaalgegevens, tweede kwartaal, jongeren
gedefinieerd als jonger dan 25 jaar. [24] Nadere gegevens over reeds ondernomen actie en de volgende
stappen zijn te vinden in het bijgevoegde werkdocument van de diensten van de
Commissie, SWD(2012) 406 van 5.12.2012. [25] Tijdens de informele Europese Raad van 30 januari 2012
heeft Commissievoorzitter Barroso een proefactie voorgesteld om de acht
lidstaten met de hoogste jeugdwerkloosheidscijfers te helpen een deel van de
middelen die zij in het kader van de structuurfondsen ontvangen, om te leiden
en te gebruiken voor het bestrijden van jeugdwerkloosheid. [26] SWD(2012) 406 van 5.12.2012. [27] Zelfstandig ondernemerschap wordt in toenemende mate
gezien als een mogelijke optie voor jongeren, zie ook "Entrepreneurship
Education at School in Europe", Europese Commissie, 2012. [28] De cijfers in deze tabel zijn voorlopig en weerspiegelen
de in november 2012 beschikbare informatie. [29] SWD(2012) 406 van 5.12.2012. [30] Bovendien vormt het Gezamenlijk Verslag over de
werkgelegenheid (bijlage bij COM(2012) 750 van 28.11.2012) een onderdeel van
het pakket van de Commissie voor het lanceren van het Europees Semester 2013,
onderbouwt de jaarlijkse groeianalyse (AGS) en werkt die verder uit. Het
verslag bespreekt de werkgelegenheids- en sociale situatie in Europa, de
tenuitvoerlegging van de Werkgelegenheidsrichtsnoeren, en ook de resultaten van
de beoordeling per lidstaat van de nationale hervormingsprogramma's die tot de
CSR's voor 2012 geleid hebben en de uitvoering daarvan tot dusver. [31] COM(2012) 750 van 28.11.2012. [32] Voorstel voor een Aanbeveling van de Raad tot invoering
van een jongerengarantie, COM(2012) 729 van 5.12.2012. [33] SWD(2012) 409 van 5.12.2012. [34] De kosten die jaarlijks in Europa ontstaan als gevolg van
het feit dat jongeren geen werk hebben en ook geen school of opleiding volgen,
worden momenteel op 1,2 % van het bbp geschat, ofwel 153 miljard euro,
zie: Eurofound (2012) "NEETs – Young people not in employment,
education, or training: Characteristics, costs and policy responses in Europe",
Publicatiebureau van de Europese Unie, Luxemburg. [35] Investering in een jongerengarantie valt niet onder
bruto-investeringen in vaste activa in de nationale rekeningen. [36] Study on a comprehensive overview of traineeship
arrangements in the EU Member States, Europese Commissie, 2012. [37] "Het bevorderen van de toegang van jongeren tot de
arbeidsmarkt en het versterken van de positie van stagiair en leerling",
EP 2009/2221(INI) van 14.6.2010. [38] Conclusies van de Raad van 17.6.2011. [39] Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en
de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van
beroepskwalificaties en Verordening [...] betreffende de administratieve
samenwerking via het Informatiesysteem interne markt, COM (2011)883 definitief van
19.12.2011. [40] SWD(2012) 99 van 18.4.2012. [41] COM(2012) 728 van 5.12.2012. [42] COM(2012) 669 van 20.11.2012. [43] Een "Grand Coalition for ICT Jobs" is gericht op
het samenbrengen van stakeholders om de tekorten aan specifieke vaardigheden, waardoor
de arbeidsmarkt voor ICT-professionals gekenmerkt wordt, aan te pakken. [44] C(2012) 8548 van 26.11.2012. [45] De Commissie is verder voornemens een initiatief voor een
"Youth on the Move"-kaart te presenteren ter ondersteuning van de
mobiliteit van jongeren.