This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0408
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL Protection of the European Union's financial interests - Fight against fraud Annual Report 2011
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding Jaarverslag 2011
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding Jaarverslag 2011
/* COM/2012/0408 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding Jaarverslag 2011 /* COM/2012/0408 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD Bescherming van de financiële belangen van de
Europese Unie - Fraudebestrijding
Jaarverslag 2011 Samenvatting In samenwerking met de lidstaten presenteert de
Commissie dit jaarverslag over de bescherming van de financiële belangen van de
Europese Unie in 2011 op grond van artikel 325 van het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie. Dit verslag is bedoeld om te beoordelen in
hoeverre EU-middelen of ontvangsten voor de EU-begroting het risico lopen te
worden misbruikt als gevolg van al dan niet frauduleuze onregelmatigheden en
toe te lichten wat er wordt gedaan om het probleem aan te pakken. Recente maatregelen ter bescherming van de
financiële belangen van de EU De Commissie heeft in 2011 een aantal
maatregelen genomen om het juridisch en administratief kader voor de
bescherming van de financiële belangen van de EU te verbeteren: –
een gewijzigd voorstel voor een hervorming van het
Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF); –
de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie
(CAFS), met een actieplan voor de bestrijding van smokkel aan de oostgrens van
de EU; –
de mededeling over de bescherming van de financiële
belangen van de Europese Unie via het strafrecht en door administratieve onderzoeken; –
de mededeling over corruptiebestrijding in de EU; –
voorstellen voor de modernisering van de regels
inzake overheidsopdrachten; alsmede –
de mededeling over de toekomst van de btw. Afname van het
aantal fraudegevallen en andere onregelmatigheden met gevolgen voor de
EU-begroting In 2011 werden voor alle sectoren samen 1 230
onregelmatigheden als fraude gemeld. In vergelijking met 2010 is dat een daling
met ongeveer 35 %. Ook de geraamde financiële impact van dergelijke als
fraude gemelde onregelmatigheden is ten opzichte van 2010 met ongeveer
37 % afgenomen tot 404 miljoen EUR. Voorts zijn het aantal andere
onregelmatigheden en de geraamde financiële impact ervan gedaald met
respectievelijk 17 % en 6 %. De daling van het aantal gemelde fraudegevallen en
de overeenkomstige bedragen was verwacht na de sterke stijging in 2010. De
belangrijkste oorzaken voor die stijging waren het cyclische effect van de
afsluiting van de programmeringsperiode 2000-2006 van het cohesiebeleid, en de
snellere verslaglegging sinds de ingebruikname van het rapportagesysteem IMS
(Irregularity Management System). Ondertussen is het effect van beide factoren
uitgewerkt. Het algemene beeld boezemt vertrouwen in. De
door de Commissie ingestelde procedures voor onregelmatigheden lijken effect te
hebben en er is een algemene verbetering waar te nemen bij de beheers- en
controlesystemen in de lidstaten. Toch bestaan er nog grote verschillen in de
manier waarop de lidstaten frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden
melden. Sommige lidstaten blijven zeer lage fraudepercentages opgeven. Daarbij
rijst de vraag hoe adequaat hun nationale rapportagesystemen zijn. In hun
verslagen moeten deze lidstaten toelichten hoe ze hun controlesystemen aanpassen
om zich toe te spitsen op sectoren die zeer gevoelig zijn voor fraude en
onregelmatigheden. De analyse van de fraudedreiging maakt ook
duidelijk dat de bestrijding van criminele fraude onverminderd, en zeker in
deze crisistijden, actueel is en hoog op de agenda van de Commissie blijft
staan. Verbetering
van de fraudebestrijdingsystemen voor het cohesiebeleid Uit de analyse
van het speciale thema van dit jaar — de genomen maatregelen en gemelde
onregelmatigheden in de fraudegevoelige sector van het cohesiebeleid — blijkt
dat het financiële controle- en risicobeheerssysteem verbeterd is. Het betreft
onder meer wettelijke bepalingen en richtsnoeren, nationale of regionale
strategieën, het gebruik van risico-indicatoren, administratieve procedures en
samenwerking tussen nationale autoriteiten. De lidstaten moeten de resultaten van de
administratieve en strafrechtelijke fraudeonderzoeken in elk geval nauwer
opvolgen, onder meer door de uit het Cohesiefonds betaalde bedragen bij de
eindbegunstigden terug te vorderen. Voorts is er behoefte aan meer betrouwbare
fraudestatistieken zodat de Commissie en de lidstaten hun inspanningen kunnen
toespitsen op de risicosectoren. Verbetering van terugvorderingsprocedures Er is verbetering merkbaar bij de
terugvorderingsprocedures, met name op het gebied van de pretoetredingsfondsen
en de directe uitgaven. De Commissie dringt er bij de lidstaten en
kandidaat-lidstaten met lage terugvorderingspercentages op aan hun procedures
te versnellen, bij de vaststelling van onregelmatigheden de beschikbare
rechtsinstrumenten en garanties te benutten en activa aan te slaan wanneer
verschuldigde bedragen niet worden betaald. 1. Inleiding Krachtens artikel 325, lid
5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie brengt de
Commissie in samenwerking met de lidstaten jaarlijks aan het Europees Parlement
en de Raad verslag uit over de ter uitvoering van dit artikel genomen
maatregelen in de strijd tegen fraude en alle andere onwettige activiteiten
waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. In het Verdrag is bepaald
dat de Unie en de lidstaten een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de
bescherming van de financiële belangen van de Unie en de bestrijding van
fraude. De nationale autoriteiten beheren vier vijfde van de EU-uitgaven en
innen de traditionele eigen middelen[1].
De Commissie oefent op deze gebieden overkoepelend toezicht uit, stelt normen
vast en controleert de naleving ervan. Nauwe samenwerking tussen de Commissie
en de lidstaten is essentieel om de financiële belangen van de Unie doeltreffend
te beschermen. Een van de hoofddoelstellingen van dit verslag is daarom te
beoordelen in hoeverre deze samenwerking blijkens de beschikbare gegevens
succesvol is geweest en hoe zij verder kan worden verbeterd. Dit verslag beschrijft de
maatregelen die de Unie heeft genomen om fraude te bestrijden. Daarnaast bevat
het een samenvatting en evaluatie van de inspanningen die de lidstaten op één
specifiek gebied hebben geleverd, op basis van de antwoorden op een vragenlijst
die dit jaar het cohesiebeleid als thema had. Vervolgens geeft het verslag de
meest recente informatie over de door de lidstaten gemelde frauduleuze en
niet-frauduleuze onregelmatigheden en de terugvordering van de overeenkomstige
bedragen. Het verslag gaat vergezeld
van vier werkdocumenten van de diensten van de Commissie[2]. 2. Gemelde fraude en andere
onregelmatigheden De EU-wetgeving verplicht de lidstaten ertoe om
aan de Commissie viermaandelijks te rapporteren over alle vastgestelde
onregelmatigheden in de sectoren die onder gedeeld beheer vallen, bij de pretoetredingssteun
en inzake de traditionele eigen middelen. De lidstaten moeten de Commissie meedelen of bij
de gemelde onregelmatigheden een vermoeden van fraude bestaat (indien ze
aanleiding geven tot het inleiden op nationaal niveau van een administratieve
en/of gerechtelijke procedure om na te gaan of er sprake is van opzettelijke
gedragingen zoals fraude[3])
en moeten de informatie bijwerken wanneer de strafrechtelijke vervolging
afgerond is. In dit verslag worden onregelmatigheden in twee
grote categorieën onderverdeeld: "Als fraude gemelde onregelmatigheden"
zijn onregelmatigheden ten aanzien waarvan een vermoeden of bewijs van fraude
bestaat. Hieronder vallen ook onregelmatigheden die de lidstaten niet als
frauduleus hebben gemeld, maar waar de beschikbare informatie aanwijzingen voor
mogelijk frauduleus gedrag bevat[4]. "Niet als fraude gemelde
onregelmatigheden" zijn alle andere onregelmatigheden die
werden gemeld, maar waar geen fraude kon worden geconstateerd. In het algemeen is de kwaliteit (de volledigheid
en tijdigheid) van de verslaglegging van onregelmatigheden verbeterd. De
resterende onvolkomenheden en inconsistenties zijn beperkt tot enkele
specifieke zaken en hebben geen significante impact op de betrouwbaarheid van
deze analyse. Het onderscheid tussen als fraude en niet als fraude gemelde
onregelmatigheden is mogelijk niet in alle lidstaten helemaal gelijk, aangezien
nationale praktijken en regels hierop een invloed kunnen hebben. Op verzoek van en in overleg met het Europees
Parlement legt de Commissie voortaan meer de nadruk op de analyse van als
fraude gemelde onregelmatigheden. 2.1. Analyse van door de lidstaten
in 2011 als fraude gemelde onregelmatigheden In de periode 2007-2011 bleef het aantal als
fraude gemelde onregelmatigheden voor alle sectoren samen vrij stabiel tot 2010
(zie grafiek 1). In 2011 werden 1 230 onregelmatigheden als fraude
(vermoedelijke en bewezen fraude) gemeld (zie tabel 1). Dat is 35 % minder
dan in 2010. Ook de geraamde financiële impact van de als fraude gemelde
onregelmatigheden is ten opzichte van 2010 met ongeveer 37 % afgenomen tot
404 miljoen EUR. Grafiek 1: ALLE SECTOREN: als fraude
gemelde onregelmatigheden en overeenkomstige bedragen — 2007-2011 Deze daling van het aantal als fraude gemelde
onregelmatigheden en de overeenkomstige bedragen was gedeeltelijk verwacht, na
de stijgingen in 2009 en 2010. De voornaamste redenen ervoor zijn het einde van
de tijdelijke versnelling in de rapportage na de invoering van het
rapportagesysteem IMS in 2008; een algemene verbetering van de beheers- en
controlesystemen; de typische cyclus van programma's van het cohesiebeleid,
waarbij het aantal gemelde onregelmatigheden toenam aan het einde van de
programmeringsperiode 2000-2006[5],
m.a.w. tijdens de verslagjaren 2009 en 2010; en de daarop volgende afname, die
samenhangt met de progressieve uitvoering van de programmeringscyclus 2007-2013[6]. Tabel 1: Als fraude gemelde onregelmatigheden — 2011 Sector || Aantal als fraude gemelde onregelmatigheden || Geraamde financiële impact van de als fraude gemelde onregelmatigheden 2010 || 2011 || 2010 || 2011 (miljoen EUR) || % van de toewijzingen || (miljoen EUR) || % van de toewijzingen Landbouw || 414 || 139 || 69 || circa 0,12 % || 77 || circa 0,14 % Visserij || 0 || 2 || 0 || 0 % || 0,03 || circa 0,005 % Cohesiebeleid || 464 || 276 || 364 || circa 0,74 % || 204 || circa 0,40 % Pretoetredingsfondsen || 101 || 56 || 41 || circa 2,53 % || 12 || circa 0,67 % Directe uitgaven || 21 || 34 || 3,6 || circa 0,02 % || 1,5 || circa 0,002 % Totale uitgaven || 1000 || 507 || 478 || circa 0,34 % || 295 || circa 0,21 % Totale inkomsten[7] (traditionele eigen middelen) || 883 || 723 || 165 || (circa 0,79 % van het brutobedrag van de voor 2010 geïnde TEM) || 109 || (circa 0,49 % van het brutobedrag van de voor 2011 geïnde TEM) Bij de uitgaven
blijft het cohesiebeleid de sector met de meeste als fraude gemelde
onregelmatigheden (54 % van het totaal) en de grootste financiële impact
(69 % van het totaal). 2.1.1. Inkomsten (traditionele eigen
middelen) Op het gebied van de traditionele eigen middelen
(TEM) zijn in 2011 zowel het aantal zaken van de via OWNRES als fraude gemelde
onregelmatigheden als de overeenkomstige bedragen gedaald ten opzichte van
2010. Grafiek
2: TEM: Als fraude gemelde onregelmatigheden en overeenkomstige bedragen —
2007-2011 De fraudecijfers
voor de TEM variëren aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat. Zoals eerder
aangegeven, is dit het gevolg van verschillende interpretaties van de
bepalingen en verschillende nationale praktijken. Wat de bedragen betreft, zijn de verschillen van
jaar tot jaar onder meer toe te schrijven aan de melding van grote, individuele
fraudezaken, die een grote impact hebben op de jaarcijfers, vooral in de
lidstaten met een kleiner aandeel in de inning van de TEM. Verscheidene
factoren kunnen van invloed zijn op het aantal ontdekte frauduleuze en niet-frauduleuze
zaken, zoals het soort verkeer en handel, de mate van naleving onder
marktdeelnemers en de ligging van de lidstaat. Een andere factor is de manier
waarop de lidstaten hun douanecontrolestrategie hebben ingericht om risicovolle
invoeractiviteiten doelgericht te volgen en fraude en onregelmatigheden met
traditionele eigen middelen op te sporen. De Commissie houdt nauwgezet toezicht op acties die
de lidstaten ondernemen naar aanleiding van haar inspectiebevindingen[8]. 2.1.2. Uitgaven — Gedeeld beheer en
pretoetredingssteun 2.1.2.1. Natuurlijke hulpbronnen
(landbouw en het Europees Visserijfonds) In de landbouwsector varieert het aantal als
fraude gemelde onregelmatigheden en de overeenkomstige bedragen in verhouding
tot de totale uitgaven aanzienlijk zowel binnen als tussen de lidstaten
onderling. In 2011 hebben de lidstaten 139 van de in totaal
2 395 vastgestelde onregelmatigheden als fraude gemeld. In vergelijking
met het verslagjaar 2010 is het aantal als fraude gemelde onregelmatigheden
gedaald. De financiële impact is echter gestegen van 69 miljoen EUR in 2010 tot
77 miljoen EUR in 2011 (zie grafiek 2). Die toename hangt samen met twee grote
gemelde zaken van respectievelijk 39 en 26 miljoen EUR. Grafiek 3: Landbouw: als fraude gemelde onregelmatigheden en
overeenkomstige bedragen — 2007-2011 In 2011 heeft
Bulgarije het grootste aantal frauduleuze onregelmatigheden op dit gebied
gemeld, nl. 37, gevolgd door Roemenië met 25. Bepaalde lidstaten met hoge
uitgaven zoals Frankrijk, Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk blijven
erg weinig frauduleuze onregelmatigheden melden. Dit doet de vraag rijzen of
het geringe aantal fraudemeldingen het gevolg is van niet-naleving van de meldingsbeginselen,
onder andere van een eigen interpretatie van de termen "vermoedelijke
fraude" en "bewezen fraude", of eerder te wijten is aan het
(on)vermogen van de bestaande controlesystemen in deze lidstaten om fraude op
te sporen. In het jaarverslag over 2010 verzocht de
Commissie Frankrijk, Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk het lage
aantal als fraude gemelde onregelmatigheden te verklaren en verslag uit te
brengen van de inspanningen om hun controlesystemen beter toe te spitsen op
risicovolle sectoren. Tot op heden heeft de Commissie de gevraagde inlichtingen
niet ontvangen. Aan Finland, Nederland en Polen werd gevraagd de
meldingen vollediger te maken, in het bijzonder met betrekking tot
persoonsgegevens van de verantwoordelijken voor (al dan niet frauduleuze)
onregelmatigheden. Nederland en Polen hebben hun conformiteitspercentage
verhoogd tot circa 83 % en Finland tot bijna 75 %. Hoewel dit een
belangrijke stap voorwaarts betekent, is er nog ruimte voor verbetering. Het
totale conformiteitspercentage voor de EU-27 bedraagt ongeveer 93 %. Dat
is een verbetering ten opzichte van 2010 (90 %). De Commissie staat de lidstaten bij, voert
constante kwaliteitscontroles uit in het meldingssysteem IMS en geeft de
lidstaten feedback over de kwaliteit van hun verslaglegging en over ontbrekende
gegevens. Voor het Europees Visserijfonds werden twee
onregelmatigheden als fraude gemeld voor een totaalbedrag van ongeveer
30 000 EUR. 2.1.2.2. Cohesiebeleid In 2011 zijn het aantal als fraude gemelde
onregelmatigheden en de overeenkomstige bedragen in de sector cohesiebeleid gedaald
met respectievelijk 46 % en 63 % (zie grafiek 3). Dat is een scherpe
daling ten opzichte van het voorgaande jaar. Net als bij de andere onregelmatigheden was deze
verwacht omdat het effect van de oorzaken voor de scherpe stijging in 2010 is
uitgewerkt[9]. Grafiek 4: Cohesiebeleid: als fraude gemelde
onregelmatigheden en overeenkomstige bedragen — 2007-2011 De tendensen van
de voorgaande jaren zijn dit jaar bevestigd. Polen, Duitsland en Italië hebben
de meeste zaken gemeld (149 van de 276) en Duitsland boekt de meeste successen inzake
het afronden van strafprocedures om fraude te bewijzen en boetes op te leggen. Zes lidstaten hebben in 2011 geen frauduleuze
onregelmatigheden gemeld in de sector van het cohesiebeleid. Het gaat om
België, Cyprus, Denemarken, Frankrijk, Malta en Nederland. Het is nog niet
duidelijk waarom dit het geval was in een grote lidstaat zoals Frankrijk. Meestal gaat het bij de als fraude gemelde
onregelmatigheden om het gebruik van valse of vervalste documenten (bewijsstukken,
verklaringen of certificaten), voornamelijk met het oog op het subsidiabel
maken van niet-subsidiabele uitgaven (waardoor de kosten van het projecten worden
opgevoerd) of niet in aanmerking komende begunstigden. In drie gevallen ging
het om corruptie met een geraamde financiële impact van 750 000 EUR. In de
sectoren landbouw en cohesiebeleid worden de lidstaten uitgenodigd uitleg te
geven over het beperkte aantal gemelde gevallen van "vermoedelijke
fraude" en mee te delen hoe hun controlesystemen op fraudegevoelige
gebieden worden toegespitst om de preventie en opsporing van fraude te
verbeteren. 2.1.2.3. Pretoetredingssteun In de sector
pretoetredingssteun zijn het aantal als fraude gemelde onregelmatigheden en de
overeenkomstige bedragen in 2011 significant blijven dalen, wat de tendens van
2010 bevestigt. Dit houdt duidelijk verband
met de uitfasering voor de EU-10- en EU-2-landen van de activiteiten die voor
de periode 2000-2006 werden gefinancierd in het kader van de
pretoetredingsprogramma's. Grafiek 5: Pretoetredingssteun: als fraude gemelde
onregelmatigheden en overeenkomstige bedragen — 2007-2011 Net als de
voorgaande jaren houdt het merendeel van de zaken op het gebied van de
pretoetredingssteun (programmeringsperiode 2000-2006) verband met Sapard (het
speciaal toetredingsprogramma op het gebied van landbouw en
plattelandsontwikkeling). Polen heeft het grootste aantal gevallen gemeld,
gevolgd door Roemenië. In het geval van het instrument voor
pretoetredingssteun (programmeringsperiode 2007-2013) waren de negen als fraude
gemelde onregelmatigheden verdeeld over de vijf categorieën[10]. Turkije
heeft voor alle vijf de categorieën onregelmatigheden gemeld, terwijl Italië
één fraudezaak betreffende grensoverschrijdende samenwerking heeft vastgesteld
in het kader van het programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het
Adriatische gebied. Alleen Turkije meldt onregelmatigheden via het IMS, terwijl
Kroatië dat ondanks de verstrekte opleiding en ondersteuning nog steeds niet
doet. De
Commissie nodigt Kroatië uit om de introductie van het IMS te voltooien en de
kwaliteit van de meldingen te verbeteren. De Commissie nodigt de voormalige
Joegoslavische Republiek Macedonië uit om het systeem in gebruik te nemen. 2.2. Analyse van door de lidstaten
in 2011 niet als fraude gemelde onregelmatigheden In 2011 nam het totale aantal niet als fraude
gemelde onregelmatigheden af (zie grafiek 6). Met name in de sectoren van het
cohesiebeleid en de pretoetredingssteun was de daling afgetekend. Grafiek
6: Niet als fraude gemelde onregelmatigheden en overeenkomstige bedragen —
2007-2011 Aan de inkomstenzijde is de financiële impact
van de niet als fraude gemelde onregelmatigheden licht gestegen ten opzichte
van 2010 (zie tabel 2). Tabel 2: Niet als fraude gemelde onregelmatigheden — 2011 Sector || Aantal niet als fraude gemelde onregelmatig-heden || Geraamde financiële impact van de niet als fraude gemelde onregelmatigheden 2010 || 2011 || 2010 || 2011 (miljoen EUR) || % van de toewijzingen || (miljoen EUR) || % van de toewijzingen Landbouw || 1427 || 2256 || 62 || circa 0,11 % || 101 || circa 0,18 % Visserij || 1 || 46 || 0,01 || 0 % || 1,6 || circa 0,24 % Cohesiebeleid || 6598 || 3604 || 1186 || circa 2,41 % || 1015 || circa 2,00 % Pretoetredings-fondsen || 323 || 207 || 42 || circa 2,59 % || 48 || circa 2,63 % Directe uitgaven || 1000 || 888 || 39,5 || circa 0,27 % || 49,9 || circa 0,78 % Totale uitgaven || 9349 || 7001 || 1325,51 || circa 0,94 % || 1215,5 || circa 0,86 % Totale inkomsten[11] (traditionele eigen middelen) || 3861 || 3973 || 253 || (circa 1,21 % van het brutobedrag van de voor 2010 geïnde TEM) || 278 || (circa 1,24 % van het brutobedrag van de voor 2011 geïnde TEM) In 2011 werden er
op het gebied van de traditionele eigen middelen 3 973 niet-frauduleuze
onregelmatigheden gemeld. Zowel het aantal zaken als de bedragen namen toe in
vergelijking met 2010. De
douanecontrolestrategieën van de lidstaten moeten nog meer op risicovolle
invoer worden gericht, zodat het opsporingspercentage van onregelmatigheden en
fraude met TEM verder stijgt. In de sector
landbouw zijn in 2011 2 256 onregelmatigheden vastgesteld. Zowel het
aantal zaken als de overeenkomstige bedragen zijn gestegen ten opzichte van
2010. Het grotere aantal zaken hangt samen met de toename van de uitgaven en
met name met de extra inspanningen van de lidstaten en de Commissie om de
procedure voor het melden van onregelmatigheden te verbeteren[12]. Ook de financiële
impact van de niet als fraude gemelde onregelmatigheden in de landbouw is
gestegen van 62 miljoen EUR in 2010 tot 101 miljoen EUR in 2011.
Specifieke aandacht gaat uit naar de begrotingsjaren 2004-2006, die als
afgesloten worden beschouwd omdat hiervoor de controle- en auditplannen volledig
zijn uitgevoerd, terugvorderingsprocedures zijn ingeleid en onregelmatigheden
zijn gemeld. Op het gebied van het cohesiebeleid en de
pretoetredingssteun kunnen de conclusies die bij de als fraude gemelde
onregelmatigheden werden getrokken, ook de afname van het aantal niet als
fraude gemelde onregelmatigheden verklaren (programmacyclus, uitwerking van de
versnelling in de verslaglegging door de invoering van het IMS en de
verbeteringen aan de beheers- en controlesystemen voor het cohesiebeleid, en de
aflopende bijstand voor een aantal begunstigde landen in het kader van het
pretoetredingsbeleid). Het cohesiebeleid is nog steeds voor het
grootste deel van de niet als fraude gemelde onregelmatigheden met de diverse
uitgaven van de EU-begroting verantwoordelijk, hoewel het overwicht minder
uitgesproken is dan het voorgaande jaar (in 2011 circa 50 % van alle
gemelde gevallen, in 2010 70 %). In de meeste gevallen gaat het om inbreuken op
de regels voor overheidsopdrachten en de subsidiabiliteit van uitgaven. De
beheers- en controlesystemen op dit gebied kunnen dus nog worden verbeterd. De
lidstaten worden aangespoord de efficiëntie en doeltreffendheid van hun beheers-
en controlesystemen voor het cohesiebeleid verder te verhogen. De algemene kwaliteit van de meldingen verbetert
gestaag dankzij de invoering en succesvolle ingebruikname van het IMS in elke
lidstaat. Frankrijk heeft het systeem als laatste land in gebruik genomen
(laatste kwartaal 2011). Er is dus nog ruimte voor verbetering, zeker wanneer
Frankrijk het nationale IT-systeem PRESAGE in 2012 aansluit op het IMS. Op het
gebied van het cohesiebeleid nodigt de Commissie Frankrijk uit om tegen het
einde van 2012 de invoering van het IMS-systeem te voltooien. 2.3. Analyse van de fraudegevallen
en andere onregelmatigheden met rechtstreeks door de Commissie beheerde
uitgaven in 2011 Dit punt betreft de
terugvorderingsopdrachten[13]
die door de diensten van de Commissie in verband met de onder "direct
gecentraliseerd beheer" staande uitgaven zijn gegeven[14]. Volgens het boekhoudsysteem op transactiebasis
van de Commissie (ABAC) werden in het begrotingsjaar 2011 3 389
invorderingsopdrachten voor een totaalbedrag van 225 miljoen EUR
uitgevaardigd. Bij deze invorderingsopdrachten werden 922 onregelmatigheden
gemarkeerd als niet-frauduleus en 24 als frauduleus. Uit verdere analyse blijkt
dat er ook bij 10 andere terugvorderingen sprake is van fraude. Deze 34
fraudezaken hebben samen een impact van 1,5 miljoen EUR. Ten opzichte van de
totale begroting onder gecentraliseerd direct beheer in datzelfde
begrotingsjaar is het aandeel fraudegevallen en onregelmatigheden bijzonder
laag. 3. Terugvordering De in dit hoofdstuk vermelde gegevens over
terugvorderingen zijn, voor de sectoren van de uitgavenbegroting, ontleend aan de
in de jaarrekeningen van de Europese Unie gepubliceerde cijfers[15].
Hierdoor wijken ze zowel qua bereik als inhoudelijk af van de cijfers van de
voorgaande jaren[16].
Tabel 3: Terugvorderingspercentages per sector — 2010–2011 BEGROTINGSSECTOR || CONTEXT || TERUG-VORDERINGS-PERCENTAGE 2010 || 2011 TEM || Het terugvorderingspercentage bedraagt voor alle jaren samen (1989-2011) 50 %. || 46 % || 52 % Landbouw en plattelandsontwikkeling[17] || De hier vermelde percentages betreffen de mate waarin de door de Commissie besloten financiële correcties zijn uitgevoerd[18]. || 85 % || 77 % Cohesiebeleid || De hier vermelde percentages betreffen de follow-up van de financiële correcties die de Commissie heeft uitgevoerd om uitgaven die niet aan de toepasselijke voorschriften en regelingen voldoen, uit te sluiten van financiering door de Unie. Zij kunnen eveneens worden toegepast nadat in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd. Het uitvaardigen van een invorderingsopdracht om onterecht betaalde bedragen terug te halen, is maar een van de middelen waarover de Commissie beschikt om financiële correcties op te leggen. || 69 % || 93 % Overige beheersvormen[19] || Betreft de terugvordering van bedragen die ten onrechte zijn betaald vanwege fouten of onregelmatigheden ontdekt door de Commissie of OLAF, de lidstaten en de Europese Rekenkamer, voor het gedeelte van de begroting dat niet onder gedeeld beheer wordt uitgevoerd. || 92 % || 92 % 3.1. Inkomsten (traditionele eigen
middelen) Op het gebied van de traditionele eigen middelen
zijn de lidstaten verplicht om ten onrechte niet-geïnde bedragen in te vorderen
en deze te melden in de OWNRES-databank. Het totale in te vorderen bedrag voor
in 2011 opgespoorde onregelmatigheden is ongeveer 321 miljoen EUR (circa
1,43 % van de totale TEM die in 2011 werden geïnd). Voor de zaken die in
2011 werden ontdekt, hebben de lidstaten al 166 miljoen EUR ingevorderd, wat
het invorderingspercentage voor 2011 op 52 % brengt. Daarnaast hebben de
lidstaten hun invorderingsinspanningen voor zaken uit de voorgaande jaren
voortgezet. In 2011 hebben de 27 lidstaten samen ongeveer 305 miljoen EUR
ingevorderd voor zaken uit de periode 1989-2011. De inspanningen van de lidstaten om TEM in te
vorderen, worden gecontroleerd door middel van TEM-inspecties en via de
verplichting om alle bedragen van meer dan 50 000 EUR die door de
lidstaten uiteindelijk oninbaar worden verklaard, aan de Commissie te melden.
De lidstaten worden financieel aansprakelijk gesteld voor niet-ingevorderde TEM
als blijkt dat zij bij hun invordering fouten hebben gemaakt. Meer dan 98 % van alle TEM wordt zonder
problemen geïnd. 3.2. Door de lidstaten beheerde
uitgaven 3.2.1. Natuurlijke hulpbronnen
(landbouw en het Europees Visserijfonds) In de landbouwsector werden controlebezoeken
verricht in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedures. Als gevolg
daarvan heeft de Commissie voor 822 miljoen EUR aan financiële correcties
uitgevoerd op een totaal van 1 068 miljoen EUR aan vastgestelde correcties
(77 %). Daarnaast hebben de lidstaten tijdens het
begrotingsjaar 2011 173 miljoen EUR teruggehaald bij begunstigden van het
Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF). Hierdoor hadden de lidstaten tegen het
einde van het begrotingsjaar 2011 al 44 %[20] van de sinds 2007 aangegane schulden van
het ELGF teruggevorderd. Het financiële goedkeuringsmechanisme (de zogeheten
50/50-regel), ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 1290/2005[21], is voor
de lidstaten een krachtige stimulans om onrechtmatige betalingen zo snel
mogelijk terug te vorderen van de begunstigden. Niettemin bedroeg het door de nationale
autoriteiten terug te halen aangegroeide ELGF-bedrag aan het einde van het
begrotingsjaar 2011 nog 1,2 miljard EUR. Het ten bate van de EU-begroting terug
te vorderen bedrag is echter lager, aangezien de lidstaten sinds 2006 op grond
van de 50/50-regel al grote niet-teruggevorderde bedragen (0,45 miljard EUR)
aan de EU-begroting hebben betaald. In de periode 2008-2011 heeft de Commissie het
nieuwe goedkeuringsmechanisme gecontroleerd door middel van inspecties ter
plaatse bij nationale autoriteiten, die verantwoordelijk zijn voor 18
betaalorganen in 13 lidstaten en 90 % van de totale uitstaande schuld aan
het einde van het begrotingsjaar 2011. 3.2.2. Cohesiebeleid In 2011 heeft de Commissie op het gebied van het
cohesiebeleid al 624 miljoen EUR van de in totaal 673 miljoen EUR aan
vastgestelde financiële correcties uitgevoerd (93%). Het gecumuleerde percentage van uitgevoerde
financiële correcties (tot en met 2011) is gestegen tot 72 %, wat het
uitstaande bedrag op 2,5 miljard EUR brengt. De lidstaten zijn in de eerste plaats
verantwoordelijk voor het bij de begunstigden terugvorderen van ten onrechte
betaalde bedragen, eventueel verhoogd met achterstandsrente. De door de
lidstaten teruggevorderde bedragen zijn niet in dit verslag opgenomen,
aangezien het hier enkel om de door de Commissie vastgestelde financiële
correcties gaat. Voor de periode 2007-1013 zijn de lidstaten
wettelijk verplicht gegevens aan de Commissie mee te delen over de bedragen die
vóór de voltooiing van het nationale terugvorderingsproces aan de
cofinanciering werden onttrokken en over de bedragen die op nationaal niveau
daadwerkelijk van de begunstigden zijn teruggevorderd. Deze gegevens
(onvolledig in het geval van de totale bedragen betreffende terugvorderingen en
financiële correcties) zijn opgenomen in het werkdocument van de diensten van
de Commissie "Statistical Evaluation of Irregularities reported in
2011". 3.2.3. Overige beheersvormen Wat betreft het deel van de EU-begroting dat
onder direct beheer valt, worden uitgaven die niet volgens de geldende regels
en voorschriften zijn gebeurd, bij opdracht van de Commissie teruggevorderd of
in mindering gebracht op de volgende kostenstaat[22]. Bij het deel van de begroting dat niet onder
direct beheer valt, zijn er in totaal voor 377 miljoen EUR
terugvorderingsopdrachten uitgevaardigd. Daarvan is 346 miljoen EUR teruggevorderd
(92 %). 3.2.3.1. Pretoetredingssteun Op het gebied van de pretoetredingssteun zijn de
begunstigde landen verantwoordelijk om ten onrechte uitgekeerde bedragen bij de
begunstigden terug te halen en eventuele achterstandsrente te innen. De
gegevens in dit verslag zijn gebaseerd op de door de begunstigde landen gemelde
gevallen van vermoedelijke fraude en onregelmatigheden. Bij de in 2011 gemelde gevallen is het
terugvorderingspercentage significant verbeterd ten opzichte van de voorgaande
jaren. In totaal werd bijna 26 miljoen EUR (46 %) teruggehaald. Ook de totale gecumuleerde terugvordering (van
alle gemelde bedragen, ook in de voorgaande jaren) is verbeterd: er is meer dan
100 miljoen EUR teruggevorderd en het terugvorderingspercentage bedraagt meer
dan 60 %. Deze positieve resultaten zijn rechtstreeks te
danken aan de afsluiting van de programma's voor pretoetredingssteun. 3.2.3.2. Door de Commissie beheerde
uitgaven Voor de in 2011 uitgevaardigde
terugvorderingsopdrachten die als frauduleuze of niet-frauduleuze
onregelmatigheden werden opgegeven, werd het geld in bijna alle 922 gevallen
van onregelmatigheden geheel of gedeeltelijk teruggehaald. Bij als fraude gemelde
onregelmatigheden bedraagt het terugvorderingspercentage 50 %, bij de
andere onregelmatigheden 64 %. 4. Fraudebestrijdingsbeleid op EU-niveau 4.1. Door de Commissie in 2011
genomen beleidsmaatregelen voor fraudebestrijding 4.1.1. Voorstel voor de hervorming
van OLAF Momenteel wordt gewerkt aan
een herziene versie van de basisverordening waarin de belangrijkste taken en
bevoegdheden van OLAF op het gebied van administratieve onderzoeken zijn
vastgesteld[23].
Na een diepgaande denkoefening in 2010 heeft de Commissie in maart 2011 aan de
medewetgevers – het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie – een
gewijzigd voorstel voorgelegd om het wetgevingskader voor de werkzaamheden van
OLAF te verbeteren. Het gewijzigde voorstel moet
de onderzoeken van OLAF efficiënter maken en tegelijkertijd de procedurele
rechten van de betrokkenen verduidelijken. Het voorstel is geanalyseerd
door de Raad op werkgroepniveau en in juni 2012 besproken door het Europees
Parlement, de Raad en de Commissie tijdens een informele trialoog. 4.1.2. Fraudebestrijdingsstrategie
van de Commissie Met het oog op een
betere fraudepreventie en -opsporing op het niveau van de Unie heeft de Commissie
in juni 2011 een mededeling over haar fraudebestrijdingsstrategie[24]
goedgekeurd. Deze strategie is in de eerste plaats ontwikkeld voor de diensten
van de Commissie die de EU-middelen beheren en omvat de volgende prioriteiten: ·
de opname van adequate fraudebestrijdingsbepalingen
in de voorstellen van de Commissie betreffende uitgavenprogramma's in het
nieuwe meerjarig financieel kader; ·
de ontwikkeling van fraudebestrijdingsstrategieën
voor de diensten van de Commissie met de hulp van OLAF; ·
de herziening van de richtlijnen betreffende
overheidsopdrachten om de regels te vereenvoudigen, terwijl het risico op
fraude bij overheidsopdrachten in de lidstaten wordt beperkt. In 2011 en begin 2012
werd vooruitgang geboekt met de opname van fraudebestrijdingsbepalingen in de
uitgavenprogramma's, onder meer met de oprichting van een netwerk voor
fraudepreventie en de ontwikkeling van een specifieke fraudepreventiewebsite,
die toegankelijk is voor alle diensten van de Commissie. De strategie zal
uiterlijk eind 2014 worden afgerond. 4.1.3. Actieplan van de Commissie ter
bestrijding van de smokkel van sigaretten en alcohol aan de oostgrens van de EU De smokkel in zwaar belaste goederen, in
hoofdzaak sigaretten en alcohol, leidt tot een aanzienlijke derving van
inkomsten voor de begrotingen van de Unie en haar lidstaten. Het directe
verlies aan douane-inkomsten door sigarettensmokkel in de EU wordt geschat op
meer dan 10 miljard EUR per jaar. Om dit probleem te helpen oplossen, heeft de
Commissie in juni 2011 een actieplan gelanceerd om de strijd tegen sigaretten-
en alcoholsmokkel aan de oostgrens van de EU op te voeren[25]. In het kader van dat actieplan worden bestaande
initiatieven en problemen geanalyseerd en gerichte initiatieven voorgesteld die
met de hulp van de lidstaten, Rusland en de landen van het Oostelijk
Partnerschap (Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië en
Oekraïne) uiterlijk in 2014 uitgevoerd moeten zijn. Het omvat onder meer steun
voor de ontwikkeling van de rechtshandhavingscapaciteit en verlening van
technische bijstand en opleidingen, versterking van de afschrikmiddelen en
bewustmaking, en intensivering van de operationele samenwerking tussen de
bevoegde diensten in de regio, onder meer door de uitwisseling van informatie
en een hechtere internationale samenwerking. Een aantal van deze maatregelen is ondertussen
al genomen. Enkele voorbeelden zijn de gerichte regionale operationele
conferentie over tabakssmokkel die eind juni 2011 in Roemenië heeft
plaatsgevonden, de afvaardiging van een verbindingspersoon van OLAF naar de
EU-delegatie in Kiev om de samenwerking met de bevoegde
rechtshandhavingsdiensten van Oekraïne te versterken, en een eerste
gezamenlijke douaneoperatie tegen de smokkel van tabaksproducten en
synthetische drugsprecursoren aan de oostgrens van de EU (zie punt 4.2.5.3 van
dit verslag). De verwezenlijking van de doelstellingen van het
actieplan was een van de prioriteiten in 2011 en blijft ook in 2012 belangrijk. 4.1.4. Maatregelen van de Commissie
ter bescherming van de financiële belangen van de Unie via het strafrecht en
door administratieve onderzoeken De lidstaten beschermen de EU-middelen op basis
van nationale regels. Hierdoor varieert het percentage zaken waarin misbruik
van EU-geld tot een veroordeling leidt aanzienlijk van 14 % in de ene
lidstaat tot 80 % in de andere. Bovendien zijn de strafrechtelijke
stelsels van de lidstaten slechts in beperkte mate geharmoniseerd[26], is de
justitiële samenwerking onvoldoende doeltreffend en bestaat de neiging om
strafvervolging tot binnenlandse zaken te beperken, ten koste van de Europese
dimensie. Er zijn in het algemeen
onvoldoende afschrikmiddelen tegen crimineel misbruik van EU-geld. De Commissie
heeft daarom aangekondigd dat ze het juridische kader ter bescherming van de
financiële belangen van de EU op verschillende gebieden zal versterken[27]: ·
door de voornaamste delicten die de financiële
belangen van de Europese Unie schaden (zoals fraude) en andere relevante
strafbare feiten (zoals verduistering) te definiëren; ·
via het procedurele kader, waar de samenwerking en
informatie-uitwisseling tussen alle bevoegde autoriteiten verbeterd moeten
worden; ·
via het institutionele kader voor het opsporen,
vervolgen en voor het gerecht brengen van daders van strafbare feiten die de
financiële belangen van de Unie schaden. Dit omvat de versterking van de
bestaande organen — Eurojust en OLAF — en de instelling van een gespecialiseerd
Europees openbaar ministerie. Wat het eerste punt betreft, heeft de Commissie
op 11 juli 2012 een wetgevingsvoorstel ingediend[28]. Voor de
andere gebieden onderzoekt de Commissie momenteel de verschillende opties voor
voorstellen. Voorts acht de Commissie het overeenkomstig haar
werkprogramma noodzakelijk de eurobankbiljetten en -munten beter te beschermen
door strafrechtelijke sancties. Dit kan inhouden dat alle lidstaten in de
mogelijkheid worden gesteld dezelfde onderzoekstechnieken te gebruiken en dat
minimumsancties worden ingesteld. De Commissie werkt aan een wetgevingsvoorstel
ter zake. 4.1.5. Meerjarig financieel kader
(MFK) voor 2014–2020 — de programma's Hercules III en Pericles 2020 Om de preventie en bestrijding van fraude te
versterken, heeft de Commissie in december 2011 voorstellen goedgekeurd voor de
financiering van twee programma's: Hercules III[29] en
Pericles 2020[30].
Beide voorstellen zijn in de context van het nieuwe meerjarig financieel kader
voor 2014-2020 gelanceerd en zijn opvolgers voor bestaande programma's die eind
2013 aflopen. Hercules III is een financieringsprogramma met
als specifieke doelstelling de bestrijding van fraude, corruptie en alle andere
onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden
geschaad. Het ondersteunt de aanschaf van gespecialiseerde apparatuur en
databanken voor nationale rechtshandhavingsinstanties en opleidingen voor
fraudebestrijdingsspecialisten. Het totale voorgestelde budget voor de periode
van zeven jaar bedraagt 110 miljoen EUR. De nieuwe elementen in het
Hercules III-voorstel moeten zorgen voor een rationalisering van de
doelstellingen en een vereenvoudiging van de uitvoering in vergelijking met het
huidige programma. Voor de technische bijstand aan de lidstaten voorziet het
voorstel in een verhoging van het medefinancieringspercentage van 50 % tot
80 % op vraag van een groot aantal stakeholders, zodat ook lidstaten met
een beperktere medefinancieringscapaciteit hun voordeel uit deze programma's
kunnen halen. Het programma Pericles is
gericht op het verlenen van opleidingen en bijstand voor de bescherming van de
eurobiljetten en -munten tegen fraude en valsemunterij. Er wordt steun
verstrekt voor multidisciplinaire en transnationale workshops, vergaderingen en
seminars, doelgerichte plaatsing en uitwisseling van personeel van nationale
overheidsorganen in de EU en wereldwijd, en tevens voorzien in technische,
wetenschappelijke en operationele ondersteuning. Ook het Pericles
2020-voorstel bevat nieuwe elementen, zoals de mogelijkheid om specifieke
apparatuur aan te schaffen en een verhoging van het medefinancieringspercentage
(tot 90 % in uitzonderlijke gevallen). Het totale voorgestelde budget voor
de periode van zeven jaar bedraagt 7,7 miljoen EUR. Beide voorstellen zullen in
2012 door het Europees Parlement en de Raad worden behandeld. 4.1.6. Nieuwe organisatie van OLAF en
zijn onderzoeksprocedures In maart 2011 heeft OLAF een interne
doorlichting georganiseerd om met name zijn organisatiestructuur en
onderzoeksprocedures te verbeteren. Als gevolg daarvan geldt bij OLAF sinds 1
februari 2012 een nieuw organigram. Dankzij de nieuwe structuur zijn de
algemene kosten en administratieve lasten verminderd, werkt 30 % meer
medewerkers mee aan de onderzoeken en is de rol OLAF als dienst van de
Commissie die verantwoordelijk is voor het algemene fraudebestrijdingsbeleid,
bevestigd. De onderzoeksprocedures werden gestroomlijnd en er werd een nieuwe
reeks prioriteiten voor het onderzoeksbeleid vastgesteld. 4.2. Andere door de Commissie in
2011 genomen beleidsmaatregelen met betrekking tot fraudebestrijding 4.2.1. Mededeling van de Commissie
over corruptiebestrijding in de EU De uitvoering van het rechtskader voor
corruptiebestrijding door de lidstaten blijft ongelijkmatig en als geheel
onbevredigend. Daarom heeft de Commissie een
algemeen EU-beleid inzake corruptiebestrijding voor de komende jaren
voorgesteld[31]. Daarin heeft ze opgeroepen de aandacht voor
corruptie op verscheidene beleidsterreinen te verscherpen en een aantal
maatregelen aanbevolen zoals nauwere samenwerking, modernisering van de
EU-regels voor de verbeurdverklaring van criminele vermogensbestanddelen,
herziening van de wetgeving voor overheidsopdrachten, betere
misdaadstatistieken en veelvuldiger gebruik van voorwaarden in het
samenwerkings- en ontwikkelingsbeleid. Vanaf 2013 zal de Commissie om het andere jaar
een EU-corruptiebestrijdingsverslag uitbrengen. Dit
verslag moet de strijd tegen corruptie intensiveren en het wederzijdse
vertrouwen tussen de lidstaten versterken. Daarnaast is het een geschikt medium
om tendensen in de EU te belichten, goede praktijken uit te wisselen en het
terrein voor te bereiden voor nieuwe beleidsmaatregelen van de EU. 4.2.2. Modernisering van de regels
inzake overheidsopdrachten Op basis van de resultaten van een openbare
raadpleging heeft de Commissie op 20 december 2011 voorstellen[32]
aangenomen om de richtlijnen voor overheidsopdrachten te moderniseren. Dit moet
ervoor zorgen dat de lidstaten doeltreffende mechanismen instellen om
ondeugdelijke handelspraktijken te voorkomen en de transparantie te verhogen.
De Commissie is van mening dat dergelijke maatregelen niet alleen bijdragen tot
eerlijke mededinging tussen inschrijvers, maar ook verzekeren dat
overheidsinstanties het geld van de belastingbetalers efficiënt besteden. Tegelijkertijd heeft de Commissie fundamentele
transparantiemaatregelen en procedurevoorwaarden voor de gunning van
concessieopdrachten[33]
voorgesteld met het oog op de uitsluiting van deelnemers die werden veroordeeld
voor corruptie, witwaspraktijken en fraude, en ter voorkoming van
belangenconflicten. 4.2.3. Cohesiebeleid Wat het cohesiebeleid na 2013
betreft, is de Commissie van oordeel dat meer aandacht moet worden besteed aan de
fraudebestrijdingsaspecten, onder meer door de invoering van een systeem van
nationale accreditatie, een beheersverklaring en een jaarlijkse goedkeuring van
de rekeningen om de betrouwbaarheid te vergroten. Specifiek voor het financiële
beheer en de controle van de programma's heeft de commissie voorgesteld dat de
beheersautoriteit doeltreffende fraudebestrijdingsmaatregelen neemt die in
verhouding staan tot de geïdentificeerde risico's[34]. 4.2.4. Directe uitgaven Inzake de preventie en opsporing van en het
onderzoek naar fraude op het gebied van de directe uitgaven en externe steun
heeft de Commissie voorgesteld een nieuwe standaardclausule[35] voor de
bescherming van de financiële belangen van de Unie op te nemen in alle nieuwe
MFK-voorstellen voor de periode 2014-2020 met het oog op een grotere
consistentie bij de uitgavenprogramma's. 4.2.5. Douane 4.2.5.1. Antifraude Transit
Informatiesysteem Om de strijd tegen
douanefraude op te kunnen voeren, moeten alle betrokken autoriteiten op de
hoogte worden gehouden van de bewegingen van doorvoergoederen binnen de EU.
Daartoe heeft de Commissie (OLAF) een centrale databank ontwikkeld en
beschikbaar gesteld — het Antifraude Transit Informatiesysteem of ATIS. Sinds 1
september 2011 hebben de Commissie, de lidstaten en de EVA-landen[36] in
realtime toegang tot ATIS. 4.2.5.2. Wederzijdse administratieve
bijstand en bijbehorende fraudebestrijdingsafspraken met derde landen Met het oog op een correcte toepassing van de
douanewetgeving bevatten verschillende overeenkomsten, zoals preferentiële
handels- en/of samenwerkingsovereenkomsten, niet-preferentiële overeenkomsten
en douaneovereenkomsten, bepalingen over wederzijdse administratieve bijstand
en over de voorkoming en bestrijding van, en het onderzoek naar inbreuken op de
douanewetgeving. Eind 2011 waren er 43 overeenkomsten met in
totaal 58 landen van kracht. Daarnaast waren er onderhandelingen aan de gang
met India, Canada, Singapore, Maleisië, de Mercosur-regio, Georgië, Moldavië en
zes EPA-regio's (Economic Partnership Agreement). 4.2.5.3. Gezamenlijke douaneoperaties
(GDO) De douaneautoriteiten van de lidstaten en ook
van een aantal niet-EU-landen voeren in samenwerking met OLAF op gezette tijdstippen
gezamenlijke operaties van beperkte duur uit om de smokkel van gevoelige
goederen en fraude in bepaalde risicogebieden en/of op geïdentificeerde
handelsroutes te bestrijden. De Commissie (OLAF) neemt het initiatief voor deze
gezamenlijke douaneoperaties en/of verleent de nodige ondersteuning. In april 2011 hebben Hongarije en de Commissie
(OLAF) in samenwerking met Europol een gezamenlijke douaneoperatie met als
codenaam Fireblade georganiseerd. Alle lidstaten van de EU en ook Kroatië,
Oekraïne en Moldavië werden uitgenodigd hieraan deel te nemen. De actie heeft
geleid tot de inbeslagname van meer dan 28 000 stuks/paar nagemaakte
textielproducten en accessoires die per spoor via de oostgrens de EU werden
binnengesmokkeld. De financiële impact van deze inbeslagnames bedroeg ten
minste 1 miljoen EUR aan marktwaarde van de vastgehouden namaakgoederen en
1,5 miljoen aan ontdoken douanerechten en heffingen voor de gesmokkelde
sigaretten die tijdens de operatie werden ontdekt. In oktober 2011 hebben de Poolse
douaneautoriteiten in nauwe samenwerking met OLAF een gezamenlijke
douaneoperatie met als codenaam Barrel georganiseerd. Vierentwintig lidstaten,
Kroatië, Turkije, Noorwegen en Zwitserland hebben aan de operatie deelgenomen.
Het ging om de eerste gezamenlijke douaneoperatie voor het goederenvervoer per
spoor tegen de smokkel van tabaksproducten en synthetische drugsprecursoren aan
de oostgrens van de EU. Hierbij werden op goederentreinen met hout en staal ongeveer
1,2 miljoen sigaretten ontdekt en in beslag genomen. Het verlies aan ontdoken
douanerechten en heffingen zou ten minste 205 000 EUR hebben bedragen. 4.2.6. Btw Op basis van de resultaten van een openbare
raadpleging[37],
maar ook van besprekingen met de lidstaten en adviezen van de Europese instellingen
heeft de Commissie in december 2011 de mededeling "De toekomst van de btw
— Naar een eenvoudiger, solider en efficiënter btw-stelsel dat is afgestemd op
de interne markt"[38]
goedgekeurd. Er zal worden gekeken naar nieuwe mogelijkheden
om de fraudebestrijding te versterken, zoals betere de administratieve
samenwerking met derde landen, een mechanisme om snel nieuwe fraude aan te
pakken en bestudering van nieuwe systemen voor de inning van belastingen. De Commissie zal ook technische bijstand en
steun voor capaciteitsopbouw verlenen om de lidstaten te helpen hun
belastingdiensten doeltreffender, efficiënter en fraudebestendiger te maken.
Daarnaast werkt de Commissie aan een permanent EU-forum waar belastingdiensten,
vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de Commissie van gedachten kunnen
wisselen over met het beheer van het btw-stelsel samenhangende fraudekwesties. 4.2.7. Internationale conventies,
instrumenten en regelingen voor administratieve samenwerking In een context van mondialisering vindt fraude
steeds vaker over internationale grenzen heen plaats.
Daarom wereldwijd moet nauwer worden samengewerkt met landen en
internationale organisaties, die EU-middelen ontvangen en/of met partnerdonoren
van de Europese Unie. Er is een sterk juridisch kader en duidelijke
verbintenissen van de partnerlanden nodig om te verzekeren dat deze landen de
middelen die ze van de Unie ontvangen, goed beheren en met de EU samenwerken om
fraude en corruptie te bestrijden. Om dat kader tot stand te brengen, heeft de
Europese Commissie een reeks controle- en fraudebestrijdingsbepalingen
voorgesteld in nieuwe of herziene bilaterale overeenkomsten. In 2011 werden dergelijke bepalingen[39]
voorgesteld in de ontwerpovereenkomsten met begunstigde landen zoals
Afghanistan en Kazachstan en in de ontwerp-associatieovereenkomsten met drie
landen van het Oostelijk Partnerschap, nl. Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Er
werden ook meer gestroomlijnde bepalingen voorgesteld voor
informatie-uitwisseling met vooraanstaande donorlanden zoals Australië. De
Europese Dienst voor extern optreden en de Europese Commissie zullen erop
aandringen dat dergelijke bepalingen bij de onderhandelingen in 2012 in de
nieuwe overeenkomsten met deze landen worden opgenomen. In 2011 is de Commissie (OLAF) gestart met een
grootschalige campagne voor meer samenwerking en uitwisseling van informatie
over fraudebestrijding met internationale organisaties zoals de Integrity
Vice-Presidency van de Wereldbank. 4.2.8. Strijd tegen de illegale
handel in tabaksproducten op internationaal niveau De Commissie heeft het standpunt van de EU
gecoördineerd en de EU samen met het voorzitterschap van de Raad
vertegenwoordigd tijdens de onderhandelingen over het Protocol inzake de
uitroeiing van de illegale handel in tabaksproducten op basis van het
Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC) van de
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De intergouvernementele onderhandelingsgroep
(Intergovernmental Negotiation Body – INB) is vijf keer samengekomen, de
laatste keer (INB5) van 28 maart tot 4 april 2012 in Genève. Na intensieve
onderhandelingen tijdens INB5 werd overeenstemming bereikt over een
ontwerpprotocol inzake de uitroeiing van de illegale handel in tabaksproducten. Dit ontwerpprotocol zal ter
overweging en goedkeuring worden voorgelegd aan de Conferentie van de Partijen
bij het WHO FCTC, die in november 2012 in Seoul (Zuid-Korea) bijeenkomt. 4.3. Uitvoering van
fraudebestrijdingsprogramma's 4.3.1. Hercules II De focus van het programma
Hercules II lag ook in 2011 op de verbetering van transnationale en
multidisciplinaire samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie ter
bestrijding en voorkoming van fraude die de financiële belangen van de EU
schaadt. Bijzondere nadruk was er
voor de opsporing en voorkoming van de onwettige invoer van illegale of
namaakproducten, met inbegrip van sigaretten en andere tabaksproducten (5,1
miljoen EUR); conferenties, seminars en opleidingen (4,8
miljoen EUR); uitgaven voor het gebruik van externe databanken in het
kader van onderzoeken (circa 2,9 miljoen EUR); en academisch onderzoek
(0,7 miljoen EUR). 4.3.2. Pericles Het programma Pericles is
gericht op opleidingen en technische bijstand aan nationale overheden
verantwoordelijk voor de bescherming van de eurobankbiljetten en -munten tegen
fraude en valsemunterij. In 2011 heeft de Commissie (OLAF) deelgenomen aan 15
Pericles-activiteiten zoals conferenties, seminars en uitwisselingen van
personeel georganiseerd door lidstaten en/of de Commissie (OLAF). De
Pericles-strategie is toegespitst op de lidstaten van de Unie en erop gericht
de regionale samenwerking op cruciale terreinen te versterken. In 2011 bedroegen
de in het kader van het programma Pericles toegewezen middelen 1 miljoen EUR,
voor 100 % vastgelegd. 4.3.3. Het antifraude-informatiesysteem
(AFIS) Het antifraude-informatiesysteem (AFIS) omvat
een reeks fraudebestrijdingsinstrumenten voor de tijdige en veilige
uitwisseling van fraudegerelateerde informatie tussen de bevoegde nationale en
Europese overheidsdiensten. AFIS wordt beheerd door de Commissie (OLAF) en
beslaat twee grote gebieden: de wederzijdse bijstand in douanezaken
(gezamenlijke douaneoperaties, beveiligd e-mailverkeer,
antifraude-informatiesysteem enz.) en het beheer van onregelmatigheidsmeldingen
door de lidstaten en de begunstigde landen. Het aantal gebruikers van AFIS is gestaag
toegenomen tot bijna 10 000 ambtenaren van meer dan 1 200 bevoegde
autoriteiten van lidstaten, derde partnerlanden, internationale organisaties,
diensten van de Commissie en andere EU-instellingen. In 2011 werd AFIS
gefinancierd uit een werkingsbudget van 6 miljoen EUR. Het leeuwendeel
daarvan ging naar onderhouds-, ontwikkelings- en productiediensten (4,8
miljoen EUR), en het resterende bedrag naar technische bijstand,
opleidingen en hardware (1,2 miljoen EUR). De AFIS-begroting 2011 werd
volledig uitgevoerd, bij een vastleggingspercentage van 99 %. 4.4. Resolutie van het Europees
Parlement van 6 april 2011 over de bescherming van de financiële belangen van
de Gemeenschappen en fraudebestrijding — Jaarverslag 2009 Het Europees Parlement heeft zijn resolutie over
het verslag van de Commissie van 2009 op 6 april 2011 goedgekeurd[40]. De
resolutie bevat specifieke verzoeken, opmerkingen en voorstellen die de gehele
begroting betreffen. Ze is gericht aan de Commissie en de lidstaten en
behandelt een ruim scala aan onderwerpen zoals de publicatie van de
begunstigden van EU-middelen, nationale beheersverklaringen en
overheidsopdrachten. De resolutie bevat kritiek op de situatie van de
terugvordering van EU-middelen in alle sectoren en het lage aantal
onregelmatigheden dat door een aantal lidstaten in bepaalde sectoren wordt
gemeld. Het Europees Parlement verheugde zich over de
invoering van het beheerssysteem voor onregelmatigheden (IMS) en erkende dat
vooruitgang was geboekt op bepaalde gebieden, zoals de grotere algemene
discipline bij de lidstaten bij de rapportage van onregelmatigheden in de
landbouw. Het nam ook akte van de succesvolle resultaten van de gezamenlijke
douaneoperatie Diabolo II, die door de Europese Commissie (OLAF) werd
gecoördineerd. De Commissie heeft een vervolgverslag aan het
Parlement voorgelegd over de praktische maatregelen die ze naar aanleiding van
de resolutie wil nemen. De Commissie heeft er met name op gewezen dat ze een
aantal vereenvoudigingen heeft aangenomen voor alle gebieden onder gedeeld
beheer om de werklast voor de lidstaten te verminderen. Als tegenprestatie
wordt van hen verwacht dat ze de kwaliteit, tijdigheid en volledigheid van hun
onregelmatigheidsmeldingen verbeteren. 4.5. Raadgevend Comité coördinatie
fraudebestrijding (COCOLAF) Krachtens artikel 325 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie organiseren de lidstaten in
samenwerking met de Commissie een nauwe en regelmatige samenwerking tussen hun
bevoegde autoriteiten. Die vindt plaats binnen het Raadgevend Comité
coördinatie fraudebestrijding[41]. Het Comité is in 2011 twee keer bijeengekomen[42]. Daarbij
werd het op de hoogte gesteld van de vorderingen in het
fraudebestrijdingsprogramma van de Commissie en heeft het zelf een aantal
suggesties gedaan. De volgende onderwerpen zijn daarbij aan bod gekomen: de
daadwerkelijke uitvoering van de EU-wetgeving inzake fraudebestrijding en de
toepassing ervan op nationaal niveau, de jaarlijkse verslaglegging en informatie-uitwisseling
tussen de lidstaten en de Commissie, met name inzake vermoedelijke en bewezen
fraudezaken en onregelmatigheden, en risicoanalyses. Het Comité heeft met name gezocht naar manieren
om de fraudebestrijdingsmaatregelen in de lidstaten te versterken, met name
door een speciale subgroep van COCOLAF voor structurele initiatieven op te
richten. De lidstaten hebben gewezen op de toegevoegde waarde van dergelijke
bijeenkomsten, met name voor de uitwisseling van goede praktijken. 5. Maatregelen van de lidstaten ter
bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die de financiële
belangen van de EU schaden 5.1. Resultaten van de vragenlijst
over de controles ter bestrijding van onregelmatigheden en fraude ten nadele
van de financiële belangen van de EU op het gebied van het cohesiebeleid Elk jaar kiezen de Commissie en de lidstaten een
speciaal thema (bijvoorbeeld in verband met risicogebieden) dat in het
fraudebestrijdingsverslag van het daaropvolgende jaar wordt uitgewerkt op basis
van de antwoorden op een vragenlijst die door de Commissie aan de lidstaten
wordt voorgelegd. Dat thema vergemakkelijkt de uitwisseling van informatie en
goede praktijken tussen de lidstaten en de follow-up van
fraudebestrijdingsmaatregelen. Het speciale thema van dit jaar betreft de
controles die worden uitgevoerd om onregelmatigheden en fraude ten nadele van
de financiële belangen van de EU op het gebied van het cohesiebeleid te
bestrijden[43].
Het omvat informatie over fraudebestrijdingsonderzoeken, wetgevings- en administratieve
maatregelen en strategieën, het gebruik van fraude-indicatoren, de bedragen die
in het kader van de onderzoeken werden teruggevorderd en informatie over het
personeel dat toegewezen is aan en betrokken bij fraudebestrijdingsonderzoeken. Alle lidstaten hebben verslag uitgebracht over
de wetgevings- of administratieve maatregelen die ze in de periode 2007-2011
hebben genomen. De lidstaten achten dat deze in belangrijke mate hebben
bijgedragen tot een betere preventie van fraude op het gebied van het
cohesiebeleid en/of tot verbeteringen aan het risicobeheerssysteem. De maatregelen houden onder meer verband met de
regels voor subsidiabiliteit, inspecties en controles ter plaatse, de melding
en verwerking van fraude en algemene onregelmatigheden, terugvorderingsprocedures,
vergelijkende controles ter opsporing en voorkoming van dubbele financiering
van projecten, procedures voor overheidsopdrachten, de invoering van sancties,
acties ter bestrijding van fraude en corruptie, oprichting van coördinatie-instanties
ter bestrijding van fraude die de financiële belangen van de EU schaadt,
deelname van medewerkers aan opleidingen en seminars, en vervolging van
begunstigden en andere partijen betrokken bij gevallen van vermoedelijke fraude
en corruptie. Wat de doeltreffendheid en efficiëntie betreft,
hebben vrijwel alle lidstaten[44]
melding gemaakt van een krachtige en proactieve aanpak waarbij, dankzij de
genomen preventieve maatregelen, meer onregelmatigheden vóór de betaling zijn
opgemerkt. Hierdoor zijn uiteindelijk ook minder onregelmatigheden gemeld.
Sommige lidstaten[45]
hebben gewezen op een scherpe daling van het aantal opgespoorde gevallen van
vermoedelijke fraude, minder fouten bij aanbestedingen en meer transparantie in
het hele proces. Wat de betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging
betreft, hebben de meeste lidstaten[46]
meer goedgekeurde subsidiabele bedragen gemeld. Inzake de naleving van de regels hebben sommige
lidstaten[47]
gewezen op de preventieve impact van de richtsnoeren van de Commissie voor overheidsopdrachten[48], de nota
van de Commissie over fraude-indicatoren[49], de nationale bepalingen voor
overheidsopdrachten, de handleiding en richtsnoeren voor de aangifte van
onregelmatigheden en de bepalingen van de artikelen 27 tot 36
(onregelmatigheden) van Verordening (EG) nr. 1828/2006. De meeste lidstaten[50] hebben
aangegeven dat ze nationale of regionale strategieën of "bepaalde soorten
operaties"[51]
gebruiken, zoals ingestelde maatregelen of plannen voor de preventie van fraude
en ter opsporing van fraude met middelen uit het Cohesiefonds. De overige
lidstaten[52]
waren tevreden met de bestaande situatie en hebben geen nieuwe strategieën
geïntroduceerd of gepland om het risico op fraude te verminderen. De meeste lidstaten[53] hebben
te kennen gegeven dat ze algemene indicatoren gebruiken om hun controles aan te
passen en dat deze helpen om fraude op te sporen en de resultaten van
fraudebestrijdingscontroles te verbeteren. Alle lidstaten hebben verslag uitgebracht over
de uitgevoerde fraudeonderzoeken en de afgeronde strafzaken betreffende
projecten van het cohesiebeleid uit de programmeringsperiodes 2000-2006 en
2007-2013. Sommige lidstaten hebben de in de EU-verordeningen vastgestelde
verplichte inspecties ter plaatste opgenomen in de administratieve fraudeonderzoeken.
Een aantal speurt naar mogelijke fraude via inspecties ter plaatse, controles
van ingediende betalingsaanvragen, voorafgaande controles bij aanbestedingen en
steekproeven van systeemcontroles en ervaring. Bij een vermoeden van
onregelmatigheden worden extra controles uitgevoerd en wordt eventueel een
verslag overhandigd aan de wetshandhavingsautoriteiten. Alle lidstaten achtten hun financiële controle
voldoende doelgericht om fraude op te sporen. Enkele grote lidstaten[54] hebben
slechts een zeer beperkt aantal lopende strafrechtelijke onderzoeken gemeld.
Sommige lidstaten[55]
hebben waardevolle informatie over de uitgevoerde fraudeonderzoeken en
afgeronde strafzaken verschaft, terwijl andere[56] geen gegevens hebben verstrekt over de
afgeronde strafzaken en bijbehorende rechterlijke beslissingen. Tot slot blijkt
uit de informatie van de lidstaten over de bedragen die in het kader van
fraudeonderzoeken tijdens de programmeringsperiodes 2000-2006 en 2007-2013 zijn
teruggevorderd, dat de rapportage over het terugvorderingsproces ten minste
misleidend kan worden genoemd en moet worden verbeterd. De cijfers in het IMS
konden bijvoorbeeld op geen enkele manier in verband worden gebracht met de
hier gerapporteerde gegevens. Twee lidstaten[57] hebben grote bedragen gemeld en slecht een
derde van de respondenten[58]
heeft aangegeven dat bedragen van meer dan 1 miljoen EUR als gevolg van
fraudeonderzoeken werden teruggevorderd. Bij een andere derde[59] werden
lage bedragen opgegeven voor deze verslagperiode, terwijl sommige lidstaten[60] helemaal
geen cijfers of "niet van toepassing" hebben ingevuld. De antwoorden van de lidstaten op de vragenlijst
wijzen op verbeteringen in het financiële controle- en risicobeheerssysteem dat
fraude ten nadele van het cohesiebeleid moet voorkomen. Het betreft onder meer
wettelijke bepalingen en richtsnoeren, nationale of regionale strategieën, het
gebruik van risico-indicatoren, administratieve procedures en samenwerking
tussen nationale autoriteiten. Wel moet de follow-up van de administratieve en
strafrechtelijke fraudeonderzoeken worden verbeterd, onder meer bij het
terughalen van de bijbehorende bedragen[61]. Er is ook duidelijk behoefte aan betere
fraudestatistieken zodat de Commissie en de lidstaten hun inspanningen op
risicosectoren kunnen toespitsen. De Commissie is van plan om in dit verband
meer de nadruk te leggen op de rapportage hierover. De lidstaten worden
uitgenodigd gevolg te geven aan de uitkomst van strafrechtelijke onderzoeken en
hun fraudestatistieken te verbeteren. 5.2. Uitvoering van de
aanbevelingen uit 2010 In haar verslag betreffende de bescherming van
de financiële belangen van de Europese Unie van 2010 heeft de Commissie een
aantal aanbevelingen aan de lidstaten gedaan, met name over gemelde zaken van
fraude en andere onregelmatigheden, de terugvordering van onregelmatig betaalde
bedragen en het gebruik van de centrale gegevensbank van uitsluitingen (Central
Exclusions Database – CED) overeenkomstig artikel 95 van het Financieel
Reglement. De Commissie heeft toegezien op de uitvoering
van deze aanbevelingen door de lidstaten in het kader van de verslaglegging
over 2011. Er werden bescheiden verbeteringen vastgesteld, met name bij de
uitvoering van het IMS. Slechts één lidstaat[62] moet de invoering nog voltooien. Op het
gebied van de meldingsverplichtingen[63]
voor de landbouwsector hebben de betrokken lidstaten enige vooruitgang geboekt,
met name betreffende de persoonsgegevens van daders van (al dan niet
frauduleuze) onregelmatigheden en hun conformiteitspercentage, maar afgaande op
de zeer beperkte meldingen van vermoede fraude door de grote lidstaten is er
nog ruimte voor verbetering. Op het gebied van de inkomsten hebben de
lidstaten bevestigd dat hun bestaande nationale strategieën de risico's voor de
totaliteit van de douanerechten consequent beoordelen en dat de nodige
proactieve en preventieve maatregelen ter bestrijding van mogelijke fraude
zullen worden genomen. Wat de aanbeveling voor de oprichting van de
centrale databank met uitsluitingen (CED)[64] betreft, is er al een klein aantal
lidstaten[65]
dat de databank gebruikt en voortgangsverslagen heeft verstrekt; andere hebben
ter voorbereiding hun contactpersonen aangewezen of overwegen het gebruik van
de databank voor de volgende programmacyclus[66]. Tot op heden zijn in dit verband geen
gevallen gemeld aan de Commissie. 6. Conclusies Dit verslag geeft aan dat in 2011 vooruitgang is
geboekt bij de aanname door de Commissie en de lidstaten van beleidsmaatregelen
die de financiële belangen van de EU beter zullen beschermen. De volledige uitvoering
van deze maatregelen zal een nauwe samenwerking tussen de EU-instellingen en de
lidstaten vergen en de Commissie zal hierop toezicht blijven uitoefenen. De analyse van de onregelmatigheden in 2011
brengt een algemene daling van het aantal gemelde onregelmatigheden aan het
licht, maar ook verbeteringen in de terugvordering van ten onrechte uitgekeerde
EU-middelen. Deze daling was verwacht na de versnelling in de meldingen van de
voorbije jaren, die zelf ook het gevolg was van betere controles en instrumenten. Duidelijk is ook dat voor alle onderdelen van de
begroting nog extra inspanningen nodig zijn om de geboekte vooruitgang te
bestendigen en voorbereid te zijn op een mogelijk negatieve impact van de
huidige financiële crisis in de vorm van een stijging van het aantal
fraudezaken ten nadele van de EU-begroting. De Commissie beveelt alle lidstaten
dan ook aan om adequate fraudebestrijdingsmaatregelen te nemen die gericht zijn
op zowel preventie als opsporing, zeker de landen waar dergelijke resultaten
lijken te ontbreken of onvoldoende zijn. Op basis van de ontvangen gegevens is ook
duidelijk dat verdere inspanningen nodig zijn, met name voor de terugvordering,
waar de procedures nog steeds relatief lang duren. [1] Hoofdzakelijk
douanerechten en landbouwheffingen, maar ook antidumpingrechten en
suikerheffingen. [2] (i) Uitvoering van artikel 325 door de lidstaten in 2011; (ii)
Statistische evaluatie van voor 2011 gemelde onregelmatigheden op het gebied
van de eigen middelen, natuurlijke hulpbronnen, het cohesiebeleid en de
pretoetredingssteun; (iii) Aanbevelingen voor de follow-up van het verslag van
de Commissie over de financiële belangen van de EU — Bestrijding van fraude,
2010; (iv) Methodologie van de statistische evaluatie van de voor 2011 gemelde onregelmatigheden. [3] Bijvoorbeeld krachtens Verordening (EG) nr. 1848/2006 van de
Commissie van 14 december 2006 betreffende onregelmatigheden in het kader van
de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en terugvordering van
bedragen die in dat kader onverschuldigd zijn betaald, PB L 355 van 15.12.2006,
blz. 56-62. [4] Bijvoorbeeld wanneer een vals of vervalst document is gebruikt of
wanneer een strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijke procedures lopen;
hiertoe behoren dus ook onregelmatigheden die de Commissie en OLAF vaststellen.
Het concept van vermoedelijke fraude wordt niet gehanteerd bij de rapportage
over de traditionele eigen middelen (TEM). [5] Als
gevolg van de verhoogde controleactiviteiten tijdens de laatste
uitvoeringsjaren. [6] Momenteel
bedraagt het totale uitvoeringspercentage minder dan 40 % van de
beschikbare middelen. Dit betekent dat er nu minder te controleren projecten
dan tijdens de laatste jaren van de voorgaande programmeringsperiode. Hierdoor
zijn er in het algemeen ook minder onregelmatigheden en is het ontradende
effect van de controles groter. [7] Ter wille
van de vergelijkbaarheid zijn de cijfers van 2010 gebaseerd op de gegevens die
voor het verslag van dat jaar zijn gebruikt. De gegevens omvatten vastgestelde
en geraamde bedragen die verband houden met als fraude gemelde
onregelmatigheden. [8] Een verslag over de douanecontrolestrategie van de lidstaten, met een
synthese van de uitkomsten van de inspecties die in 2009 en 2010 in alle
lidstaten zijn uitgevoerd, is op 7 juli 2011 aan het Raadgevend Comité voor de
eigen middelen gepresenteerd. [9] Het betreft de afsluiting van de programmeringsperiode 2000-2006 en de
snellere verslaglegging over onregelmatigheden na de invoering van het IMS. [10] Grensoverschrijdende
samenwerking, ontwikkeling van het menselijk potentieel,
plattelandsontwikkeling, regionale ontwikkeling en technische bijstand. [11] Zie
voetnoot 7. [12] Opleidingen en documenten zoals "Informatiebulletins" en
"Vragen en antwoorden" om gebruikers van IMS-module 1848 te informeren
en op te leiden. [13] Artikel 72
van het Financieel Reglement (Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de
Raad) definieert de opdracht tot invordering als de handeling waarbij de
bevoegde gedelegeerde of gesubdelegeerde ordonnateur de rekenplichtige opdraagt
een schuldvordering die hij heeft vastgesteld, in te vorderen. [14] Gecentraliseerd direct beheer betreft alle EU-uitgaven uit de door de
EU-instellingen beheerde middelen (zoals administratieve uitgaven van de
instellingen en programma's zoals Leonardo, Erasmus, het zevende kaderprogramma
voor onderzoek en technologische ontwikkeling). Krachtens artikel 53 van het
Financieel Reglement kan dit deel van de begroting worden uitgevoerd op
gecentraliseerde basis (rechtstreeks door de diensten van de Commissie), of
door overdracht van uitvoerende taken aan derde landen (gedecentraliseerd
beheer) of aan internationale organisaties (gemengd beheer). [15] In het bijzonder de cijfers gepubliceerd in aanvullende aantekening 6
over financiële correcties en terugvorderingen. Het terugvorderingspercentage
wordt berekend als de verhouding tussen de uitgevaardigde financiële correcties
of terugvorderingsopdrachten van een begrotingsjaar en het aantal uitgevoerde. [16] De
gegevens van de voorgaande jaren waren hoofdzakelijk gebaseerd op de
onregelmatigheidsmeldingen van de lidstaten. Deze cijfers worden gepresenteerd
in het werkdocument van de diensten van de Commissie "Statistical
Evaluation of Irregularities reported in 2011". Om een vergelijking te
kunnen maken met de resultaten van de voorgaande jaren voor elk van de
betrokken beleidsterreinen, is in tabel 3 het terugvorderingspercentage voor
2010 herberekend voor elke sector. [17] In deze
categorie zijn ook een aantal instrumenten voor plattelandsontwikkeling in het
kader van de pretoetredingssteun opgenomen. [18] Bedragen
die niet jaar zelf worden terugbetaald, worden het volgende jaar terugbetaald. [19] De
categorie "andere beheersvormen" omvat ook dat deel van de
EU-begroting dat onder direct beheer valt. Onder deze categorie vallen de
pretoetredingssteun (exclusief plattelandsontwikkeling), waarvan de
onregelmatigheden worden geanalyseerd in punt 2.1.2.3, en de door de Commissie
uitgevaardigde invorderingsopdrachten die in punt 2.2 worden geanalyseerd. [20] Dit
percentage betreft enkel de teruggevorderde bedragen. [21] Wanneer een lidstaat, binnen een termijn van vier jaar na het eerste
administratief of gerechtelijk proces-verbaal (of acht jaar in het geval van
een procedure bij de nationale rechter), een ten onrechte betaald bedrag bij
een begunstigde verzuimt in te vorderen, wordt dit voor 50 % door de begroting
van de betrokken lidstaat gedragen. Dit gebeurt in het kader van de jaarlijkse
financiële afsluiting van de rekeningen van het EOGFL en het ELFPO. [22] Als de
aftrek rechtstreeks door de begunstigde wordt gedaan in de kostenstaat, kan die
informatie niet in het boekhoudsysteem van de Commissie worden vermeld. [23] Verordening nr. 1073/1999. [24] COM(2011) 376 definitief. [25] SEC(2011) 791. [26] Tweede verslag over de
tenuitvoerlegging van de Overeenkomst inzake de bescherming van de financiële
belangen van de Europese Unie (COM(2008) 77). [27] Mededeling van de Commissie betreffende de bescherming van de
financiële belangen van de Europese Unie via het strafrecht en door
administratieve onderzoeken — Een geïntegreerd beleid om het geld van de
belastingbetaler veilig te stellen, COM(2011) 293, 26 mei 2011, en het bij de
mededeling gevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie, SEC(2011)
621. [28] COM(2012)
363 final. [29] COM(2011) 914 definitief. [30] COM(2011) 913 definitief. [31] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het
Europees Economisch en Sociaal Comité van 6 juni 2011 over corruptiebestrijding
in de EU — COM(2011) 308 definitief. [32] Voorstel voor
een Richtlijn betreffende het gunnen van overheidsopdrachten, COM(2011) 896
definitief — 2011/438 (COD), en het voorstel voor een Richtlijn betreffende het
gunnen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en
postdiensten, COM(2011) 895 definitief — 2011/439 (COD):http://ec.europa.eu/internal_market/publicprocurement/modernising_rules/reform_proposals_en.htm. [33] Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad
betreffende de gunning van concessieopdrachten, COM (2011) 897 definitief –
2011/0437 (COD). [34] Zie met name artikel 114, lid 4, onder c), van het voorstel, COM(2011)
615. [35] Zie bijvoorbeeld het voorstel voor een Verordening van het Europees
Parlement en de Raad tot vaststelling van een consumentenprogramma 2014-2020,
COM(2011) 707 definitief, 9.11.2011, en het voorstel voor een Verordening van
het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon 2020 — Het
kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020), COM(2011) 809
definitief, 30.11.2011. [36] Uitgezonderd Zwitserland. [37] COM(2010) 695. De openbare raadpleging liep tot 31 mei 2011. [38] COM(2011) 851. [39] Deze bepalingen betreffen de uitgaven van de EU en verschillen wat dat
betreft van de in punt 4.2.5.2 vermelde bepalingen betreffende douanerechten
(inkomsten). [40] http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0142+0+DOC+XML+V0//NL [41] COCOLAF is opgericht in 1994 bij Besluit 94/140/EG van de Commissie van
23 februari 1994, gewijzigd bij Besluit 2005/223/EG van de Commissie van 25
februari 2005, PB L 71 van 17.3.2005, blz. 67-68. [42] Eén extra ad-hocvergadering vindt in de loop van het jaar plaats en één
vergadering van de werkgroep Risicoanalyse. [43] Een diepgaandere analyse van de nationale praktijken is opgenomen in
het desbetreffende werkdocument van de diensten van de Commissie. [44] Uitgezonderd Griekenland en Frankrijk. [45] BG, CZ, EL, EE en UK. [46] DE, ES, IE, IT, CY, LV, LT, LU, HU, NL, PL, PT, RO, FI en UK. [47] BG, DE,
EE, EL, ES, LT, LU, HU, MT, NL, AT, RO, SI, SK, SE en UK. [48] Richtsnoeren voor het vaststellen van financiële
correcties voor door de structuurfondsen of het Cohesiefonds medegefinancierde
uitgaven, in geval van niet-naleving van de regels inzake overheidsopdrachten:
COCOF 07/0037/03-EN. [49] Informatieve
nota over fraude-indicatoren voor het EFRO, ESF en CF (COCOF 09/0003/00-EN). [50] BG, CZ,
EE, ES, FR, IT, CY, LT, LU, HU, MT, NL, AT, PT, RO, SI, SK en FI. [51] DE, EL en
LV. [52] NL en UK. [53] BG, CZ, DE, EE, EL, ES, IE, HU, MT, PL, RO, SI, SK en UK. [54] DE, FR en ES. [55] BG, CZ, EE, HU, PL, PT, SK en SE. [56] DE, EL,
ES, FR, IT, LT, LU, HU, AT en RO. [57] IT en PT. [58] BG, EE,
ES, IT, LV, LT, PT, SK, FI en UK. [59] BE, CZ, IE
en RO. [60] DE, EL,
FR, HU, MT, AT, SE en SI. [61] Zie de
tabellen 1 en 2 op blz. 9-11 in het desbetreffende werkdocument van de diensten
van de Commissie bij dit verslag, waarin de door de lidstaten gemelde gegevens
zijn samengevat. [62] FR. [63] De
volledige antwoorden van de lidstaten op de aanbevelingen zijn opgenomen in het
derde werkdocument van de diensten van de Commissie bij dit verslag. [64] Op grond
van artikel 95 van het Financieel Reglement betreffende kandidaten en
inschrijvers die zich in een van de in dezelfde richtlijn voor uitsluiting
vastgestelde situaties bevinden. [65] BG, CZ,
MT, AT en PL. [66] De tabel
op blz. 6 van het desbetreffende werkdocument van de diensten van de Commissie
bij dit verslag geeft overzicht van de situatie voor alle lidstaten.