This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0655
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Council Regulation (EC) No 1083/2006 as regards certain provisions relating to risk sharing instruments for Member States experiencing or threatened with serious difficulties with respect to their financial stability
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit
/* COM/2011/0655 definitief - 2011/0283 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL - Motivering en doel van het voorstel De voortdurende financiële en economische crisis vergroot de druk op de nationale financiële middelen naarmate de lidstaten meer en meer bezuinigen. In deze context is de waarborging van een vlotte uitvoering van de programma's in het kader van het cohesiebeleid van bijzonder belang als middel om geld in de economie te pompen. Niettemin vereist de uitvoering van de programma's aanzienlijke financiering van publieke en private belanghebbenden, die deze financiering als gevolg van de liquiditeitsproblemen van financiële instellingen niet kunnen verstrekken. Dit is met name het geval voor die lidstaten die het meest door de crisis zijn getroffen en financiële bijstand hebben gekregen op grond van het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), wat de eurolanden betreft, of op grond van het betalingsbalansmechanisme, wat de niet-eurolanden betreft. Tot op heden hebben zes landen – waaronder Griekenland, dat financiële bijstand buiten het EFSM om heeft ontvangen – verzocht om financiële bijstand in het kader van deze mechanismen en met de Commissie overeenstemming bereikt over een macro-economisch aanpassingsprogramma. Het gaat om Hongarije, Roemenië, Letland, Portugal, Griekenland en Ierland, hierna "de programmalanden" genoemd. Hongarije, dat in 2008 tot het betalingsbalansmechanisme is toegetreden, is hier in 2010 weer uitgestapt. Om ervoor te zorgen dat deze lidstaten (of een andere lidstaat die mogelijk in de toekomst bij dergelijke steunprogramma's betrokken wordt) de uitvoering van de programma's van de structuurfondsen en het Cohesiefonds ter plaatse voortzetten en projecten financieren, bevat het voorstel bepalingen op grond waarvan een risicodelingsinstrument kan worden ontwikkeld. Om dit instrument te implementeren, zou worden toegestaan dat een deel van de financiële toewijzingen waarover deze lidstaten beschikken, weer terugvloeit naar de Commissie. Het doel zou zijn kapitaal in te brengen ter dekking van verwachte en onverwachte verliezen uit leningen en garanties die ook worden verstrekt uit hoofde van een risicodelend partnerschap met de Europese Investeringsbank en/of andere financiële instellingen met een publieke beleidstaak die bereid zijn te blijven lenen aan projectsponsors en banken, met als doel private aanvullende financiering te verstrekken voor projecten die met steun van de structuurfondsen en het Cohesiefonds worden uitgevoerd. De totale toewijzing op grond van het cohesiebeleid voor de periode 2007-2013 zou derhalve niet worden gewijzigd. Dit levert de lidstaten op een kritiek moment extra liquiditeit om infrastructuur te realiseren en productieve investeringen te doen, wat de verdere uitvoering van de programma's ter plaatse vergemakkelijkt. Als de financiële toewijzingen die beschikbaar worden gesteld voor het risicodelingsinstrument niet zijn gebruikt om verliezen te dekken, blijven deze ter beschikking van de lidstaat staan om de risicodelingsfaciliteit voort te zetten of als deel van de middelen die beschikbaar zijn voor operationele programma's. Tot slot zouden de financiële toewijzingen voor het risicodelingsinstrument strikt begrensd zijn en geen voorwaardelijke verplichtingen voor de Unie of de betrokken lidstaat creëren.. - Algemene context De financiële crisis, die zich in sommige lidstaten bijzonder sterk doet voelen, heeft ongetwijfeld een grote invloed op de reële economie als gevolg van de hoogte van de schuld en de moeilijkheden die de regeringen hebben ondervonden om geld te lenen op de markt. De Commissie heeft in antwoord op de huidige financiële crisis en de sociaaleconomische gevolgen daarvan voorstellen gepresenteerd. In het kader van haar herstelpakket heeft zij in december 2008 een aantal wijzigingen in de regelgeving voorgesteld om de uitvoeringsvoorschriften voor het cohesiebeleid te vereenvoudigen en meer voorfinanciering te bieden in de vorm van voorschotten ten gunste van de EFRO- en ESF-programma's. De aanvullende voorschotten voor de lidstaten in 2009 hebben gezorgd voor een onmiddellijke injectie van een contant bedrag van 6,25 miljard euro binnen de voor elke lidstaat voor de periode 2007-2013 overeengekomen financiële toewijzing. Deze wijziging bracht het totale bedrag van de voorschotten op 29,38 miljard euro. Een door de Commissie in juli 2009 gepresenteerd voorstel voorzag in aanvullende maatregelen ter vereenvoudiging van de uitvoering van de structuurfondsen en het Cohesiefonds. De vaststelling van deze maatregelen in juni 2010 heeft de uitvoering van de programma’s sterk vereenvoudigd en ervoor gezorgd dat aanzienlijk meer middelen werden opgenomen, waarbij de administratieve lasten voor de begunstigden werden verlicht. De Commissie heeft in augustus 2011 ook een voorstel voor een wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 goedgekeurd om de bijdrage van de Unie die middels tussentijdse betalingen en saldobetalingen wordt uitgekeerd, met ten hoogste 10 procentpunten boven de huidige limieten te verhogen (COM(2011) 482 definitief van 1.8.2011). Na goedkeuring door de Raad en het Parlement biedt dit voorstel de betrokken lidstaten extra liquiditeit om het deel van de projecten en programma's te medefinancieren dat niet in aanmerking komt voor bijdragen van de structuurfondsen en het Cohesiefonds. Ook infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor het economisch herstel van de betrokken lidstaten kunnen worden gesteund, als dit nodig wordt geacht. - Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (hierna "de algemene verordening") bepaalt dat de EIB op verzoek van de lidstaten kan deelnemen aan activiteiten in verband met de voorbereiding van projecten, met name grote projecten, financieringsregelingen en publiek-private partnerschappen. Dit artikel bepaalt tevens dat de lidstaat, in overleg met de EIB, de toegekende leningen kan concentreren op één of meer prioriteiten van een operationeel programma. Het huidige voorstel zal de goedkeuring van dergelijke leningen door de EIB of door andere internationale financiële instellingen, naargelang het geval, gemakkelijker maken op een moment waarop dergelijke leningen vanwege de afwaardering van de publieke en private schulden van het land en de financiële instellingen van de lidstaten niet beschikbaar zouden zijn. - Samenhang met andere beleidsterreinen en doelstellingen van de Unie Het voorstel is in overeenstemming met andere voorstellen en initiatieven die de Commissie als reactie op de financiële crisis heeft vastgesteld. 2. Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling - Raadpleging van belanghebbende partijen Externe belanghebbenden zijn niet geraadpleegd. - Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. - Effectbeoordeling Het voorstel zou de Commissie in staat stellen onder indirect gecentraliseerd beheer een risicodelingsinstrument in te stellen om de risico’s te dekken van leningen en garanties die aan initiatiefnemers van projecten en andere publieke of private partners worden verstrekt. Het doel is een snelle uitvoering van programma's in het kader van het cohesiebeleid mogelijk te maken door middel van investeringen in infrastructuur en andere productieve investeringen, die een directe en reële impact hebben op de economie en bijdragen aan het scheppen van werkgelegenheid. Dit zal niet extra op de totale begroting drukken, aangezien voor die periode de totale financiële toewijzing uit de fondsen aan de lidstaten geen wijziging zal ondergaan. 3. Juridische elementen van het voorstel - Samenvatting van de voorgestelde maatregelen Voorgesteld wordt artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 zodanig te wijzigen dat het mogelijk wordt risicodelingsinstrumenten onder indirect gecentraliseerd beheer te beheren. Voorts wordt voorgesteld artikel 36, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 te wijzigen, zodat de lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit, een deel van hun toewijzingen uit hoofde van de doelstellingen "Convergentie" en "Regionaal concurrentievermogen en regionale werkgelegenheid" van het cohesiebeleid mogen gebruiken als bijdrage voor de voorzieningen en kapitaaltoewijzingen voor leningen en garanties die door de EIB of andere internationale financiële instellingen direct of indirect worden verstrekt aan initiatiefnemers van projecten en andere publieke of private partners. De voorwaarden die gelden voor een dergelijk risicodelingsinstrument moeten op verzoek van de betrokken lidstaat door de Commissie worden vastgesteld. De Commissie moet op verzoek van de betrokken lidstaten ad-hocbesluiten goedkeuren om de voorwaarden die op een dergelijk instrument van toepassing zijn, vast te stellen op basis van toewijzingen die worden overgeschreven van de toewijzingen van de structuurfondsen en het Cohesiefonds van de betrokken lidstaat. - Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 stelt gemeenschappelijke voorschriften voor de drie fondsen vast. Op grond van het beginsel van het gedeelde beheer tussen de Commissie en de lidstaten omvat deze verordening bepalingen voor het programmeringsproces, alsmede regelingen voor het programmabeheer, inclusief het financiële beheer, de monitoring, de financiële controle en de evaluatie van de projecten. - Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, voor zover het ertoe strekt de steun te vergemakkelijken die via de structuurfondsen en het Cohesiefonds wordt verleend aan bepaalde lidstaten die in ernstige moeilijkheden verkeren, met name wat hun economische groei en financiële stabiliteit betreft, en die een oplopend tekort en een verslechterende schuldenpositie kennen, mede als gevolg van het internationale economische en financiële klimaat. In dit verband moet op het niveau van de Europese Unie een mechanisme worden vastgesteld op grond waarvan de Europese Commissie risicodelingsinstrumenten kan instellen die het gemakkelijker maken leningen of garanties te verstrekken om private bijdragen aan projecten die met overheidsbijdragen van de structuurfondsen en het Cohesiefonds worden uitgevoerd, te medefinancieren. - Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: Het huidige voorstel is evenredig, aangezien het meer steun uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds verleent aan lidstaten in geval van moeilijkheden of dreiging van grote moeilijkheden die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die zij niet kunnen beheersen en die vallen onder de voorwaarden van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad (houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme) of in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van moeilijkheden met betrekking tot hun betalingsbalans en die vallen onder de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad, alsmede aan Griekenland, dat financiële bijstand buiten het EFSM om heeft ontvangen in het kader van het akkoord tussen de kredietverstrekkers en de leningsovereenkomst van de eurozone. - Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn: De Commissie heeft de manoeuvreerruimte onderzocht die het wettelijk kader biedt en acht het in het licht van de tot op heden opgedane ervaring nodig om wijzigingen van de algemene verordening voor te stellen. Het doel van deze herziening is de medefinanciering van projecten te vergemakkelijken, zodat deze sneller uitgevoerd kunnen worden en het effect van de investeringen op de reële economie ook sneller intreedt. 4. Gevolgen voor de begroting Er zijn geen gevolgen voor de vastleggingskredieten, aangezien geen wijziging wordt voorgesteld van de maximumbedragen voor financiering uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds, als vastgesteld in de operationele programma's voor de programmeringsperiode 2007-2013. Dit voorstel kan leiden tot versnelde betalingen, die aan het einde van de programmeringsperiode zullen worden gecompenseerd. Derhalve blijven de totale betalingskredieten voor de gehele programmeringsperiode ongewijzigd. In het licht van het verzoek van de lidstaat om voor de actie in aanmerking te komen en met inachtneming van de ontwikkeling met betrekking tot de aanvragen voor tussentijdse betalingen, zal de Commissie in 2012 de behoefte aan aanvullende betalingskredieten opnieuw onderzoeken en de begrotingsautoriteit zo nodig voorstellen betreffende passende acties voorleggen. Het voorstel toont de bereidheid van de Commissie om de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de financiële crisis te boven te komen. De wijziging voorziet de betrokken lidstaten van de middelen die nodig zijn om projecten en het herstel van de economie te ondersteunen. 2011/0283 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1], Gezien het advies van het Comité van de Regio′s[2], Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: 1. De ongekende wereldwijde financiële crisis en de daarmee samenhangende economische neergang hebben de economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad en een sterke verslechtering van de financiële en economische omstandigheden in verschillende lidstaten tot gevolg gehad. 2. Hoewel reeds belangrijke maatregelen zijn genomen om de negatieve effecten van de crisis op te vangen, waaronder wijzigingen van het wetgevingskader, doen de gevolgen van de financiële crisis op de reële economie, de arbeidsmarkt en de burgers zich op grote schaal voelen. 3. Op basis van artikel 122, lid 2, van het Verdrag, dat de Unie de mogelijkheid biedt de financiële bijstand te verlenen in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, is bij Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme[3] een dergelijk mechanisme ingesteld dat tot doel heeft de financiële stabiliteit van de Unie te vrijwaren. 4. Bij Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU[4] van de Raad en Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU[5] van de Raad is respectievelijk aan Ierland en aan Portugal dergelijke financiële bijstand verleend. 5. Griekenland had reeds vóór de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 407/2010 te kampen met ernstige moeilijkheden ten aanzien van zijn financiële stabiliteit. Daarom kon de financiële bijstand aan Griekenland niet op die verordening worden gebaseerd. 6. Het akkoord tussen de kredietverstrekkers en de leningsovereenkomst die voor Griekenland op 8 mei 2010 werden gesloten, zijn op 11 mei 2010 van kracht geworden. Daarin is bepaald dat het akkoord tussen de kredietverstrekkers onverminderd van kracht blijft gedurende een programmaperiode van drie jaar en zolang er bedragen uitstaan in het kader van de leningsovereenkomst. 7. Bij Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten[6] is een instrument ingesteld op grond waarvan de Raad wederzijdse bijstand verleent in geval van moeilijkheden of ernstig dreigende moeilijkheden in de betalingsbalans van een lidstaat die niet tot de eurozone behoort. 8. Bij Beschikking 2009/102/EG van de Raad[7], Beschikking 2009/290/EG[8] van de Raad en Beschikking 2009/459/EG[9] van de Raad is dergelijke financiële bijstand aan respectievelijk Hongarije, Letland en Roemenië verleend. 9. Op 11 juli 2011 hebben de ministers van Financiën van de 17 lidstaten van de eurozone het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) ondertekend. Tegen 2013 zouden de taken van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees financieel stabilisatiemechanisme moeten worden overgeheveld naar het ESM. Derhalve dient in deze verordening reeds met dit toekomstige mechanisme rekening te worden gehouden. 10. In zijn conclusies van 23 en 24 juni 2011 verwelkomde de Europese Raad het voornemen van de Commissie om te zorgen voor sterkere synergieën tussen het kredietprogramma voor Griekenland en de fondsen van de Unie, en sprak hij zijn steun uit voor de inspanningen om Griekenland meer in staat te stellen de middelen van de Unie aan te spreken teneinde de groei en de werkgelegenheid te stimuleren door zich opnieuw te richten op het verbeteren van het concurrentievermogen en het scheppen van werkgelegenheid. In deze conclusies toonde de Europese Raad zich tevens ingenomen met het uitgebreide programma voor technische bijstand aan Griekenland dat door de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, is opgesteld, en zegde hij zijn steun hiervoor toe. 11. In de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone en de EU-instellingen van 21 juli 2011 werd de Commissie en de Europese Investeringsbank verzocht de synergieën tussen leningsprogramma's en EU-fondsen in alle landen waarvoor bijstand van de Unie of het Internationaal Monetair Fonds geldt, te vergroten. Deze verordening draagt bij tot die doelstelling. 12. De uitvoering van de operationele programma's en projecten op het gebied van infrastructuur en productieve investeringen in Griekenland ondervindt ernstige problemen omdat de omstandigheden voor de deelname van de private sector, met name de financiële sector, als gevolg van de economische en financiële crisis ingrijpend is veranderd. 13. Om deze problemen te verlichten en de uitvoering van de operationele programma's en projecten te versnellen, alsmede het economisch herstel te versterken, moeten de beheersautoriteiten van de lidstaten die ernstige moeilijkheden hebben ondervonden ten aanzien van hun financiële stabiliteit en die financiële steun hebben ontvangen uit hoofde van een van de hierboven genoemde financiële steunmechanismen, de mogelijkheid hebben financiële middelen van operationele programma's te gebruiken voor de ontwikkeling van risicodelingsinstrumenten die leningen of garanties of andere financiële faciliteiten verstrekken ter ondersteuning van projecten en concrete acties die onder een operationeel programma vallen. 14. Gezien de ruime expertise van de EIB als de belangrijkste financier van infrastructuurprojecten en haar toezegging om het economisch herstel te ondersteunen, moet de Commissie in staat worden gesteld in samenwerking met de EIB risicodelingsinstrumenten in te stellen. De specifieke voorwaarden van de samenwerking moeten worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Commissie en de EIB. 15. Aangezien er meer investeringskansen in de betrokken lidstaten moeten worden gecreëerd, kan de Commissie ook risicodelingsinstrumenten ontwikkelen met nationale of internationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak en voldoende financiële garanties bieden, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[10] onder soortgelijke voorwaarden als die van de EIB. 16. Om in de context van de huidige economische en financiële crisis snel te kunnen reageren, moet een dergelijk risicodelingsinstrument volgens artikel 54, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad door de Commissie worden uitgevoerd. 17. Verordening (EG) nr. 1083/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt als volgt gewijzigd: (1) Artikel 14, lid 1, komt als volgt te luiden: "1. De aan de fondsen toegewezen begroting van de Unie wordt onder gedeeld beheer door de lidstaten en de Commissie uitgevoerd overeenkomstig artikel 53, lid 1, onder b), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, * met uitzondering van de in artikel 36, lid 2 bis, bedoelde risicodelingsinstrumenten en de in artikel 45 bedoelde technische bijstand. Het beginsel van goed financieel beheer is van toepassing overeenkomstig artikel 48, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. _________________ * PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1." (2) In artikel 36 wordt het volgende lid 2 bis ingevoegd: "2 bis. Lidstaten die aan een van de in artikel 77, lid 2, gestelde voorwaarden voldoen, kunnen een deel van de in de artikelen 19 en 20 bedoelde financiële toewijzingen bijdragen in een risicodelingsinstrument, dat door de Commissie zal worden ingesteld in overleg met de Europese Investeringsbank, of in overleg met nationale of internationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak en voldoende financiële garanties bieden, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad, onder soortgelijke voorwaarden als die welke op en door de Europese Investeringsbank worden toegepast, om de voorzieningen en kapitaaltoewijzingen voor garanties en leningen, alsmede andere financiële faciliteiten, die uit hoofde van het risicodelingsinstrument worden verstrekt, te dekken. Dergelijke risicodelingsinstrumenten worden uitsluitend gebruikt voor leningen en garanties, alsmede andere financiële faciliteiten, om concrete acties te financieren die worden medegefinancierd door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling of het Cohesiefonds, met betrekking tot uitgaven die niet onder artikel 56 vallen. Het risicodelingsinstrument wordt in het kader van indirect gecentraliseerd beheer overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 door de Commissie uitgevoerd. De betalingen aan het risicodelingsinstrument vinden in tranches plaats overeenkomstig het geplande gebruik van het risicodelingsinstrument voor het verstrekken van leningen en garanties ter financiering van specifieke concrete acties. De betrokken lidstaat dient een verzoek in bij de Commissie, die een besluit vaststelt door middel van een uitvoeringshandeling, waarin het systeem wordt beschreven dat is opgericht om te garanderen dat het beschikbare bedrag uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de lidstaat die dit bedrag binnen de financiële toewijzing in het kader van het cohesiebeleid heeft verstrekt overeenkomstig artikel 18, lid 2, alsmede de voorwaarden die van toepassing zijn op een dergelijk risicodelingsinstrument. Deze voorwaarden moeten in elk geval betrekking hebben op het volgende: a) traceerbaarheid en boekhouding, informatie over het gebruik van de middelen en monitoring- en controlesystemen; en b) de structuur van de vergoedingen en andere administratieve en beheerskosten. De financiële toewijzingen voor het risicodelingsinstrument zijn strikt begrensd en creëren geen voorwaardelijke verplichtingen voor de begroting van de Unie of de betrokken lidstaat. Resterende bedragen na de beëindiging van een concrete actie die onder het risicodelingsinstrument valt, mogen op verzoek van de betrokken lidstaat worden hergebruikt in het kader van het risicodelingsinstrument, indien de lidstaat nog steeds voldoet aan een van de voorwaarden van artikel 77, lid 2. Indien de lidstaat niet langer aan die voorwaarden voldoet, wordt het resterende bedrag als bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 18 van het Financieel Reglement beschouwd. Op verzoek van de betrokken lidstaat worden de uit deze bestemmingsontvangsten voortvloeiende aanvullende vastleggingskredieten het daaropvolgende jaar toegevoegd aan de financiële toewijzing in het kader van het cohesiebeleid van de betrokken lidstaat." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL: Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad wat betreft sommige bepalingen in verband met risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ten aanzien van hun financiële stabiliteit ernstige moeilijkheden ondervinden of daardoor worden bedreigd 2. ABM/ABB-KADER Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en): Regionaal beleid: ABB-activiteit 13.03 Werkgelegenheid en sociale zaken: ABB-activiteit 04.02 ABB-activiteit: 13.04 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen (operationele uitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)): De voorgestelde nieuwe actie zal worden uitgevoerd op basis van de volgende begrotingsonderdelen: - 13.031600 Convergentie (EFRO) - 13.031800 Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid (EFRO) - 13.04.02 Cohesiefonds - 13.03.xx [Nieuw onderdeel] Risicodelingsinstrument gefinancierd uit het EFRO - 13.04.xx [Nieuw onderdeel] Risicodelingsinstrument gefinancierd uit het Cohesiefonds - 04.02.xx [Nieuw onderdeel] Risicodelingsinstrument gefinancierd uit het ESF 3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen: 3.3. Begrotingskenmerken: Begrotingsonderdeel | Soort uitgaven | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzichten | 13.031600 | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 13.031800 | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 13.03xx | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 04.0217 | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 04.02xx | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 13.04.02 | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 13.04.xx | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 04.0219 | Niet-verplichte uitgaven | Gespl. | NEE | NEE | NEE | Nr. 1b | 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) Aangezien geen nieuwe financiële middelen worden voorgesteld voor de vastleggingskredieten, zijn in de tabellen geen cijfers ingevuld, maar "n.v.t." (niet van toepassing). Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het meerjarig financieel kader voor 2007-2013. Dit voorstel kan leiden tot versnelde betalingskredieten (2012-2013), die aan het einde van de programmeringsperiode zullen worden verrekend. Derhalve ondergaan de totale betalingskredieten voor de gehele programmeringsperiode geen wijziging. De financiële toewijzingen aan het risicodelingsinstrument, met inbegrip van de beheerskosten en andere subsidiabele kosten, zijn strikt beperkt tot het bedrag van de financiële toewijzing aan het risicodelingsinstrument en op de begroting van de Unie of op de begroting van de betrokken lidstaat zal geen verder risico rusten. . in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort uitgaven | Punt nr. | Jaar n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 en later | Totaal | Operationele uitgaven[11] | Vastleggingskredieten (VK) | 8.1 | a | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Betalingskredieten (BK) | b | n.v.t. | … | n.v.t. | n.v.t. | ….. | n.v.t. | 0. | Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[12] | Technische en administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4 | c | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | TOTAAL REFERENTIEBEDRAG | Vastleggingskredieten | a+c | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Betalingskredieten | b+c | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 0,000 | Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[13] | Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5 | d | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6 | e | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Totale indicatieve kosten van de maatregel TOTAAL VK inclusief personeelskosten | a+c+d+e | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | TOTAAL BK inclusief personeelskosten | b+c+d+e | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Medefinanciering in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Medefinancieringsbron | Jaar n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 en later | Totaal | …………………… | f | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | TOTAAL VK inclusief medefinanciering | a+c+d+e+f | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering ( Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. ( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. ( Het voorstel vergt wellicht de toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[14] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten: in miljoen EUR (tot op 1 decimaal) Vóór de actie [Jaar n-1] | Situatie na de actie | Totale personele middelen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien De voortdurende financiële en economische crisis vergroot de druk op de nationale financiële middelen naarmate de lidstaten meer en meer bezuinigen. In deze context is de waarborging van een vlotte uitvoering van de programma's in het kader van het cohesiebeleid van bijzonder belang als middel om geld in de economie te pompen. Om ervoor te zorgen dat deze lidstaten de uitvoering van de programma's van de structuurfondsen en het Cohesiefonds ter plaatse voortzetten en projecten financieren, bevat het voorstel bepalingen op grond waarvan de Commissie een risicodelingsinstrument kan uitvoeren. 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie Het voorstel biedt de mogelijkheid de uitvoering van de programma's voort te zetten door via de EIB en andere internationale financiële instellingen extra geld in de economie te pompen. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM Het doel is die lidstaten te helpen die het sterkst onder de financiële crisis te lijden hebben, om de concrete uitvoering van de programma’s te kunnen voortzetten, waardoor geld in de economie wordt gepompt. 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) Voor de uitvoering van de actie gekozen methode(n): indirect gecentraliseerd beheer door de Commissie overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. Op verzoek van de lidstaten zal de programmering van bepaalde operationele programma's worden beperkt om vastleggingskredieten beschikbaar te maken binnen de financiële toewijzing van de lidstaten. Deze kredieten zullen worden opgenomen in een begrotingsonderdeel voor de uitvoering van de actie. Wanneer de actie is afgerond en de bedragen waarmee de risicodelingsfaciliteiten worden gefinancierd, niet meer nodig zijn, vloeien deze als bestemmingsontvangsten terug naar de begrotingsonderdelen die hebben voorzien in de oorspronkelijke financiering of de gelijkwaardige begrotingsonderdelen die de financiering van operationele programma's ondersteunen. 6. MONITORING EN EVALUATIE 6.1. Regels voor monitoring en verslaglegging, beheer en controle De EIB-financieringsverrichtingen zullen door de EIB worden beheerd in overeenstemming met de eigen regels en procedures van de EIB, die onder meer in passende audit-, controle- en monitoringmaatregelen voorzien. Zoals in de EIB-statuten is bepaald, is het auditcomité van de EIB, dat door externe accountants wordt bijgestaan, verantwoordelijk voor het controleren van de regelmatigheid van de verrichtingen en de boeken van de EIB. De rekeningen van de EIB worden jaarlijks goedgekeurd door de Raad van Gouverneurs van de EIB. Bovendien moet de Raad van Bewind van de EIB, waarin de Commissie is vertegenwoordigd door een bewindvoerder en een plaatsvervanger, elke EIB-financieringsverrichting goedkeuren en erop toezien dat het beheer van de EIB plaatsvindt in overeenstemming met de statuten ervan en met de algemene richtlijnen die door de Raad van Gouverneurs zijn vastgesteld. In het bestaande tripartiete akkoord tussen de Commissie, de Rekenkamer en de EIB van oktober 2003, dat in 2007 voor vier jaar is verlengd, zijn de regels vastgelegd in overeenstemming waarmee de Rekenkamer haar audits van de financieringsverrichtingen van de EIB onder EU-garantie dient uit te voeren. De EIB verschaft de Commissie alle statistische, financiële en boekhoudgegevens over alle financieringsverrichtingen van de EIB die zij nodig heeft om haar rapportageverplichtingen na te komen of aan verzoeken van de Europese Rekenkamer te voldoen, alsook een accountantsverklaring betreffende de in het kader van de financieringsverrichtingen van de EIB uitstaande bedragen. Monitoring door de Commissie volgens de beginselen van goed financieel beheer omvat het opstellen van regelmatige verslagen aan de hand van de financiële uitvoering over de voortgang die bij de uitvoering van het initiatief is geboekt. Wanneer andere financiële instellingen deelnemen aan het risicodelingsinstrument, zijn dienovereenkomstig hun interne regels en procedures, respectievelijk de overeenkomsten die zij met de Commissie hebben ondertekend, van toepassing op het beheer, de verslaglegging en de controle. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Ex-ante-evaluatie Dit voorstel is opgesteld op verzoek van het kabinet van de voorzitter van de Commissie. 6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of ex-post-evaluatie genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) N.v.t. 6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties N.v.t. 7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN De verantwoordelijkheid voor het treffen van maatregelen ter voorkoming van fraude berust in de eerste plaats bij de EIB, die op haar financieringsverrichtingen met name het in april 2008 goedgekeurde EIB-beleid ter voorkoming van corruptie, fraude, collusie, dwang, witwassen van geld en terrorismefinanciering bij activiteiten van de Europese Investeringsbank dient toe te passen. Een van de in de regels en procedures van de EIB opgenomen gedetailleerde regelingen ter bestrijding van fraude en corruptie is dat OLAF de bevoegdheid heeft interne onderzoeken uit te voeren. Meer in het bijzonder heeft de Raad van Gouverneurs van de EIB in juli 2004 zijn goedkeuring gehecht aan een besluit betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken ter voorkoming van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de financiële belangen van de Gemeenschappen schaadt. 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel Vastleggingskredieten, in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 | Ambtenaren of tijdelijk personeel (XX 01 01) | A*/AD | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | B*, C*/AST | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | TOTAAL | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 8.2.2. Taken die uit de actie voortvloeien N.v.t. 8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel (Wanneer meer dan één bron wordt vermeld, geef dan het aantal posten per bron) ( Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma ( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n ( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd ( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling) ( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen 8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel (nummer en rubriek) | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 en later | TOTAAL | Andere technische en administratieve bijstand | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | - intern | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | - extern | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Totaal technische en administratieve bijstand | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort personeelsleden | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 en later | Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis, enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Totaal personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 n.v.t. Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 n.v.t. 8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 en later | TOTAAL | XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | XX 01 02 11 03 – Comités | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | XX 01 02 11 05 - Informatiesystemen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Totaal Andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Berekening - Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen n.v.t. [1] PB L , , blz. . [2] PB L , , blz. . [3] PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1. [4] PB L 30 van 4.2.2011, blz. 34. [5] PB L 159 van 17.6.2011, blz. 88. [6] PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1. [7] PB L 37 van 6.2.2009, blz. 5. [8] PB L 79 van 25.3.2009, blz. 39. [9] PB L 150 van 13.6.2009, blz. 8. [10] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. [11] Uitgaven die niet onder Hoofdstuk xx 01 van de betrokken Titel xx vallen. [12] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van Titel xx. [13] Uitgaven in het kader van Hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 of xx 01 05. [14] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [15] Voeg zo nodig extra kolommen toe (wanneer de duur van de actie langer is dan 6 jaar).