This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0540
Proposal for a DECISION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL setting up an information exchange mechanism with regard to intergovernmental agreements between Member States and third countries in the field of energy
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied
/* COM/2011/0540 definitief - 2011/0238 (COD) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied /* COM/2011/0540 definitief - 2011/0238 (COD) */
TOELICHTING De Europese Raad van 4 februari 2011
concludeerde dat er behoefte is aan betere coördinatie van de activiteiten van
de Unie en de lidstaten met het oog op het waarborgen van consistentie en
samenhang in de externe betrekkingen van de EU op energiegebied met belangrijke
producerende, doorvoer- en afnemerlanden. De Raad heeft derhalve de lidstaten
uitgenodigd de Commissie met ingang van 1 januari 2012 op de hoogte te stellen
van al hun nieuwe en bestaande bilaterale energieovereenkomsten met derde
landen.[1] In dit voorstel worden de conclusies van de
Europese Raad omgezet in een mechanisme met gedetailleerde procedures voor de
uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie met betrekking
tot intergouvernementele overeenkomsten, dat wil zeggen juridisch bindende
overeenkomsten tussen de lidstaten en derde landen die van invloed kunnen zijn
op de werking van de interne markt of op de energievoorzieningszekerheid in de
Unie. Het voorstel is toegevoegd aan de mededeling
van de Commissie inzake energievoorzieningszekerheid en internationale
samenwerking - "Het energiebeleid van de EU: Interactie met partners
buiten onze grenzen".[2]
1.
BELEIDSDOELSTELLING
Het aandeel energie dat in de Unie wordt
ingevoerd, stijgt voortdurend.[3]
De lidstaten en energiebedrijven zoeken derhalve naar nieuwe energiebronnen
buiten de EU. Onderhandelingen met machtige energieleveranciers in derde landen
vereisen doorgaans politieke steun in de vorm van intergouvernementele
overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen. Deze intergouvernementele
overeenkomsten worden over het algemeen tijdens bilaterale onderhandelingen
vastgelegd en vormen vaak de basis van meer gedetailleerde commerciële contracten. Naar aanleiding van de liberalisering van de
elektriciteits- en gasmarkten in de Europese Unie, in het bijzonder met de
uitvoering van het derde energiepakket[4],
hebben de lidstaten ingrijpende wijzigingen in hun energiewetgeving
doorgevoerd. De naleving van deze wetswijzigingen is niet altijd in het
commerciële belang van energieleveranciers in derde landen. Lidstaten die met
een mogelijk voorzieningstekort worden geconfronteerd, staan onder toenemende
druk om in hun intergouvernementele overeenkomsten met derde landen concessies
op wetgevingsgebied te accepteren die niet verenigbaar zijn met de
energiewetgeving van de Unie. Dergelijke concessies op het gebied van wetgeving
bedreigen de werking en het goede functioneren van de interne energiemarkt in
de Unie. Bijvoorbeeld,
wanneer een intergouvernementele overeenkomst wordt gesloten om een specifiek
gasleidingproject te ondersteunen, mag deze geen clausules bevatten die het
recht om de volledige capaciteit of een deel van de capaciteit van de
gasleiding aan te nemen voorbehouden aan een bepaalde expediteur, tenzij een
dergelijke clausule toegestaan is krachtens het recht van de Unie ten gevolge
van een positief besluit van de bevoegde autoriteiten op nationaal en
communautair niveau met betrekking tot een vrijstelling van de communautaire vereisten
voor toegang door derde landen van de energiewetgeving van de Unie, en in
overeenstemming is met de in deze wetgeving vastgelegde voorwaarden. Anders zou
de overeenkomst in strijd zijn met het recht van de Unie en bijgevolg
investeerders geen rechtszekerheid bieden. Daarnaast zou het gasleidingproject
niet in aanmerking komen voor eventuele financiering door de EU. Aangezien
lidstaten niet eenvoudigweg met derde landen gesloten intergouvernementele
overeenkomsten unilateraal kunnen aanpassen wanneer blijkt dat bepalingen van
deze overeenkomsten inbreuk maken op regels van de interne markt, worden de
lidstaten door intergouvernementele overeenkomsten die onwettige bepalingen
bevatten in een situatie gebracht van conflicterende wettelijke verplichtingen
en worden de werking en het goede functioneren van de interne energiemarkt van
de Unie bedreigd. Derhalve mogen dergelijke overeenkomsten door de lidstaten
niet worden ondertekend. Ook is de EU,
wanneer de interne markt niet goed functioneert, kwetsbaarder voor risico's op
het gebied van voorzieningszekerheid, zoals duidelijk werd tijdens het
gasconflict tussen Rusland en Oekraïne in januari 2009. Daarom is het
belangrijk dat de lidstaten en de Commissie op de hoogte zijn van de
hoeveelheid geïmporteerde energie en de gerelateerde energiebronnen. Om deze problemen aan te pakken is het
belangrijk de informatie-uitwisseling te verbeteren tussen de lidstaten
onderling en tussen de lidstaten en de Commissie met betrekking tot bestaande,
voorlopig toegepaste en toekomstige intergouvernementele overeenkomsten. Dit
zal de coördinatie op het niveau van de Unie en de doeltreffende uitvoering van
het energiebeleid van de Unie vergemakkelijken. Daarnaast zal dit de
onderhandelingspositie van individuele lidstaten tegenover derde landen
verbeteren, wanneer het erom gaat voorzieningszekerheid te waarborgen, de
werking en het functioneren van de interne energiemarkt van de Unie te verbeteren,
te zorgen voor rechtszekerheid voor investeringsbeslissingen en projecten in
aanmerking te laten komen voor eventuele financiering door de EU. Verbeterde
transparantie met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten zal
uiteindelijk ook de consistentie en samenhang verbeteren, in een geest van
solidariteit, binnen de externe energiebetrekkingen van de Unie, en de
lidstaten in staat stellen meer te profiteren van het politieke en economische
gewicht van de Unie en van de deskundigheid van de Commissie op het gebeid van
het EU‑recht. Om deze reden is bepaald dat lidstaten de bijstand van de
Commissie kunnen inroepen tijdens de onderhandelingen. Het nieuwe instrument
zal de Commissie derhalve in staat stellen om de lidstaten doeltreffend te
ondersteunen.
2.
BELEIDSOPTIES EN RAADPLEGING VAN DE BETROKKEN PARTIJEN
Gezien
de beperkte economische en sociale effecten
van dit voorstel werd het niet nodig geacht een formele
effectbeoordeling uit te voeren. Met het oog op de beleidsdoelstellingen van
dit voorstel heeft de Commissie niettemin een aantal opties geëvalueerd om te
maken dat de conclusies van de Europese Raad correct worden omgezet. Een
openbare raadpleging inzake de externe dimensie van het energiebeleid van de EU
heeft tussen 21 december 2010 en 7 maart 2011 plaatsgevonden. Daarbij werden
vragen gesteld met betrekking tot de behoefte aan coördinatie tussen de lidstaten
en de Commissie op het gebied van intergouvernementele overeenkomsten teneinde
de voorzieningszekerheid alsmede de goede werking en het goede functioneren van
de interne energiemarkt van de Unie te waarborgen. Er werden in totaal 90 antwoorden
ontvangen. De ontvangen antwoorden benadrukten de belangrijke rol van de Unie
voor de ondersteuning van een betrouwbaar juridisch en institutioneel kader,
teneinde voor alle partijen voordelige betrekkingen met haar belangrijkste
energieleveranciers en doorvoerlanden tot stand te brengen. Ook werd op 6 april
2011 in Brussel een vergadering gehouden met deskundigen op energiegebied. De status-quo De Commissie is op dit moment niet op de
hoogte van de meeste intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde
landen, aangezien er geen verplichting bestaat om de Commissie uitgebreid over
deze overeenkomsten te informeren.[5]
De Commissie neemt op grond van een ruwe schatting aan dat er ongeveer dertig
intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen kunnen
bestaan met betrekking tot olie en ongeveer zestig met betrekking tot gas.[6] Deze overeenkomsten houden
waarschijnlijk verband met de volumes olie of gas die vanuit derde landen in de
Unie worden ingevoerd of met de voorwaarden voor de aanvoer van deze volumes
via vaste infrastructuur. Wat betreft intergouvernementele overeenkomsten
tussen lidstaten en derde landen met betrekking tot elektriciteit wordt het
totale aantal lager ingeschat. Tot deze overeenkomsten behoort ook de
zogenaamde BRELL-RING-overeenkomst tussen Belarus, Rusland, Estland, Litouwen
en Letland met betrekking tot de exploitatie en het gebruik van de netwerken in
de Baltische staten. Soortgelijke overeenkomsten bestaan waarschijnlijk ook met
Balkanlanden waar de netwerken van derde landen synchroon verbonden zijn met de
lidstaten van de Unie. Het is niet mogelijk om nauwkeurig aan te geven hoe
frequent deze intergouvernementele overeenkomsten worden gewijzigd of hoeveel
nieuwe overeenkomsten er gesloten worden. De lidstaten hebben ook geen
mechanisme om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op dit gebied in de
27 lidstaten. Hoewel reeds enkele transparantievereisten zijn vastgesteld[7], hebben deze alleen betrekking
op de gassector (bestaande intergouvernementele overeenkomsten en nieuwe overeenkomsten
op het moment waarop ze worden gesloten), alsmede op informatie-uitwisseling
tussen de Commissie en de lidstaten (geen uitwisseling tussen de lidstaten
onderling), wat betekent dat deze vereisten niet voldoende zijn als omzetting
van de conclusies van de Europese Raad. De status-quo is derhalve ontoereikend
en de Commissie acht het noodzakelijk om voor te stellen dat een meer
gedetailleerd en uitgebreider mechanisme voor informatie-uitwisseling wordt
vastgesteld. Een rechtsinstrument of vrijwillige
maatregelen Alleen met behulp van duidelijke plichten
inzake informatie-uitwisseling over intergouvernementele overeenkomsten tussen
de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Commissie is het mogelijk
de nodige transparantie voor coördinatie op het niveau van de Unie te
waarborgen. Hoewel het voorgestelde mechanisme ook zachte juridische elementen
bevat zoals de gezamenlijke ontwikkeling van standaardclausules, zijn
vrijwillige maatregelen op zich niet voldoende gebleken om het type
informatie-uitwisseling te garanderen dat nodig is om te waarborgen dat
overeenkomsten die tussen lidstaten en derde landen worden gesloten rechtmatig
zijn en geen bedreiging vormen voor de goede werking en het goede functioneren
van de interne energiemarkt van de Unie. Een rechtsinstrument voor verplichte
informatie-uitwisseling is derhalve de enige optie die zal waarborgen dat de
beleidsdoelstellingen in dit voorstel worden bereikt en de meest geschikte vorm
daarvoor is een besluit.[8] Toepassingsgebied Met het oog op een correcte omzetting van de
conclusies van de Raad wordt voorgesteld dat het besluit van toepassing is op
alle bestaande, voorlopig toegepaste en nieuwe intergouvernementele
overeenkomsten die een effect kunnen hebben op de werking of het functioneren
van de interne markt voor energie of op de energievoorzieningszekerheid in de
Unie, aangezien deze kwesties onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is
met name van belang dat het besluit alle intergouvernementele overeenkomsten omvat
die een effect hebben op de levering van gas, olie of elektriciteit via vaste
infrastructuur (zoals pijpleidingen en netwerken) of op de totale hoeveelheid
energie die in de EU wordt ingevoerd. Passend tijdschema voor
informatie-uitwisseling Het lijkt van cruciaal belang dat lidstaten de
andere lidstaten en de Commissie vroegtijdig informeren over toekomstige
intergouvernementele overeenkomsten. Ook volledige kennis van de inhoud van de
intergouvernementele overeenkomsten die reeds van kracht zijn, is noodzakelijk.
Het wordt derhalve als een essentiële voorwaarde beschouwd dat de lidstaten
eerst en vooral de Commissie op de hoogte stellen van hun voornemen om
onderhandelingen te openen en dat ze de geratificeerde versie van de
intergouvernementele overeenkomst overleggen. De Commissie moet een centrale
rol hebben in de onmiddellijke verspreiding van deze informatie onder de andere
lidstaten met inachtneming van verzoeken van lidstaten om de informatie
vertrouwelijk te behandelen. Indien informatie niet reeds in de loop van de
onderhandelingen wordt uitgewisseld, zal het echter moeilijk zijn om invloed
uit te oefenen op toekomstige intergouvernementele overeenkomsten teneinde ze
in overeenstemming te brengen met de energiewetgeving van de Unie en het beleid
van de Unie inzake voorzieningszekerheid. In dergelijk geval zou de kans gemist
worden om de nodige rechtszekerheid te bieden omtrent de status en geldigheid
van intergouvernementele overeenkomsten voor belangrijke energieprojecten en de
gerelateerde financiering. Dit zou een nadelig effect hebben op investeringen
van de Unie en bijgevolg ook op de energievoorzieningszekerheid van de Unie. Het bestaande mechanisme voor controle
achteraf in de vorm van inbreukprocedures is niet de meest doeltreffende manier
om dit probleem aan te pakken.[9]
Dit komt doordat intergouvernementele overeenkomsten, zodra ze ondertekend zijn
en zeker zodra ze geratificeerd zijn, niet meer unilateraal door de lidstaten
kunnen worden aangepast ingeval bepaalde bepalingen erin strijdig blijken te
zijn met de regels van de interne markt. In dergelijk geval moeten de lidstaten
opnieuw over de intergouvernementele overeenkomsten onderhandelen met de derde
landen in kwestie. Het wordt derhalve van essentieel belang geacht dat er
tijdens de onderhandelingen contacten zijn en informatie wordt uitgewisseld en
dat er op verzoek van de lidstaat in kwestie of de Commissie een
verenigbaarheidscontrole kan worden uitgevoerd voordat de intergouvernementele
overeenkomst wordt ondertekend. Daarnaast wordt voorgesteld dat de lidstaten de
bijstand van de diensten van de Commissie kunnen inroepen tijdens de onderhandelingen.
De ervaring die via deze uitwisselingsmechanismen wordt opgedaan, moet de
gezamenlijke ontwikkeling mogelijk maken van vrijwillige standaardclausules die
de lidstaten kunnen gebruiken in toekomstige intergouvernementele
overeenkomsten. Het gebruik van dergelijke clausules zou helpen voorkomen dat
intergouvernementele overeenkomsten strijdig zijn met het recht van de Unie. Voorafgaande verplichte controle of meer
flexibele verenigbaarheidscontrole Dit voorstel behelst niet een uitputtend,
verplicht mechanisme voor voorafgaande controle dat van toepassing zou zijn op
alle relevante intergouvernementele overeenkomsten, aangezien een dergelijk
mechanisme een te grote last voor de lidstaten met zich mee zou brengen en zou
leiden tot vertraging van de sluiting van alle toekomstige intergouvernementele
overeenkomsten gedurende ten minste een aantal maanden. Daarentegen wordt het als toereikend gezien om
te voorzien in een meer flexibel mechanisme voor verenigbaarheidscontrole
waarbij de Commissie, op haar eigen verzoek of op verzoek van de lidstaat die
over een intergouvernementele overeenkomst onderhandelt, de verenigbaarheid van
de overeenkomst in kwestie met het recht van de Unie beoordeelt, voordat de
overeenkomst wordt ondertekend. In geval van een verenigbaarheidscontrole
die is uitgevoerd op verzoek van de lidstaat in kwestie of de Commissie, wordt
de Commissie geacht geen bezwaren te hebben indien zij niet binnen vier maanden
een uitdrukkelijk advies afgeeft. De voorgestelde optie zal zorgen voor een
aanzienlijke verbetering van het vermogen van de Unie om de goede werking en
het goede functioneren van de interne energiemarkt te handhaven en de
energievoorzieningszekerheid te waarborgen, alsmede de verwezenlijking van belangrijke
energieprojecten via een gecoördineerde en daardoor ook doeltreffende
toepassing van de onderhandelingskracht van de Unie. In dit opzicht zullen de
positieve effecten van het voorstel opwegen tegen de tamelijk beperkte extra
lasten in verband met de transparantievereisten die aan de lidstaten worden
opgelegd wanneer zij onderhandelen over intergouvernementele overeenkomsten met
derde landen.
3.
JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL
Het doel van dit voorstel is om de conclusies
van de Europese Raad van 4 februari 2011 om te zetten in een mechanisme met
gedetailleerde procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de
lidstaten en de Commissie met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten,
teneinde de coördinatie op communautair niveau te vergemakkelijken met het oog
op het waarborgen van de voorzieningszekerheid, de goede werking en het goede
functioneren van de interne energiemarkt en het bieden van rechtszekerheid voor
investeringsbeslissingen. Op individueel niveau is het moeilijk voor de
lidstaten om te waarborgen dat deze beleidsdoelstellingen worden bereikt. De
lidstaten hebben op dit moment niet voldoende informatie om de totale effecten
van hun intergouvernementele overeenkomsten op de voorzieningszekerheidssituatie
in de EU te beoordelen. De eigen evaluaties van lidstaten ten aanzien van de
juiste uitvoering van de energieregels van de Unie met betrekking tot deze
intergouvernementele overeenkomsten bieden investeerders evenmin voldoende
rechtszekerheid. Coördinatie door de Unie zal daarentegen bijdragen aan het
bereiken van alle doelstellingen in dit voorstel. Aangezien de voorgestelde
informatie-uitwisseling de onderhandelingspositie van de lidstaten ten opzichte
van derde landen zal verbeteren, zal hierdoor de correcte uitvoering van de
regels en van het beleid van de Unie worden gegarandeerd. Binnen het voorstel
is het mogelijk om vanuit het gezichtspunt van de collectieve
voorzieningszekerheidssituatie in de EU te opereren, in plaats van vanuit een
nationaal gezichtspunt. Het gebruik van gemeenschappelijk ontwikkelde
standaardclausules en de voorgestelde verenigbaarheidscontrole zullen daarnaast
investeerders voldoende rechtszekerheid bieden met betrekking tot de
vermoedelijke verenigbaarheid van de intergouvernementele overeenkomsten met de
EU‑wetgeving. Het voorstel is derhalve op grond van het
subsidiariteitsbeginsel gerechtvaardigd. Het voorstel eerbiedigt tevens het
evenredigheidsbeginsel, aangezien de vrijwillige alternatieven die zijn
onderzocht niet garanderen dat toereikende informatie-uitwisseling plaatsvindt
om te waarborgen dat de beleidsdoelstellingen worden bereikt. Intergouvernementele overeenkomsten worden
gedefinieerd als alle juridisch bindende overeenkomsten tussen lidstaten en
derde landen die een effect kunnen hebben op de werking of het functioneren van
de interne energiemarkt of op de energievoorzieningszekerheid in de EU. Om doublures te voorkomen, worden
intergouvernementele overeenkomsten waarvoor reeds een specifieke melding bij
de Commissie is vastgelegd in andere communautaire wetgeving, uitgesloten van
dit voorstel, met uitzondering van intergouvernementele overeenkomsten die bij
de Commissie ingediend moeten worden krachtens de verordening betreffende
maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering.[10] Ook wordt voorgesteld dat het
nieuwe mechanisme niet van toepassing zal zijn op overeenkomsten tussen
commerciële exploitanten, behalve indien en uitsluitend voor zover de intergouvernementele
overeenkomst uitdrukkelijk naar deze commerciële overeenkomsten verwijst. De lidstaten moeten de Commissie alle
bestaande en voorlopig toegepaste intergouvernementele overeenkomsten tussen
hen en derde landen doen toekomen uiterlijk drie maanden nadat het voorgestelde
besluit in werking is getreden. De Commissie moet ook zo vroeg mogelijk op de
hoogte worden gesteld van hun voornemen om onderhandelingen over toekomstige intergouvernementele
overeenkomsten te openen of om bestaande intergouvernementele overeenkomsten te
wijzigen. De Commissie moet regelmatig over de onderhandelingen geïnformeerd
worden. De Commissie neemt op verzoek als waarnemer deel aan de onderhandelingen.
In dit verband hebben lidstaten ook het recht om de Commissie om bijstand te verzoeken
tijdens hun onderhandelingen met derde landen. Zodra de intergouvernementele overeenkomst is
geratificeerd, wordt de geratificeerde tekst aan de Commissie gestuurd.
Intergouvernementele overeenkomsten moeten integraal worden ingediend, met
inbegrip van hun bijlagen, andere teksten waarnaar ze verwijzen en alle amendementen
op de teksten. De Commissie stelt alle ontvangen informatie via een databank
ter beschikking van de lidstaten. Wanneer lidstaten informatie verstrekken aan
de Commissie, mogen zij aangeven of enig deel van de informatie in de
overeenkomsten als vertrouwelijk moet worden behandeld. De Commissie zal de
coördinatie tussen de lidstaten vergemakkelijken met het oog op het beoordelen
van ontwikkelingen met betrekking tot intergouvernementele
overeenkomsten, het identificeren van
gemeenschappelijke problemen en oplossingen, alsmede het ontwikkelen van
standaardclausules die de lidstaten kunnen gebruiken in toekomstige
intergouvernementele overeenkomsten. Daarnaast heeft de Commissie
het recht om, op haar eigen initiatief binnen uiterlijk vier weken nadat zij op
de hoogte is gebracht van de afronding van onderhandelingen of op verzoek van
de lidstaat die de onderhandelingen over de intergouvernementele
overeenkomst heeft gevoerd, de verenigbaarheid van de
overeenkomst waarover is onderhandeld met het recht van de Unie te beoordelen
teneinde te waarborgen dat de overeenkomst rechtmatig is. In dit geval moeten
de lidstaten de volledige intergouvernementele overeenkomst waarover onderhandeld is bij de Commissie indienen,
voordat de intergouvernementele overeenkomst
wordt ondertekend. De Commissie voert de beoordeling binnen vier maanden uit.
Indien een dergelijke verenigbaarheidscontrole is aangevraagd, wordt de
Commissie geacht geen bezwaren naar voren te hebben gebracht indien ze binnen
deze beoordelingsperiode geen advies uitbrengt. De Commissie stelt een verslag op over de
toepassing van het voorgestelde besluit vier jaar nadat het besluit in werking
is getreden. Het voorgestelde besluit treedt in werking op
de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie.
4.
GEVOLGEN VAN HET BESLUIT VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de
begroting van de Unie. De beperkte extra administratieve last voor de Europese
Commissie brengt geen extra kosten met zich mee. 2011/0238 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE
RAAD tot instelling van een mechanisme voor
informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten
tussen lidstaten en derde landen op energiegebied HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 194, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[11], Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[12], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)
De Europese Raad heeft de lidstaten verzocht om met
ingang van 1 januari 2012 de Commissie op de hoogte te stellen van al hun
nieuwe en bestaande bilaterale energieovereenkomsten met derde landen. De
Commissie moet deze informatie beschikbaar stellen aan alle andere lidstaten in
een passende vorm, met inachtneming van de noodzaak om commercieel gevoelige
informatie te beschermen. (2)
Het recht van de Unie vereist dat lidstaten alle
passende maatregelen treffen om te waarborgen dat de verplichtingen uit hoofde
van de Verdragen of besluiten van de instellingen van de Unie worden nagekomen.
De lidstaten moeten derhalve eventuele onverenigbaarheden voorkomen of
corrigeren tussen het recht van de Unie en internationale overeenkomsten die met
derde landen worden gesloten. (3)
Voor de goede werking van de interne energiemarkt
is het nodig dat de energie die uit derde landen in de Unie wordt ingevoerd
volledig onderworpen is aan de regels voor de interne energiemarkt. Een interne
energiemarkt die niet correct functioneert, plaatst de EU in een kwetsbare
positie wat betreft de energievoorzieningszekerheid. Een hoge mate van
transparantie met betrekking tot overeenkomsten tussen lidstaten en derde
landen op energiegebied zou de Unie in staat stellen om gecoördineerde actie te
ondernemen, in een geest van solidariteit, teneinde te waarborgen dat dergelijke
overeenkomsten in overeenstemming zijn met communautaire wetgeving en de
energievoorziening op doeltreffende wijze zeker te stellen. (4)
Het nieuwe mechanisme voor informatie-uitwisseling
mag alleen betrekking hebben op intergouvernementele overeenkomsten die een
effect kunnen hebben op de interne markt voor energie of op de
energievoorzieningszekerheid, aangezien deze kwesties onlosmakelijk met elkaar
verbonden zijn. Het mechanisme moet in het bijzonder alle intergouvernementele
overeenkomsten omvatten die een effect hebben op de levering van gas, olie of
elektriciteit via vaste infrastructuur of die een effect hebben op de
hoeveelheid energie die vanuit derde landen in de Unie wordt ingevoerd. (5)
Intergouvernementele overeenkomsten die in hun
geheel moeten worden gemeld bij de Commissie op grond van andere wetgeving van
de Unie zoals [Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad
van … tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale
investeringsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen[13]] moeten worden uitgesloten van
het mechanisme voor informatie-uitwisseling dat bij dit besluit wordt
vastgesteld. (6)
De vrijstelling van bovenstaande meldingsplicht mag
niet van toepassing zijn op intergouvernementele overeenkomsten die bij de
Commissie ingediend moeten worden krachtens artikel 13, lid 6, van Verordening
(EU) nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende
maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van
Richtlijn 2004/67/EG.[14]
Dergelijke intergouvernementele overeenkomsten met derde landen die een effect
hebben op de ontwikkeling en het gebruik van gasinfrastructuur en gasvoorraden
moeten derhalve worden gemeld overeenkomstig de in dit besluit vastgestelde
regels. Om doublures te voorkomen, moet een melding die wordt ingediend op
grond van dit besluit worden geacht te voldoen aan de kennisgevingsplicht die
is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 994/2010. (7)
Dit besluit is niet van toepassing op
overeenkomsten tussen commerciële entiteiten, behalve indien en uitsluitend
voor zover de intergouvernementele overeenkomsten uitdrukkelijk naar dergelijke
commerciële overeenkomsten verwijzen. Commerciële exploitanten die over
commerciële overeenkomsten onderhandelen met exploitanten van derde landen
mogen niettemin om bijstand van de Commissie verzoeken teneinde potentiële
conflicten met het recht van de Unie te voorkomen. (8)
De lidstaten doen de Commissie alle bestaande
intergouvernementele overeenkomsten, voorlopig toegepaste overeenkomsten in de
zin van artikel 25 van het Verdrag van Wenen[15]
en nieuwe intergouvernementele overeenkomsten toekomen. (9)
De lidstaten moeten de Commissie reeds op de hoogte
stellen van hun voornemen om onderhandelingen te openen wanneer het gaat om
nieuwe intergouvernementele overeenkomsten of wijzigingen van bestaande
intergouvernementele overeenkomsten. De Commissie moet geregeld geïnformeerd
worden over de lopende onderhandelingen. De Commissie heeft het recht om als
waarnemer aan de onderhandelingen deel te nemen. De lidstaten mogen de
Commissie ook verzoeken om hen bij te staan tijdens hun onderhandelingen met
derde landen. (10)
De Commissie heeft het recht om, op haar eigen
initiatief of op verzoek van de lidstaat die over de intergouvernementele
overeenkomst heeft onderhandeld, de verenigbaarheid van de overeenkomst in
kwestie met het recht van de Unie te beoordelen, voordat de overeenkomst wordt
ondertekend. (11)
Alle definitieve geratificeerde overeenkomsten
waarop dit besluit van toepassing is, moeten aan de Commissie worden gestuurd,
opdat alle andere lidstaten volledig geïnformeerd kunnen worden. (12)
De Commissie moet alle ontvangen informatie in
elektronische vorm ter beschikking van alle andere lidstaten stellen. De
Commissie moet verzoeken van lidstaten eerbiedigen om ingediende informatie, in
het bijzonder commerciële informatie, vertrouwelijk te behandelen. Verzoeken om
vertrouwelijke behandeling mogen echter niet de toegang van de Commissie zelf
tot vertrouwelijke informatie beperken, aangezien de Commissie voor haar eigen
beoordeling volledige informatie nodig heeft. De verzoeken om vertrouwelijke
behandeling laten het recht op toegang tot documenten onverlet dat is
vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de
Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het
Europees Parlement, de Raad en de Commissie.[16] (13)
Een permanente uitwisseling van informatie met betrekking
tot intergouvernementele overeenkomsten op communautair niveau moet de
ontwikkeling van beste praktijken mogelijk maken. Op basis van deze beste
praktijken moet de Commissie standaardclausules aanbevelen voor gebruik in
intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen. Het
gebruik van deze niet-bindende standaardclausules is bedoeld om te voorkomen
dat intergouvernementele overeenkomsten strijdig zijn met het recht van de
Unie. (14)
De verbetering van de wederzijdse kennis van
bestaande en nieuwe intergouvernementele overeenkomsten moet leiden tot een
betere coördinatie op het gebied van energieaangelegenheden tussen de lidstaten
onderling en tussen de lidstaten en de Commissie. Door een dergelijke
verbeterde coördinatie kunnen de lidstaten ten volle profiteren van het
politieke en economische gewicht van de Unie. (15)
Het mechanisme voor de uitwisseling van informatie
waarin dit besluit voorziet, laat de toepassing van de regels van de Unie
inzake inbreuken en mededinging onverlet, HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT
VASTGESTELD: Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied 1. Bij dit besluit wordt een mechanisme
vastgesteld voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de
Commissie met betrekking tot intergouvernementele
overeenkomsten. 2. Dit besluit is niet van toepassing op
intergouvernementele overeenkomsten die reeds volledig onderworpen zijn aan
andere kennisgevingsprocedures krachtens communautaire wetgeving, met
uitzondering van intergouvernementele overeenkomsten die bij de Commissie gemeld
moeten worden op grond van artikel 13, lid 6, van Verordening (EU) nr.
994/2010. Artikel 2
Definities In dit besluit zijn de volgende definities van
toepassing: (1) "intergouvernementele
overeenkomsten": alle juridisch bindende overeenkomsten tussen lidstaten
en derde landen die een effect kunnen hebben op de werking of het functioneren
van de interne energiemarkt of op de energievoorzieningszekerheid in de Unie; (2) "bestaande intergouvernementele
overeenkomst": intergouvernementele overeenkomsten die in werking zijn
getreden vóór de inwerkingtreding van dit besluit. Artikel 3
Informatie-uitwisseling tussen de Commissie en de lidstaten 1. De lidstaten doen alle bestaande en
voorlopig toegepaste intergouvernementele overeenkomsten tussen hen en derde
landen volledig, met inbegrip van hun bijlagen en andere teksten waarnaar ze
uitdrukkelijk verwijzen en alle amendementen op deze teksten, toekomen aan de
Commissie binnen uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
De Commissie stelt de ontvangen documenten in
elektronische vorm ter beschikking van alle andere lidstaten. Voor de
toepassing van dit besluit worden bestaande of voorlopig toegepaste intergouvernementele
overeenkomsten die op de datum waarop dit besluit in werking trad reeds aan de
Commissie zijn gemeld op grond van Verordening (EU) nr. 994/2010, geacht gemeld
te zijn voor zover zij aan de vereisten van dit lid voldoen. 2. Indien een
lidstaat voornemens is onderhandelingen te beginnen met een derde land om een
bestaande intergouvernementele overeenkomst te wijzigen of een nieuwe
intergouvernementele overeenkomst te sluiten, stelt de lidstaat de Commissie
schriftelijk op de hoogte van dit voornemen op het vroegst mogelijke moment
voorafgaand aan de geplande opening van de formele onderhandelingen. De aan de
Commissie verstrekte informatie moet de desbetreffende documentatie, een
indicatie van de bepalingen die tijdens de onderhandelingen besproken zullen
worden, de doelstellingen van de onderhandelingen en andere relevante informatie
omvatten. In het geval van amendementen op een bestaande overeenkomst moeten de
bepalingen waarover opnieuw zal worden onderhandeld, aangegeven worden in de
aan de Commissie verstrekte informatie. De Commissie stelt de ontvangen
informatie in elektronische vorm ter beschikking van alle lidstaten. De
lidstaat in kwestie stelt de Commissie geregeld op de hoogte van de lopende
onderhandelingen. Op verzoek van de Commissie of de lidstaat kan de Commissie
als waarnemer aan de onderhandelingen deelnemen. 3. Zodra een
intergouvernementele overeenkomst of een amendement op een intergouvernementele
overeenkomst wordt geratificeerd, doet de lidstaat in kwestie de overeenkomst
of het amendement op de overeenkomst, met inbegrip van bijbehorende
bijlagen en andere teksten waarnaar deze overeenkomsten of amendementen
uitdrukkelijk verwijzen, toekomen aan de Commissie,
die de ontvangen documenten in elektronische vorm ter beschikking stelt van
alle andere lidstaten, met uitzondering van vertrouwelijke delen in de zin van
artikel 7. Artikel 4
Bijstand door de Commissie Indien een lidstaat de
Commissie op grond van artikel 3, lid 2, op de hoogte stelt van zijn voornemen
om onderhandelingen te openen teneinde een bestaande intergouvernementele
overeenkomst te wijzigen of een nieuwe intergouvernementele overeenkomst te
sluiten, kan de lidstaat in kwestie verzoeken om bijstand van de Commissie
tijdens de onderhandelingen met het derde land. Artikel 5
Voorafgaande verenigbaarheidscontrole De Commissie kan op eigen
initiatief tot uiterlijk vier weken nadat zij op de hoogte is gesteld van de
afronding van de onderhandelingen of op verzoek van de lidstaat die over de
intergouvernementele overeenkomst heeft onderhandeld, de overeenkomst
beoordelen op verenigbaarheid met het recht van de Unie, voordat de overeenkomst wordt ondertekend. Indien de
Commissie of de lidstaat in kwestie verzoeken om een dergelijke voorafgaande
beoordeling van de verenigbaarheid van de overeenkomst waarover onderhandeld is
met het recht van de Unie, wordt de
overeenkomst in kwestie voorafgaand aan de ondertekening aan de Commissie
voorgelegd voor onderzoek. De lidstaat in kwestie ziet af van ondertekening van
de overeenkomst gedurende een periode van vier maanden volgend op het indienen
van de ontwerpversie van de intergouvernementele overeenkomst. In overleg met
de lidstaat in kwestie kan deze onderzoeksperiode worden verlengd. Wanneer een
verenigbaarheidscontrole is aangevraagd, wordt de Commissie geacht geen
bezwaren te hebben ingediend indien zij binnen de onderzoeksperiode geen advies
uitbrengt. Artikel 6
Coördinatie met de lidstaten 1. De Commissie zorgt ervoor dat de
coördinatie tussen de lidstaten wordt vergemakkelijkt met het oog op: (a) het beoordelen van ontwikkelingen met
betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten; (b) het identificeren van gemeenschappelijke
problemen in verband met intergouvernementele overeenkomsten en het overwegen
van passende maatregelen om deze problemen op te lossen; (c) het ontwikkelen, op
basis van beste praktijken, van standaardclausules waarvan het gebruik zou
garanderen dat toekomstige intergouvernementele overeenkomsten de energiewetgeving
van de Unie volledig naleven. Artikel 7
Vertrouwelijkheid Wanneer een lidstaat informatie verstrekt aan
de Commissie op grond van artikel 3, mag de lidstaat aangeven of enig deel van
de informatie, met name commerciële informatie, vertrouwelijk behandeld moet
worden en of de verstrekte informatie gedeeld kan worden met andere lidstaten.
De Commissies dient deze instructies te eerbiedigen. Dergelijke verzoeken om
vertrouwelijke behandeling houden geen beperking in van de toegang van de
Commissie zelf tot vertrouwelijke informatie. Artikel 8
Evaluatie 1. Vier jaar na de inwerkingtreding van dit
besluit dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het
Economisch en Sociaal Comité een verslag over de toepassing van het besluit in. 2. Het verslag beoordeelt in het bijzonder of
dit besluit voorziet in een toereikend kader om volledige naleving door
intergouvernementele overeenkomsten van de EU‑wetgeving te waarborgen,
alsmede een hoog niveau van coördinatie tussen de lidstaten met betrekking tot
intergouvernementele overeenkomsten. Artikel 9
Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de twintigste
dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese
Unie. Artikel 10
Adressaten Dit besluit is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter
[1] De volgende conclusie werd bevestigd door de
Energieraad van 28 februari 2011: "Verbeterde en vroegtijdige
informatie-uitwisseling tussen de Commissie en de lidstaten met inbegrip van
informatievoorziening door lidstaten aan de Commissie met betrekking tot hun
nieuwe en bestaande bilaterale energieovereenkomsten met derde landen". [2] COM(2011) 539. [3] Volgens scenario's voor 2030 zou het aandeel uit
derde landen geïmporteerde energie kunnen oplopen tot 57 %. [4] PB L 211 van 14.8.2009. [5] De enige verplichting die tot nu toe bestaat, is vervat
in artikel 13, lid 6, van Verordening (EU) nr. 994/2010 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling
van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG betreffende
maatregelen tot veiligstelling van de aardgasvoorziening, PB L 295 van
12.11.2010, blz. 1. Deze bepaling legt aan lidstaten de verplichting op om
intergouvernementele overeenkomsten op het gebied van gas aan de Commissie mede
te delen. Alleen bestaande intergouvernementele overeenkomsten moeten voor 3 december
2011 worden gemeld. [6] Rekening houdend met de weinige bekende
intergouvernementele overeenkomsten tussen de lidstaten en derde landen,
bijvoorbeeld in verband met de South Stream-gasleiding, is deze zeer
conservatieve schatting gedaan op basis van de aanname dat een aantal lidstaten
dergelijke intergouvernementele overeenkomsten heeft met belangrijke
leveranciers van olie en gas, in het bijzonder voor zover de olie of het gas
aangevoerd wordt via pijpleidingen. [7] Zie artikel 13, lid 6, van de verordening betreffende
maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering. [8] Hoewel zowel een verordening als een besluit mogelijk
lijken, wordt een besluit geschikter geacht, aangezien het rechtsinstrument
geen rechtstreeks effect op individuen zal hebben, maar uitsluitend tot de
lidstaten gericht is. [9] Opgemerkt dient te worden dat de melding van
bestaande intergouvernementele overeenkomsten niet zou verhinderen dat de
Commissie indien nodig inbreukprocedures inleidt, dat wil zeggen indien in een
specifiek geval kan worden aangetoond hoe een bepaalde overeenkomst een inbreuk
vormt op de regels van de interne markt. [10] Doublures worden ook voorkomen in het geval van de
verordening betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering,
aangezien een melding op grond van de meer gedetailleerde regels die in dit
voorstel worden vastgesteld zou voldoen aan de vereisten die bepaald zijn in de
verordening betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering. [11] PB C, blz. . . [12] PB C, blz. . . [13] [COM(2010) 344 definitief, nog niet vastgesteld]. [14] PB L 295 van 12.11.2010, blz. 1. [15] Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969. [16] PB L 8 van 12.1.2001, blz. 28.