This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0533
OPINION OF THE COMMISSION pursuant to Article 294(7)(c) of the Treaty on the Functioning of the European Union, on the European Parliament's amendment[s] to the Council's position regarding the proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council facilitating cross-border enforcement in the field of road safety
ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 294, lid 7, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unieinzake de amendementen van het Europees Parlement op het standpunt van de Raad over het voorstel voor eenrichtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid
ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 294, lid 7, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unieinzake de amendementen van het Europees Parlement op het standpunt van de Raad over het voorstel voor eenrichtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid
/* COM/2011/0533 definitief - 2008/0062 (COD) */
ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 294, lid 7, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unieinzake de amendementen van het Europees Parlement op het standpunt van de Raad over het voorstel voor eenrichtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid /* COM/2011/0533 definitief - 2008/0062 (COD) */
2008/0062 (COD) ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 294, lid 7, onder c),
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
inzake de amendementen van het Europees Parlement op het standpunt van de Raad
over het voorstel voor een
richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter facilitering van de
grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid
1. ACHTERGROND Toezending van het voorstel aan het Europees Parlement en de Raad COM(2008) 151 definitief – 2008/0062 (COD) || 19.3.2008 Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité || 17.9.2008 Advies van het Europees Parlement in eerste lezing || 17.12.2008 Standpunt van de Raad in eerste lezing (met eenparigheid van stemmen) || 2.12.2010 Formele vaststelling van het standpunt van de Raad in eerste lezing (met eenparigheid van stemmen) || 17.3.2011 Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing || 6.7.2011 2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE
COMMISSIE Het voorstel van de
Commissie heeft tot doel de verkeersveiligheid te verbeteren door het opzetten
van een systeem voor het uitwisselen van informatie over de zwaarste
verkeersovertredingen tussen de staat van de overtreding en de staat van
inschrijving. Het dient om de eigenaar van het
voertuig te identificeren die een verkeersovertreding heeft begaan in een
andere lidstaat dan die waar zijn voertuig is ingeschreven; de lidstaat van de overtreding heeft dan de
mogelijkheid hem te vervolgen en te bestraffen. De overtredingen waarop
dit voorstel van de Commissie betrekking heeft, zijn te hoge snelheid, het niet
dragen van de veiligheidsgordel, door het rode licht rijden en rijden onder
invloed. Deze verkeersovertredingen
veroorzaken het grootste aantal ongevallen en verkeersslachtoffers. De tekst regelt eveneens
de uitwisselingsprocedures (gegevens, bevoegde autoriteiten en netwerk) en
bevat een model van kennisgevingsbrief die aan de kentekenhouder wordt
verzonden. 3. ADVIES VAN DE COMMISSIE OVER
DE DOOR HET PARLEMENT VOORGESTELDE AMENDEMENTEN 3.1 Algemene opmerkingen Op basis van de aanbeveling over het standpunt
van de Raad in eerste lezing, die op 24 april 2011 door commissie Vervoer en
toerisme is goedgekeurd, hebben een aantal informele contacten plaatsgevonden
tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie teneinde in tweede
lezing overeenstemming te bereiken over dit dossier. Na deze contacten heeft de
TRAN-commissie een compromisamendement voorgesteld, dat op 6 juli 2011 door de
plenaire vergadering is goedgekeurd. De Commissie onderschrijft de inhoud van
dit compromisamendement, maar herinnert aan het standpunt dat zij reeds in
eerste lezing heeft ingenomen betreffende enerzijds de door beide medewetgevers
gemaakte keuze voor de rechtsgrondslag van de "politiële
samenwerking", en anderzijds de afwezigheid van concordantietabellen in de
tekst (zie punt 4). 3.2 Amendementen op het advies
van het Europees Parlement in tweede lezing Afgezien van het probleem met de
rechtsgrondslag heeft de Commissie reeds haar steun uitgesproken voor het
standpunt van de Raad in eerste lezing, voor wat de inhoud ervan betreft (zie
de mededeling van de Commissie over het standpunt van de Raad[1]). De belangrijkste wijzigingen
in de amendementen van het Europees Parlement ten opzichte van het standpunt
van de Raad zijn: (1)
Kennisgevingsbrief: Verduidelijking dat een
kennisgevingsbrief aan de overtreder verplicht is wanneer de lidstaat waarin de
overtreding wordt begaan, beslist om een follow-up procedure op te starten. (2)
Versterking van de bepalingen inzake
gegevensbescherming, teneinde mogelijk misbruik van persoonsgegevens te
voorkomen. (3)
Invoering van een nieuwe bepaling inzake
gedelegeerde besluiten, teneinde de wijziging van de technische bijlage
betreffende de gegevensreeks voor de informatie-uitwisseling mogelijk te maken. (4)
Versterkte herzieningsbepaling, zodat de Commissie
kan nagaan of nieuwe wetgevingsvoorstellen nodig zijn inzake de ontwikkeling
van gemeenschappelijke normen voor automatische controleapparatuur, inzake de
harmonisering van verkeersregels en inzake de opstelling van gemeenschappelijke
criteria voor follow-upprocedures. Dit omvat ook een verklaring van de
Commissie dat zij zal nagaan of op EU-niveau richtsnoeren moeten worden
ontwikkeld om grotere convergentie bij de handhaving van verkeersregels door de
lidstaten te garanderen. 3.3 Verklaring inzake de
rechtsgrondslag Wat de keuze van de
rechtsgrondslag betreft, is de Commissie van mening dat uit wettelijk en
institutioneel oogpunt "politiële samenwerking" (artikel 87,
lid 2), dat door de Raad in eerste lezing is behouden en door het Europees
Parlement in tweede lezing niet in vraag is gesteld, niet de passende
rechtsgrondslag voor deze richtlijn vormt. In dat verband heeft de Commissie een verklaring bij de notulen van de
Raad afgelegd waarbij zij zich het recht behoudt om van alle haar ter
beschikking staande rechtsmiddelen gebruik te maken (zie de verklaring van de
Commissie in punt 4). 3.4 Verklaring inzake de
concordantietabel De overeenkomst verplicht de lidstaten niet om
een concordantietabel aan de Commissie over te maken, ondanks het standpunt dat
het Europees Parlement over het algemeen aanneemt in deze kwestie. Gezien de
bijzondere kenmerken van dit dossier (unanimiteitsregel in de Raad,
overeenstemming in tweede lezing) hebben de medewetgevers overeenstemming
bereikt over een oplossing voor de concordantietabellen die geen invloed heeft
op de lopende interinstitutionele besprekingen over deze kwestie. De Raad en het Europees Parlement hebben een
gezamenlijke verklaring afgelegd waarin zij benadrukken dat de vaststelling van
deze richtlijn het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over
concordantietabellen onverlet laat. De Commissie heeft bovendien een verklaring
afgelegd waarin zij de afwezigheid van concordantietabellen in de hoofdtekst
betreurt en waarin zij bevestigt dat zij zich ertoe verbindt ervoor te zorgen
dat de lidstaten concordantietabellen opstellen met het verband tussen de door
hen vastgestelde omzettingsmaatregelen en de richtlijn. In een geest van
compromis en teneinde de onmiddellijke goedkeuring van dit voorstel te
faciliteren, heeft de Commissie ook aangegeven dat zij kan aanvaarden dat de
bepaling in de tekst die tot het opstellen van concordantietabellen verplicht,
wordt vervangen door een overweging terzake die de lidstaten tot het opstellen van
deze tabellen aanmoedigt; zij heeft echter benadrukt dat haar standpunt in dit
dossier niet als een precedent mag worden beschouwd (zie punt 4). 4. CONCLUSIES/ALGEMENE
OPMERKINGEN Het
Europees Parlement heeft zijn amendementen in tweede lezing op 6 juli 2011
goedgekeurd, na informele contacten met de Raad en de Commissie. De
Commissie bevestigt dat zij het goedgekeurde algemene compromisamendement
onderschrijft omdat het de belangrijkste doelstellingen van haar voorstel
weerspiegelt, maar de wijziging van de rechtsgrondslag heeft ertoe geleid dat
de Commissie de volgende verklaring heeft afgelegd: "De Commissie
constateert dat zowel de Raad als het Europees Parlement instemmen met de
vervanging van de door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslag, namelijk van
artikel 91, lid 1, onder c), VWEU, door artikel 87, lid 2, VWEU. De Commissie deelt het standpunt van beide
medewetgevers dat het van belang is de doelstellingen van het voorstel voor een
richtlijn na te streven om de verkeersveiligheid te verbeteren; vanuit
juridisch en institutioneel oogpunt meent zij evenwel dat artikel 87, lid 2,
VWEU niet de juiste rechtsgrondslag vormt, en behoudt zij zich derhalve het
recht voor om van alle haar ter beschikking staande rechtsmiddelen gebruik te
maken." Met betrekking tot de herzieningsbepaling en
verdere stappen die door de Commissie moeten worden genomen om de
verkeersveiligheid te verbeteren, heeft de Commissie de volgende verklaring
afgelegd: "De Commissie zal onderzoeken of de
noodzaak bestaat op EU-niveau richtsnoeren vast te stellen ter waarborging van
een grotere convergentie bij de handhaving van verkeersregels door de lidstaten
door middel van vergelijkbare methoden, praktijken, normen en
controlefrequenties, in het bijzonder met betrekking tot te snel rijden, rijden
onder invloed, het niet dragen van veiligheidsgordels en door het rood
rijden". Wat de kwestie van de concordantietabellen
betreft, aanvaardt de Commissie de vervanging van de bepaling waarbij
concordantietabellen verplicht worden gesteld door een relevante overweging
waarbij de lidstaten worden aangemoedigd om concordantietabellen op te stellen,
maar zij heeft de volgende verklaring afgelegd om te herinneren aan haar
standpunt in deze horizontale kwestie: De Commissie herinnert aan
haar verbintenis waarin zij stelde te zullen zorgen voor door de lidstaten
opgestelde concordantietabellen waarin de door hen goedgekeurde
omzettingsmaatregelen aan de EU-richtlijn worden gekoppeld en voor de
mededeling van deze tabellen aan de Commissie in het kader van de omzetting van
EU-wetgeving in het belang van de burgers en met het oog op een betere
wetgeving en een grotere transparantie, en waarin zij ook stelde te zullen
zorgen voor steun bij de beoordeling van de overeenstemming tussen de nationale
voorschriften en de EU-voorschriften. De Commissie betreurt het
gebrek aan steun voor de in het voorstel voor een richtlijn van het Europees
Parlement en de Raad ter
facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid
opgenomen bepaling die tot doel had de opstelling van concordantietabellen
verplicht te stellen. In een geest van compromis
en teneinde de onmiddellijke goedkeuring van dat voorstel te verzekeren, kan de
Commissie er zich in vinden dat de bepaling in de tekst die tot het opstellen
van concordantietabellen verplicht, wordt vervangen door een overweging ter
zake die de lidstaten aanmoedigt tot het opstellen van dergelijke tabellen. Het standpunt dat door de
Commissie in deze kwestie wordt ingenomen, mag evenwel niet als een precedent
worden beschouwd. De Commissie zal zich verder
inspannen om samen met het Europees Parlement en de Raad een passende oplossing
te vinden voor deze horizontale institutionele kwestie." [1] COM(2011) 148.