Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0137

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie

/* COM/2011/0137 def. */

52011PC0137




[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 21.3.2011

COM(2011) 137 definitief

2008/0090 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie

TOELICHTING

1. De Commissie deed op 30 april 2008 een voorstel tot herschikking van Verordening (EG) nr. 1049/2001[1]. Het Europees Parlement keurde een verslag goed dat een groot aantal wijzigingen van het Commissievoorstel bevatte, maar besloot niet te stemmen over de bij het verslag behorende wetgevingsresolutie. Bij eerste lezing heeft het Europees Parlement dus geen standpunt ingenomen.

2. Na de Europese verkiezingen van juni 2009 heeft het nieuw gekozen Parlement overeenkomstig regel 214 van zijn Reglement van Orde de behandeling van het wetgevingsvoorstel voortgezet. In mei 2010 werd een gewijzigd ontwerpverslag toegezonden aan het Europees Parlement. De Commissie constitutionele zaken en de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement hebben respectievelijk op 30 november en 1 december 2010 hun advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie. De Commissie burgerlijke vrijheden heeft nog geen ontwerpverslag goedgekeurd. Er is nog geen datum bepaald voor de vaststelling van het standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing.

3. Het Verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 in werking getreden. De rechtsgrondslag voor de toegang van het publiek tot documenten is thans artikel 15, lid 3, van de geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. In deze nieuwe bepaling wordt het recht van toegang van het publiek tot documenten uitgebreid tot alle instellingen, organen en instanties van de Unie. Ten aanzien van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en de Europese Investeringsbank geldt deze bepaling alleen voor de uitoefening van hun administratieve taken. De onderhavige verordening is slechts rechtstreeks bindend voor het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het toepassingsgebied van de verordening is evenwel uitgebreid tot de agentschappen door een specifieke bepaling in hun respectieve oprichtingsbesluiten. Daarnaast hebben een aantal instellingen en organen uit eigen beweging besluiten tot vaststelling van voorschriften met betrekking tot de toegang tot hun documenten genomen die identiek of soortgelijk zijn aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

4. Om rekening te kunnen houden met deze uitbreiding van de institutionele werkingssfeer van het recht van toegang van het publiek, heeft de Commissie haar voorstel van 30 april 2008 tot herschikking van Verordening (EG) nr. 1049/2001 opgenomen in haar mededeling over de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures[2]. De medewetgevers konden dus in de loop van de lopende gewone wetgevingsprocedure rekening houden met deze aanpassing aan het nieuwe Verdrag.

5. Meer dan een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is er nog steeds geen uitzicht op de vaststelling van een nieuwe verordening betreffende de toegang van het publiek tot documenten, ter vervanging van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Tijdens de besprekingen in het Europees Parlement en de Raad is gebleken dat de standpunten over de wijziging van de verordening sterk uiteenlopen.

6. Hoewel de meeste instellingen, organen en instanties van de Europese Unie in de praktijk Verordening (EG) nr. 1049/2001 of een soortgelijke regeling uit eigen beweging toepassen, is er een wettelijke verplichting om overeenkomstig het Verdrag het recht van toegang tot documenten uit te breiden tot alle instellingen, organen en instanties.

7. Aangezien de meeste instellingen, organen en instanties van de Europese Unie de verordening of soortgelijke regels reeds toepassen, kan de institutionele werkingssfeer van de huidige verordening worden uitgebreid tot alle instellingen, organen en instanties, mits de in het Verdrag opgenomen beperkingen met betrekking tot het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en de Europese Investeringsbank in acht worden genomen.

8. De Commissie is dus van oordeel dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 onverwijld moet worden gewijzigd om in overeenstemming met de bij artikel 15, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingestelde nieuwe rechtsgrondslag voor toegang tot documenten de institutionele werkingssfeer van de verordening uit te breiden. Deze wijziging doet geen afbreuk aan de lopende procedure voor een herschikking van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op basis van het voorstel van de Commissie van april 2008.

2008/0090 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 15, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

9. De algemene beginselen en beperkingen op grond van openbare of particuliere belangen betreffende het recht van toegang tot documenten zijn neergelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 betreffende de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie,[3] die is vastgesteld op grond van artikel 255, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

10. Overeenkomstig dit artikel regelt Verordening (EG) nr. 1049/2001 alleen het recht van toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

11. Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is artikel 255 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vervangen door artikel 15, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

12. De nieuwe bepaling verleent iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat recht op toegang tot documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, ongeacht de informatiedrager waarop zij zijn vastgelegd, volgens de beginselen en onder de voorwaarden die overeenkomstig dat artikel door de wetgever zijn bepaald. Ten aanzien van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en de Europese Investeringsbank geldt dit recht van toegang van het publiek evenwel alleen voor de uitoefening van hun administratieve taken.

13. Verordening (EG) nr. 1049/2001 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1049/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1, onder a), komt als volgt te luiden:

"a) de bepaling van de beginselen, voorwaarden en beperkingen op grond van openbare of particuliere belangen betreffende het in artikel 15, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde recht van toegang van het publiek tot documenten van de instellingen van de Europese Unie in de zin van artikel 3, onder c), en wel zodanig, dat een zo ruim mogelijke toegang tot documenten wordt gewaarborgd,"

2. Artikel 2, lid 3, komt als volgt te luiden:

"3. Deze verordening is van toepassing op alle bij een instelling in de zin van artikel 3, onder c), berustende documenten, dit wil zeggen documenten die door de instelling zijn opgesteld of ontvangen en zich in haar bezit bevinden, op alle werkterreinen van de Europese Unie. Ten aanzien van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en de Europese Investeringsbank geldt deze verordening evenwel alleen voor de uitoefening van hun administratieve taken."

3. In artikel 3 wordt het volgende punt c) toegevoegd:

" c) "instellingen": instellingen, organen en instanties van de Unie, met inbegrip van de Europese dienst voor extern optreden."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

[1] COM(2008) 229.

[2] COM(2009) 665.

[3] PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

Top