Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0118

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) en van de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord

/* COM/2011/0118 def. - COD 2011/0051 */

52011PC0118

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) en van de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord /* COM/2011/0118 def. - COD 2011/0051 */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 10.3.2011

COM(2011) 118 definitief

2011/0051 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) en van de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord

TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel bevat een aantal wijzigingen van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode). Deze wijzigingen vloeien voort uit de ervaringen die zijn opgedaan in de eerste jaren waarin de verordening is toegepast. Het voorstel bevat tevens een aantal hiermee nauw samenhangende wijzigingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord.

Algemene context

Op 13 oktober 2006 trad Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) in werking.

Na vier jaar toepassing is duidelijk geworden dat er een aantal beperkte technische wijzigingen nodig is. De wijzigingsvoorstellen zijn met name ingegeven door:

- praktische ervaringen van de lidstaten en de Commissie bij de toepassing van de Schengengrenscode, in de vorm van de resultaten van Schengenevaluaties en door de lidstaten ingediende verslagen en verzoeken;

- het verslag van de Commissie van september 2009 over de werking van de bepalingen betreffende het afstempelen van reisdocumenten van onderdanen van derde landen overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van de Schengengrenscode (COM(2009) 489);

- het verslag van de Commissie van 13 oktober 2010 betreffende de toepassing van Titel III (Binnengrenzen) van de Schengengrenscode (COM(2010) 554);

- overwegingen betreffende de consistentie met andere onlangs aangenomen wetgeving, met name de visumcode (Verordening (EG) nr. 810/2009 van 13 juli 2009) en de terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG van 16 december 2008).

Dit voorstel omvat wijzigingen die voor meer duidelijkheid zorgen en de huidige tekst minder vatbaar voor uiteenlopende interpretaties maken, alsook wijzigingen om praktische problemen te verhelpen die aan het licht zijn gekomen tijdens de eerste jaren dat de Schengengrenscode is toegepast. Daarnaast biedt het een juridisch kader voor bilaterale overeenkomsten inzake de gezamenlijke controle van het wegverkeer aan de grens.

Aan nieuwe beleidsinitiatieven, voor bv. de totstandbrenging van een EU-inreis/uitreissysteem en een EU-programma voor geregistreerde reizigers, zullen specifieke, afzonderlijk te bespreken voorstellen worden gewijd.

Bestaande bepalingen

Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) en de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord.

2. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN

De wijzigingsvoorstellen zijn op de vergadering van de groep Immigratie en asiel van 16 maart 2010 besproken met deskundigen van de lidstaten.

Op 7 mei 2010 is op een speciale bijeenkomst met deskundigen van de lidstaten grondig van gedachten gewisseld over de voorgestelde wijzigingen. De deskundigen van de lidstaten onderschreven de inhoud van de voorgestelde wijzigingen in grote lijnen en spraken zich uit voor de optie om technische wijzigingen voor te stellen, teneinde een beperkt aantal praktische en technische verbeteringen in de Schengengrenscode aan te brengen. Verscheidene deskundigen benadrukten dat een aantal zaken die in het voorstel aan de orde komen, uit praktisch oogpunt dringend moeten worden aangepakt. Zij verklaarden dan ook te hopen dat de wijzigingen snel zouden worden aangenomen.

3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Samenvatting

De belangrijkste voorgestelde wijzigingen betreffen:

- de duidelijke omschrijving van de berekeningsmethode voor "een verblijf van ten hoogste drie maanden per periode van zes maanden" (artikel 5): na het arrest van het EHJ van 3 oktober 2006 in zaak C-241/05, Bot (Jurispr. 2006, blz. I-09627) en de vaststelling van een soortgelijke bepaling in artikel 2, lid 2, onder a), van de visumcode, zijn duidelijke en betrouwbare juridische richtsnoeren nodig voor de Schengengrenscode;

- verduidelijking inzake de vereiste geldigheidsduur van reisdocumenten van personen zonder visum (artikel 5), uit praktische overwegingen en om de tekst in overeenstemming te brengen met artikel 12 van de visumcode;

- de mogelijkheid om gescheiden doorgangen aan te leggen voor niet-visumplichtige reizigers (artikel 9) met het oog op meer flexibiliteit en snellere grenscontroles, overeenkomstig de praktische behoeften;

- betere opleiding van grenswachten op het gebied van het herkennen van bijzonder kwetsbare niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van mensenhandel (artikel 15); de noodzaak om specifieke aandacht te schenken aan het herkennen van bijzonder kwetsbare personen werd onlangs bevestigd in het Actieplan niet-begeleide minderjarigen (2010-2014) (COM 2010(213) def. van 6.5.2010);

- de mogelijkheid afwijkingen toe te staan voor de in- en uitreis van leden van reddingsdiensten, politie en brandweer in noodsituaties (artikel 19);

- een specifiek juridisch kader voor gemeenschappelijke grensdoorlaatposten (bijlage VI): om bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en naburige derde landen over samenwerking bij grenscontrole en gemeenschappelijke grensdoorlaatposten mogelijk te maken, moet bijlage VI van de Schengengrenscode worden gewijzigd om het sluiten van bilaterale overeenkomsten die de gezamenlijke controle van het wegverkeer aan de grens betreffen uitdrukkelijk mogelijk te maken en een juridisch kader te scheppen voor bepaalde cruciale zaken, zoals de situatie van personen die om internationale bescherming verzoeken.

Rechtsgrondslag

Artikel 77, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Dit voorstel strekt tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), die was gebaseerd op de overeenkomstige bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, namelijk artikel 62, punt 1 en punt 2, onder a). Het houdt verder een wijziging in van de artikelen 21 en 22 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985, waarvan de rechtsgrondslag (krachtens Besluit 1999/436/EG) artikel 62, punt 3, VEG, was, alsook van artikel 136 van deze overeenkomst, waarvan de rechtsgrondslag artikel 62, punt 2, VEG, was.

Subsidiariteitsbeginsel

Krachtens artikel 77, lid 1, onder a) en b), is de Unie bevoegd een beleid te ontwikkelen dat tot doel heeft te "voorkomen dat personen, ongeacht hun nationaliteit, bij het overschrijden van de binnengrenzen aan enige controle worden onderworpen" en te "zorgen voor personencontrole en efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen".

Het huidige voorstel valt binnen de grenzen van deze bepalingen. Het beoogt de verdere ontwikkeling en technische verbetering van de in de Schengengrenscode vervatte maatregelen inzake de controles waaraan personen bij het overschrijden van de buitengrenzen worden onderworpen en inzake het ontbreken van enige personencontrole bij het overschrijden van de binnengrenzen. Deze doelstelling kan niet goed door de lidstaten afzonderlijk worden verwezenlijkt, omdat een bestaand besluit van de Unie (de Schengengrenscode) alleen door de Unie kan worden gewijzigd.

Evenredigheidsbeginsel

Krachtens artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie mogen de inhoud en de vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De vorm die voor dit optreden wordt gekozen, moet het mogelijk maken de doelstellingen van het voorstel te verwezenlijken en het voorstel zo doeltreffend mogelijk ten uitvoer te leggen.

De Schengengrenscode moest in 2006 worden opgesteld in de vorm van een verordening, om te waarborgen dat alle lidstaten die het Schengenacquis toepassen, de code op dezelfde wijze ten uitvoer leggen. Het voorgestelde initiatief – wijziging van de Schengengrenscode – omvat een wijziging van een bestaande verordening en kan dus alleen door middel van een verordening worden verwezenlijkt. Wat de inhoud betreft, blijft dit initiatief beperkt tot een verbetering van de bestaande verordening en is het gebaseerd op de beleidslijnen die daarin zijn vervat. Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Keuze van instrument

Voorgesteld instrument: verordening.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde wijziging heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

5. AANVULLENDE INFORMATIE

Gevolgen van de diverse protocollen bij de Verdragen en van de associatieovereenkomsten met derde landen

Aangezien dit voorstel zijn rechtsgrondslag heeft in titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, valt het onder het stelsel van "variabele geometrie" dat is vervat in de protocollen betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken en in het Schengenprotocol. Dit voorstel bouwt voort op het Schengenacquis. Er moet dan ook worden nagegaan wat de gevolgen ervan zijn voor de diverse protocollen wat betreft Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, IJsland en Noorwegen, en Zwitserland en Liechtenstein. De situatie van elk van deze staten wordt uitvoerig beschreven in de overwegingen 7-12 van dit voorstel.

Kort overzicht van de voorgestelde wijzigingen

- Artikel 1 - Wijzigingen van de Schengengrenscode:

Horizontale veranderingen

- In de hele tekst worden veranderingen voorgesteld die voortvloeien uit de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon ("EU" in plaats van "EG", "Europese Unie" in plaats van "Europese Gemeenschap", bijgewerkte verwijzingen naar Verdragsbepalingen).

Artikel 2 - Definities

- Punt 1: wijziging die voortvloeit uit de in de punten 4 en 4 bis voorgestelde wijzigingen.

- Punt 4: verduidelijking om te benadrukken dat artikel 2, punt 4, uitsluitend betrekking heeft op veerbootverbindingen tussen lidstaten .

- Punt 4, onder a): de nieuwe definitie zal ervoor zorgen dat interne vrachtvervoerders net als interne veerdienstmaatschappijen in aanmerking komen voor vrijstelling van controle aan de binnengrenzen.

- Punt 15: de definitie van verblijfsvergunning wordt bijgesteld. Om ieder misverstand uit te sluiten, wordt duidelijk gemaakt dat visa (zowel die voor lang als voor kort verblijf) nooit als "verblijfsvergunning" in de zin van punt 15, onder b) kunnen worden beschouwd. De achterhaalde verwijzing naar "terugkeer" wordt vervangen. Tevens wordt verduidelijkt dat nationale vergunningen die worden gemeld en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 34, als verblijfsvergunning moeten worden beschouwd.

Artikel 4 - Overschrijden van de buitengrenzen

Teneinde de hele tekst beter te structureren en te verduidelijken, worden de gedetailleerde uitzonderingen van de punten a) en b) geschrapt. Om de inhoud van de geschrapte bepalingen te behouden, worden de artikelen 18 en 19 gewijzigd zodat voor meerdere soorten grenzen en categorieën personen in het algemeen uitzonderingen kunnen worden gemaakt op artikel 4, in combinatie met de gehandhaafde tekst van bijlage VI, punt 3.2.5-9. (pleziervaart en kustvisserij) en bijlage VII, punt 3.1 (zeelieden). De formulering " incidentele overschrijding " in artikel 2 moet de uit hoofde van deze bepaling toegestane uitzondering duidelijk onderscheiden van regelingen inzake klein grensverkeer die in " regelmatige overschrijding " voorzien (hiervoor gelden artikel 35 en Verordening (EG) nr. 1931/2006). Voorts wordt het in lid 2 uitdrukkelijk toegestaan om hierover bilaterale overeenkomsten te sluiten met naburige derde landen.

Artikel 5 - Toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen

- Lid 1: verblijfsduur : naar aanleiding van het arrest van het EHJ van 3 oktober 2006 in zaak C-241/05, Bot, en de invoering van de daarmee samenhangende bepaling in artikel 2, lid 2, onder a), van de visumcode, worden in de Schengengrenscode duidelijke juridische aanwijzingen opgenomen voor de berekening van "drie maanden per periode van zes maanden" door de tekst in overeenstemming te brengen met de visumcode. Geldige reisdocumenten : uit praktische overwegingen wordt de tekst in overeenstemming gebracht met artikel 12 van de visumcode, met inbegrip van een mogelijkheid voor grenswachten om uitzonderingen te maken in gemotiveerde spoedeisende gevallen.

- Lid 4: de verouderde en misleidende term "terugkeervisum" wordt geschrapt. De verwijzing naar Verordening (EG) nr. 415/2003 in artikel 5, lid 4, onder b), wordt vervangen door een verwijzing naar de nieuwe visumcode. Aangezien artikel 46 en bijlage XII van de visumcode de verplichting bevatten om statistieken over visa op te stellen voor iedere plaats waar afzonderlijke lidstaten visa afgeven (deze definitie omvat ook grensdoorlaatposten waar visa worden afgegeven), is de tweede alinea van artikel 5, lid 4, onder b), overbodig geworden en dient deze te worden vervangen door een verwijzing naar de desbetreffende bepalingen van de visumcode.

Artikel 7 - Grenscontrole op personen

- Lid 5: verduidelijking van de bestaande verplichting om informatie in schriftelijke vorm in te dienen.

- Nieuw lid 8: aangezien in de uitzonderlijke gevallen bedoeld in artikel 4, lid 2, (bijzondere omstandigheden en noodsituaties) in de praktijk ook bepaalde uitzonderingen op artikel 7 nodig kunnen zijn, wordt dit expliciet toegestaan.

Artikel 9 - Gescheiden doorgangen en bewegwijzering

- Lid 2: de mogelijkheid om gescheiden doorgangen aan te leggen voor niet-visumplichtige reizigers moet voor meer flexibiliteit zorgen en de grenscontroles versnellen, overeenkomstig de praktische behoeften.

Artikel 10 - Afstempeling van de reisdocumenten van onderdanen van derde landen

- Lid 2: correctie van een taalfout in de EN versie van de tekst.

- Lid 3: de situatie van de bemanningsleden van treinen op internationale verbindingen is vergelijkbaar met die van piloten of zeelieden, aangezien deze treinen een vaste uurregeling volgen. In haar "afstempelverslag" (COM 2009(489) definitief) van september 2009 kondigde de Commissie al aan dat zij deze categorie personen zou vrijstellen van de afstempelplicht.

Artikel 11 - Vermoeden betreffende het voldoen aan voorwaarden inzake verblijfsduur

- Lid 3: technische aanpassing naar aanleiding van de goedkeuring van nieuwe wetgeving (Richtlijn 2008/115/EG, de terugkeerrichtlijn).

- Nieuw lid 4: technische aanpassing om te voorzien in een leemte in de huidige tekst (bewijs van vertrek ingeval een uitreisstempel ontbreekt).

Artikel 12 - Grensbewaking

- Wijziging in verband met de bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 13 - Weigering van toegang

- Lid 5: technische aanpassing naar aanleiding van de goedkeuring van nieuwe wetgeving (Verordening 862/2007/EG, de verordening migratiestatistieken).

Artikel 15 - Uitvoering van het toezicht

- Lid 1: de door Frontex te ontwikkelen gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachten wordt specifiek vermeld. Onlangs benadrukte de Commissie in het Actieplan niet-begeleide minderjarigen (COM 2010(213) definitief van 6.5.2010) dat het herkennen van bijzonder kwetsbare minderjarigen specifieke aandacht behoeft.

Artikel 18 - Specifieke voorschriften voor de verschillende soorten grenzen en de verschillende vervoermiddelen die worden gebruikt om de buitengrenzen te overschrijden

- Laatste zin: ter aanvulling van de wijziging van artikel 4, lid 2, wordt voorzien in een samenhangende basis voor uitzonderingen op artikel 4 voor alle soorten grenzen en alle vervoermiddelen genoemd in bijlage VI.

Artikel 19 - Specifieke voorschriften voor controles van bepaalde categorieën personen

- Nieuw lid 1, onder g): om afwijkingen mogelijk te maken voor de in- en uitreis van leden van reddingsdiensten, politie en brandweer in noodsituaties, is een specifiek juridisch kader nodig (uitbreiding van artikel 19 met een nieuwe categorie, vergezeld van bijbehorende bepalingen in bijlage VII) op grond waarvan hierover bilaterale overeenkomsten kunnen worden gesloten.

- Nieuw lid 1, onder h): er wordt een speciale uitzondering gemaakt voor offshorewerknemers (die bv. werkzaam zijn op boorplatforms of windmolenparken op zee) in bijlage VII, punt 8, vergelijkbaar met de regels voor de kustvisserij (bijlage VI, de punten 3.2.8 en 3.2.9).

- Lid 1, tweede zin: ter aanvulling van de wijziging van artikel 4, lid 2, wordt voorzien in een samenhangende basis voor uitzonderingen op artikel 4 voor alle categorieën personen die worden genoemd in bijlage VII.

Artikel 21 - Controles binnen het grondgebied

- Punt d): veel lidstaten leggen artikel 22 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst (meldingsplicht voor legaal verblijvende onderdanen van derde landen die andere lidstaten binnenkomen) niet ten uitvoer. Het is algemeen bekend dat de controle op de naleving van deze algemene meldingsplicht tot praktische problemen leidt en het kon niet overtuigend worden aangetoond dat deze bepaling uit het oogpunt van kosten en baten van belang is voor het identificeren van illegaal verblijvende immigranten. Derhalve heeft de Commissie onlangs in haar verslag betreffende de toepassing van Titel III (Binnengrenzen) van de Schengengrenscode (COM(2010) 554) voorgesteld om zowel artikel 22 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst als de bijbehorende verwijzing daarnaar in artikel 21, onder d), van de Schengengrenscode in te trekken. De voorgestelde wijziging doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om te voorzien in gerichte controles ter bestrijding van illegale immigratie op hun grondgebied, binnen de grenzen die zijn vastgesteld in artikel 21, onder a) tot en met c).

Artikel 32 - Wijziging van de bijlagen

- Wijziging in verband met de bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 33 – Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

- De bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet uitdrukkelijk aan de Commissie worden overgedragen. In het voorstel wordt gebruikgemaakt van de standaardformuleringen die zijn voorgesteld in het ontwerpmemorandum van overeenstemming tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie betreffende de werkwijze van de instelling bij de tenuitvoerlegging van artikel 290. Deze formuleringen moeten wellicht nog worden aangepast om rekening te houden met de resultaten van de lopende interinstitutionele onderhandelingen.

Artikel 34 - Kennisgeving

- Lid 1: verduidelijking in verband met de wijziging van artikel 2, lid 15. Gezien de juridische gevolgen die de Schengengrenscode toekent aan verblijfskaarten die worden afgegeven op grond van Richtlijn 2004/38/EG, moet dit soort verblijfsvergunningen specifiek als zodanig worden aangemerkt.

Artikel 37 - Informatieverstrekking door de lidstaten

- Aanpassing van de meldingsplicht: de lidstaten worden uitdrukkelijk verplicht de Commissie in kennis te stellen van alle bilaterale overeenkomsten die volgens de Schengengrenscode zijn toegestaan.

Bijlage III

- Aanpassing als gevolg van de wijziging van artikel 9, lid 2, om gescheiden doorgangen voor niet-visumplichtige reizigers mogelijk te maken.

Bijlage IV

- Lid 3: technische aanpassing. Gelet op het standaardformaat van het reisdocument (126 x 88 mm), de visumsticker (105 x 74 mm) en de in- en uitreisstempel (43 x 30 mm), is het technisch onmogelijk geworden om de regel in acht te nemen dat stempels op dezelfde pagina als de visumsticker dienen te worden aangebracht, zonder het risico dat de leesbaarheid van de gegevens op de visumsticker wordt aangetast.

Bijlage VI

- Nieuw punt 1.1.4: om het mogelijk te maken dat lidstaten en naburige derde landen bilaterale overeenkomsten sluiten over samenwerking bij grenscontrole in de vorm van gemeenschappelijke grensdoorlaatposten, is een specifiek juridisch kader nodig waarin ook bepaalde cruciale zaken, zoals de situatie van personen die om internationale bescherming verzoeken, worden geregeld. De voorgestelde wijziging biedt lidstaten de mogelijkheid bilaterale overeenkomsten te sluiten (machtiging in de zin van artikel 2, lid 1, VWEU), maar verplicht hen daar niet toe.

- Punten 1.2.1 en 1.2.2: ter bevordering van de samenhang worden de regels inzake het sluiten van bilaterale overeenkomsten over de controle van het spoorwegverkeer aan de grens gelijkgetrokken met de in punt 1.1.4 voorgestelde bepalingen voor het wegverkeer. De laatste zin van punt 1.2.1 wordt door de voorgestelde verandering van artikel 37 overbodig en dient te worden geschrapt. Uit praktische overwegingen worden de regels inzake de plaats waar de controles mogen worden verricht, verruimd.

- Punt 3.1.1-3.1.5: technische aanpassingen om de tekst in overeenstemming te brengen met de terminologie van het FAL-Verdrag (Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee) en Richtlijn 2010/65/EU betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten[1], met invoering van de mogelijkheid om lijsten van passagiers en bemanningsleden elektronisch in te dienen; de invoeging van een verwijzing naar de informatie die nodig is voor de lijsten van het FAL-Verdrag, zoals bekrachtigd in Richtlijn 2002/6/EG; de mogelijkheid om lijsten via havenautoriteiten bij grensdoorlaatposten in te dienen; uiterste termijnen voor de toezending van lijsten; specifiekere aanwijzingen voor de administratieve controle van de lijsten; en preciezere voorschriften inzake de controle van personen die aan boord zijn en het schip niet verlaten.

- Punt 3.2.1: aanpassingen als gevolg van wijzigingen in punt 3.1.

- Punt 3.2.2: aanpassing overeenkomstig de in punt 3.1.4 voorgestelde veranderingen.

- Punt 3.2.4: om een overlapping met het gewijzigde punt 3.1.2 te voorkomen, dient punt 3.2.4 te worden geschrapt.

- Punt 3.2.9: in punt 3.1.2 is al de verplichting opgenomen om veranderingen te melden; dit hoeft niet nog eens te worden vermeld in punt 3.2.9.

- Nieuw punt 3.2.10, onder i): precisering dat het indienen van lijsten van bemanningsleden en passagiers voor veerbootverbindingen verplicht is; hiermee wordt de verordening in overeenstemming gebracht met Richtlijn 98/41/EG (maritieme veiligheid).

- Nieuw punt 3.2.11: verduidelijking van de regeling voor veerschepen uit een derde land met meer dan één stop op het grondgebied van de lidstaten; de inhoud en de formulering volgen de overeenkomstige bepalingen voor luchtgrenzen (punt 2.1.2, onder b), iii)).

Bijlage VII

- Punt 3.1: correctie van een redactionele fout: de meeste lidstaten hebben het Verdrag betreffende de nationale identiteitsbewijzen van zeevarenden nr. 108 geratificeerd, terwijl drie lidstaten het Verdrag betreffende de nationale identiteitsbewijzen van zeevarenden nr. 185 hebben geratificeerd (LT, HU, FR). Beide verdragen dienen dan ook te worden vermeld. Redactionele verbetering: "van boord te gaan" in een haven veronderstelt niet alleen een binnenkomst, maar ook de mogelijkheid om zich na het verblijf aan de wal weer in te schepen (uit te reizen).

- Schrapping van de laatste zin van de punten 3.1 en 3.2: punt 3 heeft uitsluitend betrekking op uitzonderingen op de artikelen 4 en 7, niet op uitzonderingen op artikel 5. Deze tekst is dus misleidend en moet worden geschrapt.

- Punten 6.4 en 6.5: er moet nu een lijst van nationale contactpunten worden opgesteld voor raadpleging over minderjarigen (overeenkomstig deel 3.7 en bijlage 37 van het Schengenhandboek geschiedt dit tot dusver op vrijwillige basis), die verplicht moet worden gebruikt.

- Nieuw punt 7: zie de bovenstaande opmerking over artikel 19, lid 1, onder g).

- Nieuw punt 8: zie de bovenstaande opmerking over artikel 19, lid 1, onder h).

Bijlage VIII

- aanpassingen als gevolg van de wijziging van artikel 11.

Artikel 2 - Aanpassingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst:

- Intrekking van artikel 21, lid 3: deze bepaling is door de kennisgevingsverplichting krachtens artikel 34 van de Schengengrenscode overbodig geworden en dient te worden ingetrokken.

- Intrekking van artikel 22: zie bovenstaande opmerkingen over artikel 21, onder d), van de Schengengrenscode.

- Intrekking van artikel 136: de regels inzake grenscontroles zijn geharmoniseerd op grond van het EU-recht. Dit heeft gevolgen voor de bevoegdheid van de lidstaten om verdragen op dit gebied te sluiten. Het sluiten van bilaterale overeenkomsten tussen een lidstaat en een derde land over grenscontroles, zonder dat de bevoegdheid hiertoe uitdrukkelijk is vastgelegd in de Schengengrenscode, zou gevolgen hebben voor het EU-recht in de zin van artikel 3, lid 2, VWEU en artikel 2, lid 1, VWEU. Artikel 136 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is onverenigbaar met dit beginsel. Het dient dan ook te worden ingetrokken.

2011/0051 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) en van de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, leden 1 en 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het beleid van de Unie op het gebied van de buitengrenzen moet door middel van geïntegreerd beheer zorgen voor een hoog en uniform niveau van controle en bewaking, hetgeen een noodzakelijk uitvloeisel is van het vrije verkeer van personen in de Europese Unie en een wezenlijk onderdeel van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Daartoe moeten gemeenschappelijke regels inzake normen en procedures voor de controle aan de buitengrenzen worden vastgesteld.

(2) Op 13 oktober 2006 trad Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)[2] in werking.

(3) Na vier jaar is uit de ervaringen van de lidstaten en de Commissie bij de praktische toepassing van de bepalingen van de Schengengrenscode, alsmede uit de resultaten van Schengenevaluaties en door de lidstaten ingediende verslagen en verzoeken gebleken dat een aantal wijzigingen nodig is.

(4) Het verslag van de Commissie van september 2009 over de werking van de bepalingen betreffende het afstempelen van reisdocumenten van onderdanen van derde landen overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van de Schengengrenscode (COM(2009) 489) en het verslag van de Commissie van 13 oktober 2010 betreffende de toepassing van Titel III (Binnengrenzen) van de Schengengrenscode (COM(2010) 554) bevatten concrete suggesties voor technische wijzigingen van de Schengengrenscode.

(5) Onlangs aangenomen wetgeving, met name Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een communautaire visumcode (Visumcode)[3] en Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven[4], noopt tot bepaalde aanpassingen van de Schengengrenscode.

(6) Om de bepalingen van de Schengengrenscode in overeenstemming te brengen met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie te worden overgedragen voor het vaststellen van aanvullende voorschriften inzake de bewaking overeenkomstig artikel 12, lid 5, en wijzigingen van de bijlagen overeenkomstig artikel 32. Het is van groot belang dat de Commissie gedurende de voorbereidende werkzaamheden de juiste partijen raadpleegt, zoals de terzake deskundigen. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(7) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het aanbrengen van technische wijzingen in de bestaande regels van de Schengengrenscode, alleen op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(8) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[5], die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst[6].

(9) Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad betreffende de sluiting van die overeenkomst namens de Europese Gemeenschap[7].

(10) Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/261/EG van de Raad[8].

(11) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; bijgevolg is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, dient Denemarken overeenkomstig artikel 4 van genoemd protocol binnen zes maanden nadat de Raad een besluit heeft genomen over deze verordening te beslissen of het de verordening in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(12) Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis[9]. Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening; bijgevolg is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(13) Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis[10]. Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening; bijgevolg is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Wijziging van de Schengengrenscode

Verordening (EG) nr. 562/2006 wordt als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. punt 1, onder c), komt als volgt te luiden:

"c) de zee-, rivier- en meerhavens van de lidstaten voor de regelmatige interne veerverbindingen en interne vrachtverbindingen;";

2. in punt 4 worden de woorden "regelmatige veerverbinding" vervangen door de woorden "regelmatige interne veerverbinding";

3. het volgende punt 4 bis wordt ingevoegd:

"4 bis "interne vrachtverbinding": een vrachtverbinding tussen twee of meer havens op het grondgebied van de lidstaten waarbij geen havens buiten het grondgebied van de lidstaten worden aangedaan;";

4. in punt 5 wordt de formulering "personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen" vervangen door "personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen";

5. in punt 5, onder a), wordt "artikel 17, lid 1" vervangen door "artikel 20, lid 1";

6. in punt 5, onder b), wordt het woord "Gemeenschap" vervangen door "Unie".

7. in punt 6 wordt "artikel 17, lid 1" vervangen door "artikel 20, lid 1";

8. Punt 15 komt als volgt te luiden:

""verblijfsvergunning":

a) de door de lidstaten overeenkomstig het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen afgegeven verblijfsvergunningen, en de verblijfskaarten die worden afgegeven op grond van Richtlijn 2004/38/EG;

b) de overige door een lidstaat aan onderdanen van derde landen afgegeven documenten die recht geven op verblijf op hun grondgebied en die voorwerp zijn geweest van achtereenvolgens een kennisgeving en bekendmaking overeenkomstig artikel 34, met uitzondering van:

i) tijdelijke vergunningen die hangende de behandeling van een eerste aanvraag van een verblijfsvergunning als bedoeld onder a) of van een asielverzoek worden afgegeven, en

ii) door de lidstaten overeenkomstig het uniforme model van Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad afgeven visa*

____________________

PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.";

(2) lid 3, onder a), komt als volgt te luiden:

"a) de rechten van de personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen;"

(3) Artikel 4, lid 2, komt als volgt te luiden:

"2. In afwijking van lid 1 kunnen op de verplichting om de buitengrenzen uitsluitend via de grensdoorlaatposten en gedurende de vastgestelde openingstijden te overschrijden, uitzonderingen worden toegestaan:

9. voor personen of groepen van personen wanneer bijzondere omstandigheden nopen tot incidentele overschrijding van de buitengrenzen buiten grensdoorlaatposten en vastgestelde tijden en mits zij in het bezit zijn van de door de nationale wetgeving voorgeschreven vergunningen en dit niet in strijd is met overwegingen van openbare orde en binnenlandse veiligheid van de lidstaten. De lidstaten kunnen specifieke regelingen treffen in bilaterale overeenkomsten;

10. voor personen of groepen van personen in geval van een onvoorziene noodsituatie."

(4) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

11. in lid 1 komen de inleidende zin en punt a) als volgt te luiden:

"Voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden vanaf de datum van eerste binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten, gelden voor onderdanen van derde landen de volgende toegangsvoorwaarden:

a) in het bezit zijn van een geldig reisdocument of van een document dat recht geeft op grensoverschrijding en dat aan de volgende criteria voldoet:

i) het is geldig tot minstens drie maanden na de voorgenomen datum van vertrek uit het grondgebied van de lidstaten; In gemotiveerde spoedeisende gevallen mag echter van deze verplichting worden afgezien.

ii) het is afgegeven in de voorafgaande tien jaar."

12. lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt a) komt als volgt te luiden:

"a) onderdanen van derde landen die niet aan alle in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoen, maar wel houder zijn van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van lange duur, wordt toegang verleend tot het grondgebied van de andere lidstaten zodat zij het grondgebied kunnen bereiken van de lidstaat die de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van lange duur heeft afgegeven, tenzij zij op de nationale signaleringslijst staan van de lidstaat waarvan zij de buitengrenzen willen overschrijden, en de signalering vergezeld gaat van instructies om de binnenkomst of doorreis te weigeren;"

ii) onder b), komen de eerste en de tweede alinea als volgt te luiden:

"onderdanen van derde landen die voldoen aan de in lid 1 genoemde voorwaarden, met uitzondering van die onder b), en zich melden aan de grens, kan toegang tot het grondgebied van de lidstaten worden verleend, indien aan de grens een visum wordt afgegeven overeenkomstig de artikelen 35 en 36 van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad*.

De lidstaten stellen statistieken over aan de grens afgegeven visa op overeenkomstig artikel 46 en bijlage XII van Verordening (EG) nr. 810/2009.

____________________

PB L 243 van 15.9.2009, blz.1. "

(5) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

13. in de tweede alinea van lid 2 wordt de formulering "personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen" vervangen door "personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen";

14. in de tweede alinea van lid 2 wordt de formulering "personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen" vervangen door "personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen";

15. in de vierde alinea van lid 2 wordt de formulering "personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen" vervangen door "personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen";

16. de eerste alinea van lid 5 komt als volgt te luiden:

"Onderdanen van een derde land die aan een grondige tweedelijnscontrole worden onderworpen, worden schriftelijk op de hoogte gebracht van het doel en het verloop van deze controle."

17. in lid 6 wordt het woord "Gemeenschapsrecht" vervangen door "EU-recht";

18. het volgende lid 8 wordt toegevoegd:

"8. Wanneer artikel 4, lid 2, onder a) of b) van toepassing is, kunnen de lidstaten ook afwijkingen toestaan van de in dit artikel genoemde regels."

(6) Artikel 9, lid 2, komt als volgt te luiden:

"2. a) Personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen, hebben het recht de doorgangen te gebruiken die zijn aangegeven met het bord bedoeld in bijlage III, deel A ("EU, EER, CH"). Zij mogen ook de doorgangen gebruiken die zijn aangegeven met het bord bedoeld in bijlage III, deel B1 ("niet-visumplichtig") en B2 ("alle paspoorten").

Onderdanen van derde landen die bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten niet in het bezit hoeven te zijn van een visum op grond van Verordening (EG) nr. 539/2001 en onderdanen van derde landen die houder zijn van een geldige verblijfsvergunning of een geldig visum voor verblijf van lange duur, mogen de doorgangen gebruiken die zijn aangegeven met het bord bedoeld in bijlage III, deel B1 ("niet-visumplichtig"). Zij mogen ook de doorgangen gebruiken die zijn aangegeven met het bord bedoeld in bijlage III, deel B2 ("alle paspoorten").

b) Alle andere personen gebruiken de doorgangen aangegeven met het bord bedoeld in bijlage III, deel B2.

De aanduidingen op de onder a) en b) bedoelde borden kunnen worden gesteld in de taal of de talen die elke lidstaat geschikt acht.

Het voorzien in gescheiden doorgangen aangegeven met het bord bedoeld in deel B1 ("niet-visumplichtig") van bijlage III is facultatief en de lidstaten zijn hiertoe dus niet verplicht. Zij besluiten op basis van de praktische behoeften zelf of en bij welke grensdoorlaatposten zij dit doen."

(7) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

19. lid 2 komt als volgt te luiden:

“2. De reisdocumenten van onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is, maar niet de in die richtlijn bedoelde verblijfskaart kunnen overleggen, worden bij inreis en bij uitreis afgestempeld.

De reisdocumenten van onderdanen van derde landen die familielid zijn van onderdanen van derde landen die onder het EU-recht inzake vrij personenverkeer vallen, maar niet de in Richtlijn 2004/38/EG bedoelde verblijfskaart kunnen overleggen, worden bij inreis en bij uitreis afgestempeld. "

b) In lid 3 worden de volgende punten f) en g) toegevoegd:

"f) in de reisdocumenten van bemanningsleden van passagiers- en goederentreinen op internationale verbindingen;

g) in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen die de in richtlijn 2004/38/EG bedoelde verblijfskaart overleggen."

(8) Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

lid 3 komt als volgt te luiden:

"Wanneer het in lid 1 bedoelde vermoeden niet wordt weerlegd, kan de onderdaan van een derde land worden teruggezonden overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad*.

____________________

* PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98."

Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

"De betrokken bepalingen van de leden 1 en 2 zijn mutatis mutandis van toepassing wanneer een uitreisstempel ontbreekt."

(9) Artikel 12, lid 5, komt als volgt te luiden:

"5. De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 33 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende aanvullende voorschriften inzake de bewaking.";

(10) Artikel 13, lid 5, komt als volgt te luiden:

"5. De lidstaten verzamelen statistieken over het aantal personen die de toegang wordt geweigerd, de weigeringsgronden, de nationaliteit van de geweigerde personen en het soort grens (land, lucht of zee) waar de toegang werd geweigerd, en dienen deze in overeenkomstig Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad*."

____________________

( PB L 199 van 31.7.2007, blz. 23.

(11) In artikel 15, lid 1, komt de derde alinea als volgt te luiden:

"De lidstaten zorgen ervoor dat de grenswachters uit gespecialiseerde en goed opgeleide vakmensen bestaan, rekening houdend met de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachten die wordt ontwikkeld door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad. Deze omvat onder meer specifieke opleiding op het gebied van het herkennen van bijzonder kwetsbare niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van mensenhandel. De lidstaten moedigen de grenswachters aan talen, en met name de voor de uitoefening van hun taken noodzakelijke talen, te leren."

(12) In artikel 18 wordt in de tweede alinea "4," ingevoegd na "artikelen".

(13) Artikel 19, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a) in de eerste alinea worden de volgende punten g) en h) toegevoegd:

"(g) reddingsdiensten, politie en brandweer;

h) offshorewerknemers."

b) in de tweede alinea wordt "4," ingevoegd na "artikelen".

(14) Artikel 21, punt d), wordt geschrapt.

(15) Artikel 32 komt als volgt te luiden:

"Artikel 32

Wijziging van de bijlagen

De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 33 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende wijziging van de bijlagen III, IV en VIII.";

(16) Artikel 33 komt als volgt te luiden:

"Artikel 33

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel gestelde voorwaarden.

2. De in artikel 12, lid 5, en artikel 32 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt met ingang van X.X.2011 verleend voor onbepaalde tijd. (Datum van inwerkingtreding van deze verordening)

3. De in artikel 12, lid 5, en artikel 32 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag volgend op de bekendmaking van het besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

5. Een krachtens artikel 12, lid 5, en artikel 32 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld niet voornemens te zijn bezwaar te maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd."

(17) Artikel 34, lid 1, onder a), komt als volgt te luiden:

"a) de lijst van verblijfsvergunningen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de verblijfsvergunningen bedoeld in artikel 2, punt 15, onder a), en die in artikel 2, punt 15, onder b), en een model wordt verstrekt van de verblijfsvergunningen bedoeld in artikel 2, punt 15, onder b). Verblijfskaarten die worden afgegeven op grond van Richtlijn 2004/38/EG worden specifiek als zodanig aangemerkt."

(18) In artikel 37 komt de eerste zin als volgt te luiden:

"De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun nationale bepalingen met betrekking tot artikel 21, onder c), de in artikel 4, lid 3, bedoelde sancties en de krachtens deze verordening toegestane bilaterale overeenkomsten."

(19) De bijlagen III, IV, VI, VII en VIII worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Wijziging van de Schengenuitvoeringsovereenkomst

De Schengenuitvoeringsovereenkomst van 14 juni 1985 wordt als volgt gewijzigd:

(1) artikel 21, lid 3, wordt geschrapt;

(2) artikel 22 wordt geschrapt;

(3) artikel 136 wordt geschrapt.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de […] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te […], op

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE

De bijlagen III, IV, VI, VII en VIII worden als volgt gewijzigd:

(1) Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a) Deel B komt als volgt te luiden:

"DEEL B1: "niet-visumplichtig";

[pic]

"NIET-VISUMPLICHTIG"

DEEL B2: "alle paspoorten"."

[pic]

"ALLE PASPOORTEN"

b) In deel C worden de navolgende borden ingevoegd tussen de borden "EU, EER, CH" en de borden "ALLE PASPOORTEN".

[pic]

"NIET-VISUMPLICHTIG", "AUTO'S"

[pic]

"NIET-VISUMPLICHTIG", "BUSSEN"

[pic]

"NIET-VISUMPLICHTIG", "VRACHTWAGENS"

(2) In bijlage IV, punt 3, komt de eerste zin als volgt te luiden:

"In geval van inreis en uitreis van onderdanen van derde landen die aan de visumplicht zijn onderworpen, wordt het stempel aangebracht op de bladzijde tegenover de bladzijde waarop het visum is aangebracht."

(3) Bijlage VI, punt 1, wordt als volgt gewijzigd:

a) het volgende punt 1.1.4 wordt ingevoegd:

" 1.1.4. Gemeenschappelijke grensdoorlaatposten

1.1.4.1. De lidstaten kunnen met naburige derde landen bilaterale overeenkomsten sluiten tot instelling van gemeenschappelijke grensdoorlaatposten waarbij grenswachten van de ene partij inreis- en/of uitreiscontroles overeenkomstig hun wetgeving verrichten op het grondgebied van de andere partij. Gemeenschappelijke grensdoorlaatposten kunnen zich op het grondgebied van een lidstaat of van een derde land bevinden.

1.1.4.2. Gemeenschappelijke grensdoorlaatposten op het grondgebied van een lidstaat: Bilaterale overeenkomsten tot instelling van gemeenschappelijke grensdoorlaatposten op het grondgebied van een lidstaat bevatten een bepaling op grond waarvan grenswachten van derde landen hun taken kunnen uitoefenen in de lidstaat, met inachtneming van de volgende beginselen:

20. internationale bescherming: een onderdaan van een derde land die internationale bescherming aanvraagt op het grondgebied van een lidstaat, krijgt toegang tot de toepasselijke procedures van de lidstaat, ook als de onderdaan van een derde land nog niet aan een uitreiscontrole is onderworpen door de bij de gemeenschappelijke grensdoorlaatpost aanwezige grenswachten van het derde land;

21. aanhouding van een persoon of inbeslagneming van goederen: wanneer grenswachten van derde landen kennisnemen van feiten die de aanhouding of de inbewaringstelling van een persoon of de inbeslagneming van goederen wettigen:

- melden zij deze feiten aan de autoriteiten van de lidstaten, die een passende follow-up waarborgen overeenkomstig het nationaal, internationaal en EU-recht, ongeacht de nationaliteit van de betrokkene,

- of handelen zij in overeenstemming met hun nationale wetgeving. In dat geval moet de betrokkene echter toegang krijgen tot de rechter in de lidstaten en tot voldoende beroepsmogelijkheden om de rechtsbescherming te waarborgen op de gebieden die onder het EU-recht vallen, teneinde de rechtsbescherming te bieden die personen kunnen ontlenen aan de regels van het EU-recht en ervoor te zorgen dat deze regels daadwerkelijk worden toegepast.

22. Personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen en het EU-grondgebied binnenkomen: grenswachten van derde landen verhinderen niet dat personen die onder het EU-recht inzake vrij verkeer vallen, het EU-grondgebied binnenkomen. Als er redenen zijn om uitreis uit het derde land te weigeren, melden de grenswachten van het derde land deze redenen aan de autoriteiten van de lidstaat, die een passende follow-up waarborgen overeenkomstig het nationaal, internationaal en EU-recht.

1.1.4.3. Gemeenschappelijke grensdoorlaatposten op het grondgebied van een derde land: bilaterale overeenkomsten tot instelling van gemeenschappelijke grensdoorlaatposten op het grondgebied van een derde land bevatten een bepaling op grond waarvan grenswachten van lidstaten hun taken kunnen uitoefenen in het derde land, overeenkomstig de Schengengrenscode en met inachtneming van de volgende beginselen:

23. internationale bescherming: een onderdaan van een derde land die na de uitreiscontrole door de grenswachten van een derde land internationale bescherming aanvraagt bij in het derde land aanwezige grenswachten van de lidstaat, wordt toegang verleend tot het grondgebied van de betrokken lidstaat, waar de toepasselijke procedures kunnen worden ingeleid. De autoriteiten van het derde land aanvaarden de overbrenging van de betrokkene naar het grondgebied van de lidstaat.

24. aanhouding van een persoon of inbeslagneming van goederen: wanneer grenswachten van een lidstaat kennisnemen van feiten die de aanhouding of de inbewaringstelling van een persoon of de inbeslagneming van goederen wettigen, handelen zij in overeenstemming met hun nationale recht en het toepasselijke EU-recht. De autoriteiten van het derde land aanvaarden de overbrenging van de betrokken persoon of goederen naar het grondgebied van de lidstaten.

25. onderdanen van derde landen die het land binnenkomen waarvan zij onderdaan zijn: grenswachten van lidstaten verhinderen niet dat onderdanen van derde landen het land binnenkomen waarvan zij onderdaan zijn. Als er redenen zijn om uitreis uit de lidstaat te weigeren op grond van het recht van de lidstaat, melden de grenswachten van de lidstaat de betrokken feiten aan de autoriteiten van het derde land, die een passende follow-up waarborgen overeenkomstig het nationaal en internationaal recht.

1.1.4.4. Alvorens een bilaterale overeenkomst over gemeenschappelijke grensdoorlaatposten met een derde land te sluiten of te wijzigen, raadpleegt de betrokken lidstaat de Commissie over de verenigbaarheid van de overeenkomst met deze verordening.

Indien de Commissie van oordeel is dat de overeenkomst onverenigbaar is met deze verordening, stelt zij de betrokken lidstaat daarvan in kennis. De lidstaat doet het nodige om de overeenkomst binnen een redelijke termijn zo te wijzigen dat de vastgestelde onverenigbaarheden worden verholpen."

b) de punten 1.2.1 en 1.2.2 komen als volgt te luiden:

"1.2.1. De treinpassagiers alsook het treinpersoneel aan boord van treinen die de buitengrenzen overschrijden, met inbegrip van goederentreinen en lege treinen, worden aan controles onderworpen. De lidstaten kunnen bilaterale overeenkomsten sluiten over de wijze waarop deze controles met inachtneming van de in punt 1.1.4 vervatte beginselen worden uitgevoerd. Deze controles worden op één van de volgende manieren verricht:

- in het eerste station van binnenkomst of het laatste station van vertrek op het grondgebied van een lidstaat,

- in de trein op het traject tussen het laatste station van vertrek in een derde land en het eerste station van binnenkomst op het grondgebied van een lidstaat of omgekeerd,

- in het laatste station van vertrek of het eerste station van binnenkomst op het grondgebied van een derde land.

1.2.2. Teneinde het verkeer van hogesnelheidspassagierstreinen te vergemakkelijken, kunnen de lidstaten voorts op het traject van dergelijke, uit derde landen komende treinen in onderling overleg met de betrokken derde landen ook beslissen om, met inachtneming van de in punt 1.1.4 vervatte beginselen, inreiscontroles van passagiers op treinen uit derde landen uit te voeren op een van de volgende manieren:

- hetzij in het station in het derde land waar de passagiers instappen;

- hetzij in het station op het grondgebied van de lidstaten waar de passagiers uitstappen;

in de trein op het traject tussen stations op het grondgebied van een derde land en stations op het grondgebied van de lidstaten, op voorwaarde dat de passagiers in de trein blijven."

(4) Bijlage VI, punt 3, wordt als volgt gewijzigd:

a) In punt 3.1.1 komt de tweede zin als volgt te luiden:

"De lidstaten kunnen bilaterale overeenkomsten sluiten die inhouden dat de controle ook tijdens de vaart kan worden verricht, dan wel bij aankomst of vertrek van het vaartuig op het grondgebied van een derde land, met inachtneming van de in punt 1.1.4 vervatte beginselen."

b) de punten 3.1.2, 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 komen als volgt te luiden:

"3.1.2. De gezagvoerder of een door de exploitant van het schip naar behoren gemachtigd persoon (beiden hierna "gezagvoerder" genoemd) stelt een lijst op van de bemanningsleden en van de passagiers, die de informatie bevat die volgens de formulieren 5 (bemanningslijst) en 6 (passagierslijst) van het Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee (FAL) van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) noodzakelijk is, alsmede, voor zover van toepassing, het nummer van het visum of de verblijfsvergunning, en wel

- uiterlijk 24 uur voor aankomst in de haven, of

- uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat, indien de reisduur minder dan 24 uur bedraagt, of

- indien de aanloophaven nog niet bekend is of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze informatie bekend is.

De gezagvoerder geeft deze lijst(en) door aan de betrokken door de lidstaat aangestelde bevoegde autoriteit (grenswachten of haven- of andere autoriteiten, die deze onverwijld doorsturen naar de grenswachten).

3.1.3. De gezagvoerder krijgt een ontvangstbevestiging, die hij tijdens de ligtijd op eenvoudig verzoek overlegt.

3.1.4. De gezagvoerder meldt alle wijzigingen met betrekking tot de samenstelling van de bemanning of het aantal passagiers onverwijld bij de bevoegde autoriteit.

Voorts meldt de gezagvoerder onverwijld, en binnen de in punt 3.1.2 vastgestelde termijn, de aanwezigheid van verstekelingen bij de bevoegde autoriteiten. De verstekelingen blijven evenwel onder de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder.

In afwijking van de artikelen 4 en 7 zullen personen aan boord niet aan stelselmatige grenscontroles worden onderworpen. Dit belet niet dat de grenswachten een fysieke controle van het schip en een persoonscontrole van de personen aan boord kunnen verrichten op basis van een beoordeling van het binnenlandseveiligheidsrisico of van het risico van illegale immigratie.

3.1.5. De gezagvoerder stelt de bevoegde autoriteit tijdig in kennis van de afvaart van het vaartuig overeenkomstig de in de betrokken haven geldende voorschriften."

c) punt 3.2.1 komt als volgt te luiden:

"3.2.1. De gezagvoerder geeft de vaarroute en het programma van de cruise binnen de in punt 3.1.2 vastgestelde termijn door aan de betrokken bevoegde autoriteit."

d) In punt 3.2.2 komt de tweede alinea als volgt te luiden:

"Dit belet niet dat, op basis van een beoordeling van het binnenlandseveiligheidsrisico of van het risico van illegale immigratie controles van de bemanning en de passagiers van deze schepen kunnen worden verricht."

e) in punt 3.2.3, onder a) en b), wordt de verwijzing "punt 3.2.4" vervangen door "punt 3.1.2";

f) In punt 3.2.3, onder e), komt de tweede alinea als volgt te luiden:

"Dit belet niet dat op basis van een beoordeling van het binnenlandseveiligheidsrisico of van het risico van illegale immigratie controles van de bemanning en de passagiers van deze schepen kunnen worden verricht."

g) punt 3.2.4 wordt geschrapt;

h) in punt 3.2.9 wordt de tweede alinea geschrapt.

i) in punt 3.2.10 wordt het volgende punt i) toegevoegd:

"i) punt 3.1.2 (verplichting om lijsten van passagiers en bemanningsleden in te dienen) is niet van toepassing. Indien krachtens Richtlijn 98/41/EG van de Raad* een lijst van opvarenden moet worden opgesteld, wordt uiterlijk dertig minuten na vertrek uit een haven van een derde land door de gezagvoerder een kopie van deze lijst toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de haven van aankomst op het grondgebied van de lidstaten.

____________________

* PB L 188 van 2.7.1998, blz. 35."

j) het volgende punt 3.2.11 wordt toegevoegd:

"3.2.11. Wanneer een veerschip uit een derde land meerdere stops maakt op het grondgebied van de lidstaten en passagiers aan boord neemt voor een traject dat uitsluitend op dit grondgebied is gelegen, dan worden deze passagiers in de haven van vertrek aan een uitreiscontrole en in de haven van aankomst aan een inreiscontrole onderworpen.

Passagiers die bij deze tussenstops reeds aan boord zijn en niet op het grondgebied van de lidstaten zijn ingescheept, worden in de haven van aankomst een controle onderworpen."

(5) Bijlage VII, deel 3, wordt als volgt gewijzigd:

a) de punten 3.1 en 3.2 komen als volgt te luiden:

"In afwijking van de artikelen 4 en 7 mogen de lidstaten zeelieden die in het bezit zijn van een identiteitsbewijs voor zeelieden, afgegeven overeenkomstig de Verdragen betreffende de nationale identiteitsbewijzen van zeevarenden nr. 108 (1958) en nr. 185 (2003) van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), het Verdrag van Londen van 9 april 1965 en de terzake strekkende nationale bepalingen, toestaan het grondgebied van de lidstaten binnen te komen en te verlaten door van boord te gaan om in de gemeente waar hun vaartuig heeft aangelegd of in een aangrenzende gemeente te vertoeven, zonder dat zij zich bij een grensdoorlaatpost hoeven te melden, op voorwaarde dat zij voorkomen op de bemanningslijst van het vaartuig waartoe zij behoren en dat die lijst eerder door de bevoegde autoriteiten is gecontroleerd.

Dit belet niet dat, naar gelang van de beoordeling van het binnenlandseveiligheidsrisico of het risico van illegale immigratie, zeelieden door de grenswachters aan een controle overeenkomstig artikel 7 worden onderworpen voordat zij het vaartuig verlaten."

(6) In bijlage VII, punt 6, worden de volgende punten 6.4 en 6.5 toegevoegd:

"6.4. De lidstaten wijzen nationale contactpunten voor raadpleging over minderjarigen aan en stellen de Commissie daarvan in kennis. De Commissie stelt een lijst van deze nationale contactpunten ter beschikking van de lidstaten.

6.5. Bij twijfel in verband met de omstandigheden bedoeld in de punten 6.1, 6.2 en 6.3, maken de grenswachten gebruik van de lijst van nationale contactpunten voor raadpleging over minderjarigen."

(7) In bijlage VII worden de volgende punten 7 en 8 toegevoegd:

"7. Reddingsdiensten, politie en brandweer

De regelingen voor aankomst en vertrek van leden van reddingsdiensten, politie en brandweer in noodsituaties worden vastgelegd in nationale wetgeving en, in voorkomend geval, in bilaterale overeenkomsten. Deze regelingen kunnen voorzien in afwijkingen van de artikelen 4, 5 en 7.

8. Offshorewerknemers

In afwijking van de artikelen 4 en 7 worden offshorewerknemers (werkzaam op boorplatforms, windmolenparken op zee, enz.) die regelmatig over zee of door de lucht terugkeren naar het grondgebied van de lidstaten zonder op het grondgebied van een derde land te zijn verbleven, niet stelselmatig gecontroleerd.

Dit belet niet dat op basis van een beoordeling van het risico van illegale immigratie, met name wanneer de kusten van een derde land in de onmiddellijke nabijheid van een offshorelocatie zijn gelegen, wordt bepaald hoe vaak er controles worden verricht."

(8) In bijlage VIII wordt in het standaardformulier het woord "inreisstempel" vervangen door "inreis- of uitreisstempel" en de formulering "is binnengekomen" door "is binnengekomen of heeft verlaten".

[1] Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG. PB L 283 van 29.10.2010, blz. 1.

[2] PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.

[3] PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1.

[4] PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98.

[5] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

[6] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

[7] PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1.

[8] PB L 83 van 26.3.2008, blz. 5.

[9] PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

[10] PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

Top