This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011DC0572
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS Partnering in Research and Innovation
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Partnerschappen in onderzoek en innovatie
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Partnerschappen in onderzoek en innovatie
/* COM/2011/0572 definitief */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Partnerschappen in onderzoek en innovatie /* COM/2011/0572 definitief */
PARTNERSCHAPPEN IN ONDERZOEK EN INNOVATIE
1.
Inleiding
Europa herstelt geleidelijk van de ergste
economische en financiële crisis sinds de jaren 1930. Tegelijk blijven er,
zoals de Raad in de lente van 2011 heeft benadrukt, "risico's bestaan en
moeten wij doorgaan met ons vastberaden optreden"[1]. Om ervoor te
zorgen dat het herstel aanhoudt moeten we de beschikbare publieke en private
middelen voor onderzoek en innovatie slim gebruiken om ervoor te zorgen dat de
middelen van publieke en private spelers maximaal bijdragen tot duurzame groei.
Dit is essentieel om tegen 2014 een Europese onderzoeksruimte (ERA) te creëren
en voor de ontwikkeling van de Innovatie-Unie, de Digitale Agenda en andere
vlaggenschipinitiatieven in het kader van EU 2020. In haar mededeling inzake de Innovatie-Unie
heeft de Commissie gewezen op het belang van Europese partnerschappen inzake
O&I als middel om de "krachten te bundelen om doorbraken te
verwezenlijken"[2].
Op Europees en
lidstaatniveau nemen publieke spelers deel aan publiek-publieke partnerschappen
(P2P's) en publieke en private spelers aan publiek-private partnerschappen
(PPP's) om de volgende doelstellingen te realiseren: –
de nodige kritische massa tot stand brengen om de
vereiste schaal en reikwijdte te bereiken; –
gezamenlijke visievorming en strategische planning,
ook op internationaal niveau, faciliteren; –
bijdragen tot de ontwikkeling van een
programmeringsaanpak in het Europees O&I om een brede kijk te ontwikkelen
op alle potentiële partners; –
flexibele structuren creëren die in het licht van
de aard en doelstellingen van een partnerschap een bepaalde omvang en
reikwijdte faciliteren. Op die manier kunnen partnerschappen helpen om
belangrijke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en de Europese
concurrentiekracht te versterken door de O&I-cyclus efficiënter te maken en
ervoor te zorgen dat onderzoeksresultaten sneller hun weg vinden naar de markt.
Zij kunnen tevens bijdragen tot een beter milieu en een efficiënter gebruik van
hulpbronnen. Indien de partnerschappen geschraagd worden door het nodige
engagement, kan Europa koploper worden op het gebied van wetenschap en
technologie en een kritische massa bereiken. Om die reden werden in het kader van het
zevende kaderprogramma (KP7)[3],
het programma voor concurrentievermogen en innovatie (PCI)[4], de Europese onderzoeksruimte
en de Innovatie-Unie verschillende vormen van partnerschappen ontwikkeld en in
het leven geroepen. Dit was een belangrijke stap om een gemeenschappelijke
visie te ontwikkelen over de manier waarop partnerschappen ervoor kunnen zorgen
dat O&I maximaal bijdraagt tot slimme en duurzame groei in Europa. Er is nu
behoefte aan verdere stappen om overbodige overlappingen weg te werken en
klaarheid te scheppen over de manier waarop een partnerschap het best kan worden
opgezet. In dat verband beoogt deze mededeling lering te trekken uit en voort
te bouwen op de reeds opgedane ervaring en het partnerschapconcept verder uit
te diepen.
2.
Stand van zaken
2.1.
Overzicht van huidige partnerschappen op EU-niveau
P2P's stroomlijnen
de nationale strategieën en helpen om de versnippering van de
overheidsinspanningen tegen te gaan. Ze bieden tevens potentieel voor een
efficiëntere interactie met strategische internationale partners. Zoals tabel 1
illustreert, varieert de draagwijdte van de gezamenlijke inspanningen bij P2P's,
gaande van ERA-NET en ERA-Net Plus, waarbij de lidstaten nationale programma's
coördineren, tot initiatieven op grond van artikel 185, de sterkste
integratievorm van nationale programma's. Gezamenlijke programmering (GP) is
een opkomend P2P-concept dat steunt op het engagement op hoog niveau om een
bepaalde maatschappelijke uitdaging aan te pakken. P2P-partnerschappen kunnen
tevens bijdragen tot gemeenschappelijk beleidsleren, zoals INNOVA/PRO INNO
Europe. PPP's op Europees
niveau worden door de EU en andere publieke instanties samen met particuliere
instanties opgezet om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken.
PPP's op het gebied van O&I hebben tot doel het Europees industrieel
leiderschap te versterken en worden gebruikt om O&I-investeringen op een
bepaald gebied te ondersteunen en aan te zwengelen. Zoals uit tabel 2
blijkt, werden de eerste Europese PPP's voor O&I opgezet in het kader van
KP7, als afzonderlijke juridische entiteiten in de vorm van gemeenschappelijke
ondernemingen, voor de gezamenlijke technologie-initiatieven (GTI's) en SESAR,
of als contractuele partnerschappen (bv. PPP's in het kader van het
herstelplan). Het Europees
Instituut voor innovatie en technologie (EIT), een EU-instantie die het
innovatievermogen moet aanzwengelen, is geen P2P, noch een PPP. De belangrijkste praktische hefbomen van het
instituut, de kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG's), zijn gestructureerde
partnerschappen tussen actoren uit de onderwijs-, onderzoeks- en zakenwereld om
samen grote maatschappelijke problemen aan te pakken. De Europese Innovatiepartnerschappen (EIP's)
zijn voorgesteld in het kader van het vlaggenschipinitiatief voor de
Innovatie-Unie[5]
om innovaties die een antwoord bieden op grote maatschappelijke uitdagingen te
versnellen. Het zijn geen P2P's of PPP's maar
zij bieden een kader dat actoren over de beleidsterreinen, sectoren en grenzen
heen samenbrengt om gedurende de volledige O&I-cyclus vraag- en
aanbodmaatregelen te integreren en op te zetten. Het test-EIP inzake actief en gezond ouder
worden (AHA) is bedoeld om het concept te testen en na te gaan hoe dat het best
kan worden toegepast. Hoewel het nog te vroeg
is om de efficiency en doelmatigheid van dit EIP te beoordelen, is reeds een
eerste analyse gemaakt van de tot dusver toegepaste processen[6]. Tabel 1: bestaande P2P-concepten/-instrumenten op EU-niveau || Doel || Tenuitvoerlegging || Effect / belangrijkste lessen ERA-NET 100 projecten sinds 2002 || Coördineren van nationale onderzoeksprogramma's op specifieke gebieden || - LS publiceren gemeenschappelijke acties/oproepen en voeren deze uit (LS investeerden tot 2010 1,17 miljard euro in gemeenschappelijke oproepen) - EU subsidieerde tot 2010 273 miljoen euro in netwerking van de LS || - efficiënt mechanisme op specifieke terreinen, maar oorspronkelijk niet bedoeld om kritische massa en/of meerjarenprogramma's tot stand te brengen; - opent nieuwe perspectieven voor transnationale O&O-activiteiten; - helpt om de versnippering terug te dringen en om een benchmarking van nationale programma's op te stellen; - wederzijds leerproces komt de nationale onderzoekssystemen ten goede; - tussenstap naar partnerschappen met meer ambitie. ERA-NET Plus 9 projecten sinds 2007 || Versterken van gemeenschappelijke financiering door LS en EU op specifieke gebieden || - LS lanceren een gemeenschappelijke oproep en voeren deze uit met extra financiering door de EU (tot 2010 werd 230 miljoen euro geïnvesteerd in gemeenschappelijke oproepen, met 68 miljoen euro EU-bijstand). || - werkt efficiënt voor één oproep met een aanzienlijk budget; - zorgt voor een sterkere financiële integratie; - gebrek aan steun voor coördinatie en derhalve voor permanente uitvoeringsstructuur; - brug tussen coördinatie van gemeenschappelijke acties en de volledige integratie van programma's. Initiatieven op grond van artikel 185 5 initiatieven sinds 2003 || Integreren van nationale en Europese onderzoeksprogramma's op specifieke gebieden || - De EU levert even grote financiële bijdrage voor de uitvoering van de meerjarenprogramma's LS (meer dan 1,55 miljard euro, EU-bijdrage van 700 miljoen euro) || - promoot grootschalige en brede focus met voorbereiding van meerjarige financiële verbintenissen; - doeltreffend om te zorgen voor wetenschappelijke en beheersmatige integratie; - helpt om overbodige overlappingen en versnippering op het gebied van O&I weg te werken; - behoefte aan sterkere financiële integratie. GPI's 10 initiatieven sinds 2008 || Coördineren / integreren van nationale onderzoeksprogramma's om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken || - ontwikkelen en uitvoeren van gemeenschappelijke strategische onderzoeksagenda door de LS - EU ondersteunt netwerking door de LS || - politieke steun op hoog niveau verzekerd; - politieke steun moet nog worden vertaald in concrete financiële verbintenissen; - de overeengekomen regels moeten worden toegepast; - behoefte aan stabiele, onpartijdige en transparantie uitvoeringsstructuren. SET-plan (Strategisch plan inzake energietechnologie) sinds 2007 || De ontwikkeling van koolstofarme energietechnologieën versnellen en de nationale onderzoeksprogramma's op strategische technologiegebieden op EU-niveau stroomlijnen || - Uitvoering via de Europese alliantie voor energieonderzoek (EERA), op dit moment via de eigen middelen van de deelnemende instituten || - draagt bij tot minder versnippering en tot de coördinatie van het energieonderzoek in de EU; - openheid en transparantie van het besluitvormingsproces; - behoefte aan een formele structuur om het potentieel volledig te benutten. Europe INNOVA/PRO INNO Europe sinds 2008 || Gezamenlijke beleidsontwikkeling en beleidsleren inzake betere ondersteuning voor innovatie || - 25 proefprojecten op het gebied van Eco-innovatie/innovatie in diensten en clusters || - effectief platform voor innovatieondersteuning; - groot multiplicatoreffect in de deelnemende regio's; - beperkte doorstroming van resultaten naar regionale/nationale innovatiesystemen; - behoefte aan concrete bijstand voor projecten en begunstigden gedurende een langere periode. Tabel 2: bestaande PPP-concepten/-instrumenten op EU-niveau || Doel || Tenuitvoerlegging || Effect / belangrijkste lessen GTI's 5 initiatieven sinds 2007 || Het Europees industrieel leiderschap op specifieke gebieden versterken || - gemeenschappelijke ondernemingen op grond van artikel 187 VWEU; - bouwen voort op strategische onderzoeksagenda's van de Europese technologieplatforms (ETP's); - EU matching funds voor onderzoek (meer dan 3 miljard euro uit KP7 voor een gelijke inbreng door bedrijven, meestal in natura) || - efficiënt voor publiek-private samenwerking, om particuliere investeringen op strategische gebieden aan te moedigen; - regels en procedures moeten aangepast zijn; - faciliteert het ontstaan van nieuwe vormen van samenwerking tussen de actoren waarbij publieke en private knowhow en capaciteiten samen worden gebracht; - effectief instrument om het mkb te betrekken bij O&I-programma's; - faciliteert de prioriteitsbepaling van O&I overeenkomstig de industriële behoeften. SESAR || Modernisering van het Europees luchtverkeersbeheer (ATM) || - gemeenschappelijke onderneming op grond van artikel 187 VWEU; - medegefinancierd door de EU (350 miljoen euro uit KP7 + 350 miljoen euro via de TEN-V), Eurocontrol (700 miljoen euro) en 15 partners uit de sector (700 miljoen euro) || - optimaal antwoord op de behoeften van de gebruikers en de aanbieders van diensten; - integratie van de maatschappelijk erg belangrijke doelstellingen inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim; - stimuleren en bundelen van financiering en knowhow; - flexibel en dynamisch instrument om een interactieve relatie tussen ontwikkeling en implementatie te ondersteunen; -"technologische ambassadeur " voor de bevordering van de wereldwijde interoperabiliteit van ATM. PPP's in het kader van het Herstelplan 3 PPP's sinds 2008 Het internet van de toekomst sinds 2011 COLIPA sinds 2009 || PPP's in het kader van het Herstelplan: De sectoren die door de economische crisis zijn getroffen in stand houden en versterken FI-PPP: het internet van de toekomst ontwikkelen voor de samenleving COLIPA: bedrijven helpen om aan de EU-regelgeving te voldoen || Projectmatige KP7-financiering waarbij de sector bijdraagt tot de opstelling van een meerjarenplan om de onderzoeksprioriteiten vast te stellen PPP's in het kader van het Herstelplan: 3,2 miljard euro (2010-2013) FI-PPP: 300 miljoen euro tot 2013 COLIPA: 25 miljoen euro || - efficiënt voor maatregelen op korte termijn om de investeringen in onderzoek op peil te houden en het Europees concurrentievermogen te versterken (PPP's in het kader van het herstelplan); - belanghebbenden uit het bedrijfsleven samenbrengen; - faciliteert de prioriteitsbepaling van O&I overeenkomstig de industriële behoeften; - het bestuur door de partijen moet worden geformaliseerd; - moet worden uitgebreid met activiteiten met het oog op de marktintroductie. Europese Industriële Initiatieven (EII's) in het kader van het SET-plan 7 EII's sinds 2010 || Antwoord op het probleem inzake de demonstratie en marktintroductie in de innovatieketen voor koolstofarme energietechnologieën || - technologieroutekaarten met specifieke O&O-acties en een horizon van 10 jaar - oproepen onder KP7 voor gezamenlijke acties door de LS || - doeltreffend om de EU, de LS en het bedrijfsleven samen te doen werken aan de verwezenlijking van gezamenlijke doelstellingen en een kritische massa tot stand te brengen; - er blijven belemmeringen bestaan om tot een geïntegreerd EU-beleid inzake innovatie te komen en de LS aan te sporen tot concrete financiële verbintenissen; - behoefte aan nieuwe investeringen en grootschalige onderzoeksinfrastructuur in energietechnologieën. Partnerschappen op het gebied van
onderzoek en innovatie voor acties Voorbeelden van P2P's: In Europa
zijn er minstens 6000 bekende zeldzame ziektes die ongeveer 20 miljoen burgers
treffen. Het ERA-NET E-Rare heeft een gemeenschappelijk Europees
programma ontwikkeld inzake onderzoek naar zeldzame ziektes en drie oproepen
gelanceerd voor een bedrag van 10 miljoen euro.
Samen met oproepen inzake zeldzame ziektes in het kader van KP7 wordt 40% van
het publieke onderzoek op dit gebied nu gecoördineerd. Door de natuurlijke en menselijke druk is het vermogen van de Oostzee
om voor de mens noodzakelijke goederen en diensten te leveren sterk aangetast.
Om dit probleem aan te pakken dragen negen lidstaten bij tot ERA-NET Plus -
BONUS Plus, via een gezamenlijke oproep van 22 miljoen euro. Deze actie
spoort tevens met andere beleidsdoelstellingen in het kader van het maritieme
beleid van de Commissie. Het "Ambient
Assisted Living"-initiatief (AAL) op grond van artikel 185 focust op
innovatie om de demografische ontwikkelingen te ondersteunen. In totaal is meer
dan 600 miljoen euro geïnvesteerd en zijn meer dan 40% mkb betrokken bij de
ontwikkeling van nieuwe ICT-producten en –diensten en duurzame zorgsystemen die
de verouderende bevolking in staat moeten stellen actief en zelfstandig te
leven. Sinds 2007
is de metrologie geïntegreerd in het gezamenlijk meerjarenprogramma inzake Metrologie
(EMRP) op grond van artikel 185. Dit programma heeft met een budget van
meer dan 400 miljoen euro de overlappingen in het onderzoek drastisch
verminderd door 44% van de totale budgetten voor metrologie samen te brengen in
één initiatief. Neurodegeneratieve ziektes worden door de LS als groot maatschappelijk
probleem erkend. 23 landen nemen deel aan het proefproject gezamenlijk
programmeringsinitiatief (GPI) inzake neurodegeneratieve ziektes, waaronder de
ziekte van Alzheimer. Het GPI heeft een testoproep gelanceerd met een
totaal budget van 14 miljoen euro. Voorbeelden van PPP's: Het GTI Clean Sky streeft ernaar de milieu-impact van de
luchtvaart te verminderen zonder de concurrentiekracht in de Europese
luchtvaartsector aan te tasten. Overheidsfinanciering en samenwerking tussen
belangrijke bedrijven is nodig vanwege de lange looptijd en het inherent hoge
risico van het betrokken onderzoek. Er werd reeds bijna 300 miljoen euro
geïnvesteerd en de eerste testvluchten met innoverende technologieën hebben
inmiddels plaatsgevonden. Met publieke steun van de EU en de deelnemende LS wordt in het kader
van de GTI's ARTEMIS (ingebedde computersystemen) en ENIAC
(nano-electronica) een door het bedrijfsleven en door
academische/onderzoeksorganisaties vastgestelde onderzoeksagenda uitgevoerd. Tot dusver hebben de EU en de LS meer dan 700
miljoen euro uitgetrokken voor innoverende gezamenlijke onderzoeksprojecten op
het gebied van gezondheid, productie, auto's en energie-efficiëntie. Het PPP voor de Fabrieken van de toekomst
is een onderzoeksprogramma in het kader van het Europees Herstelplan dat met
een budget van 1,2 miljard euro de ontwikkeling van nieuwe en duurzame fabricagetechnologieën
ondersteunt. Diverse actoren uit het
bedrijfsleven nemen deel aan het programma, dat tot doel heeft via een
wijziging van de industriële processen de algemene concurrentiekracht en het
Europees leiderschap te verzekeren.
2.2.
Algemene beoordeling
Ervaringen met P2P's en PPP's op Europees
niveau hebben aangetoond dat partnerschappen een aantal voordelen bieden. Netwerken met diverse publiek-publieke en
publiek-private partners zijn tot stand gekomen in een geest van wederzijds
vertrouwen en vormen de basis voor een strategisch partnerschap op lange
termijn. Er werden gezamenlijke visies ontwikkeld, vaak op basis van een
variabele geometrie, die leidden tot gezamenlijke onderzoeksagenda's en
technologische routekaarten. Dit heeft een positieve impact op het Europees
O&I-landschap. Het helpt om de nodige schaal en reikwijdte te creëren en
verhoogt hierdoor de efficiency en doelmatigheid van investeringen in O&I,
waardoor Europa aantrekkelijker wordt als mondiale partner om grote
maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Partnerschappen waarborgen de betrokkenheid en
een grotere deelname van de LS en andere actoren, waaronder regio's en publieke
aankoop en normalisatie-instanties, bij de ontwikkeling van de Innovatie-Unie
en verhogen op die manier de financiële impact van de Europese
financieringsmechanismen (KP, CIP, Structuurfondsen) en versterken de samenhang
van het Europees O&I-landschap. Partnerschappen bieden belanghebbenden de
mogelijkheid programma's op te zetten die anders niet haalbaar zouden zijn en
bevorderen strategische samenwerking met belangrijke partners uit derde landen.
Tegelijk zijn er een aantal uitdagingen op het
gebied van bestuur, uitvoering/financiering en randvoorwaarden. Alle op dit
moment geformuleerde conclusies over het potentieel van partnerschappen moeten
verder worden bekeken in het licht van toekomstige ervaringen. Volgens eerste
indicaties kan Europa nog meer voordeel halen uit de mogelijkheden van
partnerschappen. Er is echter behoefte aan een kader voor de ontwikkeling van
solide en duurzame partnerschappen[7].
2.3.
Europese innovatiepartnerschappen
2.3.1.
Doelstellingen
In de mededeling inzake de Innovatie-Unie werd
opgeroepen tot een sterkere koppeling tussen de instrumenten aan de
"aanbodzijde" (onderzoek en technologie) en de "vraagzijde"
(bv. gebruiker, regelgeving, normalisatie en overheidsaankopen). In die context kunnen de Europese
Innovatiepartnerschappen (EIP's) een belangrijke rol spelen door samenhang te
creëren tussen de verschillende partnerschapsconcepten en -instrumenten. EIP's
bestrijken de volledige O&I-cyclus om ervoor te zorgen dat ideeën
uitgroeien tot geslaagde producten en diensten om maatschappelijke uitdagingen
aan te pakken en dat ze bovendien groei en banen creëren. EIP's kunnen een overkoepelend kader bieden om
de versnippering verder terug te dringen op gebieden waarbij een groot aantal
belanghebbenden betrokken zijn. Een partnerschap
in het kader van het EIP-concept behelst het volgende: –
de actoren in de O&I-cyclus, ook op nationaal
en regionaal niveau, en het privaat-publieke maatschappelijk middenveld samen
brengen om het gebruik van bestaande instrumenten te optimaliseren en te
stroomlijnen, meer synergieën te creëren en middelen samen te brengen en te
coördineren; –
de "aanbod- en vraagzijde" als geheel
bekijken en niet alleen kijken naar door onderzoek aangestuurde innovatie maar
ook naar andere vormen, zoals nieuwe bedrijfsmodellen en innovaties op
organisatorisch en maatschappelijk vlak; –
de uitwisseling tussen actoren aanmoedigen en
politieke steun op hoog niveau waarborgen voor afgesproken acties.
2.3.2.
Conclusies van de EIP-evaluatie van het
proefproject inzake actief en gezond ouder worden (AHA)
De EIP-proef rond actief en gezond ouder
worden heeft in de voorbereidende fase geleid tot een mobilisatie van de
actoren (via raadplegingsevenementen op alle niveaus). Er is een stuurgroep
opgezet met een brede vertegenwoordiging op hoog niveau. Die heeft duidelijke
werkmethodes afgesproken en spitst zich toe op de opstelling van een
strategisch implementatieplan. Het proefproject heeft geholpen om de
verhouding tussen de EIP's en andere beleidsinitiatieven uit te klaren: EIP's
treden niet in de plaats van andere initiatieven, met name bestaande PPP's of P2P's
en zijn geen middel om buiten de institutionele procedures om
onderzoeksprioriteiten af te bakenen. Andere conclusies zijn op dit moment dat
partnerschappen volgens gestructureerde processen moeten verlopen om de
talrijke ideeën die tijdens een raadplegingsproces naar boven komen te
valideren en prioriteiten te bepalen; dat het essentieel is om de partijen mee
te nemen die een passende regelgevende follow-up kunnen waarborgen; en dat een
standaardaanpak niet volstaat en elk EIP, voortbouwend op de ervaring met de
proef, een eigen aanpak zal moeten ontwikkelen. De EIP-proef inzake AHA heeft ook duidelijk
gemaakt dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie nauw bij de
verschillende stappen van het partnerschap zullen worden betrokken, wat erop
wijst dat een grote inzet wordt verwacht.
3.
Verdere ontwikkeling van de partnerschappen
De gezamenlijke inspanningen om op Europees en
nationaal niveau een partnerschapsbeleid inzake O&I te ontwikkelen hebben reeds
positieve resultaten opgeleverd. Indien we de overbodige overlappingen en
versnippering echter volledig wensen weg te werken, moeten we nog verder gaan. Wanneer
belangrijke maatschappelijke uitdagingen moeten worden aangepakt en het
Europese concurrentievermogen op het spel staat, moet worden gekozen voor
gezamenlijke programmering op basis van gemeenschappelijke strategische
O&I-agenda's. Daarbij moeten publieke (Europese en nationale) en private
middelen worden gecoördineerd en gebundeld via een partnerschap met
organisaties in elk stadium van de O&I-cyclus. Daartoe overweegt de Commissie om vaker
gebruik te maken van op Europees niveau ontwikkelde en opgezette
partnerschapsformules en –instrumenten zonder de negatieve effecten op de
concurrentie uit het oog te verliezen. Er moeten nog een aantal stappen worden
ondernomen om knelpunten weg te werken inzake bestuur,
tenuitvoerlegging/financiering en randvoorwaarden.
3.1.
Bestuur
3.1.1.
Alle partners, zowel
publieke als private, moeten een langetermijnverbintenis aangaan in het kader
van het partnerschap.
i) Het is essentieel dat lidstaten vooraf
meerjarige financiële verbintenissen aangaan en dat zij die nakomen; ii) Voor private partners moet het engagement om
deel te nemen aan de PPP's voor onderzoek en innovatie een integrerend
onderdeel zijn van de ondernemingsstrategie op lange termijn; iii) Om het belang van duurzaamheid op lange
termijn te onderstrepen zullen alle verbintenissen tot partnerschappen in de
toekomst worden bevestigd door publieke verklaringen, van de regeringen van de
aan de GPI's deelnemende landen en van verantwoordelijken uit de private
sector, alsook van regeringen bij PPP's.
3.1.2.
Naar de internationale
samenwerkingsdimensie van partnerschappen op het gebied van wetenschap,
technologie en innovatie zal op internationale fora nadrukkelijker worden
gestreefd op basis van gemeenschappelijke prioriteiten met derde landen.
P2P's
3.1.3.
Om de maatschappelijke
uitdagingen doelmatiger aan te pakken is de Commissie voornemens de
gecoördineerde tenuitvoerlegging van Europese en nationale programma's en
financiering te faciliteren.
PPP's
3.1.4.
PPP's inzake O&I zijn
een middel om de Europese concurrentiekracht te versterken op cruciale
terreinen zoals industrieel onderzoek en moeten, voortbouwend op de opgedane
positieve ervaringen, een belangrijk onderdeel worden van het
partnerschapsbeleid.
3.1.5.
Toekomstige PPP's inzake
O&I moeten worden geselecteerd op basis van hun potentiële bijdrage tot een
sterker industrieel concurrentievermogen en duurzame groei en de mate waarin ze
een antwoord bieden op grote maatschappelijke uitdagingen.
3.1.6.
Toekomstige PPP's inzake
O&I worden ontwikkeld op basis van twee benaderingen die voortbouwen op de
bestaande PPP-modellen:
–
contractuele partnerschappen (bv. PPP's in het
kader van het Herstelplan) en vrijwillige overeenkomsten (bv. SET plan EII's)
die direct op basis van het Kaderprogramma en formele bestuursakkoorden of ‑overeenkomsten
tussen de Commissie en andere partijen worden opgezet; –
specifieke juridische structuren op grond van
artikel 187 VWEU op basis van een op vertrouwen gebaseerde aanpak op lange
termijn. Zij zullen zorgen voor een vereenvoudiging van de voor de bestaande
GTI's opgezette procedures omdat ze gebaseerd zijn op een "lichte"
structuur van een publiek EU-orgaan. De haalbaarheid van deze optie hangt af
van de goedkeuring door het Europees Parlement en de Raad van het
Commissievoorstel voor een PPS-status op grond van artikel 201 van het
voorgestelde nieuwe financiële reglement[8] . Er bestaat tevens een wisselwerking tussen
een vereenvoudiging door de harmonisering van structuren en de flexibiliteit om
structuren aan te passen aan de behoeften van individuele GTI's.
3.1.7.
Het is belangrijk om de
coördinatie op nationaal en regionaal niveau te waarborgen tussen
partnerschapsinitiatieven en innovatiestrategieën voor een slimme specialisatie
in het kader van het cohesiebeleid.
3.2.
Tenuitvoerlegging/financiering
P2P's
3.2.1.
De Commissie stelt voor
de instrumenten ter ondersteuning van publiek-publieke partnerschappen te
vereenvoudigen door de bestaande ERA-NET en ERA-NET Plus acties samen met de
relevante elementen van Europe INNOVA en PRO INNO Europe te integreren in één
flexibel ERA-NET-instrument.
3.2.2.
De deelnemende landen
moeten zich inschrijven in de drie integratieniveaus (wetenschappelijk, beheer
en financiering). Dat wordt een essentiële voorwaarde voor toekomstige
voorstellen voor initiatieven op grond van artikel 185. Wat de financiële
integratie betreft, moeten de deelnemende landen verder gaan en zich ertoe
verbinden financieel bij te dragen tot de gemeenschappelijke programma's,
bijvoorbeeld door deze op te nemen in hun nationale planning, op basis van de
gemeenschappelijke regels inzake de deelneming van het betrokken land.
3.2.3.
De Commissie zal de GPI's
waar passend met coördinatie- en steunmaatregelen bijstaan bij de opstelling
van hun strategische onderzoeksagenda's.
3.2.4.
Wanneer de werkterreinen
van het GPI binnen de prioriteiten van het kaderprogramma passen, kunnen de
instrumenten van het KP worden gebruikt om het GPI te ondersteunen. In het algemeen
zal voor gemeenschappelijke GPI-acties geval per geval worden beoordeeld of de
toegevoegde waarde op EU-niveau financiering via ERA-NET of medefinanciering
via thematische onderzoeksoproepen rechtvaardigt.
3.2.5.
De Commissie zal slechts
bekijken of zij een voorstel voor een initiatief op grond van artikel 185 zal
indienen wanneer een GPI in zijn strategische onderzoeksagenda heeft aangetoond
dat het perspectieven biedt voor verregaande samenwerking en een toereikende
omvang en reikwijdte heeft om de volledige integratie van nationale programma's
te ondersteunen.
3.2.6.
Bij de tenuitvoerlegging
van een GPI moet rekening worden gehouden met alle relevante nationale
programma's. Dit betekent dat de programmahouders en ‑beheerders van de
deelnemende landen moeten worden opgenomen in het management van de GPI's. Dit
biedt de mogelijkheid voort te bouwen op de reeds beschikbare ervaring met
gemeenschappelijke programma's.
PPP's
3.2.7.
Gelet op de omvang van de
investering in PPP's en het feit dat bedrijven meestal in natura bijdragen,
zijn transparante boekhoudmethodes nodig om te waarborgen dat het bedrijfsleven
een reële bijdrage levert.
3.2.8.
Belangrijke
selectiecriteria voor PPP's zijn onder meer de reikwijdte van de impact op
EU-niveau, het engagement van de partners op lange termijn en het hefboomeffect
op investeringen in O&I.
3.2.9.
PPP's moeten in een open
en transparante context functioneren (geen "gesloten circuits") om
ervoor te zorgen dat hun doelstellingen worden gerealiseerd.
3.3.
Randvoorwaarden
P2P's
3.3.1.
De vrijwillige
richtsnoeren inzake de randvoorwaarden voor gezamenlijke programmering bevatten
een flexibel overzicht van goede praktijken om de tenuitvoerlegging van GPI's
te ondersteunen. De toekenning van EU-financiering voor een GPI zal worden
gekoppeld aan de toepassing van de vrijwillige richtsnoeren[9].
3.3.2.
Om ervoor te zorgen dat
gezamenlijke programmering daadwerkelijk bijdraagt tot de ontwikkeling van
sterke publieke onderzoekspartnerschappen op lange termijn, moeten de
knelpunten inzake grensoverschrijdende financiering, kenniscirculatie, ex-ante
en ex-postevaluatie worden opgelost. De Commissie zal van de aanpak van deze
problemen een prioriteit maken binnen het ERA-kader.
PPP's
3.3.3.
Het is essentieel dat de
aan PPP's deelnemende lidstaten hun administratieve processen harmoniseren en
synchroniseren.
4.
Volgende stappen
Het Commissievoorstel "Horizon 2020"[10] zal voortbouwen op de in deze
mededeling uiteengezette stappen en een rechtsgrond creëren voor toekomstige P2P's
en PPP's inzake O&I op EU-niveau. Dit voorstel zal tevens gemeenschappelijke
regels bevatten voor alle in het kader van "Horizon 2020"
ondersteunde initiatieven om enerzijds de deelname te vereenvoudigen en
individuele initiatieven anderzijds voldoende flexibiliteit te bieden om hun
doelstellingen te realiseren. Voorts zal het de complementariteit waarborgen
tussen de twee gemeenschappelijke strategische kaders, voor onderzoek en
innovatie en voor cohesie. Naarmate wij meer ervaring opdoen met de
toepassing van in het kader van KP7 ontwikkelde partnerschapsconcepten en –instrumenten,
zal de Commissie een strategische oefening organiseren om te bepalen waar en
hoe partnerschappen meer vruchten kunnen afwerpen en voor welk type
initiatieven deze instrumenten het meest geschikt zijn. Als eerste stap
zal de Commissie benchmarks opstellen om de efficiency en doelmatigheid te
beoordelen van de tenuitvoerlegging van initiatieven waarbij
partnerschapsconcepten en ‑instrumenten worden benut. [1] Conclusies van de Europese Raad, 24/25 maart 2011. [2] COM(2010) 546. [3] Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de
Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek,
technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013). [4] Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor
concurrentievermogen en innovatie (2007-2013). [5] COM(2010) 546 definitief van 6.10.2010. [6] SEC(2011) 1028 van 1.9.2011. [7] ERAC Opinion on ERA-related instruments, ERAC 1208/11, 26
mei 2011. [8] COM(2010) 815. [9] Conclusies van de Raad over het gezamenlijk
programmeringsproces van 26 november 2010. [10] Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie (2014-2020).