This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52009PC0395
Proposal for a Council Regulation amending Council Regulation (EC) No 314/2004 concerning certain restrictive measures in respect of Zimbabwe
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe
/* COM/2009/0395 def. - CNS 2009/0111 */
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe /* COM/2009/0395 def. - CNS 2009/0111 */
NL Brussel, 29.7.2009 COM(2009) 395 definitief 2009/0111 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe TOELICHTING (1) Op 18 februari 2002 besloot de Raad beperkende maatregelen in te stellen ten aanzien van Zimbabwe, zulks naar aanleiding van de ernstige schendingen van de mensenrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en van vreedzame vergadering (Gemeenschappelijk Standpunt 2002/145/GBVB). Gezien zijn aanhoudende bezorgdheid over de mensenrechtensituatie in Zimbabwe heeft de Raad in zijn Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB besloten de beperkende maatregelen tegen Zimbabwe te verlengen en te wijzigen. Deze maatregelen werden laatstelijk verlengd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2009/68/GBVB van 26 januari 2009. (2) In artikel 5, lid 1, van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB is bepaald dat “alle tegoeden en economische middelen die in het bezit zijn van individuele leden van de regering van Zimbabwe en van de in de bijlage genoemde met hen geassocieerde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, worden bevroren”. Bij Gemeenschappelijk Standpunt 2008/632/GBVB van 31 juli 2008 heeft de Raad de werkingssfeer hiervan verruimd door de toevoeging: “dan wel van andere natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen”. (3) Verordening (EG) nr. 314/2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe zorgt voor de toepassing van de beperkende maatregelen die in Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB waren vastgesteld, in zoverre zij binnen de werkingssfeer van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen. (4) Het voornaamste doel van dit voorstel is het aanpassen van Verordening (EG) nr. 314/2004 aan het gewijzigde Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB. (5) De met betrekking tot de bijlage van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB genomen besluiten geven de individuele en specifieke redenen voor het vermelden van elke natuurlijke of rechtspersoon, of entiteit die, of elk lichaam dat, in die lijst is opgenomen. De procedure die is vastgesteld tot wijziging van het gedeelte van bijlage III van Verordening (EG) nr. 314/2004 dat betrekking heeft op natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen en die niet geassociëerd zijn met het heersende bewind van Zimbabwe, dient de bekendmaking van een bericht te omvatten hoe informatie kan worden ingediend om de op de lijst vermelde personen, entiteiten en lichamen ertoe in staat te stellen hun recht te worden gehoord uit te oefenen. De Commissie zou, na onderzoek van eventuele informatie die door een op de lijst vermelde persoon, entiteit of lichaam is voorgelegd, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 314/2004 een nieuw besluit moeten nemen. (6) Om alle “andere natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen” te bestrijken, dient de rechtsgrondslag van de voorgestelde verordening de artikelen 60, 301 en 308 van het EG-Verdrag te omvatten. In zijn arrest van 3 september 2008 in de gevoegde zaken C-402/05 P en C-415/05 P, Yassin Abdullah Kadi en Al Barakaat International Foundation tegen Raad van de Europese Unie en Commissie van de Europese Gemeenschappen, wees het Hof van Justitie erop dat maatregelen tegen “derde landen” in de zin van de artikelen 60 en 301 van het EG-Verdrag het bevriezen van tegoeden en economische middelen omvatten van de leiders van derde landen, en van personen en entiteiten die banden met hen onderhouden of door hen direct of indirect worden gecontroleerd. Deze artikelen boden geen passende grondslag voor het bevriezen van tegoeden en economische middelen van personen en entiteiten zonder banden met het heersende bewind van een derde land. Het Hof van Justitie achtte evenwel de artikelen 60, 301 en 308 van het EG-Verdrag een voldoende rechtsgrond voor het bevriezen van tegoeden en economische middelen van dergelijke personen of entiteiten. (7) Er werd een bepaling voorgesteld om helderheid te verschaffen in het omgaan met gerubriceerde gegevens die wellicht worden aangeboden tot staving van besluiten welke ten aanzien van de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB zijn genomen. (8) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, biedt bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Er is ook een bepaling nodig om duidelijkheid te verschaffen over de toepasselijke regels voor de verwerking van persoonsgegevens van personen op de lijst, en meer bepaald voor de verwerking van gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten, strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 314/2004. (9) Het voorstel omvat ook een reeks wijzigingen van technische aard, zoals de aanpassing van de definitie van bevriezing van tegoeden en van artikel 13 over de communautaire rechtsbevoegdheid aan de geijkte formuleringen van de Richtsnoeren inzake de implementatie en evaluatie van de restrictieve maatregelen (sancties) in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (document van de Raad 15114/05 van 2 december 2005). 2009/0111 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60, 301 en 308, Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB van 19 februari 2004 houdende verlenging van de beperkende maatregelen tegen Zimbabwe [1], gewijzigd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2008/632/GBVB van 31 juli 2008 tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB houdende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe [2], Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement [3], Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, Overwegende hetgeen volgt: (1) Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad van 19 februari 2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe [4] behelst de tenuitvoerlegging van verscheidene beperkende maatregelen uit hoofde van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB, waaronder de bevriezing van tegoeden en economische middelen van bepaalde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten en lichamen. Er bestaat behoefte aan om de werkingssfeer van de bevriezing van tegoeden en economische middelen van Verordening (EG) nr. 314/2004 op één lijn te brengen met Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB, gewijzigd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2008/632/GBVB. (2) De met betrekking tot de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB genomen besluiten geven de individuele en specifieke redenen voor het vermelden van elke natuurlijke of rechtspersoon, of entiteit die, of elk lichaam dat, in die lijst is opgenomen. De herziene procedure die is vastgesteld tot wijziging van het gedeelte van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 314/2004 dat betrekking heeft op natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen en die niet geassociëerd zijn met het heersende bewind van Zimbabwe, dient de bekendmaking van een bericht te omvatten hoe informatie kan worden ingediend om de op de lijst vermelde personen, entiteiten en lichamen in staat te stellen tot de uitoefening van hun recht te worden gehoord. De Commissie zou, na onderzoek van eventuele informatie die door een op de lijst vermelde persoon, entiteit of lichaam is voorgelegd, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 314/2004 een nieuw besluit moeten nemen. (3) Voor de tenuitvoerlegging van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB, als gewijzigd, zou deze verordening bepalingen moeten bevatten voor de bevriezing van tegoeden en economische middelen van natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die niet geassociëerd zijn met het heersende bewind in Zimbabwe. Hiertoe dient de rechtsgrondslag van deze verordening niet slechts de artikelen 60 en 301, doch evenzeer artikel 308 van het EG-Verdrag te omvatten, in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie. (4) Er dienen voorzieningen te worden getroffen voor het verwerken van gerubriceerde gegevens die eventueel door de Raad of een bepaald land worden verstrekt. (5) Deze verordening eerbiedigt de fundamentele rechten en de beginselen die meer bepaald zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie [5], en met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op eigendom en het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening dient te worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen. (6) De bedoeling van Verordening (EG) nr. 314/2004 is de ernstige schendingen van de mensenrechten in Zimbabwe te doen beëindigen door tegen de regering van Zimbabwe, degenen die eerstverantwoordelijk zijn en degenen die dergelijke schendingen begaan, beperkende maatregelen toe te passen. Voor een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Gemeenschap, moeten de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen van wie of rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden krachtens Verordening (EG) nr. 314/2004 bevroren dienen te worden, openbaar worden gemaakt. De verwerking door de Commissie van relevante gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, dient te worden toegestaan, mits er passende en specifieke waarborgen worden geboden. (7) Elke verwerking van persoonsgegevens van natuurlijke personen uit hoofde van deze verordening dient de bepalingen te respecteren van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens [6], alsook van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens [7]. (8) Het is passend bepaalde delen van Verordening (EG) nr. 314/2004 een meer recente formulering voor verordeningen inzake beperkende maatregelen te geven (9) Verordening (EG) nr. 314/2004 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 314/2004 wordt als volgt gewijzigd: 1) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: a) punt b) wordt vervangen door: “b) "tegoeden": financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot: i) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen; ii) deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen; iii) in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen, en derivatencontracten; iv) interesten, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa; v) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen; vi) kredietbrieven, connossementen, koopbrieven; vii) bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen;” b) punt e) wordt vervangen door: “e) „bevriezing van economische middelen”: het voorkómen van het gebruiken van economische middelen om tegoeden, goederen of diensten te verwerven, inclusief doch niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;” 2) Artikel 6 wordt vervangen door: “1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die in bijlage III zijn vermeld, worden bevroren. 2. Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect aan of ten behoeve van de in bijlage III genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen ter beschikking gesteld. 3. Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die direct of indirect ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de in de leden 1 en 2 bedoelde transacties worden bevorderd. 4. De bijlage III bestaat uit een lijst van natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die door de Raad overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB, als gewijzigd, zijn aangeduid. De bijlage III omvat een deel A met de individuele leden van de regering van Zimbabwe en natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die daarmee zijn geassociëerd, en een deel B met andere natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarvan de activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen. 5. De verbodsbepalingen van lid 2 geven geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen of entiteiten indien deze niet wisten noch ook gerede grond hadden te vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden zijn op de verbodsbepalingen.” (3) In artikel 7 wordt het volgende lid 3 toegevoegd: “3. Artikel 6, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen in de Gemeenschap die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, mits de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de bevoegde autoriteiten in de lidstaten, vermeld in bijlage II, onverwijld van dergelijke verrichtingen op de hoogte.” (4) In artikel 11 wordt de bestaande tekst lid 1 en wordt het volgende lid 2 toegevoegd: “2. De Commissie maakt met een publicatie de procedures voor het verstrekken van informatie in verband met bijlage III bekend.” (5) De volgende artikelen 11 bis, 11 ter en 11 quater worden ingevoegd: “Artikel 11 bis 1. Ingeval de Raad overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB besluit natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarvan de activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen en die geen banden met de regering van Zimbabwe onderhouden, op de lijst te plaatsen, neemt de Commissie onverwijld een voorlopig besluit over wijziging van deel B van bijlage III. 2. Zodra zij dit besluit heeft genomen, publiceert de Commissie onverwijld de modaliteiten voor het verstrekken van informatie in verband met bijlage III, en biedt zij de betrokken persoon, entiteit of lichaam de gelegenheid zijn standpunt ter zake bekend te maken. 3. Na onderzoek van eventueel door de personen, entiteiten of lichamen van deel B van bijlage III verstrekte informatie komt de Commissie tot een uiteindelijk besluit. Artikel 11 ter 1. Indien de Raad of een bepaald land gerubriceerde gegevens verstrekken, verwerkt de Commissie deze informatie overeenkomstig Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom [8] van de Commissie en, voor zover van toepassing, volgens de overeenkomst tussen de Europese Unie en het verstrekkende land inzake de beveiliging van gerubriceerde gegevens. 2. Documenten die zijn gerubriceerd op een niveau dat overeenstemt met ‘EU Top Secret’, ‘EU Secret’ of ‘EU Confidential’, worden niet vrijgegeven zonder toestemming van de verstrekker. Artikel 11 quater 1. De Commissie verwerkt persoonsgegevens voor de uitoefening van haar taken uit hoofde van deze verordening. Deze taken omvatten: a) de voorbereiding van aanpassingen van bijlage III bij deze verordening; b) de consolidering op de website van de Commissie [9] van de inhoud van bijlage III in de elektronische geconsolideerde lijst van personen, groepen en entiteiten waarop financiële sancties van de EU van toepassing zijn; c) de verwerking van informatie met betrekking tot de motivering voor plaatsing op de lijst; en tevens d) de verwerking van informatie over de gevolgen van de maatregelen van deze verordening, zoals de waarde van bevroren tegoeden, alsook informatie over vergunningen afgegeven door bevoegde autoriteiten. 2. In bijlage III wordt slechts de volgende informatie betreffende de natuurlijke personen van de lijst opgenomen: a) achternaam en voornamen, inclusief schuilnamen en titels, voor zover voorhanden; b) geboortedatum en -plaats van de houder; c) nationaliteit; d) paspoort- en identiteitskaartnummers; e) fiscale en socialezekerheidsnummers; f) geslacht; g) adres of andere gegevens over de verblijfplaats; h) functie of beroep; i) datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7, lid 2, onder b); j) de redenen van plaatsing op de lijst, indien niet al uit hoofde van de functie. 3. Bijlage III kan ook de volgende persoonsgegevens bevatten in verband met de op de lijst geplaatste natuurlijke personen, indien deze gegevens door de Raad worden verstrekt en in een specifiek geval noodzakelijk zijn, uitsluitend ter identificatie van de betrokken natuurlijke persoon van de lijst: a) achternaam en voornamen van de vader van de natuurlijke persoon; b) achternaam en voornamen van de moeder van de natuurlijke persoon. De betrokken natuurlijke personen worden in kennis gesteld van het gebruik dat van hun naam in bijlage III wordt gemaakt zoals dat ook voor de op de lijst geplaatste natuurlijke persoon geschiedt. 4. De Commissie mag relevante gegevens die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen van de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, alleen verwerken voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor herziening van de opvattingen over de motivering tot plaatsing op de lijst als naar voren gebracht door de betrokken natuurlijke persoon, mits passende en specifieke waarborgen worden geboden. Dergelijke gegevens worden niet openbaar gemaakt of uitgewisseld. 5. Voor de toepassing van deze verordening geldt de in bijlage II genoemde eenheid van de Commissie als de “verantwoordelijke voor de verwerking” in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001, teneinde te verzekeren dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 45/2001 kunnen uitoefenen.” 6) Artikel 13 wordt vervangen door: “Artikel 13 Deze verordening is van toepassing: a) op het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim; b) aan boord van vliegtuigen of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen; c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Gemeenschap bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn; d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen; e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Gemeenschap verrichte zakelijke transacties.” Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De Voorzitter […] [1] PB L 50 van 20.2.2004, blz. 66. [2] PB L 205 van 1.8.2008, blz. 53. [3] PB C […] van […], blz. […] [4] PB L 55 van 24.2.2004, blz. 1. [5] PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1. [6] PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1. [7] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [8] PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1. [9] http://ec.europa.eu/external_relations/cfsp/sanctions/list/consol-list.htm --------------------------------------------------