This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52006PC0089
Proposal for a Council Regulation on marketing standards for eggs
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren
/* COM/2006/0089 def. */
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren /* COM/2006/0089 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 28.02.2006 COM(2006) 89 definitief Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Bij Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren zijn voorschriften vastgesteld voor het in de handel brengen van eieren, waaronder een groot aantal zeer technische bepalingen. Sedert de vaststelling in 1990 is de verordening zes keer gewijzigd. Bepaalde wijzigingen hadden betrekking op de invoering van nieuwe voorschriften, bijvoorbeeld betreffende het merken van de eieren met het registratienummer van de producent, ofwel op de aanpassing van bepaalde technische normen aan nieuwe marktbehoeften. Deze wijzigingen hebben het lezen van de verordening sterk bemoeilijkt. De vereenvoudiging van de communautaire regelgeving is een centraal punt in het landbouwbeleid en in de wetgeving. Dat is nog eens duidelijk gesteld in de recente Mededeling van de Commissie inzake vereenvoudiging en betere regelgeving bij het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid [COM(2005) 509 def. van 19.10.2005]. De vervanging van Verordening (EG) nr. 1907/90 van de Raad door vereenvoudigde en gestroomlijnde bepalingen, en het overhevelen van technische aspecten naar een uitvoeringsverordening van de Commissie moet tegen deze achtergrond worden gezien. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren[1], en met name op artikel 2, lid 2, Gezien het voorstel van de Commissie,[2] Overwegende hetgeen volgt: (1) Handelsnormen voor eieren kunnen bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van de eieren en derhalve de verkoop van eieren vergemakkelijken. Het is derhalve in het belang van zowel producenten, handelaars als consumenten dat voor eieren handelsnormen van toepassing zijn. (2) Bij de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren[3] is gebleken dat er behoefte is aan verdere wijzigingen en vereenvoudiging. Daarom moet Verordening (EEG) nr. 1907/90 worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen. (3) De normen moeten in beginsel van toepassing zijn op alle in de Gemeenschap verhandelde eieren van kippen van de soort Gallus gallus. Het lijkt evenwel dienstig bepaalde vormen van rechtstreekse verkoop van producent aan consument van de toepassing van deze normen uit te sluiten, voor zover het kleine hoeveelheden betreft. (4) Er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen eieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie en eieren die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie, met name gebroken eieren en bebroede eieren die in beginsel bestemd zijn voor gebruik in de levensmiddelen- en de niet-levensmiddelenindustrie. Derhalve moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee kwaliteitsklassen van eieren, namelijk klasse A en klasse B. (5) De consument moet het onderscheid kunnen maken tussen eieren van verschillende kwaliteits- en gewichtsklassen en moet de toegepaste houderijmethode kunnen identificeren overeenkomstig Richtlijn 2002/4/EG van de Commissie van 30 januari 2002 met betrekking tot de registratie van onder Richtlijn 1999/74/EG van de Raad vallende inrichtingen waar legkippen worden gehouden[4]. Aan deze eis moet worden voldaan door de eieren te merken en de verpakkingen te stempelen. (6) Eieren moeten worden gemerkt met het registratienummer van de producent overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 2002/4/EG om tracering van de voor menselijke consumptie in de handel gebrachte eieren mogelijk te maken. (7) Om frauduleuze praktijken te voorkomen moeten eieren van klasse A zo snel mogelijk na het leggen worden gemerkt. (8) De eieren moeten naar kwaliteit en gewicht worden gesorteerd in pakstations die zijn erkend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong[5]. (9) Om erop toe te zien dat pakstations voldoende zijn uitgerust voor de indeling van eieren en het verpakken van eieren van klasse A, moeten de stations worden erkend door de bevoegde autoriteiten en moet aan elk station een codenummer worden toegekend dat tracering van de in de handel gebrachte eieren vergemakkelijkt. (10) In het belang van zowel producenten als consumenten moeten uit derde landen ingevoerde eieren aan de communautaire normen voldoen. Op grond van in bepaalde derde landen geldende bijzondere bepalingen kan evenwel van die normen worden afgeweken, op voorwaarde dat gelijkwaardigheid inzake de wetgeving wordt gegarandeerd. (11) De lidstaten moeten de voor het toezicht op de naleving van deze verordening verantwoordelijke instantie of instanties aanwijzen. De wijze waarop dit toezicht geschiedt, moet uniform zijn. (12) De lidstaten moeten ook de bij overtreding van deze verordening toe te passen sancties vaststellen. (13) De maatregelen voor de tenuitvoerlegging van deze verordening moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[6], HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 – Voorwerp en werkingssfeer 1. In deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld voor het in de handel brengen in de Gemeenschap van in de Gemeenschap geproduceerde of uit derde landen ingevoerde eieren. Deze voorwaarden voor het in de handel brengen zijn ook van toepassing op eieren die bestemd zijn voor uitvoer buiten de Gemeenschap. 2. Deze verordening is niet van toepassing op eieren die door de producent rechtstreeks aan de consument worden verkocht: a) op het eigen bedrijf, b) op een plaatselijke openbare markt in het productiegebied van de betrokken lidstaat, met uitzondering van veilingen, of c) bij huis-aan-huis verkoop. Artikel 2 – Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1) “eieren”: eieren in de schaal van kippen van de soort Gallus gallus, geschikt voor menselijke consumptie of voor gebruik door de levensmiddelenindustrie, met uitzondering van gebroken eieren, bebroede eieren en gekookte eieren; 2) “gebroken eieren”: eieren waarvan zowel de schaal als de eivliezen breuken vertonen waardoor de ei-inhoud in aanraking komt met de lucht; 3) “bebroede eieren”: eieren, vanaf het moment dat zij zijn ingelegd om te worden uitgebroed; 4) “in de handel brengen”: het in voorraad hebben of uitstallen met het oog op de verkoop, het te koop aanbieden, de verkoop, de levering of elke andere wijze van in de handel brengen; 5) “inrichting van productie”: een overeenkomstig Richtlijn 2002/4/EG erkende inrichting waar legkippen worden gehouden; 6) “pakstation”: een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004 erkende inrichting waar eieren worden gesorteerd naar kwaliteit en gewicht; 7) “eindverbruiker”: de laatste verbruiker van een levensmiddel die het niet als deel van een levensmiddelenexploitatie of -activiteit zal gebruiken. Artikel 3 – Kwaliteits- en gewichtsklassen 1. De eieren worden ingedeeld in de volgende kwaliteitsklassen: - klasse A of verse eieren, - klasse B of eieren van tweede kwaliteit. 2. Eieren van klasse A worden ook ingedeeld naar gewicht. 3. Eieren van klasse B worden uitsluitend geleverd aan de levensmiddelen- en de niet-levensmiddelenindustrie. Artikel 4 – Het merken van eieren 1. Eieren van klasse A worden gemerkt met het registratienummer van de inrichting van productie overeenkomstig het bepaalde in punt 2 van de bijlage bij Richtlijn 2002/4/EG, aan de hand waarvan met name het houderijsysteem kan worden vastgesteld. 2. Het merken van de eieren overeenkomstig het bepaalde in lid 1 vindt plaats in de inrichting van productie of in het eerste pakstation waaraan de eieren worden geleverd. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1, lid 2, worden eieren die door de producent aan de eindverbruiker worden verkocht op een lokale openbare markt in het productiegebied van de betrokken lidstaat, gemerkt overeenkomstig lid 1 van het onderhavige artikel. De lidstaten mogen evenwel producenten met een bedrijf van ten hoogste 50 legkippen vrijstellen van deze eis, op voorwaarde dat de naam en het adres van het bedrijf worden vermeld op de plaats van verkoop. Artikel 5 – Pakstations 1. De eieren worden in pakstations gesorteerd naar kwaliteit en gewicht. 2. De bevoegde autoriteit verleent aan pakstations een vergunning om eieren te sorteren en kent een code toe aan elke onderneming of elke producent die beschikt over voor het sorteren van eieren naar kwaliteit en gewicht geschikte ruimten en technische installaties. Deze vergunning kan worden ingetrokken wanneer niet meer aan de op grond van artikel 11 vastgestelde uitvoeringsbepalingen wordt voldaan. Artkel 6 – Invoer van eieren 1. De Commissie evalueert de in uitvoerende derde landen toegepaste handelsnormen voor eieren, op verzoek van het betrokken land. Deze evaluatie betreft ook de voorschriften voor het merken en etiketteren, de houderijmethoden en de controles, alsmede de tenuitvoerlegging ervan. Als de Commissie van oordeel is dat er voldoende zekerheid is over de gelijkwaardigheid van de toegepaste voorschriften met de geldende communautaire regelgeving, mogen de uit de betrokken landen ingevoerde eieren worden gemerkt met een registratienummer dat gelijkwaardig is aan het in artikel 4, lid 1, bedoelde nummer. 2. In voorkomend geval onderhandelt de Commissie met de betrokken derde landen over de wijze waarop deze landen de naleving van het bepaalde in lid 1 kunnen garanderen, en over het sluiten van overeenkomsten inzake die garanties. 3. Indien niet de nodige garanties kunnen worden gegeven ten aanzien van de gelijkwaardigheid van de voorschriften, moet op de uit het betrokken derde land ingevoerde eieren een code worden aangebracht aan de hand waarvan het land van oorsprong kan worden vastgesteld en moet daarop worden vermeld dat de houderijmethode “niet-gespecificeerd” is. Artikel 7 – Controles 1. De lidstaten wijzen de instanties aan die de naleving van deze verordening moeten controleren. 2. De in lid 1 bedoelde instanties controleren de onder deze verordening vallende producten in alle stadia van het in de handel brengen, inclusief het laden, lossen en vervoeren. Afgezien van aselecte bemonstering, worden de controles verricht op basis van een risicoanalyse, waarbij rekening wordt gehouden met het type en de omzet van de betrokken inrichting, alsmede met de voor de betrokken marktdeelnemer bestaande gegevens inzake naleving van handelsnormen voor eieren. 3. Voor uit derde landen ingevoerde eieren van klasse A worden de in lid 2 bedoelde controles uitgevoerd bij inklaring en voordat de eieren in het vrije verkeer worden gebracht. Uit derde landen ingevoerde eieren van klasse B worden alleen in het vrije verkeer gebracht op voorwaarde dat bij het inklaren wordt gecontroleerd of de eieren uiteindelijk bestemd zijn voor de verwerkende industrie. Artikel 8 – Sancties De lidstaten stellen voorschriften vast inzake de sancties die gelden bij overtreding van het bepaalde in deze verordening en zij treffen de nodige maatregelen om toe te zien op de tenuitvoerlegging daarvan. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Artikel 9 – Mededelingen De lidstaten en de Commissie verstrekken elkaar de voor de toepassing van deze verordening benodigde gegevens. Artikel 10 – Comité 1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren. 2. In de gevallen waarin naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand. 3. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast. Artikel 11 – Uitvoeringsbepalingen De bepalingen ten uitvoering van deze verordening worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde procedure, en hebben met name betrekking op: 1) de frequentie van verzameling, levering, bewaring en behandeling van eieren; 2) de kwaliteitscriteria en gewichtsklassen, alsmede de uitzonderingen op de indelingsvoorschriften; 3) gegevens betreffende de aanduidingen op eieren en op de verpakkingen daarvan; 4) de controles; 5) het handelsverkeer met derde landen; 6) de mededelingen als bedoeld in artikel 9. Artikel 12 – Intrekking 1. Verordening (EG) nr. 1907/90 wordt ingetrokken met ingang van 1 juli 2007. 2. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige verordening overeenkomstig de concordantietabel in de bijlage. Artikel 13 – Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2007. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE Concordantietabel Verordening (EEG) nr. 1907/90 | Deze verordening | Artikel 1 | Artikel 2 | Artikel 2, lid 1 | Artikel 1, lid 1 | Artikel 2, lid 3 | – | Artikel 2, lid 4 | – | Artikel 3 | – | Artikel 4 | – | Artikel 5, leden 1 en 3. | Artikel 5 | Artikel 5, lid 2 | – | Artikel 6, leden 1 en 2 | Artikel 3 | Artikel 6, lid 3 | Artikel 11 | Artikel 6, leden 4 en 5 | – | Artikel 7, lid 1, onder a) | Artikel 4, lid 1 | Artikel 7, lid 1, onder b) en c) | Artikel 6 | Artikel 7, lid 1, onder d) | Artikel 11 | Artikel 7, lid 2 | – | Artikel 8 | – | Artikel 9 | – | Artikel 10 | – | Artikel 11 | – | Artikel 12 | – | Artikel 13 | – | Artikel 14 | – | Artikel 15 | – | Artikel 16, lid 1, eerste zin | Artikel 1, lid 2 | Artikel 17 | – | Artikel 18 | Artikel 7, leden 1 en 2 | Artikel 19 | – | Artikel 20, lid 1 | Artikel 11 | Artikel 20, leden 2, 3 en 4 | – | Artikel 21 | Artikel 8 | Artikel 22, lid 1 | Artikel 9 | Artikel 22 bis | – | Artikel 23 | Artikel 12 | Artikel 24 | Artikel 13 | Bijlage I | Bijlage | [1] PB L 282 van 1.11.1975, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2). [2] PB C […] van […], blz. […] [3] PB L 173 van 6.7.1990, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1039/2005 (PB L 172 van 5.7.2005, blz. 1). [4] PB L 30 van 31.1.2002, blz. 44. Richtlijn gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003. [5] PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55. Gerectificeerde versie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. [6] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.