This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52004DC0824
Final Report from the Commission to the European Parliament and the Council on the Daphne Programme (2000 - 2003) {SEC(2004) 1595}
EindVerslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het Daphne-programma (2000-2003) {SEC(2004) 1595}
EindVerslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het Daphne-programma (2000-2003) {SEC(2004) 1595}
/* COM/2004/0824 def. */
Eindverslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het Daphne-programma (2000-2003) {SEC(2004) 1595} /* COM/2004/0824 def. */
Brussel, 22.12.2004 COM(2004) 824 definitief . EINDVERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over het Daphne-programma (2000-2003){SEC(2004) 1595} 1. SAMENVATTING Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van het Daphne-besluit wordt in dit verslag de voortgang geschetst van het Daphne-programma sinds de goedkeuring in januari 2000, en een overzicht gegeven van de belangrijkste punten die tot stand werden gebracht. Met Daphne wordt tegemoet gekomen aan de wijdverspreide en toenemende bezorgdheid onder de bevolking en op beleidsniveau over de kwestie geweld. Het programma heeft betrekking op alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, met inbegrip van geweld binnen het gezin, geweld op school, geweld tegen minderheden zoals homoseksuelen, gehandicapten, etnische minderheden enz. Het Daphne-programma is een van de bouwstenen van het beleid van de Europese Commissie ter bestrijding van criminaliteit dat past in het kader van het politieke streven van de Unie naar een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Er bestaan andere programma's en acties om specifieke delicten te bestrijden, zoals illegale inhoud op het internet, mensenhandel en verscheidene vormen van discriminatie. Daphne werkt hiermee nauw samen om de nodige coördinatie en consistentie te waarborgen. Het programma In de loop van hun zevenjarige bestaan (1997-2003) hebben het Daphne-initiatief en het daaropvolgende Daphne-programma veel meer respons gekregen dan kon worden voorzien. Er werden meer dan 2200 voorstellen ingediend, waarbij in totaal ongeveer 195 miljoen EUR werd aangevraagd. Uit deze overweldigende respons blijkt duidelijk dat het programma voorziet in een wezenlijke behoefte in de vrijwilligerssector. Tijdens de vermelde periode werden 303 projecten gefinancierd uit de EG-begroting voor een totaalbedrag van 31 miljoen EUR. Met het oog op een tenuitvoerlegging in optimale omstandigheden besteedt de Commissie bijzondere aandacht aan de controle op de voortgang van het programma en aan de evaluatie van de resultaten die met de gefinancierde projecten werden geboekt. Tijdens de uitvoeringsperiode worden alle projecten gecontroleerd en afzonderlijk beoordeeld. De resultaten De talrijke projectactiviteiten, waaronder innovatieve methoden voor preventie, samenwerking, uitwisselingen, netwerkvorming, de ontwikkeling van nieuwe modellen en de uitwisseling van beproefde methoden, hebben reeds hun eerste vruchten afgeworpen voor de activiteiten van NGO's en overheidsinstellingen in Europa (zoals blijkt uit de bijgevoegde studies). Organisaties blijken veel voordeel te hebben gehaald uit hun deelname aan Europese partnerschappen. Alle organisaties zijn erop vooruit gegaan, hetzij door het verwerven van kennis, hetzij door het verbeteren van samenwerkings- en managementvaardigheden of van hun imago. Het netwerkmechanisme levert op zich al resultaat op: het brengt groepen met elkaar in contact en leidt noodzakelijkerwijs tot onderlinge samenwerking tussen organisaties die door hun opzet doorgaans met elkaar wedijveren. Door de partnerschappen zijn programma's doeltreffender geworden en kunnen dubbel werk en verspilling van middelen worden voorkomen. Daarom kan worden gesteld dat het Daphne-programma erin slaagt de NGO-sector permanent op alle niveaus in te schakelen, wat leidt tot vele nieuwe partnerschappen en samenwerkingsverbanden die streven naar een ruimer Europees beleid ter bestrijding van geweld. Met het oog op dit verslag werd een evaluatie uitgevoerd van de activiteiten die in het kader van Daphne tijdens de voorbije zeven jaar (1997-2003) hebben plaatsgevonden [1]. Uit de evaluatie zijn o.a. volgende belangwekkende bevindingen naar voren gekomen: - bij de projecten die worden gefinancierd is er een billijk evenwicht tussen de verschillende categorieën van begunstigde doelgroepen: kinderen, jongeren en vrouwen; - aan de hand van de 220 uitvoerig onderzochte projecten werden 700 tastbare resultaten bereikt (bv. studies, handleidingen met beproefde methoden, handboeken, cd-roms, tv- of radiospots); - 65% van de projecten in het kader van het Daphne-programma heeft als doelstelling de uitwisseling van beproefde methoden. 34% van de behaalde resultaten heeft hiertoe bijgedragen. Hieruit blijkt de toegevoegde waarde van Daphne, dat de verspreiding van een aantal goede werkmethoden binnen de Europese Unie heeft bevorderd. Bovendien heeft 1 op 2 projecten geleid tot direct toepasbare resultaten, zoals praktijkgerichte acties en opleidingsmodules; - wat betreft de effecten van deze resultaten op de projectpartners, heeft 66% van de projecten ertoe geleid dat de deelnemers aan een project nu bij het uitvoeren van hun huidige opdrachten gebruik maken van nieuwe methoden. 80% van de partners erkennen dat ze over een grotere deskundigheid en kennis van zaken beschikken en dat ze nauwer betrokken zijn bij transnationale netwerken/partnerschappen; - wat betreft de invloed op de eindbegunstigden (kinderen, jongeren en vrouwen), heeft meer dan de helft van de projecten ertoe bijgedragen dat deze doelgroepen een betere toegang kregen tot bijstand en beter in staat waren om zelf het hoofd te bieden aan hun problemen. Dit resultaat is van cruciaal belang, omdat het niet beperkt blijft tot het concept van de slachtofferhulp maar ook rehabilitatie en emancipatie omvat; - een laatste vermeldenswaardige bevinding is dat 12% van de projecten gevolgen heeft gehad op de wetgeving en/of heeft geleid tot wijzigingen in het beleid. Aangezien Daphne in de eerste plaats niet tot doel heeft wetgevende maatregelen voor te stellen of het beleid bij te sturen, zijn het de sterke overtuiging en toewijding van sommige organisaties die dit neveneffect tot stand hebben gebracht. Dit kan als een pluspunt worden beschouwd. Zoals in dit verslag uitvoerig wordt uiteengezet, blijkt uit sommige bevindingen van de eindevaluatie dat er op bepaalde terreinen nog ruimte voor verbetering is. Met sommige van deze pijnpunten werd in de structuur van het Daphne II-programma reeds rekening gehouden, bijvoorbeeld door de oprichting van een helpdesk en door meer de klemtoon te leggen op de bekendmaking. 2. DOEL VAN HET VERSLAG Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Besluit nr. 293/2000/EG[2] van het Europees Parlement en de Raad ter instelling van het Daphne-programma, moet de Commissie op het einde van het programma een evaluatieverslag indienen bij het Europees Parlement en de Raad. In dit verslag wordt opgesomd wat sinds de goedkeuring van het Daphne-programma in januari 2000 is bereikt. De resultaten die in het kader van het voormalige Daphne-initiatief (1997-1999) en tijdens de eerste twee jaren van de tenuitvoerlegging van het Daphne-programma werden tot stand gebracht, worden in het verslag grondig onderzocht. Voorts bevat het ook een onderzoek van de in 2002 en 2003 gefinancierde projecten. Wat door middel van deze projecten werd bereikt, werd nog niet nagegaan, aangezien de projecten nog niet zijn afgerond. Bijgevolg heeft dit verslag betrekking op de activiteiten die gedurende een periode van zeven jaar hebben plaatsgevonden. Dit komt overeen met 303 projecten, waarbij meer dan 1500 organisaties waren betrokken. Het verslag blijft derhalve niet beperkt tot hetgeen artikel 9, lid 2, van Besluit nr. 293/2000/EG voorschrijft. 3. RESULTATEN EN EFFECTEN VAN DAPHNE Met het oog op dit verslag werd een evaluatie uitgevoerd van de activiteiten die in het kader van Daphne tijdens de voorbije zeven jaar (1997-2003) hebben plaatsgevonden. In bijlage 1 wordt de gebruikte methode toegelicht. Volledigheid is het belangrijkste kenmerk van dit onderzoek: alle projecten (303) van het initiatief (1997-1999) en het programma (2000-2003) werden onderzocht. De conclusies luiden als volgt: "De doelstellingen van het initiatief en het programma waren en blijven relevant voor de behoeften die hebben geleid tot hun oprichting, namelijk de bescherming van kinderen, jongeren en vrouwen tegen geweld en het voorkomen van geweld. Zowel de resultaten als de effecten dragen bij tot de realisatie van elke doelstelling van het Daphne-programma. Dit bevestigt de doeltreffendheid van het programma. Uit de indrukwekkende resultaten en effecten – in vergelijking met de bescheiden middelen die werden toegekend – blijkt de efficiëntie van het programma. Zodra de projecten zijn beëindigd, blijkt hun duurzaamheid vrij zwak te zijn, wegens een onvoldoende geplande en doelgerichte verspreiding en financieringsmoeilijkheden na afloop van het project." De bevindingen kunnen als volgt worden samengevat: [pic] 3.1. Relevantie Bij de beoordeling van de relevantie van het Daphne-programma wordt nagegaan in welke mate de doelstellingen aangepast zijn en blijven aan de context, namelijk de sociale problemen die het programma moet verhelpen. Relevantie van de Daphne-doelstellingen voor de sociale behoeften Voor geweldbestrijding wordt gebruik gemaakt van een groot aantal initiatieven en acties. Met Daphne wordt geen directe daling van het aantal geweldslachtoffers beoogd. Het programma heeft evenwel tot doel organisaties te ondersteunen die met hun acties de bescherming tegen en het voorkomen van geweld, alsmede de slachtofferhulp bevorderen. Dit verklaart waarom NGO's sinds het ontstaan van Daphne een cruciale rol hebben gespeeld. De Daphne-doelstellingen werden ruim gedefinieerd opdat ze geldig zouden zijn voor vele uiteenlopende vormen van geweld. Er zijn zes Daphne-doelstellingen: - steun aan multidisciplinaire netwerken; - uitwisseling van goede werkmethoden; - studies, onderzoeken en gegevensverzameling; - informatiecampagnes; - informatiebronnnen; - herkenning en rapportage van geweld. Aangezien deze doelstellingen los staan van de vormen van geweld waaraan aandacht wordt besteed, worden ze niet beïnvloed door de jaarlijkse prioriteiten omtrent geweldaspecten. Bovendien zijn deze doelstellingen meer instrumenten dan doelstellingen in de strikte zin van het woord. Ze bevorderen immers de meer algemene overkoepelende doelstellingen die impliciet aan de basis liggen van het programma, namelijk het Europese antwoord op geweld door het opzetten van netwerken en het uitwisselen van goede werkmethoden, preventie en bescherming van slachtoffers, grotere bewustwording. 3.2. Doeltreffendheid Bij de beoordeling van de doeltreffendheid van het Daphne-programma wordt nagegaan in welke mate de resultaten en effecten ertoe bijdragen om de doelstellingen van het Daphne-programma te bereiken. Voor elk project werd een verband gelegd tussen de resultaten van het project en de Daphne-doelstellingen die het project ondersteunde. Op een totaal van 699 resultaten zijn er 601 die de Daphne-doelstellingen sterk of zeer sterk ondersteunen op volgende werkterreinen: [pic] [pic] De bovenstaande grafiek moet als volgt worden geïnterpreteerd: 15% van de resultaten dragen bij tot de doelstelling "ondersteuning van multidisciplinaire netwerken". Deze resultaten kunnen als volgt worden opgesplitst: "conferenties, studiebijeenkomsten en workshops" (38%), "studies, rapporten en boeken" (16%) en "informatiemateriaal" (11%). In dit verband is het opvallend dat de doelstelling "uitwisseling van beproefde werkmethoden" door meer dan een derde van de resultaten wordt ondersteund. Hieruit blijkt a) het belang van deze doelstelling voor de deelnemers en b) de echte meerwaarde die door het Daphne-programma wordt gecreëerd met betrekking tot kennisoverdracht tussen landen en organisaties in Europa. Uit de grafiek vloeit ook voort dat het aansporen tot samenwerking (door "conferenties, studiebijeenkomsten en workshops") het resultaat is dat het meest bijdraagt tot de doelstellingen en dat alle doelstellingen bevordert. Het resultaat "studies, rapporten en boeken" draagt ook aanzienlijk bij tot alle doelstellingen. Vermeldenswaard is ook dat "opleidingsmateriaal en handboeken" van belang zijn voor drie doelstellingen. Hieruit blijkt dat opleiding een van de belangrijkste aandachtspunten moet blijven. Zoals blijkt uit punt 3.3. van de bijlage wordt elke programmadoelstelling ook nog eens ondersteund door effecten van de projecten. Uit de grafiek blijkt duidelijk dat de belangrijkste effecten een of meer programmadoelstellingen ondersteunen en dat alle programmadoelstellingen door effecten worden ondersteund. Zowel resultaten als effecten dragen dus bij tot de doeltreffendheid van het Daphne-programma. 3.3. Efficiëntie Bij de beoordeling van de efficiëntie van het programma worden de toegekende middelen vergeleken met de resultaten en de effecten met het oog op het opstellen van een kosten/batenverhouding. Een programma zoals Daphne is evenwel geen productie-eenheid, waarvan de kosten en de baten nauwkeurig in geld kunnen worden uitgedrukt. Hoewel de meeste middelen gekend zijn – en in bedragen kunnen worden uitgedrukt – is het zinloos om een monetaire waarde toe te kennen aan resultaten of effecten: kinderen en vrouwen in staat stellen om zichzelf beter te beschermen tegen geweld en geweldpreventie kunnen bijvoorbeeld niet in commerciële termen worden uitgedrukt. Er kunnen evenwel aanwijzingen worden verkregen over het nut van het programma, de resultaten en de effecten ervan. Bij de beoordeling van de efficiëntie werd een pragmatische aanpak gehanteerd, waarbij optimaal gebruik werd gemaakt van allerhande beschikbare informatie en de aandacht werd toegespitst op het nut van het programma. Op basis van een representatieve steekproef van 148 afgeronde projecten die werden onderzocht, kunnen volgende basisgegevens en cijfers worden vastgesteld: - in totaal bedragen de middelen van de in de steekproef opgenomen projecten bijna 20 miljoen EUR (tot 2001), of 133 000 EUR per project en 23 500 EUR per deelnemer; - de financiering door de EU zorgt voor 75% van de middelen, of 17 600 EUR per deelnemer. Gemiddeld betekent dit dat de EU 2 voltijdsequivalenten (FTE's) voor elk project voor een periode van één jaar financiert of 0,35 FTE per deelnemende organisatie. Gemiddeld komt dit neer op 0,8% van hun personeelsbestand; - bij twee derde van de projecten wordt de resterende 25% uitsluitend gefinancierd met interne middelen. Tien procent van de projecten kan alleen een beroep doen op externe middelen en een project op vier verklaart te beschikken over een combinatie van interne en externe middelen. De financiering wordt vaak aangevuld met additionele activiteiten van de deelnemende NGO's en door vrijwilligerswerk. Het ligt voor de hand dat de omvang van deze inspanningen moeilijk kan worden ingeschat; - gemiddeld genomen worden met elk project vijf resultaten bereikt die aanzienlijk bijdragen tot het totstandbrengen van de zes belangrijkste programmadoelstellingen. Een indrukwekkende hoeveelheid informatiemateriaal werd verspreid bij 98% van de projecten en in het kader van 90% van de projecten werden er allerhande evenementen georganiseerd. De resultaten en hun verspreiding hebben ervoor gezorgd dat de doelgroepen, eindbegunstigden, het algemene publiek en de beleidsmakers werden beïnvloed; - bij de 148 onderzochte projecten waren 1227 organisaties betrokken. De deelname aan een project had een effect op 97% van de organisaties, voornamelijk inzake een toegenomen deskundigheid, uitgebreidere netwerken of het overnemen van beproefde werkmethoden. Deelname aan Daphne heeft dus een blijvend en positief effect gehad op deze organisaties. Dit zijn waardevolle prestaties, vooral omdat de door de Commissie verstrekte middelen vrij bescheiden waren. Bij de beoordeling werd nagaan of er een duidelijk verband bestond tussen de omvang van de beschikbare middelen enerzijds en de kwaliteit en de hoeveelheid van de resultaten en effecten anderzijds. Er kon geen verband worden vastgesteld. De verklaring hiervoor ligt ten minste gedeeltelijk in het feit dat de meeste deelnemers aan Daphne het budget als een instrument beschouwen. Er wordt een beroep gedaan op vrijwilligers en aan de projectresultaten wordt bijzonder groot belang gehecht. Uit de bovenstaande informatie (en andere in de bijlage opgenomen gegevens) vloeit voor dat het programma efficiënt is, namelijk dat er met beperkte steun van de EU aanzienlijke prestaties en effecten werden tot stand gebracht. 3.4. Tenuitvoerlegging van Daphne en uitvoeringsmechanismen De coördinatoren werden verzocht hun mening te geven over volgende punten: de indiening- en contractprocedures van Daphne, de website, de ondersteuning tijdens het project en de evaluatie- en toezichtsystemen. De volledige gegevens kunnen worden geraadpleegd in bijlage 1. Een opmerking die hier alvast dient te worden gemaakt, is dat ten minste twee derden van de coördinatoren tevreden zijn over de meeste punten. In het algemeen lag het niveau van de tevredenheid iets lager bij het initiatief dan bij het programma. Uit het onderzoek over de evolutie van de tevredenheid over de "transparantie van het selectieproces" en de "kwaliteit van de ondersteuning door de Europese Gemeenschap tijdens de voorbereidingsfase" blijkt dat een groter deel van de projectcoördinatoren tevreden waren over de laatste jaren (van 2001 tot 2003) dan over de voorgaande periode. Dit is een hoopgevende ontwikkeling. Daphne-mechanismen | % tevreden projectcoördinatoren | |1997 |1998 |1999 |2000 |2001 |2002 |2003 | |Transparantie van het selectieproces |58% |52% |33% |50% |66% |61% |63% | |Kwaliteit van de ondersteuning van de Europese Commissie tijdens de voorbereidende fase |35% |61% |59% |56% |63% |79% |83% | | 4. CONCLUSIES Het doel van het Daphne-programma is ondersteuning van door diverse organisaties (met inbegrip van NGO's) en plaatselijke overheidsinstanties verrichte activiteiten ter bescherming van vrouwen en kinderen tegen geweld en ter preventie van dit geweld. Daphne voegt een Europese meerwaarde toe aan dit werk en bevordert het uitwisselen van ideeën en beproefde methoden door het vormen van netwerken en partnerschappen, alsmede door het uitvoeren van proefprojecten. Deze activiteiten bieden mogelijkheden voor kennisverwerving, informatie-uitwisseling, overdracht van vaardigheden en de aanpak van alle probleemgebieden. Hierbij staat het belang van de geweldslachtoffers altijd voorop. Voorts steunt Daphne acties ter bewustmaking van geweld - zowel bij het algemene publiek als bij risicogroepen - en van acties die onderzoek naar en studiebijeenkomsten over het thema geweld omvatten. Er zij op gewezen dat dit werk wordt verricht via nieuwe Europese netwerken en met het oog op gezamenlijke Europese actie en de uitwisseling van beproefde methoden. Gelet op de ervaring die bij de tenuitvoerlegging van het Daphne-programma en een uitgebreide effectenbeoordeling van de afgeronde projecten werd opgedaan, kunnen uit een onderzoek van de lopende projecten en interviews met de betrokken partijen de volgende conclusies worden getrokken: - "De doelstellingen van het initiatief en het programma waren en blijven relevant voor de behoeften die hebben geleid tot hun oprichting, namelijk de bescherming van kinderen, jongeren en vrouwen tegen geweld en het voorkomen van geweld. Zowel de resultaten als de effecten dragen bij tot de realisatie van elke doelstelling van het Daphne-programma. Dit bevestigt de doeltreffendheid van het programma. Uit de indrukwekkende resultaten en effecten – in vergelijking met de bescheiden middelen die werden toegekend – blijkt de efficiëntie van het programma. Zodra de projecten zijn beëindigd, blijkt hun duurzaamheid vrij zwak te zijn, wegens een onvoldoende geplande en doelgerichte verspreiding en financieringsmoeilijkheden na afloop van het project." - De hoge respons - meer dan 2200 voorstellen werden ingediend, waarbij er voor ongeveer 195 miljoen EUR aan middelen werd aangevraagd - wijst erop dat Daphne duidelijk beantwoordt aan een grote maatschappelijke behoefte. - Met ongeveer 700 resultaten hebben 303 projecten die voor financiering in aanmerking zijn gekomen, gezorgd voor een eerste respons en bijgedragen tot de bewustmaking van de betrokken doelgroepen. Ze hebben er ook in belangrijke mate voor gezorgd dat een aantal slachtoffers meer greep op hun eigen leven kregen en dat beter bekend werd hoe een beroep op bijstand kan worden gedaan; voorts werd het dienstenaanbod uitgebreid en bijgedragen tot het inzicht in sommige geweldmechanismen, enz. - Deze resultaten hebben niet alleen een invloed gehad op de partners, doelgroepen en eindbegunstigden, maar ook op de zich langzaam wijzigende maatschappelijke opvattingen over geweld en de ontwikkeling van het beleid op Europees en nationaal niveau. Overheidsinstellingen verkennen en ontwikkelen nieuwe modellen en methodes, die alle bijdragen aan de totstandkoming van een gemeenschappelijk kader en de beleidsmatige convergentie in de lidstaten. - Een andere vermeldenswaardige bevinding is dat 12% van de projecten invloed had op de wetgeving en/of heeft geleid tot wijzigingen in het beleid. Aangezien Daphne in de eerste plaats niet tot doel heeft wetgevende maatregelen voor te stellen of het beleid bij te sturen, zijn het de sterke overtuiging en toewijding van sommige organisaties die dit neveneffect tot stand hebben gebracht. Dit is een pluspunt. [1] Externe beoordeling door Bureau Van Dijk, Brussel (2004), niet gepubliceerd [2] PB L 34 van 9.2.2000, blz.1. e al i a e