This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003PC0796
Proposal for a Decision of the European Parliament and of the Council on a single framework for the transparency of qualifications and competences (Europass)
Voorstel voor een Beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende een enkel kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass)
Voorstel voor een Beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende een enkel kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass)
/* COM/2003/0796 def. - COD 2003/0307 */
Voorstel voor een Beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende een enkel kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass) /* COM/2003/0796 def. - COD 2003/0307 */
Voorstel voor een BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende een enkel kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass) (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Achtergrond en doelstelling 1.1. Beleidscontext 1. De laatste tien jaar is zowel op nationaal als op Europees niveau steeds meer aandacht uitgegaan naar transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties, zowel voor academische als beroepsdoeleinden. Een gebrek aan transparantie is, zowel vanuit onderwijs- als vanuit beroepsstandpunt, vaak beschouwd als een hindernis voor de mobiliteit en als een rem op de ontwikkeling van een flexibele arbeidsmarkt in Europa. Kwalificaties en competenties transparanter maken is essentieel om de mobiliteit tussen landen en regio's, tussen sectoren en bedrijven, alsook de overgang van leren naar werken in het perspectief van levenslang leren te bevorderen en te verbeteren. Vooral sinds de Europese Raad van Lissabon van maart 2000 is op deze kwesties bijzonder expliciet de nadruk gelegd. In de conclusies van het voorzitterschap is een grotere transparantie van de kwalificaties aangemerkt als een van de drie belangrijkste componenten van een beleid dat erop gericht is het aanbod van het onderwijs en de opleidingssystemen beter af te stemmen op de nieuwe behoeften van de kennismaatschappij wat betreft het niveau en de kwaliteit van de arbeid en levenslang leren. [1] In het bijzonder is er in de conclusies met klem op aangedrongen een gemeenschappelijk Europees model voor een curriculum vitae te ontwikkelen en in heel Europa een informatiesysteem over leermogelijkheden op te zetten, hetgeen intussen ook is gebeurd. [2] [1] Conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Lissabon, 23-24.3.2003, punt 25. [2] Ibid. punten 26 en 29. Het Ploteus-portaal komt hierna in punt 1.2 ter sprake, en het Europees Curriculum Vitae is een van de documenten die in het hier voorgestelde kader zullen worden ondergebracht. Twee jaar later hechtte de Europese Raad van Barcelona zijn goedkeuring aan het werkprogramma voor de follow-up van het doelstellingenverslag en stelde hij als streven de Europese onderwijs- en opleidingsstelsels vóór 2010 tot een kwaliteitsreferentie op wereldniveau te maken. Hiertoe riep de Raad specifiek op tot verdere actie om de transparantie van diploma's en kwalificaties met passende middelen te verzekeren, onder meer door het Europese studiepuntenoverdrachtsysteem (ECTS), het Diploma- en Certificaatsupplement, en het Europees Curriculum Vitae [3]. [3] Conclusies van de Europese Raad van Barcelona, 15-16.3.2002, punt 44. 2. In de mededeling van de Commissie "Een Europese ruimte voor levenslang leren realiseren" van 21 november 2001 zijn deze kwesties behandeld in het hoofdstuk "Leren waarderen". Daar wordt ook met klem gewezen op het belang van transparantie om iemands vaardigheden, ongeacht of deze binnen of buiten een formele onderwijscontext zijn verworven, te erkennen. [4] [4] COM(2001) 678 def. In Aanbeveling 2001/613/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juli 2001 inzake de mobiliteit binnen de Gemeenschap van studenten, personen in opleiding, vrijwilligers, leerkrachten en opleiders [5], is gepleit voor de bevordering van een algemeen gebruik van transparante documenten om op het gebied van kwalificaties één Europese ruimte te creëren. Daarnaast is in het actieplan voor mobiliteit dat in december 2000 op de Europese Raad van Nice is goedgekeurd, een aantal maatregelen hiertoe opgenomen. [6] [5] PB L 215 van 9.8.2001, blz. 30. [6] Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 14 december 2000 houdende een actieplan voor de mobiliteit (2000/C 371/03), PB C 371 van 23.12.2000, blz. 4. De mededeling van de Commissie over een actieplan voor vaardigheden en mobiliteit [7] bevatte een oproep tot de toepassing en ontwikkeling van middelen ter ondersteuning van de transparantie en overdraagbaarheid van kwalificaties om tegen 2003 de mobiliteit binnen en tussen de sectoren te vergemakkelijken; de mededeling bepleitte daarnaast het opzetten van een Europese "one-stop" informatiesite over mobiliteit als onderdeel van een ruimer Europees netwerk voor de verstrekking aan het publiek van uitgebreide en gemakkelijk toegankelijke informatie over essentiële aspecten van arbeid, mobiliteit, leermogelijkheden en de transparantie van kwalificaties in Europa. De resolutie van de Raad van 3 juni 2002 [8] inzake vaardigheden en mobiliteit en de Resolutie van de Raad van 27 juni 2002 [9] inzake levenslang leren riepen op tot versterkte samenwerking, onder meer voor een kader voor transparantie en erkenning gebaseerd op de bestaande instrumenten. [7] COM(2002)72 def. van 13.2.2002. [8] PB C 162 van 6.7.2002, blz. 1. [9] PB C 163 van 9.7.2002, blz. 1. 3. Tijdens de laatste twee jaar is gestart met een versterkte samenwerking voor beroepsonderwijs en -opleiding. Dit proces is geïnspireerd op het "Bologna-proces" voor het hoger onderwijs en stoelt op twee beleidsdocumenten, de verklaring van Kopenhagen van 30 november 2002 [10] en de Resolutie van de Raad van 19 december 2002 over de bevordering van intensievere Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding. [11] De verklaring van Kopenhagen bevatte een expliciete oproep tot actie ter bevordering van de "transparantie in beroepsonderwijs en -opleiding door de toepassing en rationalisering van informatiehulpmiddelen en -netwerken, waaronder het onderbrengen van bestaande instrumenten - zoals het Europees CV, aanvullingen op diploma's en certificaten, het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen en de Europass - in één enkel kader." [10] Verklaring van de Europese ministers bevoegd voor beroepsonderwijs en -opleiding en van de Europese Commissie, in Kopenhagen bijeen op 29 en 30 november 2002, over de bevordering van intensievere Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding. Zie http://europa.eu.int/comm/education/ copenhagen/index_en.html. [11] PB C 013, 18.1.2003, blz. 2. 4. Dit voorstel voor een beschikking stelt een enkel kader vast voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties zoals bepleit door voornoemde resolutie van de Raad, en voorziet in passende uitvoerings- en ondersteuningsmaatregelen. De sleutelprincipes zijn rationalisatie en coördinatie, toegepast op de transparantiedocumenten, de desbetreffende uitvoerende organen en daarmee verband houdende netwerken. Dit voorstel voor een beschikking voorziet alleen voor de ontwikkelingsfase (2005-2006) in financiële steun van de Gemeenschap. De Commissie is voornemens om tijdens de daarop volgende jaren steun te verlenen in het kader van de momenteel geplande toekomstige generatie programma's op het gebied van onderwijs en opleiding. 1.2. Transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties 1. Transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties is iets anders dan de formele erkenning van kwalificaties. Er wordt naar meer transparantie gestreefd met het oog op erkenning in een bredere sociale betekenis: nl. voor het streven naar begrip en waardering voor zowel kwalificaties als competenties op de arbeidsmarkt. Transparantie impliceert nooit een wettelijke erkenning, ook al is een wettelijke erkenning alleen mogelijk nadat voldoende transparantie is bereikt. 2. Transparantie van zowel kwalificaties en competenties is het specifieke doel van een aantal Europese initiatieven van de afgelopen jaren. * Vooral in het hoger onderwijs zijn er veel initiatieven geweest om de transparantie en vergelijkbaarheid van kwalificaties te verbeteren. Met het Europees Systeem voor de overdracht van studiepunten (ECTS) is vijftien jaar geleden op communautair niveau gestart als een proefproject in het kader van het eerste Erasmus-programma; vandaag is het in meer dan duizend instellingen voor hoger onderwijs in gebruik, ook niet-universitaire, zowel binnen als buiten de Europese Unie. [12] In 1999 zijn de Europese ministers van Onderwijs begonnen met het "Bologna-proces", met het oog op een algemene convergentie van de structuren van de verschillende systemen voor hoger onderwijs door hervormingen op vrijwillige basis, gestoeld op gemeenschappelijke beginselen en overeengekomen doelstellingen. [13] In de 31 betrokken landen zijn nationale informatiecentra voor de academische erkenning (NARIC's) opgezet. [14] [12] Zie http://europa.eu.int/comm/education/ programmes/socrates/ects_nl.html, en [13] Zie http://europa.eu.int/comm/education/ policies/educ/bologna/bologna_en.html. [14] Zie http:// www.enic-naric.net. * In nauwe samenwerking met het ECTS heeft de Europese Commissie samen met de Raad van Europa en de UNESCO een document opgesteld om de transparantie van kwalificaties in het hoger onderwijs te verbeteren: het Diplomasupplement. Alle landen die zijn aangesloten bij het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio zijn ertoe gehouden dit Diplomasupplement te verspreiden. [15] Het gebruik van dit Diplomasupplement, dat ook door de verklaring van Bologna uit 1999 en de aanbeveling van de Raad en het Europees Parlement uit 2001 inzake mobiliteit [16] wordt bepleit, wint steeds meer veld in de instellingen voor hoger onderwijs in Europa en daarbuiten [17], en wordt in diverse landen ook door wetgevende maatregelen gesteund. De conferentie van Europese ministers over de verwezenlijking van een Europese ruimte voor hoger onderwijs, die in september 2003 in Berlijn is gehouden, stelde als doel voorop dat elke student die vanaf 2005 afstudeert automatisch en gratis het Diplomasupplement [18], opgesteld in een goed bekende Europese taal, moet krijgen. De Commissie heeft een "Diplomasupplementlabel" ingevoerd voor instellingen van hoger onderwijs die aan deze vereisten beantwoorden. [15] Goedgekeurd in Lissabon op 11 april 1997 (UNESCO, "European Treaty Series" nr. 165). Voor een dergelijk document op communautair niveau was gepleit in de conclusies van de Raad van 6.5.1996 inzake de synergie tussen academische erkenning en beroepserkenning van diploma's in de Gemeenschap, PB C 195 van 6.7.1996, blz. 6. [16] Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 10 juli 2001 inzake de mobiliteit binnen de Gemeenschap van studenten, personen in opleiding, vrijwilligers, leerkrachten en opleiders, PB L 215 van 9.8.2001, blz. 30. [17] Zie http://europa.eu.int/comm/education/ policies/rec_qual/recognition/diploma_en.html. [18] Communiqué van de conferentie. Zie http://www.bologna-berlin2003.de/en/ communique_minister/index.htm. * Sinds 2000 bestaat de Europass-beroepsopleidingen waarin op uniforme wijze de mobiliteitservaringen staan opgesomd die aan een aantal gemeenschappelijke criteria beantwoorden, zoals het feit dat een deel van de opleiding in een arbeidscontext plaatsvindt. Het document is door een specifieke beschikking van de Raad ingesteld en is van toepassing op de EER-landen. [19] In de eerste drie jaar van zijn bestaan is de Europass-beroepsopleidingen aan ongeveer 50 000 burgers uit de 18 deelnemende landen uitgereikt. [19] Beschikking van de Raad 1999/51/EG van 21 december 1998 inzake de bevordering van Europese trajecten in alternerende beroepsopleidingen, waaronder begrepen het leerlingwezen, PB L 17 van 22.1.1999, blz. 45. * In de resolutie van de Raad van 3 december 1992 [20] is gepleit voor een beter begrip van de kwalificatiesystemen van de verschillende lidstaten en ook van de kwalificaties zelf, terwijl de resolutie van de Raad van 15 juli 1996 [21] meer in het bijzonder betrekking had op de grotere leesbaarheid van de opleidingscertificaten van beroepsopleidingen. Binnen het Europees Forum voor de transparantie van beroepskwalificaties, dat in 1998 als een gemeenschappelijk initiatief tussen de Commissie en CEDEFOP is opgezet, zijn in deze zin concrete stappen gezet. Dit Forum, dat bestaat uit leden die door de lidstaten, de sociale partners en de Commissie zijn aangewezen, heeft voor meer consistentie en zichtbaarheid in het debat over transparantie gezorgd. Hieruit zijn een aantal praktische aanbevelingen voortgekomen die in een breder wetgevend kader zijn geïntegreerd. Meer in het bijzonder heeft het Forum voor het eerst het Certificaatsupplement, het Europees Curriculum Vitae en de nationale referentiepunten voor kwalificaties als hieronder beschreven voorgesteld. [20] PB C 49 van 19.2.1993, blz. 1. [21] PB C 224 van 1.8.1996, blz. 7. * De Certificaatsupplementen, waarin wordt uitgelegd wat een bepaalde kwalificatie in termen van competenties betekent en bij wat voor een opleidingsstelsel zij hoort, worden momenteel in alle lidstaten volgens een bepaald overeengekomen gemeenschappelijk model opgesteld. [22] De aanbeveling van de Raad en het Europees Parlement inzake mobiliteit uit 2001 had het uitreiken van supplementen op opleidingscertificaten aanbevolen. [22] Zie http://www.cedefop.eu.int/transparency/ certsupp.asp. * Sinds maart 2002 is het gemeenschappelijk Europees model van het curriculum vitae zowel op internet als in een papieren versie beschikbaar. [23] Zoals uit de benaming blijkt, is het een persoonlijk document dat door de houder ervan moet worden ingevuld. Voor dit curriculum vitae was specifiek gepleit in de conclusies van de Raad van Lissabon van 2000 [24], en het is concreet vastgesteld in een aanbeveling van de Commissie. [25] Tussen maart 2002 en september 2003 zijn meer dan 500 000 cv's van de website van CEDEFOP gedownload. [23] Zie http://www.cedefop.eu.int/transparency/ cv.asp of http://europa.eu.int/ eures. [24] Conclusie 26. Zie http://ue.eu.int/nl/info/eurocouncil/ . [25] Aanbeveling van de Commissie van 11 maart 2002 betreffende een gemeenschappelijk Europees model voor curricula vitae (cv's), C(2002) 516, PB L79 van 22.3.2002, blz. 66. * In alle lidstaten worden (of werden reeds) nationale referentiepunten voor beroepskwalificaties (NRP) ingesteld. Het is de bedoeling dat deze referentiepunten het eerste en voornaamste contactpunt worden voor alle kwesties die met kwalificaties verband houden. [26] Het opzetten van deze NRP's was in 2001 aanbevolen door de aanbeveling van de Raad en het Europees Parlement inzake mobiliteit. [26] Zie http://www.cedefop.gr/transparency/ refpoint.asp. * Een belangrijke bijdrage tot transparantie op het gebied van onderwijs en opleiding wordt geleverd door beroepskeuzevoorlichtings- en begeleidingsdiensten, met name om zowel de gewone Europese burger als mensen van het vak de opleidings- en kwalificatiesystemen in andere landen juist te leren begrijpen en hanteren. In deze zin is meer bepaald het Euroguidance-netwerk in heel Europa actief. Dit netwerk ging van start in het kader van het programma Petra, en wordt momenteel medegefinancierd door het programma Leonardo da Vinci. [27] Het Euroguidance-netwerk is onder meer verantwoordelijk voor de inhoud van de portaalsite Ploteus, waarop sinds maart 2003 een ieder informatie kan vinden over leermogelijkheden in Europa, naast voorlichting over de onderwijs- en opleidingssystemen van andere landen. [28] Ploteus, waarmee ook informatie wordt verstrekt over leermogelijkheden ten behoeve van de Europese portaalsite over mobiliteit [29], is de eerste stap naar de Europese informatiedienst over opleidingsmogelijkheden waarom in de conclusies van de Raad van Lissabon van 2000 was gevraagd en die momenteel door het uitwisselbaar maken van de diverse nationale diensten in heel Europa wordt opgezet. [27] Zie http:// www.euroguidance.org.uk. [28] Zie http://www.ploteus.net/ploteus/portal/ home.jsp. [29] Zie http://europa.eu.int/ eures. 3. Wat concreet taalvaardigheden betreft, heeft de Raad van Europa het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen en het Europees Taalportfolio ontwikkeld. Het eerste is een hulpmiddel voor de vaststelling van duidelijke einddoelen die in opeenvolgende stadia van het leerproces moeten worden bereikt en voor de evaluatie van de resultaten op een internationaal vergelijkbare manier. Dit kader wordt meer en meer gebruikt voor de hervorming van nationale curricula en door internationale consortia voor de vergelijking van taalcertificaten. Het Europees Taalportfolio is een document waarop eenieder zijn taalvaardigheden en ervaringen kan registreren, gebaseerd op het gemeenschappelijke kader. In de lidstaten van de Raad van Europa worden gespecialiseerde portfolio's ontwikkeld, afhankelijk van de leeftijd van de lerenden en de nationale context, alsook overeenkomstig de overeengekomen gemeenschappelijke beginselen en richtsnoeren. [30] [30] Zie http:// www.culture2.coe.int/ portfolio. 4. In het kader van de sociale dialoog zijn de sociale partners op Europees niveau in februari 2002 een actiekader overeengekomen voor de levenslange ontwikkeling van competenties en kwalificaties [31], waarin de erkenning en validering van competenties en kwalificaties als een van de vier prioritaire actiegebieden zijn aangemerkt op basis van het beginsel van de gedeelde verantwoordelijkheid. In dit verband wezen de sociale partners met klem op de noodzaak om de transparantie en de overdraagbaarheid te verbeteren, als een middel om de geografische en beroepsmobiliteit te vergemakkelijken en de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten te vergroten, en kwamen zij een verdergaande dialoog en deelname aan het debat over deze kwesties overeen. [31] ETUC, UNICE/UEAPME, CEEP, "Framework of actions for the lifelong development of competencies and qualifications", 14 maart 2002. De tekst is beschikbaar op de internetsites van deze organisaties, http://www.etuc.org, http:// www.unice.org, http://www.ueapme.org, http:// www.ceep.org. 5. Naast de hierboven opgesomde middelen en initiatieven die op Europees niveau zijn overeengekomen en vastgesteld, hoewel de concrete toepassing ervan van vrijwillig te treffen maatregelen van de lidstaten afhangt, is op nationaal, lokaal en bedrijfsniveau een groot aantal op transparantie betrekking hebbende instrumenten ontwikkeld. Het gaat hier onder meer om vaardighedenpaspoorten - zoals de "EMU-Pass" die door de Europese Metaalunie is ontwikkeld om de mobiliteit van geschoolde arbeiders in de metaalindustrie [32] te vergemakkelijken, hulpmiddelen voor de evaluatie, alsook een hele reeks beroepsprofielen, kwalificatiekaders en informatiediensten op internet. [32] Zie http:// www.emu-pass.com. Een aantal van deze hulpmiddelen is ook binnen het programma Leonardo da Vinci als proefproject ontwikkeld. Een van deze projecten lag aan de basis van de "European Computer Driving Licence" (ECDL), een in heel Europa welbekende kwalificatie die mensen in staat stelt hun competentie op computergebied aan te tonen. [33] Een ander project resulteerde in de Estia-website, die informatie bood over de opleidings- en kwalificatiesystemen in talrijke Europese landen en als basis heeft gediend voor het betreffende onderdeel van de portaalsite Ploteus. [34] Eén project dat in het kader van de eerste fase van het programma Leonardo da Vinci is medegefinancierd, heeft gedeeltelijk geanticipeerd op het concept van de bestaande Europass-beroepsopleidingen, terwijl twee projecten in de tweede fase erop gericht waren dit instrument gericht te verspreiden. [35] [33] Zie http://leonardo.cec.eu.int/ pdb, nr. 1480 (1995-1999). Zie http://www.ecdl.com. [34] Zie http:// leonardo.cec.eu.int/pdb, nrs. 3651, 36041, 76330 (1995-1999). Zie http:// www.estia.educ.goteborg.se. [35] Zie http://leonardo.cec.eu.int/ pdb: nr. 65627 (1995-1999) (cf. http:// www.europass-formation.org); "Europathway and Europass", nr. 115700 en "Pro-Europass", nr. 126609 (2000-2006) (zie http://www.amiedu.net/ europass). 1.3. Doel 1.3.1. De toegevoegde waarde van een enkel kader voor transparantie voor alle vormen van onderwijs en opleiding 1. Zoals eerder al gezegd, staan zowel voor onderwijs als opleiding reeds een aantal hulpmiddelen ter beschikking van de Europese burger: het gemeenschappelijke model voor een Europees Curriculum Vitae, Diplomasupplementen, de bestaande Europass-beroepsopleidingen. De Certificaatsupplementen en het Europees Taalportfolio worden door de nationale autoriteiten overeenkomstig op Europees niveau overeengekomen modellen ontwikkeld. Men kan zich ook laten bijstaan door beroepskeuzevoorlichtings- en begeleidingsdiensten. Er kan nochtans nog extra voordeel worden behaald door een rationalisering en vereenvoudiging die ondersteund worden door wetgevende maatregelen op communautair niveau, met als bedoeling de verschillende hulpmiddelen te coördineren en te stroomlijnen. 2. De hierboven opgesomde documenten zijn bedoeld voor specifieke behoeften en zijn via diverse regelingen tot stand gekomen; het is daarom niet verwonderlijk dat zij gewoonlijk afzonderlijk worden beheerd en bevorderd. Wie op de hoogte is van de Europass-beroepsopleidingen is daarom niet noodzakelijk ook bekend met het Europees Curriculum Vitae of het Certificaatsupplement. Dit geldt zowel voor de aanvragers die op die manier geen volledig gebruik kunnen maken van het bestaande aanbod aan hulpmiddelen, als voor wie aanvragen evalueert, bv. werkgevers, die de ondersteunende en verduidelijkende taak van deze hulpmiddelen in voorkomend geval niet goed inschatten. Hoewel deze documenten elk op zich staan en elk ervan bepaalde typische kenmerken heeft, is er toch één gemeenschappelijk element: zij hebben alle tot doel mensen te helpen om hun kwalificaties en competenties bekend te maken. Door deze documenten te coördineren kan daarom de toegang ertoe, de zichtbaarheid en doeltreffendheid ervan worden verbeterd. In sommige landen zijn reeds inspanningen gedaan om tot een gecoördineerde bevordering ervan te komen. [36] [36] Zie in het bijzonder het Oostenrijkse initiatief "Chance Europa": http:// www.chance-europa.at. Indien de bestaande middelen in een gecoördineerd kader worden geïntegreerd dat in elk land door één afzonderlijk orgaan wordt bevorderd en begeleid en dat zowel op nationaal als Europees niveau wordt ondersteund door een degelijk informatiesysteem, zou dit de toegang ertoe vergemakkelijken en een grotere samenhang en betere bekendheid ervan verzekeren. Aangezien het hier communicatiemiddelen betreft, betekent dit ook dat zij een grotere doeltreffendheid krijgen en beter besteed worden: een gecoördineerd pakket van documenten heeft immers een groter communicatie-effect dan een hele reeks losse documenten. 3. Deze redenering gaat ook op voor de bestaande netwerken die de Europese burger willen helpen met kwesties als transparantie. In de eerste plaats is het zo dat voor elk van de hierboven genoemde documenten op nationaal niveau een verschillend orgaan of netwerk werkzaam is. Daarnaast zijn ook de nationale referentiepunten en Euroguidance twee netwerken die aan de gewone burger en onderwijsmensen informatie verstrekken. Ook het NARIC- en ENIC-netwerk hebben een beperkte werkingssfeer. In een klein aantal landen worden sommige van deze activiteiten door een en dezelfde organisatie verricht, gewoonlijk is er echter eerder sprake van fragmentering dan van coördinatie. [37] Dit heeft tot gevolg dat de burger het soms moeilijk heeft om alle mogelijke voordeel uit de waardevolle informatie te halen die door de diverse netwerken en diensten wordt aangeboden. [37] Alleen in Italië, Finland en Luxemburg is bv. dezelfde organisatie actief als nationaal contactpunt voor de Europass-beroepsopleidingen en als nationaal referentiepunt. 4. Er bestaat een behoefte om de bestaande middelen en netwerken te coördineren en te rationaliseren, en hiertoe zijn maatregelen op communautair niveau vereist. De betrokken documenten worden immers reeds op communautair niveau geproduceerd, gecoördineerd en goedgekeurd (en zelfs tot buiten de Gemeenschap in het geval van het Diplomasupplement en het Europees Taalportfolio) en de netwerken en diensten ervan zijn in heel Europa actief. De Europese dimensie van zowel de documenten als de netwerken staat niet ter discussie en is er ontegenzeggelijk een onderdeel van. Daarom kan ook het enkele kader niet anders dan op communautair niveau worden vastgesteld. 5. Door de hulpmiddelen en netwerken te rationaliseren en hun activiteiten te coördineren, meer bepaald d.m.v. een wetstekst die op communautair niveau wordt goedgekeurd, wordt ook de ontwikkeling van andere hulpmiddelen begunstigd. Dit betekent immers dat wie dergelijke hulpmiddelen wil opzetten - nationale overheden, internationale organisaties, de sociale partners of maatschappelijke organisaties -, kan beschikken over een bestaand, coherent referentiekader. Dit vergemakkelijkt de taak om de eigen behoeften te evalueren en passende voorstellen in een bredere context te formuleren, waardoor de ontwikkeling van samenhangende instrumenten wordt bevorderd. 6. Samengevat: het onderbrengen van de diverse documenten in een enkel kader en het harmoniseren van de ermee verband houdende uitvoerende en ondersteunende netwerken zal de Europese burger de beschikking geven over een doeltreffender communicatiemiddel, dat meer samenhang heeft, gemakkelijker toegankelijk is, zichtbaarder is en grotere erkenning geniet, en zal voor de ontwikkeling van nieuwe hulpmiddelen een degelijk referentiekader bieden. 1.3.2. Algemene, specifieke en operationele doelstellingen De algemene doelstellingen op lange termijn staan aangegeven in de artikelen 149 en 150 van het Verdrag. Een betere transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties zal concreet gesproken het volgende vergemakkelijken: - de mobiliteit van de studenten, m.i.v. de academische erkenning van diploma's en studiejaren. Dit wordt aangemerkt als een van de doelstellingen voor communautaire actie ter ontwikkeling van kwaliteitsonderwijs (artikel 149); - de mobiliteit van stagiairs, alsook de beroepsmatige integratie en reïntegratie op de arbeidsmarkt. Dit is aangegeven als een van de doelstellingen voor communautaire actie voor de uitvoering van een beroepsopleidingsbeleid (artikel 150). Om deze langetermijndoelstellingen te bereiken, wordt van de voorgestelde maatregelen verwacht dat zij de volgende specifieke doelstellingen halen: - een beter bewustzijn van en betere toegang voor iedereen - met name voor lerenden, leraren en opleiders, werkgevers en mensen die over toelating tot opleidingen beslissen - tot de bestaande transparantie-instrumenten, door de samenvoeging ervan in een enkel gecoördineerd kader en door een rationalisering van vergelijkbare netwerken; - een sterkere communicatie-impact van de bestaande transparantie-instrumenten, door gebruikmaking van een gemeenschappelijk, op ruime schaal bekendgemaakt logo; - de mogelijkheid voor de ontwikkeling van verdere transparantie-instrumenten; - betere voorlichting over kwesties die verband houden met transparantie en mobiliteit - kansen, voorwaarden, erkenning - door de diensten voor beroepsoriëntatie nauw te betrekken bij de gecoördineerde werking van het kader voor transparantie. Op een meer praktisch niveau moet het volgende worden nagestreefd: - een degelijk uitvoeringsmechanisme moet worden opgezet zodat het Europass-portfolio en zijn documenten beschikbaar zijn en verspreid worden; - een passende invulling en uitreiking van de Europass-documenten door verstrekkers van opleidingen en instanties die mobiliteit bevorderen, en de inpassing ervan in het Europass-kader; - het gebruik van het Europass-kader en zijn documenten door eenieder die voor een baan solliciteert of verzoekt om tot een bepaalde onderwijsinstelling of opleiding te worden toegelaten. De mate waarin deze doelstellingen worden bereikt kan worden geëvalueerd door een analyse van kwantitatieve en kwalitatieve informatie die door de beheerders of via specifieke enquêtes beschikbaar wordt gesteld. Een tabel met doelstellingen en de bijbehorende indicatoren en een opsomming van de belangrijkste uit te voeren activiteiten is te vinden in het Financieel Memorandum in de bijlage bij dit voorstel voor een beschikking. 1.4. Overleg en voorafgaande evaluatie Een eerste schets van het enkele kader werd gepresenteerd aan en goedgekeurd door de directeuren-generaal voor de beroepsopleiding tijdens hun vergadering op 10 en 11 maart 2003 in Thessaloniki. Tijdens de vergadering van 20 oktober in Benevento is een positief advies uitgebracht over de ontwerp-tekst. Een meer gestructureerde versie van dit voorstel voor een beschikking werd op 5 juni 2003 door het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding goedgekeurd. [38] De leden van dit comité werden in oktober 2003 via de schriftelijke procedure ook om advies over de ontwerp-tekst gevraagd. De reacties waren positief en constructief. [38] Het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding is een tripartiet adviesorgaan met vertegenwoordigers van werknemersorganisaties, werkgeversorganisaties en de overheid. Zie Besluit 63/266/EEG van de Raad van 2 april 1963 houdende vaststelling van de algemene beginselen voor de toepassing van een gemeenschappelijk beleid met betrekking tot de beroepsopleiding (1963/266/EEG), PB nr. 63 van 20.4.1963, blz. 1338 en het reglement van het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding, 63/688/EEG, PB P 190 van 30.12.1963, blz. 3090. Er is rekening gehouden met de opmerkingen van de directeuren-generaal voor de beroepsopleiding en het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding, met name door de nadruk te leggen op de coördinerende rol van de nationale Europass-bureaus. In dit ontwerp-voorstel is ook rekening gehouden met bijdragen en opmerkingen van een werkgroep die is opgericht voor de follow-up van de verklaring van Kopenhagen over transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties [39] en van vertegenwoordigers van de bestaande nationale contactpunten voor de Europass-beroepsopleidingen. [39] De werkgroep omvat vertegenwoordigers van de lidstaten en de kandidaat-lidstaten, alsook van de Europese sociale partners. Ook van diverse relevante diensten van de Raad van Europa zijn er positieve en constructieve reacties gekomen. Tijdens de zomer van 2003 is een interne voorafgaande evaluatie doorgevoerd. Daarbij waren diverse diensten van het directoraat-generaal Onderwijs en cultuur betrokken, dat op communautair niveau verantwoordelijk is voor alle documenten en netwerken die in dit voorstel voor een beschikking worden behandeld. In deze evaluatie werden de hierboven genoemde algemene, specifieke en operationele doelstellingen vastgesteld; deze doelstellingen worden samen met hun respectieve indicatoren nog eens opgesomd in de tabel die in het Financieel Memorandum, in de bijlage bij dit voorstel, is opgenomen. De voorafgaande evaluatie is ook nuttig gebleken om een fundamentele kostenraming te maken waarop het referentiebedrag voor de financiële steun is gebaseerd. 1.5. Rechtsgrond en rechtsvorm van het instrument 1. De artikelen 149 en 150 van het Verdrag vormen de rechtsgrond voor dit voorstel voor een beschikking. 2. De aangewezen rechtsvorm is een beschikking van het Europees Parlement en de Raad, tot intrekking van Beschikking 1999/51/EG van de Raad waarbij de bestaande Europass-beroepsopleidingen werden ingesteld. 2. Inhoud 2.1. Doel en reikwijdte van dit voorstel voor een beschikking Om de hierboven aangegeven doelstellingen te bereiken, stelt dit voorstel voor een beschikking een enkel kader vast voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties, onder de naam Europass, alsook de noodzakelijke uitvoerende en ondersteunende maatregelen, en bepaalt het de kosten die voor de eerste twee werkjaren zijn geraamd. De sleutelbegrippen zijn coördinatie en rationalisatie: de Europass is een gecoördineerd portfolio van documenten; alle daarmee verband houdende activiteiten - uitvoering, verspreiding, steun - zijn gestroomlijnd en gecoördineerd. 2.2. Het Europass-kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties Het belangrijkste concept is afzonderlijk bestaande documenten bedoeld voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties aan elkaar te koppelen in een enkel kader, in de vorm van een gestructureerd portfolio van documenten, onder de naam Europass. De merknaam Europass wordt overgenomen van de bestaande Europass-beroepsopleidingen die door dit voorstel voor een beschikking wordt hervormd en herdoopt tot MobiliPass. De naam Europass heeft geen connotatie met een bepaald land en de verwijzing naar een paspoort verwijst in eerste instantie naar het belangrijkste kenmerk van het kader en al zijn documenten: nl. degenen die van een situatie naar een andere evolueren bij te staan, ook zonder dat dit een geografische mobiliteit inhoudt. Het kernstuk van het Europass-portfolio is het Europees Curriculum Vitae, waaraan de andere Europass-documenten gekoppeld worden. Dit voorstel voor een beschikking brengt binnen het Europass-portfolio rechtstreeks een aantal reeds bestaande documenten onder, waarbij echter duidelijk wordt gesteld dat hier geen volledige lijst van Europass-documenten wordt geboden: in de toekomst kunnen immers nog andere documenten als een onderdeel van de Europass worden beschouwd, op voorwaarde dat zij tot hetzelfde doel, nl. een verbetering van de transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties, bijdragen en voldoen aan de praktische voorwaarden die voor opname in het portfolio worden gesteld. Het is aan de Commissie en de relevante nationale autoriteiten om na te gaan of aan deze voorwaarden is voldaan. Voor de Europese burger is het gebruik van een afzonderlijk Europass-document of van het hele Europass-portfolio vrijwillig: het is een kans die geboden wordt en geen verplichting die wordt opgelegd. 2.3. Bestaande documenten binnen het Europass-kader In dit voorstel voor een beschikking worden de eerste vijf documenten gedefinieerd die in het Europass-portfolio worden opgenomen. Deze documenten bestaan reeds, behalve (ten dele) de MobiliPass, die wordt ingesteld om de bestaande Europass-beroepsopleidingen te vervangen, maar die in werkelijkheid vele kenmerken van deze laatste overneemt. Voor de andere documenten is geen wijziging echt noodzakelijk, behalve dat zij nu van het Europass-logo worden voorzien en in elektronische vorm beschikbaar worden gesteld. Het is de opdracht van de Commissie om er samen met de relevante nationale autoriteiten of internationale organisaties voor te zorgen dat een gemeenschappelijk Europass-logo en een coherente grafische vormgeving voor alle Europass-documenten worden gebruikt. Elk document wordt in een bijlage specifiek beschreven, m.i.v. een algemeen structuurmodel van het Europees Curriculum Vitae, de MobiliPass en het Certificaatsupplement. In dit voorstel voor een beschikking wordt echter niet in detail gespecificeerd hoe de lay-out en de daarmee verband houdende grafische opties er concreet moeten uitzien, opdat nog ruimte blijft voor aanpassingen en verbeteringen indien nodig. De door dit voorstel voor een beschikking binnen het Europass-kader samengebrachte documenten zijn stuk voor stuk documenten die op Europees niveau tot stand zijn gekomen, hetzij op initiatief van de communautaire instellingen, of van internationale organisaties zoals de Raad van Europa en de UNESCO, of die zijn overeengekomen door de lidstaten in de context van een beleidsproces op communautair niveau. Zoals in de hoofdstukken hieronder wordt uitgelegd, bestrijken deze documenten kwalificaties en competenties in een perspectief van levenslang leren, met speciale aandacht voor alle persoonlijke competenties (Curriculum Vitae), talen leren (Europees Taalportfolio), ervaringen met mobiliteit (MobiliPass) en kwalificaties in beroepsonderwijs en -opleiding (Certificaatsupplement) of in het hoger onderwijs (Diplomasupplement). In de toekomst kunnen nog andere documenten worden toegevoegd, om in het bijzonder bepaalde sectoren of vaardigheden specifiek te belichten. 2.3.1. Het Europees Curriculum Vitae: de ruggengraat van het portfolio Het Europees Curriculum Vitae is een licht verbeterde versie van het gemeenschappelijke Europese cv-model dat is vastgesteld door een aanbeveling van de Commissie van maart 2002. De verbeteringen hebben alleen op de gebruikte terminologie betrekking; alle andere kenmerken blijven ongewijzigd. Zoals alle cv's is het een persoonlijk document dat door de betrokkene wordt ingevuld. 2.3.2. De MobiliPass: mobiliteit zichtbaar maken Na vijf jaar (Beschikking 1999/51/EG van de Raad trad in werking op 1 januari 2000), zal de Europass-beroepsopleidingen worden vervangen door de MobiliPass, waarin de Europese leertrajecten worden gedocumenteerd, nl. opleidingsperioden in een ander land die voldoen aan bepaalde kwaliteitscriteria. Deze criteria omvatten niet de eis - die wel voor de bestaande Europass-beroepsopleidingen wordt gesteld - dat de opleiding in een arbeidscontext moet plaatsvinden. Zoals voor de bestaande Europass-beroepsopleidingen wordt er geen leeftijdsgrens gesteld noch geldt enige andere beperking inzake de beroepsstatus van de persoon die het leertraject of een bepaald niveau van onderwijs of opleiding volgt. De MobiliPass is daarom bedoeld om alle ervaringen met transnationale mobiliteit met het oog op een opleiding in heel Europa te documenteren, voor zover deze aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen. Meer in het bijzonder betreft dit iedereen die deelneemt aan mobiliteitsprojecten in het kader van de communautaire programma's op het gebied van onderwijs en opleiding. Deze mensen zouden automatisch een MobiliPass moeten krijgen. Er moet echter duidelijk worden gesteld dat de bedoeling van de MobiliPass veel verder gaat dan de communautaire programma's. De structuur van dit document is gebaseerd op de bestaande Europass-beroepsopleidingen, met enkele verbeteringen. Meer bepaald is nu een gedetailleerder beschrijving mogelijk van de mobiliteitservaring, met gebruikmaking van dezelfde op competenties gestoelde aanpak van het Europees Curriculum Vitae. Net als de bestaande Europass-beroepsopleidingen is dit een individueel document waarin in een gemeenschappelijk formaat de specifieke ervaringen van elke houder worden beschreven. Het wordt niet door de houder ingevuld, maar door de betrokken uitzend- en gastorganisaties. Deze hervorming van het concept van de Europass-beroepsopleidingen tot een breder opgevat en meer algemeen document waarin Europese ervaringen met mobiliteit voor alle leerdoeleinden hun neerslag vinden, houdt rekening met de conclusies van de tussentijdse evaluatie, stemt overeen met de bij diverse gelegenheden uitgesproken adviezen van de belanghebbenden, en wordt bevestigd door de externe evaluatie die in augustus 2003 is afgesloten. De Europass-beroepsopleidingen was een proefproject dat na een werking van enkele jaren met een meer beperkte werkingssfeer nu tot een meer omvattend instrument wordt omgevormd. 2.3.3. Het Diplomasupplement: transparantie in hoger onderwijs Het Diplomasupplement heeft betrekking op het hoger onderwijs. Dit document is ontwikkeld in samenwerking met de Raad van Europa en de UNESCO om academische graden meer transparant te maken. Het is een persoonlijk document dat onder meer informatie bevat over het specifieke leertraject van elke houder. Het wordt ingevuld door de instelling en samen met de academische graad waarop het een aanvulling is aan de houder uitgereikt. Door de opname ervan in het Europass-kader zijn geen echte wijzigingen nodig, behalve de toevoeging van het Europass-logo. De toekenningsprocedures blijven ook ongewijzigd. 2.3.4. Het Certificaatsupplement: transparantie in beroepsonderwijs en -opleiding Het Certificaatsupplement heeft betrekking op beroepsonderwijs en -opleiding. Dit voorstel wijzigt niets aan het gemeenschappelijke formaat waarover de lidstaten onlangs informeel overeenstemming bereikten en dat nu door de nationale autoriteiten wordt gebruikt om de supplementen voor elk certificaat op te stellen. Dit document verschilt in die zin van de andere dat het geen specifieke verwijzing naar de houder bevat: een Certificaatsupplement verduidelijkt de beroepskwalificatie waarnaar het verwijst en is identiek voor iedereen die deze kwalificatie bezit. 2.3.5. Het Europees Taalportfolio: taalvaardigheden documenteren Het Europees Taalportfolio volgt het model dat binnen de Raad van Europa is overeengekomen en dat gebaseerd is op het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen. In dit document kan een ieder de taal- en cultuurvaardigheden documenteren die hij heeft verworven. Het bevat in het bijzonder het talenpaspoort, waarin de houder zijn talenkennis kan toelichten. De landen kunnen het gemeenschappelijke model aanpassen, bijvoorbeeld om het beter af te stemmen op de behoeften van bepaalde specifieke doelgroepen. 2.4. Uitvoeringsmaatregelen Het belangrijkste aspect van de uitvoeringsmaatregelen is dat in elk land één enkel orgaan, het nationale Europass-bureau, moet worden aangewezen om alle betrokken activiteiten te coördineren. Het moet duidelijk zijn dat de Commissie niet de oprichting voorstelt van nog een orgaan naast de reeds bestaande. Dit voorstel voor een beschikking heeft juist tot doel door rationalisering meer doeltreffendheid te bereiken: de transparantie-documenten worden in een enkel kader samengebracht en moeten door een enkel orgaan worden gecoördineerd. Het komt elke lidstaat toe te beslissen of zijn nationaal Europass-bureau moet worden opgericht door een van de bestaande relevante organen uit te breiden, diverse organen samen te voegen of door nieuwe te vervangen. Alle activiteiten die met de uitvoering op nationaal niveau van de bepalingen van dit voorstel voor een beschikking verband houden, krijgen uitsluitend financiële steun van de Gemeenschap door een jaarlijks aan het nationale Europass-bureau toe te kennen subsidie. Dit bureau fungeert als uitvoerend orgaan op nationaal niveau overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement. [40] [40] Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25.6.2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. De activiteiten waarvoor het nationale Europass-bureau verantwoordelijk is, omvatten feitelijk de taken die momenteel op nationaal niveau door een aantal organen worden uitgevoerd, zoals de nationale contactpunten voor de Europass-beroepsopleidingen en de nationale referentiepunten voor beroepskwalificaties. Deze taken kunnen in de volgende categorieën worden gegroepeerd: - Beheer van de transparantie-documenten. De bestaande transparantie-documenten waarop dit voorstel voor een beschikking rechtstreeks betrekking heeft, worden momenteel in elke land door een aantal structuren beheerd, overeenkomstig procedures die min of meer zijn aangepast aan de nationale context. Dit hangt af van de aard der documenten en van de manier waarop zij zijn ingevoerd. Sommige activiteiten kunnen door hun aard niet onder de verantwoordelijkheid van de nationale Europass-bureaus vallen. Het is bijvoorbeeld essentieel dat het Diplomasupplement wordt beheerd door een instelling van hoger onderwijs. Voor andere documenten zal veelal op nationaal niveau worden bepaald of zij rechtstreeks door het nationale Europass-bureau worden beheerd dan wel of dit laatste andere beheerorganen moet coördineren. Het is van belang erop te wijzen dat de Europass een open kader is, waaraan in de toekomst wellicht nog andere transparantie-documenten zullen worden toegevoegd dan die in dit voorstel voor een beschikking zijn opgesomd. Het is erg onwaarschijnlijk dat de nationale Europass-bureaus al deze documenten rechtstreeks zullen beheren, maar alle documenten die als Europass-documenten zijn erkend moeten wel in samenwerking met de nationale Europass-bureaus worden beheerd. De nationale Europass-bureaus moeten er ook voor zorgen dat alle Europass-documenten in een papieren versie beschikbaar zijn - niet alleen als uitdraai van de elektronische versie, maar als afzonderlijk geproduceerde papieren documenten; zulks om diverse redenen. In de eerste plaats omdat niet iedereen toegang heeft tot internet en de informatietechnologie in het algemeen, of met dit medium vertrouwd is. Ten tweede omdat documenten op papier voor promotionele doeleinden kunnen worden gebruikt. Ten slotte omdat het verstrekken van materiële documenten, eventueel in het kader van een uitreikingsceremonie, een motiverende factor kan zijn, zoals vaak is gemeld door de contactpunten van de Europass-beroepsopleidingen. - Opzetten en beheren van het informatiesysteem. Om te verzekeren dat de Europass-documenten in elektronische vorm aan elkaar kunnen worden gekoppeld, moet deze activiteit onder de directe verantwoordelijkheid van het nationale Europass-bureau vallen. Het bureau moet ervoor zorgen dat het informatiesysteem van het Europass-kader op nationaal niveau volledig compatibel is met dat in andere landen, dat alle Europass-documenten in elektronische vorm kunnen worden ingevuld, en dat alle houders elektronisch toegang kunnen krijgen tot deze documenten, ook via de Europese portaalsite over mobiliteit (zie punt 2.5 hieronder voor het informatiesysteem). - Het portfolio en zijn documenten verspreiden. Het Europass-portfolio en zijn documenten zijn communicatiemiddelen en sorteren slechts effect als zij welbekend zijn. Een gecoördineerde inspanning voor een degelijke verspreiding op alle niveaus is daarom van vitaal belang. Een actieve coördinatie op nationaal en ook op Europees niveau is een wezenlijke taak van de nationale Europass-bureaus. - Voorlichting en begeleiding. Om toegang te krijgen tot de diverse documenten en het Europass-portfolio en tot een goed gebruik ervan te komen, heeft de Europese burger behoefte aan informatie, advies en steun. In de meeste gevallen zal deze steun niet rechtstreeks door het nationale Europass-bureau worden verstrekt, maar zullen de mensen eerder een beroep doen op de lokale centra voor beroepskeuzebegeleiding of zullen zij internet raadplegen. Daarom dient het nationale Europass-bureau nauw samen te werken met het Euroguidance-netwerk, dat een lange ervaring heeft met informatie- en adviesverstrekking op het gebied van onderwijs, opleiding en kwalificaties in een Europese dimensie. Op middellange termijn, na afloop van de ontwikkelingsfase (2005-2006), moeten de nationale Europass-bureaus de verantwoordelijkheid voor deze activiteiten op zich nemen, alsook voor de werking van de portaalsite Ploteus op internet, waarmee in het bijzonder de Europese burger informatie over leermogelijkheden in heel Europa krijgt en tot een beter begrip van de onderwijs- en opleidingssystemen van andere landen wordt gebracht. Informatie over de Europass zal ook toegankelijk zijn via de Europese portaalsite over mobiliteit en daarnaast is samenwerking met relevante diensten als het NARIC-netwerk en "Dialoog met de burger" ook essentieel. - Netwerken op Europees niveau. De nationale Europass-bureaus moeten een netwerk vormen dat door de Commissie wordt gecoördineerd. Het Europass-portfolio is in zijn concept alsook als praktisch hulpmiddel uit de aard der zaak iets transnationaals, waardoor coördinatie zowel op Europees als op nationaal niveau essentieel zal blijken. Het nationale Europass-bureau moet in elk land het natuurlijke contactpunt zijn voor de Commissie en voor de nationale Europass-bureaus in andere landen, zowel voor het Europass-portfolio in het bijzonder als voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties in het algemeen. Een specifieke taak van het netwerk van nationale Europass-bureaus bestaat erin de Commissie te voorzien van advies over de opname van andere documenten in het Europass-portfolio. 2.5. Informatiesysteem voor het Europass-kader Het Europass-kader en de bijbehorende ondersteunende diensten moeten gebaseerd zijn op een degelijk informatiesysteem dat het mogelijk maakt op een gecoördineerde manier de ingevulde documenten aan elkaar te koppelen en deze via internet aan de houders beschikbaar te stellen. Het Europees Curriculum Vitae volgt het gebruikelijke model van een sollicitatieformulier in papieren vorm, en het vormt de ruggengraat van de elektronische Europass: voor een bepaalde burger wordt een portfolio gecreëerd door een link te maken van een of meer onderdelen van zijn of haar cv naar de andere Europass-documenten al naargelang het geval. Het Europass-informatiesysteem moet gedeeltelijk op Europees en gedeeltelijk op nationaal niveau worden beheerd. Meer bepaald moet er een Europass-portaalsite op internet komen, die op een degelijke manier aan de Europese portaalsite over mobiliteit moet zijn gelinkt, en die toegang biedt tot informatiediensten die veelal op nationaal niveau worden beheerd (aangezien de Europass-documenten op nationaal niveau worden uitgereikt). In dit voorstel voor een beschikking wordt echter niet gedetailleerd welk deel van het systeem op welk niveau dient te worden beheerd, aangezien dit van tijd tot tijd kan verschillen. De organisatorische regelingen tussen de Commissie en de lidstaten moeten flexibel zijn om de meest doeltreffende oplossing mogelijk te maken, rekening houdend met de relevante technologieën. In dit voorstel worden daarom de fundamentele kenmerken van het informatiesysteem geboden, zonder verdere aanduiding van de technologische oplossingen, zodat de Commissie en de lidstaten niet aan een optie gebonden zijn die al snel achterhaald kan blijken. Het fundamentele operationele beginsel is dat alle op nationaal niveau beheerde onderdelen volledig compatibel met elkaar moeten zijn. Dit geldt niet alleen voor de raadpleging ervan. Eenieder kan immers in principe Europass-documenten uit verschillende landen krijgen en het moet mogelijk zijn deze te koppelen aan zijn of haar cv van om het even welk land. Alle Europass-documenten, of ze nu door de individuele burger worden ingevuld zoals het Europees Curriculum Vitae of door overheden worden uitgereikt, moeten in het betreffende onderdeel van het informatiesysteem beschikbaar zijn. Er moet echter voor worden gezorgd dat eenieder alleen zijn persoonlijke Europass-documenten bij het informatiesysteem kan opvragen. Het is duidelijk dat alle relevante communautaire en nationale bepalingen inzake het verwerken van persoonlijke gegevens en de bescherming van privé-aangelegenheden ten volle gerespecteerd dienen te worden. Het is van belang dat het Europass-informatiesysteem open staat voor toekomstige ontwikkelingen. Dit heeft niet alleen betrekking op het feit dat nieuwe transparantie-documenten in het Europass-kader moeten kunnen worden opgenomen; het zal in het bijzonder noodzakelijk zijn rekening te houden met de zich ontwikkelende informatiesystemen over de Europese arbeidsmarkt, zoals de Europese portaalsite over mobiliteit. [41] [41] Zie http://europa.eu.int/ eures. 2.6. Financiële implicaties: duur en referentiebedrag Aangezien de Europass bedoeld is als een permanent hulpmiddel voor iedereen, heeft deze rechtsgrond een onbepaalde duur. Daarom wordt geen referentiebedrag aangegeven en worden de jaarlijkse kredieten door de begrotingsautoriteit gewoon toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. In het Financieel Memorandum worden de kosten aangegeven die voor de eerste twee jaren (2005 en 2006) zijn geraamd. In het kader van de nieuwe financiële perspectieven moet in 2007 een nieuwe generatie programma's op het gebied van onderwijs en opleiding van start gaan. In de context van de rationalisering die net als dit voorstel voor een beschikking ook de nieuwe programma's kenmerkt, is het de bedoeling van de Commissie dat na 2006 het voorgestelde Europass-kader, zoals andere acties op communautair niveau op deze gebieden, in de vorm van een horizontale beleidsactie zijn plaats vindt binnen het raamwerk van deze nieuwe programma's. Daarom zou de financiële steun vanaf 2006 moeten worden verleend binnen de globale begroting van de nieuwe generatie programma's. De kosten mogen niet veel hoger liggen dan die voor de eerste twee jaren zijn geraamd. 3. Conclusie In het licht van het vorenstaande stelt de Commissie het Europees Parlement en de Raad de goedkeuring voor van dit voorstel voor een beschikking, waarmee onder de naam Europass één enkel kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties wordt vastgesteld, alsook de noodzakelijke uitvoerende en ondersteunende maatregelen, naast financiële steun van de Gemeenschap voor de periode 2005-2006. 2003/0307 (COD) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende een enkel kader voor transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties (Europass) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 149 en 150, Gezien het voorstel van de Commissie, [42] [42] PB C... van ..., blz. ... Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, [43] [43] PB C... van ..., blz. ... Gezien het advies van het Comité van de Regio's, [44] [44] PB C... van ..., blz. ... Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, [45] [45] PB C... van ..., blz. ... Overwegende hetgeen volgt: (1) Een verbeterde transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties zal de mobiliteit met het oog op levenslang leren binnen Europa vergemakkelijken en zo bijdragen tot het ontwikkelen van kwaliteitsonderwijs en -opleidingen; ook zal daardoor de mobiliteit voor beroepsdoeleinden, zowel tussen landen als sectoren, worden vergemakkelijkt. (2) In het actieplan voor de mobiliteit dat op 7 en 8 december 2000 door de Europese Raad van Nice is goedgekeurd en Aanbeveling 2001/613/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juli 2001 inzake de mobiliteit binnen de Gemeenschap van studenten, personen in opleiding, vrijwilligers, leerkrachten en opleiders [46], is gepleit voor een algemener gebruik van documenten om op het gebied van kwalificaties en competenties één transparante Europese ruimte te creëren. Het actieplan van de Commissie voor vaardigheden en mobiliteit [47] bevatte een oproep tot toepassing en ontwikkeling van middelen ter ondersteuning van de transparantie en overdraagbaarheid van kwalificaties om de mobiliteit binnen en tussen sectoren te vergemakkelijken. Ook de Europese Raad van Barcelona van 15 en 16 maart 2002 heeft gepleit voor verdere maatregelen ter invoering van middelen om de transparantie van diploma's en kwalificaties te verbeteren. De resolutie van de Raad van 3 juni 2002 inzake vaardigheden en mobiliteit [48] en de Resolutie van de Raad van 27 juni 2002 inzake levenslang leren [49] roepen op tot versterkte samenwerking, onder meer om te komen tot een kader voor transparantie en erkenning gebaseerd op de bestaande instrumenten. [46] PB L 215 van 9.8.2001, blz. 30. [47] COM(2002) 72 def. [48] PB C 162 van 6.7.2002, blz. 1. [49] PB C 163 van 9.7.2002, blz. 1. (3) De resolutie van de Raad van 19 december 2002 over de bevordering van intensievere Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding [50] riep op tot maatregelen ter bevordering van transparantie in het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen door de toepassing en rationalisering van informatiehulpmiddelen en -netwerken, waaronder het onderbrengen van bestaande instrumenten in één enkel kader. Dit kader moet bestaan uit een portfolio van documenten met een gemeenschappelijke merknaam en een gemeenschappelijk logo, waarin in de toekomst nog andere documenten kunnen worden opgenomen die met het doel ervan overeenstemmen, door degelijke informatiesystemen worden ondersteund en op Europees en nationaal niveau met een aanhoudende publiciteitsactie worden gepromoot. [50] PB C 13 van 18.1.2003, blz. 2. (4) In de loop van de laatste jaren is zowel op communautair als op internationaal niveau een hele reeks instrumenten ontwikkeld om de Europese burger te helpen om bij het zoeken naar een baan of opleidingsregeling zijn kwalificaties en competenties beter kenbaar te maken. Het betreft hier met name het gemeenschappelijke Europese model voor een curriculum vitae, voorgesteld bij Aanbeveling 2002/236/EG van de Commissie van 11 maart 2002 [51], het Diplomasupplement, aanbevolen in het Verdrag inzake de erkenning van getuigschriften betreffende hoger onderwijs in de Europese regio, aangenomen te Lissabon op 11 april 1997, de Europass-beroepsopleidingen, een document dat is ingesteld bij Beschikking 1999/51/EG van de Raad van 21 december 1998 inzake de bevordering van Europese trajecten in alternerende beroepsopleidingen [52], het Certificaatsupplement en het Europees Taalportfolio, ontwikkeld door de Raad van Europa. [51] PB L 79 van 22.3.2002, blz. 66. [52] PB L 17 van 22.1.1999, blz. 45. (5) Het verstrekken van kwaliteitsinformatie en -begeleiding is een belangrijke factor om tot een grotere transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties te komen. De bestaande diensten en netwerken spelen reeds een waardevolle rol die door nauwere samenwerking kan worden geïntensiveerd, om aldus de toegevoegde waarde van de communautaire maatregelen te versterken. (6) Daarom dient te worden gezorgd voor samenhang en complementariteit tussen de maatregelen die in het kader van deze beschikking worden genomen en andere relevante beleidsmaatregelen, instrumenten en acties. Hiertoe behoren op communautair niveau: het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (CEDEFOP), opgericht bij Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad [53], de Europese Stichting voor Opleiding, opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1360/90 van de Raad [54], en de EURES-diensten, opgericht bij Beschikking 2003/8/EG van de Commissie [55]. Voorts is er, op internationaal niveau, het Europees netwerk van nationale informatiecentra voor de erkenning van diploma's (ENIC), opgericht door de Raad van Europa en de UNESCO. [53] PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1655/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 41). [54] PB L 131 van 23.5.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1648/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 22). [55] PB L 5 van 10.1.2003, blz. 16. (7) De Europass-beroepsopleidingen, ingesteld bij Beschikking 1999/51/EG, moet daarom worden vervangen door een vergelijkbaar document met een ruimer toepassingsgebied, bedoeld om alle perioden van transnationale mobiliteit voor leerdoeleinden in heel Europa te registreren, ongeacht het niveau en het doel, mits deze aan passende kwaliteitscriteria voldoen. (8) De Europass-regeling moet worden uitgevoerd door nationale organen overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c), en artikel 54, lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen [56]. [56] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. (9) Deelname moet openstaan voor de toetredende landen, niet-lidstaten die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte en de landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in de regelingen inzake de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en deze landen. (10) De sociale partners spelen een belangrijke rol met betrekking tot deze beschikking en moeten bij de uitvoering ervan worden betrokken. Het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding waarin de sociale partners en de nationale autoriteiten van de lidstaten zijn vertegenwoordigd, moet regelmatig over de tenuitvoerlegging van deze beschikking worden geïnformeerd. (11) Daar de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en het brede toepassingsgebied ervan beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze beschikking niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. (12) Beschikking 1999/51/EG dient te worden ingetrokken, HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied Deze beschikking stelt een communautair kader in om te komen tot transparantie op het gebied van kwalificaties en competenties door middel van de totstandbrenging van een persoonlijk, gecoördineerd portfolio van documenten, dat wordt aangeduid als "de Europass", waarvan eenieder vrijwillig gebruik kan maken om zijn kwalificaties en competenties in heel Europa beter kenbaar te maken en te presenteren. Het gebruik van de Europass of een document dat daarvan deel uitmaakt, legt geen andere verplichtingen op en verleent geen andere rechten dan die welke in deze beschikking zijn vastgesteld. Artikel 2 Europass-documenten De Europass-documenten zijn de volgende: a) het in artikel 3 bedoelde Europees Curriculum Vitae (hierna "Europees CV" genoemd); b) de in de artikelen 4 tot en met 7 bedoelde documenten; c) andere door de Commissie, na overleg met de in artikel 9 bedoelde nationale Europass-bureaus, als Europass-documenten goedgekeurde documenten. De Europass-documenten zijn voorzien van het Europass-logo. Artikel 3 Europees Curriculum Vitae Het Europees CV stelt eenieder in de gelegenheid op een duidelijke en volledige wijze informatie te presenteren over al zijn kwalificaties en competenties. Het model van het Europees CV is opgenomen in bijlage I . Artikel 4 Mobilipass In de MobiliPass worden de door de houder in het buitenland doorgebrachte leerperioden geregistreerd. Het model van de MobiliPass is opgenomen in bijlage II. Artikel 5 Diplomasupplement Het Diplomasupplement geeft informatie over het door de houder in zijn eigen land gevolgde hoger onderwijs. Het model van het Diplomasupplement is opgenomen in bijlage III. Artikel 6 Europees Taalportfolio In het Europees Taalportfolio wordt de talenkennis van de houder geregistreerd. Het model van het Europees Taalportfolio is opgenomen in bijlage IV. Artikel 7 Certificaatsupplement Het Certificaatsupplement beschrijft de competenties en kwalificaties die overeenstemmen met een beroepsopleidingscertificaat. Het model van het Certificaatsupplement is opgenomen in bijlage V. Artikel 8 Europass op internet Ter uitvoering van deze beschikking werken de Commissie en de desbetreffende nationale instanties samen om een Europass-informatiesysteem op internet op te zetten en te beheren, dat op Europees niveau beheerde elementen en op nationaal niveau beheerde elementen omvat. Het informatiesysteem ter ondersteuning van het Europass-kader is nader omschreven in bijlage VI. Artikel 9 Nationaal Europass-bureau 1. Elke lidstaat wijst een nationaal Europass-bureau aan dat op nationaal niveau verantwoordelijk is voor de coördinatie van alle in deze beschikking bedoelde activiteiten en dat, indien nodig, in de plaats treedt van bestaande organen die vergelijkbare activiteiten verrichten. Hierbij wordt een Europees netwerk van nationale Europass-bureaus ingesteld. De Commissie draagt zorg voor de coördinatie ervan. 2. De nationale Europass-bureaus moeten: a) in samenwerking met de desbetreffende nationale instanties de werkzaamheden betreffende het beschikbaar maken of uitreiken van de Europass-documenten coördineren of, waar passend, deze werkzaamheden zelf verrichten; b) het nationale informatiesysteem overeenkomstig artikel 8 opzetten en beheren; c) het gebruik van de Europass, ook via diensten op internet, bevorderen; d) in samenwerking met de desbetreffende instanties ervoor zorg dragen dat degelijke informatie en begeleiding inzake de Europass en zijn documenten voor eenieder beschikbaar is; e) eenieder voorzien van informatie en begeleiding over opleidingsmogelijkheden in heel Europa, over de structuur van onderwijs- en opleidingssystemen en andere aangelegenheden die verband houden met mobiliteit voor leerdoeleinden, zulks in nauwe samenwerking met de desbetreffende diensten van de Gemeenschap; f) de communautaire financiële steun voor alle met deze beschikking samenhangende activiteiten op nationaal niveau beheren; g) deelnemen aan het Europees netwerk dat door de Commissie wordt gecoördineerd. 3. Het nationale Europass-bureau fungeert als uitvoerend orgaan op nationaal niveau overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c), en artikel 54, lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002. Artikel 10 Taken van de Commissie en van de lidstaten De Commissie en de lidstaten: a) zorgen ervoor dat degelijke promotie- en informatie-activiteiten op Europees en nationaal niveau worden uitgevoerd, waarbij indien nodig de activiteiten van de nationale Europass-bureaus worden gesteund en geïntegreerd; b) zorgen ervoor dat op het gepaste niveau wordt samengewerkt met de desbetreffende diensten, meer bepaald de EURES-diensten en andere relevante diensten van de Gemeenschap; c) doen het nodige om gelijke kansen voor mannen en vrouwen mogelijk te maken en in het bijzonder bij alle betrokkenen aandacht hiervoor te wekken; d) zorgen ervoor dat de sociale partners bij de uitvoering van deze beschikking worden betrokken; e) verzekeren dat in het kader van de uitvoering van deze beschikking alle relevante communautaire en nationale bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten volle in acht worden genomen. Artikel 11 Taken van de Commissie 1. De Commissie draagt, in samenwerking met de lidstaten, zorg voor de algehele samenhang tussen de ter uitvoering van deze beschikking genomen maatregelen en ander relevant beleid en andere relevante instrumenten en activiteiten van de Gemeenschap, met name op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd, werkgelegenheid, onderzoek en technologische ontwikkeling. 2. De Commissie verzekert zich bij de uitvoering van deze beschikking van de deskundigheid van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (CEDEFOP), onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 337/75. Onder dezelfde voorwaarden en op de relevante gebieden, vindt, onder auspiciën van de Commissie, coördinatie met de Europese Stichting voor Opleiding plaats, overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1360/90. 3. De Commissie brengt bij het Raadgevend Comité voor de beroepsopleiding regelmatig verslag uit over de uitvoering van deze beschikking. Artikel 12 Deelnemende landen Deelname aan de in deze beschikking bedoelde activiteiten staat open voor de toetredende landen en niet-lidstaten die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, zulks overeenkomstig de voorwaarden van de EER-overeenkomst Deelname staat voorts open voor de landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie overeenkomstig hun respectieve Europa-Akkoord. Artikel 13 Evaluatie Om de vier jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze beschikking, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag over de uitvoering van deze beschikking in, gebaseerd op een evaluatie die door een onafhankelijk orgaan is uitgevoerd. Artikel 14 Financiële bepalingen De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. De uit deze beschikking voortvloeiende uitgaven zijn omschreven in bijlage VIII. Artikel 15 Intrekking Beschikking 1999/51/EG wordt ingetrokken. Artikel 16 Inwerkingtreding Deze beschikking treedt in werking op 1 januari 2005. Artikel 17 Adressaten Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter BIJLAGE I Het Europees Curriculum Vitae (CV) 1. Beschrijving 1.1. Het Europees Curriculum Vitae (CV) bouwt voort op het Europees model voor curricula vitae, dat is vastgelegd in aanbeveling van de Commissie 2002/236/EG van 11 maart 2002 (C(2002) 516). Het Europees Curriculum Vitae biedt iedere Europese burger een model voor een systematische, chronologische en flexibele presentatie van zijn of haar kwalificaties en competenties. De rubrieken zijn van specifieke aanwijzingen voorzien en er wordt tevens een reeks richtsnoeren en voorbeelden gegeven om het invullen van het Europees Curriculum Vitae eenvoudiger te maken. 1.2. Het Europees Curriculum Vitae bevat rubrieken ter presentatie van: - persoonsgegevens en gegevens over talenkennis, werkervaring en behaald opleidingsniveau; - aanvullende competenties van de betrokkene, waarbij de nadruk ligt op technische, organisatorische, artistieke en sociale vaardigheden; - aanvullende informatie die in de vorm van een of meer bijlagen aan het CV kan worden toegevoegd. 1.3. Het Europees Curriculum Vitae is een persoonlijk document met schriftelijke verklaringen van de betrokkene zelf. 1.4. Het model is vrij gedetailleerd. Het is evenwel aan iedere Europese burger om de rubrieken te kiezen die hij of zij wil invullen. Mensen die het elektronische formulier invullen - gedownload of on line - moet het vrij staan de rubrieken die zij niet wensen in te vullen, te schrappen. Iemand die bijvoorbeeld zijn of haar geslacht niet wenst te vermelden of die geen enkele technische vaardigheid te vermelden heeft, zou deze rubrieken moeten kunnen schrappen, zodat zij op het scherm of in de geprinte versie niet als blanco rubrieken verschijnen. 1.5. Het Europees Curriculum Vitae is de ruggengraat van het kader: een Europass-portfolio zal het door de betrokkene zelf ingevulde Europees Curriculum Vitae bevatten en al naar gelang de specifieke leer- en werkervaring één of een aantal Europass-documenten. Het elektronische formulier van het Europees Curriculum Vitae moet het mogelijk maken om een link te leggen tussen de rubrieken en de desbetreffende Europass-documenten, bijvoorbeeld een link van de rubriek Onderwijs en opleiding naar een Diplomasupplement of een Certificaatsupplement. 1.6. Overeenkomstig artikel 11, onder e) van de beschikking, waaraan deze bijlage is gehecht, dienen de bevoegde autoriteiten voor het werk met het Europees Curriculum Vitae en vooral voor het elektronische formulier daarvan passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de relevante voorschriften van de Gemeenschap en de lidstaten ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer volledig in acht worden genomen. 2. Gemeenschappelijke structuur voor het Europees Curriculum Vitae In het onderstaande tekstblok zijn de structuur en de tekst van het Europees Curriculum Vitae weergegeven. Over de opmaak van zowel de papieren als de elektronische versie, alsook over eventuele wijzigingen in de structuur en de tekst zullen door de Commissie en de bevoegde nationale autoriteiten afspraken worden gemaakt. Cursief gedrukte tekst dient als hulp bij het invullen van het document. (Europass-logo) Europees curriculum vitae Persoonsgegevens In te vullen rubrieken naar keuze Naam achternaam, voornaam (voornamen) Adres Straat, huisnummer, postcode, plaats, land Telefoon Fax E-mail Nationaliteit Geboortedatum Dag, maand, jaar Geslacht Beroepsprofiel Werkervaring * Data (van - tot) Begin met de meest recente functie en vermeld elke beklede functie afzonderlijk. * Naam en adres van de werkgever * Type onderneming of sector * Beklede functie * Voornaamste werkzaamheden en verantwoordelijkheden Onderwijs en opleiding * Data (van - tot) Begin met de meest recente opleiding en vermeld elke voltooide opleiding afzonderlijk. * Naam en type instelling * Belangrijkste vakken/beroepsvaardigheden * Behaald diploma * (Eventueel) Niveau in nationale classificatie Persoonlijke vaardigheden en competenties In de loop van het (beroeps)leven verworven, ook zonder diploma of getuigschrift. Moedertaal Vermeld moedertaal Andere talen Vermeld taal * Begrijpen Lezen Vermeld niveau: zie instructies. Luisteren Vermeld niveau: zie instructies. * Spreken Converseren Vermeld niveau: zie instructies. Presenteren Vermeld niveau: zie instructies. * Schrijven vermeld niveau: zie instructies. Sociale vaardigheden en competenties Leven en werken met andere mensen, in een multiculturele omgeving, in functies waarbij communiceren belangrijk is en situaties waarin teamwork essentieel is (bijvoorbeeld cultuur en sport), enz. Geef een beschrijving van deze vaardigheden en vermeld waar u deze hebt opgedaan. Organisatorische vaardigheden en competenties Bijvoorbeeld coördinatie en leiding geven aan mensen, projecten, begrotingen; op het werk, in vrijwilligerswerk (bijvoorbeeld cultuur en sport) en thuis enz. Geef een beschrijving van deze vaardigheden en vermeld waar u deze hebt opgedaan. Computervaardigheden en -competenties Tekstverwerking en andere applicaties, zoeken in gegevensbanken, vertrouwdheid met internet, gevorderde vaardigheden (programmering, enz.). Geef een beschrijving van deze vaardigheden en vermeld waar u deze hebt opgedaan. Technische vaardigheden en competenties Met specifieke apparatuur, machines, enz. (géén computers). Geef een beschrijving van deze vaardigheden en vermeld waar u deze hebt opgedaan. Artistieke vaardigheden en competenties Muziek, schrijven, ontwerpen, enz. Geef een beschrijving van deze vaardigheden en vermeld waar u deze hebt opgedaan. Andere vaardigheden en competenties Niet eerder vermelde vaardigheden. Geef een beschrijving van deze vaardigheden en vermeld waar u deze hebt opgedaan. Rijbewijs (rijbewijzen) Vermeld hier of u een rijbewijs hebt en voor wat voor categorie motorrijtuigen het rijbewijs geldt. Aanvullende informatie Vermeld hier andere relevante gegevens, zoals contactpersonen, referenties, enz. Bijlagen Voeg lijst van de bijlagen toe. BIJLAGE II De MobiliPass 1. Beschrijving 1.1. Doel van de "MobiliPass" is om aan de hand van een gemeenschappelijk Europees model een Europees leertraject zoals gedefinieerd onder punt 1.2 te registreren. Het is een persoonlijk document, waarin de houder een specifiek afgelegd Europees leertraject beschrijft. De houder zal met behulp van dit document beter duidelijk kunnen maken wat hij/zij met name op het punt van zijn/haar competenties aan het afgelegde Europese leertraject heeft gehad. 1.2. Een Europees leertraject is een periode die iemand - van wat voor leeftijd, van wat voor opleidingsniveau en met wat voor beroep dan ook - in een ander land voor leerdoeleinden doorbrengt en die: - ofwel deel uitmaakt van een onderwijs- of opleidingsprogramma van de Gemeenschap, - ofwel aan alle volgende kwaliteitscriteria voldoet: - de doorgebrachte periode in een ander land maakt deel uit van een opleidingsinitiatief in het land van herkomst van degene die de opleiding volgt; - de verantwoordelijke organisatie voor het opleidingsinitiatief in het land van herkomst (uitzendende organisatie) heeft tezamen met de gastorganisatie een schriftelijke overeenkomst gesloten en bij het nationale Europass bureau (of een instantie die het beheer over de MobiliPass heeft) in het land van herkomst ingediend, waarin de inhoud, doelstellingen en duur van het Europees leertraject vastgelegd zijn, waarin verzekerd wordt dat de betrokken persoon een passende taalvoorbereiding krijgt en waarin een mentor in het gastland genoemd wordt die verantwoordelijk is voor de assistentie, informatie, begeleiding en monitoring van de betrokkene; - elk van de betrokken landen is een lidstaat van de Europese Unie of een EVA/EER-land. 1.3. De MobiliPass wordt ingevuld door de uitzendende organisatie en gastorganisatie die bij het mobiliteitsproject betrokken zijn. De genoemde organisaties en de betrokkene komen overeen in welke taal de MobiliPass wordt ingevuld. Mensen aan wie een MobiliPass wordt uitgereikt, kunnen om een vertaling in een tweede taal (de taal van de uitzendende organisatie of de taal van de gastorganisatie) en om een vertaling in een derde algemeen gangbare taal vragen. In het geval van een derde taal, ligt de verantwoordelijkheid voor de vertaling bij de uitzendende organisatie. 1.4. De MobiliPass bevat persoonsgegevens (zie 2 hieronder). De naam van degene aan wie de MobiliPass wordt uitgereikt, is het enige persoonsgegeven dat verplicht moet worden vermeld. De organisaties die de MobiliPass invullen, kunnen de andere rubrieken voor persoonsgegevens alleen invullen als de betrokkene hiermee instemt. Het invullen van de rubriek "Kwalificatie" is evenmin verplicht, aangezien niet alle opleidingsinitiatieven tot een formele kwalificatie leiden. Bij alle regelingen voor het invullen van de MobiliPass in elektronische vorm - ofwel gedownload of on line - moet de mogelijkheid aanwezig zijn om niet ingevulde rubrieken te schrappen, zodat noch op het scherm, noch in de geprinte versie blanco rubrieken verschijnen. 1.5 Het nationale Europass-bureau is er verantwoordelijk voor dat: - de MobiliPassen alleen afgegeven worden voor de registratie van Europese leertraject; - de MobiliPassen in elektronische vorm ingevuld worden; - alle MobiliPassen ook op papier aan de houder verstrekt worden en dat daarvoor gebruik wordt gemaakt van een mapje dat daarvoor speciaal in samenwerking met de Commissie geproduceerd is. 1.6. Overeenkomstig artikel 11, onder e) van de beschikking, waaraan deze bijlage gehecht is, dienen de bevoegde autoriteiten voor het werk met de MobiliPass en vooral voor het elektronische formulier daarvan passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de relevante voorschriften van de Gemeenschap en de lidstaten ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens en de privacybescherming volledig in acht worden genomen. 2. Gemeenschappelijke structuur voor de MobiliPass In het onderstaande tekstblok zijn de structuur en de tekst van de MobiliPass weergegeven. Over de opmaak van zowel de papieren als de elektronische versie alsook over eventuele wijzigingen in de structuur en de tekst zullen door de Commissie en de bevoegde nationale autoriteiten afspraken worden gemaakt. Ieder tekstonderdeel heeft een nummer gekregen om het opzoeken in een meertalig glossarium eenvoudiger te maken. Cursief gedrukte tekst dient als hulp bij het invullen van het document. Het invullen van rubrieken met een sterretje (*) is niet verplicht. (Europass-logo) MobiliPass (1) Deze MobiliPass is uitgereikt aan (2) Voornaam en achternaam van de houder (3) Door (4) Verantwoordelijke organisatie voor het opleidingsinitiatief in het land van herkomst (5) Op datum dd/mm/jjjj (6) Handtekening/stempel (handtekening en stempel van de organisatie die het document uitreikt) (7) Persoonsgegevens van de houder (8) Achternaam (9) Voornaam/ Overige namen (10) Handtekening (11) * Adres, Straat, huisnummer, postcode, plaats, land (12) * Contactgegevens bijv. e-mail, telefoon (13) * Geboortedatum dd/mm/jjjj (14) * Nationaliteit (15) * Ruimte voor een foto (16) Europees leertraject (17) Opleidingsinitiatief in het kader waarvan een Europees leertraject is afgelegd (18) * Kwalificatie diploma, titel of certificaat waarvoor het opleidingsinitiatief eventueel opleidt (19) Duur van het Europees leertraject; (20) Van dd/mm/jjjj tot dd/mm/jjjj (21) Gegevens van de gastorganisatie (22) Naam en functie van de mentor (23) Inhoud van het Europees leertraject (24) In deze rubriek moeten, indien van toepassing, relevante gegevens over de in het kader van het leertraject gevolgde opleiding of opgedane ervaring worden vermeld en, indien van toepassing, moeten ook de verworven vaardigheden en competenties en toetsingsmethode worden aangegeven. (25) In de beschrijving moet vooral duidelijk worden gemaakt hoe het Europees leertraject verbetering heeft gebracht in: (26) de technische vaardigheden en competenties van de houder die met name met het vakgebied van het door hem of haar gevolgde opleidingsinitiatief samenhangen; (27) de taalvaardigheden van de houder; (28) de sociale vaardigheden en competenties van de houder; (29) de organisatorische vaardigheden en competenties van de houder; (30) eventuele andere vaardigheden en competenties van de houder. (31) Handtekeningen van de gastorganisatie en de houder BIJLAGE III Het Diplomasupplement 1. Beschrijving 1.1. Het Diplomasupplement (DS) is een document dat aan een diploma van het hoger onderwijs wordt gehecht om het voor derden - en met name voor mensen in een ander land - eenvoudiger te maken om te begrijpen wat het diploma inhoudt en wat voor kennis en competenties de houder verworven heeft. Met dit doel beschrijft het Diplomasupplement de aard, het niveau, de context, de inhoud en de status van de studie die de houder van het oorspronkelijke diploma, waaraan het diplomasupplement gehecht is, gevolgd en met succes afgesloten heeft. Het is dan ook een persoonlijk document dat naar zijn specifieke houder verwijst. 1.2. Het Diplomasupplement vervangt het oorspronkelijke document niet en geeft geen enkel recht op formele erkenning van het oorspronkelijke diploma door de autoriteiten voor het hoger onderwijs in andere landen. Aan de andere kant maakt het Diplomasupplement het eenvoudiger om een goed inzicht in het behaalde diploma te verkrijgen, zodat het wel hulp kan bieden als erkenning wordt aangevraagd bij de bevoegde autoriteiten of bij personen die over toelating tot onderwijsinstellingen beslissen. 1.3. Het Diplomasupplement wordt geproduceerd door de bevoegde nationale autoriteiten aan de hand van een model dat is ontwikkeld, uitgetest en bijgesteld door een gezamenlijke werkgroep van de Europese Commissie, de Raad van Europa en de UNESCO. Het model voor het Diplomasupplement is beschikbaar in alle elf officiële talen van de Europese Unie. Het is een flexibel, niet-voorgeschreven instrument dat voor praktische doeleinden is ontwikkeld en aan de behoeften ter plaatse kan worden aangepast. 1.4. Het Diplomasupplement bestaat uit acht rubrieken, waarin de identiteit van de houder van het diploma (1) en van het diploma zelf aangegeven wordt (2), informatie over het niveau van het diploma (3), de inhoud en de behaalde resultaten (4), en de functie van het diploma (5) verstrekt wordt, nadere informatie kan worden opgenomen (6), de authenticiteit van het supplement bevestigd wordt (7), en waarin tot slot informatie over het nationale stelsel voor hoger onderwijs (8) gegeven wordt. In alle acht rubrieken moeten gegevens worden vermeld. Daar waar geen gegevens worden vermeld, moet worden toegelicht waarom dit niet gedaan wordt. Instellingen dienen bij het Diplomasupplement dezelfde procedures ter bevestiging van de authenticiteit te hanteren als bij het diploma zelf. 1.5. Overeenkomstig artikel 11, onder e) van de beschikking, waaraan deze bijlage is gehecht, dienen de bevoegde autoriteiten voor het werk met het Diplomasupplement en vooral voor het elektronische formulier daarvan passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de relevante voorschriften van de Gemeenschap en de lidstaten ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer volledig in acht worden genomen. 2. Gemeenschappelijke structuur voor de Diplomasupplementen In het onderstaande tekstblok is het gemeenschappelijke model voor de structuur en de tekst van het Diplomasupplement weergegeven. Over de opmaak van zowel de papieren als de elektronische versie alsook over eventuele wijzigingen in de structuur en de tekst zullen door de Commissie en de bevoegde nationale autoriteiten afspraken worden gemaakt. (Europass-logo) Diplomasupplement 1. Informatie over de identiteit van de houder van het diploma 1.1 / 1.2 Achternaam/ Voornaam: 1.3 Geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland: 1.4 Studentennummer of code: 2. Informatie over de aard van het diploma 2.1 Naam van het diploma (voluit, afgekort): Naam van de titel (voluit, afgekort): 2.2 Voornaamste studiegebied(en): 2.3 Naam en status van de instelling die het diploma uitreikt: 2.4 Naam en status van de instelling waar de studie werd gevolgd: 2.5 Taal/talen waarin het onderwijs werd gevolgd en waarin werd geëxamineerd: 3. Informatie over het niveau van het diploma 3.1 Niveau van de opleiding: 3.2 Officiële duur van het studieprogramma: 3.3 Toelatingsvoorwaarde(n): 4. Informatie over de inhoud en de behaalde resultaten 4.1 Onderwijsvorm: 4.2 Programma-eisen: 4.3 Programma-onderdelen: 4.4 Beoordelingssysteem en informatie over de verdeling ervan 4.5 Toegekende algemene graad: 5. Informatie over de functie van het diploma 5.1 Toegang tot vervolgstudies: 5.2 Aan het diploma verbonden rechten tot beroepsuitoefening: 6. Aanvullende informatie 6.1 Aanvullende informatie: 6.2 Verdere informatiebronnen: 7. Authenticiteit van het diplomasupplement Dit diplomasupplement verwijst naar de volgende oorspronkelijke documenten: Officieel stempel/zegel Informatie over het nationale stelsel voor hoger onderwijs: 8.1 Type instelling en toezicht op de instellingen 8.2 Type programma's en verleende graden 8.3 Goedkeuring/accreditering van de studieprogramma's en graden 8.4 Opzet van de studieprogramma's 8.4.1 "Lange" doorlopende programma's: (Doctoraal, Magister Artium, Staatsprüfung) 8.4.2 Tweefasenprogramma's: (Bachelor-graad/Master-graad) 8.5 Speciale studieprogramma's voor afgestudeerden 8.6 Doctoraat 8.8 Beoordelingssysteem 8.9 Toelating tot het hoger onderwijs 8.10 Nationale informatiebronnen Bijlage IV Het Europees Taalportfolio 1. Beschrijving 1.1. Het Europees Taalportfolio, dat ontwikkeld is door de Raad van Europa, is een document waarin mensen de door hen geleerde talen en culturele ervaringen en competenties kunnen vastleggen. 1.2. Het Europees Taalportfolio heeft twee functies, namelijk een pedagogische functie en een rapportagefunctie. Pedagogisch gezien is het doel van het Europees Taalportfolio om degenen die een taal geleerd hebben ertoe te motiveren om hun communicatievermogen in de verschillende talen te verbeteren en om voort te gaan met het leren van talen en het opdoen van ervaringen in andere culturen. Het Europees Taalportfolio wil lerenden de helpende hand bieden bij het formuleren van de eigen leerdoelen, bij de planning van het leerproces en bij het zelfstandig leren. Als rapportage-instrument beoogt het Europees Taalportfolio de talenkennis en -vaardigheden van de houder op overzichtelijke, informatieve, transparante en betrouwbare wijze in kaart te brengen. Het Europees Taalportfolio helpt lerenden een inventarisatie te maken van het competentieniveau dat ze in een taal of verschillende talen hebben bereikt en stelt hen in staat om anderen daarvan op gedetailleerde en internationaal vergelijkbare manier op de hoogte te brengen. Alle competenties worden gewaardeerd, onafhankelijk van de vraag of die competenties binnen of buiten het formele onderwijsstelsel zijn verworven. 1.3. Het Europees Taalportfolio bestaat uit: - een talenpaspoort dat door de houder regelmatig wordt bijgewerkt. De houder beschrijft hierin aan de hand van gemeenschappelijke en in heel Europa aanvaarde criteria zijn of haar taalcompetenties; - een gedetailleerde taalbiografie, waarin de ervaringen worden beschreven die de houder met iedere taal heeft opgedaan; - een dossier, waarin ter illustratie van de eigen taalvaardigheden voorbeelden van eigen werk kunnen worden opgenomen. Het Europees Talenportfolio is eigendom van degene die talen leert. 1.4. Er is overeenstemming bereikt over een reeks gemeenschappelijke beginselen en richtsnoeren voor alle portfolio's. Al naar gelang de leeftijd van de lerenden en de nationale context wordt in de lidstaten van de Raad van Europa aan verscheidene modellen gewerkt. Alle modellen moeten in de pas lopen met de overeengekomen beginselen. Om het logo van de Raad van Europa te mogen gebruiken, moeten de modellen goedgekeurd worden door de Europese valideringscommissie. Hieronder is een model voor het talenpaspoort weergegeven, dat als onderdeel van het portfolio aan de hand van een vastgelegde structuur moet worden ingevuld. 1.5. Overeenkomstig artikel 11, onder e) van de beschikking, waaraan deze bijlage gehecht is, dienen de bevoegde autoriteiten voor het werk met het Europees Taalportfolio en vooral voor het elektronische formulier daarvan passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de relevante voorschriften van de Gemeenschap en de lidstaten ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens en de privacybescherming volledig in acht worden genomen. 2. Gemeenschappelijke structuur voor het Talenpaspoort van het Europees Taalportfolio In het onderstaande tekstblok is een gemeenschappelijk, niet-bindend model voor de structuur en tekst van het Talenpaspoort van het Europees Taalportfolio weergegeven. Over de opmaak van de papieren en de elektronische versie zullen afspraken worden gemaakt met de bevoegde nationale autoriteiten. (Europass-logo) talenpaspoort Beschrijving taalvaardigheden Moedertaal (moedertalen): [gelieve te vermelden] >RUIMTE VOOR DE TABEL> (Dit overzicht kan zo vaak als nodig herhaald worden.) Samenvatting van ervaringen met het leren van talen en andere culturen Het leren van talen en het gebruik van talen in een land/regio waar de taal niet gesproken wordt >RUIMTE VOOR DE TABEL> (Dit overzicht kan zo vaak als nodig herhaald worden.) Verblijven in een regio waar de taal gesproken wordt >RUIMTE VOOR DE TABEL> Certificaten en diploma's Taal: Niveau: Titel: Toegekend door: Jaar: (Dit overzicht kan zo vaak als nodig herhaald worden.) Bijlage V Het Certificaatsupplement 1. Beschrijving 1.1. Het Certificaatsupplement (CS) is een document dat aan een certificaat van een beroepsopleiding wordt gehecht om het voor derden - en met name voor mensen in een ander land - eenvoudiger te maken om te begrijpen wat het certificaat inhoudt en wat voor kennis en competenties de houder verworven heeft. Met dit doel wordt in het certificaatsupplement informatie verstrekt over : - verworven vaardigheden en competenties; - het scala beroepen dat mag worden uitgeoefend; - de organen die certificaten toekennen en accrediteren; - het niveau van het certificaat; - de verschillende manieren waarop het certificaat kan worden verworven; - de toelatingsvereisten en mogelijkheden voor toelating tot vervolgopleidingen. Het certificaatsupplement is geen persoonlijk document. Alle houders van een en hetzelfde certificaat in een bepaald land krijgen bij hun certificaat hetzelfde certificaatsupplement. 1.2. Het Certificaatsupplement vervangt het oorspronkelijke document niet en geeft geen enkel recht op formele erkenning van het oorspronkelijke diploma door de autoriteiten in andere landen. Aan de andere kant maakt het Certificaatsupplement het eenvoudiger om een goed inzicht in het behaalde certificaat te verkrijgen, zodat het wel hulp kan bieden als erkenning wordt aangevraagd bij de bevoegde autoriteiten. 1.3. Certificaatsupplementen worden geproduceerd door de bevoegde autoriteiten op nationaal niveau. Ze worden aan de hand van landelijk overeengekomen procedures uitgereikt aan mensen die in het bezit zijn van het desbetreffende certificaat. Onder punt 2 is de gemeenschappelijke structuur van de certificaatsupplementen opgenomen. 2. Gemeenschappelijke structuur voor de certificaatsupplementen In het onderstaande tekstblok is het gemeenschappelijke model voor de structuur en de tekst van het certificaatsupplement weergegeven. Over de opmaak van zowel de papieren als de elektronische versie alsook over eventuele wijzigingen in de structuur en de tekst zullen door de Commissie en de bevoegde nationale autoriteiten afspraken worden gemaakt. (Europass-logo) Certificaatsupplement 1. Titel van het certificaat (in de oorspronkelijke taal). 2. Vertaalde titel van het certificaat (deze vertaling heeft geen wettelijke status). 3. Beschrijving vaardigheden en competenties 4. Reeks beroepen toegankelijk voor de houder van het certificaat (indien van toepassing) 5. Officiële grondslag van het certificaat - Naam en rechtspositie van de opleidingsinstelling die het certificaat toekent - Naam en rechtspositie van de nationale/regionale instantie die de accreditatie/erkenning van het certificaat verzorgt - (nationaal of internationaal) Niveau van het certificaat - Beoordelingsscore/ minimumvereisten - Toegang tot vervolgopleidingen - Internationale overeenkomsten - Juridische grondslag van het certificaat 6. Erkende leerwegen om het certificaat te verkrijgen - Beschrijving genoten beroepsonderwijs en -opleiding - School/opleidingscentrum - Stage/werkend leren - Erkenning van verworven competenties - Percentage van het totale programma (%) - Duur (uren/weken/maanden/jaren) - Totale duur van het onderwijs/de opleiding die tot het certificaat heeft geleid - Toelatingseisen - Aanvullende informatie Meer informatie (met inbegrip van een beschrijving van het nationale systeem voor kwalificaties) beschikbaar op: www. BIJLAGE VI Informatiesystemen De Commissie en de lidstaten zullen er gezamenlijk aan werken dat een iedere Europese burger zijn of haar Europees Curriculum Vitae en elk ander Europass-document dat niet door bevoegde organen behoeft te worden afgegeven met behulp van internet kan invullen en later ook weer kan opzoeken en bewerken. Alle door bevoegde organen af te geven Europass-documenten worden elektronisch ingevuld en opgeslagen, zodat ze overal in Europa - maar wel uitsluitend door de houders ervan - weer kunnen worden opgezocht. Het passende technologische instrument hiervoor moet in overleg met de Commissie worden gekozen en de desbetreffende nationale autoriteiten dienen daarbij rekening te houden met de huidige stand van zaken en de bestaande nationale systemen. Daarnaast moet ervoor gezorgd worden dat de informatiesystemen de hieronder beschreven kenmerken hebben. 1. Beginselen voor de opzet van de informatiesystemen. Open systeem. Bij de ontwikkeling van het Europass-informatiesysteem moet rekening worden gehouden met eventuele ontwikkelingen in de toekomst. Er moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de eventuele opname van nog andere documenten in het Europass-kader en met de integratie met informatiediensten over vacatures en leermogelijkheden. Interoperabiliteit. De onderdelen van het Europass-informatiesysteem, dat in de verschillende landen op nationaal niveau gehanteerd wordt, moeten onderling en met de op Europees niveau gehanteerde onderdelen volledig interoperabel zijn. 2. Beheer en toegang van documenten 2.1. Alle door de bevoegde organen af te geven Europass-documenten moeten elektronisch worden ingevuld. Hierbij moeten de procedures worden gevolgd die overeengekomen zijn tussen de organen die de Europass-documenten uitreiken en het nationaal Europass-bureau, alsook de procedures waarover op Europees niveau overeenstemming is bereikt. 2.2. Het Europees Curriculum Vitae en alle andere Europass-documenten die niet door bevoegde organen behoeven te worden afgegeven, dienen eveneens in elektronische vorm beschikbaar te zijn. 2.3. Mensen zullen de mogelijkheid krijgen om: - het eigen Europees Curriculum Vitae en elk ander Europass-document dat niet door bevoegde autoriteiten behoeft te worden afgegeven via het internet in te vullen en later weer op te zoeken en te bewerken; - links aan te brengen, bij te stellen en te schrappen tussen het Europees Curriculum Vitae en de andere Europass-documenten; - elk van de eigen Europass-documenten uit het informatiesysteem te verwijderen of te laten verwijderen; - andere documenten ter onderbouwing van de Europass-documenten toe te voegen; - de eigen Europass met eventuele bijlagen geheel of gedeeltelijk te printen. 2.4. Alleen de betrokken persoon in kwestie krijgt toegang tot de documenten en de daarin opgenomen persoonsgegevens. BIJLAGE VII Financiële bijlage 1. De uitgaven dienen ter medefinanciering van de implementatie op nationaal niveau, alsook ter dekking van de kosten die op het niveau van de Gemeenschap in verband met de coördinatie, promotie-activiteiten en de productie van documenten ontstaan. 2. De financiële steun van de Gemeenschap voor de nationale implementatiewerkzaamheden zal aan de nationale Europass-bureaus worden verstrekt in de vorm van subsidies voor huishoudelijke uitgaven. De nationale Europass-bureaus dienen rechtspersoonlijkheid te hebben en zullen geen andere subsidies voor huishoudelijke uitgaven van de Gemeenschap ontvangen. 2.1. De subsidies zullen worden toegekend na goedkeuring van het werkprogramma voor de werkzaamheden die in artikel 9 van deze beschikking genoemd worden. Ze zullen worden gebaseerd op specifieke mandaten. 2.2. Er zal medefinanciering worden verstrekt voor maximaal 50% van de totale kosten van de operatie. 2.3. Ter uitvoering van deze beschikking kan de Commissie gebruikmaken van deskundigen en van externe bureaus voor technische ondersteuning, waarvan de financiering ten laste kan komen van de totale middelen van de beschikking. Voorts kan de Commissie seminars, colloquia en andere ontmoetingen van deskundigen organiseren die de uitvoering van de beschikking gemakkelijker kunnen maken, en passende activiteiten organiseren inzake voorlichting, publicatie en verspreiding van resultaten. FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ DE BESCHIKKING Beleidsterrein(en): Onderwijs en cultuur. Activiteit/activiteiten: Beroepsopleiding. Benaming van de maatregel: Een enkel kader voor de transparantie van kwalificaties en competenties (Europass) 1. BEGROTINGSONDERDEEL (-ONDERDELEN) + BENAMING(EN) 15030101 en 15010405 - Europass. 2. TOTAALCIJFERS 2.1. Totale begroting voor de maatregel (Deel B): 2 miljoen euro voor vastleggingen per jaar. 2.2. Toepassingsperiode: Aangezien Europass een permanent instrument voor de Europese burger moet worden, gaat het hier om een beschikking van onbepaalde duur. Er wordt dan ook geen referentiebedrag genoemd en de jaarlijkse begrotingsmiddelen zullen zoals gebruikelijk in het kader van de financiële vooruitzichten door de begrotingsautoriteit worden toegekend. Uit hoofde van dit voorstel voor een beschikking wordt per 1 januari 2005 een kader voor de transparantie van kwalificaties en competenties ingevoerd. De kosten die voortvloeien uit deze beschikking zullen gefinancierd worden: - wat 2005 en 2006 (de ontwikkelingsfase van het kader) betreft uit hoofde van de beschikking zelf; - wat de daaropvolgende jaren betreft uit hoofde van de besluiten ten aanzien van de volgende generatie programma's op onderwijs- en opleidingsgebied, die momenteel in voorbereiding zijn. Dit financieel memorandum dekt daarom alleen de kosten die ontstaan in 2005 en 2006. De kosten voor de jaren na 2006 zullen niet veel hoger zijn dan de kosten voor 2005 en 2006. Deze kosten zullen opgenomen worden in de financiële memoranda bij de voorstellen voor de toekomstige programma's op onderwijs- en opleidingsgebied. 2.3. Meerjarenraming van de totale uitgaven: (a) Tijdschema voor vastleggings- en betalingskredieten (zie punt 6.1.1) miljoen euro (tot op drie decimalen nauwkeurig) >RUIMTE VOOR DE TABEL> (b) Technische en administratieve bijstand en ondersteunende uitgaven (zie punt 6.1.2) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> (c) Totale financiële gevolgen van personeelsuitgaven en andere huishoudelijke uitgaven (zie punt 7.2 en punt 7.3) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten X Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering. [...] Dit voorstel vereist een herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. [...] inclusief, in voorkomend geval, een beroep op de bepalingen van het interinstitutioneel akkoord. 2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten: [57] [57] Zie de toelichting voor nadere informatie. X Geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel) OF [...] Financiële gevolgen - Het effect op de ontvangsten is als volgt: 3. BEGROTINGSKENMERKEN >RUIMTE VOOR DE TABEL> 4. RECHTSGRONDSLAG Artikel 149 en artikel 150 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. 5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING 5.1. Het waarom van de maatregel van de Gemeenschap [58] [58] Zie de toelichting voor nadere informatie. 5.1.1 Doelstellingen * Door de voorgestelde maatregel worden de instrumenten en netwerken voor transparantie op onderwijs- en opleidingsgebied met het oog op een betere effectiviteit gerationaliseerd. Het is van cruciaal belang dat kwalificaties en competenties goed voor het voetlicht gebracht kunnen worden, als iemand naar een baan solliciteert of toegelaten wil worden tot een opleiding. In de afgelopen jaren zijn op verscheidene niveaus een aantal instrumenten ontwikkeld om de transparantie van kwalificaties en competenties te verbeteren, zodat mensen beter duidelijk kunnen maken wat die kwalificaties en competenties inhouden. Deze instrumenten bewijzen met name goede diensten, indien de sollicitant en de werkgever niet uit hetzelfde land komen. Maar zelfs als er geen sprake is van transnationale mobiliteit, kan het in deze tijd van razendsnelle veranderingen ook moeilijk zijn om duidelijkheid over kwalificaties en competenties te verschaffen. Bij de instrumenten gaat het om documenten, waarin kwalificaties vermeld kunnen worden (bijvoorbeeld het Diplomasupplement of Certificaatsupplement) of waarin specifieke ervaringen (bijvoorbeeld Europass-opleidingen) of competenties (bijvoorbeeld het Europees Taalportfolio) geregistreerd worden, alsook om netwerken die de Europese burger informatie en begeleiding bieden (bijvoorbeeld Euroguidance en de nationale informatiepunten voor beroepskwalificaties). De bestaande documenten en netwerken bestaan veelal los van elkaar. Van coördinatie is geen sprake. Dit kan zowel bij de sollicitanten als bij degenen die de sollicitaties moeten beoordelen tot verwarring leiden. Samenvoeging van de instrumenten in een enkel kader, dat in ieder land door één enkel orgaan gecoördineerd wordt en dat geschraagd wordt door passende informatiesystemen op nationaal en Europees niveau, zou tot meer effectiviteit van de instrumenten kunnen leiden. Aangezien het bij de instrumenten reeds om Europese instrumenten gaat - en dit een inherent kenmerk is waaraan niet te tornen valt - kan het kader waarin de instrumenten worden samengevoegd ook alleen maar een Europees kader zijn. Het voornaamste specifieke doel van de samenvoeging van de bestaande instrumenten voor de transparantie van kwalificaties en competenties in een enkel, gecoördineerd kader met een algemeen bekend logo en van de rationalisatie van de hiermee verband houdende netwerken is dan ook om mensen bewuster van deze instrumenten te maken, de toegankelijkheid ervan te verbeteren en de effectiviteit ervan te verhogen. * Een dergelijk kader levert een bijdrage aan een algemene doelstelling, te weten de verbetering van de kwaliteit van onderwijs en opleidingen, doordat de mobiliteit van lerenden gestimuleerd en hun intrede of herintrede op de arbeidsmarkt eenvoudiger gemaakt wordt. De doelstellingen van de voorgestelde werkzaamheden en de dienovereenkomstige indicatoren zien er als volgt uit: Algemene doelstellingen // Indicatoren Een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onderwijs van hoge kwaliteit door met name de mobiliteit van lerenden - mede dankzij méér transparantie bij de erkenning van diploma's en studietijdvakken voor onderwijsdoeleinden - te bevorderen. Een bijdrage leveren aan de implementatie van een beroepsopleidingsbeleid, met name door bevordering van de mobiliteit van degenen die een opleiding volgen, en de intrede en herintrede op de arbeidsmarkt eenvoudiger maken door betere mogelijkheden om leerprestaties duidelijk te maken. // Kwantitatieve/kwalitatieve gegevens (te verzamelen door middel van specifieke surveys) over de manier waarop - door de Europese burger, mobiliteitsadviseurs, werkgevers - aangekeken wordt tegen de rol van het Europass-kader bij geografische mobiliteit, mobiliteit in het bedrijfsleven en de overstap van het leren naar de arbeidsmarkt. Specifieke doelstellingen // Indicatoren Mensen - en met name lerenden, leerkrachten en praktijkopleiders, werkgevers en mensen die over toelating tot onderwijsinstellingen beslissen - bewuster maken van de bestaande instrumenten voor de transparantie van kwalificaties en competenties en de toegankelijkheid ervan verbeteren door samenvoeging in één enkel gecoördineerd kader en door rationalisatie van de hiermee verbonden netwerken. De bestaande instrumenten voor de transparantie van kwalificaties en competenties door toepassing van een gemeenschappelijk, algemeen bekend logo duidelijker voor het voetlicht brengen. Eventueel andere instrumenten voor de transparantie van kwalificaties en competenties ontwikkelen. Op maat gesneden informatievoorziening over mobiliteitsvraagstukken - mogelijkheden, voorwaarden, erkenning - door nauwe betrokkenheid van begeleidingsdiensten bij de coördinatie van het kader voor transparantie van kwalificaties en competenties. // Kwantitatieve/kwalitatieve gegevens (te verzamelen door middel van specifieke surveys) over de bekendheidsgraad van de instrumenten bij de betrokken doelgroepen. Managementgegevens: aantal uitgereikte documenten voor de transparantie van kwalificaties en competenties; aantal kaders in het informatiesysteem. Kwantitatieve/kwalitatieve gegevens (te verzamelen door middel van specifieke surveys) over de manier waarop - door de Europese burger, mobiliteitsadviseurs, werkgevers - aangekeken wordt tegen de rol van het Europass-kader en de Europass-documenten bij succesvolle sollicitaties. Kwantitatieve/kwalitatieve gegevens (te verzamelen door middel van specifieke surveys) over de rol van het Europass-kader bij de ontwikkeling van nieuwe instrumenten. Kwantitatieve/kwalitatieve gegevens (te verzamelen door middel van specifieke surveys) van informatie en begeleidingsdiensten. Operationele doelstellingen // Indicatoren Implementatiemechanisme is opgestart en in werking. Het Europass-kader en de documenten die er deel van uitmaken zijn voorhanden en worden gepromoot. // - Aantal in omloop gebrachte/ingevulde/gedownloade documenten (managementgegevens, surveys). Opleidingsaanbieders en mobiliteitsadviseurs maken gebruik van het Europass-kader. Ze vullen de Europass-documenten naar behoren in, reiken ze uit en leggen een link met het Europass-kader. // - Gebruikspercentage, bijv. aantal registraties van mobiliteit in vergelijking met aantal ervaringen dat met mobiliteit is opgedaan (managementgegevens, surveys); - Bekendheidsgraad bij mobiliteitsadviseurs en instellingen (surveys). Het Europass-kader en de documenten die daarvan deel uitmaken, worden bij sollicitaties gebruikt. // - Gebruikspercentage onder sollicitanten (surveys); - Bekendheidsgraad bij de Europese burger (surveys). Werkgevers en mensen die over toelating tot onderwijsinstellingen beslissen, zijn zich bewust van het Europass-kader en de documenten die daarvan deel uitmaken. // - Bekendheidsgraad, zichtbaarheid en waardering bij werkgevers (surveys). 5.1.2 Maatregelen in verband met de evaluatie ex ante Het onderhavige voorstel voor een beschikking is een vervolg op de Verklaring van Kopenhagen van 30 november 2002 [59] en de resolutie van de Raad van 19 december 2002 over de bevordering van intensievere Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding [60]. In deze resolutie wordt expliciet opgeroepen tot verhoging van "de transparantie in beroepsonderwijs en -opleiding door de toepassing en rationalisering van informatiehulpmiddelen en -netwerken, waaronder het onderbrengen van bestaande instrumenten - zoals het Europees CV, aanvullingen op diploma's en certificaten, het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen en de Europass - in één enkel kader." [59] Verklaring over intensievere Europese samenwerking op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding op 29 en 30 november 2002 in Kopenhagen overeengekomen tussen de voor het beroepsonderwijs verantwoordelijke Europese ministers en de Europese Commissie. Zie http://europa.eu.int/comm/education/ copenhagen/index_en.html. [60] PB C 13 van 18.1.2003, blz. 2. Beide documenten hebben een beleidsproces - het zogenaamde "Kopenhagen-proces" - in de richting van intensievere samenwerking op het gebied van het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen op gang gebracht. Ze waren op hun beurt weer een uitvloeisel van langdurige discussies en uitgebreid overleg, waarvoor het Belgische voorzitterschap op de vergadering van de directeuren-generaal voor de beroepsopleiding op 2 oktober 2001 en in aansluiting op de discussie van de directeuren-generaal op de vergadering in Vaxjö eerder dat jaar (21-24 april) onder Zweeds voorzitterschap officieel het startsein had gegeven. Een overkoepelende aanpak vanuit het oogpunt van levenslang leren was kenmerkend voor deze discussie, waarin in het bijzonder vraagstukken in verband met beroepskwalificaties aan de orde kwamen. De vertegenwoordigers van de sociale partners waren dan ook van meet af aan bij het een ander betrokken en ondertekenden later ook de Verklaring van Kopenhagen. Een eerste inventarisatie van de geïntensiveerde samenwerking op het gebied van het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen kon op 10 en 11 juni 2002 op een door de Commissie georganiseerde conferentie worden gemaakt. Hier werd van verschillende zijden voor de integratie of coördinatie van netwerken, instrumenten en documenten voor de transparantie van kwalificaties gepleit. In het kader van het "Kopenhagen-proces", dat invulling geeft aan de bovengenoemde verklaring en resolutie, werd een werkgroep Transparantie met vertegenwoordigers van de lidstaten, kandidaat-lidstaten en de sociale partners in het leven geroepen. Deze werkgroep heeft in juni 2003 een verslag aan de Commissie voorgelegd, waarin voor de totstandbrenging van een enkel kader gepleit wordt waarin alle verschillende bestaande instrumenten rond het Europees CV kunnen worden ondergebracht en waarin nog ruimte is voor instrumenten die eventueel nog ontwikkeld worden. In het verslag wordt er met nadruk op gewezen dat er een passend internet-gebaseerd informatiesysteem dient te komen. De verschillende opties voor de implementatie van het kader langs deze lijnen worden in het verslag onder de loep genomen. In de eerste helft van 2003 is door externe consultants een interim-evaluatie gemaakt van het initiatief Europass-beroepsopleidingen. In het in augustus 2003 ingediende eindverslag wordt gesteld dat Europass-beroepsopleidingen potentieel een goed instrument is, maar dat het vooral door het gebrekkige formaat (met name door het ontbreken van een elektronisch formaat), door de opzettelijk beperkt gehouden strekking (alléén werkgerelateerde opleidingen) en door het algemene gebrek aan coördinatie met andere instrumenten en initiatieven voor transparantie niet voor de volle honderd procent werkt. Vooral door de omslachtigheid van het document en het feit dat het geheel losstaat van andere initiatieven heeft Europass-beroepsopleidingen geen algemene bekendheid en duidelijke herkenbaarheid weten te bereiken, wat bepalend voor het succes van een instrument voor transparantie van kwalificaties en competenties is. In de evaluatie wordt geconcludeerd dat het goed zou zijn als er verbetering zou worden gebracht in het formaat van Europass-beroepsopleidingen en het organisatorische raamwerk. Een werkelijke sprong voorwaarts zou volgens de evaluatie evenwel alleen gerealiseerd worden als het hele stelsel documenten voor de transparantie van kwalificaties en competenties hervormd, samengevoegd of ten minste beter gecoördineerd wordt. Mobiliteitsadviseurs, mensen in het veld en werkgevers hebben wellicht weleens van de verschillende bestaande instrumenten gehoord, maar kunnen er door de gebrekkige coördinatie ervan die verwarring in de hand werkt niet goed mee overweg. De verbetering van Europass-beroepsopleidingen als instrument op zich en de verbetering van de situatie van alle documenten van de Gemeenschap voor de transparantie van kwalificaties en competenties, die beter gecoördineerd zouden moeten worden, maken dan ook deel uit van de aanbevolen beleidsopties. Er kan op verschillende punten lering worden getrokken uit de in het verleden ontwikkelde initiatieven - met name wat het beheer van Europass-beroepsopleidingen, het Euroguidance-netwerk en het NARIC-netwerk betreft - en uit de ervaringen die zijn opgedaan met het Europees Curriculum Vitae, het Diplomasupplement en het Certificaatsupplement. De volgende conclusies van algemene aard kunnen worden getrokken: - Bij de betrokkenen bestaat er algemene overeenstemming over dat het nut van de verschillende instrumenten door een betere coördinatie zou toenemen. - Instrumenten en diensten voor de transparantie van kwalificaties en competenties kunnen niet in het leven worden geroepen en dan aan zichzelf worden overgelaten; ze bereiken de mensen alleen, als ze actief ondersteund worden. Deze steun kan verscheidene vormen aannemen: gecoördineerde en medegefinancierde implementatie, m.i.v. promotie-activiteiten (in het geval van Europass-beroepsopleidingen); nationale wetgeving (bijv. in het geval van het Diplomasupplement); intensieve samenwerking in netwerken (Ploteus en het Euroguidance-netwerk). Ten aanzien van het beheer kan de volgende conclusie worden getrokken: - Wanneer voor nationale activiteiten financiële steun van de Gemeenschap wordt verstrekt, dient aandacht te worden geschonken aan de administratieve rompslomp die eventuele kleine subsidies met zich meebrengen. Bij de rationalisatie zou dan ook eveneens naar de administratieve regelingen gekeken moeten worden. 5.1.3 Maatregelen in verband met de evaluatie ex post Niet relevant. Met de interim-evaluatie over de initiatieven die verband houden met de voorgestelde maatregel is reeds bij de evaluatie ex ante (zie vorig punt) rekening gehouden. 5.2. Overwogen maatregel en wijze van financiering uit de begroting 1. Beschrijving van de voorgestelde maatregel. Met dit voorstel voor een beschikking wordt door de stroomlijning van de bestaande instrumenten en netwerken één enkel kader voor de transparantie van kwalificaties en competenties ingevoerd en worden de hiermee verband houdende implementatiemaatregelen vastgelegd. De inhoud van het voorstel kan als volgt worden samengevat: - Met de naam "Europass" wordt een enkel kader voor de transparantie van kwalificaties en competenties ingevoerd, dat uit een portfolio van documenten met een gemeenschappelijk logo bestaat. In het portfolio worden voorlopig de volgende documenten opgenomen: het Europees Curriculum Vitae - de ruggengraat van het portfolio -, het Diplomasupplement, de MobiliPass (een uitgebreider Europass-beroepsopleidingen), het Europees Taalportfolio, en het Certificaatsupplement. Het kader biedt ruimt voor de opname van eventuele nieuwe documenten in de toekomst. - Er wordt een gecoördineerd Europass-informatiesysteem opgezet. - Er worden maatregelen getroffen voor de implementatie van het een en ander: - een enkel orgaan wordt in ieder land verantwoordelijk voor de werkzaamheden in verband met de implementatie van de beschikking op nationaal niveau; - er dient voor promotiewerkzaamheden, informatie en begeleiding te worden gezorgd. Vooral in Europass-beroepsopleidingen zullen daadwerkelijke veranderingen worden aangebracht. In het licht van de conclusies van de evaluatie en de adviezen van een aantal belanghebbenden wordt voorgesteld om de voorwaarde te schrappen dat het Europees leertraject werkgerelateerd moet zijn. Dit komt erop neer dat de strekking van Europass-beroepsopleidingen zodanig wordt verruimd dat alle in een ander land doorgebrachte perioden voor leerdoeleinden kunnen worden vermeld. Als naam wordt daarom "MobiliPass" voorgesteld. De structuur van het document zal eveneens gewijzigd worden, zodat er een gedetailleerde beschrijving kan worden gegeven van de ervaringen die met mobiliteit zijn opgedaan. De enige wijziging bij de andere bestaande documenten, zoals het Diplomasupplement en het Certificaatsupplement zal zijn dat het Europass-logo op de documenten wordt aangebracht en dat er informatie moet worden uitgewisseld met het orgaan dat het Europass-kader coördineert. De documenten zullen aan de hand van vastgelegde procedures worden afgegeven door de dezelfde organen als nu. 2. Berekening van de geraamde kosten. Dit memorandum verwijst alleen naar de financiële steun die door de Gemeenschap voor de ontwikkelingsfase (2005-2006) wordt verstrekt. In de jaren daarna zal de financiële steun moeten worden verstrekt in het kader van de nieuwe programma's op onderwijs- en opleidingsgebied, die momenteel uitgewerkt worden. De jaarlijkse kosten zullen in de jaren daarna waarschijnlijk niet veel hoger zijn. Enerzijds kunnen er meer kosten ontstaan doordat de activiteiten toenemen, anderzijds zullen er in de eerste twee jaar meer inspanningen moeten worden geleverd voor de start en ontwikkeling van het een en ander, die na 2006 wegvallen. De voorgestelde maatregel moet met behulp van een indirecte gecentraliseerde aanpak gemanaged worden en daarbij moet onder de voorwaarden van artikel 54 van het Financieel Reglement steun worden verleend voor het werk van nationale bureaus. De nationale bureaus zijn verantwoordelijk voor alle werkzaamheden, en in het bijzonder voor het volgende: - Promotie- en startwerkzaamheden. De kosten hiervan zullen in de eerste twee jaar naar verhouding hoger uitvallen. Het Europass-kader voor de transparantie van kwalificaties en competenties en de documenten die er deel van uitmaken, zijn communicatie-instrumenten en het is van vitaal belang dat passende steun wordt verstrekt voor doeltreffende promotiewerkzaamheden. In deze eerste twee jaar dient op zijn minst een grote startconferentie en een doorlopende informatiecampagne in ieder land te worden georganiseerd. In grote landen zullen naar alle waarschijnlijkheid meer evenementen plaatsvinden. De gemiddelde kosten van de startconferentie kunnen op 60 000 euro geraamd worden. Onder de overige uit te voeren werkzaamheden zullen kleinere evenementen, de productie en verspreiding van brochures, posters, kaarten, video's en andere reclamewerkzaamheden in de verscheidene media vallen. In het nationaal bureau van een land van gemiddelde omvang zal hiervoor in de eerste twee jaar een persoon fulltime moeten worden ingezet. De gemiddelde kosten van de promotiewerkzaamheden (de startconferentie inbegrepen) kunnen op 120 000 euro voor beide jaren worden geraamd, waarbij het bij ongeveer de helft om personeelskosten gaat. - Ontwikkeling en beheer van informatiesystemen en portalen op nationaal niveau. De nationale Europass-bureaus zullen er met name zorg voor moeten dragen dat alle instellingen die Europass-documenten afgeven over mogelijkheden voor het elektronisch invullen van de documenten beschikken. De kosten voor het informatiesysteem worden voor de periode van twee jaar op 100 000 euro geraamd, waarbij het bij tweederde om personeelskosten gaat en bij de rest om kosten voor techniek, waaronder internetkosten. - Verspreiding van Europass-documenten, ondersteuning van gebruikers en algemene coördinatie en netwerkactiviteiten. Het nationaal bureau zal het directe beheer over de MobiliPass hebben (dat het huidige Europass-beroepsopleidingen vervangt), steun verlenen aan mensen die gebruik maken van het Europees Curriculum Vitae en het Certificaatsupplement en alle werkzaamheden coördineren die verband houden met de andere Europass-documenten die door de instellingen voor hoger onderwijs worden verstrekt (Diplomasupplement) of in verschillende vormen beschikbaar worden gesteld (Europees Taalportfolio). De kosten van deze werkzaamheden, die al naar gelang de omvang van het land sterk uiteen zullen lopen, kunnen op jaarbasis gemiddeld op zo'n 40 000 euro worden geraamd (personeelskosten), d.w.z. op 80.000 euro voor de periode van twee jaar. De kosten van de werkzaamheden van het nationaal Europass-bureau kunnen per jaar gemiddeld op 150 000 euro, d.w.z. op 300 000 voor twee jaar worden geraamd. Met een medefinanciering van 50% betekent dit dat de te verlenen steun aan de nationale bureaus gemiddeld 75 000 euro per land en per jaar zal vergen. Voor beide jaren en voor 25 landen houdt dit in dat met de steun voor de implementatie van de voorgestelde maatregel op nationaal niveau een bedrag van 3,750 miljoen euro gemoeid is. Zoals reeds gezegd, zal het onder andere de taak van het nationaal bureau zijn om de MobiliPass, de uitgebreide versie is van Europass-beroepsopleidingen, te beheren. Er kan een raming worden gemaakt van de kosten die alleen al door deze activiteit ontstaan, d.w.z. van de kosten wanneer alle andere taken in verband met het Europass-kader buiten beschouwing worden gelaten. De steun voor de nationale implementatie van het bestaande initiatief Europass-beroepsopleidingen in de 15 lidstaten kost iets meer dan 1,2 miljoen euro. Voor 25 lidstaten en voor een periode van twee jaar komt dit erop neer dat met de steun voor het bestaande Europass-beroepsopleidingen alleen al een bedrag van zo'n 4 miljoen euro gemoeid zou zijn. De MobiliPass heeft evenwel een veel bredere strekking dan Europass-beroepsopleidingen en de doelgroep waarvoor ze bestemd is, is vele malen groter. Om een idee te geven, het jaarlijkse aantal Erasmus-studenten (meer dan 100 000) is vier keer zo hoog als het jaarlijkse aantal personen dat een Europees leertraject aflegt dat in Europass-beroepsopleidingen wordt geregistreerd. Het totale aantal personen dat gebruik maakt van een MobiliPass kan op zo'n 150 000 per jaar geraamd worden, terwijl een Europass-beroepsopleidingen per jaar aan 25 000 personen uitgereikt wordt. De werkzaamheden van het nationaal Europass-bureau op het punt van coördinatie, counseling en advisering aan uitzendende organisaties zullen dienovereenkomstig toenemen, aangezien ze niet alleen actief zullen moeten worden voor een beperkt aantal beroepsopleidingsinstellingen, maar tevens voor alle hoger-onderwijsinstellingen die betrokken zijn bij het Erasmus-programma of een ander programma voor mobiliteit. Uit deze vergelijking wordt duidelijk dat de voorgestelde rationalisatie tot meer efficiency zal leiden. Financiële ondersteuning van het hele Europass-kader zal evenveel kosten als de financiële ondersteuning van het bestaande initiatief Europass-beroepsopleidingen. De kosten op Europees niveau hebben te maken met het te runnen netwerk (zes vergaderingen in twee jaar), de productie van documenten op papier (geschat aantal kopieën: 300 000) en de productie van een video (kosten op basis van de ervaringen met het initiatief Europass-beroepsopleidingen: de productie van een video over mobiliteit en Europass-beroepsopleidingen heeft zo'n 75 000 euro gekost). 5.3. Implementatiemethoden De voorgestelde maatregel zal door enige werkzaamheden op Europees niveau (coördinatie van het netwerk, Europees informatiesysteem en internetsite, promotie-evenementen en activiteiten) en vooral door werkzaamheden op nationaal niveau van de zijde van door de nationale autoriteiten te benoemen nationale bureaus geïmplementeerd worden. Voor de implementatie op nationaal niveau zal steun worden verstrekt door middel van aan de nationale bureaus te verlenen subsidies voor huishoudelijke uitgaven. 6. FINANCIËLE GEVOLGEN 6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B - (voor de gehele programmeringsperiode) 6.1.1. Financiële steun Vastleggingskredieten (in miljoen euro tot op drie decimalen nauwkeurig) >RUIMTE VOOR DE TABEL> * 3 netwerkvergaderingen x 1 vertegenwoordiger x 25 lidstaten x 650 = 48 750. 6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (over de gehele programmeringsperiode) [61] [61] Zie de toelichting voor nadere informatie. Vastleggingskredieten (in miljoen euro tot op drie decimalen nauwkeurig) >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Kosten van een vergadering: 25 X 650 = 16.250 euro. ** Productie van documenten: 300 000 stuks X 0,300 euro (gemiddelde kosten per stuk met inbegrip van ontwikkelingskosten - grafische vormgeving, prototypen enz.). 7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 7.1. Gevolgen voor het personeelsbestand >RUIMTE VOOR DE TABEL> 7.2. Financiële gevolgen voor de personeelsuitgaven >RUIMTE VOOR DE TABEL> Bij de bedragen gaat het om de totale uitgaven voor twaalf maanden. 7.3. Overige uit de maatregel voortvloeiende huishoudelijke uitgaven >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Kosten per stuk Bij de bedragen gaat het om de totale uitgaven voor twaalf maanden. 1 Het type comité en de groep waarvan het deel uitmaakt, dienen te worden vermeld. >RUIMTE VOOR DE TABEL> De behoeften aan personele en huishoudelijke middelen worden gedekt uit de begrotingsmiddelen die in het kader van de jaarlijkse toekenningsprocedure aan de het verantwoordelijke Directoraat-generaal worden toegekend. 8. TOEZICHT EN EVALUATIE 8.1. Regeling voor het toezicht De gegevens die voor het toezicht noodzakelijk zijn, zullen worden verkregen uit managementgegevens en uit surveys die op nationaal niveau gehouden zullen worden. De tabel in punt 5.1.1 geeft voor iedere doelstelling het type gegevens aan dat verzameld moet worden om een inschatting te kunnen maken van dat wat bereikt is. 8.2. Procedure en periodiciteit van de voorgeschreven evaluatie Het is de bedoeling dat de Commissie na inwerkingtreding van de beschikking iedere vier jaar een evaluatieverslag opstelt. Dit evaluatieverslag zal gebaseerd worden op een evaluatie van externe deskundigen. Aangezien de implementatie van de voorgestelde maatregel na 2006 in het kader van de in 2007 in werking tredende nieuwe generatie programma's zal plaatsvinden, dient het eerste evaluatieverslag ook in dat kader opgesteld en financieel ondersteund te worden. 9. MAATREGELEN TER BESTRIJDING VAN FRAUDE In de financieringsbesluiten en de contracten tussen de Commissie en de begunstigden wordt voorzien in de mogelijkheid van controles ter plaatse door de Commissie en de Rekenkamer bij de begunstigde van een communautaire subsidie, en in de mogelijkheid om gedurende vijf jaren na het einde van de contractperiode bewijsstukken op te vragen van alle uitgaven in het kader van deze contracten, overeenkomsten en juridische verbintenissen. De begunstigden moeten een verslag en een financieel verslag overleggen, die op inhoud en subsidiabiliteit zullen worden getoetst aan het doel van de communautaire financiering, rekening houdend met de contractuele verplichtingen en de beginselen van zuinigheid en goed financieel beheer. Bij de financiële overeenkomsten wordt informatie van administratieve en financiële aard gevoegd. Deze is met name bedoeld om de uitgaven die uit hoofde van deze overeenkomsten voor steun in aanmerking komen, nader te omschrijven. Om de controle en de audit (alsmede de evaluatie tijdens de selectie) van de gesubsidieerde projecten te vergemakkelijken, wordt de communautaire bijdrage aan de financiering zo nodig beperkt tot reële, herkenbare en in de boekhouding van de begunstigde controleerbare kosten.