Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003PC0077

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

/* COM/2003/0077 def. - COD 2003/0039 */

52003PC0077

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen /* COM/2003/0077 def. - COD 2003/0039 */


Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Artikel 191 van het Verdrag, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Nice, luidt:

Europese politieke partijen zijn een belangrijke factor voor integratie binnen de Unie. Zij dragen bij tot de vorming van een Europees bewustzijn en tot de uiting van de politieke wil van de burgers.

De Raad stelt volgens de procedure van artikel 251 het statuut van de Europese politieke partijen en in het bijzonder de regels inzake hun financiering vast.

Artikel 191 erkent de belangrijke rol die de Europese politieke partijen kunnen spelen bij de ontwikkeling van het politieke debat op Europees niveau en bijgevolg bij de verbetering van de kwaliteit van de democratie en de werking van de instellingen van de Unie.

Voorts erkent het dat de partijen - om de hun in het Verdrag toegedachte rol te kunnen vervullen - tenminste gedeeltelijk uit de communautaire begroting gefinancierd dienen te worden.

De gewijzigde redactie van artikel 191 biedt thans de mogelijkheid tot de vaststelling van een passend wettelijk kader door middel van de medebeslissingsprocedure. Dit nieuwe voorstel bouwt voort op de constructieve voorbereidende werkzaamheden die de drie instellingen in verband met het op artikel 308 berustende voorlopige voorstel uitgevoerd hebben en verenigt de terreinen in zich waarover in de loop van de procedure consensus is bereikt.

Het voorstel beoogt het aan artikel 191, lid 1, ten grondslag liggende voornemen te verwerkelijken door het scheppen van een duurzaam, helder en transparant wettelijk kader op de lange termijn voor de Europese partijen en de financiering ervan uit de Gemeenschapsbegroting.

De Commissie acht het weliswaar ongepast om de politieke voorwaarden voor de registratie van Europese politieke partijen al te strikt of gedetailleerd te regelen, maar vindt het desondanks van wezenlijk belang om minimumnormen voor een democratische handelwijze van dergelijke partijen vast te leggen.

Dienovereenkomstig bepalen artikel 2 (definitie van een partij) en artikel 3 (registratie), dat een partij die zich bij het Europees Parlement wil laten registreren dient:

- aan verkiezingen voor het Europees Parlement te hebben deelgenomen of haar voornemen daaraan deel te nemen te kennen hebben gegeven;

- te beschikken over duidelijk omschreven instanties die verantwoordelijk zijn voor het financieel beheer;

- te waarborgen dat de statuten en activiteiten van de Europese politieke partij voldoen aan de fundamentele doelstellingen van de Unie in verband met vrijheid, democratie, rechten van de mens, fundamentele vrijheden en de rechtstaat.

Artikel 4 legt een procedure vast, door middel waarvan onderzocht wordt of een partij de in het derde streepje hierboven vermelde verplichtingen naleeft en stelt het Europees Parlement in staat de registratie van een partij die niet langer aan de registratievoorwaarden voldoet, ongedaan te maken.

Met het oog op de transparantie stelt artikel 3 de publicatie van de statuten verplicht.

De bij artikel 3 vastgelegde registratieprocedure is derhalve de eerste vereiste, maar niet de enige voorwaarde om voor financiering in aanmerking te komen. Als een partij aanspraak op financiering wil maken, dient zij eerst haar statuten te deponeren en vervolgens aan de speciale, in artikel 5 neergelegde aanvullende voorwaarden te voldoen. Geregistreerde partijen vragen financiering bij het Parlement aan, dat binnen twee maanden beslist.

Deze communautaire financiering kan alleen worden toegekend aan partijen die voldoende representatief zijn, hetzij in het Europees Parlement, hetzij in een aantal lidstaten. In dit verband dient de verwijzing in artikel 5 van de verordening naar regionale parlementen in iedere lidstaat in het licht van zijn eigen grondwettelijke beginselen geïnterpreteerd te worden. Hiertoe worden de volgende maatstaven in overweging gegeven: een partij moet hetzij in het Europees Parlement of in de nationale of regionale parlementen in tenminste eenderde van de lidstaten met afgevaardigden vertegenwoordigd zijn, ofwel bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement in tenminste eenderde van de lidstaten van de Gemeenschap 5% van de stemmen behaald hebben. De partijen dienen zich voorts te verplichten niet bepaalde in artikel 5, lid 3, onder d, genoemde soorten giften te aanvaarden.

Op deze voorwaarden kunnen partijen krachtens artikel 191 en overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel in aanmerking komen voor financiering uit de begroting van de Unie. Deze financiering mag niet in de plaats komen van de autonome financiering van de Europese partijen, die minstens 25% van de begroting van iedere partij dient te bedragen.

De verdeling onder partijen die voor de financiering in aanmerking komen, geschiedt volgens objectieve regels. Elk van deze partijen ontvangt een vaste basisfinanciering, waaraan een tweede bedrag wordt toegevoegd, dat wordt berekend aan de hand van het aantal in het Europees Parlement gekozen afgevaardigden. Voor deze twee delen van de uitkering worden respectievelijk 15% en 85% van de beschikbare kredieten bestemd.

De toegewezen begrotingsmiddelen zijn herzien met het oog op de toename van de bevolking van de Unie als gevolg van de uitbreiding.

Uiteraard moet de financiële situatie van een politieke partij die gelden uit de Gemeenschapsbegroting ontvangt, doorzichtig zijn. Daartoe maken de Europese politieke partijen hun rekeningen openbaar en melden zij al hun financieringsbronnen (met uitzondering van giften tot maximaal 100 euro). Er worden in overeenstemming met het Financieel Reglement uniforme rapportage-, boekhoud- en controleprocedures vastgelegd.

Ter voorkoming van een ongeoorloofd belangenconflict moeten er regels worden vastgesteld voor externe en onafhankelijke procedures voor de controle van de boekhouding van de partijen.

Tenslotte is voorgesteld de maatregel te financieren als speciale administratieve uitgave van het Parlement (afdeling I van de begroting), in overeenstemming met de door de begrotingsautoriteit in de begroting van het Parlement opgenomen voorzieningen voor een artikel "Steun aan de Europese politieke partijen".

Krachtens de bepalingen van de artikelen 66, 76 en 116 van het Financieel Reglement [1] betreffende de verantwoordelijkheid van de ordonnateur beslist de ordonnateur over de toegekende subsidies en gaat hij vastleggingen en juridische verbintenissen aan.

[1] PB L 248 van 16.09.2002.

2003/0039 (COD)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 191,

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB C

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, [3]

[3] PB C

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Er moet een statuut komen voor Europese politieke partijen en er moet op worden toegezien dat deze, overeenkomstig het Verdrag en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de grondrechten alsmede de democratische beginselen en de rechtstaat eerbiedigen en dat zij eigen bestuursorganen bezitten.

(2) Er moet zorg worden gedragen voor de financiering van de Europese politieke partijen, zodat hun exploitatiekosten gedeeltelijk worden gedekt. In overeenstemming met de aan het Verdrag van Nice gehechte Verklaring nr. 11 mag de financiering niet worden aangewend om politieke partijen op nationaal niveau rechtstreeks of zijdelings te financieren.

(3) De voorwaarden van deze verordening moeten op gelijke voet gelden voor alle Europese politieke partijen, met inachtneming van de daadwerkelijke vertegenwoordiging ervan in het Europees Parlement.

(4) Financiering moet uitsluitend worden toegekend aan partijen die op Europees vlak voldoende representatief zijn, om te voorkomen dat financiering wordt toegekend aan partijen die uitsluitend nationale partijen zijn of aan partijen waaraan op nationaal vlak financiering is geweigerd omdat zij de democratische beginselen niet in acht nemen. Deze financiering mag niet in de plaats komen van de autonome financiering van de partijen.

(5) Het soort uitgaven waarvoor op grond van deze verordening financiering kan worden toegekend, dient duidelijk te worden omschreven.

(6) De kredieten die voor de financiering van de partijen worden uitgetrokken, moeten worden vastgesteld volgens de jaarlijkse begrotingsprocedure.

(7) De voor de financiering van partijen toegewezen kredieten zullen worden ingedeeld als specifieke administratieve uitgaven van het Europees Parlement, dat als ordonnateur verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering.

(8) Er dient zorg te worden gedragen voor een toereikende transparantie en financiële controle van de Europese politieke partijen, die uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden gefinancierd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Voorwerp en werkingssfeer

Deze verordening legt regels vast betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen.

Artikel 2

Definities

In deze verordening betekent:

1. "politieke partij" een vereniging van burgers,

- die politieke doeleinden nastreeft en

- erkend of opgericht is in overeenstemming met de rechtsorde van tenminste een lidstaat;

2. "alliantie van politieke partijen" een gestructureerde samenwerking tussen minstens twee politieke partijen;

3. "Europese politieke partij" een politieke partij of alliantie van politieke partijen, waarvan de statuten in overeenstemming met de voorwaarden en procedures van deze verordening bij het Europees Parlement gedeponeerd zijn.

Artikel 3

Statuut

1. Een politieke partij of alliantie van politieke partijen kan onder de volgende voorwaarden een statuut bij het Europees Parlement deponeren:

(a) de politieke partij of de alliantie van partijen bestaat in tenminste drie lidstaten;

(b) de politieke partij, alliantie van politieke partijen of de onderdelen van de alliantie hebben deelgenomen aan verkiezingen voor het Europees Parlement of hebben door het deponeren van een schriftelijke verklaring bij het Europees Parlement het voornemen hiertoe te kennen gegeven;

2. Het statuut bevat een programma, waarin de doelstellingen van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen worden beschreven, en legt met name de voor de politieke leiding en het financieel beheer verantwoordelijke organen vast, alsmede de organen of natuurlijke personen die in de respectieve lidstaten in het bijzonder in het geval van de verwerving of vervreemding van roerende of onroerende goederen en het optreden in rechte tot wettelijke vertegenwoordiging bevoegd zijn.

Het statuut en de activiteiten van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen eerbiedigen de beginselen van vrijheid, democratie, rechten van de mens, fundamentele vrijheden en de rechtstaat.

3. Voor elke wijziging van een reeds geregistreerd statuut wordt een verzoek tot registratie tot het Europees Parlement gericht. Binnen drie maanden na de ontvangst van het verzoek registreert het Europees Parlement het statuut of de wijziging van een reeds geregistreerd statuut. Het Europees Parlement onderzoekt regelmatig of nog steeds aan de voorwaarden van de leden 1 en 2 van dit artikel wordt voldaan.

4. Het Europees Parlement maakt de geregistreerde statuten openbaar.

Artikel [4]

Onderzoek

1. Op verzoek van een kwart van zijn leden, die tenminste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigen, onderzoekt het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden of de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, neergelegde voorwaarde nog steeds wordt nageleefd door een Europese politieke partij. Alvorens het Europees Parlement overgaat tot dit onderzoek, hoort het eerst de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij en verzoekt het een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen om binnen een redelijke termijn advies over deze kwestie uit te brengen.

Indien het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden vaststelt dat niet langer aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt het statuut van de betrokken Europese politieke partij doorgehaald in het register.

2. Het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen bestaat uit drie leden, waarvan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie elk één lid benoemen. De secretariaatswerkzaamheden en financiering van het comité neemt het Europees Parlement voor zijn rekening.

Artikel [5]

Financiering

1. Een Europese politieke partij komt slechts in aanmerking voor financiële middelen ten koste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, als zij aantoont dat zij in de lidstaat waar zij gevestigd is, rechtspersoonlijkheid bezit en als zij:

(a) in het Europees Parlement of de nationale parlementen of regionale parlementen of regionale bestuurslichamen in minstens eenderde van de lidstaten door gekozen leden vertegenwoordigd is, of

(b) in minstens eenderde van de lidstaten bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement minstens 5 % van de stemmen heeft verkregen.

2. Het verzoek van een Europese politieke partij om toekenning van financiële middelen wordt ingediend bij het Europees Parlement, dat binnen twee maanden een besluit dienaangaande neemt en de desbetreffende kredieten goedkeurt en beheert:

3. Een Europese partij die financiering ontvangt:

(a) publiceert jaarlijks haar ontvangsten en uitgaven en een staat van haar activa en passiva;

(b) geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donoren en het door elke donor geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 100 euro;

Zij aanvaardt niet

- (a) anonieme donaties,

- (b) donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

- (c) donaties van juridische lichamen, waarin de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit,

- (d) donaties ten bedrage van meer dan 5 000 euro per jaar en donateur van ieder ander natuurlijk of rechtspersoon dan de in c) genoemde juridische lichamen en onverminderd alinea 3.

Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

Artikel [6]

Financieringsverbod

De financiering van Europese politieke partijen uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen of een andere bron mag niet gebruikt worden voor rechtstreekse of indirecte financiering van nationale politieke partijen.

Artikel [7]

Aard van de uitgaven

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

Artikel [8]

Uitvoering en controle

1. De kredieten bestemd voor de financiering van Europese politieke partijen worden vastgesteld volgens de begrotingsprocedure en worden besteed overeenkomstig de bepalingen van het Financieel Reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

2. De waardebepaling van roerende en onroerende goederen, alsmede de afschrijving daarvan, geschieden overeenkomstig Verordening(EG) nr. 2909/2000 van de Commissie. [4]

[4] PB L 336, 30.12.2000, blz..75.

3. De controle op de financiering die in het kader van deze verordening wordt toegekend, wordt overeenkomstig het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan uitgeoefend.

De controle geschiedt daarenboven op grond van een jaarlijkse audit door een externe en onafhankelijke instantie. Het auditverslag wordt het Europees Parlement en de Rekenkamer binnen zes maanden na afloop van het betreffende begrotingsjaar toegezonden.

4. Middelen die Europese politieke partijen ten onrechte uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen hebben ontvangen, worden terugbetaald.

5. Elk document of elke inlichting die de Rekenkamer nodig heeft om haar taak te vervullen, wordt haar op haar verzoek verstrekt door de Europese politieke partijen die middelen uit de begroting hebben ontvangen.

Indien door Europese partijen tezamen met nationale partijen en andere organisaties verplichtingen voor uitgaven zijn aangegaan, moeten de bescheiden over de uitgaven van de Europese politieke partijen aan de Europese Rekenkamer ter beschikking worden gesteld.

6. Op de financiering van Europese politieke partijen als organisaties die een doel van algemeen Europees belang nastreven is artikel 113 van het Financieel Reglement, dat betrekking heeft op het degressieve karakter van een dergelijke financiering, niet van toepassing.

Artikel [9]

Verdeling

1. De beschikbare kredieten worden jaarlijks als volgt verdeeld:

(a) 15% wordt gelijkelijk verdeeld over de Europese politieke partijen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 5;

(b) 85% wordt verdeeld over de Europese politieke partijen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 5 en afgevaardigden hebben in het Europees Parlement, evenredig aan het aantal gekozen leden.

Voor de toepassing van deze bepalingen kan een lid van het Europees Parlement slechts lid zijn van één Europese politieke partij.

2. Financiële middelen verleend ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, waaronder die uit hoofde van deze verordening, mogen niet meer bedragen dan 75% van het budget van een Europese politieke partij. De bewijslast dienaangaande berust bij de betrokken Europese politieke partij.

Artikel [10]

Technische ondersteuning

Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld en wordt tegen overlegging van een factuur en tegen betaling ter beschikking gesteld.

Artikel [11]

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt drie maanden na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen in werking.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT

Beleidsgebied(en): Europese politieke partijen

Activiteit(en):

Benaming van de actie: het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

1. BEGROTINGSLIJN(EN) + OMSCHRIJVING(EN)

Begrotinglijn 3710 in afdeling I (Parlement) van de begroting "Steun aan de Europese politieke partijen".

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B): miljoen euro aan vastleggingskredieten

8,4 miljoen euro per jaar.

2.2. Duur:

Onbepaald: jaarlijkse vaststelling van kredieten.

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven:

(a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (cf. punt 6.1.1)

mln euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (cf. punt 6.1.2)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (cf. punten 7.2 en 7.3)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

[X] Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten: [5]

[5] Zie voor nadere informatie de bijgevoegde toelichting.

[X] Dit voorstel heeft geen enkele financiële implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel).

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 191 van het EG-Verdrag.

5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1. Noodzaak van het communautaire optreden [6]

[6] Zie voor nadere informatie de bijgevoegde toelichting.

Artikel 191 draagt de wetgever op regels betreffende het statuut en de financiering van de Europese politieke partijen vast te stellen. Deze verordening beoogt een betrouwbaar, transparant en legitiem kader voor de financiering van Europese politieke partijen te scheppen. Het is evident noodzakelijk de partijen gedeeltelijk uit de Gemeenschapsbegroting te financieren, zodat zij aan de taken die het Verdrag hun toevertrouwt kunnen voldoen, en wel op zodanige wijze dat de kritiek die de Rekenkamer op de bestaande financiering uit de begrotingen van de fracties geleverd heeft, niet langer van toepassing is.

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

De verordening zal ten goede komen aan de geregistreerde Europese politieke partijen, die aan de voorwaarden van de verordening voldoen, zodat zij kunnen tegemoetkomen aan de hun krachtens artikel 191 van het Verdrag toevertrouwde taken.

5.3. Uitvoering

8.4 miljoen euro is het geraamde maximumbedrag waarover de Europese partijen zouden kunnen beschikken, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat zij over eigen middelen beschikken en dat krachtens artikel 9 van de verordening de communautaire financiering niet meer dan 75% van het totale budget van een partij mag bedragen.

Elk van de vijf bestaande Europese politieke partijen ontvangt een subsidie, die niet meer dan 75% van het totale budget van de partij mag bedragen. Deze subsidie kan uit twee gedeelten bestaan:

(i) 15 % van de totale begroting wordt over alle in aanmerking komende partijen verdeeld;

(ii) de in het Europees Parlement vertegenwoordigde partijen ontvangen een bedrag dat is gebaseerd op het aantal afgevaardigden dat zij bezitten. Hierbij wordt de volgende formule gehanteerd:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

6. FINANCIËLE GEVOLGEN

6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B (voor de hele programmeringsperiode)

(De methode voor de berekening van de totale bedragen in de onderstaande tabel moet worden verduidelijkt door de specificatie in tabel 6.2 )

6.1.1. Financiering

Vastleggingskredieten (in mln euro, tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.1.2. Technische en administratieve bijstand, ondersteuningsuitgaven en IT-uitgaven (vastleggingskredieten)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de hele programmeringsperiode) [7]

[7] Zie voor nadere informatie de bijgevoegde toelichting.

(Waar er sprake is van meer dan één activiteit, moeten de specifieke maatregelen voor elk ervan gedetailleerd worden aangegeven om de hoogte van de kosten voor uitgaven te kunnen ramen)

Vastleggingskredieten (in mln euro, tot op 3 decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Zo nodig de wijze van berekening toelichten

7. GEVOLGEN VOOR DE PERSONELE MIDDELEN EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN

De behoefte aan personele en huishoudelijke middelen wordt gedekt door het aan het Europees Parlement binnen de begroting 2004 toegewezen personeel.

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen komen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de activiteit voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen komen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden.

1 De aard van het comité en de groep waar het deel van uitmaakt vermelden.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. TOEZICHT EN EVALUATIE

Het Parlement zal aan de hand van audits en de door de Europese politieke partijen gepubliceerde begrotingen voortdurend toezicht houden op het functioneren van de verordening en zal de maatregel tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure doorlopend evalueren.

9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

- De verordening bepaalt dat de Europese politieke partijen zich aan de voorschriften van het Financieel Reglement moeten houden, hun rekeningen moeten openbaar maken en deze aan het Parlement en de Rekenkamer moeten voorleggen.

Top