This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52002PC0642
Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council amending Regulation (EC) No 2037/2000 as regards the critical uses and export of halons, the export of products and equipment containing chlorofluorocarbons and controls on bromochloromethane
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2037/2000 ten aanzien van de kritische toepassingen en de uitvoer van halonen, de uitvoer van producten en apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevatten en de regulering van broomchloormethaan
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2037/2000 ten aanzien van de kritische toepassingen en de uitvoer van halonen, de uitvoer van producten en apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevatten en de regulering van broomchloormethaan
/* COM/2002/0642 def. - COD 2002/0268 */
PB C 45E van 25.2.2003, pp. 297–299
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2037/2000 ten aanzien van de kritische toepassingen en de uitvoer van halonen, de uitvoer van producten en apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevatten en de regulering van broomchloormethaan /* COM/2002/0642 def. - COD 2002/0268 */
Publicatieblad Nr. 045 E van 25/02/2003 blz. 0297 - 0299
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2037/2000 ten aanzien van de kritische toepassingen en de uitvoer van halonen, de uitvoer van producten en apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevatten en de regulering van broomchloormethaan (door de Commissie ingediend) TOELICHTING (1) Bij de toepassing van Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, zijn bepaalde problemen gerezen die moeten worden aangepakt via een wijziging van deze verordening. Deze problemen, die verband houden met de daadwerkelijke en veilige tenuitvoerlegging van de verordening, zijn besproken binnen het comité van beheer van Verordening (EG) nr. 2037/2000 en de meeste lidstaten erkennen dat deze wijzigingen van Verordening (EG) nr. 2037/2000 noodzakelijk zijn. Dit voorstel behelst vier wijzigingen van Verordening (EG) nr. 2037/2000. (2) Het eerste probleem is dat van de halonen, een gereguleerde stof. Krachtens artikel 4, lid 4, sub iv), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 moet de Commissie jaarlijks de in bijlage VII bij de verordening genoemde kritische toepassingen van halonen evalueren. In de context van dergelijke evaluaties worden in de verordening echter geen termijnen gegeven voor de eventuele geleidelijke uitbanning van deze kritische toepassingen in het licht van de ontwikkeling en het gebruik van adequate alternatieven. De in dit voorstel vervatte wijziging van artikel 1 omvat in de context van de herziening van bijlage VII termijnen voor de vermindering van het gebruik van halonen voor kritische toepassingen, wanneer dat gerechtvaardigd is. Dit moet waarborgen dat er vooruitgang wordt geboekt bij het terugdringen van de mogelijkheid om halonen te gebruiken voor kritische toepassingen, wat ertoe kan bijdragen dat de ozonlaag zich sneller herstelt. (3) Het tweede probleem is dat van de uitvoer van halonen. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2037/2000 mogen halonen binnen de Europese Gemeenschap tot 31 december 2003 worden gebruikt in brandbeveiligingssystemen en blusapparaten. Vanaf 1 januari 2004 mogen alleen voor de in bijlage VII genoemde 'kritische toepassingen' nog halonen worden gebruikt. Met kritische toepassingen worden die toepassingen bedoeld waarbij geen technische en betaalbare alternatieven voor het gebruik van halonen bestaan. Halonen bevattende apparatuur die niet in bijlage VII wordt genoemd, wordt als niet-kritisch beschouwd. Alle niet-kritische halonen bevattende installaties moeten tegen 31 december 2003 buiten gebruik zijn gesteld. De daarbij teruggewonnen halonen kunnen worden opgeslagen voor later gebruik in kritische toepassingen, uitgevoerd voor kritische toepassingen of vernietigd. Wat de uitvoer betreft, staat artikel 11, lid 1, sub d), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 de uitvoer van halonen bevattende producten en apparatuur toe op voorwaarde dat bedoelde uitvoer verloopt naar een derde land en dat de halonen bestemd zijn voor de in bijlage VII genoemde kritische toepassingen. Kleine met halonen gevulde cilinders maken deel uit van de brandbeveiligingsapparatuur die oorspronkelijk in gebouwen werden geïnstalleerd. Nu de einddatum voor het buiten gebruik nemen van die apparatuur nadert, komen er aanzienlijke hoeveelheden halonen op de markt, met een potentieel voor uitvoer van die halonen in dergelijke kleine cilinders. De industrie merkt echter op dat het vervoer van dergelijke apparatuur in talrijke landen niet wordt toegestaan en dat intensief vervoer van bedoelde kleine cilinders als onveilig wordt beschouwd. De voorgestelde wijziging van de verordening is niet alleen consistent met de bedoeling van de verordening om de uitvoer toe te staan van halonen voor de in bijlage VII genoemde kritische toepassingen, maar ook met de doelstelling dergelijke uitvoer op een veilige manier te doen verlopen. Bovendien lijkt het erg waarschijnlijk dat, aangezien halonen in bulk weinig of geen waarde hebben, bij het buiten bedrijf stellen van apparatuur een groot gedeelte van de daarin gebruikte halonen gewoon in de omgeving wordt vrijgelaten. De uitvoer van halonen voor de in bijlage VII genoemde kritische toepassingen zou wél waarde hebben, zodat dit voor bedrijven een aansporing vormt om de halonen terug te winnen in plaats van ze te laten ontsnappen. Voorts levert dit een substituut op voor de productie van halonen in de ontwikkelingslanden. De Commissie kan nagaan of de uitgevoerde halonen in de landen van invoer bestemd zijn voor kritische toepassingen aangezien halonen, als gereguleerde stof, van een uitvoervergunningsnummer moeten worden voorzien, wat de handhavingstaak van de Commissie vergemakkelijkt. Deze wijziging zal in het geheel dus resulteren in een vermindering van de productie van halonen op wereldschaal, een bevordering van veilige praktijken voor het vervoer van halonen voor kritische toepassingen, een verplicht toezicht op de uitvoer en een bevestiging dat de uitgevoerde halonen bestemd zijn voor kritische toepassingen. De wijziging zal op die manier bijdragen tot een sneller herstel van de ozonlaag. (4) Het derde probleem is dat van de uitvoer van gereguleerde stoffen of gereguleerde stoffen bevattende producten. Bij artikel 11 of Verordening (EG) nr. 2037/2000 is de uitvoer van gereguleerde stoffen of gereguleerde stoffen bevattende producten verboden. Dit verbod vormt een aansporing voor de terugwinning en vernietiging van dergelijke gereguleerde stoffen overeenkomstig de voorschriften van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 2037/2000. Het hoofddoel van artikel 11 is een halt toe te roepen aan de toenemende uitvoer van gebruikte koel- en klimaat regelings apparatuur, met name de uitvoer naar ontwikkelingslanden huishoudelijke koelkasten en diepvriezers die CFK's bevatten. Zelfs wanneer de CFK's uit de compressoren van dergelijke apparaten worden verwijderd alvorens tot de uitvoer wordt overgegaan, blijven er nog twee keer zoveel CFK's in het vaste isolatieschuim dat in deze producten is gebruikt. Zo lang in de desbetreffende ontwikkelingslanden geen vernietigings faciliteiten bestaan, komen deze CFK's uiteindelijk vrij in de lucht en veroorzaken zij schade aan de ozonlaag. Bovendien zijn de ontwikkelingslanden nu gestart met de geleidelijke uitbanning van CFK's en hebben talrijke van die landen aangegeven dat zij geen afnemers wensen te zijn van tweedehandsproducten en -apparatuur die CFK's bevatten. (5) Zoals dit momenteel is geformuleerd, is artikel 11 echter niet alleen van toepassing op koel- en klimaatregelingsapparatuur, maar op alle producten en apparaten die isolatieschuim of integraalschuim bevatten dat met CFK's is geproduceerd. Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat tweedehandsluchtvaartuigen en -voertuigen die vast isolatieschuim of integraalschuim bevatten dat met CFK's is geproduceerd, niet uit de EG mogen worden uitgevoerd. Aangezien het doel van Verordening (EG) nr. 2037/2000 uitsluitend was om de uitvoer van CFK's bevattende koel- en klimaat regelings apparatuur te beperken, en niet die van andere producten en apparaten waarin met CFK's geproduceerd schuim is verwerkt, is een wijziging van de verordening vereist. (6) Het vierde probleem is dat van de in artikel 22 en bijlage II of Verordening (EG) nr. 2037/2000 vervatte voorschriften voor nieuwe stoffen. In de huidige formulering waarborgt Verordening (EG) nr. 2037/2000 niet hetzelfde niveau van toezicht op de nieuwe in bijlage II genoemde stof - broomchloormethaan - als geldt voor de andere gereguleerde stoffen en daardoor komt de Europese Gemeenschap niet volledig al haar verbintenissen overeenkomstig het Protocol van Montreal na. Om deze situatie recht te trekken, moet ervoor worden gezorgd dat de voor gereguleerde stoffen geldende voorschriften ook van toepassing zijn op de nieuwe stof - broomchloormethaan. (7) De voorgestelde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 2037/2000 stroken helemaal met de milieudoelstelling van de verordening, namelijk de bescherming van de ozonlaag, en zorgen er tegelijk voor dat de wettelijke bepalingen van de verordening waar nodig verduidelijkt en gewijzigd worden. 2002/0268 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2037/2000 ten aanzien van de kritische toepassingen en de uitvoer van halonen, de uitvoer van producten en apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevatten en de regulering van broomchloormethaan HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C ... Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2], [2] PB C ... Gezien het advies van het Comité van de Regio's [3], [3] PB C ... Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [4], [4] PB C ... Overwegende hetgeen volgt: (1) Op grond van artikel 4, lid 4, onder iv), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen [5] toetst de Commissie ieder jaar de in bijlage VII van deze verordening vermelde kritische toepassingen van halonen. De verordening voorziet in de context van deze toetsingen echter niet in de vaststelling van tijdschema's om deze kritische toepassingen in het licht van de signalering en het gebruik van adequate alternatieven eventueel geleidelijk te elimineren. Om ervoor te zorgen dat er vooruitgang wordt geboekt bij de vermindering van het gebruik van halonen voor kritische toepassingen, zodat de verbetering in de toestand van de ozonlaag wordt bespoedigd, zou de Commissie bij de herziening van bijlage VII overeenkomstig de bepalingen van artikel 18, lid 2, volgens goedgekeurde procedures tijdschema's moeten kunnen vaststellen om het gebruik van halonen voor kritische toepassingen te verminderen, voor zover dit is gerechtvaardigd. [5] PB L 244 van 29.9.2000. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2039/2000 (PB L 244 van 29.9.2000, blz. 26). (2) De uitvoer van producten en apparatuur die halonen bevatten voor de in bijlage VII vermelde kritische toepassingen is op grond van Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen toegestaan, maar de uitvoer van gerecycleerde halonen in bulk is niet toegestaan. Op het ogenblik is de uitvoer van kleine cilinders met halonen voor kritische toepassingen op grond van de verordening toegestaan aangezien deze worden beschouwd als onderdeel van de oorspronkelijk in een gebouw geplaatste apparatuur voor brandbestrijding. Dergelijke cilinders mogen in veel landen niet worden vervoerd en een veelvuldig verplaatsen van deze cilinders wordt als onveilig beschouwd. Gezien de geleidelijke eliminatie van halonen in de Europese Gemeenschap zou de uitvoer van teruggewonnen en gerecycleerde halonen voor kritische toepassingen moeten worden toegestaan teneinde de milieudoelstellingen van de Europese Gemeenschap met betrekking tot de ozonlaag te helpen bereiken, met name doordat dan de productie van halonen in ontwikkelingslanden vermeden wordt, waarbij wordt gezorgd voor veilige methoden voor het vervoer van halonen voor kritische toepassingen, een verplichte controle op de uitvoer en een bevestiging dat de halonen voor kritische toepassingen worden uitgevoerd. (3) Het is de bedoeling van Verordening (EG) nr. 2037/200 en met name van artikel 11 een halt toe te roepen aan de groeiende uitvoer van oude en gebruikte koel- en klimaatregelingsapparatuur, met name koelkasten en diepvriezers voor huishoudelijk gebruik, naar ontwikkelingslanden. Zelfs indien de CFK's vóór de uitvoer uit de compressors worden verwijderd, bevat het in deze producten gebruikte isolatieschuim nog altijd tweemaal zoveel CFK's. Bij afwezigheid van vernietigings capaciteit in de ontwikkelingslanden zullen de CFK's in deze producten uiteindelijk weglekken in de atmosfeer en schade toebrengen aan de ozonlaag. Daarnaast beginnen de ontwikkelingslanden nu geleidelijk CFK's te elimineren en veel van deze landen hebben erop gewezen dat zij geen tweedehands producten en apparatuur willen ontvangen die CFK's bevatten. (4) Met de huidige formulering geldt artikel 11 echter niet alleen voor koel- en klimaatregelingsapparatuur maar voor alle producten en apparatuur die isolatieschuim of structuurschuim bevatten dat met CFK's is geproduceerd. Dit zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat gebruikte vliegtuigen en voertuigen die hard isolatieschuim of structuurschuim bevatten dat met CFK's is geproduceerd, niet uit de EG zouden kunnen worden uitgevoerd. Het was de bedoeling van de verordening alleen de uitvoer van koel- en klimaatregelingsapparatuur te beperken die CFK's in het schuim bevatten. In de huidige situatie zouden vliegtuigen met CFK's in de schuimisolatie niet kunnen worden uitgevoerd. De aanpassing van dergelijke gebruikte vliegtuigen zou zeer duur zijn en gelet op hun leeftijd economisch niet aantrekkelijk. Er zijn ook andere goederen zoals schepen of spoorwagons die verboden zouden worden. In deze situatie is het noodzakelijk artikel 11 te wijzigen teneinde juridische duidelijkheid te scheppen. (5) De bepalingen betreffende nieuwe stoffen in artikel 22 en bijlage II van Verordening (EG) nr. 2037/2000 garanderen niet hetzelfde controle niveau dat gehanteerd wordt ten opzichte van gereguleerde stoffen. Om de Gemeenschap in staat te stellen haar verplichtingen met betrekking tot broomchloormethaan in het kader van het Protocol van Montreal volledig na te komen, dienen de voor gereguleerde stoffen geldende bepalingen ook voor broomchloormethaan te gelden. (6) Verordening (EG) nr. 2037/2000 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 2037/2000 wordt als volgt gewijzigd: 1) In artikel 2, vierde streepje, wordt "broomfluorkoolwaterstoffen" vervangen door "broomfluorkoolwaterstoffen, broomchloormethaan". 2) In artikel 3, lid 1, wordt het volgende punt g) toegevoegd: "g) broomchloormethaan". 3) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: a) in lid 1 wordt het volgende punt g) toegevoegd: "g) broomchloormethaan"; b) in de laatste zin van lid 4, onder iv), worden na "wijzigingen" de woorden "en eventueel tijdschema's voor geleidelijke eliminatie" toegevoegd; c) in lid 6 wordt "en broomfluorkoolwaterstoffen" vervangen door ", broomfluorkoolwaterstoffen en broomchloormethaan". 4) Artikel 11, lid 1, wordt als volgt gewijzigd: a) in de eerste zin wordt "en broomfluorkoolwaterstoffen" vervangen door ", broomfluorkoolwaterstoffen en broomchloormethaan"; b) onder d) wordt aan het begin van de zin "halonen en" ingevoegd; c) het volgende punt g) wordt toegevoegd: "g) producten en apparatuur, met uitzondering van koel- en klimaatregelingsapparatuur, die hard isolatieschuim of integraalschuim bevatten dat met chloorfluorkoolstoffen is vervaardigd". (5) In Bijlage I worden in Groep III in de kolom "Stof" de woorden "CH2BrCl (halon 1011 broomchloormethaan)" toegevoegd met in de kolom "Ozonafbrekend vermogen" het getal "0,12". (6) In Bijlage II wordt het woord "broomchloormethaan" geschrapt. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter