Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52002DC0487

Mededeling van de Commissie over het stroomlijnen van de jaarlijkse coördinatiecyclus voor economisch en werkgelegenheidsbeleid

/* COM/2002/0487 def. */

52002DC0487

Mededeling van de Commissie over het stroomlijnen van de jaarlijkse coördinatiecyclus voor economisch en werkgelegenheidsbeleid /* COM/2002/0487 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE OVER HET STROOMLIJNEN VAN DE JAARLIJKSE COÖRDINATIECYCLUS VOOR ECONOMISCH EN WERKGELEGENHEIDSBELEID

I - Achtergrond

1. In de laatste jaren, vooral op de Europese Raad van Lissabon en die van Göteborg, heeft de Europese Unie een economische, sociale en ecologische strategie ontwikkeld rond vier doelstellingen:

- een zo krachtig mogelijke economische groei, met name door verbetering van de potentiële groei;

- voortgang naar volledige werkgelegenheid;

- bevordering van het Europees sociaal model om de sociale samenhang te vrijwaren, en

- duurzame ontwikkeling.

Voor de tenuitvoerlegging van deze strategie en om de resultaten te kunnen beoordelen, is het nodig dat de Unie kan beschikken over doelmatige coördinatiemechanismen. De Gemeenschap heeft het kader, de procedures en de instrumenten voor het coördineren van economische en aanverwante beleidsmaatregelen uitgewerkt en uitgebreid. Vooral in de tweede helft van de jaren '90 werd een aantal processen en procedures toegevoegd of verder ontwikkeld. Naast de globale richtsnoeren voor het economisch beleid (GREB) voorziet het Verdrag in beleidscoördinatie via het stabiliteits- en groeipact en de Europese Werkgelegenheidsstrategie. Beleidscoördinatie is op verschillende gebieden ook tot stand gekomen door met name het proces van Cardiff voor de economische hervorming. Bovendien zijn de sociale partners erbij betrokken via de macro-economische dialoog in het kader van het proces van Keulen. Voorts heeft de Europese Raad van Lissabon gevraagd om toepassing van een zogenaamde open coördinatiemethode, die tot doel heeft de lidstaten te helpen geleidelijk hun eigen beleid te ontwikkelen, goede praktijken te verspreiden en convergentie naar de voornaamste doelstellingen van de EU tot stand te brengen. Deze methode is op verschillende terreinen toegepast, bijvoorbeeld voor sociale insluiting en pensioenen. Tenslotte zijn verschillende vergelijkingsprocedures ingevoerd en scoreborden ontwikkeld.

2. Naarmate nieuwe elementen werden toegevoegd op ad-hocbasis zonder steeds rekening te houden met het meer algemene beeld, is het huidige kader echter ingewikkeld geworden en moeilijker te begrijpen en uit te leggen. Deze situatie is niet bevorderlijk voor de formulering en communicatie van Europese beleidsrichtsnoeren, die coherent moeten zijn in de tijd en qua methoden. Bovendien ontstaat een situatie

waarin aan de toepassing van de richtsnoeren niet evenveel aandacht wordt besteed als aan de formulering ervan.

3. In 2000 en 2001, te Lissabon en Göteborg, heeft de Europese Unie een beslissende stap gezet naar een meer strategische, langetermijnaanpak van de beleidsvorming toen zij de beleidsagenda voor het volgende decennium vaststelde. Sedertdien is er een groeiend besef van de behoefte aan stroomlijning en synchronisatie van de beleidscoördinatie, die resoluut moet worden gericht op de middellange tot langere termijn. Bij verschillende gelegenheden, zoals onlangs op zijn voorjaarsvergadering te Barcelona (maart 2002), heeft de Europese Raad om verbeteringen gevraagd. Te Barcelona drong hij er bij de Raad en de Commissie op aan de betrokken beleidscoördinatieprocessen te stroomlijnen en verklaarde hij dat de aandacht meer moet uitgaan naar de uitvoering dan naar de jaarlijkse opstelling van richtsnoeren. [1]

[1] Zie deel I, punt 49, van de conclusies van het voorzitterschap.

4. Naar aanleiding van dit verzoek zet de Commissie hierna haar voornaamste ideeën uiteen over het stroomlijnen van de beleidscoördinatiecyclus, binnen het huidige Verdragskader, hetgeen zal bijdragen tot:

* de efficiëntie van de beleidscoördinatie, met name door een betere follow-up van de uitvoering;

* de coherentie en complementariteit tussen de verschillende processen en instrumenten;

* een meer algemene inzet en "ownership"; mede door een grotere betrokkenheid van het EP en de nationale parlementen en door een betere raadpleging van de sociale partners en de civiele samenleving;

* de doorzichtigheid en begrijpelijkheid van de beleidscoördinatiecyclus, en dus zijn zichtbaarheid en impact.

II - Voorstellen voor een meer gestroomlijnde beleidscoördinatiecyclus

5. Met inachtneming van de autonomie van de op het Verdrag gebaseerde coördinatieprocessen wordt, om de beleidscoördinatie coherenter, doorzichtiger en doeltreffender te maken, voorgesteld de nadruk meer te leggen op de middellange termijn en op de uitvoering en evaluatie, en de bestaande processen te stroomlijnen rond een aantal hoofdpunten van het betrokken jaar. Dit zal bijdragen tot de stabiliteit en voorspelbaarheid van de beleidskoers, waarbij de nadruk vooral ligt op de resultaten. De voornaamste bouwstenen van een beter en duidelijker gearticuleerde beleidscoördinatiecyclus zijn:

(i) Voorbereiding van de voorjaarsconferentie van de Europese Raad:

*

* De Commissie belicht in haar voorjaarsverslag de voornaamste terreinen waarop vooruitgang moet worden geboekt en de voornaamste richtsnoeren waarover de Europese Raad zich moet uitspreken. Het voorjaarsverslag wordt aangevuld en samen ingediend met het uitvoeringspakket (het uitvoeringsverslag over de GREB en het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag en het uitvoeringsverslag over de internemarktstrategie). De diverse verslagen en scoreborden van de Commissie (het Cardiff-verslag, de staatssteun, de scoreborden van innovatie en ondernemingenbeleid) worden meegenomen in het uitvoeringspakket en het voorjaarsverslag. De inbreng van de Commissie zal de verschillende Raadsformaties en alle andere actoren helpen de uitvoering op hun beleidsterrein te onderzoeken.

(ii) Europese Raad van het voorjaar: Dit is een bepalend moment in de jaarlijkse beleidscoördinatiecyclus. De Europese Raad onderzoekt de uitvoering en geeft op basis van zijn onderzoek algemene beleidsrichtsnoeren voor de voornaamste prioriteiten.

(iii) Voorstellen van de Commissie over nieuwe richtsnoeren en aanbevelingen: Op basis van de richtsnoeren die de Europese Raad van het voorjaar geeft, dient de Commissie haar voorstellen voor verdere actie op de verschillende beleidsterreinen in samen met een richtsnoerenpakket (ontwerpen van de Commissie voor algemene en landenspecifieke beleidsaanbevelingen in de GREB, werkgelegenheidsrichtsnoeren en jaarlijkse werkgelegenheidsaanbevelingen aan de lidstaten). Dit pakket, waarvan het eerste gepland is voor april 2003, bestrijkt in principe een periode van drie jaar (tot 2006). De richtsnoeren worden verder ieder jaar opgesteld om rekening te houden met mogelijke belangrijke nieuwe ontwikkelingen, maar dienen overigens stabile te blijven tot 2006 tenzij de omstandigheden veranderingen nodig maken. De internemarktstrategie die samen met het richtsnoerenpakket bekend wordt gemaakt, moet in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van de GREB en de uitkomsten en conclusies van het Cardiff-proces; zij heeft betrekking op internemarktaangelegenheden op communautair niveau tot 2006 en wordt tussentijds aangepast als dat nodig is.

(iv) Vaststelling van nieuwe richtsnoeren en aanbevelingen: Na eventuele verdere voorbereiding door de bevoegde Raadsformaties vóór de Europese Raad van juni en in het licht van de conclusies van deze Europese Raad nemen de Raadsformaties de GREB, de werkgelegenheidsrichtsnoeren en werkgelegenheidsaanbevelingen voor de lidstaten aan en/of keuren zij actieplannen (bijvoorbeeld de internemarktstrategie) voor hun bevoegdheidsterrein goed.

(v) Concentratie van het uitvoeringsonderzoek in het vierde kwartaal: Een efficiënter onderzoek van de uitvoering vereist:

* Stelselmatige informatieverschaffing door de lidstaten over de uitvoering van de op Europees niveau overeengekomen beleidsmaatregelen. In dit verband kan er ruimte zijn voor rationalisatie en stroomlijning van de huidige nationale verslagleggingseisen. Een kleiner aantal meer omvattende verslagen [2], waarin ook informatie kan worden verstrekt over nieuwe aangelegenheden (zodat geen bijkomende verslagen en procedures nodig zijn), kan bijdragen tot de verduidelijking en de coherentie van de antwoorden van de lidstaten op de beleidsaanbevelingen van de Gemeenschap; het best zou zijn deze verslagen alle samen ten laatste in oktober in te dienen. De nationale werkgelegenheidsplannen kunnen rond hetzelfde ogenblik als afzonderlijk document worden ingediend.

[2] Overwogen kan zelf worden de voor het multilaterale toezicht vereiste informatie te verstrekken in één enkel nationaal verslag over het economisch beleid.

* Beoordeling van de uitvoering door de Commissie. Aan de hand van de beschikbare informatie (verslagen, bilaterale contacten en resultaten van verschillende vergelijkingen) beoordelen de diensten de uitvoering op de verschillende beleidsterreinen. Midden januari worden de bevindingen van dit onderzoek neergelegd in een nieuw uitvoeringspakket, samen met het voorjaarsverslag van de Commissie, waarmee een nieuwe cyclus begint.

6. De verschillende stappen die hierboven werden beschreven zijn grafisch voorgesteld in bijlage 1. Meer algemeen zou het nuttig zijn ook andere verwante processen te stroomlijnen, teneinde op tijd gegevens te verschaffen voor de opstelling van het uitvoeringspakket en het voorjaarsverslag van de Commissie. De Commissie zal in de komende maanden ook bekijken hoe het open coördinatieproces kan worden gestroomlijnd op het gebied van de sociale bescherming - waaronder momenteel sociale insluiting en pensioenen vallen - en hoe het kan worden verbonden met de nieuwe gestroomlijnde aanpak.

7. Volgens dezelfde agenda moet naar verdere verbeteringen van de inhoud en de doeltreffendheid van de beleidscoördinatie worden gestreefd door bij de bepaling van de beleidskoers meer nadruk te leggen op de middellange termijn en door de samenhang van het richtsnoerenpakket te verbeteren.

8. Meer nadruk leggen op de middellange termijn bij de bepaling van de fundamentele economische en werkgelegenheidsstrategie draagt bij tot:

* Stabiliteit van de beleidsrichtsnoeren en -aanbevelingen, zodat de lidstaten geloofwaardige strategieën kunnen vaststellen om ze ten uitvoer te leggen en aldus een doeltreffende follow-up mogelijk wordt, en zodat de Raad en het Parlement de nodige acties kunnen aannemen die per definitie voor de langere termijn bedoeld zijn;

* Het vermijden van de indruk dat de beleidsstrategie onvolledig is en voortdurend moet worden bijgesteld;

* Een duidelijk verband tussen de beleidsstrategie en de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de agenda van Lissabon voor 2005 en 2010;

*

* Verschuiving van de klemtoon van de vaststelling van de beleidsstrategieën naar de uitvoering ervan; en

* Verbetering van de zichtbaarheid en de impact van de strategie.

9. De grotere nadruk op de middellange termijn moet tot uiting komen in de diverse richtsnoeren en strategieën.

10. De GREB behouden hun jaarlijks karakter en worden in principe slechts om de drie jaar volledig herzien. De Commissie kan echter, gebruikmakend van haar initiatiefrecht, van deze agenda afwijken en in de tussenliggende jaren een aanbeveling voor belangrijke veranderingen of volledig herziene GREB uitbrengen als de omstandigheden dat naar haar oordeel vereisen. De GREB bestrijken de gehele waaier van relevante economische beleidsmaatregelen en bevatten zowel algemene als landenspecifieke beleidsaanbevelingen, maar tegelijk zullen zij meer strategisch van aard worden als de klemtoon meer wordt gelegd op de voornaamste beleidsvraagstukken. In de tussenliggende jaren kan de aanbeveling over de GREB beknopter worden en vooral gericht zijn op belangrijke beleidsaanpassingen die nodig zijn in verband met de veranderende economische situatie en de vorderingen die met de uitvoering zijn gemaakt, waardoor het verband wordt gelegd met het verslag over de uitvoering van de GREB, het voorjaarsverslag van de Commissie en de conclusies van de Europese Raad van het voorjaar.

11. Baten van dezelfde aard kunnen worden verkregen door versterking van het middellangetermijnkarakter van de werkgelegenheidsrichtsnoeren. De jaarlijkse voorstellen voor de richtsnoeren, als voorgeschreven in het Verdrag, blijven behouden en wijzigingen ervan in de tussenliggende jaren worden zoveel mogelijk vermeden, maar om de drie jaar wordt een grondiger onderzoek uitgevoerd, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat het tijdschema moet worden afgesteld op de eindtermijn 2010.

12. Het Cardiff-proces van economische hervorming van de product- en kapitaalmarkten wordt, voor zover het om internemarktvraagstukken gaat, gericht op de grondige analyse van een beperkt aantal kernvraagstukken ieder jaar. Aldus komt de nadruk meer op de middellange termijn te liggen, hetgeen beter in overeenstemming is met het middellangetermijnperspectief dat de internemarktstrategie heeft gehad sinds de start in 1999. De strategie wordt om de vijf jaar vastgesteld, maar de voorgestelde acties worden ieder jaar onderzocht en bijgesteld. Verwacht wordt echter dat de volgende fase van de strategie nauwer verbonden zal zijn met de Lissabon-strategie. Dit kan worden bewerkstelligd door een actieprogramma voor de komende drie jaar (tot 2006) vast te stellen, zodat deze maatregelen zodra zij uitgevoerd zijn hun volle effect kunnen hebben vóór de tijdslimiet van Lissabon.

13. De samenhang van het richtsnoerenpakket kan worden verbeterd door duidelijker de inhoud te bepalen die onder de verschillende instrumenten valt, doch met behoud van de centrale rol van de GREB voor de economische beleidscoördinatie. De GREB blijven betrekking hebben op de macro-economische politiek en leggen de nodige nadruk op de structurele politiek en op hervormingen ter bevordering van het economisch groeipotentieel, de werkgelegenheid en de sociale cohesie, de duurzame ontwikkeling en de overgang naar een kenniseconomie. De processen van Cardiff en Luxemburg zullen het mogelijk maken de respectieve onderwerpen grondiger te behandelen.

14. In dit verband moeten de werkgelegenheidsrichtsnoeren hun ruime bereik behouden (alle beleidsmaatregelen die bijdragen tot de werkgelegenheidsdoelstelling; geïntegreerd karakter van de Europese Werkgelegenheidsstrategie) en ook hun rol als voornaamste instrument voor het bepalen van de principes en modaliteiten van de beleidscoördinatie op werkgelegenheidsgebied, in volle overeenstemming met de GREB. Stroomlijning tussen de GREB en de werkgelegenheidsrichtsnoeren zal dus maatregelen vergen om hun aanvullende karakter te versterken door een beter onderscheid aan te brengen tussen de "globale" werkgelegenheidsaanbevelingen in de GREB, die het algemene economische beleidskader aangeven, en de meer specifieke richtsnoeren en aanbevelingen, die onder de Europese Werkgelegenheidsstrategie vallen. De voorgestelde synchronisatie van de start van de twee processen door de gelijktijdige indiening door de Commissie van haar inbreng voor beide instrumenten en de daaropvolgende bespreking ervan in de betrokken instanties zal waarschijnlijk bijdragen tot de vereiste samenhang.

15. Ook voor de stroomlijning tussen de GREB en de IMS is het nodig beter onderscheid te maken tussen de "globale" aanbevelingen voor de product- en kapitaalmarkten in de GREB en de specifieke acties op communautair niveau in de IMS. De bijstelling van de IMS moet samengaan met die van de GREB en de specifieke beleidsdoelstellingen in verband met de interne markt weergeven.

16. De voornaamste implicaties van deze veranderingen zijn uiteengezet in bijlage 2.

17. Om maximaal voordeel te halen uit de stroomlijning van de huidige procedures en om de samenhang van het huidige beleidscoördinatiekader in de toekomst te bewaren, moet bij de invoering van nieuwe procedures worden aangetoond dat: i) de problemen niet in het kader van de bestaande procedures kunnen worden behandeld, en ii) de nieuwe processen een reële toegevoegde waarde leveren.

III - Timingproblemen

18. Wat betreft de timing van de start van de stroomlijning en de betrokken verbeteringsvoorstellen is de Commissie van oordeel dat:

* om aan de conclusies van de Europese Raad van Barcelona een geloofwaardige en tijdige follow-up te geven, de stroomlijning reeds moet worden uitgevoerd in de aanloop naar de Europese Raad van voorjaar 2003 en op tijd voor de opstelling van de volgende GREB, de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de internemarktstrategie. Na de goedkeuring ervan in juni 2003 voor een periode van - in beginsel - drie jaar moet de eerste volledige toepassing van de voorgestelde nieuwe regelingen voor het onderzoek van de uitvoering plaatsvinden in het najaar van 2003. Het Parlement kan zich dan aan de nieuwe cyclus aanpassen vóór de volgende verkiezingen in 2004;

* bij de vaststelling van specifieke timingregelingen voor de uitvoering van de gestroomlijnde en gesynchroniseerde aanpak rekening moet worden gehouden met de behoefte aan een gepaste deelname van alle betrokken instellingen en partners, met name de Raad, het Europees Parlement en de sociale partners.

19. Als overgangsregeling zal het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag echter door de Commissie worden vastgesteld in het najaar van 2002 in plaats van januari 2003 zoals het gevolg zou zijn van de algemene aanpak die in deze mededeling is beschreven. In januari zal de Commissie haar voorjaarsverslag indienen samen met het verslag over de uitvoering van de GREB en een mededeling over de aanpak van de herziening van de Europese werkgelegenheidsstrategie.

20. Door de uitbreiding wordt de behoefte aan gestroomlijnde procedures nog groter (want de huidige moeilijkheden zullen nog ernstiger worden als niets wordt gedaan).

Bijlage 1: Diagram van de gestroomlijnde beleidscoördinatiecyclus

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Bijlage 2: Voornaamste implicaties van de voorgestelde veranderingen

1. Hierna worden de voornaamste implicaties van de voorgestelde veranderingen behandeld. Onderscheid wordt gemaakt tussen de implicaties voor de verschillende procedures en die voor de betrokken instellingen.

Implicaties voor de procedures

2. Voor de GREB heeft de stroomlijning de volgende implicaties:

* Aanbeveling van de Commissie: In principe zal de Commissie slechts om de drie jaar (dus in jaar t, jaar t+3, enz.) aanbevelingen doen voor volledig uitgewerkte GREB. In de tussenliggende jaren (t+1, t+2) kan de GREB-aanbeveling beknopter zijn en alleen betrekking hebben op belangrijke aanpassingen. [3]

[3] De Commissie behoudt echter haar initiatiefrecht en kan dus ook in de tussenliggende jaren, als dat nodig is, een aanbeveling over volledige GREB uitbrengen.

* Uitvoeringsverslag: Het verslag van de Commissie over de uitvoering van de GREB kan met 1 tot 1,5 maand worden vervroegd, zodat het midden januari wordt ingediend als onderdeel van het uitvoeringspakket, samen met het voorjaarsverslag van de Commissie. In de jaren na de vaststelling van de volledige richtsnoeren kan het onderzoek van de uitvoering beperkter zijn en meer worden gericht op de intenties van de lidstaten dan op de werkelijk genomen maatregelen.

3. Voor de werkgelegenheidsrichtsnoeren en het proces van Luxemburg heeft de stroomlijning de volgende implicaties:

* Het huidige werkgelegenheidspakket wordt verdeeld: Het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag wordt ingediend als onderdeel van het uitvoeringspakket, samen met het voorjaarsverslag van de Commissie.

* Werkgelegenheidsrichtsnoeren en -aanbevelingen: Het voorstel van de Commissie over de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de daarmee verbonden aanbevelingen zal na de voorjaarsconferentie van de Europese Raad samen met de GREB-aanbeveling worden ingediend als onderdeel van het richtsnoerenpakket.

* Onderzoek van de uitvoering: De nationale actieplannen van de lidstaten dienen uiterlijk begin oktober te worden ingediend. Het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag van de Commissie wordt midden januari ingediend als onderdeel van het uitvoeringspakket, samen met het voorjaarsverslag van de Commissie.

4. Het Cardiff-proces voor economische hervorming ondergaat momenteel een evaluatie en een onderzoek waardoor de huidige cyclus zal worden gewijzigd. De stroomlijning zal samen met de nieuwe regelingen in principe de volgende implicaties hebben:

* Cardiff-verslag van de Commissie: Volgens de momenteel beschikbare informatie zullen de implicaties van deze nieuwe regelingen voor de verslaglegging van de Commissie van ondergeschikt belang zijn, want het tijdschema van het proces is al gewijzigd en het verslag van de Commissie zal begin december verschijnen.

* Nationale Cardiff-verslagen: Bij een meer gestroomlijnd verslagleggingssysteem kunnen de nationale verslagen over de structuurhervorming worden opgenomen in een algemener jaarverslag over de economische politiek van de lidstaten, doch steeds met de nodige aandacht voor de micro-economische verslaglegging. Deze verslagen moeten uiterlijk in oktober worden ingediend, zodat voldoende tijd beschikbaar is voor de opstelling van het uitvoeringspakket. De nationale verslagen zullen uitgebreider moeten zijn in de jaren die voorafgaan aan een belangrijke herziening van de GREB (dus om de drie jaar in t-1, t+2). Om de nieuwe regelingen voor het Cardiff-proces ten uitvoer te kunnen leggen, kan de lidstaten worden verzocht hun nationale verslagen aan te vullen met antwoorden op specifieke vragenlijsten over het beperkte aantal internemarktaangelegenheden dat de Raad ieder jaar vaststelt.

5. Voor de internemarktstrategie zal de stroomlijning de volgende implicaties hebben:

* Onderzoek van de vorderingen: De indiening van het uitvoeringsverslag over de internemarktstrategie zou moeten samenvallen met die van het voorjaarsverslag en het uitvoeringspakket.

* Formulering en aanpassing van de internemarktstrategie: Een duidelijkere middellangetermijndoelstelling overeenkomstig de strategie van Lissabon moet worden vastgesteld (aanvankelijk voor de periode 2003-2006 zoals de volledig uitgewerkte GREB). Terwijl de Commissie het recht behoudt de streefacties in de tussenliggende jaren te herzien om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen, in combinatie met aanpassingen van de GREB, ligt het in de bedoeling een meerjarige actieagenda voor de interne markt op te stellen. Deze agenda wordt samen met de GREB bijgesteld in het licht van de jaarlijkse beleidsdoelstellingen voor de interne markt.

6. Voor de andere hiermee verband houdende procedures heeft de stroomlijning de volgende implicaties:

* Scoreborden: Waar nodig zal het tijdstip van publicatie van de verschillende scoreborden (staatssteun, innovatie, ondernemingenbeleid, enz.) worden aangepast om op tijd materiaal te kunnen leveren voor het uitvoeringsonderzoek.

* Stabiliteits- en groeipact: De geactualiseerde stabiliteits- en convergentieprogramma's moeten voldoende vroeg in het najaar worden ingediend opdat er rekening mee kan worden gehouden in het uitvoeringsonderzoek. De adviezen van de Raad over deze bijwerkingen moeten uiterlijk in de eerste maanden van het jaar worden vastgesteld om te kunnen dienen voor de opstelling van een nieuwe reeks GREB.

* De implicaties voor andere processen die zich nog in een vroeg ontwikkelingsstadium bevinden, bv. op het gebied van de sociale bescherming, zullen nader moeten worden bekeken om hun bijdrage aan de follow-up van de Lissabon-strategie te optimaliseren.

Implicaties voor de Instellingen

7. Voor de Commissie heeft de stroomlijning de volgende praktische implicaties:

* De verandering in timing van de verschillende (onderdelen van) procedures - met name de concentratie van het uitvoeringsonderzoek in het vierde kwartaal, met het verschijnen van de verschillende uitvoeringsverslagen midden januari samen met het voorjaarsverslag, en de indiening van alle (middellangetermijn) beleidsrichtsnoeren na de Europese Raad van het voorjaar - zal gelijklopende aanpassingen in de werkorganisatie bij de Commissie en haar diensten vergen, met name in de jaren (t, t+3) waarin de richtsnoeren of de actieplannen aan een grondig onderzoek worden onderworpen. De vervroeging van het uitvoeringsonderzoek naar het vierde kwartaal zal een solide basis leveren voor de opstelling van het voorjaarsverslag van de Commissie, waarin de vorderingen worden samengevat en de voornaamste hindernissen voor verdere vooruitgang belicht.

* De grotere nadruk die op de middellange termijn wordt gelegd is bevorderlijk voor stabiliteit en voorspelbaarheid. Gelijktijdig beheer van belangrijke dossiers, met name ieder derde jaar, brengt een aanzienlijke werklast mee voor de Commissie en haar diensten, maar zal waarschijnlijk ook bijdragen tot de coherentie van het werk aan deze dossiers. In de tussenliggende jaren komen middelen beschikbaar om bij te dragen aan de uitvoering.

* Door de grotere nadruk die op de uitvoering wordt gelegd, zullen de diensten van de Commissie wellicht meer tijd moeten investeren in feitenonderzoek en besprekingen met de lidstaten voordat de laatste hand wordt gelegd aan de

* uitvoeringsverslagen, in het bijzonder wat betreft de economische en de structurele beleidsmaatregelen.

8. Voor de Raad heeft de stroomlijning de volgende implicaties:

* De verandering in timing van de verschillende (onderdelen van) procedures zal gelijklopende aanpassingen in de werkorganisatie van de Raad en zijn voorbereidende comités vergen. De Raad zal het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag indienen vóór de voorjaarsconferentie van de Europese Raad, als onderdeel van zijn bijdrage.

* Coördinatie op het niveau van de Raad en de voorbereidende comités zal nodig zijn voor een doeltreffende en gestroomlijnde follow-up van de uitvoeringsverslagen en de richtsnoeren van de Commissie. In dit verband moet worden gestreefd naar i) goede werkverdeling en deelname van de verschillende Raadsformaties (en hun ondersteunende comités), en ii) doelmatige communicatie aan het publiek over de verschillende stappen van de beleidscoördinatiecyclus om meer inzicht te geven in de samenhang tussen de verschillende elementen van deze cyclus.

9. Voor de lidstaten zal de stroomlijning de volgende implicaties hebben:

* De lidstaten zullen vooral de gevolgen ondervinden van de mogelijke veranderingen in de timing, het aantal en de aard van de verslagen over voor hun beleid. Een effectieve stroomlijning op communautair niveau en een meer stelselmatige en algemene verslaglegging kunnen ook voor hen de behoefte aan coördinatie doen toenemen, maar zullen tegelijk voordelen opleveren via vermindering van het aantal werkzaamheden die momenteel nog als gevolg van de overlapping van de verschillende processen tweemaal worden uitgevoerd.

- De stroomlijning zal aan de andere kant veranderingen in de timing meebrengen; de verschillende (onderdelen van) verslagen moeten ongeveer op hetzelfde ogenblik, uiterlijk in oktober, gereed zijn. [4]

[4] In sommige gevallen (bijvoorbeeld de nationale actieplannen voor de werkgelegenheid) zullen de verslagen later kunnen worden ingediend dan momenteel het geval is en kan er dus meer rekening in worden gehouden met mogelijke nieuwe maatregelen die de regeringen in het kader van hun begrotingsvoorstellen hebben genomen.

- Wellicht is het mogelijk het aantal en de frequentie van de verslagen te verminderen. Overwogen kan zelfs worden de voor het multilaterale toezicht vereiste informatie te leveren in één enkel nationaal verslag over de economische politiek. De nationale werkgelegenheidsplannen kunnen verder afzonderlijk worden ingediend.

-

- Tenslotte kan de aard van de verslagen van jaar tot jaar veranderen; in sommige jaren kunnen beknopte verslagen volstaan. De juiste aard van de verslaglegging moet verder worden besproken. Het is mogelijk dat, in het geval van de GREB, de verslaggeving door de lidstaten kan veranderen naar gelang van het jaar; na de vaststelling van de GREB of de werkgelegenheidsrichtsnoeren kunnen de verslagen van de lidstaten worden geconcentreerd op toekomstige beleidsmaatregelen, terwijl in de latere jaren de nadruk meer op de werkelijke uitvoering wordt gelegd. Ook zal het wellicht niet nodig zijn ieder jaar uitvoerig verslag uit te brengen over elk beleidsterrein. De herziening van het Cardiff-proces bepaalt bijvoorbeeld dat bepaalde beleidsterreinen slechts om de twee jaar worden uitgekozen om de nieuwe maatregelen effect te laten sorteren en de werklast te verminderen.

* De lidstaten zouden meer kunnen investeren in communicatie over de verschillende stappen van de beleidscoördinatiecyclus om hun parlement en burgers meer inzicht te geven in de samenhang van de verschillende elementen van de cyclus en om de betrokkenheid te vergroten. Stroomlijning en vereenvoudiging van de procedures vergemakkelijken de communicatie.

10. Voor het Europees Parlement zal de stroomlijning de volgende implicaties hebben:

* Het krijgt meer tijd om de uitvoering van de richtlijnen te onderzoeken ter voorbereiding van zijn eventuele bijdrage aan de voorjaarsvergadering van de Europese Raad.

* Een andere timing van de besprekingen in het Parlement kan een grotere betrokkenheid in de hand werken na de presentatie van het richtlijnenpakket door de Commissie en vóór de voorbereiding van de Europese Raad van juni door de bevoegde Raadsformaties. Een en ander kan meer ruimte bieden voor deelname van het Parlement aan de opstelling van de GREB door middel van informele raadplegingen. Dit geldt ook voor de internemarktstrategie. De raadpleging van het Parlement over de werkgelegenheidsrichtsnoeren zal blijven verlopen zoals bepaald is in het Verdrag.

Top