Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001PC0778

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Tsjechische Republiek inzake visserijproducten, in de vorm van een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds

/* COM/2001/0778 def. - ACC 2001/0304 */

52001PC0778

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Tsjechische Republiek inzake visserijproducten, in de vorm van een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds /* COM/2001/0778 def. - ACC 2001/0304 */


Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Tsjechische Republiek inzake visserijproducten, in de vorm van een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Op 29 mei 2000 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan richtsnoeren voor de Commissie voor onderhandelingen met de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa, waaronder Tsjechië, over wederzijdse tariefconcessies voor de visserijsector. Op 20 oktober 2000 en 27 maart 2001 werden op basis van die richtsnoeren met Tsjechië onderhandelingen gevoerd over deze bilaterale concessies. De details van de bilaterale concessies zijn opgenomen in een proces-verbaal van overeenkomst, dat op 27 maart 2001 namens de Commissie en de Tsjechische autoriteiten is ondertekend. De partijen zijn tot overeenstemming gekomen over een model voor geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in vis en alle visserijproducten.

De Gemeenschap en Tsjechië zullen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst de rechten voor alle vis en visserijproducten met één derde verlagen. Het jaar daarop wordt nogmaals een verlaging van één derde toegepast, en drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt voor vis en alle visserijproducten volledige vrijhandel toegepast.

Bij de inwerkingtreding van de overeenkomst schaft de Gemeenschap het in de Europaovereenkomst genoemde tariefcontingent voor levende forel af. Voorts verhoogt de Gemeenschap bij de inwerkingtreding van de overeenkomst het bestaande tariefcontingent voor levende karper tot 4 000 ton. Eén jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt het contingent verhoogd tot 4 500 ton, en twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst tot 5 000 ton. Drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, of eerder indien aldus wordt overeengekomen, wordt het contingent voor levende karper afgeschaft.

Volgens de Commissie is het resultaat van de technische onderhandelingen evenwichtig en aanvaardbaar. Het maakt het mogelijk op administratief eenvoudige wijze geleidelijk volledige vrijhandel tot stand te brengen tussen Tsjechië en de Europese Gemeenschap, zonder uitzonderingen.

Dit voorstel behoort tot een reeks waarover de Raad wordt verzocht een besluit te nemen. Het gaat uit van dezelfde beginselen als de eerdere voorstellen: geleidelijke liberalisering van de handel in vis en visserijproducten.

Gezien het bovenstaande wordt de Raad verzocht zijn goedkeuring te hechten aan bijgaand voorstel betreffende een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst met Tsjechië inzake concessies voor visserijproducten.

2001/0304 (ACC)

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Tsjechische Republiek inzake visserijproducten, in de vorm van een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 133 juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het is wenselijk de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds [1], aan te vullen met een aanvullend protocol, teneinde te voorzien in preferentiële voorwaarden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Tsjechische Republiek en voor de invoer in de Tsjechische Republiek van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

[1] PB L 360 van 31.12.1994, blz. 2.

(2) Daartoe dient een aanvullend protocol betreffende de handelsregeling voor bepaalde vis en visserijproducten aan voornoemde Europaovereenkomst te worden toegevoegd.

(3) De overeenkomst in de vorm van een protocol dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Tsjechische Republiek inzake visserijproducten in de vorm van een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst in de vorm van een protocol is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

1. Met ingang van datum van inwerkingtreding van dit protocol zijn de tariefcontingenten voor levende forel (volgnummer 09.5261) en voor levende karper (volgnummer 09.5263), zoals deze zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 965/97 van 26 mei 1997 [2], niet langer van toepassing op producten van oorsprong uit de Tsjechische Republiek.

[2] PB L 141 van 31.5.1997, blz. 1.

2. Bij de inwerkingtreding van dit protocol wordt een tariefcontingent met volgnummer 09.5263 geopend voor levende karper, vallende onder GN-code 0301 93 00, met een recht van 0%, voor drie jaarlijkse contingentperioden. De omvang van het contingent bedraagt 4 000 ton voor de eerste contingentperiode van twaalf maanden, 4 500 ton voor de tweede contingentperiode van twaalf maanden en 5 000 ton voor de derde contingentperiode van twaalf maanden. Dit tariefcontingent wordt beheerd door de Commissie overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93 [3].

[3] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 993/2001 (PB L 141 van 28.5.2001, blz. 1).

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst te ondertekenen en daardoor de Gemeenschap te binden.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK INZAKE VISSERIJPRODUCTEN IN DE VORM VAN EEN AANVULLEND PROTOCOL BIJ DE EUROPAOVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, ANDERZIJDS

PROTOCOL

TOT VASTSTELLING VAN DE REGELING VOOR DE HANDEL IN BEPAALDE VIS EN VISSERIJPRODUCTEN TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna ,de Gemeenschap" genoemd, enerzijds, en

DE REGERING VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, anderzijds,

Overwegende hetgeen volgt:

De Europaovereenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Tsjechische Republiek, anderzijds (hierna de ,Europaovereenkomst" genoemd), is op 4 oktober 1993 te Brussel ondertekend en op 1 februari 1995 in werking getreden.

Hoofdstuk III van titel III van de Europaovereenkomst voorziet in onderhandelingen over wederzijdse tariefconcessies voor de visserijsector.

Op grond van artikel 21, lid 5, van de Europaovereenkomst zijn daarom door de Gemeenschap en de Tsjechische Republiek technische onderhandelingen gevoerd en met succes afgesloten over wederzijdse tariefconcessies voor visserijproducten.

De overeengekomen concessies voor de visserijsector zijn van invloed op de bilaterale concessies die in het kader van de overeenkomst worden verleend; deze dienen daarom te worden gewijzigd door middel van een aanvullend protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de overeenkomst.

De Gemeenschap en de Tsjechische Republiek zijn voorts tot overeenstemming gekomen over een administratief eenvoudige methode om de overeengekomen tariefconcessies zo snel mogelijk op geleidelijke basis ten uitvoer te leggen,

HEBBEN BESLOTEN de overeengekomen tariefconcessies toe te passen met het oog op de totstandbrenging van volledige vrijhandel in vis en visserijproducten:

Artikel 1

Voor vis en visserijproducten, zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad, met uitzondering van de producten genoemd in artikel 2, worden de rechten die door de Gemeenschap en door Tsjechië worden toegepast vanaf de inwerkingtreding van dit protocol met één derde verlaagd.

Eén jaar na de inwerkingtreding van deze handelsregeling worden de rechten die de partijen toepassen nogmaals verlaagd met één derde van het niveau dat van toepassing was bij de inwerkingtreding van deze regeling.

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze handelsregeling, of eerder indien aldus wordt overeengekomen, wordt voor vis en alle visserijproducten, met uitzondering van de producten genoemd in artikel 2, volledige vrijhandel toegepast. Een eventuele overeenkomst inzake vervroegde toepassing van vrijhandel voor vis en visserijproducten wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig artikel 6 van dit protocol.

Artikel 2

Bij de inwerkingtreding van dit protocol schaft de Gemeenschap het in de Europaovereenkomst genoemde tariefcontingent voor levende forel af en past zij voor levende forel van oorsprong uit de Tsjechische Republiek volledige vrijhandel toe.

Artikel 3

Bij de inwerkingtreding van dit protocol verhoogt de Gemeenschap het tariefcontingent voor producten vallende onder GN-code 0301 93 00 (levende karper) tot 4 000 ton. Eén jaar na de inwerkingtreding van dit protocol wordt het contingent verhoogd tot 4 500 ton. Twee jaar na de inwerkingtreding van dit protocol wordt het contingent verhoogd tot 5 000 ton. Drie jaar na de inwerkingtreding van dit protocol, of eerder indien aldus wordt overeengekomen, wordt het contingent afgeschaft. Een eventuele overeenkomst tot eerdere afschaffing van het contingent wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig artikel 6 van dit protocol.

Voor de invoer in de Gemeenschap van hoeveelheden die de tariefcontingenten overschrijden, geldt artikel 1.

Artikel 4

Voor de berekening van de in artikel 1 genoemde rechtenverlagingen worden de gebruikelijke wiskundige beginselen toegepast, met dien verstande dat:

a) cijfers met 50 of minder na de decimale komma naar beneden worden afgerond;

b) cijfers met meer dan 50 na de decimale komma naar boven worden afgerond;

c) alle rechten van minder dan 2% automatisch worden vastgesteld op 0%.

Artikel 5

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat hun interne procedures zijn voltooid.

Artikel 6

Dit protocol kan bij besluit van de Associatieraad worden gewijzigd.

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. Benaming van de maatregel

Voorstel inzake een aanvullend protocol bij de Europaovereenkomst met Tsjechië, houdende uitvoering van een overeenkomst inzake concessies voor vis en visserijproducten. De overeengekomen concessies worden in een periode van drie jaar ten uitvoer gelegd en leiden tot volledige liberalisering van de handel in de betrokken producten.

2. Begrotingslijn

Hoofdstuk 12, artikel 120

3. Juridische grondslag

Artikel 133 juncto artikel 300, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

4. Omschrijving van de maatregel

4.1 Algemene doelstelling

Volledige liberalisering van de handel in vis en visserijproducten met het oog op de voorbereiding van de toetreding van Tsjechië tot de Europese Unie.

5. Indeling uitgaven en ontvangsten

5.3 Aard van de ontvangsten

Invoerrechten

6. Aard uitgaven en ontvangsten

- Leidt de voorgestelde maatregel tot een wijziging van het niveau van de opbrengsten- Zo ja, wat is de aard van wijziging en de aard van de ontvangsten-

- De voorgestelde maatregel leidt tot een vermindering van de geheven invoerrechten op vis en visserijproducten van oorsprong uit Tsjechië.

7. Financiële gevolgen

7.1 Berekening van de totale kosten van de maatregel (verhouding individuele en totale kosten)

Bij de berekening van de kosten van de maatregel wordt uitgegaan van de handel in 1998, 1999 en 2000. In verband met de onvoorspelbaarheid van de handel en de uiteenlopende toegepaste rechten voor de betrokken producten is voor de berekening van de in 1998, 1999 en 2000 geheven rechten een geschat gemiddelde van 12% toegepast. In 1999 is ten opzichte van 1998 bijna 10% minder aan invoerrechten geheven. In 2000 zijn de geheven invoerrechten ten opzichte van 1999 met bijna 8% gestegen. Voor het berekenen van de geschatte verwachte invoerrechten is daarom niet uitgegaan van een stijging van de rechten. De geraamde rechten zijn voor jaar 1 met één derde verlaagd en voor jaar 2 nogmaals met één derde.

Aangezien de regeling volgens verwachting in 2001 in werking zal treden, is voor de berekening van de geschatte kosten 2001 jaar 1, 2002 jaar 2 en 2003 jaar 3.

7.2 Uitsplitsing van de kosten

Vastleggingskredieten in miljoen euro (huidig prijsniveau)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top