This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001PC0065
Proposal for a Council Decision approving the signing by the Commission of a cooperation agreement on thermonuclear fusion between the European Atomic Energy Community (Euratom) and Kazakhstan
Voorstel voor een besluit van de Raad tot goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en Kazachstan
Voorstel voor een besluit van de Raad tot goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en Kazachstan
/* COM/2001/0065 def. */
Voorstel voor een besluit van de Raad tot goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en Kazachstan /* COM/2001/0065 def. */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en Kazachstan (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Op 9 juni 1995 heeft de Raad op voorstel van de Commissie een besluit vastgesteld betreffende richtsnoeren voor de Commissie voor de onderhandelingen, op basis van artikel 101, tweede alinea, van het Euratom-Verdrag, over een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Kazachstan. De onderhandelingen tussen de Commissie en de autoriteiten van Kazachstan zijn zonder problemen verlopen en de tekst die er het resultaat van is en die op 27 juni 2000 werd geparafeerd, is overeenkomstig de door de Raad aan de Commissie verstrekte onderhandelingsrichtsnoeren. De Commissie verzoekt de Raad het aangehechte besluit vast te stellen, waarbij de sluiting van de overeenkomsten wordt goedgekeurd. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de ondertekening door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en Kazachstan DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op artikel 101, tweede alinea, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Commissie heeft overeenkomstig de door de Raad op 9 juni 1995 vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren onderhandeld over een overeenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en Kazachstan; (2) De sluiting van deze overeenkomst dient door de Commissie te worden goedgekeurd. (3) De Raad heeft op 22 december 1998 een besluit vastgesteld betreffende het Vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor activiteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs (1998-2002), waaronder de kernactiviteit "beheerste kernfusie". (4) Bij besluit van 25 januari 1999 heeft de Raad een programma voor onderzoek en onderwijs op het gebied van kernenergie (EURATOM) voor de periode 1998-2002 vastgesteld, BESLUIT: Enig artikel De sluiting door de Commissie van een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de thermonucleaire fusie tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Kazachstan wordt goedgekeurd. De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE OVEREENKOMST VOOR SAMENWERKING TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE EN DE REGERING VAN DE REPUBLIEK KAZACHSTAN OP HET GEBIED VAN BEHEERSTE KERNFUSIE De REGERING VAN DE REPUBLIEK KAZACHSTAN, hierna "Kazachstan" te noemen, enerzijds, en DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna "de Gemeenschap" te noemen, anderzijds, beide hierna ook algemeen "de partij" of "de partijen", naar gelang van het geval, te noemen, ERAAN HERINNERENDE dat de Overeenkomst voor Partnerschap en Samenwerking op 23 januari 1995 door de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en Kazachstan werd ondertekend; VERLANGENDE de verwezenlijking van fusie-energie te bevorderen als een potentieel milieuvriendelijke, economisch concurrerende en nagenoeg onbeperkte energiebron; NOTA NEMENDE van het feit dat het fusieprogramma van de Gemeenschap een breed opgezet alomvattend programma is op basis van toroïdale magnetische opsluiting; NOTA NEMENDE van het feit dat het fusie-programma van Kazachstan gebaseerd is op de specifieke sterke kanten van de fusiewetenschap en -technologie in Kazachstan; ERKENNENDE de wederzijdse voordelen die voortvloeien uit het aanknopen van nauwere banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de Partijen die werkzaam zijn op het gebied van beheerste kernfusie; VASTBESLOTEN de samenwerking tussen de Partijen op het gebied van beheerste kernfusie te versterken door middel van regelmatig overleg, ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN: ARTIKEL 1 Het doel van deze overeenkomst is het onderhouden en intensiveren van de samenwerking tussen de Partijen op de door hun respectieve fusieprogramma's bestreken terreinen op basis van wederzijds voordeel met het oog op de ontwikkeling van het wetenschappelijk inzicht en de technologische capaciteit waarop een systeem voor fusie-energie gebaseerd is. ARTIKEL 2 De samenwerking kan plaatsvinden op de volgende terreinen : (a) experimenteel en theoretisch onderzoek naar plasma-opsluiting, transport, verhitting en stroomsturing (o.a. ontwikkeling verwante RF-systemen) en diagnose, in magnetische apparatuur; (b) fusietechnologie; (c) toegepaste plasmafysica; (d) programmabeleid en planning; en (e) andere nader overeen te komen terreinen. ARTIKEL 3 Tot de samenwerking op de in artikel 2 genoemde terreinen kunnen behoren: (a) informatieverstrekking en -uitwisseling; (b) levering en uitwisseling van personeel; (c) diverse soorten bijeenkomsten; (d) uitwisseling en levering van monsters, instrumenten en apparatuur voor experimenten en evaluaties; (e) evenwichtige deelneming aan gezamenlijke studies en werkzaamheden; (f) betrokkenheid bij de bijdrage van de andere partij aan de fusieprogramma's of -projecten waarbij derde partijen zijn betrokken, afhankelijk van de toestemming, indien vereist, van deze derde partijen; en (g) andere nader overeen te komen activiteiten. ARTIKEL 4 1. Voor zover nodig worden uitvoeringsregelingen over specifieke samenwerkingsactiviteiten gesloten tussen: De Gemeenschap, of een organisatie die met haar is geassocieerd in het kader van het fusieprogramma van de Gemeenschap, voor dit doel door de Gemeenschap aangewezen, De regering van de Republiek Kazachstan, voor welke het ministerie van Energie, Industrie en Handel van de Republiek Kazachstan of een door de regering van Kazachstan voor dit doel aangewezen organisatie, de uitvoerende instantie is. 2. Specifieke voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in artikel 3 genoemde activiteiten worden door de partijen overeengekomen in de uitvoeringsbepalingen en omvatten: (a) specifieke details, procedures en financieringsbepalingen voor afzonderlijke samenwerkingsactiviteiten; (b) toewijzing van de verantwoordelijkheid voor het operationeel beheer van de betrokken activiteit aan één organisatie of instantie; (c) gedetailleerde bepalingen over de verspreiding van informatie en de behandeling van intellectuele eigendom. 3. Om dubbel werk tot een minimum te beperken, coördineert elke Partij de activiteiten in het kader van deze Overeenkomst zo nodig met andere internationale activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling op het terrein van beheerste kernfusie waaraan de andere Partij deelneemt. ARTIKEL 5 1. De Partijen stellen een coördinatie-comité in dat belast is met toezicht op en coördinatie van de uitvoering van deze Overeenkomst. Elk van de Partijen benoemt een gelijk aantal leden in het coördinatie-comité, en nomineert één van de benoemde leden als hoofd van de delegatie. Het coördinatie-comité komt jaarlijks bijeen, afwisselend in de Europese Gemeenschap en in Kazachstan, of op een andere overeengekomen tijd en plaats. Het hoofd van de delegatie van de ontvangende Partij zit de vergadering voor. 2. Tot de functies van het coördinatiecomité behoren : (a) evaluatie van de stand van zaken van de samenwerking uit hoofde van deze Overeenkomst; (b) vaststelling van de specifieke taken die moeten worden uitgevoerd op de in artikel 2 van deze overeenkomst genoemde terreinen, zonder afbreuk te doen aan de autonome beslissingsbevoegdheid van de Partijen ten aanzien van hun respectieve programma's. 3. Alle besluiten van het coördinatie-comité worden met eenparigheid van stemmen genomen. 4. Voor perioden tussen de bijeenkomsten van het coördinatie-comité benoemt elke Partij een uitvoerend secretaris die namens haar handelt in alle zaken die betrekking hebben op de samenwerking in het kader van de Overeenkomst. De uitvoerend secretarissen zijn verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van deze samenwerking. ARTIKEL 6 De uit de samenwerking voortvloeiende kosten worden gedragen door de Partij die deze kosten heeft gemaakt, tenzij schriftelijk uitdrukkelijk anders is overeengekomen door de uitvoerende instanties. ARTIKEL 7 Het gebruik en de verspreiding van informatie en intellectuele-eigendomsrechten, waaronder industriële eigendomsrechten, octrooien en auteursrechten met betrekking tot de samenwerkingsactiviteiten op grond van deze overeenkomst geschieden overeenkomstig de bijlagen, die een integrerend deel van deze overeenkomst uitmaken. ARTIKEL 8 Niets in deze Overeenkomst wordt zodanig geïnterpreteerd dat afbreuk wordt gedaan aan bestaande of toekomstige regelingen voor samenwerking tussen de Partijen. ARTIKEL 9 1. De verrichtingen van de Partijen in het kader van de Overeenkomst zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van passende middelen. 2. Samenwerking in het kader van deze overeenkomst is in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetten en voorschriften. 3. Elke Partij stelt alles in het werk om binnen de geldende wet- en regelgeving bij te dragen tot een vlotte afwikkeling van de formaliteiten voor het verkeer van personen, de overdracht van materialen en uitrusting, en het overmaken van gelden die voor de organisatie van de samenwerking noodzakelijk zijn. 4. Compensatie voor opgelopen schade tijdens de uitvoering van deze overeenkomst is in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. ARTIKEL 10 Met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving streven de partijen ernaar om alle vraagstukken met betrekking tot deze overeenkomst af te wikkelen door onderling overleg. ARTIKEL 11 1. Deze overeenkomst treedt in werking op de datum die de partijen, door middel van een uitwisseling van diplomatieke nota's, specificeren voor de inwerkingtreding, en geldt voor een eerste termijn van tien jaar. 2. De overeenkomst wordt daarna automatisch verlengd, telkens voor termijnen van vijf jaar, tenzij één van de partijen uiterlijk zes maanden vóór de vervaldatum schriftelijk verzoekt om beëindiging van de overeenkomst of om nieuwe onderhandelingen. 3. Bij beëindiging of bij nieuwe onderhandelingen wordt deze Overeenkomst in de op dat ogenblik geldende vorm verder toegepast met betrekking tot samenwerkingsactiviteiten die vóór het verzoek om beëindiging of om nieuwe onderhandelingen daadwerkelijk van start zijn gegaan en met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde uitvoeringsregelingen, tot die activiteiten en de regelingen zijn afgesloten. 4. Beëindiging van deze Overeenkomst laat de rechten en verplichtingen uit hoofde van artikel 7 onverlet. ARTIKEL 12 Deze Overeenkomst is wat de Gemeenschap betreft van toepassing op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is en op de gebieden van de landen die deelnemen aan het fusieprogramma van de Gemeenschap als volledig geassocieerde derde landen. ARTIKEL 13 Deze tekst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Kazachse, de Nederlandse, de Portugese, de Russische, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Gedaan te Voor de Europese Gemeenschap Voor de Regering van voor Atoomenergie de Republiek Kazachstan BIJLAGE I RICHTSNOEREN INZAKE DE TOEKENNING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN [1] DIE VOORTVLOEIEN UIT GEMEENSCHAPPELIJK ONDERZOEK UIT HOOFDE VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN BEHEERSTE KERNFUSIE [1] De definities van de in deze richtsnoeren vermelde uitdrukkingen zijn in Bijlage II opgenomen. I. HOUDERSCHAP, TOEKENNING EN UITOEFENING VAN RECHTEN 1. Al het onderzoek dat uit hoofde van deze Overeenkomst wordt verricht is 'gemeenschappelijk onderzoek'. De deelnemers ontwikkelen gezamenlijk programma's voor technologiebeheer (PTB) [2] met betrekking tot houderschap en gebruik, inclusief verspreiding, van informatie en intellectuele eigendom die het resultaat zijn van gemeenschappelijk onderzoek. Deze programma's worden door de Partijen goedgekeurd voordat de specifieke O&O-samenwerkingsovereenkomsten waarop zij betrekking hebben gesloten worden. De PTB's worden opgezet met inachtneming van de doelstellingen van het gemeenschappelijk onderzoek, de respectieve bijdragen van de deelnemers, de voor- en nadelen van het verlenen van licenties per grondgebied of per toepassingsgebied, de voorwaarden van toepasselijke wetten en andere factoren die door de deelnemers van belang worden geacht. De rechten en verplichtingen in verband met de onderzoekswerkzaamheden van gastonderzoekers met betrekking tot intellectuele eigendom worden eveneens in de gemeenschappelijke programma's voor technologiebeheer opgenomen. [2] De indicatieve kenmerken van dergelijke PTB's zijn opgenomen in Bijlage III. 2. Informatie en intellectuele eigendom die het resultaat zijn van gemeenschappelijk onderzoek, maar die niet in het technologiebeheerprogramma worden genoemd, worden met toestemming van de Partijen behandeld overeenkomstig de beginselen van die technologiebeheerprogramma's. Bij onenigheid is die informatie of intellectuele eigendom gemeenschappelijk eigendom van alle deelnemers aan het gemeenschappelijk onderzoek dat de informatie of intellectuele eigendom heeft voortgebracht. Elke deelnemer op wie deze bepaling van toepassing is heeft het recht om die informatie of intellectuele eigendom zonder geografische beperking voor eigen commerciële exploitatie te gebruiken. 3. Elke Partij ziet erop toe dat aan de andere Partij en haar deelnemers intellectuele-eigendomsrechten kunnen worden verleend overeenkomstig de onderhavige richtsnoeren. 4. Met inachtneming van de concurrentievoorwaarden op de onder de Overeenkomst vallende gebieden streeft elke Partij ernaar dat de uit hoofde van de onderhavige Overeenkomst verkregen rechten zodanig worden uitgeoefend dat daardoor met name: (i) de verspreiding en het gebruik van gegevens die door de Overeenkomst ontstaan zijn, bekend zijn gemaakt, of anderszins beschikbaar zijn gesteld, worden aangemoedigd; (ii) de goedkeuring en uitvoering van internationale normen worden bevorderd. II. WERKEN DIE ONDER HET AUTEURSRECHT VALLEN Auteursrecht van de Partijen of hun deelnemers wordt behandeld overeenkomstig de Berner Conventie (Akte van Parijs, 1971). III. WETENSCHAPPELIJKE PUBLIKATIES Onverminderd deel IV, en tenzij in het PTB anders overeengekomen, worden onderzoeksresultaten gezamenlijk door de Partijen of deelnemers aan het betrokken gemeenschappelijk onderzoek gepubliceerd. Met inachtneming van deze algemene regel gelden de volgende procedures: 1. Indien door een partij of door de overheidsinstanties van die Partij wetenschappelijke en technische tijdschriften, artikelen, rapporten, boeken, video-opnamen of computerprogrammatuur worden gepubliceerd, die het resultaat zijn van gemeenschappelijk onderzoek dat uit hoofde van de onderhavige Overeenkomst is verricht, heeft de andere Partij recht op een mondiaal geldige niet-uitsluitende, onherroepelijke licentie, vrij van royalties, om die werken te vertalen, te reproduceren, te bewerken, door te geven en in het openbaar te verspreiden. 2. De Partijen zien erop toe dat wetenschappelijke geschriften die het resultaat zijn van gemeenschappelijk onderzoek uit hoofde van de onderhavige Overeenkomst en die worden gepubliceerd door onafhankelijke uitgevers, op een zo ruim mogelijke schaal worden verspreid. 3. Op alle openbaar te verspreiden exemplaren van een werk waarop auteursrechten rusten en dat volgens deze bepaling tot stand is gekomen, wordt de naam van de auteur(s) van het werk vermeld, tenzij naamvermelding door een of meer auteurs uitdrukkelijk wordt geweigerd. Ook moet op een duidelijk zichtbare plaats een vermelding worden opgenomen met betrekking tot de medewerking en de steun van de Partijen. IV. GEHEIME INFORMATIE A. Schriftelijke geheime informatie 1. Elke Partij - of haar deelnemers, naar gelang van het geval - stelt in een zo vroeg mogelijk stadium en bij voorkeur in het technologiebeheerprogramma vast welke informatie zij geheim wenst te houden met betrekking tot de onderhavige Overeenkomst. Daarbij moeten onder meer de volgende criteria worden gehanteerd: - de geheime aard van de informatie, in die zin dat de gegevens - als geheel of in de samenhang of de samenstelling waarin zij voorkomen - niet algemeen bekend zijn bij, of niet met wettige middelen gemakkelijk toegankelijk zijn voor deskundigen; - de werkelijke of mogelijke handelswaarde van de informatie ingevolge hun geheime aard; - de voorafgaande bescherming van de informatie, in die zin dat door de persoon die wettelijk de houder ervan is, maatregelen genomen zijn die onder de omstandigheden redelijkerwijs de geheimhouding van de gegevens konden waarborgen. In bepaalde gevallen kunnen de Partijen en de deelnemers overeenkomen dat - behoudens andersluidende bepalingen - tijdens het gemeenschappelijk onderzoek op basis van de Overeenkomst verstrekte, uitgewisselde of tot stand gekomen informatie noch in haar geheel noch gedeeltelijk mag worden bekendgemaakt. 2. Elke Partij ziet erop toe dat volgens de onderhavige Overeenkomst als geheim en dus als vertrouwelijk beschouwde informatie, op eenvoudige wijze door de andere Partij als zodanig kan worden herkend, bij voorbeeld door een kenteken of een opschrift. Dit geldt ook voor de gehele of gedeeltelijke reproduktie van de desbetreffende gegevens. Een Partij die op grond van de Overeenkomst geheime informatie ontvangt, dient de vertrouwelijkheid daarvan te respecteren. Deze beperkingen worden automatisch opgeheven wanneer de gegevens door de eigenaar ongelimiteerd worden bekendgemaakt aan deskundigen. 3. Vertrouwelijke gegevens die ingevolge de onderhavige Overeenkomst zijn medegedeeld, mogen door de ontvangende Partij worden verspreid onder personen die behoren tot, of in dienst zijn bij de ontvangende Partij, en andere betrokken departementen of instellingen van de ontvangende Partij welke voor de specifieke doeleinden van het lopende gemeenschappelijk onderzoek gemachtigd zijn, mits de geheime gegevens worden verspreid krachtens een vertrouwelijkheidsovereenkomst en - zoals boven vermeld - als zodanig gemakkelijk kunnen worden herkend. 4. Met voorafgaande schriftelijke toestemming van de Partij die de geheime gegevens in het kader van de onderhavige Overeenkomst verstrekt, mag de ontvangende Partij die gegevens op een ruimere schaal verspreiden dan anders volgens punt 3 toegestaan is. De Partijen werken samen procedures uit voor het aanvragen en verkrijgen van een voorafgaande schriftelijke toestemming voor de verspreiding op ruimere schaal: elke Partij verleent deze goedkeuring voor zover dit in het kader van haar binnenlands beleid en haar nationale voorschriften en wetten mogelijk is. B. Niet-schriftelijke geheime informatie Niet op schrift gestelde geheime gegevens of andere vertrouwelijke informatie die worden verstrekt tijdens seminars en andere bijeenkomsten welke in het kader van de onderhavige Overeenkomst gehouden worden, of gegevens verkregen door de indienstneming van personeel, het gebruik van voorzieningen, of gemeenschappelijke projecten, worden door de Partijen of hun deelnemers behandeld overeenkomstig de beginselen welke in de Overeenkomst voor schriftelijke informatie zijn vastgesteld, mits de ontvanger van dergelijke geheime of anderszins vertrouwelijke gegevens geattendeerd is op het vertrouwelijke karakter van de informatie op het moment dat deze wordt verstrekt. C. Beheer Elke Partij tracht ervoor te zorgen dat geheime informatie die zij uit hoofde van de onderhavige Overeenkomst ontvangt, wordt beheerd zoals in de Overeenkomst is bepaald. Indien een van de Partijen er zich rekenschap van geeft dat zij niet in staat is, of redelijkerwijze verwacht niet in staat te zullen zijn, om de in de punten A en B vervatte bepalingen inzake niet-verspreiding na te leven, stelt zij de andere Partij daarvan onmiddellijk in kennis. De Partijen plegen vervolgens overleg om een passende gedragslijn vast te stellen. BIJLAGE II DEFINITIES 1. INTELLECTUELE EIGENDOM: in de zin van artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (Stockholm, 14 juli 1967). 2. DEELNEMER: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, met inbegrip van de Partijen zelf, die in het kader van de overeenkomst aan een project deelneemt. 3. GEMEENSCHAPPELIJK ONDERZOEK: onderzoek dat wordt uitgevoerd en/of gefinancierd door gezamenlijke bijdragen van de Partijen en waaraan, in voorkomend geval, deelnemers van beide Partijen hun medewerking verlenen. 4. INFORMATIE: wetenschappelijke of technische gegevens, resultaten of methoden van onderzoek en ontwikkeling die voortvloeien uit het GEMEENSCHAPPELIJK ONDERZOEK, alsmede eventuele andere informatie die volgens de Partijen en/of de deelnemers aan het GEMEENSCHAPPELIJK ONDERZOEK moet worden verstrekt of uitgewisseld krachtens de onderhavige Overeenkomst of het in het kader daarvan verrichte onderzoek. BIJLAGE III INDICATIEVE KENMERKEN VAN EEN PROGRAMMA INZAKE TECHNOLOGIEBEHEER (PTB) Het PTB is een tussen de deelnemers te sluiten bijzondere overeenkomst over de uitvoering van gemeenschappelijk onderzoek en de respectieve rechten en verplichtingen van de deelnemers. Wat de intellectuele eigendom betreft, heeft het PTB normaliter onder meer betrekking op: houderschap, bescherming, gebruikersrechten voor O&O-doeleinden, exploitatie en verspreiding, met inbegrip van regelingen voor gemeenschappelijke publikatie, de rechten en verplichtingen van gastonderzoekers en arbitrageprocedures. Het PTB kan ook betrekking hebben op algemene en specifieke informatie, vergunningen en te verwachten resultaten.