Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0531

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1001/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters van oorsprong uit Maleisië

/* COM/2000/0531 def. */

52000PC0531

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1001/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters van oorsprong uit Maleisië /* COM/2000/0531 def. */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1001/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters van oorsprong uit Maleisië

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1001/97 een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters uit Maleisië.

De Commissie heeft overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 een tussentijds herzieningsonderzoek uitgevoerd op verzoek van een Maleisische producent/exporteur van getextureerd filamentgaren van polyesters (Hualon Corporation (M) Sdn. Bhd.) die beweerde dat de omstandigheden gewijzigd waren en dat geen invoer met dumping meer plaatsvond. Dit onderzoek werd in juli 1999 geopend.

Het onderzoek toonde aan dat nog steeds enige invoer met dumping plaatsvond. De in dit onderzoek vastgestelde dumpingmarge (3,2%) was evenwel aanmerkelijk lager dan die van het oorspronkelijke onderzoek (16,4%).

Het onderzoek toonde bovendien aan dat de lagere dumpingmarge niet het gevolg was van tijdelijke wijzigingen. De gewijzigde situatie kan worden beschouwd als een blijvende ontwikkeling die het gevolg is van en structurele aanpassing van het productie- en verkoopbeleid van de betrokken onderneming waarvan wordt aangenomen dat zij nieuwe invoer met dumping op het niveau dat bij het eerdere onderzoek werd vastgesteld zal voorkomen.

Op grond van het voorgaande stelt de Commissie de Raad voor zijn goedkeuring te hechten aan het bijgaande voorstel voor een verordening tot wijziging van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1001/97 en het antidumpingrecht op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters dat wordt vervaardigd en voor uitvoer naar de EU wordt verkocht door Hualon Corporation (M) Sdn. Bhd van 16,4% tot 3,2% te verlagen.

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1001/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters van oorsprong uit Maleisië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap [1], inzonderheid op artikel 11, lid 3,

[1] PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (PB L 128 van 30.4.1998, blz. 18).

Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. BESTAANDE MAATREGELEN

(1) De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1001/97 [2] een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters uit Maleisië. Het recht dat van toepassing is op de nettoprijs franco grens Gemeenschap vóór inklaring bedraagt 32,5%, behalve voor de onderneming genaamd Hualon Corporation (M) Sdn. Bhd. (Hualon), die aan een recht van 16,4% onderworpen is.

[2] PB L 145 van 5.6.1997, blz . 1.

B. VERZOEK OM EEN HERZIENINGSONDERZOEK

(2) De Maleisische producent/exporteur, Hualon Corporation (M) Sdn. Bhd., heeft overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (hierna "de basisverordening" genoemd) een verzoek om een herzieningsonderzoek, beperkt tot het aspect dumping, ingediend van de antidumpingmaatregelen waaraan hij onderworpen is. In het verzoek wordt aangevoerd dat gewijzigde omstandigheden van blijvende aard ertoe hebben geleid dat de normale waarde voor deze producent stabiel is geworden of zelfs enigszins is gedaald en dat zijn uitvoerprijs aanzienlijk is gestegen, zodat maatregelen niet langer noodzakelijk zijn om invoer met dumping te voorkomen. Na in overleg met het Raadgevend Comité te hebben vastgesteld dat er voldoende bewijs is voor de opening van een tussentijds herzieningsonderzoek heeft de Commissie een bericht gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen [3] en heeft zij een onderzoek geopend.

[3] PB C 218 van 30.7.1999, blz. 5.

C. PROCEDURE

(3) Het onderzoek naar dumping bestreek de periode van 1 juli 1998 tot 30 juni 1999 (het "onderzoektijdvak").

(4) De Commissie heeft de autoriteiten van het exportland er officieel van in kennis gesteld dat een tussentijds herzieningsonderzoek werd geopend en heeft alle rechtstreeks betrokkenen de gelegenheid gegeven hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord.

(5) De Commissie heeft de betrokken producent/exporteur een vragenlijst toegezonden en heeft van deze gedetailleerde informatie ontvangen.

(6) De Commissie heeft alle informatie verzameld en geverifieerd die zij voor de vaststelling van dumping noodzakelijk achtte en heeft een controle verricht ten kantore van de betrokken producent/exporteur.

(7) Belanghebbenden werden in kennis gesteld van de feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de wijziging van Verordening (EG) nr. 1001/97 aan te bevelen en werden in de gelegenheid gesteld hierop commentaar te geven. Met deze commentaar werd rekening gehouden en waar nodig werden de bevindingen dienovereenkomstig aangepast.

D. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

1. Betrokken product

(8) Het betrokken product is hetzelfde als dat van het voorgaande onderzoek, namelijk getextureerd filamentgaren van polyesters ("GFP"). GFP wordt rechtstreeks verkregen uit gedeeltelijk verstrekte garens van polyesters en wordt gebruikt voor het weven en breien van weefsels van polyester/katoen. Dit product wordt momenteel onder GN-code 5402 33 00 ingedeeld. Opgemerkt zij evenwel dat in de verordening van de Raad waarbij de definitieve maatregelen worden ingesteld de GN-codes 5402 33 10 en 5402 33 90 zijn vermeld omdat ten tijde van de publicatie van deze verordening het product onder deze posten werd ingedeeld.

(9) Er zijn verschillende soorten GFP, afhankelijk van het gewicht (denier), het aantal filamenten en de glans. Er zijn ook verschillende kwaliteiten, naargelang de doelmatigheid van het productieproces. Er zijn evenwel geen verschillen van betekenis in de fundamentele fysieke kenmerken en toepassingsmogelijkheden van de verschillende soorten en kwaliteiten GFP. Alle soorten GFP worden derhalve in het kader van dit onderzoek als een enkel product beschouwd.

2. Soortgelijk product

(10) Evenals het vorige onderzoek heeft dit onderzoek aangetoond dat het in Maleisië door Hualon vervaardigde, op de markt van Maleisië verkochte en naar de Gemeenschap uitgevoerde GFP dezelfde fundamentele fysieke en chemische kenmerken en toepassingsmogelijkheden heeft en derhalve als een soortgelijk product in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening wordt beschouwd.

E. DUMPING

1. Normale waarde

(11) Voor de vaststelling van de normale waarde werd in eerste instantie nagegaan of de totale verkoop van het soortgelijk product door Hualon op de binnenlandse markt representatief was in vergelijking met de totale uitvoer van deze onderneming naar de Gemeenschap. Dit bleek het geval te zijn in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening aangezien de door Hualon op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid minstens 5% van de totale uitvoer naar de Gemeenschap bedroeg.

(12) Voor elk van de door Hualon op de binnenlandse markt verkochte types waarvan werd vastgesteld dat zij rechtstreeks vergelijkbaar waren met de tien naar de Gemeenschap uitgevoerde types werd onderzocht of de verkoop op de binnenlandse markt voldoende representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. Dit werd geacht het geval te zijn wanneer in het onderzoektijdvak de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid van een bepaald type 5% of meer van de totale uitvoer van hetzelfde type naar de Gemeenschap vertegenwoordigde.

(13) Voor de types van het product die aan dit 5%-criterium voldeden, werd bovendien onderzocht of de verkoop op de binnenlandse markt van elk van deze types kon worden geacht in het kader van normale handelstransacties te hebben plaatsgevonden. Hiertoe werd bepaald welke hoeveelheid van het betrokken type niet met verlies aan onafhankelijke afnemers werd verkocht. Wanneer de niet-verliesgevende verkoop van een bepaald type meer dan 80% van de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid van dat type vertegenwoordigde, werd de normale waarde vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde prijs van alle binnenlandse verkopen in het onderzoektijdvak. Wanneer de niet-verliesgevende verkoop van een bepaald type, uitgedrukt in hoeveelheid, minstens 10% doch minder dan 80% van de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid van dat type vertegenwoordigde, werd de normale waarde vastgesteld op basis van een gewogen gemiddelde prijs van uitsluitend de niet met verlies verkochte hoeveelheden.

(14) Volgens de bovenomschreven methode kon voor vijf soorten GFP die in het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap werden uitgevoerd de normale waarde op basis van de binnenlandse verkoopprijzen van vergelijkbare soorten GFP worden vastgesteld.

(15) Voor de overige vijf producttypes die in het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap werden uitgevoerd, werd vastgesteld dat de op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid minder dan 5% van de naar de Gemeenschap uitgevoerde hoeveelheid vertegenwoordigde. De binnenlandse verkoop van deze vijf producttypes werd dientengevolge als ontoereikend beschouwd in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. Voor deze types werd de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3 en lid 6, van de basisverordening samengesteld aan de hand van de fabricagekosten van Hualon voor het betrokken uitgevoerde type vermeerderd met een redelijk bedrag voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten (VA&A) en winst. De VA&A waren gebaseerd op de verkoop van het soortgelijke product door Hualon op de binnenlandse markt. De winstmarge werd vastgesteld aan de hand van de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product door Hualon in het kader van normale handelstransacties.

(16) Hualon verlangde dat bij de berekening van de samengestelde normale waarde enkel rekening zou worden gehouden met de winst uit de winstgevende verkoop op de binnenlandse markt van bepaalde types die ook naar de Gemeenschap werden uitgevoerd. Dit verzoek werd afgewezen omdat artikel 2, lid 6, van de basisverordening voorschrijft dat de winst moet worden bepaald aan de hand van feitelijke gegevens betreffende de productie en de verkoop van het soortgelijke product in het kader van normale handelstransacties.

2. Uitvoerprijs

(17) Aangezien al de uitgevoerde hoeveelheden van het betrokken product rechtstreeks aan onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap werden verkocht, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening vastgesteld op basis van de betaalde of te betalen prijzen.

3. Vergelijking

(18) Teneinde een eerlijke vergelijking per type op de grondslag af fabriek en in hetzelfde handelsstadium mogelijk te maken, werd naar behoren rekening gehouden met verschillen waarvan werd beweerd en aangetoond dat zij van invloed waren op de vergelijkbaarheid van de prijzen. Dergelijke correcties werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening toegekend voor de kosten van vervoer, verzekering, op- en overslag, laden en aanverwante kosten, evenals voor de kosten van kredietverlening en voor commissielonen.

4. Dumpingmarge

(19) De gewogen gemiddelde normale waarde per producttype werd overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van hetzelfde producttype vergeleken.

(20) Uit de bovenomschreven vergelijking bleek dat de genoemde onderneming het product met dumping had uitgevoerd. Omdat de dumpingmarges voor de verschillende producttypes uiteenliepen, werd overeenkomstig artikel 2, lid 12, van de basisverordening een globale gewogen gemiddelde dumpingmarge vastgesteld. Deze dumpingmarge, uitgedrukt als een percentage van de totale cif-waarde franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, is 3,2%.

(21) De bij dit onderzoek vastgestelde dumpingmarge is evenwel aanmerkelijk lager dan de bij het vorige onderzoek voor de betrokken onderneming vastgestelde dumpingmarge, die 16,4% bedroeg.

F. DUURZAAM KARAKTER VAN DE GEWIJZIGDE OMSTANDIGHEDEN

(22) Overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening werd onderzocht of de gewijzigde omstandigheden die tot een daling van de dumpingmarge hebben geleid redelijkerwijze konden worden geacht een duurzaam karakter te hebben. Wat dit betreft werd in het bijzonder vastgesteld dat de productie van GFP in de periode van 1996 tot het onderzoektijdvak sterk is teruggelopen omdat de voor de vervaardiging van dit product benodigde grondstoffen ten dele voor de fabricage van andere polyestergarens werden gebruikt. Bovendien is het verbruik van GFP op de binnenlandse markt in deze periode sterk toegenomen omdat dit product zelf als grondstof voor de vervaardiging van producten met een hogere toegevoegde waarde werd gebruikt. Als gevolg van deze twee wijzigingen is de verkoop op de binnenlandse markt en voor uitvoer van het betrokken product in de genoemde periode aanmerkelijk teruggelopen. Deze wijzigingen in het productie- en verkoopbeleid van de onderneming maken het onwaarschijnlijk dat opnieuw dumping zal plaatsvinden in dezelfde mate als bij het voorgaande onderzoek werd vastgesteld.

G. WIJZIGING VAN DE MAATREGELEN

(23) Aangezien voor de betrokken onderneming een lagere dumpingmarge werd vastgesteld en deze situatie wordt geacht niet van korte duur te zijn, dienen de bij Verordening (EG) nr. 1001/97 ingestelde maatregelen betreffende de uitvoer van deze onderneming dienovereenkomstig te worden gewijzigd door een aanpassing van de genoemde verordening.

(24) Deze herziening laat onverlet de datum waarop de bij Verordening (EG) nr. 1001/97 opgelegde maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening verstrijken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1001/97 wordt vervangen door:

"1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van getextureerd filamentgaren van polyesters, vallende onder GN-code 5402 33 00, van oorsprong uit Maleisië.

2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, is als volgt:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Tenzij anders vermeld, zijn de bepalingen inzake douanerechten van toepassing."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, [....]

Voor de Raad

De Voorzitter

Top