Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0384

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten

/* COM/2000/0384 def. - COD 2000/0186 */

PB C 365E van 19.12.2000, pp. 215–222 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000PC0384

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten /* COM/2000/0384 def. - COD 2000/0186 */

Publicatieblad Nr. C 365 E van 19/12/2000 blz. 0215 - 0222


Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten

(ingediend door de Commissie)

TOELICHTING

1. Samenvatting

Deze richtlijn voorziet in een nieuw regelgevingskader voor vraagstukken in verband met de toegang en interconnectie van elektronische communicatienetwerken in de Gemeenschap. Het moet ervoor zorgen dat in een periode van convergerende technologieën en diensten en een sterke marktgroei de markt voor elektronische communicatiediensten zich blijft ontwikkelen op een wijze die bevorderlijk is voor innovatie, concurrentie en vrije keuze van de gebruiker.

Het uitgangspunt van de richtlijn is dat mededingingsregels het belangrijkste instrument voor regulering van de markt voor elektronische communicatie zullen zijn zodra die markt daadwerkelijk concurrerend wordt. Tijdens de overgangsperiode zal een aantal sectorspecifieke ex-ante-regels echter nog van nut zijn, met name wanneer voormalige monopolistische exploitanten voordeel blijven halen uit de vroeger verworven marktmacht, onder andere wat lokale toegangsnetwerken betreft, of wanneer het gaat om vertikaal geïntegreerde ondernemingen.

In dergelijke gevallen moet het regelgevingsinitiatief specifiek toegesneden zijn op het betrokken vraagstuk, daarmee in verhouding zijn en een looptijd hebben die niet langer is dan strikt noodzakelijk is. Een dergelijke aanpak vereist transparante besluitvormingsprocessen waarbij de nationale regelgevingsinstanties verantwoording moeten afleggen over alle besluiten die ingaan tegen de doelstellingen van het communautaire beleid en waarbij ex-ante-regels alleen mogen worden toegepast wanneer deze doeltreffender zijn dan de door de mededingingswetgeving geboden instrumenten om de geconstateerde marktproblemen aan te pakken.

De richtlijn schrijft voor dat ex-ante-regels moeten worden ingetrokken zodra de beoogde marktdoelstellingen zijn bereikt. De richtlijn voorziet in een regelgevingskader dat technologisch neutraal is, maar dat kan worden toegepast op specifieke product- of dienstenmarkten in bepaalde geografische gebieden teneinde de geconstateerde marktproblemen aan te pakken.

Wat digitale televisie betreft handhaaft de richtlijn de in de Richtlijn 95/47/EG inzake TV-normen [1] vastgestelde benadering, alsook de verplichting om voorwaardelijke toegang te verlenen op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden. Aangezien er echter een brede consensus bestaat over het feit dat met betrekking tot gateways voor digitale televisie rekening dient te worden gehouden met recente technologische ontwikkelingen, bevat de nieuwe richtlijn bepalingen inzake de aanpassing van de huidige verplichtingen. Verwacht wordt dat weldra met de eerste werkzaamheden in dit verband kan worden begonnen ter voorbereiding van de formele besluiten die eventueel zullen worden genomen zodra het nieuwe regelgevingskader is goedgekeurd.

[1] Richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24.10.1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PB L 281 van 23.11.95, blz.51).

De richtlijn verschaft de marktpartijen rechtszekerheid doordat zij voorziet in duidelijke criteria voor regelgevingsinitiatieven, alsook in duidelijke beperkingen ten aanzien van welke verplichtingen inzake toegang en interconnectie in bepaalde omstandigheden kunnen worden opgelegd, maar biedt terzelfdertijd ruimte voor voldoende flexibiliteit om de regelgevingsinstanties in staat te stellen nieuwe marktproblemen die een belemmering vormen voor daadwerkelijke concurrentie op doeltreffende wijze aan te pakken.

2. Toepassingsgebied en context

Het voorstel voor een richtlijn inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken beoogt de wijze te harmoniseren waarop de lidstaten de relatie tussen aanbieders van communicatienetwerken en -diensten op de markt in de Gemeenschap reguleren. Het is van toepassing op alle soorten communicatienetwerken met behulp waarvan voor het publiek beschikbare communicatiediensten worden aangeboden, inclusief vaste en mobiele telecommunicatienetwerken, kabeltelevisienetwerken, netwerken voor terrestrische omroepactiviteiten, satellietnetwerken en internetnetwerken, ongeacht of deze voor spraak-, fax- of dataverkeer dan wel de doorgifte van beelden worden gebruikt. Met de voorgestelde richtlijn wordt bedoeld een concurrentiebevorderend kader vast te stellen dat een impuls zal geven aan de concurrentie tussen netwerkinfrastructuren en de interoperabiliteit van de met behulp van die infrastructuren aangeboden diensten, en dat er tevens voor moet zorgen dat knelpunten op de markt geen belemmering vormen voor de ontwikkeling en groei van innovatieve diensten waar zowel gebruikers als consumenten van kunnen profiteren.

De sector elektronische communicatie wordt gekenmerkt door een sterke onderlinge afhankelijkheid van de betrokken marktpartijen. Netwerken moeten hetzij direct hetzij indirect met elkaar worden verbonden om klanten in staat te stellen elkaar te bereiken en transacties af te wikkelen. Voor de aanbieders van communicatie- of omroepdiensten is toegang tot netwerkinfrastructuren noodzakelijk om hun klanten te bereiken. De eigenaar of exploitant van de communicatie-infrastructuur neemt een sleutelpositie in, namelijk als aanbieder van diensten aan eindgebruikers, als aanbieder van transmissiediensten aan anderen, of beide.

De regels voor toegang tot en interconnectie van netwerken, inclusief de zich aandienende breedbandnetwerken, zal van invloed zijn op de bedrijfsvoering van alle ondernemingen die in de sector actief zijn, en zodoende ook op de concurrentiedynamiek binnen de toekomstige markt. De volgende generatie communicatiediensten - zowel vaste als mobiele - zal in toenemende mate gebaseerd zijn op breedbandleveringsplatforms of transportnetwerken die gebruikmaken van het internetprotocol (IP) voor de levering van multimediadiensten. Deze nieuwe breedbandige omgeving zal fundamenteel verschillend zijn van de huidige door smalbandtechnologie gekenmerkte en op spraakverkeer gerichte markt. De traditionele eenvoudige waardeketen die gebaseerd is op een beperkt aantal producten ontwikkelt zich tot een sterk verstrengeld geheel van complexe commerciële relaties tussen ondernemingen - exploitanten, aanbieders van diensten, aanbieders van inhoud, adverteerders en omroepen - die een steeds groter assortiment diensten aan de gebruikers leveren.

3. Het voorgestelde nieuwe regelgevingskader voor toegang en interconnectie

Benadering

De met regelgeving in deze sector beoogde algemene doelstelling bestaat in het bevorderen van een dynamische markt die wordt gekenmerkt door duurzame concurrentie op netwerk- en dienstenniveau door het stimuleren van investeringen, het waarborgen van keuzevrijheid voor de gebruikers en de handhaving van beleidsdoelstellingen van de overheid op gebieden zoals omroep en consumentenbescherming. Op communautair niveau is het ook van belang ervoor te zorgen dat de lidstaten geen uiteenlopende regelgeving vaststellen die tot discrepanties binnen de markt leiden, de kosten voor de eindgebruikers opdrijven en leiden tot versnippering van de interne markt.

Bij het tempo waarin de markten en de technologie zich thans ontwikkelen zou het niet passend zijn voor het regelgevingskader uit te gaan van prognoses over de toekomst van de markt. Er wordt de voorkeur aan gegeven in de richtlijn processen vast te stellen met behulp waarvan marktproblemen kunnen worden aangepakt, waar nodig door middel van regelgeving, teneinde te komen tot concurrentiebevorderende oplossingen.

In een concurrentiegerichte markt dienen interconnectie van en toegang tot netwerken in principe te worden overeengekomen op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken ondernemingen. Het concurrentiegerichte karakter van de markt wordt thans echter nog belemmerd door een aantal factoren. Een ervan is de aanwezigheid van voormalige monopolisten die nog steeds het merendeel van de verbindingen leveren, waardoor zij een aanzienlijk sterkere onderhandelingspositie hebben dan hun concurrenten; een tweede factor is het feit dat sommige faciliteiten, zoals het aansluitnet in de telecommunicatiesector en voorwaardelijke-toegangssystemen in de sector digitale televisie, die knelpunten vormen, worden gecontroleerd door slechts één of een klein aantal exploitanten; nog een factor in dit verband is het bestaan van wettelijke belemmeringen voor toegang tot de markt in de sector mobiele communicatie, waar thans om redenen van beschikbare bandbreedte het aantal spelers beperkt is tot vier of vijf, hetgeen tot dusver niet voldoende is geweest om voor een concurrentiegerichte tariefstelling te zorgen in alle segmenten van de markt voor mobiele communicatie, met name voor diensten met betrekking tot het afleveren van telefoongesprekken.

Om deze redenen is men het er algemeen over eens dat er naast de concurrentieregels behoefte zal blijven bestaan aan sectorspecifieke ex-ante-regels om toegang en interconnectie te regelen totdat in alle marktsegmenten sprake is van volledige en daadwerkelijke concurrentie.

De voorgestelde richtlijn voorziet in duidelijke criteria voor regelgevingsinitiatieven met betrekking tot vraagstukken op het gebied van toegang en interconnectie; daardoor zullen eventuele nog niet geïnventariseerde problemen kunnen worden aangepakt wanneer deze zich aandienen. De richtlijn biedt geen kant en klare oplossingen voor een reeks welomschreven problemen, maar voorziet wel in criteria voor regelgevingsinitiatieven, bevat een lijst van verplichtingen die een nationale regelgevingsinstantie maximaal kan opleggen en brengt de ondernemingen in kaart ten aanzien waarvan tot verplichtingen kan worden besloten. De hele procedure is transparant, hetgeen betekent dat de regelgever verantwoording moet afleggen over al zijn besluiten, met de doelstellingen van het communautaire beleid voor de sector als toetssteen.

Op deze wijze brengt de richtlijn een evenwicht tot stand tussen het verschaffen van rechtszekerheid aan de marktpartijen en het bieden van voldoende speelruimte om de regelgevingsinstanties in staat te stellen de regels aan veranderende omstandigheden aan te passen.

Toepassingsdrempels voor verplichtingen ex ante

In haar mededeling van november [2] had de Commissie twee toepassingsdrempels voorgesteld voor het opleggen van regels ex ante. Naar aanleiding van de openbare raadpleging stelt de Commissie nu voor slechts één toepassingsdrempel voor verplichtingen ex ante te hanteren op basis van de macht op de markt, welk begrip op zijn beurt opnieuw gedefinieerd is aan de hand van het begrip dominante marktpositie uit de mededingingswetgeving. In zijn nieuwe vorm behelst het begrip "aanzienlijke marktmacht" de dominante positie van één enkele onderneming, gezamenlijke dominantie van verschillende ondernemingen en de hefboomwerking van een dominante positie op een aanverwante markt. De nationale regelgevinginstanties zullen ondernemingen als organisaties met een aanzienlijke marktmacht kunnen aanmerken en hun op voorhand verplichtingen kunnen opleggen wanneer deze geacht worden een dominante positie in de nemen in de zin van de mededingingswetgeving en er sprake is van problemen in verband met de aanwezigheid van gevestigde exploitanten en/of problemen in verband met verticale integratie die van zodanige omvang zijn dat het achteraf toepassen van instrumenten van de mededingingswetgeving ongeschikt zijn om de geconstateerde marktproblemen op te lossen.

[2] COM(1999)539.

In een snel veranderende wereld moet het bepalen van de markten aan de hand waarvan de marktmacht van een onderneming wordt beoordeeld een dynamisch en flexibel proces zijn. Dit proces, dat in de kaderrichtlijn wordt beschreven, houdt in dat de Commissie een beschikking publiceert over de voor regulering op voorhand in aanmerking komende product- en dienstenmarkten. Het is aan de nationale regelgevingsinstanties in de lidstaten om te bepalen welke ondernemingen een aanzienlijke macht op de betrokken markten hebben en deze verplichtingen op te leggen die de eventuele concurrentievervalsing moeten compenseren die het gevolg kan zijn van misbruik van die marktmacht. Krachtens de kaderrichtlijn dient dit te gebeuren op een objectieve en transparante wijze.

Samenhang met het huidige regelgevingskader

De verplichtingen inzake toegang en interconnectie krachtens de thans geldende Richtlijn 97/33/EG [3], de verplichtingen inzake bijzondere toegang krachtens Richtlijn 98/10/EG [4], de verplichtingen inzake het aanbieden van gehuurde transmissiecapaciteit krachtens Richtlijn 92/44/EG [5], alsook de verplichtingen inzake volledige ontbundeling van het aansluitnet zullen worden overgenomen in het nieuwe kader, en regelmatig worden herzien volgens bovenvermelde marktanalyseprocedure. Zo kunnen deze verplichtingen geleidelijk worden versoepeld naarmate de markt een meer concurrentiegericht karakter krijgt. Wanneer zich op de markt nieuwe situaties voordoen die het opleggen van nieuwe ex-ante-verplichtingen rechtvaardigen, bijvoorbeeld nieuwe knelpunten in verband met nieuwe technologieën, kunnen aan de hand van dezelfde marktanalyseprocedure nieuwe verplichtingen worden ingevoerd, mits deze volledig verantwoord zijn en gericht zijn op het oplossen van de geconstateerde marktproblemen.

[3] Richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30.6.1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (ONP) (PB L 199 van 26.7.1997, blz. 32) gewijzigd bij Richtlijn 98/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24.9.1998 tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze (PB L 268 van 3.10.1998, blz. 37).

[4] Richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26.2.1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PB L 101 van 1.4.1998, blz.24).

[5] Richtlijn 92/44/EG van de Raad van 5.6.1992 betreffende de toepassing van Open Network Provision (ONP) op huurlijnen (PB L 165 van 19.6.1992, blz. 32), gewijzigd bij Richtlijn 97/51/EG (PB L 295 van 29.10.1997, blz. 23) en Beschikking nr. 80/98/EG van de Commissie van 7.1.1998 (PB L 14 van 20.1.1998, blz. 27).

In het geval van digitale televisiediensten dienen de bestaande ex-ante-verplichtingen inzake toegang een enigszins ander doel. Richtlijn 95/47/EG inzake televisienormen was bedoeld om een eerste regelgevingskader te verschaffen voor de opkomende digitale televisie-industrie. Het hoofddoel was gedragsregels vast te stellen voor aanbieders van voorwaardelijke toegang, teneinde andere omroepen toegang tot de markt te verschaffen. Het streven was investeerders in digitale televisie de nodige zekerheid te bieden en tevens te zorgen voor toegang tot de markt en vrijwaring van fundamentele publieke belangen zoals interoperabiliteit van consumentenapparatuur, in een door de situatie vereiste mate. De markt voor digitale televisie heeft zich redelijk goed ontwikkeld, in een eerste fase onder impuls van aanzienlijke investeringen in betaaltelevisie; de benadering waarvoor in Richtlijn 95/47/EG, is gekozen geniet nog steeds een brede steun, hoewel er van sommige zijden op wordt aangedrongen deze uit te breiden tot nieuwe gateways die sinds 1995 hun intrede hebben gedaan, met name elektronische programmagidsen (EPG's) en applicatieprogramma-interfaces (API's). De belangrijkste bepalingen van Richtlijn 95/47/EG worden bijgevolg overgenomen in de voorgestelde richtlijn, met name de verplichting voorwaardelijke toegang te verschaffen op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarde. Tevens zal de nieuwe richtlijn het de nationale regelgevingsinstanties mogelijk maken indien nodig een uitbreiding van deze verplichtingen op te leggen, bijvoorbeeld naar aanleiding van het verschijnen van nieuwe gateways, volgens de procedure van het regelgevend comité.

4. Overzicht van de inhoud van de voorgestelde richtlijn

Hoofstuk I - Toepassingsgebied, doelstelling en definities

In artikel 1 (Toepassingsgebied en doelstelling) is bepaald dat de richtlijn betrekking heeft op de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, inclusief netwerken voor diensten op het gebied van omroepactiviteiten. Doelstelling is om met inachtneming van de principes van de interne markt te komen tot een regelgevingskader voor de markt waarop aanbieders van netwerken en diensten actief zijn, dat leidt tot duurzame concurrentie en interoperabiliteit van diensten en voordelig is voor de consument.

In artikel 2 (Definities) worden termen omschreven die specifiek zijn voor deze richtlijn, met name de termen "toegang" en "interconnectie".

Hoofstuk II - Algemeen kader ter regulering van toegang en interconnectie

In artikel 3 (Algemeen kader inzake toegang en interconnectie) worden de bepalingen van de bestaande richtlijnen overgenomen die partijen de vrijheid geven binnen en tussen lidstaten interconnectie te realiseren. De lidstaten wordt de verplichting opgelegd maatregelen in te trekken waardoor de door een nieuwe aanbieder betaalde interconnectieheffingen worden gekoppeld aan de omvang van zijn investeringen in infrastructuur.

In artikel 4 (Rechten en verplichtingen van ondernemingen) is voorzien in de "regel inzake primaire interconnecties", die inhoudt dat alle netwerkexploitanten het recht en de plicht hebben onderling op commerciële basis interconnectieovereenkomsten aan te gaan. Ook neemt dit artikel de verplichtingen van Richtlijn 95/47/EG inzake televisienormen over die betrekking hebben op de verantwoordelijkheden van netwerkexploitanten ten aanzien van de distributie van breedbeeldtelevisiediensten, en waarborgt het de vertrouwelijkheid van informatie.

In artikel 5 (Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de nationale regelgevingsinstanties) wordt de algemene rol van de nationale regelgevingsinstanties met betrekking tot toegang, interconnectie en interoperabiliteit omschreven, alsook de bevoegdheden van die instanties om op te treden, met name wat betreft het opleggen van verplichtingen aan marktpartijen en de regeling van geschillen.

Hoofstuk III -Verplichtingen van exploitanten en marktobservatieprocedures

In artikel 6 (Voorwaardelijke-toegangsystemen en andere bijbehorende faciliteiten) worden de verplichtingen gehandhaafd waarin Richtlijn 95/47/EG inzake televisienormen voorziet; deze houden in dat alle exploitanten van voorwaardelijke-toegangsystemen omroepen toegang moeten verlenen op eerlijke, redelijke en non-discriminerende voorwaarden. Tevens wordt daarin bepaald dat deze verplichtingen kunnen worden herzien in het licht van technologische en marktontwikkelingen en dat, indien nodig, de toepassing daarvan kan worden uitgebreid tot vergelijkbare faciliteiten zoals applicatieprogramma-interfaces (API's) of elektronische programmagidsen (EPG's).

In artikel 7 (Herziening van eerdere verplichtingen inzake toegang en interconnectie) worden de verplichtingen verlengd die krachtens de huidige ONP-richtlijnen 97/33/EG, 98/10/EG en 92/44/EG, alsook de pas voorgestelde verordening inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnet zijn opgelegd, teneinde te zorgen voor de nodige continuïteit bij de overgang van het oude naar het nieuwe regelgevingskader, maar wordt tevens van de nationale regelgevingsinstanties geëist dat zij alle verplichtingen op gezette tijden herzien in het licht van de nieuwe definitie van het begrip aanmerkelijke marktmacht; de nationale regelgevingsinstanties moeten na een marktanalyse bepalen of deze moeten worden gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken.

In artikel 8 (Oplegging, wijziging of opheffing van verplichtingen) worden de voorwaarden omschreven waaronder verplichtingen kunnen worden opgelegd en worden de verplichtingen vermeld die kunnen worden toegepast.

Artikel 9 (Verplichting tot transparantie) staat de nationale regelgevingsinstanties toe verplichtingen inzake transparantie op te leggen die onder andere betrekking hebben op prijzen, eisen en voorwaarden inzake toegang of interconnectie, interoperabiliteit en technische interfaces.

Artikel 10 (Verplichting inzake non-discriminatie) staat de nationale regelgevingsinstanties toe verplichtingen inzake non-discriminatie op te leggen wanneer uit een marktanalyse blijkt dat discriminerend gedrag van de betrokken exploitant(en) kan leiden tot concurrentievervalsing, met nadelige effecten voor de eindgebruikers als gevolg.

Artikel 11 (Verplichting tot het voeren van gescheiden boekhoudingen) staat de nationale regelgevingsinstanties toe verplichtingen inzake gescheiden boekhoudingen op te leggen, teneinde opening van zaken te krijgen over de door een verticaal geïntegreerd bedrijf gehanteerde groothandelsprijzen en methode voor de interne verrekening van prijzen, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant faciliteiten aanbiedt die essentieel zijn voor andere dienstverleners, terwijl hijzelf met hen concurreert op dezelfde downstream-markt.

Artikel 12 (Verplichtingen inzake toegang tot en gebruik van specifieke netwerkfaciliteiten) staat de nationale regelgevingsinstanties toe exploitanten te verplichten om toegang te verlenen tot en het gebruik toe te staan van specifieke netwerkelementen en/of bijbehorende diensten of faciliteiten, wanneer het weigeren van toegang door de betrokken exploitant(en) de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte detailmarkt zou belemmeren of niet in het belang van de consument zou zijn.

Artikel 13 (Verplichtingen inzake prijscontrole en kostentoerekening) staat de nationale regelgevingsinstanties toe prijscontrole en kostentoerekening verplicht te stellen, meer bepaald wat betreft kostenoriëntering van prijzen voor interconnectie en/of toegang, wanneer blijkt dat de betrokken exploitant bij het ontbreken van daadwerkelijke concurrentie in staat zou zijn prijzen op een buitensporig hoog peil te handhaven, ten nadele van de eindgebruikers.

Hoofstuk IV - Procedurebepalingen

In artikel 14 (Comité) wordt de procedure omschreven die door het Comité voor communicatie (dat krachtens de kaderrichtlijn is ingesteld) moet worden gevolgd bij de behandeling van wijzigingen op de bijlage bij deze richtlijn.

Krachtens artikel 15 (Publicatie van en toegang tot informatie) moeten de nationale regelgevingsinstanties ervoor zorgen dat passende en actuele informatie wordt gepubliceerd en moeten zij aangeven waar deze is gepubliceerd.

Krachtens artikel 16 (Kennisgeving) moeten de lidstaten de Commissie ervan in kennis stellen welke instanties verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de richtlijn. Ook moeten de nationale regelgevingsinstanties de Commissie de namen van de exploitanten mededelen aan wie specifieke verplichtingen zijn opgelegd.

De artikelen 17 (Evaluatie), 18 (Omzetting), 19 (Inwerkingtreding) en 20 (Adressaten) betreffen procedurele maatregelen.

* * * *

5. Conclusie

De voorgestelde richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake toegang en interconnectie wordt beschouwd als het meest doeltreffende middel om een geharmoniseerd regelgevingskader tot stand te brengen voor in de lidstaten optredende vraagstukken met betrekking tot toegang en interconnectie; tevens wordt daarin de rol van de nationale regelgevingsinstanties in dit verband bepaald overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel.

Samenvattend kan worden gesteld dat het regelgevingskader waarin de voorgestelde richtlijn inzake toegang en interconnectie voorziet, wordt gekenmerkt door:

- prioriteit voor onderhandelingen op commerciële basis tussen partijen over de eisen en voorwaarden inzake toegang en interconnectie, met dien verstande dat de communautaire wetgeving in acht moet worden genomen.

- een duidelijk omschreven kader waarbinnen de nationale regelgevingsinstanties vraagstukken op het gebied van toegang en interconnectie kunnen behandelen

- continuïteit ten aanzien van het huidige regelgevingskader, zij het vergezeld van verplichtingen voor de nationale regelgevingsinstanties om bepaalde voor de exploitanten met een aanzienlijke marktmacht geldende verplichtingen opnieuw te bezien en indien mogelijk op te heffen

- de mogelijkheid voor nationale regelgevingsinstanties om maatregelen te nemen voor het verhelpen van geconstateerde onvolkomenheden op de markt, met inachtneming van de beginselen van transparantie, objectiviteit en proportionaliteit.

De richtlijn zal ervoor zorgen dat de communicatiemarkt zich kan ontwikkelen tot een economisch gezonde, op vrij ondernemerschap gestoelde entiteit die zelfvoorzienend is, een aantrekkelijke beloning voor risicokapitaal biedt en bevorderlijk is voor een concurrentiegerichte dynamiek en ondernemingsvisie die gunstig zijn voor de gebruikers.

2000/0186 (COD)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie [6],

[6] PB C ... van ..., blz. ....

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [7],

[7] PB C ... van ..., blz. ....

Gezien het advies van het Comité van de Regio's [8],

[8] PB C ... van ..., blz. ....

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [9],

[9] PB C ... van ..., blz. ....

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In Richtlijn .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad [inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten] [10] zijn de doelstellingen vastgesteld van een regelgevingskader met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten in de Gemeenschap, inclusief vaste en mobiele telecommunicatienetwerken, kabeltelevisienetten, netwerken voor terrestrische omroepactiviteiten, satellietnetwerken en internetnetwerken, ongeacht of deze voor spraak-, fax- of dataverkeer dan wel voor doorgifte van beelden worden gebruikt. Voor dergelijke netwerken kan door lidstaten een vergunning zijn verleend krachtens Richtlijn .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad [betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten] [11] of een vergunning zijn verleend krachtens eerdere regelgeving. De bepalingen van de onderhavige richtlijn zijn van toepassing op netwerken die worden gebruikt voor de commerciële levering van algemeen beschikbare elektronische communicatiediensten of voor de doorgifte van signalen van omroeporganisaties. De richtlijn heeft ook betrekking op de tussen dienstverleners getroffen regelingen voor toegang en interconnectie; zij geldt niet voor netwerken die worden gebruikt voor het aanbieden van communicatiediensten die alleen beschikbaar zijn voor een specifieke of besloten groep eindgebruikers, en regelt evenmin de toegang voor eindgebruikers en andere partijen die geen algemeen beschikbare diensten verlenen.

[10] PB C ... van ..., blz. ....

[11] PB C ... van ..., blz. ....

(2) De term "toegang" heeft een brede scala aan betekenissen en daarom dient nauwkeurig te worden omschreven hoe deze term in deze richtlijn wordt gebruikt, ongeacht de betekenis die er in andere communautaire maatregelen aan wordt gegeven. De term "exploitant" impliceert zeggenschap over het betrokken netwerk of de betrokken faciliteiten, maar geen eigendom; een netwerkexploitant kan eigenaar zijn van het betrokken netwerk of de betrokken faciliteiten of kan deze geheel of gedeeltelijk huren.

(3) In Richtlijn 95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen [12] is geen specifiek uitzendsysteem voor digitale televisie of specifieke eisen voor het aanbieden van de desbetreffende diensten opgelegd, en dit heeft de marktpartijen de gelegenheid geboden zelf het initiatief te nemen en passende systemen te ontwikkelen. Via de Digital Video Broadcasting Group hebben de Europese marktpartijen een familie uitzendsystemen voor televisie ontwikkeld die door omroepen in de hele wereld zijn overgenomen. Deze systemen zijn door het European Telecommunications Standards Institute (ETSI) genormaliseerd en zijn aanbevelingen van de Internationale Telecommunicatie-Unie geworden. Wat de term "digitale breedbeeldtelevisiedienst" betreft, geldt de 16:9-beeldverhouding als referentieformaat voor breedbeeldtelevisiediensten en -programma's, en dit heeft thans vaste voet gekregen op de markt van de lidstaten sinds de vaststelling van Besluit 93/424/EEG van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van een Actieplan voor de invoering van geavanceerde televisiediensten in Europa [13].

[12] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 51.

[13] PB L 196 van 5.8.1993, blz. 48.

(4) In een open en concurrentiegerichte markt dienen er geen beperkingen te bestaan die ondernemingen verhinderen onderling toegangs- en interconnectieregelingen, met name grensoverschrijdende overeenkomsten, aan te gaan, met dien verstande dat de mededingingsregels van het Verdrag in acht moeten worden genomen. In markten waar tussen ondernemingen grote verschillen in onderhandelingscapaciteit blijven bestaan, en waar sommige ondernemingen gebruik maken van door anderen verschafte infrastructuur voor het aanbieden van hun diensten, dient een kader voor regels te worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de markt efficiënt functioneert. De nationale regelgevende instanties moeten de nodige bevoegdheden krijgen om, in gevallen waarin commerciële onderhandelingen mislukken, te zorgen voor passende toegang en interconnectie en voor de nodige interoperabiliteit tussen diensten in het belang van de eindgebruikers. Een dergelijk optreden zou bijvoorbeeld noodzakelijk zijn indien de netwerkexploitanten op onredelijke wijze de keuze aan toegangsmogelijkheden tot internetportalen en -diensten voor eindgebruikers zouden beperken. De toepassing van regels ex ante door de nationale regelgevende instanties dient te worden beperkt tot die gebieden waar de toepassing achteraf van de krachtens de mededingingswetgeving beschikbare instrumenten niet binnen een vergelijkbare termijn tot dezelfde resultaten kan leiden.

(5) Nationale wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen die de eisen en voorwaarden voor toegang of interconnectie koppelen aan de activiteiten van de om interconnectie vragende partij, meer bepaald aan de omvang van haar investeringen in netwerkinfrastructuur, en niet aan de aangeboden interconnectie- of toegangsdiensten, kunnen leiden tot distorsie van de markt en kunnen bijgevolg onverenigbaar zijn met de mededingingsregels. In ieder geval moeten de nationale regelgevende instanties rekening houden met de rechtspraak van het Hof van Justitie en het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen en mogen zij tariefstellingsmethodes of prijzen die in strijd zijn met artikel 81, lid 1, of artikel 82 van het Verdrag niet bekrachtigen.

(6) Netwerkexploitanten regelen de toegang tot hun eigen klanten, die individueel worden geïdentificeerd door middel van nummers of adressen uit een gepubliceerde nummer- of adresseringsruimte. Andere netwerkexploitanten moeten in staat zijn deze klanten te bereiken en moeten dus in staat zijn direct of indirect interconnectie met elkaar tot stand te brengen. De bestaande rechten en verplichtingen met betrekking tot het voeren van onderhandelingen over interconnectie dienen bijgevolg te worden gehandhaafd. Ook dienen de verplichtingen te worden gehandhaafd die eerder in Richtlijn 95/47/EG zijn vastgesteld, en op grond waarvan alle elektronische communicatienetwerken die worden gebruikt voor de distributie van digitale televisiediensten in staat moeten zijn breedbeeldtelevisiediensten en -programa's door te geven, zodat de gebruikers deze programma's kunnen ontvangen in het formaat waarin zij zijn uitgezonden.

(7) Bij Richtlijn 95/47/EG werd voorzien in een eerste regelgevingskader voor de opkomende digitale-televisie-industrie: dit kader dient te worden gehandhaafd, met name wat betreft de verplichting voorwaardelijke toegang aan te bieden op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden. De technologische en marktontwikkelingen maken het noodzakelijk deze verplichtingen regelmatig te herzien, met name om na te gaan of het gerechtvaardigd is deze verplichtingen uit te breiden tot nieuwe gateways, zoals elektronische programmagidsen (EPG's) en applicatieprogramma-interfaces (API's) ten behoeve van de Europese burgers.

(8) Om de continuïteit van de bestaande afspraken te waarborgen en te voorkomen dat een rechtsvacuüm ontstaat, moet ervoor worden gezorgd dat de verplichtingen inzake toegang en interconnectie krachtens de artikelen 4, 6, 7, 8, 11, 12 en 14 van Richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (ONP) [14], gewijzigd bij Richtlijn 98/61/EG [15], de verplichtingen inzake bijzondere netwerktoegang krachtens artikel 16 van Richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, [16] en de verplichtingen inzake het beschikbaar stellen van transmissiecapaciteit voor huurlijnen krachtens Richtlijn 92/44/EEG van de Raad van 5 juni 1992 betreffende de toepassing van Open Network Provision (ONP) op huurlijnen [17], laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 98/80/EG van de Commissie [18], in een eerste stadium in het nieuwe regelgevingskader worden overgenomen, zij het met de mogelijkheid deze onmiddellijk te herzien in het licht van de heersende marktomstandigheden. Een dergelijke herziening dient zich tevens uit te strekken tot de organisaties als bedoeld in Verordening (EG) nr. ... van het Europees Parlement en de Raad [inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnet] [19]. De herziening dient te worden uitgevoerd aan de hand van een economische marktanalyse met een op de concurrentiewetgeving gebaseerde methodologie als grondslag. Het is de bedoeling de sectorspecifieke regelgeving ex ante geleidelijk in te krimpen naarmate de concurrentie op de markt zich ontwikkelt. Bij de procedure wordt echter ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat als gevolg van de technologische ontwikkeling nieuwe knelpunten ontstaan die dan weer regelgeving ex ante vereisen, bijvoorbeeld op het gebied van de toegang tot breedbandnetwerken. Het is zeer wel mogelijk dat de concurrentie zich in de diverse marktsegmenten en lidstaten in verschillend tempo ontwikkelt en de nationale regelgevende instanties moeten in staat zijn om bij de regelgeving opgelegde verplichtingen te versoepelen voor markten waar de concurrentie de gewenste resultaten oplevert. Om ervoor te zorgen dat de marktpartijen in alle lidstaten in vergelijkbare omstandigheden een vergelijkbare behandeling krijgen, dient de Commissie in staat te zijn een geharmoniseerde toepassing van de bepalingen van de richtlijn te waarborgen. De Gemeenschap en haar lidstaten hebben in het kader van de overeenkomst inzake basistelecommunicatiediensten van de Wereldhandelsorganisatie toezeggingen met betrekking tot interconnectie van telecommunicatienetwerken gedaan die moeten worden gehonoreerd.

[14] PB L 199 van 26.7.1997, blz. 32.

[15] PB L 268 van 3.10.1998, blz. 37.

[16] PB L 101 van 1.4.1998, blz. 24.

[17] PB L 165 van 19.6.1992, blz. 27.

[18] PB L 14 van 20.1.1998, blz. 27.

[19] PB C ... van ..., blz. ....

(9) Richtlijn 97/33/EG voorziet in een reeks verplichtingen die moeten worden opgelegd aan ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht, namelijk transparantie, non-discriminatie, een gescheiden boekhouding, toegang, alsook prijscontrole met inbegrip van kostenoriëntering. Deze scala aan mogelijke verplichtingen dient te worden gehandhaafd, maar daarnaast dient deze de status te krijgen van een pakket maximale verplichtingen die aan ondernemingen kunnen worden opgelegd, teneinde overregulering te voorkomen. In uitzonderlijke gevallen kan het, met het oog op de inachtneming van internationale verbintenissen of communautaire wetgeving, dienstig zijn verplichtingen inzake toegang of interconnectie op te leggen aan alle marktpartijen, zoals thans het geval is voor voorwaardelijke-toegangssystemen voor digitale televisiediensten. In alle gevallen is regelgeving ex ante alleen verantwoord wanneer met behulp van de door de mededingingsregels verschafte instrumenten het gewenste resultaat niet even snel kan worden bereikt.

(10) Transparantie van de eisen en voorwaarden inzake toegang en interconnectie, ook wat prijzen betreft, bespoedigt onderhandelingen, helpt conflicten voorkomen en zorgt ervoor dat de marktpartijen erop vertrouwen dat een dienst niet op discriminerende voorwaarden wordt verleend. Openheid en transparantie van technische interfaces kan van bijzonder belang zijn voor de interoperabiliteit.

(11) Het beginsel van non-discriminatie zorgt ervoor dat ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht geen concurrentievervalsing veroorzaken, met name wanneer het verticaal geïntegreerde ondernemingen betreft die diensten verlenen aan bedrijven waarmee zij op downstream-markten concurreren.

(12) Gescheiden boekhoudingen maken het mogelijk overboekingen van prijselementen zichtbaar te maken en stellen de nationale regelgevingsinstanties in staat de naleving van de verplichtingen inzake non-discriminatie te toetsen. In dit verband heeft de Commissie Aanbeveling 98/322/EG van 8 april 1998 inzake interconnectie in een geliberaliseerde telecommunicatiemarkt (Deel 2 -- Scheiding van boekhoudingen en kostenberekeningen) [20] gepubliceerd.

[20] PB L 141 van 13.5.1998, blz. 6.

(13) Het verplicht opleggen van het verlenen van toegang tot de netwerkinfrastructuur kan verantwoord zijn als een middel om de concurrentie te vergroten, maar de nationale regelgevende instanties moeten de rechten van een infrastructuureigenaar om zijn infrastructuur te eigen bate te exploiteren afwegen tegen de rechten van andere dienstenaanbieders om toegang te krijgen tot faciliteiten die voor hen van essentieel belang zijn om concurrerende diensten te kunnen aanbieden. Dat de nationale regelgevende instanties het verlenen van toegang verplicht stellen om op korte termijn de concurrentie te intensiveren, mag er niet toe leiden dat concurrenten minder gestimuleerd worden om te investeren in alternatieve faciliteiten die op langere termijn voor meer concurrentie zullen zorgen. De Commissie heeft een bekendmaking gedaan betreffende de toepassing van de mededingingsregels op overeenkomsten inzake toegang in de telecommunicatiesector [21], waarin deze aspecten worden behandeld.

[21] PB C 265 van 22.8.1998, blz. 2.

(14) Prijscontrole kan noodzakelijk zijn wanneer uit de analyse van een specifieke markt blijkt dat er sprake is van inefficiënte concurrentie. Eventueel kan worden volstaan met een relatief kleine ingreep, zoals het opleggen van een bij regelgeving vastgestelde verplichting dat de prijzen voor carrierselectie tijdelijk moeten zijn, zoals bepaald in Richtlijn 97/33/EG, maar er kunnen ingrijpender maatregelen nodig zijn zoals de verplichting om, wanneer de prijzen kostengeoriënteerd zijn, volledige verantwoording over deze prijzen af te leggen ingeval de concurrentie onvoldoende sterk is om te voorkomen dat buitensporige prijzen worden toegepast. Met name dienen exploitanten met een aanzienlijke marktmacht zich ervan te onthouden zodanige prijzen te hanteren dat het verschil tussen hun detailprijzen en de interconnectieprijzen die zij aanrekenen aan concurrenten die op detailhandelsniveau vergelijkbare diensten aanbieden, onvoldoende is om een duurzame concurrentie te waarborgen. De Commissie heeft er in haar Aanbeveling 98/195/EG van 8 januari 1998 inzake interconnectie in een geliberaliseerde telecommunicatiemarkt (Deel 1 -- Interconnectieprijzen) [22] voor gepleit gebruik te maken van de methode van gemiddelde incrementele langetermijnkosten als grondslag voor interconnectieprijzen in de Gemeenschap, ter bevordering van efficiëntie en duurzame concurrentie.

[22] PB L 73 van 12.3.1998, blz. 42.

(15) De publicatie van informatie door de lidstaten zal ervoor zorgen dat de marktpartijen en potentiële nieuwe aanbieders meer inzicht krijgen in hun rechten en verplichtingen en weten waar zij nadere gegevens kunnen vinden. Publicatie in het Staatsblad draagt ertoe bij dat de betrokken partijen en andere lidstaten de nodige informatie kunnen verkrijgen.

(16) Om te kunnen nagaan of het Gemeenschapsrecht correct wordt toegepast dient de Commissie te weten welke ondernemingen als partijen met een aanmerkelijke marktmacht zijn aangewezen en welke verplichtingen door de nationale regelgevende instanties aan de marktpartijen zijn opgelegd. Het is dus noodzakelijk dat de lidstaten de informatie die zij op nationaal niveau publiceren ook aan de Commissie toezenden.

(17) Gezien het tempo van de technologische en de marktontwikkeling zal de tenuitvoerlegging van de richtlijn binnen drie jaar na de inwerkingtreding daarvan worden geëvalueerd om na te gaan of de doelstellingen worden gehaald.

(18) Aangezien voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn maatregelen dienen te worden getroffen als bedoeld in artikel 2 van Beschikking 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [23], dienen deze te worden vastgesteld volgens de in artikel 5 van die beschikking bedoelde regelgevingsprocedure,

[23] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Hoofstuk I

Toepassingsgebied, doelstelling en definities

Artikel 1 Toepassingsgebied en doelstelling

1. Binnen het bij Richtlijn .../.../EG [inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische telecommunicatienetwerken en -diensten] vastgestelde kader harmoniseert deze richtlijn de wijze waarop de lidstaten de toegang tot en de interconnectie van elektronische telecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten reguleren. Doelstelling is om, met inachtneming van de beginselen van de interne markt, voor de markt waarop aanbieders van netwerken en diensten actief zijn, een regelgevingskader tot stand te brengen dat leidt tot duurzame concurrentie, interoperabiliteit van diensten en voordelen voor de consument.

2. De richtlijn voorziet in rechten en verplichtingen voor ondernemingen die openbare communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten in eigendom hebben of exploiteren en ondernemingen die interconnectie met en/of toegang tot die netwerken of bijbehorende faciliteiten wensen. De richtlijn omvat doelstellingen voor de nationale regelgevende instanties met betrekking tot toegang tot en interconnectie van netwerken, alsook procedures die ervoor moeten zorgen dat de door de nationale regelgevende instanties opgelegde verplichtingen worden herzien en waar nodig worden ingetrokken zodra de beoogde doelstellingen zijn verwezenlijkt.

Artikel 2 Definities

De in Richtlijn .../.../EG [inzake een gemeenschappelijke regelgevingskader voor elektronische telecommunicatienetwerken en -diensten] opgenomen definities zijn in voorkomend geval van toepassing.

Voorts wordt voor de toepassing van deze richtlijn verstaan onder:

a) "toegang": het beschikbaar stellen van faciliteiten en/of diensten aan een andere onderneming, onder welomschreven voorwaarden, hetzij op exclusieve hetzij op niet-exclusieve basis, met het oog op het aanbieden van elektronische communicatiediensten. Deze definitie omvat onder andere: toegang tot netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten en diensten waarvoor eventueel, al dan niet draadloos, apparatuur moet worden aangesloten; toegang tot materiële infrastructuur waaronder gebouwen, kabelgoten en masten; toegang tot programmatuursystemen waaronder operationele ondersteuningssystemen; toegang tot nummervertaling of systemen met vergelijkbare functionaliteit; toegang tot mobiele netwerken, met name voor roaming; toegang tot voorwaardelijke-toegangsystemen voor digitale televisiediensten. Interconnectie is een specifiek type toegang dat wordt gerealiseerd tussen exploitanten van openbare netwerken. Toegang in de zin van deze richtlijn omvat geen toegang door eindgebruikers.

b) "interconnectie": het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden. Diensten kunnen worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk.

c) "exploitant": een onderneming die een algemeen beschikbaar elektronisch communicatienetwerk aanbiedt, exploiteert of controleert, dan wel een bijbehorende faciliteit zoals een voorwaardelijke-toegangsysteem aanbiedt, exploiteert of controleert, door middel waarvan zij dienstenaanbieders de toegang tot de eindgebruiker kan ontzeggen of deze toegang kan beperken, dan wel de eindgebruiker de vrije keuze van diensten kan ontzeggen of deze beperken.

d) "digitale breedbandtelevisiedienst": een televisiedienst die geheel of gedeeltelijk bestaat uit programma's die zijn geproduceerd en gemonteerd met gebruikmaking van anamorfe expansie om te worden weergegeven in een schermvullend breedbeeldformaat. Het 16:9-formaat geldt als referentieformaat voor breedbeeldtelevisiediensten.

e) "eindgebruiker": een gebruiker die geen algemeen beschikbare elektronische communicatienetwerken of diensten aanbiedt.

Hoofstuk II

Algemeen kader ter regulering van toegang en interconnectie

Artikel 3 Algemeen kader inzake toegang en interconnectie

1. De lidstaten zorgen ervoor dat er geen beperkingen zijn waardoor ondernemingen die in één lidstaat of in verscheidene lidstaten gevestigd zijn, worden belemmerd om onderling overeenkomstig het Gemeenschapsrecht overeenkomsten inzake technische en commerciële regelingen voor toegang en/of interconnectie aan te gaan. De onderneming die om toegang of om interconnectie verzoekt hoeft niet gemachtigd te zijn om te opereren in de lidstaat waar om toegang of interconnectie wordt verzocht, wanneer zij in die lidstaat geen diensten aanbiedt.

2. Onverminderd artikel 26 van Richtlijn .../.../EG [inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten] handhaven de lidstaten geen wettelijke of bestuursrechterlijke maatregelen waarbij exploitanten worden verplicht om, wanneer zij netwerktoegang of interconnectie mogelijk maken, voor dezelfde diensten ten aanzien van verschillende ondernemingen verschillende eisen en voorwaarden te hanteren, en/of hun verplichtingen worden opgelegd die geen verband houden met de daadwerkelijk geleverde toegangs- en interconnectiediensten.

Artikel 4 Rechten en verplichtingen van ondernemingen

1. Alle ondernemingen die gemachtigd zijn om elektronische communicatienetwerken te exploiteren met het oog op het algemeen beschikbaar stellen van elektronische communicatiediensten zijn gerechtigd en, wanneer hun daarom wordt verzocht door daartoe gemachtigde ondernemingen, verplicht om onderling interconnectieovereenkomsten aan te gaan met het doel de betrokken diensten aan te bieden, teneinde de verlening en de interoperabiliteit van de diensten in de gehele Gemeenschap te waarborgen.

2. Elektronische communicatienetwerken die worden gebruikt voor de distributie van digitale televisiediensten moeten in staat zijn breedbeeldtelevisiediensten en -programma's door te geven. Netwerkexploitanten die breedbeeldtelevisiediensten of -programma's ontvangen en doorgeven handhaven het breedbeeldformaat.

3. Onverminderd artikel 11 van Richtlijn .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad [betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten] [24] zorgen de nationale regelgevende instanties ervoor dat ondernemingen die tijdens onderhandelingen over toegangs- of interconnectieovereenkomsten informatie van een andere onderneming verwerven, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor zij werd verstrekt en te allen tijde de vertrouwelijkheid van doorgegeven of opgeslagen informatie in acht nemen. De informatie wordt niet doorgegeven aan enige andere partij, met name andere afdelingen, dochterondernemingen of partners, die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.

[24] PB L ... van ..., blz. ...

Artikel 5 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de nationale regelgevende instanties met betrekking tot toegang en interconnectie

1. Met het oog op de doelstellingen van artikel 7 van de richtlijn [inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten], bevorderen en waarborgen de nationale regelgevende instanties passende netwerktoegang en interconnectie, alsook interoperabiliteit van diensten, en oefenen zij daarbij hun bevoegdheid uit op een wijze die bevorderlijk is voor efficiëntie en duurzame concurrentie en die de eindgebruikers maximaal voordeel biedt.

2. De lidstaten zien erop toe dat de nationale regelgevende instanties de nodige bevoegdheden krijgen om de in de artikelen 6 tot en met 13 van deze richtlijn vermelde verplichtingen op te leggen aan exploitanten die zijn aangewezen als beschikkende over een aanmerkelijke macht op een relevante markt. Bij gebreke van overeenstemming tussen ondernemingen over toegangs- en interconnectieovereenkomsten, zorgen de lidstaten ervoor dat de nationale regelgevende instantie de nodige bevoegdheden krijgt om in te grijpen hetzij wanneer één van de betrokken partijen daarom verzoekt, hetzij op eigen initiatief, rekening houdend met de beleidsdoelstellingen en procedures die zijn vermeld in de artikelen 6, 7 en 13 tot en met 18 van Richtlijn .../.../EG [inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten].

Hoofstuk III

Verplichtingen van exploitanten en marktobservatieprocedures

Artikel 6 Voorwaardelijke-toegangsystemen en andere bijbehorende faciliteiten

1. De lidstaten zorgen ervoor dat, met betrekking tot de voorwaardelijke toegang tot digitale televisieomroepdiensten ten behoeve van kijkers in de Gemeenschap, ongeacht de wijze van doorgifte, de voorwaarden van de bijlage, deel I, van toepassing zijn.

2. Voorwaarden voor toegang tot andere bijbehorende faciliteiten als bedoeld in deel II van de bijlage kunnen worden vastgesteld in de procedure van artikel 14, lid 2.

3. In het licht van de technologische en marktontwikkelingen kan de bijlage worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 14, lid 2.

Artikel 7 Herziening van eerdere verplichtingen inzake toegang en interconnectie

1. De lidstaten handhaven alle verplichtingen inzake toegang en interconnectie die vóór de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn ten aanzien van algemeen beschikbare elektronische communicatienetwerken aanbiedende ondernemingen golden krachtens de artikelen 4, 6, 7, 8, 11, 12 en 14 van Richtlijn 97/33/EG, artikel 16 van Richtlijn 98/10/EG, de artikelen 7 en 8 van Richtlijn 92/44/EG en artikel 3 van Verordening [inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnet]; deze verplichtingen worden gehandhaafd totdat zij zijn herzien en daarover een besluit is genomen overeenkomstig lid 3.

2. De markten die relevant zijn voor de in lid 1 bedoelde verplichtingen worden opgenomen in de eerste beschikking inzake relevante markten voor producten en diensten die door de Commissie moet worden gepubliceerd volgens de procedure van artikel 14 van Richtlijn inzake [een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten].

3. De lidstaten zorgen ervoor dat onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze richtlijn, en vervolgens op gezette tijden, de nationale regelgevende instanties een marktanalyse uitvoeren volgens de procedure van artikel 14 van Richtlijn [inzake een gemeenschappelijke regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten], om te bepalen of de betrokken verplichtingen moeten worden gehandhaafd, gewijzigd of opgeheven. De partijen waarop een dergelijke wijziging of opheffing van verplichtingen betrekking heeft worden daarvan binnen een passende termijn in kennis gesteld.

Artikel 8 Oplegging, wijziging of opheffing van verplichtingen

1. Wanneer een overeenkomstig artikel 14 van de richtlijn [inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten] verrichte marktanalyse uitwijst dat een exploitant een aanmerkelijke macht op een specifieke markt heeft, leggen de nationale regelgevende instanties hem naar gelang van het geval één of meer van de in de artikelen 9 tot en met 13 van deze richtlijn genoemde verplichtingen op om concurrentievervalsing te voorkomen. De specifieke verplichting(en) die wordt (worden) opgelegd is (zijn) afgestemd op de aard van het geconstateerde probleem.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 kunnen de nationale regelgevende instanties aan exploitanten, met inbegrip van andere exploitanten dan die welke een aanmerkelijke marktmacht hebben, met betrekking tot interconnectie de in de artikelen 9 tot en met 13 vermelde verplichtingen opleggen, teneinde te voldoen aan internationale verbintenissen.

Bij wijze van uitzondering, met voorafgaande toestemming van de Commissie, kunnen de nationale regelgevende instanties aan exploitanten met een aanzienlijke marktmacht verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie opleggen die verder gaan dan die welke zijn vermeld in de artikelen 9 tot en met 13 van deze richtlijn, mits alle verplichtingen stroken met de doelstellingen van artikel 1 van deze richtlijn en artikel 7 van Richtlijn inzake [een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten], en in verhouding staan tot het beoogde doel.

3. Met betrekking tot lid 2, eerste alinea, geven de nationale regelgevende instanties de Commissie kennis van besluiten om voor marktpartijen in de Gemeenschap geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen, volgens de procedures van artikel 6, lid 2 tot en met lid 4, van Richtlijn inzake [een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten].

Artikel 9 Verplichting tot transparantie

1. De nationale regelgevende instanties kunnen overeenkomstig artikel 8 verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie en/of netwerktoegang opleggen op grond waarvan exploitanten duidelijk omschreven informatie, zoals technische specificaties, netwerkkenmerken, eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, alsook tarieven, ter beschikking van het publiek moeten stellen.

2. Met name wanneer voor een exploitant verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kunnen de nationale regelgevende instanties van die exploitant eisen dat hij een voldoende gespecificeerde referentieofferte publiceert waarin een beschrijving wordt gegeven van de relevante offertes, uitgesplitst in diverse elementen naar gelang van de marktbehoeften, alsook van de daaraan verbonden eisen en voorwaarden, inclusief tarieven.

3. De nationale regelgevende instanties kunnen preciseren welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd die moet zijn en op welke wijze deze moet worden gepubliceerd.

Artikel 10 Verplichting inzake non-discriminatie

1. Een nationale regelgevingsinstantie kan overeenkomstig artikel 8 verplichtingen inzake non-discriminatie met betrekking tot interconnectie en/of netwerktoegang opleggen.

2. Verplichtingen inzake non-discriminatie moeten er met name voor zorgen dat de exploitant ten aanzien van andere ondernemingen die dezelfde diensten aanbieden onder dezelfde omstandigheden dezelfde voorwaarden toepast, alsook aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke hij voor zijn eigen diensten of diensten van zijn dochterondernemingen of partners biedt.

Artikel 11 Verplichting tot het voeren van gescheiden boekhoudingen

1. Een nationale regelgevende instantie kan overeenkomstig artikel 8 het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot bepaalde met interconnectie en/of netwerktoegang verband houdende activiteiten.

Met name kan een nationale regelgevende instantie van een verticaal geïntegreerde onderneming eisen dat deze opening van zaken geeft over haar groothandelsprijzen en interne verrekening van prijzen, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant faciliteiten aanbiedt die essentieel zijn voor andere dienstverleners, terwijl zijzelf met hen concurreert op dezelfde downstream-markt.

2. Om het toezicht op de naleving van verplichtingen inzake transparantie te vergemakkelijken, hebben de nationale regelgevende instanties de bevoegdheid voor te schrijven dat boekhouddocumenten, met inbegrip van gegevens over van derden ontvangen inkomsten, op verzoek worden overgelegd. De nationale regelgevende instanties kunnen dergelijke informatie publiceren wanneer deze bijdraagt tot een open en concurrentiegerichte markt, zij het met inachtneming van de nationale en communautaire regels inzake vertrouwelijkheid van handelsgegevens.

Artikel 12 Verplichtingen inzake toegang tot en gebruik van specifieke netwerkfaciliteiten

1. Een nationale regelgevende instantie kan overeenkomstig artikel 8 exploitanten de verplichting opleggen toegang te verlenen tot en het gebruik toe te staan van specifieke faciliteiten en/of bijbehorende diensten, onder meer wanneer de nationale regelgevende instantie van mening is dat het weigeren van toegang de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte detailhandelsmarkt zou belemmeren of niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.

Van exploitanten kan onder meer worden verlangd dat zij:

a) derden toegang verlenen tot bepaalde netwerkelementen en/of faciliteiten;

b) reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken;

c) bepaalde diensten doorverkopen;

d) open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere fundamentele technologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten;

e) collocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van faciliteiten aanbieden, inclusief gedeeld gebruik van kabelgoten, gebouwen of masten;

f) de nodige specifieke diensten aanbieden die nodig zijn voor de eind-tot-eind-interoperabiliteit van aan gebruikers geleverde diensten, inclusief faciliteiten voor intelligente netwerkdiensten of roaming binnen mobiele netwerken;

g) de nodige toegang tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen verlenen om eerlijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;

h) zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten.

De nationale regelgevende instanties kunnen aan deze verplichtingen voorwaarden verbinden ter zake van eerlijkheid, redelijkheid, opportuniteit, transparantie en/of non-discriminatie.

2. Bij het opleggen van de in lid 1 bedoelde verplichtingen betrekken de nationale regelgevende instanties met name de volgende factoren in hun overwegingen:

a) de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, rekening houdend met het tempo van de marktontwikkeling;

b) de haalbaarheid van de voorgestelde toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;

c) de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de aan de investering verbonden risico's;

d) de noodzaak om op lange termijn de concurrentie in stand te houden;

e) in voorkomend geval, ter zake geldende intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel 13 Verplichtingen inzake prijscontrole en kostentoerekening

1. Een nationale regelgevende instantie kan overeenkomstig artikel 8 verplichtingen inzake prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en inzake kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- en/of netwerktoegangtypes, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant bij het ontbreken van daadwerkelijke concurrentie in staat zou zijn de prijzen op een buitensporig hoog peil te handhaven of de marges uit te hollen, zulks ten nadele van de eindgebruikers. De nationale regelgevende instanties houden rekening met de door de exploitant gedane investeringen en de daaraan verbonden risico's.

2. De nationale regelgevende instanties zien erop toe dat elke tariefstellingsmethodologie die wordt opgelegd erop gericht is efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de consument maximaal voordeel te bieden.

3. Wanneer voor een exploitant een verplichting inzake kostenoriëntering van zijn tarieven geldt, is het aan hem om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten verhoogd met een redelijk investeringsrendement. De nationale regelgevende instanties kunnen van een exploitant verlangen dat deze volledige verantwoording aflegt over zijn tarieven en indien nodig dat deze worden aangepast.

4. De nationale regelgevende instanties zorgen ervoor dat, wanneer de invoering van een kostentoerekeningssysteem verplicht wordt gesteld met het oog op prijscontrole, een beschrijving van dit systeem ter beschikking van het publiek wordt gesteld waarin ten minste de hoofdcategorieën waarin de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels worden vermeld. Op de inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt toegezien door een gekwalificeerde onafhankelijke instantie. Jaarlijks wordt een verklaring betreffende de inachtneming van het systeem gepubliceerd.

Hoofstuk IV

Procedurebepalingen

Artikel 14 Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 19 van Richtlijn [inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten] ingestelde Comité voor communicatie.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen is de regelgevingsprocedure van artikel 5 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, in overeenstemming met de artikelen 7 en 8 van dat besluit.

3. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt drie maanden.

Artikel 15 Publicatie van en toegang tot informatie

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de krachtens deze richtlijn aan ondernemingen opgelegde specifieke verplichtingen openbaar worden gemaakt, met vermelding van het specifieke product respectievelijk de specifieke dienst en de betrokken geografische markten. Zij zorgen ervoor dat actuele informatie openbaar wordt gemaakt op een wijze die alle belanghebbende partijen gemakkelijke toegang tot die informatie waarborgt.

2. De lidstaten zenden de Commissie een kopie van alle gepubliceerde informatie toe. De Commissie stelt deze informatie beschikbaar in een gemakkelijk toegankelijke vorm en deelt deze afhankelijk van het geval mee aan het Comité voor communicatie en de Groep op hoog niveau voor communicatie.

Artikel 16 Kennisgeving

1. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 december 2001 ervan in kennis welke nationale regelgevende instanties met de in deze richtlijn omschreven taken zijn belast.

2. De nationale regelgevende instanties stellen de Commissie in kennis van de namen van de exploitanten die geacht worden een aanzienlijke marktmacht te hebben in de zin van deze richtlijn, alsook van de verplichtingen die hun krachtens de richtlijn worden opgelegd. Alle wijzigingen met betrekking tot de aan ondernemingen opgelegde verplichtingen of met betrekking tot de onder de toepassing van deze richtlijn vallende ondernemingen worden onverwijld ter kennis van de Commissie gebracht.

Artikel 17 Evaluatie

Op gezette tijden evalueert de Commissie de werking van deze richtlijn en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, voor het eerst uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn De Commissie kan daartoe de lidstaten om inlichtingen vragen, die op verzoek onverwijld worden verstrekt.

Artikel 18 Omzetting in nationaal recht

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen, alsook alle latere wijzigingen op die bepalingen.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 20 Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitster De voorzitter

BIJLAGE Voorwaarden voor toegang tot digitale televisieomroepdiensten voor kijkers in de Gemeenschap

Deel I - Voorwaarden voor voorwaardelijke-toegangsystemen overeenkomstig artikel 6, lid 1.

De lidstaten zorgen ervoor dat overeenkomstig artikel 6 met betrekking tot de voorwaardelijke toegang tot digitale televisieomroepdiensten voor kijkers in de Gemeenschap, ongeacht de wijze van doorgifte, de volgende voorwaarden gelden:

a) voorwaardelijke toegangsystemen die op de markt van de Gemeenschap worden geëxploiteerd moeten de nodige technische capaciteit bieden voor een kosteneffectieve controleoverdracht waarbij de mogelijkheid wordt geboden voor volledige controle door netwerkexploitanten op lokaal of regionaal niveau op de diensten waarbij gebruikt wordt gemaakt van dergelijke voorwaardelijke-toegangsystemen;

b) alle exploitanten van voorwaardelijke-toegangdiensten, ongeacht de wijze van doorgifte, die diensten voor toegang tot digitale televisiediensten produceren en verhandelen moeten:

- alle omroepen op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden die in overeenstemming zijn met de communautaire mededingingsregels, technische diensten aanbieden met behulp waarvan de op digitale wijze doorgegeven diensten van de omroep door gemachtigde kijkers kunnen worden ontvangen door middel van door de exploitant van de betrokken diensten beheerde decoders, alsook voldoen aan de communautaire mededingingsregels,

- een afzonderlijke boekhouding voeren met betrekking tot hun activiteiten als aanbieders van voorwaardelijke toegang.

c) wanneer zij licenties verlenen aan fabrikanten van consumentenapparatuur moeten de houders van industriële eigendomsrechten op voorwaardelijke-toegangproducten en -systemen ervoor zorgen dat dit gebeurt op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden. De houders van dergelijke rechten mogen, rekening houdend met technische en commerciële factoren, de verlening van licenties niet ondergeschikt maken aan voorwaarden die een verbod leggen op dan wel ontradend of ontmoedigend werken ten aanzien van de verwerking in hetzelfde product van:

- een gemeenschappelijke interface die een verbinding met verschillende andere toegangsystemen mogelijk maakt, of

- voor een ander toegangsysteem kenmerkende functies, mits de licentiehouder zich houdt aan de redelijke en passende voorwaarden die, wat hem betreft, moeten zorgen voor de veiligheid van de transacties van de exploitanten van voorwaardelijke-toegangsystemen.

Deel II - Andere bijbehorende faciliteiten die bij de beoordelingsprocedure van artikel 6, lid 2, in aanmerking moeten worden genomen.

- Toegang tot applicatieprogramma-interfaces (API's)

- Toegang tot elektronische programmagidsen (EPG's)

FINANCIEEL MEMORANDUM

Het financieel memorandum bij de richtlijn inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten geldt ook voor de financiële consequenties van de onderhavige richtlijn.

EFFECTBEOORDELINGSFORMULIER EFFECT VAN HET VOORSTEL OP HET BEDRIJFSLEVEN, MET NAME OP HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF( MKB's)

Titel van het voorstel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten

Referentienummer van het document

Voorstel

1. Waarom is, gelet op het subsidiariteitsbeginsel, communautaire wetgeving op dit gebied noodzakelijk en wat zijn de voornaamste doelstellingen-

De richtlijn is onderdeel van een nieuw regelgevingskader dat tot doel heeft te waarborgen dat de elektronische communicatiesector zich blijft ontwikkelen als een concurrerende markt die alle bedrijven en personen in de Gemeenschap die gebruik maken van elektronische communicatiediensten, voordelen oplevert.

Het belang van consolidering van de interne markt op dit gebied wordt algemeen onderschreven en aanpassing van bestaande maatregelen van de Gemeenschap wordt gezien als de meest efficiënte manier om dit te bereiken.

Effect op het bedrijfsleven

2. Waarop is het voorstel van invloed-

Zakelijke gebruikers van elke mogelijke omvang zullen profiteren van de grotere concurrentie en innoverende marktoplossingen en meer waar voor hun geld krijgen dankzij het nieuwe regelgevingskader in zijn totaliteit.

Aanbieders van elektronische netwerken en diensten die een aanmerkelijke marktmacht hebben (gebaseerd op het begrip machtspositie volgens het mededingingsrecht), zoals ex-monopolisten, zullen de meeste gevolgen van het voorstel ondervinden. Voor deze ondernemingen zullen verplichtingen gelden inzake interconnectie met en het verlenen van toegang tot hun netwerken ten aanzien van andere ondernemingen. Dit creëert mogelijkheden voor kleinere bedrijven die zich de massale investeringen niet kunnen veroorloven die nodig zijn voor de installatie van communicatienetwerkinfrastructuur.

3. Wat moeten de bedrijven doen om aan de voorgestelde wetgeving te voldoen-

Het voorstel voorziet in de verlening van bestaande verplichtingen, maar creëert niet onmiddellijk nieuwe verplichtingen. Aanbieders van elektronische netwerken en diensten met een aanmerkelijke macht op de markt (uitgaande van het in de concurrentiewetgeving omschreven begrip dominante positie), zoals ex-monopolisten, zullen verplicht zijn aan andere ondernemingen interconnectie met en toegang tot hun netwerken toe te staan en zullen tevens onderworpen zijn aan verplichtingen inzake transparantie, non-discriminatie en kostenoriëntering.

Alle leveranciers van consumentenapparatuur die "voorwaardelijke-toegangsystemen" hanteren die worden gebruikt voor het aanbieden van digitale televisiediensten zullen toegang tot hun systemen moeten verlenen op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.

4. Welke economische gevolgen zal het voorstel waarschijnlijk hebben-

Het voorstel moet de groei van de sector stimuleren en zodoende bijdragen tot de werkgelegenheid zowel binnen de sector als in de bijbehorende markten.

Het voorstel zal ervoor zorgen dat de Europese markt voor elektronische communicatienetwerken en -diensten op mondiaal niveau aantrekkelijke investeringsmogelijkheden blijft bieden.

Het voorstel zal het concurrentievermogen van bedrijven in de sector verbeteren en, doordat zij efficiënter worden, voordeel opleveren voor de gehele economie, aangezien alle bedrijven behoefte hebben aan efficiënte communicatie-infrastructuren.

5. Bevat het voorstel maatregelen om rekening te houden met de bijzondere situatie van kleine en middelgrote bedrijven (minder zware of andere eisen, enz.)-

Het voorstel bevat geen specifieke bepalingen inzake MKB's, maar voorziet in ex-ante verplichtingen die hoofdzakelijk betrekking hebben op ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht.

Raadpleging

6. Geef een overzicht van de organisaties die over het voorstel zijn geraadpleegd en zet hun standpunten in grote lijnen uiteen..

De Commissie heeft in november 1999 in haar mededeling "Herziening van de communicatieregelgeving 1999" (COM(1999)539) om commentaar op een groot aantal aspecten van deze voorstellen verzocht. Daarop is gereageerd door 229 organisaties en individuele respondenten. Een lijst is te vinden op de volgende website: http://www.ispo.cec.be/infosoc/telecompolicy/review99/comments/comments.html. Een overzicht van de belangrijkste naar voren gebrachte visies is opgenomen in een mededeling over de resultaten van de openbare raadpleging (COM(2000)239. Tevens is op 28 april een werkdocument over de belangrijkste bepalingen van het voorstel gepubliceerd, waarop door 128 organisaties en individuele personen is gereageerd. Een lijst is te vinden op de volgende website: http://www.ispo.cec.be/infosoc/telecompolicy/review99/nrfwd/comments.html.

Top