Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0059

Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 68/193/EEG betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken

/* COM/2000/0059 def. - CNS 2000/0036 */

PB C 177E van 27.6.2000, pp. 77–82 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000PC0059

Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 68/193/EEG betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken /* COM/2000/0059 def. - CNS 2000/0036 */

Publicatieblad Nr. C 177 E van 27/06/2000 blz. 0077 - 0082


Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 68/193/EEG betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

In Richtlijn 68/193/EEG zijn de voorwaarden vastgesteld betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal voor wijnstokken in de Gemeenschap.

De tekst bevat een aantal bepalingen op grond waarvan de lidstaten unilateraal van een aantal normen mogen afwijken. Met het oog op de consolidering van de interne markt wordt het nu al wenselijk geacht om deze bepalingen te wijzigen of af te schaffen om alle feitelijke en potentiële belemmeringen voor het vrije verkeer van teeltmateriaal voor wijnstokken op te heffen.

Dit voorstel is bedoeld om daaraan te voldoen.

In het licht van de opgedane ervaringen en van de geboekte wetenschappelijke en technische vooruitgang worden in dit voorstel ook bepalingen van de betrokken richtlijn gepreciseerd en bijgewerkt, met name wat de nieuwe soorten teeltmateriaal betreft (loten, via microvermeerderingstechnieken geproduceerd materiaal).

Het voorstel creëert een rechtsgrondslag waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen op het gebied van de genetisch gemodificeerde rassen (Richtlijn 90/220/EEG van de Raad), en op het gebied van de nieuwe voedingsmiddelen verwijst het naar Verordening (EG) nr. 258/97.

Het voorstel heeft geen enkele implicatie voor de subsidiariteit, aangezien het is gebaseerd op artikel 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en dus uitsluitend onder de bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Een optreden op communautair niveau is gerechtvaardigd aangezien het voorstel voornamelijk betrekking heeft op de harmonisering van de in de lidstaten uitgevoerde technische controles.

Het voorstel is ook bedoeld om de procedure betreffende een nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten binnen een permanent comité te actualiseren; het is echter alleen de bedoeling de tekst aan Besluit 1999/468/EG van de Raad aan te passen.

Het voorstel heeft geen effect op de begroting van de Gemeenschap.

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 68/193/EEG betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken (Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C

Gezien het advies van het Europese Parlement [2],

[2] PB C

Gelet op het advies van het Economisch en Sociaal Comité [3],

[3] PB C

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 68/193/EEG betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken [4], laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, moet om de hierna genoemde redenen worden gewijzigd.

[4] PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15.

(2) In het kader van de consolidering van de interne markt dient een aantal bepalingen van de genoemde Richtlijn te worden gewijzigd of ingetrokken ten einde alle belemmeringen van het handelsverkeer die het vrije verkeer van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken in de Gemeenschap in de weg kunnen staan, op te heffen; derhalve moeten alle voor de lidstaten bestaande mogelijkheden om unilateraal van de genoemde richtlijn af te wijken, worden afgeschaft.

(3) In bepaalde omstandigheden moet het mogelijk zijn om nieuwe soorten vegetatief teeltmateriaal in de handel te brengen.

(4) De voorwaarden waaronder de lidstaten het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor proefnemingen, voor wetenschappelijke doeleinden of voor kweekdoeleinden mogen toestaan, moeten door de Commissie met de hulp van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw kunnen worden vastgesteld.

(5) Aan de lidstaten moet toestemming worden verleend om met betrekking tot het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken op hun hele grondgebied of op delen daarvan striktere maatregelen te treffen dan de in de bijlagen I en II bedoelde maatregelen ter bestrijding van organismen die met name voor de wijnstokcultuur in die regio's schadelijk zijn.

(6) In het licht van de in andere sectoren opgedane ervaring met het in de handel brengen van zaaizaad en teeltmateriaal is het wenselijk om, onder bepaalde voorwaarden, tijdelijke experimenten uit te voeren met de bedoeling een aantal bepalingen van deze richtlijn door betere te vervangen.

(7) Gezien de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen is het voortaan mogelijk de wijnstokrassen genetisch te modificeren. De lidstaten moeten zich derhalve, alvorens te besluiten of genetisch gemodificeerde wijnstokrassen kunnen worden geaccepteerd, ervan vergewissen dat de doelbewuste introductie van dit materiaal in het milieu geen risico oplevert voor de gezondheid van mens en dier noch voor het milieu. Bovendien moeten de procedures worden vastgesteld volgens welke teeltmateriaal van dergelijke rassen in de handel kan worden gebracht.

(8) Verordening (EG) nr. 258/97 van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten bevat bepalingen over genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen en voedselingrediënten. Om te bepalen of een genetisch gemodificeerd wijnstokras tot de markt kan worden toegelaten, en met het oog op de bescherming van de volksgezondheid moet erop worden toegezien dat nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten worden onderworpen aan een veiligheidscontrole volgens een communautaire procedure, door toepassing van de bij Verordening (EG) nr. 258/97 vastgestelde toestemmingsprocedure, beoordelingsbeginselen en criteria, waaronder de raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding.

(9) De verzonden partijen moeten vergezeld gaan van een begeleidend document, zodat een passende controle op het verkeer van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken kan worden uitgevoerd.

(10) Het is wenselijk dat wordt toegezien op de instandhouding van de genetische rijkdommen.

(11) De procedure die voorziet in een nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten in het kader van het "Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw" moet worden bijgewerkt.

(12) Gezien de opgedane ervaring dient een aantal bepalingen van de betrokken richtlijn te worden verduidelijkt en aangepast,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 68/193/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 2, lid 1, worden na punt (A) de volgende punten ingevoegd :

"AA. Ras: een plantengroep van één enkele botanische taxon, van de laagste bekende rang, die:

_ kan worden omschreven met de kenmerken die verband houden met een bepaald genotype of een bepaalde combinatie van genotypes,

_ van elke andere plantengroep kan worden onderscheiden met ten minste één van de genoemde kenmerken, en

_ kan worden beschouwd als een eenheid, op grond van zijn geschiktheid voor vermeerdering zonder veranderingen.

AB. Kloon: een vegetatieve afstamming van een ras, overeenstemmend met een wijnstok die op grond van de identiteit, de fenotypische kenmerken en de fytosanitaire toestand van de moederplant is geselecteerd".

2. De tekst in artikel 2, lid 1, onder (B) wordt vervangen door :

"B. Teeltmateriaal :

i) Wijnstokken, gereed voor het planten

a) met wortels: delen van stekken of loten van de wijnstok, met wortels en niet-geënt, bestemd voor het planten of voor gebruik als entmateriaal;

b) entwijnstokken: door enting verbonden delen van stekken of loten van de wijnstok, waarvan het deel onder de grond wortels heeft.

ii) Delen van de wijnstok

a) stekken: eenjarige delen;

b) loten: niet-verhoute stengeldelen;

c) delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor de veredeling: delen van stekken of loten van de wijnstok, die bij de teelt van entwijnstokken bestemd zijn voor de kweek van delen onder de grond;

d) entrijs: delen van stekken of loten van de wijnstok, die bij de teelt van entwijnstokken en bij veredeling bestemd zijn voor de delen boven de grond;

e) blindhout: delen van stekken of loten van de wijnstok, bestemd voor de teelt van wijnstokken met wortels."

3. In artikel 2, lid 1, wordt na punt (D) de volgende definitie ingevoegd:

"DA. Oorspronkelijk teeltmateriaal: teeltmateriaal

a) dat onder verantwoordelijkheid van de kweker is voortgebracht volgens algemeen erkende methodes voor de instandhouding van de identiteit van het ras en, in voorkomend geval, van de kloon, en voor de preventie van ziektes;

b) dat bestemd is voor voortbrenging van basisteeltmateriaal of van gecertificeerd teeltmateriaal;

c) dat voldoet aan de in de bijlagen I en II voor basisteeltmateriaal opgenomen voorwaarden. Volgens de procedure van artikel 17 kunnen deze bijlagen worden gewijzigd met de bedoeling aanvullende voorwaarden voor de goedkeuring van het oorspronkelijk teeltmateriaal vast te stellen;

d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld."

4. De tekst in artikel 2, lid 1, onder (E) wordt vervangen door:

"E. Basisteeltmateriaal: teeltmateriaal

a) dat onder verantwoordelijkheid van de kweker is voortgebracht volgens algemeen erkende methodes voor de instandhouding van de identiteit van het ras en, in voorkomend geval, van de kloon, en voor de preventie van ziektes, en dat direct afkomstig is van oorspronkelijk teeltmateriaal door vegetatieve voortplanting;

b) dat bestemd is voor de voortbrenging van gecertificeerd teeltmateriaal;

c) dat voldoet aan de in de bijlagen I en II voor basisteeltmateriaal opgenomen voorwaarden, en

d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld."

5. De tekst in artikel 2, lid 1, onder (F), a), wordt vervangen door:

"dat rechtstreeks afkomstig is van basisteeltmateriaal of van oorspronkelijk teeltmateriaal".

6. In artikel 2, lid 1, wordt de volgende definitie ingevoegd:

"I. Afzet

De verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, het aanbieden voor verkoop en iedere beschikbaarstelling, levering of overdracht van teeltmateriaal aan derden, al dan niet tegen vergoeding, met het oog op commercieel gebruik.

De bepalingen betreffende de uitvoering van deze voorschriften worden overeenkomstig de procedure van artikel 17 vastgesteld."

7. Artikel 3 wordt vervangen door:

"1. De lidstaten schrijven voor dat teeltmateriaal voor wijnstokken slechts in de handel mag worden gebracht:

_ indien het officieel is goedgekeurd als "oorspronkelijk teeltmateriaal", "basisteeltmateriaal" of "gecertificeerd teeltmateriaal", dan wel, in het geval van ander teeltmateriaal dan dat wat is bestemd om te worden gebruikt als wijnstokdelen onder de grond, indien het officieel gecontroleerd standaardteeltmateriaal betreft, en

_ indien het voldoet aan de in bijlage II opgenomen voorwaarden.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen de lidstaten de op hun grondgebied gevestigde kwekers machtiging verlenen voor de afzet van adequate hoeveelheden teeltmateriaal voor:

a) proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden,

b) kweekdoeleinden,

c) maatregelen met het oog op de instandhouding van de genetische diversiteit.

De voorwaarden volgens welke de lidstaten dergelijke machtigingen mogen verlenen, kunnen worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 17.

In geval van genetisch gemodificeerd teeltmateriaal kan deze machtiging uitsluitend worden verleend als alle nodige maatregelen zijn getroffen om de risico's voor de volksgezondheid en voor het milieu te voorkomen. Wat betreft de in dat verband uit te voeren milieueffectbeoordeling is artikel 5 ter bis van deze richtlijn mutatis mutandis van toepassing.

3. Voor via microvermeerderingstechnieken geproduceerd teeltmateriaal kunnen de volgende voorschriften worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 17:

_ afwijking van de specifieke bepalingen van deze richtlijn,

_ de voor dergelijk teeltmateriaal geldende voorwaarden,

_ de voor dergelijk teeltmateriaal geldende benamingen.

4. Overeenkomstig de procedure van artikel 17 kunnen voor officieel goedgekeurd teeltmateriaal

_ de communautaire klassen binnen iedere categorie,

_ de voor die klassen geldende voorwaarden,

_ de voor die klassen geldende benamingen

worden vastgesteld.

De lidstaten kunnen bepalen in welke mate zij deze communautaire klassen in het kader van de goedkeuring van hun eigen productie toepassen.

5. De Commissie kan overeenkomstig de procedure van artikel 17:

a) voorschrijven dat ander teeltmateriaal dan dat wat is bestemd om te worden gebruikt als wijnstokdelen onder de grond, vanaf bepaalde data slechts in de handel mag worden gebracht wanneer het officieel is goedgekeurd als "oorspronkelijk teeltmateriaal", "basisteeltmateriaal" of "gecertificeerd teeltmateriaal"

_ wat bepaalde wijnstokrassen betreft, op het hele grondgebied van de Europese Gemeenschap voor zover - eventueel volgens een programma - in de voor deze rassen in de Gemeenschap bestaande behoeften kan worden voorzien met teeltmateriaal dat officieel is goedgekeurd als "oorspronkelijk teeltmateriaal", "basisteeltmateriaal" of "gecertificeerd teeltmateriaal", en

_ wat teeltmateriaal van andere rassen dan de in het eerste streepje genoemde rassen betreft, wanneer het is bestemd om te worden gebruikt op het grondgebied van de lidstaten die uiterlijk op de datum van vaststelling van deze richtlijn, overeenkomstig artikel 12, lid 2, hadden voorgeschreven dat teeltmateriaal van de categorie "standaardmateriaal" niet meer op de markt mocht worden gebracht.

b) de lidstaten machtigen om, in afwijking van lid 1, teeltmateriaal van de categorie "standaardteeltmateriaal" dat is bestemd om te worden gebruikt als wijnstokdelen onder de grond van bepaalde rassen, voor gebruik in bepaalde gebieden in de handel te brengen wanneer niet in de in de Gemeenschap bestaande behoeften kan worden voorzien met teeltmateriaal van de categorie "oorspronkelijk teeltmateriaal", "basisteeltmateriaal" of "gecertificeerd teeltmateriaal", en om daarvoor de voorwaarden vast te stellen."

8. Na artikel 3 wordt het volgende artikel ingevoegd:

"Artikel 3 bis

De Commissie kan de lidstaten, overeenkomstig de procedure van artikel 17, ten aanzien van de afzet van teeltmateriaal op het hele grondgebied of delen van het grondgebied van één of meer lidstaten, machtigen om ten aanzien van schadelijke organismen die voor de wijnteelt in die regio's bijzonder gevaarlijk blijken te zijn, striktere maatregelen dan die als bedoeld in de bijlagen I en II te treffen."

9. Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:

"In geval van enting is deze bepaling niet van toepassing op delen van planten die in een andere lidstaat of in een derde land zijn geproduceerd overeenkomstig artikel 15, lid 2."

10. In artikel 5 worden na de woorden "Iedere lidstaat stelt een lijst op van wijnstokrassen" de woorden "en, in voorkomend geval, van klonen," toegevoegd.

11. Aan artikel 5 wordt het volgende lid toegevoegd:

"De lidstaten zien erop toe dat de in de lijsten van de andere lidstaten opgenomen rassen en klonen ook op hun eigen grondgebied voor goedkeuring worden toegelaten, onverminderd het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt [5]."

[5] PB L 271 van 21.10.1999, blz. 47.

12. Artikel 5 ter wordt vervangen door:

"Artikel 5 ter

1. Een ras wordt als onderscheidbaar beschouwd wanneer het zich, door de kenmerken die verband houden met een genotype of een combinatie van bepaalde genotypes, duidelijk onderscheidt van elk ander ras waarvan het bestaan algemeen bekend is in de Gemeenschap.

Als in de Gemeenschap bekend ras wordt beschouwd ieder ras dat, op het moment waarop de aanvraag tot toelating van dat ras volgens de voorschriften wordt ingediend, hetzij is opgenomen op de lijst van de betrokken lidstaat of van een andere lidstaat, hetzij het voorwerp is van een aanvraag tot toelating in de betrokken lidstaat of in een andere lidstaat, tenzij vóór het besluit inzake de aanvraag tot toelating van het te beoordelen ras niet meer in alle betrokken lidstaten aan de in de eerste zin van dit lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

2. Een ras wordt als bestendig beschouwd wanneer de kenmerken die in het onderzoek naar de onderscheidbaarheid worden betrokken alsmede alle andere kenmerken die voor de beschrijving van het ras worden gebruikt, na opeenvolgende vermeerderingen ongewijzigd blijven.

3. Een ras wordt als homogeen beschouwd wanneer het, behoudens veranderingen die verband kunnen houden met de specifieke bijzonderheden van de vermeerdering ervan, voldoende homogeen is wat betreft de kenmerken die worden betrokken in het onderzoek naar de onderscheidbaarheid en alle andere kenmerken die voor de beschrijving van het ras worden gebruikt ."

13. Na artikel 5 ter wordt het volgende artikel ingevoegd:

Artikel 5 ter bis

1. Indien het een genetisch gemodificeerd wijnstokras in de zin van artikel 2, leden 1 en 2, van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu [6] betreft, wordt dit ras alleen toegelaten wanneer alle nodige maatregelen zijn getroffen om risico's voor de volksgezondheid en voor het milieu te voorkomen.

[6] PB L 117 van 8.5.1990, blz. 15.

2. Voor genetisch gemodificeerde rassen in de zin van lid 1 geldt het volgende:

a) Er wordt een milieu-effectbeoordeling uitgevoerd die gelijkwaardig is aan die als bedoeld in Richtlijn 90/220/EEG.

b) De procedures om te garanderen dat een beoordeling van de milieu-effecten en van andere relevante elementen wordt uitgevoerd die gelijkwaardig is aan de in Richtlijn 90/220/EEG bedoelde beoordeling, worden op voorstel van de Commissie ingevoerd, in de vorm van een verordening van de Raad die is gebaseerd op de relevante juridische grondslag in het Verdrag. Tot de inwerkingtreding van de genoemde verordening worden de genetisch gemodificeerde rassen pas in de nationale lijst opgenomen nadat overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG is bepaald dat zij in de handel mogen worden gebracht.

c) De artikelen 11 tot en met 18 van Richtlijn 90/220/EEG zijn niet meer van toepassing op genetisch gemodificeerde wijnstokrassen die overeenkomstig de onder b) bedoelde verordening zijn toegestaan.

d) De technische en wetenschappelijke aspecten van de tenuitvoerlegging van de milieu-effectbeoordeling worden overeekomstig de procedure van artikel 17 van deze richtlijn vastgesteld.

3. Wanneer producten die afkomstig zijn van teeltmateriaal voor wijnstokrassen bestemd zijn om te worden gebruikt als voedingsmiddel of voedselingrediënt dat binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten valt, moet, voordat de genetisch gemodificeerde wijnstokrassen worden geaccepteerd, erop worden toegezien dat de daarvan afgeleide voedingsmiddelen of voedselingrediënten

_ geen gevaar opleveren voor de consument,

_ de consument niet misleiden,

_ niet zodanig verschillen van de voedingsmiddelen en voedselingrediënten ter vervanging waarvan zij zijn bedoeld, dat de normale consumptie ervan uit voedingsoogpunt nadelig zou zijn voor de consument.

Wanneer teeltmateriaal dat van een van de in deze richtlijn bedoelde rassen afkomstig is, is bestemd om te worden gebruikt als voedingsmiddel of voedselingrediënt waarop Verordening (EG) Nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten [7] van toepassing is, wordt het ras alleen toegelaten als voor het voedingsmiddel of het voedselingrediënt al een vergunning is afgegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97.

[7] PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1.

Wanneer echter het in Verordening (EG) nr. 258/97 bedoelde vergunningsbesluit is vastgesteld in het kader van de procedure voor de officiële toelating van een ras, moet de in artikel 17 van de betrokken richtlijn bedoelde procedure worden toegepast."

14. In artikel 5 quater worden na de woorden "De lidstaten dragen er zorg voor dat uit andere lidstaten afkomstige rassen" de woorden "en, in voorkomend geval, klonen" toegevoegd.

15. Artikel 5 sexies, lid 2, wordt vervangen door:

"Aanvragen tot toelating van een ras of intrekkingen van dergelijke aanvragen, opnemingen in een rassenlijst alsmede de verschillende wijzigingen ervan worden onverwijld ter kennis van de andere lidstaten en van de Commissie gebracht.

De Commissie mag op basis van de kennisgevingen van de lidstaten een communautaire lijst publiceren."

16. Na artikel 5 sexies worden de volgende artikelen ingevoegd:

"Artikel 5 septies

De lidstaten zien erop toe dat de toegelaten genetisch gemodificeerde rassen duidelijk als zodanig in de rassenlijst worden vermeld. Verder zien zij erop toe dat eenieder die een dergelijk ras in de handel brengt, duidelijk in zijn verkoopcatalogus vermeldt dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft.

Artikel 5 octies

1. De lidstaten schrijven voor dat de in de lijst opgenomen rassen of, in voorkomend geval, klonen, stelselmatig in stand worden gehouden.

2. De stelselmatige instandhouding moet altijd aan de hand van registraties kunnen worden gecontroleerd door de voor de instandhouding van het ras verantwoordelijke persoon of personen.

3. De voor de instandhouding van het ras verantwoordelijke persoon kan worden gevraagd monsters over te leggen. Indien nodig kan de bemonstering langs officiële weg geschieden."

17. In artikel 7 worden na het woord "basisteeltmateriaal" de woorden "oorspronkelijk teeltmateriaal" toegevoegd.

18. Artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:

"In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen de lidstaten, wat de bewerking, de verpakking, het sluitingssysteem en de aanduiding betreft, de op hun grondgebied gevestigde producenten machtigen kleine hoeveelheden die worden geleverd aan de laatste gebruiker alsmede wijnstokken in potten, kisten en kartonnen dozen, in de handel te brengen.

De voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke machtigingen kunnen verlenen, kunnen overeenkomstig de procedure van artikel 17 worden vastgesteld."

19. Artikel 9 wordt vervangen door:

"De lidstaten schrijven voor dat verpakkingen en bundels van teeltmateriaal officieel of onder officieel toezicht zodanig worden gesloten dat zij niet kunnen worden geopend zonder dat het sluitingssysteem wordt beschadigd, dan wel het in artikel 10, lid 1 bedoelde officiële etiket of - bij verpakkingen - de verpakking sporen van manipulatie vertoont. Terwille van een goede sluiting wordt ten minste gebruik gemaakt van een officieel etiket dan wel van een officiële verzegeling. Volgens de procedure van artikel 17 kan worden vastgesteld of een bepaald sluitingssysteem aan de bepalingen van dit artikel voldoet. Een, eventueel herhaalde, nieuwe sluiting mag uitsluitend officieel of onder officieel toezicht geschieden."

20. Artikel 10 wordt vervangen door:

"1. De lidstaten schrijven voor dat verpakkingen en bundels van teeltmateriaal aan de buitenkant worden voorzien van een officieel etiket dat beantwoordt aan de vereisten van bijlage IV en gesteld is in een van de officiële talen van de Gemeenschap; dit etiket wordt vastgehecht door middel van de sluiting. De kleur van het etiket is wit met een diagonale paarse streep voor oorspronkelijk teeltmateriaal, wit voor basisteeltmateriaal, blauw voor gecertificeerd teeltmateriaal en donkergeel voor standaardteeltmateriaal.

2. De lidstaten kunnen echter toestaan dat de op hun grondgebied gevestigde producenten verschillende verpakkingen of bundels entwijnstokken of wortelwijnstokken met dezelfde eigenschappen, die met één enkel etiket worden aangeduid als bedoeld in bijlage IV, in de handel brengen. In dat geval worden de betrokken verpakkingen of bundels zodanig met elkaar verbonden dat de band bij de eventuele scheiding wordt verbroken en niet opnieuw kan worden gebruikt. Het etiket wordt door middel van deze band bevestigd. Er mag geen nieuwe sluiting worden aangebracht.

3. De lidstaten schrijven voor dat iedere partij bovendien vergezeld moet gaan van een document. De voorwaarden met betrekking tot dit begeleidend document worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 17.

4. Het plantenpaspoort als bedoeld in Richtlijn 92/105/EEG van de Commissie tot een zekere mate van standaardisering van plantenpaspoorten [8], kan als in lid 1 bedoeld officieel etiket dienen. Daarbij moet echter ook zijn voldaan aan alle in lid 1 bedoelde voorwaarden voor het officiële etiket."

[8] PB L 4 van 8.1.1993, blz. 22.

21. Na artikel 10 wordt het volgende artikel ingevoegd:

"Artikel 10 bis

In het geval van teeltmateriaal van een genetisch gemodificeerd ras moet op alle op de partijen teeltmateriaal aangebrachte etiketten en op de bij de partijen teeltmateriaal gevoegde begeleidende documenten in het kader van deze richtlijn, officieel of niet-officieel, duidelijk worden vermeld dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft."

22. Artikel 11, lid 2, wordt geschrapt.

23. Artikel 12 wordt vervangen door:

"De lidstaten dragen er zorg voor dat het teeltmateriaal dat overeenkomstig deze richtlijn in de handel wordt gebracht, op grond van verplichte of van facultatieve maatregelen, slechts wordt onderworpen aan de beperkingen voor het in de handel brengen die bij deze richtlijn zijn vastgesteld met betrekking tot eigenschappen, onderzoek, aanduiding en sluiting."

24. Artikel 12 bis wordt vervangen door:

"De lidstaten dragen er zorg voor dat voor teeltmateriaal van wijnstokrassen en, in voorkomend geval, van wijnstokklonen die in een van de lidstaten officieel zijn toegelaten voor de goedkeuring en voor de controle op het standaardteeltmateriaal overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn, op hun grondgebied geen handelsbeperkingen gelden welke het ras betreffen, onverminderd Verordening (EG) nr. 1493/1999."

25. Artikel 14, lid 1 wordt vervangen door:

"Ten einde tijdelijke moeilijkheden op te heffen die zich bij de algemene voorziening met basisteeltmateriaal, gecertificeerd teeltmateriaal of standaardteeltmateriaal in de Gemeenschap voordoen, en die niet anderszins kunnen worden overwonnen, kan, overeenkomstig de procedure van artikel 17, worden besloten dat de lidstaten voor een bepaalde periode toestaan dat op het hele grondgebied van de Gemeenschap de vereiste hoeveelheden teeltmateriaal van een categorie waaraan minder strenge eisen worden gesteld, in de handel worden gebracht om de problemen op te lossen.".

26. Na artikel 14 wordt het volgende artikel ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Ten einde voor een aantal bepalingen van deze richtlijn betere alternatieven te vinden, kan worden besloten om onder specifieke voorwaarden op communautair niveau tijdelijke experimenten te organiseren, overeenkomstig de procedure van artikel 17."

27. Artikel 17 wordt vervangen door:

"1. De Commissie wordt bijgestaan door het "Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw".

2. Bij verwijzingen naar dit lid zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.

3. Het Comité stelt zijn reglement van orde vast."

Artikel 2

De lidstaten mogen voorlopig tot 1 januari 2009 toestemming verlenen voor het in de handel brengen, in afwijking van artikel 3, lid 1, van standaardteeltmateriaal dat is bestemd om te worden gebruikt als wijnstokdelen onder de grond en dat afkomstig is van op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn reeds bestaande moederplanten.

Artikel 3

Op 1 januari 2001 doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om deze richtlijn ten uitvoer te leggen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt daarin naar de onderhavige richtlijn verwezen of gaan die bepalingen op het moment van hun officiële bekendmaking vergezeld van een dergelijke verwijzing. Nadere voorschriften met betrekking tot een dergelijke verwijzing worden door de lidstaten vastgesteld.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de tekst van de belangrijkste nationale wetsbepalingen die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied goedkeuren.

Artikel 4

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

Top