This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52000DC0130
eEurope - An Information Society for all - Progress report for the Special European Council on Employment, Economic reforms and social cohesion towards a Europe based on innovation and knowledge Lisbon, 23 and 24 March 2000
eEurope - Een informatiemaatschappij voor iedereen - Voortgangsverslag voor de bijzondere Europese Raad Werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale cohesie - Naar een op innovatie en kennis gebaseerd Europa Lissabon, 23 en 24 maart 2000
eEurope - Een informatiemaatschappij voor iedereen - Voortgangsverslag voor de bijzondere Europese Raad Werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale cohesie - Naar een op innovatie en kennis gebaseerd Europa Lissabon, 23 en 24 maart 2000
/* COM/2000/0130 def. */
eEurope - Een informatiemaatschappij voor iedereen - Voortgangsverslag voor de bijzondere Europese Raad Werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale cohesie - Naar een op innovatie en kennis gebaseerd Europa Lissabon, 23 en 24 maart 2000 /* COM/2000/0130 def. */
eEurope - Een informatiemaatschappij voor iedereen - Voortgangsverslag - Voor de bijzondere Europese Raad Werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale cohesie - Naar een op innovatie en kennis gebaseerd Europa - Lissabon, 23 en 24 maart 2000 Inhoud Inleiding 1. Feedback 2. Nadere analyse 3. De weg vooruit Bijlage 1. De voortgang sinds Helsinki Bijlage 2. De e-economie Inleiding Het eEurope-initiatief ging op 8 december 1999 van start met de goedkeuring door de Europese Commissie van de mededeling "eEurope - Een informatiemaatschappij voor iedereen" [1]. Met dit initiatief wordt beoogd de invoering van digitale technologieën in Europa te versnellen en ervoor te zorgen dat alle Europeanen beschikken over de noodzakelijke vaardigheden om ervan gebruik te maken. Het initiatief speelt een centrale rol in de agenda van economische en sociale vernieuwing voor Europa die de Commissie ter voorbereiding van de bijzondere vergadering van de Europese Raad te Lissabon heeft opgesteld. [1] http://europa.eu.int/comm/information_society/eEurope/index_en.htm Het initiatief werd ingegeven door het groeiend besef dat de toepassing van digitale technologieën de sleutelfactor is geworden voor groei en werkgelegenheid. Het blijkt steeds duidelijker dat een "nieuwe economie" of "e-economie" tot stand komt, voornamelijk aangedreven door het internet. Europa heeft op deze kansen en uitdagingen vrij traag gereageerd, ten dele vanwege de traditionele aard van de industriële economie in Europa. Met de Europese Raad van Lissabon zou dit kunnen veranderen. Door steun te geven aan concrete beleidsmaatregelen zou hij een sterk signaal kunnen geven dat de Europese leiders vast van plan zijn Europa om te vormen tot een dynamische en concurrerende economie. Een groot deel van de drijvende kracht in deze omvorming zal van de markt en de particuliere sector komen. Maar openbaar beleid is zeker ook van belang, met name bij het vaststellen van een duidelijk regelgevend kader en door te zorgen voor een goed opgeleide bevolking en een informatiemaatschappij waarin voor iedereen plaats is. Even belangrijk is dat Europa moet kunnen zien dat de leiders zich hier daadwerkelijk voor willen inzetten en het voortouw nemen. Met het eEurope-initiatief wordt beoogd een dergelijke ontwikkeling te bevorderen. Het initiatief werd dan ook verwelkomd door de Europese Raad van Helsinki op 10 en 11 december. De staatshoofden en regeringen verzochten de Commissie samen met de Raad het eEurope-actieplan voor te bereiden om het de Europese Raad te Feira in juni voor te kunnen leggen en ook om daarover een voortgangsverslag in te dienen bij de bijzondere Europese Raad van Lissabon. Dit voortgangsverslag is dan ook een antwoord op dit verzoek. Het is opgedeeld in drie secties en twee bijlagen. De eerste sectie gaat kort in op de reacties op eEurope en de input die werd verkregen van de lidstaten, industrie en andere betrokken actoren. De tweede sectie geeft een samenvatting van diepere analyses met betrekking tot de ontwikkeling van de nieuwe economie in Europa. De derde sectie stippelt een koers uit voor een eEurope-actieplan. Bijlage I beschrijft de vooruitgang die is geboekt sedert het eEurope-initiatief in december van start ging. Er worden details in gegeven betreffende lopende en geplande initiatieven die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van eEurope en er wordt in aangegeven welke verdere maatregelen nodig zijn. Bijlage II bevat een verklarende analyse van de "nieuwe economie" of e-economie en de impact die zij heeft op Europa, en gaat in op de positie van Europa bij deze ontwikkeling. Deze analyse vormt een stevige basis voor het eEurope-initiatief en er komt een sterk pleidooi voor dringende maatregelen uit naar voren. 1. Feedback Het eEurope-initiatief heeft tot een groot aantal commentaren en suggesties van verscheidene bronnen geleid. Ze kunnen worden onderverdeeld in reacties van Europese instellingen, van lidstaten en van andere betrokken partijen. 1.1. Europese instellingen De Europese Raad van Helsinki heeft de Raad verzocht met de Commissie samen te werken aan het Voortgangsverslag en het eEurope-actieplan. Het Europees Parlement zal zijn verslag over eEurope goedkeuren tijdens de plenaire vergadering van 13-17 maart. 1.2. Lidstaten Op 31 januari werd op uitnodiging van het Portugese voorzitterschap, te Lissabon een informele vergadering belegd tussen de lidstaten en de Commissie. Er hebben ook bilaterale contacten met lidstaten plaatsgevonden. In het algemeen komt hieruit belangstelling én steun voor eEurope naar voren. De hoofdpunten daarbij zijn: - Verscheidene lidstaten willen reeds bij de Europese Raad van Lissabon prioriteiten stellen en bepaalde doelstellingen vastleggen (bijv. goedkopere internettoegang en het e-commerce-kader). - Er bestaat enig verschil van mening met betrekking tot de volgorde van prioriteiten en suggesties voor andere prioritaire maatregelen (bijv. inhoud, opleiding). - Allen stellen met nadruk dat zij niet nóg een "proces" op gang gebracht willen zien. - Allen wensen meer details over hoe de doelstellingen van eEurope bereikt zouden kunnen worden. - De meeste lidstaten ontplooien nationale initiatieven in parallel met eEurope - bijv. "Germ@ny goes online" [2], het initiatief van het VK over "Information age government [3], het Franse initiatief inzake coregulering van het internet [4]. [2] Een privé-initiatief van Deutsche Telekom in samenwerking met de Duitse regering. Zie pers bericht van 11.2.00. [3] http://www.iagchampions.gov.uk/Strategy.htm [4] http://www.internet.gouv.fr/francais/textesref/pagsi2/lsi/coregulation.htm 1.3. Input van andere betrokkenen Er werd een eEurope-mailbox (eEurope@cec.eu.int) opgezet om te voorzien in een mechanisme voor discussie en feedback. Er werd input ontvangen van een brede waaier van bijna 200 belangengroeperingen: industrie, universiteiten, niet-gouvernementele organisaties (NGO's), nationale, regionale en lokale overheden, alsmede individuele personen. Er werd een uiterste termijn vastgesteld van 1 februari voor opname van de input in dit verslag. Een uitgebreidere analyse is te vinden op de eEurope-website: http://europa.eu.int/comm/information_society/eEurope. De eEurope-voorstellen werden verwelkomd als een waardevol initiatief ten behoeve van wat als een sleutelelement wordt gezien voor het toekomstige succes van Europa. Er was sprake van brede steun voor de actielijnen, hoewel de verschillende belangengroepen verschillende accenten legden. Zo benadrukte bijvoorbeeld industrie de behoefte aan een juridisch kader voor e-commerce, terwijl de NGO's die gehandicapten vertegenwoordigen, voorstelden toegangskwesties in heel het initiatief mee op te nemen. Er werden ook andere kwesties voor opname in het voorstel ingediend, bijv. toegang voor ouderen en opleiding in digitale vaardigheden. De correspondenten waren duidelijk bereid bij te dragen aan het bevorderen van de doelstellingen van het eEurope-initiatief. Verschillende onder hen gaven voorbeelden van lopende projecten en programma's waarmee wordt ingegaan op enkele van de kwesties die onder het initiatief vallen. Enkele van de suggesties zijn reeds opgenomen in de ontwikkeling van de betreffende actielijnen (bijv. gebrek aan vaardigheden, veiligheid). De meeste kritiek met betrekking tot eEurope betrof problemen met de toegang tot de documenten, waarvan het formaat niet geschikt was voor toegang tot slechtzienden. 2. Nadere analyse Sedert de publicatie van eEurope is de mate van belangstelling voor de gevolgen van het internet en de bekendheid met de "nieuwe economie" in Europa sterk toegenomen. Er was sprake van een opmerkelijke mate van aandacht in de media in alle lidstaten, terwijl verschillende verslagen en studies van de particuliere en openbare sector de in eEurope beschreven ontwikkelingen nog eens verder hebben onderstreept. De Commissie heeft de thans beschikbare gegevens (zie bijlage II) die het concept achter eEurope ondersteunen, dieper bestudeerd. De resultaten van deze analyse kunnen als volgt worden samengevat: - Het internet zal via grotere concurrentie en verhoogde productiviteit de potentiële output van de Europese economie verhogen. Het internet is derhalve van groot belang voor een succesvol economisch beleid van de EU. - Afgezien van een aantal sterke punten (bijv. mobiele communicatie) realiseert Europa in onvoldoende mate het volledige potentieel van het internet. - Europa heeft behoefte aan dynamische kapitaalmarkten die nieuwkomers steunen, aan een arbeidsmarkt die voorziet in goed opgeleide en flexibele arbeidskrachten en aan concurrerende productmarkten die de prijzen laag houden. - Er is sprake van aanzienlijke verschillen in de mate van invoering van het internet tussen de lidstaten. Dit houdt problemen in met betrekking tot de sociale cohesie en met betrekking tot het economische groeipotentieel, aangezien er in een genetwerkte economie schaalvoordelen kunnen worden behaald door zoveel mogelijk mensen aan het netwerk te laten deelnemen. Deze nadere analyse, samen met de input van een groot aantal verschillende betrokkenen, onderstreept het belang dat is gelegen in maatregelen op dit gebied. 3. De te volgen koers Dit voortgangsverslag dient, samen met andere input van de Commissie, bij te dragen aan de besprekingen van de Europese Raad van Lissabon over de doelstellingen van eEurope en de manier waarop deze kunnen worden bereikt. Gezien de urgentie van de zaak dient in Lissabon reeds enige vooruitgang te worden geboekt. Derhalve roept het verslag de lidstaten op zich vast te leggen op een koers naar deze doelstellingen. Zoals geconcludeerd door de Europese Raad van Helsinki in december moet vóór juni een volledig actieplan worden goedgekeurd. In het eEurope-actieplan dienen concrete doelstellingen te worden vastgesteld op alle eEurope-gebieden, en moet ook worden besproken hoe en met welke middelen deze doelstellingen kunnen worden bereikt. Om op de vooruitgang te kunnen toezien, zullen aanzienlijke inspanningen vereist zijn ter verbetering van de statistische gegevens over deze nieuwe economie. De Commissie zal een website opzetten om de vooruitgang naar de overeengekomen doelstellingen te kunnen blijven volgen, en waarop zal worden voorzien in bijgewerkte, vergelijkende informatie over sleutelindicatoren voor alle lidstaten, samen met internationale vergelijkingen. Het versnellen van de vooruitgang op bepaalde eEurope-gebieden (bijv. onderwijs en onderzoeksnetwerken) houdt ook in dat prioriteiten opnieuw moeten worden beoordeeld. De Commissie heeft op twee gebieden reeds enige vooruitgang geboekt. De prioriteiten van eEurope komen op een prominente plaats voor in het werkprogramma van het IST-programma [5], alsmede in de onderhandelingsmandaten met de lidstaten voor de nationale programma's voor de structurele fondsen (2000-2006). In die mandaten gaf de Commissie aan welke eEurope-doelstellingen in aanmerking zouden komen voor medefinanciering uit de structurele fondsen. [5] Programma Technologieën van de informatiemaatschappij - Deel van het vijfde kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. De vooruitgang en koers van eEurope hangen af van de resultaten van de Raad van Lissabon. Om verdere vooruitgang te kunnen boeken moet derhalve over de volgende punten overeenstemming worden bereikt: a. De prioriteitsgebieden waarop het initiatief zich moet richten, met bijbehorende agenda's, in overeenstemming met de in de agenda van de Commissie voor economische en sociale vernieuwing voorgestelde prioriteiten, zodat de snelle totstandkoming van de nieuwe economie in Europa kan worden bevorderd, uitgaande van de Europese waarden en verscheidenheid, die daarmee tevens kunnen worden versterkt. b. Methode en procedure ten behoeve van de definitieve vaststelling van het eEurope-actieplan. Bijlage I Sedert Helsinki geboekte vooruitgang met de eEurope-actielijnen 1. Europa's jeugd op weg naar het digitale tijdperk eEurope-doelstellingen Vóór eind 2001: - Alle scholen moeten toegang hebben tot het internet en multimediabronnen. - Alle leraren én leerlingen moeten kunnen beschikken over ondersteunende diensten. - Beschikbaarheid van internet/multimedia in openbare centra, ook in minder begunstigde gebieden. Vóór eind 2002: - Leraren moeten zijn voorzien van de nodige apparatuur en goed bekend met het gebruik van internet/multimedia. - Leerlingen moeten toegang hebben tot internet/multimedia-bronnen in de klas. Vóór eind 2003: - Alle leerlingen moeten volledig "digitaal gealfabetiseerd" zijn wanneer zij de school verlaten. Geboekte vooruitgang In januari 2000 heeft de Commissie een oproep geplaatst voor een ondersteunende dienst [6], voor een virtuele gemeenschap en samenwerkingsverband op het gebied van multimediale educatieve hulpmiddelen, onderwijstechnologieën, inhoud en diensten. Er is een open overleg op gang gebracht met deze gemeenschap om te voorzien in ideeën en bijdragen. [6] PROMOTEUS - PROmoting Multimedia access to Education and Training in the European Society (bevorderen van de multimedia-toegang voor onderwijs en opleiding in de Europese maatschappij). Er zijn overlegvergaderingen gehouden met de industrie en met de lidstaten met betrekking tot de activiteiten uit eEurope en het onlangs verschenen verslag: "Het onderwijs van morgen: bevorderen van innovatie door middel van nieuwe technologieën [7]". Op deze basis zullen de lidstaten en de Commissie concrete acties en middelen kunnen vaststellen ter verbetering van de mate waarin scholen met het internet verbonden zijn en toegang kunnen hebben tot educatieve multimedia-bronnen en -diensten van hoge kwaliteit, en ervoor te zorgen dat de doelstelling van "digitale alfabetisering" kan worden bereikt. [7] COM(2000)23def., op 27.1.00 goedgekeurd door de Commissie. "De school van morgen" en "De lerende burger" zijn sleutelonderwerpen waarop in het IST-programma wordt ingegaan. De Minerva-activiteit van het Socrates-programma gaat op deze kwesties strategisch in, vanuit een educatief, pedagogisch en organisatorisch perspectief. Verscheidene respondenten in het eEurope-overleg merkten op dat het gebrek aan goed opgeleid personeel ter ondersteuning van de groei van de digitale industrieën in Europa een groot probleem is. Door te zorgen voor voldoende toegang tot opleidingen op dit gebied in het onderwijs kan men ertoe bijdragen deze achterstand te verminderen, maar er zijn ook andere initiatieven buiten het onderwijsstelsel vereist. De mededeling van de Commissie over "Werkgelegenheidsstrategieën in de informatiemaatschappij" gaat gedetailleerder op dit onderwerp in. Hierin wordt ook actuele informatie gegeven over de invoering van het internet in scholen en beste praktijken op dit gebied. Gewenste ontwikkelingen Het beschrijven en bevorderen van beste praktijken, met inbegrip van opleiding van leraren, onderwijsmethoden, integratie van het internet, alsmede diensten, zou in samenwerkingsverband moeten worden uitgevoerd. De bestaande samenwerking in Europa (bijv. EUN [8]) dient te worden verbreed en versterkt. Met name dient de dialoog tussen de industrie, de educatieve sector en de gebruikers te worden gestimuleerd om ervoor te zorgen dat de technologische oplossingen gebruikersvriendelijker en kostenefficiënter worden. [8] Het Europese schoolnet. De High Level Group "Werkgelegenheid en de sociale dimensie van de informatiemaatschappij" zal toezien op de in de lidstaten geboekte vooruitgang bij het aanpassen van het leerproces aan de uitdagingen van de informatiemaatschappij. In samenwerking met de lidstaten en op basis van het lopende overleg zal de Commissie dit jaar een initiatief goedkeuren om ervoor te zorgen dat de eEurope-doelstellingen worden bereikt en om de brede invoering van innovatie in het onderwijs te bevorderen. De ontwikkeling van toetsen ("benchmarks"), zowel ten aanzien van het toekomstige onderwijs als van het "levenslang leven", dient aan dit proces bij te dragen. Het steunkader van de Gemeenschap in de structurele fondsen zou moeten bijdragen aan de verbetering van de mate van aansluiting op het internet en het effectief gebruik daarvan in het onderwijs. 2. Goedkopere internettoegang eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - De verantwoordelijke exploitanten moeten een opgesplitst aansluitnet aanbieden. - De prijzen van huurlijnen moeten aanzienlijk worden verlaagd. - Vergunningseisen moeten worden verlicht en vervangen door algemene machtigingen. Vóór eind 2001: - Toewijzing van frequenties voor draadloze multimedia-diensten dient te hebben plaatsgevonden. Geboekte vooruitgang Op 1 januari 2000 werd de telecommunicatiemarkt in Portugal volledig geliberaliseerd, zodat nu alleen Griekenland nog een openbaar monopolie heeft (dat uiterlijk voor 1 januari 2001 moet worden opgeheven). Er is een aanbeveling betreffende de interconnectieprijzen voor huurlijnen goedgekeurd en de Commissie heeft een sectorale enquête gelanceerd op dit gebied, op basis van het mededingingsrecht. In januari 2000 heeft de Commissie een openbare hoorzitting gehouden (met ongeveer 550 deelnemers) als deel van haar herziening van het regelgevend kader voor elektronische communicatie. In februari 2000 heeft de Commissie een discussiestuk gepubliceerd over het opsplitsen van het aansluitnet. Op 22 februari werd een openbare hoorzitting gehouden teneinde een aanbeveling te kunnen opstellen voor de lidstaten betreffende de levering van opgesplitste toegang tot het aansluitnet. De Commissie heeft de lidstaten een enquête toegestuurd waarin wordt gevraagd om gedetailleerde informatie over vaste draadloze toegang (beschikbaarheid van spectrum, vergunningsvoorwaarden enz.). Op basis hiervan zal een strategie worden ontwikkeld voor het vrijmaken van voldoende radiospectrum en de gebieden waarvoor een geharmoniseerde aanpak op EU-niveau nodig is. Gewenste ontwikkelingen De Commissie zal een mededeling publiceren over de resultaten van het overleg over de herziening van het telecommunicatiekader. De Commissie zal in de eerste helft van 2000 alle daaruit volgende voorstellen voor richtlijnen goedkeuren. De Raad en het Europees Parlement zouden deze richtlijnen met spoed moeten behandelen. De Commissie zal toezien op de vooruitgang die in de lidstaten wordt geboekt met het opsplitsen van het aansluitnet en zal de resultaten bekend maken op de eEurope-website en in de jaarlijkse tenuitvoerleggingsverslagen op telecommunicatiegebied. De Commissie zal een beoordeling uitvoeren van de effecten van de aanbeveling huurlijnen en zal zo nodig aanvullende regelgevende maatregelen nemen om de prijzen verder te doen zakken. Het openbaar overleg over de herziening van het telecommunicatiekader laat een brede consensus zien ten aanzien van het voorstel om de vergunningsverplichtingen drastisch te verlichten. Met dergelijke maatregelen kunnen "ambtelijke hindernissen" worden verminderd en kan een ontwikkeling van pan-Europese diensten worden bevorderd. De Commissie zal verder werken aan de verfijning van haar voorstel voor een toekomstig frequentiebeleid, met inbegrip van suggesties voor frequenties voor vaste draadloze multimedia-systemen. Er zal een besluit nodig zijn voor de invoering van efficiënte institutionele mechanismen voor beslissingen inzake radiospectrumaangelegenheden. 3. Versnellen van e-commerce eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - Ervoor zorgen dat de nog benodigde op e-commerce betrekking hebbende richtlijnen worden goedgekeurd. - Voorstellen doen voor wijzigingen van de wetgeving inzake overheidsaankopen, om e-procurement mogelijk te maken. - Bevorderen van alternatieve mechanismen voor consumentenaangelegenheden, en online-geschillenbeslechting. - Lanceren van een campagne om het MKB te helpen "digitaal" te worden. - Ondersteunen van de totstandkoming van een topniveau-domeinnaam voor Europa (.eu). Geboekte vooruitgang Bij de Raad en het Europees Parlement liggen thans vier op e-commerce betrekking hebbende richtlijnen [9] en twee verordeningen [10]. Er is reeds een gemeenschappelijk standpunt bereikt inzake de twee richtlijnen met betrekking tot elektronisch geld en een juridisch kader voor e-commerce in Europa. [9] Copyright en aanverwante rechten, juridische aspecten van e-commerce, elektronisch geld, afstandverkoop van financiële diensten. [10] Van toepassing zijnd recht en tenuitvoerlegging van vonnissen, stelsel van toezicht op de uitvoer van goederen voor dubbel gebruik. Wat betreft overheidsaankopen, overweegt de Commissie voor eind april wijzigingen van de bestaande richtlijnen voor te stellen die erop zijn gericht het gebruik van elektronische middelen voor de uitwisseling van informatie en voor aanbestedingsprocedures mogelijk te maken en te bevorderen. De diensten van de Commissie zijn met werkzaamheden begonnen op het gebied van zelfregulering en coregulering. Deze werkzaamheden kunnen leiden tot het opstellen van richtsnoeren, op basis van breed overleg, die zouden kunnen dienen als een referentie voor gedragscodes in e-commerce. Zij zijn ook begonnen met werkzaamheden om bestaande alternatieve geschillenbeslechtingsregelingen in een pan-Europees netwerk met elkaar te verbinden (EEJ-net, European Extra-Judicial network). De diensten van de Commissie bevorderen het opzetten van een grensoverschrijdend klachtennetwerk dat op online financiële diensten betrekking zal hebben. Er hebben reeds twee bijeenkomsten plaatsgevonden met nationale buitengerechtelijke schadevergoedingsinstanties voor financiële diensten. Betreffende de "digitaliseringscampagne", waarmee de transfer van technische knowhow naar het MKB wordt beoogd, werden er twee overlegvergaderingen gehouden met vertegenwoordigers van de lidstaten om concretere voorstellen te kunnen ontwikkelen. Op 2 februari heeft de Commissie een discussiedocument gepubliceerd over de totstandbrenging van de topniveau-domeinnaam .eu op het internet (http://www.ispo.cec.be/eif/InternetPoliciesSite). Gewenste ontwikkelingen De Raad en het Europees Parlement zouden samen met de Commissie al het nodige moeten doen om zo snel mogelijk de hierboven vermelde op e-commerce betrekking hebbende richtlijnen goed te keuren. De lidstaten zouden nu al moeten beginnen met de werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen (het succes van een dergelijke parallelle aanpak is reeds gedemonstreerd in het geval van de telecommunicatieliberalisatie, waarvan de termijn in 1998 verliep). De doelstelling moet zijn snel een echte interne markt tot stand te brengen, alsmede een gunstige ontwikkeling voor e-commerce in de Europese Unie, met name voor het MKB, op gang te brengen. De Commissie en de lidstaten moeten ervoor zorgen dat het vertrouwen van de consument in e-commerce toeneemt, door beste zakelijke praktijken te stimuleren (door het bevorderen van de ontwikkeling van vertrouwenslabels, alternatieve geschillenbeslechting, codes van gedrag en veiligheid). Er moet dringend actie worden ondernomen om de geëigende online-oplossingen te bevorderen. Wanneer het voorstel voor een juridisch kader voor elektronische overheidsaankopen door de Commissie zal zijn ingediend, zou het snel moeten worden goedgekeurd. Openbare administraties, met inbegrip van de Commissie, zouden e-procurement met prioriteit moeten invoeren. De Commissie zal de ontwikkeling van e-procurement ondersteunen via het IST-onderzoekprogramma, en wel door middel van take-up-maatregelen. De diensten van de Commissie zijn bezig met het opstellen van wijzigingen aan het wetgevend kader inzake het BTW-stelsel, om te zorgen voor een eerlijke behandeling van e-commerce. Wat betreft het .eu-voorstel, zal de Commissie zo snel mogelijk bij het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang en de volgende voorgestelde stappen. 4. Snelle internettoegang voor onderzoekers en studenten eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - De internetinfrastructuur voor onderzoekers en studenten moet worden verbeterd. Vóór eind 2001: - Ten minste één universiteit en één wetenschappelijke onderzoekinstelling per land dienen te beschikken over een netwerk dat multimedia-communicatie ondersteunt, en dit dient zo snel mogelijk tot alle andere te worden uitgebreid. - De studenten dienen toegang te hebben tot interactieve online-multimedia-colleges. Geboekte vooruitgang Over de interconnectie van internationale onderzoek- en onderwijsnetwerken vond eind 1999 overleg plaats met een groep van deskundigen. De Commissie is thans bezig met het opstellen van een besluit van de Commissie op basis van het door de deskundigen opgestelde document van eisen, om deze onderzoeknetwerkactiviteit binnen het vijfde kaderprogramma te kunnen lanceren. Op nationaal niveau hebben verscheidene onderzoeks- en onderwijsnetwerken (bijv. in Nederland, Duitsland, Frankrijk) aanbestedingen gepubliceerd om hun bestaande netwerken te upgraden tot Gigabit/s-capaciteit. In januari 2000 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd onder de titel "Naar een Europese onderzoeksruimte", waarin een beter gebruik van elektronische netwerken ten behoeve van het onderzoek door de wetenschappelijke wereld in Europa en de totstandbrenging van virtuele excellentiecentra als strategische doelstellingen worden aangegeven. Gewenste ontwikkelingen De thans geplande activiteit voorziet in het upgraden van de interconnecties tussen de nationale onderzoek- en onderwijsnetwerken naar meerdere Gigabit/s - de capaciteit moet tenminste gelijk zijn aan die van de gezamenlijke nationale netwerken, zodat flessenhalzen die grensoverschrijdende samenwerking belemmeren, kunnen worden weggenomen. Behalve de Trans-Europese onderzoeks- en onderwijsnetwerken moeten een aantal nationale netwerken en de toegang daartoe ook worden verbeterd. De Commissie bestudeert of en hoe de structurele fondsen aan dergelijke investeringen zouden kunnen bijdragen. Snelle internetverbindingen zijn een essentiële voorwaarde voor nieuwe aanmeldingen van studenten en onderzoekers. Zij voorzien ook in een ideale testomgeving voor de ontwikkeling van nieuwe internettools. Geleidelijk aan zouden de campusnetwerken moeten worden verbeterd om gebruik te maken van de snellere netwerken en om de studenten en onderzoekers geavanceerde toepassingen te kunnen aanbieden. De Commissie zal aanverwante projecten via haar onderzoeksprogramma's, met inbegrip van het IST-programma steunen. Daarnaast moet al het mogelijke worden gedaan om bij de verschillende wetenschappelijke gemeenschappen de bekendheid te verhogen, om ervoor te zorgen dat zij gebruik maken van de geweldige mogelijkheden van het internet. De lidstaten zouden de mogelijkheden nog eens moeten bestuderen om hogesnelheidsnetworking te ondersteunen. De Commissie zal ook al het nodige doen om via de structurele fondsen de investeringen van de lidstaten te steunen. 5. Smartcards voor veilige elektronische toegang eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - Organiseren van een "Smart Card-Top". - Overeenkomst over gemeenschappelijke specificaties voor een algemene smartcard-infrastructuur. Vóór eind 2001: - Beginnen met de invoering van algemeen overeengekomen specificaties Vóór eind 2002: - Uitbreiden van het gebruik naar andere toepassingen waarvoor ook beveiliging en/of mobiele toegang nodig is. Geboekte vooruitgang Het Portugese voorzitterschap is thans in samenwerking met de Commissie bezig de definitieve agenda en deelnemerslijst op te stellen voor de Smart Card Top die in Lissabon zal worden gehouden (10-11 april 2000, in parallel met de Ministersconferentie over de informatie- en kennismaatschappij). Op deze Top zullen vertegenwoordigers op hoog niveau aanwezig zijn van de belangrijkste sectoren die te maken hebben met smartcards, gaande van producenten tot consumenten, met inbegrip van systeemexploitanten zoals banken of massavervoerders. Het is de bedoeling dat de deelnemers aan de Top een "Smart Card Charter" opstellen, bij wijze van uitnodiging om samen te werken inzake gemeenschappelijke aspecten van smartcards. Het overnemen daarvan door de hele Europese smartcard-gemeenschap zou de daadwerkelijke lancering van deze actie inzake smartcards inhouden. Er wordt thans gewerkt aan voorstellen voor dit Smart Card Charter. Gewenste ontwikkelingen Er moet worden gestreefd naar overeenkomst in grote lijnen over de gemeenschappelijke specificaties van een algemeen in te voeren smartcard-infrastructuur. De Commissie zal al het nodige doen om de werkzaamheden van de industrie bij het bereiken van deze doelstelling te ondersteunen. De gemeenschappelijke specificaties dienen tegen eind 2000 definitief vorm te hebben gekregen. Zij zullen de eisen inhouden voor een basisverzameling van herbruikbare componenten die voor de meeste toepassingen nodig zijn. Hierin zullen de gemeenschappelijke aspecten en verhoudingen tussen de toepassingen worden verduidelijkt, zullen bruikbaarheidscriteria worden vastgesteld, zullen bestaande of nieuwe structuren die zullen bijdragen aan het succes van het initiatief worden aangewezen, en zal een gedetailleerd werkplan worden voorgesteld, met inbegrip van een verdeling van de verantwoordelijkheden. In 2001 zullen de werkzaamheden leiden tot gedetailleerde specificaties waarmee de invoering van de componenten in een eerste reeks van "kern"-applicaties, zoals e-commerce of mobiele telefonie, kan worden vastgelegd Deze activiteit dient in 2002 te worden afgesloten met de uitbreiding van de gedetailleerde specificaties naar andere toepassingen. 6. Risicokapitaal voor high-tech-MKB eEurope-doelstellingen Vóór maart 2000: - Beleidsstudie naar de instrumenten die beschikbaar zijn om financiering in een vroeg stadium te stimuleren. Vóór eind 2000: - Voorstellen van innovatieve vormen om kapitaal aan te trekken. Vóór eind 2003: - Wegnemen van overblijvende belemmeringen voor een geïntegreerde pan-Europese markt voor risicokapitaal. - Verdrievoudiging van de in de eerste fase in de Europese Unie opgebrachte financiering. Geboekte vooruitgang Uit recente ontwikkelingen op de financiële markten komt naar voren dat de beschikbaarheid van risicokapitaal en zogeheten "seed capital" in Europa aan het toenemen is. Deze ontwikkeling moet worden bevorderd. De Commissie is informeel begonnen met een eerste studie van haar eigen instrumenten, en deze studie zal de basis vormen voor de besprekingen met de lidstaten over een nieuwe beoordeling en herbezinning. Met de Mededeling over werkgelegenheidsstrategieën in de informatiemaatschappij werd de lidstaten een aantal beste praktijken op dit gebied aangereikt, alsmede een aantal suggesties voor indicatoren om op de ontwikkeling te kunnen toezien. Gewenste ontwikkelingen De resultaten van het eerste onderzoek van de Commissie zullen met de lidstaten worden besproken in de aanloop naar de Europese Raad van Feira. Daarnaast dienen vóór september 2000, alle instrumenten van de Gemeenschap te worden geëvalueerd aan de hand van strikte criteria en moet op basis daarvan de mogelijkheid worden overwogen van het samenvoegen, opnieuw leven inblazen of afbouwen van bestaande regelingen: - De interfaces tussen de openbare onderzoekprogramma's en de financiële gemeenschap moeten worden versterkt. - De coördinatie binnen de Commissie en met andere instellingen, bijv. de EIB, het EIF, moet worden verbeterd. - Het eigen beheer van de Commissie van risicokapitaalregelingen moet worden gestroomlijnd, zo moet bijvoorbeeld een one-stop-shop worden opgezet voor alle risicokapitaalinstrumenten van de Gemeenschap. Nieuwe ideeën moeten worden overwogen, bijvoorbeeld microkredieten of het ondersteunen van de audiovisuele en inhoudsindustrieën. Het verbeteren van de efficiency van de interne markt en de wisselwerking tussen de verscheidene instrumenten dient de hoofddoelstelling te zijn. 7. Deelneming aan eEurope voor gehandicapten eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - Herziening van wetgeving en normen betreffende de toegang tot de informatiemaatschappij. - Aanbeveling om rekening te houden met gehandicapten bij overheidsaankopen inzake informatie- en communicatieproducten en -diensten. Vóór eind 2001: - Afspraak om alle openbare websites en hun toegang toegankelijk te maken voor gehandicapten. Vóór eind 2002: - Totstandbrenging van excellentiecentra in alle lidstaten om een EU-curriculum tot stand te brengen betreffende het ontwerpen voor alle categorieën gebruikers (Design-for-All). Geboekte vooruitgang Het Portugese voorzitterschap heeft een aan dit onderwerp gewijde website opgezet op http://www.egroups.com/group/eEurope-pwd/, om het eEurope-initiatief op het gebied van gehandicapte burgers te bespreken. Deze website is met enthousiasme verwelkomd en er vindt discussie plaats. Er heeft een aantal informele discussies plaatsgevonden met hoofdactoren op dit gebied, met inbegrip van organisaties van gebruikers en met de "High Level Group on Disability". De thans door CEN uitgevoerde werkzaamheden op het gebied van "Design-for-All"-normalisatie zal worden verbonden met het eEurope-initiatief. In de Mededeling over werkgelegenheidsstrategieën in de informatiemaatschappij wordt aangegeven waar er kansen liggen om digitale technologieën in te zetten voor gehandicapten en ten behoeve van nieuwe manieren van werken. Gewenste ontwikkelingen Er moet een mechanisme worden ingesteld om toe te zien op de relevante wetgeving en normen, om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan beginselen van toegankelijkheid en om nationale activiteiten te harmoniseren. Voor juni aanstaande zal de Commissie een gecoördineerd mechanisme voorstellen voor dit toezicht, na overleg met de lidstaten. De Commissie zal een mededeling voorbereiden over hoe overheidsaankoopinstrumenten op positieve wijze rekening kunnen houden met de behoeften van gehandicapten bij de aankoop van producten en diensten op het gebied van de digitale technologie. De Europese instellingen en de lidstaten dienen de bestaande WAI-richtsnoeren (Web Accessibility Initiative) te steunen, om het ontwerp en de inhoud van alle openbare websites toegankelijk te maken voor gehandicapten (www.w3.org/tr/wai-webcontent). Openbaar/particuliere samenwerkingsverbanden moeten worden aangemoedigd om te zorgen voor goede toegang tot het Web op brede schaal. De Commissie zal een Europees netwerk opzetten ten behoeve van een optimale interactie tussen de nationale excellentiecentra (fysiek dan wel virtueel) en de ontwikkeling van curricula voor ontwerpers en technici op het gebied van "Design-for-All" stimuleren. 8. Online-gezondheidszorg eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - In kaart brengen van overtuigende gevallen en beste praktijken van regionale gezondheidszorgnetwerken en vaststellen van prioriteiten voor medische online-bibliotheken. - Invoeren van prioriteiten inzake de normalisatie op het gebied van informatica in de gezondheidszorg vóór eind 2000. Vóór eind 2003: - Invoering van informaticahulpmiddelen (pasjes, gezondheidsinformatie- en -onderwijsnetwerken) om het de burgers mogelijk te maken actief betrokken te zijn bij de preventie en behandeling van ziekten. Vóór eind 2004: - Met elkaar verbinden van professionals en beheerders uit de gezondheidszorg in een gezondheidstelematica-infrastructuur. Geboekte vooruitgang Van 10 tot 12 december 1999 werd in Griekenland een workshop gehouden inzake gebruikersvriendelijkheid van telematicatoepassingen in de gezondheidszorg ten behoeve van een betere aanvaarding door de gebruiker. Op 28 maart 2000 zal in Brussel een workshop worden gehouden over samenwerkende online-bibliotheken voor specialisten uit de gezondheidszorg. De ontwikkeling van medische online-bibliotheken, smartcards van de volgende generatie voor de gezondheidszorg, en gebruikersvriendelijkere infrastructuren zijn opgenomen in het werkprogramma van het IST-programma 2000. Dit zal leiden tot specifiek op deze gebieden gerichte projecten. Gewenste ontwikkelingen De Commissie zal de invoering van gezondheidsinformatienetwerken in de lidstaten en op transnationaal niveau bevorderen en zal rekening houden met de in het kader van het gezondheidstoezichtsprogramma uitgevoerde werkzaamheden. De lidstaten dienen veilige en efficiënte telematicasystemen voor de gezondheidszorg en diensten in te voeren op basis van door de CEN ingevoerde normen en prenormen. De Commissie zal ingaan op de bredere aangelegenheden van de invoering van telematicasystemen en -diensten voor de gezondheidszorg waarover burgers hun bezorgdheid hebben geuit, bijvoorbeeld met betrekking tot de vertrouwelijkheid van gezondheidsgegevens, de kwaliteit van de dienstverlening en de aansprakelijkheid van dienstverleners (met inbegrip van de authenticiteit van farmaceutische leveringen en medisch advies). Om deze werkzaamheden te ondersteunen zou het onderzoek in het kaderprogramma ook moeten ingaan op de kwestie van info-ethiek. 9. Intelligent vervoer eEurope-doelstellingen Vóór eind 2001: - Volledige toegang tot en ondersteuning van het localiseren van noodoproepen naar het nummer 112. Vóór eind 2002: - Nieuwe auto's die in Europa worden verkocht, moeten worden voorzien van actieve de veiligheid verbeterende systemen. - Verkeers- en reisplanningsinformatiediensten moeten 50% van de grotere steden beslaan. - De belangrijkste Europese netwerken moeten beschikken over congestie-informatie - en -beheerssystemen Vóór eind 2004: - De luchtvaartroutes dienen te beschikken over een infrastructuur waarmee de congestie kan worden verminderd. Geboekte vooruitgang Er heeft een workshop plaatsgevonden met industrie over de invoering van pan-Europese nooddiensten en er werd een enquête gehouden over de stand van zaken betreffende het nummer 112 in de lidstaten. Op 22 december 1999 werd een aanbeveling aan de lidstaten en de industrie inzake "Veilige en efficiënte informatie- en communicatiesystemen aan boord van voertuigen" goedgekeurd [11]. [11] http://www.echo.lu/telematics/transp/transport.html Er wordt thans een aanbeveling voorbereid over de invoering van telematica-reisinformatiediensten, waarmee multimodale informatiediensten worden bevorderd. In het kader van het IST-programma is een aantal projecten gelanceerd op het gebied van intelligent vervoer (met name op het gebied van actieve-veiligheidssystemen voor auto's en verkeers-/reisinformatie): GNSS-2 (Galileo - het voorgestelde Europese satallietnavigatiesysteem); verder lopen vier zich in de definitiefase bevindende studies die door de Commissie worden gesteund, en één die door ESA (het Europees Ruimtevaartagentschap) wordt gesteund. Gewenste ontwikkelingen De lidstaten zouden de hierboven genoemde aanbeveling inzake veilige en efficiënte informatie- communicatiesystemen aan boord van voertuigen moeten ten uitvoer leggen. De High-Level Group vervoerstelematica zou maatregelen moeten bespreken en overeenkomen om de organisatie van de nooddiensten, de invoering van draadloze plaatsbepaling en de invoering van reisinformatie en incidentenbeheer in grotere steden en Europese netwerken te versnellen. De invoering in heel Europa van draadloze plaatsbepaling voor noodoproepen (112) en de normalisatie daarvan, alsmede de implicaties voor de regelgeving, moet plaatsvinden in samenwerking met de lidstaten en de industrie. 10. Online-regering eEurope-doelstellingen Vóór eind 2000: - Zorgen voor eenvoudige toegang tot ten minste vier essentiële soorten van openbare gegevens in Europa. - Zorgen voor overleg en feedback via het internet over de belangrijkste politieke initiatieven. - Ervoor zorgen dat de burger elektronisch toegang heeft tot basisinteractie. Geboekte vooruitgang De Commissie is in overleg getreden met de lidstaten om de huidige stand van zaken vast te stellen met betrekking tot de toegang tot informatie uit de publieke sector en elektronische interactie met de burger. In dit overleg wordt overwogen een kader te ontwikkelen voor het beoordelen van de vooruitgang inzake toegang door middel van kwalitatieve en kwantificeerbare criteria. Deze werkzaamheden zullen voortbouwen op de voorbeelden van beste praktijk die worden gegeven in de Mededeling over werkgelegenheidsstrategieën in de informatiemaatschappij. Betere toegang wordt in de praktijk gedemonstreerd door de inrichting in de komende weken van een register van de externe briefwisseling van de voorzitter van de Commissie, die op het internet beschikbaar zal worden gemaakt. Daarnaast werd een online-enquête gehouden teneinde de Europa-webserver te verbeteren en om beter tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers. Het eEurope-initiatief zelf werd beschikbaar gemaakt voor elektronische raadpleging en feedback. Met de goedkeuring op 15 februari 2000 van het document «Dialoog over Europa», heeft de Commissie besloten een openbaar debat met de burgers op gang te brengen over de uitdaging van de hervorming van de Europese instellingen. Nieuwe technologieën (internet, videoconferenties) maken het voor de burgers en het brede publiek mogelijk om aan deze dialoog deel te nemen (zie: http://europa.eu.int/comm/igc2000/dialogue/index_en.htm). Tegen eind april zullen wijzigingen aan bestaande richtlijnen worden voorgesteld, die beogen het gebruik van elektronische middelen voor de uitwisseling van informatie en voor aanbestedingsprocedures mogelijk te maken en te bevorderen. De Commissie heeft op 1 maart, als onderdeel van haar Witboek over de interne hervorming, een verzameling maatregelen op weg naar de e-Commissie goedgekeurd. De Commissie beoogt daarmee haar informatie- en communicatiebeleid aan te passen en te verbeteren, zodat betere diensten aan de burger kunnen worden aangeboden door maximaal gebruik te maken van het internet. Gewenste ontwikkelingen Er zou een High Level Group moeten worden opgezet om advies uit te brengen over maatregelen (regelgevende en niet-regelgevende) op Europees niveau, om ervoor te zorgen dat het internet voldoende toegang tot en verspreiding van openbare gegevens mogelijk maakt. Een dergelijke groep, die een sleutelelement zou vormen van de follow-up van het Groenboek over "Informatie uit de openbare sector in de informatiemaatschappij", zou een platform zijn voor de uitwisseling van informatie over beste praktijken op dat gebied. De overheden dienen hun online-strategiëen opnieuw te bestuderen. De Commissie zal haar acties op weg naar de e-Commissie met kracht voortzetten. Voortbouwend op de resultaten van de genoemde enquête en voorbeelden van beste praktijk van elders, dienen doeltreffendere en burgervriendelijkere vormen van aanpak te worden ontwikkeld. Bijlage 2 - De e-economie In deze bijlage wordt een eerste analyse gegeven van de wijze waarop digitale technologieën een verandering inhouden van de regels die golden voor een voornamelijk industriële maatschappij en leiden tot een nieuwe verzameling regels, namelijk die van de informatiemaatschappij. De bedoeling daarvan is een aantal elementen aan te reiken om te laten zien dat deze transformatie naar de nieuwe economie, of e-economie, kansen voor economische groei zal bieden doordat nieuwe activiteiten kunnen worden ontplooid en de productiviteit van bestaande activiteiten kan worden verhoogd. In deze analyse zal worden gewezen op het feit dat de Europese economie tekortschiet in het aangrijpen van deze kansen, maar ook dat zij sterke punten heeft waarop kan worden voortgebouwd om de modernisering van de Europese economie te versnellen. Wat is de nieuwe economie- De term "nieuwe economie" beschrijft de transformatie van economische activiteiten die thans plaatsvindt doordat digitale technologieën de toegang, verwerking en opslag van informatie steeds goedkoper en gemakkelijker maken. Het enorme volume van informatie verandert de manier waarop de markten werken, leidt tot de herstructurering van bedrijfstakken en biedt nieuwe kansen om welvaart te scheppen door middel van de benutting van beschikbare informatie. Er is thans een debat gaande over de vraag of deze veranderingen wel zo radicaal zijn dat zij het predikaat "nieuwe economie" verdienen. Dit is nu elke dag in de Europese media en beleidsverklaringen te zien, maar werd oorspronkelijk ingegeven door de uitzonderlijke groei van de Amerikaanse economie: 8 jaren continue groei; een groei van meer dan 4% per jaar in de laatste jaren; een in bedwang gehouden inflatie van minder dan 2%; en werkloosheid van minder dan 5%, hetgeen in feite volledige werkgelegenheid inhoudt. De voorstanders van de term "nieuwe economie" betogen dat de digitale technologieën een verschuiving inhouden die even belangrijk is als die van andere grote technologische ontwikkelingen in de geschiedenis van industriële maatschappijen: stoomkracht, elektriciteit en de inwendige-verbrandingsmotor. De sceptischer ingestelde waarnemers beamen dat de op informatie en communicatie betrekking hebbende industrieën zeer snel groeien, maar bestrijden dat dezelfde productiegroei plaatsvindt in andere sectoren. Het standpunt van de sceptici is in het algemeen eerder "niet bewezen" dan "niet waar". Er moet op worden gewezen dat veel voorstanders van de nieuwe economie in de VS sterke nadruk leggen op de behoefte aan flexibele markten. De rol van het internet in de nieuwe economie Digitale technologieën staan ons nu meer dan dertig jaar ter beschikking en het bedrijfsleven heeft er in die periode zwaar in geïnvesteerd. Ondanks dat is de algemene productiviteit ("total factor productivity") slechts onlangs gaan toenemen in de VS, en dat is nog niet het geval in de EU. Dit is misschien het geval omdat de baten van technologie slechts worden gerealiseerd wanneer de organisatie van de bedrijven zodanig wordt geherstructureerd dat de technologische voordelen worden gemaximaliseerd, hetgeen noodzakelijkerwijze een proces op de lange termijn is. De versnelde productiviteitsgroei in de VS begon rond 1995, hetgeen overeenkomt met het begin van het "World Wide Web", die in feite het begin van het internet als massamarktmedium inluidde. Men stelt wel, ook al is dit moeilijk te bewijzen, dat het internet het mogelijk heeft gemaakt dat de decennia van steeds verder accumulerende technologische baten eindelijk tot hogere productiviteit konden leiden. Deze bewering wordt ondersteund door sterke argumenten a priori dat het internet een sleutelrol speelt bij het verlagen van de bedrijfskosten, het efficiënter maken van de markten en het versterken van de concurrentie, waarmee tevens de productiviteit van de economie toeneemt. Een van de belangrijkste kenmerken van het internet, en de reden waarom de commentatoren het beschouwen als de drijvende kracht achter de toekomstige welvaart, is dat effecten zich niet alleen laten voelen in de zogenaamde "high-tech"-industrieën, maar in alle industrieën en dienstensectoren te voelen zijn. Ondernemingen in alle sectoren zijn "e-businesses" geworden. De succesvolste en snelst-groeiende bedrijven zijn dan ook de bedrijven geweest die erin zijn geslaagd het internet te integreren in hun hele productie- en distributieketen. De mate waarin het internet de kosten kan verlagen en de productiviteit verhogen is te zien in de tabel hieronder en is voornamelijk het gevolg van de volgende factoren: >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> - Lagere input-prijzen: de inkoop van tussenproducten en -diensten via het internet zorgt voor significante kostenbesparingen doordat meer leveranciers kunnen worden bereikt en er bij aanbestedingen voor meer concurrentie wordt gezorgd. - Kleinere voorraden: de reorgani satie van bedrijven om het internet te integreren in just-in-time-levering en -distributie leidt tot lagere voorraden en daarmee lagere kosten. - Snellere marktinvoering: met het internet kunnen bedrijven de voor de distributie benodigde tijd verkorten, omdat zij bestellingen meteen aan de productie kunnen koppelen en gebruik kunnen maken van efficiëntere distributiediensten. - Lagere transactiekosten: financiële transactiekosten zijn online goedkoper; de klanten hebben meer keuzemogelijkheden en beschikken over betere productinformatie; bedrijfsnetwerken worden steeds meer gebruikt om beheerkosten te verlagen en om de efficiency te verhogen. - Breder bereik op wereldniveau: door de verkoop via het internet worden nieuwe, grotere markten opengebroken. - Lagere kosten voor het betreden van markten: het is goedkoper om een website op te richten dan om gebruik te maken van traditionele vormen van marketing. Een indicator van de sleutelrol van internet bestaat in het grote aantal recente aankondigingen van grote automobielfabrikanten, luchtvaartmaatschappijen en banken om over te gaan tot de ontwikkeling van internet e-commerce-strategieën en om allianties te vormen met internetdienstverleners. De beurs bevestigt de voordelen van dergelijke strategieën door de aandelen van bedrijven die een internetstrategie lanceren hoger te waarderen. Er zijn veel voorbeelden van nieuwe bedrijven die in traditionele sectoren wereldleiders zijn geworden door gebruik te maken van het internet, zoals op het gebied van de boekenverkoop of online-effectenhandel. Dergelijke kansen doen zich echter slechts gedurende een korte periode voor. Het betreden van een nieuwe markt wordt snel zeer kostbaar, vanwege de sterke naamsbekendheid van bepaalde e-commerce-diensten. Dit was dan ook een van de redenen voor het lanceren van het eEurope-initiatief. We zijn nu op een kritiek tijdstip aangekomen waarop gebruik moet worden gemaakt van de mogelijkheden die het internet biedt, en mogen deze kans niet voorbij laten gaan. Het internet heeft niet alleen bestaande bedrijfstakken veranderd, maar heeft ook nieuwe diensten gecreëerd en daarmee ook nieuwe banen in de economie. De elektronische handel (e-commerce), met name van bedrijf tot bedrijf, groeit explosief en e-commerce-verkoop zal naar verwachting wereldwijd met een factor 40 groeien tussen 1998 en 2003, en zal tegen die tijd instaan voor 15% van alle verkoop [12]. Het is zelfs zo dat de voorspellingen van marktonderzoekers, die nochtans vaak ertoe neigen optimistisch te zijn, werden overtroffen. [12] Schattingen van het Electronic Commerce Observatory, opgesteld door Gartner Consulting in samenwerking met het EITO (European Information Technology Observatory) en de Europese Commissie. >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> Het internet en e-commerce leiden ook tot een piek in de oprichting van nieuwe bedrijven. Dit kan duidelijk worden gezien in de marktwaarde van internet bedrijven. De Beurzen in de VS, met name de NASDAQ waar veel "high-tech"-bedrijven zijn genoteerd, hebben een uitzonderlijke groei laten zien. Vergelijkbare ontwikkelingen vinden plaats in Europa waar de markten voor snelgroeiende bedrijven ook tot stand zijn gekomen - bijvoorbeeld Neuer Markt, Nouveau Marché, EASDAQ - hoewel het aantal genoteerde bedrijven en de handelsvolumes nog steeds betrekkelijk klein zijn vergeleken met de NASDAQ. Uit de bovenstaande grafiek blijkt dat de informatie- en communicatiebedrijven nu een significant deel uitmaken van de beurswaarden in Europa en van de VS. In Europa vertegenwoordigen zij 35% van de marktwaarde van de top 100 van Europese bedrijven. In de VS is dit reeds 50%. Een opmerkelijk verschil is dat de Europese markten worden gedomineerd door communicatiebedrijven, maar dat het hen ontbreekt aan het grote aantal informatietechnologie- en internetbedrijven die bovenaan op de VS-ranglijst staan. Voor een succesvolle ontwikkeling van het internet zal het onvermijdelijk zo zijn dat activiteiten zowel binnen als tussen sectoren verschuiven. Dit is reeds gebeurd in sectoren zoals het bankwezen, waar de werkgelegenheid in lokale vestigingen is afgenomen met het groeien van online-bankieren. Deze verschuivingen versterken het belang van het ontwikkelen van nieuwe activiteiten in Europa om te zorgen voor een nettotoename van de werkgelegenheid. Europa moet sterk zijn in de groeisectoren om te vermijden dat banen naar buiten de EU worden verplaatst. Uit een onderzoek in de VS [13] blijkt dat er daar in 1999 naar schatting 2,3 miljoen met het internet verband houdende banen waren. Voor Europa zijn er geen statistieken beschikbaar, maar het aantal internetbanen is waarschijnlijk aanzienlijk lager. Het internet geeft de beleidsmakers derhalve een veelbelovende strategie om de werkgelegenheid te vergroten. Daarnaast toont de capaciteit van het internet om de economie te herstructureren aan dat het nodig is een informatiemaatschappij voor allen te ontwikkelen, zowel voor hen in de oudere sectoren en activiteiten als voor hen in de nieuwe. [13] Center for Research in Electronic Commerce, Universiteit van Austin, oktober 1999. Kortom, netwerkeconomieën verhogen de productiviteit, hetgeen de potentiële output van de economie verhoogt, d.w.z. de groei die kan worden bereikt zonder tot inflatie te leiden. Een hogere productiviteit zou op de korte termijn ook kunnen leiden tot een vermindering van de werkgelegenheid, tenzij de kapitaal-, arbeids- en productenmarkten efficiënt functioneren en nieuwe activiteiten scheppen waarmee potentiële output in daadwerkelijke groei wordt omgezet. Er is dus behoefte aan dynamische Europese kapitaalmarkten ter ondersteuning van nieuwkomers op de markt, een arbeidsmarkt die voorziet in goed opgeleide en flexibele arbeidskrachten, alsmede aan concurrentie onderworpen productenmarkten, hetgeen de prijzen laag houdt. Waar staat Europa- Uit het voorgaande blijkt dat de nieuwe economie is opgebouwd rondom het internet. De vraag naar de plaats van Europa in de nieuwe economie hangt derhalve voornamelijk af van Europa's internetinhoud en -gebruik. internetpenetratie In Europa zijn 12% van de huishoudens verbonden met het internet, hetgeen inhoudt dat ongeveer 20% van de bevolking online-toegang heeft. Vergeleken met de VS, een nuttige vergelijking wat betreft internetgebruik, is dit vrij laag, aangezien de penetratiegraad daar twee tot drie maal hoger is. Voorts blijkt Europa, zoals te zien is in de onderstaande figuur, de achterstand niet in te lopen. Er is een aantal uitzonderingen, met name de landen van Noord-Europa, waarvan een aantal zelfs een hogere internetpenetratiegraad heeft bereikt dan de VS. De uitdaging bestaat erin het gebruik in heel de EU te verhogen, omdat de voordelen van de nieuwe economie slechts tot stand kunnen worden gebracht wanneer de hele interne markt een kritieke massa van internetpenetratie bereikt. Wanneer dit niet het geval is bestaat er het gevaar van een polarisatie, waarbij de voordelen voor het grootste deel zijn beperkt tot de geavanceerde landen. Dergelijke verschillen zouden niet alleen een nadeel inhouden voor de landen met laag internetgebruik, maar eigenlijk voor heel Europa, dat dan geen netwerkeconomie met een grote "aangesloten" bevolking tot stand zou kunnen brengen. >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> internetinhoud De off-line-inhoudsmarkt is een sterk punt van Europa, maar de positie wat betreft online-inhoud is veel minder bevredigend. Het aantal Europese hosts - een indicatie van het aantal Europese websites - bedraagt minder dan een derde van het aantal in de VS. In de lijst van meestbezochte websites zijn maar weinig Europese sites te vinden, met als enige uitzonderingen de websites van Europese internetdienstverleners. Door een gebrek aan risicokapitaal in de EU zijn er minder Europese starters en minder diensten en websites die zijn gericht op de behoeften van Europese gebruikers. Eén reden hiervoor is dat in Europa een groter aandeel van het kapitaal in handen is van institutionele beleggers, die liever beleggen in veilige, langetermijnbeleggingen, terwijl in de VS individuele personen meestal meer invloed hebben op hun beleggingsportefeuilles en gemakkelijker daarin verschuivingen kunnen aanbrengen, en ook bereid zijn risico's te nemen. Dit leidt ertoe dat in Europa nieuwe ideeën en nieuwe bedrijven, die van de nieuwe economie zouden kunnen profiteren, niet goed aan bod komen. internettoegangsprijs De prijs van internettoegang is de belangrijkste factor in het gebruik ervan. Vergelijkingen tussen de landen laten zien dat er een sterk verband bestaat tussen de gebruiksprijs en de internetpenetratie, zoals ook blijkt uit de grafiek. In een binnenkort te publiceren studie [14] waarin deze relatie werd bestudeerd, wordt geconcludeerd: "vrijwel alle landen met hoge toegangskosten vertonen een lage penetratiegraad" . Het verlagen van de prijzen door middel van een grotere concurrentie is derhalve een prioriteit. Europa beschikt over een dynamische, snelgroeiende telecommunicatie-industrie, die in 1999 inkomsten genereerde van 238 miljard euro - een stijging van 13,2% ten opzichte van 1998 [15]. De tarieven dalen, het dienstenaanbod wordt steeds verder gediversifieerd, de klanten krijgen steeds meer keuze. Ondanks deze successen blijft een belangrijke zorg het vergroten van de concurrentie in het aansluitnet, de laatste meters van het telefoonnet waarmee de gebruikers met de lokale telefooncentrale zijn verbonden. De markt met meer concurrentie te laten werken is te verkiezen boven een gesubsidieerd forfaitair systeem (flat rate) zoals in de VS, aangezien dergelijke prijsdistorties de investeringen in alternatieve vormen van internettoegang ontmoedigen [16]. Dergelijke alternatieven, zoals de xDSL-technologie die zorgt voor een continue verbinding, of toegang via digitale kabelnettentelevisie, houden de belofte in van een veel snellere toegang die op de lange termijn zelfs goedkoper kan zijn dan een dial-up-verbinding met gebruikmaking van een PC en een telefoonmodem. [14] ICT Benchmarking Study, Booz Allen & Hamilton. [15] Marktinkomsten voor telecommunicatiediensten en -apparatuur van EITO 2000. [16] Het Internet-gebruik in de VS wordt gestimuleerd door het telefoonprijssysteem met forfaitaire tarieven, zodat gebruikers in de VS toegang kunnen hebben voor marginale kosten die nul bedragen. Dit is alleen mogelijk vanwege de zeer hoge kruissubsidiëring van lokale gesprekken door langeafstandsgesprekken (de Commissie schat deze kruissubsidiëring op ongeveer 18 miljard USD per jaar). >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> Het internet na de PC Tot nu toe heeft toegang tot het internet voornamelijk door middel van PC's plaatsgevonden, maar dit is aan het veranderen. Technologische ontwikkelingen leiden tot bredere en eenvoudigere toegang. Er zijn reeds kleine mobiele apparaten op de markt waarmee men snel toegang kan krijgen en informatie overal en altijd kan worden opgevraagd. Dit soort apparatuur is nog maar het begin. De technologie zal een brede reeks van nieuwe apparatuur met het internet kunnen verbinden. Voorbeelden zijn te vinden bij reisinformatiesystemen in voertuigen, die verbonden zijn met centrale congestiegegevens en medische apparatuur die monitorfuncties in het lichaam kan vervullen en bij het medisch personeel "verslag uitbrengen" over de resultaten. De laatste tijd is mobiele communicatie steeds belangrijker geworden, zowel voor spraaktelefonie als om toegang te krijgen tot het internet. De Europese norm voor mobiele telefonie, GSM, is een op wereldniveau toonaangevende norm geworden. Het aantal abonnees in Europa neemt snel toe en zal naar verwachting tegen eind dit jaar 200 miljoen bereiken. Het aantal mobiele abonnees in Europa overtreft nu dat in de VS. Europa heeft ook het voordeel te beschikken over een digitaal systeem dat het potentieel in zich heeft een belangrijk platform te worden voor internettoegang. Dit blijkt uit de vooruitgang met de GSM-technologie, zoals GPRS en EDGE, de invoering van de mobiele telecommunicatie van de derde generatie en verscheidene technologieën voor een draadloos aansluitnet. >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> De nieuwe economie en sociale uitsluiting De nieuwe economie is de belangrijkste drijvende kracht achter de economische groei en daarom mogen sociale en regionale verschillen in toegang niet worden veronachtzaamd. De penetratiegraad van PC's in huishoudens varieert van 11% tot 65% (gemiddeld 33%) en de penetratiegraad voor internettoegang van 3% tot 51% (gemiddeld 12%). Ook ten aanzien van de inkomensniveaus zijn er verschillen: de penetratiegraad voor de inkomens van minder dan 500 euro bedraagt respectievelijk 10% voor PC's en 3% voor het internet. Aan de andere kant van het spectrum bedraagt de penetratiegraad maximaal (overeenkomend met een inkomen van meer dan 4.000 euro) 76% voor PC's en 47% voor internettoegang. Plattelandsgebieden hebben in het algemeen aanzienlijk minder toegang tot PC's en het internet dan stedelijke of grootstedelijke gebieden. Deze grote verschillen in de invoering van het internet in Europa laten goed zien voor welke uitdagingen wij staan bij het tot stand brengen van een informatiemaatschappij voor allen, waarvan niemand uitgesloten wordt. De lage mate van internetgebruik in sommige delen van de EU is echter niet alleen een probleem van sociale cohesie, maar vermindert ook het groeipotentieel van de hele economie. Netwerk economieën nemen toe met de groei van het netwerk zelf, en het zo breed mogelijk uitbreiden van de nieuwe economie zal de potentiële voordelen die daarmee kunnen worden verkregen, verder verhogen. Bouwen aan een informatiemaatschappij waarvan niemand wordt uitgesloten is van wezenlijk belang voor de totstandbrenging van een grotere markt, hogere inkomens en een groter groei- en welvaartspotentieel. >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>