This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51999PC0694
Proposal for a Council Regulation laying down the weightings applicable from 1 July 1999 to the remuneration of officials of the European Communities serving in third countries
Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1999 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen
Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1999 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen
/* COM/99/0694 def. */
Voorstel voor een Verordening van de Raad houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1999 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen /* COM/99/0694 def. */
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1999 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen (door de Commissie ingediend) TOELICHTING I. Bij Verordening nr. 3019/87 van 5 oktober 1987 werd het Statuut gewijzigd door toevoeging van een bijlage X tot vaststelling van bijzondere afwijkende bepalingen voor de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen. Er werd met name een specifiek bezoldigingsstelsel ingevoerd en de artikelen 11, 12 en 13 van de nieuwe bijlage hebben betrekking op de bezoldiging van de ambtenaren die in bedoelde landen zijn tewerkgesteld. Volgens dit stelsel wordt de bezoldiging uitbetaald in Belgische franken in België maar zij kan ook - geheel of gedeeltelijk - in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald. In het laatste geval wordt een aanpassingscoëfficiënt toegepast op het gedeelte van de bezoldiging dat in de plaatselijke valuta wordt uitbetaald. Overeenkomstig artikel 13 van deze bijlage moet de Raad van de Europese Unie om de zes maanden de aanpassingscoëfficiënten vaststellen die in derde landen van toepassing zijn. Dit voorstel heeft betrekking op de vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die vanaf 1 juli 1999 in derde landen van toepassing zijn. De gevolgen voor de begroting zijn bijzonder gering in vergelijking met de totale huishoudelijke begroting van de delegaties. II. Bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2175/88 van 18 juli 1988, heeft de Raad van de Europese Unie de eerste aanpassingscoëfficiënten vastgesteld die met ingang van 10 oktober 1987 van toepassing waren. Deze aanpassingscoëfficiënten werden vervolgens door de Raad van de Europese Unie om de zes maanden vastgesteld en voor het laatst bij Verordening nr. 2120/1999 van 1 oktober 1999 die op 1 januari 1999 in werking trad. Het bezoldigingssysteem voor buiten de Gemeenschap tewerkgestelde personeelsleden is gebaseerd op het beginsel dat de koopkracht van de bezoldigingen die in de plaatselijke valuta worden uitbetaald aan de ambtenaren die in de delegaties werken, gelijkwaardig dient te zijn met die van Brussel. De toepassing van dit beginsel is gebaseerd op de berekening van de economische pariteiten door het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen (BSEG). De aanpassingscoëfficiënt wordt vastgesteld door de economische pariteit te delen door de wisselkoers. Het belangrijkste element in de vaststelling van deze aanpassingscoëfficiënten is derhalve de berekening van de economische pariteiten tussen de verschillende standplaatsen en Brussel. De boekhoudkundige wisselkoersen die werden gebruikt zijn die van juni 1999. Tabel A geeft voor elke standplaats achtereenvolgens de economische pariteit voor juli 1999, zoals door het BSEG berekend, de gekozen wisselkoers en de daaruit voortvloeiende aanpassingscoëfficiënt die op 1 juli 1999 van toepassing is. In tabel B is voor iedere standplaats de ontwikkeling weergegeven van de gegevens van tabel A ten opzichte van het voorgaande halfjaar. BIJLAGE TABEL A >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE TABEL B >RUIMTE VOOR DE TABEL> Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1999 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 [1], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom, EGKS) nr. 1238/1999 [2], inzonderheid op artikel 13, eerste alinea, van bijlage X, [1] PB L 56 van 04.03.1968, blz. 1. [2] PB L 150 van 17.06.1999, blz. 1. Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Dat rekening moet worden gekomen met de stijging van de kosten van levensonderhoud in de landen buiten de Gemeenschap en dat bijgevolg met ingang van 1 juli 1999 de aanpassingscoëfficiënten moeten worden vastgesteld die van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald aan de ambtenaren die in derde landen zijn tewerkgesteld; (2) Dat de Raad overeenkomstig Bijlage X van het Statuut de aanpassingscoëfficiënten om de zes maanden vaststelt en dat hij derhalve nieuwe aanpassingscoëfficiënten moet vaststellen voor de komende semesters; (3) Dat de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zullen zijn over de periode vanaf 1 juli 1999 en die aanleiding geven tot betalingen berekend op grond van een voorgaande verordening, een aanpassing met terugwerkende kracht (in positieve of in negatieve zin) van de bezoldiging met zich kunnen brengen; (4) Dat moet worden voorzien in een nabetaling in geval van een stijging van de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten; (5) Dat in geval van een daling van de bezoldiging ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten moet worden voorzien in de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen over de periode tussen 1 juli 1999 en de datum waarop de Raad het besluit neemt tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing met ingang van 1 juli 1999; (6) Evenwel dat parallellisme moet worden nagestreefd met de aanpassingscoëfficiënten welke binnen de Gemeenschap van toepassing zijn op de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, en dat een eventuele terugvordering derhalve slechts betrekking mag hebben op een periode van ten hoogste zes maanden vóór de datum van het besluit tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten en moet kunnen worden gespreid over een periode van ten hoogste twaalf maanden na deze datum, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Met ingang van 1 juli 1999 worden de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald, vastgesteld overeenkomstig de bijlage. De voor de berekening van deze bezoldigingen toegepaste wisselkoersen zijn die welke worden gebruikt voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor de maand die voorafgaat aan de in de eerste alinea bedoelde datum. Artikel 2 Overeenkomstig artikel 13, eerste alinea, van bijlage X van het Statuut stelt de Raad om de zes maanden de aanpassingscoëfficiënten vast; derhalve stelt hij nieuwe aanpassingscoëfficiënten vast die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2000. De instellingen zullen tot nabetalingen overgaan ingeval de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten worden verhoogd. Ingeval de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten worden verlaagd, zullen de instellingen overgaan tot een negatieve aanpassing van de bezoldigingen, met terugwerkende kracht over de periode van 1 juli 1999 tot de datum van het besluit van de Raad tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn met ingang van 1 juli 1999. De terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen die uit deze aanpassing voortvloeit, mag evenwel slechts betrekking hebben op een periode van ten hoogste zes maanden vóór de datum van het besluit tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten; deze terugvordering kan worden gespreid over een periode van ten hoogste twaalf maanden na deze datum. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE >RUIMTE VOOR DE TABEL> FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN DE MAATREGEL Voorstel voor een verordening van de Raad houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 1999 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in derde landen 2. BEGROTINGSLIJN A 6000 3. JURIDISCHE GRONDSLAG Artikelen 12 en 13 van bijlage X van het Statuut 4. FINANCIËLE GEVOLGEN 4.1 Voorlopig bedrag van de reële 78 027 000 EUR uitgaven voor 1999 (6 502 250 EUR per maand) (1) 4.2 Geraamde weerslag van de aanpassings- coëfficiënten van juli 1999 + 31 800 EUR (2) 4.3 Geraamde halfjaarlijkse uitgave [(2) x 6] + 190 800 EUR 4.4 Weerslag ten opzichte van het voorlopig bedrag van de reële uitgaven [(2) : (1)] + 0,48906% Deze gevolgen voor de begroting omvatten niet de weerslag van de tussentijdse aanpassingscoëfficiënten die maandelijks door de Europese Commissie worden vastgesteld.