This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51995PC0410
Proposal for a COUNCIL REGULATION (EC) on aid to shipbuilding
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw
/* COM/95/410 def. - CNS 95/0219 */
PB C 304 van 15.11.1995, pp. 21–28
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw /* COM/95/410 DEF - CNS 95/0219 */
Publicatieblad Nr. C 304 van 15/11/1995 blz. 0021
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw (95/C 304/09) (Voor de EER relevante tekst) COM(95) 410 def. - 95/0219(CNS) (Door de Commissie ingediend op 31 juli 1995) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 92, lid 3, onder e), en op de artikelen 94, 113 en 228, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité, Overwegende dat Richtlijn 90/684/EEG van de Raad, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/73/EG, op 31 december 1995 buiten werking treedt; Overwegende dat in het kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een overeenkomst (1) is gesloten tussen de Europese Gemeenschap en bepaalde derde landen inzake normale concurrentievoorwaarden in de commerciële scheepsbouw- en scheepsoperatiesector; Overwegende dat deze overeenkomst op 1 januari 1996 in werking moet treden; Overwegende dat de overeenkomst voorziet in de afschaffing van alle directe steun aan de scheepsbouw, met uitzondering van sociale steun bij sluiting, en van steun voor onderzoek en ontwikkeling tot een bepaald maximumniveau; Overwegende dat indirecte maatregelen ter ondersteuning van de scheepsbouw in de vorm van kredietfaciliteiten en -garanties voor reders bij de overeenkomst zijn toegestaan, mits deze maatregelen stroken met het memorandum van overeenstemming inzake exportkredieten voor schepen van de OESO (2); Overwegende dat de overeenkomst drie jaar na de inwerkingtreding ervan kan worden herzien, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: HOOFDSTUK I ALGEMEEN Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder a) "scheepsbouw": de bouw in de Gemeenschap van de volgende zichzelf voortstuwende commerciële zeeschepen: - schepen voor het vervoer van passagiers en/of goederen van 100 bt of meer; - schepen voor het verrichten van een speciale dienst (bij voorbeeld baggerschepen en ijsbrekers, met uitzondering van drijvende dokken en mobiele offshore-installaties); - sleepboten van 365 kW en meer; - vissersschepen van 100 bt en meer voor export buiten de Europese Economische Ruimte; - niet afgewerkte casco's van de bovengenoemde schepen die drijvend en mobiel zijn; met uitsluiting van militaire schepen en andere schepen die uitsluitend voor militaire doeleinden zijn aangepast of waaraan elementen zijn toegevoegd, mits de op dergelijke schepen toegepaste maatregelen of praktijken, aanpassingen of toevoegingen geen verkapte handelingen ten gunste van de commerciële scheepsbouw- en scheepsreparatiesector zijn welke onverenigbaar zijn met deze verordening; b) "scheepsreparatie": de reparatie of modernisering in de Gemeenschap van zichzelf voortstuwende commerciële zeeschepen als bedoeld onder a); c) "scheepsverbouwing": de verbouwing in de Gemeenschap van zichzelf voortstuwende commerciële zeeschepen, als bedoeld onder a), van 1 000 bt en meer, voor zover de uitgevoerde werkzaamheden een ingrijpende wijziging van het laadplan, de romp of het voortstuwingsmechanisme met zich brengen; d) "zichzelf voortstuwend zeeschip": een schip dat door zijn permanente voortstuwing en besturing alle kenmerken van zeewaardigheid bezit; e) "OESO-Overeenkomst": de overeenkomst inzake normale concurrentievoorwaarden in de commerciële scheepsbouw- en scheepsreparatiesector; f) "steunmaatregelen": de in de artikelen 92 en 93 van het Verdrag bedoelde steunmaatregelen van de Staten; onder dit begrip valt niet alleen de staatssteun als zodanig, maar ook de door de regionale of lokale overheden toegekende steun, alsmede de steunelementen die eventueel besloten liggen in de financieringsmaatregelen van de Lid-Staten ten aanzien van scheepsbouw-, scheepsverbouwings- of scheepsreparatieondernemingen, welke niet kunnen worden beschouwd als volgens de in een markteconomie normale gebruiken verschaft risicodragend kapitaal; g) "gelieerd persoon of bedrijf": een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die: i) een scheepsbouwbedrijf bezit of daarover zeggenschap heeft of ii) eigendom is van een scheepsbouwbedrijf of waarover een scheepsbouwbedrijf zeggenschap heeft, of dit nu rechtstreeks of onrechtstreeks is en of dit nu door middel van het bezit van de aandelen of op andere wijze is. Er is sprake van een weerlegbaar vermoeden van zeggenschap indien een persoon 25 % van een scheepsbouwbedrijf in eigendom heeft of daarover zeggenschap heeft, of vice versa. Artikel 2 1. Steun die, direct dan wel indirect, specifiek wordt verstrekt voor scheepsbouw, scheepsverbouwing en scheepsreparatie, zoals in deze verordening gedefinieerd, en welke door de Lid-Staten of hun regionale of lokale overheden met staatsmiddelen in welke vorm ook wordt gefinancierd, kan uitsluitend als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd indien zij aan het bepaalde van deze verordening voldoet. Dit geldt niet alleen voor ondernemingen die zich met deze activiteiten bezighouden, doch ook voor gelieerde personen of bedrijven. 2. Steun die overeenkomstig deze verordening wordt verstrekt, mag niet gebonden zijn aan discriminerende voorwaarden ten aanzien van produkten van oorsprong uit andere Lid-Staten. HOOFDSTUK II VERENIGBARE MAATREGELEN Artikel 3 Steun bij sluiting 1. Steun om de kosten te dekken van maatregelen die uitsluitend ten gunste van werknemers worden genomen die pensioenrechten verliezen, die ontslagen worden of die definitief van werk in het betrokken scheepsbouwbedrijf worden uitgesloten, wanneer een dergelijke steun verband houdt met de opheffing of inkrimping van scheepswerven, faillissementen of het overschakelen op andere activiteiten dan de scheepsbouw, kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. 2. De kosten waarvoor steun kan worden verleend zijn met name: - uitkeringen aan ontslagen en vervroegd gepensioneerde werknemers; - kosten voor adviesverlening aan ontslagen en vervroegd gepensioneerde werknemers, met inbegrip van betalingen door werven ter vergemakkelijking van de oprichting van kleine ondernemingen; - uitkeringen aan werknemers voor herscholing. Artikel 4 Steun voor onderzoek en ontwikkeling 1. Steun voor onderzoek en ontwikkeling aan de scheepsbouw-, de scheepsverbouwings- en reparatiesector kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd indien deze overheidssteun betrekking heeft op: i) fundamenteel onderzoek; ii) industrieel basisonderzoek, wanneer de hoogte van de steun niet meer bedraagt dan 50 % van de in aanmerking komende kosten; iii) toegepast onderzoek, wanneer de hoogte van de steun niet meer bedraagt dan 35 % van de in aanmerking komende kosten; iv) ontwikkeling, wanneer de hoogte van de steun niet meer bedraagt dan 25 % van de in aanmerking komende kosten. 2. De maximaal toelaatbare steunintensiteit voor onderzoek en ontwikkeling dat door kleine en middelgrote scheepsbouwbedrijven wordt uitgevoerd (welke voor de toepassing van deze verordening worden gedefinieerd als ondernemingen met ten hoogste 300 werknemers en een jaaromzet van niet meer dan 20 miljoen ecu, en waarvan niet meer dan 25 % van het kapitaal in het bezit is van een grotere onderneming), is 20 procentpunten hoger dan de onder ii), iii) en iv) van lid 1 van dit artikel genoemde cijfers. 3. Voor de toepassing van dit artikel zijn de volgende definities van toepassing op onderzoek en ontwikkeling: a) In aanmerking komende kosten zijn uitsluitend de kosten die verband houden met: i) kosten van apparatuur, materiaal, land en gebouwen voor zover deze voor het welbepaalde onderzoek- en ontwikkelingsproject worden gebruikt; ii) kosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel, voor zover deze zich met het welbepaalde onderzoek- en ontwikkelingsproject bezighouden; iii) adviesdiensten en gelijkwaardige diensten, met inbegrip van aangekocht onderzoek, technische kennis, octrooien, enz.; iv) algemene kosten (infrastructuur en ondersteunende diensten), voor zover zij verband houden met het onderzoek- en ontwikkelingsproject en ze niet hoger zijn dan 45 % van de totale kosten van het project voor industrieel basisonderzoek. Dit cijfer is 20 % in geval van projecten voor toegepast onderzoek en 10 % voor ontwikkelingsprojecten; b) onder "fundamenteel onderzoek" wordt onderzoek verstaan dat op onafhankelijke wijze door instellingen voor hoger onderwijs of onderzoekinstellingen wordt uitgevoerd met het oog op de uitbreiding van de algemene wetenschappelijke en technische kennis, zonder industriële of commerciële doelstellingen; c) onder "industrieel basisonderzoek" wordt origineel theoretisch en experimenteel werk verstaan dat gericht is op de verwerving van een nieuw en beter inzicht in wetenschappen en techniek in het algemeen, waar dat van toepassing zou kunnen zijn op een industriële sector of de activiteiten van een bepaalde onderneming; d) onder "toegepast onderzoek" wordt onderzoek en experimenteel werk verstaan uitgaande van de resultaten van fundamenteel onderzoek om bepaalde praktische doelstellingen gemakkelijker te kunnen bereiken, zoals de creatie van nieuwe produkten, produktieprocessen en diensten. Toegepast onderzoek wordt doorgaans afgesloten met de vervaardiging van een prototype en houdt geen werkzaamheden in met als voornaamste doel het ontwerp, de ontwikkeling of het uittesten van bepaalde artikelen of diensten met het doel ze op de markt te brengen; e) onder "ontwikkeling" worden werkzaamheden verstaan gebaseerd op het systematische gebruik van wetenschappelijke en technische kennis bij het ontwerpen, ontwikkelen, testen of beoordelen van potentiële nieuwe produkten, produktieprocessen of diensten of de verbetering van bestaande produkten of diensten waarbij aan bepaalde kwaliteitsnormen en -doelstellingen moet worden voldaan. Dit stadium houdt normalerwijze de vervaardiging van modellen in die aan de produktie voorafgaan, zoals proef- en demonstratieprojecten, maar houdt geen industriële toepassing en commerciële exploitatie in; f) steun voor onderzoek en ontwikkeling, specifiek ten behoeve van de scheepsbouw- en scheepsreparatiesector, omvat, doch is niet beperkt tot: i) onderzoek- en ontwikkelingsprojecten die door scheepsbouw- en scheepsreparatiebedrijven worden uitgevoerd of door onderzoekinstellingen waarover deze bedrijven zeggenschap hebben of die door deze bedrijven worden gefinancierd; ii) onderzoek- en ontwikkelingsprojecten die door scheepsbouw- en scheepsreparatiebedrijven worden uitgevoerd of door onderzoekinstellingen waarover deze bedrijven zeggenschap hebben of die door deze bedrijven worden gefinancierd, indien het project rechtstreeks verband houdt met scheepsbouw of scheepsreparatie; iii) onderzoek- en ontwikkelingsprojecten die door universiteiten, openbare of onafhankelijke particuliere onderzoekinstellingen en andere industriesectoren in samenwerking met de scheepsbouwsector worden uitgevoerd; iv) onderzoek- en ontwikkelingsprojecten die door universiteiten, openbare of onafhankelijke particuliere onderzoekinstellingen en andere industriesectoren worden uitgevoerd, indien tijdens de periode waarin het project wordt uitgevoerd redelijkerwijze kan worden verwacht dat de resultaten specifiek voor de scheepsbouw- en scheepsreparatiesector van aanmerkelijk belang zullen zijn. 4. Informatie over de resultaten van onderzoek en ontwikkeling dient onmiddellijk, ten minste eenmaal per jaar, te worden bekendgemaakt. Artikel 5 Indirecte steunmaatregelen 1. Steun aan reders of aan derden in de vorm van kredieten en garanties voor de bouw of verbouwing, doch niet de reparatie van schepen, kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd op voorwaarde dat deze maatregelen stroken met de voorwaarden die met dat doel zijn neergelegd in het memorandum van overeenstemming inzake exportkredieten voor schepen van de OESO zoals vervat in document C/WP6(94)6 (3), of met een in de plaats hiervan tredende overeenkomst. 2. Steun voor scheepsbouw of -verbouwing die in de vorm van ontwikkelingshulp aan een ontwikkelingsland wordt verleend, kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd als zij in overeenstemming is met de bepalingen die met het oog daarop zijn opgenomen in het memorandum dat in lid 1 van dit artikel wordt genoemd, of met een later addendum bij of corrigendum op genoemd memorandum. 3. De steun die een Lid-Staat aan zijn reders of aan derden in die Staat voor scheepsbouw of -verbouwing verleent, mag bij de plaatsing van orders niet tot concurrentievervalsing tussen nationale werven en werven van andere Lid-Staten leiden. Artikel 6 Spanje, Portugal, België Herstructureringssteun die in Spanje, Portugal en België wordt toegekend in de vorm van investeringssteun en steun voor sociale maatregelen welke niet onder artikel 3 vallen, en die na 1 januari 1996 wordt uitgekeerd, kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. De uitkering van deze steun moet afzonderlijk worden aangemeld en door de Commissie worden goedgekeurd vóór 31 december 1996, en is onderworpen aan de volgende maximumbedragen en uitkeringstermijnen: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Artikel 7 Overige maatregelen 1. In buitengewone omstandigheden en onverminderd artikel 92 van het EG-Verdrag kunnen andere steunmaatregelen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. Wanneer de Commissie van oordeel is dat er sprake is van dergelijke buitengewone omstandigheden, is zij gemachtigd om de partijengroep om een afwijking te verzoeken overeenkomstig artikel 5, lid 5, van de OESO-Overeenkomst. 2. Voor projecten die verband houden met veiligheid en milieu, en onverminderd artikel 92 van het EG-Verdrag, kan een hogere steunintensiteit dan voorzien in artikel 4, lid 1, onder ii), iii) en iv), als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. Wanneer de Commissie van oordeel is dat zulks het geval is, is zij gemachtigd de partijengroep te verzoeken het project goed te keuren overeenkomstig bijlage I.B.3, punt 2, van de OESO-Overeenkomst. 3. Wanneer steunmaatregelen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, onderworpen zijn aan de procedures van het panel voor geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 8 van de OESO-Overeenkomst, of wanneer zij, in het geval van exportkredieten, onderworpen zijn aan overlegmechanismen waarin het memorandum van overeenstemming inzake exportkredieten voor schepen voorziet, dan zal het standpunt van de Gemeenschap door de Commissie worden vastgesteld na overleg met het speciale comité dat op grond van artikel 13 van het EG-Verdrag is opgericht. HOOFDSTUK III CONTROLEPROCEDURE Artikel 8 1. Voor steunmaatregelen ten behoeve van scheepsbouw- en scheepsreparatieondernemingen, als bedoeld in deze verordening, gelden, naast artikel 93 van het Verdrag, de in lid 2 genoemde speciale kennisgevingsvoorschriften. 2. Het volgende wordt vooraf door de Lid-Staten ter kennis van de Commissie gebracht en wordt niet zonder goedkeuring van de Commissie ten uitvoer gelegd: a) zowel nieuwe als bestaande steunregelingen of wijzigingen in bestaande steunregelingen, als bedoeld in deze verordening; b) besluiten om algemene dan wel regionale steunregelingen te doen gelden voor de in deze verordening bedoelde ondernemingen, teneinde de verenigbaarheid hiervan met artikel 92 van het EG-Verdrag te onderzoeken; c) individuele gevallen van toepassing van de steunregelingen bedoeld in artikel 5, lid 2, en wanneer de Commissie zulks nadrukkelijk heeft bepaald bij de goedkeuring van de betrokken steunregeling. Artikel 9 Teneinde de Commissie in staat te stellen de toepassing van de steunvoorschriften van hoofdstuk II te controleren, leggen de Lid-Staten haar de volgende verslagen voor: a) volgens formulier 1 in de bijlage opgestelde maandelijkse verslagen over elk scheepsbouw- of scheepsverbouwingscontract, vóór het eind van de maand volgende op de maand waarin elk contract is ondertekend, met bijzonderheden over de door de overheid gesteunde kredietfaciliteiten die voor elk contract zijn toegekend; b) wanneer Lid-Staten steunregelingen hebben waarbij overheidsgaranties en -verzekeringen voor schepen worden verstrekt, jaarlijkse verslagen met betrekking tot de jaarresultaten van de regeling, de betaalde uitkeringen, inkomsten uit premies en vergoedingen, inkomsten uit terugvorderingen en eventuele andere passende informatie waarom de Commissie verzoekt; c) volgens formulier 2 in de bijlage opgestelde opleveringsverslagen over elk scheepsbouw- of scheepsverbouwingscontract dat vóór 1 januari 1996 is ondertekend, vóór het eind van de maand volgende op de opleveringsmaand; d) volgens formulier 3 in de bijlage opgestelde jaarverslagen, in te dienen uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het verslagjaar, met bijzonderheden over de totale financiële steun die gedurende het voorgaande kalenderjaar aan elke afzonderlijke nationale scheepswerf is toegekend; e) voor scheepswerven die koopvaardijschepen van meer dan 5 000 bt kunnen bouwen, volgens formulier 4 in de bijlage opgestelde jaarverslagen, in te dienen uiterlijk 2 maanden na de algemene vergadering die dit jaarverslag heeft goedgekeurd, met niet-vertrouwelijke informatie over capaciteitsontwikkelingen en de eigendomsstructuur. Artikel 10 Deze verordening is van toepassing van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998. (1) Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst inzake normale concurrentievoorwaarden in de commerciële scheepsbouw- en scheepsreparatiesector (PB nr. C 375 van 30. 12. 1994). (2) PB nr. C 375 van 30. 12. 1994, blz. 38. BIJLAGE Formulier 1 >BEGIN VAN DE GRAFIEK> EUROPESE GEMEENSCHAP VERSLAG INZAKE STEUN AAN REDERS OF AAN DERDEN VOOR DE BOUW OF VERBOUWING VAN SCHEPEN 1. Naam en nationaliteit van de onderneming die steun ontvangt 2. Contractuele prijs 3. Verleend krediet - Vorm (b.v. exportkrediet, binnenlands-kredietregelingen, enz.): - Omvang: - Aflossingsperiode: - Betalingsfrequentie: - Rentevoet: 4. Verstrekte garanties - Omvang: - Premie: - Looptijd: - Overige voorwaarden: 5. Maand waarin de steun is verleend 6. Bouw- of verbouwingscontract (gelieve te specificeren) - Scheepstype en nummer toegekend door de werf: - Draagvermogen: - Brutotonnage (bt): - Gecompenseerde brutotonnage (gbt): - Uitvoerende werf: - Land: - Naam: - Afbouw-/opleveringsdatum: Contactpersonen voor nadere inlichtingen: .......... Datum: .......... .......... Hoedanigheid: .......... Handtekening: ..........>EIND VAN DE GRAFIEK> Formulier 2 >BEGIN VAN DE GRAFIEK> EUROPESE GEMEENSCHAP VERSLAG INZAKE GEBOUWDE KOOPVAARDIJSCHEPEN Deel 1: Contractgegevens Deel 3: Financiële regelingen 1. Bouw/verbouwing Nationale valuta Ecu (actuele koers) %van contractuele prijs 2. Onderneming 3. Werf 4. Werfnummer 14. Contractuele prijs 5. Ingeschreven eigenaar 15. Geraamd eventueel verlies 6. Feitelijke eigenaar 16. Contractgebonden steun aan afnemer of uiteindelijke eigenaren 7. Land van registratie van het schip A. Aan de werf: a) subsidies b) kredietfaciliteiten c) specifieke belastingvoordelen d) andere steun 8. Datum van ondertekening contract 9. Datum van afbouw/oplevering B. Aan afnemer of uiteindelijke eigenaren: a) subsidies b) kredietfaciliteiten c) belastingvoordelen d) andere steun Deel 2: Gegevens schip 10. Type schip (per OESO-categorie) Contactpersoon voor nadere inlichtingen: Datum: 11. Draagvermogen Handtekening: 12. Brutotonnage (bt) 13. Gecompenseerde brutotonnage (gbt) Hoedanigheid:>EIND VAN DE GRAFIEK> Formulier 3 >BEGIN VAN DE GRAFIEK> EUROPESE GEMEENSCHAP VERSLAG INZAKE BEDRIJFSSTEUN Naam onderneming: ................................................ Voor steun in aanmerking komende kosten (met inbegrip van punt 1, bijzonderheden inzake het aantal betrokken werknemers) Ontvangen steun Vorm Bedrag Rechtsgrondslag (inclusief de datum van goedkeuring door de Commissie) 1. Sociale steun: a) Afvloeiingsuitkeringen b) Uitkeringen voor vervroegde uittreding c) Omschakelingskosten d) Omscholing 2. Onderzoek en ontwikkelingssteun: a) Fundamenteel onderzoek b) Industrieel basisonderzoek c) Toegepast onderzoek d) Ontwikkeling 3. Algemeen toepasselijke regionale steunmaatregelen (gelieve de aard van de steun te specificeren) Contactpersonen voor nadere inlichtingen: .......... Datum: .......... .......... Hoedanigheid: .......... Handtekening: .......... >EIND VAN DE GRAFIEK> Formulier 4 >BEGIN VAN DE GRAFIEK> VERSLAG INZAKE SCHEEPSWERVEN DIE KOOPVAARDIJSCHEPEN VAN MEER DAN 5 000 BT KUNNEN BOUWEN 1. Naam van de onderneming .......... 2. Totale beschikbare capaciteit .......... (gbt) 3. Gegevens inzake het bouwdok/de scheepshelling Bouwdok of scheepshelling Maximale scheepsgrootte (bt) ( .......... ) ( .......... ) ( .......... ) ( .......... ) ( .......... ) ( .......... ) 4. Beschrijving van eventuele plannen inzake toekomstige capaciteitsuitbreiding of -inkrimping 5. Eigendomsstructuur (vermogensstructuur, percentage direct en indirect overheidsbezit) 6. Financiële jaarrekeningen (balans, winst- en verliesrekening, inclusief, indien voorhanden, afzonderlijke rekeningen betreffende de scheepsbouwactiviteiten van holdingmaatschappijen) 7. Overdracht van openbare middelen (inclusief schuldgaranties, emissie van obligaties, enz.) 8. Ontheffingen van financiële of andere verplichtingen (inclusief belastingvoorrechten, enz.) 9. Kapitaalinbreng (inclusief de inbreng van eigen vermogen, de opneming van kapitaal, winst, leningen, en de terugbetaling daarvan, enz.) 10. De afschrijving van schulden 11. De overdracht van verliezen>EIND VAN DE GRAFIEK>