Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51995PC0055

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3699/93 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van de produkten daarvan

/* COM/95/55DEF - CNS 95/0058 */

PB C 85 van 7.4.1995, pp. 3–4 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51995PC0055

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3699/93 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van de produkten daarvan /* COM/95/55DEF - CNS 95/0058 */

Publicatieblad Nr. C 085 van 07/04/1995 blz. 0003


Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3699/93 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/aquacultuur en verwerking/afzet van de produkten daarvan

(95/C 85/03)

COM(95) 55 def. - 95/0058(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 22 maart 1995)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economische en Sociaal Comité,

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 3699/93 van de Raad (1) de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij/ aquacultuur en verwerking/afzet van de produkten daarvan zijn vastgesteld;

Overwegende dat in de visserijsector een ingrijpend veranderingsproces aan de gang is op een moment dat de sector door een ernstige crisis wordt getroffen; dat de noodzakelijke structurele aanpassingen ter uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, zoals vastgelegd in Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur (2) gepaard moeten gaan met de toepassing van een scala van sociaal-economische maatregelen;

Overwegende dat de Gemeenschap in het kader van de Structuurfondsen reeds een brede waaier van sociaal- economische begeleidende maatregelen ter beschikking stelt van de bedrijven en de mensen die in de de visserijsector actief zijn en van de op de visserij aangewezen gebieden;

Overwegende dat deze maatregelen niet volstaan om te verhinderen dat het proces van vermindering van de vangstcapaciteit in de visserijsector gepaard gaat met het vertrek van dynamische en gekwalificeerde arbeidskrachten; dat derhalve op communautair niveau doeltreffende maatregelen moeten worden getroffen, inzonderheid ten behoeve van oudere vissers;

Overwegende dat de sociale partners overeenkomstig artikel 3 van de aan het protocol betreffende de sociale politiek gehechte overeenkomst zijn geraadpleegd.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 3699/93 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd na artikel 14

"Artikel 14 bis

Maatregelen van sociaal-economische aard

1. De Lid-Staten kunnen maatregelen van sociaal-economische aard nemen in samenhang met de maatregelen tot herstructurering van de visserijsector in de zin van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 3760/92.

2. Voor financiële bijstand uit hoofde van het FIOV komen alleen de volgende maatregelen in aanmerking:

a) cofinanciering van nationale steunregelingen voor vervroegde uittreding van vissers, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

- op het tijdstip van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten van het vaartuig, zijn de begunstigden niet meer dan tien jaar van de in de betrokken Lid-Staat geldende pensioengerechtigde leeftijd verwijderd;

- de begunstigden leveren het bewijs ten minste tien jaar het beroep van visser te hebben uitgeoefend.

In geen geval mag deze bijstand worden aangewend ten behoeve van pensioenbijdragen die tot het bereiken van de normale pensioengerechtigde leeftijd zouden worden gestort.

Het aantal begunstigden mag in elke Lid-Staat over de gehele in artikel 3 bedoelde programmeringsperiode niet groter zijn dan het aantal arbeidsplaatsen dat aan boord van vaartuigen is geschrapt als gevolg van de definitieve beëindiging van de bedrijfsactiviteit in de zin van artikel 8, lid 2, als gevolg van de definitieve overbrenging van vaartuigen naar derde landen in het kader van de oprichting van gemengde vennootschappen in de zin van artikel 9, lid 3;

b) regelingen waarbij aan vissers een individuele forfaitaire premie wordt toegekend, met dien verstande dat de subsidiabele kosten per begunstigde maximaal 7 000 ecu bedragen en dat het vaartuig waarop de begunstigden van de maatregel werkzaam waren, uit de vaart moet zijn gegaan als gevolg van de definitieve beëindiging van de bedrijfsactiviteit in de zin van artikel 8, lid 2, of als gevolg van de definitieve overbrenging van vaartuigen naar derde landen in het kader van de oprichting van gemengde vennootschappen in de zin van artikel 9, lid 3;

c) steun voor het opzetten van fondsen voor weerverletuitkeringen en voor compensatiebetalingen aan vissers in geval van abrupte schommelingen van de prijzen van de aangevoerde produkten, in de vorm van een niet terug te betalen forfaitair voorschot en op basis van subsidiabele kosten die niet hoger zijn dan het eerste jaar van acitiviteit geïnde bedrag aan bijdragen. Er kan evenwel geen bijstand uit hoofde van het FIOV worden verleend voor de gewone werking van dergelijke fondsen of compensatiemechanismen.

3. De Lid-Staten stellen bepalingen vast die cumulatie van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde maatregelen door één en dezelfde persoon verbieden. Zij zien er voorts op toe dat de begunstigden van de in lid 2, onder a), bedoelde maatregel hun bedrijvigheid als visser definitief stopzetten en dat de in lid 2, onder b), bedoelde premies pro rata temporis worden teruggestort wanneer de begunstigden binnen zes maanden nadat het besluit tot toekenning van de premie is genomen, het beroep van visser weer opnemen.".

2. In bijlage IV, punt 2.1 wordt de tekst bij "Groep 2" als volgt aangevuld: ". . . met inbegrip van de in artikel 14 bis, lid 2, onder c), bedoelde maatregelen".

3. In bijlage IV, punt 2.2, wordt de tekst als volgt aangevuld: ". . . met inbegrip van de in artikel 14 bis, lid 2, onder a) en b), bedoelde maatregelen".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op . . .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

(1) PB nr. L 346 van 31. 12. 1993, blz. 1.

(2) PB nr. L 389 van 31. 12. 1992, blz. 1.

Top