EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 42011X0330(02)

Reglement nr. 75 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van luchtbanden voor motor- en bromfietsen

OJ L 84, 30.3.2011, p. 46–79 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 048 P. 259 - 292

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/75(2)/oj

30.3.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 84/46


Voor het internationaal publiekrecht hebben alleen de originele VN/ECE-teksten rechtsgevolgen. Voor de status en de datum van inwerkingtreding van dit reglement, zie de recentste versie van VN/ECE-statusdocument TRANS/WP.29/343 op:

http://www.unece.org/trans/main/wp29/wp29wgs/wp29gen/wp29fdocstts.html

Reglement nr. 75 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van luchtbanden voor motor- en bromfietsen

Bevat de volledige geldige tekst tot en met:

Supplement 13 op de oorspronkelijke versie van het reglement — Datum van inwerkingtreding: 24 oktober 2009

INHOUDSOPGAVE

REGLEMENT

1.

Toepassingsgebied

2.

Definities

3.

Opschriften

4.

Goedkeuringsaanvraag

5.

Goedkeuring

6.

Voorschriften

7.

Wijzigingen van het type luchtband en uitbreiding van de goedkeuring

8.

Conformiteit van de productie

9.

Sancties bij niet-conformiteit van de productie

10.

Definitieve stopzetting van de productie

11.

Naam en adres van de voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijke technische diensten en van de administratieve instanties

BIJLAGEN

Bijlage 1 —

Mededeling betreffende de goedkeuring, de uitbreiding, weigering of intrekking van de goedkeuring of de definitieve stopzetting van de productie van een type luchtband voor motor- en bromfietsen krachtens Reglement nr. 75

Bijlage 2 —

Opstelling van het goedkeuringsmerk

Bijlage 3 —

Plaatsing van de opschriften op de band — Voorbeeld van de verplichte opschriften voor bandtypen die na de inwerkingtreding van dit reglement in de handel worden gebracht

Bijlage 4 —

Verband tussen de belastingsindex en de maximummassa

Bijlage 5 —

Maataanduiding en afmetingen van banden

Bijlage 6 —

Meetmethode voor luchtbanden

Bijlage 7 —

Procedure voor belasting-/snelheidstests

Bijlage 8 —

Draagvermogen van de band bij verschillende snelheden

Bijlage 9 —

Testprocedure voor de dynamische expansie van banden

1.   TOEPASSINGSGEBIED

Dit reglement is van toepassing op nieuwe luchtbanden voor voertuigen van de categorieën L1, L2, L3, L4 en L5.

Het is echter niet van toepassing op bandtypen die uitsluitend voor terreingebruik zijn ontworpen en voorzien zijn van het opschrift „NHS” (Not for Highway Service), noch op bandtypen die uitsluitend voor wedstrijdgebruik zijn ontworpen.

2.   DEFINITIES

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

2.1.   „type luchtband”: een categorie luchtbanden die onderling niet verschillen op essentiële punten zoals:

2.2.   „structuur van een luchtband”: de technische kenmerken van het karkas van de band. Er wordt met name onderscheid gemaakt tussen de volgende structuren van een luchtband:

2.2.1.   „diagonaal”: een luchtbandstructuur waarbij de koorden in de koordlagen zich tot de hiel uitstrekken en zodanig zijn gericht dat zij afwisselend hoeken vormen die aanmerkelijk kleiner zijn dan 90° ten opzichte van de mediaanlijn van het loopvlak (1);

2.2.2.   „diagonaalgordel”: een diagonale luchtbandstructuur waarbij het karkas omgeven is door een gordel met twee of meer koordlagen die nagenoeg onrekbaar zijn en zodanig zijn gericht dat zij afwisselend hoeken vormen die bijna overeenstemmen met die van het karkas;

2.2.3.   „radiaal”: een luchtbandstructuur waarbij de koorden in de koordlagen zich tot de hiel uitstrekken en zo zijn gericht dat zij een hoek vormen die nagenoeg gelijk is aan 90° ten opzichte van de mediaanlijn van het loopvlak en waarvan het karkas wordt verstevigd door een vrijwel onrekbare gordel langs de omtrek (1);

2.2.4.   „versterkt”: een luchtbandstructuur waarbij het karkas sterker is dan dat van de overeenkomstige normale band;

2.3.   „hiel”: het deel van een luchtband waarvan de vorm en de structuur het mogelijk maken dat de band op de velg past en hierop vast blijft zitten (2);

2.4.   „koord”: de draden die de weefsels vormen van de koordlagen in de luchtband (2);

2.5.   „koordlaag”: een laag onderling evenwijdige koorden die met rubber zijn bekleed (2);

2.6.   „karkas”: het deel van een luchtband (met uitzondering van het loopvlak en de rubberen zijwanden) dat, wanneer de band is opgepompt, de belasting draagt (2);

2.7.   „loopvlak”: het deel van een luchtband dat met het wegdek in contact komt, het karkas tegen mechanische beschadiging beschermt en de grip op de weg verbetert (2);

2.8.   „zijwand of wang”: het deel van een luchtband tussen het loopvlak en de zone die bedekt moet worden door de rand van de velg (2);

2.9.   „loopvlakgroef”: de ruimte tussen twee aangrenzende ribben of nokken van het loopvlakpatroon (2);

2.10.   „hoofdgroef”: de brede groeven in het centrale gedeelte van het loopvlak;

2.11.   „sectiebreedte (S)”: de afstand in rechte lijn tussen de buitenkant van de zijwanden van een opgepompte luchtband, met uitzondering van het reliëf gevormd door de opschriften (markering), de versieringen en de stootranden (2);

2.12.   „totale breedte”: de afstand in rechte lijn tussen de buitenkant van de zijwanden van een opgepompte luchtband, met inbegrip van de opschriften (markering), de versieringen en de stootranden (2); bij banden waarvan het loopvlak breder is dan de sectiebreedte komt de totale breedte overeen met de breedte van het loopvlak;

2.13.   „sectiehoogte (H)”: de afstand die gelijk is aan de helft van het verschil tussen de buitendiameter van de band en de nominale velgdiameter (2);

2.14.   „nominale hoogte-breedteverhouding (Ra)”: het honderdvoud van het getal dat wordt verkregen bij deling van de sectiehoogte (H) door de nominale sectiebreedte (S1), als beide maten in dezelfde eenheid worden uitgedrukt;

2.15.   „buitendiameter (D)”: de totale diameter van een opgepompte nieuwe luchtband (2);

2.16.   „bandenmaataanduiding”: een aanduiding die het volgende omvat:

2.16.3.1.

Indien de waarden van symbool d in een code worden uitgedrukt, wordt de volgende tabel toegepast:

(in mm)

Aanduiding van symbool „d” (voor de nominale velgdiameter) met één of twee cijfers

Waarde van „d”

4

102

5

127

6

152

7

178

8

203

9

229

10

254

11

279

12

305

13

330

14

356

15

381

16

406

17

432

18

457

19

483

20

508

21

533

22

559

23

584

2.17.   „nominale velgdiameter (d)”: de diameter van de velg waarop een band volgens ontwerp moet worden gemonteerd (2);

2.18.   „velg”: steun voor een combinatie van binnen- en buitenband of voor een band zonder binnenband, waarop de hielen van de band drukken (2);

2.18.1.   „band/velgconfiguratie”: het type velg waarvoor de band is ontworpen. In het geval van niet-standaardvelgen wordt dit aangegeven door een op de band aangebracht symbool;

2.19.   „theoretische velg”: de velg waarvan de breedte gelijk zou zijn aan x maal de nominale sectiebreedte van een band. De waarde van x wordt door de bandenfabrikant aangegeven;

2.20.   „meetvelg”: de velg waarop de band moet worden gemonteerd om de afmetingen te bepalen;

2.21.   „testvelg”: de velg waarop de band moet worden gemonteerd om tests uit te voeren;

2.22.   „afscheuren”: het loskomen van stukjes rubber van het loopvlak;

2.23.   „separatie van de koorden”: het loslaten van de koorden van hun rubberbekleding;

2.24.   „separatie van de koordlagen”: het onderling loslaten van de koordlagen;

2.25.   „separatie van het loopvlak”: het loskomen van het loopvlak van het karkas;

2.26.   „belastingsindex”: een getal dat gerelateerd is aan de maximumbelasting die onder de door de fabrikant aangegeven bedrijfsomstandigheden op een band kan worden uitgeoefend bij de snelheid die overeenkomt met het snelheidssymbool van de band. Een lijst met indices en bijbehorende belastingen is opgenomen in bijlage 4;

2.27.   „tabel van draagvermogen van de band bij verschillende snelheden”: de tabel in bijlage 8 waarin de belastingsvariaties ten opzichte van de belastingsindex en de belasting bij nominale snelheid zijn vermeld wanneer een band wordt gebruikt bij andere snelheden dan de snelheid die overeenkomt met de index van de nominale snelheidscategorie;

2.28.   „snelheidscategorie”:

2.28.1.

de snelheden die overeenkomstig de tabel in punt 2.28.2 met het snelheidscategoriesymbool worden aangegeven.

2.28.2.

In onderstaande tabel zijn de snelheidscategorieën vermeld:

(km/h)

Snelheidscategoriesymbool

Overeenkomstige snelheid

B

50

F

80

G

90

J

100

K

110

L

120

M

130

N

140

P

150

Q

160

R

170

S

180

T

190

U

200

H

210

V

240

W

270

2.28.3.

Banden die geschikt zijn voor maximumsnelheden hoger dan 240 km/h worden aangeduid met de letter „V” of „Z” (zie punt 2.33.3) in de bandenmaataanduiding, vóór de aanduiding van de structuur (zie punt 3.1.3);

2.29.   „winterband”: een band waarvan het loopvlakpatroon en de structuur in de eerste plaats zijn bedoeld om in modder en verse of smeltende sneeuw betere prestaties te leveren dan een normale wegband. Het loopvlakpatroon van een winterband bestaat doorgaans uit groeven (ribben) en/of massieve vlakken (nokken) die verder uiteenliggen dan bij een normale wegband;

2.30.   „MST” (multiservice tyre): band die zowel voor gebruik op de weg als in het terrein geschikt is;

2.31.   „bromfietsband”: een band die voor bromfietsen (categorieën L1 en L2) is ontworpen;

2.32.   „motorfietsband”: een band die in de eerste plaats voor motorfietsen (categorieën L3, L4 en L5) is ontworpen. Deze banden kunnen echter ook op bromfietsen (categorieën L1 en L2) en lichte aanhangwagens (categorie O 1) worden gebruikt;

2.33.   „maximumdraagvermogen”: de toegelaten maximummassa die de band kan dragen.

Maximumsnelheid (km/h) (5)

Maximale belasting (%)

Snelheidscategoriesymbool V

Snelheidscategoriesymbool W (4)

210

100

100

220

95

100

230

90

100

240

85

100

250

(80) (3)

95

260

(75) (3)

85

270

(70) (3)

75

Voor snelheden tussen 270 km/h en de door de bandenfabrikant toegestane maximumsnelheid wordt lineaire interpolatie van het maximumdraagvermogen toegepast.

3.   OPSCHRIFTEN

3.1.

Luchtbanden die ter goedkeuring worden ingediend, dragen ten minste op één zijwand de volgende opschriften:

3.1.1.

de handelsnaam of het merk;

3.1.2.

de bandenmaataanduiding volgens de definitie in punt 2.16;

3.1.3.

een aanduiding van de structuur, op de volgende wijze:

3.1.3.1.

op diagonaalbanden: geen opschrift of de letter „D”;

3.1.3.2.

op diagonaalgordelbanden: de letter „B”, gevolgd door de velgdiameter en facultatief de woorden „BIAS-BELTED”;

3.1.3.3.

op radiaalbanden: de letter „R”, gevolgd door de velgdiameter en facultatief het woord „RADIAL”;

3.1.4.

een aanduiding van de snelheidscategorie van de band met het in punt 2.28.2 aangegeven symbool;

3.1.5.

de belastingsindex, zoals gedefinieerd in punt 2.26;

3.1.6.

indien de band is ontworpen om zonder binnenband te worden gebruikt: het woord „TUBELESS”;

3.1.7.

op versterkte banden: het woord „REINFORCED” of „REINF”;

3.1.8.

de fabricagedatum door middel van een groep van vier cijfers waarvan de eerste twee de week en de laatste twee het jaar van fabricage aangeven. Dit opschrift hoeft slechts op één zijwand te worden aangebracht;

3.1.9.

op winterbanden: de letters „M + S”, „M.S” of „M & S”. In plaats hiervan is ook het opschrift „DP” (voor Dual Purpose) toegestaan;

3.1.10.

op multiservice tyres: de letters „MST”;

3.1.11.

op bromfietsbanden: het woord „MOPED” (dan wel „CYCLOMOTEUR” of „CICLOMOTORE”);

3.1.12.

een aanduiding van de band/velgconfiguratie, wanneer deze afwijkt van de standaardconfiguratie, onmiddellijk na het in punt 2.16.3 bedoelde opschrift voor de velgdiameter.

In het geval van banden die bedoeld zijn voor velgen waarvan de diameter overeenkomt met code 13 (330 mm) of hoger luidt dit opschrift „M/C”. Dit voorschrift geldt niet voor de bandenmaten die vermeld zijn in de tabellen van bijlage 5;

3.1.13.

op banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h: de letter „V” of „Z”, al naargelang het geval (zie punt 2.33.3), vóór de aanduiding van de structuur (zie punt 3.1.3);

3.1.14.

op banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h (respectievelijk 270 km/h): tussen haakjes de aanduiding van de belastingsindex (zie punt 3.1.5) die van toepassing is bij een snelheid van 210 km/h (respectievelijk 240 km/h) en een referentiesymbool voor de snelheidscategorie (zie punt 3.1.4), op de volgende wijze:

„V” bij banden met de letter „V” in de maataanduiding;

„W” bij banden met de letter „Z” in de maataanduiding.

3.2.

Op de banden moet genoeg plaats zijn voor het in bijlage 2 aangegeven goedkeuringsmerk.

3.3.

In bijlage 3 wordt een voorbeeld gegeven van de opschriften op de band.

3.4.

De in punt 3.1 vermelde opschriften en het in punt 5.4 voorgeschreven goedkeuringsmerk worden in reliëf in of op de banden aangebracht. Zij moeten goed leesbaar zijn.

4.   GOEDKEURINGSAANVRAAG

4.1.

De goedkeuringsaanvraag voor een type luchtband wordt door de houder van de handelsnaam of het merk dan wel door zijn daartoe gemachtigde vertegenwoordiger ingediend. In de aanvraag worden de volgende gegevens vermeld:

4.1.1.

de bandenmaataanduiding volgens de definitie in punt 2.16;

4.1.2.

de handelsnaam of het merk;

4.1.3.

de gebruikscategorie (normaal, speciaal, winter of bromfiets);

4.1.4.

de structuur: diagonaal, diagonaalgordel of radiaal;

4.1.5.

de snelheidscategorie;

4.1.6.

de belastingsindex van de band;

4.1.7.

of de band met of zonder binnenband moet worden gebruikt;

4.1.8.

of de band „normaal” of „versterkt” is;

4.1.9.

het „ply-rating”-getal van banden voor afgeleiden van motorfietsen (zie tabel 5 van bijlage 5) (6);

4.1.10.

de totale afmetingen: totale sectiebreedte en totale diameter;

4.1.11.

de velgen waarop de band kan worden gemonteerd;

4.1.12.

de meetvelg en de testvelg;

4.1.13.

de test- en meetspanning;

4.1.14.

de waarde van de factor x, zoals bedoeld in punt 2.19;

4.1.15.

voor banden met de letter „V” in de maataanduiding die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h en voor banden met de letter „Z” in de maataanduiding die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 270 km/h: de door de bandenfabrikant toegestane maximumsnelheid en het bij die maximumsnelheid toegestane draagvermogen.

4.2.

De goedkeuringsaanvraag gaat vergezeld (alle in drievoud) van een schets of een representatieve foto van het loopvlakpatroon en een schets van de contour van de opgepompte band op de meetvelg, waarbij de belangrijkste maten van het ter goedkeuring ingediende type zijn vermeld (zie de punten 6.1.1 en 6.1.2). Ook gaat zij vergezeld van het testrapport van een erkend testlaboratorium of van één of twee exemplaren van het bandtype, naar keuze van de bevoegde instantie. Zodra de productie is aangevangen, en uiterlijk een jaar na de datum waarop de typegoedkeuring is verleend, worden tekeningen of foto’s van de zijwand en het loopvlak van de band ingediend.

4.3.

Wanneer een bandenfabrikant typegoedkeuring aanvraagt voor een assortiment banden, wordt het niet nodig geacht een belasting-/snelheidstest op elk type band van dat assortiment uit te voeren. Naar keuze van de goedkeuringsinstantie kan een „slechtste geval” worden geselecteerd.

5.   GOEDKEURING

5.1.

Als de ter goedkeuring krachtens dit reglement ingediende luchtband aan de voorschriften van punt 6 voldoet, wordt voor dat type band goedkeuring verleend.

5.2.

Aan elk goedgekeurd type wordt een goedkeuringsnummer toegekend. De eerste twee cijfers ervan (momenteel 00 voor het reglement in zijn oorspronkelijke vorm) geven de wijzigingenreeks aan met de recentste belangrijke technische wijzigingen van het reglement op de datum van goedkeuring. Dezelfde overeenkomstsluitende partij mag hetzelfde nummer niet toekennen aan een ander type luchtband.

5.3.

Van de goedkeuring of de uitbreiding, weigering of intrekking van de goedkeuring van een type luchtband krachtens dit reglement wordt aan de overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, mededeling gedaan door middel van een formulier volgens het model in bijlage 1.

5.3.1.

In het geval van banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h moeten de maximaal toegestane snelheid en het bijbehorende draagvermogen in punt 10 van bijlage 1 worden vermeld.

5.4.

Op elke luchtband die conform is met een type band waarvoor krachtens dit reglement goedkeuring is verleend, wordt behalve de in punt 3.1 voorgeschreven opschriften, op de in punt 3.2 bedoelde plaats duidelijk zichtbaar een internationaal goedkeuringsmerk aangebracht, bestaande uit:

5.4.1.

een cirkel met daarin de letter „E”, gevolgd door het nummer van het land dat de goedkeuring heeft verleend (7);

5.4.2.

het nummer van dit reglement, gevolgd door de letter „R”, een liggend streepje en het typegoedkeuringsnummer.

5.5.

Het goedkeuringsmerk wordt duidelijk en onuitwisbaar aangebracht.

5.6.

In bijlage 2 wordt een voorbeeld gegeven van de opstelling van het goedkeuringsmerk.

6.   VOORSCHRIFTEN

6.1.   Bandenmaten

6.1.1.   Sectiebreedte van een band

6.1.1.1.

De sectiebreedte wordt berekend met de volgende formule:

S = S1 + K (A – A1)

waarin:

S

de sectiebreedte in mm is, gemeten op de meetvelg;

S1

de nominale sectiebreedte in mm is, zoals aangegeven op de zijwand van de band in de voorgeschreven bandaanduiding;

A

de breedte van de meetvelg in mm is, zoals door de fabrikant aangegeven in de beschrijvende notitie;

A1

de breedte van de theoretische velg in mm is;

A1

gelijk is aan S1 vermenigvuldigd met de door de fabrikant aangegeven factor x;

K

de waarde 0,4 heeft.

6.1.1.2.

Voor de bandtypen waarvan de maataanduiding in de eerste kolom van de tabellen in bijlage 5 is opgenomen, mag echter de sectiebreedte worden gebruikt die naast de bandaanduiding in die tabellen is aangegeven.

6.1.2.   Buitendiameter van een band

6.1.2.1.

De buitendiameter van een band wordt berekend met de volgende formule:

D = d + 2H

waarin:

D

de buitendiameter in mm is;

d

het in punt 2.16.3 gedefinieerde conventionele getal in mm is;

H

de nominale sectiehoogte in mm is, die gelijk is aan:

H = S1 × 0,01 Ra

waarin:

S1

de nominale sectiebreedte in mm is, en

Ra

de nominale hoogte-breedteverhouding is,

alle gegevens zoals vermeld in de bandaanduiding op de zijwand van de band overeenkomstig het bepaalde in punt 3.4.

6.1.2.2.

Voor de bandtypen waarvan de maataanduiding in de eerste kolom van de tabellen in bijlage 5 is opgenomen, mag echter de buitendiameter worden gebruikt die naast de bandaanduiding in die tabellen is aangegeven.

6.1.3.   Meetmethode voor luchtbanden

De afmetingen van luchtbanden worden gemeten volgens de procedure in bijlage 6.

6.1.4.   Specificaties voor de sectiebreedte van banden

6.1.4.1.

De totale breedte van de band mag kleiner zijn dan de sectiebreedte S die overeenkomstig punt 6.1.1 is bepaald.

6.1.4.2.

De totale breedte mag deze waarde overschrijden met de waarde die vermeld is in bijlage 5, of voor maten die niet in bijlage 5 zijn opgenomen met de volgende percentages:

6.1.4.2.1.

voor normale en winterbanden:

a)

velgdiametercode 13 en hoger: + 10 %;

b)

velgdiametercode 12 en lager: + 8 %;

6.1.4.2.2.

voor speciale banden die geschikt zijn voor beperkt gebruik op de weg en het opschrift MST dragen: 25 %.

6.1.5.   Specificaties voor de buitendiameter van banden

6.1.5.1.

De buitendiameter van de band moet liggen tussen de waarden Dmin en Dmax zoals vermeld in bijlage 5.

6.1.5.2.

Voor maten die niet in bijlage 5 zijn opgenomen, moet de buitendiameter van de band liggen tussen de waarden Dmin en Dmax zoals berekend met de volgende formules:

 

Dmin = d + (2H × a)

 

Dmax = d + (2H × b)

waarin:

H en d overeenkomen met de definities in punt 6.1.2.1 en a en b respectievelijk gespecificeerd zijn in de punten 6.1.5.2.1 en 6.1.5.2.2.

6.1.5.2.1.

Banden voor normaal gebruik op de openbare weg en winterbanden a

Velgdiametercode 13 en hoger

:

0,97

Velgdiametercode 12 en lager

:

0,93

Banden voor speciaal gebruik

:

1,00

6.1.5.2.2.

Banden voor normaal gebruik op de openbare weg b

Velgdiametercode 13 en hoger

:

1,07

Velgdiametercode 12 en lager

:

1,10

Winterbanden en banden voor speciaal gebruik

:

1,12

6.2.   Belasting-/snelheidstest

6.2.1.

De luchtband ondergaat een belasting-/snelheidstest volgens de in bijlage 7 beschreven procedure.

6.2.1.1.

Wanneer een aanvraag wordt ingediend voor banden met de letter V in de maataanduiding die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h of voor banden met de letter „Z” in de maataanduiding die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 270 km/h (zie punt 4.1.15), wordt bovengenoemde belasting-/snelheidstest op één band uitgevoerd bij de tussen haakjes op de band vermelde belasting en snelheid (zie punt 3.1.14). Een andere belasting-/snelheidstest wordt op een tweede band van hetzelfde type uitgevoerd bij de in voorkomend geval door de bandenfabrikant aangegeven maximumbelasting en -snelheid (zie punt 4.1.15).

6.2.2.

Een band wordt geacht de belasting-/snelheidstest te hebben doorstaan als er geen separatie van het loopvlak, de koordlagen of de koorden heeft plaatsgevonden, als het loopvlak niet is afgescheurd en als er geen koorden zijn gebroken.

6.2.3.

Bij een meting die ten minste zes uur na de belasting-/snelheidstest plaatsvindt, mag de buitendiameter van de band niet meer dan ± 3,5 % afwijken van de vóór de test gemeten buitendiameter.

6.2.4.

De aan het eind van de belasting-/snelheidstest gemeten totale breedte van de band mag niet hoger zijn dan de overeenkomstig punt 6.1.4.2 bepaalde waarde.

6.3.   Dynamische expansie van banden

De in bijlage 9, punt 1.1, bedoelde banden die de belasting-/snelheidstest overeenkomstig punt 6.2 hebben doorstaan, worden onderworpen aan een dynamische-expansietest volgens de in die bijlage beschreven procedure.

7.   WIJZIGINGEN VAN HET TYPE LUCHTBAND EN UITBREIDING VAN DE GOEDKEURING

7.1.

Elke wijziging van het type luchtband wordt meegedeeld aan de administratieve instantie die het type luchtband heeft goedgekeurd. Deze instantie kan dan:

7.1.1.

oordelen dat de wijzigingen waarschijnlijk geen noemenswaardig nadelig effect zullen hebben en dat de luchtband in ieder geval nog steeds aan de voorschriften voldoet, of

7.1.2.

de voor de uitvoering van de tests verantwoordelijke technische dienst om een aanvullend testrapport verzoeken.

7.1.3.

Een wijziging van het loopvlakpatroon van een band betekent niet dat de in punt 6.2 beschreven test opnieuw moet worden uitgevoerd.

7.1.4.

Uitbreidingen van goedkeuring voor banden met de letter „V” in de maataanduiding die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h (of voor banden met de letter „Z” in de maataanduiding die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 270 km/h) met het oog op certificering voor verschillende maximumsnelheden en/of belastingen, zijn toegestaan op voorwaarde dat de voor de uitvoering van de tests verantwoordelijke technische dienst een nieuw testrapport voor de nieuwe maximumsnelheid en het nieuwe draagvermogen indient.

De nieuwe maximale belasting en snelheid moeten in punt 9 van bijlage 1 worden vermeld.

7.2.

De overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, worden volgens de procedure van punt 5.3 in kennis gesteld van de bevestiging of weigering van de goedkeuring, waarbij de wijzigingen worden meegedeeld.

7.3.

De bevoegde instantie die de goedkeuring uitbreidt, kent een volgnummer toe aan elk mededelingenformulier dat voor een dergelijke uitbreiding wordt opgesteld.

8.   CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE

Voor de controle van de conformiteit van de productie gelden de procedures van aanhangsel 2 van de overeenkomst (E/ECE/324-E/ECE/TRANS/505/Rev.2), met inachtneming van de volgende voorschriften:

8.1.

Krachtens dit reglement goedgekeurde banden moeten zodanig zijn vervaardigd dat zij conform zijn met het goedgekeurde type en aan de voorschriften van punt 6 voldoen.

8.2.

De instantie die de typegoedkeuring heeft verleend, kan op elk tijdstip de in elke productie-eenheid toegepaste methoden voor de controle van de conformiteit verifiëren. Voor elke productie-eenheid vinden deze verificaties gewoonlijk om de twee jaar plaats.

9.   SANCTIES BIJ NIET-CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE

9.1.

De krachtens dit reglement verleende goedkeuring voor een type luchtband kan worden ingetrokken indien niet aan de voorschriften van punt 8.1 is voldaan of indien de uit de serie genomen banden de in dat punt voorgeschreven tests niet hebben doorstaan.

9.2.

Indien een overeenkomstsluitende partij die dit reglement toepast een eerder verleende goedkeuring intrekt, stelt zij de andere overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen daarvan onmiddellijk in kennis door middel van een mededelingenformulier volgens het model in bijlage 1.

10.   DEFINITIEVE STOPZETTING VAN DE PRODUCTIE

Indien de houder van de goedkeuring de productie van een krachtens dit reglement goedgekeurd type luchtband definitief stopzet, stelt hij de instantie die de goedkeuring heeft verleend daarvan in kennis. Zodra deze instantie de kennisgeving heeft ontvangen, stelt zij de andere partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit reglement toepassen, daarvan in kennis door middel van een mededelingenformulier volgens het model in bijlage 1.

11.   NAAM EN ADRES VAN DE VOOR DE UITVOERING VAN DE GOEDKEURINGSTESTS VERANTWOORDELIJKE TECHNISCHE DIENSTEN EN VAN DE ADMINISTRATIEVE INSTANTIES

11.1.

De overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, delen het secretariaat van de Verenigde Naties de naam en het adres mee van de technische diensten die voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijk zijn en van de administratieve instanties die de goedkeuring verlenen en waaraan de in andere landen afgegeven certificaten betreffende de goedkeuring of de uitbreiding, weigering of intrekking van de goedkeuring moeten worden toegezonden.

11.2.

De overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, kunnen gebruikmaken van laboratoria van bandenfabrikanten en kunnen die welke zich op hun grondgebied of op dat van een andere overeenkomstsluitende partij bevinden, aanwijzen als erkende testlaboratoria mits de bevoegde administratieve instantie van die partij daar van tevoren mee instemt.

11.3.

Wanneer een overeenkomstsluitende partij punt 11.2 toepast, kan zij zich bij de tests desgewenst door een of meer door haar gekozen personen laten vertegenwoordigen.


(1)  Ook van toepassing op Reglement nr. 54.

(2)  Zie de verklarende figuur in het aanhangsel.

(3)  Alleen van toepassing op banden met de letter V in de maataanduiding, tot de door de bandenfabrikant opgegeven maximumsnelheid.

(4)  Ook van toepassing op banden met de letter „Z” in de maataanduiding.

(5)  Voor tussenliggende snelheden is lineaire interpolatie van het maximumdraagvermogen toegestaan.

(6)  Vanaf de datum van inwerkingtreding van supplement 8 op dit reglement worden voor deze banden geen nieuwe goedkeuringen krachtens Reglement nr. 75 verleend. Deze bandenmaten zijn nu opgenomen in Reglement nr. 54.

(7)  1 voor Duitsland, 2 voor Frankrijk, 3 voor Italië, 4 voor Nederland, 5 voor Zweden, 6 voor België, 7 voor Hongarije, 8 voor Tsjechië, 9 voor Spanje, 10 voor Servië, 11 voor het Verenigd Koninkrijk, 12 voor Oostenrijk, 13 voor Luxemburg, 14 voor Zwitserland, 15 (niet gebruikt), 16 voor Noorwegen, 17 voor Finland, 18 voor Denemarken, 19 voor Roemenië, 20 voor Polen, 21 voor Portugal, 22 voor de Russische Federatie, 23 voor Griekenland, 24 voor Ierland, 25 voor Kroatië, 26 voor Slovenië, 27 voor Slowakije, 28 voor Wit-Rusland, 29 voor Estland, 30 (niet gebruikt), 31 voor Bosnië en Herzegovina, 32 voor Letland, 33 (niet gebruikt), 34 voor Bulgarije, 35 (niet gebruikt), 36 voor Litouwen, 37 voor Turkije, 38 (niet gebruikt), 39 voor Azerbeidzjan, 40 voor de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, 41 (niet gebruikt), 42 voor de Europese Unie (goedkeuring wordt verleend door de lidstaten door middel van hun respectieve ECE-symbool), 43 voor Japan, 44 (niet gebruikt), 45 voor Australië, 46 voor Oekraïne, 47 voor Zuid-Afrika, 48 voor Nieuw-Zeeland, 49 voor Cyprus, 50 voor Malta, 51 voor de Republiek Korea, 52 voor Maleisië, 53 voor Thailand, 54 en 55 (niet gebruikt), 56 voor Montenegro, 57 (niet gebruikt) en 58 voor Tunesië. De daaropvolgende nummers zullen worden toegekend aan andere landen in de chronologische volgorde waarin zij de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen ratificeren of tot deze overeenkomst toetreden. De aldus toegekende nummers zullen door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties aan de overeenkomstsluitende partijen worden meegedeeld.


Aanhangsel

VERKLARENDE FIGUUR

(zie punt 2 van het reglement)

Image


BIJLAGE 1

MEDEDELING

(maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

Image


BIJLAGE 2

OPSTELLING VAN HET GOEDKEURINGSMERK

Image


BIJLAGE 3

PLAATSING VAN DE OPSCHRIFTEN OP DE BAND

Voorbeeld van de verplichte opschriften voor bandtypen die na de inwerkingtreding van dit reglement in de handel worden gebracht

Image

Deze opschriften betekenen dat het een luchtband betreft:

met nominale sectiebreedte 100,

met nominale hoogte-breedteverhouding 80,

met diagonaalgordelstructuur,

met een nominale velgdiameter van 457 mm (code 18),

met een draagvermogen van 206 kg (belastingsindex 53 in bijlage 4),

van snelheidscategorie S (maximumsnelheid 180 km/h),

voor montage zonder binnenband („tubeless”),

die een winterband is die in de vijfentwintigste week van het jaar 2003 is vervaardigd.

De opschriften die samen de bandaanduiding vormen, worden aangebracht op de volgende plaats en in de onderstaande volgorde:

a)

de maataanduiding, bestaande uit de nominale sectiebreedte, de nominale hoogte-breedteverhouding, het symbool van het structuurtype (in voorkomend geval) en de nominale velgdiameter, wordt gegroepeerd zoals in bovenstaand voorbeeld: 100/80Bl8;

b)

de belastingsindex en het snelheidscategoriesymbool worden samen dicht bij de maataanduiding aangebracht. Zij mogen erna, erboven of eronder worden geplaatst;

c)

de opschriften „TUBELESS” en „REINFORCED” of „REINF” en „M + S” en „MST” en/of „MOPED” (dan wel „CYCLOMOTEUR” of „CICLOMOTORE”) mogen op enige afstand van het maataanduidingssymbool worden aangebracht;

d)

bij banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h wordt de letter „V” of „Z”, naargelang het geval, vóór de aanduiding van de structuur aangebracht (bijv. 140/60ZR18). De referentiebelastingsindex en het snelheidscategoriesymbool worden in voorkomend geval tussen haakjes geplaatst (zie punt 3.1.14).


BIJLAGE 4

VERBAND TUSSEN DE BELASTINGSINDEX EN DE MAXIMUMMASSA

A

=

Belastingsindex

B

=

Overeenkomstige maximummassa (kg)


A

B

16

71

17

73

18

75

19

77,5

20

80

21

82,5

22

85

23

87,5

24

90

25

92,5

26

95

27

97

28

100

29

103

30

106

31

109

32

112

33

115

34

118

35

121

36

125

37

128

38

132

39

136

40

140

41

145

42

150

43

155

44

160

45

165

46

170

47

175

48

180

49

185

50

190

51

195

52

200

53

206

54

212

55

218

56

224

57

230

58

236

59

243

60

250

61

257

62

265

63

272

64

280

65

290

66

300

67

307

68

315

69

325

70

335

71

345

72

355

73

365

74

375

75

387

76

400

77

412

78

425

79

437

80

450

81

462

82

475

83

487

84

500

85

515

86

530

87

545

88

560

89

580

90

600


BIJLAGE 5

MAATAANDUIDING EN AFMETINGEN VAN BANDEN

Tabel 1

Banden voor motorfietsen

Maten met velgdiametercode 12 en lager

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax

 

 

2.50 – 8

 

328

338

352

 

 

2.50 – 9

 

354

364

378

 

 

2.50 – 10

1.50

379

389

403

65

70

2.50 – 12

 

430

440

451

 

 

2.75 – 8

 

338

348

363

 

 

2.75 – 9

1.75

364

374

383

71

77

2.75 – 10

 

389

399

408

 

 

2.75 – 12

 

440

450

462

 

 

3.00 – 4

 

241

251

264

 

 

3.00 – 5

 

266

276

291

 

 

3.00 – 6

 

291

301

314

 

 

3.00 – 7

 

317

327

342

 

 

3.00 – 8

2.10

352

362

378

80

86

3.00 – 9

 

378

388

401

 

 

3.00 – 10

 

403

413

422

 

 

3.00 – 12

 

454

464

473

 

 

3.25 – 8

 

362

372

386

 

 

3.25 – 9

 

388

398

412

 

 

3.25 – 10

2.50

414

424

441

88

95

3.25 – 12

 

465

475

492

 

 

3.50 – 4

 

264

274

291

 

 

3.50 – 5

 

289

299

316

 

 

3.50 – 6

 

314

324

341

 

 

3.50 – 7

2.50

340

350

367

92

99

3.50 – 8

 

376

386

397

 

 

3.50 – 9

 

402

412

430

 

 

3.50 – 10

 

427

437

448

 

 

3.50 – 12

 

478

488

506

 

 

4.00 – 5

 

314

326

346

 

 

4.00 – 6

 

339

351

368

 

 

4.00 – 7

2.50

365

377

394

105

113

4.00 – 8

 

401

415

427

 

 

4.00 – 10

 

452

466

478

 

 

4,00 – 12

 

505

517

538

 

 

4.50 – 6

 

364

376

398

 

 

4.50 – 7

 

390

402

424

 

 

4.50 – 8

 

430

442

464

 

 

4.50 – 9

3.00

456

468

490

120

130

4.50 – 10

 

481

493

515

 

 

4.50 – 12

 

532

544

568

 

 

5.00 – 8

 

453

465

481

 

 

5.00 – 10

3.50

504

516

532

134

145

5.00 – 12

 

555

567

583

 

 

6.00 – 6

4.00

424

436

464

 

 

6.00 – 7

 

450

462

490

154

166

6.00 – 8

 

494

506

534

 

 

6,00 – 9

 

520

532

562

 

 


Tabel 1a

Banden voor bromfietsen

Maten met velgdiametercode 12 en lager

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm) (1)

 

 

Dmin

D

Dmax (1)

 

 

2 – 12

1.35

413

417

426

55

59

2 – 1/2 – 12

1.50

425

431

441

62

67

2 – 1/2 – 8

1.75

339

345

356

70

76

2 – 1/2 – 9

1.75

365

371

382

70

76

2 – 3/4 – 9

1.75

375

381

393

73

79

3 – 10

2.10

412

418

431

84

91

3 – 12

2.10

463

469

482

84

91


Tabel 2

Banden voor motorfietsen

Normale sectiemaat

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax (2)

Dmax (3)

 

 (2)

 (3)

1 3/4 – 19

1.20

582

589

597

605

50

54

58

2 – 14

 

461

468

477

484

 

 

 

2 – 15

 

486

493

501

509

 

 

 

2 – 16

 

511

518

526

534

 

 

 

2 – 17

 

537

544

552

560

 

 

 

2 – 18

1.35

562

569

577

585

55

58

63

2 – 19

 

588

595

603

611

 

 

 

2 – 20

 

613

620

628

636

 

 

 

2 – 21

 

638

645

653

661

 

 

 

2 – 22

 

663

670

680

686

 

 

 

2 1/4 – 14

 

474

482

492

500

 

 

 

2 1/4 – 15

 

499

507

517

525

 

 

 

2 1/4 – 16

 

524

532

540

550

 

 

 

2 1/4 – 17

 

550

558

566

576

 

 

 

2 1/4 – 18

1.50

575

583

591

601

62

66

71

2 1/4 – 19

 

601

609

617

627

 

 

 

2 1/4 – 20

 

626

634

642

652

 

 

 

2 1/4 – 21

 

651

659

667

677

 

 

 

2 1/4 – 22

 

677

685

695

703

 

 

 

2 1/2 – 14

 

489

498

508

520

 

 

 

2 1/2 – 15

 

514

523

533

545

 

 

 

2 1/2 – 16

 

539

548

558

570

 

 

 

2 1/2 – 17

 

565

574

584

596

 

 

 

2 1/2 – 18

1.60

590

599

609

621

68

72

78

2 1/2 – 19

 

616

625

635

647

 

 

 

2 1/2 – 20

 

641

650

660

672

 

 

 

2 1/2 – 21

 

666

675

685

697

 

 

 

2 1/2 – 22

 

692

701

711

723

 

 

 

2 3/4 – 14

 

499

508

518

530

 

 

 

2 3/4 – 15

 

524

533

545

555

 

 

 

2 3/4 – 16

 

549

558

568

580

 

 

 

2 3/4 – 17

 

575

584

594

606

 

 

 

2 3/4 – 18

1.85

600

609

621

631

75

80

86

2 3/4 – 19

 

626

635

645

657

 

 

 

2 3/4 – 20

 

651

660

670

682

 

 

 

2 3/4 – 21

 

676

685

695

707

 

 

 

2 3/4 – 22

 

702

711

721

733

 

 

 

3 – 16

 

560

570

582

594

 

 

 

3 – 17

 

586

596

608

620

 

 

 

3 – 18

1.85

611

621

633

645

81

86

93

3 – 19

 

637

647

659

671

 

 

 

3 1/4 – 16

 

575

586

598

614

 

 

 

3 1/4 – 17

 

601

612

624

640

 

 

 

3 1/4 – 18

2.15

626

637

651

665

89

94

102

3 1/4 – 19

 

652

663

675

691

 

 

 


Tabel 3

Banden voor motorfietsen

Normale sectiematen

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax (4)

Dmax (5)

 

 (6)

 (7)

 (8)

2.00 – 14

 

460

466

478

 

 

 

 

 

2.00 – 15

 

485

491

503

 

 

 

 

 

2.00 – 16

 

510

516

528

 

 

 

 

 

2.00 – 17

1.20

536

542

554

 

52

57

60

65

2.00 – 18

 

561

567

579

 

 

 

 

 

2.00 – 19

 

587

593

605

 

 

 

 

 

2.25 – 14

 

474

480

492

496

 

 

 

 

2.25 – 15

 

499

505

517

521

 

 

 

 

2.25 – 16

 

524

530

542

546

 

 

 

 

2.25 – 17

1.60

550

556

568

572

61

67

70

75

2.25 – 18

 

575

581

593

597

 

 

 

 

2.25 – 19

 

601

607

619

623

 

 

 

 

2.50 – 14

 

486

492

506

508

 

 

 

 

2.50 – 15

 

511

517

531

533

 

 

 

 

2.50 – 16

 

536

542

556

558

 

 

 

 

2.50 – 17

1.60

562

568

582

584

65

72

75

79

2.50 – 18

 

587

593

607

609

 

 

 

 

2.50 – 19

 

613

619

633

635

 

 

 

 

2.50 – 21

 

663

669

683

685

 

 

 

 

2.75 – 14

 

505

512

524

530

 

 

 

 

2.75 – 15

 

530

537

549

555

 

 

 

 

2.75 – 16

 

555

562

574

580

 

 

 

 

2.75 – 17

1.85

581

588

600

606

75

83

86

91

2.75 – 18

 

606

613

625

631

 

 

 

 

2.75 – 19

 

632

639

651

657

 

 

 

 

2.75 – 21

 

682

689

701

707

 

 

 

 

3.00 – 14

 

519

526

540

546

 

 

 

 

3.00 – 15

 

546

551

565

571

 

 

 

 

3.00 – 16

 

569

576

590

596

 

 

 

 

3.00 – 17

1.85

595

602

616

622

80

88

92

97

3.00 – 18

 

618

627

641

647

 

 

 

 

3.00 – 19

 

644

653

667

673

 

 

 

 

3.00 – 21

 

694

703

717

723

 

 

 

 

3.00 – 23

 

747

754

768

774

 

 

 

 

3.25 – 14

 

531

538

552

560

 

 

 

 

3.25 – 15

 

556

563

577

585

 

 

 

 

3.25 – 16

 

581

588

602

610

 

 

 

 

3.25 – 17

2.15

607

614

628

636

89

98

102

108

3.25 – 18

 

630

639

653

661

 

 

 

 

3.25 – 19

 

656

665

679

687

 

 

 

 

3.25 – 21

 

708

715

729

737

 

 

 

 

3.50 – 14

 

539

548

564

572

 

 

 

 

3.50 – 15

 

564

573

589

597

 

 

 

 

3.50 – 16

 

591

598

614

622

 

 

 

 

3.50 – 17

2.15

617

624

640

648

93

102

107

113

3.50 – 18

 

640

649

665

673

 

 

 

 

3.50 – 19

 

666

675

691

699

 

 

 

 

3.50 – 21

 

716

725

741

749

 

 

 

 

3.75 – 16

 

601

610

626

634

 

 

 

 

3.75 – 17

 

627

636

652

660

 

 

 

 

3.75 – 18

2.15

652

661

677

685

99

109

114

121

3.75 – 19

 

678

687

703

711

 

 

 

 

4.00 – 16

 

611

620

638

646

 

 

 

 

4.00 – 17

 

637

646

664

672

 

 

 

 

4.00 – 18

2.50

662

671

689

697

108

119

124

130

4.00 – 19

 

688

697

715

723

 

 

 

 

4.25 – 16

 

623

632

650

660

 

 

 

 

4.25 – 17

 

649

658

676

686

 

 

 

 

4.25 – 18

2.50

674

683

701

711

112

123

129

137

4.25 – 19

 

700

709

727

737

 

 

 

 

4.50 – 16

 

631

640

658

668

 

 

 

 

4.50 – 17

 

657

666

684

694

 

 

 

 

4.50 – 18

2.75

684

691

709

719

123

135

141

142

4.50 – 19

 

707

717

734

745

 

 

 

 

5.00 – 16

 

657

666

686

698

 

 

 

 

5.00 – 17

 

683

692

710

724

 

 

 

 

5.00 – 18

3.00

708

717

735

749

129

142

148

157

5.00 – 19

 

734

743

761

775

 

 

 

 


Tabel 4

Banden voor motorfietsen

Kleine sectiematen

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax (9)

Dmax (10)

 

 (11)

 (12)

 (13)

3.60 – 18

 

605

615

628

633

 

 

 

 

 

2.15

 

 

 

 

93

102

108

113

3.60 – 19

 

631

641

653

658

 

 

 

 

4.10 – 18

 

629

641

654

663

 

 

 

 

 

2.50

 

 

 

 

108

119

124

130

4.10 – 19

 

655

667

679

688

 

 

 

 

5.10 – 16

 

615

625

643

651

 

 

 

 

5.10 – 17

3.00

641

651

670

677

129

142

150

157

5.10 – 18

 

666

676

694

702

 

 

 

 

4.25/85 – 18

2.50

649

659

673

683

112

123

129

137

4.60 – 16

 

594

604

619

628

 

 

 

 

4.60 – 17

2.75

619

630

642

654

117

129

136

142

4.60 – 18

 

644

654

670

678

 

 

 

 

6.10 – 16

4.00

646

658

678

688

168

185

195

203


Tabel 5

Banden voor afgeleiden van motorfietsen  (14)

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax

 

 

3.00 – 8C

 

359

369

379

 

 

3.00 – 10C

2.10

410

420

430

80

86

3.00 – 12C

 

459

471

479

 

 

3.50 – 8C

 

376

386

401

 

 

3.50 – 10C

2.50

427

437

452

92

99

3.50 – 12C

 

478

488

503

 

 

4.00 – 8C

 

405

415

427

 

 

4.00 – 10C

3.00

456

466

478

108

117

4.00 – 12C

 

507

517

529

 

 

4.50 – 8C

 

429

439

453

 

 

4.50 – 10C

3.50

480

490

504

125

135

4.50 – 12C

 

531

541

555

 

 

5.00 – 8C

 

455

465

481

 

 

5.00 – 10C

3.50

506

516

532

134

145

5.00 – 12C

 

555

567

581

 

 


Tabel 6

Motorfietsbanden

Maten met lage spanning

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax

 

 

5.4 – 10

 

474

481

487

 

 

5.4 – 12

 

525

532

547

 

 

5.4 – 14

4.00

575

582

598

135

143

5.4 – 16

 

626

633

649

 

 

6.7 – 10

 

532

541

561

 

 

6.7 – 12

5.00

583

592

612

170

180

6.7 – 14

 

633

642

662

 

 


Tabel 7

Motorfietsbanden

Maten en afmetingen van Amerikaanse banden

Bandenmaat

Meetvelgbreedte

(code)

Totale diameter

(mm)

Sectiebreedte

(mm)

Maximale totale breedte

(mm)

 

 

Dmin

D

Dmax

 

 

MH90 – 21

1.85

682

686

700

80

89

MJ90 - 18

2.15

620

625

640

 

 

 

 

 

 

 

89

99

MJ90 - 19

2.15

645

650

665

 

 

ML90 - 18

2.15

629

634

650

 

 

 

 

 

 

 

93

103

ML90 - 19

2.15

654

659

675

 

 

MM90 - 19

2.15

663

669

685

95

106

MN90 - 18

2.15

656

662

681

104

116

MP90 - 18

2.15

667

673

692

108

120

MR90 - 18

2.15

680

687

708

114

127

MS90 - 17

2.50

660

667

688

121

134

MT90 -16

3.00

642

650

672

 

 

 

 

 

 

 

130

144

MT90 - 17

3.00

668

675

697

 

 

MU90 - 15M/C

3.50

634

642

665

 

 

 

 

 

 

 

142

158

MU90 - 16

3.50

659

667

690

 

 

MV90 - 15M/C

3.50

643

651

675

150

172

MP85 - 18

2.15

654

660

679

108

120

MR85 - 16

2.15

617

623

643

114

127

MS85 - 18

2.50

675

682

702

121

134

MT85 - 18

3.00

681

688

709

130

144

MU85 16M/C

3.50

650

658

681

142

158

MV85 - 15M/C

3.50

627

635

658

150

172


(1)  Normaal gebruik op de (openbare) weg.

(2)  Normaal gebruik op de openbare weg.

(3)  Banden voor speciaal gebruik en winterbanden.

(4)  Banden voor normaal gebruik op de openbare weg.

(5)  Banden voor speciaal gebruik en winterbanden.

(6)  Banden voor normaal gebruik op de openbare weg tot en met snelheidscategorie P.

(7)  Banden voor normaal gebruik op de weg boven snelheidscategorie P en winterbanden.

(8)  Banden voor speciaal gebruik.

(9)  Banden voor normaal gebruik op de openbare weg.

(10)  Banden voor speciaal gebruik en winterbanden.

(11)  Banden voor normaal gebruik op de openbare weg tot en met snelheidscategorie P.

(12)  Banden voor normaal gebruik op de weg boven snelheidscategorie P en winterbanden.

(13)  Banden voor speciaal gebruik.

(14)  Vanaf de datum van inwerkingtreding van supplement 8 op dit reglement worden geen nieuwe goedkeuringen voor deze banden verleend krachtens Reglement nr. 75. Deze bandenmaten zijn nu opgenomen in Reglement nr. 54, bijlage 5, deel I, tabel A.


BIJLAGE 6

MEETMETHODE VOOR LUCHTBANDEN

1.

De band wordt gemonteerd op de door de fabrikant overeenkomstig punt 4.1.12 van dit reglement gespecificeerde meetvelg en opgepompt tot een door de fabrikant gespecificeerde spanning.

Bij wijze van alternatief kan ook de volgende bandenspanning worden gebruikt:

Uitvoering van de band

Snelheidscategorie

Spanning

 

 

bar

kPa

Standaard

F, G, J, K, L, M, N, P, Q, R, S

2,25

225

T, U, H, V, W

2,80

280

Versterkt

F t/m P

 

 

 

Q, R, S, T, U, H, V

3,30

330

Afgeleiden van motorfietsen (1)

4PR

F t/m M

3,50

350

 

6PR

4,00

400

 

8PR

4,50

450

Bromfiets

Standaard

B

2,25

225

Versterkt

B

2,80

280

Andere uitvoeringen van de band moeten tot de door de bandenfabrikant aangegeven spanning worden opgepompt.

2.

Laat de op de velg gemonteerde band zich gedurende ten minste 24 uur aan de omgevingstemperatuur van het laboratorium aanpassen.

3.

De spanning wordt bijgesteld tot de in punt 1 aangegeven waarde.

4.

Met een schuifmaat wordt op zes gelijkmatig verspreide punten de totale breedte gemeten, rekening houdend met de dikte van de stootranden. De totale breedte is de grootste gemeten waarde.

5.

De buitendiameter wordt bepaald door de grootste omtrek te meten en dit cijfer te delen door π (3,1416).


(1)  Vanaf de datum van inwerkingtreding van supplement 8 op dit reglement worden geen nieuwe goedkeuringen voor deze banden verleend krachtens Reglement nr. 75. Deze bandenmaten zijn nu opgenomen in Reglement nr. 54.


BIJLAGE 7

PROCEDURE VOOR BELASTING-/SNELHEIDSTESTS

1.   VOORBEREIDING VAN DE BAND

1.1.

Monteer een nieuwe band op de door de fabrikant overeenkomstig punt 4.1.12 van dit reglement gespecificeerde testvelg.

1.2.

Pomp de band op tot de in onderstaande tabel aangegeven spanning:

Testspanning (bar)

Bandenmaat

Snelheidscategorie

Spanning

bar

kPa

Standaard

F, G, J, K

2,50

250

L, M, N, P

2,50

250

Q, R, S

3,00

300

T, U, H, V

3,50

350

Versterkt

F, G, J, K, L, M, N, P

3,30

330

Q, R, S, T, U, H, V

3,90

390

Afgeleiden van motorfietsen (1)

4PR

F, G, J, K, L, M

3,70

370

6PR

4,50

450

8PR

5,20

520

Bromfiets

Standaard

B

2,50

250

Versterkt

B

3,00

300

Voor snelheden hoger dan 240 km/h bedraagt de testspanning 3,20 bar (320 kPa).

Andere typen banden moeten tot de door de fabrikant aangegeven spanning worden opgepompt.

1.3.

De fabrikant kan met opgave van redenen verzoeken andere testspanningen te mogen gebruiken dan die in punt 1.2. In dat geval wordt de band tot die spanning opgepompt.

1.4.

Laat de band/wielcombinatie zich gedurende ten minste drie uur aan de temperatuur van de testruimte aanpassen.

1.5.

Stel de bandenspanning bij tot de in punt 1.2 of 1.3 aangegeven waarde.

2.   TESTPROCEDURE

2.1.

Monteer de band/wielcombinatie op de testas en druk het geheel aan tegen de buitenkant van een gladde testtrommel met een diameter van 1,70 m ± 1 % of van 2,0 m ± 1 %.

2.2.

Breng op de testas een belasting aan die gelijk is aan 65 % van:

2.2.1.

het maximumdraagvermogen dat overeenkomt met de belastingsindex in het geval van banden met snelheidssymbool „H” of lager;

2.2.2.

het maximumdraagvermogen dat overeenkomt met een maximumsnelheid van 240 km/h in het geval van banden met snelheidssymbool „V” (zie punt 2.33.3 van dit reglement);

2.2.3.

het maximumdraagvermogen dat overeenkomt met een maximumsnelheid van 270 km/h in het geval van banden met snelheidssymbool „W” (zie punt 2.33.3 van dit reglement);

2.2.4.

het maximumdraagvermogen dat overeenkomt met de door de bandenfabrikant opgegeven maximumsnelheid in het geval van banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h (dan wel 270 km/h) (zie punt 6.2.1.1).

2.2.5.

Voor bromfietsbanden (snelheidscategoriesymbool „B”) bedraagt de testbelasting 65 % op een testtrommel met een diameter van 1,7 m en 67 % op een testtrommel met een diameter van 2,0 m.

2.3.

Tijdens de test mag de bandenspanning niet worden gecorrigeerd en moet de testbelasting constant blijven.

2.4.

Tijdens de test moet de temperatuur in de testruimte tussen 20 en 30 °C worden gehouden of op een hogere temperatuur als de fabrikant daarmee instemt.

2.5.

De test wordt zonder onderbreking volgens de volgende procedure uitgevoerd.

2.5.1.

Binnen twintig minuten wordt de snelheid van nul tot de initiële testsnelheid opgevoerd.

2.5.2.

Initiële testsnelheid: 30 km/h lager dan de snelheid die overeenkomt met het snelheidscategoriesymbool op de band (zie punt 2.28.2 van dit reglement) als de testtrommel een diameter van 2,0 m heeft, of 40 km/h lager dan die snelheid als de testtrommel een diameter van 1,7 m heeft.

2.5.2.1.

Voor banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h met de letter V in de maataanduiding (of voor banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 270 km/h met de letter Z in de maataanduiding) wordt in de tweede test uitgegaan van de door de bandenfabrikant opgegeven maximumsnelheid (zie punt 4.1.15 van dit reglement).

2.5.3.

Snelheidsintervallen van 10 km/h.

2.5.4.

Duur van de test voor elk snelheidsniveau: 10 minuten.

2.5.5.

Totale duur van de test: 1 uur.

2.5.6.

Maximumtestsnelheid: als de testtrommel een diameter van 2,0 m heeft: de nominale maximumsnelheid van het type band; als de testtrommel een diameter van 1,7 m heeft: 10 km/h lager dan de nominale maximumsnelheid van het type band.

2.5.7.

Voor bromfietsbanden (snelheidscategoriesymbool „B”) bedraagt de testsnelheid 50 km/h, wordt de snelheid binnen 10 minuten van 0 tot 50 km/h opgevoerd, bedraagt de duur van het snelheidsniveau 30 minuten en de totale duur van de test 40 minuten.

2.6.

Indien echter een tweede test wordt uitgevoerd om de topprestaties te beoordelen van banden die geschikt zijn voor snelheden hoger dan 240 km/h, wordt de volgende procedure gevolgd.

2.6.1.

Binnen twintig minuten wordt de snelheid van nul tot de initiële testsnelheid opgevoerd.

2.6.2.

De initiële testsnelheid wordt twintig minuten aangehouden.

2.6.3.

De snelheid wordt in tien minuten tot de maximumsnelheid van de test opgevoerd.

2.6.4.

De maximumsnelheid van de test wordt vijf minuten aangehouden.

3.   GELIJKWAARDIGE TESTS

Indien een andere dan de hierboven beschreven test wordt uitgevoerd, moet de gelijkwaardigheid ervan worden aangetoond.


(1)  Vanaf de datum van inwerkingtreding van supplement 8 op dit reglement worden geen nieuwe goedkeuringen voor deze banden verleend krachtens Reglement nr. 75. Deze bandenmaten zijn nu opgenomen in Reglement nr. 54.


BIJLAGE 8

DRAAGVERMOGEN VAN DE BAND BIJ VERSCHILLENDE SNELHEDEN

Image


BIJLAGE 9

TESTPROCEDURE VOOR DE DYNAMISCHE EXPANSIE VAN BANDEN

1.   DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

1.1.   Deze testprocedure is van toepassing op de in de punten 3.4.1 en 4.1 vermelde banden.

1.2.   De procedure dient om de maximale expansie van de banden te bepalen die onder invloed van de middelpuntvliedende kracht bij de toelaatbare maximumsnelheid plaatsvindt.

2.   BESCHRIJVING VAN DE TESTPROCEDURE

2.1.   De testas en de velg moeten worden gecontroleerd om te waarborgen dat de hoogteslag en de zijwaartse slag, gemeten aan het deel van het wiel waar de bandhiel op drukt, beide minder dan ± 0,5 mm bedragen.

2.2.   Apparatuur voor het bepalen van de contour

Alle apparatuur (projectierooster, camera, schijnwerpers enz.) waarmee de buitenomtrek van de dwarsdoorsnede van de band afzonderlijk kan worden afgebeeld of een omgrenzingsprofiel kan worden verkregen, loodrecht op de omtreklijn van de band op het punt van de maximale vervorming van het loopvlak.

De eventuele afwijking moet zo klein mogelijk zijn en de (bekende) verhouding K tussen de afbeelding van de omtrek en de werkelijke afmetingen van de band moet constant zijn.

De omtrek van de band moet aan de wielas kunnen worden gerelateerd.

2.3.   De met een stroboscoop gemeten afwijking van de omtreksnelheid van het loopvlak van de band ten opzichte van de maximumsnelheid van de band mag niet meer dan ± 2 % bedragen.

2.4.   Indien een andere testprocedure wordt toegepast, moet de gelijkwaardigheid ervan worden aangetoond.

3.   UITVOERING VAN DE TEST

3.1.   Tijdens de test wordt de temperatuur in de testruimte tussen 20 en 30 °C gehouden of op een hogere temperatuur als de bandenfabrikant daarmee instemt.

3.2.   De test wordt uitgevoerd op banden die de belasting-/snelheidstest volgens bijlage 7 hebben doorstaan en geen enkele schade vertonen.

3.3.   De banden worden gemonteerd op een wiel waarvan de velg met de toepasselijke norm overeenstemt.

3.4.   De banden worden op de in punt 3.4.1 aangegeven spanning (testspanning) gebracht.

3.4.1.

Wegbanden met diagonaal- en diagonaalgordelstructuur

Snelheidscategorie

Bandenconstructie

Testspanning

 

 

bar

kPa

P/Q/R/S

standaard

2,5

250

T en hoger

standaard

2,9

290

3.5.   De band/wielcombinatie wordt gedurende ten minste drie uur bij de temperatuur van de testruimte bewaard.

3.6.   Na deze conditionering wordt de bandenspanning tot de in punt 3.4 bedoelde waarde bijgesteld.

3.7.   Monteer de band/velgcombinatie op de testas en zorg ervoor dat de combinatie vrij draait. Voor de rotatie van de band kan een aandrijfmotor op de as worden aangesloten of een testtrommel tegen de band worden gedrukt.

3.8.   Laat de combinatie zonder onderbreking een zodanige versnelling ondergaan dat binnen vijf minuten de maximumsnelheid van de band wordt bereikt.

3.9.   Plaats de apparatuur voor het bepalen van de contour en controleer of deze loodrecht op de rotatie van het loopvlak van de testband staat.

3.10.   Ga na of de omtreksnelheid van het loopvlak niet meer dan ± 2 % afwijkt van de maximumsnelheid van de band. Laat de combinatie ten minste vijf minuten met constante snelheid draaien en bepaal vervolgens de dwarsdoorsnede van de band in het gebied met de grootste vervorming of controleer of de band het omgrenzingsprofiel niet overschrijdt.

4.   BEOORDELING

4.1.   De voor de gemonteerde band/wielcombinatie vastgestelde grenswaarde (het omgrenzingsprofiel) moet met onderstaand voorbeeld overeenstemmen.

Omgrenzingsprofiel voor de expansietest

Image

Overeenkomstig de punten 6.1.4 en 6.1.5 van het reglement zijn de volgende grenswaarden voor het omgrenzingsprofiel vastgesteld:

Snelheidscategorie

Hdyn (mm)

 

Gebruikscategorie:

normaal

Gebruikscategorie:

winter en speciaal

P/Q/R/S

H × 1,10

H × 1,15

T/U/H

H × 1,13

H × 1,18

Hoger dan 210 km/h

H × 1,16

4.1.1.

De belangrijkste afmetingen van het omgrenzingsprofiel moeten zo nodig worden aangepast, rekening houdend met de constante verhouding K (zie punt 2.2).

4.2.   De bij de maximumsnelheid bepaalde contour van de band mag ten opzichte van de as van de band het omgrenzingsprofiel niet overschrijden.

4.3.   De band wordt niet aan een verdere test onderworpen.


Top