This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32026R0131
Commission Delegated Regulation (EU) 2026/131 of 20 January 2026 supplementing Regulation (EU) 2016/429 of the European Parliament and of the Council, as regards animal health requirements for non-commercial movement of pet animals
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie van 20 januari 2026 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie van 20 januari 2026 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
C/2026/20
PB L, 2026/131, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/131/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/131 |
27.3.2026 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/131 VAN DE COMMISSIE
van 20 januari 2026
tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 3, lid 5, tweede alinea, artikel 245, lid 3, artikel 246, lid 3, artikel 249, lid 3, artikel 252, lid 1, en artikel 254,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2), waarin de regels voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zijn vastgesteld, is bij artikel 270, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 ingetrokken met ingang van 21 april 2021. In artikel 277 van Verordening (EU) 2016/429 is echter bepaald dat Verordening (EU) nr. 576/2013, niettegenstaande die intrekking, tot en met 21 april 2026 op niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren van toepassing blijft in plaats van deel VI van Verordening (EU) 2016/429. |
|
(2) |
Bij Verordening (EU) 2016/429 zijn regels vastgesteld met betrekking tot de preventie en bestrijding van ziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, waaronder de diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied. Verordening (EU) 2016/429 verleent de Commissie ook de bevoegdheid regels vast te stellen om bepaalde niet-essentiële elementen van die verordening door middel van gedelegeerde handelingen aan te vullen. Aangezien de overgangsperiode in verband met de intrekking van Verordening (EU) nr. 576/2013 op 21 april 2026 afloopt, is het passend dergelijke aanvullende regels vast te stellen om de soepele werking van het bij Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde rechtskader te waarborgen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2016/429 heeft tot doel een eenvoudiger en flexibeler regelgevingskader tot stand te brengen in vergelijking met het regelgevingskader dat van toepassing was vóór de vaststelling ervan, terwijl tegelijkertijd wordt gezorgd voor een meer op risico’s gebaseerde aanpak van de diergezondheidsvoorschriften en een betere paraatheid voor en preventie en bestrijding van dierziekten. Zij heeft ook tot doel de regels inzake dierziekten in één handeling samen te brengen. Met het oog op de eenvoud en de transparantie van de regels van de Unie, en om de toepassing ervan te vergemakkelijken en overlapping te voorkomen, moeten de regels voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied worden vastgesteld in één handeling en niet in een aantal afzonderlijke handelingen met kruisverwijzingen. Aangezien er een wezenlijk verband bestaat tussen de in artikel 3, lid 5, en in deel VI van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde bevoegdheden met betrekking tot de diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren, is het bovendien passend dat de aanvullende regels in één handeling worden vastgesteld. |
|
(4) |
Het houden van gezelschapsdieren door mensen in huishoudens, binnen- en buitenshuis, houdt in het algemeen een lager gezondheidsrisico in dan andere wijzen waarop dieren op grotere schaal worden gehouden of verplaatst, zoals die welke gebruikelijk zijn in de landbouw, de aquacultuur, de dierfokkerij, dierenasielen en het vervoer van dieren in het algemeen. Daarom is het passend een evenredige reeks diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren vast te stellen die gericht moeten zijn op maatregelen die adequaat zijn afgestemd op de specifieke aard en risico’s die gezelschapsdieren en het niet-commerciële verkeer ervan inhouden, aangezien de toepassing van het algemene kader op deze dieren ongerechtvaardigde administratieve lasten en kosten met zich mee zou brengen. |
|
(5) |
De in deze verordening vastgestelde regels en risicobeperkingsmaatregelen vormen een aanvulling op de diergezondheidsvoorschriften van deel VI van Verordening (EU) 2016/429 wat betreft het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren om een voldoende veiligheidsniveau te waarborgen met het oog op het beperken van de risico’s voor de volks- en diergezondheid die met niet-commercieel verkeer gepaard gaan, en meer in het bijzonder het risico op verspreiding van in de lijst opgenomen ziekten zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2016/429 en overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt d), van die verordening ingedeeld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie (3), en om ongerechtvaardigde belemmeringen voor dergelijk niet-commercieel verkeer weg te nemen. |
|
(6) |
De bestaande diergezondheidsvoorschriften, zoals vastgesteld in eerdere handelingen van de Commissie betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren, zijn deugdelijk, evenredig en doeltreffend gebleken. De doelstelling en de belangrijkste bepalingen van die bestaande regels moeten daarom in deze verordening worden behouden, maar de regels moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de voorschriften inzake betere regelgeving, met het nieuwe kader voor diergezondheid zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2016/429, met internationale normen en met de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van eerdere handelingen van de Unie op dit gebied. |
|
(7) |
Verordening (EU) 2016/429 bevat reeds een aantal definities. Daarnaast moet in deze verordening ook rekening worden gehouden met de in andere handelingen van de Unie vastgestelde definities op het verwante gebied officiële controles, met name de definities die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (4). Met het oog op de vaststelling van de diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren is het echter passend te specificeren op welke diersoorten de regels van deze verordening van toepassing zijn en specifieke definities vast te stellen. Die definities moeten het specifieke “punt van binnenkomst voor reizigers” omvatten dat voor niet-commercieel verkeer vanuit derde landen of gebieden wordt gebruikt, alsook de “gemachtigde dierenartsen” aan wie de daartoe bevoegde autoriteit specifieke taken delegeert in verband met preventie- en risicobeperkingsmaatregelen en het afgeven van paspoorten voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten in lidstaten en in verband met preventie- en risicobeperkingsmaatregelen en het afgeven van diergezondheidscertificaten voor gezelschapshonden, gezelschapskatten, gezelschapsfretten en gezelschapsvogels in derde landen. |
|
(8) |
Zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 11), van Verordening (EU) 2016/429 is een “gezelschapsdier” een gehouden dier van de in bijlage I bij die verordening vermelde soorten dat gehouden wordt voor niet-commerciële privédoeleinden, met inbegrip van honden, katten en fretten. Dergelijke dieren worden gewoonlijk privé gehouden voor recreatie of gezelschap. Bepaalde honden kunnen, hoewel zij als gezelschapsdier worden beschouwd, daarnaast ook voor andere doeleinden dan alleen recreatie of gezelschap worden gehouden. |
|
(9) |
Die bijkomende doeleinden zijn onder andere deelname aan wedstrijden, sportactiviteiten, trainingen, tentoonstellingen of werkactiviteiten waarbij de honden worden gebruikt voor bepaalde capaciteiten die zij door training hebben verworven, zoals bepaald in artikel 246, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2016/429. In het kader van dergelijke bijkomende doeleinden kunnen ook andere door bepaalde honden verworven capaciteiten worden benut, met name voor militaire, rechtshandhavings- of opsporings- en reddingsactiviteiten. |
|
(10) |
In al deze gevallen vindt de verplaatsing van de honden plaats onder toezicht van de eigenaar van het gezelschapsdier of een verantwoordelijke persoon, die met name tot een militaire, rechtshandhavings- of opsporings- en reddingsinstantie kan behoren. Daarom moet worden verduidelijkt dat de in deze verordening vastgestelde regels ook van toepassing zijn op het verkeer van deze laatste categorieën dieren en moet een zekere flexibiliteit worden geboden overeenkomstig de bevoegdheid die krachtens artikel 249, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 aan de Commissie is verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor het toestaan van afwijkingen van de voorschriften van artikel 249, lid 2, van die verordening wanneer dergelijke dieren de Unie binnenkomen of naar de Unie terugkeren na verplaatsingen buiten de Unie. |
|
(11) |
Om een duidelijk onderscheid te maken tussen de voorschriften die van toepassing zijn op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en de voorschriften die van toepassing zijn op standaardverkeer tussen lidstaten of vanuit derde landen of gebieden van honden, katten, fretten en in gevangenschap levende vogels, zijn in Verordening (EU) 2016/429 definities vastgesteld van “gezelschapsdier” en “niet-commercieel verkeer”. Om onder deze definities te vallen, moet het gezelschapsdier zijn eigenaar vergezellen en deel uitmaken van de verplaatsing van de eigenaar van het gezelschapsdier, hetzij onder de directe verantwoordelijkheid van de eigenaar van het gezelschapsdier, hetzij, om naar behoren gemotiveerde en gedocumenteerde redenen, onder de verantwoordelijkheid van een gemachtigde persoon in gevallen waarin het gezelschapsdier en de eigenaar van het gezelschapsdier fysiek van elkaar gescheiden zijn. |
|
(12) |
In dat verband is in artikel 245, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 bepaald dat wanneer het niet-commerciële verkeer van een gezelschapsdier door een gemachtigde persoon wordt verricht, dat niet-commerciële verkeer binnen vijf dagen na de verplaatsing van de eigenaar van het gezelschapsdier moet plaatsvinden. Krachtens artikel 245, lid 3, van die verordening is de Commissie bevoegd om aanvullende voorschriften vast te stellen in verband met de documentatie van het door een gemachtigde persoon verrichte niet-commerciële verkeer van een gezelschapsdier. Daarom moet worden bepaald dat wanneer niet-commercieel verkeer van een gezelschapsdier door een gemachtigde persoon wordt verricht, een door de eigenaar van het gezelschapsdier ondertekende schriftelijke machtiging moet worden gehecht aan de identificatiedocumenten die het gezelschapsdier vergezellen tijdens het niet-commerciële verkeer naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied. |
|
(13) |
Daarnaast is in Verordening (EU) 2016/429 het maximumaantal gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I bij die verordening vermelde soorten, namelijk honden, katten en fretten, vastgesteld dat de eigenaar of een gemachtigde persoon mag vergezellen. In artikel 246, lid 1, van die verordening is bepaald dat het aantal gezelschapsdieren van die soorten dat tijdens een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer mag worden verplaatst, niet groter mag zijn dan vijf. Die verordening bevat ook de voorwaarden voor afwijkingen waarbij dit maximumaantal mag worden overschreden. |
|
(14) |
In dat verband mag het verkeer van meer dan vijf gezelschapshonden, gezelschapskatten of gezelschapsfretten die niet aan de in artikel 246, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde voorwaarden voor een afwijking voldoen, niet worden beschouwd als niet-commercieel verkeer in de zin van die verordening en valt het binnen het toepassingsgebied van deel IV of deel V van die verordening. |
|
(15) |
Voor het verkeer van gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I bij Verordening (EU) 2016/429 vermelde soorten, met inbegrip van vogels, is de Commissie krachtens artikel 246, lid 3, van die verordening bevoegd om aanvullende regels vast te stellen met betrekking tot het maximumaantal gezelschapsdieren van die soorten dat tijdens een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer mag worden verplaatst. Aangezien het verplaatsen van een groot aantal vogels het risico op insleep en verspreiding van het aviaire-influenzavirus kan vergroten, moet een dergelijk maximumaantal worden ingevoerd voor gezelschapsvogels die hun eigenaar of een gemachtigde persoon vergezellen tijdens een verplaatsing naar de Unie vanuit een derde land of gebied. |
|
(16) |
Door een dergelijk maximumaantal vast te stellen, wordt er ook voor gezorgd dat de delen IV en V van Verordening (EU) 2016/429 correct worden toegepast op gezelschapsvogels en dat het verkeer naar de Unie van meer dan dat maximumaantal moet worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften voor de binnenkomst in de Unie van in gevangenschap levende vogels van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie (5) en moet worden onderworpen aan officiële controles aan grenscontroleposten zoals bepaald in Verordening (EU) 2017/625. |
|
(17) |
In die context wordt in Verordening (EU) 2016/429 ook een duidelijk verband gelegd tussen het maximumaantal gezelschapsdieren dat in het kader van niet-commercieel verkeer kan worden verplaatst en het feit dat dit verkeer als een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer moet worden verricht. Verordening (EU) 2016/429 bevat echter geen definitie van een “eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer”. Dit kan leiden tot verschillende interpretaties door de lidstaten en kan aanleiding geven tot misbruik in het geval van meerdere eigenaren van gezelschapsdieren die samen in hetzelfde particuliere vervoermiddel reizen. Om te waarborgen dat de delen IV en V van Verordening (EU) 2016/429 correct worden toegepast op gezelschapsdieren, moeten ook de voorwaarden die van toepassing moeten zijn op het begrip “eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer” nader worden gespecificeerd. |
|
(18) |
Krachtens artikel 252, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/429 is de Commissie bevoegd om bijzondere soortspecifieke voorschriften vast te stellen inzake de identificatiemiddelen voor gezelschapsdieren van de in bijlage I bij die verordening vermelde soorten en inzake de toepassing en het gebruik van die identificatiemiddelen. |
|
(19) |
Voor de vaststelling van Verordening (EU) 2016/429 waren de regels van de Unie inzake de identificatie van gezelschapsdieren vastgesteld in Verordening (EU) nr. 576/2013 wat betreft gezelschapshonden, gezelschapskatten of gezelschapsfretten en in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 van de Commissie (6) wat betreft gezelschapsvogels. De in die verordeningen vastgestelde regels zijn doeltreffend gebleken om de correcte identificatie van gezelschapsdieren te waarborgen. De essentie van die regels moet daarom in deze verordening worden behouden, maar de regels moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de praktische ervaring die de lidstaten bij de toepassing ervan hebben opgedaan. |
|
(20) |
Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten moeten als naar behoren geïdentificeerd worden beschouwd wanneer zij zijn voorzien van een duidelijk leesbare tatoeage die vóór 3 juli 2011 is aangebracht of van een geïmplanteerd elektronisch identificatiesysteem (transponder). Het implanteren van transponders vereist bepaalde vaardigheden. Daarom moet in deze verordening worden verduidelijkt welke personen over de specifieke kennis beschikken om die taak uit te voeren. |
|
(21) |
In dat verband moeten in deze verordening ook regels worden vastgesteld met betrekking tot de middelen om gezelschapsvogels te identificeren die vanuit een derde land of gebied naar een lidstaat zullen worden verplaatst, zodat er een verband kan worden gelegd tussen de gezelschapsvogel en het desbetreffende identificatiedocument. |
|
(22) |
Krachtens artikel 252, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/429 is de Commissie bevoegd om bijzondere soortspecifieke voorschriften voor preventieve en risicobeperkende maatregelen vast te stellen om ervoor te zorgen dat gezelschapsdieren geen significant risico vormen op verspreiding van in de lijst opgenomen ziekten zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, punt d), van die verordening als gevolg van het verkeer van gezelschapsdieren van de in bijlage I bij die verordening vermelde soorten. |
|
(23) |
Voordat Verordening (EU) 2016/429 van toepassing was, waren de regels van de Unie inzake preventie- en risicobeperkingsmaatregelen waaraan gezelschapsdieren moeten voldoen wanneer zij naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied, vastgesteld in Verordening (EU) nr. 576/2013 wat betreft gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten en in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 wat betreft gezelschapsvogels. Die regels zijn doeltreffend gebleken om het risico op verspreiding van in de lijst opgenomen ziekten door dergelijke verplaatsingen tot een minimum te beperken. De belangrijkste bepalingen van die regels moeten daarom in deze verordening worden behouden, maar de regels moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de praktische ervaring die de lidstaten bij de toepassing ervan hebben opgedaan. Daarnaast moet deze verordening voorzien in mogelijkheden voor afwijkingen in gevallen waarin alternatieve risicobeperkingsmaatregelen worden getroffen. |
|
(24) |
Volgens artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2016/429 zijn houders van gezelschapsdieren in de Unie, met inbegrip van eigenaren van gezelschapsdieren, het meest geschikt om de gezondheid van de dieren waarvoor zij verantwoordelijk zijn te observeren en te waarborgen. Daarom ligt bij hen de primaire verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen ter preventie en bestrijding van de verspreiding van ziekten bij dieren waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Dit betekent ook dat eigenaren van gezelschapsdieren ervoor moeten zorgen dat de dieren die onder hun verantwoordelijkheid worden verplaatst, vrij zijn van ziektesymptomen en geschikt zijn voor dergelijk niet-commercieel verkeer. |
|
(25) |
Om elk risico op de verspreiding van dierziekten van buiten de Unie te beperken, is het passend in deze verordening te eisen dat gezelschapsdieren die uit een derde land of gebied afkomstig zijn en naar de Unie worden verplaatst, geen ziektesymptomen vertonen en geschikt zijn voor dergelijk niet-commercieel verkeer. |
|
(26) |
Vanwege de mogelijke gevolgen voor mens en dier is infectie met het rabiësvirus de meest zorgwekkende ziekte bij honden, katten en fretten in de Unie. Infectie met het rabiësvirus is in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen als een ziekte van categorie B waarvoor in alle lidstaten ziektebestrijdingsmaatregelen moeten worden genomen met het oog op de uitroeiing ervan in de hele Unie. |
|
(27) |
Om de verspreiding van rabiës in de Unie te voorkomen, moeten in deze verordening regels worden vastgesteld met betrekking tot de vaccinatievoorschriften voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die in het kader van niet-commercieel verkeer naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied. |
|
(28) |
Het is mogelijk dat rabiësvaccins die vóór de leeftijd van twaalf weken aan gezelschapshonden, gezelschapskatten of gezelschapsfretten worden toegediend, geen beschermende immuniteit opwekken wegens de concurrentie van antilichamen van de moeder. Bijgevolg bevelen vaccinproducenten aan jonge gezelschapsdieren niet voor die leeftijd te vaccineren. Om het niet-commerciële verkeer van een lidstaat naar een andere lidstaat van niet tegen rabiës gevaccineerde dan wel gevaccineerde maar nog niet geïmmuniseerde jonge gezelschapsdieren toe te staan, moeten bij deze verordening bepaalde te treffen preventieve maatregelen worden vastgesteld en moet de lidstaten de mogelijkheid worden geboden om dat niet-commerciële verkeer naar hun grondgebied toe te staan wanneer jonge gezelschapsdieren aan die preventieve maatregelen voldoen. |
|
(29) |
Om de insleep van rabiës in de Unie te voorkomen en om te bewijzen dat de dieren naar behoren tegen rabiës zijn gevaccineerd, moeten gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die voor niet-commerciële doeleinden vanuit een derde land of gebied naar een lidstaat worden verplaatst, daarnaast een geldige titratietest op rabiësantilichamen hebben ondergaan overeenkomstig punt 1 van bijlage XXI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692. Deze verordening moet ook voorzien in afwijkingen van de vereiste van een titratietest op rabiësantilichamen voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar de Unie vanuit derde landen of gebieden die hebben aangetoond dat zij regels toepassen die qua inhoud en effect hetzelfde zijn als de regels die in de Unie worden toegepast of dat zij een robuust systeem voor bewaking, preventie en bestrijding van rabiës hebben ingevoerd dat aan de in deze verordening vastgestelde criteria voldoet. |
|
(30) |
Infectie met Echinococcus multilocularis is in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 opgenomen als een ziekte van categorie C, wat betekent dat het een ziekte is die relevant is voor sommige lidstaten en waarvoor maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat zij zich verspreidt naar delen van de Unie die officieel ziektevrij zijn of die over uitroeiingsprogramma’s voor de betrokken in de lijst opgenomen ziekte beschikken. |
|
(31) |
Gezelschapshonden die bestemd zijn voor verplaatsing naar een lidstaat met de ziektevrije status ten aanzien van infectie met Echinococcus multilocularis, moeten voldoen aan aanvullende voorschriften om de bescherming van die status in die lidstaten te waarborgen. In dit verband moeten die honden een preventieve behandeling ondergaan voordat zij naar een ziektevrije lidstaat worden verplaatst. Deze verordening moet voorzien in mogelijkheden voor afwijkingen in gevallen waarin alternatieve risicobeperkingsmaatregelen worden getroffen. |
|
(32) |
Aviaire influenza is een infectieuze virale ziekte bij vogels die negatieve gevolgen voor de diergezondheid en de volksgezondheid kan hebben, alsook ernstige gevolgen voor de rentabiliteit van de pluimveehouderij, aangezien de hoogpathogene vorm ervan (HPAI) tot hoge sterftecijfers bij pluimveesoorten kan leiden. Hoewel aviaire influenza vooral bij vogels wordt aangetroffen, kan de infectie onder bepaalde omstandigheden ook bij mensen voorkomen, al is dat risico in de regel klein. |
|
(33) |
Aangezien de dreiging van aviaire influenza de afgelopen jaren wereldwijd is toegenomen, moeten in deze verordening beschermingsmaatregelen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels naar de Unie geen risico op insleep en verspreiding van infectie met het aviaire-influenzavirus inhoudt. |
|
(34) |
De preventie- en risicobeperkingsmaatregelen voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels naar de Unie moeten voorzien in verscheidene alternatieve voorschriften voor dat niet-commerciële verkeer, waaronder isolatie voorafgaand aan dergelijk niet-commercieel verkeer en voor de verplaatsing uit te voeren tests op de H5- en H7-subtypen van het HPAI-virus en vaccinatie tegen H5- en H7-subtypen van het HPAI-virus. |
|
(35) |
De optie van isolatie voorafgaand aan het niet-commerciële verkeer naar de Unie mag echter alleen worden toegestaan voor gezelschapsvogels die afkomstig zijn uit derde landen of gebieden die zijn beoordeeld wat aviaire influenza en andere voor de desbetreffende vogelsoort relevante ziekten betreft. Daarom moet deze optie worden beperkt tot de derde landen of zones daarvan die in de tabel in deel 1 van bijlage V, bijlage XIV of bijlage XIX bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 van de Commissie (7) zijn opgenomen en waaruit de binnenkomst in de Unie is toegestaan van, respectievelijk, pluimvee en levende producten van pluimvee, vers vlees van pluimvee en vederwild, en eieren en eiproducten. |
|
(36) |
Om het risico op verspreiding van het aviaire-influenzavirus in de Unie via niet-commercieel verkeer van gezelschapsvogels uit derde landen of gebieden verder te beperken, moeten die gezelschapsvogels gedurende een passende periode na hun binnenkomst in de Unie geïsoleerd worden gehouden en mogen zij in die periode met name niet deelnemen aan shows, beurzen, tentoonstellingen of andere bijeenkomsten van vogels. |
|
(37) |
Daarnaast moet deze verordening voorzien in mogelijkheden voor afwijkingen in gevallen waarin alternatieve risicobeperkingsmaatregelen worden getroffen. Dit mag alleen worden toegestaan voor inrichtingen die de diergezondheidsstatus van de dieren kunnen garanderen. Daarom moet worden vereist dat de gezelschapsvogels bij gebruikmaking van deze optie in een overeenkomstig artikel 14 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie (8) erkende quarantaine-inrichting worden geplaatst. |
|
(38) |
Krachtens artikel 254, punt a), van Verordening (EU) 2016/429 is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de rubrieken ten behoeve van de informatie die moet worden opgenomen in de identificatiedocumenten waarvan gezelschapsdieren tijdens niet-commercieel verkeer naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied vergezeld moeten gaan. Krachtens punt d) van dat artikel is de Commissie ook bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de afgifte, de voltooiing en, in voorkomend geval, de goedkeuring van die identificatiedocumenten. |
|
(39) |
Voor de vaststelling van Verordening (EU) 2016/429 waren de regels van de Unie inzake de identificatiedocumenten van gezelschapsdieren vastgesteld in Verordening (EU) nr. 576/2013 wat betreft gezelschapshonden, gezelschapskatten of gezelschapsfretten en in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 wat betreft gezelschapsvogels. De in die verordeningen vastgestelde regels zijn doeltreffend gebleken om de traceerbaarheid van gezelschapsdieren tijdens het niet-commerciële verkeer van die dieren naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied te waarborgen. De belangrijkste bepalingen van die regels moeten daarom in deze verordening worden behouden, maar de regels moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de praktische ervaring die bij de toepassing ervan is opgedaan. |
|
(40) |
Gezelschapsdieren die in het kader van niet-commercieel verkeer naar lidstaten worden verplaatst, moeten vergezeld gaan van identificatiedocumenten om aan te tonen dat aan de diergezondheidsvoorschriften van deze verordening is voldaan. Daarom moeten in deze verordening voorschriften betreffende de inhoud van die identificatiedocumenten en voorwaarden voor de afgifte of, indien nodig, de goedkeuring ervan worden vastgesteld om de geldigheid ervan te waarborgen. |
|
(41) |
Als algemeen beginsel schrijft Verordening (EU) 2016/429 voor dat dieren tijdens standaardverplaatsingen vergezeld moeten gaan van een diergezondheidscertificaat dat moet worden ingevuld en afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van verzending of, indien van toepassing, moet worden ingevuld en afgegeven door een gemachtigde dierenarts en vervolgens moet worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van het land van verzending, om de geldigheid ervan te waarborgen. Dit voorschrift moet ook van toepassing zijn op niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied. |
|
(42) |
Om het niet-commerciële verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat te vergemakkelijken, is bij Verordening (EU) nr. 576/2013 een alternatief identificatiedocument (paspoort voor gezelschapsdieren) ingevoerd ter vervanging van het diergezondheidscertificaat dat voor ander verkeer van dieren wordt gebruikt. Het is daarom passend ervoor te zorgen dat die gezelschapsdieren van een paspoort vergezeld blijven gaan. |
|
(43) |
Dit betekent ook dat het paspoort voor gezelschapsdieren alleen bedoeld is om te worden afgegeven voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die worden gehouden in de lidstaat waar de eigenaar van het gezelschapsdier gewoonlijk verblijft en zijn hoofdverblijfplaats heeft. Die informatie moet door de eigenaar van het gezelschapsdier worden verstrekt om de afgevende dierenarts in staat te stellen het paspoort voor gezelschapsdieren naar behoren en nauwkeurig in te vullen. |
|
(44) |
Paspoorten voor gezelschapsdieren zijn niet bedoeld om te worden afgegeven voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die worden gehouden door eigenaren van gezelschapsdieren die hun hoofdverblijfplaats buiten de Unie hebben en slechts tijdelijk of seizoensmatig in de Unie verblijven. In dergelijke situaties moet het algemene beginsel van toepassing zijn en moet het identificatiedocument dat vereist is voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar de Unie vanuit een derde land of gebied (diergezondheidscertificaat) worden gebruikt voor het niet-commerciële verkeer van die dieren naar de Unie. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat dit identificatiedocument gedurende een redelijke periode geldig blijft, zodat eigenaren van gezelschapsdieren uit derde landen tijdelijk of seizoensmatig in de Unie kunnen verblijven of gedurende die periode verder naar andere lidstaten kunnen reizen. |
|
(45) |
De beperking op de afgifte van een paspoort voor gezelschapsdieren mag niet beletten dat voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die voor niet-commerciële doeleinden vanuit een derde land of gebied naar de Unie zijn verplaatst met het voor die verplaatsing vereiste identificatiedocument, een paspoort voor gezelschapsdieren wordt afgegeven wanneer de eigenaar van het gezelschapsdier na het einde van de geldigheidsduur van het identificatiedocument in een lidstaat blijft en zijn hoofdverblijfplaats naar de Unie verplaatst, zoals bijvoorbeeld uit een verblijfsvergunning blijkt. |
|
(46) |
Overeenkomstig artikel 254, punt c), van Verordening (EU) 2016/429 moet deze verordening voorzien in de nodige voorwaarden om de lidstaten in staat te stellen het niet-commerciële verkeer naar hun grondgebied toe te staan van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die vergezeld gaan van een identificatiedocument in de vorm van een paspoort, wanneer dat paspoort is afgegeven in een derde land of gebied dat regels toepast die qua inhoud en effect hetzelfde zijn als de regels die in de Unie worden toegepast. Zij moet het voor de lidstaten ook mogelijk maken om toestemming te geven voor de terugkeer naar de Unie na niet-commercieel verkeer naar een derde land of gebied van die gezelschapsdieren die vergezeld gaan van een in een lidstaat afgegeven paspoort voor gezelschapsdieren, mits op basis van dat paspoort voor gezelschapsdieren kan worden vastgesteld dat aan de voorwaarden voor terugkeer uit dat derde land of gebied was voldaan voordat het gezelschapsdier de Unie verliet. |
|
(47) |
Derde landen of gebieden die in de lijst in artikel 1, lid 2, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 zijn opgenomen, passen regels toe die qua inhoud en effect hetzelfde zijn als de regels die in de Unie worden toegepast op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels. De afwijking waarin Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 voor deze derde landen of gebieden voorziet, moet in deze verordening worden gehandhaafd. |
|
(48) |
Overeenkomstig artikel 252, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2016/429 moet deze verordening de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de mogelijkheid bieden om in gevallen van daadwerkelijke en dringende noodzaak bij wijze van uitzondering toestemming te verlenen voor de binnenkomst, hetzij rechtstreeks op hun grondgebied, hetzij via hun grondgebied, van gezelschapsdieren die niet aan bepaalde voorwaarden van deze verordening voldoen, op voorwaarde dat een vergunning is aangevraagd en door de lidstaat van bestemming is verleend en, in voorkomend geval, met instemming van alle andere betrokken lidstaten. In deze vergunning moeten de specifieke regelingen worden gespecificeerd die nodig zijn om aan de voorwaarden van deze verordening te voldoen, met inbegrip van een in de tijd beperkte periode van isolatie onder officieel toezicht. Zelfs in dringende gevallen moeten vergunningen verplicht zijn om de eventuele risico’s voor de diergezondheid als gevolg van het binnenbrengen in de Unie van een gezelschapsdier dat niet aan de voorwaarden van deze verordening voldoet, te beperken. |
|
(49) |
Hoewel het definitieve besluit om een afwijking al dan niet toe te staan bij de bevoegde autoriteit moet blijven berusten, moeten de specifieke omstandigheden waarin afwijkingen kunnen worden toegestaan onder meer, maar niet uitsluitend, het dringende vertrek van de eigenaar van het gezelschapsdier omvatten, op individuele of collectieve basis, in geval van een plotselinge natuurramp, politieke onrust of een andere vorm van overmacht die de eigenaar treft. |
|
(50) |
Wat het risico voor de diergezondheid betreft, moet al het niet-commerciële verkeer door de Unie vanuit een derde land van gezelschapsdieren die voor een bestemming buiten de Unie bestemd zijn, worden beschouwd als niet-commercieel verkeer naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied, aangezien dit hetzelfde risiconiveau met zich meebrengt. Voor dergelijke verplaatsingen in het kader van doorvoer moet daarom worden voldaan aan alle relevante voorschriften voor niet-commercieel verkeer naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied. Er mogen echter geen specifieke voorschriften gelden voor de doorvoer van gezelschapsdieren die niet op het grondgebied van de Unie worden binnengebracht en binnen de perimeter van de internationale zone van een haven of luchthaven van doorvoer blijven. |
|
(51) |
Op grond van artikel 252, lid 4, punt d), van Verordening (EU) 2016/429 moeten regels worden vastgesteld om de terugkeer van gezelschapsdieren van oorsprong uit de Unie mogelijk te maken wanneer de bevoegde autoriteiten van een derde land of gebied de binnenkomst ervan hebben geweigerd na controles aan hun grens, mits aan de voorwaarden voor de terugkeer uit die derde landen of gebieden was voldaan voordat het gezelschapsdier de Unie verliet. |
|
(52) |
Met het oog op de consistente toepassing van de wetgeving van de Unie inzake het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied, en om ervoor te zorgen dat de wetgeving duidelijk en transparant is, moeten Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772 van de Commissie (9) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 bij deze verordening worden ingetrokken. |
|
(53) |
Om onnodige verstoringen van het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren te voorkomen, moet deze verordening voorzien in maatregelen voor een soepele overgang van de voorschriften die in reeds bestaande handelingen van de Unie zijn vastgesteld. |
|
(54) |
Er moet in dergelijke bepalingen worden voorzien om tegemoet te komen aan de legitieme verwachtingen van eigenaren van gezelschapsdieren die gezelschapshonden, gezelschapskatten of gezelschapsfretten houden, van fabrikanten van transponders, van dierenartsen en van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, en om hun voldoende tijd te geven om zich aan de nieuwe voorschriften aan te passen. Die bepalingen moeten zodanig zijn opgesteld dat wordt voorkomen dat naar behoren geïdentificeerde gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten een nieuw identificatieproces moeten ondergaan en dat naar behoren afgegeven paspoorten worden ingetrokken en opnieuw moeten worden afgegeven. Deze bepalingen beletten fabrikanten van transponders, dierenartsen en bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet om de nieuwe regels al vóór het einde van de overgangsperiode toe te passen. |
|
(55) |
Er moet door middel van uitvoeringshandelingen in aanvullende overgangsmaatregelen worden voorzien om ervoor te zorgen dat voorraden identificatiedocumenten die aan de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 576/2013 voldoen, nog gedurende een passende periode kunnen worden gebruikt. |
|
(56) |
Verordening (EU) nr. 576/2013, waarin de regels voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zijn vastgesteld, is bij artikel 270, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 ingetrokken met ingang van 21 april 2021. In artikel 277 van Verordening (EU) 2016/429 is echter bepaald dat Verordening (EU) nr. 576/2013, niettegenstaande die intrekking, tot en met 21 april 2026 op niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren van toepassing blijft in plaats van deel VI van Verordening (EU) 2016/429. Deze verordening moet daarom met spoed in werking treden en van toepassing zijn met ingang van 22 april 2026, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
DEEL I
ALGEMENE REGELS
HOOFDSTUK 1
Onderwerp, toepassingsgebied en definities
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
1. Deze verordening vormt een aanvulling op de in deel VI van Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde regels betreffende het niet-commerciële verkeer van de in de lijst in bijlage I bij die verordening opgenomen soorten gezelschapsdieren naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied.
2. Bij deze verordening wordt het volgende vastgesteld:
|
a) |
in deel II, de voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van de in de lijst in deel A van bijlage I bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen gehouden dieren (“gezelschapshonden”, “gezelschapskatten” en “gezelschapsfretten”) naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land of gebied, onder andere wat betreft:
|
|
b) |
in deel III, de voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van de in de lijst in deel B van bijlage I bij Verordening (EU) 2016/429 opgenomen gehouden vogels (“gezelschapsvogels”) naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied, onder andere wat betreft:
|
|
c) |
in deel IV, de bijzondere regels voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren binnen en naar lidstaten in bepaalde nader omschreven omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 252, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2016/429. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“gemachtigde dierenarts”:
|
|
2) |
“punt van binnenkomst voor reizigers”: elke zone van een punt van binnenkomst in de Unie die door de lidstaten is aangewezen voor de verrichting van documentencontroles en overeenstemmingscontroles, zoals gedefinieerd in artikel 3, punten 41 en 42, van Verordening (EU) 2017/625, in verband met het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren vanuit een derde land of gebied. |
HOOFDSTUK 2
Algemene bepalingen betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren binnen en naar de Unie
Artikel 3
Eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer
Het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren wordt beperkt tot het in artikel 246, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 en in artikel 21 van deze verordening vastgestelde maximumaantal dieren en wordt uitgevoerd met één enkel vervoermiddel, tenzij het vervoermiddel een openbaar vervoermiddel is.
Artikel 4
Voorschriften voor het verlenen van toestemming aan personen om namens eigenaren van gezelschapsdieren niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren te verrichten
Wanneer een gemachtigde persoon niet-commercieel verkeer verricht, wordt een door de eigenaar van de gezelschapsdieren ondertekende schriftelijke machtiging gehecht aan het identificatiedocument voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, artikel 18, lid 1, en artikel 20, punt a), of aan het identificatiedocument voor gezelschapsvogels zoals bedoeld in artikel 26, lid 1.
Artikel 5
Voorschriften voor de doorvoer van gezelschapsdieren door de Unie
1. Gezelschapsdieren die niet afkomstig zijn uit een lidstaat en die bestemd zijn voor een bestemming buiten de Unie, mogen alleen door de Unie worden doorgevoerd indien zij voldoen aan alle in deze verordening vastgestelde relevante voorschriften voor de binnenkomst van gezelschapsdieren van de respectieve soorten in een lidstaat vanuit een derde land of gebied.
2. Er gelden geen specifieke voorschriften voor de doorvoer van gezelschapsdieren die niet op het grondgebied van een lidstaat worden binnengebracht en binnen de perimeter van de internationale zone van een haven of luchthaven van doorvoer blijven.
Artikel 6
Bijzondere voorschriften voor de binnenkomst in de Unie van gezelschapsdieren die afkomstig zijn uit en terugkeren naar de Unie nadat een derde land of gebied de binnenkomst ervan heeft geweigerd
Gezelschapsdieren die afkomstig zijn uit en terugkeren naar de Unie nadat de bevoegde autoriteit van een derde land of gebied de binnenkomst van de gezelschapsdieren, de eigenaar van de gezelschapsdieren of de gemachtigde persoon heeft geweigerd, mogen de Unie alleen opnieuw binnenkomen als aan de volgende voorschriften is voldaan:
|
a) |
de gezelschapsdieren keren naar de Unie terug via een punt van binnenkomst voor reizigers; |
|
b) |
de gezelschapsdieren gaan vergezeld van de volgende documenten:
|
DEEL II
NIET-COMMERCIEEL VERKEER VAN GEZELSCHAPSHONDEN, GEZELSCHAPSKATTEN EN GEZELSCHAPSFRETTEN
HOOFDSTUK 1
Niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar een lidstaat vanuit een andere lidstaat
Artikel 7
Voorschriften voor de individuele identificatie van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een andere lidstaat
1. Voor niet-commercieel verkeer van een lidstaat naar een andere lidstaat worden gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten als volgt individueel geïdentificeerd, zoals vereist op grond van artikel 247, punt a), van Verordening (EU) 2016/429:
|
a) |
met behulp van een injecteerbare transponder die is geïmplanteerd overeenkomstig artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 en die voldoet aan de voorschriften van artikel 70 bis van die gedelegeerde verordening, of |
|
b) |
indien een injecteerbare transponder niet voldoet aan de technische voorschriften van artikel 70 bis, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, verstrekt de eigenaar van de gezelschapsdieren of de gemachtigde persoon op verzoek de uitleesvoorziening waarmee het mogelijk is de individuele identificatie van het dier te verifiëren. |
2. Een gezelschapshond, een gezelschapskat of een gezelschapsfret wordt geacht aan de voorschriften voor individuele identificatie van lid 1 te voldoen indien het dier individueel geïdentificeerd is met behulp van:
|
a) |
een transponder die vóór 1 januari 2028 is geïmplanteerd en die niet de code bevat van het land waar het dier oorspronkelijk is geïdentificeerd; |
|
b) |
een duidelijk leesbare tatoeage die vóór 3 juli 2011 is aangebracht. |
Artikel 8
Specifieke preventie- en risicobeperkingsmaatregelen betreffende gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een andere lidstaat
Voor niet-commercieel verkeer van een lidstaat naar een andere lidstaat moeten gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten voldoen aan de volgende preventie- en risicobeperkingsmaatregelen, zoals vereist op grond van artikel 247, punt b), van Verordening (EU) 2016/429:
|
a) |
zij hebben ten minste 21 dagen vóór de datum van de verplaatsing een volledige primaire vaccinatie tegen rabiës ontvangen of zij hebben een herhalingsvaccinatie tegen rabiës ontvangen overeenkomstig de geldigheidsvoorschriften van deel 1 van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie (10); |
|
b) |
gezelschapshonden die worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis, zijn overeenkomstig deel 2, punt 1, van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 tegen infectie met Echinococcus multilocularis behandeld binnen een periode van maximaal 120 uur en minimaal 24 uur voor het tijdstip van binnenkomst in die lidstaat of die zone. |
Artikel 9
Bijzondere voorschriften betreffende de vaccinatie tegen rabiës van jonge gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten
Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die minder dan 12 weken oud zijn en die nog niet tegen rabiës zijn gevaccineerd of die tussen 12 en 16 weken oud zijn en die tegen rabiës zijn gevaccineerd maar waarvoor de periode van ten minste 21 dagen na de voltooiing van de primaire vaccinatie nog niet is verstreken, mogen bij wijze van uitzondering van een lidstaat naar een andere lidstaat worden verplaatst mits:
|
a) |
de lidstaat van bestemming dergelijke verplaatsingen in het algemeen heeft toegestaan en het publiek op een speciaal daarvoor opgezette website heeft geïnformeerd dat dergelijke verplaatsingen zijn toegestaan, en |
|
b) |
aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
Artikel 10
Bijzondere voorschriften betreffende de behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis voor bepaalde verplaatsingen in het kader van niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden
1. Gezelschapshonden die niet tegen infectie met Echinococcus multilocularis zijn behandeld, mogen alleen naar het grondgebied van een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis worden verplaatst als zij rechtstreeks worden verplaatst vanuit een lidstaat of een zone daarvan die ook de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis heeft.
2. Gezelschapshonden mogen bij wijze van uitzondering worden verplaatst vanuit een lidstaat of een zone daarvan die niet de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis heeft naar het grondgebied van lidstaat of een zone daarvan die wel de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis heeft, mits:
|
a) |
die lidstaat dergelijke verplaatsingen in het algemeen heeft toegestaan en het publiek op een speciaal daarvoor opgezette website heeft geïnformeerd dat dergelijke verplaatsingen zijn toegestaan, en |
|
b) |
uit het in artikel 11, lid 1, bedoelde identificatiedocument blijkt dat die gezelschapshonden overeenkomstig deel 2, punt 1, van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 ten minste tweemaal met een tussenpoos van ten minste 24 uur en ten hoogste 28 dagen tegen infectie met Echinococcus multilocularis zijn behandeld en dat de behandeling vervolgens met regelmatige tussenpozen van ten hoogste 28 dagen is herhaald; de periodieke behandeling mag binnen 28 dagen na een voorafgaande behandeling eindigen als die laatste is uitgevoerd in een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis. |
Artikel 11
Vereisten voor het identificatiedocument waarvan gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten vergezeld moeten gaan wanneer zij naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een andere lidstaat
1. Voor niet-commercieel verkeer van een lidstaat naar een andere lidstaat gaan gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten vergezeld van een identificatiedocument in de vorm van het in artikel 71 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 bedoelde paspoort, zoals vereist op grond van artikel 247, punt c), van Verordening (EU) 2016/429.
Dat paspoort moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
|
a) |
het is ondertekend door de eigenaar van het gezelschapsdier, en |
|
b) |
het is overeenkomstig artikel 71 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 naar behoren ingevuld en afgegeven in een lidstaat waar de eigenaar van het gezelschapsdier gewoonlijk verblijft, waarmee wordt gecertificeerd dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8, punten a) en b), en artikel 20, punt b), ii), van deze verordening, indien van toepassing. |
2. Indien dat nodig is om aan te tonen dat aan de in lid 1, punt b), bedoelde voorwaarden is voldaan, mag een gezelschapshond, een gezelschapskat of een gezelschapsfret van meer dan één paspoort vergezeld gaan.
Artikel 12
Bijzondere voorschriften betreffende het identificatiedocument voor bepaalde verplaatsingen in het kader van niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten
1. Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die afkomstig zijn uit een derde land of gebied waar de eigenaar van het gezelschapsdier gewoonlijk verblijft en die bij binnenkomst in een lidstaat vergezeld gingen van het overeenkomstig artikel 19 afgegeven diergezondheidscertificaat, mogen naar een andere lidstaat worden verplaatst, op voorwaarde dat:
|
a) |
hun de binnenkomst in de Unie naar behoren in dat diergezondheidscertificaat is gedocumenteerd door de bevoegde autoriteit die de controles op het punt van binnenkomst voor reizigers uitvoert, en |
|
b) |
dat diergezondheidscertificaat hen gedurende de in artikel 18, lid 1, tweede alinea, vermelde geldigheidsduur blijft vergezellen. |
2. In het geval van gezelschapshonden die naar een andere lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis worden verplaatst, wordt de naleving van de voorschriften van artikel 8, punt b), door de behandelende dierenarts gedocumenteerd in het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat.
HOOFDSTUK 2
Niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied
Artikel 13
Voorschriften voor de individuele identificatie van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een derde land of gebied
1. Voor niet-commercieel verkeer naar de Unie worden gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten als volgt individueel geïdentificeerd, zoals vereist op grond van artikel 249, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/429:
|
a) |
met behulp van een injecteerbare transponder die door een dierenarts is geïmplanteerd zoals bedoeld in artikel 70, punt b), i), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 en die voldoet aan artikel 70, punt a), en artikel 70 bis, punt a) en punt b), i), van die verordening, of |
|
b) |
indien een injecteerbare transponder niet voldoet aan de technische voorschriften van artikel 70 bis, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, verstrekt de eigenaar van de gezelschapsdieren of de gemachtigde persoon op verzoek de uitleesvoorziening waarmee het mogelijk is de individuele identificatie van het dier te verifiëren. |
2. Wanneer een gezelschapshond, een gezelschapskat of een gezelschapsfret vóór 3 juli 2011 individueel is geïdentificeerd met behulp van een duidelijk leesbare tatoeage, wordt deze geacht aan de voorschriften voor individuele identificatie van lid 1 te voldoen.
Artikel 14
Specifieke preventie- en risicobeperkingsmaatregelen betreffende gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten die naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een derde land of gebied
Voor niet-commercieel verkeer naar de Unie moeten gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten voldoen aan de volgende preventie- en risicobeperkingsmaatregelen, zoals vereist op grond van artikel 249, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/429:
|
a) |
zij vertonen geen duidelijke tekenen van ziekte en zijn geschikt voor het niet-commerciële verkeer; |
|
b) |
zij hebben ten minste 21 dagen vóór de datum van de verplaatsing een volledige primaire vaccinatie tegen rabiës ontvangen of zij hebben een herhalingsvaccinatie tegen rabiës ontvangen overeenkomstig de geldigheidsvoorschriften van deel 1 van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688; |
|
c) |
zij zijn onderworpen aan een geldige titratietest op rabiësantilichamen overeenkomstig punt 1 van bijlage XXI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692; |
|
d) |
gezelschapshonden die van een derde land of gebied worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis, zijn overeenkomstig punt 2 van bijlage XXI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 tegen infectie met Echinococcus multilocularis behandeld binnen een periode van maximaal 120 uur en minimaal 24 uur vóór het tijdstip van binnenkomst in die lidstaat of die zone. |
Artikel 15
Binnenkomst in de Unie van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten
De verplaatsing van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied verloopt alleen via een door die lidstaat aangewezen punt van binnenkomst voor reizigers, tenzij:
|
a) |
de gezelschapsdieren worden verplaatst vanuit derde landen of gebieden die zijn opgenomen in de lijst in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636 van de Commissie (11), of |
|
b) |
het gaat om gezelschapshonden die door militair personeel, rechtshandhavingspersoneel of opsporings- en reddingsteams vanuit een derde land of gebied worden verplaatst, mits:
|
Artikel 16
Bijzondere voorschriften betreffende de behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis voor bepaalde verplaatsingen in het kader van niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden naar de Unie
Gezelschapshonden mogen worden verplaats naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis vanuit een in de lijst in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636 opgenomen derde land of gebied mits:
|
a) |
die lidstaat dergelijke verplaatsingen in het algemeen heeft toegestaan en het publiek op een speciaal daarvoor opgezette website heeft geïnformeerd dat dergelijke verplaatsingen zijn toegestaan; |
|
b) |
uit het in artikel 20, punt a), van deze verordening bedoelde identificatiedocument blijkt dat die honden overeenkomstig deel 2, punt 1, van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 ten minste tweemaal met een tussenpoos van ten minste 24 uur en ten hoogste 28 dagen tegen infectie met Echinococcus multilocularis zijn behandeld en dat de behandeling vervolgens met regelmatige tussenpozen van ten hoogste 28 dagen is herhaald; de periodieke behandeling mag binnen 28 dagen na een voorafgaande behandeling eindigen als die laatste is uitgevoerd in een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis. |
Artikel 17
Bijzondere voorschriften betreffende de titratietest op antilichamen voor bepaalde verplaatsingen in het kader van niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar de Unie
1. Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten mogen vanuit een derde land of gebied naar de Unie worden verplaatst zonder dat zij een titratietest op antilichamen zoals bedoeld in artikel 14, punt c), hebben ondergaan, mits de dieren worden verplaatst vanuit een derde land of gebied dat voldoet aan de voorwaarden van het volgende punt a) of het volgende punt b):
|
a) |
het derde land of gebied is in de lijst in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636 opgenomen nadat het bij de Commissie een aanvraag heeft ingediend waarin het aantoont dat het regels voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten toepast die qua inhoud en effect gelijkwaardig zijn aan die van deel II, hoofdstukken 1 en 2, van deze verordening, of |
|
b) |
het derde land of gebied is in de lijst in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636 opgenomen nadat het bij de Commissie een aanvraag heeft ingediend waarin het aantoont dat het ten minste aan de volgende criteria voldoet:
|
2. Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten mogen alleen vanuit een in lid 1, punt a) of punt b), bedoeld derde land naar de Unie worden verplaatst zonder dat zij een titratietest op antilichamen hebben ondergaan indien zij voldoen aan de voorwaarden van het volgende punt a), b) of c):
|
a) |
de dieren worden rechtstreeks verplaatst vanuit een derde land of gebied dat is opgenomen in een lijst zoals bedoeld in lid 1, punt a) of punt b), en waar de eigenaar van het gezelschapsdier gewoonlijk verblijft, of |
|
b) |
de dieren worden verplaatst nadat zij uitsluitend hebben verbleven in een of meer van de derde landen of gebieden die in een in lid 1), punt a) of punt b), bedoelde lijst zijn opgenomen, of |
|
c) |
de dieren zijn doorgevoerd door een derde land of gebied dat niet in een in lid 1, punt a) of punt b), bedoelde lijst is opgenomen, en de eigenaar van het gezelschapsdier of de gemachtigde persoon verstrekt een ondertekende verklaring dat de gezelschapsdieren tijdens de verplaatsing geen contact met dieren van voor infectie met het rabiësvirus gevoelige in de lijst opgenomen soorten hebben gehad en dat zij veilig in een vervoermiddel of binnen de perimeter van de internationale zone van een haven of luchthaven zijn gebleven. |
Artikel 18
Voorwaarden voor het identificatiedocument voor niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied
1. Als gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten in het kader van niet-commercieel verkeer naar de Unie worden verplaatst, gaan zij vergezeld van een identificatiedocument in de vorm van het in bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 van de Commissie (12) vastgestelde diergezondheidscertificaat, zoals vereist op grond van artikel 249, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2016/429.
Het diergezondheidscertificaat is geldig gedurende zes maanden vanaf de datum waarop de documenten- en overeenstemmingscontroles op het punt van binnenkomst voor reizigers worden uitgevoerd of tot en met de datum waarop de geldigheid van de vaccinatie tegen rabiës verstrijkt, indien deze datum eerder valt.
2. Het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat bevat rubrieken om de volgende gegevens in te verstrekken:
|
a) |
de plaats van de transponder of de tatoeage en hetzij de datum van identificatie, hetzij de datum waarop de transponder is uitgelezen of de tatoeage is gelezen, alsmede de unieke individuele identificatiecode die door de transponder of de tatoeage wordt weergegeven; |
|
b) |
de door de eigenaar van het gezelschapsdier opgegeven geboortedatum, de soort, het ras, het geslacht en de kleur van het gezelschapsdier; |
|
c) |
een uniek referentienummer van het certificaat; |
|
d) |
de naam en de contactgegevens van de eigenaar van het gezelschapsdier; |
|
e) |
de naam, de contactgegevens en de handtekening van de officiële of gemachtigde dierenarts van het derde land of gebied van verzending die het diergezondheidscertificaat afgeeft en de datum van afgifte; |
|
f) |
de gegevens betreffende de vaccinatie tegen rabiës; |
|
g) |
de datum van de bloedbemonstering voor de titratietest op rabiësantilichamen; |
|
h) |
de gegevens betreffende de behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis; |
|
i) |
nadere gegevens over de naleving van andere specifieke diergezondheidsvoorschriften betreffende ziekten of infecties van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten; |
|
j) |
de naam en de handtekening van de officiële dierenarts van de goedkeurende bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van verzending en de datum van goedkeuring; |
|
k) |
informatie waarmee de bevoegde autoriteit kan worden geïdentificeerd die de documenten- en overeenstemmingscontroles op het punt van binnenkomst voor reizigers uitvoert en de datum van deze controles. |
3. Een schriftelijke verklaring, ondertekend door de eigenaar van het gezelschapsdier of de gemachtigde persoon, waarin wordt bevestigd dat de verplaatsing van het gezelschapsdier naar de Unie niet-commercieel verkeer betreft, wordt aan het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat gehecht.
Artikel 19
Afgeven en invullen van het identificatiedocument
De binnenkomst in de Unie van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten wordt alleen toegestaan als zij vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in artikel 18, lid 1, en als uit dat certificaat blijkt dat:
|
a) |
het is afgegeven door een officiële dierenarts van het derde land of gebied van verzending op grond van bewijsstukken of dat het is afgegeven door een gemachtigde dierenarts en vervolgens is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van verzending, nadat de afgevende dierenarts:
|
|
b) |
het niet meer dan tien dagen voor de datum van binnenkomst in de Unie is afgegeven of goedgekeurd overeenkomstig punt a). In het geval van vervoer over zee wordt die termijn van tien dagen verlengd met een aanvullende termijn die overeenstemt met de duur van de reis over zee. |
Artikel 20
Bijzondere voorschriften betreffende het identificatiedocument voor bepaalde verplaatsingen in het kader van niet-commercieel verkeer van gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten van een derde land of gebied naar een lidstaat
Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten mogen alleen naar de Unie worden verplaatst zonder dat zij van het in artikel 18, lid 1, bedoelde diergezondheidscertificaat vergezeld gaan als zij:
|
a) |
vergezeld gaan van een paspoort zoals vastgesteld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 dat:
|
|
b) |
in een lidstaat worden binnengebracht nadat zij vanuit een lidstaat zijn verplaatst naar of doorgevoerd door een derde land of gebied en uit het in artikel 11, lid 1, bedoelde paspoort blijkt dat de gezelschapsdieren voor hun vertrek uit de Unie:
In het geval van gezelschapshonden die naar een lidstaat of een zone daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van Echinococcus multilocularis worden verplaatst, wordt de naleving van de voorschriften van artikel 8, punt b), van deze verordening door de behandelende dierenarts gedocumenteerd in het in de eerste alinea bedoelde paspoort. |
DEEL III
NIET-COMMERCIEEL VERKEER VAN GEZELSCHAPSVOGELS
Artikel 21
Maximumaantal gezelschapsvogels voor een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied
Tijdens een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied mogen maximaal vijf gezelschapsvogels wordt verplaatst.
Artikel 22
Voorschriften voor de identificatie van gezelschapsvogels voor het niet-commerciële verkeer naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied
1. Voor niet-commercieel verkeer naar de Unie moeten gezelschapsvogels geïdentificeerd zijn door middel van een individueel, duurzaam, niet-verwijderbaar en goed leesbaar identificatiemiddel dat een unieke alfanumerieke code weergeeft, zoals vereist op grond van artikel 250, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2016/429.
2. De in lid 1 bedoelde individuele identificatie van gezelschapsvogels die naar de Unie worden verplaatst, moet bij de dieren zijn aangebracht voordat zij worden binnengebracht of, in voorkomend geval, voordat zij zijn geïsoleerd, getest of gevaccineerd tegen aviaire influenza van de subtypen H5 en H7, zoals bepaald in artikel 23.
3. In afwijking van lid 1 mogen gezelschapsvogels naar de Unie worden verplaatst met een door de eigenaar van het gezelschapsdier verstrekte schriftelijke beschrijving van een individuele gezelschapsvogel of een groep gezelschapsvogels, mits:
|
a) |
de gezelschapsvogels worden verplaatst overeenkomstig de voorschriften van artikel 25, en |
|
b) |
de gezelschapsvogels in een laadkist zijn geplaatst die het toelaat de ruimte waar de dieren worden gehouden visueel te inspecteren en die door de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van verzending verzegeld is vóór het niet-commerciële verkeer vanuit dat derde land of gebied. |
Artikel 23
Specifieke preventie- en risicobeperkingsmaatregelen betreffende gezelschapsvogels die naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een derde land of gebied
1. Voor niet-commercieel verkeer naar de Unie moeten gezelschapsvogels voldoen aan de volgende preventie- en risicobeperkingsmaatregelen, zoals vereist op grond van artikel 250, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2016/429:
|
a) |
zij zijn afkomstig uit een derde land of gebied dat lid is van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH), en |
|
b) |
uit het in artikel 26, lid 1, van deze verordening bedoelde diergezondheidscertificaat blijkt dat zij aan een van de volgende reeksen voorwaarden voldoen:
|
|
c) |
uit het in artikel 26, lid 1, van deze verordening bedoelde diergezondheidscertificaat blijkt dat:
|
2. Uit de documentatie die de gezelschapsvogels vergezelt, blijkt dat de uitgevoerde tests en de toegediende vaccins zoals bedoeld in lid 1, punt b), ii) en iii), voldoen aan de voorschriften van de desbetreffende delen van het hoofdstuk over aviaire influenza in het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH).
Artikel 24
Binnenkomst in de Unie van gezelschapsvogels
1. De verplaatsing van gezelschapsvogels naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied verloopt steeds via een door die lidstaat aangewezen punt van binnenkomst voor reizigers, tenzij de gezelschapsdieren afkomstig zijn uit derde landen of gebieden die zijn opgenomen in de lijst in bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636.
2. Eigenaren van gezelschapsdieren of gemachtigde personen mogen gezelschapsvogels die vanuit een derde land of gebied in een lidstaat zijn binnengekomen alleen rechtstreeks van het punt van binnenkomst voor reizigers naar een huishouden of een andere verblijfplaats in de Unie verplaatsen indien de gezelschapsvogels gedurende ten minste dertig dagen na de datum van binnenkomst in de Unie geïsoleerd van andere vogels worden gehouden.
3. Indien de gezelschapsvogels niet bestemd zijn om in de lidstaat van binnenkomst geïsoleerd te worden gehouden, stelt de eigenaar van de gezelschapsdieren of de gemachtigde persoon de lidstaat van eindbestemming in kennis van het huishouden of de andere verblijfplaats waar de gezelschapsvogels overeenkomstig lid 2 geïsoleerd zullen worden gehouden.
Artikel 25
Bijzondere voorschriften betreffende gezelschapsvogels die naar een lidstaat worden verplaatst vanuit een derde land of gebied
1. Gezelschapsvogels die niet aan de voorwaarden van artikel 23, lid 1, punt b), voldoen, mogen alleen van een derde land of gebied naar een lidstaat worden verplaatst indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
a) |
zij zijn bestemd voor een overeenkomstig artikel 14 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 erkende quarantaine-inrichting in de lidstaat van bestemming, waar zij onmiddellijk na aankomst in de Unie gedurende ten minste dertig dagen in quarantaine zullen worden gehouden; |
|
b) |
de eigenaar van het gezelschapsdier of de gemachtigde persoon vervoert de gezelschapsvogels rechtstreeks van het punt van binnenkomst voor reizigers naar de in punt a) bedoelde erkende quarantaine-inrichting; |
|
c) |
de vogels worden slechts uit quarantaine vrijgegeven na schriftelijke toestemming van een officiële dierenarts. |
2. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming:
|
a) |
houdt toezicht op de aankomst van de gezelschapsvogels in de in lid 1, punt a), bedoelde erkende quarantaine-inrichting; |
|
b) |
inspecteert de quarantaineomstandigheden, met inbegrip van een onderzoek van de sterftegegevens en een klinische inspectie van de vogels, ten minste aan het begin en aan het einde van de quarantaineperiode. |
Artikel 26
Voorwaarden voor het identificatiedocument voor niet-commercieel verkeer van gezelschapsvogels naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied
1. Als gezelschapsvogels in het kader van niet-commercieel verkeer naar de Unie worden verplaatst, gaan zij vergezeld van een identificatiedocument in de vorm van het in bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 vastgestelde diergezondheidscertificaat, zoals vereist op grond van artikel 250, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2016/429.
2. Het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat bevat rubrieken om de volgende gegevens in te verstrekken:
|
a) |
het type identificatiemiddel en de alfanumerieke code die het identificatiemiddel weergeeft; |
|
b) |
de soort waartoe de gezelschapsvogel behoort; |
|
c) |
een uniek referentienummer van het certificaat; |
|
d) |
het zegelnummer van de laadkist indien de gezelschapsvogels niet individueel geïdentificeerd zijn in het derde land of gebied van verzending; |
|
e) |
de naam en de contactgegevens van de eigenaar van het gezelschapsdier; |
|
f) |
de naam, de contactgegevens en de handtekening van de officiële of gemachtigde dierenarts van het derde land of gebied van verzending die het diergezondheidscertificaat afgeeft en de datum van afgifte; |
|
g) |
nadere gegevens over de naleving van de specifieke diergezondheidsvoorschriften betreffende ziekten of infecties van gezelschapsvogels; |
|
h) |
de regeling voor de omgang met de gezelschapsvogels na hun aankomst in de Unie; |
|
i) |
de naam en de handtekening van de officiële dierenarts van de goedkeurende bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van verzending en de datum van goedkeuring; |
|
j) |
informatie waarmee de bevoegde autoriteit kan worden geïdentificeerd die de controles op het punt van binnenkomst voor reizigers uitvoert en de datum van deze controles. |
3. Een schriftelijke verklaring, ondertekend door de eigenaar van het gezelschapsdier of de gemachtigde persoon, waarin wordt bevestigd dat de verplaatsing van de gezelschapsvogel naar de Unie niet-commercieel verkeer betreft en waarin de getroffen regelingen voor vóór en na de verplaatsing worden vermeld, wordt aan het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat gehecht.
Artikel 27
Afgeven en invullen van het identificatiedocument voor niet-commercieel verkeer van gezelschapsvogels naar een lidstaat vanuit een derde land of gebied
1. De binnenkomst in de Unie van gezelschapsvogels wordt alleen toegestaan als zij vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in artikel 26, lid 1, en als uit dat certificaat blijkt dat het is afgegeven door een officiële dierenarts van het derde land of gebied van verzending op grond van bewijsstukken of dat het is afgegeven door een gemachtigde dierenarts en vervolgens is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van het derde land of gebied van verzending, nadat de afgevende dierenarts:
|
a) |
heeft gecontroleerd dat de gezelschapsvogels overeenkomstig artikel 22 zijn geïdentificeerd, en |
|
b) |
de desbetreffende rubrieken van het diergezondheidscertificaat naar behoren heeft ingevuld:
|
2. De binnenkomst in de Unie van gezelschapsvogels wordt alleen toegestaan indien uit het in lid 1 bedoelde diergezondheidscertificaat ook blijkt dat het niet meer dan tien dagen voor de datum van binnenkomst in de Unie is afgegeven of goedgekeurd. In het geval van vervoer over zee wordt die termijn van tien dagen verlengd met een aanvullende termijn die overeenstemt met de duur van de reis over zee.
Artikel 28
Afwijking van de voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels naar een lidstaat vanuit bepaalde derde landen
In afwijking van de artikelen 22, 23, 25, 26 en 27 van deze verordening staan de lidstaten het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels naar een lidstaat toe vanuit een derde land of gebied dat is opgenomen in de lijst in bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636.
DEEL IV
BIJZONDERE REGELS VOOR HET NIET-COMMERCIËLE VERKEER VAN GEZELSCHAPSDIEREN BINNEN EN NAAR LIDSTATEN
Artikel 29
Afwijking voor niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren onder bepaalde specifieke omstandigheden
1. In afwijking van de voorwaarden die in de artikelen 7 tot en met 20 zijn vastgesteld voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten en in de artikelen 22 tot en met 27 voor gezelschapsvogels, kunnen de lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden het niet-commerciële verkeer naar hun grondgebied toestaan van gezelschapsdieren die niet aan de in die artikelen vastgestelde voorwaarden voldoen, mits:
|
a) |
de eigenaar vooraf een vergunningsaanvraag heeft ingediend bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming en die bevoegde autoriteit een vergunning heeft verleend; |
|
b) |
de bevoegde autoriteit een risicobeoordeling heeft gemaakt en heeft geconcludeerd dat het niet-commerciële verkeer een laag of geen specifiek risico vormt indien het plaatsvindt volgens de in de vergunning vastgestelde regelingen; |
|
c) |
de gezelschapsdieren voldoen aan de door de bevoegde autoriteit in de vergunning bepaalde regelingen, wat isolatie onder officieel toezicht kan omvatten totdat zij aan die voorwaarden voldoen, maar niet langer dan zes maanden:
|
Die vergunning kan ook een toestemming voor de doorvoer door een andere lidstaat omvatten, mits die lidstaat daarvoor op voorhand zijn goedkeuring heeft gegeven aan de lidstaat van bestemming.
2. In afwijking van lid 1, punt a), kan de in lid 1 bedoelde vergunning worden verleend bij aankomst op het grondgebied van de lidstaat van bestemming.
DEEL V
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 30
Overgangsmaatregelen betreffende de identificatiemiddelen voor gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten
Gezelschapshonden, gezelschapskatten en gezelschapsfretten worden geacht aan de voorschriften betreffende individuele identificatie van artikel 7, lid 1, te voldoen indien die gezelschapsdieren vóór 22 april 2026 individueel geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 576/2013 en bijlage II bij die verordening.
Artikel 31
Overgangsmaatregelen betreffende de identificatiedocumenten die worden gebruikt voor niet-commercieel verkeer zoals bedoeld in artikel 249, lid 1, en artikel 250, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429
Identificatiedocumenten worden geacht aan deze verordening te voldoen indien zij:
|
a) |
zijn opgesteld overeenkomstig het model van diergezondheidscertificaat in deel 1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 van de Commissie (13) en zijn afgegeven vóór 22 april 2026, of |
|
b) |
zijn opgesteld overeenkomstig:
|
|
c) |
zijn opgesteld overeenkomstig het model van diergezondheidscertificaat in deel 1 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1938 van de Commissie (15) en zijn afgegeven vóór 22 april 2026. |
Artikel 32
Intrekkingen
De volgende gedelegeerde verordeningen worden met ingang van 22 april 2026 ingetrokken:
|
a) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772; |
|
b) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933. |
Artikel 33
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 22 april 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 januari 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj.
(2) Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/576/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 december 2018 betreffende de toepassing, op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten (PB L 308 van 4.12.2018, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/1882/oj).
(4) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie van 30 januari 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 379, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/692/oj).
(6) Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1933 van de Commissie van 14 juli 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels naar een lidstaat vanuit een gebied of derde land (PB L 396 van 10.11.2021, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/1933/oj).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 van de Commissie van 24 maart 2021 tot vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong is toegestaan overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 114 van 31.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/404/oj).
(8) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 115, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/2035/oj).
(9) Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/772 van de Commissie van 21 november 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake preventieve gezondheidsmaatregelen voor de bestrijding van infecties met Echinococcus multilocularis bij honden en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1152/2011 (PB L 130 van 28.5.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2018/772/oj).
(10) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/688/oj).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2026/636 van de Commissie van 20 maart 2026 tot vaststelling van lijsten van derde landen of gebieden die voldoen aan bepaalde voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (PB L, 2026/636, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/636/oj).
(12) Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 van de Commissie van 20 maart 2026 tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten en modelverklaringen voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (PB L, 2026/705, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/705/oj).
(13) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de modelidentificatiedocumenten voor het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten, de vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden en de voorschriften betreffende de vorm, de opmaak en de taal van de verklaringen ten bewijze van de naleving van bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 109, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/577/oj).
(14) Beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten (PB L 312 van 27.11.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/803/oj).
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1938 van de Commissie van 9 november 2021 tot vaststelling van het model-identificatiedocument voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsvogels naar een lidstaat vanuit een gebied of derde land en tot intrekking van Beschikking 2007/25/EG (PB L 396 van 10.11.2021, blz. 47, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/1938/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/131/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)