Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32025D0208

Besluit (GBVB) 2025/208 van de Raad van 30 januari 2025 ter ondersteuning van een project voor de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer

ST/5294/2025/INIT

PB L, 2025/208, 31.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/208/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/208/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/208

31.1.2025

BESLUIT (GBVB) 2025/208 VAN DE RAAD

van 30 januari 2025

ter ondersteuning van een project voor de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, met als titel “Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie: Een sterker Europa” en die in juni 2016 is bekendgemaakt, wordt de steun van de Unie voor de universalisering en de volledige uitvoering en handhaving van multilaterale verdragen en regelingen inzake ontwapening, non-proliferatie en wapenbeheersing bevestigd.

(2)

Op 19 november 2018 heeft de Raad de EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, getiteld “Wapens beveiligen, burgers beschermen”, aangenomen. In die strategie wordt onder meer verklaard dat de Unie verantwoorde en doeltreffende wapenuitvoercontrole zal blijven bevorderen en dat zij de universalisering en uitvoering van het Wapenhandelsverdrag (“WHV”) zal blijven ondersteunen.

(3)

Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad (1) bevat acht criteria waaraan aanvragen voor de uitvoer van conventionele wapens moeten worden getoetst. Een aantal derde landen heeft zich aangesloten bij dat Gemeenschappelijk Standpunt.

(4)

In Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB is bepaald dat de lidstaten zich tot het uiterste moeten inspannen om andere wapenuitvoerende staten ertoe over te halen de in dat gemeenschappelijk standpunt vastgestelde criteria toe te passen.

(5)

De activiteiten van de Unie betreffende het bevorderen van doeltreffende en transparante controles op de wapenuitvoer zijn sinds 2008 ontwikkeld als gevolg van Gemeenschappelijk Optreden 2008/230/GBVB van de Raad (2) en Besluiten 2009/1012/GBVB (3), 2012/711/GBVB (4), (GBVB) 2015/2309 (5), (GBVB) 2018/101 (6), (GBVB) 2020/1464 (7) en (GBVB) 2023/2539 van de Raad (8). De ondernomen activiteiten hebben met name ondersteuning geboden voor verdere regionale samenwerking en meer transparantie en verantwoordelijkheid, in overeenstemming met de beginselen van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB en de daarin vastgelegde risicobeoordelingscriteria. De desbetreffende activiteiten waren gericht op derde landen in het oostelijke en zuidelijke nabuurschap van de Unie, derde landen in Centraal-Azië en Mongolië.

(6)

Een aantal kandidaat-lidstaten van de Unie heeft steun ontvangen in het kader van de activiteiten van de Unie ter bevordering van doeltreffende en transparante controles op de wapenuitvoer. Dergelijke verdere activiteiten moeten gericht zijn op het ondersteunen van aspiraties betreffende toetreding van die landen tot de Unie en, vóór hun toetreding, hun partnerschap met de Unie en haar lidstaten op het gebied van controle op de wapenuitvoer.

(7)

Met het WHV wordt beoogd de transparantie en verantwoordelijkheid in de wapenhandel te versterken. De Unie ondersteunt de daadwerkelijke uitvoering en universalisering van het WHV door middel van haar gerichte programma’s die overeenkomstig Besluiten 2013/768/GBVB (9), (GBVB) 2017/915 (10) en (GBVB) 2021/2309 van de Raad (11) zijn aangenomen. In het kader van deze programma’s wordt aan een aantal derde landen desgevraagd hulp geboden bij de versterking van hun systemen voor de controle op wapenoverdrachten, in overeenstemming met de vereisten van het WHV.

(8)

Het is derhalve van belang om ervoor te zorgen dat de bijstands- en voorlichtingsactiviteiten waarin onderhavig besluit voorziet en die welke in het kader van programma’s van de Unie worden verricht, de daadwerkelijke uitvoering en universalisering van het WHV ondersteunen. Daartoe moet een coördinatiemechanisme in de vorm van regelmatige uitwisseling van informatie tot stand worden gebracht tussen de uitvoerende instanties die belast zijn met de voorlichtingsactiviteiten van de Unie inzake controle op de uitvoer van wapens, alsook tussen die uitvoerende instanties en de Europese Dienst voor extern optreden. Dankzij dat coördinatiemechanisme zullen deskundigen uit andere lidstaten — wanneer dit relevant is — deelnemen.

(9)

De afgelopen jaren heeft de Unie tevens geholpen de controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik in derde landen te verbeteren. Daarnaast moet worden gezorgd voor doeltreffende coördinatie tussen de activiteiten in het kader van het in dit besluit bedoelde project en de activiteiten die verband houden met dergelijke controles op de uitvoer.

(10)

Het Duitse Bureau voor Economie en Uitvoercontrole, Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle (“BAFA”) is door de Raad belast met de technische uitvoering van Besluiten 2009/1012/GBVB, 2012/711/GBVB, (GBVB) 2015/2309, (GBVB) 2018/101, (GBVB) 2020/1464 en (GBVB) 2023/2539. Het BAFA is tevens een uitvoerende instantie voor projecten ter ondersteuning van de doeltreffende uitvoering van het WHV overeenkomstig Besluiten 2013/768/GBVB, (GBVB) 2017/915 en (GBVB) 2021/2309. Sinds 2005 voert het BAFA een aantal samenwerkingsprojecten van de Unie uit betreffende controles op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik. Het BAFA is de bevoegde uitvoercontroleautoriteit van Duitsland en heeft, naast het delen van zijn kerncompetenties met de bevoegde autoriteiten en andere staten, een uitgebreide kennis en expertise op het gebied van voorlichtingsactiviteiten ontwikkeld.

(11)

De door dit besluit ondersteunde activiteiten dragen bij aan duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Met het oog op de uitvoering van de EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, getiteld “Wapens beveiligen, burgers beschermen” en Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad, verleent de Unie verder steun aan een project voor de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer.

2.   De doelstellingen van het in lid 1 bedoelde project zijn:

a)

de internationale handel in conventionele wapens verantwoordelijker en transparanter te maken;

b)

het risico van omleiding van wapens naar onbevoegde gebruikers te beperken.

De in de eerste alinea van dit lid genoemde doelstellingen worden verwezenlijkt door de overdracht van expertise ter ondersteuning van de aanpassing aan de wettelijke en operationele normen van de Unie en haar lidstaten, overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, met bijzondere aandacht voor de kandidaat-lidstaten van de Unie.

3.   Projectactiviteiten worden uitgevoerd ter aanvulling van en in synergie met bijstandsprojecten van de Unie op het gebied van controle op de uitvoer van conventionele wapens en goederen voor tweeërlei gebruik en, in voorkomend geval, met andere donorhulpprojecten op het gebied van uitvoercontroles.

4.   In de bijlage bij dit besluit wordt het project nader omschreven.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van het in artikel 1 bedoelde project is in handen van het Duitse Bureau voor Economie en Uitvoercontrole, Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle (“BAFA”).

3.   Het BAFA voert zijn taak uit onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. Daartoe treft de hoge vertegenwoordiger de nodige regelingen met het BAFA.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het in artikel 1 bedoelde, door de Unie gefinancierde project bedraagt 2 100 000,00 EUR.

2.   Voor het beheer van de uitgaven die worden gefinancierd uit het in lid 1 vastgelegde referentiebedrag gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 2 bedoelde uitgaven. Hiertoe sluit zij een overeenkomst met het BAFA. Daarin wordt bepaald dat het BAFA ervoor moet zorgen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die overeenstemt met de omvang ervan.

4.   De Commissie streeft ernaar de in lid 3 bedoelde overeenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden die zich daarbij voordoen en van de datum van sluiting van de overeenkomst.

Artikel 4

1.   De hoge vertegenwoordiger brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de halfjaarlijkse verslagen die worden opgesteld door het BAFA.

2.   De Commissie brengt verslag uit over de financiële aspecten van het in artikel 1 bedoelde project.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

2.   Dit besluit verstrijkt 36 maanden na de datum van sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde overeenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden na de datum van inwerkingtreding ervan indien er binnen die termijn nog geen dergelijke overeenkomst is gesloten.

Gedaan te Brussel, 30 januari 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

A. SZŁAPKA


(1)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2008/944/oj).

(2)  Gemeenschappelijk Optreden 2008/230/GBVB van de Raad van 17 maart 2008 inzake steun voor EU-activiteiten ter bevordering van de controle op wapenuitvoer en van de beginselen en criteria van de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer bij derde landen (PB L 75 van 18.3.2008, blz. 81, ELI: http://data.europa.eu/eli/joint_action/2008/230/oj).

(3)  Besluit 2009/1012/GBVB van de Raad van 22 december 2009 inzake steun voor EU-activiteiten ter bevordering van de controle op wapenuitvoer en van de beginselen en criteria van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB bij derde landen (PB L 348 van 29.12.2009, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2009/1012/oj).

(4)  Besluit 2012/711/GBVB van de Raad van 19 november 2012 inzake steun voor activiteiten van de Unie ter bevordering, bij derde landen, van de controle op wapenuitvoer en van de beginselen en criteria van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB (PB L 321 van 20.11.2012, blz. 62, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2012/711/oj).

(5)  Besluit (GBVB) 2015/2309 van de Raad van 10 december 2015 betreffende het bevorderen van doeltreffende controle op de wapenuitvoer (PB L 326 van 11.12.2015, blz. 56, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/2309/oj).

(6)  Besluit (GBVB) 2018/101 van de Raad van 22 januari 2018 betreffende het bevorderen van doeltreffende controle op de wapenuitvoer (PB L 17 van 23.1.2018, blz. 40, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/101/oj).

(7)  Besluit (GBVB) 2020/1464 van de Raad van 12 oktober 2020 over de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer (PB L 335 van 13.10.2020, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1464/oj).

(8)  Besluit (GBVB) 2023/2539 van de Raad van 13 november 2023 ter ondersteuning van een project voor de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer (PB L, 2023/2539, 14.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/2539/oj).

(9)  Besluit 2013/768/GBVB van de Raad van 16 december 2013 betreffende EU-activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag, in het kader van de Europese veiligheidsstrategie (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 56, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2013/768/oj).

(10)  Besluit (GBVB) 2017/915 van de Raad van 29 mei 2017 over activiteiten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag (PB L 139 van 30.5.2017, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/915/oj).

(11)  Besluit (GBVB) 2021/2309 van de Raad van 22 december 2021 over voorlichtingsactiviteiten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 78, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/2309/oj).


BIJLAGE

PROJECT VOOR DE BEVORDERING VAN DOELTREFFENDE CONTROLE OP DE WAPENUITVOER

1.   Achtergrond, doel en doelstellingen

Dit besluit is erop gericht verantwoordingsplicht en verantwoordelijkheidsbesef in de legale wapenhandel te bevorderen, in overeenstemming met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, en zo bij te dragen tot vrede, veiligheid en stabiliteit in de buurlanden van de Unie. Dit besluit heeft tot doel de internationale handel in conventionele wapens verantwoorder en transparanter te maken en het gevaar dat wapens in de handen van onbevoegde gebruikers terechtkomen, te beperken middels de overdracht van expertise ter ondersteuning van de aanpassing aan de wettelijke en operationele normen van de EU en de lidstaten, met bijzondere aandacht voor de kandidaat-lidstaten van de EU en het EU-nabuurschap.

De maatregelen moeten erop gericht zijn nationale wapenuitvoersystemen in de beoogde landen efficiënter te maken door middel van juridische, institutionele en andere wijzigingen en de afstemming ervan op Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, teneinde derde landen te ondersteunen bij hun aanpassing aan de EU-normen voor controle op de wapenuitvoer (acquis) en beste praktijken bij de uitvoering daarvan, met inbegrip van, in voorkomend geval, het WHV. Voor de kandidaat-lidstaten van de EU zullen deze maatregelen hun aspiraties betreffende hun toetreding tot de EU ondersteunen en — vóór hun toetreding — hun partnerschap met de EU en haar lidstaten op het gebied van controle op de wapenuitvoer.

Bij het nastreven van deze resultaten moet complementariteit en synergie worden betracht met de lopende bijstandsprojecten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het WHV en op het gebied van controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik. De lijst van begunstigden uit hoofde van dit besluit mag niet overlappen met de lijst van begunstigden in het kader van het WHV-outreachproject van de EU (Besluit (GBVB) 2021/2309 en het daaropvolgende besluit), behalve voor zover de Groep export van conventionele wapens (Coarm) dit voordien is overeengekomen.

Ter verwezenlijking van bovengenoemde doelstellingen dient de Unie door te gaan met het bevorderen van de normen van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, op basis van de resultaten die zijn bereikt door middel van de uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 2008/230/GBVB en Besluiten 2009/1012/GBVB, 2012/711/GBVB, (GBVB) 2015/2309, (GBVB) 2018/101, (GBVB) 2020/1464 en (GBVB) 2023/2539 van de Raad, alsook het Wapenhandelsverdrag. Daartoe moeten begunstigde derde landen worden geholpen bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren, indien nodig, van wettelijke, administratieve, bestuursrechtelijke en institutionele maatregelen voor de ondersteuning van een efficiënt systeem voor controle op de overdracht van conventionele wapens.

Tevens moet steun worden verleend voor het opleiden van functionarissen die vergunningen afgeven en toezien op de naleving ervan, en die belast zijn met de uitvoering en handhaving van controle op de overdracht van wapens, en voor de nationale en regionale maatregelen ter bevordering van transparantie in en passend toezicht op de uitvoer van conventionele wapens. Daarnaast moeten contacten met de particuliere sector (inclusief de bedrijfswereld, onderzoeksinstellingen en de academische wereld) worden bevorderd zodat de wetgeving en regelgeving inzake controle op wapenoverdracht worden nageleefd, met bijzondere aandacht voor interne nalevingsprogramma’s.

Aangezien de partnerlanden van het Coarm-project zich in verschillende stadia bevinden wat betreft hun behoefte aan technische bijstand, zal het project een gedifferentieerde aanpak hanteren bij het uitdenken van outreachactiviteiten, rekening houdend met de specifieke aard van de samenwerking met elk partnerland.

Met betrekking tot partnerlanden die de status van kandidaat-lidstaat van de EU hebben, zal het project hun een aangepaste outreachbenadering bieden die meer gericht is op de opbouw van het institutionele geheugen en zelfredzaamheid, met inbegrip van meer ondersteuning bij de aanpassing aan het EU-acquis inzake controle op de wapenuitvoer, waar passend.

2.   Keuze van de uitvoerende instantie

De uitvoering van dit besluit wordt toevertrouwd aan het BAFA. Waar passend gaat het BAFA een partnerschap aan met de instanties voor uitvoercontrole van de lidstaten van de Unie, bevoegde regionale en internationale organisaties, denktanks, onderzoeksinstellingen en ngo’s.

Het BAFA heeft de meeste ervaring met het leveren van bijstand bij de controle op de uitvoer en met voorlichtingsactiviteiten. Het BAFA heeft deze ervaring opgedaan op alle ter zake doende gebieden van strategische controle op de uitvoer, en heeft ervaring met CBRN-gerelateerde producten voor tweeërlei gebruik en militaire goederen. Via die programma’s en activiteiten heeft het BAFA een grondige kennis opgedaan van de systemen voor controle op de uitvoer van de meeste landen die onder dit besluit van de Raad vallen.

Wat betreft bijstand en voorlichting bij controle op de uitvoer van wapens, heeft het BAFA de uitvoering van Besluiten 2009/1012/GBVB, 2012/711/GBVB, (GBVB) 2015/2309, (GBVB) 2018/101, (GBVB) 2020/1464 en (GBVB) 2023/2539 van de Raad met succes afgerond. Het BAFA is tevens belast met de technische uitvoering van het programma ter ondersteuning van de uitvoering van het WHV dat bij Besluiten 2013/768/GBVB, (GBVB) 2017/915 en (GBVB) 2021/2309 is ingesteld, alsook van verschillende P2P-projecten op het gebied van controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik, waarvan de partnerlanden ten dele overlappen met de partnerlanden in het kader van dit besluit van de Raad.

Het BAFA verkeert derhalve in een unieke positie om de sterke en zwakke punten aan te wijzen in de systemen voor controle op de uitvoer van landen die de begunstigden zullen zijn van activiteiten uit hoofde van dit besluit. Het BAFA is eveneens het meest geschikt om synergie te bewerkstelligen tussen de verschillende bijstands- en voorlichtingsprogramma’s inzake controle op de uitvoer van wapens, en om dubbel werk te voorkomen. Dit is met name van belang voor begunstigde landen die reeds steun hebben ontvangen uit hoofde van eerdere samenwerkingsprogramma’s van de Unie ter versterking van de lokale capaciteit om hun nationale systeem voor controle op wapenhandel overeenkomstig internationale normen en recente ontwikkelingen toe te passen en te actualiseren.

3.   Coördinatie met overige Uniebijstandsprojecten op het gebied van uitvoercontrole

Op basis van de ervaring van eerdere voorlichtingsactiviteiten van de Europese Unie inzake controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik en conventionele wapens moet worden gestreefd naar synergie en complementariteit. Waar passend kan worden gestreefd naar synergie met andere activiteiten die uit de GBVB-begroting worden gefinancierd, of met andere activiteiten in verband met controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik die uit andere financiële instrumenten van de Unie dan de GBVB-begroting worden gefinancierd. Dit moet gebeuren met volledige inachtneming van de wettelijke en financiële mogelijkheden om die instrumenten van de Unie in te zetten.

4.   Coördinatie met overige donorhulpprojecten op het gebied van uitvoercontrole

In voorkomend geval moet ook worden gestreefd naar synergie en complementariteit met andere donorhulpprojecten op het gebied van voorlichting inzake uitvoercontrole. De coördinatie met andere donoren moet, waar van toepassing en passend, per geval gebeuren om optimaal gebruik te maken van synergieën en middelen en om overlapping te voorkomen.

5.   Aanpak van begunstigde landen

De doelstellingen van het project worden nagestreefd door technische bijstand te verlenen aan een aantal begunstigde landen die bereid zijn hun normen en praktijken inzake controle op de uitvoer van wapens te ontwikkelen. Voor de uit te voeren bijstandsactiviteiten en de reikwijdte van de aan te bieden samenwerking wordt rekening gehouden met wat de status van de begunstigde landen is, met name:

—

of het begunstigde land een verzoek om toetreding tot de Unie heeft ingediend en of het land een officiële of een mogelijke kandidaat-lidstaat is;

—

of het land is toegetreden of een verzoek tot toetreding heeft ingediend tot internationale regelingen voor controle op de uitvoer in verband met de overdracht van conventionele wapens en producten en technologieën voor tweeërlei gebruik;

—

over welke handelscapaciteit het land beschikt op het gebied van conventionele militaire uitrusting en technologieën, als producent, importeur of handelsknooppunt;

—

hoe matuur het bestaande nationale systeem voor controle op de uitvoer is; daarbij wordt vooral gekeken naar de geboekte vooruitgang als resultaat van steun ontvangen uit eerdere, door de Unie gefinancierde samenwerkingsprogramma’s inzake controle op de uitvoer van wapens; en

—

wat de positie ten aanzien van het WHV is.

De samenwerking met de kandidaat-lidstaten van de EU moet verder worden ontwikkeld in de geest van de hieronder beschreven gedifferentieerde aanpak en toolkit. De samenwerking met deze landen zal gericht zijn op steun voor hun volledige aanpassing aan het acquis op het gebied van controle op de wapenuitvoer en aan Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB ter ondersteuning van hun toetredingsproces tot de EU, onder voorbehoud dat de vooruitgang wordt gemeten. Dit houdt in dat de begunstigde landen in staat worden gesteld een institutioneel geheugen op te bouwen en zelfvoorzienend te worden. Ook wordt de rol van deze begunstigden versterkt als multiplicatoren en verstrekkers van kennis en deskundigheid in hun respectieve regio’s, waar passend en van toepassing, alsook in andere regio’s, en blijven informatie-uitwisseling en samenwerking met EU-deskundigen en tussen landen met een vergelijkbaar maturiteitsniveau (ook uit andere projecten voor controle op de uitvoer) ondersteund worden.

Als zodanig moeten deze partnerlanden blijven deelnemen aan regionale evenementen binnen hun geografische regio en aan evaluatie-evenementen. Tegelijkertijd zal een aantal specifieke activiteiten aan hen worden toegewezen, die in voorkomend geval ook een mentoringcomponent zullen omvatten.

6.   Begunstigde landen

Tenzij dit anders is overeengekomen door de Groep Coarm, mag de lijst van begunstigden uit hoofde van dit besluit niet overlappen met de lijst van begunstigden in het kader van het WHV-outreachproject van de EU (Besluit (GBVB) 2021/2309 en het daaropvolgende besluit).

Begunstigde landen uit hoofde van dit besluit zijn:

a)

Zuidoost-Europese landen (Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Noord-Macedonië, Montenegro, Servië en Kosovo (*1));

b)

Oost-Europese en Kaukasische landen van het Europees nabuurschapsbeleid (Armenië, Azerbeidzjan, Belarus (*2), Georgië, de Republiek Moldavië);

c)

Noord-Afrikaanse, mediterrane en zuidelijke-nabuurschapslanden van het Europees nabuurschapsbeleid (Algerije, Egypte, Marokko, Tunesië, Jordanië en Libanon);

d)

Centraal-Aziatische landen (Kazachstan, Tadzjikistan, Oezbekistan, Kirgizië, Turkmenistan en Mongolië).

e)

Oekraïne

6.1.   De volgende begunstigde landen zijn momenteel kandidaat-lidstaten van de EU:

Albanië, Bosnië en Herzegovina, Georgië, de Republiek Noord-Macedonië, de Republiek Moldavië, Montenegro, Servië en Oekraïne.

Voor deze landen worden in het kader van het project speciaal ontworpen activiteiten uitgevoerd zoals beschreven in punt 7.2.

6.2.   Wijziging van de lijst van begunstigde landen

De Groep Coarm kan in uitzonderlijke gevallen en na overleg met de uitvoerende instantie besluiten landen toe te voegen aan de lijst van begunstigden. Wijzigingen moeten via de voorzitter van Coarm op formele wijze worden uitgewisseld tussen het BAFA en de Unie.

7.   Beschrijving van de activiteit

7.1.   Activiteiten voor landen die bijzondere technische bijstand nodig hebben

7.1.1.   Individuele bijstand en bijstand op afstand

Het project zal de vorm aannemen van workshops waarbij individuele begunstigde landen op verzoek bijstand wordt geboden op gebieden van specifiek nationaal belang. Overheidsfunctionarissen van begunstigde landen, met inbegrip van administratieve ambtenaren en voor vergunningen en handhaving bevoegde functionarissen, zullen deelnemen aan de workshops. De evenementen duren in de regel twee dagen, maar dit hangt af van de precieze behoeften en beschikbaarheid van de deskundigen van de begunstigde landen en de lidstaten. De activiteiten kunnen zo nodig ook online worden georganiseerd.

Deze workshops voor individuele bijstand worden hoofdzakelijk gehouden op verzoek van de begunstigde landen. Ze zijn bedoeld voor de behandeling van een specifiek probleem in verband met controle op de uitvoer van wapens dat door een begunstigd land aan de orde is gesteld. Deze workshops kunnen onder meer gaan over gerichte nationale maatregelen voor capaciteitsopbouw, voorlichting van de industrie (met inbegrip van onderzoekscentra en de academische wereld), en nationale opleidingsstrategieën op het gebied van controle op de uitvoer van wapens.

Daarnaast zal waar geschikt en passend individuele ondersteuning op afstand worden geboden (bv. juridische toetsing, raadpleging over specifieke gevallen, daaronder begrepen steun voor technische classificatie van een bepaald product enz.).

Deskundigen van nationale overheidsdiensten van de lidstaten (onder wie voormalige functionarissen), vertegenwoordigers van de landen die zich hebben aangesloten bij Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, en vertegenwoordigers van de particuliere sector zullen hun expertise beschikbaar stellen. Vertegenwoordigers van begunstigde landen die de status van kandidaat-lidstaat van de EU hebben en daartoe specifiek zijn opgeleid in het kader van Besluit (GBVB) 2020/1464, Besluit (GBVB) 2023/2539 of het huidige GBVB-besluit, zullen in voorkomend geval als regionale deskundigen kunnen optreden en hun specifieke deskundigheid kunnen verstrekken aan andere begunstigde landen in het kader van dit project.

7.1.2.   Multilaterale activiteiten en kennisuitwisseling

Het project wordt uitgevoerd in de vorm van multilaterale activiteiten waarbij ten minste twee begunstigde landen betrokken worden die geïnteresseerd zijn in een zaak van gemeenschappelijk belang, zodat er kennis, ervaring en nationale benaderingen op dit specifieke gebied kunnen worden uitgewisseld. Deze activiteiten kunnen worden georganiseerd in een van de begunstigde landen van dit besluit, in een lidstaat of online.

7.2.   Activiteiten voor kandidaat-lidstaten van de EU

7.2.1.   De opleiders opleiden

Het project zal bestaan uit maximaal twee “opleiding van opleiders” -cursussen die extra ondersteuning bieden bij de opbouw van eigen nationale capaciteit op basis van de voortgezette toepassing van de BAFA-aanpak van dit soort opleidingen. De in deze opleiding ontwikkelde vaardigheden omvatten didactiek, kennisoverdracht en specifieke vaardigheden op het vlak van institutioneel geheugen. Bij de uitvoering van de in dit besluit beschreven activiteiten moeten de opgeleide opleiders verder worden gesterkt en aangemoedigd om deel te nemen aan activiteiten als multiplicatoren of verstrekkers van kennis en deskundigheid op nationaal, regionaal, transregionaal en internationaal niveau. Op deze manier krijgen de begunstigde landen ook ondersteuning om af te stappen van individuele bijstand en autonomer te worden bij de uitvoering van strategische handelscontroles op nationaal en regionaal niveau. Deelname aan één of beide cursussen kan, in voorkomend geval, worden aangeboden aan andere begunstigde landen van het project die niet in punt 6.1 zijn genoemd, afhankelijk van hun behoeften.

7.2.2.   Peer-to-peerbezoeken

Het project ondersteunt de organisatie van peer-to-peerbezoeken waarbij ten minste twee begunstigde landen betrokken zijn die kandidaat-lidstaat van de EU zijn of die ten minste één “opleiding van opleiders” hebben voltooid. Deze activiteiten moeten zodanig worden opgezet dat de deelnemers gebruik kunnen maken van de vaardigheden die tijdens de opleiding van opleiders zijn ontwikkeld en hen de mogelijkheid bieden om de ervaringen van hun land en de vooruitgang op het gebied van capaciteitsopbouw met betrekking tot controle op de uitvoer van wapens te delen, zowel met elkaar als met andere partnerlanden. De inhoud van het bezoek wordt uitgedacht door de ontvangende partnerlanden. Het uitvoerende agentschap zorgt voor feedback en voornamelijk logistieke ondersteuning.

7.2.3.   Maatregelen op het gebied van institutionele capaciteitsvergroting

Het project zal ook steun verlenen aan begunstigde landen die ten minste één “opleiding van opleiders” hebben voltooid voor het zelf organiseren en uitvoeren van nationale opleidings- en outreachactiviteiten. Hierbij kan het onder meer gaan om voorlichting aan het bedrijfsleven of de academische wereld en opleiding van vergunningverlenende functionarissen of douanebeambten. De inhoud van de opleiding en activiteiten wordt door de begunstigde landen zelf ontwikkeld, met mentoringcomponenten en, in voorkomend geval, aanvullende deskundigheid van het uitvoerend agentschap, zoals beschreven in punt 7.1.1.

7.2.4.   Nationale en multilaterale activiteiten

Het project omvat nationale en multilaterale activiteiten waarvan de vorm en betrokken deskundigheid zijn beschreven in punt 7.1.1, maar in dit geval zijn de activiteiten specifiek gericht op het ondersteunen van een nauwere afstemming op het EU-acquis op het vlak van controle op wapenuitvoer voor kandidaat-lidstaten van de EU.

7.2.5.   Gezamenlijke conferenties

Dit project zal gezamenlijke conferenties voor alle kandidaat-lidstaten van de EU ondersteunen. Deze conferenties zullen een forum bieden voor discussies op hoog niveau, informatie-uitwisseling en opleidingsmogelijkheden. Deskundigen van nationale overheidsdiensten van de lidstaten (onder wie voormalige functionarissen), vertegenwoordigers van de landen die zich hebben aangesloten bij Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, en vertegenwoordigers van de particuliere sector zullen hun expertise beschikbaar stellen.

Andere begunstigde landen van het project die niet in punt 6.1 zijn vermeld, kunnen indien nodig worden uitgenodigd.

7.3.   Activiteiten voor alle partnerlanden

7.3.1.   Regionale workshops

Dit project omvat tweedaagse (trans-)regionale workshops, waarbij een theoretische en praktische opleiding wordt gegeven en de mogelijkheid wordt geboden in dialoog te gaan en informatie uit te wisselen om, onder meer, de regionale benaderingen van bepaalde aspecten van de controle op de uitvoer van conventionele wapens te consolideren.

Onder de deelnemers aan de workshops zullen onder meer overheidsfunctionarissen zijn van de begunstigde landen die onder het besluit vallen. Waar passend, kunnen onder meer ook vertegenwoordigers van nationale parlementen, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld worden uitgenodigd. Deskundigen stellen expertise in verband met opleidingen ter beschikking, zoals beschreven onder punt 7.1.1.

De workshops kunnen plaatsvinden in een begunstigd land of in een ander land en kunnen worden georganiseerd in de vorm van een fysiek, online of hybride (d.w.z. zowel fysiek als online) evenement, naargelang het geval.

7.3.2.   Eindevaluatie-evenement

Om de in het kader van dit besluit uitgevoerde activiteiten te evalueren en het effect ervan te beoordelen, zal er een online of hybride eindevaluatie-evenement georganiseerd worden. Alle begunstigde landen zullen deelnemen aan het eindevaluatie-evenement. Indien mogelijk zal het evenement aansluiten op een vergadering van de Groep Coarm in Brussel om brede fysieke deelname van de lidstaten mogelijk te maken.

8.   Projectresultaten en uitvoeringsindicatoren

Bij de evaluatie van de projectresultaten zal rekening worden gehouden met de volgende elementen:

8.1.   Individuele evaluatie van begunstigde landen

Vanaf februari 2026 zal BAFA de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie jaarlijks een update verstrekken van de voortgangsverslagen betreffende de uitvoering voor elk van de begunstigde landen. De verslagen bieden een overzicht van de activiteiten die tijdens de looptijd van het besluit in elk begunstigd land hebben plaatsgevonden en geven een beoordeling en beschrijving van de capaciteit van het begunstigde land op het gebied van controle op wapenoverdracht op basis van de informatie waarover het BAFA beschikt, met inbegrip van de in punt 8.2 vermelde informatie, voor zover van toepassing.

8.2.   Effectbeoordeling en in de verslagen op te nemen informatie

Het effect voor de begunstigde landen van de activiteiten van de actie waarin dit besluit voorziet, moet worden beoordeeld nadat de actie is uitgevoerd, uiterlijk 6 maanden na het verstrijken van het besluit. De effectbeoordeling wordt uitgevoerd door het BAFA in samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden, en omvat tevens, zo nodig, de delegaties van de Unie in de begunstigde landen en andere belanghebbenden.

Daartoe moeten de in punt 8.1 genoemde verslagen de volgende informatie bevatten, ook om de voortgang te kunnen beoordelen:

—

het bestaan en de werking van een systeem voor controle op de uitvoer en wetgeving om de uitvoer van technologie en goederen die voorkomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen te controleren;

—

het vermogen om aanvragen voor uitvoervergunningen per geval te beoordelen aan de hand van de criteria van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB;

—

de reikwijdte van de controle (met inbegrip van uitvoer, tussenhandelactiviteiten, doorvoer en overlading, en immateriële overdrachten van software en technologie);

—

de uitwisseling van informatie (over uitvoervergunningen en weigeringen) met andere staten;

—

controle van het eindbestemmings-/eindgebruikerscertificaat bij de beoordeling van aanvragen;

—

de publicatie van een jaarverslag over de uitvoer van militaire goederen en technologie en andere verslagen (bv. VN-register, jaarlijks rapport in het kader van het WHV, het Wassenaar Arrangement en de OVSE, en verslagen aan nationale parlementen);

—

er wordt gebruikgemaakt van informatie over handhavingszaken, indien beschikbaar;

—

er wordt bekeken of het begunstigde land zich officieel heeft aangesloten bij Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, dan wel voornemens is dat te doen.

9.   Zichtbaarheid van de Unie

Het BAFA zal alle passende maatregelen nemen om bekendheid te geven aan het feit dat de Unie de actie financiert. Die maatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de communicatie- en zichtbaarheidshandleiding betreffende externe maatregelen van de Unie, die door de Europese Commissie is gepubliceerd. Het BAFA zal aldus de zichtbaarheid van de bijdrage van de Unie verzekeren met passende profilering en publiciteit, waarin de rol van de Unie wordt benadrukt en bekendheid wordt gegeven aan de redenen die aan de grondslag van dit besluit liggen, aan de steun van de Unie voor dit besluit en aan de resultaten waartoe die steun heeft geleid. Op in het kader van het project geproduceerd materiaal moet duidelijk zichtbaar de Unievlag worden aangebracht, alsook het logo “EU-P2P-programma voor controle op de uitvoer”, overeenkomstig de Unierichtsnoeren ter zake. Delegaties van de Unie moeten bij evenementen in derde landen worden betrokken om de politieke follow-up en zichtbaarheid te versterken.

Aangezien de voorgenomen activiteiten sterk verschillen qua toepassingsgebied en aard, kan gebruik worden gemaakt van een veelheid aan promotie-instrumenten, afhankelijk van hun beschikbaarheid en geschiktheid: traditionele media, websites, sociale media, informatie- en promotiemateriaal (waaronder infographics, folders, nieuwsbrieven, persmededelingen en andere instrumenten, naargelang het geval). Op de in het kader van dit project gefinancierde publicaties en publieke evenementen zal de nodige informatie worden vermeld.

10.   Looptijd

De totale looptijd van het project wordt op 36 maanden geraamd.


(*1)   Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

(*2)   De deelname van Belarus blijft opgeschort.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/208/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top