Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32024O2148

Richtsnoer (EU) 2024/2148 van de Europese Centrale Bank van 23 juli 2024 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2011/23 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (ECB/2024/21)

ECB/2024/21

PB L, 2024/2148, 7.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2024/2148/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2024/2148/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2148

7.8.2024

RICHTSNOER (EU) 2024/2148 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 23 juli 2024

tot wijziging van Richtsnoer ECB/2011/23 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (ECB/2024/21)

DE DIRECTIE VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name de artikelen 3.1, 3.3, 5.1, 12.1 en 14.3,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bepaalde gevallen kan een strikte toepassing van de standaardwaarderingsmethode voor aandelen in niet-beursgenoteerde directe-investeringsmaatschappijen, zoals vastgelegd in bijlage III bij Richtsnoer ECB/2011/23 van de Europese Centrale Bank (2), leiden tot een vertekende netto-internationale investeringspositie van de lidstaten. In deze gevallen moet het de lidstaten worden toegestaan één van de alternatieve waarderingsmethoden toe te passen die zijn beschreven in de zesde editie van het handboek van het Internationaal Monetair Fonds over de betalingsbalans en de internationale investeringspositie (“Balance of Payments and International Investment Position Manual” – BPM6) (3).

(2)

Deze alternatieve waarderingsmethoden zijn aan de lidstaten ter beschikking gesteld door de vaststelling van Richtsnoer ECB/2013/25 (4), maar de desbetreffende bepalingen zijn ten onrechte geschrapt bij Richtsnoer (EU) 2020/1554 van de Europese Centrale Bank (ECB/2020/52) (5). Daarom moeten deze bepalingen opnieuw worden opgenomen in bijlage III bij Richtsnoer ECB/2011/23.

(3)

De wijzigingen in bijlage III bij Richtsnoer ECB/2011/23 zijn technische wijzigingen die noch de conceptuele bepaling veranderen die aan de gegevensrapportagevereisten ten grondslag ligt, noch effect hebben op de rapportagelast in de lidstaten. Deze wijzigingen kunnen derhalve worden doorgevoerd door middel van de vereenvoudigde wijzigingsprocedure van artikel 7 van Richtsnoer ECB/2011/23.

(4)

Derhalve moet Richtsnoer ECB/2011/23 dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen

Bijlage III bij Richtsnoer ECB/2011/23 wordt overeenkomstig de bijlage bij dit richtsnoer gewijzigd.

Artikel 2

Vankrachtwording en tenuitvoerlegging

1.   Dit richtsnoer wordt van kracht op de dag van kennisgeving aan de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben.

2.   De centrale banken van het Eurosysteem voldoen met ingang van 1 september 2024 aan dit richtsnoer.

Artikel 3

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot alle centrale banken van het Eurosysteem.

Gedaan te Frankfurt am Main, 23 juli 2024.

Voor de directie van de ECB

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)   PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(2)  Richtsnoer ECB/2011/23 van de Europese Centrale Bank van 9 december 2011 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (PB L 65 van 3.3.2012, blz. 1).

(3)  Beschikbaar op https://www.imf.org/.

(4)  Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 30 juli 2013 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2011/23 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (ECB/2013/25) (PB L 247 van 18.9.2013, blz. 38).

(5)  Richtsnoer (EU) 2020/1554 van de Europese Centrale Bank van 14 oktober 2020 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2011/23 betreffende de frequentie van de rapportage aan de Europese Centrale Bank met betrekking tot de kwaliteit van externe statistieken (ECB/2020/52) (PB L 354 van 26.10.2020, blz. 26).


BIJLAGE

Bijlage III bij Richtsnoer ECB/2011/23 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Sectie C, punt 6.1, wordt vervangen door:

“6.1.   Directe buitenlandse investeringen

Directe buitenlandse investeringen hebben betrekking op een ingezetene in de ene economie die zeggenschap over of invloed van betekenis heeft op het beheer van een onderneming die ingezeten is in een andere economie. In aansluiting op internationale standaarden (en met name BPM6) is sprake van een dergelijk verband, indien een in een economie ingezeten investeerder 10 %, of meer, direct of indirect stemrechtenbezit heeft in een in een andere economie ingezeten onderneming. Op basis van dit criterium kan er een vervlechting van directe buitenlandse investeringen bestaan tussen een aantal verbonden ondernemingen, ongeacht of die vervlechting één of meerdere ketens omvat. De vervlechting kan zich uitstrekken tot dochterondernemingen, dochters van dochterondernemingen en partnerondernemingen van de directe-investeringsmaatschappij. Zodra de buitenlandse directe investering vaststaat, worden alle daaruit voortvloeiende financiële stromen/deelnemingen tussen de verbonden entiteiten geboekt als transacties/posities in verband met buitenlandse directe investeringen.

Het aandelenkapitaal omvat deelnemingen in bijkantoren, alsmede alle aandelen in dochter- en partnerondernemingen. Herbelegde winsten bestaan uit de compenserende boekingspost voor het aandeel van de directe investeerder in winsten die door dochter- of partnerondernemingen niet als dividenden zijn uitgekeerd, alsmede winsten van bijkantoren die niet aan de directe investeerder zijn afgedragen en die zijn geboekt onder “inkomen uit investeringen” (zie punt 3.2.3 van sectie A).

Buitenlandse directe investeringen aandelenkapitaal in de vorm van deelnemingen en schuld worden verder uitgesplitst naar de soort relatie tussen entiteiten en naar het oogmerk van de investering. Drie typen van buitenlandse directe-investeringsrelaties kunnen als volgt worden onderscheiden:

a)

investeringen door directe investeerders in directe-investeringsmaatschappijen: deze categorie omvat investeringsstromen (en -standen) van de directe investeerder naar diens directe-investeringsmaatschappijen (ongeacht of daarover direct of indirect zeggenschap of invloed wordt uitgeoefend);

b)

tegengestelde investering: dit type relatie bestrijkt investeringsstromen (en -standen) van de directe-investeringsmaatschappijen naar de directe investeerder;

c)

tussen zusterondernemingen: dit bestrijkt stromen (en standen) tussen ondernemingen die geen zeggenschap over of invloed op elkaar uitoefenen, maar dezelfde directe investeerder oefent zeggenschap over of invloed op beide uit.

Wat betreft de waardering van buitenlandse directe investeringsposities worden de beursgenoteerde aandelen gewaardeerd tegen marktprijzen. Indien het niet-beursgenoteerde directe-investeringsmaatschappijen betreft, worden aandelen daarentegen gewaardeerd op basis van de boekwaarde onder toepassing van een gangbare definitie die de volgende boekingsposten omvat:

i)

gestort kapitaal (met uitzondering van eigen aandelen en met inbegrip van agioreserves);

ii)

alle typen reserves (met inbegrip van investeringsbijdragen, indien richtlijnen voor financiële administratie deze als bedrijfsreserves beschouwen);

iii)

niet-uitgekeerde winsten minus verliezen (met inbegrip van het resultaat voor het lopende jaar).

Voor aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen kunnen de in de financiële rekening geboekte transacties verschillen van het in de IIP tegen boekwaarde geregistreerde eigen vermogen. Dergelijke verschillen worden geboekt als herwaarderingen ten gevolge van overige prijsmutaties.

Om de consistentie bij de waardering van activa en passiva te vergroten wanneer de hierboven beschreven waarderingsmethode tot verstoringen van de netto-internationale investeringspositie van de lidstaten kan leiden, kunnen aandelen in niet-beursgenoteerde directe-investeringsmaatschappijen ook door de lidstaten worden gewaardeerd volgens één van de andere waarderingsmethoden als bedoeld in punt 7.16 van het BPM6, indien ten minste één van de volgende gevallen van toepassing is:

minstens één maatschappij in een directe-investeringsketen is beursgenoteerd, terwijl minstens één maatschappij niet-beursgenoteerd is, hetgeen leidt tot een significante vertekening van de netto-IIP van een onderneming in de keten; in dit geval kan de marktprijs van de beursgenoteerde onderneming als referentie worden gebruikt voor de waardering van de verbonden niet-beursgenoteerde ondernemingen; of

indien verschillen optreden bij de registratie van verworven goodwill in een keten van directe-investeringsmaatschappijen hetgeen leidt tot een significante vertekening in de netto-IIP van het land waarin de onderneming in het midden van de keten ingezeten is; of

indien de rekeningen van de maatschappijen in een direct-investeringsketen in verschillende valuta luiden en de wisselkoersfluctuaties een significante vertekening veroorzaken van de netto-IIP van het land waarin de onderneming in het midden van de keten ingezeten is.

Indien een alternatieve methode wordt toegepast voor de waardering van aandelen in niet-beursgenoteerde directe-investeringsmaatschappijen, wordt de samensteller van de IIP ertoe aangemoedigd de samensteller in het land van de tegenpartij te attenderen op de alternatieve methode en met de samensteller samen te werken om het risico van bilaterale asymmetrische registratie te minimaliseren. Deze informatie dient binnen het ESCB te worden doorgegeven in het kader van bestaande regelingen en te worden gepubliceerd in de ECB-publicatie “ European Union balance of payments and international investment position statistical sources and methods ” (zoals beschreven in bijlage V).

Als beste praktijk wordt aanbevolen dat alle lidstaten een begin maken met de samenstelling van de effectenstanden inzake buitenlandse directe investeringen en de herbelegde winsten op basis van de resultaten van de ten minste jaarlijks te verzamelen enquêtes inzake buitenlandse directe investeringen (*1).

(*1)  De volgende niet-aanvaardbare praktijken dienen gestaakt te worden: i) de keuze van het waarderingscriterium aan de informatieplichtigen overlaten (markt- of boekwaarde); ii) de toepassing van een permanente-inventarismethode/accumulatie van betalingsbalansstromen voor de samenstelling van standen.”."


(*1)  De volgende niet-aanvaardbare praktijken dienen gestaakt te worden: i) de keuze van het waarderingscriterium aan de informatieplichtigen overlaten (markt- of boekwaarde); ii) de toepassing van een permanente-inventarismethode/accumulatie van betalingsbalansstromen voor de samenstelling van standen.”.”


ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2024/2148/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top