This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32024D0628
Council Decision (CFSP) 2024/628 of 19 February 2024 amending Common Position 2001/931/CFSP on the application of specific measures to combat terrorism
Besluit (GBVB) 2024/628 van de Raad van 19 februari 2024 tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme
Besluit (GBVB) 2024/628 van de Raad van 19 februari 2024 tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme
ST/5776/2024/INIT
PB L, 2024/628, 20.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/628/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/628 |
20.2.2024 |
BESLUIT (GBVB) 2024/628 VAN DE RAAD
van 19 februari 2024
tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 27 december 2001 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
Op 20 mei 2021 heeft de Raad in zijn “Conclusies over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het humanitaire optreden van de EU: nieuwe uitdagingen, zelfde beginselen” zijn voornemen herhaald om eventuele onbedoelde negatieve gevolgen van beperkende maatregelen van de Unie voor op principes gestoeld humanitair optreden te vermijden en, waar die onvermijdelijk zijn, zo veel mogelijk te beperken. De Raad herhaalde dat de beperkende maatregelen van de Unie voldoen aan alle verplichtingen krachtens het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten, het internationaal humanitair recht en het internationaal vluchtelingenrecht. Hij benadrukte het belang van volledige inachtneming van de humanitaire beginselen en het internationaal humanitair recht in het sanctiebeleid van de Unie, onder meer door waar nodig consequent humanitaire uitzonderingen op te nemen in de Unieregelingen voor beperkende maatregelen, en door te zorgen voor een doeltreffend kader voor het toepassen van dergelijke uitzonderingen door humanitaire organisaties. |
|
(3) |
Op 9 december 2022 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (de “VN-Veiligheidsraad”) Resolutie 2664 (2022) aangenomen, waarin, onder verwijzing naar eerdere resoluties waarbij sanctiemaatregelen werden opgelegd als reactie op bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid, wordt benadrukt dat de maatregelen die de lidstaten van de Verenigde Naties hebben genomen om de sancties uit te voeren, in overeenstemming zijn met hun verplichtingen krachtens het internationaal recht en dat met die maatregelen geen nadelige gevolgen op humanitair vlak voor de burgerbevolking worden beoogd, noch voor humanitaire activiteiten of voor degenen die ze uitvoeren. In punt 1 van Resolutie 2664 (2022) besluit de VN-Veiligheidsraad dat de verstrekking, verwerking of betaling van tegoeden, andere financiële activa of economische middelen of de levering van goederen en diensten die noodzakelijk zijn om de tijdige verlening van humanitaire bijstand of de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften, door bepaalde actoren, te verzekeren, toegestaan zijn en geen schending vormen van de door de VN-Veiligheidsraad of zijn sanctiecomités opgelegde bevriezing van tegoeden. |
|
(4) |
Op 14 februari 2023 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2023/338 (2) vastgesteld, waarbij de humanitaire vrijstelling op grond van Resolutie 2664 (2022) van de VN-Veiligheidsraad werd ingevoerd in de Unieregelingen inzake beperkende maatregelen die uitvoering geven aan de maatregelen waartoe de VN-Veiligheidsraad of zijn sanctiecomités hebben besloten. Op 31 maart 2023 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2023/726 (3) vastgesteld, waarbij de humanitaire vrijstelling op grond van Resolutie 2664 (2022) van de VN-Veiligheidsraad werd ingevoerd in de Unieregelingen inzake beperkende maatregelen die uitvoering geven aan de maatregelen waartoe de VN-Veiligheidsraad of zijn sanctiecomités hebben besloten, alsook in aanvullende maatregelen waartoe de Raad heeft besloten. Op 27 november 2023 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2023/2686 (4) vastgesteld, waarbij de humanitaire vrijstelling ten behoeve van actoren bedoeld in Resolutie 2664 (2022) van de VN-Veiligheidsraad, van organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend, en van organisaties en agentschappen die door een lidstaat of door een gespecialiseerd agentschap van een lidstaat zijn erkend of gecertificeerd, in bepaalde Unieregelingen inzake beperkende maatregelen werd ingevoerd. |
|
(5) |
Teneinde de consistentie tussen de Unieregelingen inzake beperkende maatregelen onderling en met die van de VN-Veiligheidsraad of zijn sanctiecomités te vergroten en de tijdige verlening van humanitaire bijstand of de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften, te verzekeren, moet volgens de Raad in Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB voor een initiële periode van twaalf maanden een humanitaire vrijstelling worden ingevoerd van de maatregelen tot bevriezing van tegoeden die van toepassing zijn op, en van de beperkingen op het beschikbaar stellen van tegoeden en economische middelen aan, in de lijsten opgenomen personen, groepen en entiteiten, ten behoeve van actoren bedoeld in Resolutie 2664 (2022) van de VN-Veiligheidsraad, van organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend, en van organisaties en agentschappen die door een lidstaat of door een gespecialiseerd agentschap van een lidstaat zijn erkend of gecertificeerd. Daarnaast moet volgens de Raad een bijkomend afwijkingsmechanisme worden ingevoerd voor bij humanitaire activiteiten betrokken organisaties en actoren die niet in aanmerking komen voor die humanitaire vrijstelling. Voorts moeten er volgens de Raad in verband met die uitzonderingen een evaluatieclausule worden ingevoerd. |
|
(6) |
Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het volgende artikel wordt ingevoegd in Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/CFSP:
“Artikel 3 bis
1. De artikelen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de verstrekking, verwerking of betaling van tegoeden, andere financiële activa of economische middelen of op de verstrekking van goederen of diensten die noodzakelijk zijn voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften, indien dergelijke bijstand en andere activiteiten worden uitgevoerd door:
|
a) |
de Verenigde Naties (VN), met inbegrip van de programma’s, fondsen en andere entiteiten en organen daarvan, alsook de gespecialiseerde agentschappen en aanverwante organisaties daarvan; |
|
b) |
internationale organisaties; |
|
c) |
humanitaire organisaties met de status van waarnemer bij de Algemene Vergadering van de VN en leden van die humanitaire organisaties; |
|
d) |
bilateraal of multilateraal gefinancierde niet-gouvernementele organisaties die deelnemen aan humanitaire responsplannen van de VN, de VN-responsplannen voor vluchtelingen, andere oproepen van de VN of humanitaire clusters die worden gecoördineerd door het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden; |
|
e) |
organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend of die door een lidstaat overeenkomstig nationale procedures gecertificeerd of erkend zijn; |
|
f) |
gespecialiseerde agentschappen van de lidstaten; |
|
g) |
werknemers, begunstigden, ondergeschikte organen of uitvoerende partners van de in de punten a) tot en met f) genoemde entiteiten terwijl en voor zover zij in die hoedanigheid handelen. |
2. Onverminderd lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, in afwijking van de artikelen 2 en 3, onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire bijstand of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften.
3. Indien de relevante bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming krachtens lid 2 geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten meer tijd nodig te hebben, wordt die toestemming geacht te zijn verleend.
4. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke krachtens dit artikel verleende toestemming, binnen vier weken na het verlenen van die toestemming.
5. De leden 1 en 2 worden ten minste om de twaalf maanden, of op dringend verzoek van een lidstaat, van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, of van de Commissie na een ingrijpende verandering in de omstandigheden, geëvalueerd.
6. Lid 1 is van toepassing tot en met 22 februari 2025.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 19 februari 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
J. BORRELL FONTELLES
(1) Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 93).
(2) Besluit (GBVB) 2023/338 van de Raad van 14 februari 2023 tot wijziging van een aantal besluiten en gemeenschappelijke standpunten van de Raad betreffende beperkende maatregelen met het oog op de invoeging van bepalingen inzake een humanitaire vrijstelling (PB L 47 van 15.2.2023, blz. 50).
(3) Besluit (GBVB) 2023/726 van de Raad van 31 maart 2023 tot wijziging van een aantal besluiten van de Raad betreffende beperkende maatregelen met het oog op de invoeging van bepalingen inzake een humanitaire vrijstelling (PB L 94 van 3.4.2023, blz. 48).
(4) Besluit (GBVB) 2023/2686 van de Raad van 27 november 2023 tot wijziging van bepaalde besluiten van de Raad betreffende beperkende maatregelen om er bepalingen inzake humanitaire uitzonderingen in op te nemen (PB L, 2023/2686, 28.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/2686/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/628/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)