This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32021R2284
Commission Implementing Regulation (EU) 2021/2284 of 10 December 2021 laying down implementing technical standards for the application of Regulation (EU) 2019/2033 of the European Parliament and of the Council with regard to supervisory reporting and disclosures of investment firms (Text with EEA relevance)
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2284 van de Commissie van 10 december 2021 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft toezichtrapportage en openbaarmakingen door beleggingsondernemingen (Voor de EER relevante tekst)
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2284 van de Commissie van 10 december 2021 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft toezichtrapportage en openbaarmakingen door beleggingsondernemingen (Voor de EER relevante tekst)
PB L 458 van 22.12.2021, pp. 48–172
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force: This act has been changed. Current consolidated version:
20/11/2025
|
22.12.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 458/48 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2284 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2021
tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft toezichtrapportage en openbaarmakingen door beleggingsondernemingen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,dd
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (1), en met name artikel 49, lid 2, en artikel 54, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De in artikel 54 van Verordening (EU) 2019/2033 vastgestelde rapportagevereisten voor beleggingsondernemingen moeten worden toegesneden op de bedrijfsactiviteiten van de beleggingsondernemingen en evenredig zijn aan de schaal en complexiteit van verschillende beleggingsondernemingen. Die vereisten dienen met name rekening te houden met het feit dat bepaalde beleggingsondernemingen volgens de voorwaarden van artikel 12 van Verordening (EU) 2019/2033 als klein en niet-verweven moeten worden beschouwd. |
|
(2) |
Volgens artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 moeten kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen informatie rapporteren over de omvang en samenstelling van hun eigen vermogen, hun eigenvermogensvereisten, de basis voor de berekening van hun eigenvermogensvereisten, en de omvang van de activiteiten met betrekking tot de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. Kleine en niet-verweven ondernemingen hoeven de informatie dus niet met dezelfde mate van detail te rapporteren als beleggingsondernemingen die onder Verordening (EU) 2019/2033 vallen. De rapportagetemplates voor de berekening van de K-factor hoeven dus niet te gelden voor kleine en niet-verweven ondernemingen. Voorts zijn kleine en niet-verweven ondernemingen, overeenkomstig artikel 54, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, vrijgesteld van rapportage over concentratierisico en kunnen bevoegde autoriteiten kleine en niet-verweven ondernemingen vrijstellen van de verplichting om te rapporteren over liquiditeitsvereisten. |
|
(3) |
Alle beleggingsondernemingen die onder Verordening (EU) 2019/2033 vallen, moeten het profiel en de omvang van hun activiteiten rapporteren zodat de bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen of die beleggingsondernemingen aan de voorwaarden van artikel 12 van Verordening (EU) 2019/2033 voldoen om als kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen te worden ingedeeld. |
|
(4) |
Om voor transparantie ten aanzien van hun beleggers en de ruimere markten te zorgen, moeten beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen volgens artikel 46 van Verordening (EU) 2019/2033 de in deel zes van die verordening vermelde informatie openbaar maken. Voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen gelden die openbaarmakingsvereisten alleen wanneer zij aanvullend-tier 1-instrumenten uitgeven, om zo de beleggers in die instrumenten transparantie te bieden. |
|
(5) |
Deze verordening moet voorzien in templates en tabellen waarmee beleggingsondernemingen voldoende brede en vergelijkbare informatie kunnen verstrekken over de samenstelling en kwaliteit van hun eigen vermogen. Meer bepaald moeten er een template worden ingevoerd voor kwantitatieve rapportage over de samenstelling van het eigen vermogen alsmede een flexibele template over de reconciliatie van het vereiste toetsingsvermogen met de gecontroleerde jaarrekening. Om diezelfde reden moet er ook een template komen met informatie over de meest relevante kenmerken van door de beleggingsonderneming uitgegeven eigenvermogensinstrumenten. |
|
(6) |
Om de uitvoering van rapportage- en openbaarmakingsvereisten te vereenvoudigen, moet de coherentie tussen rapportage- en openbaarmakingstemplates worden versterkt. De template voor de openbaarmaking van de samenstelling van het eigen vermogen moet dus nauw worden afgestemd op de daarmee samenhangende rapportagetemplate over de omvang en samenstelling van het eigen vermogen. Om diezelfde reden moet de template voor de openbaarmaking over volledige reconciliatie van het eigen vermogen met de gecontroleerde jaarrekeningen flexibel zijn, in die zin dat de uitsplitsing in de template gebaseerd moet zijn op de uitsplitsing van de balans in de gecontroleerde jaarrekeningen van de beleggingsonderneming. Voorts moet de template voor de openbaarmaking over de belangrijkste kenmerken van het vereiste toetsingsvermogen een vaste template zijn en moet de complexiteit ervan afhangen van de complexiteit van de eigenvermogensinstrumenten. |
|
(7) |
Om te vermijden dat de compliancekosten voor beleggingsondernemingen niet onredelijk toenemen en dat de datakwaliteit behouden blijft, moeten de rapportage- en openbaarmakingsverplichtingen naar inhoud onderling maximaal worden afgestemd. Daarom dienen de standaarden die voor zowel rapportage- als openbaarmakingsvereisten van toepassing zijn, in één verordening te worden opgenomen. |
|
(8) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Bankautoriteit (“EBA”) na raadpleging van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) bij de Commissie heeft ingediend. |
|
(9) |
De EBA heeft open publieke raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke kosten en baten ervan geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
TOEZICHTRAPPORTAGE
Artikel 1
Rapportagereferentiedata
1. De in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gevraagde informatie wordt gerapporteerd zoals die beschikbaar is op de volgende rapportagereferentiedata:
|
a) |
kwartaalrapportage: 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december; |
|
b) |
jaarrapportage: 31 december. |
2. De in lid 1 genoemde rapportagereferentiedata kunnen worden aangepast wanneer beleggingsondernemingen volgens nationale wetgeving hun financiële informatie mogen rapporteren op basis van het einde van hun boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar, zodat de kwartaalrapportage van informatie om de drie maanden van het betrokken boekjaar plaatsvindt en de jaarrapportage per ultimo van het boekjaar.
Artikel 2
Indieningsdata voor de rapportage
1. De in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gevraagde informatie wordt gerapporteerd zoals die op de volgende indieningsdata aan het eind van de werkdag beschikbaar is:
|
a) |
kwartaalrapportage: 12 mei, 11 augustus, 11 november en 11 februari; |
|
b) |
jaarrapportage: 11 februari. |
2. Wanneer de dag voor het indienen van de rapportage in de lidstaat van de bevoegde autoriteit waarbij de rapportage moet worden ingeleverd, op een feestdag of op een zaterdag of zondag valt, wordt de rapportage op de eerstvolgende werkdag ingediend.
3. Wanneer beleggingsondernemingen hun financiële informatie rapporteren op rapportagereferentiedata die zijn aangepast op basis van het einde van hun boekjaar zoals beschreven in artikel 1, lid 2, van deze verordening, kunnen de indieningsdata dienovereenkomstig worden aangepast, zodat vanaf de aangepaste rapportagereferentiedatum dezelfde periode voor het indienen van de informatie wordt aangehouden.
4. Beleggingsondernemingen mogen ongecontroleerde cijfers indienen. Wanneer gecontroleerde cijfers afwijken van ingediende ongecontroleerde cijfers, worden de herziene, gecontroleerde cijfers onverwijld ingediend. Voor de toepassing van dit artikel zijn “ongecontroleerde cijfers” cijfers waarvoor geen controleverklaring is afgegeven door een externe accountant, terwijl gecontroleerde cijfers cijfers zijn die zijn gecontroleerd door een externe accountant die daarvoor een controleverklaring heeft afgegeven.
5. Correcties van de ingediende rapportage worden onverwijld bij de bevoegde autoriteiten ingediend.
Artikel 3
Toepassing van rapportagevereisten op individuele basis
Om op individuele basis aan de rapportagevereisten van artikel 54 van Verordening (EU) 2019/2033 te voldoen, rapporteren beleggingsondernemingen de in de artikelen 5, 6 en 7 van deze verordening genoemde informatie volgens de daarin genoemde frequentie.
Artikel 4
Toepassing van rapportagevereisten op geconsolideerde basis
Om op geconsolideerde basis aan de rapportagevereisten van artikel 54 van Verordening (EU) 2019/2033 te voldoen, rapporteren beleggingsondernemingen de in de artikelen 5 en 6 van deze uitvoeringsverordening genoemde informatie volgens de daarin vastgestelde frequentie.
Artikel 5
Format en frequentie van de rapportage door beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen
1. Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen rapporteren op kwartaalbasis de door artikel 54, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033 voorgeschreven informatie aan de hand van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde templates overeenkomstig de in bijlage II bij deze verordening gegeven instructies.
2. Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 het RtM K-factorvereiste op basis van het K-NPR bepalen, rapporteren op kwartaalbasis de in de templates C 18.00 tot en met C 24.00 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie (3) vermelde informatie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II bij die uitvoeringsverordening gegeven instructies.
3. Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die gebruikmaken van de afwijking van artikel 25, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033, rapporteren op kwartaalbasis de in template C 34.02 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 vermelde informatie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II bij die uitvoeringsverordening gegeven instructies.
4. Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die gebruikmaken van de afwijking van artikel 25, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, rapporteren op kwartaalbasis de in template C 25.00 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 vermelde informatie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II bij die uitvoeringsverordening gegeven instructies.
Artikel 6
Format en frequentie van de rapportage door kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen
1. Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen rapporteren op jaarbasis de in de templates van bijlage III bij deze verordening vermelde informatie overeenkomstig de instructies van bijlage IV bij deze verordening. Beleggingsondernemingen die aanspraak kunnen maken op de in artikel 43, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde vrijstelling, zijn vrijgesteld van de verplichting om de in template IF 09.01 van bijlage III bij deze verordening vermelde informatie in te dienen.
Artikel 7
Format en frequentie van de rapportage door voor artikel 8 van Verordening (EU) 2019/2033 in aanmerking komende entiteiten
In afwijking van artikel 4 van deze verordening rapporteren de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde entiteiten die voor de toepassing van dat artikel in aanmerking komen, op kwartaalbasis de in de templates van bijlage VIII bij deze verordening vermelde informatie overeenkomstig de in bijlage IX bij deze verordening gegeven instructies.
Artikel 8
Nauwkeurigheid van data en informatie waarvan indieningen vergezeld moeten gaan
1. Beleggingsondernemingen dienen de in deze verordening bedoelde informatie in de door bevoegde autoriteiten formats voor data-uitwisseling en -presentatie in volgens de definitie van datapunten uit het Data Point Model (DPM) en de validatievoorschriften in bijlage V, en houden zich daarbij aan de volgende voorschriften:
|
a) |
bij het indienen van data wordt niet-gevraagde of niet-toepasselijke informatie achterwege gelaten; |
|
b) |
numerieke waarden worden op de volgende wijze als feitelijke informatie ingediend:
|
2. Beleggingsondernemingen worden geïdentificeerd aan de hand van hun identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI). Rechtspersonen en tegenpartijen die geen beleggingsondernemingen zijn, worden geïdentificeerd aan de hand van hun LEI (voor zover beschikbaar).
3. Informatie die beleggingsondernemingen op basis van deze verordening indienen, gaat van de volgende informatie vergezeld:
|
a) |
rapportagereferentiedatum en referentieperiode; |
|
b) |
rapportagevaluta; |
|
c) |
standaard voor financiële verslaglegging; |
|
d) |
identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van de rapporterende instelling; |
|
e) |
consolidatiekring. |
HOOFDSTUK II
OPENBAARMAKING DOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN
Artikel 9
Openbaarmakingsbeginselen
1. Voor overeenkomstig deze verordening openbaar te maken informatie gelden de volgende beginselen:
|
a) |
voor openbaarmakingen geldt dezelfde mate van interne verificatie als voor het in het financieel verslag van de beleggingsonderneming opgenomen managementverslag; |
|
b) |
openbaarmakingen zijn duidelijk en worden gepresenteerd in een voor gebruikers begrijpelijke vorm en worden via een toegankelijk medium gecommuniceerd. Belangrijke berichten worden speciaal gemarkeerd en zijn gemakkelijk te vinden. Complexe kwesties worden in eenvoudige taal uitgelegd. Onderling samenhangende informatie wordt gebundeld gepresenteerd; |
|
c) |
openbaarmakingen zijn betekenisvol en consistent in de tijd, zodat gebruikers van informatie deze kunnen vergelijken voor verschillende openbaarmakingsperiodes; |
|
d) |
kwantitatieve openbaarmakingen gaan vergezeld van kwalitatieve toelichtingen en alle overige aanvullende informatie die noodzakelijk kan zijn om deze openbaarmakingen voor de gebruikers van die informatie begrijpelijk te maken, waarbij met name wordt gewezen op significante wijzigingen in bepaalde openbaarmakingen ten opzichte van de informatie in vorige openbaarmakingen. |
Artikel 10
Openbaarmaking van het eigen vermogen door beleggingsondernemingen
Beleggingsondernemingen doen de overeenkomstig artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 verlangde openbaarmakingen over eigen vermogen aan de hand van de templates van bijlage VI bij deze verordening en overeenkomstig de desbetreffende instructies in bijlage VII bij deze verordening.
Artikel 11
Algemene bepalingen inzake openbaarmakingen
1. Bij de openbaarmaking van de in artikel 10 van deze verordening bedoelde informatie zien beleggingsondernemingen erop toe dat numerieke waarden op de volgende wijze als feitelijke informatie worden ingediend:
|
a) |
kwantitatieve monetaire data worden met een minimale nauwkeurigheid van duizendtallen openbaar gemaakt; |
|
b) |
als “Percentage” openbaar gemaakte kwantitatieve data worden met een minimale nauwkeurigheid van vier cijfers achter de komma uitgedrukt. |
2. Bij de openbaarmaking van de in artikel 10 van deze verordening bedoelde informatie zien beleggingsondernemingen erop toe dat bij de data ook alle volgende informatie wordt verschaft:
|
a) |
referentiedatum en referentieperiode voor de openbaarmaking; |
|
b) |
openbaarmakingsvaluta; |
|
c) |
naam en, in voorkomend geval, de identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van de openbaarmakende entiteit; |
|
d) |
standaard voor financiële verslaglegging (in voorkomend geval); |
|
e) |
de consolidatiekring (in voorkomend geval). |
HOOFDSTUK III
SLOTBEPALINGEN
Artikel 12
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie van 17 december 2020 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 (PB L 97 van 19.3.2021, blz. 1).
BIJLAGE I
RAPPORTAGE VOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN NIET ZIJNDE KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN
|
TEMPLATES BELEGGINGSONDERNEMINGEN |
|||
|
Templatenummer |
Templatecode |
Naam template/groep templates |
Verkorte naam |
|
|
|
EIGEN VERMOGEN: omvang, samenstelling, vereisten en berekening |
|
|
1 |
I 01.00 |
Eigen vermogen |
I1 |
|
2,1 |
I 02.01 |
Eigenvermogensvereisten |
I2.1 |
|
2,2 |
I 02.02 |
Kapitaalratio’s |
I2.2 |
|
3 |
I 03.00 |
Berekening vastekostenvereisten |
I3 |
|
4 |
I 04.00 |
Berekeningen totale K-factorvereiste |
I4 |
|
|
|
KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN |
|
|
5 |
I 05.00 |
Omvang activiteiten – Toetsing drempels |
I5 |
|
|
|
K-FACTORVEREISTEN – AANVULLENDE DETAILS |
|
|
6,1 |
I 06.01 |
Activa onder beheer – AUM aanvullende details |
I6.1 |
|
6,2 |
I 06.02 |
Gemiddelde waarde totale maandelijkse AUM |
I6.2 |
|
6,3 |
I 06.03 |
Aangehouden gelden cliënten – CMH aanvullende details |
I6.3 |
|
6,4 |
I 06.04 |
Gemiddelde waarde totale dagelijkse CMH |
I6.4 |
|
6,5 |
I 06.05 |
Activa onder bewaring en beheer – ASA aanvullende details |
I6.5 |
|
6,6 |
I 06.06 |
Gemiddelde waarde totale dagelijkse ASA |
I6.6 |
|
6,7 |
I 06.07 |
Verwerkte orders van cliënten – COH aanvullende details |
I6.7 |
|
6,8 |
I 06.08 |
Gemiddelde waarde totale dagelijkse COH |
I6.8 |
|
6,9 |
I 06.09 |
K-Nettopositierisico – K-NPR aanvullende details |
I6.9 |
|
6,1 |
I 06.10 |
Verleende clearingmarge – CMG aanvullende details |
I6.10 |
|
6,11 |
I 06.11 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie – TCD aanvullende details |
I6.11 |
|
6,12 |
I 06.12 |
Dagelijkse transactiestroom – DTF aanvullende details |
I6.12 |
|
6,13 |
I 06.13 |
Gemiddelde waarde totale dagelijkse DTF |
I6.13 |
|
|
|
CONCENTRATIERISICO |
|
|
7 |
I 07.00 |
K-CON – aanvullende details |
I7 |
|
8,1 |
I 08.01 |
Niveau van concentratierisico – Aangehouden gelden cliënten |
I8.1 |
|
8,2 |
I 08.02 |
Niveau van concentratierisico – Activa onder bewaring en beheer |
I8.2 |
|
8,3 |
I 08.03 |
Niveau van concentratierisico – Totaal eigen kasmiddelen gestort |
I8.3 |
|
8,4 |
I 08.04 |
Niveau van concentratierisico – Totale opbrengsten |
I8.4 |
|
8,5 |
I 08.05 |
Blootstellingen in de handelsportefeuille |
I8.5 |
|
8,6 |
I 08.06 |
Posten niet-handelsportefeuille en buiten balansstelling |
I8.6 |
|
|
|
LIQUIDITEITSVEREISTEN |
|
|
9 |
I 09.00 |
Liquiditeitsvereisten |
I9 |
I 01.00 – SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1)
|
Rijen |
Post |
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0010 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
0020 |
TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0030 |
TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
0040 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten |
|
|
0050 |
Agio |
|
|
0060 |
Ingehouden winsten |
|
|
0070 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren |
|
|
0080 |
In aanmerking komende winst |
|
|
0090 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat |
|
|
0100 |
Overige reserves |
|
|
0110 |
Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen |
|
|
0120 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters |
|
|
0130 |
Overige middelen |
|
|
0140 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
0150 |
(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
0160 |
(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
0170 |
(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
0180 |
(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
0190 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar |
|
|
0200 |
(-) Goodwill |
|
|
0210 |
(-) Andere immateriële activa |
|
|
0220 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen |
|
|
0230 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen |
|
|
0240 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen |
|
|
0250 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0260 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0270 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds |
|
|
0280 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
0290 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
0300 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0310 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
0320 |
Agio |
|
|
0330 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0340 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
0350 |
(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
0360 |
(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
0370 |
(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
0380 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0390 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0400 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
0410 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
0420 |
TIER 2-KAPITAAL |
|
|
0430 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
0440 |
Agio |
|
|
0450 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL |
|
|
0460 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten |
|
|
0470 |
(-) Direct bezit tier 2-instrumenten |
|
|
0480 |
(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten |
|
|
0490 |
(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten |
|
|
0500 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0510 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0520 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
I 02.01 - EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I2.1)
|
Rijen |
Post |
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0010 |
Eigenvermogensvereisten |
|
|
0020 |
Permanent minimumkapitaalvereiste |
|
|
0030 |
Vastekostenvereiste |
|
|
0040 |
Totale K-factorvereiste |
|
|
|
Overgangseigenvermogensvereisten |
|
|
0050 |
Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten VKV |
|
|
0060 |
Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereiste |
|
|
0070 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold |
|
|
0080 |
Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening |
|
|
0090 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten |
|
|
0100 |
Overgangsvereiste van ten minste 250 000 EUR |
|
|
|
Pro-memorieposten |
|
|
0110 |
Aanvullend-eigenvermogensvereiste |
|
|
0120 |
Aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance |
|
|
0130 |
Totaal eigenvermogensvereiste |
|
IF 02.02 – KAPITAALRATIO’S (IF 2.2)
|
Rijen |
Post |
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0010 |
Tier 1-kernkapitaalratio |
|
|
0020 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal |
|
|
0030 |
Tier 1-ratio |
|
|
0040 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal |
|
|
0050 |
Eigen-vermogensratio |
|
|
0060 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal |
|
I 03.00 – BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
Vastekostenvereiste |
|
|
0020 |
Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering |
|
|
0030 |
Totale kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering |
|
|
0040 |
Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten |
|
|
0050 |
(-) Totale aftrekkingen |
|
|
0060 |
(-) Personeelsbonussen en andere beloningen |
|
|
0070 |
(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst |
|
|
0080 |
(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen |
|
|
0090 |
(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen |
|
|
0100 |
(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend |
|
|
0110 |
(-) Vergoedingen aan verbonden agenten |
|
|
0120 |
(-) Aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten naar de discretie van de onderneming |
|
|
0130 |
(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten |
|
|
0140 |
(-) Uitgaven voor belastingen |
|
|
0150 |
(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten |
|
|
0160 |
(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht |
|
|
0170 |
(-) Uitgaven voor grondstoffen |
|
|
0180 |
(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s |
|
|
0190 |
(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten |
|
|
0200 |
Projectie vaste kosten van het lopende jaar |
|
|
0210 |
Mutatie vaste kosten (%) |
|
I 04.00 – BEREKENINGEN TOTALE K-FACTORVEREISTE (I 4)
|
|
|
Factorbedrag |
K-factorvereiste |
|
Rijen |
Post |
0010 |
0020 |
|
0010 |
TOTALE K-FACTORVEREISTE |
|
|
|
0020 |
Risk-to-Client (RtC) |
|
|
|
0030 |
Activa onder beheer |
|
|
|
0040 |
Aangehouden gelden cliënten – Op gescheiden rekeningen |
|
|
|
0050 |
Aangehouden gelden cliënten – Op niet-gescheiden rekeningen |
|
|
|
0060 |
Activa onder bewaring en beheer |
|
|
|
0070 |
Verwerkte orders van cliënten – Contante transacties |
|
|
|
0080 |
Verwerkte orders van cliënten – Derivatentransacties |
|
|
|
0090 |
Risk-to-market (RtM) |
|
|
|
0100 |
K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR) |
|
|
|
0110 |
Verleende clearingmarge |
|
|
|
0120 |
Risk-to-Firm (RtF) |
|
|
|
0130 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie |
|
|
|
0140 |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Contante transacties |
|
|
|
0150 |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Derivatentransacties |
|
|
|
0160 |
K-concentratierisicovereiste (K-CON) |
|
|
I 05.00 – OMVANG ACTIVITEITEN – TOETS DREMPELS (I 5)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM) |
|
|
0020 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Contante transacties |
|
|
0030 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Derivaten |
|
|
0040 |
Activa onder bewaring en beheer |
|
|
0050 |
Aangehouden gelden cliënten |
|
|
0060 |
Dagelijkse transactiestroom – Contante transacties en derivatentransacties |
|
|
0070 |
Nettopositierisico |
|
|
0080 |
Verleende clearingmarge |
|
|
0090 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie |
|
|
0100 |
(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling |
|
|
0110 |
Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten |
|
|
0120 |
Totale jaarlijkse bruto-inkomsten |
|
|
0130 |
(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten |
|
|
0140 |
Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders |
|
|
0150 |
Waarvan: inkomsten uit uitvoering orders |
|
|
0160 |
Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening |
|
|
0170 |
Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer |
|
|
0180 |
Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies |
|
|
0190 |
Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie |
|
|
0200 |
Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie |
|
|
0210 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF |
|
|
0220 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF |
|
|
0230 |
Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten |
|
|
0240 |
Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers |
|
|
0250 |
Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen |
|
|
0260 |
Waarvan: inkomsten uit valutadiensten |
|
|
0270 |
Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse |
|
|
0280 |
Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten |
|
|
0290 |
Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten |
|
I 06.00 K-factor – aanvullende details (I 06)
I 06.01 Activa onder beheer – AUM aanvullende details
|
|
|
Factorbedrag |
||
|
|
|
Maand t |
Maand t-1 |
Maand t-2 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
|
0010 |
Totaal AUM (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
|
0020 |
Waarvan: AUM – Discretionair vermogensbeheer |
|
|
|
|
0030 |
Waarvan: AUM formeel gedelegeerd aan een andere entiteit |
|
|
|
|
0040 |
AUM – Doorlopend niet-discretionair advies |
|
|
|
I 06.02 Totaal maandelijkse activa onder beheer
|
|
|
Waarden einde maand |
|||||||||||||
|
|
|
Maand t-3 |
Maand t-4 |
Maand t-5 |
Maand t-6 |
Maand t-7 |
Maand t-8 |
Maand t-9 |
Maand t-10 |
Maand t-11 |
Maand t-12 |
Maand t-13 |
Maand t-14 |
Maand t-15 |
Maand t-16 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
|
0010 |
Totaal maandelijkse activa onder beheer |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0020 |
Maandelijkse activa onder beheer – discretionair vermogensbeheer |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0030 |
waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere entiteit |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0040 |
Maandelijkse activa onder beheer – Doorlopend niet-discretionair advies |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
I 06.03 Aangehouden gelden cliënten – CMH aanvullende details
|
|
|
Factorbedrag |
||
|
|
|
Maand t |
Maand t-1 |
Maand t-2 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
|
0010 |
CMH – Op gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
|
0020 |
CMH – Op niet-gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
I 06.04 Maandgemiddelden waarden totale dagelijks aangehouden gelden cliënten
|
|
|
Maandgemiddelden waarden totale dagelijks aangehouden gelden cliënten |
|||||||
|
|
|
Maand t-3 |
Maand t-4 |
Maand t-5 |
Maand t-6 |
Maand t-7 |
Maand t-8 |
Maand t-9 |
Maand t-10 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
|
0010 |
Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten – Op gescheiden rekeningen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0020 |
Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten – Op niet-gescheiden rekeningen |
|
|
|
|
|
|
|
|
I 06.05 Activa onder bewaring en beheer – ASA aanvullende details
|
|
|
Factorbedrag |
||
|
|
|
Maand t |
Maand t-1 |
Maand t-2 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
|
0010 |
Totaal ASA (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
|
0020 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2) |
|
|
|
|
0030 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3) |
|
|
|
|
0040 |
Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit |
|
|
|
|
0050 |
Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd |
|
|
|
I 06.06 Gemiddelde van totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer (I 6.6)
|
|
|
Maandgemiddelden totale dagelijkse ASA-waarden |
|||||||
|
|
|
Maand t-3 |
Maand t-4 |
Maand t-5 |
Maand t-6 |
Maand t-7 |
Maand t-8 |
Maand t-9 |
Maand t-10 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
|
0010 |
Activa onder bewaring en beheer |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0020 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0030 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0040 |
Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0050 |
Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd |
|
|
|
|
|
|
|
|
I 06.07 Verwerkte orders van cliënten – COH aanvullende details
|
|
|
Factorbedrag |
||
|
|
|
Maand t |
Maand t-1 |
Maand t-2 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
|
0010 |
COH – Contante transacties (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
|
0020 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten |
|
|
|
|
0030 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten |
|
|
|
|
0040 |
COH – Derivaten (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
|
0050 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten |
|
|
|
|
0060 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten |
|
|
|
I 06.08 Gemiddelde waarde totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten
|
|
|
Maandgemiddelden waarden totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten |
||||
|
|
|
Maand t-3 |
Maand t-4 |
Maand t-5 |
Maand t-6 |
Maand t-7 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
|
0010 |
Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten – Contante transacties |
|
|
|
|
|
|
0020 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten |
|
|
|
|
|
|
0030 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten |
|
|
|
|
|
|
0040 |
Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten – Derivaten |
|
|
|
|
|
|
0050 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten |
|
|
|
|
|
|
0060 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten |
|
|
|
|
|
I 06.09 K-Nettopositierisico – K-NPR aanvullende details
|
|
|
K-factorvereiste / bedrag |
|
|
0010 |
|
|
0010 |
Totaal standaardbenadering |
|
|
0020 |
Positierisico |
|
|
0030 |
Eigenvermogensinstrumenten |
|
|
0040 |
Schuldinstrumenten |
|
|
0050 |
Waarvan: securitisaties |
|
|
0055 |
Specifieke benadering positierisico in icb’s |
|
|
0060 |
Valutarisico |
|
|
0070 |
Grondstoffenrisico |
|
|
0080 |
Internemodellenbenadering |
|
I 06.10 Verleende clearingmarge – CMG aanvullende details
|
Clearinglid |
Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge op de dag van |
||||
|
Naam |
Code |
Type code |
het hoogste bedrag totale marge |
het op één na hoogste bedrag totale marge |
het op twee na hoogste bedrag totale marge |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
I 06.11 Wanbetaling tegenpartij bij een transactie – TCD aanvullende details
|
|
|
K-factorvereiste |
Blootstellings-waarde |
Vervangingswaarde (RC) |
Potentiële toekomstige blootstelling (PFE) |
Zekerheden (C) |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
|
|
Uitsplitsing naar methode voor het berekenen van de blootstellingswaarde |
|||||
|
0010 |
Toepassing IFR: K-TCD |
|
|
|
|
|
|
0020 |
Alternatieve benaderingen: Blootstellingswaarde bepaald overeenkomstig VKV |
|
|
|
|
|
|
0030 |
SA-CCR |
|
|
|
|
|
|
0040 |
Vereenvoudigde SA-CCR |
|
|
|
|
|
|
0050 |
Oorspronkelijkeblootstellingsmethode |
|
|
|
|
|
|
0060 |
Alternatieve benaderingen: Volledige toepassing VKV-raamwerk |
|
|
|
|
|
|
0070 |
Pro-memoriepost: CVA-component |
|
|
|
|
|
|
0080 |
waarvan: berekend volgens VKV-raamwerk |
|
|
|
|
|
|
|
Uitsplitsing naar soort tegenpartij |
|||||
|
0090 |
Centrale overheden, centrale banken en publiekrechtelijke lichamen |
|
|
|
|
|
|
0100 |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
|
|
|
|
|
|
0110 |
Andere tegenpartijen |
|
|
|
|
|
I 06.12 Dagelijkse transactiestroom – DTF aanvullende details
|
|
|
Factorbedrag |
||
|
|
|
Maand t |
Maand t-1 |
Maand t-2 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
|
0010 |
Totale DTF – Contante transacties (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
|
0020 |
Totaal DTF – Derivatentransacties (gemiddelde bedragen) |
|
|
|
I 06.13 Gemiddelde waarde totale dagelijkse transactiestroom
|
|
|
Maandgemiddelden waarden totale dagelijks transactiestroom |
|||||||
|
|
|
Maand t-3 |
Maand t-4 |
Maand t-5 |
Maand t-6 |
Maand t-7 |
Maand t-8 |
Maand t-9 |
Maand t-10 |
|
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
|
0010 |
Dagelijkse transactiestroom – Contante transacties |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0020 |
Dagelijkse transactiestroom – Derivatentransacties |
|
|
|
|
|
|
|
|
I 07.00 – K-CON – Aanvullende details (I7)
|
ID tegenpartij |
Blootstellingen in handelsportefeuille die limieten artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 overschrijden |
|||||||||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Soort tegenpartij |
Blootstellingswaarde (EV) |
Blootstellingswaarde (als % eigen vermogen) |
Eigenvermogensvereiste totale blootstelling (OFR) |
Overschrijding blootstellingswaarde (EVE) |
Duur overschrijding (in dagen) |
K-CON-eigenvermogensvereiste voor de overschrijding (OFRE) |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
I 08.00 - CONCENTRATIERISICO- Artikel 54 IFR (I8)
I 08.01 Niveau van concentratierisico – Aangehouden gelden cliënten
|
Instellingen |
Totaal CMH op datum rapportage |
|
|||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Percentage gelden cliënten aangehouden bij deze instelling |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
I 08.02 Niveau van concentratierisico – Activa onder bewaring en beheer
|
Instellingen |
Totaal ASA op datum rapportage |
|
|||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Percentage effecten cliënten gedeponeerd bij deze instelling |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
I 08.03 Niveau van concentratierisico – Totaal eigen kasmiddelen gestort
|
Instellingen |
Gedeponeerde eigen kasmiddelen onderneming – Top vijf blootstellingen |
||||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Bedrag deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling |
Percentage deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling |
|
|
|||||
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
I 08.04 Niveau van concentratierisico – Totale opbrengsten
|
Cliënt |
Opbrengsten – Top vijf blootstellingen |
|||||||||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Totale opbrengsten afkomstig van deze cliënt |
Rente- en dividendbaten |
Vergoedingen en provisies en overige baten |
||||
|
Bedrag genereerd door posities in handelsportefeuille |
Bedrag gegenereerd door posities in niet-handelsportefeuille |
waarvan: bedrag gegenereerd door posten buiten balanstelling |
Percentage rente- en dividendbaten afkomstig van deze cliënt |
Bedrag |
Vergoedings- en provisiebaten en overige baten afkomstig van deze cliënt |
|||||
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
I 08.05 Blootstellingen in de handelsportefeuille
|
Tegenpartij |
Top vijf blootstellingen handelsportefeuille |
|||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Percentage blootstelling aan deze tegenpartij t.o.v. eigen vermogen onderneming (uitsluitend posities in handelsportefeuille) |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
|
|
|
|
|
|
I 08.06 Posten niet-handelsportefeuille en buiten balansstelling
|
Tegenpartij |
Top vijf totale blootstellingen (incl. posten in niet-handelsportefeuille en buiten de balanstelling) |
|||
|
Code |
Type code |
Naam |
Groep of individuele cliënt |
Percentage blootstelling t.o.v. eigen vermogen onderneming (met inbegrip van activa buiten balanstelling en posten niet in handelsportefeuille) |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
|
|
|
|
|
|
I 09.00 – LIQUIDITEITSVEREISTEN (I9)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
Liquiditeitsvereiste |
|
|
0020 |
Garanties aan cliënten |
|
|
0030 |
Totaal liquide activa |
|
|
0040 |
Onbezwaarde kortetermijndeposito’s |
|
|
0050 |
Totaal toelaatbare kortlopende vorderingen tot 30 dagen |
|
|
0060 |
Activa niveau 1 |
|
|
0070 |
Munten en bankbiljetten |
|
|
0080 |
Opvraagbare reserves bij centrale banken |
|
|
0090 |
Activa centrale banken |
|
|
0100 |
Activa centrale overheden |
|
|
0110 |
Activa regionale overheden/lokale autoriteiten |
|
|
0120 |
Activa publiekrechtelijke lichamen |
|
|
0130 |
In nationale of vreemde valuta luidende activa van centrale overheden en centrale banken die kunnen worden opgenomen |
|
|
0140 |
Activa kredietinstellingen (beschermd door overheden van lidstaten, verstrekkers van stimuleringsleningen) |
|
|
0150 |
Activa multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties |
|
|
0160 |
Gedekte obligaties uiterst hoge kwaliteit |
|
|
0170 |
Activa van niveau 2A |
|
|
0180 |
Activa regionale overheden/lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (lidstaten, risicogewicht van 20 %) |
|
|
0190 |
Activa centrale banken, centrale/regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (derde landen, risicogewicht van 20 %) |
|
|
0200 |
Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (kredietkwaliteitscategorie 2) |
|
|
0210 |
Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (derde landen, kredietkwaliteitscategorie 1) |
|
|
0220 |
Bedrijfsschuldpapier (kredietkwaliteitscategorie 1) |
|
|
0230 |
Activa van niveau 2B |
|
|
0240 |
Asset-backed securities |
|
|
0250 |
Bedrijfsschuldpapier |
|
|
0260 |
Aandelen (belangrijke beursindex) |
|
|
0270 |
Door centrale banken verstrekte gecommitteerde liquiditeitsfaciliteiten voor beperkt gebruik |
|
|
0280 |
Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (risicogewicht van 35 %) |
|
|
0290 |
In aanmerking komende aandelen/rechten van deelneming in icb’s |
|
|
0300 |
Totaal overige in aanmerking komende financiële instrumenten |
|
BIJLAGE II
RAPPORTAGE VOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN NIET ZIJNDE KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN
Inhoudsopgave
|
DEEL I: |
ALGEMENE INSTRUCTIES | 68 |
|
1. |
Opzet en conventies | 68 |
|
1.1 |
Opzet | 68 |
|
1.2 |
Gebruik van nummering | 68 |
|
1.3 |
Gebruik van tekens | 68 |
|
1.4 |
Prudentiële consolidatie | 68 |
|
DEEL II: |
INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES | 69 |
|
1. |
EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING | 69 |
|
1.1 |
Algemene opmerkingen | 69 |
|
1.2. |
I 01.00 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1) | 69 |
|
1.2.1. |
Instructies voor specifieke posities | 69 |
|
1.3. |
I 02.01 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.1) | 76 |
|
1.3.1. |
Instructies voor specifieke posities | 76 |
|
1.4. |
I 02.02 — Kapitaalratio’s (I 2.2) | 78 |
|
1.4.1. |
Instructies voor specifieke posities | 78 |
|
1.5. |
I 03.00 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3) | 78 |
|
1.5.1. |
Instructies voor specifieke posities | 78 |
|
1.6. |
I 04.00 — BEREKENINGEN TOTALE K-FACTORVEREISTE (I 4) | 81 |
|
1.6.1. |
Instructies voor specifieke posities | 81 |
|
2. |
KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN | 83 |
|
2.1. |
I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5) | 83 |
|
2.1.1. |
Instructies voor specifieke posities | 83 |
|
3. |
K-FACTORVEREISTEN — AANVULLENDE DETAILS | 86 |
|
3.2. |
I 06.01 — ACTIVA ONDER BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.1) | 86 |
|
3.2.1. |
Instructies voor specifieke posities | 23 |
|
3.3. |
I 06.02 — MAANDELIJKSE ACTIVA ONDER BEHEER (I 6.2) | 86 |
|
3.3.1. |
Instructies voor specifieke posities | 87 |
|
3.4. |
I 06.03 — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.3) | 87 |
|
3.4.1. |
Instructies voor specifieke posities | 88 |
|
3.5. |
I 06.04 — GEMIDDELDE TOTAAL VAN DAGELIJKS AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 6.4) | 89 |
|
3.5.1. |
Instructies voor specifieke posities | 89 |
|
3.6. |
I 06.01 — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.5) | 89 |
|
3.6.1. |
Instructies voor specifieke posities | 89 |
|
3.7. |
I 06.06 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKSE ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 6.6) | 90 |
|
3.7.1. |
Instructies voor specifieke posities | 90 |
|
3.8. |
I 06.07 — VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.7) | 91 |
|
3.8.1. |
Instructies voor specifieke posities | 91 |
|
3.9. |
I 06.08 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKS VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN (I 6.8) | 93 |
|
3.9.1. |
Instructies voor specifieke posities | 91 |
|
3.10. |
I 06.09 — K-NETTOPOSITIERISICO — AANVULLENDE DETAILS (I 6.9) | 93 |
|
3.10.1. |
Instructies voor specifieke posities | 93 |
|
3.11. |
I 06.10 — AANGEHOUDEN GELDEN VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.10) | 94 |
|
3.11.1. |
Instructies voor specifieke posities | 94 |
|
3.12. |
I 06.11 — WANBETALING TEGENPARTIJ BIJ EEN TRANSACTIE — TCD — AANVULLENDE DETAILS (I 6.11) | 95 |
|
3.12.1. |
Instructies voor specifieke posities | 95 |
|
3.13. |
I 06.12 — DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM — AANVULLENDE DETAILS (I 6.12) | 96 |
|
3.13.1. |
Instructies voor specifieke posities | 96 |
|
3.14. |
I 06.13 — GEMIDDELDE WAARDE TOTALE DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM (I 6.13) | 98 |
|
3.14.1. |
Instructies voor specifieke posities | 98 |
|
4. |
RAPPORTAGE OVER CONCENTRATIERISICO | 98 |
|
4.1. |
Algemene opmerkingen | 98 |
|
4.2. |
I 07.00 — K-CON — AANVULLENDE DETAILS (I7) | 99 |
|
4.2.1. |
Instructies voor specifieke posities | 99 |
|
4.3. |
I 08.01 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 8.1) | 99 |
|
4.3.1. |
Instructies voor specifieke kolommen | 99 |
|
4.4. |
I 08.02 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 8.2) | 101 |
|
4.4.1. |
Instructies voor specifieke kolommen | 101 |
|
4.5. |
I 08.03 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTAAL EIGEN KASMIDDELEN GEDEPONEERD (I 8.3) | 101 |
|
4.5.1. |
Instructies voor specifieke kolommen | 101 |
|
4.6. |
I 08.04 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTALE OPBRENGSTEN (I 8.4) | 102 |
|
4.6.1. |
Instructies voor specifieke kolommen | 102 |
|
4.7. |
I 08.05 — BLOOTSTELLINGEN IN DE HANDELSPORTEFEUILLE (I 8.5) | 103 |
|
4.7.1. |
Instructies voor specifieke kolommen | 103 |
|
4.8. |
I 08.06 — POSTEN NIET-HANDELSPORTEFEUILLE EN BUITEN BALANSTELLING (I 8.6) | 104 |
|
4.8.1. |
Instructies voor specifieke kolommen | 104 |
|
5. |
LIQUIDITEITSVEREISTEN | 105 |
|
5.1 |
I 09.00 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9) | 105 |
|
5.1.1. |
Instructies voor specifieke posities | 106 |
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
1. Opzet en conventies
1.1 Opzet
|
1. |
Het raamwerk als geheel bestaat uit de volgende informatieblokken:
|
|
2. |
Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elk blok templates, instructies voor specifieke posities, alsmede validatievoorschriften zijn te vinden in dit deel van deze verordening. |
1.2 Gebruik van nummering
|
3. |
Het document volgt de in de punten 4 tot en met 7 beschreven conventies voor verwijzingen naar de kolommen, rijen en cellen van de templates. Van die numerieke codes wordt uitgebreid gebruikgemaakt in de validatievoorschriften. |
|
4. |
In de instructies wordt de volgende algemene notatie gehanteerd: {Template; Rij; Kolom}. |
|
5. |
In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen datapunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij; Kolom}. |
|
6. |
In het geval van templates die uit slechts één kolom bestaan, wordt uitsluitend naar rijen verwezen. {Template; Rij}. |
|
7. |
Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor de gehele rij of kolom. |
1.3 Gebruik van tekens
|
8. |
Bedragen die tot een hoger eigen vermogen of tot hogere eigenvermogensvereisten leiden, of tot hogere liquiditeitsvereisten, worden als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen worden bedragen die tot een lager totaal aan eigen vermogen of tot lagere eigenvermogensvereisten leiden, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor de rapportage van die post geen positieve waarde verwacht. |
1.4 Prudentiële consolidatie
|
9. |
Tenzij een uitzondering is toegekend, zijn Verordening (EU) 2019/2033 en Richtlijn (EU) 2019/2034 op individuele en op geconsolideerde basis van toepassing op beleggingsondernemingen, hetgeen ook geldt voor de rapportagevereisten in deel zeven van Verordening (EU) 2019/2033. Artikel 4, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) 2019/2033 omschrijft een geconsolideerde situatie als een situatie die resulteert uit de toepassing van de vereisten van Verordening (EU) 2019/2033 op een beleggingsondernemingsgroep alsof de entiteiten van de groep samen één enkele beleggingsonderneming vormden. Op grond van artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 komen beleggingsondernemingsgroepen de rapportageverplichtingen in alle templates na op basis van hun prudentiële consolidatiekring (die kan verschillen van hun boekhoudkundige consolidatiekring). |
DEEL II: INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES
1. EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING
1.1 Algemene opmerkingen
|
10. |
De afdeling met het overzicht van het eigen vermogen bevat informatie over het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt, en over haar eigenvermogensvereisten. Zij bestaat uit twee templates:
|
|
11. |
De posten in deze templates zijn exclusief overgangsaanpassingen. Dit betekent dat de cijfers (behalve wanneer het overgangseigenvermogensvereiste specifiek is vermeld) worden berekend volgens de definitieve bepalingen (d.w.z. als waren er geen overgangsbepalingen). |
1.2. I 01.00 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1)
1.2.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||||||
|
0010 |
EIGEN VERMOGEN Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal. |
||||||||||||
|
0020 |
TIER 1-KAPITAAL Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal. |
||||||||||||
|
0030 |
TIER 1-KERNKAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0040 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen. Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen. In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld. |
||||||||||||
|
0050 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
0060 |
Ingehouden winsten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten. De totale som van de rijen 0070 en 0080 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0070 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren Artikel 4, lid 1, punt 123, en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”. |
||||||||||||
|
0080 |
In aanmerking komende winst Artikel 4, lid 1, punt 121, en artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld. |
||||||||||||
|
0090 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0100 |
Overige reserves Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het te rapporteren bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen. |
||||||||||||
|
0110 |
Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen Artikel 84, lid 1, artikel 85, lid 1, en artikel 87, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 De som van alle bedragen aan minderheidsbelangen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal wordt opgenomen. |
||||||||||||
|
0120 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0130 |
Overige middelen Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
0140 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL De totale som van de rijen 0150 en 0190-0280 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0150 |
(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0160 |
(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
||||||||||||
|
0170 |
(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
||||||||||||
|
0180 |
(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 114, artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0190 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0200 |
(-) Goodwill Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0210 |
(-) Andere immateriële activa Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. |
||||||||||||
|
0220 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0230 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
0240 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
0250 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0260 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0270 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0280 |
(-) Andere aftrekkingen De som van alle andere aftrekking overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0150 tot en met 0270. |
||||||||||||
|
0290 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
0300 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 0310-0330 en 0410 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0310 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0320 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
0330 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 0340 en 0380-0400 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0340 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0350 |
(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0360 |
(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0370 |
(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0380 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0390 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0400 |
(-) Andere aftrekkingen De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0340 tot en met 0390. |
||||||||||||
|
0410 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
0420 |
TIER 2-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 0430-0450 en 0520 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0430 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0440 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
0450 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0460 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0470 |
(-) Direct bezit tier 2-instrumenten Artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0480 |
(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten Artikel 4, lid 1, punt 114, artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0490 |
(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten Artikel 4, lid 1, punt 126, artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0500 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0510 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 4, lid 1, punt 27, artikel 66, punt d), en artikelen 68, 69 en 79 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het bezit van de instelling aan tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector (in de zin van artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) nr. 575/2013) waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft, wordt in zijn geheel afgetrokken. |
||||||||||||
|
0520 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
1.3. I 02.01 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.1)
1.3.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Eigenvermogensvereiste Artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033. Het in deze rij te rapporteren bedrag is het in de rijen 0020, 0030 en 0040 te rapporteren maximumbedrag. |
|
0020 |
Permanent minimumkapitaalvereiste Artikel 14 van Verordening (EU) 2019/2033 Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0030 |
Vastekostenvereiste Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033 Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0040 |
Totale K-factorvereiste Artikel 15 van Verordening (EU) 2019/2033 Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0050-0100 |
Overgangseigenvermogensvereisten |
|
0050 |
Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 Artikel 57, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0060 |
Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereiste Artikel 57, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0070 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold Artikel 57, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0080 |
Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening Artikel 57, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0090 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten Artikel 57, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0100 |
Overgangsvereiste van ten minste 250 000 EUR Artikel 57, lid 6, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0110-0130 |
Pro-memorieposten |
|
0110 |
Aanvullend-eigenvermogensvereiste Artikel 40 van Verordening (EU) 2019/2034 Aanvullend-eigenvermogensvereiste volgens SREP |
|
0120 |
Aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance Artikel 41 van Verordening (EU) 2019/2034 Aanvullend eigen vermogen vereist volgens de desbetreffende guidance |
|
0130 |
Totaal eigenvermogensvereiste Het totale eigenvermogensvereiste van een beleggingsonderneming is de som van haar eigenvermogensvereisten die op de referentiedatum van toepassing zijn, het in rij 0110 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste en de in rij 0120 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance. |
1.4. I 02.02 — Kapitaalratio’s (I 2.2)
1.4.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Tier 1-kernkapitaalratio Artikel 9, lid 1, punt a), en artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 Deze post wordt uitgedrukt als een percentage. |
|
0020 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kernkapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post. |
|
0030 |
Tier 1-ratio Artikel 9, lid 1, punt b), en artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Deze post wordt uitgedrukt als een percentage. |
|
0040 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post. |
|
0050 |
Eigen-vermogensratio Artikel 9, lid 1, punt c), en artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Deze post wordt uitgedrukt als een percentage. |
|
0060 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal Deze post geeft het overschot of tekort aan eigen vermogen met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post. |
1.5. I 03.00 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3)
1.5.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||||||||
|
0010 |
Vastekostenvereiste Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het te rapporteren bedrag is ten minste 25 % van de jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar (rij 0020). In gevallen waarin er sprake is van een wezenlijke verandering, is het gerapporteerde bedrag het overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 door de bevoegde autoriteit opgelegde vastekostenvereiste. In de in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde gevallen is het gerapporteerde bedrag de projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar (rij 0210). |
||||||||||||||
|
0020 |
Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Beleggingsondernemingen rapporteren de vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering. |
||||||||||||||
|
0030 |
Totale vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag na winstuitkering. |
||||||||||||||
|
0040 |
Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten Wanneer derden, daaronder begrepen verbonden agenten, namens beleggingsondernemingen vaste kosten hebben gemaakt die niet reeds inbegrepen zijn in de totale kosten in de in lid 1 bedoelde jaarrekening, worden die vaste kosten opgeteld bij de totale kosten van de beleggingsonderneming. Wanneer een uitsplitsing van de kosten van de derde voorhanden is, voegt een beleggingsonderneming bij het cijfer dat de totale kosten weergeeft, alleen het aandeel van die vaste kosten dat op de beleggingsonderneming van toepassing is. Wanneer die uitsplitsing niet voorhanden is, voegt een beleggingsonderneming bij het cijfer dat totale kosten weergeeft, alleen haar aandeel van de kosten van de derde zoals dat blijkt uit het ondernemingsplan van de beleggingsonderneming. |
||||||||||||||
|
0050 |
(-) Totale aftrekkingen Naast de in artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde af te trekken posten, worden ook de volgende posten van de totale uitgaven afgetrokken, indien deze volgens het toepasselijke raamwerk voor financiële verslaggeving zijn opgenomen onder totale uitgaven:
|
||||||||||||||
|
0060 |
(-) Personeelsbonussen en andere beloningen Artikel 13, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Personeelsbonussen en andere beloningen worden geacht af te hangen van de nettowinst van de beleggingsonderneming in het respectieve jaar indien de beide volgende voorwaarden zijn vervuld:
|
||||||||||||||
|
0070 |
(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst Artikel 13, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 De winstdeelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten worden berekend op basis van de nettowinst. |
||||||||||||||
|
0080 |
(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen Artikel 13, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0090 |
(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen Artikel 13, lid 4, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0100 |
(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend Voor de uitvoering, registratie of clearing van transacties aan centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen en intermediaire makelaars betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten, alleen wanneer deze direct worden doorgegeven en doorberekend aan cliënten. Hierin zijn niet begrepen vergoedingen en andere lasten om het lidmaatschap te behouden of om anderszins te voldoen aan verliesdelende financiële verplichtingen tegenover centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen. |
||||||||||||||
|
0110 |
(-) Vergoedingen aan verbonden agenten Artikel 13, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0120 |
(-) Aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten naar de discretie van de onderneming Aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten wanneer er geen enkele verplichting is om die rente te betalen. |
||||||||||||||
|
0130 |
(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten Artikel 13, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0140 |
(-) Uitgaven voor belastingen Uitgaven voor belastingen wanneer die verschuldigd worden voor de jaarwinst van de beleggingsonderneming; |
||||||||||||||
|
0150 |
(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten. |
||||||||||||||
|
0160 |
(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht Betalingen met betrekking tot contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht waarbij de beleggingsonderneming verplicht is, na de opstelling van haar jaarrekening, haar jaarresultaat over te dragen aan de moederonderneming. |
||||||||||||||
|
0170 |
(-) Uitgaven voor grondstoffen Handelaren in grondstoffen en emissierechten kunnen uitgaven voor grondstoffen in verband met een beleggingsonderneming die handelt in derivaten van de onderliggende grondstof, in mindering brengen. |
||||||||||||||
|
0180 |
(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 575/2013; |
||||||||||||||
|
0190 |
(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten Uitgaven met betrekking tot posten die overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 reeds van het eigen vermogen zijn afgetrokken. |
||||||||||||||
|
0200 |
Projectie vaste kosten van het lopende jaar De projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar na winstuitkering. |
||||||||||||||
|
0210 |
Mutatie vaste kosten (%) Het bedrag wordt gerapporteerd als de absolute waarde van: [(Projectie vaste kosten lopende jaar) — (Jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)]/(Jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar) |
1.6. I 04.00 — BEREKENINGEN TOTALE K-FACTORVEREISTE (I 4)
1.6.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
TOTALE K-FACTORVEREISTE Artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0020 |
Risk-to-Client (RtC) Artikel 16 van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0030-0080. |
|
0030 |
Activa onder beheer Artikel 15, lid 2, en artikel 17 van Verordening (EU) 2019/2033 Activa onder beheer omvatten zowel discretionair vermogensbeheer als niet-discretionaire doorlopende adviesovereenkomsten. |
|
0040 |
Aangehouden gelden cliënten — Op gescheiden rekeningen Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0050 |
Aangehouden gelden cliënten — Op niet-gescheiden rekeningen Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0060 |
Activa onder bewaring en beheer Artikel 15, lid 2, en artikel 19 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0070 |
Verwerkte orders van cliënten — Contante transacties Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0080 |
Verwerkte orders van cliënten — Derivatentransacties Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0090 |
Risk-to-market (RtM) Artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0100-0110. |
|
0100 |
K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR) Artikel 22 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0110 |
Verleende clearingmarge (K-CMG) Artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0120 |
Risk-to-Firm (RtF) Artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0130-0160. |
|
0130 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie Artikelen 26 en 24 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0140 |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Contante transacties Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen. Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in artikel 1, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm die de bijstellingen de K-DTF-coëfficiënten vastlegt. De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0150 |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Derivatentransacties Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen. Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in artikel 1, lid 1, punt b), van de technische reguleringsnorm die de bijstellingen de K-DTF-coëfficiënten vastlegt. De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0160 |
K-concentratierisicovereiste (K-CON) Artikel 37, lid 2, artikel 39 en artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Factorbedrag Beleggingsondernemingen rapporteren het bedrag dat overeenstemt met elk van de factoren, voordat zij elke factor met de corresponderende coëfficiënt vermenigvuldigen. |
|
0020 |
K-factorvereiste Wordt berekend overeenkomstig de artikelen 16, 21 en 24 van Verordening (EU) 2019/2033. |
2. KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN
2.1. I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5)
2.1.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM) Artikel 12, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. Beleggingsondernemingen nemen discretionaire en niet-discretionaire activa onder beheer op. Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0020 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Contante transacties Artikel 12, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0030 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Derivaten Artikel 12, lid 1, punt b), ii), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0040 |
Activa onder bewaring en beheer Artikel 12, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0050 |
Aangehouden gelden cliënten Artikel 12, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0060 |
Dagelijkse transactiestroom — Contante transacties en derivatentransacties Artikel 12, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0070 |
Nettopositierisico Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0080 |
Verleende clearingmarge Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0090 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie Artikel 12, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0100 |
(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling Artikel 12, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. |
|
0110 |
Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten Artikel 12, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. |
|
0120 |
Totale jaarlijkse bruto-inkomsten De waarde van de totale jaarlijkse bruto-inkomsten met uitsluiting van de binnen de groep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0130 |
(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten De waarde van de binnen de beleggingsondernemingsgroep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0140 |
Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0150 |
Waarvan: inkomsten uit de uitvoering van orders voor rekening van cliënten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0160 |
Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0170 |
Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0180 |
Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0190 |
Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0200 |
Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0210 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0220 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0230 |
Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0240 |
Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0250 |
Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0260 |
Waarvan: inkomsten uit valutadiensten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0270 |
Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0280 |
Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0290 |
Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
3. K-FACTORVEREISTEN — AANVULLENDE DETAILS
3.1. Algemene opmerkingen
|
12. |
In I 06.00 heeft elk van de K-factoren AUM, ASA, CMH, COH en DTF twee aparte tabellen. |
|
13. |
De eerste tabel geeft in kolommen informatie over het “Factorbedrag” voor elke maand van het rapportagekwartaal. Het factorbedrag is de waarde die wordt gebruikt om elke K-factor te berekenen voordat de coëfficiënt uit tabel 1 van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 wordt toegepast. |
|
14. |
De tweede tabel bevat de nadere informatie die nodig is om het factorbedrag te berekenen.
In het geval van AUM stemt dit overeen met de waarde van activa onder beheer per de laatste dag van de maand zoals vermeld in artikel 17 van Verordening (EU) 2019/2033. In het geval van CMH, ASA, COH en DTF stemt de gerapporteerde waarde overeen met de gemiddelde dagwaarde van de betrokken indicator in die maand. |
3.2. I 06.01 — ACTIVA ONDER BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.1)
3.2.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totaal AUM (gemiddelde bedragen) Artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) 2019/2033 Totale AUM-waarde als rekenkundig gemiddelde overeenkomstig artikel 17, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033. Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0020 en 0040. |
|
0020 |
Waarvan: AUM — Discretionair vermogensbeheer Totale bedrag aan activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2014/65/EU verricht en dat wordt berekend overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0030 |
Waarvan: AUM formeel gedelegeerd aan een andere entiteit Artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0040 |
AUM — Doorlopend niet-discretionair advies Totale bedrag aan activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 4, van Richtlijn 2014/65/EU op doorlopende en niet-discretionaire basis verricht. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Factorbedrag — Maand t AUM voor het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0020 |
Factorbedrag — Maand t-1 AUM voor de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0030 |
Factorbedrag — Maand t-2 AUM voor de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
3.3. I 06.02 — MAANDELIJKSE ACTIVA ONDER BEHEER (I 6.2)
3.3.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totaal maandelijkse activa onder beheer Artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) 2019/2033 De totale maandelijkse activa onder beheer per de laatste werkdag van de betrokken maand als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0020 en 0040. |
|
0020 |
Maandelijkse activa onder beheer — discretionair vermogensbeheer Het te rapporteren bedrag is dat van de maandelijkse activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2014/65/EU verricht, per de laatste werkdag van de betrokken maand als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0030 |
Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere entiteit Artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Maandelijkse activa waarvan het beheer formeel is gedelegeerd aan een andere entiteit, gerapporteerd per de laatste werkdag van de betrokken maand. |
|
0040 |
Maandelijkse activa onder beheer — Doorlopend niet-discretionair advies Totale bedrag aan activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 4, van Richtlijn 2014/65/EU op doorlopende en niet-discretionaire basis verricht, gerapporteerd per de laatste werkdag van de betrokken maand. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0140 |
Waarden einde maand De waarden per de laatste werkdag van de betrokken maand als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 worden gerapporteerd. |
3.4. I 06.03 — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.3)
3.4.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
CMH — Op gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen) Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033 en artikel 1 van de technische reguleringsnorm over de definitie van gescheiden rekeningen (artikel 15, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033). De te rapporteren waarde is het rekenkundig gemiddelde van de CMH-waarde indien de gelden van cliënten worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
CMH — Op niet-gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen) Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033 De te rapporteren waarde is het rekenkundig gemiddelde van de CMH-waarde indien de gelden van cliënten niet worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Factorbedrag — Maand t CMH voor het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. Dit bedrag wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van dagelijkse bedragen in de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde periode. |
|
0020 |
Factorbedrag — Maand t-1 CMH voor het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. Dit bedrag wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van dagelijkse bedragen in de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde periode. |
|
0030 |
Factorbedrag — Maand t-2 CMH voor het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. Dit bedrag wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van dagelijkse bedragen in de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde periode. |
3.5. I 06.04 — GEMIDDELDE TOTAAL VAN DAGELIJKS AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 6.4)
3.5.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten — Op gescheiden rekeningen Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033 en artikel 1 van de technische reguleringsnorm over de definitie van gescheiden rekeningen (artikel 15, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033). De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijks aangehouden gelden van cliënten indien deze worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten — Op niet-gescheiden rekeningen Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033 De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijks aangehouden gelden van cliënten indien deze niet worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0080 |
Maandgemiddelden waarden totale dagelijks aangehouden gelden cliënten Beleggingsondernemingen rapporteren voor elke maand het maandgemiddelde van de totale dagelijkse aangehouden gelden van cliënten gemeten aan het einde van elke werkdag overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
3.6. I 06.01 — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.5)
3.6.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totaal ASA (gemiddelde bedragen) Artikel 4, lid 1, punt 29, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 5, lid 1, van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033). Totale ASA-waarde als het voortschrijdende gemiddelde van de waarde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer, gemeten aan het eind van elke werkdag voor de negen voorafgaande maanden, met uitzondering van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 19, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2) Artikel 5, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033). Niveau 2-financiële instrumenten gewaardeerd overeenkomstig IFRS 13.81. |
|
0030 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3) Artikel 5, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033). Waardering gebaseerd op niet-waarneembare inputs gebruikmakend van de best beschikbare informatie (IFRS 13.86) |
|
0040 |
Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Waarde van activa waarvan de bewaring en het beheer formeel aan een andere financiële entiteit is gedelegeerd, uitgedrukt als een rekenkundig gemiddelde overeenkomstig artikel 19, lid 1, eerste alinea, Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0050 |
Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Waarde van activa van een andere financiële entiteit die de bewaring en het beheer formeel aan de beleggingsonderneming heeft gedelegeerd, uitgedrukt als een rekenkundig gemiddelde overeenkomstig artikel 19, lid 1, eerste alinea, Verordening (EU) 2019/2033. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Factorbedrag — Maand t ASA voor het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0020 |
Factorbedrag — Maand t-1 ASA voor het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0030 |
Factorbedrag — Maand t-2 ASA voor het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
3.7. I 06.06 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKSE ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 6.6)
3.7.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Activa onder bewaring en beheer Artikel 4, lid 1, punt 29, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 5, lid 1, van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033). De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2) Artikel 5, lid 2, van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033). Niveau 2-financiële instrumenten gewaardeerd overeenkomstig IFRS 13.81. |
|
0030 |
Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3) Artikel 5, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033). Waardering gebaseerd op niet-waarneembare inputs gebruikmakend van de best beschikbare informatie (IFRS 13.86) |
|
0040 |
Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer die formeel aan een andere financiële entiteit zijn gedelegeerd, overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0050 |
Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa van een andere financiële entiteit die de bewaring en het beheer formeel aan de beleggingsonderneming heeft gedelegeerd, overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0080 |
Maandgemiddelden waarden totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer Beleggingsondernemingen rapporteren voor elke maand het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer gemeten aan het einde van elke werkdag overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
3.8. I 06.07 — VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.7)
3.8.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
COH — Contante transacties (gemiddelde bedragen) COH-waarde voor contante transacties in de zin van artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van COH-contante transacties voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten COH voor contante transacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU. Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd. |
|
0030 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten COH voor contante transacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders van cliënten uitvoert. Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd. |
|
0040 |
COH — Derivaten (gemiddelde bedragen) Artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033 Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van COH-derivaten voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0050 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten COH voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU. Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd. |
|
0060 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten COH voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders van cliënten uitvoert. Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Factorbedrag — Maand t COH-waarde aan het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0020 |
Factorbedrag — Maand t-1 COH-waarde aan het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0030 |
Factorbedrag — Maand t-2 COH-waarde aan het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
3.9. I 06.08 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKS VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN (I 6.8)
3.9.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten — Contante transacties Artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033 De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten (contante transacties) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU. |
|
0030 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor contante transacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders van cliënten uitvoert. |
|
0040 |
Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten — Derivaten Artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033 De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten (derivaten) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0050 |
Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU. |
|
0060 |
Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van cliëntenorders uitvoert. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0050 |
Maandgemiddelden waarden totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten Beleggingsondernemingen rapporteren maandelijks het maandgemiddelde van de totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten overeenkomstig artikel 20, lid 1. |
3.10. I 06.09 — K-NETTOPOSITIERISICO — AANVULLENDE DETAILS (I 6.9)
3.10.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totaal standaardbenadering Artikel 22, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Posities waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstukken 2, 3 of 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0020 |
Positierisico Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 Handelsportefeuilleposities waarvoor een eigenvermogensvereiste voor positierisico is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0030 |
Eigenvermogensinstrumenten Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 Handelsportefeuilleposities in eigenvermogensvermogensinstrumenten waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0040 |
Schuldinstrumenten Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 Handelsportefeuilleposities in schuldinstrumenten waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0050 |
Waarvan: securitisaties Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 Posities in securitisatie-instrumenten als bedoeld in artikel 337 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en posities in de correlatiehandelsportefeuille als bedoeld in artikel 338 van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0055 |
Specifieke benadering positierisico in icb’s Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 Het totaal van de risicoposten voor posities in icb’s indien de kapitaalvereisten rechtstreeks of als gevolg van de in artikel 350, lid 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 gedefinieerde begrenzing worden berekend overeenkomstig artikel 348, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013. Verordening (EU) nr. 575/2013 wijst die posities niet uitdrukkelijk toe aan hetzij het renterisico hetzij het aandelenrisico. Indien de specifieke benadering van artikel 348, lid 1, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt gehanteerd, is het te rapporteren bedrag 32 % van de nettopositie van de betrokken icb-blootstelling. Indien de specifieke benadering van artikel 348, lid 1, tweede zin, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt gehanteerd, is het te rapporteren bedrag het laagste van, respectievelijk, 32 % van de nettopositie van de betrokken icb-blootstelling en het verschil tussen 40 % van deze nettopositie en de eigenvermogensvereisten die voortvloeien uit het met deze icb-blootstelling samenhangende valutarisico. |
|
0060 |
Valutarisico Artikel 22, punt a), en artikel 21, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 Aan valutarisico onderhevige posities waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0070 |
Grondstoffenrisico Artikel 22, punt a), en artikel 21, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 Aan grondstoffenrisico onderhevige posities waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0080 |
Internemodellenbenadering Artikel 57, lid 2, en artikel 21, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 Aan valutarisico of grondstoffenrisico onderhevige handelsportefeuilleposities en posities in de niet-handelsportefeuilles waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
3.11. I 06.10 — AANGEHOUDEN GELDEN VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.10)
|
15. |
In deze template rapporteren voor eigen rekening handelende ondernemingen alle clearingleden van gekwalificeerde centrale tegenpartijen onder wier verantwoordelijkheid de uitvoering en afwikkeling van transacties van de onderneming plaatsvindt. |
3.11.1. Instructies voor specifieke posities
|
Kolom |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0030 |
Clearinglid |
|
0010 |
Naam Beleggingsondernemingen rapporteren de naam van alle clearingleden van gekwalificeerde centrale tegenpartijen onder wier verantwoordelijkheid de uitvoering en afwikkeling van transacties van de voor eigen rekening handelende onderneming plaatsvindt. |
|
0020 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0030 |
Type code Het in kolom 0020 te rapporteren type code wordt geïdentificeerd als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0040-0060 |
Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge Beleggingsondernemingen rapporteren informatie voor de drie dagen van de voorgaande drie maanden waarvoor het hoogste, het op één na hoogste en het op twee na hoogste bedrag van de op dagelijkse basis vereiste totale marge werd berekend, overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. De beleggingsonderneming neemt alle clearingleden in de template op waarop voor ten minste één van die dagen een beroep is gedaan. De bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge wordt gerapporteerd als het bedrag vóór de vermenigvuldiging met de factor 1.3, overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0040 |
Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge — op de dag van het hoogste bedrag aan totaal vereiste marge |
|
0050 |
Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge — op de dag van het op één na hoogste bedrag aan totaal vereiste marge |
|
0060 |
Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge — op de dag van het op twee na hoogste bedrag aan totaal vereiste marge |
3.12. I 06.11 — WANBETALING TEGENPARTIJ BIJ EEN TRANSACTIE — TCD — AANVULLENDE DETAILS (I 6.11)
3.12.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0080 |
Uitsplitsing naar methode voor het berekenen van de blootstellingswaarde |
|
0010 |
Toepassing Verordening (EU) 2019/2033: K-TCD Artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 Blootstellingen waarvoor het eigenvermogensvereiste als K-TCD wordt berekend overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Alternatieve benaderingen: Blootstellingswaarde bepaald overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 Artikel 25, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 Blootstellingen waarvoor de blootstellingswaarde overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt bepaald en de daarmee samenhangende eigenvermogensvereiste daarvan worden berekend door de blootstellingswaarde te vermenigvuldigen met de in tabel 2 in artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 genoemde risicofactor. |
|
0030 |
SA-CCR Artikel 274 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0040 |
Vereenvoudigde SA-CCR Artikel 281 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0050 |
Oorspronkelijkeblootstellingsmethode Artikel 282 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0060 |
Alternatieve benaderingen: Volledige toepassing van het raamwerk van Verordening (EU) nr. 575/2013 Artikel 25, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 Blootstellingen waarvoor de blootstellingswaarde en de eigenvermogensvereisten worden bepaald overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0070 |
Pro-memoriepost: CVA-component Artikel 25, lid 5, en artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 Indien een instelling de benadering van artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 toepast of de afwijking van artikel 26, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 toepast, wordt de CVA-component bepaald als het verschil tussen het betrokken bedrag na toepassing van de CVA-vermenigvuldigingsfactor en het betrokken bedrag vóór toepassing van de CVA-vermenigvuldigingsfactor. Indien een instelling de afwijking van artikel 25, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 toepast, wordt de CVA-component bepaald overeenkomstig deel drie, titel VI, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0080 |
waarvan: berekend volgens het raamwerk van Verordening (EU) nr. 575/2013 Artikel 25, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0090-0110 |
Uitsplitsing naar soort tegenpartij De uitsplitsing van tegenpartijen is gebaseerd op de in tabel 2 in artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 genoemde soorten tegenpartijen. |
|
0090 |
Centrale overheden, centrale banken en publiekrechtelijke lichamen |
|
0100 |
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
|
0110 |
Andere tegenpartijen |
|
Kolom |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
K-factorvereiste Het eigenvermogensvereiste wordt gerapporteerd als berekend overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 of de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0020 |
Blootstellingswaarde De blootstellingswaarde wordt berekend overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2019/2033 of de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
0030 |
Vervangingswaarde (RC) Artikel 28 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0040 |
Potentiële toekomstige blootstelling (PFE) Artikel 29 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0050 |
Zekerheden (C) Artikel 30, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2019/2033 De gerapporteerde waarde is de waarde van de zekerheden zoals die wordt gebruikt voor de berekening van de blootstellingswaarde en is dus, in voorkomend geval, de waarde na de toepassing van de volatiliteitsaanpassing en de valutamismatchvolatiliteit van artikel 30, leden 1 en 3, van Verordening (EU) 2019/2033. |
3.13. I 06.12 — DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM — AANVULLENDE DETAILS (I 6.12)
3.13.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Totale DTF — Contante transacties (gemiddelde bedragen) Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van DTF-contante transacties voor de overige zes maanden overeenkomstig artikel 33, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. Voor het in deze cel te rapporteren bedrag wordt rekening gehouden met artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Totaal DTF — Derivatentransacties (gemiddelde bedragen) Artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van DTF-derivatentransacties voor de overige zes maanden overeenkomstig artikel 33, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. Voor het in deze cel te rapporteren bedrag wordt rekening gehouden met artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Gemiddelde factorbedrag — Maand t DTF-waarde aan het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0020 |
Gemiddelde factorbedrag — Maand t-1 DTF-waarde aan het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
|
0030 |
Gemiddelde factorbedrag — Maand t-2 DTF-waarde aan het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd. |
3.14. I 06.13 — GEMIDDELDE WAARDE TOTALE DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM (I 6.13)
3.14.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Dagelijkse transactiestroom — Contante transacties De gemiddelde waarde van de totale dagelijkse transactiestroom (contante waarde) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0020 |
Dagelijkse transactiestroom — Derivatentransacties De gemiddelde waarde van de totale dagelijkse transactiestroom van cliënten (derivatentransacties) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0080 |
Maandgemiddelden waarden totale dagelijks transactiestroom Beleggingsondernemingen rapporteren voor elke maand het maandgemiddelde van de totale dagelijkse transactiestroom gemeten voor elke werkdag overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. |
4. RAPPORTAGE OVER CONCENTRATIERISICO
4.1. Algemene opmerkingen
|
16. |
De rapportage over concentratierisico bevat informatie over de concentratierisico’s waaraan een beleggingsonderneming via haar handelsportefeuilleposities als gevolg van de wanbetaling van tegenpartijen is blootgesteld. Dit resulteert bij de berekening van K-CON in een aanvullend-eigenvermogensvereiste als gevolg van de blootstellingen die de beleggingsonderneming op haar balans heeft staan. Een en ander is in lijn met de definitie van “concentratierisico” in artikel 4, lid 1, punt 31, van Verordening (EU) 2019/2033 waarbij: met “concentratierisico” of “CON” de blootstellingen in de handelsportefeuille van een beleggingsonderneming aan een cliënt of aan een groep van verbonden cliënten waarvan de waarde de limieten in artikel 37, lid 1, overschrijdt, worden bedoeld. |
|
17. |
De rapportage over concentratierisico omvat ook informatie over het volgende:
|
|
18. |
Hoewel in de formulering van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 ook sprake is van “concentratierisico”, zijn de definitie daarvan in artikel 4, lid 1, punt 31, van Verordening (EU) 2019/2033 en de in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vastgestelde limieten niet verenigbaar met de in artikel 54, lid 2, punten b) tot en met e), van Verordening (EU) 2019/2033 beschreven elementen. Daarom moet bij de verplichte rapportage de klemtoon liggen op de vijf grootste posities (voor zover beschikbaar) voor elk van posten i) tot en met vi) van alinea 19 die worden aangehouden bij, of zijn toe te schrijven aan, een bepaalde instelling, cliënt of entiteit. Dankzij deze rapportage kunnen de bevoegde autoriteiten een beter inzicht krijgen in de risico’s die beleggingsondernemingen door deze posities kunnen lopen. |
|
19. |
De rapportage voor concentratierisico omvat de templates I 07.00 en I 08.00 en, overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, hoeven ondernemingen die aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 voldoen om te kwalificeren als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming, op dit punt geen informatie te rapporteren. |
4.2. I 07.00 — K-CON — AANVULLENDE DETAILS (I7)
4.2.1. Instructies voor specifieke posities
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||
|
0010-0060 |
ID tegenpartij De beleggingsonderneming rapporteert de identificatie van de tegenpartijen of groep verbonden cliënten waarop zij een blootstelling hebben die de limieten van artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 overschrijdt. |
||||||
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
||||||
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. Het type code wordt steeds gerapporteerd. |
||||||
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden cliënten komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
||||||
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De beleggingsonderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
||||||
|
0050 |
Soort tegenpartij De beleggingsonderneming rapporteert voor elke blootstelling indien deze verband houdt met:
|
||||||
|
0060-0110 |
Blootstellingen in handelsportefeuille die de limieten van artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 overschrijden De beleggingsonderneming rapporteert overeenkomstig artikelen 36 en 39 van Verordening (EU) 2019/2033 informatie over elke blootstelling die de limieten van artikel 37, lid 1, Verordening (EU) 2019/2033 overschrijdt. |
||||||
|
0060 |
Blootstellingswaarde (EV) Artikel 36 van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||
|
0070 |
Blootstellingswaarde (als % van het eigen vermogen) Blootstellingswaarde berekend overeenkomstig artikel 36 van Verordening (EU) 2019/2033 en uitgedrukt als percentage van het eigen vermogen van de onderneming. |
||||||
|
0080 |
Eigenvermogensvereiste totale blootstelling (OFR) Eigenvermogensvereiste van de totale blootstelling aan de individuele tegenpartij of groep van verbonden cliënten, berekend als het totale bedrag van K-TCD en van het specifieke risicovereiste voor K-NPR voor de betrokken blootstelling. |
||||||
|
0090 |
Overschrijding blootstellingswaarde (EVE) Voor de betrokken blootstelling overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 berekende bedrag. |
||||||
|
0100 |
Duur overschrijding (in dagen) Aantal dagen verstreken sinds de overschrijding van de blootstelling voor het eerst heeft plaatsgevonden. |
||||||
|
0110 |
K-CON-eigenvermogensvereiste voor de overschrijding (OFRE) Voor de betrokken blootstelling overeenkomstig artikel 39, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 berekende bedrag. |
4.3. I 08.01 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 8.1)
4.3.1. Instructies voor specifieke kolommen
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0060 |
Totaal CMH Artikel 54, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 De beleggingsonderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf tegenpartijen of groep verbonden cliënten waar de grootste bedrag aan gelden van cliënten worden aangehouden. |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
|
0050 |
Totaal CMH op datum van rapportage De onderneming rapporteert het totale bedrag aan gelden van cliënten op de datum van rapportage. |
|
0060 |
Percentage gelden cliënten aangehouden bij deze instelling De onderneming rapporteert het bedrag aan gelden van cliënten dat op de datum van rapportage wordt aangehouden bij elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van het (in kolom 0050 gerapporteerde) totaal. |
4.4. I 08.02 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 8.2)
4.4.1. Instructies voor specifieke kolommen
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0060 |
Totaal ASA Artikel 54, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 De onderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf tegenpartijen of groepen verbonden cliënten waar de grootste bedragen aan effecten van cliënten zijn gedeponeerd. |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
|
0050 |
Totaal ASA op datum van rapportage De onderneming rapporteert het totale bedrag aan effecten van cliënten dat op de datum van rapportage bij elke instelling is gedeponeerd. |
|
0060 |
Percentage effecten cliënten gedeponeerd bij deze instelling De onderneming rapporteert het bedrag aan effecten van cliënten dat op de datum van rapportage is gedeponeerd bij elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van het (in kolom 0050 gerapporteerde) totaal. |
4.5. I 08.03 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTAAL EIGEN KASMIDDELEN GEDEPONEERD (I 8.3)
4.5.1. Instructies voor specifieke kolommen
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0060 |
Totaal eigen kasmiddelen gedeponeerd Artikel 54, lid 2, punten d) en f), van Verordening (EU) 2019/2033 De onderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf tegenpartijen of groep verbonden cliënten waar de grootste bedragen aan eigen kasmiddelen van de onderneming zijn gedeponeerd. |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
|
0050 |
Bedrag deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling De onderneming rapporteert het totale bedrag aan eigen kasmiddelen dat op de datum van rapportage bij elke instelling wordt gehouden. |
|
0060 |
Percentage deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling De onderneming rapporteert het bedrag aan eigen kasmiddelen dat op de datum van rapportage is gedeponeerd bij elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van de totale eigen kasmiddelen van de beleggingsonderneming. |
4.6. I 08.04 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTALE OPBRENGSTEN (I 8.4)
4.6.1. Instructies voor specifieke kolommen
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0080 |
Totale opbrengsten Artikel 54, lid 2, punten e) en f), van Verordening (EU) 2019/2033 De onderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf cliënten of groepen verbonden cliënten waarvan de grootste bedragen aan opbrengsten van de onderneming afkomstig zijn. |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden cliënten komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
|
0050 |
Totale opbrengsten afkomstig van deze cliënt De onderneming rapporteert de per cliënt of groep van verbonden cliënten sinds het begin van het boekjaar gegenereerde totale opbrengsten. De opbrengsten worden uitgesplitst in rente- en dividendbaten, enerzijds, en vergoedings- en provisiebaten en overige baten, anderzijds. |
|
0060-0090 |
Rente- en dividendbaten |
|
0060 |
Rente- en dividendbaten — Bedrag gegenereerd door posities in handelsportefeuille Handelsportefeuille in de zin van artikel 4, lid 1, punt 54, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0070 |
Rente- en dividendbaten — Bedrag gegenereerd door posities in niet-handelsportefeuille |
|
0080 |
Rente- en dividendbaten — waarvan: bedrag gegenereerd door posten buiten balanstelling |
|
0090 |
Percentage rente- en dividendbaten afkomstig van deze cliënt De onderneming rapporteert de door elk van de cliënten of groepen van verbonden cliënten gegenereerde rente- en dividendbaten, uitgedrukt als percentage van de totale rente- en dividendbaten van de beleggingsonderneming. |
|
0100-0110 |
Vergoedings- en provisiebaten en overige baten |
|
0100 |
Vergoedings- en provisiebaten en overige baten — Bedrag |
|
0110 |
Vergoedings- en provisiebaten en overige baten afkomstig van deze cliënt De onderneming rapporteert de door elk van de cliënten of groepen van verbonden cliënten gegenereerde vergoedings- en provisiebaten en overige baten, uitgedrukt als percentage van de totale vergoedings- en provisiebaten en overige baten van de beleggingsonderneming. |
4.7. I 08.05 — BLOOTSTELLINGEN IN DE HANDELSPORTEFEUILLE (I 8.5)
4.7.1. Instructies voor specifieke kolommen
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0050 |
Blootstellingen in de handelsportefeuille Artikel 54, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 De onderneming rapporteert informatie voor (voor zover beschikbaar) de vijf grootste blootstellingen in de handelsportefeuille. |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
|
0050 |
Percentage blootstelling aan deze tegenpartij ten opzichte van eigen vermogen onderneming (uitsluitend posities in handelsportefeuille) De onderneming rapporteert de blootstellingen in de handelsportefeuille op de datum van rapportage aan elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van het eigen vermogen. |
4.8. I 08.06 — POSTEN NIET-HANDELSPORTEFEUILLE EN BUITEN BALANSTELLING (I 8.6)
4.8.1. Instructies voor specifieke kolommen
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010-0050 |
Posten niet-handelsportefeuille en buiten balansstelling Artikel 54, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 De onderneming rapporteert informatie voor (voor zover beschikbaar) de vijf grootste blootstellingen berekend met inbegrip van niet in de handelsportefeuille opgenomen activa. |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. |
|
0030 |
Naam Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij. |
|
0040 |
Groep of individuele cliënt De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”. |
|
0050 |
Percentage blootstelling ten opzichte van eigen vermogen onderneming (met inbegrip van activa buiten balanstelling en posten niet in handelsportefeuille) De onderneming rapporteert voor elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, de blootstellingen, berekend met inbegrip van activa en posten buiten de balanstelling die niet in de handelsportefeuille zijn opgenomen, samen met posities in de handelsportefeuille, op de datum van rapportage, uitgedrukt als percentage van het in aanmerking komende kapitaal. |
5. LIQUIDITEITSVEREISTEN
5.1 I 09.00 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9)
5.1.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Liquiditeitsvereiste Artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0020 |
Garanties aan cliënten Artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033 De te rapporteren waarde is 1,6 % van het totale aan cliënten afgegeven garanties overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0030 |
Totaal liquide activa Artikel 43, lid 1, punt a), en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Het totaal van de liquide activa wordt gerapporteerd na toepassing van de desbetreffende reductiefactoren. Deze rij is de som van de rijen 0040, 0050, 0060, 0170, 0230, 0290 en 0300. |
|
0040 |
Onbezwaarde kortetermijndeposito’s Artikel 43, lid 1, punt d), en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0050 |
Totaal toelaatbare kortlopende vorderingen tot 30 dagen Artikel 43, lid 3, en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0060 |
Activa niveau 1 Artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. Het totaal van de liquide activa wordt gerapporteerd na toepassing van de desbetreffende reductiefactoren. Som van de rijen 0070-0160. |
|
0070 |
Munten en bankbiljetten Artikel 10, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 Totaal aan contanten afkomstig van munten en bankbiljetten. |
|
0080 |
Opvraagbare reserves bij centrale banken Artikel 10, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0090 |
Activa centrale banken Artikel 10, lid 1, punt b), i) en ii), van Verordening (EU) 2015/61 |
|
0100 |
Activa centrale overheden Artikel 10, lid 1, punt c), i) en ii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0110 |
Activa regionale overheden/lokale autoriteiten Artikel 10, lid 1, punt c), iii) en iv), van Verordening (EU) 2015/61 |
|
0120 |
Activa publiekrechtelijke lichamen Artikel 10, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0130 |
In nationale of vreemde valuta luidende activa van centrale overheden en centrale banken die kunnen worden opgenomen Artikel 10, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0140 |
Activa kredietinstellingen (beschermd door overheden van lidstaten, verstrekkers van stimuleringsleningen) Artikel 10, lid 1, punt e), i) en ii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0150 |
Activa multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties Artikel 10, lid 1, punt g), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0160 |
Gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit Artikel 10, lid 1, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0170 |
Activa van niveau 2A Artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0180 |
Activa regionale overheden/lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (lidstaten, risicogewicht van 20 %) Artikel 11, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0190 |
Activa centrale banken, centrale/regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (derde landen, risicogewicht van 20 %) Artikel 11, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0200 |
Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (kredietkwaliteitscategorie 2) Artikel 11, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0210 |
Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (derde landen, kredietkwaliteitscategorie 1) Artikel 11, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0220 |
Bedrijfsschuldpapier (kredietkwaliteitscategorie 1) Artikel 11, lid 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0230 |
Activa van niveau 2B Artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0240 |
Door activa gedekte effecten Artikel 12, lid 1, punt a), en artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2015/61 |
|
0250 |
Bedrijfsschuldpapier Artikel 12, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0260 |
Aandelen (belangrijke beursindex) Artikel 12, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0270 |
Door centrale banken verstrekte gecommitteerde liquiditeitsfaciliteiten voor beperkt gebruik Artikel 12, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0280 |
Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (risicogewicht van 35 %) Artikel 15, lid 2, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 |
|
0290 |
In aanmerking komende aandelen/rechten van deelneming in icb’s Artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 Artikel 43, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0300 |
Totaal overige in aanmerking komende financiële instrumenten Artikel 43, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 |
BIJLAGE III
RAPPORTAGE VOOR KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN
|
TEMPLATES BELEGGINGSONDERNEMINGEN |
|||
|
Templatenummer |
Templatecode |
Naam template/groep templates |
Verkorte naam |
|
|
|
EIGEN VERMOGEN: omvang, samenstelling, vereisten en berekening |
|
|
1 |
I 01.01 |
Eigen vermogen |
I1.1 |
|
2.3 |
I 02.03 |
Eigenvermogensvereisten |
I2.3 |
|
2.4 |
I 02.04 |
Kapitaalratio’s |
I2.4 |
|
3.1 |
I 03.01 |
Berekening vastekostenvereisten |
I3.1 |
|
|
|
KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN |
|
|
5 |
I 05.00 |
Omvang activiteiten – Toetsing drempels |
I5.0 |
|
|
|
LIQUIDITEITSVEREISTEN |
|
|
9.1 |
I 09.01 |
Liquiditeitsvereisten |
I9.1 |
I 01.01 – SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I1.1)
|
Rijen |
Post |
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0010 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
0020 |
TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0030 |
TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
0040 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten |
|
|
0050 |
Agio |
|
|
0060 |
Ingehouden winsten |
|
|
0070 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren |
|
|
0080 |
In aanmerking komende winst |
|
|
0090 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat |
|
|
0100 |
Overige reserves |
|
|
0110 |
Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen |
|
|
0120 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters |
|
|
0130 |
Overige middelen |
|
|
0140 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
0190 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar |
|
|
0200 |
(-) Goodwill |
|
|
0210 |
(-) Andere immateriële activa |
|
|
0220 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen |
|
|
0230 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen |
|
|
0240 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen |
|
|
0285 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
0290 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
0300 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0310 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
0320 |
Agio |
|
|
0330 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0410 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
0420 |
TIER 2-KAPITAAL |
|
|
0430 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
0440 |
Agio |
|
|
0450 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL |
|
|
0520 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
I 02.03 - EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I2.3)
|
Rijen |
Post |
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0010 |
Eigenvermogensvereiste |
|
|
0020 |
Permanent minimumkapitaalvereiste |
|
|
0030 |
Vastekostenvereiste |
|
|
|
Overgangseigenvermogensvereisten |
|
|
0050 |
Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten VKV |
|
|
0060 |
Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereisten |
|
|
0070 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold |
|
|
0080 |
Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening |
|
|
0090 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten |
|
|
|
Pro-memorieposten |
|
|
0110 |
Aanvullend-eigenvermogensvereiste |
|
|
0120 |
Totaal eigenvermogensvereiste |
|
I 02.04 – KAPITAALRATIO’S (I2.4)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
Tier 1-kernkapitaalratio |
|
|
0020 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal |
|
|
0030 |
Tier 1-ratio |
|
|
0040 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal |
|
|
0050 |
Eigenvermogensratio |
|
|
0060 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal |
|
I 03.01 – BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
Vastekostenvereiste |
|
|
0020 |
Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering |
|
|
0030 |
Totale vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering |
|
|
0040 |
Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten |
|
|
0050 |
(-) Totale aftrekkingen |
|
|
0060 |
(-) Personeelsbonussen en andere beloningen |
|
|
0070 |
(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst |
|
|
0080 |
(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen |
|
|
0090 |
(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen |
|
|
0100 |
(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend |
|
|
0110 |
(-) Vergoedingen aan verbonden agenten |
|
|
0130 |
(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten |
|
|
0140 |
(-) Uitgaven voor belastingen |
|
|
0150 |
(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten |
|
|
0160 |
(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht |
|
|
0170 |
(-) Uitgaven voor grondstoffen |
|
|
0180 |
(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s |
|
|
0190 |
(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten |
|
|
0200 |
Projectie vaste kosten van het lopende jaar |
|
|
0210 |
Mutatie vaste kosten (%) |
|
I 05.00 – OMVANG ACTIVITEITEN – TOETSING DREMPELS (I5)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM) |
|
|
0020 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Contante transacties |
|
|
0030 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Derivaten |
|
|
0040 |
Activa onder bewaring en beheer |
|
|
0050 |
Aangehouden gelden cliënten |
|
|
0060 |
Dagelijkse transactiestroom – Contante transacties en derivatentransacties |
|
|
0070 |
Nettopositierisico |
|
|
0080 |
Verleende clearingmarge |
|
|
0090 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie |
|
|
0100 |
(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling |
|
|
0110 |
Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten |
|
|
0120 |
Totale jaarlijkse bruto-inkomsten |
|
|
0130 |
(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten |
|
|
0140 |
Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders |
|
|
0150 |
Waarvan: inkomsten uit uitvoering orders |
|
|
0160 |
Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening |
|
|
0170 |
Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer |
|
|
0180 |
Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies |
|
|
0190 |
Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie |
|
|
0200 |
Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie |
|
|
0210 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF |
|
|
0220 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF |
|
|
0230 |
Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten |
|
|
0240 |
Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers |
|
|
0250 |
Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen |
|
|
0260 |
Waarvan: inkomsten uit valutadiensten |
|
|
0270 |
Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse |
|
|
0280 |
Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten |
|
|
0290 |
Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten |
|
I 09.01 – LIQUIDITEITSVEREISTEN (I9.1)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
Liquiditeitsvereiste |
|
|
0020 |
Garanties aan cliënten |
|
|
0030 |
Totaal liquide activa |
|
BIJLAGE IV
RAPPORTAGE VOOR KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN
Inhoudsopgave
|
DEEL I: |
ALGEMENE INSTRUCTIES | 114 |
|
1. |
Opzet en conventies | 114 |
|
1.1 |
Opzet | 114 |
|
1.2 |
Gebruik van nummering | 115 |
|
1.3 |
Gebruik van tekens | 115 |
|
1.4 |
Prudentiële consolidatie | 115 |
|
DEEL II: |
INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES | 115 |
|
1. |
EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING | 115 |
|
1.1 |
Algemene opmerkingen | 115 |
|
1.2. |
I 01.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1.1) | 115 |
|
1.2.1. |
Instructies voor specifieke posities | 115 |
|
1.3 |
I 02.03 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.3) | 120 |
|
1.3.1. |
Instructies voor specifieke posities | 120 |
|
1.4. |
I 02.04 — KAPITAALRATIO’S (I 2.4) | 121 |
|
1.4.1. |
Instructies voor specifieke posities | 121 |
|
1.5. |
I 03.01 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3.1) | 122 |
|
1.5.1. |
Instructies voor specifieke posities | 122 |
|
2. |
KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN | 124 |
|
2.1. |
I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5) | 124 |
|
2.1.1. |
Instructies voor specifieke posities | 124 |
|
3. |
LIQUIDITEITSVEREISTEN | 127 |
|
3.1 |
I 09.01 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9.1) | 127 |
|
3.1.1. |
Instructies voor specifieke posities | 127 |
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
1. Opzet en conventies
1.1 Opzet
|
1. |
Het raamwerk als geheel bestaat uit de volgende informatieblokken:
|
|
2. |
Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elk blok templates, instructies voor specifieke posities, alsmede validatievoorschriften zijn te vinden in dit deel van deze verordening. |
1.2 Gebruik van nummering
|
3. |
Het document volgt de in de punten 4 tot en met 7 beschreven conventies voor verwijzingen naar de kolommen, rijen en cellen van de templates. Van die numerieke codes wordt uitgebreid gebruikgemaakt in de validatievoorschriften. |
|
4. |
In de instructies wordt de volgende algemene notatie gehanteerd: {Template; Rij; Kolom}. |
|
5. |
In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen datapunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij; Kolom}. |
|
6. |
In het geval van templates die uit slechts één kolom bestaan, wordt uitsluitend naar rijen verwezen. {Template; Rij}. |
|
7. |
Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor de gehele rij of kolom. |
1.3 Gebruik van tekens
|
8. |
Bedragen die tot een hoger eigen vermogen of tot hogere eigenvermogensvereisten leiden, of tot hogere liquiditeitsvereisten, worden als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen worden bedragen die tot een lager totaal aan eigen vermogen of tot lagere eigenvermogensvereisten leiden, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor de rapportage van die post geen positieve waarde verwacht. |
1.4 Prudentiële consolidatie
|
9. |
Tenzij een uitzondering is toegekend, zijn Verordening (EU) 2019/2033 en Richtlijn (EU) 2019/2034 op individuele en op geconsolideerde basis van toepassing op beleggingsondernemingen, hetgeen ook geldt voor de rapportagevereisten in deel zeven van Verordening (EU) 2019/2033. Artikel 4, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) 2019/2033 omschrijft een geconsolideerde situatie als een situatie die resulteert uit de toepassing van de vereisten van Verordening (EU) 2019/2033 op een beleggingsondernemingsgroep alsof de entiteiten van de groep samen één enkele beleggingsonderneming vormden. Op grond van artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 komen beleggingsondernemingsgroepen de rapportageverplichtingen in alle templates na op basis van hun prudentiële consolidatiekring (die kan verschillen van hun boekhoudkundige consolidatiekring). |
DEEL II: INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES
1. EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING
1.1 Algemene opmerkingen
|
10. |
De afdeling met het overzicht van het eigen vermogen bevat informatie over het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt, en over haar eigenvermogensvereisten. Zij bestaat uit twee templates:
|
|
11. |
De posten in deze templates zijn exclusief overgangsaanpassingen. Dit betekent dat de cijfers (behalve wanneer het overgangseigenvermogensvereiste specifiek is vermeld) worden berekend volgens de definitieve bepalingen (d.w.z. als waren er geen overgangsbepalingen). |
1.2. I 01.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1.1)
1.2.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||||||
|
0010 |
EIGEN VERMOGEN Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal. De totale som van de rijen 0020 en 0380 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0020 |
TIER 1-KAPITAAL Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal. |
||||||||||||
|
0030 |
TIER 1-KERNKAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013. De totale som van de rijen 0040-0060, 0090-0140 en 0290 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0040 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen. Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen. In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld. |
||||||||||||
|
0050 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
0060 |
Ingehouden winsten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten. De totale som van de rijen 0070 en 0080 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0070 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren Artikel 4, lid 1, punt 123, en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”. |
||||||||||||
|
0080 |
In aanmerking komende winst Artikel 4, lid 1, punt 121, artikel 26, lid 2, en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld. |
||||||||||||
|
0090 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0100 |
Overige reserves Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het te rapporteren bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen. |
||||||||||||
|
0110 |
Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen Artikel 84, lid 1, artikel 85, lid 1, en artikel 87, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 De som van alle bedragen aan minderheidsbelangen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal wordt opgenomen. |
||||||||||||
|
0120 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0130 |
Overige middelen Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
0140 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL De totale som van de rijen 0190-0285 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0190 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0200 |
(-) Goodwill Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0210 |
(-) Andere immateriële activa Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. |
||||||||||||
|
0220 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
0230 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
0240 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
0285 |
(-) Andere aftrekkingen De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0160 tot en met 0240. |
||||||||||||
|
0290 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
0300 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 0310-0410 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0310 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0320 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte en direct uitgegeven kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
0330 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
||||||||||||
|
0410 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
0420 |
TIER 2-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013. De totale som van de rijen 0430-0520 wordt gerapporteerd. |
||||||||||||
|
0430 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||||||
|
0440 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte en direct uitgegeven kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
0450 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
||||||||||||
|
0520 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
1.3 I 02.03 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.3)
1.3.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Eigenvermogensvereiste Artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Dit is de som van maximaal de rijen 0020 en 0030. |
|
0020 |
Permanent minimumkapitaalvereiste Artikel 14 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0030 |
Vastekostenvereiste Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0050-0090 |
Overgangseigenvermogensvereisten |
|
0050 |
Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 Artikel 57, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0060 |
Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereisten Artikel 57, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0070 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold Artikel 57, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0080 |
Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening Artikel 57, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0090 |
Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten Artikel 57, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0110-0130 |
Pro-memorieposten |
|
0110 |
Aanvullend-eigenvermogensvereiste Artikel 40 van Verordening (EU) 2019/2034 Aanvullend-eigenvermogensvereiste volgens SREP |
|
0120 |
Totaal eigenvermogensvereiste Het totale eigenvermogensvereiste van een beleggingsonderneming is de som van haar eigenvermogensvereisten die op de referentiedatum van toepassing zijn, het in rij 0110 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste en de in rij 0120 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance. |
1.4. I 02.04 — KAPITAALRATIO’S (I 2.4)
1.4.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Tier 1-kernkapitaalratio Artikel 9, lid 1, punt a), en artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Deze post wordt uitgedrukt als een percentage. |
|
0020 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kernkapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post. |
|
0030 |
Tier 1-ratio Artikel 9, lid 1, punt b), en artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Deze post wordt uitgedrukt als een percentage. |
|
0040 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post. |
|
0050 |
Eigen-vermogensratio Artikel 9, lid 1, punt c), en artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Deze post wordt uitgedrukt als een percentage. |
|
0060 |
Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal Deze post geeft het overschot of tekort aan eigen vermogen met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post. |
1.5. I 03.01 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3.1)
1.5.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||||||||
|
0010 |
Vastekostenvereiste Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het te rapporteren bedrag is ten minste 25 % van de jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar (rij 0020). In gevallen waarin er sprake is van een wezenlijke verandering in de zin van artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, is het gerapporteerde bedrag het door de bevoegde autoriteit overeenkomstig dat artikel opgelegde vastekostenvereiste. In de in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde gevallen is het gerapporteerde bedrag de projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar (rij 0200). |
||||||||||||||
|
0020 |
Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Beleggingsondernemingen rapporteren de vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering. |
||||||||||||||
|
0030 |
Totale vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag na winstuitkering. |
||||||||||||||
|
0040 |
Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0050 |
(-) Totale aftrekkingen Naast de in artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde af te trekken posten, worden ook de volgende posten van de totale uitgaven afgetrokken, indien deze volgens het toepasselijke raamwerk voor financiële verslaggeving zijn opgenomen onder totale uitgaven:
|
||||||||||||||
|
0060 |
(-) Personeelsbonussen en andere beloningen Artikel 13, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Personeelsbonussen en andere beloningen worden geacht af te hangen van de nettowinst van de beleggingsonderneming in het respectieve jaar indien de beide volgende voorwaarden zijn vervuld:
|
||||||||||||||
|
0070 |
(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst Artikel 13, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 De winstdeelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten worden berekend op basis van de nettowinst. |
||||||||||||||
|
0080 |
(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen Artikel 13, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0090 |
(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen Artikel 13, lid 4, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0100 |
(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend Voor de uitvoering, registratie of clearing van transacties aan centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen en intermediaire makelaars betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten, alleen wanneer deze direct worden doorgegeven en doorberekend aan cliënten. Hierin zijn niet begrepen vergoedingen en andere lasten om het lidmaatschap te behouden of om anderszins te voldoen aan verliesdelende financiële verplichtingen tegenover centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen. |
||||||||||||||
|
0110 |
(-) Vergoedingen aan verbonden agenten Artikel 13, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0130 |
(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten Artikel 13, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||||
|
0140 |
(-) Uitgaven voor belastingen
|
||||||||||||||
|
0150 |
(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten (Spreekt voor zich.) |
||||||||||||||
|
0160 |
(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht Betalingen met betrekking tot contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht waarbij de beleggingsonderneming verplicht is, na de opstelling van haar jaarrekening, haar jaarresultaat over te dragen aan de moederonderneming. |
||||||||||||||
|
0170 |
(-) Uitgaven voor grondstoffen Handelaren in grondstoffen en emissierechten kunnen uitgaven voor grondstoffen in verband met een beleggingsonderneming die handelt in derivaten van de onderliggende grondstof, in mindering brengen. |
||||||||||||||
|
0180 |
(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 575/2013; |
||||||||||||||
|
0190 |
(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten Uitgaven met betrekking tot posten die overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 reeds van het eigen vermogen zijn afgetrokken. |
||||||||||||||
|
0200 |
Projectie vaste kosten van het lopende jaar De projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar na winstuitkering. |
||||||||||||||
|
0210 |
Mutatie vaste kosten (%) Het bedrag wordt gerapporteerd als de absolute waarde van: [(Vaste kosten lopende jaar) — (Projectie jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)]/(Jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)] |
2. KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN
2.1. I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5)
2.1.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM) Artikel 12, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. Beleggingsondernemingen nemen discretionaire en niet-discretionaire activa onder beheer op. Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0020 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Contante transacties Artikel 12, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0030 |
(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Derivaten Artikel 12, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0040 |
Activa onder bewaring en beheer Artikel 12, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0050 |
Aangehouden gelden cliënten Artikel 12, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0060 |
Dagelijkse transactiestroom — Contante transacties en derivatentransacties Artikel 12, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0070 |
Nettopositierisico Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0080 |
Verleende clearingmarge Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0090 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie Artikel 12, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2019/2033 Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt. |
|
0100 |
(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling Artikel 12, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. |
|
0110 |
Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten Artikel 12, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep. De te rapporteren waarde is de som van rij 0120 en rij 0130. |
|
0120 |
Totale jaarlijkse bruto-inkomsten De waarde van de totale jaarlijkse bruto-inkomsten met uitsluiting van de binnen de groep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0130 |
(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten De waarde van de binnen de beleggingsondernemingsgroep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0140 |
Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0150 |
Waarvan: inkomsten uit de uitvoering van orders voor rekening van cliënten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0160 |
Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0170 |
Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0180 |
Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0190 |
Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0200 |
Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0210 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0220 |
Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0230 |
Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0240 |
Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0250 |
Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0260 |
Waarvan: inkomsten uit valutadiensten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0270 |
Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0280 |
Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
|
0290 |
Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU |
3. LIQUIDITEITSVEREISTEN
3.1 I 09.01 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9.1)
3.1.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Liquiditeitsvereiste Artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0020 |
Garanties aan cliënten Artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033 De te rapporteren waarde is 1,6 % van het totale aan cliënten afgegeven garanties overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0030 |
Totaal liquide activa Artikel 43, lid 1, punt a), en artikel 43, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2033 Het totaal van de liquide activa wordt gerapporteerd na toepassing van de desbetreffende reductiefactoren. |
BIJLAGE V
Deel I: Gemeenschappelijk Data Point Model (DPM)
Alle in de bijlagen bij deze verordening vermelde data worden omgezet in een gemeenschappelijk Data Point Model dat als basis dient voor uniforme IT-systemen van instellingen en bevoegde autoriteiten.
Het gemeenschappelijke Data Point Model voldoet aan de volgende criteria:
|
a) |
het geeft een gestructureerde representatie van alle data-items in de bijlagen I, III en VIII; |
|
b) |
het identificeert alle in de bijlagen I tot en met IV, VIII en IX beschreven bedrijfsconcepten; |
|
c) |
het geeft een data dictionary met tabellabels, ordinaatlabels, aslabels, domeinlabels, dimensielabels en member-labels; |
|
d) |
het geeft maatstaven die de eigenschap of omvang van datapunten aangeven; |
|
e) |
het geeft definities van datapunten die zijn uitgedrukt als een samenstel van kenmerken die het concept eenduidig identificeren; |
|
f) |
het bevat alle noodzakelijke technische specificaties voor de ontwikkeling van IT-rapportageoplossingen die eenvormige data voor de toezichtsrapportage opleveren. |
Deel II: Validatievoorschriften
Voor de in de bijlagen bij deze verordening vermelde data gelden validatievoorschriften die de kwaliteit en de consistentie van de data verzekeren.
De validatievoorschriften voldoen aan de volgende criteria:
|
a) |
zij definiëren de logische relaties tussen de betrokken datapunten; |
|
b) |
zij bevatten filters en voorwaarden die een dataset definiëren waarop een validatievoorschrift van toepassing is; |
|
c) |
zij controleren de consistentie van de gerapporteerde data; |
|
d) |
zij controleren de nauwkeurigheid van de gerapporteerde data; |
|
e) |
zij stellen standaardwaarden vast die worden gehanteerd ingeval de desbetreffende informatie niet is gerapporteerd. |
BIJLAGE VI
TEMPLATES OPENBAARMAKING EIGEN VERMOGEN
|
OPENBAARMAKING BELEGGINGSONDERNEMINGEN |
|||
|
Template nummer Template |
code |
Naam |
Verwijzing wetgeving |
|
|
|
EIGEN VERMOGEN |
|
|
1 |
I CC1 |
SAMENSTELLING TOETSINGSVERMOGEN |
Artikel 49, lid 1, punt c) |
|
2 |
I CC2 |
RECONCILIATIE EIGEN VERMOGEN MET GECONTROLEERDE JAARREKENINGEN |
Artikel 49, lid 1, punt a) |
|
3 |
I CCA |
BELANGRIJKSTE KENMERKEN EIGEN VERMOGEN |
Artikel 49, lid 1, punt b) |
Template EU IF CC1.01 – Samenstelling toetsingsvermogen (beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)
|
|
|
a) |
b) |
|
|
|
Bedrag |
Bron op basis van referentienummers/-letters van de balans in de gecontroleerde jaarrekening |
|
Tier 1-kernkapitaal: instrumenten en reserves |
|||
|
1 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
2 |
TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
3 |
TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
|
4 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten |
|
|
|
5 |
Agio |
|
|
|
6 |
Ingehouden winsten |
|
|
|
7 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat |
|
|
|
8 |
Overige reserves |
|
|
|
9 |
Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen |
|
|
|
10 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters |
|
|
|
11 |
Overige middelen |
|
|
|
12 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
|
13 |
(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
|
14 |
(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
|
15 |
(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
|
16 |
(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
|
17 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar |
|
|
|
18 |
(-) Goodwill |
|
|
|
19 |
(-) Andere immateriële activa |
|
|
|
20 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen |
|
|
|
21 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen |
|
|
|
22 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen |
|
|
|
23 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
24 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
25 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds |
|
|
|
26 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
|
27 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
|
28 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
29 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
|
30 |
Agio |
|
|
|
31 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
32 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
|
33 |
(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
|
34 |
(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
|
35 |
(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
|
36 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
37 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
38 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
|
39 |
Aanvullend-tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
|
40 |
TIER 2-KAPITAAL |
|
|
|
41 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
|
42 |
Agio |
|
|
|
43 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL |
|
|
|
44 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten |
|
|
|
45 |
(-) Direct bezit tier 2-instrumenten |
|
|
|
46 |
(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten |
|
|
|
47 |
(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten |
|
|
|
48 |
(-)Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
49 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
50 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
Template EU I CC1.02 – Samenstelling toetsingsvermogen (Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)
|
|
|
a) |
b) |
|
|
|
Bedrag |
Bron op basis van referentienummers/-letters van de balans in de gecontroleerde jaarrekening |
|
Tier 1-kernkapitaal: instrumenten en reserves |
|||
|
1 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
2 |
TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
3 |
TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
|
4 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten |
|
|
|
5 |
Agio |
|
|
|
6 |
Ingehouden winsten |
|
|
|
7 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat |
|
|
|
8 |
Overige reserves |
|
|
|
9 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters |
|
|
|
10 |
Overige middelen |
|
|
|
11 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
|
12 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar |
|
|
|
13 |
(-) Goodwill |
|
|
|
14 |
(-) Andere immateriële activa |
|
|
|
15 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen |
|
|
|
16 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen |
|
|
|
17 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen |
|
|
|
18 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
|
19 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
|
20 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
21 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
|
22 |
Agio |
|
|
|
23 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
24 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
|
25 |
TIER 2-KAPITAAL |
|
|
|
26 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
|
27 |
Agio |
|
|
|
28 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL |
|
|
|
29 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
Template EU IF CC1.03 – Samenstelling toetsingsvermogen (Groepskapitaalcriterium)
|
|
|
a) |
b) |
|
|
|
Bedrag |
Bron op basis van referentienummers/-letters van de balans in de gecontroleerde jaarrekening |
|
Tier 1-kernkapitaal: instrumenten en reserves |
|||
|
1 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
2 |
TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
3 |
TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
|
4 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten |
|
|
|
5 |
Agio |
|
|
|
6 |
Ingehouden winsten |
|
|
|
7 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren |
|
|
|
8 |
In aanmerking komende winsten of verliezen |
|
|
|
9 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat |
|
|
|
10 |
Overige reserves |
|
|
|
11 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters |
|
|
|
12 |
Overige middelen |
|
|
|
13 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
|
14 |
(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
|
|
|
15 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar |
|
|
|
16 |
(-) Goodwill |
|
|
|
17 |
(-) Andere immateriële activa |
|
|
|
18 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen |
|
|
|
19 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen |
|
|
|
20 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen |
|
|
|
21 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
22 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds |
|
|
|
23 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
|
24 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
|
25 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
26 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
|
27 |
Agio |
|
|
|
28 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
|
29 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
|
30 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
31 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
|
32 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
|
33 |
TIER 2-KAPITAAL |
|
|
|
34 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
|
35 |
Agio |
|
|
|
36 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL |
|
|
|
37 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten |
|
|
|
38 |
(-)Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
|
39 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
Template EU ICC2: Eigen vermogen: Reconciliatie van het toetsingsvermogen en de balans in de gecontroleerde jaarrekening
Flexibele template
Rijen worden gerapporteerd volgens de balans in de gecontroleerde jaarrekeningen van de beleggingsonderneming.
De kolommen worden niet gewijzigd, tenzij de beleggingsonderneming dezelfde boekhoudkundige en wettelijke consolidatiekring heeft. In dat geval hoeven de volumes alleen in kolom a) te worden ingevuld.
|
|
|
a |
b |
c |
|
|
|
Balans zoals in gepubliceerde/gecontroleerde jaarrekening |
Volgens wettelijke consolidatiekring |
Krijsverwijzing naar EU IF CC1 |
|
|
|
Per einde periode |
Per einde periode |
|
|
Activa – Uitsplitsing in activaklassen volgens de balans in de gepubliceerde/gecontroleerde jaarrekening |
||||
|
1 |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
5 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
xxx |
Totaal activa |
|
|
|
|
Passiva – Uitsplitsing in passivaklassen volgens de balans in de gepubliceerde/gecontroleerde jaarrekening |
||||
|
1 |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
xxx |
Totaal passiva |
|
|
|
|
Eigen vermogen |
||||
|
1 |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
xxx |
Totaal eigen vermogen |
|
|
|
Template EU I CCA Eigen vermogen: belangrijkste kenmerken van door de onderneming uitgegeven eigen instrumenten
|
|
|
a |
|
|
|
Vrije tekst |
|
1 |
Emittent |
|
|
2 |
Unieke identificatiecode (bv. CUSIP-, ISIN- of Bloomberg-identificatiecode voor onderhandse plaatsing) |
|
|
3 |
Openbare uitgifte of onderhandse plaatsing |
|
|
4 |
Toepasselijke wet(ten) voor het instrument |
|
|
5 |
Type instrument (types vermelden per rechtsgebied) |
|
|
6 |
In het toetsingsvermogen opgenomen bedrag (valuta in miljoenen, per recentste rapportagedatum) |
|
|
7 |
Nominaal bedrag van het instrument |
|
|
8 |
Uitgifteprijs |
|
|
9 |
Aflossingsprijs |
|
|
10 |
Boekhoudkundige indeling |
|
|
11 |
Oorspronkelijke datum van uitgifte |
|
|
12 |
Perpetueel of bepaalde looptijd |
|
|
13 |
Oorspronkelijke vervaldatum |
|
|
14 |
Vervroegd aflosbaar door de emittent behoudens voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder |
|
|
15 |
Optionele calldatum, voorwaardelijke calldatums en aflossingsbedrag |
|
|
16 |
Eventuele verdere calldatums |
|
|
|
Coupons/dividenden |
|
|
17 |
Vaste of variabele dividenden/coupons |
|
|
18 |
Couponrente en gerelateerde indexen |
|
|
19 |
Bestaan van een “dividend stopper” |
|
|
20 |
Volledig discretionair, gedeeltelijk discretionair of verplicht (wat tijdsaspect betreft) |
|
|
21 |
Volledig discretionair, discretionair of verplicht (wat tijdsaspect betreft) |
|
|
22 |
Het instrument heeft een oplopende couponrente of er is een andere prikkel om af te lossen |
|
|
23 |
Niet-cumulatief of cumulatief |
|
|
24 |
Converteerbaar of niet-converteerbaar |
|
|
25 |
Indien converteerbaar, conversietrigger(s) |
|
|
26 |
Indien converteerbaar, volledig of gedeeltelijk |
|
|
27 |
Indien converteerbaar, conversiekoers |
|
|
28 |
Indien converteerbaar, verplichte of optionele conversie |
|
|
29 |
Indien converteerbaar, aangeven in welk soort instrument het kapitaalinstrument converteerbaar is |
|
|
30 |
Indien converteerbaar, de emittent specificeren vermelden het instrument waarin geconverteerd wordt. |
|
|
31 |
Write-down features |
|
|
32 |
Indien afwaardering, write-down trigger(s) |
|
|
33 |
Indien afwaardering, volledig of gedeeltelijk |
|
|
34 |
Indien afwaardering, permanent of tijdelijk |
|
|
35 |
Indien tijdelijke afwaardering, beschrijving van het opwaarderingsmechanisme |
|
|
36 |
Niet-conforme overgegane kenmerken |
|
|
37 |
Zo ja, vermeld niet-conforme kenmerken. |
|
|
38 |
Link naar de volledige voorwaarden van het instrument (signposting) |
|
|
(1) Vul “n.v.t.” in indien de vraag niet van toepassing is. |
||
BIJLAGE VII
INSTRUCTIES VOOR OPENBAARMAKINGSTEMPLATES EIGEN VERMOGEN
Template EU I CC1.01, EU I CC1.02 en EU I CC1.03 — Samenstelling toetsingsvermogen
|
1. |
Beleggingsondernemingen volgen de instructies uit deze bijlage bij het invullen van template EU I CC1 in bijlage VI overeenkomstig artikel 49, lid 1, punten a) en c), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
2. |
Beleggingsondernemingen vullen kolom b) in om de bron van alle belangrijke input aan te geven, met kruisverwijzingen naar de bijbehorende rijen in template EU I CC2. |
|
3. |
Beleggingsondernemingen nemen in de toelichting bij de template een beschrijving op van alle beperkingen die zijn toegepast op de berekening van het eigen vermogen overeenkomstig artikel 49, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 en van de instrumenten en aftrekkingen waarop die beperkingen van toepassing zijn. Zij geven ook toelichting bij de belangrijkste mutaties in de openbaar gemaakte bedragen ten opzichte van de voorgaande openbaarmakingsperioden. |
|
4. |
Deze template is vast: beleggingsondernemingen moeten bij hun openbaarmakingen het format van bijlage VI precies aanhouden. |
|
5. |
Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen maken de informatie over de samenstelling van hun eigen vermogen openbaar volgens template EU I CC1.01 in bijlage VI. Ook kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen met uitgiften van aanvullend-tier 1-instrumenten maken de informatie over de samenstelling van hun eigen vermogen openbaar volgens template EU I CC1.02 in bijlage VI. |
Template EU I CC1.01 — Samenstelling toetsingsvermogen (beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|||||||||||||
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||||||
|
1 |
Eigen vermogen Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1-kernkapitaal, aanvullend-tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal. Deze rij is de som van de rijen 2 en 40. |
||||||||||||
|
2 |
Tier 1-kapitaal Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal. Deze rij is de som van de rijen 3 en 28. |
||||||||||||
|
3 |
Tier 1-kernkapitaal Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 4-12 en 27 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
4 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen. Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen. In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld. |
||||||||||||
|
5 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
6 |
Ingehouden winsten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Ingehouden winsten” omvatten de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten. |
||||||||||||
|
7 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
8 |
Overige reserves Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het openbaar te maken bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen. |
||||||||||||
|
9 |
Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen De som van alle bedragen aan minderheidsbelangen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal worden opgenomen. |
||||||||||||
|
10 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
11 |
Overige middelen Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
12 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL De totale som van de rijen 13 en 17-26 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
13 |
(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij openbaar gemaakt. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt opgenomen in het openbaar te maken bedrag. |
||||||||||||
|
14 |
(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
||||||||||||
|
15 |
(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten |
||||||||||||
|
16 |
(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 114, artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
17 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
18 |
(-) Goodwill Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
19 |
(-) Andere immateriële activa Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Andere immateriële activa” omvatten de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. |
||||||||||||
|
20 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
21 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
22 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
23 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
24 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
25 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
26 |
(-) Andere aftrekkingen De som van andere in artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde aftrekkingen. |
||||||||||||
|
27 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
28 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 29-31 en 39 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
29 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag. |
||||||||||||
|
30 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
31 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 32 en 36-38 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
32 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013. In het openbaar te maken bedrag wordt het met de eigen aandelen verband houdende agio opgenomen. |
||||||||||||
|
33 |
(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
34 |
(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
35 |
(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
36 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
37 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
38 |
(-) Andere aftrekkingen De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet in een van de rijen hierboven zijn opgenomen. |
||||||||||||
|
39 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
40 |
TIER 2-KAPITAAL Artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 41-43 en 50 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
41 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag. |
||||||||||||
|
42 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
43 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
44 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij openbaar gemaakt. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt opgenomen in het openbaar te maken bedrag. |
||||||||||||
|
45 |
(-) Direct bezit tier 2-instrumenten Artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
46 |
(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten Artikel 4, lid 1, punt 114), artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
47 |
(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten Artikel 4, lid 1, punt 126), artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
48 |
(-)Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
49 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 4, lid 1, punt 27, artikel 66, punt d), en artikelen 68, 69 en 79 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het bezit van de instelling aan tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector (in de zin van artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) nr. 575/2013) waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft, wordt in zijn geheel afgetrokken. |
||||||||||||
|
50 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
Template EU I CC1.02 — Samenstelling toetsingsvermogen (Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|||||||||||||
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||||||
|
1 |
Eigen vermogen Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1-kernkapitaal, aanvullend-tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal. De totale som van de rijen 2 en 25 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
2 |
Tier 1-kapitaal Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal. De totale som van de rijen 3 en 20 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
3 |
Tier 1-kernkapitaal Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 4-11 en 19 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
4 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen. Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen. In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld. |
||||||||||||
|
5 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
6 |
Ingehouden winsten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten. |
||||||||||||
|
7 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
8 |
Overige reserves Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het openbaar te maken bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen. |
||||||||||||
|
9 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
10 |
Overige middelen Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
11 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL De totale som van rijen 12-18 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
12 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
13 |
(-) Goodwill Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
14 |
(-) Andere immateriële activa Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. |
||||||||||||
|
15 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
16 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
17 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||||||
|
18 |
(-) Andere aftrekkingen De som van andere in artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde aftrekkingen. |
||||||||||||
|
19 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
20 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van rijen 21-24 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
21 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag. |
||||||||||||
|
22 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
23 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
24 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
|
25 |
TIER 2-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van rijen 26-29 wordt openbaar gemaakt. |
||||||||||||
|
26 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag. |
||||||||||||
|
27 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||||||
|
29 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||||||
|
30 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||||||
Template EU I CC1.03 — Samenstelling toetsingsvermogen (Groepskapitaalcriterium)
|
6. |
De in artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde entiteiten die voor de toepassing van datzelfde artikel in aanmerking komen, maken de informatie over de samenstelling van hun eigen vermogen openbaar met template EU I CC1.03 en volgens de onderstaande instructies.
|
Template EU I CC2 — Reconciliatie van het toetsingsvermogen en de balans in de gecontroleerde jaarrekeningen
|
7. |
Beleggingsondernemingen volgende de instructies uit deze bijlage bij het invullen van template EU I CC2 in bijlage VI, overeenkomstig artikel 49, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
8. |
Beleggingsondernemingen maken de in hun gepubliceerde jaarrekeningen opgenomen balans openbaar. “Jaarrekeningen” zijn de gecontroleerde jaarrekeningen voor openbaarmakingen aan het eind van het jaar. |
|
9. |
De rijen van de template zijn flexibel en moeten door beleggingsondernemingen overeenkomstig hun jaarrekeningen worden openbaar gemaakt. De eigenvermogensbestanddelen in de gecontroleerde jaarrekeningen moeten alle posten omvatten die onderdeel zijn van of afgetrokken worden van het toetsingsvermogen, daaronder begrepen eigen vermogen, verplichtingen zoals schuld of andere balansposten die van invloed zijn op het toetsingsvermogen zoals immateriële activa, goodwill, uitgestelde belastingvorderingen. Beleggingsondernemingen moeten de eigenvermogensbestanddelen van de balans zodanig uitwerken dat alle in de openbaarmakingstemplate voor de samenstelling van het eigen vermogen (template EU I CC1) opgenomen componenten afzonderlijk worden weergegeven. Beleggingsondernemingen moeten balansposten slechts zo gedetailleerd uitwerken als noodzakelijk voor het afleiden van de componenten die voor template EU I CC1 vereist zijn. De openbaarmaking moet in verhouding staan tot de complexiteit van de balans van de beleggingsonderneming. |
|
10. |
De kolommen staan vast en worden als volgt openbaar gemaakt:
|
|
11. |
In de volgende gevallen wordt, wanneer de boekhoudkundige consolidatiekring en de prudentiële consolidatiekring van de beleggingsonderneming precies dezelfde zijn, alleen kolom a) ingevuld, en wordt dit feit duidelijk openbaar gemaakt:
|
Tabel EU I CCA — Belangrijkste kenmerken van door de onderneming uitgegeven eigen instrumenten
|
12. |
Beleggingsondernemingen volgende de instructies uit deze bijlage bij het invullen van template EU I CCA in bijlage VI, overeenkomstig artikel 49, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
13. |
Beleggingsondernemingen vullen tabel EU I CCA voor de volgende categorieën in: tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-instrumenten. |
|
14. |
De tabellen omvatten aparte kolommen met de kenmerken van elk wettelijk eigenvermogensinstrument. In gevallen waarin verschillende instrumenten van eenzelfde categorie identieke kenmerken hebben, mogen beleggingsondernemingen deze identieke kenmerken in één kolom vermelden onder opgave van de uitgiften waarop de identieke kenmerken betrekking hebben.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
BIJLAGE VIII
RAPPORTAGE GROEPSKAPITAALCRITERIUM
|
TEMPLATES BELEGGINGSONDERNEMINGEN |
|||
|
Templatenummer |
Templatecode |
Naam template/groep templates |
Verkorte naam |
|
|
|
GROEPSKAPITAALCRITERIUM |
|
|
11.1 |
I 11.01 |
SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM |
I11.1 |
|
11.2 |
I 11.02 |
EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM |
I11.2 |
|
11.3 |
I 11.03 |
INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN |
I11.3 |
I 11.01 – SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.1)
|
Rijen |
Post |
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0010 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
0020 |
TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0030 |
TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
0040 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten |
|
|
0050 |
Agio |
|
|
0060 |
Ingehouden winsten |
|
|
0070 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren |
|
|
0080 |
In aanmerking komende winst |
|
|
0090 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat |
|
|
0100 |
Overige reserves |
|
|
0120 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters |
|
|
0130 |
Overige middelen |
|
|
0145 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL |
|
|
0150 |
(-) Eigen tier 1-kerninstrumenten |
|
|
0190 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar |
|
|
0200 |
(-) Goodwill |
|
|
0210 |
(-) Andere immateriële activa |
|
|
0220 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen |
|
|
0230 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen |
|
|
0240 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen |
|
|
0250 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0270 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds |
|
|
0280 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
0295 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
0300 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0310 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
0320 |
Agio |
|
|
0335 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL |
|
|
0340 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten |
|
|
0380 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0400 |
(-) Andere aftrekkingen |
|
|
0415 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
|
0420 |
TIER 2-KAPITAAL |
|
|
0430 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten |
|
|
0440 |
Agio |
|
|
0455 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL |
|
|
0460 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten |
|
|
0500 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0525 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen |
|
I 11.02 – EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.2)
|
|
|
Bedrag |
|
Rijen |
Post |
0010 |
|
0010 |
Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0020 |
Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0030 |
Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft |
|
|
0040 |
Belangen van entiteiten uit de financiële sector in de beleggingsondernemingsgroep voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd |
|
|
0050 |
Achtergestelde vorderingen van entiteiten uit de financiële sector binnen de beleggingsondernemingsgroep |
|
|
0060 |
Voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van entiteiten binnen de beleggingsondernemingsgroep |
|
|
0070 |
Totale eigenvermogensvereisten voor de dochterondernemingen |
|
I 11.03: INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN (I11.3)
|
Code |
Type code |
Naam van de onderneming |
Moeder-/dochteronderneming |
Land |
Beleggingen door de moederonderneming |
Voorwaardelijke verplichtingen van de moederonderneming ten aanzien van de entiteit |
Totale eigenvermogensvereisten |
|
||||||||||||||||||
|
Tier 1-kernkapitaal |
Aanvullend tier-1-kapitaal |
Tier 2-kapitaal |
Bezit |
Achtergestelde vorderingen |
Permanent minimumkapitaalvereiste |
K-factorvereiste |
Vastekostenvereisten |
|||||||||||||||||||
|
|
Activa onder beheer |
Aangehouden gelden cliënten – Op gescheiden rekeningen |
Aangehouden gelden cliënten – Op niet-gescheiden rekeningen |
Activa onder bewaring en beheer |
Verwerkte orders van cliënten – Contante transacties |
Verwerkte orders van cliënten – Derivatentransacties |
K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR) |
Verleende clearingmarge (K-CMG) |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Contante transacties |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Derivatentransacties |
K-concentratierisicovereiste (K-CON) |
||||||||||||||
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
0200 |
0210 |
0220 |
0230 |
0240 |
0250 |
0260 |
0270 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE IX
RAPPORTAGE GROEPSKAPITAALCRITERIUM
Inhoudsopgave
|
DEEL I: |
ALGEMENE INSTRUCTIES | 162 |
|
1. |
Opzet en conventies | 162 |
|
1.1 |
Opzet | 162 |
|
1.2 |
Gebruik van nummering | 162 |
|
1.3 |
Gebruik van tekens | 162 |
|
DEEL II: |
INSTRUCTIES IN VERBAND MET DE TEMPLATES | 163 |
|
1. |
EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING | 163 |
|
1.1 |
Algemene opmerkingen | 163 |
|
1.2. |
I 11.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.1) | 163 |
|
1.2.1. |
Instructies voor specifieke posities | 163 |
|
1.3 |
I 11.02 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.2) | 169 |
|
1.3.1. |
Instructies voor specifieke posities | 169 |
|
1.4 |
IF 11.03 — INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN (IF11.3) | 170 |
|
1.4.1. |
Instructies voor specifieke posities | 170 |
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
1. Opzet en conventies
1.1 Opzet
|
1. |
In totaal bestaat de rapportage over het groepskapitaalcriterium uit twee templates:
|
|
2. |
Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elk blok templates, instructies voor specifieke posities, alsmede validatievoorschriften zijn te vinden in dit deel van deze verordening. |
1.2 Gebruik van nummering
|
3. |
Het document volgt de in de punten 4 tot en met 7 beschreven conventies voor verwijzingen naar de kolommen, rijen en cellen van de templates. Van die numerieke codes wordt uitgebreid gebruikgemaakt in de validatievoorschriften. |
|
4. |
In de instructies wordt de volgende algemene notatie gehanteerd: {Template; Rij; Kolom}. |
|
5. |
In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen datapunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij; Kolom}. |
|
6. |
In het geval van templates die uit slechts één kolom bestaan, wordt uitsluitend naar rijen verwezen. {Template; Rij}. |
|
7. |
Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor de gehele rij of kolom. |
1.3 Gebruik van tekens
|
8. |
Bedragen die tot een hoger eigen vermogen of tot hogere kapitaalvereisten leiden, of tot hogere liquiditeitsvereisten, worden als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen worden bedragen die tot een lager totaal aan eigen vermogen of tot lagere eigenvermogensvereisten leiden, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor die post geen positieve waarde verwacht. |
DEEL II: INSTRUCTIES IN VERBAND MET DE TEMPLATES
1. EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING
1.1 Algemene opmerkingen
|
10. |
De afdeling met het overzicht van het eigen vermogen bevat informatie over het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt, en over haar eigenvermogensvereisten. Zij bestaat uit twee templates:
|
|
11. |
De posten in deze templates zijn exclusief overgangsaanpassingen. Dit betekent dat de cijfers (behalve wanneer het overgangseigenvermogensvereiste specifiek is vermeld) worden berekend volgens de definitieve bepalingen (d.w.z. als waren er geen overgangsbepalingen). |
1.2. I 11.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.1)
1.2.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
||||||||
|
0010 |
EIGEN VERMOGEN Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal. |
||||||||
|
0020 |
TIER 1-KAPITAAL Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal. |
||||||||
|
0030 |
TIER 1-KERNKAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0040 |
Volgestorte kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen. Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen. In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld. |
||||||||
|
0050 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||
|
0060 |
Ingehouden winsten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten. De totale som van de rijen 0070 en 0080 wordt gerapporteerd. |
||||||||
|
0070 |
Ingehouden winsten voorgaande jaren Artikel 4, lid 1, punt 123, en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”. |
||||||||
|
0080 |
In aanmerking komende winst Artikel 4, lid 1, punt 121, artikel 26, lid 2, en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld. |
||||||||
|
0090 |
Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0100 |
Overige reserves Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het te rapporteren bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen. |
||||||||
|
0120 |
Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0130 |
Overige middelen Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||
|
0145 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL Artikel 8, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 en artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van punt i) van dat lid. De totale som van de rijen 0150 en 0190-0280 wordt gerapporteerd. |
||||||||
|
0150 |
(-) Eigen tier 1-kerninstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||
|
0190 |
(-) Verlies van het lopende boekjaar Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0200 |
(-) Goodwill Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0210 |
(-) Andere immateriële activa Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. |
||||||||
|
0220 |
(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0230 |
(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||
|
0240 |
(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
||||||||
|
0250 |
(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Met EU-moederonderneming wordt in deze rij bedoeld: EU-moederbeleggingsondernemingen, EU-moederbeleggingsholdings en gemengde financiële EU-moederholdings of iedere onderneming die een beleggingsonderneming, financiële instelling, nevendiensten verrichtende onderneming en verbonden agent is. |
||||||||
|
0270 |
(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 36, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0280 |
(-) Andere aftrekkingen De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van de aftrekkingen overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0150 tot en met 0270. |
||||||||
|
0295 |
Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||
|
0300 |
AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
||||||||
|
0310 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het te rapporteren bedrag. |
||||||||
|
0320 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||
|
0335 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van punt d) van dat artikel De totale som van de rijen 340, 0380 en 0400 wordt gerapporteerd. |
||||||||
|
0340 |
(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||
|
0380 |
(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Met EU-moederonderneming wordt in deze rij bedoeld: EU-moederbeleggingsondernemingen, EU-moederbeleggingsholdings en gemengde financiële EU-moederholdings of iedere onderneming die een beleggingsonderneming, financiële instelling, nevendiensten verrichtende onderneming en verbonden agent is. |
||||||||
|
0400 |
(-) Andere aftrekkingen De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van de aftrekkingen overeenkomstig artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0340 tot en met 0380. |
||||||||
|
0415 |
Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
||||||||
|
0420 |
TIER 2-KAPITAAL Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013 De totale som van de rijen 0430-0450 en 0525 wordt gerapporteerd. |
||||||||
|
0430 |
Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het te rapporteren bedrag. |
||||||||
|
0440 |
Agio Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013 “Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen. Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”. |
||||||||
|
0455 |
(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van punt d) van dat artikel |
||||||||
|
0460 |
(-) Eigen tier 2-instrumenten Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013 Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd. Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen. |
||||||||
|
0500 |
(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 Met EU-moederonderneming wordt in deze rij bedoeld: EU-moederbeleggingsondernemingen, EU-moederbeleggingsholdings en gemengde financiële EU-moederholdings of iedere onderneming die een beleggingsonderneming, financiële instelling, nevendiensten verrichtende onderneming en verbonden agent is. |
||||||||
|
0525 |
Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):
Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s. |
1.3 I 11.02 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.2)
1.3.1. Instructies voor specifieke posities
|
Rij |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0020 |
Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0030 |
Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 66, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0040 |
Belangen van entiteiten uit de financiële sector in de beleggingsondernemingsgroep voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Deze rij omvat de belangen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd. |
|
0050 |
Achtergestelde vorderingen van entiteiten uit de financiële sector binnen de beleggingsondernemingsgroep Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Deze rij omvat de achtergestelde vorderingen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd. |
|
0060 |
Voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van entiteiten binnen de beleggingsondernemingsgroep Artikel 8, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0070 |
Totale eigenvermogensvereisten voor de dochterondernemingen Indien artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 van toepassing is. |
1.4 IF 11.03 — INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN (IF11.3)
|
10. |
Alle entiteiten die worden meegerekend voor het groepskapitaalcriterium, worden in deze template gerapporteerd. Dit omvat ook de moederonderneming van de groep zelf. |
1.4.1. Instructies voor specifieke posities
|
Kolommen |
Verwijzingen naar wetgeving en instructies |
|
0010 |
Code De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben. |
|
0020 |
Type code De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”. Het type code wordt steeds gerapporteerd. |
|
0030 |
Naam van de onderneming Naam van de onderneming binnen de consolidatiekring. |
|
0040 |
Moeder-/dochteronderneming Geeft aan of de in de rij gerapporteerde entiteit de moederonderneming van de groep is of een dochteronderneming. |
|
0050 |
Land Het land waar de dochteronderneming is gevestigd, wordt gerapporteerd. |
|
0060-0100 |
Beleggingen door de moederonderneming Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 In deze afdeling worden de beleggingen van de moederonderneming in de groepsentiteiten gerapporteerd. |
|
0060 |
Tier 1-kernkapitaal Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0070 |
Aanvullend tier-1-kapitaal Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0080 |
Tier 2-kapitaal Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 66, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 |
|
0090 |
Bezit Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Deze kolom omvat de belangen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd. |
|
0100 |
Achtergestelde vorderingen Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 Deze kolom omvat de achtergestelde vorderingen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd. |
|
0110 |
Voorwaardelijke verplichtingen van de moederonderneming ten aanzien van de entiteit Artikel 8, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0120 |
Totale eigenvermogensvereisten voor de dochterondernemingen Artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0130 |
Permanent minimumkapitaalvereiste Artikel 14 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0140 |
K-factorvereiste Artikel 15 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0150 |
Activa onder beheer Artikel 15, lid 2, en artikel 17 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0160 |
Aangehouden gelden cliënten — Op gescheiden rekeningen Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0170 |
Aangehouden gelden cliënten — Op niet-gescheiden rekeningen Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0180 |
Activa onder bewaring en beheer Artikel 15, lid 2, en artikel 19 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0190 |
Verwerkte orders van cliënten — Contante transacties Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0200 |
Verwerkte orders van cliënten — Derivatentransacties Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0210 |
K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR) Artikel 22 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0220 |
Verleende clearingmarge (K-CMG) Artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0230 |
Wanbetaling tegenpartij bij een transactie Artikel 26 en artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0240 |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Contante transacties Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen. Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in dat punt. De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0250 |
Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Derivatentransacties Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen. Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in dat punt. De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033. |
|
0260 |
K-concentratierisicovereiste (K-CON) Artikel 37, lid 2, en artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033 |
|
0270 |
Vastekostenvereisten Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033 |