Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021R2284

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2284 van de Commissie van 10 december 2021 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft toezichtrapportage en openbaarmakingen door beleggingsondernemingen (Voor de EER relevante tekst)

PB L 458 van 22.12.2021, pp. 48–172 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 20/11/2025

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/2284/oj

22.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 458/48


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2284 VAN DE COMMISSIE

van 10 december 2021

tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft toezichtrapportage en openbaarmakingen door beleggingsondernemingen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,dd

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (1), en met name artikel 49, lid 2, en artikel 54, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De in artikel 54 van Verordening (EU) 2019/2033 vastgestelde rapportagevereisten voor beleggingsondernemingen moeten worden toegesneden op de bedrijfsactiviteiten van de beleggingsondernemingen en evenredig zijn aan de schaal en complexiteit van verschillende beleggingsondernemingen. Die vereisten dienen met name rekening te houden met het feit dat bepaalde beleggingsondernemingen volgens de voorwaarden van artikel 12 van Verordening (EU) 2019/2033 als klein en niet-verweven moeten worden beschouwd.

(2)

Volgens artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 moeten kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen informatie rapporteren over de omvang en samenstelling van hun eigen vermogen, hun eigenvermogensvereisten, de basis voor de berekening van hun eigenvermogensvereisten, en de omvang van de activiteiten met betrekking tot de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. Kleine en niet-verweven ondernemingen hoeven de informatie dus niet met dezelfde mate van detail te rapporteren als beleggingsondernemingen die onder Verordening (EU) 2019/2033 vallen. De rapportagetemplates voor de berekening van de K-factor hoeven dus niet te gelden voor kleine en niet-verweven ondernemingen. Voorts zijn kleine en niet-verweven ondernemingen, overeenkomstig artikel 54, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, vrijgesteld van rapportage over concentratierisico en kunnen bevoegde autoriteiten kleine en niet-verweven ondernemingen vrijstellen van de verplichting om te rapporteren over liquiditeitsvereisten.

(3)

Alle beleggingsondernemingen die onder Verordening (EU) 2019/2033 vallen, moeten het profiel en de omvang van hun activiteiten rapporteren zodat de bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen of die beleggingsondernemingen aan de voorwaarden van artikel 12 van Verordening (EU) 2019/2033 voldoen om als kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen te worden ingedeeld.

(4)

Om voor transparantie ten aanzien van hun beleggers en de ruimere markten te zorgen, moeten beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen volgens artikel 46 van Verordening (EU) 2019/2033 de in deel zes van die verordening vermelde informatie openbaar maken. Voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen gelden die openbaarmakingsvereisten alleen wanneer zij aanvullend-tier 1-instrumenten uitgeven, om zo de beleggers in die instrumenten transparantie te bieden.

(5)

Deze verordening moet voorzien in templates en tabellen waarmee beleggingsondernemingen voldoende brede en vergelijkbare informatie kunnen verstrekken over de samenstelling en kwaliteit van hun eigen vermogen. Meer bepaald moeten er een template worden ingevoerd voor kwantitatieve rapportage over de samenstelling van het eigen vermogen alsmede een flexibele template over de reconciliatie van het vereiste toetsingsvermogen met de gecontroleerde jaarrekening. Om diezelfde reden moet er ook een template komen met informatie over de meest relevante kenmerken van door de beleggingsonderneming uitgegeven eigenvermogensinstrumenten.

(6)

Om de uitvoering van rapportage- en openbaarmakingsvereisten te vereenvoudigen, moet de coherentie tussen rapportage- en openbaarmakingstemplates worden versterkt. De template voor de openbaarmaking van de samenstelling van het eigen vermogen moet dus nauw worden afgestemd op de daarmee samenhangende rapportagetemplate over de omvang en samenstelling van het eigen vermogen. Om diezelfde reden moet de template voor de openbaarmaking over volledige reconciliatie van het eigen vermogen met de gecontroleerde jaarrekeningen flexibel zijn, in die zin dat de uitsplitsing in de template gebaseerd moet zijn op de uitsplitsing van de balans in de gecontroleerde jaarrekeningen van de beleggingsonderneming. Voorts moet de template voor de openbaarmaking over de belangrijkste kenmerken van het vereiste toetsingsvermogen een vaste template zijn en moet de complexiteit ervan afhangen van de complexiteit van de eigenvermogensinstrumenten.

(7)

Om te vermijden dat de compliancekosten voor beleggingsondernemingen niet onredelijk toenemen en dat de datakwaliteit behouden blijft, moeten de rapportage- en openbaarmakingsverplichtingen naar inhoud onderling maximaal worden afgestemd. Daarom dienen de standaarden die voor zowel rapportage- als openbaarmakingsvereisten van toepassing zijn, in één verordening te worden opgenomen.

(8)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Bankautoriteit (“EBA”) na raadpleging van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) bij de Commissie heeft ingediend.

(9)

De EBA heeft open publieke raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke kosten en baten ervan geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

TOEZICHTRAPPORTAGE

Artikel 1

Rapportagereferentiedata

1.   De in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gevraagde informatie wordt gerapporteerd zoals die beschikbaar is op de volgende rapportagereferentiedata:

a)

kwartaalrapportage: 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december;

b)

jaarrapportage: 31 december.

2.   De in lid 1 genoemde rapportagereferentiedata kunnen worden aangepast wanneer beleggingsondernemingen volgens nationale wetgeving hun financiële informatie mogen rapporteren op basis van het einde van hun boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar, zodat de kwartaalrapportage van informatie om de drie maanden van het betrokken boekjaar plaatsvindt en de jaarrapportage per ultimo van het boekjaar.

Artikel 2

Indieningsdata voor de rapportage

1.   De in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gevraagde informatie wordt gerapporteerd zoals die op de volgende indieningsdata aan het eind van de werkdag beschikbaar is:

a)

kwartaalrapportage: 12 mei, 11 augustus, 11 november en 11 februari;

b)

jaarrapportage: 11 februari.

2.   Wanneer de dag voor het indienen van de rapportage in de lidstaat van de bevoegde autoriteit waarbij de rapportage moet worden ingeleverd, op een feestdag of op een zaterdag of zondag valt, wordt de rapportage op de eerstvolgende werkdag ingediend.

3.   Wanneer beleggingsondernemingen hun financiële informatie rapporteren op rapportagereferentiedata die zijn aangepast op basis van het einde van hun boekjaar zoals beschreven in artikel 1, lid 2, van deze verordening, kunnen de indieningsdata dienovereenkomstig worden aangepast, zodat vanaf de aangepaste rapportagereferentiedatum dezelfde periode voor het indienen van de informatie wordt aangehouden.

4.   Beleggingsondernemingen mogen ongecontroleerde cijfers indienen. Wanneer gecontroleerde cijfers afwijken van ingediende ongecontroleerde cijfers, worden de herziene, gecontroleerde cijfers onverwijld ingediend. Voor de toepassing van dit artikel zijn “ongecontroleerde cijfers” cijfers waarvoor geen controleverklaring is afgegeven door een externe accountant, terwijl gecontroleerde cijfers cijfers zijn die zijn gecontroleerd door een externe accountant die daarvoor een controleverklaring heeft afgegeven.

5.   Correcties van de ingediende rapportage worden onverwijld bij de bevoegde autoriteiten ingediend.

Artikel 3

Toepassing van rapportagevereisten op individuele basis

Om op individuele basis aan de rapportagevereisten van artikel 54 van Verordening (EU) 2019/2033 te voldoen, rapporteren beleggingsondernemingen de in de artikelen 5, 6 en 7 van deze verordening genoemde informatie volgens de daarin genoemde frequentie.

Artikel 4

Toepassing van rapportagevereisten op geconsolideerde basis

Om op geconsolideerde basis aan de rapportagevereisten van artikel 54 van Verordening (EU) 2019/2033 te voldoen, rapporteren beleggingsondernemingen de in de artikelen 5 en 6 van deze uitvoeringsverordening genoemde informatie volgens de daarin vastgestelde frequentie.

Artikel 5

Format en frequentie van de rapportage door beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen

1.   Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen rapporteren op kwartaalbasis de door artikel 54, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033 voorgeschreven informatie aan de hand van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde templates overeenkomstig de in bijlage II bij deze verordening gegeven instructies.

2.   Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 het RtM K-factorvereiste op basis van het K-NPR bepalen, rapporteren op kwartaalbasis de in de templates C 18.00 tot en met C 24.00 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie (3) vermelde informatie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II bij die uitvoeringsverordening gegeven instructies.

3.   Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die gebruikmaken van de afwijking van artikel 25, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033, rapporteren op kwartaalbasis de in template C 34.02 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 vermelde informatie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II bij die uitvoeringsverordening gegeven instructies.

4.   Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die gebruikmaken van de afwijking van artikel 25, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, rapporteren op kwartaalbasis de in template C 25.00 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 vermelde informatie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II bij die uitvoeringsverordening gegeven instructies.

Artikel 6

Format en frequentie van de rapportage door kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen

1.   Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen rapporteren op jaarbasis de in de templates van bijlage III bij deze verordening vermelde informatie overeenkomstig de instructies van bijlage IV bij deze verordening. Beleggingsondernemingen die aanspraak kunnen maken op de in artikel 43, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde vrijstelling, zijn vrijgesteld van de verplichting om de in template IF 09.01 van bijlage III bij deze verordening vermelde informatie in te dienen.

Artikel 7

Format en frequentie van de rapportage door voor artikel 8 van Verordening (EU) 2019/2033 in aanmerking komende entiteiten

In afwijking van artikel 4 van deze verordening rapporteren de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde entiteiten die voor de toepassing van dat artikel in aanmerking komen, op kwartaalbasis de in de templates van bijlage VIII bij deze verordening vermelde informatie overeenkomstig de in bijlage IX bij deze verordening gegeven instructies.

Artikel 8

Nauwkeurigheid van data en informatie waarvan indieningen vergezeld moeten gaan

1.   Beleggingsondernemingen dienen de in deze verordening bedoelde informatie in de door bevoegde autoriteiten formats voor data-uitwisseling en -presentatie in volgens de definitie van datapunten uit het Data Point Model (DPM) en de validatievoorschriften in bijlage V, en houden zich daarbij aan de volgende voorschriften:

a)

bij het indienen van data wordt niet-gevraagde of niet-toepasselijke informatie achterwege gelaten;

b)

numerieke waarden worden op de volgende wijze als feitelijke informatie ingediend:

i)

datapunten van het datatype “Monetair” worden met een minimale nauwkeurigheid van duizendtallen gerapporteerd;

ii)

datapunten van het datatype “Percentage” worden met een minimale nauwkeurigheid van vier cijfers achter de komma uitgedrukt;

iii)

datapunten van het datatype “Geheel getal” worden zonder cijfers achter de komma en tot op de eenheid nauwkeurig gerapporteerd.

2.   Beleggingsondernemingen worden geïdentificeerd aan de hand van hun identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI). Rechtspersonen en tegenpartijen die geen beleggingsondernemingen zijn, worden geïdentificeerd aan de hand van hun LEI (voor zover beschikbaar).

3.   Informatie die beleggingsondernemingen op basis van deze verordening indienen, gaat van de volgende informatie vergezeld:

a)

rapportagereferentiedatum en referentieperiode;

b)

rapportagevaluta;

c)

standaard voor financiële verslaglegging;

d)

identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van de rapporterende instelling;

e)

consolidatiekring.

HOOFDSTUK II

OPENBAARMAKING DOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Artikel 9

Openbaarmakingsbeginselen

1.   Voor overeenkomstig deze verordening openbaar te maken informatie gelden de volgende beginselen:

a)

voor openbaarmakingen geldt dezelfde mate van interne verificatie als voor het in het financieel verslag van de beleggingsonderneming opgenomen managementverslag;

b)

openbaarmakingen zijn duidelijk en worden gepresenteerd in een voor gebruikers begrijpelijke vorm en worden via een toegankelijk medium gecommuniceerd. Belangrijke berichten worden speciaal gemarkeerd en zijn gemakkelijk te vinden. Complexe kwesties worden in eenvoudige taal uitgelegd. Onderling samenhangende informatie wordt gebundeld gepresenteerd;

c)

openbaarmakingen zijn betekenisvol en consistent in de tijd, zodat gebruikers van informatie deze kunnen vergelijken voor verschillende openbaarmakingsperiodes;

d)

kwantitatieve openbaarmakingen gaan vergezeld van kwalitatieve toelichtingen en alle overige aanvullende informatie die noodzakelijk kan zijn om deze openbaarmakingen voor de gebruikers van die informatie begrijpelijk te maken, waarbij met name wordt gewezen op significante wijzigingen in bepaalde openbaarmakingen ten opzichte van de informatie in vorige openbaarmakingen.

Artikel 10

Openbaarmaking van het eigen vermogen door beleggingsondernemingen

Beleggingsondernemingen doen de overeenkomstig artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 verlangde openbaarmakingen over eigen vermogen aan de hand van de templates van bijlage VI bij deze verordening en overeenkomstig de desbetreffende instructies in bijlage VII bij deze verordening.

Artikel 11

Algemene bepalingen inzake openbaarmakingen

1.   Bij de openbaarmaking van de in artikel 10 van deze verordening bedoelde informatie zien beleggingsondernemingen erop toe dat numerieke waarden op de volgende wijze als feitelijke informatie worden ingediend:

a)

kwantitatieve monetaire data worden met een minimale nauwkeurigheid van duizendtallen openbaar gemaakt;

b)

als “Percentage” openbaar gemaakte kwantitatieve data worden met een minimale nauwkeurigheid van vier cijfers achter de komma uitgedrukt.

2.   Bij de openbaarmaking van de in artikel 10 van deze verordening bedoelde informatie zien beleggingsondernemingen erop toe dat bij de data ook alle volgende informatie wordt verschaft:

a)

referentiedatum en referentieperiode voor de openbaarmaking;

b)

openbaarmakingsvaluta;

c)

naam en, in voorkomend geval, de identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) van de openbaarmakende entiteit;

d)

standaard voor financiële verslaglegging (in voorkomend geval);

e)

de consolidatiekring (in voorkomend geval).

HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 december 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451 van de Commissie van 17 december 2020 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 (PB L 97 van 19.3.2021, blz. 1).


BIJLAGE I

RAPPORTAGE VOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN NIET ZIJNDE KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

TEMPLATES BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Templatenummer

Templatecode

Naam template/groep templates

Verkorte naam

 

 

EIGEN VERMOGEN: omvang, samenstelling, vereisten en berekening

 

1

I 01.00

Eigen vermogen

I1

2,1

I 02.01

Eigenvermogensvereisten

I2.1

2,2

I 02.02

Kapitaalratio’s

I2.2

3

I 03.00

Berekening vastekostenvereisten

I3

4

I 04.00

Berekeningen totale K-factorvereiste

I4

 

 

KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

 

5

I 05.00

Omvang activiteiten – Toetsing drempels

I5

 

 

K-FACTORVEREISTEN – AANVULLENDE DETAILS

 

6,1

I 06.01

Activa onder beheer – AUM aanvullende details

I6.1

6,2

I 06.02

Gemiddelde waarde totale maandelijkse AUM

I6.2

6,3

I 06.03

Aangehouden gelden cliënten – CMH aanvullende details

I6.3

6,4

I 06.04

Gemiddelde waarde totale dagelijkse CMH

I6.4

6,5

I 06.05

Activa onder bewaring en beheer – ASA aanvullende details

I6.5

6,6

I 06.06

Gemiddelde waarde totale dagelijkse ASA

I6.6

6,7

I 06.07

Verwerkte orders van cliënten – COH aanvullende details

I6.7

6,8

I 06.08

Gemiddelde waarde totale dagelijkse COH

I6.8

6,9

I 06.09

K-Nettopositierisico – K-NPR aanvullende details

I6.9

6,1

I 06.10

Verleende clearingmarge – CMG aanvullende details

I6.10

6,11

I 06.11

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie – TCD aanvullende details

I6.11

6,12

I 06.12

Dagelijkse transactiestroom – DTF aanvullende details

I6.12

6,13

I 06.13

Gemiddelde waarde totale dagelijkse DTF

I6.13

 

 

CONCENTRATIERISICO

 

7

I 07.00

K-CON – aanvullende details

I7

8,1

I 08.01

Niveau van concentratierisico – Aangehouden gelden cliënten

I8.1

8,2

I 08.02

Niveau van concentratierisico – Activa onder bewaring en beheer

I8.2

8,3

I 08.03

Niveau van concentratierisico – Totaal eigen kasmiddelen gestort

I8.3

8,4

I 08.04

Niveau van concentratierisico – Totale opbrengsten

I8.4

8,5

I 08.05

Blootstellingen in de handelsportefeuille

I8.5

8,6

I 08.06

Posten niet-handelsportefeuille en buiten balansstelling

I8.6

 

 

LIQUIDITEITSVEREISTEN

 

9

I 09.00

Liquiditeitsvereisten

I9

I 01.00 – SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1)

Rijen

Post

Bedrag

0010

0010

EIGEN VERMOGEN

 

0020

TIER 1-KAPITAAL

 

0030

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

0040

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

0050

Agio

 

0060

Ingehouden winsten

 

0070

Ingehouden winsten voorgaande jaren

 

0080

In aanmerking komende winst

 

0090

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

0100

Overige reserves

 

0110

Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen

 

0120

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

0130

Overige middelen

 

0140

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

 

0150

(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

0160

(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

0170

(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

0180

(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

0190

(-) Verlies van het lopende boekjaar

 

0200

(-) Goodwill

 

0210

(-) Andere immateriële activa

 

0220

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

0230

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

 

0240

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

 

0250

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

 

0260

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

 

0270

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

0280

(-) Andere aftrekkingen

 

0290

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

0300

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

0310

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

0320

Agio

 

0330

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

0340

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

 

0350

(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

0360

(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

0370

(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

0380

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

 

0390

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

 

0400

(-) Andere aftrekkingen

 

0410

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

0420

TIER 2-KAPITAAL

 

0430

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

0440

Agio

 

0450

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

 

0460

(-) Eigen tier 2-instrumenten

 

0470

(-) Direct bezit tier 2-instrumenten

 

0480

(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten

 

0490

(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten

 

0500

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

 

0510

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

 

0520

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

I 02.01 - EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I2.1)

Rijen

Post

Bedrag

0010

0010

Eigenvermogensvereisten

 

0020

Permanent minimumkapitaalvereiste

 

0030

Vastekostenvereiste

 

0040

Totale K-factorvereiste

 

 

Overgangseigenvermogensvereisten

 

0050

Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten VKV

 

0060

Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereiste

 

0070

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold

 

0080

Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening

 

0090

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten

 

0100

Overgangsvereiste van ten minste 250 000 EUR

 

 

Pro-memorieposten

 

0110

Aanvullend-eigenvermogensvereiste

 

0120

Aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance

 

0130

Totaal eigenvermogensvereiste

 

IF 02.02 – KAPITAALRATIO’S (IF 2.2)

Rijen

Post

Bedrag

0010

0010

Tier 1-kernkapitaalratio

 

0020

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal

 

0030

Tier 1-ratio

 

0040

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal

 

0050

Eigen-vermogensratio

 

0060

Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal

 

I 03.00 – BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

Vastekostenvereiste

 

0020

Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

 

0030

Totale kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

 

0040

Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten

 

0050

(-) Totale aftrekkingen

 

0060

(-) Personeelsbonussen en andere beloningen

 

0070

(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst

 

0080

(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen

 

0090

(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen

 

0100

(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend

 

0110

(-) Vergoedingen aan verbonden agenten

 

0120

(-) Aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten naar de discretie van de onderneming

 

0130

(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten

 

0140

(-) Uitgaven voor belastingen

 

0150

(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten

 

0160

(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht

 

0170

(-) Uitgaven voor grondstoffen

 

0180

(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s

 

0190

(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten

 

0200

Projectie vaste kosten van het lopende jaar

 

0210

Mutatie vaste kosten (%)

 

I 04.00 – BEREKENINGEN TOTALE K-FACTORVEREISTE (I 4)

 

 

Factorbedrag

K-factorvereiste

Rijen

Post

0010

0020

0010

TOTALE K-FACTORVEREISTE

 

 

0020

Risk-to-Client (RtC)

 

 

0030

Activa onder beheer

 

 

0040

Aangehouden gelden cliënten – Op gescheiden rekeningen

 

 

0050

Aangehouden gelden cliënten – Op niet-gescheiden rekeningen

 

 

0060

Activa onder bewaring en beheer

 

 

0070

Verwerkte orders van cliënten – Contante transacties

 

 

0080

Verwerkte orders van cliënten – Derivatentransacties

 

 

0090

Risk-to-market (RtM)

 

 

0100

K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR)

 

 

0110

Verleende clearingmarge

 

 

0120

Risk-to-Firm (RtF)

 

 

0130

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

 

 

0140

Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Contante transacties

 

 

0150

Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Derivatentransacties

 

 

0160

K-concentratierisicovereiste (K-CON)

 

 

I 05.00 – OMVANG ACTIVITEITEN – TOETS DREMPELS (I 5)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM)

 

0020

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Contante transacties

 

0030

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Derivaten

 

0040

Activa onder bewaring en beheer

 

0050

Aangehouden gelden cliënten

 

0060

Dagelijkse transactiestroom – Contante transacties en derivatentransacties

 

0070

Nettopositierisico

 

0080

Verleende clearingmarge

 

0090

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

 

0100

(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling

 

0110

Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten

 

0120

Totale jaarlijkse bruto-inkomsten

 

0130

(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten

 

0140

Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders

 

0150

Waarvan: inkomsten uit uitvoering orders

 

0160

Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening

 

0170

Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer

 

0180

Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies

 

0190

Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie

 

0200

Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie

 

0210

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF

 

0220

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF

 

0230

Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten

 

0240

Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers

 

0250

Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen

 

0260

Waarvan: inkomsten uit valutadiensten

 

0270

Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse

 

0280

Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten

 

0290

Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten

 

I 06.00   K-factor – aanvullende details (I 06)

I 06.01   Activa onder beheer – AUM aanvullende details

 

 

Factorbedrag

 

 

Maand t

Maand t-1

Maand t-2

 

 

0010

0020

0030

0010

Totaal AUM (gemiddelde bedragen)

 

 

 

0020

Waarvan: AUM – Discretionair vermogensbeheer

 

 

 

0030

Waarvan: AUM formeel gedelegeerd aan een andere entiteit

 

 

 

0040

AUM – Doorlopend niet-discretionair advies

 

 

 

I 06.02   Totaal maandelijkse activa onder beheer

 

 

Waarden einde maand

 

 

Maand t-3

Maand t-4

Maand t-5

Maand t-6

Maand t-7

Maand t-8

Maand t-9

Maand t-10

Maand t-11

Maand t-12

Maand t-13

Maand t-14

Maand t-15

Maand t-16

 

 

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0090

0100

0110

0120

0130

0140

0010

Totaal maandelijkse activa onder beheer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0020

Maandelijkse activa onder beheer – discretionair vermogensbeheer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0030

waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere entiteit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0040

Maandelijkse activa onder beheer – Doorlopend niet-discretionair advies

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I 06.03   Aangehouden gelden cliënten – CMH aanvullende details

 

 

Factorbedrag

 

 

Maand t

Maand t-1

Maand t-2

 

 

0010

0020

0030

0010

CMH – Op gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen)

 

 

 

0020

CMH – Op niet-gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen)

 

 

 

I 06.04   Maandgemiddelden waarden totale dagelijks aangehouden gelden cliënten

 

 

Maandgemiddelden waarden totale dagelijks aangehouden gelden cliënten

 

 

Maand t-3

Maand t-4

Maand t-5

Maand t-6

Maand t-7

Maand t-8

Maand t-9

Maand t-10

 

 

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0010

Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten – Op gescheiden rekeningen

 

 

 

 

 

 

 

 

0020

Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten – Op niet-gescheiden rekeningen

 

 

 

 

 

 

 

 

I 06.05   Activa onder bewaring en beheer – ASA aanvullende details

 

 

Factorbedrag

 

 

Maand t

Maand t-1

Maand t-2

 

 

0010

0020

0030

0010

Totaal ASA (gemiddelde bedragen)

 

 

 

0020

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2)

 

 

 

0030

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3)

 

 

 

0040

Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit

 

 

 

0050

Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd

 

 

 

I 06.06   Gemiddelde van totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer (I 6.6)

 

 

Maandgemiddelden totale dagelijkse ASA-waarden

 

 

Maand t-3

Maand t-4

Maand t-5

Maand t-6

Maand t-7

Maand t-8

Maand t-9

Maand t-10

 

 

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0010

Activa onder bewaring en beheer

 

 

 

 

 

 

 

 

0020

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2)

 

 

 

 

 

 

 

 

0030

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3)

 

 

 

 

 

 

 

 

0040

Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit

 

 

 

 

 

 

 

 

0050

Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd

 

 

 

 

 

 

 

 

I 06.07   Verwerkte orders van cliënten – COH aanvullende details

 

 

Factorbedrag

 

 

Maand t

Maand t-1

Maand t-2

 

 

0010

0020

0030

0010

COH – Contante transacties (gemiddelde bedragen)

 

 

 

0020

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

 

 

 

0030

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

 

 

 

0040

COH – Derivaten (gemiddelde bedragen)

 

 

 

0050

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

 

 

 

0060

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

 

 

 

I 06.08   Gemiddelde waarde totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten

 

 

Maandgemiddelden waarden totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten

 

 

Maand t-3

Maand t-4

Maand t-5

Maand t-6

Maand t-7

 

 

0010

0020

0030

0040

0050

0010

Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten – Contante transacties

 

 

 

 

 

0020

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

 

 

 

 

 

0030

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

 

 

 

 

 

0040

Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten – Derivaten

 

 

 

 

 

0050

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

 

 

 

 

 

0060

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

 

 

 

 

 

I 06.09   K-Nettopositierisico – K-NPR aanvullende details

 

 

K-factorvereiste / bedrag

 

0010

0010

Totaal standaardbenadering

 

0020

Positierisico

 

0030

Eigenvermogensinstrumenten

 

0040

Schuldinstrumenten

 

0050

Waarvan: securitisaties

 

0055

Specifieke benadering positierisico in icb’s

 

0060

Valutarisico

 

0070

Grondstoffenrisico

 

0080

Internemodellenbenadering

 

I 06.10   Verleende clearingmarge – CMG aanvullende details

Clearinglid

Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge op de dag van

Naam

Code

Type code

het hoogste bedrag totale marge

het op één na hoogste bedrag totale marge

het op twee na hoogste bedrag totale marge

0010

0020

0030

0040

0050

0060

 

 

 

 

 

 

I 06.11   Wanbetaling tegenpartij bij een transactie – TCD aanvullende details

 

 

K-factorvereiste

Blootstellings-waarde

Vervangingswaarde (RC)

Potentiële toekomstige blootstelling (PFE)

Zekerheden (C)

 

 

0010

0020

0030

0040

0050

 

Uitsplitsing naar methode voor het berekenen van de blootstellingswaarde

0010

Toepassing IFR: K-TCD

 

 

 

 

 

0020

Alternatieve benaderingen: Blootstellingswaarde bepaald overeenkomstig VKV

 

 

 

 

 

0030

SA-CCR

 

 

 

 

 

0040

Vereenvoudigde SA-CCR

 

 

 

 

 

0050

Oorspronkelijkeblootstellingsmethode

 

 

 

 

 

0060

Alternatieve benaderingen: Volledige toepassing VKV-raamwerk

 

 

 

 

 

0070

Pro-memoriepost: CVA-component

 

 

 

 

 

0080

waarvan: berekend volgens VKV-raamwerk

 

 

 

 

 

 

Uitsplitsing naar soort tegenpartij

0090

Centrale overheden, centrale banken en publiekrechtelijke lichamen

 

 

 

 

 

0100

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

 

 

 

 

 

0110

Andere tegenpartijen

 

 

 

 

 

I 06.12   Dagelijkse transactiestroom – DTF aanvullende details

 

 

Factorbedrag

 

 

Maand t

Maand t-1

Maand t-2

 

 

0010

0020

0030

0010

Totale DTF – Contante transacties (gemiddelde bedragen)

 

 

 

0020

Totaal DTF – Derivatentransacties (gemiddelde bedragen)

 

 

 

I 06.13   Gemiddelde waarde totale dagelijkse transactiestroom

 

 

Maandgemiddelden waarden totale dagelijks transactiestroom

 

 

Maand t-3

Maand t-4

Maand t-5

Maand t-6

Maand t-7

Maand t-8

Maand t-9

Maand t-10

 

 

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0010

Dagelijkse transactiestroom – Contante transacties

 

 

 

 

 

 

 

 

0020

Dagelijkse transactiestroom – Derivatentransacties

 

 

 

 

 

 

 

 

I 07.00 – K-CON – Aanvullende details (I7)

ID tegenpartij

Blootstellingen in handelsportefeuille die limieten artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 overschrijden

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Soort tegenpartij

Blootstellingswaarde (EV)

Blootstellingswaarde (als % eigen vermogen)

Eigenvermogensvereiste totale blootstelling (OFR)

Overschrijding blootstellingswaarde (EVE)

Duur overschrijding (in dagen)

K-CON-eigenvermogensvereiste voor de overschrijding (OFRE)

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0090

0100

0110

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I 08.00 - CONCENTRATIERISICO- Artikel 54 IFR (I8)

I 08.01   Niveau van concentratierisico – Aangehouden gelden cliënten

Instellingen

Totaal CMH op datum rapportage

 

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Percentage gelden cliënten aangehouden bij deze instelling

0010

0020

0030

0040

0050

0060

 

 

 

 

 

 

I 08.02   Niveau van concentratierisico – Activa onder bewaring en beheer

Instellingen

Totaal ASA op datum rapportage

 

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Percentage effecten cliënten gedeponeerd bij deze instelling

0010

0020

0030

0040

0050

0060

 

 

 

 

 

 

I 08.03   Niveau van concentratierisico – Totaal eigen kasmiddelen gestort

Instellingen

Gedeponeerde eigen kasmiddelen onderneming – Top vijf blootstellingen

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Bedrag deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling

Percentage deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling

 

0010

0020

0030

0040

0050

0060

 

 

 

 

 

 

I 08.04   Niveau van concentratierisico – Totale opbrengsten

Cliënt

Opbrengsten – Top vijf blootstellingen

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Totale opbrengsten afkomstig van deze cliënt

Rente- en dividendbaten

Vergoedingen en provisies en overige baten

Bedrag genereerd door posities in handelsportefeuille

Bedrag gegenereerd door posities in niet-handelsportefeuille

waarvan: bedrag gegenereerd door posten buiten balanstelling

Percentage rente- en dividendbaten afkomstig van deze cliënt

Bedrag

Vergoedings- en provisiebaten en overige baten afkomstig van deze cliënt

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0090

0100

0110

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I 08.05   Blootstellingen in de handelsportefeuille

Tegenpartij

Top vijf blootstellingen handelsportefeuille

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Percentage blootstelling aan deze tegenpartij t.o.v. eigen vermogen onderneming (uitsluitend posities in handelsportefeuille)

0010

0020

0030

0040

0050

 

 

 

 

 

I 08.06   Posten niet-handelsportefeuille en buiten balansstelling

Tegenpartij

Top vijf totale blootstellingen (incl. posten in niet-handelsportefeuille en buiten de balanstelling)

Code

Type code

Naam

Groep of individuele cliënt

Percentage blootstelling t.o.v. eigen vermogen onderneming (met inbegrip van activa buiten balanstelling en posten niet in handelsportefeuille)

0010

0020

0030

0040

0050

 

 

 

 

 

I 09.00 – LIQUIDITEITSVEREISTEN (I9)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

Liquiditeitsvereiste

 

0020

Garanties aan cliënten

 

0030

Totaal liquide activa

 

0040

Onbezwaarde kortetermijndeposito’s

 

0050

Totaal toelaatbare kortlopende vorderingen tot 30 dagen

 

0060

Activa niveau 1

 

0070

Munten en bankbiljetten

 

0080

Opvraagbare reserves bij centrale banken

 

0090

Activa centrale banken

 

0100

Activa centrale overheden

 

0110

Activa regionale overheden/lokale autoriteiten

 

0120

Activa publiekrechtelijke lichamen

 

0130

In nationale of vreemde valuta luidende activa van centrale overheden en centrale banken die kunnen worden opgenomen

 

0140

Activa kredietinstellingen (beschermd door overheden van lidstaten, verstrekkers van stimuleringsleningen)

 

0150

Activa multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties

 

0160

Gedekte obligaties uiterst hoge kwaliteit

 

0170

Activa van niveau 2A

 

0180

Activa regionale overheden/lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (lidstaten, risicogewicht van 20 %)

 

0190

Activa centrale banken, centrale/regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (derde landen, risicogewicht van 20 %)

 

0200

Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (kredietkwaliteitscategorie 2)

 

0210

Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (derde landen, kredietkwaliteitscategorie 1)

 

0220

Bedrijfsschuldpapier (kredietkwaliteitscategorie 1)

 

0230

Activa van niveau 2B

 

0240

Asset-backed securities

 

0250

Bedrijfsschuldpapier

 

0260

Aandelen (belangrijke beursindex)

 

0270

Door centrale banken verstrekte gecommitteerde liquiditeitsfaciliteiten voor beperkt gebruik

 

0280

Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (risicogewicht van 35 %)

 

0290

In aanmerking komende aandelen/rechten van deelneming in icb’s

 

0300

Totaal overige in aanmerking komende financiële instrumenten

 


BIJLAGE II

RAPPORTAGE VOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN NIET ZIJNDE KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Inhoudsopgave

DEEL I:

ALGEMENE INSTRUCTIES 68

1.

Opzet en conventies 68

1.1

Opzet 68

1.2

Gebruik van nummering 68

1.3

Gebruik van tekens 68

1.4

Prudentiële consolidatie 68

DEEL II:

INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES 69

1.

EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING 69

1.1

Algemene opmerkingen 69

1.2.

I 01.00 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1) 69

1.2.1.

Instructies voor specifieke posities 69

1.3.

I 02.01 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.1) 76

1.3.1.

Instructies voor specifieke posities 76

1.4.

I 02.02 — Kapitaalratio’s (I 2.2) 78

1.4.1.

Instructies voor specifieke posities 78

1.5.

I 03.00 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3) 78

1.5.1.

Instructies voor specifieke posities 78

1.6.

I 04.00 — BEREKENINGEN TOTALE K-FACTORVEREISTE (I 4) 81

1.6.1.

Instructies voor specifieke posities 81

2.

KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN 83

2.1.

I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5) 83

2.1.1.

Instructies voor specifieke posities 83

3.

K-FACTORVEREISTEN — AANVULLENDE DETAILS 86

3.2.

I 06.01 — ACTIVA ONDER BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.1) 86

3.2.1.

Instructies voor specifieke posities 23

3.3.

I 06.02 — MAANDELIJKSE ACTIVA ONDER BEHEER (I 6.2) 86

3.3.1.

Instructies voor specifieke posities 87

3.4.

I 06.03 — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.3) 87

3.4.1.

Instructies voor specifieke posities 88

3.5.

I 06.04 — GEMIDDELDE TOTAAL VAN DAGELIJKS AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 6.4) 89

3.5.1.

Instructies voor specifieke posities 89

3.6.

I 06.01 — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.5) 89

3.6.1.

Instructies voor specifieke posities 89

3.7.

I 06.06 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKSE ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 6.6) 90

3.7.1.

Instructies voor specifieke posities 90

3.8.

I 06.07 — VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.7) 91

3.8.1.

Instructies voor specifieke posities 91

3.9.

I 06.08 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKS VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN (I 6.8) 93

3.9.1.

Instructies voor specifieke posities 91

3.10.

I 06.09 — K-NETTOPOSITIERISICO — AANVULLENDE DETAILS (I 6.9) 93

3.10.1.

Instructies voor specifieke posities 93

3.11.

I 06.10 — AANGEHOUDEN GELDEN VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.10) 94

3.11.1.

Instructies voor specifieke posities 94

3.12.

I 06.11 — WANBETALING TEGENPARTIJ BIJ EEN TRANSACTIE — TCD — AANVULLENDE DETAILS (I 6.11) 95

3.12.1.

Instructies voor specifieke posities 95

3.13.

I 06.12 — DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM — AANVULLENDE DETAILS (I 6.12) 96

3.13.1.

Instructies voor specifieke posities 96

3.14.

I 06.13 — GEMIDDELDE WAARDE TOTALE DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM (I 6.13) 98

3.14.1.

Instructies voor specifieke posities 98

4.

RAPPORTAGE OVER CONCENTRATIERISICO 98

4.1.

Algemene opmerkingen 98

4.2.

I 07.00 — K-CON — AANVULLENDE DETAILS (I7) 99

4.2.1.

Instructies voor specifieke posities 99

4.3.

I 08.01 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 8.1) 99

4.3.1.

Instructies voor specifieke kolommen 99

4.4.

I 08.02 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 8.2) 101

4.4.1.

Instructies voor specifieke kolommen 101

4.5.

I 08.03 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTAAL EIGEN KASMIDDELEN GEDEPONEERD (I 8.3) 101

4.5.1.

Instructies voor specifieke kolommen 101

4.6.

I 08.04 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTALE OPBRENGSTEN (I 8.4) 102

4.6.1.

Instructies voor specifieke kolommen 102

4.7.

I 08.05 — BLOOTSTELLINGEN IN DE HANDELSPORTEFEUILLE (I 8.5) 103

4.7.1.

Instructies voor specifieke kolommen 103

4.8.

I 08.06 — POSTEN NIET-HANDELSPORTEFEUILLE EN BUITEN BALANSTELLING (I 8.6) 104

4.8.1.

Instructies voor specifieke kolommen 104

5.

LIQUIDITEITSVEREISTEN 105

5.1

I 09.00 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9) 105

5.1.1.

Instructies voor specifieke posities 106

DEEL I:   ALGEMENE INSTRUCTIES

1.   Opzet en conventies

1.1   Opzet

1.

Het raamwerk als geheel bestaat uit de volgende informatieblokken:

(a)

Eigen vermogen;

(b)

Berekeningen eigenvermogensvereisten;

(c)

Berekening vastekostenvereisten;

(d)

Omvang activiteiten ten aanzien van de voorwaarden in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033;

(e)

Berekeningen K-factorvereisten;

(f)

Vereisten inzake concentratierisico;

(g)

Liquiditeitsvereisten.

2.

Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elk blok templates, instructies voor specifieke posities, alsmede validatievoorschriften zijn te vinden in dit deel van deze verordening.

1.2   Gebruik van nummering

3.

Het document volgt de in de punten 4 tot en met 7 beschreven conventies voor verwijzingen naar de kolommen, rijen en cellen van de templates. Van die numerieke codes wordt uitgebreid gebruikgemaakt in de validatievoorschriften.

4.

In de instructies wordt de volgende algemene notatie gehanteerd: {Template; Rij; Kolom}.

5.

In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen datapunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij; Kolom}.

6.

In het geval van templates die uit slechts één kolom bestaan, wordt uitsluitend naar rijen verwezen. {Template; Rij}.

7.

Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor de gehele rij of kolom.

1.3   Gebruik van tekens

8.

Bedragen die tot een hoger eigen vermogen of tot hogere eigenvermogensvereisten leiden, of tot hogere liquiditeitsvereisten, worden als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen worden bedragen die tot een lager totaal aan eigen vermogen of tot lagere eigenvermogensvereisten leiden, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor de rapportage van die post geen positieve waarde verwacht.

1.4   Prudentiële consolidatie

9.

Tenzij een uitzondering is toegekend, zijn Verordening (EU) 2019/2033 en Richtlijn (EU) 2019/2034 op individuele en op geconsolideerde basis van toepassing op beleggingsondernemingen, hetgeen ook geldt voor de rapportagevereisten in deel zeven van Verordening (EU) 2019/2033. Artikel 4, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) 2019/2033 omschrijft een geconsolideerde situatie als een situatie die resulteert uit de toepassing van de vereisten van Verordening (EU) 2019/2033 op een beleggingsondernemingsgroep alsof de entiteiten van de groep samen één enkele beleggingsonderneming vormden. Op grond van artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 komen beleggingsondernemingsgroepen de rapportageverplichtingen in alle templates na op basis van hun prudentiële consolidatiekring (die kan verschillen van hun boekhoudkundige consolidatiekring).

DEEL II:   INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES

1.   EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING

1.1   Algemene opmerkingen

10.

De afdeling met het overzicht van het eigen vermogen bevat informatie over het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt, en over haar eigenvermogensvereisten. Zij bestaat uit twee templates:

(a)

Template I 01.00 geeft de samenstelling van het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt: tier 1-kernkapitaal (CET1), aanvullend-tier 1-kapitaal (AT1) en tier 2-kapitaal (T2).

(b)

De templates I 02.01 en I 02.02 geven het totale eigenvermogensvereiste, het permanent minimumkapitaalvereiste, het vastekostenvereiste en het totale K-factorvereiste, aanvullend-eigenvermogensvereisten en desbetreffende guidance en overgangseigenvermogensvereiste en -kapitaalratio’s.

(c)

I 03.00 geeft informatie over de berekening van het vastekostenvereiste.

(d)

Template I 04.00 bevat de K-factorvereisten en het bedrag daarvan.

11.

De posten in deze templates zijn exclusief overgangsaanpassingen. Dit betekent dat de cijfers (behalve wanneer het overgangseigenvermogensvereiste specifiek is vermeld) worden berekend volgens de definitieve bepalingen (d.w.z. als waren er geen overgangsbepalingen).

1.2.   I 01.00 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1)

1.2.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

EIGEN VERMOGEN

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal.

0020

TIER 1-KAPITAAL

Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal.

0030

TIER 1-KERNKAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0040

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen.

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen.

In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld.

0050

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0060

Ingehouden winsten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten.

De totale som van de rijen 0070 en 0080 wordt gerapporteerd.

0070

Ingehouden winsten voorgaande jaren

Artikel 4, lid 1, punt 123, en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”.

0080

In aanmerking komende winst

Artikel 4, lid 1, punt 121, en artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013

Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld.

0090

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0100

Overige reserves

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het te rapporteren bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen.

0110

Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen

Artikel 84, lid 1, artikel 85, lid 1, en artikel 87, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013

De som van alle bedragen aan minderheidsbelangen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal wordt opgenomen.

0120

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0130

Overige middelen

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

0140

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

De totale som van de rijen 0150 en 0190-0280 wordt gerapporteerd.

0150

(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0160

(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten

0170

(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten

0180

(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 114, artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0190

(-) Verlies van het lopende boekjaar

Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0200

(-) Goodwill

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0210

(-) Andere immateriële activa

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

0220

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0230

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0240

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0250

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0260

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0270

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0280

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekking overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0150 tot en met 0270.

0290

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 1, 2 en 3, en artikelen 484 tot en met 487 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen in verband met aanvullende minderheidsbelangen (artikelen 479 en 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 1-kernkapitaal (artikelen 469 tot en met 478 en artikel 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Andere tier 1-kernkapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 1-kernkapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0040 tot en met 0280 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

0300

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 0310-0330 en 0410 wordt gerapporteerd.

0310

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0320

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0330

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 0340 en 0380-0400 wordt gerapporteerd.

0340

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0350

(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0360

(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0370

(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0380

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0390

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0400

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0340 tot en met 0390.

0410

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 4 en 5, artikelen 484 tot en met 487, en artikelen 489 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het aanvullend-tier 1-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 85 en 86 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend tier 1-kapitaal van dochterondernemingen die in het geconsolideerde aanvullend-tier 1-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten in het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen aan het in aanmerking komend tier 1-kapitaal dat in geconsolideerd aanvullend-tier 1-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 474, 475, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van aftrekkingen als gevolg van overgangsbepalingen.

Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt, afgetrokken van het tier-1-kernkapitaal overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt j), van Verordening (EU) nr. 575/2013: Aanvullend-tier 1-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0030 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken en is het gelijk aan het tegengestelde getal van het van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt dat, samen met andere aftrekkingen, in rij 0280 is opgenomen.

Andere aanvullend-tier 1-bestanddelen of aftrekkingen van een aanvullend-tier 1-bestanddeel die niet aan een van de rijen 0310 tot en met 0400 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

0420

TIER 2-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 0430-0450 en 0520 wordt gerapporteerd.

0430

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0440

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0450

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0460

(-) Eigen tier 2-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0470

(-) Direct bezit tier 2-instrumenten

Artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0480

(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten

Artikel 4, lid 1, punt 114, artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0490

(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten

Artikel 4, lid 1, punt 126, artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0500

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0510

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 4, lid 1, punt 27, artikel 66, punt d), en artikelen 68, 69 en 79 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het bezit van de instelling aan tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector (in de zin van artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) nr. 575/2013) waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft, wordt in zijn geheel afgetrokken.

0520

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 6 en 7, en artikelen 484, 486, 490 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het tier 2-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 87 en 88 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend eigen vermogen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 2-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven kwalificerend tier 2-kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten in het tier 2-kapitaal (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): Aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen van het in aanmerking komend eigen vermogen dat in het geconsolideerde tier 2-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het tier 2-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 476, 477, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 2-kapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Van tier 2-bestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt, afgetrokken van het tier-2-kapitaal overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013: tier 2-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de tier 2-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare tier 2-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0420 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken.

Andere tier 2-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 2-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0430 tot en met 0510 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

1.3.   I 02.01 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.1)

1.3.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Eigenvermogensvereiste

Artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033.

Het in deze rij te rapporteren bedrag is het in de rijen 0020, 0030 en 0040 te rapporteren maximumbedrag.

0020

Permanent minimumkapitaalvereiste

Artikel 14 van Verordening (EU) 2019/2033

Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033.

0030

Vastekostenvereiste

Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033

Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033.

0040

Totale K-factorvereiste

Artikel 15 van Verordening (EU) 2019/2033

Het bedrag is het bedrag zonder toepassing van artikel 57, lid 3, 4 of 6, van Verordening (EU) 2019/2033.

0050-0100

Overgangseigenvermogensvereisten

0050

Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 57, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0060

Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereiste

Artikel 57, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0070

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold

Artikel 57, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0080

Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening

Artikel 57, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0090

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten

Artikel 57, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

0100

Overgangsvereiste van ten minste 250 000  EUR

Artikel 57, lid 6, van Verordening (EU) 2019/2033

0110-0130

Pro-memorieposten

0110

Aanvullend-eigenvermogensvereiste

Artikel 40 van Verordening (EU) 2019/2034

Aanvullend-eigenvermogensvereiste volgens SREP

0120

Aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance

Artikel 41 van Verordening (EU) 2019/2034

Aanvullend eigen vermogen vereist volgens de desbetreffende guidance

0130

Totaal eigenvermogensvereiste

Het totale eigenvermogensvereiste van een beleggingsonderneming is de som van haar eigenvermogensvereisten die op de referentiedatum van toepassing zijn, het in rij 0110 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste en de in rij 0120 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance.

1.4.   I 02.02 — Kapitaalratio’s (I 2.2)

1.4.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Tier 1-kernkapitaalratio

Artikel 9, lid 1, punt a), en artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

Deze post wordt uitgedrukt als een percentage.

0020

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal

Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kernkapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post.

0030

Tier 1-ratio

Artikel 9, lid 1, punt b), en artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Deze post wordt uitgedrukt als een percentage.

0040

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal

Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post.

0050

Eigen-vermogensratio

Artikel 9, lid 1, punt c), en artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Deze post wordt uitgedrukt als een percentage.

0060

Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal

Deze post geeft het overschot of tekort aan eigen vermogen met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post.

1.5.   I 03.00 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3)

1.5.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Vastekostenvereiste

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het te rapporteren bedrag is ten minste 25 % van de jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar (rij 0020).

In gevallen waarin er sprake is van een wezenlijke verandering, is het gerapporteerde bedrag het overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 door de bevoegde autoriteit opgelegde vastekostenvereiste.

In de in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde gevallen is het gerapporteerde bedrag de projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar (rij 0210).

0020

Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Beleggingsondernemingen rapporteren de vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering.

0030

Totale vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag na winstuitkering.

0040

Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten

Wanneer derden, daaronder begrepen verbonden agenten, namens beleggingsondernemingen vaste kosten hebben gemaakt die niet reeds inbegrepen zijn in de totale kosten in de in lid 1 bedoelde jaarrekening, worden die vaste kosten opgeteld bij de totale kosten van de beleggingsonderneming. Wanneer een uitsplitsing van de kosten van de derde voorhanden is, voegt een beleggingsonderneming bij het cijfer dat de totale kosten weergeeft, alleen het aandeel van die vaste kosten dat op de beleggingsonderneming van toepassing is. Wanneer die uitsplitsing niet voorhanden is, voegt een beleggingsonderneming bij het cijfer dat totale kosten weergeeft, alleen haar aandeel van de kosten van de derde zoals dat blijkt uit het ondernemingsplan van de beleggingsonderneming.

0050

(-) Totale aftrekkingen

Naast de in artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde af te trekken posten, worden ook de volgende posten van de totale uitgaven afgetrokken, indien deze volgens het toepasselijke raamwerk voor financiële verslaggeving zijn opgenomen onder totale uitgaven:

(a)

voor de uitvoering, registratie of clearing van transacties aan centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen en intermediaire makelaars betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten, alleen wanneer deze direct worden doorgegeven en doorberekend aan cliënten. Hierin zijn niet begrepen vergoedingen en andere lasten om het lidmaatschap te behouden of om anderszins te voldoen aan verliesdelende financiële verplichtingen tegenover centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen;

(b)

aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten wanneer er geen enkele verplichting is om die rente te betalen;

(c)

uitgaven voor belastingen wanneer die verschuldigd worden voor de jaarwinst van de beleggingsonderneming;

(d)

verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten;

(e)

betalingen met betrekking tot contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht waarbij de beleggingsonderneming verplicht is, na de opstelling van haar jaarrekening, haar jaarresultaat over te dragen aan de moederonderneming;

(f)

betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

(g)

uitgaven met betrekking tot posten die overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 reeds van het eigen vermogen zijn afgetrokken.

0060

(-) Personeelsbonussen en andere beloningen

Artikel 13, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Personeelsbonussen en andere beloningen worden geacht af te hangen van de nettowinst van de beleggingsonderneming in het respectieve jaar indien de beide volgende voorwaarden zijn vervuld:

(h)

de af te trekken personeelsbonussen of andere beloningen zijn al in het jaar voorafgaand aan de betaling aan werknemers betaald, of de betaling van personeelsbonussen of andere beloningen aan werknemers zal geen invloed hebben op de kapitaalpositie van de onderneming in het jaar van betaling;

(i)

met betrekking tot het lopende jaar en toekomstige jaren is de onderneming alleen verplicht verdere bonussen of andere betalingen in de vorm van een beloning toe te kennen of toe wijzen indien zij in dat jaar een nettowinst behaalt.

0070

(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst

Artikel 13, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

De winstdeelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten worden berekend op basis van de nettowinst.

0080

(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen

Artikel 13, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

0090

(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen

Artikel 13, lid 4, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

0100

(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend

Voor de uitvoering, registratie of clearing van transacties aan centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen en intermediaire makelaars betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten, alleen wanneer deze direct worden doorgegeven en doorberekend aan cliënten. Hierin zijn niet begrepen vergoedingen en andere lasten om het lidmaatschap te behouden of om anderszins te voldoen aan verliesdelende financiële verplichtingen tegenover centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen.

0110

(-) Vergoedingen aan verbonden agenten

Artikel 13, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033

0120

(-) Aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten naar de discretie van de onderneming

Aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten wanneer er geen enkele verplichting is om die rente te betalen.

0130

(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten

Artikel 13, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

0140

(-) Uitgaven voor belastingen

Uitgaven voor belastingen wanneer die verschuldigd worden voor de jaarwinst van de beleggingsonderneming;

0150

(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten

Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten.

0160

(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht

Betalingen met betrekking tot contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht waarbij de beleggingsonderneming verplicht is, na de opstelling van haar jaarrekening, haar jaarresultaat over te dragen aan de moederonderneming.

0170

(-) Uitgaven voor grondstoffen

Handelaren in grondstoffen en emissierechten kunnen uitgaven voor grondstoffen in verband met een beleggingsonderneming die handelt in derivaten van de onderliggende grondstof, in mindering brengen.

0180

(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s

Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

0190

(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten

Uitgaven met betrekking tot posten die overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 reeds van het eigen vermogen zijn afgetrokken.

0200

Projectie vaste kosten van het lopende jaar

De projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar na winstuitkering.

0210

Mutatie vaste kosten (%)

Het bedrag wordt gerapporteerd als de absolute waarde van:

[(Projectie vaste kosten lopende jaar) — (Jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)]/(Jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)

1.6.   I 04.00 — BEREKENINGEN TOTALE K-FACTORVEREISTE (I 4)

1.6.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

TOTALE K-FACTORVEREISTE

Artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

0020

Risk-to-Client (RtC)

Artikel 16 van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0030-0080.

0030

Activa onder beheer

Artikel 15, lid 2, en artikel 17 van Verordening (EU) 2019/2033

Activa onder beheer omvatten zowel discretionair vermogensbeheer als niet-discretionaire doorlopende adviesovereenkomsten.

0040

Aangehouden gelden cliënten — Op gescheiden rekeningen

Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033

0050

Aangehouden gelden cliënten — Op niet-gescheiden rekeningen

Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033

0060

Activa onder bewaring en beheer

Artikel 15, lid 2, en artikel 19 van Verordening (EU) 2019/2033

0070

Verwerkte orders van cliënten — Contante transacties

Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0080

Verwerkte orders van cliënten — Derivatentransacties

Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

0090

Risk-to-market (RtM)

Artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0100-0110.

0100

K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR)

Artikel 22 van Verordening (EU) 2019/2033

0110

Verleende clearingmarge (K-CMG)

Artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

0120

Risk-to-Firm (RtF)

Artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0130-0160.

0130

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

Artikelen 26 en 24 van Verordening (EU) 2019/2033

0140

Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Contante transacties

Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen.

Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in artikel 1, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm die de bijstellingen de K-DTF-coëfficiënten vastlegt.

De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0150

Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Derivatentransacties

Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen.

Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in artikel 1, lid 1, punt b), van de technische reguleringsnorm die de bijstellingen de K-DTF-coëfficiënten vastlegt.

De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0160

K-concentratierisicovereiste (K-CON)

Artikel 37, lid 2, artikel 39 en artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Factorbedrag

Beleggingsondernemingen rapporteren het bedrag dat overeenstemt met elk van de factoren, voordat zij elke factor met de corresponderende coëfficiënt vermenigvuldigen.

0020

K-factorvereiste

Wordt berekend overeenkomstig de artikelen 16, 21 en 24 van Verordening (EU) 2019/2033.

2.   KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

2.1.   I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5)

2.1.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM)

Artikel 12, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

Beleggingsondernemingen nemen discretionaire en niet-discretionaire activa onder beheer op.

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0020

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Contante transacties

Artikel 12, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0030

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Derivaten

Artikel 12, lid 1, punt b), ii), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0040

Activa onder bewaring en beheer

Artikel 12, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0050

Aangehouden gelden cliënten

Artikel 12, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0060

Dagelijkse transactiestroom — Contante transacties en derivatentransacties

Artikel 12, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0070

Nettopositierisico

Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0080

Verleende clearingmarge

Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0090

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

Artikel 12, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0100

(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling

Artikel 12, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

0110

Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten

Artikel 12, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

0120

Totale jaarlijkse bruto-inkomsten

De waarde van de totale jaarlijkse bruto-inkomsten met uitsluiting van de binnen de groep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0130

(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten

De waarde van de binnen de beleggingsondernemingsgroep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0140

Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0150

Waarvan: inkomsten uit de uitvoering van orders voor rekening van cliënten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0160

Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0170

Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0180

Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0190

Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0200

Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0210

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0220

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0230

Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0240

Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0250

Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0260

Waarvan: inkomsten uit valutadiensten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0270

Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0280

Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0290

Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

3.   K-FACTORVEREISTEN — AANVULLENDE DETAILS

3.1.   Algemene opmerkingen

12.

In I 06.00 heeft elk van de K-factoren AUM, ASA, CMH, COH en DTF twee aparte tabellen.

13.

De eerste tabel geeft in kolommen informatie over het “Factorbedrag” voor elke maand van het rapportagekwartaal. Het factorbedrag is de waarde die wordt gebruikt om elke K-factor te berekenen voordat de coëfficiënt uit tabel 1 van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 wordt toegepast.

14.

De tweede tabel bevat de nadere informatie die nodig is om het factorbedrag te berekenen.

In het geval van AUM stemt dit overeen met de waarde van activa onder beheer per de laatste dag van de maand zoals vermeld in artikel 17 van Verordening (EU) 2019/2033.

In het geval van CMH, ASA, COH en DTF stemt de gerapporteerde waarde overeen met de gemiddelde dagwaarde van de betrokken indicator in die maand.

3.2.   I 06.01 — ACTIVA ONDER BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.1)

3.2.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totaal AUM (gemiddelde bedragen)

Artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) 2019/2033

Totale AUM-waarde als rekenkundig gemiddelde overeenkomstig artikel 17, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033. Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0020 en 0040.

0020

Waarvan: AUM — Discretionair vermogensbeheer

Totale bedrag aan activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2014/65/EU verricht en dat wordt berekend overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

0030

Waarvan: AUM formeel gedelegeerd aan een andere entiteit

Artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

0040

AUM — Doorlopend niet-discretionair advies

Totale bedrag aan activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 4, van Richtlijn 2014/65/EU op doorlopende en niet-discretionaire basis verricht.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Factorbedrag — Maand t

AUM voor het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0020

Factorbedrag — Maand t-1

AUM voor de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0030

Factorbedrag — Maand t-2

AUM voor de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

3.3.   I 06.02 — MAANDELIJKSE ACTIVA ONDER BEHEER (I 6.2)

3.3.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totaal maandelijkse activa onder beheer

Artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) 2019/2033

De totale maandelijkse activa onder beheer per de laatste werkdag van de betrokken maand als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

Het gerapporteerde bedrag is de som van de rijen 0020 en 0040.

0020

Maandelijkse activa onder beheer — discretionair vermogensbeheer

Het te rapporteren bedrag is dat van de maandelijkse activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2014/65/EU verricht, per de laatste werkdag van de betrokken maand als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

0030

Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere entiteit

Artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Maandelijkse activa waarvan het beheer formeel is gedelegeerd aan een andere entiteit, gerapporteerd per de laatste werkdag van de betrokken maand.

0040

Maandelijkse activa onder beheer — Doorlopend niet-discretionair advies

Totale bedrag aan activa waarvoor de beleggingsonderneming de vermogensbeheerdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 4, van Richtlijn 2014/65/EU op doorlopende en niet-discretionaire basis verricht, gerapporteerd per de laatste werkdag van de betrokken maand.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0140

Waarden einde maand

De waarden per de laatste werkdag van de betrokken maand als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 worden gerapporteerd.

3.4.   I 06.03 — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.3)

3.4.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

CMH — Op gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen)

Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033 en artikel 1 van de technische reguleringsnorm over de definitie van gescheiden rekeningen (artikel 15, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033).

De te rapporteren waarde is het rekenkundig gemiddelde van de CMH-waarde indien de gelden van cliënten worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

CMH — Op niet-gescheiden rekeningen (gemiddelde bedragen)

Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033

De te rapporteren waarde is het rekenkundig gemiddelde van de CMH-waarde indien de gelden van cliënten niet worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Factorbedrag — Maand t

CMH voor het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

Dit bedrag wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van dagelijkse bedragen in de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde periode.

0020

Factorbedrag — Maand t-1

CMH voor het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

Dit bedrag wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van dagelijkse bedragen in de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde periode.

0030

Factorbedrag — Maand t-2

CMH voor het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

Dit bedrag wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van dagelijkse bedragen in de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde periode.

3.5.   I 06.04 — GEMIDDELDE TOTAAL VAN DAGELIJKS AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 6.4)

3.5.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten — Op gescheiden rekeningen

Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033 en artikel 1 van de technische reguleringsnorm over de definitie van gescheiden rekeningen (artikel 15, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033).

De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijks aangehouden gelden van cliënten indien deze worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Totaal dagelijks aangehouden gelden cliënten — Op niet-gescheiden rekeningen

Artikel 4, lid 1, punten 28 en 49, van Verordening (EU) 2019/2033

De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijks aangehouden gelden van cliënten indien deze niet worden aangehouden op gescheiden rekeningen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0080

Maandgemiddelden waarden totale dagelijks aangehouden gelden cliënten

Beleggingsondernemingen rapporteren voor elke maand het maandgemiddelde van de totale dagelijkse aangehouden gelden van cliënten gemeten aan het einde van elke werkdag overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

3.6.   I 06.01 — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER — AANVULLENDE DETAILS (I 6.5)

3.6.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totaal ASA (gemiddelde bedragen)

Artikel 4, lid 1, punt 29, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 5, lid 1, van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033).

Totale ASA-waarde als het voortschrijdende gemiddelde van de waarde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer, gemeten aan het eind van elke werkdag voor de negen voorafgaande maanden, met uitzondering van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 19, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2)

Artikel 5, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033).

Niveau 2-financiële instrumenten gewaardeerd overeenkomstig IFRS 13.81.

0030

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3)

Artikel 5, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033).

Waardering gebaseerd op niet-waarneembare inputs gebruikmakend van de best beschikbare informatie (IFRS 13.86)

0040

Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit

Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Waarde van activa waarvan de bewaring en het beheer formeel aan een andere financiële entiteit is gedelegeerd, uitgedrukt als een rekenkundig gemiddelde overeenkomstig artikel 19, lid 1, eerste alinea, Verordening (EU) 2019/2033.

0050

Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd

Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Waarde van activa van een andere financiële entiteit die de bewaring en het beheer formeel aan de beleggingsonderneming heeft gedelegeerd, uitgedrukt als een rekenkundig gemiddelde overeenkomstig artikel 19, lid 1, eerste alinea, Verordening (EU) 2019/2033.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Factorbedrag — Maand t

ASA voor het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0020

Factorbedrag — Maand t-1

ASA voor het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0030

Factorbedrag — Maand t-2

ASA voor het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

3.7.   I 06.06 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKSE ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 6.6)

3.7.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Activa onder bewaring en beheer

Artikel 4, lid 1, punt 29, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 5, lid 1, van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033).

De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 2)

Artikel 5, lid 2, van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033).

Niveau 2-financiële instrumenten gewaardeerd overeenkomstig IFRS 13.81.

0030

Waarvan: Reële waarde financiële instrumenten (Niveau 3)

Artikel 5, lid 1, punt a), van de technische reguleringsnorm tot nadere bepaling van de methoden om de K-factoren te meten (artikel 15, lid 5, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033).

Waardering gebaseerd op niet-waarneembare inputs gebruikmakend van de best beschikbare informatie (IFRS 13.86)

0040

Waarvan: activa formeel gedelegeerd aan een andere financiële entiteit

Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer die formeel aan een andere financiële entiteit zijn gedelegeerd, overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

0050

Waarvan: activa andere financiële entiteit formeel aan de beleggingsonderneming gedelegeerd

Artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

De te rapporteren waarde is het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa van een andere financiële entiteit die de bewaring en het beheer formeel aan de beleggingsonderneming heeft gedelegeerd, overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0080

Maandgemiddelden waarden totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer

Beleggingsondernemingen rapporteren voor elke maand het maandgemiddelde van de totale dagelijkse activa onder bewaring en beheer gemeten aan het einde van elke werkdag overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

3.8.   I 06.07 — VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.7)

3.8.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

COH — Contante transacties (gemiddelde bedragen)

COH-waarde voor contante transacties in de zin van artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van COH-contante transacties voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

COH voor contante transacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU.

Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd.

0030

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

COH voor contante transacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders van cliënten uitvoert.

Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd.

0040

COH — Derivaten (gemiddelde bedragen)

Artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033

Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van COH-derivaten voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

0050

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

COH voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU.

Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd.

0060

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

COH voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders van cliënten uitvoert.

Het rekenkundig gemiddelde van de COH-waarde voor de zes voorgaande maanden, met uitsluiting van de drie meest recente maanden, overeenkomstig artikel 20, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033, wordt gerapporteerd.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Factorbedrag — Maand t

COH-waarde aan het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0020

Factorbedrag — Maand t-1

COH-waarde aan het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0030

Factorbedrag — Maand t-2

COH-waarde aan het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

3.9.   I 06.08 — GEMIDDELDE VAN TOTALE DAGELIJKS VERWERKTE ORDERS VAN CLIËNTEN (I 6.8)

3.9.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten — Contante transacties

Artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033

De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten (contante transacties) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU.

0030

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor contante transacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van orders van cliënten uitvoert.

0040

Totale dagelijks verwerkte orders van cliënten — Derivaten

Artikel 4, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) 2019/2033

De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten (derivaten) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

0050

Waarvan: Uitvoering van orders van cliënten

De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van uitvoering van orders van cliënten namens cliënten uitvoert in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU.

0060

Waarvan: Ontvangst en doorgifte van orders van cliënten

De gemiddelde waarde van de totale dagelijks verwerkte orders van cliënten voor derivatentransacties waarvoor de beleggingsonderneming de dienst van het ontvangen en doorgeven van cliëntenorders uitvoert.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0050

Maandgemiddelden waarden totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten

Beleggingsondernemingen rapporteren maandelijks het maandgemiddelde van de totale dagelijks uitgevoerde orders van cliënten overeenkomstig artikel 20, lid 1.

3.10.   I 06.09 — K-NETTOPOSITIERISICO — AANVULLENDE DETAILS (I 6.9)

3.10.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totaal standaardbenadering

Artikel 22, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Posities waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstukken 2, 3 of 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0020

Positierisico

Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033

Handelsportefeuilleposities waarvoor een eigenvermogensvereiste voor positierisico is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0030

Eigenvermogensinstrumenten

Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033

Handelsportefeuilleposities in eigenvermogensvermogensinstrumenten waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0040

Schuldinstrumenten

Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033

Handelsportefeuilleposities in schuldinstrumenten waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0050

Waarvan: securitisaties

Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033

Posities in securitisatie-instrumenten als bedoeld in artikel 337 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en posities in de correlatiehandelsportefeuille als bedoeld in artikel 338 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0055

Specifieke benadering positierisico in icb’s

Artikel 22, punt a), en artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033

Het totaal van de risicoposten voor posities in icb’s indien de kapitaalvereisten rechtstreeks of als gevolg van de in artikel 350, lid 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 gedefinieerde begrenzing worden berekend overeenkomstig artikel 348, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013. Verordening (EU) nr. 575/2013 wijst die posities niet uitdrukkelijk toe aan hetzij het renterisico hetzij het aandelenrisico.

Indien de specifieke benadering van artikel 348, lid 1, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt gehanteerd, is het te rapporteren bedrag 32 % van de nettopositie van de betrokken icb-blootstelling.

Indien de specifieke benadering van artikel 348, lid 1, tweede zin, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt gehanteerd, is het te rapporteren bedrag het laagste van, respectievelijk, 32 % van de nettopositie van de betrokken icb-blootstelling en het verschil tussen 40 % van deze nettopositie en de eigenvermogensvereisten die voortvloeien uit het met deze icb-blootstelling samenhangende valutarisico.

0060

Valutarisico

Artikel 22, punt a), en artikel 21, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033

Aan valutarisico onderhevige posities waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0070

Grondstoffenrisico

Artikel 22, punt a), en artikel 21, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033

Aan grondstoffenrisico onderhevige posities waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0080

Internemodellenbenadering

Artikel 57, lid 2, en artikel 21, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033

Aan valutarisico of grondstoffenrisico onderhevige handelsportefeuilleposities en posities in de niet-handelsportefeuilles waarvoor een eigenvermogensvereiste is bepaald overeenkomstig deel drie, titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

3.11.   I 06.10 — AANGEHOUDEN GELDEN VAN CLIËNTEN — AANVULLENDE DETAILS (I 6.10)

15.

In deze template rapporteren voor eigen rekening handelende ondernemingen alle clearingleden van gekwalificeerde centrale tegenpartijen onder wier verantwoordelijkheid de uitvoering en afwikkeling van transacties van de onderneming plaatsvindt.

3.11.1.   Instructies voor specifieke posities

Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0030

Clearinglid

0010

Naam

Beleggingsondernemingen rapporteren de naam van alle clearingleden van gekwalificeerde centrale tegenpartijen onder wier verantwoordelijkheid de uitvoering en afwikkeling van transacties van de voor eigen rekening handelende onderneming plaatsvindt.

0020

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0030

Type code

Het in kolom 0020 te rapporteren type code wordt geïdentificeerd als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0040-0060

Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge

Beleggingsondernemingen rapporteren informatie voor de drie dagen van de voorgaande drie maanden waarvoor het hoogste, het op één na hoogste en het op twee na hoogste bedrag van de op dagelijkse basis vereiste totale marge werd berekend, overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

De beleggingsonderneming neemt alle clearingleden in de template op waarop voor ten minste één van die dagen een beroep is gedaan.

De bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge wordt gerapporteerd als het bedrag vóór de vermenigvuldiging met de factor 1.3, overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0040

Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge — op de dag van het hoogste bedrag aan totaal vereiste marge

0050

Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge — op de dag van het op één na hoogste bedrag aan totaal vereiste marge

0060

Bijdrage aan de op dagelijkse basis vereiste totale marge — op de dag van het op twee na hoogste bedrag aan totaal vereiste marge

3.12.   I 06.11 — WANBETALING TEGENPARTIJ BIJ EEN TRANSACTIE — TCD — AANVULLENDE DETAILS (I 6.11)

3.12.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0080

Uitsplitsing naar methode voor het berekenen van de blootstellingswaarde

0010

Toepassing Verordening (EU) 2019/2033: K-TCD

Artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033

Blootstellingen waarvoor het eigenvermogensvereiste als K-TCD wordt berekend overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Alternatieve benaderingen: Blootstellingswaarde bepaald overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 25, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033

Blootstellingen waarvoor de blootstellingswaarde overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt bepaald en de daarmee samenhangende eigenvermogensvereiste daarvan worden berekend door de blootstellingswaarde te vermenigvuldigen met de in tabel 2 in artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 genoemde risicofactor.

0030

SA-CCR

Artikel 274 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0040

Vereenvoudigde SA-CCR

Artikel 281 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0050

Oorspronkelijkeblootstellingsmethode

Artikel 282 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0060

Alternatieve benaderingen: Volledige toepassing van het raamwerk van Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 25, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033

Blootstellingen waarvoor de blootstellingswaarde en de eigenvermogensvereisten worden bepaald overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013.

0070

Pro-memoriepost: CVA-component

Artikel 25, lid 5, en artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033

Indien een instelling de benadering van artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 toepast of de afwijking van artikel 26, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 toepast, wordt de CVA-component bepaald als het verschil tussen het betrokken bedrag na toepassing van de CVA-vermenigvuldigingsfactor en het betrokken bedrag vóór toepassing van de CVA-vermenigvuldigingsfactor.

Indien een instelling de afwijking van artikel 25, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 toepast, wordt de CVA-component bepaald overeenkomstig deel drie, titel VI, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0080

waarvan: berekend volgens het raamwerk van Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 25, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033

0090-0110

Uitsplitsing naar soort tegenpartij

De uitsplitsing van tegenpartijen is gebaseerd op de in tabel 2 in artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 genoemde soorten tegenpartijen.

0090

Centrale overheden, centrale banken en publiekrechtelijke lichamen

0100

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

0110

Andere tegenpartijen


Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

K-factorvereiste

Het eigenvermogensvereiste wordt gerapporteerd als berekend overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2019/2033 of de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0020

Blootstellingswaarde

De blootstellingswaarde wordt berekend overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2019/2033 of de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0030

Vervangingswaarde (RC)

Artikel 28 van Verordening (EU) 2019/2033

0040

Potentiële toekomstige blootstelling (PFE)

Artikel 29 van Verordening (EU) 2019/2033

0050

Zekerheden (C)

Artikel 30, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2019/2033

De gerapporteerde waarde is de waarde van de zekerheden zoals die wordt gebruikt voor de berekening van de blootstellingswaarde en is dus, in voorkomend geval, de waarde na de toepassing van de volatiliteitsaanpassing en de valutamismatchvolatiliteit van artikel 30, leden 1 en 3, van Verordening (EU) 2019/2033.

3.13.   I 06.12 — DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM — AANVULLENDE DETAILS (I 6.12)

3.13.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Totale DTF — Contante transacties (gemiddelde bedragen)

Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van DTF-contante transacties voor de overige zes maanden overeenkomstig artikel 33, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

Voor het in deze cel te rapporteren bedrag wordt rekening gehouden met artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Totaal DTF — Derivatentransacties (gemiddelde bedragen)

Artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

Beleggingsondernemingen rapporteren het rekenkundig gemiddelde van DTF-derivatentransacties voor de overige zes maanden overeenkomstig artikel 33, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

Voor het in deze cel te rapporteren bedrag wordt rekening gehouden met artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Gemiddelde factorbedrag — Maand t

DTF-waarde aan het einde van de derde maand (d.w.z. de meest recente) van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0020

Gemiddelde factorbedrag — Maand t-1

DTF-waarde aan het einde van de tweede maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

0030

Gemiddelde factorbedrag — Maand t-2

DTF-waarde aan het einde van de eerste maand van het kwartaal waarvoor wordt gerapporteerd.

3.14.   I 06.13 — GEMIDDELDE WAARDE TOTALE DAGELIJKSE TRANSACTIESTROOM (I 6.13)

3.14.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Dagelijkse transactiestroom — Contante transacties

De gemiddelde waarde van de totale dagelijkse transactiestroom (contante waarde) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0020

Dagelijkse transactiestroom — Derivatentransacties

De gemiddelde waarde van de totale dagelijkse transactiestroom van cliënten (derivatentransacties) van de betrokken maand overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 en gemeten overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.


Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0080

Maandgemiddelden waarden totale dagelijks transactiestroom

Beleggingsondernemingen rapporteren voor elke maand het maandgemiddelde van de totale dagelijkse transactiestroom gemeten voor elke werkdag overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

4.   RAPPORTAGE OVER CONCENTRATIERISICO

4.1.   Algemene opmerkingen

16.

De rapportage over concentratierisico bevat informatie over de concentratierisico’s waaraan een beleggingsonderneming via haar handelsportefeuilleposities als gevolg van de wanbetaling van tegenpartijen is blootgesteld. Dit resulteert bij de berekening van K-CON in een aanvullend-eigenvermogensvereiste als gevolg van de blootstellingen die de beleggingsonderneming op haar balans heeft staan. Een en ander is in lijn met de definitie van “concentratierisico” in artikel 4, lid 1, punt 31, van Verordening (EU) 2019/2033 waarbij: met “concentratierisico” of “CON” de blootstellingen in de handelsportefeuille van een beleggingsonderneming aan een cliënt of aan een groep van verbonden cliënten waarvan de waarde de limieten in artikel 37, lid 1, overschrijdt, worden bedoeld.

17.

De rapportage over concentratierisico omvat ook informatie over het volgende:

i.

Gelden van cliënten

ii.

Activa van cliënten

iii.

Eigen kasmiddelen van de onderneming

iv.

Opbrengsten van cliënten

v.

Handelsportefeuilleposities

vi.

Blootstellingen berekend met inachtneming van activa en posten buiten de balanstelling die niet in de handelsportefeuille zijn opgenomen.

18.

Hoewel in de formulering van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 ook sprake is van “concentratierisico”, zijn de definitie daarvan in artikel 4, lid 1, punt 31, van Verordening (EU) 2019/2033 en de in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vastgestelde limieten niet verenigbaar met de in artikel 54, lid 2, punten b) tot en met e), van Verordening (EU) 2019/2033 beschreven elementen. Daarom moet bij de verplichte rapportage de klemtoon liggen op de vijf grootste posities (voor zover beschikbaar) voor elk van posten i) tot en met vi) van alinea 19 die worden aangehouden bij, of zijn toe te schrijven aan, een bepaalde instelling, cliënt of entiteit. Dankzij deze rapportage kunnen de bevoegde autoriteiten een beter inzicht krijgen in de risico’s die beleggingsondernemingen door deze posities kunnen lopen.

19.

De rapportage voor concentratierisico omvat de templates I 07.00 en I 08.00 en, overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, hoeven ondernemingen die aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 voldoen om te kwalificeren als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming, op dit punt geen informatie te rapporteren.

4.2.   I 07.00 — K-CON — AANVULLENDE DETAILS (I7)

4.2.1.   Instructies voor specifieke posities

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0060

ID tegenpartij

De beleggingsonderneming rapporteert de identificatie van de tegenpartijen of groep verbonden cliënten waarop zij een blootstelling hebben die de limieten van artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 overschrijdt.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

Het type code wordt steeds gerapporteerd.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden cliënten komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De beleggingsonderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Soort tegenpartij

De beleggingsonderneming rapporteert voor elke blootstelling indien deze verband houdt met:

1.

een kredietinstelling of een groep verbonden cliënten die een kredietinstelling omvat;

2.

een beleggingsonderneming of een groep verbonden cliënten die een beleggingsonderneming omvat;

3.

tegenpartijen niet zijnde kredietinstellingen of beleggingsondernemingen of groepen van verbonden cliënten die een beleggingsonderneming of een instelling omvatten.

0060-0110

Blootstellingen in handelsportefeuille die de limieten van artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 overschrijden

De beleggingsonderneming rapporteert overeenkomstig artikelen 36 en 39 van Verordening (EU) 2019/2033 informatie over elke blootstelling die de limieten van artikel 37, lid 1, Verordening (EU) 2019/2033 overschrijdt.

0060

Blootstellingswaarde (EV)

Artikel 36 van Verordening (EU) 2019/2033

0070

Blootstellingswaarde (als % van het eigen vermogen)

Blootstellingswaarde berekend overeenkomstig artikel 36 van Verordening (EU) 2019/2033 en uitgedrukt als percentage van het eigen vermogen van de onderneming.

0080

Eigenvermogensvereiste totale blootstelling (OFR)

Eigenvermogensvereiste van de totale blootstelling aan de individuele tegenpartij of groep van verbonden cliënten, berekend als het totale bedrag van K-TCD en van het specifieke risicovereiste voor K-NPR voor de betrokken blootstelling.

0090

Overschrijding blootstellingswaarde (EVE)

Voor de betrokken blootstelling overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 berekende bedrag.

0100

Duur overschrijding (in dagen)

Aantal dagen verstreken sinds de overschrijding van de blootstelling voor het eerst heeft plaatsgevonden.

0110

K-CON-eigenvermogensvereiste voor de overschrijding (OFRE)

Voor de betrokken blootstelling overeenkomstig artikel 39, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 berekende bedrag.

4.3.   I 08.01 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — AANGEHOUDEN GELDEN CLIËNTEN (I 8.1)

4.3.1.   Instructies voor specifieke kolommen

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0060

Totaal CMH

Artikel 54, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

De beleggingsonderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf tegenpartijen of groep verbonden cliënten waar de grootste bedrag aan gelden van cliënten worden aangehouden.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Totaal CMH op datum van rapportage

De onderneming rapporteert het totale bedrag aan gelden van cliënten op de datum van rapportage.

0060

Percentage gelden cliënten aangehouden bij deze instelling

De onderneming rapporteert het bedrag aan gelden van cliënten dat op de datum van rapportage wordt aangehouden bij elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van het (in kolom 0050 gerapporteerde) totaal.

4.4.   I 08.02 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — ACTIVA ONDER BEWARING EN BEHEER (I 8.2)

4.4.1.   Instructies voor specifieke kolommen

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0060

Totaal ASA

Artikel 54, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

De onderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf tegenpartijen of groepen verbonden cliënten waar de grootste bedragen aan effecten van cliënten zijn gedeponeerd.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Totaal ASA op datum van rapportage

De onderneming rapporteert het totale bedrag aan effecten van cliënten dat op de datum van rapportage bij elke instelling is gedeponeerd.

0060

Percentage effecten cliënten gedeponeerd bij deze instelling

De onderneming rapporteert het bedrag aan effecten van cliënten dat op de datum van rapportage is gedeponeerd bij elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van het (in kolom 0050 gerapporteerde) totaal.

4.5.   I 08.03 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTAAL EIGEN KASMIDDELEN GEDEPONEERD (I 8.3)

4.5.1.   Instructies voor specifieke kolommen

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0060

Totaal eigen kasmiddelen gedeponeerd

Artikel 54, lid 2, punten d) en f), van Verordening (EU) 2019/2033

De onderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf tegenpartijen of groep verbonden cliënten waar de grootste bedragen aan eigen kasmiddelen van de onderneming zijn gedeponeerd.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Bedrag deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling

De onderneming rapporteert het totale bedrag aan eigen kasmiddelen dat op de datum van rapportage bij elke instelling wordt gehouden.

0060

Percentage deposito’s kasmiddelen onderneming bij de instelling

De onderneming rapporteert het bedrag aan eigen kasmiddelen dat op de datum van rapportage is gedeponeerd bij elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van de totale eigen kasmiddelen van de beleggingsonderneming.

4.6.   I 08.04 — NIVEAU VAN CONCENTRATIERISICO — TOTALE OPBRENGSTEN (I 8.4)

4.6.1.   Instructies voor specifieke kolommen

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0080

Totale opbrengsten

Artikel 54, lid 2, punten e) en f), van Verordening (EU) 2019/2033

De onderneming rapporteert de identificatie van (voor zover beschikbaar) de vijf cliënten of groepen verbonden cliënten waarvan de grootste bedragen aan opbrengsten van de onderneming afkomstig zijn.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden cliënten komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Totale opbrengsten afkomstig van deze cliënt

De onderneming rapporteert de per cliënt of groep van verbonden cliënten sinds het begin van het boekjaar gegenereerde totale opbrengsten. De opbrengsten worden uitgesplitst in rente- en dividendbaten, enerzijds, en vergoedings- en provisiebaten en overige baten, anderzijds.

0060-0090

Rente- en dividendbaten

0060

Rente- en dividendbaten — Bedrag gegenereerd door posities in handelsportefeuille

Handelsportefeuille in de zin van artikel 4, lid 1, punt 54, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2033.

0070

Rente- en dividendbaten — Bedrag gegenereerd door posities in niet-handelsportefeuille

0080

Rente- en dividendbaten — waarvan: bedrag gegenereerd door posten buiten balanstelling

0090

Percentage rente- en dividendbaten afkomstig van deze cliënt

De onderneming rapporteert de door elk van de cliënten of groepen van verbonden cliënten gegenereerde rente- en dividendbaten, uitgedrukt als percentage van de totale rente- en dividendbaten van de beleggingsonderneming.

0100-0110

Vergoedings- en provisiebaten en overige baten

0100

Vergoedings- en provisiebaten en overige baten — Bedrag

0110

Vergoedings- en provisiebaten en overige baten afkomstig van deze cliënt

De onderneming rapporteert de door elk van de cliënten of groepen van verbonden cliënten gegenereerde vergoedings- en provisiebaten en overige baten, uitgedrukt als percentage van de totale vergoedings- en provisiebaten en overige baten van de beleggingsonderneming.

4.7.   I 08.05 — BLOOTSTELLINGEN IN DE HANDELSPORTEFEUILLE (I 8.5)

4.7.1.   Instructies voor specifieke kolommen

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0050

Blootstellingen in de handelsportefeuille

Artikel 54, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

De onderneming rapporteert informatie voor (voor zover beschikbaar) de vijf grootste blootstellingen in de handelsportefeuille.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Percentage blootstelling aan deze tegenpartij ten opzichte van eigen vermogen onderneming (uitsluitend posities in handelsportefeuille)

De onderneming rapporteert de blootstellingen in de handelsportefeuille op de datum van rapportage aan elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, uitgedrukt als percentage van het eigen vermogen.

4.8.   I 08.06 — POSTEN NIET-HANDELSPORTEFEUILLE EN BUITEN BALANSTELLING (I 8.6)

4.8.1.   Instructies voor specifieke kolommen

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010-0050

Posten niet-handelsportefeuille en buiten balansstelling

Artikel 54, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

De onderneming rapporteert informatie voor (voor zover beschikbaar) de vijf grootste blootstellingen berekend met inbegrip van niet in de handelsportefeuille opgenomen activa.

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

0030

Naam

Bij rapportage van een groep verbonden tegenpartijen komt de naam steeds overeen met die van de moederonderneming. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0040

Groep of individuele cliënt

De onderneming rapporteert blootstellingen aan individuele cliënten met een “1” of blootstellingen aan groepen verbonden cliënten met een “2”.

0050

Percentage blootstelling ten opzichte van eigen vermogen onderneming (met inbegrip van activa buiten balanstelling en posten niet in handelsportefeuille)

De onderneming rapporteert voor elk van de tegenpartijen of groepen van verbonden tegenpartijen waarvoor wordt gerapporteerd, de blootstellingen, berekend met inbegrip van activa en posten buiten de balanstelling die niet in de handelsportefeuille zijn opgenomen, samen met posities in de handelsportefeuille, op de datum van rapportage, uitgedrukt als percentage van het in aanmerking komende kapitaal.

5.   LIQUIDITEITSVEREISTEN

5.1   I 09.00 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9)

5.1.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Liquiditeitsvereiste

Artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

0020

Garanties aan cliënten

Artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033

De te rapporteren waarde is 1,6 % van het totale aan cliënten afgegeven garanties overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033.

0030

Totaal liquide activa

Artikel 43, lid 1, punt a), en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Het totaal van de liquide activa wordt gerapporteerd na toepassing van de desbetreffende reductiefactoren.

Deze rij is de som van de rijen 0040, 0050, 0060, 0170, 0230, 0290 en 0300.

0040

Onbezwaarde kortetermijndeposito’s

Artikel 43, lid 1, punt d), en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

0050

Totaal toelaatbare kortlopende vorderingen tot 30 dagen

Artikel 43, lid 3, en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

0060

Activa niveau 1

Artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

Het totaal van de liquide activa wordt gerapporteerd na toepassing van de desbetreffende reductiefactoren.

Som van de rijen 0070-0160.

0070

Munten en bankbiljetten

Artikel 10, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

Totaal aan contanten afkomstig van munten en bankbiljetten.

0080

Opvraagbare reserves bij centrale banken

Artikel 10, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0090

Activa centrale banken

Artikel 10, lid 1, punt b), i) en ii), van Verordening (EU) 2015/61

0100

Activa centrale overheden

Artikel 10, lid 1, punt c), i) en ii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0110

Activa regionale overheden/lokale autoriteiten

Artikel 10, lid 1, punt c), iii) en iv), van Verordening (EU) 2015/61

0120

Activa publiekrechtelijke lichamen

Artikel 10, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0130

In nationale of vreemde valuta luidende activa van centrale overheden en centrale banken die kunnen worden opgenomen

Artikel 10, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0140

Activa kredietinstellingen (beschermd door overheden van lidstaten, verstrekkers van stimuleringsleningen)

Artikel 10, lid 1, punt e), i) en ii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0150

Activa multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties

Artikel 10, lid 1, punt g), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0160

Gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit

Artikel 10, lid 1, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0170

Activa van niveau 2A

Artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0180

Activa regionale overheden/lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (lidstaten, risicogewicht van 20 %)

Artikel 11, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0190

Activa centrale banken, centrale/regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen (derde landen, risicogewicht van 20 %)

Artikel 11, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0200

Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (kredietkwaliteitscategorie 2)

Artikel 11, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0210

Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (derde landen, kredietkwaliteitscategorie 1)

Artikel 11, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0220

Bedrijfsschuldpapier (kredietkwaliteitscategorie 1)

Artikel 11, lid 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0230

Activa van niveau 2B

Artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0240

Door activa gedekte effecten

Artikel 12, lid 1, punt a), en artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2015/61

0250

Bedrijfsschuldpapier

Artikel 12, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0260

Aandelen (belangrijke beursindex)

Artikel 12, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0270

Door centrale banken verstrekte gecommitteerde liquiditeitsfaciliteiten voor beperkt gebruik

Artikel 12, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0280

Gedekte obligaties van hoge kwaliteit (risicogewicht van 35 %)

Artikel 15, lid 2, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

0290

In aanmerking komende aandelen/rechten van deelneming in icb’s

Artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

Artikel 43, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0300

Totaal overige in aanmerking komende financiële instrumenten

Artikel 43, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033


BIJLAGE III

RAPPORTAGE VOOR KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

TEMPLATES BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Templatenummer

Templatecode

Naam template/groep templates

Verkorte naam

 

 

EIGEN VERMOGEN: omvang, samenstelling, vereisten en berekening

 

1

I 01.01

Eigen vermogen

I1.1

2.3

I 02.03

Eigenvermogensvereisten

I2.3

2.4

I 02.04

Kapitaalratio’s

I2.4

3.1

I 03.01

Berekening vastekostenvereisten

I3.1

 

 

KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

 

5

I 05.00

Omvang activiteiten – Toetsing drempels

I5.0

 

 

LIQUIDITEITSVEREISTEN

 

9.1

I 09.01

Liquiditeitsvereisten

I9.1

I 01.01 – SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I1.1)

Rijen

Post

Bedrag

0010

0010

EIGEN VERMOGEN

 

0020

TIER 1-KAPITAAL

 

0030

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

0040

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

0050

Agio

 

0060

Ingehouden winsten

 

0070

Ingehouden winsten voorgaande jaren

 

0080

In aanmerking komende winst

 

0090

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

0100

Overige reserves

 

0110

Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen

 

0120

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

0130

Overige middelen

 

0140

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

 

0190

(-) Verlies van het lopende boekjaar

 

0200

(-) Goodwill

 

0210

(-) Andere immateriële activa

 

0220

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

0230

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

 

0240

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

 

0285

(-) Andere aftrekkingen

 

0290

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

0300

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

0310

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

0320

Agio

 

0330

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

0410

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

0420

TIER 2-KAPITAAL

 

0430

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

0440

Agio

 

0450

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

 

0520

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

I 02.03 - EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I2.3)

Rijen

Post

Bedrag

0010

0010

Eigenvermogensvereiste

 

0020

Permanent minimumkapitaalvereiste

 

0030

Vastekostenvereiste

 

 

Overgangseigenvermogensvereisten

 

0050

Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten VKV

 

0060

Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereisten

 

0070

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold

 

0080

Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening

 

0090

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten

 

 

Pro-memorieposten

 

0110

Aanvullend-eigenvermogensvereiste

 

0120

Totaal eigenvermogensvereiste

 

I 02.04 – KAPITAALRATIO’S (I2.4)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

Tier 1-kernkapitaalratio

 

0020

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal

 

0030

Tier 1-ratio

 

0040

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal

 

0050

Eigenvermogensratio

 

0060

Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal

 

I 03.01 – BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

Vastekostenvereiste

 

0020

Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

 

0030

Totale vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

 

0040

Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten

 

0050

(-) Totale aftrekkingen

 

0060

(-) Personeelsbonussen en andere beloningen

 

0070

(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst

 

0080

(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen

 

0090

(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen

 

0100

(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend

 

0110

(-) Vergoedingen aan verbonden agenten

 

0130

(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten

 

0140

(-) Uitgaven voor belastingen

 

0150

(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten

 

0160

(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht

 

0170

(-) Uitgaven voor grondstoffen

 

0180

(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s

 

0190

(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten

 

0200

Projectie vaste kosten van het lopende jaar

 

0210

Mutatie vaste kosten (%)

 

I 05.00 – OMVANG ACTIVITEITEN – TOETSING DREMPELS (I5)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM)

 

0020

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Contante transacties

 

0030

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten – Derivaten

 

0040

Activa onder bewaring en beheer

 

0050

Aangehouden gelden cliënten

 

0060

Dagelijkse transactiestroom – Contante transacties en derivatentransacties

 

0070

Nettopositierisico

 

0080

Verleende clearingmarge

 

0090

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

 

0100

(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling

 

0110

Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten

 

0120

Totale jaarlijkse bruto-inkomsten

 

0130

(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten

 

0140

Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders

 

0150

Waarvan: inkomsten uit uitvoering orders

 

0160

Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening

 

0170

Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer

 

0180

Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies

 

0190

Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie

 

0200

Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie

 

0210

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF

 

0220

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF

 

0230

Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten

 

0240

Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers

 

0250

Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen

 

0260

Waarvan: inkomsten uit valutadiensten

 

0270

Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse

 

0280

Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten

 

0290

Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten

 

I 09.01 – LIQUIDITEITSVEREISTEN (I9.1)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

Liquiditeitsvereiste

 

0020

Garanties aan cliënten

 

0030

Totaal liquide activa

 


BIJLAGE IV

RAPPORTAGE VOOR KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Inhoudsopgave

DEEL I:

ALGEMENE INSTRUCTIES 114

1.

Opzet en conventies 114

1.1

Opzet 114

1.2

Gebruik van nummering 115

1.3

Gebruik van tekens 115

1.4

Prudentiële consolidatie 115

DEEL II:

INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES 115

1.

EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING 115

1.1

Algemene opmerkingen 115

1.2.

I 01.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1.1) 115

1.2.1.

Instructies voor specifieke posities 115

1.3

I 02.03 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.3) 120

1.3.1.

Instructies voor specifieke posities 120

1.4.

I 02.04 — KAPITAALRATIO’S (I 2.4) 121

1.4.1.

Instructies voor specifieke posities 121

1.5.

I 03.01 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3.1) 122

1.5.1.

Instructies voor specifieke posities 122

2.

KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN 124

2.1.

I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5) 124

2.1.1.

Instructies voor specifieke posities 124

3.

LIQUIDITEITSVEREISTEN 127

3.1

I 09.01 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9.1) 127

3.1.1.

Instructies voor specifieke posities 127

DEEL I:   ALGEMENE INSTRUCTIES

1.   Opzet en conventies

1.1   Opzet

1.

Het raamwerk als geheel bestaat uit de volgende informatieblokken:

(a)

Eigen vermogen;

(b)

Berekeningen eigenvermogensvereisten;

(c)

Berekening vastekostenvereisten;

(d)

Omvang activiteiten ten aanzien van de voorwaarden in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033;

(e)

Liquiditeitsvereisten.

2.

Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elk blok templates, instructies voor specifieke posities, alsmede validatievoorschriften zijn te vinden in dit deel van deze verordening.

1.2   Gebruik van nummering

3.

Het document volgt de in de punten 4 tot en met 7 beschreven conventies voor verwijzingen naar de kolommen, rijen en cellen van de templates. Van die numerieke codes wordt uitgebreid gebruikgemaakt in de validatievoorschriften.

4.

In de instructies wordt de volgende algemene notatie gehanteerd: {Template; Rij; Kolom}.

5.

In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen datapunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij; Kolom}.

6.

In het geval van templates die uit slechts één kolom bestaan, wordt uitsluitend naar rijen verwezen. {Template; Rij}.

7.

Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor de gehele rij of kolom.

1.3   Gebruik van tekens

8.

Bedragen die tot een hoger eigen vermogen of tot hogere eigenvermogensvereisten leiden, of tot hogere liquiditeitsvereisten, worden als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen worden bedragen die tot een lager totaal aan eigen vermogen of tot lagere eigenvermogensvereisten leiden, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor de rapportage van die post geen positieve waarde verwacht.

1.4   Prudentiële consolidatie

9.

Tenzij een uitzondering is toegekend, zijn Verordening (EU) 2019/2033 en Richtlijn (EU) 2019/2034 op individuele en op geconsolideerde basis van toepassing op beleggingsondernemingen, hetgeen ook geldt voor de rapportagevereisten in deel zeven van Verordening (EU) 2019/2033. Artikel 4, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) 2019/2033 omschrijft een geconsolideerde situatie als een situatie die resulteert uit de toepassing van de vereisten van Verordening (EU) 2019/2033 op een beleggingsondernemingsgroep alsof de entiteiten van de groep samen één enkele beleggingsonderneming vormden. Op grond van artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 komen beleggingsondernemingsgroepen de rapportageverplichtingen in alle templates na op basis van hun prudentiële consolidatiekring (die kan verschillen van hun boekhoudkundige consolidatiekring).

DEEL II:   INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT DE TEMPLATES

1.   EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING

1.1   Algemene opmerkingen

10.

De afdeling met het overzicht van het eigen vermogen bevat informatie over het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt, en over haar eigenvermogensvereisten. Zij bestaat uit twee templates:

(a)

Template I 01.01 geeft de samenstelling van het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt: tier 1-kernkapitaal (CET1), aanvullend-tier 1-kapitaal (AT1) en tier 2-kapitaal (T2).

(b)

De templates I 02.03 en I 02.04 geven het totale eigenvermogensvereiste, het permanent minimumkapitaalvereiste, het vastekostenvereiste, aanvullend-eigenvermogensvereisten en desbetreffende guidance en overgangseigenvermogensvereiste en -kapitaalratio’s.

(c)

I 03.01 geeft informatie over de berekening van het vastekostenvereiste.

11.

De posten in deze templates zijn exclusief overgangsaanpassingen. Dit betekent dat de cijfers (behalve wanneer het overgangseigenvermogensvereiste specifiek is vermeld) worden berekend volgens de definitieve bepalingen (d.w.z. als waren er geen overgangsbepalingen).

1.2.   I 01.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN (I 1.1)

1.2.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

EIGEN VERMOGEN

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal.

De totale som van de rijen 0020 en 0380 wordt gerapporteerd.

0020

TIER 1-KAPITAAL

Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal.

0030

TIER 1-KERNKAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

De totale som van de rijen 0040-0060, 0090-0140 en 0290 wordt gerapporteerd.

0040

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen.

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen.

In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld.

0050

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0060

Ingehouden winsten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten.

De totale som van de rijen 0070 en 0080 wordt gerapporteerd.

0070

Ingehouden winsten voorgaande jaren

Artikel 4, lid 1, punt 123, en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”.

0080

In aanmerking komende winst

Artikel 4, lid 1, punt 121, artikel 26, lid 2, en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld.

0090

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0100

Overige reserves

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het te rapporteren bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen.

0110

Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen

Artikel 84, lid 1, artikel 85, lid 1, en artikel 87, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013

De som van alle bedragen aan minderheidsbelangen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal wordt opgenomen.

0120

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0130

Overige middelen

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

0140

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

De totale som van de rijen 0190-0285 wordt gerapporteerd.

0190

(-) Verlies van het lopende boekjaar

Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0200

(-) Goodwill

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0210

(-) Andere immateriële activa

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

0220

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0230

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0240

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0285

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0160 tot en met 0240.

0290

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 1, 2 en 3, en artikelen 484 tot en met 487 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen in verband met aanvullende minderheidsbelangen (artikelen 479 en 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 1-kernkapitaal (artikelen 469 tot en met 478 en artikel 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Andere tier 1-kernkapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 1-kernkapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0040 tot en met 0285 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

0300

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 0310-0410 wordt gerapporteerd.

0310

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0320

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte en direct uitgegeven kapitaalinstrumenten”.

0330

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0410

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 4 en 5, artikelen 484 tot en met 487, en artikelen 489 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het aanvullend-tier 1-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 85 en 86 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend tier 1-kapitaal van dochterondernemingen die in het geconsolideerde aanvullend-tier 1-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013)

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten in het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen aan het in aanmerking komend tier 1-kapitaal dat in geconsolideerd aanvullend-tier 1-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 474, 475, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van aftrekkingen als gevolg van overgangsbepalingen.

Van aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt, afgetrokken van het tier-1-kernkapitaal overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt j), van Verordening (EU) nr. 575/2013: Aanvullend-tier 1-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0030 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken en is het gelijk aan het tegengestelde getal van het van aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt dat, samen met andere aftrekkingen, in rij 0285 is opgenomen.

Andere aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0310 tot en met 0330 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

0420

TIER 2-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

De totale som van de rijen 0430-0520 wordt gerapporteerd.

0430

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0440

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte en direct uitgegeven kapitaalinstrumenten”.

0450

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0520

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 6 en 7, en artikelen 484, 486, 490 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het tier 2-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 87 en 88 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend eigen vermogen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 2-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven kwalificerend tier 2-kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013)

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten in het tier 2-kapitaal (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen van het in aanmerking komend eigen vermogen dat in het geconsolideerde tier 2-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het tier 2-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 476, 477, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 2-kapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Van tier 2-kapitaalbestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt, afgetrokken van het aanvullend-tier 1-kapitaal overeenkomstig artikel 56, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013: tier 2-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de tier 2-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare tier 2-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0420 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken.

Andere tier 2-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 2-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0430 tot en met 0450 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

1.3   I 02.03 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (I 2.3)

1.3.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Eigenvermogensvereiste

Artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Dit is de som van maximaal de rijen 0020 en 0030.

0020

Permanent minimumkapitaalvereiste

Artikel 14 van Verordening (EU) 2019/2033

0030

Vastekostenvereiste

Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033

0050-0090

Overgangseigenvermogensvereisten

0050

Overgangsvereiste op basis van eigenvermogensvereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 57, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0060

Overgangsvereiste op basis van vastekostenvereisten

Artikel 57, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0070

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen waarvoor voordien alleen een aanvangskapitaalvereiste gold

Artikel 57, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0080

Overgangsvereiste op basis van aanvangskapitaalvereiste bij vergunningverlening

Artikel 57, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0090

Overgangsvereiste voor beleggingsondernemingen zonder vergunning om bepaalde diensten te verrichten

Artikel 57, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

0110-0130

Pro-memorieposten

0110

Aanvullend-eigenvermogensvereiste

Artikel 40 van Verordening (EU) 2019/2034

Aanvullend-eigenvermogensvereiste volgens SREP

0120

Totaal eigenvermogensvereiste

Het totale eigenvermogensvereiste van een beleggingsonderneming is de som van haar eigenvermogensvereisten die op de referentiedatum van toepassing zijn, het in rij 0110 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste en de in rij 0120 gerapporteerde aanvullend-eigenvermogensvereiste guidance.

1.4.   I 02.04 — KAPITAALRATIO’S (I 2.4)

1.4.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Tier 1-kernkapitaalratio

Artikel 9, lid 1, punt a), en artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Deze post wordt uitgedrukt als een percentage.

0020

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal

Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kernkapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post.

0030

Tier 1-ratio

Artikel 9, lid 1, punt b), en artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Deze post wordt uitgedrukt als een percentage.

0040

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal

Deze post geeft het overschot of tekort aan tier 1-kapitaal met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post.

0050

Eigen-vermogensratio

Artikel 9, lid 1, punt c), en artikel 11, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Deze post wordt uitgedrukt als een percentage.

0060

Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal

Deze post geeft het overschot of tekort aan eigen vermogen met betrekking tot het vereiste van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.

De overgangsbepalingen van artikel 57, leden 3 en 4, van Verordening (EU) 2019/2033 worden niet in aanmerking genomen voor deze post.

1.5.   I 03.01 — BEREKENING VASTEKOSTENVEREISTE (I 3.1)

1.5.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Vastekostenvereiste

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het te rapporteren bedrag is ten minste 25 % van de jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar (rij 0020).

In gevallen waarin er sprake is van een wezenlijke verandering in de zin van artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, is het gerapporteerde bedrag het door de bevoegde autoriteit overeenkomstig dat artikel opgelegde vastekostenvereiste.

In de in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 vermelde gevallen is het gerapporteerde bedrag de projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar (rij 0200).

0020

Jaarlijkse vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Beleggingsondernemingen rapporteren de vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering.

0030

Totale vaste kosten van het voorgaande jaar na winstuitkering

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag na winstuitkering.

0040

Waarvan: Door derden namens de beleggingsondernemingen gemaakte vaste kosten

Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033

0050

(-) Totale aftrekkingen

Naast de in artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde af te trekken posten, worden ook de volgende posten van de totale uitgaven afgetrokken, indien deze volgens het toepasselijke raamwerk voor financiële verslaggeving zijn opgenomen onder totale uitgaven:

(a)

voor de uitvoering, registratie of clearing van transacties aan centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen en intermediaire makelaars betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten, alleen wanneer deze direct worden doorgegeven en doorberekend aan cliënten. Hierin zijn niet begrepen vergoedingen en andere lasten om het lidmaatschap te behouden of om anderszins te voldoen aan verliesdelende financiële verplichtingen tegenover centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen;

(b)

aan cliënten betaalde rente over gelden van cliënten wanneer er geen enkele verplichting is om die rente te betalen;

(c)

uitgaven voor belastingen wanneer die verschuldigd worden voor de jaarwinst van de beleggingsonderneming;

(d)

verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten;

(e)

betalingen met betrekking tot contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht waarbij de beleggingsonderneming verplicht is, na de opstelling van haar jaarrekening, haar jaarresultaat over te dragen aan de moederonderneming;

(f)

betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

(g)

uitgaven met betrekking tot posten die overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 reeds van het eigen vermogen zijn afgetrokken.

0060

(-) Personeelsbonussen en andere beloningen

Artikel 13, lid 4, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Personeelsbonussen en andere beloningen worden geacht af te hangen van de nettowinst van de beleggingsonderneming in het respectieve jaar indien de beide volgende voorwaarden zijn vervuld:

(h)

de af te trekken personeelsbonussen of andere beloningen zijn al in het jaar voorafgaand aan de betaling aan werknemers betaald, of de betaling van personeelsbonussen of andere beloningen aan werknemers zal geen invloed hebben op de kapitaalpositie van de onderneming in het jaar van betaling;

(i)

met betrekking tot het lopende jaar en toekomstige jaren is de onderneming alleen verplicht verdere bonussen of andere betalingen in de vorm van een beloning toe te kennen of toe wijzen indien zij in dat jaar een nettowinst behaalt.

0070

(-) Deelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten in nettowinst

Artikel 13, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

De winstdeelnemingen van werknemers, directeuren en vennoten worden berekend op basis van de nettowinst.

0080

(-) Andere discretionaire betalingen van winst en variabele beloningen

Artikel 13, lid 4, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

0090

(-) Gedeelde te betalen provisies en vergoedingen

Artikel 13, lid 4, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

0100

(-) Aan CTP’s betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten die aan cliënten worden doorberekend

Voor de uitvoering, registratie of clearing van transacties aan centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen en intermediaire makelaars betaalde vergoedingen, courtage en andere lasten, alleen wanneer deze direct worden doorgegeven en doorberekend aan cliënten. Hierin zijn niet begrepen vergoedingen en andere lasten om het lidmaatschap te behouden of om anderszins te voldoen aan verliesdelende financiële verplichtingen tegenover centrale tegenpartijen, beurzen en andere handelsplatformen.

0110

(-) Vergoedingen aan verbonden agenten

Artikel 13, lid 4, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033

0130

(-) Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten

Artikel 13, lid 4, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

0140

(-) Uitgaven voor belastingen

 

Uitgaven voor belastingen wanneer die verschuldigd worden voor de jaarwinst van de beleggingsonderneming.

0150

(-) Verliezen door handel voor eigen rekening in financiële instrumenten

(Spreekt voor zich.)

0160

(-) Contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht

Betalingen met betrekking tot contractuele overeenkomsten voor winst- en verliesafdracht waarbij de beleggingsonderneming verplicht is, na de opstelling van haar jaarrekening, haar jaarresultaat over te dragen aan de moederonderneming.

0170

(-) Uitgaven voor grondstoffen

Handelaren in grondstoffen en emissierechten kunnen uitgaven voor grondstoffen in verband met een beleggingsonderneming die handelt in derivaten van de onderliggende grondstof, in mindering brengen.

0180

(-) Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s

Betalingen aan een fonds voor algemene bankrisico’s overeenkomstig artikel 26, lid 1, punt f), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

0190

(-) Uitgaven voor reeds van het eigen vermogen afgetrokken posten

Uitgaven met betrekking tot posten die overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 reeds van het eigen vermogen zijn afgetrokken.

0200

Projectie vaste kosten van het lopende jaar

De projectie van de vaste kosten voor het lopende jaar na winstuitkering.

0210

Mutatie vaste kosten (%)

Het bedrag wordt gerapporteerd als de absolute waarde van:

[(Vaste kosten lopende jaar) — (Projectie jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)]/(Jaarlijkse vaste kosten voorgaande jaar)]

2.   KLEINE EN NIET-VERWEVEN BELEGGINGSONDERNEMINGEN

2.1.   I 05.00 — OMVANG ACTIVITEITEN — DREMPELTOETS (I 5)

2.1.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

(Gecombineerde) activa onder beheer (AUM)

Artikel 12, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

Beleggingsondernemingen nemen discretionaire en niet-discretionaire activa onder beheer op.

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0020

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Contante transacties

Artikel 12, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0030

(Gecombineerde) verwerkte orders van cliënten — Derivaten

Artikel 12, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0040

Activa onder bewaring en beheer

Artikel 12, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0050

Aangehouden gelden cliënten

Artikel 12, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0060

Dagelijkse transactiestroom — Contante transacties en derivatentransacties

Artikel 12, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0070

Nettopositierisico

Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0080

Verleende clearingmarge

Artikel 12, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0090

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

Artikel 12, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2019/2033

Het gerapporteerde bedrag is het bedrag dat vóór toepassing van de betrokken coëfficiënten bij de berekening van K-factoren zou worden gebruikt.

0100

(Gecombineerde) posten binnen en buiten de balanstelling

Artikel 12, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

0110

Gecombineerde totale jaarlijkse bruto-inkomsten

Artikel 12, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Wanneer de rapporterende beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, wordt de te rapporteren waarde, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033, op gecombineerde basis bepaald voor alle beleggingsondernemingen die deel uitmaken van een groep.

De te rapporteren waarde is de som van rij 0120 en rij 0130.

0120

Totale jaarlijkse bruto-inkomsten

De waarde van de totale jaarlijkse bruto-inkomsten met uitsluiting van de binnen de groep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0130

(-) Intragroepsdeel van de jaarlijkse bruto-inkomsten

De waarde van de binnen de beleggingsondernemingsgroep gegenereerde bruto-inkomsten overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

0140

Waarvan: inkomsten uit ontvangst en doorgifte van orders

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0150

Waarvan: inkomsten uit de uitvoering van orders voor rekening van cliënten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0160

Waarvan: inkomsten uit handel voor eigen rekening

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0170

Waarvan: inkomsten uit vermogensbeheer

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0180

Waarvan: inkomsten uit beleggingsadvies

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0190

Waarvan: inkomsten uit het overnemen van financiële instrumenten of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0200

Waarvan: inkomsten uit het plaatsen zonder plaatsingsgarantie

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0210

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een MTF

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0220

Waarvan: inkomsten uit de exploitatie van een OTF

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU

0230

Waarvan: inkomsten uit bewaring en beheer van financiële instrumenten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0240

Waarvan: inkomsten uit toekenning van kredieten of leningen aan beleggers

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0250

Waarvan: inkomsten uit advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0260

Waarvan: inkomsten uit valutadiensten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0270

Waarvan: beleggingsonderzoek en financiële analyse

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0280

Waarvan: inkomsten uit diensten met betrekking tot het overnemen van financiële instrumenten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

0290

Waarvan: beleggingsdiensten en nevendiensten met betrekking tot de onderliggende waarde van derivaten

Artikel 54, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU

3.   LIQUIDITEITSVEREISTEN

3.1   I 09.01 — LIQUIDITEITSVEREISTEN (I 9.1)

3.1.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Liquiditeitsvereiste

Artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

0020

Garanties aan cliënten

Artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033

De te rapporteren waarde is 1,6 % van het totale aan cliënten afgegeven garanties overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EU) 2019/2033.

0030

Totaal liquide activa

Artikel 43, lid 1, punt a), en artikel 43, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2033

Het totaal van de liquide activa wordt gerapporteerd na toepassing van de desbetreffende reductiefactoren.


BIJLAGE V

Deel I: Gemeenschappelijk Data Point Model (DPM)

Alle in de bijlagen bij deze verordening vermelde data worden omgezet in een gemeenschappelijk Data Point Model dat als basis dient voor uniforme IT-systemen van instellingen en bevoegde autoriteiten.

Het gemeenschappelijke Data Point Model voldoet aan de volgende criteria:

a)

het geeft een gestructureerde representatie van alle data-items in de bijlagen I, III en VIII;

b)

het identificeert alle in de bijlagen I tot en met IV, VIII en IX beschreven bedrijfsconcepten;

c)

het geeft een data dictionary met tabellabels, ordinaatlabels, aslabels, domeinlabels, dimensielabels en member-labels;

d)

het geeft maatstaven die de eigenschap of omvang van datapunten aangeven;

e)

het geeft definities van datapunten die zijn uitgedrukt als een samenstel van kenmerken die het concept eenduidig identificeren;

f)

het bevat alle noodzakelijke technische specificaties voor de ontwikkeling van IT-rapportageoplossingen die eenvormige data voor de toezichtsrapportage opleveren.

Deel II: Validatievoorschriften

Voor de in de bijlagen bij deze verordening vermelde data gelden validatievoorschriften die de kwaliteit en de consistentie van de data verzekeren.

De validatievoorschriften voldoen aan de volgende criteria:

a)

zij definiëren de logische relaties tussen de betrokken datapunten;

b)

zij bevatten filters en voorwaarden die een dataset definiëren waarop een validatievoorschrift van toepassing is;

c)

zij controleren de consistentie van de gerapporteerde data;

d)

zij controleren de nauwkeurigheid van de gerapporteerde data;

e)

zij stellen standaardwaarden vast die worden gehanteerd ingeval de desbetreffende informatie niet is gerapporteerd.


BIJLAGE VI

TEMPLATES OPENBAARMAKING EIGEN VERMOGEN

OPENBAARMAKING BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Template nummer Template

code

Naam

Verwijzing wetgeving

 

 

EIGEN VERMOGEN

 

1

I CC1

SAMENSTELLING TOETSINGSVERMOGEN

Artikel 49, lid 1, punt c)

2

I CC2

RECONCILIATIE EIGEN VERMOGEN MET GECONTROLEERDE JAARREKENINGEN

Artikel 49, lid 1, punt a)

3

I CCA

BELANGRIJKSTE KENMERKEN EIGEN VERMOGEN

Artikel 49, lid 1, punt b)

Template EU IF CC1.01 – Samenstelling toetsingsvermogen (beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)

 

 

a)

b)

 

 

Bedrag

Bron op basis van referentienummers/-letters van de balans in de gecontroleerde jaarrekening

Tier 1-kernkapitaal: instrumenten en reserves

1

EIGEN VERMOGEN

 

 

2

TIER 1-KAPITAAL

 

 

3

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

 

4

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

 

5

Agio

 

 

6

Ingehouden winsten

 

 

7

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

 

8

Overige reserves

 

 

9

Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen

 

 

10

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

 

11

Overige middelen

 

 

12

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

 

 

13

(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

 

14

(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

 

15

(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

 

16

(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

 

17

(-) Verlies van het lopende boekjaar

 

 

18

(-) Goodwill

 

 

19

(-) Andere immateriële activa

 

 

20

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

 

21

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

 

 

22

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

 

 

23

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

24

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

25

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

 

26

(-) Andere aftrekkingen

 

 

27

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

28

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

 

29

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

 

30

Agio

 

 

31

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

 

32

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

 

 

33

(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

 

34

(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

 

35

(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

 

36

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

37

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

38

(-) Andere aftrekkingen

 

 

39

Aanvullend-tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

40

TIER 2-KAPITAAL

 

 

41

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

 

42

Agio

 

 

43

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

 

 

44

(-) Eigen tier 2-instrumenten

 

 

45

(-) Direct bezit tier 2-instrumenten

 

 

46

(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten

 

 

47

(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten

 

 

48

(-)Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

49

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

50

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

Template EU I CC1.02 – Samenstelling toetsingsvermogen (Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)

 

 

a)

b)

 

 

Bedrag

Bron op basis van referentienummers/-letters van de balans in de gecontroleerde jaarrekening

Tier 1-kernkapitaal: instrumenten en reserves

1

EIGEN VERMOGEN

 

 

2

TIER 1-KAPITAAL

 

 

3

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

 

4

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

 

5

Agio

 

 

6

Ingehouden winsten

 

 

7

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

 

8

Overige reserves

 

 

9

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

 

10

Overige middelen

 

 

11

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

 

 

12

(-) Verlies van het lopende boekjaar

 

 

13

(-) Goodwill

 

 

14

(-) Andere immateriële activa

 

 

15

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

 

16

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

 

 

17

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

 

 

18

(-) Andere aftrekkingen

 

 

19

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

20

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

 

21

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

 

22

Agio

 

 

23

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

 

24

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

25

TIER 2-KAPITAAL

 

 

26

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

 

27

Agio

 

 

28

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

 

 

29

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

Template EU IF CC1.03 – Samenstelling toetsingsvermogen (Groepskapitaalcriterium)

 

 

a)

b)

 

 

Bedrag

Bron op basis van referentienummers/-letters van de balans in de gecontroleerde jaarrekening

Tier 1-kernkapitaal: instrumenten en reserves

1

EIGEN VERMOGEN

 

 

2

TIER 1-KAPITAAL

 

 

3

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

 

4

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

 

5

Agio

 

 

6

Ingehouden winsten

 

 

7

Ingehouden winsten voorgaande jaren

 

 

8

In aanmerking komende winsten of verliezen

 

 

9

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

 

10

Overige reserves

 

 

11

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

 

12

Overige middelen

 

 

13

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

 

 

14

(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

 

15

(-) Verlies van het lopende boekjaar

 

 

16

(-) Goodwill

 

 

17

(-) Andere immateriële activa

 

 

18

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

 

19

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

 

 

20

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

 

 

21

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

22

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

 

23

(-) Andere aftrekkingen

 

 

24

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

25

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

 

26

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

 

27

Agio

 

 

28

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

 

29

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

 

 

30

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

31

(-) Andere aftrekkingen

 

 

32

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

33

TIER 2-KAPITAAL

 

 

34

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

 

35

Agio

 

 

36

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

 

 

37

(-) Eigen tier 2-instrumenten

 

 

38

(-)Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

39

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

 

Template EU ICC2: Eigen vermogen: Reconciliatie van het toetsingsvermogen en de balans in de gecontroleerde jaarrekening

Flexibele template

Rijen worden gerapporteerd volgens de balans in de gecontroleerde jaarrekeningen van de beleggingsonderneming.

De kolommen worden niet gewijzigd, tenzij de beleggingsonderneming dezelfde boekhoudkundige en wettelijke consolidatiekring heeft. In dat geval hoeven de volumes alleen in kolom a) te worden ingevuld.

 

 

a

b

c

 

 

Balans zoals in gepubliceerde/gecontroleerde jaarrekening

Volgens wettelijke consolidatiekring

Krijsverwijzing naar EU IF CC1

 

 

Per einde periode

Per einde periode

 

Activa – Uitsplitsing in activaklassen volgens de balans in de gepubliceerde/gecontroleerde jaarrekening

1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

4

 

 

 

 

5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

xxx

Totaal activa

 

 

 

Passiva – Uitsplitsing in passivaklassen volgens de balans in de gepubliceerde/gecontroleerde jaarrekening

1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

xxx

Totaal passiva

 

 

 

Eigen vermogen

1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

xxx

Totaal eigen vermogen

 

 

 

Template EU I CCA Eigen vermogen: belangrijkste kenmerken van door de onderneming uitgegeven eigen instrumenten

 

 

a

 

 

Vrije tekst

1

Emittent

 

2

Unieke identificatiecode (bv. CUSIP-, ISIN- of Bloomberg-identificatiecode voor onderhandse plaatsing)

 

3

Openbare uitgifte of onderhandse plaatsing

 

4

Toepasselijke wet(ten) voor het instrument

 

5

Type instrument (types vermelden per rechtsgebied)

 

6

In het toetsingsvermogen opgenomen bedrag (valuta in miljoenen, per recentste rapportagedatum)

 

7

Nominaal bedrag van het instrument

 

8

Uitgifteprijs

 

9

Aflossingsprijs

 

10

Boekhoudkundige indeling

 

11

Oorspronkelijke datum van uitgifte

 

12

Perpetueel of bepaalde looptijd

 

13

Oorspronkelijke vervaldatum

 

14

Vervroegd aflosbaar door de emittent behoudens voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder

 

15

Optionele calldatum, voorwaardelijke calldatums en aflossingsbedrag

 

16

Eventuele verdere calldatums

 

 

Coupons/dividenden

 

17

Vaste of variabele dividenden/coupons

 

18

Couponrente en gerelateerde indexen

 

19

Bestaan van een “dividend stopper”

 

20

Volledig discretionair, gedeeltelijk discretionair of verplicht (wat tijdsaspect betreft)

 

21

Volledig discretionair, discretionair of verplicht (wat tijdsaspect betreft)

 

22

Het instrument heeft een oplopende couponrente of er is een andere prikkel om af te lossen

 

23

Niet-cumulatief of cumulatief

 

24

Converteerbaar of niet-converteerbaar

 

25

Indien converteerbaar, conversietrigger(s)

 

26

Indien converteerbaar, volledig of gedeeltelijk

 

27

Indien converteerbaar, conversiekoers

 

28

Indien converteerbaar, verplichte of optionele conversie

 

29

Indien converteerbaar, aangeven in welk soort instrument het kapitaalinstrument converteerbaar is

 

30

Indien converteerbaar, de emittent specificeren vermelden het instrument waarin geconverteerd wordt.

 

31

Write-down features

 

32

Indien afwaardering, write-down trigger(s)

 

33

Indien afwaardering, volledig of gedeeltelijk

 

34

Indien afwaardering, permanent of tijdelijk

 

35

Indien tijdelijke afwaardering, beschrijving van het opwaarderingsmechanisme

 

36

Niet-conforme overgegane kenmerken

 

37

Zo ja, vermeld niet-conforme kenmerken.

 

38

Link naar de volledige voorwaarden van het instrument (signposting)

 

(1) Vul “n.v.t.” in indien de vraag niet van toepassing is.


BIJLAGE VII

INSTRUCTIES VOOR OPENBAARMAKINGSTEMPLATES EIGEN VERMOGEN

Template EU I CC1.01, EU I CC1.02 en EU I CC1.03 — Samenstelling toetsingsvermogen

1.

Beleggingsondernemingen volgen de instructies uit deze bijlage bij het invullen van template EU I CC1 in bijlage VI overeenkomstig artikel 49, lid 1, punten a) en c), van Verordening (EU) 2019/2033.

2.

Beleggingsondernemingen vullen kolom b) in om de bron van alle belangrijke input aan te geven, met kruisverwijzingen naar de bijbehorende rijen in template EU I CC2.

3.

Beleggingsondernemingen nemen in de toelichting bij de template een beschrijving op van alle beperkingen die zijn toegepast op de berekening van het eigen vermogen overeenkomstig artikel 49, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 en van de instrumenten en aftrekkingen waarop die beperkingen van toepassing zijn. Zij geven ook toelichting bij de belangrijkste mutaties in de openbaar gemaakte bedragen ten opzichte van de voorgaande openbaarmakingsperioden.

4.

Deze template is vast: beleggingsondernemingen moeten bij hun openbaarmakingen het format van bijlage VI precies aanhouden.

5.

Beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen maken de informatie over de samenstelling van hun eigen vermogen openbaar volgens template EU I CC1.01 in bijlage VI. Ook kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen met uitgiften van aanvullend-tier 1-instrumenten maken de informatie over de samenstelling van hun eigen vermogen openbaar volgens template EU I CC1.02 in bijlage VI.

Template EU I CC1.01 — Samenstelling toetsingsvermogen (beleggingsondernemingen niet zijnde kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Eigen vermogen

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1-kernkapitaal, aanvullend-tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal.

Deze rij is de som van de rijen 2 en 40.

2

Tier 1-kapitaal

Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal.

Deze rij is de som van de rijen 3 en 28.

3

Tier 1-kernkapitaal

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 4-12 en 27 wordt openbaar gemaakt.

4

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen.

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen.

In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld.

5

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

6

Ingehouden winsten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Ingehouden winsten” omvatten de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten.

7

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

8

Overige reserves

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het openbaar te maken bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen.

9

Als tier 1-kernkapitaal opgenomen minderheidsbelangen

De som van alle bedragen aan minderheidsbelangen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal worden opgenomen.

10

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013

11

Overige middelen

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

12

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

De totale som van de rijen 13 en 17-26 wordt openbaar gemaakt.

13

(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij openbaar gemaakt.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

14

(-) Direct bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten

15

(-) Indirect bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Door de beleggingsonderneming gehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten

16

(-) Synthetisch bezit tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 114, artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

17

(-) Verlies van het lopende boekjaar

Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

18

(-) Goodwill

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

19

(-) Andere immateriële activa

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Andere immateriële activa” omvatten de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

20

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

21

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

22

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

23

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013

24

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013

25

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

26

(-) Andere aftrekkingen

De som van andere in artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde aftrekkingen.

27

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 1, 2 en 3, en artikelen 484 tot en met 487 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen in verband met aanvullende minderheidsbelangen (artikelen 479 en 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 1-kernkapitaal (artikelen 469 tot en met 478 en artikel 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Andere tier 1-kernkapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 1-kernkapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 4 tot en met 26 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

28

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 29-31 en 39 wordt openbaar gemaakt.

29

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

30

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

31

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 32 en 36-38 wordt openbaar gemaakt.

32

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

In het openbaar te maken bedrag wordt het met de eigen aandelen verband houdende agio opgenomen.

33

(-) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

34

(-) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

35

(-) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

36

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

37

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

38

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet in een van de rijen hierboven zijn opgenomen.

39

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 4 en 5, artikelen 484 tot en met 487 en artikelen 489 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het aanvullend-tier 1-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 85 en 86 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend tier 1-kapitaal van dochterondernemingen die in het geconsolideerde aanvullend-tier 1-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013)

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming in het aanvullend-tier 1-kapitaal van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen aan het in aanmerking komend tier 1-kapitaal dat in geconsolideerd aanvullend-tier 1-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 474, 475, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van aftrekkingen als gevolg van overgangsbepalingen.

Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt, overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt j), van Verordening (EU) nr. 575/2013 afgetrokken van het tier-1-kernkapitaal: Aanvullend-tier 1-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 28 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken en is het gelijk aan het tegengestelde getal van het van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt dat, samen met andere aftrekkingen, in rij 38 is opgenomen.

Andere aanvullend-tier 1-bestanddelen of aftrekkingen van een aanvullend-tier 1-bestanddeel die niet aan een van de rijen 29 tot en met 38 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

40

TIER 2-KAPITAAL

Artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 41-43 en 50 wordt openbaar gemaakt.

41

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

42

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

43

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013

44

(-) Eigen tier 2-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij openbaar gemaakt.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

45

(-) Direct bezit tier 2-instrumenten

Artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

46

(-) Indirect bezit tier 2-instrumenten

Artikel 4, lid 1, punt 114), artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

47

(-) Synthetisch bezit tier 2-instrumenten

Artikel 4, lid 1, punt 126), artikel 63, punt b), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

48

(-)Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

49

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 4, lid 1, punt 27, artikel 66, punt d), en artikelen 68, 69 en 79 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het bezit van de instelling aan tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector (in de zin van artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) nr. 575/2013) waarin de beleggingsonderneming een aanzienlijke deelneming heeft, wordt in zijn geheel afgetrokken.

50

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 6 en 7, artikelen 484, 486, 488, 490 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het tier 2-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 87 en 88 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend eigen vermogen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 2-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven gekwalificeerd tier 2-kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013)

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming in het tier 2-kapitaal van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): Aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen van het in aanmerking komend eigen vermogen dat in het geconsolideerde tier 2-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het tier 2-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 476, 477, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 2-kapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Van tier 2-bestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt, overeenkomstig artikel 56, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 afgetrokken van het aanvullend-tier-1-kapitaal: tier 2-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de tier 2-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare tier 2-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 40 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken.

Andere tier 2-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 2-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 41 tot en met 49 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

Template EU I CC1.02 — Samenstelling toetsingsvermogen (Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen)

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Eigen vermogen

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1-kernkapitaal, aanvullend-tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal.

De totale som van de rijen 2 en 25 wordt openbaar gemaakt.

2

Tier 1-kapitaal

Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal.

De totale som van de rijen 3 en 20 wordt openbaar gemaakt.

3

Tier 1-kernkapitaal

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 4-11 en 19 wordt openbaar gemaakt.

4

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen.

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen.

In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld.

5

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

6

Ingehouden winsten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten.

7

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

8

Overige reserves

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het openbaar te maken bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen.

9

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013

10

Overige middelen

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

11

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

De totale som van rijen 12-18 wordt openbaar gemaakt.

12

(-) Verlies van het lopende boekjaar

Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

13

(-) Goodwill

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

14

(-) Andere immateriële activa

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

15

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

16

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

17

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

18

(-) Andere aftrekkingen

De som van andere in artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde aftrekkingen.

19

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 1, 2 en 3, en artikelen 484 tot en met 487 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen in verband met aanvullende minderheidsbelangen (artikelen 479 en 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 1-kernkapitaal (artikelen 469 tot en met 478 en artikel 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Andere tier 1-kernkapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 1-kernkapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 4 tot en met 18 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

20

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van rijen 21-24 wordt openbaar gemaakt.

21

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

22

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

23

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013

24

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 4 en 5, artikelen 484 tot en met 487 en artikelen 489 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het aanvullend-tier 1-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 85 en 86 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend tier 1-kapitaal van dochterondernemingen die in het geconsolideerde aanvullend-tier 1-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming in het aanvullend-tier 1-kapitaal van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen aan het in aanmerking komend tier 1-kapitaal dat in geconsolideerd aanvullend-tier 1-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 474, 475, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van aftrekkingen als gevolg van overgangsbepalingen.

Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt, overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt j), van Verordening (EU) nr. 575/2013 afgetrokken van het tier-1-kernkapitaal: Aanvullend-tier 1-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 20 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken en is het gelijk aan het tegengestelde getal van het van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt dat, samen met andere aftrekkingen, in rij 18 is opgenomen.

Andere aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 21 tot en met 23 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

25

TIER 2-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van rijen 26-29 wordt openbaar gemaakt.

26

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

27

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

29

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013

30

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 6 en 7, artikelen 484, 486, 488, 490 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het tier 2-kapitaal worden opgenomen (artikelen 83, 87 en 88 van Verordening (EU) nr. 575/2013): De som van alle bedragen aan in aanmerking komend eigen vermogen van dochterondernemingen die in het geconsolideerde tier 2-kapitaal zijn opgenomen, met inbegrip van door een special purpose entity uitgegeven gekwalificeerd tier 2-kapitaal (artikel 83 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming in het tier 2-kapitaal van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten (artikel 480 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen als gevolg van overgangsbepalingen van het in aanmerking komend eigen vermogen dat in het geconsolideerde tier 2-kapitaal wordt opgenomen.

Overige overgangsaanpassingen van het tier 2-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 476, 477, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 2-kapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Van tier 2-kapitaalbestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt, overeenkomstig artikel 56, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 afgetrokken van het aanvullend-tier 1-kapitaal: tier 2-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de tier 2-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare tier 2-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 25 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken.

Andere tier 2-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 2-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 26 tot en met 28 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

Template EU I CC1.03 — Samenstelling toetsingsvermogen (Groepskapitaalcriterium)

6.

De in artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde entiteiten die voor de toepassing van datzelfde artikel in aanmerking komen, maken de informatie over de samenstelling van hun eigen vermogen openbaar met template EU I CC1.03 en volgens de onderstaande instructies.

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

EIGEN VERMOGEN

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal.

2

TIER 1-KAPITAAL

Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal.

3

TIER 1-KERNKAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013

4

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen.

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen.

In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld.

5

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

6

Ingehouden winsten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten.

7

Ingehouden winsten voorgaande jaren

Artikel 4, lid 1, punt 123), en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”.

8

In aanmerking komende winsten of verliezen

Artikel 4, lid 1, punt 121, artikel 26, lid 2, en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld.

Daartegenover staat dat krachtens artikel 36, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 verliezen van het tier 1-kernkapitaal moeten worden afgetrokken.

9

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

10

Overige reserves

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het openbaar te maken bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen.

11

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013

12

Overige middelen

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

13

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

De totale som van rijen 14-23 wordt openbaar gemaakt.

14

(-) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd.

In het openbaar te maken bedrag wordt het met de eigen aandelen verband houdende agio opgenomen.

15

(-) Verlies van het lopende boekjaar

Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

16

(-) Goodwill

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

17

(-) Andere immateriële activa

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

18

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

19

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

20

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

21

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013

22

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

23

(-) Andere aftrekkingen

De som van andere in artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde aftrekkingen.

24

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 1, 2 en 3, en artikelen 484 tot en met 487 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 1-kernkapitaal (artikelen 469 tot en met 478 en artikel 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Andere tier 1-kernkapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 1-kernkapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 4 tot en met 23 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

25

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 26-28 en 32 wordt openbaar gemaakt.

26

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

27

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

28

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 29-31 wordt openbaar gemaakt.

29

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

In het openbaar te maken bedrag wordt het met de eigen aandelen verband houdende agio opgenomen.

30

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

31

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van de aftrekkingen overeenkomstig artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in rij 0340 of 0380.

32

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 4 en 5, artikelen 484 tot en met 487 en artikelen 489 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 474, 475, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van aftrekkingen als gevolg van overgangsbepalingen.

Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt, overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt j), van Verordening (EU) nr. 575/2013 afgetrokken van het tier-1-kernkapitaal: Aanvullend-tier 1-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0300 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken en is het gelijk aan het tegengestelde getal van het van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt dat, samen met andere aftrekkingen, in rij 23 is opgenomen.

Andere aanvullend-tier 1-bestanddelen of aftrekkingen van een aanvullend-tier 1-bestanddeel die niet aan een van de rijen 26 tot en met 31 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

33

TIER 2-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 34-36 en 39 wordt openbaar gemaakt.

34

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

35

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post openbaar te maken bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

36

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013

37

(-) Eigen tier 2-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij openbaar gemaakt.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt opgenomen in het openbaar te maken bedrag.

38

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

39

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 6 en 7, artikelen 484, 486, 488, 490 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 2-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 476, 477, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 2-kapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Van tier 2-kapitaalbestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt, overeenkomstig artikel 56, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 afgetrokken van het aanvullend-tier 1-kapitaal: tier 2-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de tier 2-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare tier 2-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 33 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken.

Andere tier 2-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 2-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 34 tot en met 38 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

Template EU I CC2 — Reconciliatie van het toetsingsvermogen en de balans in de gecontroleerde jaarrekeningen

7.

Beleggingsondernemingen volgende de instructies uit deze bijlage bij het invullen van template EU I CC2 in bijlage VI, overeenkomstig artikel 49, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

8.

Beleggingsondernemingen maken de in hun gepubliceerde jaarrekeningen opgenomen balans openbaar. “Jaarrekeningen” zijn de gecontroleerde jaarrekeningen voor openbaarmakingen aan het eind van het jaar.

9.

De rijen van de template zijn flexibel en moeten door beleggingsondernemingen overeenkomstig hun jaarrekeningen worden openbaar gemaakt. De eigenvermogensbestanddelen in de gecontroleerde jaarrekeningen moeten alle posten omvatten die onderdeel zijn van of afgetrokken worden van het toetsingsvermogen, daaronder begrepen eigen vermogen, verplichtingen zoals schuld of andere balansposten die van invloed zijn op het toetsingsvermogen zoals immateriële activa, goodwill, uitgestelde belastingvorderingen. Beleggingsondernemingen moeten de eigenvermogensbestanddelen van de balans zodanig uitwerken dat alle in de openbaarmakingstemplate voor de samenstelling van het eigen vermogen (template EU I CC1) opgenomen componenten afzonderlijk worden weergegeven. Beleggingsondernemingen moeten balansposten slechts zo gedetailleerd uitwerken als noodzakelijk voor het afleiden van de componenten die voor template EU I CC1 vereist zijn. De openbaarmaking moet in verhouding staan tot de complexiteit van de balans van de beleggingsonderneming.

10.

De kolommen staan vast en worden als volgt openbaar gemaakt:

a.

Kolom a: Beleggingsondernemingen nemen de cijfers op die zijn gerapporteerd in de balans die in hun gepubliceerde jaarrekening is opgenomen overeenkomstig de boekhoudkundige consolidatiekring.

b.

Kolom b: Beleggingsondernemingen rapporteren de cijfers die overeenstemmen met de wettelijke consolidatiekring.

c.

Kolom c: Beleggingsondernemingen nemen de kruisverwijzingen tussen het eigenvermogensbestanddeel op in template EU I CC2 en de desbetreffende bestanddelen in template EU I CC1 voor de openbaarmaking van het eigen vermogen. De verwijzing in kolom c van template EU I CC2 wordt gekoppeld aan de verwijzing in kolom b) van template EU I CC1.

11.

In de volgende gevallen wordt, wanneer de boekhoudkundige consolidatiekring en de prudentiële consolidatiekring van de beleggingsonderneming precies dezelfde zijn, alleen kolom a) ingevuld, en wordt dit feit duidelijk openbaar gemaakt:

d.

Indien beleggingsondernemingen op geconsolideerde basis aan de prudentiële vereisten voor beleggingsonderneming van deel zes van Verordening (EU) 2019/2033 voldoen maar de consolidatiekring en de consolidatiemethode die in de balans in de jaarrekeningen worden gebruikt, identiek zijn aan de consolidatiekring en consolidatiemethode overeenkomstig deel een, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) 2019/2033, en de beleggingsondernemingen in de toelichting bij de template duidelijk aangeven dat er tussen de betrokken consolidatiekringen en consolidatiemethoden geen verschillen zijn.

e.

Indien beleggingsondernemingen op individuele basis aan de verplichtingen van deel zes van Verordening (EU) 2019/2033 voldoen.

Tabel EU I CCA — Belangrijkste kenmerken van door de onderneming uitgegeven eigen instrumenten

12.

Beleggingsondernemingen volgende de instructies uit deze bijlage bij het invullen van template EU I CCA in bijlage VI, overeenkomstig artikel 49, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

13.

Beleggingsondernemingen vullen tabel EU I CCA voor de volgende categorieën in: tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-instrumenten.

14.

De tabellen omvatten aparte kolommen met de kenmerken van elk wettelijk eigenvermogensinstrument. In gevallen waarin verschillende instrumenten van eenzelfde categorie identieke kenmerken hebben, mogen beleggingsondernemingen deze identieke kenmerken in één kolom vermelden onder opgave van de uitgiften waarop de identieke kenmerken betrekking hebben.

Instructies voor het invullen van de tabel met de belangrijkste kenmerken van door de onderneming uitgegeven eigenvermogensinstrumenten

Rijnummer

Toelichting

1

Emittent

Identificeert uitgevende juridische entiteit.

Vrije tekst

2

Unieke identificatiecode (bv. CUSIP-, ISIN- of Bloomberg-identificatiecode voor onderhandse plaatsing)

Unieke identificatiecode (bv. CUSIP-, ISIN- of Bloomberg-identificatiecode voor onderhandse plaatsing)

Vrije tekst

3

Openbare uitgifte of onderhandse plaatsing

Specificeert of het instrument openbaar is uitgegeven of onderhands is geplaatst.

Kies uit het menu: [Openbaar] [Onderhands]

4

Toepasselijke wet(ten) voor het instrument

Specificeert de voor het instrument geldende wetgeving.

Vrije tekst

5

Type instrument (types vermelden per rechtsgebied)

Specificeert het soort instrument, volgens rechtsgebied.

Selecteer voor tier1-kernkapitaal-instrumenten de naam van het instrument in de tier1-kernkapitaal-lijst die door de EBA wordt gepubliceerd.

Kies voor andere instrumenten uit: door elk rechtsgebied aan beleggingsondernemingen te verstrekken menu-opties — referenties naar de artikelen van Verordening (EU) 2019/2033 voor elk type op te nemen instrument

6

In het toetsingsvermogen opgenomen bedrag (valuta in miljoenen, per recentste rapportagedatum)

Specificeert het in het toetsingsvermogen opgenomen bedrag (totaalbedrag van het instrument dat voor het relevante niveau van de openbaarmaking is opgenomen in het toetsingsvermogen vóór overgangsbepalingen — voor de rapportageverplichtingen gebruikte valuta).

Vrije tekst — geef met name aan of sommige delen van de instrumenten tot verschillende wettelijke eigenvermogensklassen behoren en of het in het toetsingsvermogen opgenomen bedrag verschilt van het uitgegeven bedrag.

7

Nominaal bedrag van het instrument

Nominaal bedrag van het instrument (in de valuta van uitgifte en de valuta die voor de rapportageverplichtingen is gebruikt).

Vrije tekst

8

Uitgifteprijs

Uitgifteprijs van het instrument.

Vrije tekst

9

Aflossingsprijs

Aflossingsprijs van het instrument.

Vrije tekst

10

Boekhoudkundige indeling

Specificeert boekhoudkundige indeling.

Kies uit het menu: [Eigen vermogen] [Vreemd vermogen — geamortiseerde kostprijs] [Vreemd vermogen — waardering tegen reële waarde] [Minderheidsbelang in geconsolideerde dochteronderneming]

11

Oorspronkelijke datum van uitgifte

Specificeert datum van uitgifte.

Vrije tekst

12

Perpetueel of bepaalde looptijd

Specificeert of het om een perpetuele of bepaalde looptijd gaat.

Kies uit het menu: [Perpetueel] [Bepaald]

13

Oorspronkelijke vervaldatum

Voor een instrument met een bepaalde looptijd de oorspronkelijke vervaldatum specificeren (dag, maand en jaar). Voor een perpetueel instrument “geen vervaldatum” vermelden.

Vrije tekst

14

Vervroegd aflosbaar door de emittent na voorafgaande goedkeuring door de toezichthouder

Specificeert of er een calloptie is voor de uitgevende instelling (alle soorten callopties).

Kies uit het menu: [Ja] [Nee]

15

Optionele calldatum, voorwaardelijke calldatums en aflossingsbedrag

Voor instrumenten met een calloptie voor de emittent de eerste calldatum specificeren indien het instrument een calloptie op een bepaald datum (dag, maand en jaar) heeft en daarnaast vermelden of het instrument een fiscale en/of regulatory event call heeft. Ook de prijs bij vervroegde aflossing vermelden. Nuttig om de permanentie te beoordelen.

Vrije tekst

16

Eventuele verdere calldatums

Specificeert het bestaan en de frequentie van eventuele verdere calldatums. Nuttig om de permanentie te beoordelen.

Vrije tekst

17

Vaste of variabele dividenden/coupons

Specificeert of de coupon/het dividend: vast is gedurende de looptijd van het instrument, of variabel gedurende de looptijd van het instrument, dan wel momenteel vast is maar in de toekomst variabel zal worden, of momenteel variabel is maar in de toekomst vast zal worden.

Kies uit het menu: [Vast] [Variabel] [Vast naar variabel] [Variabel naar vast]

18

Couponrente en gerelateerde indexen

Specificeert de couponrente van het instrument en gerelateerde indexen waarnaar de couponrente/het dividendpercentage verwijst.

Vrije tekst

19

Bestaan van een “dividend stopper”

Specificeert of de niet-betaling van een coupon of een dividend op het instrument de betaling van dividenden op gewone aandelen belet (d.w.z. of er een “dividend stopper” is).

Kies uit het menu: [Ja] [Nee]

20

Volledig discretionair, gedeeltelijk discretionair of verplicht (wat tijdsaspect betreft)

Specificeert of de emittent discretionair, gedeeltelijk discretionair of niet discretionair een coupon/dividend betaalt. Indien de instelling volledige discretie heeft om onder alle omstandigheden coupon-/dividendbetalingen te annuleren, moet zij “volledig discretionair” kiezen (ook wanneer er een dividend stopper is die niet tot gevolg heeft dat de instelling wordt belet betalingen op het instrument te annuleren). Indien aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan voordat de betaling kan worden geannuleerd (bv. het eigen vermogen moet onder een bepaalde drempel liggen), moet de instelling “gedeeltelijk discretionair” kiezen. Indien de instelling de betaling alleen kan annuleren bij insolventie van de instelling, moet zij “verplicht” kiezen.

Kies uit het menu: [Volledig discretionair] [Gedeeltelijk discretionair] [Verplicht]

Vrije tekst (redenen voor discretionaire betaling, bestaan van dividend pushers, dividend stoppers, ACSM — Alternative Coupon Satisfaction Mechanism)

21

Volledig discretionair, discretionair of verplicht (wat tijdsaspect betreft)

Specificeert of de emittent volledige, gedeeltelijke of geen discretie heeft over het al of niet betalen van een coupon/dividend.

Kies uit het menu: [Volledig discretionair] [Gedeeltelijk discretionair] [Verplicht]

22

Bestaan van oplopende couponrente of een andere prikkel om af te lossen

Specificeert of het instrument een oplopende couponrente heeft dan wel of er een andere prikkel is om het af te lossen

Kies uit het menu: [Ja] [Nee]

23

Niet-cumulatief of cumulatief

Specificeert of dividenden/coupons cumulatief of niet-cumulatief zijn.

Kies uit het menu: [Niet-cumulatief] [Cumulatief] [ACSM]

24

Converteerbaar of niet-converteerbaar

Specificeert of het instrument converteerbaar is of niet.

Kies uit het menu: [Converteerbaar] [Niet-converteerbaar]

25

Indien converteerbaar, conversietrigger(s)

Specificeert de voorwaarden waaronder het instrument geconverteerd wordt, daaronder begrepen het punt van niet-levensvatbaarheid (PoNV). Indien een of meer autoriteiten bevoegd zijn om de conversie te triggeren, worden die autoriteiten vermeld. Voor elk van de autoriteiten wordt aangegeven of de contractvoorwaarden van het instrument in de rechtsgrondslag voorzien op basis waarvan de autoriteit de conversie kan triggeren (contractuele benadering), dan wel of de wetgeving in de rechtsgrondslag voorziet (wettelijke benadering).

Vrije tekst

26

Indien converteerbaar, volledig of gedeeltelijk

Specificeert of het instrument steeds volledig converteerbaar is, volledig of gedeeltelijk converteerbaar is, of steeds gedeeltelijk wordt geconverteerd.

Kies uit het menu: [Steeds volledig] [Volledig of gedeeltelijk] [Steeds gedeeltelijk]

27

Indien converteerbaar, conversiekoers

Specificeert koers voor conversie in het meer verliesabsorberende instrument.

Vrije tekst

28

Indien converteerbaar, verplichte of optionele conversie

Specificeert voor converteerbare instrumenten of conversie verplicht is of optioneel.

Kies uit het menu: [Verplicht] [Optioneel] [n.v.t.] en [naar keuze van de houders] [naar keuze van de emittent] [naar keuze van zowel houders als emittent]

29

Indien converteerbaar, aangeven in welk soort instrument het kapitaalinstrument converteerbaar is

Specificeert voor converteerbare instrumenten in welk soort instrument het instrument converteerbaar is.

Kies uit het menu: [tier 1-kernkapitaal] [Aanvullend-tier 1] [Tier 2] [Andere]

30

Indien converteerbaar, de emittent specificeren vermelden het instrument waarin geconverteerd wordt.

Specificeer, indien converteerbaar, de emittent van het instrument waarin geconverteerd wordt.

Vrije tekst

31

Write-down features

Specificeert of er een write-down feature is.

Kies uit het menu: [Ja] [Nee]

32

Indien afwaardering, write-down trigger(s)

Specificeert de triggers waarop afwaardering plaatsvindt, daaronder begrepen het punt van niet-levensvatbaarheid (PoNV). Indien een of meer autoriteiten bevoegd zijn om de afwaardering te triggeren, worden die autoriteiten vermeld. Voor elk van de autoriteiten wordt aangegeven of de contractvoorwaarden van het instrument in de rechtsgrondslag voorzien op basis waarvan de autoriteit afwaardering kan triggeren (contractuele benadering), dan wel of de wetgeving in de rechtsgrondslag voorziet (wettelijke benadering).

Vrije tekst

33

Indien afwaardering, volledig of gedeeltelijk

Specificeert of het instrument steeds volledig afgeboekt wordt, gedeeltelijk kan worden afgeboekt, of steeds gedeeltelijk wordt afgeboekt. Nuttig om het niveau van verliesabsorptie bij afwaardering te beoordelen.

Kies uit het menu: [Steeds volledig] [Volledig of gedeeltelijk] [Steeds gedeeltelijk]

34

Indien afwaardering, permanent of tijdelijk

Specificeert voor afboekbare instrumenten of de afwaardering permanent of tijdelijk is.

Kies uit het menu: [Permanent] [Tijdelijk] [n.v.t.]

35

Indien tijdelijke afwaardering, beschrijving van het opwaarderingsmechanisme

Beschrijft het opwaarderingsmechanisme.

Vrije tekst

36

Niet-conforme overgegane kenmerken

Specificeert of er niet-conforme kenmerken zijn.

Kies uit: [Ja] of [Nee].

37

Zo ja, niet-conforme kenmerken specificeren.

Indien er niet-conforme kenmerken zijn, specificeert de instelling welke.

Vrije tekst

38

Link naar de volledige voorwaarden van het instrument (signposting)

Beleggingsondernemingen nemen de hyperlink op die toegang geeft tot het prospectus van de uitgifte, dat alle voorwaarden van het instrument bevat.


BIJLAGE VIII

RAPPORTAGE GROEPSKAPITAALCRITERIUM

TEMPLATES BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Templatenummer

Templatecode

Naam template/groep templates

Verkorte naam

 

 

GROEPSKAPITAALCRITERIUM

 

11.1

I 11.01

SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM

I11.1

11.2

I 11.02

EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM

I11.2

11.3

I 11.03

INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN

I11.3

I 11.01 – SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.1)

Rijen

Post

Bedrag

0010

0010

EIGEN VERMOGEN

 

0020

TIER 1-KAPITAAL

 

0030

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

0040

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

0050

Agio

 

0060

Ingehouden winsten

 

0070

Ingehouden winsten voorgaande jaren

 

0080

In aanmerking komende winst

 

0090

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

0100

Overige reserves

 

0120

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

0130

Overige middelen

 

0145

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

 

0150

(-) Eigen tier 1-kerninstrumenten

 

0190

(-) Verlies van het lopende boekjaar

 

0200

(-) Goodwill

 

0210

(-) Andere immateriële activa

 

0220

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

0230

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

 

0240

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

 

0250

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

 

0270

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

0280

(-) Andere aftrekkingen

 

0295

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

0300

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

0310

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

0320

Agio

 

0335

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

0340

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

 

0380

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

 

0400

(-) Andere aftrekkingen

 

0415

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

0420

TIER 2-KAPITAAL

 

0430

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

 

0440

Agio

 

0455

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

 

0460

(-) Eigen tier 2-instrumenten

 

0500

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

 

0525

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

 

I 11.02 – EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN – GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.2)

 

 

Bedrag

Rijen

Post

0010

0010

Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft

 

0020

Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft

 

0030

Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft

 

0040

Belangen van entiteiten uit de financiële sector in de beleggingsondernemingsgroep voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd

 

0050

Achtergestelde vorderingen van entiteiten uit de financiële sector binnen de beleggingsondernemingsgroep

 

0060

Voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van entiteiten binnen de beleggingsondernemingsgroep

 

0070

Totale eigenvermogensvereisten voor de dochterondernemingen

 

I 11.03: INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN (I11.3)

Code

Type code

Naam van de onderneming

Moeder-/dochteronderneming

Land

Beleggingen door de moederonderneming

Voorwaardelijke verplichtingen van de moederonderneming ten aanzien van de entiteit

Totale eigenvermogensvereisten

 

Tier 1-kernkapitaal

Aanvullend tier-1-kapitaal

Tier 2-kapitaal

Bezit

Achtergestelde vorderingen

Permanent minimumkapitaalvereiste

K-factorvereiste

Vastekostenvereisten

 

Activa onder beheer

Aangehouden gelden cliënten – Op gescheiden rekeningen

Aangehouden gelden cliënten – Op niet-gescheiden rekeningen

Activa onder bewaring en beheer

Verwerkte orders van cliënten – Contante transacties

Verwerkte orders van cliënten – Derivatentransacties

K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR)

Verleende clearingmarge (K-CMG)

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Contante transacties

Dagelijkse transactiestroom (DTF) – Derivatentransacties

K-concentratierisicovereiste (K-CON)

0010

0020

0030

0040

0050

0060

0070

0080

0090

0100

0110

0120

0130

0140

0150

0160

0170

0180

0190

0200

0210

0220

0230

0240

0250

0260

0270

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE IX

RAPPORTAGE GROEPSKAPITAALCRITERIUM

Inhoudsopgave

DEEL I:

ALGEMENE INSTRUCTIES 162

1.

Opzet en conventies 162

1.1

Opzet 162

1.2

Gebruik van nummering 162

1.3

Gebruik van tekens 162

DEEL II:

INSTRUCTIES IN VERBAND MET DE TEMPLATES 163

1.

EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING 163

1.1

Algemene opmerkingen 163

1.2.

I 11.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.1) 163

1.2.1.

Instructies voor specifieke posities 163

1.3

I 11.02 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.2) 169

1.3.1.

Instructies voor specifieke posities 169

1.4

IF 11.03 — INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN (IF11.3) 170

1.4.1.

Instructies voor specifieke posities 170

DEEL I:   ALGEMENE INSTRUCTIES

1.   Opzet en conventies

1.1   Opzet

1.

In totaal bestaat de rapportage over het groepskapitaalcriterium uit twee templates:

(a)

Samenstelling eigen vermogen

(b)

Eigenvermogensinstrumenten.

2.

Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elk blok templates, instructies voor specifieke posities, alsmede validatievoorschriften zijn te vinden in dit deel van deze verordening.

1.2   Gebruik van nummering

3.

Het document volgt de in de punten 4 tot en met 7 beschreven conventies voor verwijzingen naar de kolommen, rijen en cellen van de templates. Van die numerieke codes wordt uitgebreid gebruikgemaakt in de validatievoorschriften.

4.

In de instructies wordt de volgende algemene notatie gehanteerd: {Template; Rij; Kolom}.

5.

In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen datapunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij; Kolom}.

6.

In het geval van templates die uit slechts één kolom bestaan, wordt uitsluitend naar rijen verwezen. {Template; Rij}.

7.

Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor de gehele rij of kolom.

1.3   Gebruik van tekens

8.

Bedragen die tot een hoger eigen vermogen of tot hogere kapitaalvereisten leiden, of tot hogere liquiditeitsvereisten, worden als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen worden bedragen die tot een lager totaal aan eigen vermogen of tot lagere eigenvermogensvereisten leiden, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor die post geen positieve waarde verwacht.

DEEL II:   INSTRUCTIES IN VERBAND MET DE TEMPLATES

1.   EIGEN VERMOGEN: OMVANG, SAMENSTELLING, VEREISTEN EN BEREKENING

1.1   Algemene opmerkingen

10.

De afdeling met het overzicht van het eigen vermogen bevat informatie over het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt, en over haar eigenvermogensvereisten. Zij bestaat uit twee templates:

(a)

Template I 11.01 geeft de samenstelling van het eigen vermogen dat een beleggingsonderneming houdt: tier 1-kernkapitaal (CET1), aanvullend-tier 1-kapitaal (AT1) en tier 2-kapitaal (T2).

(b)

Template I 11.02 bevat informatie over de eigenvermogensvereisten in het kader van het groepskapitaalcriterium: intragroepsbezit, voorwaardelijke verplichtingen en totale eigenvermogensvereisten van de dochterondernemingen.

(c)

Template I 11.03 bevat de nodige informatie over kapitaalvereisten, voorwaardelijke verplichtingen, achtergestelde vorderingen en belangen in entiteiten in de financiële sector op het niveau van dochterondernemingen, uitgesplitst naar entiteit.

11.

De posten in deze templates zijn exclusief overgangsaanpassingen. Dit betekent dat de cijfers (behalve wanneer het overgangseigenvermogensvereiste specifiek is vermeld) worden berekend volgens de definitieve bepalingen (d.w.z. als waren er geen overgangsbepalingen).

1.2.   I 11.01 — SAMENSTELLING EIGEN VERMOGEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.1)

1.2.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

EIGEN VERMOGEN

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Het eigen vermogen van een beleggingsonderneming bestaat uit de som van haar tier 1- en tier 2-kapitaal.

0020

TIER 1-KAPITAAL

Het tier 1-kapitaal is de som van het tier 1-kernkapitaal en het aanvullend-tier 1-kapitaal.

0030

TIER 1-KERNKAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0040

Volgestorte kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt a), en artikelen 27 tot en met 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Kapitaalinstrumenten van onderlinge maatschappijen, coöperaties of soortgelijke instellingen (artikelen 27 en 29 van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden opgenomen.

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen.

In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten worden opgenomen indien alle voorwaarden van artikel 31 van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn vervuld.

0050

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0060

Ingehouden winsten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Onder “ingehouden winsten” wordt verstaan de ingehouden winsten van het voorgaande jaar plus de in aanmerking komende tussentijdse of jaareindewinsten.

De totale som van de rijen 0070 en 0080 wordt gerapporteerd.

0070

Ingehouden winsten voorgaande jaren

Artikel 4, lid 1, punt 123, en artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

In artikel 4, lid 1, punt 123, van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden “ingehouden winsten” omschreven als “de resultaten van het voorgaande jaar die zijn overgedragen door definitieve bestemming van het resultaat overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving”.

0080

In aanmerking komende winst

Artikel 4, lid 1, punt 121, artikel 26, lid 2, en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Krachtens artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 mogen tussentijdse of jaareinderesultaten, met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, als ingehouden winsten worden opgenomen indien bepaalde voorwaarden zijn vervuld.

0090

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 26, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0100

Overige reserves

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 117, en artikel 26, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het te rapporteren bedrag is het bedrag na aftrek van eventuele op het tijdstip van de berekening te verwachten belastingheffingen.

0120

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikelen 32 tot en met 35 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0130

Overige middelen

Artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

0145

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 1-KERNKAPITAAL

Artikel 8, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 en artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van punt i) van dat lid.

De totale som van de rijen 0150 en 0190-0280 wordt gerapporteerd.

0150

(-) Eigen tier 1-kerninstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt f), en artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de rapporterende instelling of groep gehouden eigen tier 1-kernkapitaal. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 42 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0190

(-) Verlies van het lopende boekjaar

Artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0200

(-) Goodwill

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 113, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0210

(-) Andere immateriële activa

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 4, lid 1, punt 115, artikel 36, lid 1, punt b), en artikel 37, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Andere immateriële activa” zijn de immateriële activa overeenkomstig de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen minus de goodwill, eveneens volgens de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

0220

(-) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

Artikel 9, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0230

(-) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector waarvan het bedrag hoger ligt dan 15 % van het eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0240

(-) Totaal gekwalificeerde deelnemingen in ondernemingen niet zijnde entiteiten uit de financiële sector, dat hoger ligt dan 60 % van haar eigen vermogen

Artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0250

(-) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt h), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Met EU-moederonderneming wordt in deze rij bedoeld: EU-moederbeleggingsondernemingen, EU-moederbeleggingsholdings en gemengde financiële EU-moederholdings of iedere onderneming die een beleggingsonderneming, financiële instelling, nevendiensten verrichtende onderneming en verbonden agent is.

0270

(-) Activa van op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

Artikel 9, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 36, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0280

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van de aftrekkingen overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0150 tot en met 0270.

0295

Tier 1-kernkapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 1, 2 en 3, en artikelen 484 tot en met 487 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 1-kernkapitaal (artikelen 469 tot en met 478 en artikel 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Andere tier 1-kernkapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 1-kernkapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0040 tot en met 0280 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

0300

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 61 van Verordening (EU) nr. 575/2013

0310

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt a), en artikelen 52, 53 en 54 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het te rapporteren bedrag.

0320

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 51, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0335

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van punt d) van dat artikel

De totale som van de rijen 340, 0380 en 0400 wordt gerapporteerd.

0340

(-) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 52, lid 1, punt b), artikel 56, punt a), en artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Op de rapportagedatum door de beleggingsonderneming gehouden eigen aanvullend-tier 1-instrumenten. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 57 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0380

(-) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 56, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Met EU-moederonderneming wordt in deze rij bedoeld: EU-moederbeleggingsondernemingen, EU-moederbeleggingsholdings en gemengde financiële EU-moederholdings of iedere onderneming die een beleggingsonderneming, financiële instelling, nevendiensten verrichtende onderneming en verbonden agent is.

0400

(-) Andere aftrekkingen

De som van alle andere aftrekkingen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van de aftrekkingen overeenkomstig artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 die niet zijn opgenomen in de rijen 0340 tot en met 0380.

0415

Aanvullend tier 1-kapitaal: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 4 en 5, artikelen 484 tot en met 487 en artikelen 489 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het aanvullend-tier 1-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 474, 475, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van aftrekkingen als gevolg van overgangsbepalingen.

Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt, afgetrokken van het tier-1-kernkapitaal overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt j), van Verordening (EU) nr. 575/2013: Aanvullend-tier 1-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0030 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken en is het gelijk aan het tegengestelde getal van het van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt dat, samen met andere aftrekkingen, in rij 0280 is opgenomen.

Andere aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een aanvullend-tier 1-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0310 tot en met 0400 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

0420

TIER 2-KAPITAAL

Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De totale som van de rijen 0430-0450 en 0525 wordt gerapporteerd.

0430

Volgestorte, direct uitgegeven kapitaalinstrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt a), en artikelen 63 en 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Het met de instrumenten verband houdende agio wordt niet opgenomen in het te rapporteren bedrag.

0440

Agio

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 62, punt b), en artikel 65 van Verordening (EU) nr. 575/2013

“Agio” betekent hetzelfde als in de toepasselijke standaard voor jaarrekeningen.

Het onder deze post te rapporteren bedrag is het gedeelte dat verband houdt met de “Volgestorte kapitaalinstrumenten”.

0455

(-) TOTAAL AFTREKKINGEN VAN TIER 2-KAPITAAL

Artikel 66 van Verordening (EU) nr. 575/2013, met uitzondering van punt d) van dat artikel

0460

(-) Eigen tier 2-instrumenten

Artikel 9, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 63, punt b), i), artikel 66, punt a), en artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013

Eigen tier 2-instrumenten van de rapporterende instelling of groep op de rapportagedatum. Met inachtneming van de uitzonderingen van artikel 67 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Aandelenbelangen die als “Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten” zijn opgenomen, worden niet in deze rij gerapporteerd.

Het met de eigen aandelen verband houdende agio wordt in het te rapporteren bedrag opgenomen.

0500

(-) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de moederonderneming geen aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 9, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033

Artikel 66, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013

Met EU-moederonderneming wordt in deze rij bedoeld: EU-moederbeleggingsondernemingen, EU-moederbeleggingsholdings en gemengde financiële EU-moederholdings of iedere onderneming die een beleggingsonderneming, financiële instelling, nevendiensten verrichtende onderneming en verbonden agent is.

0525

Tier 2: Andere kapitaalbestanddelen, aftrekkingen en aanpassingen

Deze rij omvat de som van de volgende posten (voor zover van toepassing):

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn (artikel 483, leden 6 en 7, en artikelen 484, 486, 490 en 491 van Verordening (EU) nr. 575/2013).

Overige overgangsaanpassingen van het tier 2-kapitaal (artikelen 472, 473 bis, 476, 477, 478 en 481 van Verordening (EU) nr. 575/2013): aanpassingen van de aftrekkingen van tier 2-kapitaal als gevolg van overgangsbepalingen.

Van tier 2-kapitaalbestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt, afgetrokken van het aanvullend-tier 1-kapitaal overeenkomstig artikel 56, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013: tier 2-kapitaal kan niet negatief zijn, maar het is wel mogelijk dat de aftrekkingen van de tier 2-kapitaalbestanddelen groter zijn dan het bedrag aan beschikbare tier 2-kapitaalbestanddelen. Wanneer dit het geval is, vertegenwoordigt deze post het bedrag dat nodig is om het in rij 0420 gerapporteerde bedrag tot nul op te trekken.

Andere tier 2-kapitaalbestanddelen of aftrekkingen van een tier 2-kapitaalbestanddeel die niet aan een van de rijen 0430 tot en met 0500 kunnen worden toegewezen.

Deze rij niet gebruiken om kapitaalbestanddelen of aftrekkingen die niet onder Verordening (EU) 2019/2033 of Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen, op te nemen in de berekening van de solvabiliteitsratio’s.

1.3   I 11.02 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN — GROEPSKAPITAALCRITERIUM (I11.2)

1.3.1.   Instructies voor specifieke posities

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0020

Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0030

Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de beleggingsondernemingsgroep een aanzienlijke deelneming heeft

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 66, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0040

Belangen van entiteiten uit de financiële sector in de beleggingsondernemingsgroep voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Deze rij omvat de belangen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd.

0050

Achtergestelde vorderingen van entiteiten uit de financiële sector binnen de beleggingsondernemingsgroep

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Deze rij omvat de achtergestelde vorderingen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd.

0060

Voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van entiteiten binnen de beleggingsondernemingsgroep

Artikel 8, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0070

Totale eigenvermogensvereisten voor de dochterondernemingen

Indien artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033 van toepassing is.

1.4   IF 11.03 — INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN (IF11.3)

10.

Alle entiteiten die worden meegerekend voor het groepskapitaalcriterium, worden in deze template gerapporteerd. Dit omvat ook de moederonderneming van de groep zelf.

1.4.1.   Instructies voor specifieke posities

Kolommen

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Code

De code als onderdeel van een identificatiecode van de rij moet voor elke gerapporteerde entiteit uniek zijn. Voor beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code moet steeds een waarde hebben.

0020

Type code

De beleggingsondernemingen geven het in kolom 0010 gerapporteerde type code aan als “type LEI-code” of “type nationale code”.

Het type code wordt steeds gerapporteerd.

0030

Naam van de onderneming

Naam van de onderneming binnen de consolidatiekring.

0040

Moeder-/dochteronderneming

Geeft aan of de in de rij gerapporteerde entiteit de moederonderneming van de groep is of een dochteronderneming.

0050

Land

Het land waar de dochteronderneming is gevestigd, wordt gerapporteerd.

0060-0100

Beleggingen door de moederonderneming

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

In deze afdeling worden de beleggingen van de moederonderneming in de groepsentiteiten gerapporteerd.

0060

Tier 1-kernkapitaal

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 36, lid 1, punt i), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0070

Aanvullend tier-1-kapitaal

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 56, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0080

Tier 2-kapitaal

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033, juncto artikel 66, punt d), van Verordening (EU) nr. 575/2013

0090

Bezit

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Deze kolom omvat de belangen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd.

0100

Achtergestelde vorderingen

Artikel 8, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Deze kolom omvat de achtergestelde vorderingen van de moederonderneming voor zover deze geen eigen vermogen vormen voor de groepsentiteit waarin de moederonderneming is belegd.

0110

Voorwaardelijke verplichtingen van de moederonderneming ten aanzien van de entiteit

Artikel 8, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0120

Totale eigenvermogensvereisten voor de dochterondernemingen

Artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) 2019/2033

0130

Permanent minimumkapitaalvereiste

Artikel 14 van Verordening (EU) 2019/2033

0140

K-factorvereiste

Artikel 15 van Verordening (EU) 2019/2033

0150

Activa onder beheer

Artikel 15, lid 2, en artikel 17 van Verordening (EU) 2019/2033

0160

Aangehouden gelden cliënten — Op gescheiden rekeningen

Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033

0170

Aangehouden gelden cliënten — Op niet-gescheiden rekeningen

Artikel 15, lid 2, en artikel 18 van Verordening (EU) 2019/2033

0180

Activa onder bewaring en beheer

Artikel 15, lid 2, en artikel 19 van Verordening (EU) 2019/2033

0190

Verwerkte orders van cliënten — Contante transacties

Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

0200

Verwerkte orders van cliënten — Derivatentransacties

Artikel 15, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033

0210

K-Nettopositierisicovereiste (K-NPR)

Artikel 22 van Verordening (EU) 2019/2033

0220

Verleende clearingmarge (K-CMG)

Artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

0230

Wanbetaling tegenpartij bij een transactie

Artikel 26 en artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033

0240

Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Contante transacties

Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen.

Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in dat punt.

De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

0250

Dagelijkse transactiestroom (DTF) — Derivatentransacties

Voor de berekening van het K-factorvereiste rapporteren beleggingsondernemingen door de coëfficiënt van artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033 toe te passen.

Bij marktstress passen beleggingsondernemingen, overeenkomstig artikel 15, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033, een bijgestelde coëfficiënt toe zoals vermeld in dat punt.

De dagelijkse transactiestroom (DTF) wordt berekend overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

0260

K-concentratierisicovereiste (K-CON)

Artikel 37, lid 2, en artikel 24 van Verordening (EU) 2019/2033

0270

Vastekostenvereisten

Artikel 13 van Verordening (EU) 2019/2033


Top