This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32021R2007
Commission Implementing Regulation (EU) 2021/2007 of 16 November 2021 laying down detailed rules for the application of Council Regulation (EU) No 904/2010 as regards the special scheme for small enterprises
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2007 van de Commissie van 16 november 2021 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2007 van de Commissie van 16 november 2021 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen
C/2021/8143
PB L 407 van 17.11.2021, pp. 27–36
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
17.11.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 407/27 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2007 VAN DE COMMISSIE
van 16 november 2021
houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 17, lid 2, artikel 32, lid 2, artikel 37 bis, lid 2, en artikel 37 ter, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (2) inzake een bijzondere regeling voor kleine ondernemingen is gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2020/285 van de Raad (3). |
|
(2) |
Richtlijn (EU) 2020/285 omvatte ook wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010, waarin voorschriften voor administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) zijn vastgesteld. Artikel 17, lid 1, punt g), artikel 21, lid 2 ter, artikel 32, lid 1, en de artikelen 37 bis en 37 ter van die verordening hebben specifiek betrekking op de opslag, de geautomatiseerde opvraging en de doorgifte van inlichtingen met betrekking tot die bijzondere regeling. De maatregelen die nodig zijn om aan die wijzigingen te voldoen, zullen met ingang van 1 januari 2025 van toepassing zijn. |
|
(3) |
Om de geautomatiseerde opvraging te vergemakkelijken, moeten praktische details en specificaties worden gedefinieerd met betrekking tot de toegang tot inlichtingen die een lidstaat aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat moet toekennen, zoals identificatiegegevens en de waarde van de leveringen van goederen of diensten, verricht door de belastingplichtige die gebruikmaakt van de bijzondere regeling zoals die wordt toegepast door de lidstaat waar de prestatie plaatsvindt. |
|
(4) |
Om te waarborgen dat de in artikel 37 bis, lid 1, en artikel 37 ter, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010 bedoelde inlichtingen op uniforme wijze worden uitgewisseld, moet de Commissie daartoe een praktische regeling treffen, waaronder een gemeenschappelijk elektronisch bericht. Op die manier wordt ook de uniforme ontwikkeling van de technische en functionele specificaties mogelijk gemaakt, aangezien die op basis van een gereguleerd raamwerk worden opgesteld. |
|
(5) |
Die praktische regelingen moeten met name waarborgen dat de voor gebruikmaking van de bijzondere regeling buiten hun lidstaat van vestiging benodigde inlichtingen met betrekking tot de registratie van kleine ondernemingen doeltreffend worden uitgewisseld en verwerkt, aangezien de lidstaten hun elektronische interfaces, die momenteel zo zijn ontworpen dat de regeling alleen vrijstelling kan verlenen aan ondernemingen die gevestigd zijn in de lidstaat waar de btw verschuldigd is, zullen moeten wijzigen om die inlichtingen op uniforme wijze uit te kunnen wisselen. |
|
(6) |
Inlichtingen inzake de wijziging van identificatiegegevens, zoals de uitsluiting van de bijzondere regeling, moeten ook op uniforme wijze worden uitgewisseld, zodat de lidstaten kunnen controleren of de bijzondere regelingen binnen hun grondgebied juist worden toegepast, en fraude kunnen bestrijden. Daartoe moet worden voorzien in gemeenschappelijke regelingen voor de elektronische uitwisseling van dergelijke informatie. |
|
(7) |
Om de administratieve lasten voor belastingplichtigen tot een minimum te beperken en de juiste toepassing van de bijzondere regeling te controleren, moeten voor de elektronische interface bepaalde minimumeisen worden vastgelegd, als belastingplichtigen kennisgevingen indienen. De lidstaten moeten evenwel de mogelijkheid krijgen om aanvullende functionaliteiten te verschaffen om de administratieve lasten verder terug te dringen. |
|
(8) |
Er moeten ook praktische regelingen worden vastgesteld om de gegevens inzake de door de lidstaten goedgekeurde maatregelen voor de omzetting van titel XI, hoofdstuk 3, artikel 167 bis, en titel XII, hoofdstuk 1 van Richtlijn 2006/112/EG eenvoudiger te verschaffen. |
|
(9) |
Deze verordening moet vanaf dezelfde dag als artikel 17, lid 1, punt g), artikel 21, lid 2 ter, artikel 32, lid 1, en de artikelen 37 bis en 37 ter van Verordening (EU) nr. 904/2010 van toepassing zijn. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“bijzondere regeling”: de bijzondere vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen van titel XII, hoofdstuk 1, afdeling 2, van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
2) |
“lidstaat van vrijstelling”: de lidstaat die de btw-vrijstelling toekent voor de levering van goederen of diensten die binnen zijn grondgebied worden verricht door voor de bijzondere regeling in aanmerking komende belastingplichtigen; |
|
3) |
“lidstaat van vestiging”: de lidstaat waar de belastingplichtige die van de bijzondere regeling gebruikmaakt, is gevestigd. |
Artikel 2
Functionaliteiten van elektronische interfaces
De elektronische interface in de lidstaat van vestiging, die een belastingplichtige krachtens artikel 284 quater, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG kan worden verplicht te gebruiken om een voorafgaande kennisgeving en actualiseringen van een voorafgaande kennisgeving te verstrekken en de waarde van de leveringen of diensten te rapporteren om in een andere lidstaat van de bijzondere regeling gebruik te maken, moet de mogelijkheid bieden om de overeenkomstig artikel 284, leden 3 en 4, en de artikelen 284 bis en 284 ter van Richtlijn 2006/112/EG te verstrekken informatie en eventuele wijzigingen daarvan op te slaan.
Artikel 3
Geautomatiseerde uitwisseling van inlichtingen
Krachtens artikel 21, lid 2 ter, van Verordening (EU) nr. 904/2010 verstrekt de lidstaat van vestiging de bevoegde autoriteit van andere lidstaten via het CCN/CSI-netwerk of een gelijkwaardig beveiligd netwerk of systeem geautomatiseerde toegang tot de volgende inlichtingen die overeenkomstig artikel 17, lid 1, punt g), van die verordening worden vergaard en opgeslagen:
|
a) |
het individuele nummer aan de hand waarvan de belastingplichtige die in een van die andere lidstaten van de vrijstelling gebruikmaakt, is geïdentificeerd krachtens artikel 284, lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
b) |
naam, activiteit, bedrijfssector indien van belang overeenkomstig artikel 284, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG, rechtsvorm en adres van die belastingplichtige; |
|
c) |
in geval van wijziging van de plaats van vestiging, de datum waarop die wijziging ingaat en, indien beschikbaar, de lidstaat waar de belastingplichtige heeft besloten zich te vestigen; |
|
d) |
de lidstaten waar de belastingplichtige voornemens is van de vrijstelling gebruik te maken wat de voorafgaande kennisgeving of een actualisering van een voorafgaande kennisgeving betreft, als bedoeld in artikel 284, leden 3 en 4, van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
e) |
de lidstaten waar de belastingplichtige van de vrijstelling gebruikmaakt conform artikel 284, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
f) |
de datum van aanvang van de vrijstelling in de andere lidstaten waar de belastingplichtige van de vrijstelling gebruikmaakt; |
|
g) |
het totale bedrag van de goederenleveringen en/of diensten die zijn verricht in de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd en in elk van de andere lidstaten, gespecificeerd per bedrijfssector indien van belang overeenkomstig artikel 284 quater, lid 1, punt c), van Richtlijn 2006/112/EG tijdens het kalenderjaar van kennisgeving en het kalenderjaar voorafgaand aan de kennisgeving, overeenkomstig artikel 288 bis, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
h) |
het totale bedrag van de goederenleveringen en/of diensten, inclusief wijzigingen, die per kalenderkwartaal zijn verricht in de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd en in iedere andere lidstaat, gespecificeerd per bedrijfssector indien van belang overeenkomstig artikel 284 quater, lid 1, punt c), van Richtlijn 2006/112/EG, of “0” indien geen leveringen of diensten zijn verricht; |
|
i) |
de datum waarop de jaaromzet in de Unie het in artikel 284, lid 2, punt a), van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde bedrag heeft overschreden, en de totale waarde van de leveringen of diensten die zijn verricht in de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd en in iedere andere lidstaat, gespecificeerd per bedrijfssector indien van belang overeenkomstig artikel 284 quater, lid 1, punt c), van Richtlijn 2006/112/EG, of “0” indien geen leveringen of diensten zijn verricht, te rekenen vanaf het begin van het kalenderkwartaal tot de datum waarop de jaaromzetdrempel in de Unie was overschreden; |
|
j) |
de datum waarop de belastingplichtige niet meer in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling en de lidstaat of de lidstaten waar de beëindiging uitwerking heeft, na een kennisgeving door de lidstaten van vrijstelling zoals bedoeld in artikel 284 sexies, punt b), van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
k) |
de datum waarop de beslissing van de belastingplichtige om de toepassing van de vrijstellingsregeling vrijwillig te beëindigen, ingaat en de lidstaat of de lidstaten waar de beëindiging uitwerking heeft; |
|
l) |
de datum waarop de werkzaamheden van de belastingplichtige zijn beëindigd en de betrokken lidstaten. |
Artikel 4
Doorgifte van inlichtingen
1. De lidstaten verstrekken onverwijld de in bijlage I bij deze verordening vermelde gegevens en de actualiseringen daarvan met betrekking tot de bepalingen ter omzetting van titel XI, hoofdstuk 3, artikel 167 bis, en titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG, overeenkomstig artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010. Die informatie wordt via het door de Commissie opgezette webportaal verstrekt.
2. Overeenkomstig artikel 37 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010 zendt de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd, binnen 15 werkdagen vanaf de dag waarop de informatie beschikbaar is, via het CCN/CSI-netwerk of een gelijkwaardig beveiligd netwerk of systeem, als een in bijlage II bedoeld gemeenschappelijk elektronisch bericht, de volgende informatie toe aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van vrijstelling:
|
a) |
met betrekking tot de voorafgaande kennisgeving of een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, als bedoeld in artikel 284, leden 3 en 4, van Richtlijn 2006/112/EG, om de betrokken lidstaat in te lichten over het voornemen van een belastingplichtige om gebruik te maken van de vrijstelling:
|
|
b) |
met betrekking tot de voorafgaande kennisgeving of een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, als bedoeld in artikel 284, leden 3 en 4, van Richtlijn 2006/112/EG, nadat de belastingplichtige over zijn individuele identificatienummer is ingelicht of nadat de belastingplichtige zijn nummer als bedoeld in artikel 284, lid 5, van Richtlijn 2006/112/EG is bevestigd:
|
|
c) |
met betrekking tot een belastingplichtige wiens jaaromzet in de Unie het in artikel 284, lid 2, punt a), van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde bedrag heeft overschreden:
|
|
d) |
met betrekking tot een belastingplichtige die de rapporteringsverplichtingen van artikel 284 ter van Richtlijn 2006/112/EG niet heeft nageleefd:
|
3. Overeenkomstig artikel 37 ter, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010 zendt de lidstaat van vrijstelling via het CCN/CSI-netwerk of een gelijkwaardig beveiligd netwerk of systeem, als een in bijlage III bedoeld gemeenschappelijk elektronisch bericht, de volgende informatie toe aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging:
|
a) |
binnen 15 werkdagen na ontvangst van de in lid 2, punt a), bedoelde informatie:
|
|
b) |
onverwijld het in artikel 21, lid 2 ter, punt a), van Verordening (EU) nr. 904/2010 bedoelde individuele identificatienummer van de belastingplichtige en de datum waarop de belastingplichtige niet langer in aanmerking komt voor de vrijstelling krachtens artikel 288 bis, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG; |
|
c) |
onverwijld de datum waarop de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen niet langer van toepassing is in die lidstaat. |
Artikel 5
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2025.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 november 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1.
(2) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
(3) Richtlijn (EU) 2020/285 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen en Verordening (EU) nr. 904/2010 betreffende de administratieve samenwerking en uitwisseling van inlichtingen voor doeleinden van toezicht op de juiste uitvoering van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen (PB L 62 van 2.3.2020, blz. 13).
BIJLAGE I
Inlichtingen van de lidstaten overeenkomstig artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010
1. Bijzondere kasstelselregeling
Artikel 167 bis van Richtlijn 2006/112/EG — facultatieve kasstelselregeling
Vraag 1. Kan er in uw lidstaat voor de bijzondere kasstelselregeling worden gekozen?
Vraag 2. Zo ja, wat is de geldende drempel? Geef aan in EUR en in uw nationale valuta.
2. Bijzondere regeling voor kleine ondernemingen
Titel XII, hoofdstuk 1, afdeling 1, van Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 281 — Vereenvoudigde bepalingen inzake belastingheffing en belastinginning
Vraag 3. Past u vereenvoudigde bepalingen, zoals forfaitaire regelingen, toe op kleine ondernemingen bij de heffing en de inning van btw?
Vraag 4a. Zo ja, welke vereenvoudigde bepalingen past u op kleine ondernemingen toe?
Vraag 4b. Onder welke voorwaarden of beperkingen past u dergelijke vereenvoudigde bepalingen toe?
Titel XII, hoofdstuk 1, afdeling 2, van Richtlijn 2006/112/EG
Artikelen 282-290 van Richtlijn 2006/112/EG — Vrijstellingen
Vraag 5. Past u de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen als bedoeld in titel XII, hoofdstuk 1, afdeling 2, van Richtlijn 2006/112/EG toe?
Vraag 6a. Zo ja, vanaf wanneer?
Vraag 6b. Zo nee, als u die in het verleden hebt toegepast, tot wanneer?
Artikel 283, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG — Uitsluitingen
Vraag 7. Welke handelingen zijn van de door uw lidstaat toegepaste vrijstelling op grond van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen uitgesloten?
Artikel 284, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG — Drempel
Vraag 8. Hoe hoog is (zijn) de geldende jaaromzetdrempel(s) om van de vrijstelling gebruik te maken (vrijstellingsdrempel(s) in uw lidstaat)? Geef aan in EUR en in uw nationale valuta.
Vraag 9. Vanaf wanneer is (zijn) het (de) huidige niveau(s) van de vrijstellingsdrempel(s) van kracht?
Vraag 10. Als u meer dan één drempel hanteert, vermeld de criteria om in aanmerking te komen voor de respectieve categorieën van leveringen of diensten waarvoor de verschillende drempels gelden, en vanaf wanneer die criteria van toepassing zijn.
Artikel 284, lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG — Individueel identificatienummer
Vraag 11. Gebruikt u, met het oog op de in artikel 284, lid 3, punt b), van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde identificatie, het individuele btw-identificatienummer dat reeds aan de belastingplichtige is toegekend met betrekking tot diens verplichtingen onder het interne systeem, of de structuur van een btw-nummer of een ander nummer?
Artikel 284 quater, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG — Munteenheid
Vraag 12. Vereist u, voor de toepassing van artikel 284 quater, lid 1, eerste alinea, punt b), van Richtlijn 2006/112/EG, dat de bedragen in uw nationale munteenheid worden uitgedrukt?
Artikel 284 quater, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG — Verstrekken van informatie
Vraag 13. Vereist u dat de in artikel 284, leden 3 en 4, en in artikel 284 ter, leden 1 en 3, van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde informatie door de belastingplichtige langs elektronische weg wordt verstrekt?
Vraag 14. Zo ja, overeenkomstig welke voorwaarden?
Artikel 284 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG — Niet-naleving
Vraag 15. Indien een belastingplichtige de in artikel 284 ter van Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde regels niet naleeft, vereist u dat hij btw-verplichtingen nakomt met betrekking tot vrijgestelde handelingen die in uw lidstaat zijn verricht?
Vraag 16. Zo ja, welke verplichtingen?
Artikel 288 bis, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG — Overgangsperiode
Vraag 17. Is de in artikel 284, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG bepaalde vrijstelling in uw lidstaat niet langer van toepassing vanaf het tijdstip waarop de overeenkomstig artikel 288 bis, lid 1, vierde alinea, vastgestelde drempel wordt overschreden?
Vraag 18. Als dat niet het geval is en u de belastingplichtige toestaat de in artikel 284, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG bepaalde vrijstelling te blijven gebruiken tijdens het kalenderjaar waarin de drempel is overschreden, past u dan een plafond toe?
Vraag 19. Zo ja, past u een plafond van 10 % of 25 % toe?
Vraag 20. Hoeveel jaar wordt de belastingplichtige uitgesloten van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen nadat hij de vrijstellingsdrempel heeft overschreden?
Artikel 290 van Richtlijn 2006/112/EG — Keuzemogelijkheid voor belastingplichtigen die voor vrijstelling in aanmerking komen
Vraag 21. Hanteert u nadere regels of voorwaarden bij de toepassing van de in artikel 290 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde keuze?
Vraag 22. Zo ja, welke regels of voorwaarden past u toe?
Titel XII, hoofdstuk 1, afdeling 2 bis, van Richtlijn 2006/112/EG
Artikelen 292 bis-292 quinquies van Richtlijn 2006/112/EG — Vereenvoudiging van de verplichtingen voor vrijgestelde kleine ondernemingen
Vraag 23. Ontheft u op het grondgebied van uw lidstaat gevestigde kleine ondernemingen die uitsluitend in uw lidstaat van de vrijstelling gebruikmaken, van verplichtingen?
Vraag 24. Zo ja, van welke verplichtingen?
Vraag 25. Ontheft u vrijgestelde kleine ondernemingen van in de artikelen 217 tot en met 271 van Richtlijn 2006/112/EG bepaalde verplichtingen overeenkomstig artikel 292 quinquies van Richtlijn 2006/112/EG?
Vraag 26. Zo ja, van welke verplichtingen?
BIJLAGE II
Overeenkomstig artikel 37 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010 door de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd aan de lidsta(a)t(en) die de vrijstelling verle(e)n(t)(en) toe te zenden informatie
Langs elektronische weg toe te zenden binnen 15 werkdagen vanaf de dag waarop de informatie beschikbaar is
|
1. |
Met betrekking tot de voorafgaande kennisgeving of een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, als bedoeld in artikel 284, leden 3 en 4, van Richtlijn 2006/112/EG:
|
|
2. |
Met betrekking tot belastingplichtigen wier jaaromzet in de Unie het in artikel 284, lid 2, punt a), van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde bedrag van 100 000 EUR overschrijdt:
|
|
3. |
Met betrekking tot belastingplichtigen die de rapporteringsverplichtingen van artikel 284 ter van Richtlijn 2006/112/EG niet hebben nageleefd:
|
BIJLAGE III
Overeenkomstig artikel 37 ter, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010 door de lidsta(a)t(en) die de vrijstelling verle(e)n(t)(en) aan de lidstaat waar de belastingplichtige is gevestigd toe te zenden informatie
Toe te zenden langs elektronische weg binnen 15 werkdagen na ontvangst van de in punt 1, a), van bijlage II bedoelde informatie
|
1. |
Met betrekking tot de voorafgaande kennisgeving of een actualisering van een kennisgeving, als bedoeld in artikel 284, leden 3 en 4, van Richtlijn 2006/112/EG, om de lidstaat van vestiging in te lichten dat een belastingplichtige in aanmerking komt om in die lidstaat gebruik te maken van de vrijstelling:
|
Onverwijld langs elektronische weg toe te zenden
|
2. |
Met betrekking tot de belastingplichtige die niet langer voor de vrijstelling in aanmerking komt:
|
|
3. |
Met betrekking tot de beëindiging van de toepassing van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen in de lidstaat die de vrijstelling verleent, zoals bedoeld in artikel 284 sexies, punt b), van Richtlijn 2006/112/EG:
|